KamerkringInloggen
Kamerstuk

Voorstel van wet

30 nov 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 12d8ce1c9fce957b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 35 102Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het onderwijstoezicht en enkele andere wetten in verband met actualisering van de deugdelijkheidseisen, het daarmee samenhangende onderwijstoezicht en vermindering van administratieve verplichtingen in het funderend onderwijs, alsmede reparatie van wetstechnische gebreken (actualisering deugdelijkheidseisen funderend onderwijs) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in het funderend onderwijs de deugdelijkheidseisen en het daarmee samenhan-gende onderwijstoezicht te actualiseren, het aantal administratieve verplichtingen en voorschriften voor verantwoording te verminderen, en dat het voorts gewenst is een aantal wetstechnische gebreken te repareren; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedge-vonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I. WIJZIGING WET OP HET PRIMAIR ONDERWIJS De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 3a, tweede lid, laatste volzin, vervalt. BIn artikel 4, zevende lid, wordt «artikel 27, eerste lid, van de Wet personenvervoer» vervangen door «artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000». kst-35102-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 21 CHet zesde tot en met het achtste lid van artikel 8 komen te luiden: 6. Het onderwijs aan een speciale school voor basisonderwijs is er tevens op gericht leerlingen waar mogelijk tot het volgen van onderwijs in basisscholen of scholen voor voortgezet onderwijs te brengen. 7. De scholen gebruiken een leerling- en onderwijsvolgsysteem waaruit de vorderingen in de kennis en vaardigheden blijken op het niveau van de leerling, de groep en de school. Het leerling- en onderwijsvolgsysteem bevat toetsen die kennis en vaardigheden van de leerling meten in elk geval op het terrein van de Nederlandse taal en rekenen en wiskunde, met inachtneming van de referentieniveaus Nederlandse taal en de referentie-niveaus rekenen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. 8. De toetsen, bedoeld in het zevende lid, voldoen aan het kwaliteits-oordeel van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke commissie betreffende inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften omtrent het leerling- en onderwijsvolgsysteem en de daaraan verbonden toetsen worden vastgesteld. DIn artikel 9, veertiende lid, wordt «artikel 8, zevende lid» vervangen door «artikel 8, negende lid». EIn artikel 9b, vierde lid, wordt «artikel 8, zesde lid» vervangen door «artikel 8, zevende lid». FIn artikel 9c wordt «artikel 8, zevende lid» vervangen door «artikel 8, achtste lid « en «artikel 9b, achtste en negende lid» vervangen door «artikel 9b, zevende en achtste lid». GIn artikel 10a, derde lid, wordt «artikel 9b, achtste lid» vervangen door «artikel 9b, zevende lid». HIn artikel 11 wordt «artikel 8, zesde lid» vervangen door «artikel 8, zevende lid». IArtikel 12, derde lid, onderdeel b komt te luiden: b. cijfers over de mate van evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities,. JOnder vernummering van het derde tot tweede lid vervalt het tweede lid van artikel 13. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 22 KNa artikel 13 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 13a. Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids 1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolplan vast en stelt dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de inspectie. 2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar en stelt deze zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de ouders en de inspectie. LArtikel 16 vervalt. MArtikel 30 komt te luiden: Artikel 30. Evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities Het bevoegd gezag streeft evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities na. NArtikel 31, vierde lid, komt te luiden: 4. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar. OIn artikel 36, derde lid, vervalt «dan wel aan de betrokken staatsexamen-commissie, en aan de inspectie». PIn artikel 40c, derde lid, wordt «in kennis» vervangen door «onverwijld in kennis». QArtikel 44 vervalt. RIn artikel 45, eerste lid, vervalt de laatste volzin. SArtikel 50 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «artikel 8, zevende lid» vervangen door «artikel 8, negende lid». Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 23 2. Het tweede lid, dat begint met «Het bevoegd gezag» wordt genummerd 3. TIn artikel 57 wordt «artikel 8, zevende lid» vervangen door «artikel 8, negende lid». UArtikel 64b, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden: c. de bindende uitspraak van de geschillencommissie op grond van artikel 32, eerste dan wel vierde lid, tweede volzin, van de Wet medezeg-genschap op scholen, dan wel de bindende uitspraak van de onderne-mingskamer op grond van artikel 36 van de Wet medezeggenschap op scholen. VIn artikel 77, vierde lid, wordt «artikel 283 van de Gemeentewet» vervangen door «artikel 3 van de Wet algemene regels herindeling» en wordt «artikel 1, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling» vervangen door «artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling». WIn Hoofdstuk I, titel IV, komt het opschrift van paragraaf 6 te luiden: § 6. Bestedingsmogelijkheden en financieel beheer XNa artikel 148a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 148b. Beheer van de middelen Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. YArtikel 156 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, wordt «artikel 283 van de Gemeentewet» vervangen door «artikel 3 van de Wet algemene regels herindeling». 