KamerkringInloggen
Kamerbrief

Eerste Halfjaarbericht politie 2024

19 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e661c49645a4a979 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 628PolitieNr. 1217 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2024InleidingIn dit halfjaarbericht informeer ik uw Kamer over de staat van de politie.Allereerst wil ik stil staan bij de inspanningen die politiemedewerkers hetafgelopen half jaar hebben geleverd. Ik wil andermaal mijn waarderinguitspreken voor de inspanningen die politiemensen elke dag weer leverenom ons veilig te houden.Alvorens ik uw Kamer in detail informeer over de staat van de politie, vindik het belangrijk om stil te staan bij enkele punten. Zoals u in dit halfjaar-bericht kunt lezen, is de druk op de politiecapaciteit groot. De politie zetalles op alles om nieuwe medewerkers te werven en op te leiden.Tegelijkertijd is de verwachting dat de druk op de politiecapaciteit zalaanhouden. Er is dus ook een nadere positiebepaling nodig. In mijn briefvan 7 december jl. heb ik daarom ook aangegeven dat scherpe keuzesnodig zijn waar wij de politie voor inzetten en waar andere (veiligheids)-partners voor aan de lat staan. Deze benadering is de afgelopen tijdurgenter geworden. Inmiddels ben ik er samen met de politie, burge-meesters en het Openbaar Ministerie (OM) van overtuigd dat dit funda-mentele ordeningsvraagstuk kan bijdragen aan een politie met meerfocus, gereed voor de toekomst en in verbinding met de samenleving. Inoverleg met de gezagen, andere departementen en zowel publieke alsprivate organisaties wordt gekeken hoe het werk binnen de politiefunctieslimmer of beter kan worden georganiseerd. Het doel daarvan is dat depolitie zich kan richten op haar kerntaken. Voor de legitimiteit van depolitieorganisatie en een blijvend vertrouwen van burgers in de politie isdat van essentieel belang. Uit de jaarlijkse vertrouwen- en reputatiemo-nitor blijkt dat het vertrouwen van Nederlandse burger in de politie goeden stabiel is. Dat is een positief gegeven, dat in belangrijke mate tedanken is aan de toewijding en professionaliteit van politiemensen.Tegelijkertijd is het geen vanzelfsprekendheid. Het vraagt een doorlo-pende inspanning van de politie om haar taken goed uit te kunnen blijvenvoeren en haar positionering in de samenleving te behouden. kst-29628-1217ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12171 Zoals gebruikelijk informeer ik uw Kamer in deze brief nader langs drielijnen, te weten: (1) de positie van de politie in de samenleving, (2) detoerusting van de politieorganisatie en (3) de ontwikkeling van detaakuitvoering van het werkaanbod. In bijlage 1 zijn de kerncijfers van depolitie visueel weergegeven, in bijlage 2 informeer ik u over de stand vanzaken van gedane toezeggingen, moties en andere aanvullende zaken.In bijlagen 3 tot en met 9 ga ik in op Team Openbare Orde Inlichtingen,geweld tegen mensen met een publieke taak, internationaal, InfographicAnalyse Handhaving openbare orde, besluitenlijst Landelijk OverlegVeiligheid en Politie (LOVP), derde monitor van de Landelijke Eenheid enreactie op brief Autoriteit Persoonsgegevens.Positie van de politie in de samenlevingVertrouwen- en reputatiemonitorVertrouwen in de politie is van groot belang voor de legitimiteit van depolitieorganisatie. De politie brengt jaarlijks op basis van extern enquête-onderzoek een rapportage uit over onderwerpen die belangrijk zijn voorhet vertrouwen in de politie, te weten: nabijheid, rechtvaardigheid eneffectiviteit. Daarnaast is in 2023 voor het eerst ook onderzoek gedaannaar het vertrouwen binnen de politieorganisatie. Het meest recenteonderzoek, over het jaar 2023, is in februari jl. gepubliceerd1. Daaruit blijktdat het vertrouwen van Nederlanders in de