Uitkomsten BO’s MIRT januari 2026 voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Brontekst
Versie 027635c8329a8b92 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2026Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 januari 2026Het kabinet werkt onverkort door aan de aanpak van alle grote ruimtelijkeopgaven, ondanks de demissionaire status en dankzij steun van uwKamer. En dat is hard nodig, want de opgaven waar Nederland voor staatzijn groot, veelvormig en urgent. Denk aan de bouw van 100.000woningen per jaar, ruimte voor economie en industrie en het bieden vantoekomstperspectief voor de landbouw.Tijdens de Bestuurlijke Overleggen Meerjarenprogramma InfrastructuurRuimte en Transport (BO’s MIRT) op 5, 7 en 8 januari 2026 zijn bestuurlijkeafspraken gemaakt met provincies, gemeenten, vervoerregio’s enwaterschappen over het aanpakken van de ruimtelijke opgaven.Via deze brief informeer ik uw Kamer mede namens de Minister enStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) over deuitkomsten in relatie tot Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. DeMinister en Staatssecretaris van IenW informeren uw Kamer, medenamens mij, over de uitkomsten ten aanzien van het MIRT in relatie tot deMIRT-projecten en -programma’s. Een overzicht van de bestuurlijkeafspraken in relatie tot Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is tevinden in de bijlage bij deze Kamerbrief.De afspraken sluiten aan bij de koers en keuzes in de Ontwerp-NotaRuimte die ik op 26 september namens het kabinet aan uw Kamer hebverstuurd1. Tijdens de BO’s MIRT zijn nadere afspraken gemaakt over deinzet van € 2,5 miljard voor het ontsluiten en bereikbaar maken vannieuwe woningen en € 877 miljoen voor gebiedsgerichte maatregelenvoor woningbouw binnen de nationaal grootschalige woningbouwge-bieden. Over het kabinetsbesluit over de inzet van deze middelen is uw1Kamerstuk 29 435, nr. 269 kst-36800-A-10ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 101 Kamer op 10 november geïnformeerd2. Deze middelen dragen in deNOVEX-verstedelijkingsgebieden rechtstreeks bij aan de verstedelij-kingambities en het bereikbaar houden van regio’s en steden. Om eenconcreet voorbeeld te noemen start voor de Oude Lijn de planstudiefasevoor opwaardering van enkele bestaande stations en wordt onderzochtwat er nodig is om de sprinter acht keer per uur te laten rijden, viernieuwe stations aan te leggen en de daarvoor benodigde spoorverdub-beling te realiseren. Dit is een belangrijke stap om de 170.000 woningenen 85.000 arbeidsplaatsen langs de Oude Lijn te kunnen blijven realiseren,want die ontwikkeling is al in volle gang. Met de totale realisatie van deOude Lijn is het mogelijk om door te groeien naar de realisatie van200.000 woningen tot 2040. Een ander voorbeeld is de stap die Rijk enregio zetten in de verdere ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburgwaar in totaal 63.000 tot 75.000 woningen en 30.000 tot 41.000 arbeids-plaatsen gerealiseerd kunnen worden. Voor de MIRT-verkenning OV enWonen is namelijk een voorlopig voorkeursalternatief (VKA) vastgesteldwaarbij de Merwedelijn een verdiepte ligging krijgt.In het eerste deel van deze Kamerbrief ga ik kort in op de samenhangendeaanpak van ruimtelijke opgaven door dit kabinet en de noodzaak vangrootschalige woningbouw en de grote woningbouwlocaties die daartoein de Nota Ruimte worden aangewezen. In het tweede deel van de briefgeef ik een terugmelding van de uitkomsten van de BO’s MIRT voorachtereenvolgens Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.Samenhangende aanpak van ruimtelijke opgavenDe Ontwerp-Nota Ruimte bevat de integrale visie op de ruimtelijkeordening van Nederland. Met de Nota Ruimte herneemt het Rijk denationale regie op de ruimtelijke inrichting en ordening van de fysiekeleefomgeving. Onder andere op basis van de ingediende zienswijzen vanmedeoverheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven eninwoners van Nederland werkt het kabinet toe naar de definitieve NotaRuimte, inclusief een Uitvoeringsagenda.Nationale ruimtelijke keuzes landen uiteindelijk ergens in Nederland opeen perceel of in een achtertuin. De keuzes die we maken voor deinrichting van Nederland raken uiteindelijk iedereen. Daarom voeren westructureel een maatschappelijke dialoog die ook het beleid voedt. Zodragen we eveneens bij aan maatschappelijk draagvlak voor ruimtelijkeordening en keuzes die daarin worden gemaakt.Het Rijk voert nationale regie op