2. In het tweede en vierde lid wordt «artikel 1, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling» vervangen door «artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling». ZArtikel 161 vervalt. AAArtikel 171 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 24 b. een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de bekostiging, met daarbij ingevolge het derde lid vast te stellen bijlagen, 2. Na het zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: 7. Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het samenwerkingsverband maakt het jaarverslag openbaar. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking van het jaarverslag plaatsvindt. BBNa artikel 174 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 175. Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging 1. Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodza-kelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2. Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. 3. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 4. Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 171, eerste lid, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 171, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekos-tiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. 5. Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald. CCIn artikel 176j, tweede volzin, wordt «Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van die periode» vervangen door «Op verzoek van de inspectie zendt het bestuur een overzicht van». DDIn artikel 188b wordt «artikel 8, zesde lid» vervangen door «artikel 8, zevende lid». ARTIKEL II. WIJZIGING WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS De Wet op het voortgezet onderwijs wordt als volgt gewijzigd: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 25 AArtikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid, onderdeel d, wordt «landbouw» vervangen door «groen». 2. In het zesde lid, onderdeel d, wordt «landbouw» vervangen door «groen». BArtikel 24, derde lid, onderdeel d, komt te luiden: d. cijfers over de mate van evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities, en. CIn artikel 24a vervalt het derde lid. DNa artikel 24a wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 24a1. Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids 1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolplan vast en stelt dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de inspectie. 2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar en stelt deze zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de ouders, voogden, verzorgers dan wel de meerderjarige en handelingsbekwame leerling, en de inspectie. EArtikel 24c vervalt. FArtikel 24f vervalt. GArtikel 24g, derde lid, komt te luiden: 3. Het bevoegd gezag stelt de actuele versie van het leerlingenstatuut voor de leerlingen beschikbaar. HIn artikel 27a, eerste lid, vervalt de tweede volzin. IIn artikel 32, zevende lid, vervalt de laatste volzin. JArtikel 32c, vierde lid, komt te luiden: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 26 4. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar. KArtikel 32d komt te luiden: Artikel 32d. Evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities Het bevoegd gezag streeft evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities na. LIn artikel 35, derde lid, vervalt de laatste volzin. MIn artikel 35a vervalt de laatste volzin. NIn artikel 39c, vierde lid, vervalt in de laatste volzin «dan wel aan de betrokken staatsexamencommissie, en aan de inspectie». OArtikel 53g, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden: c. de bindende uitspraak van de geschillencommissie op grond van artikel 32, eerste dan wel vierde lid, tweede volzin, van de Wet medezeg-genschap op scholen, dan wel de bindende uitspraak van de onderne-mingskamer op grond van artikel 36 van de Wet medezeggenschap op scholen. PIn artikel 60, zevende en negende lid, wordt «College voor examens» vervangen door «College voor toetsen en examens». QNa artikel 99a wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 99b. Beheer van de middelen Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. RArtikel 103 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:b. een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de bekostiging, met daarbij ingevolge het derde lid vast te stellen bijlagen, Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 27 2. Na het zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: 7. Het bevoegd gezag onderscheidenlijk het samenwerkingsverband maakt het jaarverslag openbaar. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking van het jaarverslag plaatsvindt. SNa artikel 103a2 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 103a3. Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging 1. Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodza-kelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2. Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. 3. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 4. Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 103, eerste lid, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 103, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekos-tiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. 5. Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald. TOnder vernummering van het derde tot tweede lid vervalt het tweede lid van artikel 106. UIn artikel 118s wordt «Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode» vervangen door «Op verzoek van de inspectie van het onderwijs zendt het bestuur een overzicht van». VIn artikel 118w, 118x en 118y wordt «(Stb. XXX, XXX)» telkens vervangen door «(Stb. 2015, 149)». ARTIKEL III. WIJZIGING WET OP DE EXPERTISECENTRA De Wet op de expertisecentra wordt als volgt gewijzigd: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 28 AIn artikel 3a, tweede lid, vervalt de laatste volzin. BIn artikel 8, eerste lid, derde volzin, wordt «artikel 2, aanhef en onder-delen a, b en c» telkens vervangen door «artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c». CIn artikel 18c wordt «artikel 18b, achtste en negende lid» vervangen door «artikel 18b, zevende en achtste lid». DArtikel 21, derde lid, onderdeel d, komt te luiden: d. cijfers over de mate van evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities, en. EOnder vernummering van het zevende tot zesde lid vervalt het zesde lid van artikel 22. FNa artikel 22 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 22a. Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids 1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolplan vast en stelt dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de inspectie. 2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar en stelt deze zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de ouders en de inspectie. GArtikel 27 vervalt. HArtikel 30 komt te luiden: Artikel 30. Evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities Het bevoegd gezag streeft evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities na. IArtikel 31, vierde lid, komt te luiden: 4. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 29 JIn artikel 36, derde lid, vervalt in de laatste volzin: en aan de inspectie. KIn artikel 40a, derde lid, wordt «in kennis» vervangen door «onverwijld in kennis». LArtikel 48 vervalt. MIn artikel 53 wordt het tweede lid, dat begint met «Het bevoegd gezag» genummerd 3. NArtikel 66b, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden: c. de bindende uitspraak van de geschillencommissie op grond van artikel 32, eerste dan wel vierde lid, tweede volzin, van de Wet medezeg-genschap op scholen, dan wel de bindende uitspraak van de onderne-mingskamer op grond van artikel 36 van de Wet medezeggenschap op scholen. OIn artikel 117, tweede lid, wordt «De bedragen, bedoeld in het eerste en derde lid» vervangen door «De bedragen, bedoeld in het eerste en vierde lid». PIn Titel IV, Afdeling 7, komt het opschrift van paragraaf 6 als volgt te luiden: § 6. Bestedingsmogelijkheden en financieel beheer QNa artikel 143a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 143b. Beheer van de middelen Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. RIn artikel 149, eerste lid, wordt «het aantal openbare scholen» vervangen door «het aantal door de gemeente in stand gehouden openbare scholen». SArtikel 157 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 210 b. een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de bekostiging, met daarbij ingevolge het derde lid vast te stellen bijlagen, 2. Na het zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: 7. Het bevoegd gezag maakt het jaarverslag openbaar. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking van het jaarverslag plaatsvindt. TNa artikel 160 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 161. Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging 1. Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodza-kelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2. Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. 3. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 4. Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 157, eerste lid, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekos-tiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. 5. Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald. UIn artikel 162m wordt «Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van die periode» vervangen door «Op verzoek van de inspectie van het onderwijs zendt het bestuur een overzicht van». ARTIKEL IV. WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 2.5.3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het vierde lid, tweede volzin, wordt de zinsnede «De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid» vervangen door «De jaarrekening gaat vergezeld van de overige gegevens, bedoeld Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 211 in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en een verklaring omtrent de getrouwheid». 2. In het vijfde lid wordt de zinsnede «vergezeld van de verklaring» vervangen door «vergezeld van de overige gegevens en de verklaring». 