politie goed is en dat ditstabiel is in vergelijking met 2022. De Nederlandse bevolking heeft veelaleen positieve indruk van de politie. Daarbij heeft 41% van de mensen inde afgelopen drie jaar daadwerkelijk contact gehad met de politie omuiteenlopende redenen en is hier gemiddeld genomen tevreden over. Eenblijvend aandachtspunt is dat Nederlanders met een buiten-Europeseachtergrond over het algemeen het handelen van de politie minderpositief beoordelen in verhouding tot de totale groep respondenten. Depolitie gebruikt deze inzichten om verbeteringen door te voeren, bijvoor-beeld waar het gaat om dienstverlening en communicatie, zoalsopgenomen in bijlage 1.Toerusting van de politieorganisatieBudgetrecht artikel 31 PolitieIn het debat over de ontwerpbegroting van Justitie en Veiligheid heb ikmet uw Kamer gesproken over het budgetrecht ten aanzien van debegroting van de politie en de motie van de leden Helder en Van der Werf2waarin de regering is verzocht om artikel 31 (Politie) van de begroting vanJustitie en Veiligheid uit te splitsen in meerdere begrotingsartikelen. Dit inhet licht van de rol van de Kamer met betrekking tot inzicht, verant-woording en controle.In mijn brief van 22 juni 20233 heb ik eerder aangegeven dat splitsing vanhet huidige begrotingsartikel van Justitie en Veiligheid in meerdere apartebegrotingsartikelen een forse beperking betekent van de flexibiliteit in deaanwending van het politiebudget. Een dergelijke beperking staat haaksop het beleid dat na de evaluatie van de Politiewet 2012 is ingezet en opde daaruit volgende wijziging van de Politiewet 2012.1«Ook in 2023 vertrouwen in politie goed en stabiel» 25 april 20242Kamerstukken II 2022/23, 36 200, VI nr. 523Kamerstukken II 2022/23, 36 200, VI nr. 140Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12172 Ik ondersteun wel de achterliggende doelstelling om het inzicht in en decontrole van de Kamer op de besteding van het politiebudget verder tevergroten. In voornoemde brief heb ik hiertoe voorstellen gedaan decontrole en het inzicht van uw Kamer te vergroten.Deze heb ik verwerkt in de begroting van het Ministerie van Justitie enVeiligheid 2024 door een tweetal tabellen over de meerjarige bestedingvan het politiebudget. Een tabel ziet op een onderverdeling van een aantalkostenposten en een andere tabel ziet op de meerjarige formatievesterkte4. Hiermee wordt het inzicht in de besteding van de personele enmateriële kosten van de politie vergroot. Hierbij heb ik het advies van deAfdeling advisering van de Raad van State in acht genomen. Daarin gaathet bij personele kosten om inzicht in de personele kosten van delandelijke en regionale eenheden en de ondersteunende diensten conformde bevoegdheid van de Minister van Justitie en Veiligheid bij de verdelingvan de sterkte. Bij materiële kosten gaat het om inzicht in posten alshuisvesting, vervoer en ICT. Al deze posten zijn inzichtelijk gemaakt in debegroting van Justitie en Veiligheid.Dit sluit aan bij uw wens tot transparantie en meer mogelijkheden om tecontroleren. Tegelijkertijd wordt hiermee de noodzakelijke flexibiliteit in debesteding van het beschikbare budget voor de politie behouden om zoeffectief mogelijk gevolg te kunnen geven aan de beleidsdoelstellingenvan de vele (lokale) gezagsdragers en de Veiligheidsagenda met ruimtevoor regionaal en lokaal maatwerk.PolitiecapaciteitIk heb meermaals gesproken met uw Kamer over de druk op de politieca-paciteit. Zoals ook in eerdere halfjaarberichten gecommuniceerd, werkende politie en de Politieacademie aan een structurele versterking van depolitie door een omvangrijke uitbreiding van het operationele politieper-soneel te realiseren. De kabinetten Rutte III en IV hebben de formatie vande politie met circa 4.000 fte uitgebreid, waaronder de 700 fte