Kabinetsreactie ERK rapport: "Fraudebestrijding in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit: werk in uitvoering" en opinies 09/2026 en 10/2026
Brontekst
Versie 58df80a388fe772c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-07Raad voor Economische en Financiële ZakenNr. 2193 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 mei 2026Op 11 februari en 24 februari jl. publiceerde de Europese Rekenkamer(ERK) haar speciale verslag «Fraudebestrijding in het kader van de herstel-en veerkrachtfaciliteit: werk in uitvoering».1 en twee opinies over devolgende voorstellen van de Europese Commissie (Commissie) voor hetMeerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034: het «Europees Fonds vooreconomische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en plattelandsont-wikkeling, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid»2 ook welgenoemd het fonds voor Nationale en Regionale Partnerschapsplannen(NRPP) en het kader voor het volgen van begrotingsuitgaven enprestaties3 (prestatiekader). Uw Kamer heeft de Minister van BuitenlandseZaken verzocht om een reactie en om daarbij in te gaan op het gebruikvan de systematiek van de Herstel en Veerkrachtfaciliteit4 (HVF) bij hetMFK en op de adviezen 09/2026 en 10/20265. Gezien de gezamenlijkeverantwoordelijkheid voor het volgende MFK ontvangt u de appreciatieover het prestatiekader en het NRPP mede namens de Minister vanBuitenlandse Zaken. Omdat de HVF onder mijn beleidsverantwoorde-lijkheid valt heeft de Minister van Buitenlandse Zaken dit verzoek met mijgedeeld en ontvangt u van mij reactie.LeeswijzerDeze brief gaat eerst in op het speciale verslag over de HVF, schetst kortde achtergrond van de HVF en zet vervolgens de bevindingen van de ERKen de reactie van de Commissie uiteen. Daarna volgt een puntsgewijzeappreciatie. Omdat het voorstel voor prestatiekader onder andere van1https://www.eca.europa.eu/nl/publications/sr-2026-062Opinion 09/2026. Deze opinie moet volgens de ERK in samenhang worden gelezen met Opinion05/2026, waarin het effect van het NRPP-voorstel op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleiduiteen wordt gezet.3Opinion 10/20264Verzoek 2026Z03064/2026D127215Verzoek 2026Z04058/2026D13242 kst-21501-07-2193ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21931 toepassing is op het voorstel voor het NRPP, en er overlappende aanbeve-lingen in beide opiniestukken worden gedaan, worden in het tweede deelvan deze brief de opinierapporten gezamenlijk besproken.1.Top of Form Speciaal verslag «Fraudebestrijding in het kadervan de herstel- en veerkrachtfaciliteit: werk in uitvoering»AchtergrondDe HVF is opgericht in reactie op de COVID19-pandemie, en heeft eenlooptijd tot 31 december 2026. De doelstelling, reikwijdte en werkwijzevan de HVF zijn vastgelegd in een verordening.6 In het kader van de HVFhebben lidstaten herstel- en veerkrachtplannen (HVP) opgesteld metdaarin maatregelen in de vorm van hervormingen en investeringen.Uitbetaling van HVF-middelen vindt plaats op grond van het behalen vanmijlpalen en doelstellingen die aan deze maatregelen zijn verbonden, enniet op basis van gemaakte kosten.Volgens de HVF-verordening moet de HVF worden uitgevoerd inovereenstemming met het beginsel van goed financieel beheer, metinbegrip van de effectieve preventie en vervolging van fraude. In dit kaderbevat de HVF-verordening verschillende bepalingen opgenomen tenbehoeve van het mitigeren van frauderisico. Daarnaast bevatten deHVF-financieringsovereenkomsten tussen de Commissie en de lidstatenspecifieke vereisten ten aanzien van fraudebestrijding. Ook heeft deCommissie richtsnoeren verstrekt aan lidstaten met nadere informatieover de elementen die volgens de Commissie nodig zijn voor de nalevingvan de controlevereisten.Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf omervoor te zorgen dat HVF-middelen correct worden besteed. Lidstatenmoeten bij de uitvoering van de faciliteit voor een doeltreffend en efficiëntcontrolesysteem zorgen, waarvoor zij een beroep kunnen doen op hungewone nationale begrotingsbeheersystemen. In gevallen van tenonrechte betaalde of verkeerd gebruikte HVF-bedragen, moeten lidstatende bedragen terugvorderen. Daarnaast moeten lidstaten bij elk betaal-verzoek dat wordt ingediend een beheersverklaring meesturen waarinwordt bevestigd dat de controlesystemen de nodige garanties bieden datde middelen zijn beheerd volgens deze regels.De Commissie moet op haar beurt ervoor zorgen dat de financiëlebelangen van de Unie effectief beschermd worden. In dat verbandcontroleert de Commissie de nationale controlesystemen van de lidstaten.Dit gebeurt bij de goedkeuring van een HVP en via het uitvoeren vansysteemaudits. Het doel van deze audits is om zekerheid te bieden dat decontrolesystemen naar behoren functioneren zodat o.a. gevallen vanfraude worden voorkomen, opgespoord en rechtgezet. Als deze controle-systemen niet in orde zijn, kan de Commissie een audit- en controle-mijlpaal aan de lidstaat opleggen. Een dergelijke mijlpaal dient het internecontrolesysteem van de lidstaat te versterken. Zolang nog niet is voldaanaan deze mijlpaal, kan een lidstaat geen HVF-middelen ontvangen.Ook schrijft de HVF-verordening voor dat opschorting en beëindiging vanfinanciële steun alsook vermindering en terugvordering van de financiëlebijdrage vanuit de HVF mogelijk is in het geval ernstige onregelmatig-heden, waaronder fraude, niet naar behoren zijn gecorrigeerd door eenlidstaat. Dit geeft de Commissie het recht om bij ernstige schending van6https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32021R0241Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21932 de verplichtingen van de lidstaat ten aanzien van het beheer vanfrauderisico, de aan de Unie verschuldigde bedragen terug te vorderen.Bevindingen Europese RekenkamerDe ERK heeft de fraudebestrijdingssystemen van de HVF onderzocht,zowel op het niveau van de Commissie als op het niveau van de lidstaten,om te beoordelen of het beheer van frauderisico binnen de HVF goedwordt uitgevoerd. De ERK onderzocht daartoe vier lidstaten. De ERK geeftin het rapport aan dat haar beoordeling van het Commissievoorstel vooreen volgend MFK, waarin werd verwezen naar een aantal door de ERKvastgestelde problemen, buiten de reikwijdte van het speciaal verslag valt.De ERK heeft hier een separate opinie over uitgebracht.7De ERK constateert dat, ondanks verbeteringen die zijn doorgevoerd sindshet begin van de faciliteit, over het geheel genomen de door deCommissie en de lidstaten opgezette HVF controlesystemen niet volledigdoeltreffend zijn. Specifiek komt de ERK tot een vijftal bevindingen diehieronder nader worden beschreven.Ten eerste erkent de ERK dat de HVF-verordening hoge vereisten omvatvoor de fraudebestrijdingssystemen van de lidstaten. Deze vereistenworden volgens de ERK echter in onvoldoende detail beschreven in dewetgeving. Ondanks het feit dat de HVF-financieringsovereenkomstentussen de Commissie en de lidstaten specifieker zijn dan de verordeningop dit gebied, ontbreken er volgens de ERK nog steeds gedetailleerdegegevens met betrekking tot de reikwijdte, de dekking en het tijdschemavan de fraudebestrijdingscontroles die moeten worden uitgevoerd.Ten tweede constateert de ERK enkele tekortkomingen in de audits van deCommissie. Niet alle relevante HVF-onderdelen worden volledigopgenomen in de audits; er worden geen duidelijke criteria toegepast inde beoordeling van de hoofdvereisten; en er wordt niet altijd voldoendeopvolging gegeven aan de bevindingen en aanbevelingen. Ook consta-teert de ERK dat in één geval een opgelegde audit- en controlemijlpaaln.a.v. een Commissie-audit nog steeds onvoldoende garanties bood.Tegelijkertijd onderkent de ERK dat de audits van de Commissie hebbengeleid tot verbeteringen in de fraudebestrijdingssystemen van alle vierdoor de ERK bezochte lidstaten.Ten derde constateert de ERK dat nationale coördinerende instanties eensleutelrol moeten spelen in fraudebestrijding, maar dat dit momenteelniet altijd het geval is.Ten vierde constateert de ERK dat de gegevens over en meldingen van(vermoedelijke) HVF-fraude onvolledig zijn. Dit komt volgens de ERK voortuit een gebrek aan een gestandaardiseerde en gecentraliseerde aanpakvoor het melden van HVF-fraudegevallen. Daarnaast benadrukt de ERKdat het monitoringsysteem van de Commissie geen onderscheid maakttussen vermoedelijke gevallen van fraude en andere onregelmatigheden.Daarnaast zijn lidstaten niet verplicht om mogelijke fraudegevallen temelden als deze verband houden met projecten die zijn ingetrokken uitbetalingsverzoeken. Verder maakt de ERK zich zorgen over het ontbrekenvan een gestructureerd mechanisme voor meldingen van (vermoedelijke)fraude na 2026.Ten vijfde constateert de ERK dat