KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 23 september 2024 te Brussel

8 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c3d27396b6b50515 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-32Landbouw- en VisserijraadNr. 1673 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 oktober 2024Met deze brief informeer ik de Kamer over de Landbouw- en Visserijraad(hierna: Raad) die maandag 23 september jl. plaatsvond te Brussel. Verdermaak ik graag van de gelegenheid gebruik om de Kamer te informerenover de motie van de leden Bromet en Thijssen over gescheperdeschaapskuddes (Kamerstuk 28 625, nr. 328) en twee onderwerpenaangaande vissenwelzijnsbeleid. Dit betreft de stand van zaken metbetrekking tot de motie van de leden Wassenberg en Tjeerd de Groot(Kamerstuk 35 925 XIV, nr. 67) en de toezegging aan het lid Kostic´ over hetonderzoek naar de toegepaste vissenwelzijnsindicatoren in Noorwegen enhet Verenigd Koninkrijk (TZ202402–083).I. Verslag Landbouw- en Visserijraad te Brussel, 23 september2024 Bij de start van de Raad begon het Hongaars voorzitterschap met hetbetuigen van medeleven aan de slachtoffers van de natuurrampen diezich in verschillende lidstaten van de EU hebben voltrokken afgelopenweek. Ik was samen met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur (hierna: de Staatssecretaris) aanwezig bijdeze Raad en doe de Kamer dit verslag namens ons beiden toekomen.Implementatie GLB-NSP 2023–2027, investeringen ELFPO-fonds enflexibiliteit GLBHet voorzitterschap gaf aan dat de ervaringen van lidstaten met hunNationaal Strategisch Plan (NSP) voor het Gemeenschappelijk Landbouw-beleid (GLB) als belangrijke input dienen voor de debatten die uiteindelijkmoeten leiden tot Raadsconclusies over het toekomstige GLB (periode na2027). Daartoe vroeg het voorzitterschap de lidstaten of zij kondenaangeven welke wijzigingen op de korte en lange termijn (toekomstigGLB) nodig waren. Het merendeel van de lidstaten was voorzichtigpositief over het nieuwe prestatiemodel van het GLB en verzocht de kst-21501-32-1673ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16731 Europese Commissie (hierna: Commissie) om het nieuwe prestatiemodelverder te vereenvoudigen. Ook gaven de lidstaten aan dat de Commissiede procedure tot het wijzigen van het NSP kan vereenvoudigen enversnellen. Sommige lidstaten vinden dat het NSP minder gedetailleerdmoet zijn om het strategische karakter te behouden. In het verlengdehiervan vroegen lidstaten om het proces van de jaarlijkse prestatiever-slagen te vereenvoudigen. Sommige lidstaten gaven aan zij in dejaarlijkse prestatieverslagen te veel op detailniveau moeten rapporteren;zelfs de kleinste afwijkingen moeten worden onderbouwd. Dit draagtvolgens lidstaten niet bij aan de vermindering van administratieve lasten.De roep om de administratieve lasten te verlagen werd door veel lidstatenherhaald en de lidstaten gaven aan de administratieve lasten ook bij hettoekomstige GLB verder te willen inperken.Verder gaven sommige lidstaten aan dat het nieuwe prestatiemodel denodige technische en organisatorische aanpassingen had gevergd,waardoor de implementatie van het prestatiemodel was vertraagd. Demeeste lidstaten hebben de implementatie van het nieuwe prestatiemodelnu echter op orde. Daarnaast worden lidstaten momenteel geregeldgeconfronteerd met extreme weersomstandigheden. Deze lidstatenvroegen naast meer flexibiliteit in het GLB ook om aanpassing van demogelijkheden tot het gebruik van de crisisreserves.Onder dit agendapunt werden ook twee diversenpunten behandeld.Litouwen verzocht de Commissie om toe te staan dat boeren machines enmateriaal die zijn aangeschaft met steun uit het Plattelandsfonds (ELFPO),kunnen gebruiken voor andere dan in het investeringsproject vastgelegdedoelen of activiteiten. Letland, gesteund door 21 andere lidstaten, brachtde verplichting om bepaalde gegevens in de jaarlijkse prestatieverslagengedetailleerd