KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 maart 2025, over Nationale fiscaliteit

25 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c40c364dac92a718 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 140Herziening BelastingstelselNr. 250 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 25 april 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft op 26 maart 2025 overleggevoerd met de heer Van Oostenbruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit enBelastingdienst, over:–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 26 oktober 2023 inzake bijzondere invaliditeitsverhoging(BIV) voor oud-militairen (Kamerstuk 31 066, nr. 1315);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 9 november 2023 inzake reactie op de motie van het lidVan Haga over het onderzoeken van de tegenbewijsregeling(Kamerstuk 36 418, nr. 93) (Kamerstuk 36 418, nr. 123);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 december 2023 inzake IBFD-rapport over rechtsverge-lijkend onderzoek fiscale geheimhoudingsplicht (Kamerstuk31 066, nr. 1324);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 december 2023 inzake rapport Onderzoek doenvermo-gen en knelpunten bij de IB-aangifte (Kamerstuk 36 418,nr. 126);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 december 2023 inzake kader beleidsbesluiten vooruit-lopend op wetgeving op de terreinen van Belastingen, Toesla-gen en Douane (Kamerstuk 31 066, nr. 1329);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 december 2023 inzake voortgang verkenning aanvul-lende maatregelen ter verbetering van het WOZ-proces(Kamerstuk 29 279, nr. 828);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 20 december 2023 inzake onderzoek naar structureelverlieslatende bedrijven (Kamerstuk 31 066, nr. 1328);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 7 februari 2024 inzake Beleidsbesluit Belastingen opmilieugrondslag vooruitlopend op wetgeving (Kamerstuk31 066, nr. 1336);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 6 februari 2024 inzake rapport Onderzoek informatiebe-schikking 2023 (Kamerstuk 33 772, nr. 6); kst-32140-250ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2501 –de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 11 maart 2024 inzake beleidsbesluit Wijzigingsbesluitaanmerkelijk belang vooruitlopend op wetgeving (Kamerstuk36 418, nr. 136);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 8 maart 2024 inzake evaluatie reisaftrek openbaar vervoer(ov) (Kamerstuk 23 645, nr. 818);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 21 maart 2024 inzake evaluatierapport over giftenaftrek(Kamerstuk 36 410 IX, nr. 42);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 15 april 2024 inzake monitoring startersvrijstelling in deWet differentiatie overdrachtsbelasting (Kamerstuk 36 418,nr. 139);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 25 april 2024 inzake reactie op verzoek commissie over debetekenis van een kapitaalstorting door OCI N.V. (Kamerstuk32 637, nr. 639);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 26 april 2024 inzake evaluatie heffingskortingen entariefstructuur in de inkomstenbelasting (Kamerstuk 32 140,nr. 185);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 23 april 2024 inzake update over het tegemoetkomingsbe-leid minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Msnp)(Kamerstuk 31 066, nr. 1376);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 16 mei 2024 inzake werkinstructie op de zaak betrekkinghebbende stukken (Kamerstuk 31 066, nr. 1383);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 15 mei 2024 inzake kabinetsreactie op het rapportEvaluatie onbelaste reiskostenvergoeding (Kamerstuk 36 418,nr. 141);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 16 mei 2024 inzake verschillende aspecten betreffendehet aangenomen amendement van de leden Inge van Dijk enErkens over aanpassingen van de bedrijfsopvolgingsregelingen schenk- en erfrecht voor familiebedrijven (Kamerstuk36 421, nr. 11) (Kamerstuk 36 421, nr. 12);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 30 mei 2024 inzake stand van zaken betalingsregelingcoronabelastingschulden – mei 2024 (Kamerstuk 31 066,nr. 1388);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 7 juni 2024 inzake rapport Naar een toekomstbestendigeenergiebelasting (Kamerstuk 32 140, nr. 195);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 17 oktober 2024 inzake antwoorden op vragen commissieover het rapport Naar een toekomstbestendige energiebelas-ting (Kamerstuk 32 140, nr. 195) (Kamerstuk 32 140, nr. 212);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 7 juni 2024 inzake onderzoek naar de voor- en nadelen vaneen eventueel REIT-regime (Kamerstuk 32 140, nr. 196);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 juni 2024 inzake evaluatie fiscale ondernemerschapsre-gelingen (Kamerstuk 32 140, nr. 199);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 juni 2024 inzake monitoren grenseffecten van verla-ging brandstofaccijns en verhoging alcoholaccijns (Kamerstuk36 418, nr. 143);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2502 –de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 juni 2024 inzake inventarisatie drempels in hetbelastingstelsel (Kamerstuk 36 418, nr. 144);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 14 juni 2024 inzake rapport over evaluatie ETK-regeling en30%-regeling (Kamerstuk 36 418, nr. 145);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 17 juni 2024 inzake belastingheffing over uitkeringen opbasis van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers1940–1945 (Kamerstuk 20 454, nr. 205);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 18 juni 2024 inzake bovennorm marginale druk (Kamer-stuk 36 418, nr. 146);–de brief van de Minister van Financiën d.d. 25 juni 2024 inzakebeantwoording vragen commissie V-100 over coronabelasting-schulden (Kamerstuk 36 560 IX, nr. 12);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 september 2024 inzake addendum bij rapport overevaluatie ETK-regeling (Kamerstuk 36 418, nr. 150);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 16 september 2024 inzake herijking van het fiscalebodem(voor)recht (Kamerstuk 31 066, nr. 1424);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 16 september 2024 inzake onderzoek grenseffectenalcoholaccijns (Kamerstuk 36 418, nr. 151);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 17 oktober 2024 inzake kabinetsreactie evaluaties fiscaleregelingen (Kamerstuk 32 140, nr. 210);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 17 oktober 2024 inzake kabinetsreactie evaluatie Wetdifferentiatie overdrachtsbelasting en verhoging algemeneovb-tarief naar 10,4% (Kamerstuk 36 602, nr. 27);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 december 2024 inzake verslag input internetconsulta-tie gedifferentieerde verbruiksbelasting alcoholvrije dranken(Kamerstuk 32 140, nr. 215);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 december 2024 inzake evaluatie van de coronasteun-maatregel bijzonder uitstel van betaling belasting (Kamerstuk35 420, nr. 539);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 december 2024 inzake evaluatie diensttijdvrijstelling(Kamerstuk 32 140, nr. 219);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 december 2024 inzake evaluatie eenmalig verhoogdeschenkingsvrijstellingen (Kamerstuk 31 066, nr. 1447);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 12 december 2024 inzake voortgang verkenning aanvul-lende maatregelen WOZ (Kamerstuk 29 279, nr. 919);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 18 december 2024 inzake evaluatie lage tarief in devennootschapsbelasting en invoeringstoets (Kamerstuk32 140, nr. 220);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 13 februari 2025 inzake onderzoek lucratiefbelangregeling(Kamerstuk 32 140, nr. 225);–de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 5 februari 2025 inzake onderzoek actualisatie rekenfor-faits gebaseerd op de levensverwachting en rente (Kamerstuk32 140, nr. 224);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2503 –de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienstd.d. 17 februari 2025 inzake rapport over onderzoek naar hetvermogen in familiestichtingen (Kamerstuk 36 600 IX, nr. 38).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2504 Voorzitter: Inge van DijkGriffier: LipsAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Van Eijk,Grinwis, Stoffer, Stultiens, Vermeer en Vijlbrief,en de heer Van Oostenbruggen, Staatssecretaris Fiscaliteit enBelastingdienst.Aanvang 13.00 uur.De voorzitter:Collega’s, we gaan beginnen. Vandaag hebben we een commissiedebatover belastingen, met aan de voorkant een aantal mededelingen. Deagenda’s zijn nogal hectisch op dit moment. Er gaat een aantal Kamer-leden iets eerder vertrekken, namelijk de heer Vermeer, de heer Stoffer ende heer Grinwis. Tussendoor is er in de plenaire zaal ook nog eenbeëdiging, dus er zal af en toe gewisseld worden. Dat wil niet zeggen datwe het onderwerp niet belangrijk vinden, maar zo gaat het helaas af entoe plenair.Aan mijn linkerzijde de heer Vermeer van de BBB, de heer Grinwis van deChristenUnie, de heer Stoffer van de SGP, de heer Stultiens vanGroenLinks-PvdA, mevrouw Van Eijk van de VVD, de heer Vijlbrief vanD66. Ikzelf ben Inge van Dijk van het CDA en ik zal ook mijn inbreng doen.Uiteraard aan mijn rechterkant de Staatssecretaris, die ons vandaag vanhele goede antwoorden gaat voorzien.Ik ga snel beginnen, en wel met de heer Grinwis. Nee, ik ga beginnen metde heer Vermeer. En we doen vier interrupties.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Juist omdat iedereen dit zo belangrijk vindt,probeert men toch hier aan te haken, ondanks de agenda. Bij dit debatover nationale fiscaliteit wil ik beginnen met het benoemen van denoodzaak van een degelijke fiscale agenda en het realistisch ramen vaninkomsten. Dat is van groot belang, aangezien we op tal van dossiersgeconfronteerd worden met de gevolgen van ondoordacht beleid.Allereerst de grenseffecten van accijnsverhogingen. Tijdens de behan-deling van het Belastingplan heeft BBB uitgebreid gepleit voor terughou-dendheid rond het verhogen van alcoholaccijns en met name ooktabaksaccijns. De grenseffecten zouden meevallen en de verhoging van detabaksaccijnzen per 1 april werd destijds door Staatssecretaris Van Rijingeboekt als structurele winst voor de schatkist van 137 miljoen. Hij zagdaar geen probleem in. Inmiddels is ongeveer de helft van de inNederland gerookte sigaretten afkomstig uit het buitenland. Bovendien isook de invoer van illegale sigaretten in opkomst. Deze handel wordtsteeds lucratiever, met alle negatieve gevolgen van dien voor onzeveiligheid maar ook voor onze gezondheid. Want er is nul controle op desamenstelling ervan. Daarnaast kreeg Financiën te maken met eenmiljardenstrop. Per maand loopt de schatkist tientallen miljoenen aanaccijnsinkomsten mis, geld dat we nodig hebben voor andere zaken ofdaarvoor zouden kunnen gebruiken. Hiermee wil ik roken niet aanmoe-digen, in tegendeel. Maar het gaat hier over de fiscale gevolgen vanbeleid.Voorzitter. Ik gebruik dit voorbeeld omdat dit soort onverstandigebeslissingen, geworteld in de modellenwerkelijkheid van gierigeboekhouders, ons land serieus schade toebrengen. Een ander voorbeeldhierin is box 3. Nog geen nieuw stelsel, maar wel alvast inkomstenboeken die meer thuishoren in een sprookjesboek dan in een realistischeraming. Graag hoor ik de visie van de Staatssecretaris op het ophogenvan accijnzen door vorige kabinetten en de nadelige consequentiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2505 daarvan in termen van budgettaire derving. Is hij ook van mening dat eenpas op de plaats met betrekking tot accijnsverhogingen zeer nodig is?Voorzitter. We zitten hier niet in een debat over de Belastingdienst, maar ikheb wel een puntje dat mij bezighoudt. Ooit is de oekaze-Kok aange-kondigd, die betekent dat mensen van de Belastingdienst niets mogenzeggen tegen externen over zaken die in de dienst wel of niet mis zijn. Ikzou graag van de Staatssecretaris horen of de oekaze-Kok nog geldig is ofdat hij bij dezen kan bevestigen dat belastingambtenaren die ergensproblemen mee hebben, zich gewoon bij mij mogen melden, zonder datdat gevolgen heeft.Verder hebben wij ook begrepen dat stichtingen en verenigingen die eenonderneming bedrijven, vrijgesteld zijn van de grens van € 15.000 fiscalewinst. We begrepen dat die grens weliswaar wordt gehanteerd, maar dater aan die stichtingen en verenigingen voorlopige toeslagen wordenverstuurd, wat nogal veel capaciteit vergt van de Belastingdienst en vanhet systeem. Daar zou ik ook graag wat meer over horen.Voorzitter. Ik rond af met de verbruiksbelasting. Het tarief voor alledranken die onder de verbruiksbelasting vallen, is op dit moment gelijk.Zuivel, sojadrank en mineraalwater zijn op dit moment van de verbruiks-belasting uitgezonderd. Dit leidt tot fabrikanten die ontwijkend gedragvertonen en op deze manier belasting ontwijken. Wat BBB betreft wordendit soort geitenpaadjes bij de nieuwe suikertaks afgesloten. Daarnaastwillen wij dranken zonder toegevoegde suikers, die wel degelijk positievegezondheidseffecten hebben, uitzonderen van de belasting. Wat BBBbetreft beperkt de belasting zich tot dranken met veel toegevoegdesuikers.Voorzitter, mag ik ook aandacht vragen voor het volgende argument? Vande best verkochte frisdranken zijn de meeste producenten grote multinati-onals, terwijl de telers van fruitsappen over het algemeen Nederlandsemkb-bedrijven zijn, vaak ook familiebedrijven. Ik vind dat we tijdens ditdebat ook moeten benoemen dat we bij deze discussie extra rekeningmoeten houden met onze eigen Nederlandse economie en dat we in ditkader ook een beslissing moeten nemen die niet leidt tot krimp van onsmkb. Weegt de Staatssecretaris dit argument ook mee, naast al watgenoemd is over gezondheid en budgettaire aspecten? Graag een reactie.Dank u wel.De voorzitter:Ik zie geen interrupties en dus geef ik het woord aan de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Het is fijn om aan te schuiven bij dit debat over ditmooie onderwerp, maar er gebeurt inderdaad tegelijkertijd meer in ditgebouw. Ik hoop later deze middag nog wel aan te schuiven bij debeantwoording en bovendien wordt er goed meegeluisterd.Voorzitter. Ik heb verschillende onderwerpen en er zit niet per se een rodedraad in, maar ze zijn wel allemaal belangrijk.De heer Vermeer (BBB):Fiscaal!De heer Grinwis (ChristenUnie):Fiscaal is inderdaad de rode draad. Zo is het!Allereerst over de bovennorm belastingdruk in het kader van de discussieover de marginale druk. Werken moet meer lonen, juist ook voor gewonemiddenklasse-inkomens en eenverdieners. Voor die groep is het belas-tingtarief op meerverdiensten simpelweg te hoog. We hebben hier pasook nog een motie van collega Inge van Dijk, nu de voorzitter, overaangenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2506 Het schijftarief plus de afbouw van de algemene heffingskorting plus deafbouw van de arbeidskorting plus de afbouw van verschillendetoeslagen: het stelsel is gewoon te complex en de belastingdruk op eenextra verdiende euro is in een te groot deel van het inkomenstraject tehoog. Daarom heb ik eind 2023 een motie op stuk 36 418, nr. 85 ingediendmet Pieter Omtzigt om een bovennorm voor de marginale druk teontwikkelen, zodat iedereen te allen tijde weet: als ik meer verdien, betaalik nooit meer dan zoveel procent belasting over die extra inkomsten.De voorganger van deze Staatssecretaris heeft gelet op zijn demissionairestatus hier wel een brief over gestuurd, maar hij heeft er verder geenvervolg aan gegeven. Mijn vraag is daarom: hoe gaat deze Staatssecre-taris deze motie wel uitvoeren? En wat is in dezen zijn ambitie voor deherziening van het belasting- en toeslagenstelsel? Ik besef natuurlijk datecht volwaardige uitvoering van deze motie pas kan in een hervormdstelsel.Dan een aantal vragen over het fenomeen anbistatus. Ik heb eenprangend punt hierover, want ik heb bij herhaling zorgwekkende signalenuit het land gehoord over anbistatussen die worden afgenomen. Ik hebme altijd terughoudend opgesteld, omdat het ons hier in de Kamer nietpast in te gaan op allerlei casuïstiek. Echter, ik concludeer uit eenverzameling casus dat er inmiddels sprake is van een patroon. En over datpatroon wil ik de Staatssecretaris een aantal vragen stellen aan de handvan een gefingeerd voorbeeld.Er is een Nederlandse stichting die zich tot doel heeft gesteld, eenbuitenlandse stichting, die in dat land hulp biedt aan oorlogsslachtoffers,financieel te ondersteunen. Voldoet dat aan de algemeenbelangeis? Metandere woorden, mag een Nederlandse anbi rechtstreeks doneren aaneen buitenlandse stichting? In dit geval oordeelt de inspecteur na eencontrole dat dit niet mag. En dan vraag ik me af: hoe kan het toch zijn dateen organisatie daar bij de aanvraag van een anbistatus jaren geleden weltoestemming voor heeft gekregen? Is er in de tussentijd iets verzwakt ofverwaterd aan de algemeenbelangeis? En als dat niet het geval is, hoe kanhet dan zijn dat de Belastingdienst terugkomt op een eerder genomenbesluit? Ik hoor het graag van de Staatssecretaris.Vervolgens zegt deze stichting, inmiddels zonder anbistatus: «Weet jewat? Prima, dan passen we onze statuten aan en we doneren niet meerenkel en alleen aan die buitenlandse stichting, maar aan die stichting énaan andere organisaties, die vergelijkbare doelen nastreven.» Daarop