er lacunes zijn in de terugvorderings-regels. Conform de HVF-verordening zijn lidstaten verplicht om juridische7https://www.eca.europa.eu/nl/publications/OP-2026-09Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21933 stappen te ondernemen om in gevallen van fraude middelen terug tevorderen. De lidstaten zijn echter niet verplicht om deze middelen terug testorten aan de EU-begroting. Lidstaten hoeven deze middelen alleen terugte storten aan de EU-begroting als de Commissie beoordeelt dat deterugvordering van de lidstaat ontoereikend is en daarmee het geval vanfraude onvoldoende is rechtgezet. Ook zijn lidstaten onder de HVF alleenverplicht om middelen terug te vorderen van de eindontvanger en nietvan andere relevante partijen (bijvoorbeeld contractanten). Ten slotteconstateert de ERK dat de meeste fraudegevallen pas na afloop van deHVF door een uitspraak van de rechtbank zullen worden bevestigd,waarna de Commissie volgens de ERK niet langer systematischeinformatie van de lidstaten zal ontvangen over de toepassing vanpassende terugvorderingen.De ERK komt op grond van deze bevindingen tot vier aanbevelingen, diehieronder zijn samengevat:1.Formuleer en verifieer minimumvereisten voor fraudebestrijding ophet niveau van de lidstaten in toekomstige programma’s dievergelijkbaar zijn met de HVF.2.Zorg er in het kader van de HVF voor dat de audits door de Commis-sie van de fraudebestrijdingssystemen van de lidstaten verderworden aangescherpt. Daarnaast zou de Commissie ervoor moetenzorgen dat alle controlemijlpalen zo zijn ontworpen dat na hetbehalen van de mijlpaal het controlesysteem van een lidstaat naarbehoren functioneert.3.Verbeter de melding door de lidstaten van vermoedelijke fraude inhet kader van de HVF (ook na 2026).4.Vergroot de impact van corrigerende maatregelen in het kader van deHVF. Hiertoe zou de Commissie richtsnoeren moeten uitvaardigenmet nadere richtlijnen over terugvorderingen.Reactie Europese CommissieDe Commissie heeft een reactie gegeven op de bevindingen in hetERK-rapport.8 De belangrijkste elementen uit die reactie zijn hierondersamengevat.De Commissie neemt aanbeveling één ten dele over. Zij geeft aan dat zijhet ermee eens is dat bij frauderisicobeoordelingen een minimumniveauvan controles in acht moet worden genomen. De Commissie is echter vanmening dat dit beter kan worden bereikt door middel het verstrekken vanrichtsnoeren dan via wetgeving. Hetzelfde geldt volgens de Commissievoor een voorstel voor specifieke preventie- en opsporingsmaatregelen.Daarnaast is de Commissie het eens met het uitgangspunt dat frauduleuzeactiviteiten en projecten niet gefinancierd moeten worden uit deEU-begroting. De Commissie geeft aan dat in het wetgevingsvoorstel voorhet volgende MFK hier gehoor aan wordt gegeven: op basis van hetvoorstel kan de Commissie financiële correcties toepassen wanneer ersprake is van fraude die niet door de lidstaat is opgespoord, gemeld enrechtgezet.De Commissie neemt aanbeveling twee ten dele over. De Commissiestemt ermee in om de rol van de coördinerende instanties in fraudebeheerte blijven beoordelen, zij zal overwegen haar controle-checklist voorcoördinerende instanties te verfijnen en zij zal haar checklist voor debeoordeling van controle-instanties herzien. Daarbij benadrukt deCommissie dat de HVF-verordening lidstaten in staat stelt een beroep te8https://www.eca.europa.eu/Lists/ECAReplies/COM-Replies-SR-2026-06/COM-Replies-SR-2026-06_NL.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21934 kunnen doen op hun gewone begrotingsbeheer-systemen. Dat leidt toteen tussen lidstaten uiteenlopende verdeling van de verantwoordelijk-heden tussen deze instanties. De beoordelingen van de verantwoordelijk-heden van de instanties kan daarom volgens de Commissie niet wordenuitgevoerd aan de hand van gemeenschappelijke criteria. Daarnaastaanvaardt zij de deelaanbeveling om controlemijlpalen zodanig teontwerpen dat na het behalen van de mijlpaal het controlesysteem vaneen lidstaat naar behoren functioneert.De Commissie neemt aanbeveling drie over. Zij zal haar bestaanderichtsnoeren verder ontwikkelen ten behoeve van de bevordering van demeldingen van vermoedelijke fraudegevallen. Daarnaast bevestigt deCommissie in haar reactie dat lidstaten ook na de indiening van het laatstebetalingsverzoek verplicht zijn om passende procedures te handhaven omervoor te zorgen dat gevallen