KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda voor de Formele Raad Algemene Zaken (RAZ) - Cohesie d.d. 28 november in Brussel (Kamerstuk 21501-08-967)

27 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cb8ed72b656cf8ee · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 968 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 27 november 2024 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken over debrief van 12 november 2024 over de Geannoteerde Agenda voor deFormele Raad Algemene Zaken (RAZ) – Cohesie d.d. 28 november inBrussel (Kamerstuk 21 501-08, nr. 967), over de brief van 1 oktober 2024over het Verslag informele Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid6 september 2024 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 962) en over de brief van4 oktober 2024 over het Visiepaper Cohesiebeleid post 2027 (Kamerstuk21 501-08, nr. 963).De vragen en opmerkingen zijn op 21 november 2024 aan de Minister vanEconomische Zaken voorgelegd. Bij brief van 27 november 2024 zijn devragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Van der PlasDe griffier van de commissie,Hessing-Puts kst-21501-08-968ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9681 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon2• Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersoon2• Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoon3• Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieen reactie van de bewindspersoon4• Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieen reactie van de bewindspersoon7• Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoon7 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de PVV-fractie hebben met grote belangstelling kennisge-nomen van de geannoteerde agenda en hebben nog wat vragen.1.Zij willen graag weten hoeveel Nederlands geld er naar hetcohesiebeleid gaat, hoeveel het totale budget bedraagt, of anderelidstaten gelijkelijk bijdragen en welke calculatie ten grondslagligt aan de bijdrage.AntwoordHet totale budget voor het Cohesiebeleid bedraagt 373 miljard euro voorde periode 2021–20271 in lopende prijzen.De financiering van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) loopt via hetEigenmiddelenbesluit (EMB). De inkomsten van de Unie bestaan uit detraditionele eigen middelen (douanerechten), nationale afdrachten (debni-afdracht, btw-afdracht en plastic-afdracht) en overige ontvangsten(bijvoorbeeld inkomsten uit mededingingsboetes). Er is in de Europesebegroting – net als in Nederland – sprake van een scheiding vaninkomsten en uitgaven. Dit wil zeggen dat de beleidsuitgaven nietéén-op-één te koppelen zijn aan de bijdragen van de lidstaten. Er is dusgeen specifieke bijdrage voor het cohesiebeleid. De Nederlandseafdrachten aan de Europese Unie worden verantwoord op de begrotingvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.2.Deze leden vragen wat het effect van centralisatie van decohesiefondsen betekent voor Nederland. Wat is het effect op deinvloed, budget en verdeling en welke lidstaten staan positieftegenover een verregaande centralisatie?AntwoordIn het algemeen kan worden gezegd dat Nederland bij cohesiebeleidbelang hecht aan een partnerschap tussen nationale, regionale en lokaleoverheden, in gedeeld beheer met de Europese Commissie. Regionale1The EU’s 2021–2027 long-term budget and NextGenerationEU – Publications Office of the EU(europa.eu)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9682 uitvoering zou ook in de toekomst mogelijk moeten kunnen blijven. Ik hebnog geen concrete plannen van de Europese Commissie voor centralisatiegezien. Mochten deze er wel komen, dan zullen deze onderdeel zijn vanhet volgende MFK. Het voorstel voor het volgende MFK vanaf 2028 wordtverwacht in de tweede helft van 2025. Ik zal uw Kamer hier dan overinformeren via de gebruikelijke procedures.3.Voornoemde leden vragen tevens welke implicaties het meerdwingende karakter van de landenspecifieke aanbevelingen heeftvoor lidstaten en in het bijzonder Nederland en of de Ministerongewenste