isde reactie van de inspecteur: «U krijgt alsnog geen anbistatus, want wijveronderstellen dat u toch alleen blijft doneren aan die buitenlandsestichting.» Kan een inspecteur op basis van zo’n oordeel, of moet ikzeggen «vooroordeel», een dergelijk besluit nemen?Het bovenstaande heb ik in verschillende variaties al een paar keer terughoren komen. Ik heb gezocht in de anbivoorwaarden die de Belasting-dienst publiceert, maar ik kan nergens vinden dat dit niet zou mogen. Ikvind dat zorgelijk, ook gelet op het legaliteitsbeginsel en het «lexcerta»-beginsel in het bestuursrecht. Dat laatste gaat over de duidelijkheidvan het recht. Ik hoor graag of de Staatssecretaris die zorg deelt en hoe hijdie weg wil nemen. Ik zou dit punt willen besluiten met: hoedt u voorwillekeur bij de inspecteur.Voorzitter. Drempels in het belastingstelsel. Eind 2023 was er een motievan collega Stoffer en mij over drempels in het belastingstelsel. Dielokken soms onbedoelde en ongewenste effecten uit. Op de valreep vanzijn demissionaire periode heeft de vorige Staatssecretaris daar een lijvigebrief over gestuurd. Hij deelt daarin een aantal overwegingen en merkt opdat het verder aan een toekomstig kabinet is om te bepalen of dezedrempels heroverweging verdienen. Daarom mijn vraag: wat is deStaatssecretaris hiermee van plan?Dan kom ik op de algemene heffingskorting en werkontwikkelbedrijven.Dit kabinet zet mensen die bij een sociaalwerkbedrijf werken, dit jaar tochTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2507 wel in de kou. Juist een belastingmaatregel die werken lonender hadmoeten maken – dat was het verhaal – kost de meest kwetsbare arbeids-krachten geld en niet zo’n klein beetje ook: € 30 tot € 50 in de maand.Hoezo «werken moet lonen»? Dit kan toch niet de bedoeling zijn geweest?Is het volgens de Staatssecretaris bewust beleid en wat gaat hij eraandoen om te voorkomen dat juist deze groep hardwerkende burgers metvaak toch al niet de dikste portemonnee er zo veel op achteruitgaat?Dit is dus het gevolg van de vrij forse verlaging van de algemeneheffingskorting die afgelopen najaar bij het Belastingplan is behandeld.Dit laat toch maar weer eens zien dat je weliswaar die heffingskorting kuntverlagen of minder inkomensafhankelijk kan maken, iets wat best tebegrijpen is, maar dat je dat alleen maar kunt doen in combinatie metandere maatregelen, zoals in dit geval verhoging van het minimumloon.Maar ja, dat heeft het kabinet achterwege gelaten. Is het niet tijd om datbesluit te heroverwegen?Tenslotte de suikerbelasting. Mag dat nog, voorzitter, of ben ik door mijntijd heen?De voorzitter:U heeft nog 30 seconden.De heer Grinwis (ChristenUnie):30 seconden! Dan kan ik nog mooi een punt maken over de suikerbe-lasting, voorzitter.Er ligt een hele stapel moties. De meeste zijn aangenomen. Een enkele isniet aangenomen, maar er liggen dus aangenomen moties en dat begongeloof ik een beetje met mijn motie over de verbruiksbelasting opniet-alcoholische dranken. De heer Vermeer zei er ook al iets over. Diemotie vraagt dat dat simpel wordt vormgegeven op basis van hetsuikergehalte. Mijn vraag is hoe het daar nu mee staat, want de uitspraakin de motie is dat het in 2026 moet gebeuren. Er is een ruime brief overgekomen met vijf varianten. Varianten 4a en 4b waren interessant en ikben daarom benieuwd wat het wordt. Ik moet een punt zetten van devoorzitter, maar ik hoor dus graag of er in 2026 een rechtvaardige goedebelasting ligt.De voorzitter:Maar u heeft een interruptie en wellicht kunt u daar gebruik van maken.Mevrouw Van Eijk (VVD):De heer Grinwis maakt een goed punt over de verbruiksbelasting. Wijkijken zelf ook erg uit naar de uitwerking en het voorstel van het kabinet.Wat er ook nog steeds in zit, is een stukje misbruik. Ik noem het maareventjes het Appelsientje-verhaal. Zou de heer Grinwis ervoor zijn omvooruitlopend op toch wel weer een stelselwijziging of de invoering vandifferentiatie in ieder geval dat misbruik aan te pakken?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor deze vraag. Ja, maar ik wil er eigenlijk mee beginnen dat er almeer dan anderhalf jaar twee Kameruitspraken liggen te verstoffen, eentjevan mij om tot een gedifferentieerde suikerbelasting te komen en eentjevan collega Erkens om daarbij onderscheid te maken tussen natuurlijkaanwezige suikers, bijvoorbeeld in vruchtensappen, en toegevoegdesuikers. Dat zijn de twee randvoorwaarden waarlangs de nieuwe belastingvorm moest worden gegeven of de huidige verbruiksbelasting per 2026moest worden gemoderniseerd. Ik ga er daarom van uit dat de Staatsse-cretaris in het Belastingplan 2026 met een voorstel komt waarmee hij dezetwee moties uitvoert. Als hij die goed uitvoert, heeft hij daarmee demisbruikroute van Appelsientje ook getackeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2508 Ik hoop niet dat we weer tot een soort vertraging komen en we voor eenlapmiddel moeten kiezen om het toevoegen van dat melkzuur ... Wat washet? Ik ben even de naam van de precieze bacterie kwijt, maar het gaat inieder geval over het toevoegen van melkzuur aan ... De heer Vermeer zegt«melk» en dat is het: een wolkje melk toevoegen aan sinaasappelsap omdaarmee de verbruiksbelasting te ontlopen. Ik vind dat bizar. Dus ja,natuurlijk moet dat worden aangepakt. Maar ik hoop eigenlijk dat deStaatssecretaris erin slaagt om in het Belastingplan 2026 gewoon eengoede suikerbelasting of verbruiksbelasting neer te leggen.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie verder geen interrupties en dus ga iknaar de heer Stoffer van de SGP.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Dit debat komt op een goed moment, niet voor onsallemaal qua agenda, maar wel gezien het tijdstip in het jaar en dejaaragenda van de Kamer. De gesprekken over de Voorjaarsnota zijnnamelijk begonnen en de komende weken zal er meer gesproken wordenover de inhoud, bijvoorbeeld meer investeringen in Defensie en deherintroductie van de koppeling bij ontwikkelingshulp. En laat ik hier maargelijk zeggen dat dat voor ons belangrijke thema’s zijn.Ik hoor «mogelijk» zeggen door de heer Vermeer en ik zou daarom bijnaeen interruptie willen plaatsen op de heer Vermeer, voorzitter.De voorzitter:Dat kan niet, want we gaan ons gewoon netjes aan de vergaderdisciplinehouden.De heer Stoffer (SGP):Ik had dat inderdaad eerder moeten doen. Ik ga verder.Fiscaal heeft de SGP, naast de dingen die ik zojuist noemde, helderewensen. Wij denken dan vooral aan het dichten van de kloof tussen deeen- en tweeverdieners. Afgelopen jaar is daar een klein eerste stapje ingezet en ik denk dat het tijd is om door te pakken en die kloof verder tedichten. Gezinnen hebben sowieso veel last van het huidige belasting-stelsel, zeker de middeninkomens, waar de kortingen snel afbouwen en dekosten toenemen. Degene die het meest profiteert van een dag extrawerken, is niet het gezin, maar het Rijk. De marginale druk is namelijkvaak meer dan 50%. Ik hoop dat we met dit kabinet echt stappen kunnenzetten.Ook de energiebelasting moet omlaag. De afgelopen jaren is die belastingbewust enorm opgeschroefd. En ik keek het nog even na. Ik zit vanaf 2018in de Kamer en waar we op dat moment, in 2017, nog € 0,25 belastingbetaalden op een kuub gas, is dat nu bijna € 0,58. Dat is ruim eenverdubbeling en ik denk dat het hoog tijd is om dat te keren. Ook debelasting op elektriciteit moet wat de SGP betreft omlaag. Ik roep hetkabinet en ook de coalitie dan ook op om hiervoor budget vrij te maken.Mijn eerste vraag aan de Staatssecretaris is of hij bereid is om daarbij alseerste te kijken naar belastingvermindering. Dat helpt namelijk lage enmiddeninkomens relatief het meest.Voorzitter. Het belastingstelsel is steeds meer een vehikel geworden ominkomenspolitiek te bedrijven, met name met behulp van de heffingskor-tingen. De afgelopen jaren zijn die kortingen enorm verhoogd. Vorigekabinetten kozen er vrijwel consequent voor om door hogere heffingskor-tingen meer koopkracht te realiseren, maar die grenzen zijn, zoals velerapporten inmiddels concluderen, bereikt. Een nog hogere arbeidskortingleidt niet meer tot extra uren en de verschillen tussen groepen wordenook steeds groter. Kijk bijvoorbeeld naar de arbeidskorting, die de klooftussen werkenden en uitkeringsgerechtigden steeds deed toenemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 2509 Recent is daar nog een uitspraak over gedaan. Daar komen we bij eenvolgend debat wel op terug.De SGP heeft altijd gepleit voor lastenverlichting in de vorm van lageretarieven. Daarmee houd je het stelsel eenvoudig en ook beheersbaar.Gelukkig, zeg ik erbij, koos het kabinet daar vorig jaar ook voor. Mijn vraagis of het kabinet bereid is om dat dit jaar weer te doen. En mocht er ruimtezijn voor lastenverlichting – dat advies geef ik maar mee – kies voor lageretarieven.De brief over de marginale druk laat kraakhelder zien hoe de politiek zichin de nesten heeft gewerkt, want de marginale druk kan feitelijk nietaangepakt worden en een bovengrens is niet mogelijk. We hebben denk ikallemaal wel geconcludeerd dat het stelsel gewoon te ingewikkeld is. Ik gaervan uit dat de Staatssecretaris het daar niet bij laat zitten. Dus tweelaatste vragen over dit onderwerp. Wat gaat hij concreet doen om demarginale druk te verlagen en welke acties kunnen we van de Staatssecre-taris verwachten?Dan de bedrijfsopvolgingsregeling. Bij het vorige Belastingplan is eenamendement van de SGP aangenomen over de BOR. Dat ging erkortgezegd over dat de nadelige maatregelen voor familiebedrijventegelijk in moeten gaan met voordelige maatregelen. De verwateringsre-geling en de familietoets kunnen namelijk pas ingaan na goedkeuring vande Europese Commissie. Het amendement heeft ervoor gezorgd datinperking van de BOR alleen in kan gaan als familiebedrijven gebruikkunnen maken van die regeling en ook de familietoets. Daar moet welsnel duidelijkheid over komen, want familiebedrijven hebben duidelijkheidnodig over de toekomst van de BOR. Mijn vragen hierover. Hoe lopen degesprekken met de Europese Commissie? Kan de Staatssecretaris alaangeven of er sprake is van staatssteun en, zo nee, wanneer komt dandie duidelijkheid?Voorzitter. Vorig jaar stond ook de giftenaftrek op de helling, maargelukkig konden we daar met C3 een stokje voor steken. Natuurlijkuiteindelijk ook met hulp van de coalitiepartijen, want je hebt eenmeerderheid nodig. Mooi dat dat gelukt is. Je ziet tegelijkertijd wel dat degiftenaftrek vaker als een soort dekkingsbron wordt gezien die makkelijkinzetbaar is, maar waarbij versobering wel grote gevolgen heeft. Ik benbenieuwd wat de inzet van het kabinet op dit dossier is. Kan de Staatsse-cretaris toezeggen dat de giftenaftrek deze periode niet versoberd wordt?Voorzitter. Er is al heel wat gevraagd over de belasting op alcoholvrijedranken. Ik sluit me aan bij de vragen die al gesteld zijn door de collega’sdie hiervoor waren. Dat scheelt ons weer twintig seconden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen interrupties, dus ik geef hetwoord aan de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Inderdaad, een hele lange lijst aan rapporten. Het ismoeilijk om een rode draad te vinden, maar ik ga het toch proberen. Derode draad is wat mij betreft dat er zo veel goed onderzoek ligt en dat ertoch zo weinig mee gebeurt. We worden als Kamer voor zo veel belasting-constructies gewaarschuwd en toch gebeurt er zo weinig mee. Er zijn zoveel fiscale regelingen geëvalueerd, negatief, en toch gebeurt er zo weinigmee. En wie is hier de dupe van? Uiteindelijk gewoon de normalebelastingbetaler, die wel gewoon netjes de tarieven betaalt die we metelkaar hier bedacht hebben, die geen dure adviseurs heeft of brutaleconstructies kan bouwen.Daarom hoop ik dat we vandaag op een paar onderwerpen meer stappenkunnen zien van het kabinet om deze regelingen te versoberen en dezeconstructies aan te pakken. Ik ga vier onderwerpen noemen. Dat zijn deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25010 onbelaste stichtingen, de bedrijven die structureel verlies maken, denegatief geëvalueerde regelingen en tot slot de private-equitybonussen.Ik begin met de onbelaste stichtingen en dan met name de miljardenstich-tingen aan de top. Het vermoeden was een paar jaar terug dat de rijkstefamilies in Nederland hier hun vermogen onder konden stoppen en wehebben nu eindelijk de data. Ik dank de onderzoekers voor het rapport.Maar ik schrik er ook van, want je ziet dat er sprake is van bijvoorbeeldachttien stichtingen waar samen 18 miljard in zit. Nou, dat is gemiddeldeen miljard per stichting. Deze hebben geen anbistatus, zijn niet voor eengoed doel, geen belastingafdracht, geen inkomstenbelasting, geen vpb,geen schenk- en erfbelasting. En voor 17 miljard zitten ze vol metaandelen bij de rijkste families in Nederland. Ik snap niet wat hier nou hetmaatschappelijk nut van is. Ik hoor graag hoe het kabinet hiernaar kijkt.In het rapport worden meerdere constructies genoemd, zoals schilderijenen ander vermogen die worden overgedragen via de stichting of vastgoedvan 24 miljard dat wordt doorgegeven zonder dat het belast wordt. Of watdacht je van deze, waar het gaat om zeer grote bedragen? Een familiebe-drijf wordt geschonken aan een stichting met een anbistatus: giftenaftrek.Vervolgens woont de familie zelf op het landgoed, want het heeft eenNatuurschoonwetstatus. Nadat je de voordelen hebt verzilverd, doe jeafstand van de anbistatus en kan het vermogen nog jarenlang blijvenbestaan. Ik ben benieuwd wat hier nou het maatschappelijk nut van is enwaarom we als wetgever hier niet zeggen «hier moeten we paal en perkaan stellen», met name gericht op die kleine top, niet op de hele grotemassa – er zijn veel soorten stichtingen – maar echt ingezoomd op dierijkste grote stichtingen. Graag een reactie van het kabinet.Een tweede rapport waar ik van schrok en dat ook al een jaar op de plankligt, gaat over structureel verlieslatende bedrijven. Het rapport is al meerdan een jaar geleden verschenen en ik ben benieuwd waarom het kabinethier nog niks mee gedaan heeft. We lezen in het rapport dat er nog steedssprake is van doorstroombedrijfjes waar bijvoorbeeld dividend uit derdelanden via Nederland naar andere landen wordt gesluisd. Het rapport zegtook dat het nauwelijks toegevoegde waarde heeft voor de echteeconomie. Het zorgt niet voor banen, niet voor uitgaven, maar het leidtwel tot forse belastingderving in die andere landen. Het rapport consta-teert ook dat de maatregelen die genomen zijn de afgelopen jaren nogniet voldoende hebben gedaan om dit tegen te gaan. Ik hoop daarom datde Staatssecretaris een stapje extra wil zetten om dit tegen te gaan.Dan punt drie, de fiscale regelingen. Een paar werden er al genoemd hier.Er zijn natuurlijk bekende, zoals de landbouwvrijstelling, de hypotheekren-teaftrek et cetera. Ook vandaag liggen er weer vele rapporten voor metnegatief geëvalueerde regelingen. Waarom doet het kabinet hier zo weinigmee? Er ligt al een taakstelling van 250 miljoen. Wat mij betreft is die nietambitieus genoeg, maar ik hoor graag hoe het kabinet die gaat invullen.De heer Grinwis noemde al een paar moties die niet zijn uitgevoerd. Ikheb er ook nog wel een paar. Ik noem de motie-Maatoug van november2022: zorg voor een horizonbepaling in deze regelingen. We zijn nu bijnatweeënhalf jaar verder. Waar zijn die bepalingen? Waarom duurt het zolang?Laat ik één specifieke noemen: het lage tarief in de vpb. Ik moet zeggendat ik hier zelf ook van gedachten ben veranderd. Ik was er altijd best eenvoorstander van, want het klinkt sympathiek voor het mkb. Maar wat blijktuit het rapport? Een heel groot deel van de inkomsten belandt niet bij hetmkb. Kunnen we niet iets bedenken dat beter landt bij de groep die wewillen helpen, want nu zien we dat een kwart van het geldt landt bij derijkste 1%.Tot slot de private-equitybonussen. Lucratief belang. Vanwege debeperkte spreektijd heb ik vooral schriftelijke vragen ingediend metcollega Idsinga. Ik heb één politieke vraag. We hebben bijna met z’n alleneen motie aangenomen, de motie-Idsinga, die zei: deze bonussen willenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25011 we laten belasten in box 1. Het zijn forse bonussen. Waarom belasten wehet niet normaal, net als inkomen uit arbeid? Vervolgens krijgen we eenreactie van het kabinet met: we hebben een paar alternatieven uitgezochten we gaan het consulteren met de private-equitymanagers zelf. Terwijl deKamer gewoon vroeg om het in box 1 te zetten. We vroegen niet «mogenwe een alternatief?» of «mogen we horen wat ze er zelf van vinden?» Wezeiden gewoon: belast het in box 1. Dus waarom wordt deze motie nietvolledig uitgevoerd? Graag een reactie.De voorzitter:Ik zie een aantal interrupties. Ik begin met de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ga even in op dat ene punt over het mkb, dat opstaptariefje. Ik begrijpdus goed dat GroenLinks-PvdA pleit voor uniformering van de tarieven inde vpb. Moet het dan uniformering worden door een lager algeheelvpb-tarief van bijvoorbeeld 25% of moet de opbrengst daarvan naarlagere werkgeverslasten, met name voor het mkb? Je kunt tegenwoordigvrij gericht via de Aof en de AWf de werkgeverslasten wat verlagen,waardoor je het mkb wat gerichter zou kunnen helpen. Aan welketerugsluis denkt mijn collega? Of denkt hij helemaal niet aan terugsluis enis het gewoon extra geld ophalen voor allemaal leuke andere dingen?