van (vermoedelijke) fraude worden gemeldaan de juiste instanties.De Commissie neemt aanbeveling vier over. Zij zal haar bestaanderichtsnoeren verder ontwikkelen om de aanpak van terugvorderingen enhet gebruik van alternatieve corrigerende maatregelen, te bevorderen. DeCommissie roept hierbij nogmaals in herinnering dat de lidstaten gebruikmogen maken van hun nationale begrotingsbeheersystemen.KabinetsreactieHet kabinet hecht belang aan de bevindingen en aanbevelingen van deERK, die kunnen bijdragen aan een betere verantwoording vanEU-instrumenten.Het kabinet heeft bij het opstellen en uitvoeren van het eigen HVP deHVF-verordening en aanvullende richtsnoeren van de Commissienauwkeurig gevolgd. Daarbij hecht het kabinet waarde aan de construc-tieve samenwerking met de Commissie inzake het voorkomen van fraude.In het kader van robuuste nationale controlemechanismen in Nederland isbij de uitvoering van een maatregel één geval van fraude geconstateerd.Na de constatering is het geldende fraudeprotocol gevolgd, waarbij hetsubsidiebedrag is teruggevorderd en de fraude bij de bevoegde instantiesis gemeld.Het kabinet vindt het positief dat de Commissie de aanbevelingen terharte neemt en deze, waar mogelijk, opvolgt. Het kabinet heeft begripvoor de reactie van de Commissie waar zij aangeeft enkele aanbevelingenvan de ERK niet over te kunnen nemen. De Commissie beroept zichdaarbij vooral op de afspraken over de werkwijze van de HVF, zoals diedoor de medewetgevers (Raad en Europees Parlement) zijn vastgelegd inde HVF-verordening. Daaruit volgt dat lidstaten nadrukkelijk een beroepkunnen doen op hun eigen begrotingsbeheersystemen in het beheer vanfrauderisico, al moeten deze wel voldoen aan de hoofdvereisten uit deHVF-verordening en financieringsovereenkomst. De constatering van deERK dat er een gebrek is aan een gedetailleerde beschrijving van de takenen verantwoordelijkheden van verschillende nationale HVF-instanties eneen gebrek aan gedetailleerde omschrijvingen van minimumvereisten metbetrekking tot het voorkomen, opsporen, melden en rechtzetten vanfraude, is daarmee een logisch gevolg van de werkwijze zoals deze isvastgelegd in de HVF-verordening. Het kabinet acht het positief dat deCommissie het belang van minimumvereisten onderschrijft en hierinvulling aan geeft door het verstrekken van richtsnoeren.De aanbevelingen van de ERK die zien op de vormgeving van de HVF zijnniet specifiek van toepassing op het volgende MFK. Desalniettemin zal hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21935 kabinet hier lessen uit trekken aangezien deze aanbevelingen kunnenbijdragen aan een betere vormgeving en verantwoording vanEU-instrumenten.De eerste aanbeveling van de ERK is relevant voor het volgende MFK,specifiek het voorstel voor het NRPP. Het NRPP-voorstel van deCommissie bevat verschillende vereisten waaraan lidstaten moetenvoldoen om na te gaan of zij de nodige waarborgen bieden om fraude opte sporen, te melden en te corrigeren. Het hebben van een alomvattendenationale fraudebestrijdingsstrategie op basis van een frauderisicobeoor-deling is een van die hoofdvereisten.9 De voorgestelde wetgevingstekstvoor het NRPP definieert echter geen minimumvereisten waar lidstatenaan moeten voldoen in het tegengaan, opsporen, melden en rechtzettenvan fraude.10 Het is aan lidstaten zelf om specifieke elementen die zijnopgenomen in de frauderisicobeoordelingen en het vereiste niveau vancontroles te beoordelen. Hiermee voldoet het Commissievoorstel voor hetNRPP onder het volgend MFK niet volledig aan de aanbeveling van deERK. Het kabinet zet zich bij de vormgeving van het NRPP in op hetaansluiten van de fraudevereisten in de MFK wetgeving op de nationalebegrotingsbeheersystemen. Dit is in overeenstemming met het principevan gedeeld beheer. Het kabinet houdt hierbij oog voor de administratievelasten. Ook kan de aansluiting op bestaande monitoringspraktijkenbijdragen aan het beperken van administratieve lasten. Tegelijkertijd zalhet kabinet in de onderhandelingen deze aanbeveling van de ERK in achtnemen en daar waar nodig inzetten op nadere definities in de wetteksten.Daarbij hecht het kabinet aan het meenemen van geleerde lessen van deHVF en andere EU-instrumenten, onder andere omtrent regeldruk enadministratieve lasten.2.Opinierapporten «het Europees Fonds voor economische,sociale en territoriale cohesie, landbouw en