neveneffecten ziet.AntwoordOp dit moment zijn er geen concrete plannen voor meer dwingendelandenspecifieke aanbevelingen. Mocht de Europese Commissiedergelijke plannen uitbrengen, dan zal Nederland deze op de inhoudbeoordelen en uw Kamer hier via de gebruikelijke procedures overinformeren.4.Tenslotte vragen de aan het woord zijnde leden hoe het kabinetstaat tegenover het hergebruik van nog niet besteed cohesie-budget aan defensie gerelateerde onderwerpen.AntwoordDe cohesiegelden voor dit huidige MFK liggen vast in landenenveloppen,waarbij de prioriteiten zijn vastgelegd in verordeningen. Middelen dienenvolgens de regels van deze verordeningen te worden besteed en kunnenniet zonder meer worden hergebruikt of ingezet voor andere doeleinden.Lidstaten en decentrale overheden hebben binnen de kaders van decohesieverordeningen wel ruimte om zelf projecten uit te voeren metmiddelen uit de cohesiefondsen. Binnen deze kaders en de huidigedoelstellingen is het tot op zekere hoogte mogelijk om cohesiegelden in tezetten voor defensie gerelateerde of dual-use projecten, bijvoorbeeld ophet gebied van infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling (R&D), innovatieen specifieke ondersteuning voor mkb-bedrijven. Projecten op het gebiedvan ruimtevaart, autonome systemen, slimme materialen en technolo-gieën als kunstmatige intelligentie en quantum lenen zit hier bijvoorbeeldgoed voor. In de vorige MFK-periode van 2014–2020 werden er972 defensie gerelateerde en dual-use projecten gefinancierd, waarvan 30in Nederland.Cohesiegelden kunnen in het huidige MFK ook worden ingezet voor deversterking van de defensie-industrie in het kader van de Act in Support ofAmmunition Production (ASAP). Het ASAP-instrument is gericht op deopschaling van de munitieproductie in de EU. Lidstaten kunnen ervoorkiezen om bedrijven die financiële middelen ontvangen uit ASAPcofinanciering te verstrekken vanuit cohesiemiddelen. Zoals aangegevenin he BNC-fiche over de Mededeling Europese Defensie-IndustrieStrategie en Verordening Europees Defensie-industrie Programma (EDIP),steunt Nederland de mogelijkheid in het Commissievoorstel voor het EDIPom cohesiegelden te gebruiken voor activiteiten op het gebied vandefensie-industriële versterking (o.a. voor opschaling, industrialisatie R&Den reserveproductiecapaciteit).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9683 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de bewindspersoonDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken en hetVisiepaper Cohesiebeleid post 2027. Zij hebben hier nog enkele vragen enopmerkingen bij.5.Deze leden hebben kennisgenomen van de wens van de EuropeseCommissie om cohesiefondsen meer te centraliseren. Hierdoorkunnen fondsen flexibeler worden ingezet. Voornoemde ledenhebben zorgen of er op deze manier voldoende fondsen naarcohesiedoeleinden blijven stromen. Hoe is de Minister van plandit te waarborgen?AntwoordZie het antwoord op vraag 2.6.De zeggenschap van de regio’s wordt hierdoor een stuk minder.Hoe gaat de Minister waarborgen dat dit niet ten koste gaat vande cohesie in de regio’s en zij voldoende zeggenschap krijgen inde verdeling van EU-fondsen die juist voor hen bedoeld zijn? Hoewordt het gevoel van eigenaarschap over deze fondsen voor deregio gewaarborgd?AntwoordZie het antwoord op vraag 2.7.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat er een wens isin de EU om cohesiemiddelen ook voor steun aan de defensie-industrie en militaire mobiliteitsprojecten in te kunnen zetten. DeMinister schrijft hier echter niets over in de agenda. Hoe staat hetkabinet tegenover deze kentering? Zal er dan ook meer geld teverdelen zijn uit deze fondsen? Gaat de Minister ervoor zorgendat er ook voldoende geld beschikbaar blijft voor genoemdedoelstellingen zoals digitalisering of de sociale en groenetransitie? Ten koste van welke doeleinden mogen de beoogdedefensieprojecten wat betreft de Minister gaan?AntwoordCohesiegelden kunnen, binnen de huidige doelstellingen, al wordeningezet voor defensie gerelateerde en dual-use activiteiten die dedefensie-industrie versterken en dit gebeurt ook al, zij het niet op groteschaal. Voor het standpunt van het kabinet ten aanzien van het inzettenvan cohesiegelden voor de defensie-industrie wordt verwezen naar hetantwoord op vraag 4.