Eerste halfjaarbericht politie 2025
Brontekst
Versie 95804167308ec098 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 628PolitieNr. 1277 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 juni 2025InleidingIn dit halfjaarbericht informeer ik uw Kamer over de staat van de politie.In deze brief sta ik allereerst stil bij de inspanningen die onze politie-mensen leveren. Vervolgens ga ik achtereenvolgens in op de meerjaren-begroting van de politie; de zichtbaarheid en benaderbaarheid van depolitie, in het bijzonder de rol die fysieke politielocaties hierbij spelen(naar aanleiding van de motie van het lid Van Nispen1); en de ultiemepoging om opties voor verlenging van de bewaartermijn van politiege-gevens te verkennen.In bijlage 1 bij deze brief zijn de kerncijfers van de politie visueel weerge-geven; bijlage 2 bevat een visuele weergave van de politiebegroting diebeoogt meer inzicht te geven in de besteding van middelen, in opvolgingvan de motie van het lid Michon-Derkzen2; in bijlage 3 informeer ik u overde stand van zaken van gedane toezeggingen, moties en andere aanvul-lende zaken; bijlage 4 geeft een uiteenzetting van de belangrijksteontwikkelingen van het afgelopen half jaar ten behoeve van de interna-tionale politiesamenwerking; bijlage 5 bevat de eerste openbarerapportage van de adviescommissie Eenheid Landelijke Opsporing (LO)en Eenheid Landelijke Expertise en Operaties (LX) onder leiding van dhr.Schneiders.Inspanningen van onze politiemensenVertrouwen- en reputatiemonitor politie 2024Ik ben alle politiemedewerkers dankbaar voor de inspanningen die zij ookhet afgelopen half jaar weer hebben geleverd om ons land veilig te1Kamerstuk 29 628, nr. 12312Kamerstuk 36 600 VI, nr. 80 kst-29628-1277ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12771 houden. Deze inspanningen lijken zich te vertalen in maatschappelijkvertrouwen. Uit de jaarlijkse vertrouwen- en reputatiemonitor3 blijkt dathet vertrouwen van de samenleving in de politie goed en stabiel is. Ik benook blij dat uit de monitor blijkt dat een meerderheid van politiemensenvertrouwen heeft in de politie als werkgever, al blijft de werkdruk hoog.Voorbereidingen voor de NAVO-top in Den HaagUw Kamer is op 25 april jl. per brief geïnformeerd over de voortgang vande organisatie van de NAVO-top op 24 en 25 juni a.s. in Den Haag.4 Zoalsbekend, vraagt de NAVO-top om een omvangrijke inzet van politie enDefensie. De voorbereidingen voor de NAVO-top vorderen goed. Er isregelmatig overleg tussen de politie, de vertegenwoordigers van degezagen en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid(NCTV).Politiemensen zullen in de periode rondom de NAVO-top een extrainspanning leveren om ervoor te zorgen dat het reguliere politiewerkzoveel als mogelijk doorgang kan vinden en de NAVO-top ongestoord,veilig, waardig en gastvrij kan verlopen. Ik wil politiemensen, die deorganisatie van de NAVO-top in Den Haag mede mogelijk maken,andermaal bedanken voor hun professionaliteit en toewijding.MeerjarenbegrotingZoals bekend, laat de meerjarenraming van de politie tussen 2026 en 2029een oplopend exploitatietekort zien.5 De politie heeft een TaskforceOmbuigingen ingesteld, die de knelpunten in de politiebegroting in kaartheeft gebracht. Uit de doorlichting van deze Taskforce blijkt dat definanciën van de politie om meerdere redenen onder druk staan.Ten eerste is er sprake van hogere, onvermijdbare kosten voor hetpolitiepersoneel die worden gemaakt vanuit goed werkgeverschap. Hetbetreft onder meer de vangnetregeling voor veilig en gezond werken enuitgaven in verband met arbeidsongeschiktheid. Daarnaast ontbreektstructurele dekking voor afspraken die rond doorstroombeleid vooroperationeel personeel zijn gemaakt in de politie-cao en de dekking voorenkele andere posten, waaronder screening door de AIVD en functieher-waardering voor de heimelijke opsporing.Ten tweede lopen de kosten voor informatievoorziening (IV) en digitali-sering sterk op. De kostenstijgingen zijn voornamelijk het gevolg van eentoename in dataverbruik, noodzakelijke investeringen in cybersecurity,kostenstijgingen van IV-contracten en de groei van beheerlasten. Nietalleen bij de politie is sprake van een dergelijke toename aan