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik denk aan een combinatie. Ten eerste is er de komende maanden eengrote zoektocht naar geld voor heel vele dingen die net hiernaastgenoemd werden, of het nou ontwikkelingssamenwerking of defensie is.Dus daar kan je een deel voor gebruiken. Ik vind wel – daarin heeft de heerGrinwis gelijk – dat we als we het helemaal zouden schrappen, die3 miljard, ook een fors deel moeten terugsluizen naar het mkb, want daarwas het ooit voor bedoeld. Maar van dat kwart van het geld, dus die750 miljoen, dat nu belandt bij de rijkste 1%, zeg ik: het is prima als we datwegsluizen naar andere plekken waar het geld harder nodig is, bijvoor-beeld de uitgavenkant. Ik ben het wel met de Grinwis eens dat er betereknoppen zijn om aan te draaien als we het mkb echt willen helpen en daarzal ook een deel van het geld naartoe moeten.De voorzitter:De heer Stoffer heeft ook een interruptie.De heer Stoffer (SGP):Sorry, voorzitter. Ik had niet exact dezelfde interruptie, maar wel indezelfde lijn. Dus ik laat het hierbij.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad veel debatten door elkaarvandaag, maar dit is zo’n mooi debat dat ik het niet wilde missen. Het iswel lastig om voor te bereiden, want is een heel breed onderwerp. Ik zouhet kunnen hebben over of werken nog loont. Het antwoord is: nou, nietzo heel erg. Ik zou het kunnen hebben over de grote vermogensonge-lijkheid en wat we daaraan zouden kunnen doen. Nou, daar wordt weinigaan gedaan. Maar ik ga maar gewoon twee andere onderwerpen pakken,twee grote dingen, namelijk klimaat en fiscale regelingen.Voor Nederland is het cruciaal dat we nu de juiste keuzes maken en datgaat niet alleen maar over klimaat, maar dat gaat ook over de toekomstvan onze industrie en ons bedrijfsleven in Nederland. We hebben onlangseen voorstel gedaan aangaande het nettarief, maar dat heeft niets teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25012 maken met fiscaliteit. Ik kom nu even op andere dingen die daarmee temaken hebben. Gas wordt nu minder belast dan elektriciteit, terwijl datvanuit klimaatperspectief niet logisch is. De Europese Commissie doetdan ook de aanbeveling om elektriciteit minder te belasten. Hoe kijkt deStaatssecretaris aan tegen deze aanbeveling? Hoe kijkt hij aan tegen dehuidige situatie in Nederland? Welke voorstellen gaat hij doen om dejuiste kant op te bewegen?Dan de dubbele belasting van groen gas. Bij de productie van groen gaswordt momenteel energiebelasting geheven over de energie die gebruiktwordt tijdens het productieproces én over geproduceerd groen gas. Datstimuleert de productie van groen gas natuurlijk niet. Hoe ziet deStaatssecretaris dat? Wat is hij voornemens daaraan te doen?Iets vergelijkbaars geldt voor de opslag van elektriciteit in bijvoorbeeldeen thuisbatterij. Ook deze wordt nu dubbel belast. De stroom wordtbelast als deze wordt afgenomen, maar als diezelfde stroom terug wordtgeleverd aan het net, wordt die weer belast. Eerder bleek een oplossinghiervoor gratis, maar ik hoor graag van de Staatssecretaris of daar nognieuwe perspectieven zijn.Dan was deze week in het nieuws dat een derde van de elektrische rijdersnu overweegt om terug te keren naar een brandstofauto. Als in 2030 defiscale voordelen helemaal verdwenen zullen zijn, overweegt zelfs 60%weer een brandstofauto. Nu snap ik die mensen goed, want als elektrischrijden duurder wordt dan op brandstof, begrijp ik heel goed dat mensenoverstappen. Maar het kan ook nog eens zijn dat mensen dat doen omdater iets wegvalt waar zij op gerekend hadden. Dat komt natuurlijk allemaaldoordat het kabinet ervoor kiest om het stimuleren van elektrische auto’sversneld af te bouwen. Is dat nou verstandig? Bij het Belastingplan dedenwij samen met collega Grinwis van de ChristenUnie een voorstel om hieriets aan te doen. Dit voorstel werd weggestemd. De VVD stemde tegen.Eigenlijk begrijp ik dat niet zo goed, gezien de klimaatdoelen. Hoe ziet deStaatssecretaris dit? En wat gaat hij eind dit voorjaar doen om tevoorkomen dat wij een massieve terugkeer krijgen naar rijden opbrandstof? Hoe kijkt hij eigenlijk aan tegen continuïteit in belastingbeleid?Zo langzaamaan begint dat mijn grootste zorg te worden.Ten slotte de afbouw van de fiscale regelingen. Het zou fijn zijn – ik ken deStaatssecretaris en denk dat hij dat nooit doet, maar ik ga het toch zeggen– als de Staatssecretaris om hier nu een keer niet de jij-bak van de btwterug te krijgen. Die hebben we al vijftien keer gehoord. Maar tekst overde andere fiscale regelingen. Er zijn er die echt volledig kapot zijngeschreven. Ik zeg het maar even helder. Maar daar doet dit kabinet nietsaan. Ik noem de landbouwvrijstelling als belangrijkste. Het gaat mij erhelemaal niet om, die mensen wat af te nemen. We kunnen proberen omdat op een effectievere manier te doen. Uitstekend. Maar waarom doenwe daar niets aan?Collega Stultiens had het over de aangenomen motie-Maatoug. Ik weetniet of het dezelfde was, maar die roept op om horizonbepalingen op tenemen in alle fiscale regelingen. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat,als hij bijvoorbeeld de nieuwe subsidie ten aanzien van rode diesel gaatinvoeren, daar ook een horizonbepaling in komt te staan?Voorzitter. Dat was het, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer Vijlbrief. Ik zie een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):We hebben geloof ik nog tijd tot de bel van de plenaire vergadering gaat.Ik heb een vraag aan mijn collega Vijlbrief over dat elektrische rijden. Hetis een beetje kortzichtig. In de Voorjaarsnota van vorig jaar was eenvolledige gewichtscorrectie afgesproken van 40%. Maar die korting in demotorrijtuigenbelasting heeft het kabinet naar 25% verlaagd. Daar hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25013 we vorig jaar op opgetrokken. De motie is overigens wel aangenomen.Die ligt er nog voor de Voorjaarsnota, alleen een amendement om het teregelen niet. Ik ben dus zeer benieuwd naar de reactie van het kabinet.Maar wat vindt de heer Vijlbrief ervan dat de heer Madlener, een collegavan deze Staatssecretaris, het gisteren bestond om te zeggen dat het metelektrisch rijden zo’n vaart niet liep en dat het allemaal nog best aantrek-kelijk was. «Omdat», zo zei deze Minister, die lid is geweest van dePVV-fractie, «de accijns op benzine met 25,8 cent omhoog gaat per1 januari». Met andere woorden: het loopt allemaal zo’n vaart niet. Enondertussen voert hij de gewichtscorrectie in de motorrijtuigenbelastingniet volledig door. Ik ben benieuwd naar de reactie.De heer Vijlbrief (D66):Dat is een absurde reactie van de heer Madlener; daar kun je kort overzijn. Maar ik denk dat er een andere vraag onder zit. Ik begin mij namelijkgrote zorgen te maken ... Ik zei het net al even in een bijzin, maar nu kan iker wat meer over zeggen. Ik begin mij grote zorgen te maken over decontinuïteit in onze belastingwetgeving. Ik pak eerst maar even hetbedrijfsleven. We zeggen tegen het bedrijfsleven: gaan jullie nouvergroenen en verduurzamen. Dat doen we niet omdat het een hobby is.Dat doen we omdat we denken, althans ík denk dat, dat uiteindelijk eenindustrie gebaseerd op fossiele brandstoffen niet zal blijven bestaan. Datis niet alleen vanwege het klimaat, maar ook omdat het vies is en omdatolie uit landen komt die erg onzeker zijn en erg instabiel. Waarom zijn wedan niet iets consistenter in wat we doen? Dat geldt voor elektrischevoertuigen. We hoeven het helemaal niet eens te zijn. Ik weet dat er in deKamer verschillend wordt gedacht over de mate waarin men datbelangrijk vindt et cetera. Maar consistentie, langdurig dingen volhouden– daarom pakte ik het voorbeeld van die elektrische voertuigen maar erzijn er veel meer – vind ik eigenlijk een soort van aparte deugd in hetbelastingbeleid.De voorzitter:Dank u wel voor uw antwoord en voor uw inbreng. Ik kijk heel even naarmevrouw Van Eijk. Bent u klaar om uw inbreng te doen? Ja? Oké. Dangeef ik het woord aan mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ons belastingstelsel moet drastisch wordenhervormd. De wirwar van heffingskortingen en toeslagen zet een rem opiedere ambitie om meer te gaan werken. De algemene heffingskorting,arbeidskorting, zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget enkinderopvangtoeslag bouwen vaak af op het moment dat je voltijds gaatwerken. Een uur extra werken, levert voor veel mensen te weinig op. DeVVD wil toeslagen en inkomensafhankelijke heffingskortingen afschaffenen toewerken naar een belastingvrije voet of inkomensonafhankelijkeheffingskorting, zodat meer werken weer gaat lonen.De Staatssecretaris heeft in een eerder debat toegezegd een variant meteen progressief tarief op basis van uurloon en een degressief tarief opbasis van gewerkte uren mee te nemen in de aangekondigde brief metvarianten en keuzeopties. Wat is de stand van zaken daaromtrent?Wanneer kunnen we die brief verwachten? Hoe ziet de Staatssecretaris hetvervolgtraject met de Kamer?Uit de brief over de bovennorm marginale druk, ook al genoemd door deheer Stoffer, volgt dat een harde bovennorm in het huidige stelsel nietgoed mogelijk is, terwijl een zachte bovennorm geen of weinig toege-voegde waarde heeft. De VVD is voor een simpeler stelsel, waarbij weleffectief op de marginale druk gestuurd kan worden. Maar een simpelerstelsel gaat helaas nog jaren duren. We moeten ook nu al stappen zetten.Bij nieuwe maatregelen moet dus altijd worden gekozen voor het verlagenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25014 van de marginale druk, tenzij dit evident ten koste gaat van werkenden.Welke mogelijkheden zijn er volgens de Staatssecretaris binnen dehuidige vormgeving van het stelsel om het aantal mensen met een hogemarginale druk te verkleinen of te verschuiven in het inkomensgebouw?Veel Nederlanders gaan met de auto naar hun werk. De onbelastereiskostenvergoeding vanuit de werkgever is meestal niet genoeg om dekosten te dekken en de prijs aan de pomp stijgt vaak harder dan deonbelaste reiskostenvergoeding. Daarom wil de VVD dat de onbelastereiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer wordt geïndexeerd enverhoogd, zodat deze in meer gevallen kostendekkend is. Het is niet uit teleggen dat het geld kost om naar je werk te gaan omdat de overheid eente lage onbelaste reiskostenvergoeding heeft vastgesteld.Het kilometerbedrag wordt periodiek geëvalueerd. We vinden 2028 welwat laat. De kosten stijgen snel en hard. Kan de Staatssecretaristoezeggen deze evaluatie naar voren te halen zodat de resultaten ineerdere besluitvorming kunnen worden meegenomen? Kan een fiche overde mogelijke kosten om indexatie structureel te regelen, wordenuitgewerkt? Werkgevers kunnen het initiatief nemen om gezamenlijkvervoer te organiseren. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het Rotterdamsehavengebied. Wanneer kunnen bedrijven werknemers wel of niet deonbelaste reiskostenvergoeding verstrekken voor eigen vervoer als ersprake is van carpooling of, zoals het ook wel genoemd wordt,vanpooling? Ziet de Staatssecretaris mogelijkheden om belemmeringenweg te nemen en regels te versoepelen?Nederland zit met een schreeuwend personeelstekort en tegelijkertijd zijnwe wereldkampioen deeltijdwerken. Heel veel mensen zouden graag eenpaar uur extra werken, maar dat levert vaak amper iets op. Een extrafinanciële bonus kan helpen om mensen te stimuleren om meer uren tegaan werken. Dit kan bijvoorbeeld door in de werkkostenregeling eenmeerurenbonus te introduceren. Zo kunnen werkgevers belastingvrij eenextra bonus geven aan mensen als ze meer uren gaan werken. De VVD isbenieuwd naar de uitwerking van de onlangs aangenomen motie op ditpunt, waaraan ook in het debat gerefereerd is. Wanneer kan de Kamer hiereen voorstel over verwachten?Voorzitter. Als een werkgever een gratis gezonde lunch wil aanbieden,sporten wil stimuleren met een gratis sportschoolabonnement offietsvriendelijk beleid wil introduceren, moet de overheid niet in de wegzitten. De VVD heeft ervoor gezorgd dat de vrije ruimte voor bedrijven inde werkkostenregeling met ruim € 900 is uitgebreid. Dit is een win-win: dewerknemer gaat erop vooruit en de werkgever kan met aantrekkelijkervoorwaarden meer personeel aantrekken. De VVD wil meer vrije ruimte enminder rigide voorwaarden voor vrijstellingen. Wanneer komt deevaluatie van de werkkostenregeling naar de Kamer? Is de Staatssecre-taris voornemens om mogelijke verbeteringen in de werkkostenregelingvoortvarend op te pakken?De VVD vecht er al tijden voor om werknemers vaker te laten meedelen inde winst van bedrijven. Werkgevers willen het en een op de driewerknemers ook. Als je een deel van je salaris in de vorm van aandelen ofopties krijgt, zorgt dat ervoor dat werknemers meer kunnen sparen.Ondernemers hebben meer betrokken werknemers. Specifiek voorstart-ups en scale-ups is de nood hoog. Zij kunnen niet concurreren metsalarissen van grote bedrijven en de regelingen voor aandelenopties inhet buitenland. We moeten zo snel mogelijk zorgen dat belastingregelsniet in de weg zitten, maar werknemers en ondernemers juist helpen. Uitde media hebben we vernomen dat start-ups meer fiscale ruimte gaankrijgen om medewerkers met aandelen en opties in het bedrijf te betalen.Het zou geweldig zijn als dit klopt. Kan de Staatssecretaris hier iets meerover vertellen?Voorzitter. Ik heb nog een heel lijstje met stand-van-zakenvragen, maar ikweet niet hoever ik ben in de tijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25015 De voorzitter:U hebt nog anderhalve minuut.Mevrouw Van Eijk (VVD):Oké. Ik wil graag een stand van zaken met betrekking tot de taakstellingfiscale regelingen, de aangenomen moties over de fiscale behandelingvan de bijzondere invaliditeitsverhoging en het onderzoek naar decommerciële fiscale verschillen bij structureel verlieslatende bedrijven.De staatssteuntoets is door de collega van de SGP al aangehaald. Daarzou ik graag het volgende aan willen toevoegen. Als die staatssteuntoetswordt gedaan, nog even los van de conclusie die daaruit getrokken wordt,dan zijn er in de ons omringende landen ook allerlei regelingen rondomfamiliebedrijven, die de toets blijkbaar wel hebben doorstaan. Ik zou daargraag wat meer inzicht in willen hebben of een vergelijking over willenzien.Ik vraag ook naar de stand van zaken rond het advies van de landsad-vocaat over verbreding van de toegang tot de BOR voor kleine aandelen-belangen. De evaluatie van de anbi-regeling is niet specifiek genoemd,maar de heer Grinwis maakte dat punt ook. Ik ben dus heel benieuwdwanneer die naar de Kamer komt. Het punt van de verbruiksbelasting is algenoemd.Daar wilde ik het bij laten, voorzitter.De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Volgens mij vraagt mevrouw Van Eijk terecht naar de stand van zakenrond sommige rapporten, want sommige rapporten liggen er al een tijdje.Een daarvan noemde ik net al, namelijk het rapport over de structureelverlieslatende bedrijven. Ik ben benieuwd hoe de VVD aankijkt tegen hetfenomeen van met name die dividenddoorstroombedrijven. Daar ziteigenlijk het meeste geld, blijkt uit het rapport. Er wordt ook gezegd datdie nu niet voldoende worden geraakt of aangepakt door de maatregelenvan het vorige kabinet. Ik ben benieuwd of de VVD het met mij eens is datwe dit soort bedrijven, dat eigenlijk niks toevoegt aan de echte economie,harder zouden moeten aanpakken als wetgever.Mevrouw Van Eijk (VVD):In de afgelopen jaren zijn er al diverse maatregelen genomen om misbruikspecifiek door doorstroomvennootschappen aan te pakken. Als je kijktnaar de cijfers van de stromen die nog door Nederland lopen, dan zie jedaarin een substantiële afname daarvan. Volgens mij is die aanpak dusheel effectief geweest. Dat schrijft de Staatssecretaris ook in een van zijnbrieven. De analyse die is gemaakt op structureel verlieslatende bedrijvenmist dus nog een slag omdat die commercieel fiscale verschillen juistmaken dat ze commercieel verliesgevend zijn, maar fiscaal niet en/ofandersom.Ik vind die verdieping dus wel heel interessant. Als daaruit mocht blijkendat er bij bepaalde structuren of constructies echt sprake is van misbruikvan recht of van belastingontduiking, dan moeten we kijken hoe we diegaten alsnog kunnen dichten. Dan zeg ik er maar meteen bij dat dit watmij betreft in Europees verband dan wel OESO-verband moet, in iedergeval niet nationaal.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dan heb ik nog één vervolgvraag. De gewenste route is inderdaadEuropees. Voor een deel lag er de afgelopen jaren iets met dat heleUnshell-pakket, maar dat ligt nu op de plank. En ik ben bang dat dat nogwel een tijdje zo blijft. Ik begrijp nog niet zo goed waarom de VVD het erTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25016 niet mee eens is om nationaal alvast stappen te zetten als het Europeesnog niet lukt, want die bedrijven voegen niks toe voor de echte economie.Bijvoorbeeld de uitgaande stromen van dividenden naar belastingpara-dijzen zijn voor een deel aangepakt en dat is heel goed. Maar het rapportlaat ook zien dat de stromen vanuit belastingparadijzen naar Nederlandtoe nog steeds door kunnen gaan tot op de dag van vandaag. Ik hoop datde VVD die constructies ook onwenselijk vindt.Mevrouw Van Eijk (VVD):Nee, dat ga ik niet zeggen, want ik heb de informatie niet voorhanden omdat te kunnen beoordelen. Een van de onderdelen van ons belastingstelselis de deelnemingsvrijstelling. Dat is een heel belangrijke regel, ook inEuropees verband. Die werkt heel erg goed. Voordat we daaraan gaanmorrelen en onze bedrijven op achterstand zetten, wil ik eerst echt wetenwaar het over gaat.De voorzitter:Ik zie geen vervolginterruptie meer. Ik wil de heer Vermeer vragen om hetvoorzitterschap over te nemen.Voorzitter: VermeerDe voorzitter:Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Inge van Dijk van het CDA voorhaar bijdrage.