te verantwoorden en de daarmee samenhangende adminis-tratieve lasten onder de aandacht van de Commissie en verzocht meerflexibiliteit te creëren in het GLB.Ik steunde deze voorstellen en gaf aan dat boeren stabiliteit nodig hebbenmet het oog op het maken van investeringen. Ik heb aangegeven dat alleGLB-doelen voor mij belangrijk zijn, zeker die van voedselzekerheid,concurrentievermogen en het inkomen en stabiliteit voor de boer. Ookwees ik op het belang van snelle doorlooptijden bij wijzigingen van hetNSP en een resultaatgericht GLB. Bij toekomstige wijzigingen van hetprestatiemodel van het GLB zou «evolutie en geen revolutie» het deviesmoeten zijn.Eurocommissaris Wojciechowski gaf aan tevreden te zijn met het nieuweprestatiemodel en merkte richting de lidstaten op dat het verminderen vanadministratieve lasten voor boeren niet automatisch betekent datadministratieve lasten voor overheden ook worden verminderd. DeCommissaris vond de opgebrachte ideeën ter verbetering interessant enwas het eens dat gestreefd moet blijven worden naar vereenvoudiging enmeer flexibiliteit. De Commissaris gaf daarbij wel aan dat wijzigingen doorhet College van Commissarissen goed moeten worden gekeurd en dat diezich nog moet installeren.Vangstmogelijkheden 2025Bij aanvang van dit onderdeel werd de Staatssecretaris welkom geheten.De gedachtewisseling over de onderhandelingen met het VerenigdKoninkrijk (hierna: VK), Noorwegen en de Atlantische Kuststaten boodlidstaten de gelegenheid om hun prioriteiten kenbaar te maken. Hetvoorzitterschap gaf aan deze mee te nemen in de voorbereiding van hetonderhandelingsmandaat voor de Commissie, die namens de lidstatenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16732 deze onderhandelingen voert. Het mandaat wordt begin oktober goedge-keurd door de lidstaten, waarna de onderhandelingen van start kunnengaan. De Commissie gaf aan veel uitdagingen te zien voor de aanko-mende onderhandelingen, die de afgelopen jaren steeds moeizamer zijngaan verlopen. Zo wordt in de onderhandelingen met Noorwegen gestartmet een achterstallige schuld aan Noorwegen voor bepaalde soorten dieniet bevisbaar bleken, en worden de meerjarenplannen van de EU, metonder andere buffers om grote fluctuaties in vangstmogelijkheden tegente gaan, door het VK niet geaccepteerd. Positief is wel dat de EU eenakkoord heeft kunnen sluiten met Groenland. De Commissie blijft werkenmet de Atlantische Kuststaten om afspraken te maken over eerlijkeverdeelsleutels voor Atlanto-Scandische haring, blauwe wijting enmakreel. Ook heeft de Commissie namens de lidstaten haar teleurstellinggeuit aan het VK, Noorwegen en de Faeröer eilanden over hun deelak-koord op makreel en opgeroepen de overbevissing een halt toe te roepen.De lidstaten gaven aan wat hun prioriteiten voor de onderhandelingenmet derde landen over de vangstmogelijkheden in 2025 zijn enbenoemden het belang van de relaties met het VK en Noorwegen.Verschillende lidstaten onderstreepten het belang van het verzekeren vantoegang tot de Noordzee en andere wateren. Verder benadrukten zij dathet Brexit-akkoord met de VK over visserij een delicaat evenwicht kent endat het onaanvaardbaar is als het VK tegen het akkoord in handelt. Veellidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang van een eerlijkeafweging tussen de milieudoelstellingen en de sociaaleconomischedoelstellingen van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en uitten hunzorgen over de fluctuerende vangstadviezen. Er is stabiliteit nodig voor devissers. De Staatssecretaris vroeg in dat kader aandacht voor eenophoging van het quotum voor Noordzeetong, zo mogelijk ook voor 2024.De Staatssecretaris bracht ook het ontbreken van de wetenschappelijkebasis voor de Noorse boomkorban op. Hij wees daarbij op innovaties diede boomkor duurzamer maken en sprak uit dat het spijtig is dat sommigebewezen duurzamere technieken verboden blijven in de EU. Daarmee