plattelandsontwik-keling, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid» en«het kader voor het volgen van begrotingsuitgaven enprestaties»Constateringen van de Europese RekenkamerDe ERK stelt in advies 09/2026 vast dat het voorstel voor het NRPP eenfundamentele verandering betekent ten opzichte van de bestaandearchitectuur van het MFK. In het huidige MFK worden diverse beleids-terreinen beheerd via afzonderlijke financiële instrumenten, vaak meteigen specifieke doelstellingen, uitvoeringsmechanismen, governancemo-dellen en waarborgingsregelingen. In 2023 publiceerde de ERK eenrapport over het financiële landschap van de EU11. Daarin stelt de ERKvast dat naast de EU-begroting in de loop der jaren veel aanvullendeinstrumenten zijn ontstaan, wat heeft geleid tot een versnipperd enminder transparant geheel. De ERK heeft destijds aanbevolen hetlandschap te vereenvoudigen door integratie en consolidatie vanbestaande financiële instrumenten.De Commissie heeft middels haar voorstel voor het NRPP ingezet opversimpeling, meer flexibiliteit en transparantie. Door de bundeling vanmiddelen voor bestaande beleidsterreinen en nieuwe prioriteiten in éénnationaal plan per lidstaat ontstaat meer samenhang en wordt met hetNRPP-voorstel het landschap van bestaande financiële instrumenten9https://commission.europa.eu/publications/european-fund-economic-social-and-territorial-cohesion-agriculture-and-rural-fisheries-and-maritime_en10https://www.eca.europa.eu/ECAPublications/OP-2026-09/OP-2026-09_EN.pdf11Audit report on the EU’s financial landscapeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21936 vereenvoudigd. Tegelijkertijd worden beleidsterreinen met uiteenlopendekaraktereigenschappen samengebracht. Volgens de ERK kan dit risico’smet zich meebrengen voor de complexiteit en de onderlinge weging vanprioriteiten.De ERK wijst er daarnaast op dat het voorgestelde uitvoeringsmodel eenhybride karakter heeft. Betalingen worden gekoppeld aan het behalen vanmijlpalen en doelstellingen, terwijl elementen van het bestaandekosten-gebaseerde systeem behouden blijven. De samenhang tussenprestatiegerichtheid, naleving van regelgeving en controlevereisten isvolgens de ERK nog onvoldoende uitgewerkt om een redelijke balanstussen lastendrukvermindering en het naast elkaar functioneren vandiverse controlesystemen te borgen. Dit kan gevolgen hebben voor deuitvoerbaarheid en de verantwoording van de Uniemiddelen en bijdrageaan de beleidsdoelen onder dat voorgestelde uitvoeringsmodel voormijlpalen en doelstellingen. Daarnaast merkt de ERK op dat het voorge-stelde uitvoeringsmodel zich eerder richt op gerealiseerde prestaties danop resultaten.Verder merkt de ERK op dat lidstaten binnen het kader weliswaar ruimtekrijgen om eigen prioriteiten te stellen, maar dat EU-brede randvoor-waarden, zoals thematische oormerking, het afschermen van middelenvoor specifieke beleidsdoelen en het behalen van vastgesteldeEU-doelstellingen deze flexibiliteit belemmeren. Dit kan spanningopleveren tussen het realiseren van Europese prioriteiten en het biedenvan voldoende ruimte voor nationaal en regionaal maatwerk. Hoewelafstemming op EU-prioriteiten al langer een doelstelling is van het MFK,wordt in het voorstel opgemerkt dat lidstaten bij de voorbereiding vanhun NRPP rekening moeten houden met de behoeften van hun regio’s.Daarbij kan volgens de ERK voor sommige lidstaten de overgang naar ééngeïntegreerd NRPP gevolgen hebben voor de rol van regio’s ten opzichtevan het huidige systeem.Met betrekking tot de beoogde vereenvoudiging van de fondsen enstructuren die nu onder het NRPP zijn geplaatst, geeft de ERK aan dat dezevereenvoudiging zich met name lijkt te manifesteren in de bestuurlijke- enverantwoordings-structuur tussen de Commissie en de lidstaten. De ERKmerkt op dat de administratieve lasten op nationaal en regionaal niveauen voor begunstigden mogelijk gelijk blijven of zelfs toenemen. De ERKwijst voorts op mogelijke gevolgen voor de voorspelbaarheid vanfinanciering, onder meer door de combinatie van verhoogde flexibiliteit,druk op tijdige besteding en ruimere mogelijkheden voor herschikking vanmiddelen. Dit kan de planning en uitvoering van meerjarige investeringenbemoeilijken.Tot slot plaatst de ERK kanttekeningen bij het voorgestelde controle- enverantwoordingskader. De verschuiving van verantwoordelijkheden naarlidstaten en het ontbreken