KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg inzake de maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering

11 sep 2014 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4ec142e5e7213d89 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 24 724Studiefinanciering Nr. 133 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 11 september 2014 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de brief van 29 april 2014 over de maatre-gelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering (Kamerstuk 24 724, nr.122). De vragen en opmerkingen zijn op 24 juni 2014 aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voorgelegd. Bij brief van 11 september 2014 zijn ze door hem beantwoord. De voorzitter van de commissie,Wolbert De adjunct-griffier van de commissie,Boeve kst-24724-133ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 24 724, nr. 1331 INHOUDSOPGAVE blz. I Vragen en opmerkingen uit de fracties 2 1. Algemeen 2 2. Meeneembare studiefinanciering 2 3. Jihadstrijders met studiefinanciering 2 4. Samenvatting 3 II Reactie van de Minister 3 I Vragen en opmerkingen uit de fracties 1. Algemeen De leden van de PvdA-fractie stellen vast dat de leden van de fracties van GroenLinks, D66, VVD en PvdA recent tot een akkoord zijn gekomen over het invoeren van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs. De leden van deze fractie vernemen graag welke gevolgen dit akkoord heeft voor buitenlandse studenten in Nederland. Aan welke voorwaarden dienen zij te voldoen om in aanmerking te komen voor de (leen-)mogelijkheden die het studievoorschot biedt? Maken deze studenten mogelijk ook aanspraak op de aanvullende beurs, zo vragen de aan het woord zijnde leden. Vervolgens vragen de leden of de Minister verwacht dat, met de invoering van dit studievoorschot, meer buitenlandse studenten gebruik gaan maken van de leenfaciliteiten die ons hoger onderwijsstelsel biedt. Welke (verwachte) effecten zal de invoering van het studievoorschot op de totale omvang van de uitstaande schulden van buitenlandse studenten hebben, zo vragen de leden. Ook willen de leden weten of, en zo ja, hoe het studievoorschot het voorkomen van fraude kan vergemakkelijken en het innen van openstaande leningen kan bespoedigen ten opzicht van het huidige stelsel van studiefinanciering. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over de versterking van de handhaving van de studiefinanciering. Zij kunnen zich goed vinden in de maatregelen zoals vermeld in deze brief. Fraude en misbruik van studiefinanciering moeten met kracht worden bestreden. 2. Meeneembare studiefinanciering De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd welke gevolgen het studie-voorschoot heeft voor de meeneembare studiefinanciering. Kan de Minister nader op dit punt in gaan? Met de voorgenomen wijziging van ons stelsel van studiefinanciering zullen wellicht ook de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de meeneembare studiefinanciering veranderen. Klopt deze veronderstelling, zo vragen deze leden. Zo ja, kan de Minister toelichten wat er verandert voor buitenlandse studenten die een opleiding in Nederland volgen en Nederlandse studenten die een opleiding in het buitenland volgen, zo vragen de leden. 3. Jihadstrijders met studiefinanciering De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van het bericht dat er een einde komt aan de situatie waarin jihadstrijders in het buitenland de mogelijkheid hebben om studiefinanciering te ontvangen1. Het is goed dat er aan deze onwenselijke situatie een einde is gekomen, zo stellen deze leden. Wel vernemen de leden graag om 1http://m.nos.nl/artikel/660112-jihadstrijder-raakt-beurs-kwijt.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 24 724, nr. 1332 hoeveel Syriëgangers het gaat en of bekend is in welke vorm zijn een bijdrage aan hun studie hebben ontvangen. Betreft het de basisbeurs, de aanvullende beurs, het collegegeldkrediet en/of de OV-kaart, zo vragen de leden. Daarnaast horen de leden van deze fractie graag of de Minister voornemens is zo spoedig mogelijk de onrechtmatig ontvangen studiefi-nanciering terug te vorderen. Zo ja, hoe gaat de Minister dit doen wanneer deze jongeren niet traceerbaar zijn voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De leden zijn van mening dat het wenselijk is als er preventieve maatre-gelen worden genomen om (in samenwerking met onderwijsinstellingen) de studiefinanciering direct te stoppen als er aanwijzingen dat iemand vertrokken is of wil vertrekken naar Syrië of Irak. Kan de Minister duidelijk maken welke wettelijke mogelijkheden zij hiertoe ziet, zo vragen de aan het woord zijnde leden. 