kosten, ookbij ministeries, taakorganisaties en agentschappen nemen de IV-uitgavenfors toe. Ondanks kostenbesparende maatregelen, is het bestaandebudget niet toereikend om de politie op het vlak van IV en digitaliseringtoekomstbestendig te houden door middel van noodzakelijkevernieuwingen.Ten derde is er sprake van hogere huisvestingskosten, in het bijzonder alshet gevolg van wettelijke verplichtingen op het vlak van verduurzaming.3https://www.politie.nl/nieuws/2025/mei/2/00-vertrouwen-in-politie-onder-burgers-ook-in-2024-goed.html4Kamerstuk 28 676, nr. 4995Kamerstuk 29 628, nr. 1254Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12772 Tot slot is er bij de politie sprake geweest van meerdere taakstellingen, alsgevolg van overheidsbrede taakstellingen.De initiële doorlichting van de politie liet een aanzienlijke opgave zien(oplopend tot circa € 800 mln. structureel). De politie heeft deze opgavezelf teruggebracht door keuzes en financieel-technische maatregelen diede taakuitvoering van de politie niet raken. De financiële restproblematiekbedraagt in 2026 tientallen miljoenen loopt op tot structureel ongeveer€ 300 mln. vanaf 2030.De korpschef en ik zijn in gesprek met de gezagen over het financiëletekort bij de politie. Als Minister van Justitie en Veiligheid moet ik opgrond van artikel 34 van de Politiewet 2012 een begroting voor hetkomende begrotingsjaar vaststellen. Omdat er vanaf 2026 een resterendfinancieel tekort van tientallen miljoenen ontstaat, moet de korpschefreeds in 2026 beheersmaatregelen treffen om de politiebegroting sluitendte krijgen. De korpschef zal de operationele slagkracht ontzien bij hetoplossen van het financiële tekort voor 2026. Zo zullen de basisteams(gebiedsgebonden politie en opsporing) in 2026 buiten beschouwingworden gehouden. Ook wordt in 2026 niet getornd aan de instroom.Het past mij als demissionair Minister van Justitie en Veiligheid niet omverstrekkende, meerjarige besluiten te nemen. Tegelijkertijd zal dekorpschef de komende periode vanuit haar beheersverantwoordelijkheidvoorstellen moeten voorbereiden om de politiebegroting meerjarig tesluiten. De gezagen zullen worden betrokken bij het voorbereiden vandeze voorstellen, teneinde deze in de politiebegroting 2027 te kunnenimplementeren. Daarbij blijven de korpschef en ik inzetten op behoud vande operationele slagkracht van de politie.De korpschef en ik hebben voorgaande met de gezagen besproken in hetLandelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) op 12 juni jl. Het gesprekmet de gezagen wordt voorgezet op 30 juni a.s.Zichtbaarheid en benaderbaarheidNaar aanleiding van de motie van het lid Van Nispen6 en in navolging vanmijn brief van 21 februari 20257 heb ik in het commissiedebat politie op16 april 2025 toegezegd8 in dit halfjaarbericht in te gaan op de ontwikke-lingen rondom de sluiting van politiebureaus. Naar aanleiding van mijntoezegging heb ik de korpschef gevraagd de consequenties van deuitvoering van de motie Van Nispen nader in kaart te brengen.Voor mij, de korpschef en de gezagen staat buiten kijf dat de politiemaatschappelijk verbonden moet zijn en zichtbaar en bereikbaar vooreenieder die dat nodig heeft. Ons gezamenlijke uitgangspunt is datzichtbaarheid en nabijheid toekomstbestendig vorm moet krijgen. Bijtoekomstbestendige zichtbaarheid en nabijheid spelen verschillendeelementen een rol. Ik zet in op de juiste combinatie van fysiek contact opstraat, contact vanuit permanente fysieke locaties, mobiele vormen vanfysiek contact, innovatieve loketten, digitale kanalen en andere manierenom in contact te komen met de politie.Voor de gebiedsgebonden politie (GGP) gaat het huisvestingsbeleid vande politie uit van één teambureau voor ieder basisteam, waar nodigondersteund met grote en kleine politieposten. Verschillende functies van6Kamerstuk 29 628, nr. 12317Kamerstuk 29 628, nr. 12538TZ202504, nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12773 fysieke politielocaties dragen bij aan de zichtbaarheid en bereikbaarheidvan de politie, in het bijzonder de publieksfunctie (de mogelijkheid van hetdoen van een melding of aangifte op locatie) en de opkomstfunctie (delocatie waar agenten hun dienst beginnen). Deze functies hoeven