van systematische controles door deCommissie kunnen volgens de ERK risico’s met zich meebrengen voor demate van zekerheid over de rechtmatige besteding van middelen en voorde bescherming van de financiële belangen van de Unie.Op basis van deze bevindingen beveelt de ERK onder meer aan om in hetNRPP voorstel:•aanvullende waarborgen op te nemen voor de naleving van hetpartnerschapsbeginsel en multi-level governance;•het uitvoeringsmodel en de onderlinge samenhang tussen prestatiege-richtheid, rechtmatigheid en controlevereisten nader te verduidelijken;•het prestatiekader te versterken, onder meer door verbetering vanresultaatindicatoren en het eenduidig formuleren van mijlpalen endoelstellingen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21937 •expliciet vast te leggen dat niet-naleving van EU- en nationaleregelgeving leidt tot passende financiële consequenties voor lidstaten;•de controle- en auditvereisten te versterken, inclusief helderebepalingen over financiële correcties en terugvorderingen;•te waarborgen dat de voorgestelde systematiek niet leidt tot eentoename van administratieve lasten op nationaal en regionaal niveau.Aanvullend op de opinie van het NRPP heeft de ERK ook een opinieafgegeven over het Prestatiekader (advies 10/2026). Met dit kader wordtbeoogd om de prestaties en uitgaven voor alle pijlers uit het MFK2028–2034 te meten. Het voorstel bevat bepalingen voor horizontalebeginselen, zoals het stellen van het doel om 35% van de middelen toe terekenen aan klimaat en milieu, het Do No Significant Harm (DNSH)principe, en het ondersteunen van sociale beleidsmaatregelen engendergelijkheid. Daarnaast bevat het voorstel een annex met interventie-gebieden en bijbehorende indicatoren die inzicht geven in de bijdrage aanklimaat, milieu en sociale doelstellingen via «EU-coëfficiënten.» Ook zijngemeenschappelijke regels opgenomen voor evaluatie, informatie encommunicatie over de hele begroting.De ERK constateert een aantal tekortkomingen in het voorstel van deCommissie, ondanks de grotere harmonisatie en het verminderde aantalindicatoren. De tekortkomingen zien met name op te breed gedefinieerdeen, in sommige gevallen, overlappende interventievelden (gestandaardi-seerde categorie van uitgaven, bijvoorbeeld digitale vaardigheden encyberveiligheid). Ook is de koppeling tussen de interventievelden en debeleidsdoelen niet altijd consequent en ontbreekt er een methodologievoor het bepalen van een referentiekader en doelstellingen. Er ontbrekenvolgens de ERK ook resultaatindicatoren en de ERK constateert dat dezeresultaatindicatoren niet hetzelfde zijn als impactindicatoren waardoor hetuitvoeren van evaluaties op impact niet eenvoudig is. Deze impactindica-toren zien op de effecten van de lange termijn, terwijl resultaatindicatorenzich richten op de korte- en middellange termijn. Deze aandachtspuntendragen niet bij aan het verminderen van administratieve lasten op hetniveau van de lidstaat en behoeven nadere uitwerking binnen deMFK-onderhandelingen.Daarnaast plaatst de ERK kanttekeningen bij de centrale bepaling vanEU-coëfficiënten voor het berekenen van bijdragen aan horizontaleprioriteiten zoals klimaat en milieu. Deze zijn gebaseerd op ex-anteschattingen in plaats van gerealiseerde uitgaven. Hierdoor ontstaat hetrisico dat de EU-bijdragen aan bijvoorbeeld klimaat worden overschat.Wel vindt de ERK het positief dat deze geharmoniseerd worden over alleprogramma’s onder de EU begroting.Het voorstel schrijft voor dat lidstaten jaarlijks één prestatierapportaanleveren en dat bestaande tussentijdse evaluatierapporten wordenvervangen door een implementatie rapport. De ERK ziet toegevoegdewaarde in het verminderen van administratieve lasten maar ziet ook eenrisico omdat er geen gestandaardiseerde rapportage-eisen zijn opgesteld.Voorts concludeert de ERK dat er onvoldoende controlesysteem isingebouwd. Enerzijds ligt dit volgens de ERK in het verlengde van deaanbevelingen over het NRPP. In de koppeling tussen het prestatiekaderen het NRPP zijn er volgens de ERK onvoldoende controles door deCommissie op rechtmatigheid en moet de Commissie volgens de ERKmethodologieën opstellen voor het bepalen van mijlpalen en doelstel-lingen om zo een consistent ambitieniveau over alle plannen tewaarborgen. Anderzijds zijn er in het voorstel volgens de ERK onvol-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21938 