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. Het werd al benoemd: op de agenda staat een flinkaantal evaluaties van fiscale regelingen. Klopt het nog steeds dat bij deVoorjaarsnota zal worden besloten aan welke regelingen een horizonbe-paling zal worden toegevoegd? Of is dat inmiddels achterhaald? Ik hoopin zijn algemeenheid dat bij alle regelingen goed zal worden gekeken ofde doelstelling van de regeling nog relevant is. Als het zo is, moetenbudgetten niet te makkelijk worden weggestreept, maar moet samen metbetrokken partijen bekeken worden wat wél effectief is om het beoogdedoel te bereiken.Ik kijk dan bijvoorbeeld naar de ondernemersaftrekposten, die volgens deevaluatie zeer beperkt doelmatig zijn in het stimuleren van echt onderne-merschap, namelijk meer kapitaalinvestering, innovatie en werkgele-genheid. Maar de doelen die er oorspronkelijk mee beoogd werden, zijnrelevanter dan ooit.Deze vraag hebben we eigenlijk ook in het kader van het lage vpb-tarief.We zien in de negatieve evaluatie van het CPB dat nog niet de helft vanhet voordeel terechtkomt bij echte mkb-bedrijven, terwijl zij wel nadelenondervinden op het gebied van financiering, concurrentie en regelgevingten opzichte van grote bedrijven. Kunt u samen met uw collega’s van EZin gesprek met het mkb en hun vertegenwoordigers in kaart brengenwelke regelingen voor ondernemers op deze punten wél behulpzaam zijnen waar eventuele gaten zitten? Wij denken bijvoorbeeld aan de intro-ductie van een soort win-winfaciliteit om meer particulier geld op tekunnen halen uit de markt. We zullen ook met een voorstel komen. Inreactie op de heer Stultiens kan ik zeggen dat wij inderdaad denken aaneen terugsluis op dit gebied. Wij denken dat het mkb het verdient omgestimuleerd te worden. Dat moeten we beter doen met elkaar.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Eijk van de VVD.Mevrouw Van Eijk (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25017 Mevrouw Inge van Dijk haalde het punt van de ondernemersfaciliteit aan.Het is goed dat daarnaar wordt gekeken. Ik heb wel moeite met de uitlegdie daar vaak aan wordt gegeven, namelijk dat het maar voor 40% of 50%terechtkomt bij de bedrijven waarvoor het bedoeld is. Je zou ook kunnenzeggen: het komt voor 40% tot 50% terecht bij de bedrijven waarvoor hetbedoeld is, dus hoe mooi is het dat we zo veel bedrijven met een aantalregelingen weten te bereiken? Zouden we niet veel vaker zo met elkaar dediscussie moeten voeren, vraag ik aan mevrouw Inge van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel voor de vraag. Ik zou het heel mooi vinden als 60% tot 70% bijde bedrijven terecht zou komen waarvoor het bedoeld is. Vandaar dat ikook zeg: de doelstelling van de regeling is wat ons betreft nog steedsrelevant, alleen blijkt de uitvoering in de praktijk net wat anders uit tepakken. Daarom roep ik ook op om het geld niet meteen weg te strepen,want wij staan achter de doelstelling, maar om met branches in overleg tegaan: welke regelingen werken nu wel heel goed, waar zitten eventueelgaten en kunnen we dit slimmer doen met elkaar? Mijn oproep is vooralom belastinggeld wat dat betreft effectiever in te zetten voor onzeondernemers.De voorzitter:Gaat u verder met uw inbreng.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan de Evaluatie Heffingskortingen en Tariefstructuur, waarin wordtaanbevolen de bekendheid en zichtbaarheid van heffingskortingen tevergroten en het stelsel zelf begrijpelijker en eenvoudiger te maken,namelijk door het niet meer afbouwen van heffingskortingen, wat kanworden verwerkt in tarieven. Ook de brief over een bovennorm voormarginale druk noemt dit als route. Waarom richt de Staatssecretaris zichdan alleen op het vergroten van de bekendheid door tabellen of eenrekentool op de website van de Belastingdienst? Is hij er nou echt vanovertuigd dat dit het begrijpelijker en eenvoudiger maakt voor mensenaan de keukentafel?Voorzitter. Er stond onlangs een mooi interview met professor LeoStevens in de krant, onder andere over box 3. Daarvan zei hij – en hij kanhet weten, want hij was erbij – dat het forfaitaire systeem een schaamlapwas, terwijl we zouden toewerken naar een vermogenswinstbelasting.Maar daar gaan we het nog uitgebreid over hebben.Interessant vond ik zijn visie op belastingmoraal. Een belastingadviseurzoekt naar manieren binnen de wettelijke ruimte om belastingen voor zijnklanten te verlagen, maar moet je alles willen adviseren wat technischmogelijk is? Er ligt een verantwoordelijkheid bij de sector, maar het vraagtook wat van ons als wetgevende macht. Fiscale regelingen kunnennamelijk heel gerechtvaardigd zijn, maar we moeten ook goed blijvenafwegen wanneer wij onwenselijke uitkomsten zien.In dat kader het volgende. Onlangs hebben we een briefing gehad overfamiliestichtingen, waar ruim 30 miljard in zit; ook dat werd al benoemddoor een collega. In die briefing werd impliciet de vraag gesteld wat depolitiek wenselijk vindt. Ik zou graag verder onderzoek willen, wantwaarom beslist een familie om miljoenen, zelfs miljarden, in eenfamiliestichting te stoppen? Zijn er naast fiscale redenen nog andereredenen? En vinden we dat in alle gevallen wenselijk? Ik lees bijvoorbeelddat zo’n 20 miljard in vastgoedstichtingen zit. Deze kunnen met eenstichting vastgoed verwerven en dat vervolgens aan de familie-bvverhuren, waarbij huurkosten aftrekbaar zijn bij de bv, maar huurin-komsten bij de stichting onbelast zijn. Dat effect geldt ook voor leningenvan de stichting aan de bv, en daarnaast geldt ook geen erf- en schenkbe-lasting als het beheer van de stichting overgaat naar de volgendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25018 generatie. Kan de Staatssecretaris bijvoorbeeld laten onderzoeken wat persaldo het verschil in belasting is wanneer het geld de stichting uiteindelijkweer verlaat? Ook heeft het in Nederland geen gevolgen voor het fiscaalgunstig behandelde vermogen in een anbi als de anbistatus wordtingetrokken, terwijl bijvoorbeeld in Duitsland onder een vergelijkbaarregime zulk vermogen binnen enkele jaren aan een ander goed doel moetworden geschonken. Kan de Staatssecretaris zo’n maatregel onder-zoeken?Tot slot. Ik ben ook blij met de resultaten van de internetconsultatie naarde ... Sorry.De voorzitter:U heeft eerst nog een interruptie van de heer Stultiens, GroenLinks-PvdA.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Zeer terechte vragen van het CDA, die ik deel. Is mevrouw Van Dijk hetook met ons eens dat er een aanpak nodig is, dus dat we behalve verderonderzoek ook maatregelen moeten nemen als wetgever? Want dit is inprincipe legaal, het mag, maar volgens mij maatschappelijk onwenselijk.Is het CDA dus bereid om samen met ons te kijken hoe we dit verderkunnen inperken?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dat is voor mij dan weer net te veel «grote stappen, snel thuis». Daaromzeg ik expliciet dat wij een aantal dingen zien die wij graag onderzochtwillen hebben: hoe zit dat nu? Op basis daarvan willen wij conclusiestrekken of er iets aan moet gebeuren, want het klopt dat we het gevoelhebben dat hier iets zit, maar ik wil het wel zeker weten.Voorzitter. Ik ben blij met de resultaten van de internetconsultatie naar dedifferentiatie in de suikertaks. Ik wil de Staatssecretaris dan ook aanmoe-digen dit zo snel mogelijk in te voeren. Gaat hij een voorstel doen bij hetkomende Belastingplan? Het lijkt ons nog steeds belangrijk dat dit hogeprioriteit krijgt. Maar ik vind het ook interessant dat een aantal bedrijvenaangeeft dat gekeken moet worden naar een suikerbelasting op voedings-middelen. Daar ben ik het helemaal mee eens. Er ligt al een mooi,uitgewerkt voorstel van een groep masterscriptiestudenten van de UvA. Isde Staatssecretaris bereid het uitbreiden van de gedifferentieerdesuikerbelasting naar alle voedingsmiddelen te onderzoeken? Want dit zouproducenten kunnen bewegen minder suiker aan hun producten toe tevoegen, wat natuurlijk in het belang is van onze volksgezondheid. Uit hetonderzoek bleek dat dit bijvoorbeeld in Engeland hele mooie resultaten totgevolg heeft gehad, met name bij de suikerconsumptie van onze kinderen.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties, dus dan geef ik u graag het voorzitter-schap weer terug.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Dank je wel, plaatsvervangend voorzitter. Ik heb ondertussen even contactgehad met de Staatssecretaris. Hij heeft verzocht om een redelijk ruimeschorsing van drie kwartier, dus ik zou willen voorstellen om 14.30 uurweer verder te gaan.De vergadering wordt van 13.47 uur tot 14.31 uur geschorst.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25019 Goed, we gaan verder met het debat Nationale fiscaliteit. Het woord is aande Staatssecretaris voor zijn eerste termijn. Collega’s, excuses. Ik wil zesinterrupties per persoon toestaan. We hebben namelijk best wel wat tijd.Het lijkt me gewoon ook mooi om de tijd te nemen. We hoeven niet alletijd te benutten, maar ik wil wel graag de tijd nemen om goed inhoudelijkdoor te kunnen vragen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik mis nog een aantal collega’s, een aantal Kamerleden. Ik heb ookantwoorden voor hen. Ik moet wel zeggen dat we heel wat antwoordenhebben gegroepeerd. Ik sorteer het per Kamerlid. Op sommige vragen kanik later nog terugkomen, zeg ik tegen de voorzitter, maar dat is wel eenbeetje lastig. Normaal doe ik dat wel en zeg ik «dit is het stapeltje-Grinwis,dus dat doe ik aan het eind».Ik begin maar met het eerste kopje: klimaat, gezondheid, energie en auto.Ik probeer er toch iets van een rode draad in te krijgen! Deze vragenhebben eigenlijk allemaal te maken met het subsidiaire doel van belas-tingheffing. Ik herinner de collega’s er graag aan dat het primaire doelinkomsten binnenhalen voor het dekken van de uitgaven is, niet alleenvoor vandaag maar ook voor de komende tientallen jaren. Dat zijn deheffingen op alles, altijd. Denk aan de loonheffing, de vpb en de btw.Maar we hebben ook secundaire doelstellingen, zoals het sturen vangedrag. Dan hebben we het over alles wat te maken heeft met milieuver-vuiling, gezond leven of bijvoorbeeld het beïnvloeden van gedrag op hetgebied van congestie, zoals netcongestie en snelwegcongestie. Dat is eensecundair doel. Ik heb de vorige keer in het debat ook uitgelegd dat hetnadeel van het secundaire doel is dat als je succesvol bent en er bijvoor-beeld geen milieu meer vervuild wordt, er ook geen accijns meer gehevenwordt op benzine. Dat is op zich hartstikke mooi voor het milieu, maarheel slecht voor de overheidsfinanciën. Daarom heet het dus ook een«secundair doel».Dan ga ik naar de eerste vraag. De heren Vermeer en Grinwis vragen naarde stand van zaken van de omzetting van de verbruiksbelasting vanalcoholvrije dranken. Zij vragen hierbij allebei naar het scenario op basisvan toegevoegde suikers. Ze vragen ook naar de omzeilingsroute doormiddel van een vleugje zuivel. Het kabinet is momenteel bezig met devraag of de overgang naar een gedifferentieerd stelsel wenselijk is, en, zoja, welk scenario dan de voorkeur heeft. Dit is overigens een belangrijkonderwerp geweest tijdens de behandeling van het Belastingplan, zowelin de Tweede Kamer als in de Eerste Kamer. In de Eerste Kamer heb ik ookeen tweetal extra routes toegezegd die we gaan uitzoeken. Het zijn er dusgeen vijf, maar het zijn er inmiddels zeven. Dat kost een klein beetje tijd.Het staat voor dit voorjaar op de planning om dat helemaal uitgeëxer-ceerd te hebben.De heer Grinwis vraagt hierbij om tempo. Nou, dat wordt gemaakt. Ik vindhet ook een belangrijk onderwerp. Er wordt inderdaad tempo gemaakt.Zoals in de contourenbrief is uitgelegd, zijn er ook bij ieder scenariodilemma’s. Daarom wordt dit goed tegen elkaar afgezet, ook de verschil-lende afwegingen en keuzes die je daarin kunt maken. Denk aan gezond-heidseffecten of denk aan de belasting op specifieke dranken. Bij de enedrank is de belasting wat hoger dan bij de andere drank. Bij sommigedranken is die misschien te hoog. Ook zijn er staatssteunaspecten als jebepaalde categorieën dranken uitzondert en andere niet. Daarnaast speeltook de vraag of de alcoholaccijns moet stijgen, om te voorkomen dat bierlager wordt belast dan frisdranken. Dat is misschien ook niet helemaal dejuiste route. Al deze aspecten wegen mee. Als dat alles op de plaat ligt,gaan we daar een keuze in maken.De heren Vermeer en Grinwis vragen ook ...De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25020 U heeft een interruptie van mevrouw Van Eijk.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Yes.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ervan uitgaand dat de verbruiksbelasting ...Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Neenee, ik heb nog meer.Mevrouw Van Eijk (VVD):Oké. Dan wacht ik even.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Want naast het proces hoe we het allemaal gaan wegen, was er ook eenvraag over specifiek toegevoegde suiker. Dat is een specifiek item binnende verbruiksbelasting. Een variant waarin je niet-toegevoegde suikeruitzondert, heeft voor- en nadelen. Misschien wel het allerbelangrijkstedaarbij is het eerste doel van deze belasting: het gezondheidsdoel. DeGezondheidsraad stelt: suiker is suiker.Ten tweede speelt de betaalbaarheid mee. Als dranken zonder toege-voegde suiker van belasting worden uitgezonderd, worden bijvoorbeeldook zerofrisdranken niet meer belast. Dat betekent een verdere tarief-stijging voor de dranken die nog wél worden belast. De vraag is:accepteren wij dat dranken met meer suiker veel duurder worden dan nu?Ten derde is een belasting op basis van toegevoegde suiker ook heelmoeilijk uitvoerbaar voor de Douane. Ik ben toevallig afgelopen maandagin het Douanelab geweest. De Douane voert ook de analyses uit of ersuiker in zit en of er zuivel in zit. Ik heb daar ook geleerd hoe dat werkt metdie 0,02% zuivel. Dat is ook de meetgrens. Het is echt verschrikkelijk omvast te stellen. Er wordt hartstikke goed gewerkt door mensen die daarheel veel van afweten, maar ook de handhaafbaarheid moet wordenmeegenomen in het maken van die keuzes.Vruchtensapsuiker, oftewel natuurlijke suiker, is suiker en is niet teonderscheiden van toegevoegde suiker. De medewerkers van hetlaboratorium hebben laten zien dat het niet mogelijk is om te beoordelenhoe dat dan werkt. Er ging een verhaal rond – dat voeg ik even toe – dathet in Groot-Brittannië wel zou kunnen. Dat hebben we uitgezocht. Hetbeeld dat wij daar nu bij hebben, is dat dat in Groot-Brittannië simpelwegwordt gedaan door het etiket af te lezen. Dat is dus niet toetsen en testenof iets daadwerkelijk een natuurlijke of toegevoegde suiker is. Tegelij-kertijd zijn dit allemaal elementen die we meewegen. Daar komt dus laterin dit eerste halfjaar een reactie op.Dit was het puntje over de ... O nee, ik heb er nog meer. Mevrouw Van Dijkvroeg of kan worden onderzocht of de suikertaks kan worden doorge-trokken naar overige voedingsmiddelen in het belang van de volksge-zondheid. Het vorige kabinet heeft onderzoek laten doen naar het effectvan een brede suikerbelasting op voedingsmiddelen. Dit onderzoek is8 mei 2024 aan de Kamer gestuurd, voor iedereen die dat wil nazoeken.Het huidige kabinet heeft geen plannen om naar aanleiding van ditonderzoek een suikerbelasting op voedingsmiddelen te introduceren. Welhouden we de ontwikkelingen daarbij in het oog en kijken we ook naarandere landen. Een suikerbelasting op voedingsmiddelen bestaatbijvoorbeeld in Hongarije. In Engeland, eigenlijk de voorloper van deverbruiksbelasting op dranken, bestaat deze bijvoorbeeld nog niet.Dan een vraag van de heer Vermeer. Telers van vruchtensappen zijn overhet algemeen Nederlandse mkb-bedrijven. Weegt de Staatssecretaris hetbelang van Nederlandse mkb-bedrijven mee in de vormgeving van eenfrisdrankenbelasting, naast de gezondheid en de budgettaire aspecten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25021 Het antwoord is: ja, we wegen natuurlijk alles mee. Dat is niet hetantwoord dat de heer Vermeer wil horen, maar ik geef een stukjetoelichting erbij. Belastingen worden per definitie zo neutraal mogelijkvormgegeven. Daarbij kijken we bij de besluitvorming over de omzettingnaar een verbruiksbelasting op basis van suikergehalte ook naar staats-steunaspecten. Aan staatssteunaspecten, aan het specifiek bevoordelenvan in dit geval je eigen mkb dat vruchtensappen maakt, zitten risico’s.Maar die belangen worden natuurlijk meegewogen en er wordt gekekenwat je wel en niet kan doen.Dan kom ik bij de energiebelasting, dus als er nog een vraag is over desuikerbelasting ...Mevrouw Van Eijk (VVD):In mijn interruptiedebatje met de heer Grinwis ging het over eeninvoeringsdatum. Ik leid hier maar impliciet uit af dat er in het Belas-tingplan 2026 in ieder geval niks gaat landen. Dat zou ik heel ambitieusvinden. Dan zou er ook al iets moeten vastliggen in de fiscale beleids- enuitvoeringsagenda die bij de Voorjaarsnota komt. Maar als we voor dezomer een reactie of richting krijgen, dan hebben we het nog niet in eenwet liggen. De vraag is dus: wanneer kan dat dan naar de Kamer komen?En wanneer zo’n verbruiksbelasting dan op zijn vroegst in werking treden?