Verslag van een interparlementaire uitwisseling over de kansen en uitdagingen van AI te Nicosia, Cyprus
Brontekst
Versie 8dc2fea66a0dd5c1 · officiële bronStaten-Generaal1/2Vergaderjaar 2025–202626 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)L/ Nr. 1457 VERSLAG VAN EEN INTERPARLEMENTAIRE CONFERENTIEVastgesteld 30 januari 2026 Op 14 en 15 januari 2026 vond een interparlementaire conferentie (IPC)over artificiële intelligentie (AI) plaats te Nicosia, Cyprus. Het thema vande IPC was: The age of Artificial Intelligence: Opportunities andChallenges. De conferentie werd georganiseerd in het kader van hetCypriotische voorzitterschap van de Europese Unie. Namens decommissie Digitale Zaken van de Tweede Kamer namen de leden ElBoujdaini (D66), Van Dijk (PVV), Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Van denBerg (JA21) deel. Namens de commissie Digitalisering van de EersteKamer namen de leden Recourt (GroenLinks-PvdA) en Lievense (BBB)deel.Graag brengt deze delegatie verslag uit ten behoeve van de informatiepo-sitie van beide Kamers der Staten-Generaal.Verslag van de interparlementaire conferentieDe deelnemers werden welkom geheten door Annita Demetriou,voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van Cyprus. Demetriouonderstreepte dat AI aanzienlijke kansen biedt voor uiteenlopendesectoren, waaronder de gezondheidszorg, het onderwijs en de publiekedienstverlening. Tegelijkertijd onderstreepte ze dat de uitdagingen nietmogen worden onderschat. Zo kan AI worden ingezet voor de groot-schalige verspreiding van desinformatie, hetgeen kan leiden tot polari-satie van de samenleving en ondermijning van de democratie. AI wordtbovendien steeds vaker ingezet door kwaadwillende buitenlandse actoren,bijvoorbeeld om verkiezingen te beïnvloeden. De opkomst van AI leidtbovendien tot toenemende ongelijkheid op de arbeidsmarkt en tussensociaaleconomische groepen in de samenleving. Met de Europesedigitaliseringswetgeving beoogt de Europese Unie innovatie te stimulerenen tegelijkertijd haar fundamentele waarden te beschermen. Tijdigeimplementatie in de lidstaten blijft evenwel een uitdaging.De onderwerpen die door Demetriou werden aangesneden, stondencentraal in de drie sessies van de conferentie. kst-26643-1457ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Staten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14571 Sessie 1: Democracy and the Rule of Law in the Age of ArtificialIntelligence: Fake News, Disinformation and Foreign InterferenceSprekers: Demetris Demetriou, lid van het Huis van Afgevaardigden vanCyprus; Michael McGrath, Eurocommissaris voor Democratie, Justitie,Rechtsstaat en Consumentenbescherming; Vasiliki Triga, universitairhoofddocent aan de technische universiteit van Cyprus.Tijdens de eerste sessie werd uitgebreid stilgestaan bij de dreiging vandesinformatie, deepfakes en buitenlandse inmenging voor de democra-tische rechtsstaat en fundamentele waarden. Daarbij stonden onder meerde vragen centraal hoe een balans kan worden gevonden tussen hetbestrijden van desinformatie en het waarborgen van de vrijheid vanmeningsuiting, hoe interparlementaire samenwerking kan bijdragen aanhet tegengaan van buitenlandse inmenging, en op welke wijze deinitiatieven van het Europese schild voor de democratie (DemocracyShield) kunnen worden ingezet om de weerbaarheid van de EuropeseUnie te versterken.Eurocommissaris Michael McGrath ging in zijn bijdrage uitvoerig in ophet Europese wettelijke kader dat is gericht op het versterken van dedemocratische weerbaarheid tegen zowel interne als externe bedrei-gingen, waaronder desinformatie en Foreign Information Manipulationand Interference (FIMI). Daarbij lichtte hij toe dat de Uitvoeringswetdigitaledienstenverordening (DSA) regels stelt voor online tussenhandel-diensten ter bescherming van burgers tegen illegale content