de ruimtelijke ordening, maar kan dituitdrukkelijk niet alleen. Daarom werkt het Rijk via de NOVEX-aanpaksamen met provincies, gemeenten, waterschappen en de samenlevingaan de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dat doet het kabinet door metprovincies omgevingsbeleid aan de voorkant af te stemmen. Afsprakendaarover zijn tijdens de BO’s Leefomgeving in juni gemaakt in de eerstegeneratie ruimtelijke arrangementen3. In 16 NOVEX-gebieden waar sprakeis van een complexe stapeling van fysieke opgaven werken Rijk en regiosamen met de stakeholders aan gebiedsgerichte uitvoering. Met deNOVEX-aanpak versnellen we de uitvoering en doen we recht aan deverscheidenheid aan regio’s en gebieden in Nederland. De NOVEX-aanpakbood samen met diverse nationale programma’s bouwstenen voor deOntwerp-Nota Ruimte.2Kamerstuk 32 847, nr. 13893Kamerstuk 34 682, nr. 228Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 102 Voor integraal ruimtelijk beleid en gebiedsgerichte uitvoering in samen-werking met medeoverheden zijn ruimtelijke informatie en ontwerpendonderzoek essentieel. Betrouwbare en toegankelijke ruimtelijke informatieover de leefomgeving vormt de basis voor het maken van zorgvuldige enverantwoorde keuzes in het ruimtelijk beleid. Data helpen de gevolgenvan beleidskeuzes zowel boven- als ondergronds integraal, driedimensi-onaal en in de tijd inzichtelijk te maken. In het Ruimtelijk ArrangementGroningen dat tijdens het BO MIRT Noord is vastgesteld is dan ook eenafspraak opgenomen over goede en snelle data-uitwisseling en hetwerken op basis van een betrouwbare en gedeelde informatiebasis. Datgeldt ook voor meeste Ruimtelijke Arrangementen die tijdens de BO’sLeefomgeving in juni 2025 zijn vastgesteld. In lijn met de meerjarenvisieZicht op Nederland4 bevorderen we daarmee datagedreven werken alsstandaardwerkwijze.In de samenwerking met medeoverheden zet het Rijk ontwerpkracht in viade Interdepartementale Ontwerpagenda en door het organiseren vanwerkplaatsen. Met de Interdepartementale Ontwerpagenda levert het Rijkbouwstenen voor de uitwerking van de richtingen en keuzes in deOntwerp-Nota Ruimte en in nationale programma’s. De Ontwerpagendabiedt overzicht en inzicht in de onderlinge samenhang van de thema’s uitde Ontwerp-Nota Ruimte. Door tussentijdse wisselwerking te organiseren,bevorderen we kennisuitwisseling en de ontwikkeling van gedeeldedenkrichtingen. Met werkplaatsen creëren we een tussenruimte bij desamenwerking met medeoverheden via de NOVEX-aanpak in provinciesen NOVEX-gebieden. In de werkplaatsen draagt ontwerpend onderzoek bijaan het overbruggen van uiteenlopende waarden, inzichten en ervaringenmet als doel te komen tot innovatieve en lokaal gedragen oplossingenvoor ruimtelijke vraagstukken.Noodzaak grootschalige woningbouw (nationaal en regionaal)Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave. Het is belangrijkdat we nu bouwen én zeker stellen dat er nog vele jaren voldoendewoningen worden gebouwd. Daarom bestendigt het kabinet in deOntwerp-Nota Ruimte de bestaande grootschalige woningbouwgebiedenen wijst vele nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aan. Het kabinetonderscheidt in de Ontwerp-Nota Ruimte gebieden die qua omvang enintegrale opgaven zo complex zijn dat ze extra rijksregie vragen (nationaalgrootschalige woningbouwgebieden) en grotere woningbouwlocaties dievooral een regionale betekenis kennen (regionaal grootschalige woning-bouwlocaties). Om de noodzakelijke groei van het aantal woningen enmeegroeiende werkgelegenheid mogelijk te maken, is – naast de bouwvan 100.000 woningen per jaar – het versterken en uitbreiden van goedeinfrastructuur essentieel om nieuwe en bestaande woongebieden enwerklocaties goed te ontsluiten. Bij de keuze en ontwikkeling van degrootschalige woningbouwlocaties blijft het bevoegd gezag altijdverantwoordelijk voor het maken van integrale ruimtelijke afwegingen,bijvoorbeeld ten aanzien van water en bodem, economie, (strategische)bedrijventerreinen, infrastructuur en landbouwgrond, zoals in deOntwerp-Nota Ruimte is opgenomen.Nationaal grootschalige woningbouwgebieden en 4 nieuwelocatiesAanvullend op de bestaande zeventien grootschalige woningbouwge-bieden, gelegen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden (figuur 1) wijst hetkabinet in de Ontwerp-Nota Ruimte vier nieuwe grootschalige woning-4Kamerstuk 29 435, nr. 266Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 103 bouwlocaties aan die extra rijksregie