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de documenten ter voorbereiding op de Raad Algemene ZakenCohesiebeleid van 28 november 2024. Zij wensen in dit kader enkelespecifieke aandachtspunten te benadrukken en vragen hierover naderetoelichting van de Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9684 Cohesiegelden en de inzet voor Defensie8.Voornoemde leden steunen initiatieven om cohesiegeldenflexibeler in te zetten, zeker wanneer deze middelen nog niet zijnuitgeput. Het voorstel om ongebruikte middelen te herallocerennaar strategische prioriteiten, zoals defensie en militaire infra-structuur, wordt positief ontvangen. De huidige geopolitiekesituatie vraagt om versterking van onze collectieve veiligheid.Deze leden vragen de Minister wel te waarborgen dat dezeherbestemming gepaard gaat met een strikte handhaving van derechtsstatelijke voorwaarden, zodat EU-middelen niet terecht-komen in lidstaten waar sprake is van structurele corruptie ofrechtsstatelijke tekorten. Hoe zal Nederland bijdragen aan deformulering van zulke voorwaarden binnen de Raad?AntwoordOp dit moment is het reeds mogelijk om – onder voorwaarden – cohesie-middelen in te zetten ten behoeve van de defensie-industrie, zie ook hetantwoord op vraag 4 en 7. Daarnaast zijn onder het huidige MFKrechtsstatelijke voorwaarden van toepassing op de ontvangst van dezemiddelen. Nederland zet zich er onverminderd voor in om dezevoorwaarden te handhaven. Een aanpassing van de huidige MFK- ofcohesieverordening is op dit moment niet aan de orde.Investeringen in ruil voor hervormingen9.De aan het woord zijnde leden ondersteunen het idee ominvesteringen uit cohesiefondsen te koppelen aan hervormingen,naar voorbeeld van de Hervormings- en Veerkracht Faciliteit(HVF). Dit zou niet alleen de effectiviteit van de middelenvergroten, maar ook zorgen voor structurele verbeteringen inontvangende lidstaten. Zij vragen de Minister specifiek in te gaanop hoe Nederland deze koppeling kan versterken, met name inlidstaten waar structurele economische en juridische uitdagingeneen impact hebben op het cohesiebeleid. Tevens vragen dezeleden hoe voorkomen kan worden dat deze hervormingsvoor-waarden leiden tot ongewenste centralisatie of aantasting vanhet subsidiariteitsbeginsel.AntwoordDe Europese Commissie komt naar verwachting vanaf 1 juli 2025 metvoorstellen voor een volgend MFK. Het kabinet staat open voor eenverkenning van de bredere toepassing van de HVF-werkwijze, waarbijmiddelen worden uitgekeerd op basis van het behalen van mijlpalen endoelstellingen, in plaats van gemaakte kosten. Hoewel de eindevaluatievan de HVF in 2028 wordt verwacht, kunnen de voor- en nadelen van dehuidige HVF-werkwijze al worden afgewogen. Het kabinet ziet hierbijrisico’s in de uitvoering die geadresseerd moeten worden. Ook moeten deadviezen van de Europese Rekenkamer hierin worden meegenomen.De HVF-werkwijze kenmerkt zich door een uitbetaling op basis vanbereikte mijlpalen en doelstellingen die per lidstaat zijn vastgelegd inherstel- en veerkrachtplannen. De lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voorhun plannen en hun nationale economische beleid. De plannen moetenwel aan bepaalde eisen voldoen. De toetsing van de plannen door deEuropese Commissie gebeurt aan de hand van criteria die in eenverordening van de Raad en het Europees Parlement zijn vastgelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9685 Rechtsstatelijke Voorwaarden voor Ontvangst van Middelen10.De leden van de VVD-fractie benadrukken het belang vanrechtsstatelijke waarborgen als voorwaarde voor het ontvangenvan cohesiegelden. De voorbeelden van Hongarije en Polen tonenaan hoe EU-middelen kwetsbaar zijn voor misbruik. Deze ledenverzoeken het kabinet daarom te pleiten voor een meer automa-tische