Reactie op verzoek commissie over de Nederlandse positie en inzet richting het Europees Parlement ten aanzien van het conceptvoorstel van het Europees Parlement inzake de wijziging van de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europees Parlement (Kiesakte)
Brontekst
Versie 0f0f830576fec90c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2021–2022 34 361EU-voorstel: Wijziging van de Akte betreffende de verkiezingen van de leden van het Europees parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 15 oktober 2021 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft in een brief d.d. 10 september 2021 verzocht om uw Kamer te informeren over de Nederlandse positie en inzet richting het Europees parlement ten aanzien van het conceptvoorstel van het Europees parlement inzake de wijziging van de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europees parlement (Kiesakte). De bepaling van de Nederlandse positie en inzet ten aanzien van een ontwerpvoorstel inzake de wijziging van de Kiesakte acht ik voortijdig aangezien het Europees parlement nog geen rapport heeft vastgesteld. De commissie Constitutionele Zaken van het Europees parlement (AFCO) heeft een ontwerprapport aangehouden om eventuele input uit de Conferentie over de Toekomst van Europa te kunnen verwerken. Na de behandeling door de AFCO zal duidelijk moeten worden of het ontwer-prapport wordt aangenomen door het Europees parlement als geheel. Vervolgens dient het ontwerpvoorstel aan de Raad aangeboden te worden en is behandeling in Raadsverband aan de orde. Een wijziging van de Kiesakte moet met unanimiteit worden vastgesteld door de Raad en vervolgens worden goedgekeurd volgens de grondwettelijke procedures in elk van de lidstaten.1 1Voor de goede orde wijs ik erop dat het vorige besluit van de Raad tot wijziging van de Kiesakte (d.d. 13 juli 2018; Trb. 2018, nr. 157) weliswaar is goedgekeurd voor het Koninkrijk der Nederlanden (Kamerstuk 35 076, nr. 1), maar tot op heden niet in werking is getreden, aangezien het besluit door een aantal andere lidstaten nog niet is goedgekeurd. kst-34361-15ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 34 361, nr. 151 Indien het Europees parlement een ontwerpwijziging van de Kiesakte vaststelt, zal het kabinet uw Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de Nederlandse positie en inzet. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. OllongrenTweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 34 361, nr. 152
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.