gafhij uitvoering aan de motie van de leden Van der Plas en Pierik om testreven naar een herziening van het Europese beleid om ruimte te biedenvoor het gebruik en de verdere ontwikkeling van pulsvisserij als eenduurzame en effectieve vangstmethode (Kamerstuk 36 410 XIV nr.83).TAC en Quotum AnsjovisDit agendapunt werd ingeleid door Spanje, dat aangaf dat het Commissie-voorstel voor de vangstmogelijkheden van ansjovis voor 2024 drastischegevolgen heeft voor de sector. Spanje gaf aan dat hierbij geen gebalan-ceerde afweging is gemaakt tussen de milieudoelstellingen en desociaaleconomische doelstellingen. Bovendien zou de juridische basisvoor een beperking aan quotumruilen ontbreken. De Commissie deed ditvoorstel op basis van wetenschappelijk advies van de Raad voor hetOnderzoek naar Zee (International Council for the Exploration of the Sea,ICES) en benadrukte dat de vangstmogelijkheden voor dit bestand deafgelopen jaren vaak hoger dan het advies zijn vastgesteld, waardoor hetbestand er nu zo slecht voorstaat. Spanje kon op veel begrip rekenen vande andere lidstaten. Met name de beperking aan quotumruilen is voorlidstaten onacceptabel en de Staatssecretaris heeft dit net als anderelidstaten ook aangegeven in de Raad. Daarbij spraken verschillendelidstaten de hoop op een acceptabel compromis uit. De Staatssecretarisverwees hierbij naar de aankomende benchmark voor ansjovis en trok eenvergelijking met Noordzeetong en zeeduivel, waarvoor na een benchmarkdit jaar bleek dat de vangstmogelijkheden vorig jaar veel te laag zijnvastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16733 Marktsituatie in het bijzonder na de invasie in Oekraïne en dede-minimisverordening voor de landbouwsectorHet voorzitterschap stelde voor de bespreking van de marktsituatie en hetdiversenpunt over het voorstel om de de-minimissteun voor delandbouwsector op te hogen naar € 50.000 euro gezamenlijk te behan-delen. Het voorzitterschap gaf aan dat er de afgelopen tijd verschillendefactoren waren die de marktsituatie beïnvloedden en hebben gezorgdvoor «turbulente tijden», waaronder dierziekten, klimaatverandering enextreme weersomstandigheden en handelsmaatregelen. Er is doorverschillende lidstaten aanspraak gemaakt op de landbouwreservevanwege deze gebeurtenissen. De Commissie gaf vervolgens eenoverzicht van de ontwikkelingen op de landbouwmarkten en gaf aan datde marktsituatie sinds mei jl. over het algemeen stabiel is gebleven. DeEuropese graanproductie daalt naar verwachting met 6 procent invergelijking met het vijfjarig gemiddelde vanwege de extreme weersom-standigheden. Ook de prognose voor de wintergewassen ligt onder hetgemiddelde als gevolg van overvloedige neerslag en extreme droogte inverschillende regio’s van de EU. Wat betreft suiker en olijfolie zijn devooruitzichten voor 2025 positiever. De groenten- en fruitsector ziet zichgeconfronteerd met een negatieve consumptietrend en heeft te kampenmet schade vanwege de extreme weersomstandigheden. Hetzelfde geldtvoor de wijnsector, waarvan de productie ook steeds onzekerder wordtdoor de gevolgen van klimaatverandering. In september jl. vond er eenEU high-level bespreking over wijn plaats om de ontwikkelingen tebepreken en tot mogelijke oplossingen te komen in voorbereiding op hettoekomstige GLB. De export van varkensvleesproducten is in de eerste vijfmaanden gedaald, deels vanwege de anti-dumping onderzoeken dieChina heeft ingesteld. De prijzen voor eieren zijn gestabiliseerd na dalingaan het begin van het jaar maar ze blijven bovengemiddeld. De prijsni-veaus voor de verschillende landbouwsectoren zien er zodoende over hetalgemeen redelijk uit. De Commissie uitte haar zorgen over de steedsgrotere aanspraak die door lidstaten wordt gemaakt op de landbouw(cri-sis)reserve vanwege de gevolgen van klimaatverandering en extremeweersomstandigheden op de oogsten. Benadrukt werd dat de reservehiervoor beperkt is.In de gedachtewisseling gaven