Voortgang duurzaam vervoer en toelichting voorjaarsbesluitvorming 2024
Brontekst
Versie 609166ab03427351 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 305Mobiliteitsbeleid32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 468 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 juni 2024Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zet zich in om duurzamemobiliteit voor iedereen bereikbaar te maken. Samen met kennisinstel-lingen, sectorpartijen en maatschappelijke organisaties is de afgelopentijd voortgang geboekt. De Kamer is daarover via een aantal brievengeïnformeerd. In het eerste deel van deze brief is een overzichtopgenomen waarin de laatste stand van zaken wordt gedeeld van diversedeelonderwerpen. De voortgang wordt gedeeld aan de hand van de pijlersuit het Klimaatakkoord op het gebied van duurzame mobiliteit, deze zijn:duurzame energiedragers, elektrisch vervoer, verduurzaming logistiek,vergroenen reisgedrag en actieve mobiliteit. De voortgang van hetklimaatbeleid op deze thema’s wordt ook in het klimaatdashboard in kaartgebracht (www.dashboardklimaatbeleid.nl). Het dashboard geeft deontwikkeling van CO2-emissies in de mobiliteitssector en diverse andereindicatoren weer, waarmee de verduurzaming van de mobiliteit kanworden gevolgd. Bijvoorbeeld het aantal emissieloze personenauto’s in denieuwverkopen, de ontwikkeling van het aantal laadpunten en de inzetvan duurzame energiedragers.Om de klimaatdoelstellingen voor mobiliteit te halen heeft het kabinetbesloten om, in navolging van het pakket klimaatmaatregelen van 2023,aanvullende maatregelen te treffen. Op hoofdlijnen is de Kamer hieroverdoor de Minister voor Klimaat en Energie al geïnformeerd1. In het tweededeel van deze brief worden de keuzes voor de verduurzaming vanmobiliteit nader toegelicht. In het pakket zijn maatregelen genomen op hetgebied van wegvervoer, spoor, scheepvaart en luchtvaart.Voortgang Duurzaam vervoerTwee keer per jaar brengt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaatde Tweede Kamer op de hoogte van de voortgang aan de hand van de1Kamerstukken II 2023–24, 32 813, nr. 1374 kst-31305-468ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4681 pijlers uit het Klimaatakkoord mobiliteit 2021 namelijk: duurzameenergiedragers, elektrisch vervoer. Daarnaast treft u hieronder een kortetoelichting op de maatregelen uit het voorjaarsnotapakket van 2023 eneen toelichting op de voortgang van toezeggingen en moties op hetgebied van Duurzame mobiliteit.Export laagwaardige brandstoffenIn het tweeminutendebat Duurzaam vervoer van 8 februari jl. hebben deleden De Hoop (PvdA/GroenLinks) en Bamenga (D66) de regering permotie verzocht blijvend aandacht te houden voor de handhaving en stevigte sanctioneren als er overtredingen zijn2. Hierbij is gevraagd met zo veelmogelijk andere brandstof exporterende of verhandelende landenafspraken te maken die de handel in giftige brandstoffen tegengaan enom met andere landen in overleg te treden over de uitwisseling vangegevens van bedrijven die betrapt zijn bij het schenden van de regels,zodat de handhaving en opsporing internationaal effectief wordt.De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) blijft zich onverminderdinzetten voor de naleving van de beleidsregel die toeziet op export vanbetere kwaliteit brandstoffen. Tevens maken de ILT en de regering goedevooruitgang in het verminderen van de handel in schadelijke brandstoffendoor afspraken met buurlanden. België heeft vergelijkbare regelgeving inprocedure en er wordt gewerkt aan een gezamenlijke politieke aanbe-veling binnen de Benelux. Na inspanningen op internationale confe-renties, zoals op COP28 en de VN- milieuconferentie (UNEA-6), zijn erpositieve veranderingen zichtbaar, met landen zoals Nigeria, Rwanda enGhana die strengere kwaliteitsnormen voor brandstoffen opnemen.Daarnaast heeft Nederland zich ingezet om tijdens UNEA-6 mondialeafspraken te maken om de handel in laagwaardige brandstoffen tegen tegaan. Echter, vanwege grote economische belangen zijn veel landenterughoudend om afspraken te maken op dit niveau. Daarom zal hetvervolg zich eerst richten op bilaterale afspraken. Eind Q3 2024 zal de ILTrapporteren over de evaluatie van de effectiviteit van de beleidsregel,waaronder de exportstromen vanuit Nederland, ontsnappingswegen, ensamenwerking met andere landen om schadelijke brandstoffenhandel teverminderen en eerlijke concurrentie te bevorderen.Verduurzaming logistiekOntheffingen via het Centraal LoketNaar aanleiding van schriftelijke Kamervragen3, 4 is met de Kamergecommuniceerd dat er naar een zo simpel mogelijk ontheffingensysteemwordt gestreefd5. De voorkeur was dat de ontheffing automatisch wordtgeregeld. GreenbergTraurig heeft onderzoek6 gedaan naar de mogelijk-heden om de particuliere ontheffing te organiseren. Daaruit bleek dat eenindividuele aanvraag vanuit juridisch en privacy-technische redenen debeste optie is. Dit betekent dat een automatische ontheffing niet mogelijkis en dat de particuliere bezitter/gebruiker in actie moet komen om deontheffing aan te vragen. Gemeenten hebben overeenstemming bereiktdat ook deze ontheffing geharmoniseerd via het Centraal Loket gaatlopen.2Kamerstukken II 2023–24, 31 305, nr. 4443Kamerstukken II 2020–21, 31 209, nr. 2324Kamerstukken II 2020–21, 31 209, nr. 2315Kamerstukken II 2021–22, 31 209, nr. 2336Bijlage 3 van deze brief. Het adviesrapport ontheffing nul-emissiezones, GreenbergTraurig,30 mei 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4682 Vanwege de diversiteit aan situaties waarin bedrijven geen verzwaardenetaansluiting kunnen krijgen, zullen gemeenten ondernemers die in dezesituatie zitten via individueel maatwerk onder de hardheidsclausulebehandelen. Hiervoor wordt een geharmoniseerd kader uitgewerkt omeenduidigheid te bevorderen.HubsDe Kamer is eerder geïnformeerd over de vraag vanuit gemeenten hoe zijkunnen omgaan met lokale initiatieven omtrent logistieke hubs7. Omgemeenten hierbij te ondersteunen en hen een samenhangend hande-lingsperspectief te bieden, is een handboek voor logistieke hubsopgesteld. Dit handboek bevat de benodigde richtlijnen om logistiekehubs succesvol te implementeren. Inmiddels is het handboek gepubli-ceerd en breed gedeeld met gemeenten en andere belanghebbenden.Onafhankelijke toets invoering zero-emissiezonesIn de Kamerbrief van 29 januari 2024 «Stand van zaken zero-emissiestadslogistiek»8 is aan de Kamer toegezegd dat voor de zomer eenonafhankelijke toets zou zal worden uitgevoerd op een verantwoordeinvoering van de zero-emissiezones. Deze toets is op dit moment in vollegang en de verwachting is dat de resultaten nog voor de zomer aan deKamer gestuurd worden.Zero emissienorm voor vervoer gelijktrekken met Europese normRecent zijn de Europese emissienormen voor zwaar vervoer9 herzien. DeEuropese norm voor emissievrije voertuigen kijkt hierbij enkel naar deuitstoot van CO2. Deze is aangepast van 1 g/kWh CO2 naar 3 g/t.km CO2.Deze norm wijkt af van de nationale definitie voor emissieloze voertuigen,zoals vastgelegd in het Reglement verkeerregels en verkeerstekens 1990(RVV 1990): «voertuig zonder (dus: nul) uitlaatemissie van broeikasgassen,verontreinigende gassen en deeltjes».Deze nationale definitie is nu leidend voor de toegang tot zero emissiezones. Hierdoor is het mogelijk dat er een categorie voertuigen ontstaatdie volgens de Europese normen als emissievrij kwalificeert, maar tochniet de nul-emissiezones in zou mogen. Deze situatie kan zich op redelijkkorte termijn al voordoen bij voertuigen met een waterstofverbrandings-motor, welke een zeer lage uitstoot kent. Om een dergelijke situatie tevoorkomen heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaatbesloten om de nationale definitie uit het Reglement verkeersregels enverkeerstekens 1990 aan te laten sluiten bij de Europese normen voorCO2, en aanvullend voor stikstofoxide (NOx) en andere deeltjes aan tesluiten bij de Euro6/7-norm. De ontwerp-AMvB zal begin 2025 aan deKamer worden voorgelegd.Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB)Het convenant SEB is op 30 oktober 202310 door vele partijen onder-tekend. De ondertekening van het convenant laat zien dat de transitie naarsteeds schoner en emissieloos bouwmaterieel breed gedragen wordt. Debranche- en sectorpartijen vertegenwoordigen 1000+ bedrijven, inclusief7Handboek multi client stadshubs hoe om te gaan met stadsdistributiehubs, Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat, 23 november 20238Kamerstukken II 2023–24, 30 175, nr. 4599Verordening (EU) 2019/124210Kamerstukken II 2023–24, 31 209, nr. 246Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4683 veel mkb. Daarnaast zijn 45 medeoverheden, een aantal grote opdracht-gevers in de bouw en alle betroken Rijkspartijen inclusief aanbestedendeRijksdiensten aangesloten. Op 1 juli dit jaar vindt een nieuw tekenmomentplaats en de verwachting is dat wederom meerdere nieuwe partnersaansluiten bij het convenant. Naast dat dit bijdraagt aan de transitie, geeftdit ook extra perspectief aan de sector om duurzamer materieel in tekunnen zetten. Komend jaar wordt verder samengewerkt aan deuitvoering van het convenant. SEB draagt namelijk bij aan het behalenvan de opgaves voor woningbouw, bereikbaarheid en klimaatadaptatie.Daarnaast is het van belang dat de transitie haalbaar is voor partijen.Hiervoor zijn verschillende instrumenten ter ondersteuning beschikbaar.Zo is de subsidie voor aanschaf en ombouw (SSEB) dit jaar weeropengegaan. In 2023 is het budget voor deze ondersteuning voor bijna80% uitgekeerd aan mkb. Ook is de financiële ondersteuning voormedeoverheden voor het vereisen van de inzet van emissieloos materieeldie het convenant hebben ondertekend voor het eerst opengegaan in aprildit jaar. Over de nadere verdeling van deze middelen over deSEB-instrumenten is de Kamer eerder en separaat geïnformeerd11.Vervolgonderzoek Emissie Monitoring en Periodieke Keuring (EMPK)In 2021 is TNO in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat gestart met onderzoek naar meetmethoden voor controle vande emissies van mobiele machines in de praktijk. Het gaat hierbij om hetproject Emissie Monitoring en Periodieke Keuring (EMPK), waarbijbouwmachines zijn voorzien van apparatuur om de inzet en emissies temonitoren. Voor de EMPK controle-aanpak wordt gekeken naar eencombinatie van kortdurende, periodieke uitlaatmetingen zoals voor deAPK worden uitgevoerd bij auto’s, en continue monitoring van deNOx-uitstoot door meting van de NOx-concentratie in de uitlaat met eenNOx-sensor. Gebleken is dat door EMPK-controle een goed beeld kanworden verkregen of NOx-reductiekatalysatoren en roetfilters vanmoderne bouwmachines goed functioneren. Op 15 mei 202312 heeft deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat toegezegd de Kamerverder te informeren over de vervolgresultaten van dit project.Door aanbieding van het bijgevoegde TNO-rapport «Opties voormonitoring van de NOx-emissies van mobiele werktuigen»13 wordtinvulling gegeven aan deze toezegging14. In dit vervolgonderzoek isverder gekeken naar verschillende mogelijkheden voor geautomatiseerdeNOx-monitoring bij mobiele machines. Belangrijke bevinding is echter ookdat aan de hand van het AdBlue-verbruik ten opzichte van het dieselver-bruik een goed beeld kan worden verkregen van de NOx-uitstoot in depraktijk. Gebleken is dat bij een AdBlue-verbruik van 7 liter per 100 literdiesel de NOx-reductiekatalysator optimaal functioneert en deNOx-uitstoot minimaal is. In 2024 zal het EMPK-onderzoek naar meetme-thoden voor controle van de emissies van mobiele machines in de praktijkworden vervolgd. Er zal dan in het bijzonder verder onderzoek wordengedaan naar de meetmethode en mogelijke afkeurnorm van de kortdu-rende «APK-emissietest» voor controle van de werking van deNOx-reductiekatalysator. Zodra dit vervolgproject is afgerond, wordt deKamer hierover geïnformeerd.11Kamerstukken II 2022–23 31 209, nr. 24412Kamerstukken II 2022–23, 31 305, nr. 25213Bijlage 6 van deze brief. Opties voor monitoring van de NOx-emissies van mobiele werktuigen,TNO, juni 202414Kamerstukken II 2022–23, 31 305, nr. 252Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4684 Verduurzaming vrachtvervoerDe komende jaren zal het goederenvervoer steeds verder verduurzamen.Hierover zijn afspraken gemaakt in Europa en in Nederland15. Hetgoederenvervoer over de weg zal in toenemende mate elektrificeren, in dezee- als binnenvaart zal gebruik worden gemaakt van hernieuwbarebrandstoffen, zoals biobrandstoffen16.Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt daarom aanmaatregelen die de transitie naar duurzaam vervoer voor bedrijvenhaalbaar en betaalbaar maken. Bedrijven worden hierbij op verschillendemanieren ondersteund, zoals ook is afgesproken in het klimaatakkoord. Deverduurzaming van het wagenpark blijft gestimuleerd worden. Voor hetvrachtvervoer over de weg worden de middelen uit het meerjarenpro-gramma Terugsluis Vrachtwagenheffing17 hiervoor ingezet. De inzet is omhet definitieve meerjarenprogramma 2026–2030 op Prinsjesdag 2024 tepubliceren. Onderdeel hiervan is in ieder geval het voortzetten van deAanschafsubsidieregeling Zero-Emissie Trucks (AanZET). Deze subsidiere-geling vergoedt een deel van de meerkosten en stimuleert daarmee deaanschaf van emissievrije vrachtwagens. Sinds 2022 is al voor meer dan1.600 vrachtwagens subsidie uitgekeerd.Verder werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan maatre-gelen gericht op het verhogen van de logistieke efficiëntie. Dit draagt bijaan CO2-reductie en sterkt tegelijk de concurrentiekracht van de logistiekesector. Het verbeteren van CO2-prestaties in het goederenvervoer begintmet meten. Om de ontwikkeling van de CO2-prestaties in het goederen-vervoer te kunnen monitoren is de afgelopen jaren een nulmetinguitgevoerd. De nulmeting zal dit jaar definitief worden vastgesteld en metde Kamer worden gedeeld. Een volgende stap is dat bedrijven wordenuitgedaagd om reductiedoelen te formuleren en gestimuleerd worden omwerk te maken van het verbeteren van hun CO2-prestaties. Vanuitzelfregulering wordt er toegewerkt naar een collectieve norm, bij voorkeurin Europees verband. Nederland steunt daarom ook het EuropeseGreening Corporate Fleets initiatief18 om te komen tot aanvullendeEuropese maatregelen die de vraag naar emissievrije zakelijke voertuigenstimuleren.In samenwerking met de regio’s werkt het ministerie aan verduurzamingvan de corridors. Dit jaar wordt een breed gedragen MultimodaleRoadmap uitgewerkt met maatregelen op CO2-reductie voor de langetermijn (richting 2050) inclusief uitvoeringsagenda voor de korte termijn(2025–2035).Elektrisch vervoerInkomensafhankelijke subsidie tweedehands EV’s (SEPP)In lijn met het CE Delft rapport «Een eerlijke mobiliteitstransitie vooriedereen»19 wordt momenteel onderzocht welke inkomensgroepen hetmeest profiteren van stimuleringsbeleid en wat het effect is van eencombinatie van een slooppremie voor oude brandstofauto’s met een15Kamerstukken II 2023–24, 31 305, nr. 42816Kamerstukken II 2023–24, 32 813, nr. 138317Op weg naar een emissieloze en innovatieve vrachtvervoersector, Roadmap TerugsluisVrachtwagenheffing, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 8 juni 202318Kamerstukken II 2023–24, 22 112, nr. 394719Een eerlijke mobiliteitstransitie voor iedereen. Effecten van klimaatmaatregelen op verschil-lende inkomensklassen, CE Delft, januari 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4685 aanschafsubsidie voor gebruikte goedkopere elektrische auto’s. Hetrapport wordt in de zomer verwacht. De Kamer zal na de zomer wordengeïnformeerd over het rapport, dit is later dan de Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat eerder heeft toegezegd20, 21.De Minister voor Klimaat en Energie heeft toegezegd de totale kosten vaneigendom (total cost of ownership (TCO)) van fossiele brandstof auto’sversus elektrische auto’s blijvend worden meegewogen in beleid. De TCOis momenteel al onderdeel van het beleidsproces. In dit proces wordtafgewogen wat eventueel nodig is om een