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dat is een hele goede. Kijk, laten we voor de datum van inwerkingtredingeven van achteren naar voren rekenen. De inwerkingtreding hangt heelerg van de implementatie af: hoe meer uitzonderingen er zijn, hoemoeilijker het uit te voeren is en hoe langer het duurt om het in te richten.Dat hangt dus heel erg van de scenario’s af. Een van de scenario’s ofmogelijkheden die we hebben, is niks doen. Als je niks doet, dan kan jegewoon door met de huidige belasting. Als het een variatie is op dehuidige belasting, dan kan je dat vrij makkelijk tweaken met parameter-aanpassingen. Als je echt hele ingewikkelde andere dingen gaattoevoegen, dan wordt het een structuurwijziging.Dan het wetstechnische aspect. U zei «ambitieus». We hebben natuurlijkeen hele ambitieuze dg van het directoraat-generaal en de afdeling fiscalezaken, die dit soort zaken natuurlijk supergraag aanpakt. Ik wil nietbeloven dat we het niet dit jaar gaan doen. Ik zie inderdaad dat hetmisschien wat langer gaat duren, afhankelijk van de ingewikkeldheid vanhet gekozen scenario, maar ik ben nog niet zover dat ik nu zeg dat het ditjaar niet lukt. Snap je wat ik zeg?Mevrouw Van Eijk (VVD):Nee, maar ik stel me zo voor dat de Staatssecretaris met een uitwerkingen een voorstel komt, en wellicht deze commissie nog wil sonderenvoordat er een wet naar de Kamer komt. Nou ja, tel maar terug.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Uiteraard, is daarop mijn antwoord, en die tijdsplanning hangt heel erg afvan wat we gaan doen. Een simpele parameteraanpassing is volgens mijeen stuk eenvoudiger dan een heel groot en breed nieuw iets optuigen.Als je iets totaal nieuws gaat optuigen, kan het nog jaren duren voordathet daadwerkelijk in werking treedt.Dan een vraag van de heer Stoffer. «De energiebelasting moet omlaag. Isde Staatssecretaris bereid om daarbij als eerste te kijken naar debelastingvermindering?» Het kabinet heeft op zijn zachtst gezegd oogvoor de oplopende energierekening. Het is een hot topic. De rekeningstijgt de komende jaren vooral door toenemende nettarieven en leverings-kosten. De energiebelasting die een gemiddeld huishouden momenteelbetaalt, blijft de komende jaren ongeveer 10% van de energierekening.Voor huishoudens die veel gas verbruiken, stijgt de energiebelasting licht,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25022 en voor huishoudens die energiezuinig zijn of veel elektriciteit verbruiken,daalt deze. Het kabinet neemt de ontwikkeling van de energierekeningmee in de voorjaarsbesluitvorming. Dat is wat ik dit moment kan zeggen.De vraag was of wij daar oog voor hebben. Het antwoord is ja. Ik zie ookwat de heer Stoffer bedoelt met belastingvermindering. Die kan jemisschien wat groter maken, zodat de rekening voor met name demensen die minder verbruiken, wat sneller naar beneden gaat. Dat zijnallemaal zaken die op de weegschaal liggen.Een vraag van de heer Vijlbrief. «De energiebelasting op aardgas is hogerdan op elektriciteit. De Europese Commissie doet aanbevelingen omelektriciteit minder te belasten. Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegendeze aanbevelingen en de huidige situatie in Nederland? Welkevoorstellen gaat hij doen om de juiste kant op te bewegen?» Ik heb deaanbevelingen uiteraard gezien. De komende jaren neemt de energiebe-lasting op elektriciteit in alle schijven af. Zo daalt het tarief op elektriciteittot 10.000 kilowattuur van € 0,10 per kilowattuur dit jaar naar € 0,075 in2030. Dat is dus al een daling van een goede 25%.Een verdere verlaging van de energiebelasting op elektriciteit moetzorgvuldig worden gewogen, want een verdere verlaging vergroot ook deprikkel om te elektrificeren, which is a good thing. Maar een verdereverlaging van de energiebelasting leidt ook tot problemen als meergebruik en netcongestie. Het is een fine balance waar we nu in zitten metalle problematieken op ons net. Uiteindelijk moet je ook kijken naar detotale energieprijs, want het gaat niet alleen over belasting, maar ook overde prijs van de energie zelf. Een verlaging van de energiebelasting leidtoverigens ook weer tot een budgettaire derving, en die moet wordengedekt. Tijdens de voorjaarsbesluitvorming wordt hiernaar gekeken.De heer Vijlbrief (D66):Dank aan de Staatssecretaris voor het antwoord. Ik kan hem helemaalvolgen. Toch even terug naar wat ik natuurlijk bedoelde te vragen. Het iseen publiek geheim dat een aantal coalitiepartijen hebben gezegd dat deenergieprijs omlaag moet, waarbij uit mijn hoofd twee partijen hebbengepleit voor het verlagen van de energiebelasting op gas. Ik weet zekerdat in ieder geval één partij, die in dit debat vrij dicht bij mij zit, heeftgezegd: wij doen dat liever op elektriciteit. Dat zegt de Commissie ook, endat zeggen ze natuurlijk niet voor niks. Ik ben het ook eens dat het een finebalance is met netcongestie, maar goed, daar heb ik weer anderevoorstellen voor gedaan. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dusnogmaals: kan hij volgen dat als hij moet kiezen tussen die twee catego-rieën, gas en elektriciteit, op grond van andere motieven de voorkeur tochbij elektriciteit zou moeten liggen?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Uiteindelijk gaan we toe naar een situatie – die nog wel een aantal jarenvan ons af ligt – dat we in Nederland geen gas meer en alleen nogelektriciteit gebruiken. Dat is het vergezicht. Daar moeten we naartoegroeien en daar speelt de beprijzing ook een belangrijke rol in. Natuurlijk,gas is vies en elektriciteit kan schoon – dat is een beetje de tegenstelling –dus dan wordt gezegd: we moeten gas duurder maken. Tegelijkertijd zijner ook mensen in het land die dat niet meemaken, vanwege het feit dat zeniet de keuze hebben om hun huis te elektrificeren of om hun stookgedragte minderen, en die uiteindelijk vanwege de kosten nu al de thermostaatop 15 graden of lager zetten. Dat is een thin fine balance, ook een aspectdat meegewogen moet worden, waarbij ik niet wil zeggen dat ik daarvoorga pleiten, maar het zijn helaas meerdere zijdes van dezelfde medaille.De heer Vijlbrief (D66):Maar laten we niet doen alsof mensen die een probleem hebben met degasprijzen geen probleem hebben met de elektriciteitsprijzen, want zeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25023 gebruiken ook elektriciteit, dus dat is maar ten dele waar. Ik haalde deEuropese Commissie aan, maar uiteindelijk staat ook in het hoofdlijnenak-koord dat de klimaatdoelen belangrijk blijven. De Staatssecretaris zegtterecht dat gas niet alleen vies is in termen van CO2, maar ten tweede isgas eindig en ten derde komt gas vooral uit landen die steeds instabieleraan het worden zijn. Er zijn dus heel veel redenen om dit te doen. Ik verstade Staatssecretaris zo dat hij zegt: dat begrijp ik allemaal, maar dat moetwel gewogen worden met de netcongestie aan de ene kant en deportemonnee van mensen aan de andere kant. Daar ben ik het mee eens.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik ben het daar ook helemaal mee eens. Het is inderdaad een lastige klemwaar je in zit. Ik wil daar nog één ding aan toevoegen. Ja, natuurlijk,iedereen moet om naar elektriciteit, maar er zitten ook andere elementenin. Niet iedereen is bijvoorbeeld eigenaar van zijn huis. Dan ben jeafhankelijk van derden met betrekking tot daadwerkelijke investeringen inje huis en het verlagen van de energierekening. Er is nog een anderevariant. Als je gas hebt, kan je natuurlijk ook allerlei dingen doen metbetrekking tot het verminderen van je gasverbruik, maar daar zitten ookweer punten aan. Eén. Het kost geld. Twee. Misschien ben je niet deeigenaar van je huis. Drie. Ook nog een klein detail: we hebben iets vanarbeidsmarktkrapte, dus het aantal techneuten om daadwerkelijk dekomende zes maanden te zorgen dat heel Nederland vergroent, is ook eenutopie. In die klem zitten we. Die klem moeten we wegen. Volgens mij zijnwe daar kabinet voor, om daar een wijs besluit over te nemen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag gaat ook over de fiscale vergroening en het klimaat. Vorig jaarwerd bij het Belastingplan gezegd: wacht maar rustig; in het voorjaarkomen we met aanvullende maatregelen om de klimaatdoelen te halen.Dat is nu bijna zover, maar ik maak me zorgen als ik de signalen bijsommige partijen uit de coalitie zie. Ik hoor graag een geruststelling datdeze Staatssecretaris blijft staan voor de afgesproken klimaatdoelen vanhet kabinet, de 55%.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:U vraagt mij overigens iets over iets wat buiten mijn terrein ligt, maardeze Staatssecretaris is zeer gecommitteerd aan de afspraken die we inhet hoofdlijnenakkoord gemaakt hebben. Daar is dit er een van.De voorzitter:Gaat u verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dan ... Dit is een leuke; ik heb namelijk een thuisbatterij, en ook zelfaangelegd. «De elektriciteit in een thuisbatterij wordt dubbel belast.Eerder bleek een oplossing lastig. Graag hoor ik van de Staatssecretaris ofdaar nog ontwikkelingen zijn die perspectief bieden.» Hier is inderdaadeerder onderzoek naar gedaan. Het bleek dat zonder technologischeontwikkelingen het vaststellen en voorkomen van het meermaals heffenvan energiebelasting niet mogelijk is. Het is ook technisch niet mogelijk.Die ontwikkelingen zijn er helaas nog niet. We houden hierover contactmet de sector en het Ministerie van IenW, want feitelijk ligt dit onderwerpniet bij mij. Het is een technische aanpassing van onze energie-infrastructuur. Tegelijkertijd is de thuisbatterij in opkomst en kan dienatuurlijk een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen vannetcongestie. Ook dat is lovenswaardig doel. Dan moet iedereen voorzichzelf wegen of hij dat daarna doet of niet.Een vraag van de heer Vijlbrief over de dubbele belasting van groen gas.De heer Vijlbrief stelt dat er sprake is van dubbele belasting bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25024 productie van groen gas en vraagt wat ik voornemens ben hieraan tedoen. Binnen de energiebelasting gelden voor producenten van groen gasgrotendeels dezelfde regels als voor producenten van andere energiepro-ducten, zoals aardgas en minerale oliën, zeg maar alle producten vanraffinaderijen. Er is daarbij geen sprake van dubbele belasting. Degrondstof van het energieproduct, in dit geval biomassa bij groen gas, isnamelijk vrijgesteld van energiebelasting. Wel moet er energiebelastingworden afgedragen over de elektriciteit die wordt gebruikt in hetproductieproces, in dit geval voor de verwarming van de biomassa. Deenergiebelasting stimuleert in ieder geval dat de energie-efficiëntie vanhet productieproces toeneemt. Overigens werkt de Minister van KGG aaneen bijmengverplichting als instrument om de productie van groen gas testimuleren. Dat kan ik daarover zeggen, maar uiteindelijk is er wat onsbetreft geen echte dubbele belasting op groen gas.Nog een vraag van de heer Vijlbrief: wat gaat de Staatssecretaris ditvoorjaar doen om ervoor te zorgen dat elektrisch rijden niet duurderwordt dan rijden op brandstof? We staan voor een grote opgave om deklimaatdoelen te halen. Emissievrije auto’s spelen een belangrijke rol inhet terugdringen van CO2-uitstoot. Het kabinet wil het aanschaffen vannieuwe en tweedehands emissievrije personenauto’s aantrekkelijkhouden. Het is superrelevant dat we niet alleen nieuwe elektrische auto’sstimuleren, maar dat we er daarna ook voor zorgen dat tweedehandsemissievrij personenauto’s ons land niet uitgaan en we daarmee heelEuropa aan het vergroenen zijn. Dat is op zich een lovenswaardigbeleidsdoel, maar zeker niet de wens van dit kabinet. We zouden graag dein Nederland reeds gestimuleerde elektrische auto’s in Nederland houden.Dat staat ook in het regeerprogramma. Wij zien ook een probleem met degrondslag voor belasting. In het kader van continuïteit op het gebied vanbelastingen is ook in het regeerprogramma opgenomen dat wij eenlangjarige visie voor autobelastingen moeten gaan ontwikkelen. Want alswe allemaal niet meer op benzine of diesel rijden, dan heffen we geenaccijns en is de bpm ook praktisch nul. Dan krijgen we met het huidigesysteem uiteindelijk de situatie dat we ook onvoldoende inkomstenhebben voor onderhoud van wegen. Daar zijn we dus mee bezig. Datkomt dit voorjaar. Hierover ben ik zelf ook zeer actief in gesprek met deheer Madlener.De heer Vijlbrief (D66):Een langjarige visie lijkt mij uitstekend. De Staatssecretaris zegt dat die ditvoorjaar komt. Dat is een rekbaar begrip. Dat houdt op op 21 juni. Het zoumij een lief ding waard zijn als we dit voor het reces zouden kunnenbespreken, zodat dat eventueel, als daar nog gevolgen aan zouden zitten,kan neerslaan in het Belastingplan. Is dat ook wat de Staatssecretaris wil,of staat die visie helemaal los van de praktijk voor het komende jaar? Hoemoet ik de verhouding precies zien? Mijn opmerking ging natuurlijkeigenlijk over nu. Ik begrijp totaal wat de Staatssecretaris zegt. Ik denk dathet ook correct is. Je moet nadenken over hoe je dat langjarig gaatregelen. Maar mijn opmerking ging natuurlijk over het heden. Ik wil graagop die visie wachten, maar dan wel zodanig dat die ook in het volgendeBelastingplan een plaats zou kunnen krijgen. Hoe ziet de Staatssecretarisdat?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Hoe zie ik dat? Als ik het heb over de autobelastingen en wat we daarmeemoeten doen, dan kijk ik vooruit naar 2040. Dat wil niet zeggen dat alleslange termijn is. Daar zitten ook kortetermijnaspecten bij. Om maar eveneen paar olifantjes in de kamer te benoemen: we hebben nog eenuitdaging met de accijns, vanwege het feit dat we nog steeds een tijdelijkeaccijnskorting hebben waar elk jaar geen dekking voor is en dat hetallemaal heel ingewikkeld is. Dat is een punt. Daar moeten we wat mee,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25025 ook in relatie tot alle grenseffecten en het feit dat benzine in Nederlandflink duurder is dan net over de grens.Inmiddels maken ze bij de grens grappen over de dure benzine inNederland. Ik was laatst bij een tankstation in België, toen we terug-kwamen uit Brussel. Daar stond: tank nu hier € 0,45 goedkoper dan bijonze buren. Dus ja, dat was een bepaalde vorm van zwartgallige humor.Daar moeten we wat mee. Dat is de korte termijn. Het tweede waar wewat mee moeten, is het feit dat elektrische auto’s wel aantrekkelijk moetenblijven ten opzichte van brandstofauto’s. Ook daar heb je knoppen waar jenu, vandaag, aan kan draaien.Maar als we het hebben over de toekomst: ik denk dat we echt eengesprek met elkaar moeten hebben over wat je wil doen met de bpm, dieuiteindelijk in de huidige vorm verdwijnt, of de motorrijtuigenbelasting. Isde grondslag daarvoor nog wel geschikt gezien het feit dat elektrischeauto’s aanzienlijk zwaarder zijn dan fossielebrandstofauto’s? Op hetmoment dat we daar iets anders gaan doen, bijvoorbeeld belasting heffenover het aantal ramen in een auto ... Vroeger werd er in Frankrijk ookbelasting geheven op de cilinderinhoud van auto’s. Zo zijn er verschil-lende grootheden waar je belasting op kan heffen.Als we op een gegeven moment zeggen «deze grondslag vinden we veeleerlijker dan wat er nu is», zijn we jaren verder voordat we dat ingevoerdhebben, vanwege het feit dat dat ook weer een Belastingdienstprojectwordt. Er zitten dus wat ons betreft in de plannen waar het kabinet meegaat komen korte-, middel- en langetermijnoplossingen, een visie op hoewe tot 2040 op een nette manier belasting blijven heffen op auto’s.De heer Vijlbrief (D66):Ik denk dat het verstandig is, met het oog op het Belastingplan dat ermoet gaan komen, dat we nog voor de zomer een commissiedebat overfiscale vergroening aanvragen, waar dit ook onderdeel van zou moetenzijn; dat zullen we dan via de procedurevergadering doen. Als deStaatssecretaris graag wil dat we hierover praten in het licht van delangere termijn, wat ik eigenlijk wel een verstandige opmerking vind, danzou het denk ik verstandig zijn als die brief van de Staatssecretaris er injuni ligt. Juni hoort bij het voorjaar, tot 21 juni, dus dat zou moetenkunnen passen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik zal die brief tijdig, voor het reces, sturen. Volgens mij heet die – dat iseven jargon dat ik niet ken, maar dat kent de heer Vijlbrief misschien beter– de jaarlijkse autobrief. Ik weet niet wie er ooit mee begonnen is. Was jijdat?De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter, dit telt niet als interruptie. Ik herinner mij die autodebatten alsde moeilijkste debatten die er te voeren waren, dus ik suggereer dat deStaatssecretaris een avondje vrij neemt voordat dat debat er is, want hetvalt niet mee. Het valt niet mee.