de meeste lidstaten aan Oekraïne blijvendte willen blijven steunen door open handelsrelaties met het land. Hetfaciliteren van import en export van landbouwproducten is daartoe ooknaar de toekomst toe belangrijk, ook om de voedselzekerheid van de EUte garanderen, naast de economische steun voor Oekraïne. Daarnaastgaven verschillende lidstaten aan dat boeren de gevolgen ondervindenvan extreme weersomstandigheden, inclusief watervoorziening voor delandbouw, dierziekten en de hoge inputprijzen als energie- en veevoer-prijzen als gevolg van de oorlog in Oekraïne.Voorts stelde een aantal lidstaten voor om de voorwaarden voor hetgebruik van de landbouwreserve te herijken en waar mogelijk teverruimen voor crises ten gevolge van klimaat- en weersomstandigheden.In de bespreking van de marksituatie heb ik ingebracht dat het vergrotenvan de weerbaarheid van de landbouw belangrijk is en heb ik aange-drongen op het versterken van innovatie en het ruimte geven aan boerenvoor ondernemerschap, om de voedselzekerheid en het verdienvermogenin de landbouw te vergroten.Verder vroegen de lidstaten met betrekking tot de de-minimisverordeningvoor de landbouwsector om een verhoging tot € 50.000 euro. Een paarlidstaten waren het hier niet mee eens vanwege het scheppen van eenprecedent, zorgen over een gelijk speelveld en het niet aanpakken vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16734 onderliggende problemen. Zij stelden dat er opgepast moet worden methet aanpassen van regels van de interne markt. Ik nam ten aanzien van deophoging van het de-minimisbedrag een positieve grondhouding aan,maar heb ook aangegeven dit nader te moeten bespreken met mijncollegaministers. Verder gaven lidstaten aan dat de herziening van deRichtlijn oneerlijke handelspraktijken belangrijk is in de context van hetbehoud van concurrentievermogen in de internationale handel. Ook zijn erzorgen over de stijging van prijzen van levensmiddelen. Enkele lidstatennoemden nog de wolf en de EU-Ontbossingsverordening als problemen.De Commissie reageerde hierop dat het verzoek tot ophoging van hetde-minimisbedrag neergelegd zal worden bij Eurocommissaris Vestagerdie over mededinging gaat en dat het wordt meegenomen in verderebeleidsontwikkeling. Het voorzitterschap gaf aan deEU-Ontbossingsverordening nog eens te gaan agenderen op eenkomende Raad om te spreken over uitstel van de implementatie.Het voorzitterschap gaf aan dat tijdens de 27e bijeenkomst van hetBosbouwcomité van de FAO het rapport over de «Staat van de Bossen» isgepresenteerd en de routekaart naar 2031 is goedgekeurd. Eurocommi-saris Sefcovic gaf aan dat er steeds meer druk staat op de bossen, mededoor internationale geopolitieke ontwikkelen en dat de Commissiedaarom de routekaart verwelkomt. De Eurocommissaris benoemdedaarbij het belang van het werken aan volledige duurzaamheid van onsgebruik van bossen, de instandhouding van bossen, het verder ontwik-kelen van wetenschap en innovatie ten aanzien van bossen en bosbeheer.Hierbij past volgens de Eurocommissaris het Commissievoorstel tenaanzien van bosmonitoring ten behoeve van beter toezicht op deEuropese bossen. Lidstaten gaven aan dat er wel vragen zijn metbetrekking tot de uitvoering van het voorstel en dat er zorgen zijn overhogere kosten, mogelijke dubbele dataverzameling en administratievelasten. De Commissie gaf aan dat het bosmonitoringskader wel degelijk isbedoeld om nationale rapportage- en coördinatiemechanismes teversterken. Ik heb hierbij aangegeven de zorgen van andere lidstaten tebegrijpen en mij constructief op te stellen bij verdere onderhandelingenom te komen tot oplossingen.Het voorzitterschap gaf een terugkoppeling van de bijeenkomst van ChiefVeterinary Officers met als voornaamste oproep om te blijven samen-werken om dierziekten te bestrijden. Verschillende lidstaten hebbenafgelopen maanden te maken gekregen met uitbraken van dierziekten:zowel de Afrikaanse varkenspest als