elektrische auto niet alleen hetduurzame, maar ook het betaalbare alternatief te laten zijn.Totale kosten van eigendomConform de motie van lid Nijboer (PvdA/GL) c.s. van 1 juli 2021 over devergelijking van de TCO in de showroom en online22 is een HandreikingTCO Berekening met de partijen opgesteld en passen sommige partijenop hun website de vergelijking toe (zoals op de ANWB website). Voor deautobranche blijkt deze methode omslachtig te zijn en wordt er gewerktaan een nieuwe methode die een grotere flexibiliteit voor de verkoper enactueler prijsinformatie voor de consument in zich draagt.Er wordt gewerkt aan de uitwerking van deze motie. Het «EV-occasionsMystery Shopping-onderzoek 2023» heeft aangetoond dat er in deshowroom nauwelijks wordt verwezen naar TCO. Het «EV en Berijderson-derzoek» toont aan dat de consument de showroom nog steeds eenbelangrijke bron van informatie voor de aanschafkeuze vindt23, 24. Deautobranche (BOVAG, RAI Vereniging en de VNA) en de ANWB delen denoodzaak om de consument beter voor te lichten. Deze partijen zettenvoor de zomer hun visie op schrift die het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat na de zomer, uiterlijk op 30 september 2024 met de Kamer zaldelen.BatterijcheckDe Kamer heeft middels een motie van het lid Peter de Groot (VVD)25verzocht om een uniforme batterijcheck in te voeren en inzichtelijk temaken hoe deze batterijcheck door de consument zelf gedaan kan wordengedurende de levensduur van het batterijpakket. Eerder schreef deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat u al dat de Rijksoverheideen batterijcheck niet verplicht zal stellen en dat het ministerie rekent opinitiatieven van de branche26. De markt biedt inmiddels, naast degarantiemeting van de merkdealer, een breed scala aan merkonafhanke-lijke en universele batterijmeetsystemen aan, zoals o.a. Aviloo en DEKRA.Via de Batterijverordening verplicht de Europese Commissie autofabri-kanten om nieuwe batterij-elektrische automodellen met een typegoed-keuring na invoering van Euro 7 te voorzien van inzicht in de gezondheids-status van het batterijpakket. Deze motie wordt daarmee als afgedaanbeschouwd.20TZ202402-12321TZ202402-13022Kamerstukken II 2021–22, 32 813, nr. 74123Rapport Mystery shopping elektrisch vervoer occasion, Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat, 30 januari 202424Handreiking Total cost of ownership (TCO)-berekening voor personenauto’s, Rijksdienst voorOndernemend Nederland, december 202325Kamerstukken II 2020–21, 32 813, nr. 75926Kamerstukken II 2022–23, 31 305, nr. 414Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4686 Herziening energielabelIn de brief van 22 maart 2022 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuuren Waterstaat aan de Kamer toegezegd27 om aan de slag te gaan om voorelektrische auto’s het stroomverbruik op het energielabel te gaanvermelden. Op het huidige label kan namelijk alleen het brandstofverbruiken de CO2-uitstoot worden vermeld. Aansluitend hierop heeft deStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat in de brief van23 augustus 202328 gemeld dat is gekeken naar de aanpak om voorvol-elektrische auto’s en plug-in hybride auto’s het label mede te bepalenaan de hand van het stroomverbruik. De afgelopen maanden is dezeaanpak in detail uitgewerkt en besproken met de betrokken partijen in deautobranche en consumentenorganisaties. Gezien de benodigde tijd voorhet opstellen van de regelgeving, de notificatie aan de EuropeseCommissie en de voorbereiding van de invoering door de autobranche ishet streven om de aanpassing van het energielabel met ingang van1 januari 2026 in te voeren. Zodra deze wijzigingsvoorstellen beschikbaarzijn, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.Resultaten invoering APK-test voor controle van roetfiltersIn de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van16 juni 202229 is de Kamer geïnformeerd dat met ingang van 1 januari2023 een nieuwe APK-test wordt ingevoerd voor controle van de werkingvan roetfilters van dieselauto’s. Bij de nieuwe test wordt de werking vaneen roetfilter gecontroleerd door meting van het aantal roetdeeltjes in deuitlaat van een dieselauto met een deeltjesteller. Nederland behoortsamen met België, Duitsland en Zwitserland, tot de eerste landen die dezenieuwe APK-test heeft ingevoerd. Invoering van deze nieuwe test isonderdeel van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Door middel van dezebrief wordt de Kamer geïnformeerd over de resultaten van invoering vandeze nieuwe test in de periode tot en met februari 2024. Het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat zal dit doen in relatie tot de volgendeinschatting voor het effect zoals gemaakt bij het opstellen van deregelgeving voor invoering van de nieuwe test30:Inschatting gemaaktbij het opstellen vande regelgevingDaadwerkelijkeaantallen tot en metfebruari 2024Aantal afgekeurde dieselauto’s (percentage)98.500(6,5–8,5%)98.000(6.3%)Aantal auto’s waarbij het roetfilter wordt/isgerepareerd53.50062.000Aantal auto’s waarbij het filter bij de RDWwordt/is afmeld45.00036.000 Het aantal van 98.000 dieselauto dat de nieuwe test voor de roetfiltercon-trole niet heeft gehaald, komt dus goed overeen met de gemaakteinschatting van 98.500 auto’s. Het aantal van 62.000 auto’s waarbij hetroetfilter is gerepareerd is hoger dan de hiervoor gemaakte inschattingvan 53.500 auto’s. Het milieueffect van de maatregel is hierdoor iets hogerdan zoals van tevoren ingeschat. Het percentage afkeur in de eerste tweemaanden van 2024 lag op hoog niveau. Vermoedelijk komt dit omdat veelauto’s die eind 2022 nog de APK hebben laten doen om de roetfiltertest27Kamerstukken II 2021–22, 32 813, nr. 100428Kamerstukken II 2022–23, 31 305, nr. 41429Kamerstukken II 2021–22, 32 813, nr. 105430Staatscourant 2022, 16212Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4687 «te ontlopen». Maar na uiterlijk 14 maanden moeten deze auto’s alsnognaar de APK, waarbij ze dan alsnog worden afgekeurd.Controle van driewegkatalysatoren van benzineauto’s in de APKIn de brief31 van 15 mei 2023 is de Kamer geïnformeerd datTNO-onderzoek doet naar eventuele mogelijkheden om in de APK deemissies van benzineauto’s beter te kunnen controleren. TNO hadhiervoor eerste verkennende metingen uitgevoerd aan benzineauto’s meteen gemanipuleerde katalysator. In de brief is de Kamer toegezegd teworden geïnformeerd over verdere wegmetingen die worden gedaan omvast te stellen hoeveel extra NOx-uitstoot er optreedt en of verbeteringvan de APK-emissietest voor benzineauto’s mogelijk is. Het TNO-rapport«NOx high emitters in the Dutch fleet» met de resultaten van ditonderzoek is toegevoegd32. Daarnaast heeft TNO metingen op de weggedaan aan benzineauto’s waarbij de oorspronkelijke katalysator isvervangen. De resultaten van het uitgevoerde onderzoek laten zien datopties ter verbetering van de emissiecontrole, die nauw aansluiten bij dehuidige APK-methodiek, niet leiden tot afdoende verbetering van detectievan high emitters. Andere door TNO voorgestelde opties liggen verderweg van de huidige APK-methodiek. Het onderzoek laat daarmee zien dater nu geen goede en eenvoudige test bestaat die op korte termijn binnende APK kan worden ingevoerd. Een van de redenen is onder andere dat deeventueel hogere uitstoot van NOx op de weg niet correleert met deuitstoot tijdens de stationaire testen die op dit moment beschikbaar zijn.Actieve MobiliteitFietsstimuleringOp 9 oktober 2023 is de City Deal «Fietsen voor Iedereen» door 25 deelne-mende partijen ondertekend; 3 departementen, 14 gemeenten,6 maatschappelijke organisaties en 2 private partijen33. Met elkaar zettende partners zich in voor meer gedoneerde fietsen en meer fietslessen voormensen die dit zelf niet kunnen organiseren of betalen, waaronder voorminima en kinderen. Vanuit de deelnemende gemeenten en departe-menten is budget beschikbaar gesteld om lokale projecten te onder-steunen en verder uit te breiden.In 2023 is de campagne «Kort ritje? Da’s zo gefietst!» gelanceerd. Dezefietscampagne