KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de informele JBZ-Raad van 30 en 31 januari 2025 (Kamerstuk 32317-927)

29 jan 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5c857be2d640daf0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 928 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 29 januari 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid over de geannoteerde agenda informele JBZ-Raad30–31 januari 2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 927) en het verslag van deJBZ-Raad van 12 en 13 december 2024 (Kamerstuk 32 317, nr. 925).De vragen en opmerkingen zijn op 27 januari 2025 aan de Minister enStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid voorgelegd. Bij brief van29 januari 2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,PoolAdjunct-griffier van de commissie,Tilburg kst-32317-928ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9281 InhoudsopgaveVragen en opmerkingen vanuit de fracties en opmerking van debewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie7 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en opmerking van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieMet betrekking tot onafgedane zaken zouden de leden van de PVV-fractiegraag weten van de Minister of er nog ontwikkelingen zijn inzake deVerordening ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik vankinderen (CSAM-verordening).AntwoordOp 1 januari is het Poolse EU-voorzitterschap van start gegaan.Dit Voorzitterschap heeft aangegeven prioriteit te geven aan eensnelle actualisering van het juridische kader voor de onlinebescherming van kinderen, met speciale aandacht voor debestrijding van CSAM. Het Poolse voorzitterschap heeft nog nietbekend gemaakt hoe het deze actualisering concreet wil reali-seren. Er is nog geen bespreking in Raadsverband geweest.Ook willen deze leden weten wat het standpunt is van de Minister isinzake de verordening grensoverschrijdende erkenning van ouderschap,en welke impact hij verwacht op de Nederlandse wet- en regelgeving.AntwoordHet kabinet acht het van groot belang dat alle kinderen en oudersde rechten die zij aan het ouderschap ontlenen in grensoverschrij-dende situaties kunnen blijven uitoefenen. Het huidige Neder-landse recht, dat een ruimhartige regeling kent voor de erkenningvan ouderschap dat is ontstaan of vastgesteld in andere landen,weerspiegelt dit belang. Het kabinet steunt daarom de ambitiesvan de Europese Commissie (hierna: Commissie) ten aanzien vande erkenning van ouderschap binnen de EU. De voorgesteldeverordening moet ervoor zorgen dat wanneer ouderschap in eenbepaald EU-land is vastgesteld of ontstaan, dit in de gehele EUwordt erkend, zodat kinderen en ouders hun rechten behouden,ook wanneer zij binnen de EU reizen of verhuizen. Het kabinets-standpunt, inclusief enkele aandachtspunten voor de inhoud vanhet voorstel, is uitgebreid weergegeven in het BNC-fiche dat uwKamer op 3 februari 2023 heeft ontvangen.1Gelet op de gevoeligheden die met familierechtelijke onder-werpen in het algemeen en afstamming in het bijzonder gepaardgaan, vorderen de onderhandelingen niet snel. Op dit moment ishet daarom ook nog niet duidelijk wat de precieze inhoud van deverordening wordt of wanneer deze voor besluitvorming voorligt.Daarmee zijn ook de gevolgen voor de Nederlandse wetgevingnog niet volledig duidelijk. Naar verwachting kan de verordening1Kamerstukken II 2022–23, 22 112, nr. 3596.