pest bij kleine herkauwers. Zij hebbenzorgen over de mate van steun voor veehouders die op dit momentbestaat en de grootte en mogelijkheid tot gebruik van de landbouwre-serve ten aanzien van dit soort crises. In een enkele lidstaat is deAfrikaanse varkenspest eerder binnen korte tijd uitgeroeid en die lidstaatbood aan om ervaring en kennis te delen met andere lidstaten. Sommigelidstaten drongen aan op de ontwikkeling van een vaccin en gezamenlijkbeheer en aanschaf van vaccins. Ook wat betreft uitbraken van pest bijkleine herkauwers zijn er strenge maatregelen genomen in sommigelidstaten die leiden tot economische verliezen. De Commissie herkendedat het een moeilijke zomer is geweest met betrekking tot dierziekten engaf aan dat er mogelijkheden zijn met betrekking tot compensatie als ersprake is van bewegingsbeperkingen veroorzaakt door een uitbraak. Ikheb het voorzitterschap bedankt voor het organiseren van de belangrijkebijeenkomst van Chief Veterinary Officers en steun uitgesproken voor desituatie in andere lidstaten. Ik heb daarbij het belang van samenwerkingen kennisdeling tussen lidstaten om de diergezondheidssituatie in Europate verbeteren en grensoverschrijdende verspreiding van plant- endierziekten te voorkomen onderstreept. Ook steunde ik het verzoek om teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16735 komen tot oplossingen met betrekking tot het gezamenlijk beheer enaanschaf van vaccins.Diversenpunt: digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelenTijdens dit diversenpunt werd er gesproken over de digitale registratiever-plichting van gewasbeschermingsmiddelen op bedrijfsniveau bovenop dereeds bestaande (vormvrije) registratieverplichting. Enkele lidstaten gavenaan dat uitstel van de inwerkingtreding van de uitvoeringsverordening diedit regelt (1 januari 2026), de voorkeur heeft, omdat de digitale registratie-verplichting technische aanpassingen en training van landbouwersvereist. Deze lidstaten konden rekenen op steun van het merendeel van delidstaten en ook ik steunde het voorstel tot uitstel van implementatie. Eenenkele lidstaat was tegen uitstel van de inwerkingtreding, aangezienlidstaten deze verordening reeds in 2023 hebben aangenomen en dit eenbelangrijk middel is om een gelijk speelveld te realiseren: alleen op dezewijze kan er goede data worden verzameld.De Commissie gaf aan dat het digitaal registeren van gebruik vangewasbeschermingsmiddelen ook een gezondheidselement heeft. DeCommissie moedigt lidstaten aan om in samenwerking met de autori-teiten de tijdige implementatie mogelijk te maken en landbouwerseventueel te helpen door workshops. Het voorzitterschap concludeerdeten aanzien van dit punt dat het nog eens besproken moet worden.Diversenpunt: 2e bijeenkomst van het FAO sub-comité over veeteelt enlandbouwHet voorzitterschap informeerde de lidstaten over de tweede zitting vanhet sub-comité Dierlijke productie en landbouw van de FAO te Rome van16 tot en met 18 juli jl. In het sub-comité werden zorgen en informatiegedeeld betreffende het verduurzamen van de veeteelt. EurocommissarisWojciechowski benadrukte de positieve bijdrage van de veeteelt aanduurzame ontwikkelingsvoorstellen en de noodzaak tot verduurzaming.Daarbij werden onder andere de methodes tot het beperken van broeikas-gasemissies besproken en het duurzaam beheer van graslanden. De FAOverzocht deelnemers en zo ook de EU om kennis te ontwikkelen om tekomen tot innovatieve oplossingen op dit vlak. Dit punt is ook meege-nomen in het rapport over de Strategische Dialoog, met daarin desuggestie om specifiek gemengde landbouwbedrijven hier beter bij teondersteunen.Diversenpunten: droogtes, rijst, import van eieren en blauwtongEr werd door Ministers van lidstaten uit het Middellandse Zeegebied eenverklaring gepresenteerd waarin zij zich committeren aan het aanpakkenvan de extreme droogte in de regio. Daarbij werd het belang van integraalwaterbeheer onderstreept