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Als dat debat nog gepland moet worden: wanneer heeft u eensnipperdag? Want dan ... Maar goed, volgens mij gaan we door naar hetvolgende punt.De voorzitter:Gaat u door met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Nog een vraag van de heer Vijlbrief, ook over brandstoffen voor auto’s –nou, niet voor auto’s trouwens. «Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25026 bijvoorbeeld een horizonbepaling zal opnemen in de nieuwe fossielesubsidie ten aanzien van rode diesel?» Het uitgangspunt is om voor allenieuwe fiscale regelingen een horizonbepaling op te nemen. Dat is dusgewoon het brede uitgangspunt, volgens mij ook naar aanleiding van eenmotie, al eerder genoemd vandaag. In zo’n horizonbepaling wordtexpliciet aangegeven voor welke duur de regeling geldt. Na de evaluatiekan worden besloten om de regeling te continueren. Dat is het algemeneantwoord. Specifiek over rode diesel: momenteel zijn we bezig met hetuitwerken van de maatregel. Dat staat ook in het hoofdlijnenakkoord. Datzijn we op dit moment aan het wegen. Je kunt het op verschillendemanieren uitvoeren. Het is lastig, maar het moet ook snel en ook goed.Dat zijn dus zaken die momenteel in het proces zitten.Tot zover de belastingen en de secundaire doelen van belastingen. Dan gaik nu naar alles wat te maken heeft met aftrekposten en minder belastingbetalen. Ik noem ze even op: anbi’s, giftenaftrek, lucratief belang,familiestichtingen, de WKR en de algemene heffingskorting. Dat is duswat nu voorbij gaat komen.De heer Stoffer – ik vind het jammer dat hij er niet bij is nu – vraagt wat deinzet van het kabinet is ten aanzien van de giftenaftrek. Hij vroeg of ik kantoezeggen dat de giftenaftrek deze periode niet wordt versoberd. In hethoofdlijnenakkoord stond kort gezegd dat de fiscale regeling rond giftende komende jaren wordt beperkt. Bij de behandeling van het Belas-tingplan 2025 in het afgelopen najaar heeft het kabinet dit afgezwakt enalleen afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting envan de regeling geven uit de vennootschap voorgesteld. Als gevolg vaneen amendement is de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting tochovereind gebleven en is het plafond voor de giftenaftrek van periodiekegiften in de inkomstenbelasting verhoogd van € 250.000 naar 1,5 miljoen.Alleen het voorstel om de regeling geven uit de vennootschap af teschaffen, is per 1 januari 2025 een feit; die wordt dus afgeschaft. Geziende historie van hoe dit tot stand gekomen is, in combinatie met deeenverdienersproblematiek en de btw op sport, media en cultuur, en ooknog zoiets als goed bestuur en het op een nette manier omgaan met deoppositie, kan ik me niet voorstellen dat versobering van de giftenaftreknog wordt voorgesteld. Ik ben het in ieder geval niet voornemens.De heer Grinwis schetst een casus van een fictieve Nederlandse stichting.Dit is interessant. Ik mag niet reageren op een voorbeeld over een echtestichting, maar als ik reageer op een voorbeeld over een fictieve stichtingis het weer de vraag of het gaat over een situatie die daadwerkelijkvoorkomt. Een lastig verhaal dus. Het voorbeeld gaat over een stichtingdie zich ten doel heeft gesteld om een buitenlandse stichting die in eenland hulp biedt aan oorlogsslachtoffers, financieel te ondersteunen. Devraag was waarom deze stichting mogelijk geen anbistatus zou kunnenhebben. Een anbi is een instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend –dat is fiscaal jargon voor minstens 90% – het algemeen nut dient en aaneen aantal specifieke voorwaarden voldoet.Het begrip «algemeen nut» is in de wet bewust neutraal vormgegeven enwordt ook neutraal getoetst. Als je bijvoorbeeld wilt geven aan een anbidie iets doet binnen geloofsgemeenschappen, dan kan het zomaar zijn datandere mensen daar iets van vinden en zeggen: stop daar nou mee. Omdie reden is het neutraal geformuleerd, want je wilt als overheid geenmening geven over wat wel en niet tot nut kan strekken.Er zijn vele anbi’s in Nederland die samenwerken met buitenlandseorganisaties met als doel het algemeen nut te dienen. Als zij aan deoverige voorwaarden voldoen, kunnen zij gewoon als anbi gekwalificeerdworden. Noodhulp, ontwikkelingshulp, alles in de buurt van Giro555 en deorganisaties die daarmee bezig zijn, zijn anbi’s. In algemene zin herken ikde casus van de heer Grinwis dus niet. Dat dit misschien willekeur vanéén inspecteur zou zijn, kan ik ook niet beoordelen omdat ik niet weet omwelke casus het gaat. En stel dat hij had gezegd om welke stichting hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25027 gaat, dan mag ik er vanwege de geheimhoudingsplicht weer geenuitspraken over doen. Tegelijkertijd is het zo dat een organisatie dievoldoet aan de anbistatusvoorwaarden, die anbistatus in principe gewoonzou moeten krijgen. Ik hecht eraan te benoemen dat er meer gronden zijnvoor een anbistatus. Het gaat dus niet alleen om het beogen vanalgemeen nut. Er zijn ook nog andere vereisten aan anbistichtingen. Jemoet aan álle eisen voldoen. Het is dus niet zo dat je daarin selectief kuntzijn.Een vraag van de heer Stultiens. Het kabinet is naar aanleiding van demotie-Idsinga een internetconsultatie gestart met mogelijke alternatievenvoor de lucratiefbelangregeling. Waarom deze «slappe uitvoering» van demotie, vroeg hij. Nou, dat is grappig, want ik wil hier heel graag mee aande slag. Ik vind juist dat ik er heel sterk mee bezig ben. Wij willen ditdaadwerkelijk laten landen in wetgeving. Dat willen we zorgvuldig doen.Daarom is dit ook in internetconsultatie. We hebben twee voorstellengedaan. De motie-Idsinga roept het kabinet op om de huidige lucratiefbe-langregeling zo aan te passen dat lucratieve belangen alleen in box 1 zijnbelast. Dat is dus alleen voor werknemers. Naar aanleiding van dezemotie is mede vanwege de complexiteit van de regeling een ambtelijkonderzoek naar de lucratiefbelangregeling uitgevoerd. Hieruit bleek onderandere dat de huidige praktijk, de mogelijkheid tot heffing in box 2, voorzowel de Belastingdienst als de belastingplichtige rechtszekerheid biedt.Daarnaast is het onzeker of een heffing in box 1 tot meer opbrengsten zalleiden dan nu het geval is, vanwege onzekerheid over de vraag of hetheffingsrecht geëffectueerd kan worden onder de van toepassing zijndebelastingverdragen. Wij willen dit zorgvuldig doen, want we willen nietdat er in de wet een nieuwe loophole komt.We hebben nu twee opties geschetst. Die heb ik overigens ook uitgebreidtoegelicht in mijn brief van 13 februari jongsleden. Het eerste alternatief isde heffing meer dan nu in te bedden in de loonheffingen. Het tweedealternatief is een heffing in box 2 met een multiplyer voor lucratief belang,waarmee de voordelen van lucratief belang zwaarder worden belast. Datgebeurt dan eigenlijk op dezelfde manier als bij giften aan cultureleinstellingen, want daar zit ook een multiplyer op. Daarbij verhoog jebelasting op een bepaalde manier op een specifieke grondslag. Bij degiften gaat het natuurlijk over de korting die daaroverheen gaat, maar hetidee van een multiplyer zou kunnen. Hierbij geldt ook dat de invoering vaneen box 3-stelsel naar werkelijk rendement ook belangrijk is in devormgeving van een alternatieve lucratiefbelangregeling. Na de internet-consultatie ga ik graag met de Kamer in gesprek over de vervolgstappen.De term «slappe uitvoering» herken ik niet. Ik vind termen als «gecommit-teerd» en «zorgvuldig» meer passen bij mijn handelen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Laat ik dan ook eerlijk zijn. Als de Staatssecretaris vandaag zegt dat er eenwetswijziging komt, dan vind ik dat geen slappe reactie. Ik vind dat heelfijn om te horen. Ik las in het rapport eigenlijk: laten we het houden zoalshet is. Maar de motie vroeg juist om het te veranderen. Daarom was ikgeschrokken. Ik ben blij dat de Staatssecretaris nu zegt dat er eenwetswijziging komt. Dan is mijn vraag wanneer hij verwacht die te kunnensturen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Alles wat ik stuur, is altijd nog een voorstel tot wetswijziging. Ik benvoornemens dit uiteindelijk in een voorstel te laten landen. Dat ben ik nuaan het uitwerken. U heeft mij, denk ik, goed gehoord.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dat is fijn om te horen. Is dat dan ook voor de zomer? Hoelang denkt deStaatssecretaris nog nodig te hebben hiervoor?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25028 Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Daar kom ik misschien later even op terug. In het kader van het op ordehouden van de werkbelasting rond het Belastingplan is voor de zomernatuurlijk wel snel. Maar het moet wel gaan gebeuren.Mevrouw Van Eijk (VVD):Wij vonden het ambtelijk rapport wel heel helder in de conclusies. Wezouden het goed kunnen begrijpen als het blijft zoals het is. Ik verwachtdat dat ook nog steeds een uitkomst kan zijn als na de consultatie blijktdat de varianten die voorliggen niet zo haalbaar, werkbaar of uitvoerbaarzijn als misschien gehoopt wordt door sommige partijen. Ik wil dus eventoetsen of dat ook nog steeds een optie is.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Eens. Het besluit is nog niet genomen. Dat doe ik namelijk ook niet alleen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Nee, dat klopt. Dat doet de Kamer uiteindelijk in meerderheid. Die motie isaangenomen met een meerderheid. Ik weet dat de VVD die motie nietsteunde, en dat is valide, maar er is gewoon een ruime Kamermeer-derheid die zei: zorg dat dit aangepakt wordt. Ik mag dus toch hopen datdiezelfde partijen dat nog steeds vinden als er straks een voorstel naar deKamer komt. Dit is meer een mededeling dan een vraag trouwens.De voorzitter:Ik hoorde inderdaad geen vraag.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Het kabinet heeft de motie gehoord en we zijn ermee bezig, maar het iscomplex. We willen voortvarend aan de slag gaan met het van elkaarscheiden van zin en onzin zodat we uiteindelijk tot een oplossing kunnenkomen. Die moet goed zijn. Ik kan er nu niets meer aan toevoegen. We zijnermee bezig.De voorzitter:Gaat u verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dan gaan we naar de familiestichtingen en het rapport daarover en dedaarin genoemde belastingconstructies. Daar waren heel wat vragen overvan de heer Stultiens. Wat is het maatschappelijk belang? Waarom dezeextreem gunstige fiscale behandeling? Waarom staan we dit als wetgevertoe? Hoe krijg je dit uitgelegd aan de Nederlandse belastingbetaler? Watgaat het kabinet eraan doen? Nou, dat punt is helder.Mevrouw Van Dijk vroeg of er naast fiscale redenen nog andere redenenzijn om familiestichtingen op te richten. Zijn er ook gevolgen bij hetintrekken van de anbistatus? Kan de Staatssecretaris een maatregel als inDuitsland onderzoeken? Allereerst ben ik heel blij dat dit onderzoek isverricht en dat er inzicht is gekomen in het vermogen in familiestich-tingen. Dit vermogen is nooit eerder in kaart gebracht en werd gezien alseen blinde vlek in de vermogens van Nederlandse huishoudens en deverdeling daarvan. De Kamer heeft inmiddels ook gevraagd om eenkabinetsreactie. Volgens mij is het trouwens goed gebruik dat we bij elkeevaluatie per definitie een kabinetsreactie sturen. Dat gaat dus helemaalgoed komen.Twee weken geleden is er ook al een technische briefing in de Kamergeweest met de meest betrokken onderzoekers over het onderzoek naarstichtingen. De vraag in de technische briefing was: hoe nu verder? Dat isnu ook uw vraag. Vooropgesteld vormen familiestichtingen – laten we hetgewoon «stichtingen» noemen – een belangrijke schakel voor het gevenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25029 aan goede doelen. Het kabinet waardeert dit. Dit rechtvaardigt eengunstige fiscale behandeling voor stichtingen die schenken aan goededoelen en, om maar eventjes heel specifiek te zijn, anbi’s. Daarin zit dusook het maatschappelijk belang. Schenken aan anbi’s, algemeen nutbeogende instellingen, vinden we goed. Daar hebben we een fiscalestimulans voor. Daar is de Kamer in meerderheid nog altijd voor. Maar ikwil ook duidelijk gezegd hebben dat ik het onwenselijk vind als eroneigenlijk gebruik wordt gemaakt van fiscale voordelen. We krijgen hetalleen uitgelegd aan de belastingbetaler als die scheiding goed gemaaktwordt. Er zijn verschillende niet-fiscale redenen om een familiestichtingop te richten, bijvoorbeeld om het vermogen van de familie bijeen tehouden, zeker als dat vermogen uit ondeelbare bestandsdelen bestaat, ofvoor volgende generaties. Een andere reden is om het vermogenuitsluitend aan bepaalde maatschappelijke initiatieven te besteden.Een van de belangrijkste conclusies van het onderzoek is dat familiestich-tingen meestal niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting,omdat er geen onderneming wordt gedreven. De keuze dat stichtingen ineerste instantie niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbe-lasting, is lang geleden gemaakt, waarschijnlijk met in het achterhoofd datstichtingen vaak een maatschappelijke bijdrage leveren. Dit kan wringenwanneer er ook sprake is van stichtingen waarbij het leveren van eenmaatschappelijke bijdrage niet per se voorop lijkt staan. Die dienen dusniet het algemeen nut, maar het nut van specifieke individuen of families.Daarom het volgende. Ik ben van plan om de Kamer een uitgebreide briefte sturen – het zal u niet verbazen dat we daar op dit moment bezig zijn –over de belastingplicht van stichtingen, de achtergrond en historie van dehuidige fiscale behandeling van stichtingen en de knelpunten enmogelijke alternatieve fiscale behandelingen, waarbij met name naar devpb-plicht wordt gekeken, met alle voor- en nadelen en maatschappelijkeoverwegingen. Deze brief wil ik u dit najaar toesturen. Het is een zeertechnisch verhaal, zeker op het moment dat andere zaken daarbij horen,bijvoorbeeld met betrekking tot het binnenland of buitenland. Maar hetkan ook zomaar heel complex worden als het gaat over vastgoed.Volgens mij wil iemand hier een vraag over stellen.Voorzitter: StultiensDe voorzitter:Mevrouw Van Dijk wil graag een vraag stellen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik had eigenlijk in mijn inbreng gevraagd om verder te kijken naar tweespecifieke punten. Komen deze terug in de brief?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Daar kom ik nog op.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Gaat u dan vooral verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik heb nu volgens mij wat gezegd over de eventuele vpb-plicht vanstichtingen die niet het algemeen belang dienen. Maar we hebben ookgewoon stichtingen die wel het algemeen belang dienen, de zogenaamdeanbi’s. Verder bleek uit onderzoek dat sommige familiestichtingen eenanbistatus hebben met extra fiscale voordelen en dat er soms sprake isvan bepaalde belastingconstructies, zoals door de heer Stultiens werdgenoemd. Komende maand wordt de evaluatie van de uitvoering van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25030 anbiregeling afgerond. Ik ben van plan om de uitkomsten van dezeevaluatie mee te nemen in de kabinetsreactie op het onderzoek naarfamiliestichtingen, zodat inzichten uit beide rapporten kunnen wordengecombineerd. De kabinetsreactie verwacht ik voor de zomer naar deKamer te sturen.In de evaluatie van de anbiregeling kijkt men ook naar de mogelijkhedenom de regels voor ex-anbi’s aan te scherpen, bijvoorbeeld door eenafrekenverplichting in te voeren, zoals in Duitsland. Ik wacht dit rapport afen zal in de reactie op dit rapport ingaan op deze mogelijkheden. Ik bengemotiveerd om hier wat aan te doen. Om een analogie te geven: hetheeft wat weg van een exittaks, vergelijkbaar met wat we hebben voorvermogenden die naar het buitenland verhuizen. Het kan niet waar wezendat je met belastingvoordelen een anbi bouwt, de status laat verlopen endaarna alles wat God verboden heeft kan doen met dat geld. In die zin benik dus zeer gemotiveerd om die route aan te pakken.Er wordt momenteel ook aan een totale verbetering van de anbiregelinggewerkt. Naar aanleiding van het adviesrapport Toezicht op Algemeen Nutzal het toezicht door de Belastingdienst worden verbeterd door eenanbiportaal te introduceren. Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026,waarin de wettelijke grondslag voor het anbiportaal wordt geregeld, zalnaar verwachting nog in april bij de Kamer worden ingediend, ook in hetkader van het spreiden van wetgeving. Even voor de helderheid: in deKamerbrief werd het per abuis de «fiscale verzamelwet 2027» genoemd.Dat las u goed, mevrouw Van Eijk. Maar laat ik het zo zeggen: dat komteraan. Vervolgens zal dat ook ingepland worden, mocht het allemaalgoedgekeurd worden. De IV-ontwikkeling van het portaal zal in ieder gevalnog enige tijd duren. Het zou zomaar nog wel een aantal jaren kunnenduren, maar volgens mij is de planning dat we dat in 2030 gereed moetenhebben.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij dat de Staatssecretaris hier ook gemotiveerd over is, want dandelen we de interesse om hier goed naar te kijken. Zou hij in die brief metname willen kijken naar wat ik «de top van de piramide» noem? Iknoemde zelf die achttien stichtingen met 18 miljard. Dat roept bij mijnamelijk de meeste vragen op. Ik kan niet bedenken hoe dit maatschap-pelijk relevant is. Voor een groot deel zijn dat aandelenpakketten van derijkste families in Nederland. Volgens mij moet hier iets aan gebeuren.Maar ik hoop dat hier extra aandacht voor kan komen in de brief van deStaatssecretaris.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Mijn laatste punt ging over de anbi’s. Het kan niet anders dan dat de topachttien stichtingen van 18 miljard waar u op doelt, geen anbi’s zijn. Datgaat eigenlijk nog over het voorgaande. Je zit dan al heel snel meer in derichting van stichtingen met heel veel vermogen, die al dan niet onder devpb-plicht zouden moeten vallen. We onderzoeken wat we daaraankunnen doen. Maar ik vind het wel goed om die twee uit elkaar te trekken.Laat ik zo zeggen: de opmerking in het rapport dat u aanhaalt gaat nietover anbi’s.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik begrijp dat hier nader onderzoek naar wordt gedaan. Ik vind dat ookgoed. Ik heb inmiddels wel begrepen dat het vermogen in dat soortstichtingen op hele verschillende manieren tot stand kan komen. Somswordt dat in één keer afgestort. Soms gebeurt dat periodiek. Somsgebeurt dat al dan niet in familieverband. Ik zou het wel fijn vinden als dienuance ergens in dat onderzoek en in de brief naar voren komt. Hethebben van veel vermogen in een stichting is namelijk niet per definitiefout.