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9282 met name gevolgen hebben voor Titel V (Afstamming) vanBoek 10 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burger-lijke Rechtsvordering. Het voorstel zal géén gevolgen hebbenvoor het materiële recht inzake ouderschap: Nederland en deandere lidstaten blijven exclusief bevoegd om dat vast te stellenen bepalen dus zelf hoe en onder welke voorwaarden afstam-mingsrelaties tot stand komen. In dit kader wordt ook nogopgemerkt dat beide Kamers der Staten-Generaal instemmings-recht hebben ten aanzien van de finale tekst van de verordening.Met betrekking tot het Wijzigingsvoorstel richtlijn tegengaan mensen-smokkel willen deze leden graag van de Minister weten wat dit wijzigings-voorstel inhoudt, wat het kabinetsstandpunt is, en in hoeverre debestrijding van ngo-mensensmokkelboten is opgenomen.AntwoordHet voorstel voor de nieuwe EU-mensensmokkelrichtlijn beoogtde huidige richtlijn en het kaderbesluit in relatie tot mensen-smokkel uit 2002 te vervangen, en stelt daarin minimumnormenwaaraan het strafrecht van lidstaten moet voldoen. Eentoelichting over de inhoud van de richtlijn en het behaalderesultaat tijdens de onderhandelingen werd reeds gegeven bij degeannoteerde agenda bij de JBZ-Raad van 12 en 13 december2024.2 Nederland heeft in de onderhandelingen op grote lijnen deinzet zoals geformuleerd in het BNC-fiche – waarin het kabinethet initiële voorstel van de Europese Commissie toelichtte enapprecieerde – behaald.3 Het kabinet acht de bereikte AlgemeneOriëntatie dan ook een welkome stap voorwaarts ten opzichtevan het huidige EU-kader. De verdere harmonisering van hetmensensmokkeldelict kan Europese samenwerking in de aanpakvan mensensmokkel verbeteren en komt tegemoet aan een wensvan de Nederlandse opsporingsdiensten. Bij de geannoteerdeagenda bij de JBZ-Raad van 12 en 13 december 2024 werd ooktoegelicht wat in het compromisvoorstel is opgenomen overhumanitaire hulpverlening, al wordt in het voorstel in dit verbandniet specifiek ingegaan op niet-gouvernementele organisaties(ngo’s). Naar mening van het kabinet is in het compromisvoorsteleen goede balans gevonden tussen het enerzijds voorkomen datzuiver humanitaire hulpverlening gecriminaliseerd wordt, enanderzijds het voorkomen van onnodige belemmeringen voor derechtshandhavingspraktijk om criminele smokkelaars tevervolgen.4 In de beantwoording op eerder gestelde vragen overdit onderwerp, en specifiek ook ngo’s, is hierover meertoelichting gegeven.5De leden van de PVV-fractie willen graag weten wat de status is van deherziening EU interne veiligheidsstrategie. Deelt de Minister specifiekeconclusies en aanbevelingen? Kan de Minister aangeven wat hij alstopprioriteit ziet in de bedreigingen? Is de Minister het met deze ledeneens dat de voortdurende digitalisering ook veiligheidsproblemen metzich mee brengt? Welke concrete maatregelen neemt hij? Welkeconclusies verbindt de Minister aan de EU-veiligheidsstrategie voorNederland, en wat is het kabinetsstandpunt hierover?2Kamerstukken II 2024–2025, 32 317, nr. 907.3Kamerstukken II 2023–2024, 22 112, nr. 3873.4Kamerstukken II 2024–2025, 32 317, nr. 907.5Kamerstukken II 2024–2025, 32 317, nr. 909.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9283 AntwoordEind maart 2025 presenteert de Commissie een nieuweEU-interne veiligheidsstrategie voor de periode 2025–2030. Ditdocument geeft richting aan de inzet van de Commissie dekomende jaren en bepaalt daarmee mede de koers van de EU opinterne veiligheid.Het kabinet erkent dat het dreigingsbeeld de afgelopen jaren isverslechterd. Veel dreigingen zijn urgenter geworden of hebbende potentie om dat in de komende jaren te worden.6 Daarbijmeent het kabinet dat de gevolgen van de externe dimensie vooronze interne veiligheid, de digitale dimensie van onze samen-leving en het misbruik maken van legale economieën, alsprioriteit aandacht moeten krijgen om toekomstige dreigingenhet hoofd te kunnen bieden. Het kabinet onderstreept daarbij ookhet belang en de urgentie van integrale versterking vanweerbaarheid en crisisbeheersing op EU-niveau.Voor wat betreft de digitale dimensie, worden het open internet,nieuwe applicaties of beveiligde online omgevingen misbruiktdoor criminelen, terroristen en in bepaalde gevallen ook statelijkeactoren.7 Het kabinet zet daarom in op oplossingen op EU-niveauvoor vraagstukken omtrent informatie-uitwisseling -analyse,rechtmatige toegang tot data voor rechtshandhavingsautoriteitenen dataretentie. Gezocht wordt naar oplossingen die de grond-rechten, cyberveiligheid, de jurisprudentie van het Europese Hofvan Justitie en relevante wetgeving over gegevensbescherming inacht te nemen. Het gaat hier om complexe onderwerpen diedesalniettemin urgent een antwoord nodig hebben, gezien hetbelang voor diverse veiligheidsthema’s, waaronder de bestrijdingvan georganiseerde criminaliteit, terrorisme en online seksueelkindermisbruik.