echterniet noodzakelijk op een teambureau te worden belegd; ze kunnen ookworden belegd op (eventueel nieuw te openen) kleine of grotepolitieposten.Per geval bekijkt de politie in overleg met het lokaal gezag welke functiesop een fysieke politielocatie moeten worden belegd voor een zo passendmogelijke dienstverlening. Het hebben van een opkomst- of publiekslo-catie naast het teambureau is vooral bij een uitgestrekt basisteamgebiedfunctioneel om verbinding met de omgeving te kunnen maken. In hetalgemeen is de keuze voor het sluiten van een politielocatie altijdgekoppeld aan investeringen in een nieuwe locatie of de aanpassing vaneen teambureau of politiepost. Op grond van het huidige huisvestings-beleid zal het totaal aantal politielocaties met een publieks- en opkomst-functie uiteindelijk in vergelijking met het huidige aantal licht afnemen,maar deze functies zullen in sommige gevallen worden verplaatst van eenpolitiebureau naar een politiepost.Het huisvestingsbeleid is dus een belangrijk element van de zichtbaarheiden benaderbaarheid van de politie. Het beleid komt tot stand in goedoverleg met het lokaal gezag, waarbij wordt bekeken welke vorm vanfysieke aanwezigheid passend is gelet op het werkgebied, de operationelewerkzaamheden van de politie en de geldende (financiële) kaders. Hethuidige huisvestingsbeleid zet in op het behoud van belangrijke publieks-functies, ondanks dat het totaal aantal politielocaties licht zal afnemen.Niettemin roept de motie Van Nispen de regering op een pas op de plaatste maken bij het sluiten van politiebureaus. De consequenties van eendergelijke pas op de plaats zijn verstrekkend en houden onlosmakelijkverband met de hierboven aangekondigde voorbereidingen die dekorpschef in gang zet voor keuzes om de meerjarenbegroting te sluiten.Zoals eerder in deze brief toegelicht, zullen er bij een ongewijzigdfinancieel kader keuzes moeten worden gemaakt om de politiebegrotingmeerjarig sluitend te krijgen. In dit proces is het behoud van zichtbaarheiden bereikbaarheid een belangrijk uitgangspunt. Huisvesting is één van deaspecten van zichtbaarheid en nabijheid van de politie, maar niet hetenige. Omdat keuzes ten aanzien van de huisvesting onlosmakelijksamenhangen met andere delen van de begroting, zal de opvolging vande motie Van Nispen moeten worden betrokken bij het proces dat dekorpschef in gang zet. Alleen zo kunnen zorgvuldige keuzes wordenvoorbereid, waarbij oog is voor onderlinge afhankelijkheden binnen depolitiebegroting.Ultieme poging verlenging bewaartermijn politiegegevensIn het commissiedebat politie op 16 april jl. heb ik toegezegd dat ik eenultieme poging zal doen om de opties voor de verlenging van debewaartermijn van politiegegevens te verkennen en dat ik uw Kamerhierover voor de zomer zou informeren.9 Mijn ultieme poging omvatdrie sporen. Ten eerste heb ik de korpschef verzocht in kaart te brengenwelke mogelijkheden er zijn om de gegevensset in omvang te beperken.Ten tweede ga ik in gesprek met de Raad van State over eventuelejuridische ruimte in de voorlichting, ook met het oog op een eventuelewijziging van de Wet politiegegevens. Ten derde ben ik in gesprek met de9TZ202504, nr. 122Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12774 korpschef om te bezien waar een versterking van de huidige cold caseaanpak nodig is. Bij mijn ultieme poging betrek ik ook de motie die het lidMutluer inzake cold cases.10Het uitlopen van voorgenoemde sporen vraagt meer tijd dan tijdens hetcommissiedebat van 16 april jl. was voorzien. Ik zal uw Kamer in hetnajaar van 2025 informeren. Zolang de ultieme poging nog niet is voltooidzal de politie niet overgaan tot het vernietigen van de bedoelde gegevens.Tot slotDe politie staat voor grote uitdagingen. Ik wil de politieorganisatie enpolitiemedewerkers zo goed mogelijk in positie brengen om hierpassende antwoorden op te geven. Met deze motivatie blijf ik me inzettenin voor een organisatie die nu en in de toekomst een financieel enorganisatorisch duurzaam perspectief heeft.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel10Kamerstuk 29 628, nr. 1258Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 628, nr. 12775
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.