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25031 Staatssecretaris Van Oostenbruggen:U zegt «nuance». Ik noem het «complexiteit». Wat u nu opnoemt, zouzomaar mijn spreektekst kunnen zijn. Het duurt daarom ook echt tot hetnajaar voordat we daar een goed onderzoek en een goede brief voorhebben. Het onderwerp staat op de radar. Je moet daar niet als een olifantin een porseleinkast doorheen gaan en dingen stukmaken die misschienniet stuk gemaakt moeten worden. Dat wou ik daarover zeggen.Ten slotte. In het stichtingenonderzoek is geconstateerd dat stichtingenmeestal niet kwalificeren als afgezonderd particulier vermogen. Was hetmaar zo, want dan werd het namelijk gewoon betrokken in de belasting-heffing. In geval van een afgezonderd particulier vermogen wordt hetvermogen in de stichting belast alsof het privévermogen betreft. Dat isbijvoorbeeld het geval wanneer ik een «stichting boodschappen van VanOosterbruggen» zou oprichten en ik met de rekening van de stichting mijneigen boodschappen zou betalen. In het rapport wordt aangegeven dathet goed zou zijn om de wetgeving omtrent afgescheiden privévermogente evalueren, omdat de laatste evaluatie uit 2013 stamt. Ik ben dus ook vanplan om dat te doen. Ik zal deze evaluatie op de Strategische EvaluatieAgenda te zetten, die elk jaar bij de Miljoenennota wordt gepresenteerd.Mevrouw Van Eijk is benieuwd naar de onlangs aangenomen motie overeen meerurenbonus in de werkkostenregeling en vraagt: wanneer kan deKamer een voorstel verwachten? Het is op dit moment mogelijk om ondervoorwaarden een meerurenbonus te geven in de vrije ruimte van de WKR.Het is aan werkgevers of ze ook daadwerkelijk gebruikmaken van dieregeling, want de WKR kan ook gebruikt worden voor andere zaken. In deevaluatie van de WKR wordt ook meegenomen in hoeverre de WKR eengeschikt instrument is om andere doelen te realiseren. Daarnaast werkthet kabinet aan de uitwerking van de motie-Vijlbrief en de motie-Vijlbrief/Aartsen, over een meerurenbonus en andere instrumenten om arbeids-participatie te stimuleren. Het kabinet zal naar verwachting dit voorjaar deresultaten hiervan met de Kamer delen. Dat kan ik hierover zeggen. Datdoen we dit voorjaar. We werken heel hard! Jullie ook? Dat doen weallemaal! Je zou zelfs een meerurenbonus kunnen vragen. Dat was eengrapje.Dan heb ik nog een vraag van de heer Grinwis. Fijn dat u er weer bent.«De verlaging van de algemene heffingskorting zorgt ervoor dat de meestkwetsbare arbeidskrachten erop achteruitgaan. Is dit bewust beleid? Watgaat u eraan doen om te voorkomen dat deze groep burgers eropachteruitgaat?» Het kabinet ziet dat juist voor deze mensen, die vaak alnaar maximaal arbeidsvermogen werken, een achteruitgang in inkomenpijnlijk is. Dit raakt direct aan het uitgangspunt dat werken moet lonen.Voor de meeste mensen zorgt het beleid van dit kabinet er dan ook voordat werken lonender wordt.Bij de koopkrachtbesluitvorming is gestreefd naar een evenwichtigkoopkrachtbeeld met aandacht voor het ondersteunen van kwetsbaregroepen en werkende middeninkomens. Er zijn ook maatregelengenomen om de koopkracht van deze huishoudens te verbeteren, zoalshet verhogen van de huurtoeslag en het kindgebonden budget. Hetkabinet vindt het inderdaad zorgelijk dat mensen in een kwetsbarefinanciële positie er toch op achteruitgaan. En om de vraag maar evenscherp te beantwoorden: nee, dat is geen concreet beleidsdoel. Daaromvoert het kabinet momenteel gesprekken met de VNG om te onderzoekenhoe de brede financiering van beschut werk kan bijdragen aan hetverbeteren van de bestaanszekerheid van mensen die door de situatiegetroffen zijn. Daarnaast werkt het kabinet aan de hervorming van hetstelsel van inkomensondersteuning, waarbij een belangrijk uitgangspuntis dat werken moet lonen. Dat zou het dus ook voor deze groep mensenmoeten doen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25032 De heer Grinwis, en welkom.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik heb natuurlijk heel veel gemist, maar ik bengelukkig op tijd terug voor dit antwoord. Dank aan de Staatssecretaris.Fijn dat het geen bewust doel is van beleid, maar het is natuurlijk wel hetgevolg van beleid. Het is een beetje wrang dat een kabinet dat zegttoeslagen te willen afschaffen, toeslagen als vluchtheuvel gebruikt omdeze mensen nog een beetje tegemoet te komen, mochten ze rechthebben op die toeslagen, omdat ze bijvoorbeeld huren en niet in eenkoophuis zitten. Mijn punt is dat we hier vrij breed in de Kamer volgensmij best begrip hebben voor een belastingstelsel dat iets minderinkomensafhankelijk is, met al die heffingskortingen en afbouwpaden enook afbouwpaden in toeslagen. Maar moet je dan tegelijkertijd niet ookbereid zijn om te kijken naar een simpele knop als verhoging van hetminimumloon? Want dat heeft dit kabinet achterwege gelaten. Maar als jewil versimpelen aan de inkomstenbelastingkant, wat we volgens mij heelbreed willen, dan heb je toch uiteindelijk als mitigerende maatregel eeniets hoger minimumloon nodig?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Hoe kom je van beschut werken bij het minimumloon. Maar ik begrijp uwvraag. Daar kan ik wel het een en ander over zeggen. We hebben hier netook een breed debat gehad over de autobelastingen, waarbij we ook echteen probleem hebben met het feit dat grondslagen veranderen. Daar hebje een korte- en een langetermijnoplossing. Korte termijn: je moet ietsvandaag. Lange termijn: hoe ziet de wereld er over tien jaar uit? Een totaleherziening van het inkomstenbelastingstelsel gaat heel veel tijd kosten.Dat betekent dat we daar met elkaar goed over moeten spreken. Dat moetlanden in wetgeving en dat moet uiteindelijk ook geïmplementeerdworden bij de Belastingdienst en andere uitvoerende diensten. Op dekorte termijn moet je toch wat doen. Helaas is de knop die daarvoorbeschikbaar is de toeslagenknop. Dat hebben we dus ook gedaan in deafgelopen Miljoenennota. U vindt het gek dat het kabinet aan die knopdraait. Ik niet, want het is de enige knop waar we op dit moment aankunnen draaien.In de bredere herziening ligt wat mij betreft alles op tafel: kortingen,toeslagen, aftrekposten, schijven, en een bredere discussie over hetbelasten van arbeid of consumptie. Als het goed is, leidt dat uiteindelijktot een nieuw stelsel waarin je met elkaar overeenstemming hebt over deuitgangspunten, waarbij één uitgangspunt is dat het ook simpeler enmakkelijker en beter moet. Dat zijn overigens heel wat moeilijke uitgangs-punten om met elkaar te combineren.Het minimumloon hoort daar wat mij betreft bij. Maar voordat we hier nueen discussie hebben dat dit kabinet het minimumloon aanzienlijk wilverhogen: dat is een knop waaraan je kunt draaien als je een stelselherziet, wat verder prima is, maar tegelijkertijd verhoogt dat de lasten oparbeid voor met name werkgevers, which is not a good thing voorwerkgelegenheid. Dat is dus iets waar je heel voorzichtig mee moet zijn.Dat moet eigenlijk gepaard gaan met een vergelijkbare verlaging vanlasten op arbeid. Aan die knoppen moeten we draaien. Ik denk dat dit heelbelangrijk is. Elke politieke partij heeft wel een knop die hij heel gaaf enheel mooi vindt. Voor de ene partij is dat de minimumloonknop, voorweer een andere partij is het de kortingenknop.Er zijn trouwens ook partijen die een aantal aftrekposten echt superbe-langrijk vinden. Dat gesprek moet je met elkaar voeren. Als iedereen blijftbij datgene waar hij heel erg van houdt, dan wordt het heel lastig om eenparlementaire meerderheid te krijgen voor een nieuw stelsel. Daar zijn weoverigens wel mee bezig. Het is misschien goed om te noemen dat we ineen vorig debat afspraken met elkaar hebben gemaakt over de komendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25033 paar maanden. Ik heb ook een brief gestuurd over een nieuw belasting-stelsel en briefings aangeboden. We hebben daar ook technologie voor.We hebben het laatst in een debat over TaxSolver gehad. Daarmee kan jein een soort sandbox met die knoppen spelen. Je kunt zien wat er gebeurtals je daaraan draait. Je kan daar zelfs bijvoorbeeld ervaring opdoen methoe de marginale druk uitpakt als je bepaalde dingen doet of niet doet. Erzitten ook nog allerlei maatregelen in die nu helemaal niet in onsbelastingstelsel zitten, maar die in het buitenland gebruikt worden, die inhet verleden in verkiezingsprogramma’s hebben gestaan of die staan inbelangrijke rapporten die de Kamer heeft opgevraagd.Ik heb het vorige keer al gedaan, maar ik nodig u nog een keer uit om echtnaar die technische briefing te komen, hoe we die dan ook vorm gaangeven, want dat wordt echt hartstikke goed en inhoudelijk, om te zien hoedie knoppen met elkaar interacteren.De voorzitter:Gaat u verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Hoe zit het met de oekaze-Kok en mogen belastingambtenaren metproblemen zich melden bij de heer Vermeer? Het is wel grappig, want ikhad zelf ook de vraag hoe het nou met de oekaze-Kok zit. Ik was er zelf bijals Kamerlid toen op een gegeven moment de mp – ik weet alleen nietmeer of dat Rutte of Schoof was; het was Rutte, hè? – heel duidelijk zei: deoekaze-Kok bestaat niet meer. Nou, laten we het zo zeggen: wij zetten hetbeleid op dit punt gewoon voort. De oekaze-Kok is dus niet meer. Maar ...Voorzitter: StultiensDe voorzitter:Ik zie een vraag van mevrouw Inge van Dijk.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Nee, nee, ho, ho!De voorzitter:U maakt even de zin af en dan heeft mevrouw Van Dijk een vraag.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Het is een lange zin, van anderhalf kantje. Vanwege de ministeriëleverantwoordelijkheid bestaan er wel regels over contacten tussenambtenaren en het parlement. In de Aanwijzingen inzake externecontacten van rijksambtenaren staat beschreven hoe wij omgaan metcontacten tussen ambtenaren en het parlement voor ambtenaren dieonder de ministeriële verantwoordelijkheid vallen; dat is voor ambtenarenvan de Belastingdienst natuurlijk het geval. Indien ambtenaren zakensignaleren, kunnen zij de Minister of Staatssecretaris informeren, zodat deverantwoordelijke bewindspersoon dit met de Kamer kan delen. Op elkdepartement is een parlementair contactpersoon aanwezig, die helpt bijhet stroomlijnen en vereenvoudigen van het contact met Kamerleden, omde mogelijkheden voor direct contact die de aanwijzing biedt, in depraktijk te benutten.Ambtenaren beperken zich tijdens het contact met Kamerleden tot hetverstrekken van feitelijke informatie. Dat zie je ook altijd in de technischebriefings. Politieke vragen zullen ze niet beantwoorden. Ze zullen ookgeen fiscaal geheime informatie delen. Daarbij wil ik benadrukken dat«feitelijke informatie» een ruim begrip is en dat de ambtenaar alle ruimteheeft om vanuit zijn professionaliteit informatie te verstrekken over hoezaken gaan en werken. Er vallen bijvoorbeeld ook eventuele beleidsalter-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25034 natieven onder, de gevolgen van deze alternatieven of prognoses overbepaalde wetgeving of beleidstrajecten.Met de invoering van de parlementair contactpersoon bij ieder depar-tement is een praktijk ontstaan waarbij de parlementair contactpersoonmet inachtneming van de ministeriële verantwoordelijkheid op verzoekvan ambtenaren ook contact kan opnemen met Kamerleden, zoals in hetgeval van verduidelijkende vragen bij de beantwoording van Kamer-vragen of toezeggingen. Om dit te bevorderen, zal het kabinet deaanwijzing op dit punt actualiseren.De Minister van BZK heeft met uw Kamer recent een uitgebreid debatgevoerd, onder meer over de Aanwijzingen inzake externe contacten vanrijksambtenaren. Naar aanleiding hiervan heeft de Minister van BZK op19 februari jongstleden, dus vrij recent, een brief gestuurd over goedevoorbeelden uit de praktijk van contacten tussen ambtenaren en Kamer-leden. Het kabinet ziet volop ruimte om deze mogelijkheden nog beter tebenutten en werkt hier met uw Kamer graag verder aan. Ik herhaal graagnog een keer dat de oekaze-Kok niet meer geldt.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Een interessant onderwerp. Ik ben heel benieuwd. De Minister vanBinnenlandse Zaken heeft inderdaad aangegeven nog allerlei mogelijk-heden te zien. Welke mogelijkheden ziet deze Staatssecretaris voor zijndepartement om een meer ontspannen houding tussen ambtenaren enKamer te realiseren, ten behoeve van het verhogen van de kwaliteit vanwetgeving?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik moedig dat contact aan. Het punt is dat ik nu natuurlijk niet precies weetwaar expliciet behoefte aan is, maar er is met regelmaat contact via deparlementair contactpersoon. Juist bij zoiets als wetgeving of de vraaghoe iets zit of geduid moet worden werken wij graag mee. Om maar eveniets heel speciaals te noemen wat niet de bedoeling is en om ook even inte kleuren waar het stopt: de heer Grinwis kwam met dat verhaal over diestichting. Het is niet de bedoeling dat ambtenaren over een feitelijkestichting contact gaan zoeken met Kamerleden om toe te lichten waaromin dat specifieke fiscale geval een bepaalde afweging is gemaakt. Dat isniet de bedoeling. Sterker nog, de eerste keer dat ik een klacht kreeg vaneen burger over een fiscale vraag die deze burger betrof – [email protected] komen nog weleens vragen binnen – kwam er direct eencollega langslopen met een motie uit 1986 waarin staat dat de Staatsse-cretaris zich verre dient te houden van individuele belastingzaken. Ik denkdat meneer Vijlbrief die motie kent, want waarschijnlijk is dat bij hem ookgebeurd. De beperking zit ’m dus vooral bij de feitelijke inhoud.De voorzitter:Mooi dat moties van 40 jaar terug nog steeds worden uitgevoerd!Mevrouw Van Dijk heeft nog een vervolgvraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ben eigenlijk vooral op zoek naar wat wel kan. Binnen de fiscaliteithebben we natuurlijk ieder jaar een fantastisch Belastingplan met veelwetgeving. Dat vraagt ook gewoon veel voorbereiding. Ik zou me zomaarkunnen voorstellen dat je, op het moment dat je het Belastingplan gaatbehandelen, een of twee mensen gecommitteerd aanwijst voor de Kamerdie direct vragen kunnen beantwoorden, in plaats van dat alles weer viaeen omweg zoals een parlementair contactpersoon moet lopen. Is deStaatssecretaris bereid om daar positief over mee te denken?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25035 Wij denken altijd mee. U haalt het Belastingplan erbij. Het eerste wat ikdenk, is: er is ook een speciale desk tijdens de behandeling van hetBelastingplan om amendementen af te stemmen. U zit alvast te knikkenen bent het niet eens met mijn antwoord. Dan moet u echt concreter zijnover wat u wilt hebben. Meedenken wil ik altijd.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Een vervolgvraag. Op het moment dat je het Belastingplan doorneemt,kun je zomaar tegen dingen aanlopen waarvan je denkt: hoe zit datprecies? Daar zou ik dan graag feitelijk op willen doorvragen. Dat wil nietzeggen dat we meteen amendementen willen indienen. Dat is totaal ietsanders. We kunnen dan zeggen: we hebben een proces met technischebriefings en parlementair contactpersonen. Je kunt ook zeggen: tijdenszo’n proces zorgen we gewoon dat er een of twee mensen bereikbaar zijndie bereid en in staat zijn om die feitelijke vragen te beantwoorden.Daarbij is het aan ons als Kamerleden om daar fatsoenlijk mee om te gaanen er geen misbruik van te maken, en anders worden we daar door u heelhard op aangesproken.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Of we praten langs elkaar heen, of we zijn het met elkaar eens. Die een oftwee personen, dat is de parlementair contactpersoon. Goedbeschouwd iser niet één ambtenaar binnen onze dienst die álle antwoorden weet op aluw vragen die opkomen bij het Belastingplan. Juist dan is het kwestie vande vragen doorgeven aan de parlementair contactpersoon. Dan wordt u incontact gebracht met de persoon die er alles over weet. Dat is precies hoehet werkt. Als u andere suggesties heeft, zeg ik: kom maar door. Maar depersoon die we hebben aangewezen om alle vragen te collecteren, is deparlementair contactpersoon.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik zal met een aantal suggesties bij de Staatssecretaris aankomen in eenvolgend debat.