nodig hebben. Het gaat hierbij om delocaties Spoorzone Hengelo–Enschede (SHE), Helmond Centrum+,Alkmaar Kanaalzone en het BSK-gebied (Binnenstad Spoorzone, Kanaal-gebied) in Apeldoorn. De woningbouwplannen binnen de nationaalgrootschalige woningbouwgebieden vloeien veelal voort uit bestaande(openbare) plannen. Tegelijkertijd blijf ik gemeenten proactief vragen omstrategisch grondbeleid te voeren voor locaties die nog niet openbaar zijn,waarmee ik tevens uitvoering geef aan de motie van het lid Grinwis c.s.5De benodigde inspanningen om tot realisatie te komen vergen van allebetrokken overheden en marktpartijen focus en prioritering: met minderregels en meer investeringscapaciteit dáár bouwen waar het meestefficiënt het meeste tempo te maken is. Nationaal grootschaligewoningbouw speelt daarbij een belangrijke rol, omdat de opgave op hetvlak van ruimtelijke ordening en inrichting van nieuwe (stedelijke)leefomgevingen hiermee hanteerbaar te houden is. Voor een volgendkabinet is het de opgave om het tempo in de realisatie te verhogen endaarbij verdere slagen te maken in effectiviteit en doelmatigheid vanwoningproductie, bijvoorbeeld in publiek-privaatsamenwerkingsverband.Tijdens het BO MIRT in januari 2026 heeft de regio bepleit om ook vanuitrijkszijde te blijven werken aan structurele oplossing van belemmerendewoningbouwvoorwaarden.Regionaal grootschalige woningbouwlocatiesNaast de bovengenoemde nationaal grootschalige woningbouwgebiedenbenoemt de Ontwerp-Nota Ruimte ook 127 potentiële regionaal groot-schalige woningbouwlocaties. Deze potentiële locaties zijn door het Rijkgeselecteerd om aan de regionale woningbouwbehoefte tegemoet tekomen. Het Rijk wil met deze locaties woningbouwplannen vangemeenten ondersteunen en stimuleren door deze locaties te erkennen enzichtbaar te maken. De opname in de Ontwerp-Nota Ruimte (waarinonderscheid gemaakt wordt tussen drie typen woningbouwlocaties) zorgtvoor een sterke ruimtelijk verankering van woningbouwplannen en geeftrichting aan regionaal en provinciaal beleid. Ook Bleizo-West is alsregionaal grootschalig aangewezen en op die wijze is er tevens invullingte geven aan de motie van het lid Mooiman6.5Kamerstuk 32 847, nr. 12356Kamerstuk 32 847, nr. 1363Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 104 Uitkomsten Bestuurlijke Overleggen MIRT 2025Ik licht de uitkomsten hieronder toe. Een volledig overzicht van deafspraken per landsdeel is opgenomen als bijlage bij deze Kamerbrief.1. Volkshuisvesting Afspraken over de inzet van financiële middelenWoningbouw op Korte Termijn (WoKT)€ 1,3 miljard van de € 2,5 miljard inframiddelen wordt ingezet voorvoorstellen gericht op Woningbouw op Korte termijn (WoKT). Met deWoKT investeert het Rijk gericht in nationale, regionale én lokaleinfrastructurele maatregelen die woningbouwlocaties ontsluiten enbereikbaar maken. Op basis van de vastgestelde criteria en de beoor-deling worden 106 voorstellen gehonoreerd, verspreid over 88gemeenten. Deze 106 voorstellen tellen op tot de realisatie van ongeveer159.000 woningen waarvan de bouw op korte termijn (vóór 2034) zalstarten. Hierover is uw Kamer op 10 november 2025 meer specifiekgeïnformeerd7.GebiedsbudgetHet Gebiedsbudget van € 877 miljoen is voor gebiedsgerichte maatre-gelen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van woningen in denationaal grootschalige woningbouwgebieden, zoals maatregelen voor detoekomstbestendigheid en (her)inrichting van de openbare ruimte in deSpoorzone in Den Bosch en het Stationsgebied in Nijmegen. Dit wordtingezet naast het budget van ca. € 1,2 mld. aan inframaatregelen voorontsluiting van grootschalige woningbouw. Dit ter bevordering van dewoningbouwambitie van 100.000 nieuwe woningen per jaar (waarvan 2/37Kamerstuk 32 847, nr. 1389Figuur 1 Overzicht NOVEX-verstedelijkingsgebieden in relatie tot nationaal grootschaligewoningbouwgebieden en regionaal grootschalige woningbouwgebieden. De NOVEX-landelijkegebieden en haven- en industriegebieden zijn op deze kaart niet weergegeven, met uitzonderingvan Arnhem–Nijmegen-Foodvalley dat zowel opgaven heeft in het landelijk gebied alsook verste-delijkingsopgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 105 betaalbaar), zoals ook benoemd in het Hoofdlijnenakkoord. Een derde vandeze ambitie wordt in de nationaal grootschalige woningbouwgebiedentot en met 2034 gerealiseerd. De bijdrage vanuit het gebiedsbudget voorhet dekken van de tekorten op de gebiedsontwikkeling komt aanvullendop de