en juridisch afdwingbare koppeling tussen rechtsstate-lijkheid en cohesiefondsen, zoals eerder voorgesteld in het kadervan het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK). Wat zijn deconcrete stappen die Nederland op dit terrein onderneemt en hoekan voorkomen worden dat een unanimiteitsvereiste dergelijkeinitiatieven blokkeert? Op welke manier steunt Nederland deEuropese Commissie in haar komende mandaat om de koppelingmet rechtsstatelijke voorwaarden te versterken? In dit verbandvragen voornoemde leden ook aandacht voor Slowakije. Welkestappen ziet de Minister om in Slowakije de rechtsstatelijkheid tewaarborgen in relatie tot de toegang tot Europese gelden?AntwoordHet kabinet is van mening dat de rechtsstaat fundamenteel is voor eengoed functionerende Europese Unie. Daarom vindt het kabinet het ookvan belang dat het beschikbare instrumentarium zo volledig en effectiefmogelijk wordt ingezet om de rechtstaat te borgen. Voor het volgendeMFK hecht het kabinet wederom aan een sterke koppeling van hetontvangen van EU-middelen met rechtsstatelijkheidsprincipes. Over degedetailleerde, overkoepelende inzet van het kabinet ten aanzien van hetMFK zal de Kamer nog worden geïnformeerd in het voorjaar van 2025.Het kabinet houdt de situatie in Slowakije nauwgezet in de gaten.Datzelfde geldt voor de Commissie. Het is primair aan de Commissie om,in haar rol als hoedster van de Verdragen, te beoordelen of Slowakije derechtsstatelijke beginselen die in de Verdragen zijn neergelegd schendt enhier indien nodig tegen op te treden. Als de schendingen van de begin-selen van de rechtsstaat het financieel beheer of de bescherming van definanciële belangen van de Unie serieus dreigen aan te tasten, kan hetfinanciële instrumentarium worden ingezet. Het kabinet steunt deCommissie in haar rol als hoedster van de EU-verdragen.Draghi en het Europees ConcurrentievermogenTot slot onderschrijven de leden van de VVD-fractie het belang vancohesiemiddelen als instrument om het Europees concurrentievermogente versterken, zoals ook benadrukt in het rapport van Draghi. Deze ledenzien graag dat cohesiefondsen, naast het dichten van economischeverschillen, ook een duidelijke rol spelen in het stimuleren van innovatie,verduurzaming en digitale transitie.11.Op welke manier kan de inzet cohesiemiddelen beter bijdragenaan de versterking van het concurrentievermogen? Deelt ditkabinet de analyse dat veel middelen uit het MFK in de EU beterkunnen worden ingezet, bijvoorbeeld ter bevordering van hetEuropese Concurrentievermogen? Over welke fondsen gaat hetvolgens de Minister? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat dezebredere strategische doelen in lijn blijven met Nederlandseprioriteiten?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9686 Het cohesiebeleid zal moeten bijdragen aan de concurrentiekracht van deEU, door in te zetten op innovatie, duurzaamheid en een goed geschooldeberoepsbevolking. Fondsen zoals het Europese Fonds voor RegionaleOntwikkeling (EFRO), het Just Transition Fund (JTF) en het EuropeesSociaal Fonds (ESF+) dragen daaraan bij. In het visiepaper over cohesie-beleid na 2027 geeft het kabinet aan hierop in te blijven zetten.Ik kan nog niet vooruitlopen op de inzet voor het volgende MFK.12.Daarnaast willen de aan het woord zijnde leden aandacht vragenvoor de aangehouden motie van de leden Van Campen en Dassenover de aanbevelingen van Draghi en Letta implementeren in deBenelux (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2123). Hoe beoordeelt hetkabinet deze motie en is de Minister ook van mening dat hetverstandig is in Benelux-verband al stappen te zetten richtingimplementatie van deze aanbevelingen?AntwoordDe rapporten van Draghi en Letta stellen dat het essentieel is om deEuropese interne markt verder te verdiepen om de productiviteitsgroei teverhogen. Het kabinet ziet de Europese interne markt met een gelijkspeelveld als het fundament van de Europese economie en het Europeseconcurrentievermogen. Het kabinet staat zoals vermeld in de kabinetsre-acties op