wordt volgens de effectmetingen van het Ministerie vanAlgemene Zaken goed ontvangen door het publiek34. De campagnestimuleert mensen om voor deze korte ritjes vaker voor de fiets te kiezen.Met de speciale Kerst-fietsactie in december 2023 zijn ruim 2500 fietseningezameld voor de City Deal Fietsen voor Iedereen. Begin mei 2024 iseen nieuwe TV- en radiocampagne van «Kort ritje? Da’s zo gefietst!»gestart. In 2024 wordt de campagne meer lokaal en regionaal gevoerd, insamenwerking met bijvoorbeeld lagere overheden, en wordt de focusgelegd op specifieke doelgroepen, waaronder studenten, ouders ensenioren.Het programma Doortrappen richt zich op bewustwording en gedragsver-andering van de oudere fietser om hen op de fiets en in beweging tehouden en hen te motiveren zelf maatregelen te nemen om ook veiliger te31Kamerstukken II 2022–23, 31 305, nr. 25232Bijlage 5 van deze brief. NOx high emitters in the Dutch fleet, TNO, juni 202433Dealtekst City Deal Fietsen voor Iedereen, 9 oktober 2023, Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat34Rapportage Campagne-effectonderzoek van 8 november 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4688 blijven fietsen. In mei 2024 doen 12 provincies, 2 vervoerregio’s en ruim260 gemeenten mee. Ten opzichte van januari 2024 zijn er twee nieuweinterventies ontwikkeld («Trap de Winter Door» en het ExpeditieDoortrappen Spel) en is de online toolkit voor professionals vernieuwd.Daarnaast is dit jaar de verkenning naar een erkende interventie voorFietsvalpreventie gestart.Internationale ontwikkelingen Actieve MobiliteitOp COP28 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat insamenwerking met België en Luxemburg een mondiale alliantieopgericht, genaamd de Alliance for Cycling and walking TowardsInternational Vitality and Empowerment (ACTIVE). Het doel is hetwereldwijd beter benutten van actieve mobiliteit, door het opleiden van10.000 actieve mobiliteitsexperts in 10 jaar. Hiervoor zijn er, in samen-werking met de Nederlandse fietssector, sinds 2023 al acht trainingengeorganiseerd en staan er voor dit jaar nog tien trainingen op deplanning. Daarnaast is de alliantie uitgebouwd met de deelname vaninternationale organisaties zoals onder andere de Global Designing CitiesInitiative, European Cycling Federation, WALK21, United NationsEnvironment Programme, en het World Resources Institute.Ondertussen worden ook in Europa stappen gezet om de fiets alsvolwaardig vervoersmiddel op te nemen als modaliteit. Zo heeft de EUbijvoorbeeld in april de EU Declaration on Cycling ondertekend. Met dezedeclaratie beloven de EU-lidstaten en -instituten om zich in te gaan zettenvoor fietsen. Dit moment vormt een mijlpaal voor de jarenlange Neder-landse inzet om actieve mobiliteit op de kaart te zetten als volwaardigemodaliteit. Daarnaast zet het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaatzich bij de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Natiesin voor de ontwikkeling van een Masterplan on Walking, om lopen alsduurzame en gezonde modaliteit te stimuleren in Europa.Grensoverschrijdende fietsinfrastructuur in het EU-Interreg programmaOp 2 april jl. heb ik de Eerste Kamer toegezegd om met de Minister vanFinanciën in gesprek te gaan over de mogelijkheden om bij het volgendeInterreg-programma ruimte te behouden voor grensoverschrijdendefietsinfrastructuur. De gesprekken hierover lopen nog, en staan ook inrelatie tot de onderhandelingen over het EU-Meerjarig Financieel Kader,die op dit moment plaatsvinden. Wanneer hier concrete resultaten inbehaald zijn, worden deze met de Eerste Kamer gedeeld.Toezegging aanpak 3% onveilige fietspadenIn het debat strategische keuzes bereikbaarheid van 28 maart jl. is aan hetlid Van Dijk (NSC) toegezegd35 om de Kamer in de volgende voortgangs-brief Verkeersveiligheid te informeren over de aanpak van de 3% onveiligefietspaden en over de factoren die ervoor zorgen dat de onveiligefietspaden met name in Zuid- en Oost-Nederland liggen. Echter, deonveilige fietspaden liggen niet alleen met name in Zuid- enOost-Nederland, ook voor de regio Midden-Nederland geldt dat er sprakeis van onveilige fietspaden. Dit heeft onder andere met verschillendefactoren te maken zoals de ondergrond, rijdende tractoren op de weg,bermen en paaltjes. Via de Voorjaarsbesluitvorming 2024 worden ermiddelen gereserveerd voor het acuut aanpakken van de 3% onveiligefietspaden.35TZ 202404-016Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 4689 Vergroenen reisgedragMkb-aanpak werkgebonden personenmobiliteitUit de jaarlijkse werkgeversenquête van het Ministerie van Infrastructuuren Waterstaat36 blijkt dat het mkb minder mogelijkheden ziet voor deverduurzaming van de werkgebonden personenmobiliteit en half zo vaakmaatregelen treft als grote bedrijven. In de voortgangsbrief Kamerbrief37van 23 augustus 2023 signaleerde de Staatssecretaris dat met debestaande werkgeversaanpak met name de grote werkgevers en dekoplopers bereikt worden. Uit onderzoeken blijkt grote potentie voorverduurzaming en CO2-reductie op het gebied van werkgebondenmobiliteit binnen het mkb38 en is er draagvlak voor verduurzaming39.Door verschillende redenen zoals versnippering van informatie enontbreken van kennis komt het mkb echter nog moeizaam mee in dezetransitie40.Om ook het mkb te faciliteren in de transitie naar duurzame mobiliteitstart het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een samenwerkingmet bedrijven- en brancheverenigingen om zo grote groepen mkb tebereiken en te faciliteren in de transitie. Het Ministerie van Infrastructuuren Waterstaat richt zich met brancheverenigingen op het vergroenen vande arbeidsvoorwaarden en met bedrijven verengingen op het organiserenvan voorzieningen op een terrein zoals deelvervoer en collectief beslotenvervoer. Tot en met 2025 worden er meerdere voorbeeldprojectengeïnitieerd. Het doel hiervan is om aan bedrijven- en brancheverenigingenconcrete casussen ten voorbeeld te leggen zodat de hefboomfunctie ophet verduurzamen van de mobiliteit optimaal benut kan worden.Opschaling van deze voorbeeldprojecten wordt beoogd via de Subsidiere-geling Duurzame Mobiliteit mkb. Deze regeling is in ontwikkeling en biedthet mkb handelingsperspectief om mee te gaan in de transitie naarduurzamere mobiliteit. De regeling gaat naar verwachting begin 2025open. Verder werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan hetverbeteren van de online overheidsinformatie over duurzame mobiliteit.De informatie over duurzame mobiliteit voor het mkb op de overkoepe-lende duurzaamheidswebsite zetookdeknopom.nl wordt verbeterd.Mkb’ers krijgen daar dan via een paar korte vragen gerichter advies overde te zetten stappen in verduurzaming van mobiliteit met rekenvoor-beelden en praktijkverhalen.Brom- en snorfietsenZoals eerder aangekondigd aan de kamer is een pilot ontwikkeld voor eenfinanciële ondersteuningsmaatregel voor de inruil van brom- ensnorfietsen41. Deze is gericht op mensen met een laag inkomen die hunfossiele brom- en snorfiets willen inruilen voor een elektrische variant. Debijdrage die deze brom- en snorfietsers kunnen ontvangen kan oplopentot 1.200 euro per persoon. Om de pilot mogelijk te maken wordt er eenprojectcategorie toegevoegd aan de Specifieke Uitkering Schone LuchtAkkoord.36Werkgeversenquête 2024; onderzoek onder werkgevers over stimuleren duurzaam reisgedragmedewerkers, I&) Research, april 202437Kamerstukken II 2022–2023, 31 305, nr. 41438Werkgebonden mobiliteit van het mkb, CE Delft, oktober 202339Analyse rondetafelgesprekken werkgebonden reisgedrag midden- en kleinbedrijf, Twynstra-Gudde, 202440Onderzoek Levensgebeurtenis Duurzaam ondernemen, KVK, 202041Kamerstukken II 2022/23, 31 305, nrs. 381 en 452Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46810 Kort voor verzending van deze brief is de wijziging aan deze regelinggepubliceerd in de Staatscourant42. Openstelling van de projectcategorievolgt per 15 juli 2024. Na openstelling kunnen gemeentes die het SchoneLucht Akkoord hebben ondertekend in