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-raad) van 12 en 13 decem-ber 2024 en de geannoteerde informele JBZ-raad van 30–31 januari 2025(Kamerstuk 32 317, nr. 927). Deze leden stellen hierover nog enkelevragen.De leden van de VVD-fractie vragen welke elementen van de huidige EUinterne veiligheidsstrategie de komende tijd echt verbetering behoevenvolgens de Minister. Deelt de Minister de mening dat veel meer zalmoeten worden ingezet op het oplossen van knelpunten rondom hetuitwisselen van gegevens met het oog op de bestrijding en hetvoorkomen van georganiseerde criminaliteit? Ook vragen deze ledenwelke nieuwe accenten de Minister zou willen zien in de EU interneveiligheidsstrategie die op 26 maart 2025 wordt verwacht.AntwoordZoals ook in antwoord op de vraag van de leden van PVV-fractieis aangegeven, meent het kabinet inderdaad dat er oplossingenop EU-niveau nodig zijn voor vraagstukken omtrent informatie-6Hoofdrapport Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024 | Rapport | Nationaal CoördinatorTerrorismebestrijding en Veiligheid7Kamerstukken II, 2024–25, 26 643, nr. 1204.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9284 uitwisseling – analyse, rechtmatige toegang tot data voorrechtshandhavingsautoriteiten en dataretentie. Dit is nodig voorde bestrijding van georganiseerde criminaliteit en anderecriminaliteit en heeft ook tot doel om de online-omgeving veiligin gebruik te maken.In het verlengde hiervan, zal het kabinet eventuele lacunes in deaanpak van illegale content online (Digital Services Act enVerordening Terroristische Online-Inhoud) verkennen. Verder wijsthet kabinet naar de non-papers die met uw Kamer zijn gedeeld eneen basis bieden voor de inbreng van Nederland mede vooraankomende EU Interne Veiligheidsstrategie.8De leden van de VVD-fractie vragen naar aanleiding van de conclusie vanhet Voorzitterschap tijdens de JBZ-raad van december 2024 dat er «meerwerk nodig is voordat een akkoord kan worden gesloten» over deCSAM-verordening, op welke termijn dit werk wordt afgerond en op welketermijn een nieuw tekstvoorstel op tafel kan worden gelegd. Ook vragendeze leden of de Minister bereid is een aanvullend BNC-fiche op te stellenover een eventueel gewijzigd voorstel voor de CSAM-verordening als deteksten beschikbaar zijn.AntwoordZoals eerder benoemd in reactie op de vraag van de leden van dePVV-fractie, is per 1 januari het Poolse voorzitterschap van startgegaan. Tot op heden heeft het Voorzitterschap nog niet bekend-gemaakt hoe het zijn doelen ten aanzien van het verder brengenvan het voorstel wil realiseren. De eerste bespreking in Raads-verband is in februari. Wanneer de teksten van een eventueelgewijzigd voorstel voor de CSAM-verordening beschikbaar zijn,zal op basis van de inhoud worden beoordeeld welke vervolg-stappen nodig zijn en hoe Nederland zich daartoe verhoudt. UwKamer wordt daarvan op de hoogte gesteld. Een nieuw BNC-ficheis enkel aan de orde bij een nieuw Commissievoorstel.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de informele JBZ-Raad van30–31 januari 2025. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van het feit dat deEuropese Commissie in 2025 een nieuwe EU interne veiligheidsstrategiezal presenteren en dat het voorstel met de nieuwe accenten die voor destrategie zullen worden voorgesteld, naar verwachting op 26 maart 2025wordt gepubliceerd. Deze leden hebben in de geannoteerde agendagelezen dat de Minister zich ervoor zal inspannen om een aantal thema’seen plek te laten krijgen in deze nieuwe strategie. Dat geldt onder anderevoor het verder weerbaar maken van logistieke knooppunten tegendrugscriminaliteit, het tegengaan van corruptie, het verstoren vancriminele geldstromen, preventie en de aanpak van cybercriminaliteit. Kande Minister concreter aangeven wat hij op deze onderwerpen voor nieuweaccenten zou willen leggen ten opzichte van de huidige EU interneveiligheidsstrategie 2020–2025?8Zie de bijlagen bij Kamerstukken II, 2023–24, 32 317, nr. 872.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9285 AntwoordHet kabinet zet in op de voorzetting van de EU-aanpak vangeorganiseerde en ondermijnende criminaliteit en legt daarbij eenaantal accenten. Zo acht het kabinet het van belang dat deEU-aanpak van georganiseerde criminaliteit horizontaal moetworden gecoördineerd binnen de Commissie. Ook meent hetkabinet dat verder moet worden gewerkt aan het versterken vande weerbaarheid van logistieke knooppunten door, met betrok-kenheid van Ministeries van transport en private partijen, zoalsrederijen best practices uit te werken. Voor het verstoren vancriminele geldstromen moet nader onderzoek worden gedaannaar de opties voor maatregelen tegen ondergronds bankieren.Daarnaast moet worden gezocht op welke wijze grensover-schrijdend bestuurlijke informatie tussen lidstaten kan wordengedeeld voor de preventie en bestrijding van criminaliteit. Eeneventuele mogelijkheid om dat te realiseren is om een wettelijkebasis op EU-niveau te creëren. Ook wordt ingezet op het inEU-verband tegengaan van voortgezet crimineel handelen indetentie. Tot slot moet er EU-aandacht en steun zijn voor desamenwerking met bron- en transitlanden van drugs, waaronderLatijns-Amerika, West-Afrika en Westelijke Balkan.Ten aanzien van de aanpak van cybercriminaliteit wordt verwezennaar de reactie op de vragen van de leden van de PVV- enVVD-fracties.De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van het rapport vanNiinistö over het versterken van de weerbaarheid van de EU en haarlidstaten. Niinistö stelt hierin: «The EU needs to adopt a robustall-hazards, whole-of-government and whole-of-society approach to itscivilian and military preparedness and readiness [...] to ensure that the EUand its Member States can continue to function under all circumstances.This requires a collective capacity to effectively anticipate, prevent,withstand or respond to any type of major shock or crisis with cross-sectoral and cross-border implications and the potential to threaten theUnion as a whole». In het rapport worden meerdere aanbevelingengedaan, ook buiten het justitieterrein. Deze leden hebben gezien dat deMinister een voorlopige appreciatie heeft gegeven over het rapport, maarnog met een uitgebreide reactie zal komen. Wanneer verwacht de Ministerdat deze reactie met de Kamer wordt gedeeld en kan de Minister alvast ophoofdlijnen aangeven wat de implicaties van het rapport zullen zijn voorhet justitieterrein en of hij op dit terrein met concrete voorstellen gaatkomen die gebaseerd zijn op de aanbevelingen uit het rapport?AntwoordUw Kamer ontvangt de uitgebreide kabinetsappreciatie op hetNiinistö-rapport medio februari. In de Kamerbrief van 6 decemberjl. is de Nederlandse weerbaarheidsopgave uiteengezet in eenaantal pijlers.9 De opgaven voor Justitie en Veiligheid zittenverweven in de pijlers een tot en met drie (1. het beschermen vanvitale en andere belangrijke processen in de maatschappij, 2. Eenparate en veerkrachtige samenleving en 3. het overeind houdenvan de Nederlandse democratie, rechtsstaat en overheid). Dekomende periode concretiseren de departementen, in samen-werking met decentrale overheden en maatschappelijke partijen,de weerbaarheidsopgave. Zoals ook in de Kamerbrief gesteld,9Kamerstukken II, 2024–25, 30 821, nr. 249.