verwachte dekking die gemeenten ontvangen vanuit de realisatiesti-mulans: een vaste bijdrage van € 7.370 voor elke betaalbare woningwaarvan de startbouw plaatsvindt vóór 2030 binnen de scope van hetgehele grootschalige woningbouwgebied.Zowel de huidige 17 nationaal grootschalige woningbouwgebieden als denieuwe locaties in Hengelo, Enschede, Apeldoorn, Helmond en Alkmaar,zoals aangewezen in de Ontwerp-Nota Ruimte, kwamen voor een bijdrageuit het Gebiedsbudget in aanmerking. Daartoe zijn deze nieuwe locatiesopgenomen in de gewijzigde Regeling gebiedsbudget die per 1 december2025 in werking is getreden. Het beperkte budget voor infrastructuur enmobiliteit in de nationaal grootschalige woningbouwgebieden heeftgeleid tot het besluit om aan de, in de Ontwerp-Nota Ruimte aangewezen,nieuwe nationaal grootschalige woningbouwgebieden nu alleen Gebieds-budget toe te kennen, hoewel duidelijk is dat dit nu niet genoeg zal zijnvoor de totale ontwikkeling van deze locaties. Het is aan een nieuwKabinet om te bezien hoe de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen alsnoggeborgd kunnen worden en het Rijk blijft hierover met de betreffendegemeenten in gesprek. Daarnaast is de locatie Cortelande in de gemeenteZuidplas, opgenomen in de gewijzigde Regeling gebiedsbudget. Dezelocatie is door het Rijk al in 2004 aangewezen als ontwikkellocatie voorgrootschalige woningbouw en voldoet wat betreft woningbouwpotentie,complexiteit en inhoudelijke opgaven aan alle kenmerken van eennationaal grootschalige woningbouwlocatie waarvoor extra Rijksregienodig is.Voor de verdeling van het Gebiedsbudget en het beschikbare infrabudgetvoor nationaal grootschalige woningbouwgebieden hebben degemeenten die in aanmerking kwamen een propositie opgesteld. Deingediende proposities zijn beoordeeld aan de hand van het geactuali-seerde afweegkader dat in het voorjaar van 2025 als bijlage bij deKamerbrief Uitkomsten BO’s Leefomgeving 2025 met uw Kamer isgedeeld. Hierbij is ook een inschatting gemaakt van de maakbaarheid enuitvoerbaarheid van de beoogde mobiliteitsmaatregelen en waarmeetevens invulling wordt gegeven aan de motie van de leden Mooiman c.s.8inzake het betrekken van partijen op het gebied van mobiliteit bij derelevante planvorming.In het NOVEX-gebied Utrecht–Amersfoort is voor de MIRT-verkenning OVen Wonen een voorlopig voorkeursalternatief (VKA) vastgesteld waarbijde Merwedelijn een verdiepte ligging krijgt. Daarmee zetten Rijk en regiostappen in de verdere ontwikkeling van Groot Merwede en Rijnenburg.Voor de aanleg van de Merwedelijn is door het Rijk aanvullend op eerderefinanciële reserveringen € 562 miljoen gereserveerd. Tijdens het debatover de Voorjaarsnota zegde ik uw Kamer toe inzicht te geven in deplanning van de bouwprojecten voorafgaand aan de bouw in Rijnenburg.Daartoe riep de motie van het lid Peter de Groot9 ook op. Daarnaast isafgesproken dat in Utrecht Groot Merwede de gemeenten Utrecht enNieuwegein 25.500 woningen realiseren tot en met 2030. Het betreft onderandere een groot deel van de Merwedekanaalzone en de ontwikkelingenNieuwegein City en Rijnhuizen. Zoals afgesproken in het Akkoord vanRijnenburg tijdens de Woontop in december 2024 wordt de ontwikkelingvan Merwedekanaalzone deelgebied 6 versneld en is het doel de bouw in8Kamerstuk 32 847, nr. 12299Kamerstuk 36 725 XXII, nr. 23Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 106 de rest van de A 12-zone in 2030 te starten, gevolgd door Rijnenburg in2035. Van ongeveer de helft van alle woningen (ca. 6.000) in deelgebied 5,heeft de startbouw in 2025 plaatsgevonden. Zoals de motie van het lidPeter de Groot10 verzoekt, houd ik druk op de regio om zo snel alsmogelijk te starten met de ontwikkeling van Rijnenburg.2. Ruimtelijke Ordening Uitvoering in NOVEX-gebieden en via regionale samenwerkingIn de 16 NOVEX-gebieden werken Rijk en regio samen met de stake-holders aan gebiedsgerichte uitvoering van de fysieke opgaven en decomplexe stapeling daarvan. Want uiteindelijk moet de schop in de grond.De NOVEX-aanpak draagt rechtstreeks bij aan versnelling van dewoningbouw in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden, toekomstperspectiefvoor de NOVEX-landelijke gebieden en versnelde aanpak van detransitieopgaven in de NOVEX-haven- en industrieclusters die cruciaal zijnvoor het toekomstig verdienvermogen, strategische autonomie enleveringszekerheid van Nederland.Voor alle 16 NOVEX-gebieden is inmiddels een ontwikkelperspectiefbestuurlijk