doende handvaten gegeven om de betrouwbaarheid van de aangeleverdedata te verifiëren.Tot slot plaatst de ERK vraagtekens bij de op te zetten IT-systemen, zowelop Europees als nationaal niveau (beheers- en controlesystemen). Zobevat het voorstel volgens de ERK onvoldoende definities over begrippenop het gebied van gegevensbeheer en privacy. Onder het voorstel dientook één centrale website, een Single Gateway, opgesteld te worden waaralle informatie over verschillende fondsen beschikbaar is voor eindont-vangers. De ERK is positief over deze centralisatie, maar kritisch over hetgebrek aan informatie over de praktische zaken rondom deze website. Ookmoet er voldoende aandacht zijn voor technische en veiligheidsaspecten.Op basis van deze bevindingen beveelt de ERK onder meer aan om in hetprestatiekader:•inconsistenties tussen begrippen die in het voorstel voor het prestatie-kader en in het pakket voorstellen voor het nieuwe MFK terugkomenweg te werken. De ERK stelt voor de definities op elkaar af te stem-men;•het aandeel van de interventiegebieden zonder resultaatindicatorenaanzienlijk te verminderen, gezien het belang van resultaatindicatorenvoor het meten van prestaties;•specifieke eisen op te nemen ter waarborging van de kwaliteit,betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van prestatiegegevens, of omdergelijke eisen op te nemen in de voorstellen voor specifiekeprogramma’s. Het voorstel bevat nu geen specifieke maatregelen omde kwaliteit van de prestatiegegevens te waarborgen. Het ontbrekenvan een duidelijk kader voor controle en verantwoordingsplicht kan detoekomstige rapportage over prestaties in gevaar brengen;•ook duidelijke en evenredige vereisten voor de Commissie op tenemen om de kwaliteit van de prestatiegegevens te waarborgen.•minimumeisen voor de implementatierapporten vast te stellen;•nadere bepalingen vast te stellen over de wijze waarop de actualiteit,betrouwbaarheid en kwaliteit van de prestatiegegevens in het SingleGateway worden gewaarborgd.KabinetsappreciatieHet Commissievoorstel voor het NRPP voor de periode 2028–2034 bevateen voorstel om een gemeenschappelijk programmerings- en uitvoerings-kader vast te stellen via één set regels voor programma’s. Deze vallenonder gedeeld beheer van de Commissie en de EU-lidstaten. Op12 september 2025 heeft uw Kamer de kabinetsappreciatie van devoorstellen voor het overkoepelende MFK12, prestatiekader13 en NRPP14ontvangen. Op afzienbare termijn wordt uw Kamer geïnformeerd over devoortgang van de onderhandelingen voor het volgende MFK. Het kabinetverwelkomt in algemene zin dat de Commissie met het NRPP eenmodernisering van de fondsen onder het MFK in gedeeld beheer (tussenlidstaten en Commissie) voorstelt. Het kabinet onderschrijft daarbij hetbelang van vereenvoudiging van de architectuur van de begroting, meertransparantie, flexibiliteit en de beweging richting een resultaatgericht enmodern MFK. Tegelijkertijd constateert het kabinet dat de bevindingen vande ERK wijzen op het belang van een zorgvuldige balans, waarbijenerzijds wordt gepleit voor versterkte audit- en controlevereisten enanderzijds aandacht wordt gevraagd voor het beperken van administra-tieve lasten.12Kamerstuk II, 2024/25, 21 501-20, nr. 226813Kamerstuk II, 2024/25, 22 112, nr. 414314Kamerstuk II, 2024/25, 22 112, nr. 4144Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 21939 Daarnaast is het kabinet ook voorstander van het prestatiekader omdat ditkader kan bijdragen aan effectieve en meer doelmatige besteding vanEuropese middelen. De publicaties van de ERK bevatten aanbevelingengericht op het verbeteren van de duidelijkheid, samenhang en volle-digheid van zowel het voorstel voor het NRPP als het prestatiekader. Hetkabinet neemt de aanbevelingen van de ERK ten aanzien van het NRPP,het prestatiekader, en de geleerde lessen van het HVP mee in de onder-handelingen over het volgende MFK en zoekt daarbij naar een balanstussen flexibiliteit, voldoende audit- en controlevereisten en administra-tieve lastenverlichting.De aanbeveling van de ERK ten aanzien van het partnerschaps-principe ende rol voor de regio’s wordt door het kabinet onderschreven. In hetNRPP-voorstel is het partnerschapsprincipe verankerd maar hebbenlidstaten, gezien uiteenlopende governance structuren in lidstaten, deruimte om dit zelf in te richten. Daarbij moeten lidstaten in hun nationaleplannen aangeven