aanmerking komen voor eenbijdrage om dergelijke inruilregelingen op te zetten43. Vanuit het Rijkwordt dan 2/3e van de subsidiabele kosten bijgedragen aan dezeprojecten. Gemeentes worden met deze middelen ondersteund bij hetopzetten van een inruilregeling. Inwoners met een laag inkomen, uitdesbetreffende gemeentes, kunnen na openstelling van deze decentraleinruilregelingen in aanmerking komen voor de financiële ondersteuningbij de inruil naar een elektrische brom- en snorfiets. Openstelling voorburgers wordt voorzien in de loop van 2025.Voor het treffen van gemeentelijke inruilregelingen is 3,5 miljoen eurogereserveerd op de begroting van 2024 en eveneens eenzelfde bedrag opde begroting van 2025. Het streven is om volgend jaar de pilot tevervolgen. Gemeentes wordt gevraagd om hun ervaringen van dergelijkeregelingen te delen. Op basis van deze pilot wil het kabinet meer inzichtenopdoen over inkomensafhankelijke brom- en snorfiets inruilregelingen.Het is aan een nieuw kabinet om deze pilot te evalueren en te besluitenover een mogelijk vervolg.Voortgang klimaatmaatregelen mobiliteit uit voorjaarsnota’s2023 en 2024In dit tweede deel van de brief wordt ingegaan op het pakket aanvullendeklimaatmaatregelen uit het voorjaar van 2023 en 2024. Het kabinet heeftbesloten om additionele maatregelen te nemen om de mobiliteit teverduurzamen, zodat Nederland op koers blijft voor de klimaatdoelstel-lingen van 2030 en klimaatneutraliteit in 2050. In het pakket zijn maatre-gelen genomen op het gebied van wegvervoer, spoor, scheepvaart enluchtvaart. Met deze maatregelen wordt daarmee ook gewerkt aan hetreduceren van internationale CO2-emissies. Een aantal maatregelen wasopgenomen in het voorjaarspakket van 2023, maar was toen nog eenreservering. Deze zijn het afgelopen jaar verder uitgewerkt. Daarnaastwordt ook een aantal maatregelen uit 2023 geïntensiveerd. Onderstaandwordt op deze maatregelen ingegaan.Opt-in ETS2 & raffinagerouteIn de brief over de klimaat- en energiemaatregelen van 15 april 202444 isbenoemd dat het kabinet ervoor kiest om de gehele sector mobiliteitonder het Europese emissiehandelssysteem ETS2 te brengen. Hiertoemaakt Nederland gebruik van de zogenaamde opt-in. Met de opt-inworden problemen rondom uitvoerbaarheid, fraudebestendigheid enhandhaafbaarheid voorkomen. Daarbij geeft het de sector mobiliteit ookmeer zekerheid over het pad dat moet worden doorlopen voor de afbouwvan de CO2-emissies. Gezien de impact die de opt-in heeft op onderandere het spoor en de binnenvaart is besloten om via het Klimaatfondsondersteuning te bieden om verder te kunnen verduurzamen. Er wordthiervoor verwezen naar de kopjes Verduurzaming spoor en Verduur-zaming scheepvaart. Voor het spoor is alleen een besluit genomen overregionaal reizigersvervoer. Eventuele aanvullende maatregelen voor despoorgoederensector zijn aan het nieuwe kabinet en lopen mee in hetgenerieke proces. Voor verdere toelichting over de raffinageroute wordt42Staatscourant 2024, 1964143Nieuwe deelnemers aan het Schone Lucht Akkoord kunnen zich nog steeds melden.44Kamerstukken II 2023–24, 32 813, nr. 1374Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46811 de Kamer verwezen naar de brief van 26 april 2024 over de voortgangimplementatie RED-III vervoer45.Elektrische auto’sDe aanschaf van een nieuwe of gebruikte elektrische personenauto wordtsteeds aantrekkelijker om te overwegen ten opzichte van de fossielepersonenauto. Het bereik van de elektrische personenauto wordt steedsgroter en fabrikanten bieden ook steeds meer modellen aan in verschil-lende prijscategorieën. Hierdoor wordt de elektrische personenauto voorsteeds meer huishoudens een reële optie om te overwegen. Het stimu-leren van de elektrische personenauto is echter nog steeds wenselijk ombij te dragen aan het creëren van een volwassen markt. Een emissievrijvoertuig betaalt op dit moment geen motorrijtuigenbelasting (MRB). Per1 januari 2025 wordt dit een kwarttarief en vanaf 1 januari 2026 zou dezekorting eindigen waardoor een elektrische personenauto vanwege hetgewicht van de batterij meer MRB zou moeten betalen dan een gelijk-waardige fossiele variant. Het kabinet heeft gemerkt dat dit voor veelonzekerheid bij potentiële kopers van een elektrische auto heeft gezorgden door deze onzekerheid ook twijfel is ontstaan over de aanschaf hiervan.Om de verkoop van elektrische personenauto’s verder te stimuleren iservoor gekozen om tot en met 2030 een gewichtscorrectie in de vorm vaneen tariefskorting te introduceren voor zowel het rijksdeel van de MRB alsvoor de provinciale opcenten. Om dit mogelijk te maken heeft het kabinetmoeten afzien van de subsidie voor tweedehands emissievrije personen-auto’s na 2024. Het is begrijpelijk dat dit een vervelende boodschap kanzijn. De MRB-korting werkt echter ook door voor personen die eentweedehands emissievrije personenauto kopen. Daardoor profiteren zijdus ook van deze regeling.Er wordt voor emissievrije personenauto’s in de MRB een correctie (in devorm van een tariefkorting) geïntroduceerd van 40% tussen 2026 en 2028,35% in 2029 en 30% in 2030. In 2024 en 2025 blijft de korting gelijk aan watwas afgesproken in het Klimaatakkoord. De correctie is nodig omelektrische auto’s niet meer MRB te laten betalen dan vergelijkbarebenzineauto’s. In 2027 evalueert het kabinet deze MRB correctie. Hierbijbetrekt het kabinet ook de uitwerking van de correctie voor de verschil-lende autosegmenten op basis van hun afmeting. De MRB correctie geldtalleen voor emissievrije personenauto’s.Subsidie voor laadinfrastructuur bouwLaadinfrastructuur voor de bouw is randvoorwaardelijk voor het behalenvan de emissiereductiedoelen onder Schoon en Emissieloos Bouwen(SEB). Inzet van emissieloos materieel, met bijbehorende laadinfra-structuur, is belangrijk voor de vergunningverlening. Dit biedt perspectiefbij bouwprojecten, zoals huisvesting, bereikbaarheid of klimaatadaptatie.Ten aanzien van laadinfrastructuur voor de bouw worden bijvoorbeeldbatterijcontainers, wisselpakketten en nieuwe oplossingen, zoals inzet vaneen vliegwiel in de bouw voor het opvangen van piekvermogens,ondersteund. De € 120 mln. uit de Voorjaarsnota 2023 wordt verdeeldover de bestaande SEB-instrumenten:•De Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB)gericht op aanschaf en innovatie.•De middelen voor het ambitieniveau voor aanbestedende Rijksdien-sten gericht op inzet.•Specifieke Uitkering Schoon en Emissieloos Bouwen (SPUK SEB)gericht op inzet.45Kamerstukken II 2023–24, 32 813, nr. 1383Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46812 Inmiddels zijn de eerste middelen (€ 1,6 mln.) in 2024 meegegaan met deSSEB. Voor de aanbestedende Rijksdiensten wordt dit meegenomen in deeerstvolgende bestedingsplannen, via ProRail wordt in 2024–2025€ 7,7 mln. ingezet. Er wordt onderzocht hoe de middelen voor delaadinfrastructuur eveneens ingezet kunnen worden via de SPUK. BijVoorjaarsnota 2024 is opgenomen dat deze € 120 mln. aangevuld wordtmet € 214 miljoen euro waardoor er in totaal € 334 mln. beschikbaarkomt.Aanscherpen normen duurzaam inkopenBij de voorjaarsbesluitvorming 2023 is besloten over het reserveren vanmiddelen voor het aanscherpen van normen voor duurzaam inkopen.Afgelopen jaar is er gewerkt aan het aanscherpen van de Regelingbevordering schone wegvoertuigen waarin deze aanscherping wordtgeregeld. Eerder is al aangegeven dat de Kamer later dit jaar verder wordtgeïnformeerd over dit onderwerp46.De Europese Clean Vehicles Directive is in Nederland geïmplementeerd inde Regeling Bevordering Schone Wegvoertuigen (Rbsw). De Rbswverplicht aanbestedende diensten (gemeenten, provincies, het Rijk enpubliekrechtelijke instellingen) en aanbestedende instanties (bv.elektriciteits-, water-, gas- en postbedrijven en (lucht)havens) bij Europeseaanbestedingen van aankoop, lease of huurkoop van wegvoertuigen, endiensten waarbij voertuigen worden ingezet (doelgroepenvervoer,personenvervoer zonder dienstregeling, vuilnisdienst en postbezorging) tevoldoen aan een minimumpercentage van schone- en