uit de motieHermans. Deze uitbreiding vindt plaats in een periode van grote uitstroomdoor een pensioengolf, versterkt door de Regeling Vervroegd Uittreden(RVU) en de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. De uitstroom vanoperationeel politiepersoneel is momenteel hoger dan de instroom. Ditbetekent dat de operationele sterkte van de politie momenteel licht daalt5.Op dit moment en in de komende jaren wordt de beschikbare opleidings-en begeleidingscapaciteit volledig benut. Voor specialistischezij-instromers, zoals digitale of financieel-economische specialisten, is nogwel extra opleidings- en begeleidingscapaciteit beschikbaar, al is dekrappe arbeidsmarkt ook voor de bezetting van deze functies eenuitdaging. Dat geldt voor zowel werving als behoud. Het kost meer tijd omde uitbreidingen van de politiecapaciteit volledig te realiseren.Aanvankelijk werd de druk voornamelijk in de gebiedsgebonden politiegevoeld. Om te voorkomen dat het operationele politiewerk te veel onderdruk kwam te staan, is er tijdelijk sprake geweest van een beperktedoorstroom van politiecapaciteit naar de opsporing. Inmiddels voelt ookde opsporing de krapte op de arbeidsmarkt. Er wordt daarom in dearbeidsmarktstrategie meer gefocust op dit onderdeel, alsook op degebiedsgebonden politie, bewaken en beveiligen en de meldkamer. Desituatie vraagt ook om het maken van keuzes.4Justitie en Veiligheid in de Begroting 20245Jaarverantwoording politie 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12173 Hier wordt, binnen de context van de visie op de politiefunctie, dekomende tijd in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) hetgesprek over gevoerd. Daarnaast wordt vooral onderzocht hoe het werkslimmer kan worden georganiseerd.De politie blijft een populaire werkgever. In de tweede helft van 2023 is hetmet diverse maatregelen uit de arbeidsmarktstrategie gelukt om dewerving op peil te houden en de klassen aan de Politieacademie volledigte vullen. Ook voor 2024 ligt de werving van aspiranten nagenoeg opschema. Vanwege de hoge uitstroom zullen de inspanningen op dewerving consequent moeten worden doorgezet en wordt ook intensievergewerkt aan het behoud van politiepersoneel. In bijlage 2 geef ik eennadere toelichting op de arbeidsmarktstrategie en ga ik in op diverseonderwerpen met betrekking tot capaciteit.Stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachtenEen van de manieren waarop de politie werkt aan het behoud vanpolitiepersoneel is door in te zetten op goede zorg voor medewerkers.Politiemedewerkers staan in de frontlinie en hun werk kent risico’s. Elkjaar lopen politiemedewerkers, als gevolg van hun werk, fysieke ofpsychische klachten op, zoals PTSS. Zij verdienen de juiste aandacht enzorg. Derhalve is de afgelopen jaren hard gewerkt aan het nieuwe stelselberoepsgerelateerde gezondheidsklachten, waarin vertrouwen centraalstaat en de focus ligt op zorg, herstel en re-integratie.In het eerste halfjaarbericht van 2023 heb ik uw Kamer geïnformeerd dater overeenstemming was bereikt tussen de politie, de vakorganisaties enhet ministerie over de algemene maatregel van bestuur (AMvB) die dejuridische basis vormt van het nieuwe stelsel beroepsgerelateerdegezondheidsklachten. Bij de uitwerking van de gemaakte afspraken inonderhavige regelgeving kwamen de betrokken partijen gezamenlijk totde conclusie dat zij deze AMvB toch nog op enkele punten wildenwijzigen. Inmiddels is ook hier overeenstemming over bereikt. Degesprekken over de uitwerking in nadere regelgeving zijn inmiddelsvergevorderd. Parallel aan de uitwerking van de wet- en regelgevingwordt de implementatie voorbereid door de politie. Onderdeel van deAMvB is een overgangsrecht om te voorkomen dat bepaalde politiemede-werkers tussen wal en schip vallen.Ook over