en de Commissie op geroepen om met eenWater Resilience Strategy te komen. Ook werd er door een lidstaataandacht gevraagd voor het blauwtongvirus dat grote verliezen voorschapenhouders veroorzaakt, gepaard met een verzoek aan de Commissieom te onderzoeken of de GLB-landbouwreserve kan worden gebruikt omgetroffen boeren te steunen en verdere verspreiding tegen te gaan. Watbetreft rijst werd er door een lidstaat verzocht om in de lopende onder-handelingen over de herziening van de verordening over het AlgemeenPreferentieel Stelsel (APS) de mogelijkheid te creëren om automatischevrijwaringsmaatregelen te kunnen instellen tegen de hoge invoer van rijstuit de minst ontwikkelde landen. Tot slot vroeg een lidstaat de Commissieom beschermingsmaatregelen te nemen en te voorkomen dat eieren uitOekraïne in die lidstaat geïmporteerd worden. De Commissie reageerdeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16736 hierop dat de Commissie de invoer van producten uit Oekraïnenauwlettend in de gaten houdt sinds de inwerkingtreding van deverlenging van de autonome handelsmaatregelen op 6 juni jl., in hetbijzonder wat betreft eieren, haver, honing, suiker, pluimveevlees, gruttenen mais.II. Vissenwelzijnsbeleid – motie van de leden Wassenberg (PvdD)en De Groot (D66) en toezegging aan het lid Kostic´ (PvdD) Hierbij informeer ik de Kamer over twee onderwerpen aangaande hetvissenwelzijnsbeleid. Dit betreft de stand van zaken met betrekking tot demotie van de leden Wassenberg en Tjeerd de Groot (Kamerstuk 35 925XIV, nr. 67) en de toezegging aan het lid Kostic´ over het onderzoek naar detoegepaste vissenwelzijnsindicatoren in Noorwegen en het VK (TZ202402–083).Motie verbieden van levend koken krabben en kreeftenTijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Landbouw,Natuur en Voedselkwaliteit over het jaar 2022 is de motie van de ledenWassenberg en Tjeerd de Groot aangenomen die verzoekt tot hetverbieden van het levend koken van krabben en kreeften. In eerdergestuurde Kamerbrieven heeft mijn ambtsvoorganger de Kamer geïnfor-meerd over de inzet op dit onderwerp (Kamerbrieven 21 501-32, nr. 1366en 36 200 XIV, nr. 6). In deze brief zal ik in aansluiting op de genoemdeKamerbrieven de actuele stand van zaken met betrekking tot de invullingvan deze motie toelichten.Om het levend koken van krabben en kreeften te beëindigen is het eerstnoodzakelijk dat er een wetenschappelijk onderbouwd, praktisch enwerkbaar alternatief beschikbaar is voor de horeca in Nederland. Op ditmoment is dit er nog niet. Bij Wageningen Livestock Research (WLR) isdaarom eerder een onderzoek uitgezet naar de specificaties voor hetelektrisch bedwelmen van de Noordzeekrab en de Europese zeekreeft. Deeerste fase van dit onderzoek is recent afgerond. Bijgaand ontvangt deKamer, zoals toegezegd bij de beantwoording van de feitelijke vragen bijde begroting 2024 van het Ministerie van LVVN, het betreffende onder-zoeksrapport.Het onderzoek betreft een eerste aanzet voor de vaststelling van eenwetenschappelijk onderbouwde methode waarmee de krabben enkreeften bedwelmd kunnen worden voorafgaand aan het koken.Bedwelmen houdt in dat de bewusteloosheid van het dier wordtopgewekt zonder vermijdbaar ongerief en aanhoudt totdat het dier in dehierop volgende handeling gedood is. Het nu uitgevoerde onderzoek naarhet bedwelmen van krabben en kreeften staat nog in de kinderschoenen.Dit onderzoek laat zien dat het mogelijk lijkt om met elektrischebedwelming bewusteloosheid bij deze dieren op te wekken. Tevens lijkthet erop dat deze bewusteloosheid in stand blijft tijdens het koken totdathet dier dood is. Deze onderzoeksresultaten zijn daarmee een belangrijkeeerste stap naar de ontwikkeling van een bedwelmingsmethode voor deNoordzeekrab en de Europese zeekreeft. In de tweede fase van hetonderzoek wordt er nu verder gewerkt aan het verbeteren van demetingen en interpretatie van de elektrofysiologische activiteit van