de eerdergenoemde rapporten positief tegenover de voorstellenvoor het wegnemen van ongerechtvaardigde knelpunten op de internemarkt en het bevorderen van eerlijke concurrentie. In beginsel is hetkabinet voorstander van implementatie op EU-niveau. Met name demaatregelen ten aanzien van de interne markt en mededinging zijn gerichtop het bereiken van een Europese markt met een gelijk speelveld, zonderfragmentatie. Als dit niet mogelijk blijkt zal het kabinet per maatregeloverwegen of implementatie in Benelux verband opportuun is.Voornemen is om onder meer in Benelux-verband aan te blijven dringenop een ambitieuze horizontale interne-marktstrategie (verwacht uiterlijkjuni 2025) en op een effectieve Europese aanpak van zogeheten territorialeleveringsbeperkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de stukken diebetrekking hebben op de Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid op28 november 2024. Zij hebben daarover geen nadere vragen of opmer-kingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie enreactie van de bewindspersoonDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Raad Algemene Zaken Cohesiebeleid op 28 november2024. Op basis van deze stukken hebben zij enkele vragen over decentralisatie van cohesiefondsen, de flexibelere inzet van cohesiefondsen,het nieuwe MFK en andere gerelateerde onderwerpen.Centralisatie van cohesiefondsen13.In de stukken wordt gesproken over centralisatie van het beheervan de cohesiefondsen. Hierover hebben voornoemde ledenenkele vragen. Zij vragen of de Minister van mening is datbeleidsvorming over regio’s niet effectief kan plaatsvindenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9687 zonder hen structureel te betrekken op basis van het partner-schapsprincipe. In hoeverre wordt dit partnerschapsprincipegewaarborgd in de voorgestelde centralisatie?AntwoordZie het antwoord op vraag 2.14.Is de Minister het met de aan het woord zijnde leden eens dat decohesiefondsen eenvoudiger en toegankelijker zouden moetenworden voor aanvragers en decentrale overheden. Zo ja, welkemaatregelen ziet de Minister voor zich om deze toegankelijkheidte verbeteren?AntwoordVereenvoudigde regelgeving en verbeterde implementatie onder gedegenfinancieel beheer blijft een belangrijke voorwaarde voor de investeringenvanuit het cohesiebeleid. Concrete ideeën voor maatregelen om detoegankelijkheid te verbeteren zijn voorgesteld in hoofdstuk 4 van hetvisiepaper over cohesiebeleid na 2027. Zo kan bijvoorbeeld wordengekeken naar een incrementele verhoging van het voorfinancieringsper-centage, meer gebruik van vereenvoudigde kostenopties, naar rapporta-geverplichtingen en definities in regelgeving die het verlenen van steun inde praktijk onnodig bemoeilijken.15.Hoe staat de Minister tegenover het voorstel om de huidigecohesieprogramma’s te vervangen door nationale plannen opbasis van het HVF(Herstel- en Veerkracht Faciliteit)-model? Wat isvolgens de Minister de positie hierover in de Raad en wat zijn debelangrijkste politieke overwegingen bij dit voorstel?AntwoordIk heb hiertoe nog geen concrete plannen hierover gezien. Mocht deEuropese Commissie dergelijke plannen uitbrengen, dan zal Nederlanddeze op de inhoud beoordelen en uw Kamer hier via de gebruikelijkeprocedures over informeren.Flexibiliteit cohesiefondsenNaast de voorgenomen centralisatie lezen de leden van de D66-fractie inde aangeleverde stukken ook over de flexibelere inzet van cohesie-fondsen. Zij hebben hierover de volgende vragen.16.Hoe staat de Minister tegenover het voorstel van de voorzittervan de Europese Commissie Von der Leyen om cohesiemiddelenin te zetten voor het herstel na natuurrampen? Wat is volgens deMinister de primaire doelstelling van de cohesiefondsen?AntwoordVoor de positie van het kabinet ten aanzien van het voorstel RESTORE(Regional Emergency Support to Reconstruction) van de EuropeseCommissie wordt verwezen naar de Kamerbrief van 22 november jl.