3. Aan het slot van het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking plaatsvindt. BIn artikel 2.5.4, tweede lid, wordt «over de inrichting» vervangen door «over de inrichting en de wijze en het tijdstip van openbaarmaking». ARTIKEL V. WIJZIGING WET OP HET HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2.9 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, tweede volzin, wordt de zinsnede «overige financiële gegevens» vervangen door «overige gegevens als bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek». 2. Na het zesde lid wordt een lid toegevoegd, luidende: 7. Het instellingsbestuur maakt het verslag openbaar. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking plaatsvindt. ARTIKEL VI. WIJZIGING LEERPLICHTWET 1969 De Leerplichtwet 1969 wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 1a1, eerste lid, onderdeel a, wordt «bedoeld in de artikelen 8, eerste, tweede, derde, vierde, achtste lid, onderdeel a, negende en tiende lid» vervangen door «bedoeld in de artikelen 8, eerste, tweede, derde, vierde, negende lid, onderdeel a, tiende en elfde lid». BArtikel 16a wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. Na het eerste lid worden vier leden toegevoegd, luidende: 2. Ten behoeve van het in het eerste lid bedoelde toezicht kan de Inspectie van het onderwijs ambtenaren als bedoeld in artikel 16 aanwijzen indien burgemeester en wethouders hierom verzoeken. 3. Aan de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, ligt een samenwer-kingsovereenkomst tussen de Inspectie van het onderwijs en burge-meester en wethouders ten grondslag, waarvan het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld en waarin in ieder geval de werkzaamheden zijn opgenomen die door deze ambtenaren worden verricht. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 212 4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, treffen burge-meester en wethouders maatregelen om te voorkomen dat de aange-wezen ambtenaren taken verrichten ten behoeve van het toezicht, bedoeld in artikel 16, met betrekking tot de scholen of instellingen waarop hij als aangewezen ambtenaar toezicht houdt. De instructie, bedoeld in artikel 16, vierde lid, is niet van toepassing voor zover het de werkzaamheden van de aangewezen ambtenaren betreft. 5. De ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, zijn niet bevoegd om namens de minister een bestuurlijke boete op te leggen als bedoeld in artikel 27. CArtikel 25, derde lid, vervalt. DIn artikel 27, aanhef, vervalt «dan wel, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,». ARTIKEL VII. WIJZIGING WET OP HET ONDERWIJSTOEZICHT De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 3 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «beoordelen» vervangen door «toezien op» en wordt «en het bevorderen van de financiële continuïteit» vervangen door «en de financiële continuïteit». 2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt de zinsnede «of artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek» vervangen door «, artikel 15.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of artikel 38 van de Wet medezeggenschap op scholen». 3. Het tweede lid, onderdeel e, komt te luiden:e. de bestuurlijke boete op te leggen, bedoeld in artikel 27 van de Leerplichtwet 1969, artikel 39 van de Leerplichtwet BES of artikel 15.7 tot en met 15.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; of BArtikel 24l, onder f, komt te luiden: f. College voor toetsen en examens: College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2 van de Wet College voor toetsen en examens, of één van diens rechtsvoorgangers, genoemd in artikel 12 van die wet, op het gebied van staatsexamens; ARTIKEL VIII. WIJZIGING WET MEDEZEGGENSCHAP OP SCHOLEN De Wet medezeggenschap op scholen wordt als volgt gewijzigd: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 213 AIn artikel 7, derde lid, vervalt «de geledingen en» en wordt «de betrokken geleding of raden» vervangen door «hen». BNa artikel 8 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 8a. Sollicitatiecommissie bestuurder Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken:a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggen-schapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, enb. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de medezeggen-schapsraad dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. CArtikel 9 komt te luiden: Artikel 9. Van overeenkomstige toepassing verklaring van de artikelen 6, 7, 8 en 8a De artikelen 6, 7, 8 en 8a zijn, met uitzondering van de onderdelen c en d voor wat betreft artikel 8a, van overeenkomstige toepassing op:a. de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, met dien verstande dat het de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder dezelfde onderwijswet betreft,b. de medezeggenschapsraad van een samenwerkingsverband,c. de medezeggenschapsraad van een centrale dienst,d. de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 3, zesde lid, ene. de ondersteuningsplanraad. DArtikel 10 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onder b, vervalt «of de onderwijs- en examenre-geling». 2. De aanduiding «1» voor het eerste lid, alsmede het tweede lid vervallen. EArtikel 12, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel a wordt «artikel 10, eerste lid, onderdeel i» vervangen door «artikel 10, onderdeel i». 