en desinfor-matie, dat de verordening Mediavrijheid bijdraagt aan toegang totbetrouwbare informatie en dat de Algemene Verordening Gegevensbe-scherming (AVG) burgers in staat stelt regie te voeren over hunpersoonsgegevens.McGrath benadrukte dat de EU met haar digitale «rulebook» (onder meerde AVG, de Digital Services Act (DSA), de AI-verordening, de verordeningPolitieke Advertenties en de verordening Mediavrijheid) probeert te sturenop verantwoord gebruik van AI. Regulering is volgens hem niet bedoeldom innovatie te smoren, maar om deze te sturen richting het publiekebelang en de bescherming van democratische waarden.Met het oog op verkiezingsprocessen noemde McGrath dat deAI-verordening verplichtingen bevat rond het labelen en detecteerbaarmaken van door AI gegenereerde of gemanipuleerde content, waaronderdeepfakes. Ook lichtte hij toe dat de Commissie werkt aan richtsnoerenover de kwalificatie van hoog-risico AI-systemen die verkiezingsprocessenkunnen raken.Daarnaast wees hij op de voorbereiding van een nieuw wetgevings-voorstel op het digitale terrein, de Digital Fairness Act (DFA), die naarverwachting eind 2026 zal worden gepubliceerd. Deze verordening beoogtconsumenten binnen de Europese Unie te beschermen tegen manipula-tieve technieken zoals dark patterns, verslavende interfaceontwerpen enmisleidende influencer marketing.McGrath stond daarnaast uitgebreid stil bij het onlangs gepubliceerdeEuropese schild voor de democratie. Dit voorstel bouwt voort op de DSAen de verordening mediavrijheid en is gericht op het beschermen van deEuropese Unie tegen desinformatie en buitenlandse inmenging. Daartoeworden een aantal acties voorgesteld langs drie pijlers: 1) het waarborgenvan de integriteit van de informatievoorziening, 2) het beschermen vaneerlijke en vrije verkiezingen en 3) het versterken van de betrokkenheidvan burgers. In dit kader wordt een Centre for Democratic ResilienceStaten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14572 opgericht, met als doel expertise te bundelen en de uitwisseling vaninformatie over buitenlandse inmenging tussen lidstaten te bevorderen.McGrath benadrukte dat alle beschikbare middelen moeten wordeningezet om te voorkomen dat AI de democratische rechtsstaat ondermijnt,en onderstreepte daarbij de cruciale rol van parlementen.Vasiliki Triga, universitair hoofddocent aan de technische universiteitvan Cyprus, belichtte aan de hand van concrete voorbeelden zowel derisico’s als kansen van AI voor de democratische rechtsstaat. Zij weeserop dat de grootschalige verspreiding van desinformatie, manipulatievepraktijken en hyper gepersonaliseerde campagnes democratischeprocessen ondermijnen en het vertrouwen van burgers onder druk zetten.Tegelijkertijd benadrukte Triga dat AI niet moet worden gedemoniseerd:de technologie kan ook worden ingezet om burgerparticipatie teversterken, bots te detecteren en kwetsbare groepen te identificeren.Triga schetste het beeld van AI als een «tweesnijdend zwaard». Aan derisicokant benoemde zij onder meer: (i) de snelle schaalbaarheid vanhyperrealistische deepfakes, (ii) micro-targeting en gepersonaliseerdebeïnvloeding, en (iii) zogenoemde «ghost electorates»: netwerken vanbots die zich als echte gebruikers gedragen en bijvoorbeeld kiezerskunnen ontmoedigen om te stemmen.Als concreet voorbeeld noemde zij de Slowaakse verkiezingen van 2023,waar kort voor de stembusgang een vervalste audio-opname circuleerde.Hoewel later werd vastgesteld dat het om een deepfake ging, was deimpact op het publieke debat volgens Triga al aangericht.Aan de kansenkant gaf Triga voorbeelden van hoe AI kan bijdragen aandemocratische weerbaarheid, zoals Finse toepassingen om bots vroeg-tijdig te detecteren en het benutten van AI voor deliberatieve processen.Zij verwees hierbij naar het Taiwanese vTaiwan-platform, waar AI wordtgebruikt om