(Kamerstuk 22 112, nr. 3980).17.Hoe kijkt de Minister naar de mogelijke verruiming van de inzetvan cohesiemiddelen voor defensie-industrie en militaire mobili-teitsprojecten? Ziet de Minister hier een belangrijke rol voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9688 cohesiefondsen en hoe worden de bredere doelen van cohesie-beleid gewaarborgd?AntwoordZie het antwoord op vraag 4.18.Kan het besteden van cohesiemiddelen aan bijvoorbeeld dedefensie-industrie ten koste gaan van de prioriteiten die hetkabinet in het visiepaper heeft genoemd, zoals digitalisering, desociale transitie of de groene transitie? Zal er volgens de Ministervoldoende middelen overblijven voor deze andere essentiëledoelstellingen, gezien de toenemende flexibilisering van debudgetten?AntwoordDe cohesiemiddelen die Nederland ontvangt zijn voor een groot deel algealloceerd aan projecten die bijdragen aan de digitale, groene en socialetransitie. Nederland stuurt op dit moment niet actief op het inzetten vancohesiemiddelen voor doeleinden gerelateerd aan de defensie-industrie.Zoals uiteengezet in het antwoord op vraag 4 hebben lidstaten endecentrale overheden binnen de kaders van de cohesieverordeningenruimte om zelf projecten uit te voeren, ook op het gebied van defensie.Meerjarig financieel kaderMet het op handen zijnde aantreden van de nieuwe Europese Commissiezal het proces rondom de vorming van het volgende MFK vorm beginnente krijgen. De leden van de D66-fractie hebben hierover, en over deambities van het kabinet met betrekking tot het MFK, de volgende vragen.19.Kan de Minister zijn visie schetsen op de verdeling van hetvolgende MFK? Op welke manier, en mogelijk ten koste vanwelke andere beleidsgebieden, zal het kabinet zich inzetten voorextra middelen voor defensie en concurrentievermogen binnenhet MFK?AntwoordHet huidige MFK is opgedeeld zeven begrotingscategorieën: (1) Internemarkt, innovatie, digitaal; (2) Cohesie, veerkracht, waarden; (3) Landbouwen milieu, (4) Migratie, (5) Veiligheid en defensie, (6) Extern beleid en(7) Administratieve uitgaven. De categorieën cohesiebeleid en hetgemeenschappelijk landbouwbeleid zijn in omvang ruim de grootste. Uithet hoofdlijnenakkoord volgt dat het kabinet voor het volgende MFK inzetop een acceptabele omvang en een voor Nederland acceptabel aandeel inde nationale bijdragen via het Eigenmiddelenbesluit. Daarbij streeft hetkabinet naar een moderne en toekomstbestendige begroting. De EuropeseCommissie publiceert een voorstel voor het volgende MFK (vanaf 2028)naar verwachting in 2025. Het kabinet zal komend jaar haar inzet ophoofdlijnen nader uitwerken.20.Op welke manier spelen de rapporten van Mario Draghi enNiinistö een rol bij het bepalen van het kabinetsstandpunt overhet MFK en de cohesiefondsen? Hoe moeten de conclusies uitdeze twee rapporten volgens het kabinet een plaats krijgen in devormgeving van het nieuwe MFK?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9689 De Europese Commissie heeft aangegeven dat de rapporten van MarioDraghi en Sauli Niinistö zullen worden meegenomen in de voorbereidingvan nieuwe voorstellen van de Commissie, waaronder in de context vanhet nieuwe MFK. Het kabinet zal volgend jaar een overkoepelende MFKinzet formuleren.21.Hoe kan het HVF als blauwdruk dienen voor het nieuwe MFK,terwijl de eindevaluatie van het HVF pas eind 2028 wordtverwacht? Welke lessen en inzichten kan het kabinet almeenemen uit het HVF, ondanks dat de evaluatie nog niet heeftplaatsgevonden?AntwoordZie het antwoord op vraag 9.22.Hoe kijkt de Minister naar het mogelijk maken van de inzet vanMFK-middelen voor veiligheid en defensie, en in dat kader ookvoor de aanschaf van wapens, gezien de oplopende spanningenaan de grenzen van de Europese Unie?AntwoordMFK-middelen kunnen nu al worden ingezet voor veiligheid en defensie,bijvoorbeeld op het gebied van R&D (Europees Defensiefonds) enproductiecapaciteit (Act in Support of Ammunition Production). Metmiddelen uit de EU-begroting kunnen onder het huidige EU-verdrag geendirecte aankopen van wapens worden bekostigd. In algemene zin is hetkabinet voorstander van het intensiveren van investeringen in