dezedieren, waarbij het doel is om de precieze specificaties voor de elektrischebedwelming vast te stellen. Ook zal er nog onderzoek gedaan wordennaar de specificaties waaraan de dodingsmethode moet voldoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16737 De onderzoekers geven aan dat om te komen tot een onderbouwd enpraktisch toepasbaar bedwelmingsapparaat in de horecasector, hetonderzoek nog circa vier jaar zal vergen. Dit komt mede doordat deinterpretatie en analyse van elektrofysiologische metingen bij ongewer-velden een nieuw onderzoeksveld betreffen. Na het vaststellen van detechnische specificaties voor het bedwelmen en doden van de Noord-zeekrab en de Europese zeekreeft kan daarna een bedwelmingsapparaatontworpen worden. Middels praktijktesten moeten de bedwelmings- endodingsmethode vervolgens gevalideerd worden. Dit betekent dat ik eerstde resultaten en uitwerking hiervan moet afwachten voordat ik kanoverwegen op welke wijze ik verdere stappen wil nemen om tot detoepassing van een meer welzijnsvriendelijke dodingsmethode te komen.Het hiervoor eerst noodzakelijke verdere onderzoek is inmiddels gestarten over de resultaten hiervan zal ik de Kamer geïnformeerd houden.Toezegging welzijnsindicatoren Noorwegen en Verenigd KoninkrijkTijdens het commissiedebat Tuinbouw, biotechnologie en visserij van8 februari jl. heeft mijn ambtsvoorganger het lid Kostic´ (PvdD) toegezegddat hij de Kamer zou informeren over de indicatoren die in Noorwegen enhet VK gebruikt worden om het welzijn van vissen te borgen in deaquacultuursector en te kijken of deze indicatoren toepasbaar zijn in deNederlandse situatie.In de wetgeving in Noorwegen en het VK worden voorwaarden gesteldmet betrekking tot het houden, handelen, transporteren en doden vandieren waaronder vissen. De uitgangspunten en voorwaarden omtrent hetwelzijn van kweekvissen in de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk ende Europese Unie zijn vergelijkbaar. Met Noorwegen zijn er wel een aantalverschillen. Een belangrijk verschil tussen de aquacultuurwetgeving inNoorwegen en de Europese regelgeving, betreft de mate waarin regel-geving specifiek op vissen van toepassing is. In de Noorse wet- enregelgeving zijn onder andere algemene criteria voor vissen opgenomenvoor de waterkwaliteit en kwekerijomstandigheden, voor de randvoor-waarden en het ontwerp van de productiesystemen, voor de toegepastevervoersmiddelen en voor verplichte bedwelming van vissen voorafgaandaan de slacht. In de Noorse wetgeving wordt echter geen vissoortspeci-fieke uitwerking verbonden aan deze algemene criteria. Dit betekent datde omstandigheden zodanig moeten zijn dat dit het welzijn van de vissenniet schaadt, maar zonder dat dit is vertaald in harde criteria voor dekwekerij per vissoort.In Europa geldt op dit moment de situatie dat vissen wel binnen dereikwijdte en de algemene kaders van de Europese dierenwelzijnswet-geving vallen, maar dat de criteria nog niet zijn toegesneden op vissen alssoortgroep, of op individuele vissoorten. De Europese Commissie (hierna:Commissie) heeft aangegeven in de komende periode met een voorstel tekomen voor de herziening van de dierenwelzijnswetgeving voorgehouden dieren. In dit verband heeft Nederland op meerdere momentener bij de Commissie op aangedrongen om daarbij dan soortspecifiekecriteria voor het houden, transporteren, bedwelmen en doden vankweekvissen op te nemen (Kamerbrief 28 286, nr. 1255). Deze inzet sluitdus aan bij de insteek in de wetgeving zoals die in Noorwegen al vantoepassing is. Voor Nederland is daarbij van belang dat we hiergezamenlijk in Europees verband stappen in zetten, waarbij de concurren-tiepositie van Nederland en van overige lidstaten niet wordt geschaad.Een voorbeeld hiervan is de herziening van de verordening dierenwelzijntijdens transport zoals de Commissie die per afgelopen december heeftvoorgesteld. In het voorstel wordt, in lijn met de Nederlandse