grote hoeveelheden burgerinput te clusteren en te structu-reren ten behoeve van beleidsvorming.Daarnaast onderstreepte Triga het belang van digitale geletterdheid voorde weerbaarheid tegen desinformatie en buitenlandse beïnvloeding.Burgers moeten niet alleen leren omgaan met AI, maar ook begrijpen hoeAI-gegenereerde content, zoals deepfakes, worden gecreëerd om dezebeter te kunnen herkennen.Triga onderschreef het Europese wettelijke kader rondom digitalisering,waaronder de AI-verordening, de DSA, de verordening mediavrijheid enhet Europese schild voor democratie. Deze instrumenten vormen volgenshaar belangrijke stappen voorwaarts, waarbij de voornaamste uitdagingnu ligt in een effectieve implementatie en handhaving daarvan. Techno-logie is op zichzelf neutraal; het is aan de mens om technologie op eenverantwoorde manier vorm te geven. Kritisch denken en bewust handelenzijn daarbij volgens Triga van essentieel belang.Discussie en vragen vanuit de parlementaire delegatiesTijdens de discussie werd belang van regelgeving rondom desinformatieen buitenlandse beïnvloeding door verschillende delegaties onder-schreven. Inzetten op digitale geletterdheid van jongeren is volgensdelegaties van belang om de toekomstige generaties weerbaar te maken.Staten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14573 Sessie 2: Governing Artificial Intelligence: from regulation torealitySprekers: Nicodemos Damianou, plaatsvervangend Minister vanInnovatie, Onderzoek en Digitaal Beleid; Michael McNamara, voorzittervan de AI Act werkgroep van het Europees Parlement; Eyripidis Stylia-nidis, lid van het Griekse (Helleense) parlementTijdens de tweede sessie stond de implementatie van het Europeeswettelijke kader rondom digitalisering en AI centraal. Met de AI veror-dening, het eerste juridisch bindende wettelijk kader voor AI wereldwijd,wordt gewaarborgd dat AI-systemen die in de Europese Unie wordenverkocht en gebruikt, veilig zijn en in overeenstemming met de funda-mentele waarden en beginselen van de Europese Unie. De tijdigeimplementatie van de AI verordening vormt voor veel lidstaten eenuitdaging. In de opening van deze sessie benadrukt Nicos Tornaritis, lidvan het Huis van Afgevaardigden van Cyprus, dat de rol van parlementenbij het tijdig implementeren van de Europese digitale regelgeving cruciaalis.Naast de bescherming van fundamentele waarden en beginselen, richt deEuropese Unie zich op het versterken van haar positie en concurrentiever-mogen ten opzichte van de Verenigde Staten en China. Het Draghi-rapportwijst er evenwel op dat de regeldruk van de Europese digitale regelgevingeen rem kan zetten op innovatie en het concurrentievermogen. Tegendeze achtergrond heeft de Europese Commissie onlangs het DigitaleOmnibuspakket gepubliceerd, met als doel de Europese regelgeving tevereenvoudigen en beter uitvoerbaar te maken.Plaatsvervangend Minister Nicodemos Damianou positioneerde AI alseen «general-purpose technology» die economie en geopolitiek ingrijpendverandert. Hij onderstreepte dat de implementatie van de AI-verordeningin augustus 2026 een belangrijke mijlpaal is en pleitte voor «smartsimplification»: vereenvoudiging die de kern van bescherming envertrouwen behoudt, maar procedures werkbaar maakt, met name voorstart-ups en het mkb.Damianou wees erop dat momenteel circa 80% van de cloudmarkt binnende Europese Unie in handen is van Amerikaanse aanbieders, terwijlEuropese startups moeite hebben om op te schalen. Hij benadrukte datdaadkrachtig optreden van de Europese Unie noodzakelijk is en noemdede Cloud en AI Development Act een stap in de goede richting. Tegelij-kertijd waarschuwde hij dat de Europese Unie zich niet moet latenmeeslepen in de «race to the bottom». Volgens hem dient de focusprimair te liggen op het mogelijk maken van maatschappelijke toepas-singen van AI, onder meer in de