vastgesteld. Voor alle NOVEX-gebieden met uitzondering vanNOVEX-gebied Lelylijn en NOVEX-gebied Groningen | MasterplanZeehavens is een uitvoeringsagenda bestuurlijk vastgesteld. Het ontwik-kelperspectief biedt een gezamenlijk toekomstbeeld voor de ruimtelijkeontwikkeling van een NOVEX-gebied. De uitvoeringsagenda bevatafspraken over wie wat doet en wanneer om het ontwikkelperspectief terealiseren. Momenteel werken Rijk en regio in de NOVEX-gebiedenregionale investeringsagenda’s (RIA’s) uit.Ook buiten de NOVEX-gebieden werken Rijk en regio met elkaar samenaan versnelling van de uitvoering. In de Ontwerp-Nota Ruimte staat datook in de regio’s Twente, Stedendriehoek (Apeldoorn–Deventer–Zutphenen omgeving) en Limburg Centraal (omgeving van de intercitystationsVenlo, Weert, Roermond, Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht) verstede-lijkingsstrategieën worden opgesteld. Hier werken de regio’s en het Rijkgezamenlijk aan. Rond de Nedersaksenlijn werken Rijk en regio samenaan een gebiedsverkenning.NOVEX-verstedelijkingsgebiedenIn de NOVEX-verstedelijkingsgebieden bevinden zich de 17 reedsbestaande nationaal grootschalige woningbouwgebieden (figuur 1). Metde middelen waarover tijdens de BO’s MIRT afspraken zijn gemaakt(€ 2,5 miljard en € 877 miljoen gebiedsbudget) wordt in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden concreet resultaat geboekt ten behoeve van ruim850.000 woningen en de bereikbaarheid van de woningen en werklocaties.Voor de MIRT-verkenning Oude Lijn hebben Rijk en regio tijdens het BOMIRT afgesproken om eerst te starten met de onderdelen die het meestbijdragen aan de verstedelijkingsopgave in het NOVEX-gebied ZuidelijkeRandstad en verder te blijven werken aan alle onderdelen die nodig zijnvoor de schaalsprong van de Oude Lijn. Dit is nodig omdat er op ditmoment nog niet voldoende middelen beschikbaar zijn om alle onder-delen van de MIRT-verkenning uit te voeren. Om de volgende fase(planstudiefase) voor de stations Leiden Centraal, Schiedam Centrum enDen Haag Laan van NOI in te gaan is een Rijksbijdrage van circa€ 140 miljoen geleverd uit de hiervoor genoemde € 2,5 miljard. Voorknooppunt Dordrecht zijn partijen het eens over de benodigde maatre-10Kamerstuk 36 725 XXII, nr. 23Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 107 gelen, maar moeten nadere afspraken worden gemaakt over de daarbijbehorende kostenverdeling. Parallel wordt verder uitgewerkt wat nodig isvoor frequentieverhoging naar 8 sprinters per uur. De verkenning naar deaanleg van de nieuwe stations Dordrecht Leerpark, Rijswijk Buiten,Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle en de daarvoor benodigdespoorverdubbeling tussen Delft en Schiedam wordt in 2026 afgerond.Met de Ontwerp-Nota Ruimte kiest het kabinet voor versterking enuitbreiding van het stedelijk netwerk Nederland en krachtige regio’s meteen eigenstandig karakter. Het is aan een volgend kabinet om – inaansluiting op de Ontwerp-Nota Ruimte – besluiten te nemen over eenlangjarig gerichte strategie voor programmering en bekostiging vaninfrastructuur. De probleemanalyse, de lijst met mogelijke structuurver-sterkende projecten, varianten van alternatieve bekostiging en degeschetste oplossingsrichtingen in de Kamerbrief «Langetermijnper-spectief infrastructuur en woningbouw»11 dragen hieraan bij.Voor het NOVEX-gebied Regio Groningen–Assen is tijdens het BO MIRTde uitvoeringsagenda 2.0 vastgesteld. Hierin zijn uitvoeringsafsprakengemaakt die beschrijven hoe Rijk en regio via gebiedsgerichte samen-werking en integrale planning de randvoorwaarden voor verstedelijkingcreëren. Dit levert een bijdrage aan de realisatie van 36.000 woningen en28.000 arbeidsplaatsen tot 2040. Rijk en Regio concretiseren de RIA enagenderen op het BO Leefomgeving 2026 een volgende versie. Voor deNOVEX-gebieden Stedelijk Brabant en Regio Zwolle is afgesproken om dekomende periode aan een concreet voorstel voor een RIA te werken alsvervolg en verdieping op de uitvoeringsagenda. Voor het NOVEX-gebiedMetropoolregio Amsterdam (MRA) zijn de verdieping op de uitvoeringsa-genda en de vervolgstappen van een RIA besproken. Voor het NOVEX-gebied Utrecht Amersfoort zijn er – naast een doorkijk over de vervolg-stappen – ook afspraken gemaakt over de MIRT-verkenning «OV enWonen» en het MIRT-onderzoek «A12-zone». Voor het NOVEX-gebiedLelylijn is een update gegeven over de stand van zaken rondom hetMasterplan Lelylijn. Dit masterplan heeft als doel om de benodigdebeslisinformatie