overgangsbeleid, op basis waarvan restschadeprocedures dieonder het oude regime blijven vallen kunnen worden afgerond, zijninmiddels afspraken gemaakt. Conform toezegging aan uw Kamerinformeer ik u over de langlopende (PTSS-)restschadedossiers inbijlage 2.Transitie Landelijke Eenheid (LE)Als bijlage 8 bij dit halfjaarbericht vindt u de derde monitoringsrapportagevan de monitoringscommissie Schneiders (hierna: de commissie) over devoortgang van de transitie van (voorheen) de Landelijke Eenheid,inmiddels de Eenheid Landelijke Expertise en Operaties (LX) en deEenheid Landelijke Opsporing en Interventies (LO).Op 1 januari 2024 is de splitsing van de Landelijke Eenheid zonderproblemen verlopen en dat verdient de grootste complimenten aan allemedewerkers van de landelijke eenheden die dat mogelijk hebbengemaakt, gezien het feit dat dit een zeer complexe exercitie betrof.Hiermee is de transitie een volgende fase ingegaan, met meer focus opdoorontwikkeling van onder andere het vak (ontwerpen) en het verderTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12174 invulling geven aan werkcultuur en leiderschap, passende bedrijfsvoeringen datagedreven werken. Conform het advies van de commissie buigt depolitie zich momenteel over de eerder gemaakte planning in het transi-tieplan, waarbij met de tot nu toe opgedane ervaring in het proces deverhouding tussen ambities en randvoorwaarden worden geactualiseerden waar nodig in tijd worden bijgesteld.De commissie geeft in deze rapportage aan de afgelopen periode veel oogte hebben gehad voor (de randvoorwaarden voor) deze gewenstecultuurverandering. Zij heeft hierbij gemonitord in hoeverre de basis oporde is om deze veranderingen door te voeren, waarbij gekeken is naaronder andere visie, communicatie, de rol van leidinggevenden enbarrières. Het werken aan cultuurverandering is een belangrijk elementom te komen tot een sociaal en veilig werkklimaat voor iedereen binnende beide landelijke eenheden. Hierbij zijn leidinggevenden belangrijkecultuurdragers en dit element wordt ook meegenomen in de schouw voorde leidinggevenden die op dit moment nog loopt. De commissiebenadrukt om zo snel mogelijk meer inkleuring te geven aan de richtingdie de eenheden op willen om zo medewerkers in staat te stellendaadwerkelijk aan de slag te gaan met cultuurverandering. Zij zienmomenteel grote verschillen tussen teams.Dit thema hangt nauw samen met medewerkersparticipatie. Decommissie hoort vanuit medewerkers dat er behoefte is om mee tedenken over de veranderingen, maar hier niet overal de mogelijkheid toekunnen vinden. Aangeraden wordt de huidige manieren van medewerker-sparticipatie onder de loep te nemen en te bezien wat het best past indeze nieuwe fase. De korpsleiding heeft bij mij aangegeven dat de nieuwefase van onder andere vakontwikkeling goed past bij (andere vormen van)medewerkersparticipatie.GovernanceDe commissie Schneiders heeft onder de noemer governance aan deMinister van Justitie en Veiligheid twee aanbevelingen gedaan. De eersteaanbeveling is erop toe te zien dat het gezag over de opsporing bij delandelijke eenheden stevig wordt gepositioneerd. De tweede aanbevelingvraagt de Minister erop toe te zien dat via het Landelijk Overleg Veiligheiden Politie (LOVP) het zicht van het lokaal bestuur op de landelijkeeenheden wordt verstevigd. Aan beide aanbevelingen is uitvoeringgegeven. Door de kwartiermakers van de landelijke eenheden en door deleiding van het Landelijk Parket is een passende governance ingericht, dievoortvloeit uit het gezag van het OM over de opsporing. Het betreftoverleg op alle niveaus, van strategisch tot operationeel. Ten aanzien vande tweede aanbeveling heb ik met de deelnemers van het LOVPafgesproken dat in ons overleg met meer regelmaat en op basis vanuitgebreidere