gezondheidszorg, de publieke dienstver-lening en de aanpak van klimaatverandering.Damianou lichtte vijf prioriteiten van het Cypriotisch voorzitterschap toe:(1) praktische en uniforme toepassing van de AI-verordening, (2)versterking van digitale soevereiniteit (o.a. investeringen in infrastructuuren data spaces), (3) bevordering van mensgerichte AI via onderwijs enethiek en internationale samenwerking, (4) betere toegang voor start-upsen mkb tot compute, data, «AI factories» en financiering, en (5) opbouwvan Europese capaciteit in onderzoek en talent.Michael McNamara, voorzitter van de AI Act werkgroep van hetEuropees Parlement, stond uitgebreid stil bij het Digitale Omnibus-pakket.Met het zogenoemde Digitale Omnibuspakket, bestaande uit de veror-dening Digitale Omnibus (COM(2025) 837), de verordening Omnibus AIStaten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14574 (COM(2025) 836) en de Data Unie strategie voor het ontsluiten van datavoor AI (COM(2025) 835), wordt beoogd regelgeving te bundelen,definities te harmoniseren en te verduidelijken, en bepaalde verplich-tingen te schrappen of uit te stellen. Concreet voorziet het pakket ondermeer in de integratie van de Data Governance Act (DGA) en de Open datarichtlijn in een herziene Data Act, het schrappen van de registratieplichtvoor hoog-risico AI-systemen uit de AI verordening, en het creëren vaneen wettelijke basis voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevensten behoeve van het trainen van AI-systemen. Daarnaast wordt voorge-steld de datum waarop de bepalingen van de AI verordening metbetrekking tot hoog-risico systemen van toepassing worden uit te stellen;deze zouden in augustus 2026 in werking treden.McNamara wees op actuele voorbeelden die het belang van robuustehandhaving van de AI Act onderstrepen, zoals de opkomst van «nudifi-cation tools» die met generatieve AI deepfake-naaktbeelden kunnenmaken van echte personen. Volgens hem moet het Europese kadervoldoende sterk blijven om burgers te beschermen tegen dit soortschadelijke toepassingen.McNamara schetste de werkwijze van de gezamenlijke werkgroep vanIMCO en LIBE in het Europees Parlement die sinds oktober 2024 deimplementatie en handhaving van de AI-verordening monitort. Dewerkgroep voert (deels vertrouwelijke) gesprekken met de EuropeseCommissie, de AI Office, nationale toezichthouders en maatschappelijkeorganisaties, onder meer over de Code of Practice voor general-purposeAI en AI-geletterdheid.Over het Digitale Omnibus-pakket benadrukte McNamara dat snelheid nietmag worden verward met haast. Als de Commissie onderdelen van deAI-verordening wil heropenen, moet zij expliciet maken welke belangen zijtegen elkaar afweegt, wie daarvan profiteert, wie risico loopt, en waaromdie keuze gerechtvaardigd is.Als voorbeeld noemde hij het voorstel om de registratieplicht teschrappen voor bepaalde hoog-risico AI-systemen. Volgens de impact-analyse zou registratie gemiddeld circa 2,5 uur kosten (ongeveer € 100per bedrijf) en EU-breed slechts beperkte besparing opleveren, terwijl hetverlies aan transparantie en toezichtsmogelijkheden aanzienlijk kan zijn.McNamara pleitte in dit verband voor een spoedige goedkeuring van deDigitale Omnibus pakketten.Eyripidis Stylianidis, lid van het Griekse (Helleense) parlement, ging inzijn bijdrage in op de concurrentiestrijd tussen de Verenigde Staten, Chinaen Europa op het gebied van AI. Waar traditioneel werd gesteld dat deVerenigde Staten vooral innoveerden, China imiteerde en de EuropeseUnie reguleerde, is dit beeld volgens hem aan het verschuiven. China is intoenemende mate aan het innoveren, waardoor het machtsevenwichtverschuift. Stylianidis benadrukte het belang van Europese regulering ende bescherming van de fundamentele waarden waarop de Europese Unieis gebaseerd.Discussie en vragen vanuit de parlementaire