te leveren voor de Lelylijn. Een besluit over het vervolg isaan het volgende kabinet.Voor het NOVEX-gebied Arnhem–Nijmegen-Foodvalley zijn de vervolg-stappen, die zowel betrekking hebben op doelstellingen voor verstede-lijking als landelijk gebied, onder het kopje NOVEX-landelijke gebieden tevinden.Verstedelijkingsstrategieën Twente, Stedendriehoek en LimburgCentraalTijdens het BO Leefomgeving van 2024 is afgesproken om voor de regio’sTwente, de Stedendriehoek (Apeldoorn–Deventer–Zutphen en omgeving)en Limburg Centraal (omgeving van de intercitystations Venlo, Weert,Roermond, Sittard-Geleen, Heerlen en Maastricht) gezamenlijke verstede-lijkingsstrategieën op te stellen. De Ontwerp-Nota Ruimte stelt dat in dezeregio’s een grotere ontwikkeling mogelijk is. Dit proces is al in volle gang.Voor Twente hebben Rijk en regio de ontwikkelprincipes voor verdereontwikkeling van de verstedelijkingsstrategie onderschreven. Aan de handvan deze ontwikkelprincipes wordt de verstedelijkingsstrategie verderuitgewerkt en worden ruimtelijke keuzes gemaakt. Voor de regio Steden-driehoek hebben Rijk en regio stilgestaan bij de mogelijke varianten voorverstedelijking die op dit moment onderwerp zijn van ontwerpendonderzoek. Deze varianten helpen om te komen tot een gedragenverstedelijkingsstrategie. Voor Limburg Centraal is een tussenstand11Kamerstuk 29 435, nr. 270Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 108 besproken en wordt toegewerkt naar vaststelling van de verstedelijkings-strategie op het BO Leefomgeving 2026.Gebiedsverkenning MIRT-verkenning NedersaksenlijnOp 6 oktober hebben Rijk en regio de startbeslissing voor deMIRT-verkenning Nedersaksenlijn genomen. Een belangrijke mijlpaal enstartsein voor de werkzaamheden in deze verkenning. Tijdens het BOMIRT hebben Rijk en regio het startdocument voor de verkenninggebiedsontwikkeling Nedersaksenlijn vastgesteld. Deze verkenning steltde ruimtelijke, economische en sociale uitwerking en impact van deNedersaksenlijn centraal, met het versterken van de brede welvaart alsrode draad. De verkenning gebiedsontwikkeling loopt parallel op met deMIRT-verkenning Nedersaksenlijn; beide trajecten vullen elkaar wederzijdsaan.NOVEX-haven- en industrieclustersIn de NOVEX-haven- en industrieclusters werken Rijk en regio aan deduurzame ontwikkeling van de haven- en industriegebieden insamenhang met leefomgevingskwaliteit, duurzame bereikbaarheid enlogistiek en een balans met de opgaven in de omgeving zoalswoningbouw en een robuust en klimaatadaptief watersysteem. Het gaatom de NOVEX-gebieden North Sea Port District, Rotterdamse haven,Noordzeekanaalgebied, Groningen | Masterplan Zeehavens, Zuid-Limburgen Schiphol. Deze gebieden spelen een sleutelrol voor het duurzaamverdienvermogen, de werkgelegenheid, de strategische autonomie en deleveringszekerheid van Nederland. In de Ontwerp-Nota Ruimte beschouwthet Rijk de vijf energie-intensieve clusters als van nationaal belang enkiest ervoor de Rijksregie in en om de clusters te versterken. Het Rijk gaatde fysieke contouren en milieucontouren van de industrieclusters vanrijkswege vastleggen. Haven- en industriële functies en grootschaligeenergiefuncties krijgen in en waar mogelijk rond de vijf industrieclustersvoorrang boven andere functies. Daarnaast verkent het Rijk hande-lingsperspectieven voor onder meer betere benutting van (fysieke enmilieu) ruimte, strategische specialisaties en uitbreidingen. Daarbij is ookde samenhang tussen de energie-intensieve clusters van belang en wordtook de relatie gelegd met lopende trajecten en verkenningen in en voor dehaven- en industrieclusters. Tijdens de BO’s MIRT is gesproken over deNOVEX-gebieden North Sea Port District, Zuid-Limburg en Rotterdamsehaven.Voor het NOVEX-gebied North Sea Port District is afgesproken om dekomende periode aan een concreet voorstel voor een investeringsagendate werken als vervolg en verdieping op de uitvoeringsagenda. Voor hetNOVEX-gebied Zuid-Limburg is tijdens dit BO MIRT een tweede versie vaneen gecombineerde uitvoerings- en investeringsagenda vastgesteld. Indeze uitvoerings- en investeringsagenda zijn projecten geprioriteerd en iser verbinding gemaakt met bestaande nationale programma’s. Tijdens hetBO MIRT Zuid heeft de provincie Limburg de oproep gedaan om tot eengezamenlijke (versnellings)aanpak te komen voor het urgente vraagstukvan netcongestie. De provincie heeft daarbij gewezen op het belang vande verzwaring van de hoogspanningsverbinding