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9286 dient het rapport als basis voor de aankomende PreparednessUnion Strategy van de Europese Commissie. Vooruitlopenddaarop worden de aanbevelingen waar mogelijk bij de verdereuitwerking van de Nederlandse weerbaarheidsopgavenbetrokken. Later dit jaar volgt een aanvullende Kamerbrief metdaarin de eerste concrete beleidsinzet van het kabinet om deweerbaarheid van Nederland te vergroten.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben de geannoteerde agenda van deJBZ-Raad van 30 en 31 januari gelezen. Deze leden hebben hierover nogeen aantal vragen.De leden van de SP-fractie constateren dat er zal worden gesproken overde civiele weerbaarheid naar aanleiding van een rapport van de EuropeseCommissie vorig jaar. Te lezen valt dat er gaat worden gewerkt aanciviel-militaire samenwerking en de inzet op versterking van weerbaarheiden crisisbeheersing op EU-niveau. Kan de Minister aangeven wat wordtbedoeld met civiel-militaire samenwerking? Op welke punten ziet deMinister met name verbeterpunten in de civiele weerbaarheid en watheeft prioriteit in Nederland volgens de Minister? Wat is de precieze rolgeweest van de Defensie-industrie in de Europese Unie bij het maken vandit rapport en de verdere uitvoering?AntwoordCiviel-militaire samenwerking kan bijvoorbeeld betrekkinghebben op personele uitwisseling, logistieke ondersteuningwaaronder medische capaciteiten, intensivering van samen-werking met de industrie, bewaken en beveiligen, IT-infra-structuur en -digitale ruimte. De Kamerbrief van 6 december jl.onderstreept de noodzaak om militaire en civiele behoeften enactiviteiten op elkaar af te stemmen, te prioriteren en te coördi-neren en dat structurele civiel-militaire crisiscoördinatie, besluit-vorming en aansturing is vereist. Ten aanzien van de inzet van deCommissie is een belangrijk aandachtspunt voor Nederland datEU-initiatieven zich verhouden tot de nationale bevoegdheden, debestaande verdragskaders en de daarbij behorende competentie-verdeling tussen de lidstaten, instellingen, organen en instantiesvan de EU, en de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfs-leven. Ook de synergie tussen de NAVO en EU is daarbij prioriteit.Het is bekend dat Niinistö bij de totstandkoming van het rapportbreed gesprekken heeft gevoerd, waaronder met private enoverheidspartijen. Bij het kabinet is niet bekend in welke matespecifiek de Defensie-industrie betrokken is geweest.De leden van de SP-fractie lezen dat Nederland het voortouw gaat nemendoor een ontbijtsessie te organiseren van de kopgroep terrorismebe-strijding, Tijdens deze bijeenkomst spreekt met Nederland met achtandere landen en de EU Contraterrorismecoördinator over de recenteontwikkelingen in Syrië en de implicaties daarvan op de interne veiligheidvan de EU en op contraterrorisme. Waarom initieert Nederland ditgesprek? Waarom wordt slechts met acht andere landen over gesproken?AntwoordDe ontwikkelingen in Syrië, in het bijzonder de val van hetregime-Assad, kunnen implicaties hebben voor de interneveiligheid van de EU. Zoals aangegeven in DreigingsbeeldTerrorisme Nederland december 2024, is het lastig te voorspellenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9287 hoe de ontwikkelingen in Syrië zich door zullen vertalen in dedreiging. Het is van belang dat Nederland nauw optrekt metgelijkgestemde landen binnen de EU om mogelijke risico’s tijdigin beeld te krijgen.Het kopgroepontbijt terrorismebestrijding biedt daar degelegenheid voor. Dit is een informele bijeenkomst die regelmatigen marge van de JBZ-Raad wordt georganiseerd en waarin eenaantal gelijkgezinde lidstaten actuele onderwerpen op het gebiedvan terrorisme en gewelddadig extremisme bespreken. Dezebijeenkomst wordt op roulerende basis voorgezeten door één vande deelnemende lidstaten. Dat zijn Nederland, België,Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Oostenrijk, Spanje enZweden. Daarnaast neemt ook de EU Contraterrorisme Coördi-nator (EU CTC) deel. In overleg met de