emissievrijevoertuigen.Met deze maatregel wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid uit deEuropese Clean Vehicle Directive om op nationaal niveau het minimum-percentage ingekochte schone- en emissievrije voertuigen aan tescherpen. Hier hangt een aanvullende CO2-reductie mee samen. Aan dezemaatregel zal vanaf 2026 invulling worden gegeven in de Regelingbevordering schone wegvoertuigen. Er is per voertuigcategorie eeninschatting gemaakt van de maximaal haalbare ophoging van depercentages schone voertuigen. Onderzoek van CE Delft naar dehaalbaarheid van de aanscherping laat zien dat de aanscherping alleenmogelijk is met de financiële ondersteuning die via het Klimaatfondsbeschikbaar wordt gesteld47. Met deze aanscherping komen eerderschone- en emissievrije voertuigen op de weg. De Kamer wordt hieroverlater dit jaar verder geïnformeerd.Stimulering van waterstof in wegvervoerHet kabinet investeert € 210 mln. in waterstof in het wegvervoer. Met dezemiddelen kan er worden geïnvesteerd in de uitrol van waterstoftankinfra-structuur en waterstofvoertuigen die deze waterstof kunnen afnemen.Daarmee wordt rijden op waterstof voor het zwaar wegvervoer ook eenalternatief dat steeds meer van de grond komt.De inzet van waterstof in mobiliteit bevindt zich in een vroeg stadium. Eris nog geen sprake van een landelijk basisnetwerk aan waterstoftanksta-tions en tegelijkertijd rijden er nog te weinig waterstofvoertuigen op deweg voor een sluitende operatie van de bestaande tankstations. DeSubsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWiM) richt zich op hetdoorbreken van deze kip-ei-situatie. Consortia van tankstations en46Kamerstukken II 2023–24, 31 305, nr. 45347Haalbaarheid ophoging doelstellingen RBSW, CE Delft, februari 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46813 vervoerders komen in aanmerking voor subsidie voor de realisatie vanwaterstoftankstations en de aanschaf van waterstofvoertuigen. De nadrukligt hierbij op zwaar wegvervoer. Met behulp van deze regeling kunnenvervoerders rekenen op voldoende stations om te tanken en tankstation-houders op voldoende afname van waterstof. Waterstof kan zich zoontwikkelen tot volwaardig zero-emissie alternatief naast batterij-elektrisch vervoer.De regeling draagt ook bij aan het halen van de verplichtingen uit deAlternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR), namelijk het realiserenvan voldoende waterstoftankstations langs het Europese hoofdwegen-netwerk en bij stedelijke knooppunten. Het ministerie is voornemens deSWiM jaarlijks open te stellen in de periode 2024–2028. De eersteopenstelling is voorzien voor de zomer van 2024.Electric Road Systems (ERS)Het is belangrijk dat we onze spullen op een duurzame manier van A naarB krijgen. De laadinfrastructuur voor elektrische vrachtwagens is intoenemende mate het knelpunt voor een succesvolle transitie naaremissieloos wegtransport. ERS kan een waardevolle toevoeging zijn inaanvulling op het stationair laden (stilstaand laden via een laadpaal bijbijvoorbeeld een distributiecentrum). Met ERS wordt er gebruik gemaaktvan dynamisch laden door middel van een geleidende bovenleiding. Eenbelangrijk voordeel hiervan is dat laden meer gespreid over de dag kangebeuren, waardoor de pieken op het elektriciteitsnet minder groot zullenzijn. ERS kan daardoor dus ook een bijdrage leveren in het ontlasten vanhet elektriciteitsnet. Onder voorwaarden wordt € 20 mln. beschikbaargesteld uit het Klimaatfonds om een bijdrage te leveren aan de realisatievan een ERS traject Rotterdam-Antwerpen. Er wordt met de middelen ookeen bijdrage geleverd om een traject te realiseren tussen Rotterdam enDuitsland (A15/Betuweroute).Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden voor de aanleg van één ofmeerdere trajecten van Electric Road Systems. Door middel van ERSkunnen batterij-elektrische vrachtwagens tijdens het rijden opladen viabovenleidingen. Dit gebeurt met een bovenleiding en stroomafnemer,vergelijkbaar met een trein of trolleybus. Dit initiatief komt bovenop debestaande inspanningen van het kabinet om laadfaciliteiten voorstilstaande vrachtwagens te realiseren48. Met ERS beoogt het kabinet depiekbelasting op het elektriciteitsnet te verminderen door de stroom-afname gelijkmatiger over de dag te verspreiden. Zoals beschreven in dekamerbrief van 18 mei 2022 draagt ERS bij aan de verduurzaming van devrachtwagensector en ontlast ERS het elektriciteitsnetwerk49.Zoals toegelicht in de vierde voortgangsbrief over de invoering van devrachtwagenheffing worden in eerste instantie twee ERS-trajectenonderzocht: tussen de haven van Rotterdam en de haven van Antwerpen,en vanaf de Rotterdamse haven naar het Duitse achterland. Er zijnverkenningen uitgevoerd naar de potentie en het draagvlak van ERS50. Opbasis van de resultaten wordt een vervolgonderzoek naar de haalbaarheidop deze trajecten uitgevoerd51, waarvan de uitkomsten in het najaar van2024 worden verwacht. Verder wordt onderzocht of de netto-opbrengstenvan de vrachtwagenheffing kunnen bijdragen aan de aanleg van ERS. Inde komende maanden zal het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat48Kamerstukken II 2022–24, 31 305, nr. 40649Kamerstukken II 2021–22, 31 305, nr. 34050Kamerstukken II 2022–24, 31 305, nr. 40651Kamerstukken II 2022–24, 31 305, nr. 406Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46814 samenwerken met andere overheden, mogelijk via een MIRT-procedure,en private investeerders via een concessie of aanbesteding betrekken omde plannen rondom ERS verder te ontwikkelen.Verduurzaming spoorHoewel het spoorwegnet al bijna volledig is geëlektrificeerd, zijn er nogsteeds een aantal diesellijnen in Nederland. Het kabinet vindt het vanbelang om ook deze lijnen verder te verduurzamen. Daarom trekt hetkabinet een bedrag van € 98 mln. uit voor de elektrificatie van despoorlijnen tussen Almelo en Hardenberg en Zutphen en Oldenzaal. Hetkabinet is verheugd samen met de provincies in Overijssel en Gelderlandeen belangrijke stap voor verduurzaming van het personenvervoer perspoor te kunnen zetten. Hiermee geeft het kabinet ook invulling aan demotie van lid De Hoop (GL/PvdA) om nogmaals te bezien hoe het rijk eenbijdrage kan leveren aan het bespoedigen van de elektrificatie van dezetwee dieselspoorlijnen.52De wens om deze twee regionale spoorlijnen in Overijssel en Gelderlandte verduurzamen is in het Bestuurlijk Overleg MIRT 2022 vastgelegd53.Omdat richting 2030 in deze regio nieuwe concessies starten en dedieseltreinen dan ook aan het einde van hun levensduur zijn, is hetmomentum daar om over te gaan op een nieuwe, duurzame techniek. Inhet BO MIRT heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met deregio de afspraak gemaakt om op deze lijnen te kiezen voor elektrificatie,omdat dit de meest kosteneffectieve en betrouwbare manier is om teverduurzamen. Hiermee wordt er jaarlijks 5.370 ton CO2-uitstootbespaard54. Daarnaast zijn de dieseltreinen verantwoordelijk voor 160 tonstikstofemissies (NOx). Elektrische treinen kennen deze uitstoot tijdens hetgebruik niet. Samen met de provincies Overijssel en Gelderland kunnennu verdere stappen worden gezet om ProRail opdracht te geven deplannen voor deze elektrificatie verder uit te werken in de planuitwer-kingsfase en vervolgens, na gezamenlijke instemming van de betrokkenpartijen, de realisatie van deze elektrificatie. Via de halfjaarlijkseMIRT-brieven zal wordt de Kamer nader op de hoogte gehouden van devoortgang van deze projecten.Verduurzaming scheepvaartDe zeevaart en de binnenvaart zijn voor Nederland belangrijke sectoren.Nederland heeft een grote binnenvaartvloot en een toonaangevendmaritiem cluster. Tegelijkertijd zijn het ook zogenaamde «hard to abate»sectoren: afstappen van fossiele brandstoffen is in deze sectoren kostbaaren een proces van lange adem. Er zijn afspraken gemaakt over internati-onaal normeren en beprijzen, maar deze zullen pas na 2030 voldoendeeffect hebben om de transitie vanuit de markt op gang te brengen.Middelen om deze transitie in gang te