Maasbracht–Graetheideook in relatie tot industriecluster Chemelot, dat in de Ontwerp-NotaRuimte als van nationaal belang wordt benoemd. Rijk, regio en netbe-heerders onderschrijven het belang van een voortvarende realisatie vannetuitbreidingsprojecten, onder andere vanwege de verduurzaming vanindustriecluster Chemelot. In de zomer van 2025 is het Ministerie vanKlimaat en Groene Groei gestart met een versnellingsaanpak, gericht ophet oplossen van knelpunten in wet- en regelgeving en het versnellen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 109 procedures. Onderdeel van de versnellingsaanpak is een projectenaanpak.De verzwaring van de hoogspanningsverbinding Maasbracht–Graetheideen de bijbehorende realisatie van een nieuw 380 kV-station Einighausen isopgenomen als doorbraakproject in de projectenaanpak. Het Rijk neemtook de mogelijkheden van de voormalige Crisis- en Herstelwet die zijnovergegaan naar de Omgevingswet, waaronder de experimenteerbe-paling, in beschouwing. Rijk en regio blijven in gesprek en onderhoudennauw contact over het vraagstuk van netcongestie.Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en hetHavenbedrijf Rotterdam hebben afgesproken een verkenning te startennaar verschillende oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek in dehaven en de impuls voor de leefomgeving van het Rotterdamse haven-gebied (NOVEX Rotterdamse Haven).12 De koppeling van de tweedoelstellingen – oplossing van het dreigende ruimtetekort en de impulsvoor de leefomgeving – onderkent het belang van een sterke metropoolen een vitale regio voor de transitie van de haven. Voor de opgave«ruimtegebrek in de haven» geldt zorgvuldig ruimtegebruik alsuitgangspunt. Zeewaartse uitbreiding is geen doel op zich en geenautomatisme, maar één van de te verkennen oplossingsrichtingen. Datgeldt ook voor de oplossingsrichting herinrichten en herontwikkelen vanbestaande bedrijventerreinen in de regio. In de verkenning wordenaspecten zoals stikstofdepositie, de noodzaak tot natuurcompensatie, degevolgen voor de visserij en het behoud van een strategischezandvoorraad voor de toekomstige waterveiligheid van Nederland inbeschouwing genomen en meegewogen. Natuurcompensatie in geval vaneen eventuele zeewaartse uitbreiding wordt bij voorkeur kwantitatiefbenaderd. Daarbij is het streven de gevolgen voor de visserij te minimali-seren. Provincie Zeeland heeft tijdens het BO MIRT Zuidwest het belangvan afstemming over de verkenning met de Provincie Zeeland benadrukt.In een procesconvenant worden afspraken gemaakt met omgevingspar-tijen over hun rol en betrokkenheid bij de verkenning. Rijkswaterstaatdraagt zorg voor het beheer en onderhoud van de vaargeul Slijkgat. Methet Havenbedrijf Rotterdam zijn aanvullende afspraken gemaakt over dedoorvaart van het Slijkgat, zodat visserijschepen de haven van Stellendamoptimaal kunnen bereiken. Dit betreft een bestaande afspraak zoalsovereengekomen in het Akkoord van Alders.NOVEX-landelijke gebiedenHet kabinet werkt aan het terugdringen van stikstofemissies, aanpas-singen van het juridisch systeem en Nederland van het slot brengen. Inhet Startpakket Nederland van het slot13 heeft dit kabinet via deVoorjaarsnota € 600 miljoen beschikbaar gesteld voor een regionalemaatwerkaanpak op de Veluwe en in de Peel, gericht op stroken rondomde Natura 2000-gebieden. Deze twee gebieden overlappen (deels) metNOVEX-gebied Arnhem Nijmegen-Foodvalley en NOVEX-gebied De Peel.Met de regio’s wordt gewerkt aan de uitwerking van de maatregelen. Inhet Vervolgpakket Nederland van het slot14 is een gebiedsgerichte aanpakvoor de Rotterdamse haven, Brainport Eindhoven en het Groene Hartaangekondigd. De aanpak is gericht op het versoepelen van de vergun-ningverlening. Het kabinet is van plan om specifiek voor deze gebieden testarten met een aanpak om (economische) activiteiten weer mogelijk temaken. Voor deze gebieden is een richtinggevend en indicatief budget van12Het Startdocument is te vinden op https://www.novexrotterdamsehaven.nl/downloads/startdocument.13Kamerstuk 35 334, nr. 36214Kamerstuk 35 334, nr. 413Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1010 € 242 miljoen voorzien. Met de betreffende regio’s wordt via eengebiedsgerichte aanpak gewerkt aan verdere uitwerking van de maatre-gelen.Het NOVEX-gebied De Peel is op basis van Ontwikkelperspectief 2050 ende Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda gestart met dertigimpulsprojecten, opschaalbare initiatieven die variëren