EU CTC is besloten om derecente ontwikkelingen in Syrië en de mogelijke impact op deinterne veiligheid van de EU als actueel thema te agenderen.Waar nodig wordt er ook breder in internationaal verbandoverlegd, bijvoorbeeld met internationale bondgenoten enstrategische partners in de regio. Ook in raadswerkgroepenworden actuele onderwerpen op het gebied van terrorisme engewelddadig extremisme op reguliere basis met alle lidstatenbesproken.Kan de Minister aangeven welke implicaties hij ziet voor de veiligheidgezien de ontwikkelingen in Syrië?AntwoordEr zijn op dit moment nog geen aanwijzingen dat de terroris-tische dreiging naar aanleiding van de ontwikkelingen in Syrië istoegenomen. Desalniettemin is het van belang om de situatienauwlettend in de gaten te houden en voorbereid te zijn op demogelijke implicaties. Zoals aangegeven is het ingewikkeld om tevoorspellen hoe de ontwikkelingen zich precies zullen doorvertalen in de dreiging.Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het risico datterroristische organisaties zoals ISIS zich hergroeperen enpersonen aansturen om naar de EU af te reizen en/of mensen viasociale media te rekruteren. Dit past in het huidige Dreigings-beeld Terrorisme Nederland (DTN), waar wordt gewezen op ISISaangestuurde aanslagen en de toenemende activiteiten online omnieuwe ISIS leden te rekruteren, stimuleren en te faciliteren.Gelet op het huidige dreigingsniveau blijven veiligheidspartnersalert en kijken zij voortdurend waar en op welke wijze eventueleaanvullende maatregelen nodig zijn. Internationale samenwerkingen informatie-uitwisseling zijn daarbij van groot belang.De leden van de SP-fractie zien dat er gesproken zal worden over eennieuwe EU-Interne Veiligheidsstrategie die in 2025 gepresenteerd wordt.Deze JBZ-Raad geeft de lidstaten de gelegenheid hierover van gedachtente wisselen en prioriteiten en boodschappen mee te geven. Deze ledenvinden het positief om te zien dat Nederland in EU-verband aandacht blijftvragen voor het gebruik van zwaar vuurwerk als explosief, met als inzetde punten uit de non-paper. Kan de Minister meer uitwijden over depositie van andere landen hierin? Welke landen zijn momenteel aange-sloten? Voor welke landen geeft dit non-paper momenteel de meestefrictie? Denkt de Minister ook na over bilaterale gesprekken met omrin-gende lidstaten zoals Duitsland en België over het aanbod van zwaarexplosief vuurwerk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9288 AntwoordIn de Verzamelbrief vuurwerk van 17 oktober 202410 en in deantwoorden op het schriftelijk overleg JBZ-Raad van december202411, heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over devoortgang in EU-verband. In aanvulling daarop kan wordengemeld dat de Ministeries van IenW en JenV continue bezig zijnom, samen met Frankrijk, onze standpunten12 over te brengen enandere lidstaten en de Europese Commissie te overtuigen van denoodzaak om te handelen. Er vinden hierover ook gesprekkenplaats met onze buurlanden. Het kabinet doet geen uitsprakenover standpunten van individuele lidstaten. In algemene zin kanworden gezegd dat de meeste lidstaten ook nog geen formeelstandpunt over dit thema hebben.De leden van de SP-fractie lezen daarnaast dat Nederland graag wil pratenover de bescherming van de economische veiligheid als een belangrijkthema. De Minister zet in op het aanjagen van de Europese strategie opeconomische veiligheid. Wat definieert de Minister als economischeveiligheid? Kan de Minister een beeld geven van maatregelen die zoudenmoeten worden genomen voor meer economische veiligheid?AntwoordEconomische veiligheid is één van de zes nationale veiligheidsbe-langen, zoals neergelegd in de Veiligheidsstrategie voor hetKoninkrijk der Nederlanden.13 Daarin hanteert het kabinet devolgende definitie: het ongestoord functioneren van hetKoninkrijk der Nederlanden als een effectieve en efficiënteeconomie. De Ministeries van Economische Zaken, van