4. Samenvatting De leden van de CDA-fractie zijn geïnteresseerd in het effect van deze maatregelen. Er staat een evaluatie gepland voor 2019. Het is goed om beleid te evalueren en dit niet op te korte termijn te doen, maar 2019 is wel heel ver weg, zo stellen de leden. Stel dat eerder blijkt dat aanvul-lende maatregelen nodig zijn, dan gaan de leden er vanuit dat deze ook voor 2019 genomen kunnen worden. Deze brief richt zich met name op buitenlandse (oud-)studenten en (oud-)studenten met studiefinanciering in het buitenland. Deze leden vragen of de Minister kan aangeven hoe effectief de huisbezoeken zijn bij thuiswonende studenten in Nederland die een uitwonendenbeurs ontvangen. Ten slotte vragen de leden of de Minister kan aangeven wat de sanctie is op deze maatregelen. Bij eerdere debatten hebben deze leden er meermalen op gewezen dat, voor een preventieve werking van het handhavingsbeleid, de sanctie ook substantieel moet zijn. De leden ontvangen hier graag een toelichting op. II Reactie van de Minister 1. Algemeen Het verheugt mij dat de leden van de CDA-fractie in reactie op mijn brief van 29 april 2014 hebben aangeven dat zij zich goed kunnen vinden in de maatregelen waarmee een aantal specifieke onderdelen van de studiefi-nanciering krachtig wordt gehandhaafd. De leden van PvdA-fractie vragen naar de gevolgen van het akkoord voor buitenlandse studenten in Nederland en aan welke voorwaarden zij dienen te voldoen om in aanmerking te komen voor de (leen-)moge-lijkheden die het studievoorschot biedt? Maken deze studenten mogelijk ook aanspraak op de aanvullende beurs, zo vragen de aan het woord zijnde leden. De voorwaarden voor aanspraak op studiefinanciering voor buitenlandse studenten in Nederland wijzigen niet. Er zijn drie soorten buitenlandse studenten die in aanmerking komen voor volledige studiefinanciering2: zij die een bepaald soort verblijfsvergunning hebben, zij die de nationaliteit bezitten van een land dat behoort tot de EER3 of van Zwitserland én het 2Volledige studiefinanciering: studiefinanciering ter dekking van de kosten voor de toegang tot de studie en voor levensonderhoud3Tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren alle landen van de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 24 724, nr. 1333 duurzaam verblijfsrecht hebben in Nederland en zij die de nationaliteit van een EER-land of Zwitserland bezitten én economisch actief zijn in Nederland. Uiteraard moet ook worden voldaan aan de andere voorwaarden voor de aanspraak op studiefinanciering: het hebben van de juiste leeftijd en het ingeschreven staan aan een opleiding waarvoor studiefinanciering kan worden verkregen. Als de ouders van de betref-fende studenten minder draagkrachtig zijn, hebben deze studenten ook aanspraak op de aanvullende beurs. Voorts vragen de leden of met de invoering van dit studievoorschot naar verwachting meer buitenlandse studenten gebruik gaan maken van de leenfaciliteiten die ons hoger onderwijsstelsel biedt en welke (verwachte) effecten de invoering van het studievoorschot zal hebben op de totale omvang van de uitstaande schulden van buitenlandse studenten. De voorwaarden voor aanspraak op studiefinanciering wijzigen niet en ik verwacht dus ook niet dat er meer buitenlandse studenten gebruik zullen maken van de leenfaciliteiten die het studievoorschot biedt. Omdat zij geen basisbeurs meer krijgen, zal de gemiddelde schuld van buitenlandse studenten naar verwachting wel stijgen. Ook willen de leden weten of, en zo ja, hoe het studievoorschot het voorkomen van fraude kan vergemakkelijken en het innen van openstaande leningen kan bespoedigen ten opzichte van het huidige stelsel van studiefinanciering. Het studievoorschot reduceert een substantiële fraudegevoeligheid in de studiefinanciering, want er is geen misbruik van de uitwonendenbeurs meer mogelijk voor studenten in het hoger onderwijs. Om het innen van studieleningen te bespoedigen zijn aanvullende maatregelen genomen, met name om de invordering in buitenland meer kracht bij te zetten. Zodra daar aanleiding toe is, zullen aanvullende maatregelen worden overwogen en voorgesteld. 2. Meeneembare studiefinanciering De leden van de PvdA-fractie zijn benieuwd welke gevolgen het studie-voorschot heeft voor de meeneembare studiefinanciering. Zij willen weten of de veronderstelling klopt dat met de voorgenomen wijziging van het studiefinancieringsstelsel ook de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de meeneembare studiefinanciering veranderen. En zo ja, wat er dan verandert voor buitenlandse studenten die een opleiding in Nederland volgen en Nederlandse studenten die een opleiding in het buitenland volgen. Het studievoorschot zal op gelijke wijze gelden voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs in Nederland als voor het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs in het buitenland. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor meeneembare studiefinanciering wijzigen niet. 3. Jihadstrijders met studiefinanciering Vervolgens hebben de leden van de PvdA-fractie enkele vragen naar aanleiding van het bericht dat er een einde komt aan de situatie waarin jihadstrijders in het buitenland de mogelijkheid hebben om studiefinan-ciering te ontvangen. De leden vernemen ten eerste graag om hoeveel Syriëgangers het gaat en of bekend is in welke vorm zij een bijdrage aan hun studie hebben ontvangen (basisbeurs, aanvullende beurs, college-geldkrediet en/of de OV-kaart). Ik vind het niet verstandig uitspraken te doen over concrete gevallen. Daar waar sprake was van studiefinanciering, is die stopgezet. Het gaat om een gering aantal. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 24 724, nr. 1334 Ten tweede vernemen de leden van deze fractie graag of de Minister voornemens is zo spoedig mogelijk de onrechtmatig ontvangen studiefi-nanciering terug te vorderen. Zo ja, hoe gaat de Minister dit doen wanneer deze jongeren niet traceerbaar zijn voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Mijn eerste prioriteit bij het aanpakken van jihadstrijders met studiefinan-ciering is het stopzetten van die studiefinanciering. Op die manier kunnen zij de studiefinanciering niet (langer) inzetten voor doeleinden die te maken hebben met de strijd die zij voeren. Over het terugvorderen van studiefinanciering op jongeren die lastig traceerbaar zijn, heb ik u eerder bericht. De pilot die DUO heeft uitgevoerd om oud-studenten actief op te sporen en tot terugbetaling aan te zetten, is succesvol gebleken en wordt gecontinueerd. DUO zal daarbij waar nodig samenwerken met andere overheden. Invordering van onrechtmatig ontvangen studiefinanciering bij individuen die zich begeven in landen als Syrië en Irak is een complexe opgave, maar ook in deze gevallen zet ik daarbij alle middelen in die ik tot mijn beschikking heb. Ik onderschrijf het belang van preventief handelen. Uiteraard moet er dan wel sprake zijn van vaststaande feiten. Op het moment heb ik onvol-doende wettelijke mogelijkheden om preventief op te treden. Ik onderzoek daarom welke structurele maatregelen ik op dat gebied zou kunnen treffen en welke wijzigingen dat met zich meebrengt. In ieder geval zal ik onderzoeken of het noodzakelijk is en zo ja hoe we nog beter kunnen borgen dat signalen over mogelijk vertrek tijdig opgepakt worden zodat studiefinanciering direct stopgezet wordt zodra vast is komen te staan dat betreffend persoon inderdaad is vertrokken. 4. Samenvatting De leden van de CDA-fractie maken drie kanttekeningen. Allereerst zijn de leden van de CDA-fractie geïnteresseerd in het effect van de gepresenteerde maatregelen. Er staat een evaluatie gepland voor 2019. Het is goed om beleid te evalueren en dit niet op te korte termijn te doen, maar 2019 is wel heel ver weg, zo stellen de leden. De leden van de CDA-fractie gaan er terecht van uit dat aanvullende maatregelen ook voor 2019 genomen kunnen worden. De effectiviteit van de maatregelen wordt immers goed gemonitord. Wanneer ontwikkelingen in de onderliggende fraudefenomenen daartoe aanleiding geven, kunnen de bestaande maatregelen worden geïntensiveerd of kunnen aanvullende maatregelen worden genomen. De leden vragen hoe effectief de huisbezoeken zijn bij thuiswonende studenten in Nederland die een uitwonendenbeurs ontvangen. Er zijn in 2013 ongeveer 4.000 controles uitgevoerd op basis van een risicoprofiel. Bij bijna de helft van de geselecteerde gevallen is vastgesteld (vóór bezwaar en beroep) dat de studerende niet op het in de Basisregis-tratie Personen (opvolger GBA) geregistreerde adres woonachtig was. Deze studenten moeten de ten onterechte ontvangen studiefinanciering terugbetalen en krijgen een boete opgelegd. Daarnaast is recent een a-selecte steekproef uitgevoerd voor het verkrijgen van de harde gegevens. Ten tijde van de start van het pilotproject in 2010 is het risico ingeschat op een bedrag tussen de € 40 en € 55 miljoen per jaar. Uit het recente onderzoek blijkt dat het risico substantieel is gedaald. Het huidige risico bedraagt tussen de € 12 en € 22 miljoen. Vastgesteld kan dus worden dat de aanpak een succes is. Door het studievoorschot zal het risico verder dalen. De basisbeurs in het hoger onderwijs wordt immers Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 24 724, nr. 1335 een leenmogelijkheid en het onderscheid tussen thuis- en uitwonenden komt te vervallen (bij het maximaal te lenen bedrag en de aanvullende beurs). De leden vragen ten slotte of de Minister kan aangeven wat de sanctie is op deze maatregelen. Bij de keuze van een gepast handhavingsarran-gement op deze specifieke onderdelen van de studiefinanciering is ook het sanctie-instrumentarium hiervoor bezien. De bestaande sancties bestaan uit terugvordering inclusief wettelijke rente en in sommige gevallen ook aanvullende incassokosten. Bij geconstateerd misbruik van de uitwonendenbeurs kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Vooralsnog wordt dit sanctie-instrumentarium in combinatie met de controles en preventieve maatregelen afdoende geacht. Bij de evaluaties van de maatregelen op deze specifieke elementen van de studiefinan-ciering zal het sanctiebeleid worden heroverwogen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 24 724, nr. 1336

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0fba9d43c1247efa

14 okt 2026 · 09940af943bf632b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.