informatie over taakuitvoering en beheer van de landelijkeeenheden zullen spreken. Verder is afgesproken om een bestuurlijkstrategisch overleg te starten tussen de politiechefs van de landelijkeeenheden, de hoofdofficier van het Landelijk Parket en een vertegenwoor-diging van de Regioburgemeesters.Zij zullen daar bijvoorbeeld spreken over het strategische beleid van delandelijke eenheden bij de bestrijding van georganiseerde en interna-tionale criminaliteit en de raakvlakken met de lokale aanpak van dieproblematiek.De monitoringscommissie Schneiders zal zich tot 1 juli 2024 blijveninzetten om de voortgang van de transitie te monitoren, waarna zij zalkomen tot een eindrapport dat ik met uw Kamer zal delen. Er wordt inTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12175 nauwe samenwerking met de politie en de commissie gewerkt aanoverdracht naar regulier toezicht, dat zal worden vormgegeven door deInspectie Justitie en Veiligheid.De ontwikkeling van de taakuitvoering van het werkaanbodAnalyse handhaving openbare ordePolitiecapaciteit is per definitie schaars. Dit betekent dat altijd keuzesmoeten worden gemaakt over de inzet van politiemensen en middelen.Het van belang inzicht te verkrijgen in de maatschappelijke trends die vaninvloed zijn op de politie-inzet, om deze keuzes geïnformeerd en datage-stuurd te kunnen maken. Het Informatie en Analyse Team (IAT), eengecombineerd team van de politie, het Ministerie van Justitie enVeiligheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft daaromeen analyse gedaan naar de handhaving van de openbare orde bijdemonstraties, evenementen en voetbal. De aanleiding voor de analysewas het mediabeeld van een toename van het aantal demonstraties, eenstijgende populariteit van evenementen en een toename van het aantalincidenten tijdens voetbalwedstrijden.Demonstraties en (voetbal) evenementen vragen inzet van politiemid-delen en -personeel. De rol van de politie is respectievelijk gericht op hetfaciliteren en het handhaven van de openbare orde. Het is van belang teonderstrepen dat hoewel demonstraties en (voetbal)evenementen allebeipolitiecapaciteit vergen, ze geen juridische gelijkenis hebben. Demon-streren is een grondrecht en evenementen worden gegund. In de analyseis gekeken naar de trends en ontwikkelingen in demonstraties en (voetbal)evenementen, de inspanningen die politie levert en de aard en omvangvan incidenten die zich voordoen tijdens deze gebeurtenissen.De analyse beslaat de periode 2015 t/m 20226. De infographic bevat desamenvatting van de belangrijkste bevindingen en is als bijlage 6toegevoegd bij dit Halfjaarbericht.De belangrijkste bevindingen van de analyse zijn:•Het totaal aantal gebeurtenissen en incidenten is afgenomen, metname door de daling van evenementen, dit ondanks de stijging vandemonstraties.•Het aantal geregistreerde uren «grootschalig optreden» blijft over hetalgemeen constant.•We zien een daling van de politie inzet bij evenementen en een stijgingvan politie inzet bij demonstraties en voetbal.•Er zijn wel flinke fluctuaties in zowel de aantallen gebeurtenissen alsde politie inzet in de coronajaren 2020 en 2021.•Het merendeel van de demonstraties, evenementen en voetbalevene-menten verloopt zonder incidenten.De gegevens in de IAT-analyse over voetbal zijn afkomstig van registratiesuit de Basisvoorziening Handhaving (BVH) en de politiekalender. Degegevens uit de Ketenvoorziening Voetbal (KVV) zijn niet opgenomen,omdat de analyse streeft naar een algeheel beeld van de openbare orde,waarbij dezelfde bronnen en methoden worden toegepast op alle driesoorten gebeurtenissen: demonstraties, evenementen en voetbalevene-menten. De IAT-cijfers hebben betrekking op voetbalevenementen, hetbetreft dus niet alleen wedstrijden, maar ook festiviteiten