Buiten-landse Zaken, van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Justitieen Veiligheid werken hier nauw op samen. Ook zijn in dezeVeiligheidsstrategie verschillende actielijnen met prioriteitenopgenomen, waaronder het vergroten van de weerbaarheid vande economie en het beschermen van de wetenschap (actielijn 3).Dit heeft nadrukkelijk de aandacht van het kabinet, waarbij ookgraag wordt verwezen naar de brieven aan uw Kamer met eenoverzicht van het instrumentarium op economische veiligheid14en over de voortgang op de Veiligheidsstrategie.15 In deze laatstebrief is ingegaan op de maatregelen in het regeerprogramma, diebijdragen aan de economische veiligheid van Nederland. Daarinzijn onder meer genoemd: het waar mogelijk voorkomen en/ofverminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden, hetinvoeren van een wettelijke screeningsplicht voor onderzoekersen masterstudenten om ongewenste kennis- en technologieover-dracht tegen te gaan als onderdeel van de brede aanpak kennis-veiligheid, het versterken van de inlichtingen- en veiligheids-diensten, het investeren in de aanpak van spionage door politieen het Openbaar Ministerie en het uitbreiden van het toepassings-10Kamerstukken II, 2024–25, 28 684, nr. 74511Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 909.12Zie non-paper met Nederlandse standpunten als Bijlage bij Kamerstukken II, 2023/24, 32 317,nr. 872.13Kamerstukken II, 2024–25, 30 821, nr. 178, bijlage.14Kamerstukken II 2024–25, 32 813, nr. 1383. Aan uw Kamer is toegezegd dat in de zomer van2025 nadere informatie wordt gegeven over de voortgang hierop. Zie Kamerstuk 30 821,nr. 256.15Kamerstukken II, 2024–25, 30 821, nr. 251.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9289 bereik van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies enovernames met sensitieve technologieën.De leden van de SP-fractie zien dat op het terrein van civielrecht hetkabinet de inzet steunt om de samenwerking verder te verbeteren, waariner een focus is op het versterken van de interne markt en de kapitaalmark-tunie. De Minister geeft aan dat dit kan door het wegnemen van barrièresbinnen de interne markt met name daar waar obstakels bestaan op hetterrein van het ondernemingsrecht, faillissementsrecht of jaarverslag-geving. Wat bedoelt de Minister hiermee? Zou er niet een reden kunnenzijn dat deze obstakels bestaan zodat niet alles in hoog tempo richting eenkapitaalmarktunie beweegt? Vindt deze Minister dat de mogelijkheden omte werken binnen een kapitaalmarktunie geen grenzen zou moetenkennen?AntwoordDe Europese interne markt is het fundament van de Europeseeconomie en het concurrentievermogen van Europa, waar alleEU-burgers en bedrijven in alle lidstaten van profiteren. Op deEuropese interne markt hebben Nederlandse bedrijven directetoegang tot een markt van meer dan 450 miljoen mensen.Daarmee vormt het een van de bases voor onze economie enwelvaart. Momenteel is de interne markt nog niet voltooid,waardoor bedrijven en burgers nog niet van de volle voordelenervan kunnen profiteren. Belemmeringen, zoals ongerechtvaar-digde verschillen tussen nationale rechtssystemen, kunnengrensoverschrijdend zaken doen of investeren, hinderen. Met hetwegnemen van deze obstakels wil het kabinet de kapitaalmark-tunie verder brengen.De Staatssecretaris Rechtsbescherming zal samen met deMinister van Financiën en de Minister van Economische Zakenkijken naar manieren waarop we het potentieel van de Europeseinterne markt en de Europese kapitaalmarktunie beter kunnenbenutten.Uw Kamer ontvangt naar verwachting in het eerste kwartaal eenbrief waarin wordt ingegaan op de kabinetsinzet en wijze waaropwij dit proces gaan voeren, inclusief randvoorwaarden enbegrenzingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 92810

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · f02bc42560d173ef

14 okt 2026 · 18b307dc26ba6c4b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.