delegatiesVerschillende parlementaire delegaties uitten hun zorgen over het DigitaleOmnibuspakket. Hoewel verschillende delegaties de beoogde vereenvou-diging van digitale regelgeving verwelkomden, waarschuwden anderenvoor uitholling van de digitale regelgeving. Daarbij werd erop gewezendat met name grote techbedrijven zullen profiteren van de voorgesteldeStaten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14575 lastenverlichting en vereenvoudiging. Daarnaast uitten delegaties zorgenover de voorgestelde wettelijke grondslag voor het verwerken vanbijzondere persoonsgegevens ten behoeve van het trainen vanAI-sytemen, die volgens hen een serieuze bedreiging vormt voor deprivacy en gegevensbescherming.Sessie 3: Employment challenges and opportunities in the age ofArtificial IntelligenceSprekers: Andreas Kafkalias, lid van het Huis van Afgevaardigden vanCyprus; Li Andersson, Europarlementariër; Konstatintinos Phellas, rectorvan de universiteit van Nicosia; Nicos Trimikliniotis, hoogleraar arbeids-recht aan de universiteit van Nicosia.De derde sessie stond in het teken van de impact van AI op de arbeids-markt. Verschillende kansen van de inzet van AI op de arbeidsmarktwerden belicht, waaronder optimalisering van werkprocessen, hogereproductiviteit, toegenomen innovatie en economische groei. Tegelijkertijdwerd aandacht besteed aan de bijbehorende uitdagingen, zoals hetverdwijnen van banen, de noodzaak van voortdurende bij- en omscholingvan werknemers en de toenemende ongelijkheid tussen sectoren. In deopening van deze sessie benadrukte Andreas Kafkalias, lid van het Huisvan Afgevaardigden van Cyprus, de belangrijke rol van parlementen bijhet vaststellen van wetgeving en beleid gericht op bescherming vanwerknemersrechten. AI kan een motor zijn van innovatie en efficiëntie opde arbeidsmarkt, maar het is volgens Kafkalias essentieel om oog tehouden voor de rechten van werknemers.Nicos Trimikliniotis, hoogleraar arbeidsrecht aan de universiteit vanNicosia, stond onder andere stil bij de impact van AI op de ongelijkheid opde arbeidsmarkt. Hij benadrukte dat AI de bestaande ongelijkheden kanversterken, met name tussen hoogopgeleide en digitaal vaardigewerknemers enerzijds en laagopgeleide werknemers met beperkte digitalevaardigheden anderzijds. Daarnaast wees Trimikliniotis op de toenemendeinzet van AI-systemen op de werkvloer met ingrijpende gevolgen voorwerknemers. Het gaat bijvoorbeeld om AI-systemen die worden ingezetvoor het filteren van sollicitaties, het beoordelen van kandidaten en deevaluatie van werknemers. De data waarop deze systemen zijn getraindkunnen bias bevatten, wat kan leiden tot discriminatie van kwetsbarewerknemers. Volgens Trimikliniotis zijn wettelijke waarborgen nodig om tevoorkomen dat de inzet van AI de ongelijkheid op de arbeidsmarktvergroot of leidt tot discriminatie op de werkvloer.Binnen de Europese Unie bestaan reeds een aantal wettelijke waarborgen.Zo worden AI-systemen die worden ingezet op het gebied van werkgele-genheid, personeelsbeheer en toegang tot zelfstandige arbeid onder deAI-verordening geclassificeerd als hoog-risicosystemen, waarvoorwerkgevers aan specifieke verplichtingen moeten voldoen. Daarnaastbiedt de EU-richtlijn Platformwerk (2024/2831) bescherming aan platform-werkers bij algoritmisch beheer, onder meer door beperkingen te stellenaan de verwerking van persoonsgegevens via geautomatiseerdesystemen, transparantieverplichtingen op te leggen en menselijk toezichtop dergelijke systemen te waarborgen.De voorzitter van de EMPL-commissie van het Europees Parlement, LiAndersson, benadrukte in een videoboodschap de impact van digitali-sering en AI op het welzijn van werknemers. Andersson wees erop dat degrenzen tussen werk en privé vervagen doordat werknemers geachtworden voortdurend bereikbaar te zijn. Daarnaast kunnen werkgevers metbehulp