zetten, zijn noodzakelijk voor hetbenutten van synergiekansen tussen de economische positie van desector en de energietransitie, en om het doel van een klimaatneutralezeevaart en binnenvaart in 2050 te kunnen behalen. Zeeschepen gaanimmers ongeveer 25 jaar mee en binnenvaartschepen nog langer.Bij de voorjaarsbesluitvorming over aanvullende klimaatmaatregelen in2023 heeft het kabinet aangekondigd om reserveringen te treffen voor hetverduurzamen van de binnenvaart en zeevaart. Afgelopen jaar zijn demaatregelen verder uitgewerkt. Het kabinet kiest ervoor om mobiliteit52Kamerstukken II 2023–24, 36 410 A, nr. 3253Kamerstukken II 2022–23, 36 200 A, nr. 954Well-to-wheel; Ricardorail, 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46815 onder te brengen onder ETS2. Daaronder valt ook de binnenvaart. Hetemissiehandelssysteem ETS2 inclusief de sectoren onder de opt-in leidt ertoe dat brandstofleveranciers vanaf 2027 emissierechten moeteninleveren die zij op de Europese emissiemarkt moeten kopen. De prijs vanfossiele brandstoffen gaat hierdoor stijgen. Het effect van de maatregel opde binnenvaartsector is in beeld gebracht met een impactanalyse door hetExpertise- en Innovatiecentrum Binnenvaart (EICB)55. De impactanalyse isals bijlage 3 bij deze brief gevoegd. Uit deze impactanalyse blijkt dat debinnenvaart goede perspectieven heeft om te verduurzamen, dat demaatregel opt-in ETS2 voor de binnenvaart bijdraagt aan de businesscaseom te verduurzamen doordat varen op fossiele brandstoffen stapsgewijsduurder wordt. De onderzoekers wijzen op risico op weglek alsbuurlanden niet zouden overgaan tot een opt-in voor deze sector: schepenkunnen in dat geval naar België en Duitsland uitwijken om te bunkeren. Indat kader is door het kabinet besloten om € 165 mln. extra beschikbaar testellen voor verduurzaming in de binnenvaart. Daarmee is er in totaal€ 240 mln. beschikbaar voor verduurzaming van de binnenvaart. HetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat beziet op dit moment waaraandeze extra middelen het beste kunnen worden uitgegeven om deondernemers in de binnenvaart te ondersteunen bij het investeren inverduurzaming. Het is de verwachting de Kamer nog dit jaar te kunneninformeren over de besteding hiervanSamen met initiatiefnemers voor varen op waterstof is een voorstelingediend voor het varen op waterstof. Dit voorstel is door PBL alsvoldoende onderbouwd (plausibel) beoordeeld. Hiervoor is € 75 mln.gereserveerd, waarvan de eerste € 30,5 mln. beschikbaar komt onder devoorwaarde dat de Europese Commissie instemt met de opt-in voor debinnenvaartsector. Met het beschikbaar stellen van deze middelen kan ereen begin worden gemaakt met het opschalen van het aantal binnenvaart-schepen dat vaart op waterstof. Het kabinet vindt het belangrijk dat dezestap in de sector wordt gemaakt, waarmee een belangrijke bijdrage wordtgeleverd aan emissieloos varen.De overige € 44,5 mln. had als voorwaarde een ambitieuze uitwerking vaneen verplicht emissielabel in de binnenvaart. Aanvankelijk was demaatregel erop gericht om op nationaal niveau een wettelijke basis voorhet emissielabel te creëren. Gebleken is dat het juridisch niet haalbaar isom op nationaal niveau het emissielabel verplicht te stellen. In devoorjaarsbesluitvorming van 2024 is daarom besloten dat dezeverplichting niet langer een voorwaarde is voor de genoemde middelenuit het Klimaatfonds. In plaats daarvan is besloten om de voorwaarde opte nemen dat de binnenvaart in het kader van de RED-III verantwoordelijkwordt voor 14,5% CO2-reductie in de keten in 2030. Na de zomer zal deKamer worden geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking totde doorontwikkeling van het emissielabel.Voor de zeevaart is er bij de voorjaarsbesluitvorming van 2023 een bedragvan € 111,3 mln. gereserveerd. Het afgelopen jaar is gebruikt om demaatregel verder uit te werken. Naar verwachting zullen de middelenvanaf 2025 beschikbaar zijn56. Met deze middelen wordt een belangrijkestap gezet voor de benodigde opschaling van duurzame aandrijftech-nieken voor de zeevaart. Met de 36 schepen die kunnen worden verduur-55Bijlage 3 van deze brief. Impact ETS2 opt-in binnenvaart56Het moment van openstelling van de regeling is op dit moment nog niet vastgesteld. Het isgoed mogelijk dat openstelling eind 2025 of begin 2026 aan de orde is. Dit zal onder meerafhangen van de voortgang bij het vragen om goedkeuring binnen de Europese staatssteunkaders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46816 zaamd wordt er vanaf 2030 een structurele CO2-reductie van 0,11 Mtongehaald.Deze maatregel draagt bij aan vroege fase opschaling van duurzameaandrijftechnieken in de zeevaart. De komende jaren wordt de Neder-landse zeevaartsector geconfronteerd met internationale normerings- enbeprijzings- maatregelen, gericht op een klimaatneutrale zeevaart in 2050.Deze normerings- en beprijzings- maatregelen zullen naar verwachtingvanaf 2030 effect hebben. Een belangrijke rol zal weggelegd zijn voorvaren op duurzame waterstof en duurzame methanol. Aandrijftechniekenvoor varen op waterstof en methanol zijn nog niet marktrijp. Dezetechnieken moeten opgeschaald worden en investeringen hierin kennennog een aanzienlijke onrendabale top57. Dat maakt dat deze investeringennog niet door de markt kunnen worden gedragen. Tegelijkertijd is het vanbelang dat Nederlandse reders de komende jaren tijdig in deze aandrijf-technieken kunnen investeren om de effecten van internationale verplich-tingen te kunnen dragen. Daarnaast liggen er kansen voor Nederland omin deze benodigde technologie toonaangevend te zijn. Het is dan ook nietzonder reden dat de energietransitie als één van de nationale vitalebelangen is opgenomen in de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie58.Door toepassing van innovaties op het gebied van verduurzaming en deenergietransitie borgt de maritieme maakindustrie de ecologische eneconomische veiligheid van Nederland.Met deze Klimaatfondsmaatregel wordt ervoor gezorgd dat het Neder-landse maritieme cluster voorop kan blijven lopen. De maatregel betrefteen CAPEX-tegemoetkoming bij: (1) Aanschaf en inbouw van aandrijftech-nieken voor varen op waterstof of methanol, eventueel aan te vullen metaanschaf van de energiebesparende techniek Wind Assisted ShipPropulsion (WASP) of een andere energiebesparende techniek; (2)Aanschaf en installatie van een batterijpakket inclusief aanvullendebenodigde aanpassingen aan boord om via de walstroomaansluitingemissieloos de (Nederlandse) haven in- en uit te kunnen varen.Tijdens het CD Maritiem van 8 februari 2024 is in het licht van devormgeving en uitwerking van deze maatregel uit het Klimaatfonds detoezegging aan het lid Bamenga (D66) gedaan om in de brief oververduurzamingssubsidies ook het voorbeeld van Noorwegen metbetrekking tot varen onder eigen vlag mee te nemen en deze brief voor dezomer naar de Kamer te sturen59. Middels de volgende passage wordtinvulling gegeven aan deze toezegging. De Noorse overheid steltsubsidies beschikbaar voor verduurzaming van de zeevaart, waarondervoor varen op waterstof of ammoniak en voor batterij-elektrisch varen.Hiervoor is een vereiste dat het schip ingeschreven wordt in een Noorsscheepsregister. Als reden voor dit Noorse vlagvereiste noemt de Noorseoverheid veiligheidsaspecten die komen kijken bij het varen op dezeduurzame energiedragers. Reders die met hun schepen in aanmerkingwillen komen voor deze Noorse subsidies moeten door dit vlagvereistevoldoen aan de veiligheidseisen die het Noorse register stelt. Daarnaastgeeft Noorwegen aan dat dit vlagvereiste zorgt voor een minimalebinding met Noorwegen.Noorwegen is geen EU lidstaat, maar vormt wel onderdeel van deEuropese Economische Ruimte (EER). Hiervoor gelden ook staatssteun-regels. De Noorse subsidies zijn kennisgegeven bij de Europese57Rapport Rebel, 27 oktober 2023, Stimulering van de verduurzaming van de Nederlandsezeevaart, bijlage 1126010 bij Kamerstuk 32 813, nr. 134958Bijlage bij Kamerstuk 31 409, nr. 42359TZ 