2. In onderdeel q wordt «bedoeld in artikel 28, voor zover die betrekking heeft op personeel» vervangen door «bedoeld in artikel 28, derde lid». 3. In onderdeel r wordt «artikel 10, eerste lid, onderdeel j» vervangen door «artikel 10, onderdeel j». Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 214 FIn artikel 13, eerste lid, onderdeel a, wordt «artikel 10, eerste lid, onderdeel i» vervangen door «artikel 10, onderdeel i». GIn artikel 15, derde lid, wordt «artikelen 10, eerste lid, onderdeel h» vervangen door «artikelen 10, onderdeel h». HIn artikel 34, vijfde lid, wordt «voorstel» vervangen door «besluit». IArtikel 40 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift komt te luiden: Besluit medezeggenschap onderwijs 2. Het eerste lid alsmede de aanduiding «2» voor het tweede lid vervallen. JDe artikelen 41 tot en met 43 en artikel 46 vervallen. ARTIKEL IX. WIJZIGING WET PRIMAIR ONDERWIJS BES De Wet primair onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 4, tweede lid, laatste volzin, vervalt. BArtikel 16, tweede lid, vervalt. CEr wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 16a. Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids 1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolplan vast en stelt dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de inspectie. 2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar en stelt deze zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de ouders en de inspectie. DArtikel 21 vervalt. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 215 EArtikel 33, vierde lid, komt te luiden: 4. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar. FIn artikel 41, derde lid, vervalt «dan wel aan de betrokken staatsexamen-commissie, en aan de inspectie». GArtikel 49 vervalt. HIn artikel 50, tweede lid, vervalt de laatste volzin. IIn Hoofdstuk I, titel III, Afdeling 7, komt het opschrift van paragraaf 6 als volgt te luiden: § 6. Bestedingsmogelijkheden en financieel beheer JNa artikel 119 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 119a. Beheer van de middelen Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. KArtikel 131 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:b. een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de bekostiging, met daarbij ingevolge het derde lid vast te stellen bijlagen, 2. Na het zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: 7. Het bevoegd gezag maakt het jaarverslag openbaar. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking van het jaarverslag plaatsvindt. LNa artikel 134 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 216 Artikel 135. Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging 1. Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodza-kelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2. Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. 3. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 4. Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 131, eerste lid, uit de verklaring van de deskundige, bedoeld in artikel 131, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekos-tiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging. 5. Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald. MIn artikel 145, tweede volzin, wordt «Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode» vervangen door «Op verzoek van de inspectie zendt het bestuur een overzicht van». ARTIKEL X. WIJZIGING WET VOORTGEZET ONDERWIJS BES De Wet voortgezet onderwijs BES wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 1 wordt «College voor examens» telkens vervangen door «College voor toetsen en examens». BArtikel 16 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het derde lid, onderdeel d, wordt «landbouw» vervangen door «groen». 2. In het zesde lid, onderdeel d, wordt «landbouw» vervangen door «groen». CArtikel 51, derde lid, vervalt. DNa artikel 51 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 217 Artikel 51a. Vaststelling en beschikbaarstelling schoolplan en schoolgids 1. Het bevoegd gezag stelt ten minste eenmaal in de vier jaar het schoolplan vast en stelt dit zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de inspectie. 2. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks de schoolgids vast ten behoeve van het eerstvolgende schooljaar en stelt deze zo spoedig mogelijk na de vaststelling beschikbaar voor de ouders, voogden, verzorgers dan wel de meerderjarige en handelingsbekwame leerling, en de inspectie. EArtikel 53 vervalt. FArtikel 59 vervalt. GArtikel 60, derde lid, komt te luiden: 3. Het bevoegd gezag stelt de actuele versie van het leerlingenstatuut voor de leerlingen beschikbaar. HArtikel 79, vierde lid, komt te luiden: 4. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut op een voor eenieder toegankelijke wijze beschikbaar. IIn artikel 84, vierde lid, vervalt de laatste volzin. JIn artikel 85 vervalt de laatste volzin. KIn artikel 94, vierde lid, laatste volzin, vervalt «dan wel aan de betrokken staatsexamencommissie, en aan de inspectie». LIn artikel 116, eerste en tweede lid, wordt «College voor examens» telkens vervangen door «College voor toetsen en examens». MNa artikel 172 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 172a. Beheer van de middelen Het bevoegd gezag beheert de middelen van de school op zodanige wijze dat het voortbestaan van de school is verzekerd. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 218 NArtikel 175 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:b. een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de bekostiging, met daarbij ingevolge het derde lid vast te stellen bijlagen, 2. Na het zesde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: 7. Het bevoegd gezag maakt het jaarverslag openbaar. 8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking van het jaarverslag plaatsvindt. ONa artikel 178 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 178a. Onderzoek vanwege de minister en correctie bekostiging 1. Onverminderd de bevoegdheid van de inspectie op grond van de Wet op het onderwijstoezicht kan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodza-kelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2. Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. 3. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 4. Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 175, eerste lid, uit de verklaring van de deskundige, bedoeld in artikel 175, vierde lid, of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekos-tiging voor een school onrechtmatig is besteed of evident ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging. 5. Een in het tweede lid bedoelde correctie wordt indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in het derde lid, door Onze Minister betaald. POnder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid vervalt het tweede lid van artikel 187. ARTIKEL XI. WIJZIGING WET EDUCATIE EN BEROEPSONDERWIJS BES De Wet educatie en beroepsonderwijs BES wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 2.3.1. wordt als volgt gewijzigd: Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 219 1. In het vierde lid, tweede volzin, wordt de zinsnede «De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid» vervangen door «De jaarrekening gaat vergezeld van de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en een verklaring omtrent de getrouwheid». 2. In het vijfde lid wordt de zinsnede «vergezeld van de verklaring» vervangen door «vergezeld van de overige gegevens en de verklaring». 3. Aan het slot van het vijfde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze en het tijdstip waarop openbaarmaking plaatsvindt. BIn artikel 2.3.2, tweede lid, wordt «over de inrichting» vervangen door «over de inrichting en de wijze en het tijdstip van openbaarmaking». ARTIKEL XII. WIJZIGING LEERPLICHTWET BES De Leerplichtwet BES wordt als volgt gewijzigd: AIn artikel 28, eerste lid, wordt in de eerste volzin na «de naleving van deze wet» ingevoegd: anders dan door de hoofden. BArtikel 28a wordt als volgt gewijzigd: 1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst. 2. Na het eerste lid worden vier leden toegevoegd, luidende: 2. Ten behoeve van het in het eerste lid bedoelde toezicht kan de Inspectie van het onderwijs ambtenaren als bedoeld in artikel 28 aanwijzen indien het bestuurscollege hierom verzoekt. 3. Aan de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, ligt een samenwer-kingsovereenkomst tussen de Inspectie van het onderwijs en het bestuurscollege ten grondslag, waarvoor het model bij ministeriële regeling wordt vastgesteld en waarin in ieder geval de werkzaamheden zijn opgenomen die door deze ambtenaren worden verricht. 4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede lid, treft het bestuurs-college maatregelen om te voorkomen dat de aangewezen ambtenaren taken verrichten ten behoeve van het toezicht, bedoeld in artikel 28, met betrekking tot de scholen of instellingen waarop hij als aangewezen ambtenaar toezicht houdt. De instructie, bedoeld in artikel 28, vierde lid, is niet van toepassing voor zover het de werkzaamheden van de aange-wezen ambtenaren betreft. 5. De ambtenaren, bedoeld in het tweede lid, zijn niet bevoegd om namens de minister een bestuurlijke boete op te leggen als bedoeld in artikel 39. ARTIKEL XIII. SAMENLOOPBEPALINGEN Indien het bij koninklijke boodschap van 2 oktober 2018 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 220 bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen; Kamerstukken II 2018/19, 35 050, nr. 2) tot wet is of wordt verheven en artikel I, onderdeel D, van die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel I, onderdeel V, van deze wet, wordt in Artikel I, onderdeel V, van deze wet «artikel 77» vervangen door «artikel 76». Indien het bij koninklijke boodschap van 2 oktober 2018 ingediende voorstel van wet tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen; Kamerstukken II 2018/19, 35 050, nr. 2) tot wet is of wordt verheven en artikel 76 van artikel I, onderdeel D, van die wet later in werking treedt dan artikel I, onderdeel V, van deze wet, wordt in artikel 76, vierde lid, van artikel I, onderdeel D, van die wet «artikel 283 van de Gemeentewet» vervangen door «artikel 3 van de Wet algemene regels herindeling» en wordt «artikel 1, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling» vervangen door: artikel 1, onderdeel h, van de Wet algemene regels herindeling. ARTIKEL XIV. INWERKINGTREDING Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. GegevenDe Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 102, nr. 221

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a96ab2bc4f661b66

14 okt 2026 · aa2dd5586247fb85

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.