hoe deze samenwerking wordt vormgegeven. Hetkabinet steunt het basisprincipe van het NRPP dat gericht is op hetpartnerschapsbeginsel en zet zich tijdens de onderhandelingen en in deuitwerking van het nationale NRPP in voor een adequate borging van hetpartnerschapsprincipe.De aanbevelingen van de ERK over het verduidelijken van de integralebenadering van het uitvoeringsmodel sluiten aan bij de kabinetsinzet. Hetkabinet onderschrijft daarbij het belang om de verantwoordingslastuitvoerbaar te houden, zonder dat doelmatige, doeltreffende en recht-matige besteding van EU-middelen daarbij in het geding komt. Het risicovan een volledig hybride structuur onderkent het kabinet en in deonderhandelingen zet het kabinet zich in om de uitvoerbaarheid enadministratieve lastenverlichting te behouden.De aanbeveling van de ERK op het terrein van controle- en auditvereistenmoet in samenhang worden bezien met de aanbeveling om extraadministratieve lasten op nationaal en regionaal niveau te voorkomen.Ook wijst de ERK in haar aanbevelingen op het expliciteren van passendefinanciële consequenties bij niet-naleving van EU- en nationale regel-geving. Ten aanzien van het prestatiekader onderschrijft het kabinet deaanbeveling voor een duidelijk kader voor controle en verantwoordings-plicht. Het kabinet acht het van belang dat adequate controle- enauditmechanismen worden ingericht. Tegelijkertijd heeft het kabinetaandacht voor uitvoerbaarheid en administratieve lasten van het NRPP enhet prestatiekader in de onderhandelingen. In de onderhandelingen zethet kabinet zich in voor het versterken van de controle- en verantwoor-dingsstructuren, inclusief heldere voorwaarden voorafgaand aanbetalingen en duidelijke financiële consequenties bij niet-naleving, terbescherming van de financiële belangen van de Unie. Het kabinet houdthierbij aandacht voor uitvoerbaarheid en administratieve lasten.De ERK doet in haar rapport aanbevelingen op het gebied van resultaatge-richte financiering in relatie tot het prestatiekader. Het kabinet onder-schrijft het belang van een versterkt prestatiekader met evenredige eisenwaaronder consistente definities, eenduidige mijlpalen en doelstellingen,minimumeisen voor de implementatierapporten, en verbeterde resultaa-tindicatoren. Dit draagt bij aan het beter kunnen beoordelen van deeffectiviteit van EU-uitgaven en aan de onderlinge vergelijkbaarheidtussen lidstaten. Het kabinet zal zich in de onderhandelingen inzetten voorverdere versterking van deze elementen.Het kabinet onderschrijft de aanbeveling van de ERK over het wegnemenvan inconsistenties tussen de begrippen in het prestatiekader en in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219310 overige voorstellen. Het gelijktrekken van deze definities is essentieel voorde uitvoering. Ook is het kabinet van mening dat het aantal interventiege-bieden zonder resultaatindicatoren verminderd kan worden om zo ook deadministratieve lasten te verlagen. Ook erkent het kabinet dat de huidigeindicatoren onvoldoende aansluiten bij (politiek) vastgestelde doelstel-lingen van de EU. In de onderhandelingen vraagt het kabinet hieraandacht voor. In het verlengde van de constatering van de ERK onder-schrijft het kabinet dat green- en social washing voorkomen moet worden.Het kabinet is voorstander van een Single Gateway en is het eens met deERK dat dit gunstig is voor de informatietoegankelijkheid voor eindont-vangers. Met het voorstel voor een prestatiekader wordt veel informatieverzameld over de prestaties. Het kabinet onderschrijft de ERK aanbe-veling dat het belangrijk is om duidelijke eisen op te nemen over debetrouwbaarheid, kwaliteit en vergelijkbaarheid van de gegevens.Tegelijkertijd is het belangrijk dat het stellen van meer eisen leidt tothogere administratieve lasten. In het verlengde daarvan, steunt hetkabinet de oproep van de ERK om tot meer duidelijkheid te komen overhet bepalen van mijlpalen en doelstellingen, de ICT-systemen en hetjaarlijkse implementatie rapport. Zo worden onduidelijkheden in deimplementatie en rapportage voorkomen.De komende maanden worden de onderhandelingen over het NRPP enhet prestatiekader voortgezet. Het kabinet zal de aanbevelingen van deERK betrekken bij de inzet in de onderhandelingen over het volgendeMFK.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-07, nr. 219311
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.