van AI werknemers monitoren, ook buiten werktijd. Dit kan eenStaten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14576 negatieve impact hebben op de mentale gezondheid van werknemers.Platformwerkers genieten reeds bescherming tegen algoritmische beheerop grond van de EU-richtlijn Platformwerk (2024/2831), maar volgensAndersson is het van belang dat deze bescherming wordt uitgebreid totalle werknemers. In dat verband verwees zij naar de op 17 december 2025aangenomen Resolutie met aanbevelingen aan de Europese Commissiebetreffende digitalisering, artificiële intelligentie en algoritmisch beheerop de werkvloer – het vormgeven van de toekomst van werk (2025/2080(INL)). In de resolutie wordt onder meer opgeroepen tot wetgevingwaarin wordt vastgelegd dat werknemers recht hebben op informatie overalgoritmische systemen die door hun werkgever worden ingezet. Zijdienen inzicht te krijgen in besluiten die door dergelijke systemen wordengenomen of ondersteund en die van invloed zijn op de arbeidsrelatie.Besluiten over het aangaan of beëindigen van een dienstverband, deverlening of niet-verlening van een contract en wijzigingen in beloningdienen altijd door de mens te worden genomen. Ter bescherming van deprivacy en persoonsgegevens van werknemers wordt voorgesteld eenverbod in te voeren op de verwerking van gegevens die betrekkinghebben op de emotionele, psychologische of neurologische toestand vanwerknemers, op gegevens van werknemers buiten de diensturen en opprivécommunicatie tussen werknemers. Daarnaast moeten werknemershet recht krijgen om te worden geraadpleegd wanneer algoritmischesystemen worden ingezet bij besluiten over beloning, beoordeling,taakverdeling of arbeidstijden.Konstatintinos Phellas, rector van de universiteit van Nicosia, gingtijdens zijn bijdrage in op de wijze waarop AI het type werk verandert enwat dit betekent voor de vaardigheden van werknemers. Volgens Phellasblijkt uit onderzoek dat 50% van de werknemers behoefte heeft aan bij- ofomscholing. De vraag naar productiewerk neemt door de inzet van AI af,terwijl de behoefte aan competenties op het gebied van informatiebeheer,datavaardigheden en het trainen van AI-modellen toeneemt. De matewaarin beroepen door AI worden beïnvloedt verschilt aanzienlijk en ismede afhankelijk van de snelheid waarmee AI binnen afzonderlijkesectoren wordt toegepast. Phellas onderstreepte dat levenslang lerenonmisbaar wordt in alle beroepsgroepen. Met name voor jongeren ligt ereen opgave digitale vaardigheden op te doen zodat zij adequaat zijnvoorbereid op een arbeidsmarkt die voortdurend in beweging is.Phellas gaf een inkijk in de Cypriotische arbeidsmarkt. Zo werd gewezenop een werkgelegenheidspercentage (20–64 jaar) van 79,8% in 2024 eneen daling van de werkloosheid naar 4,9%. Tegelijkertijd blijft jeugdwerk-loosheid relatief hoog (circa 13% in 2024) en is deelname aan leven-lang-leren onder volwassenen laag.Verder werd onderstreept dat de «skills gap» een kernrisico vormt: nietzozeer volledige banen verdwijnen, maar taken veranderen sneller danwerknemers zich kunnen aanpassen. Investeringen in om- en bijscholing,digitale vaardigheden en ethische competenties werden herhaaldelijkgenoemd als randvoorwaarde voor een inclusieve transitie.Discussie en vragen vanuit de parlementaire delegatiesTijdens de discussie benadrukten verschillende delegaties het belang vanbescherming van werknemers in een veranderende arbeidsmarkt. Daarbijwerd gewezen op het feit dat sommige sectoren harder zullen wordengeraakt dan andere. Van belang is dat werknemers beschikken overvoldoende digitale vaardigheden, dat levenslang leren wordt gefaciliteerden dat zij worden ondersteund bij worden ondersteund bij de overgangvan werk naar werk.Staten-Generaal, vergaderjaar 2025–2026, 26 643, nr. 14577
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.