202402-096Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46817 Commissie (EC) op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsveror-dening (AGVV). De EC heeft in de AGVV met betrekking tot een grootaantal categorieën van steunmaatregelen aangegeven dat deze wordengeacht een bijdrage te leveren aan doelstellingen van de Europese Unie,zodat deze niet meer vooraf bij haar te hoeven worden aangemeld tergoedkeuring. Er is ook kennis genomen van een Italiaanse verduurza-mingssubsidie voor zeevaartschepen, die de indruk geeft van eenItaliaanse vlagvereiste daarbij. Deze Italiaanse subsidie is ter goedkeuringbij de EC aangemeld op basis van de Europese richtsnoeren voorstaatssteun voor klimaat, milieubescherming en energie (CEEAG). Er iscontact met de Italiaanse overheid over de vormgeving van dezeItaliaanse subsidieregeling en in hoeverre daarbij sprake is van eenItaliaanse vlagvereiste. Het contact met Noorwegen en Italië geeft eenbeeld hoe de Europese Commissie omgaat met het stellen van eenvlagvereiste. Dit kan echter per casus en onderbouwing van redenenverschillen.Uitgangspunt is om de regeling voor verduurzaming van zeevaartschepente richten op Nederlands gevlagde schepen van Nederlandse reders,onder voorbehoud van nader onderzoek naar eventuele juridischerandvoorwaarden hierbij. Reden hiervoor is dat het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat ervoor wil zorgen dat beschikbare subsidie-middelen bij reders terecht komen die een duidelijke binding hebben metNederland en ten goede komen aan de Nederlandse economie. Er zijn ookandere en mogelijk doeltreffendere invullingen voor de voorwaarde omeen duidelijke binding met Nederland te hebben, zoals bijvoorbeeld devoorwaarde dat een schip in Nederlands beheer moet zijn. De sector zalbij de verdere uitwerking van deze regeling geconsulteerd worden om toteen zodanige invulling te komen dat Nederlandse ondernemingen zichklaar kunnen stomen voor internationale normering en beprijzen èn datdeze invulling ten goede komt aan de Nederlandse economie.Na internetconsultatie en verwerking van de resultaten daarvan is hetvoornemen om deze Klimaatfondsmaatregel op basis van de CEEAGKlimaatrichtsnoeren ter goedkeuring aan te melden bij de EC. Het beeld isdat de technieken uit de maatregel het beste aansluiten bij de handvattenen voorwaarden die de CEEAG Klimaatrichtsnoeren bieden. Dit zal degelegenheid geven om de regeling in zijn geheel, inclusief mogelijkhedenvoor een vlagvereiste bij de EC te toetsen.In de jaarlijkse voortgangsbrief over het Klimaatbeleid voor de Zeevaartwordt de Kamer nader geïnformeerd over de uitwerking van dezemaatregel. Deze brief zal naar verwachting in het vierde kwartaal van ditjaar worden verzonden.Verduurzaming luchtvaartDe inzet van duurzame luchtvaartbrandstoffen, ofwel sustainable aviationfuels (SAF), is op de korte en middellange termijn de enige mogelijkheidom de CO2-uitstoot van de luchtvaart significant in-sector te reduceren.Daarvoor is het van belang dat er voldoende duurzame luchtvaartbrand-stoffen beschikbaar zijn. Deze worden nu nog op relatief kleine schaalgeproduceerd. Biokerosine op basis van de Hydrotreated Esters and FattyAcids (HEFA) technologie (gebaseerd op hergebruik van afvaloliën en-vetten) is op dit moment de enige volwassen technologie. De eerstefabrieken die zijn gepland maken gebruik van deze technologie. Doormeerdere technologiepaden voor productie te stimuleren kan degrondstoffenbasis worden verbreed en de productiecapaciteit wordenvergroot. Dit zorgt zowel voor minder afhankelijkheid van specifiekeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46818 grondstoffen (uit specifieke regio’s of sectoren) en voor minder afhanke-lijkheid van fossiele brandstoffen.Het kabinet kiest er daarom voor om te investeren in de ontwikkeling vannieuwe technologieën voor de productie duurzame luchtvaartbrand-stoffen. Er wordt € 60 mln. beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling vansynthetische brandstoffen (E-fuels) over verschillende projecten. Demiddelen worden ingezet voor een innovatiesubsidie voor verschillendeonderdelen van de e-fuelstechnologie die nog verdere ontwikkelingbehoeven. Hieronder vallende omzetting van CO2 naar CO, het afvangenvan CO2en het uitvoeren van het Fischer-Tropschproces op kleine schaal.Van dit budget worden twee grotere (€ 30 mln.) of vier kleinere(€ 15 mln.) projecten ondersteund. Omdat het innovatieve projectenbetreft, zal kennisdeling onderdeel zijn van de maatregel. Het wordt nogonderzocht op welke manier hier het best uitvoering aan kan wordengegeven. Daarnaast treft het kabinet een reservering van € 150 mln. voorhet stimuleren van twee pre-commerciële fabrieken voor E-fuels.Ook wordt € 90 mln. beschikbaar gesteld voor Alcohol-to-Jet-brandstoffen(AtJ). Dit is een verzamelnaam voor verschillende technieken om uitbio-alcoholen biokerosine voor de luchtvaart te maken. De maatregelbetreft een innovatiesubsidie voor de productie van Alcohol-to-jet-brandstoffen (ATJ) voor de luchtvaart op basis van laagwaardigereststromen. Doel is om minimaal 3 projecten te stimuleren, met eenmaximum steunbedrag van € 30 mln. per project. Daarnaast is kennis-deling ook onderdeel van de maatregel.Beide maatregelen kunnen in totaal voor een structurele directe reductievan 0,5 Mton CO2-uitstoot in 2030 zorgen. Door verdere opschaling zal diteffect in latere jaren toenemen. Andere maatregelen uit het Klimaatfondsdie kunnen bijdragen aan de opschaling van duurzame luchtvaartbrand-stoffen zijn vergassing (€ 600 mln.) en biopyrolyse (€ 90 mln.). Dit zijnmaatregelen gericht op meerdere toepassingen waarbij ook eenmogelijkheid bestaat om het synthesegas en de pyrolyseolie op tewaarderen naar luchtvaartbrandstoffen.De combinatie van de in Nederland aanwezige chemische en raffinage-industrie, transportinfrastructuur, luchthavens, zeehavens en kennisinstel-lingen, geeft Nederland de basis om een belangrijke rol te spelen bij hetopschalen van de markt voor SAF. Met een actief stimuleringsbeleid kanNederland zich ontwikkelen tot belangrijke Europese leverancier vanduurzame brandstoffen, en daarmee een positieve stimulans geven aanhet behoud en ontwikkeling van hoogwaardige werkgelegenheid in denabije en verdere toekomst.Het is van belang dat de opschaling van deze duurzame luchtvaartbrand-stoffen snel en voorspoedig plaatsvindt. Daarom zal er ook wordeningezet op verdere kennisdeling van de inzichten die worden opgedaanmet deze projecten.Voor de langere termijn zijn klimaatfondsvoorstellen uitgewerkt voor deontwikkeling en opschaling van vliegtuigen met nieuwe aandrijftechnolo-gieën zoals waterstof en batterij-elektrisch. Dit is een belangrijke ontwik-keling en volgende stap in het toekomstbestendig maken van deluchtvaart. Deze voorstellen zullen in eventuele nieuwe rondes moetenworden beoordeeld, momenteel worden deze niet gefinancierd.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 305, nr. 46819
Gerelateerde bronnen
- De minister zal in de brief over verduurzamingssubsidies ook het voorbeeld van Noorwegen met betrekking tot het varen onder eigen vlag meenemen en stuurt deze b
De minister zal in de brief over verduurzamingssubsidies ook het voorbeeld van Noorwegen met betrekking tot het varen onder eigen vlag meenemen en stuurt deze brief voor de zomer naar de Kamer.
- De minister zegt toe om de Kamer in de volgende voortgangsbrief Verkeersveiligheid te informeren over de aanpak van de 3% onveilige fietspaden en over de factor
De minister zegt toe om de Kamer in de volgende voortgangsbrief Verkeersveiligheid te informeren over de aanpak van de 3% onveilige fietspaden en over de factoren die ervoor zorgen dat de onveilige fietspaden met name in Zuid- en Oost-Nederland liggen.
- De Subsidieregeling Elektrische Personenauto's Particulieren (SEPP) zal rond het zomerreces bij de Kamer worden voorgehangen.
De Subsidieregeling Elektrische Personenauto's Particulieren (SEPP) zal rond het zomerreces bij de Kamer worden voorgehangen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.