van landbouw-innovaties en natuurherstel tot ondernemerschap en het versterken vande leefbaarheid. De gezamenlijke inzet laat zien hoe de betrokkenoverheden als één overheid en in samenspraak met maatschappelijkeorganisaties, ondernemers en inwoners de beweging in gang zetten naareen duurzame, leefbare en ondernemende Peel, met de streek nadruk-kelijk aan zet.Voor NOVEX-gebied Arnhem–Nijmegen-Foodvalley is besproken datwordt gewerkt aan een netwerkanalyse 2030–2040 die in 2026 wordtverwacht. Daarnaast is besloten het onderzoek naar «groene scheggen»verder uit te werken in een uitvoeringsstrategie. Verder is afgesproken deopgaven voor dit NOVEX-gebied te bezien in samenhang met demaatregelen die worden ontwikkeld in rivierenprogramma’s zoals Ruimtevoor de Rivier 2.0 en programma’s voor het landelijk gebied, zoals deinterbestuurlijke Aanpak Veluwe en de strokenaanpak van de ProvincieGelderland.Ruimtelijk Arrangement provincie GroningenTijdens de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving in juni 2025 hebben Rijken 11 provincies wederkerige bestuurlijke afspraken gemaakt over deruimtelijke vertaling van nationale en regionale maatschappelijke opgavenin een provincie en door eerste Ruimtelijke Arrangementen vast te stellen.Zo stemmen Rijk en provincies nationaal en provinciaal omgevingsbeleidop elkaar af. Met de provincie Groningen is de procesafspraak «Op wegnaar het Ruimtelijk Arrangement» ondertekend, waarin met het toenrecent aangetreden college van gedeputeerde staten is afgesproken om inhet najaar van 2025 een Ruimtelijk Arrangement vast te stellen. Afgelopenmaanden heeft open en constructief overleg plaatsgevonden tussen deprovincie en het Rijk met als gezamenlijk resultaat de ondertekening vanhet Ruimtelijk Arrangement voor de provincie Groningen tijdens het BOMIRT.Tijdens de BO’s Leefomgeving in het voorjaar van 2026 zullen Rijk enprovincies het gesprek over de wisselwerking tussen nationaal enregionaal omgevingsbeleid voortzetten en de voortgang van de gemaakteafspraken bespreken. Daar waar nodig kunnen de huidige afsprakenworden geactualiseerd of herzien. Momenteel wordt het proces van deeerste Ruimtelijke Arrangementen geëvalueerd om daarvan gezamenlijkte leren voor het vervolg van de samenwerking tussen Rijk en provinciesop het terrein van ruimtelijke ordening. Tijdens de BO’s Leefomgeving injuni 2026 zal het uitvoeringsvoorstel voor dit vervolg worden besproken.Tot slotHet afgelopen jaar hebben Rijk en regio betekenisvolle stappen gezet bijhet aanpakken van de ruimtelijke opgaven in Nederland. Ik noem er eenpaar.Met de Ontwerp-Nota Ruimte zet het Rijk een grote stap bij het hernemenvan de nationale regie op de ruimtelijke ordening, maar het Rijk kan datuitdrukkelijk niet alleen. De eerste generatie van Ruimtelijke Arrange-menten, die Rijk en provincies tijdens de BO’s Leefomgeving in juni 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1011 en voor Groningen tijdens het BO MIRT hebben ondertekend, zijn eensprekend voorbeeld van de vernieuwde samenwerking tussen alleoverheden bij de inrichting van Nederland. De voortgang in de NOVEX-gebieden laat zien dat gebiedsgericht werken werkt. Met de NOVEX-aanpak kunnen bestuurlijke afspraken op breed draagvlak rekenen.Met de investeringen waarover tijdens de BO’s MIRT afspraken zijngemaakt wordt ingezet op het terugdringen van het woningtekort.Tegelijkertijd blijft ook met deze investeringen de druk op de woningmarkten de bereikbaarheid hoog. De urgente ruimtelijke opgaven vragenblijvend om nationale regie, toegankelijke en betrouwbare ruimtelijkeinformatie als basis voor ruimtelijke keuzes, versterking van de uitvoe-ringskracht en bovenal samenwerking tussen het Rijk, provincies,gemeenten, waterschappen en met de samenleving. Het is aan een nieuwkabinet om hier structureel in te investeren.Met gepaste trots en waardering blik ik terug op de gezamenlijkeresultaten. Tijdens de BO’s Leefomgeving in het voorjaar van 2026 zullenRijk en regio het gesprek vervolgen om de voortgang te bespreken envervolgstappen te zetten. Voor de woningzoekende, de ondernemer en devolgende generatie.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1012
Gerelateerde bronnen
- De minister stuurt een overzicht van de planning van de bouwprojecten voorafgaand aan de bouw in Rijnenburg.
De minister stuurt een overzicht van de planning van de bouwprojecten voorafgaand aan de bouw in Rijnenburg.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.