rondomvoetbalclubs, zoals huldigingen. Daarnaast zijn ook voetbalevenementen6Het IAT heeft voor wat betreft aantallen en inzet ook naar het jaar 2023 gekeken. Het beeld blijftvrijwel gelijk t.o.v.de trends die we zien vanaf 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12176 buiten het betaald voetbal (amateurvoetbal) meegenomen. De gepresen-teerde cijfers over incidenten, gaan niet alleen over incidenten in enrondom stadions, maar ook daarbuiten.De analyse is gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve gegevens uit depolitiesystemen. De ruwe data zijn geanalyseerd door een team vanpolitie, ministerie en CBS om de betrouwbaarheid zo optimaal te maken.Voor het selecteren van de incidenten en verdachten is de voorkeurgegeven aan een zo zuiver mogelijk beeld, boven een zo compleetmogelijk beeld. De gegeven data geven daarmee de ondergrens weer. Deanalyse is kwantitatief van aard en neemt mentale impact op politiemede-werkers niet in ogenschouw.Doorontwikkeling en inrichting van de opsporingDe opsporing moet toegerust en toegesneden zijn op de veiligheidspro-blemen van vandaag en die van de toekomst, zowel op landelijk, regionaalals op lokaal niveau. Dat geldt voor zowel de veelvoorkomende crimina-liteit, de high impact crime als de zware en georganiseerde en ondermij-nende criminaliteit. Grote uitdagingen en kansen liggen er bijvoorbeeldop het vlak van digitalisering, technologie en het werken met dataIn bijlage 2 wordt, ingevolge een toezegging aan het lid Michon-Derkzen,nader ingegaan op de inrichting van de opsporing binnen de politie en dedoorontwikkeling hiervan. Daarnaast ga ik in op de toezegging aan het lidMutluer over de lokale opsporingscapaciteit.ExplosiesNaar aanleiding van de moties Mutluer c.s ingediend aangaande eenzogenaamde task force ben ik in overleg met alle betrokken partijengekomen tot een Strategisch offensief tegen explosies. Hierover wordt uin een separate brief geïnformeerd. tijdens evengenoemde begrotingsbe-handeling heb ik ook een toezegging gedaan om in het halfjaarberichtpolitie terug te komen op een eventueel onderzoek rondom explosies inwijken. Het voornemen om onderzoek uit te voeren naar dit fenomeensluit aan bij de motie van de leden Mutluer en Boswijk7. Daarover kan ik umelden dat het eerdergenoemde Informatie en Analyse Team (eengecombineerd team van de politie, het Ministerie van Justitie enVeiligheid en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)) een quickscanheeft uitgevoerd naar de problematiek.Voorts is de politie gestart met een fenomeenanalyse die na deze zomeropgeleverd wordt. Op basis van de resultaten van beide analyses volgtindien nodig een aanvullend onderzoek via het WetenschappelijkOnderzoek- en Datacentrum (WODC). Ten laatste heeft het zogehetenVlaardingenoverleg een opdracht verstrekt om via de Erasmus Univer-siteit uitgebreid onderzoek te laten doen naar explosies, met name in deeenheid Rotterdam. Over de uitkomsten van beide onderzoeken wordt uwKamer in 2025 geïnformeerd.Tot slotIn een veranderende samenleving houdt de politie vast aan haarkernwaarden en missie koers door te blijven beschermen, begrenzen enbekrachtigen. Mijn streven is de politiemensen zo goed mogelijk teondersteunen in het belangrijke werk dat zij doen en de organisatie daar7Kamerstukken II 2023/24, 36 410-VI, nr. 46Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12177 zo goed mogelijk op uit te rusten. Zoals gezegd gaan de bijlagen bij dezebrief in meer detail in op de specifieke zaken, onder meer op de moties entoezeggingen aan de Tweede Kamer.De Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 628, nr. 12178

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d467afb9c80c1a63

14 okt 2026 · e5b1c41ec7c659c6

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.