inzet, aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16738 waterdieren een prominentere en eigenstandige positie gegeven tenopzichte van de huidige verordening. In de verordening worden specifiekecriteria voor het transport van waterdieren voorgesteld die vergelijkbaarzijn met de Noorse aquacultuurwetgeving. Over de inzet bij dit voorstel isuw Kamer geïnformeerd in het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 3861).Het is vooralsnog niet bekend wanneer de overige wetsvoorstellenworden gepubliceerd. In verband met de herziening van de dierenwel-zijnswetgeving heeft de Commissie bij de European Food and SafetyAuthority (EFSA) meerdere onderzoeksvoorstellen neergelegd omsoortspecifieke welzijnsindicatoren voor gekweekte vissen op te stellen(Kamerbrief 21 501-32, nr. 1481).Bovenstaande ontwikkelingen zijn belangrijke stappen om kweekvisseneen prominentere plek te geven in de Europese dierenwelzijnswetgevingen hiermee het welzijn van waterdieren in de aquacultuursector teverbeteren. Voor het opstellen van passende specifieke maatregelen omhet welzijn van vissen in de aquacultuursector te verbeteren, vind ik hetvan belang dat dit in Europees verband opgepakt wordt. Daarmee wordtdit EU-breed aangepakt en er sprake is voor een gelijk speelveld tussenalle lidstaten.III. Motie gescheperde schaapskuddes (Kamerstuk 28 625, nr.328) Zoals eerder aan de Kamer gemeld, is per 1 januari 2023 de graasdier-premie komen te vervallen (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1459). De mogelijk-heden voor een nationaal alternatief voor de graasdierpremie zijn in 2023verkend en er is geen haalbaar alternatief met draagvlak van de sectormogelijk gebleken. Wel is de regeling voor behoud van zeldzamelandbouwhuisdierrassen, waaronder zeldzame schapenrassen, openge-steld. Gescheperde schaapskuddes die (deels) bestaan uit zeldzamerassen kunnen hiervan gebruik maken wanneer zij voldoen aan degestelde voorwaarden. Naar verwachting kan een derde van de gesche-perde kuddes via deze regeling ondersteund worden en wordt een deelvan de motie hiermee ingevuld.In verband met de motie van de leden Bromet en Thijssen over gesche-perde schaapskuddes (Kamerstuk 28 625, nr. 328) is er, zoals aangegevenin het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 23-24 oktober 2023(Kamerstuk 21 501–32, nr. 1598), een kwalitatief onderzoek gedaan naarhet financiële effect van de afschaffing van de graasdierpremie opgescheperde schaapskuddes. Hierbij zijn algemene gegevens, zoals delandbouwtelling, gebruikt. De boekhouding van individuele gescheperdeschaapskuddes zijn niet gebruikt. Bij de studie is ook in twee (schriftelijke)rondes gesproken met de sectorpartijen LTO Vakgroep-Schapenhouderijen de VGSN. Deze studie is nu afgerond en de factsheet1 deel ik met deKamer. Ik constateer dat in vergelijking tot de totale kostprijs die gesche-perde schaapskuddes hebben per hectare, slechts een klein percentagevan de inkomsten die per hectare nodig zijn om deze kosten te dekken viade graasdierpremie verdiend werd. Daarentegen waren de totaleopbrengsten van de graasdierpremie per bedrijf wel zodanig groot, doorde koppeling van de graasdierpremie aan het aantal schapen per bedrijf,dat bedrijven het wegvallen van de graasdierpremie kunnen merken inhun inkomen.1https://doi.org/10.18174/673500Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 16739 Met de resultaten van de factsheet Gescheperde schaapskuddes2013–2022 worden er op ambtelijk niveau gesprekken gestart metterreinbeherende organisaties en provincies, waarbij het mijn inzet is datgraasdierbedrijven beloond worden voor de diensten die ze leveren.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. WiersmaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-32, nr. 167310

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e20651d6e5c9e921

14 okt 2026 · 88c0e1ee587d02b0

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.