deEuropese defensie-industrie. Daartoe wordt op dit moment onderhandeldover het Europese Defensie-Industrie Programma (EDIP). Voor deverordening wordt een totaalbudget van 1,5 miljard euro uit deEU-begroting voorgesteld, wat uit de tussentijdse herziening van hetMeerjarig Financieel Kader (MFK) overeengekomen ophoging van hetbudget van het Europees Defensiefonds (EDF) komt.De Europese Commissie publiceert een voorstel voor het volgende MFK(vanaf 2028) naar verwachting in 2025. Het kabinet zal komend jaar haarinzet op hoofdlijnen nader uitwerken.Overige vragenNa het lezen van de stukken hebben de leden van de D66-fractie nogenkele overige vragen: Deze leden hebben kennisgenomen van het feit dater een discussie heeft plaatsgevonden tijdens de Raad Algemene Zakenop 19 november jl. over cohesie en concurrentievermogen.23.Wat was de uitkomst van deze lunchdiscussie en wat waren deverschillende inbrengen uit de deelnemende EU-lidstaten?AntwoordHet kabinet informeert uw Kamer middels het Verslag van de RaadAlgemene Zaken van 19 november over het lunchdebat over de rol vancohesiebeleid bij het versterken van Europees concurrentievermogen.Een groep lidstaten benadrukte dat cohesie essentieel is voor econo-mische convergentie en het betrokken houden van de regio’s bij Europa.Andere lidstaten riepen op tot een meer op prestatie gebaseerd landen-beleid. Nederland bracht in dat cohesiebeleid kan bijdragen aan hetversterken van het Europees concurrentievermogen, maar benadrukte ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 96810 het belang van zaken als een gelijk speelveld op de interne markt,innovatie, vrijhandel, structurele hervormingen en een toekomstbestendigbegrotingsbeleid.24.Voornoemde leden hebben eerder reeds kennisgenomen van hetHigh-Level Report on the Future of the Single Market. Hierinwordt het principe van «vrijheid om te blijven» omschreven. Opwelke manier moet hier volgens de Minister opvolging aanworden gegeven?AntwoordNederland wil dat cohesiebeleid zich richt op concurrentiekracht en hetbevorderen van convergentie door het versterken van regio’s die opsociaaleconomisch gebied achterblijven. Op die regio’s dient Cohesie-beleid zich zo veel mogelijk te blijven richten, maar het zou in principebeschikbaar moeten kunnen blijven voor alle regio’s in de EU.De aan het woord zijnde leden hebben kennisgenomen van het verslagvan de informele Raad Algemene Zaken – Cohesie d.d. 6 september jl. teBoedapest. Zij hebben daarover nog enkele vragen.25.Hoe ziet de Minister een mogelijke rol van het cohesiebeleid inhet adresseren van de gevolgen van de oorlog in Oekraïne?AntwoordWat het kabinet betreft moet cohesiebeleid bijdragen aan investeringen ininnovatie, vergroening, digitalisering, menselijk kapitaal en socialeinclusie. Cohesiemiddelen kunnen reeds worden ingezet voor defensiegerelateerde en dual-use activiteiten. Daarnaast is het mogelijk omcohesiegelden te gebruiken voor de cofinanciering van projecten dievoortkomen uit de Act in Support of Ammunition Production (ASAP) voorde opschaling van munitieproductiecapaciteit in de EU. Verder kancohesiebeleid in brede zin bijdragen aan de gevolgen die EU-lidstaten vande oorlog in Oekraïne ondervinden, bijvoorbeeld door te investeren inversterking van de economische structuren en sociale- en arbeidsmarkt-projecten.26.Ondersteunt de Minister het principe van «smart conditionality»,waarbij corrupte overheden die de rechtsstaat ondermijnenworden bestraft en eindbegunstigden, maatschappelijke organi-saties en decentrale overheden niet?AntwoordJa. In de MFK-rechtsstaatverordening zijn manieren vastgelegd omeindbegunstigden te beschermen tegen maatregelen opgelegd aan delidstaat. De lidstaat is zelf verantwoordelijk voor het nakomen vanfinanciële verplichtingen aan de eindbegunstigden. Het kabinet is hierpositief over.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 96811

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 72cff23c4a200f18

14 okt 2026 · cd79141bf252c1e4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.