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Gaat u verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Helder. Dan gaan we door. Een vraag van de heer Stoffer. «Tijdens hetvorige Belastingplan is er een amendement van de SGP aangenomenwaardoor, kortgezegd, de inperking van de bedrijfsopvolgingsregelingvoor familiebedrijven tegelijk in moet gaan met de uitbreiding van deverwateringsregeling en de familietoets, die pas kan ingaan nagoedkeuring van de Europese Commissie. Familiebedrijven hebbenduidelijkheid nodig over de toekomst van de BOR. Hoe lopen degesprekken met de Europese Commissie? Is er sprake van staatssteun? Enals u daar nog niks over kan zeggen, wanneer komt die duidelijkheid?» Iksnap de behoefte aan duidelijkheid over de toekomst van de BOR. Ditkabinet heeft geen plannen om de BOR verder te wijzigen na de aanpas-singen in het belastingpakket van 2024 en 2025. Ook zonder de uitbreidingis de BOR van groot belang voor onder andere familiebedrijven. Zo is hetbudgettaire belang van de huidige BOR circa 700 miljoen.Dan kom ik graag op de gesprekken met de Europese Commissie. Heteerste informele overleg heeft zeer recent plaatsgevonden. Ik beraad menu op het vervolg. Ik kom daar echt zo spoedig mogelijk op terug. Met«zeer recent» bedoel ik dat ik vanochtend heb gehoord dat ze me daaroverwillen gaan bijpraten. Dat is dus echt heel recent. Ik kom erop terug.Wanneer komt die duidelijkheid dan? Spoedig. Binnenkort is er vast welTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25036 een brief waarin we dat opnemen. Ik kan daar zo meteen misschien nogwel een datum bij geven.Een vraag van mevrouw Van Eijk: «In het buitenland zijn er diverseregelingen die vergelijkbaar zijn met de BOR. Blijkbaar zijn die goedge-keurd voor staatssteun. Ik zou daar graag meer inzicht in willen hebben.»Voor staatssteun is het nationale belastingstelsel, het zogenaamdereferentiestelsel, van belang, en de vraag of hier ten gunste van bepaaldeondernemingen van wordt afgeweken. Het hangt dus erg af van hetnationale belastingstelsel in andere landen of een maatregel staatssteunis of niet. Overigens is ons niet bekend of die regelingen als staatssteundoor de Europese Commissie zijn goedgekeurd, want lang niet alles is aanhaar voorgelegd. Dat het door de Commissie niet is goedgekeurd omdathet niet aan haar is voorgelegd, wil niet zeggen dat het goed is. Wat jevaak ziet, is dat wijzigingen van regelingen wellicht kunnen leiden tot destaatssteunproblematiek. Om de ellende van een eventuele naheffing tevoorkomen, wil je dat netjes en goed hebben afgestemd. Dat is hoe hetloopt.De heer Stoffer, mevrouw Van Eijk en de heer Grinwis hebben gevraagdwat de Staatssecretaris concreet gaat doen om de hoge marginale druk teverlagen. Ik denk dat ik daar al het een en ander over gezegd heb. Hetprobleem van de marginale druk is ons bekend. Voor 80% van dewerkenden – 84% om precies te zijn – is de marginale druk lager dan 60%.Ik zou bijna zeggen: dan is die goed. De marginale druk kan nooit lagerzijn dan de laagste schijf, want in principe wordt elke euro die je extraverdient, belast conform de laatste schijf. Een percentage van boven de50% is in een belastingstelsel op zich niet gek. Vaak wordt in gesprekkengezegd dat een marginale druk tussen de 60% en de 70% à 75% een nettemarginale druk zou zijn. Heb je belastingtarieven in een orde van groottevan 36% tot 50% – 49,5% – en daarna een inkomensafhankelijke afbouw,dan zit je al heel snel op een marginale druk die ruim boven de 50% ligt.Dat is ook het probleem. Je ziet het ook: die lijnt golft een beetje zo, wordtdan vlak en ligt dan uiteindelijk tot in lengte van dagen precies op 49,5%.Soms is de marginale druk zéér hoog. Dat komt dus door de stapeling vande belastingtarieven, de afbouw van de heffingskorting en de afbouw vantoeslagen. Overigens komt dat echt maar weinig voor. In een op detwintig gevallen is de marginale druk hoger dan 70%. Een marginale drukboven de 100% komt echt heel beperkt voor, misschien in een enkel geval.Een oplossing is overigens niet eenvoudig. Dat blijkt wel uit de genoemdebrief.Maatregelen om de marginale druk in het huidige stelsel aanzienlijk teverlagen zonder toeslagen minder steil af te bouwen, hebben het nadeeldat ze ongericht worden. Dat heeft aanzienlijke gevolgen voor deinkomensverdeling én voor de overheidsfinanciën. Er is echt eenstelselherziening nodig om de pieken in de marginale druk omlaag tekrijgen. Dat is dus ook één van de doelen van de hervorming van hetbelasting- en toeslagenstelsel, naast vereenvoudiging en meer zekerheidvoor mensen.Net heb ik al het een en ander gezegd over TaxSolver. Daar wou ik heteven bij laten, want volgens mij zijn we ons goed bewust van het feit datdit de problematiek is. De vraag is wat wij concreet kunnen doen om demarginale druk te verlagen. Ja, vooral zorgen dat je in principe geentoeslagen met een steilere afbouw introduceert.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):In dit rapport over de marginale druk stond nog een andere interessantesuggestie. In voetnoot 4 wordt namelijk gezegd dat als je echt wilt datwerken gaat lonen, je moet kijken naar een belastingschuif naar werkelijkkapitaal. Is dat nog iets wat de Staatssecretaris op zijn lijstje heeft voor dekomende weken of maanden voor het nieuwe Belastingplan? Want dat isiets wat je kan doen zonder jaren te hoeven wachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25037 Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Op de agenda voor de komende weken staat in ieder geval dat we het metelkaar gaan hebben over het Belastingplan en box 3, over het belastenvan vermogen. Daarbij denk ik niet aan een schuif, maar bij elke Miljoe-nennota wegen we de koopkracht. Uiteindelijk maak je een afweging:verander je iets in de belastingmix? Staat dat de komende weken op deplanning? Nou ja, over vier maanden is het weer miljoenennotatijd.De voorzitter:Ik dacht dat ik de heer Grinwis zijn vinger zag opsteken. Klopt dat?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter. Wij hebben eerder een uitgebreide brief gekregen over debovennorm. Die is nog van Staatssecretaris Van Rij. Toen wij de desbetref-fende motie indienden, werd in veel partijprogramma’s – ik weet dat hetin ieder geval stond in het programma van het CDA en van ons – eenbovennorm genoemd van maximaal 60%. Dat was toch wel ongeveer demax. De Staatssecretaris schudt hier een beetje uit zijn mouw dat 70% tot75% ook wel normaal is. Ja, ik weet dat het voorkomt, maar wat mijbetreft is dat een beetje te veel. De extremen van 94%, 95% of 96% treffeninderdaad maar een heel klein deel van de populatie. Dat is inderdaadwaar, maar voor die groep is dat natuurlijk niet goed. En het kan niet zozijn dat je van je euro maar 4 cent overhoudt. Ik weet dat er in 2017, toenRutte II begon, zelfs een extreme van 161% was. Dat hebben we gelukkigweggewerkt. Mijn vraag is of de Staatssecretaris toch wel echt eenbovennorm van max 60% – het liefst zie ik die nog wat lager, maar ik denkdat dat niet reëel is – wil hanteren als hij met een nieuw stelsel aan deslag gaat. Laten wij de motie-Grinwis/Omtzigt uit 2023 gelijk maar eensmet een concreet getal navolgen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Begrijp me niet verkeerd: de marginale druk schommelt nu een beetjetussen de 60% en 75%. Wat vind ik zelf een goede marginale druk? Ik hebzelf ook met TaxSolver zitten spelen. Ik heb 60% tot 65% geprobeerd.TaxSolver kwam inderdaad met oplossingen. Als je de marginale drukonder de 60% ging zetten, ging het heel snel mis. En «mis» is dan mis indie zin dat heel gekke andere effecten optreden. Ik wil geen politieknieuws maken door te zeggen dat het kabinet staat voor een marginaledruk van 60%. Dat gaan we dus niet doen, maar het is wel goed om je datte realiseren. Nou, laat die 60% even op je inwerken: bij een marginaledruk van 60% houd je aan één euro extra verdienen 40 cent over, en dat isnog steeds matig. Tegelijkertijd is het gewoon echt listig zolang je met eeninkomensafhankelijke afbouw zit. Daarom herhaal ik nog even – daar magje ook politiek nieuws van maken – dat we voor het tackelen van ditprobleem echt moeten overgaan tot een andere inrichting van ons stelsel.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dan concludeer ik dit toch even af. De Staatssecretaris wil het niet heelhard zeggen als nieuws. Maar ik concludeer dan toch dat hij er wel watvoor voelt om, als we een nieuw stelsel inrichten en daarbij beter lettenop de marginale druk dan we dat in de afgelopen 20, 30 jaar hebbengedaan, 60% te zien als een maximum waar je het liefst niet boven gaat.Dat is een beetje de common ground. We concluderen namelijk ook dat60% belasting betalen op een extra verdiende euro nog steeds vrij fors isgelet op onze huidige belastingtarieven.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Zolang het met woorden als «het liefst» en «grotendeels» ... Het zouprachtig zijn als de marginale druk zo laag mogelijk is. Door ons belasting-stelsel is er wel een soort technisch optimum, en dat ligt rond de 60%. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25038 is moeilijk om dat lager te krijgen. Er waren nog een paar andere dingente noemen. Bij een herziening van het belastingstelsel ga je ook andereeffecten krijgen. Het is vloeken in de kerk, maar misschien zijn er dan ookwel mensen die erop achteruitgaan. Dat is natuurlijk iets wat je wilvoorkomen. Het is toch ook wel fijn als mensen er in alle voorstellen die jedoet, niet meer dan een paar procent op achteruitgaan. Je ziet het ookaltijd in de koopkrachtplaatjes van het CPB. Je ziet een prachtig plaatjewaarin de werkenden er 1,1% op vooruitgaan. Kijk je dan wat verder naarhet puntenwolkje, dan zie je dat er toch een paar mensen tussen zitten dieer wel 5% en soms zelf meer op achteruitgaan. Dat is het listige van hetbelastingstelsel en de knoppen die we nu hebben. Het is heel goed omerover na te denken hoe we dat kunnen versimpelen, opdat de punten indie wolk uiteindelijk waarschijnlijk dichter bij elkaar liggen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik probeer ’m ook even af te concluderen, maar misschien doe ik dat netiets anders dan de heer Grinwis; dat weet ik niet zeker. Ik begrijp dat in hethuidige stelsel, met alle kortingen en toeslagen die we hebben, 60% zo’nbeetje het meest realistische scenario is en dat het heel moeilijk is omvoor heel grote groepen te sturen op een lager percentage. Maar wijzouden er bij een nieuw stelsel, waarvoor nog allerlei keuzes te makenzijn, wel degelijk voor kunnen kiezen om te sturen op max 50%. Of deneveneffecten dan wel of niet acceptabel zijn, is natuurlijk ook eenpolitieke afweging. Volgens mij ligt in die zin nog ontzettend veel open.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Als u afconcludeert dat er nog heel veel open is, dan ben ik het helemaalmet u eens. Maar zolang er ook maar iets inkomensafhankelijks in zit, ishet hoogste percentage per definitie een minimum, en dat is nu 49,5%.Dus als er ook maar één regeling is die 5% afbouwt, dan zit je al met eengroep die op 54,5% zit. Mij er nu op vastpinnen dat die voor iedereen altijdonder de 60% zit ... Dat heeft ook te maken met je kijk op een inkomensaf-hankelijke afbouw in een toekomstig stelsel. Om het even aan te geven:werk je in een systeem met meerdere schijven, een hoger minimumloonen een geleidelijke, progressieve opbouw, dan heb je misschien wel iets inhanden waarbij je heel weinig inkomensafhankelijke afbouw kan hebben.Ik hoor net buiten de microfoon om dat we allemaal moeten gaan kijkennaar het verkiezingsprogramma van ’n partij – ik zeg niet welke – maar hetzijn precies deze discussie en deze afruil die dit een interessante en somsook leuke discussie maken. Dat geldt zeker voor de techneuten onder ons.Maar je op voorhand vastpinnen op een uitkomst is gewoon heel lastig. Erspeelt veel meer mee dan alleen marginale druk: armoedecijfers, toenamevan werkeloosheid. Nou ja, goed. Uiteindelijk moet er ook nog eens eenbestendig belastingstelsel zijn.Overigens hebben we niet echt tientallen miljarden die we nu via eenbelastingverlaging terug kunnen geven. Dat betekent dus ook dat eenstelselherziening ergens in de buurt van budgetneutraal moet zijn, give ortake een paar miljard. Ik zie meneer Vijlbrief daar non-verbaal zijn meningover geven. Ja, dat is inderdaad heel moeilijk. Daar gaan we dus metelkaar het gesprek over aan.De voorzitter:Ik zie dat de heer Vijlbrief u wil interrumperen.De heer Vijlbrief (D66):Het begint een soort seminar nieuw belastingstelsel te worden. Ik denkdat de laatste woorden die de Staatssecretaris sprak, wel juist zijn. Je hebtveel tijd, veel geld en veel beslissingskracht nodig, en alle drie dezedingen zijn niet aanwezig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25039 Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Ik vond het afconcluderen van mevrouw Van Eijk beter.De voorzitter:Gaat u verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dan ga ik door naar een vraag van de heer Stultiens over het lage tarief inde vennootschapsbelasting. «De doelstelling is niet concreet en nietonderbouwd. Wat gaat het kabinet op basis van deze kritische evaluatievan het laag tarief van de vennootschapsbelasting doen? Kunnen we nietiets bedenken waardoor het geld terechtkomt bij de mensen die we willenhelpen?» Ook mevrouw Van Dijk had een vraag in die richting. «Minderdan de helft van de opbrengsten wordt naar de juiste doelgroep overge-heveld. Kan wellicht in overleg met EZ en de branche worden nagegaanhoe dit anders kan worden vormgegeven en hoe het mkb meer kanworden gestimuleerd?» Nou, allereerst: het kabinet heeft kennisgenomenvan de evaluatie van het lage vpb-tarief. De resultaten worden as wespeak gewogen. Daarover is dus ook contact met de Minister vanEconomische Zaken en met andere departementen. Het is wel een heelgrote, negatief geëvalueerde regeling.Ik wil even één klein puntje uit de wereld helpen. We hebben nietafgesproken dat die per definitie wordt afgeschaft, versoberd of opnieuwwordt gericht, maar we voeren met elkaar het gesprek over hoe we hetbeter kunnen maken. Dat is volgens mij ongeveer de basislijn die wehierbij hebben afgesproken. Dat lijkt mij een heel goed gesprek. Op ditmoment zijn we bezig met een kabinetsappreciatie.Voorzitter: StultiensDe voorzitter:Mevrouw Van Dijk heeft nog een vraag.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ja, nou goed: bezig met een kabinetsappreciatie. Misschien is het dan ookgoed om aan te geven wanneer de Kamer die kan verwachten.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:We gaan eventjes de planning van alle brieven ophalen, zodat we kunnenkijken in welke brief we dit kunnen gaan plotten, want er staan natuurlijknog te schrijven brieven op de planning. Daar kom ik nog even op terug.Voorzitter: Inge van DijkStaatssecretaris Van Oostenbruggen:De heer Stultiens vraagt waarom het kabinet nog niks heeft gedaan methet ambtelijk rapport Structureel Verlieslatende Bedrijven, van eind 2023.Uit dit rapport blijkt dat verliezen soms samenhangen met ongewenstefiscale constructies. Het meeste geld van deze bv’s gaat om indoorstroomvennootschappen. Ook worden bv’s gebruikt om van te lenenvoor privéuitgaven. Het rapport laat in ieder geval nog een keer zienwaarom het zo belangrijk is dat Nederland de afgelopen jaren al veelmaatregelen tegen belastingontwijking heeft genomen, zowel internati-onaal als nationaal.Dit heeft overigens ook effect gesorteerd op doorstroomvennootschappenen de financiële stromen naar belastingparadijzen. Deze financiëlestromen zijn aanzienlijk afgenomen, van 37 miljard in 2019 naar zo’n7 miljard in 2023. Dit is de stroom dividenden, renten en royalty’s. Dit lietik ook zien in de monitoringsbrief over belastingontwijking die afgelopendecember naar uw Kamer is gestuurd. Deze aanpak blijkt dus eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25040 behoorlijk effect te sorteren. Vanaf 2024 komt daar het effect van debronbelasting op dividenden nog bovenop. Dat meten we aankomendnajaar voor het eerst.Overigens krijgen we ook internationaal erkenning voor deze aanpak. DeEuropese Commissie doet sinds 2022 aan Nederland geen landspecifiekeaanbeveling meer op dit terrein. Ook het IMF geeft aan dat Nederland degoede maatregelen heeft genomen.Ik pak even een paar specifieke zaken. Lenen van de eigen bv. Door hetvorige kabinet is onderkend dat belastingbetaling langdurig wordtuitgesteld door te lenen van de eigen bv. Daarnaast was er sprake vanexcessief lenen zonder dat er een relatie was met reële bedrijfsactiviteiten.Daarom is voor het lenen van de eigen bv de grens van € 500.000ingevoerd. Alles daarboven wordt beschouwd als excessief lenen en inbox 2 als dividenduitkering belast. In 2026 gaan we de effecten van de Wetexcessief lenen evalueren. Dat staat ook in de Strategische EvaluatieAgenda. Waarom doen we dat pas in 2026? Nou ja, vanwege het feit datwe dan pas een volledig beeld hebben van de aangifte vennootschapsbe-lasting als gevolg van de maatregelen die we getroffen hebben. In deevaluatie wordt gekeken naar het effect van de wet op de omvang van hetlenen van de eigen bv en op de mate van winstinhouding.Doorstroomvennootschappen worden gebruikt in internationale struc-turen. Bij de aanpak van internationale belastingontwijking focust hetkabinet op een internationaal gecoördineerde aanpak. Daarmee kaninternationale belastingontwijking het meest effectief worden aangepakt.Bij de aanpak van doorstroomvennootschappen heeft de Europese aanpakbijvoorbeeld de voorkeur. Dat zegt ook de Commissie Doorstroomven-nootschappen in haar advies uit 2021. Het kabinet zet daarom in op hetEU-richtlijnvoorstel Unshell om misbruik van doorstroomvennoot-schappen aan te pakken. Het kabinet hanteert aansluiten bij internationaleafspraken daarbij als uitgangspunt. Overgaan tot unilaterale maatregelenziet het kabinet als niet wenselijk. Juist gelet op het internationale karaktervan deze doorstroomvennootschappen is het echt goed om aan te sluitenbij internationale initiatieven.De voorzitter:De heer Stultiens. Dit is eigenlijk ook meteen uw laatste interruptie.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja, mijn laatste, hè? Daarom moet die heel goed zijn. Het lijstje vandingen die allemaal al gebeurd zijn, kan ik inmiddels dromen, want diehebben we hier van de voorgangers van de Staatssecretaris ook al heelvaak gehoord. Daar ben ik ook blij mee. Maar het probleem is juist dat inhet rapport staat dat het nog steeds onvoldoende is. De Wet excessieflenen wordt genoemd, maar het rapport zegt: die moet je aanscherpen.Over de bronbelasting op dividend zegt het rapport: dat geldt alleen vooruitstromend dividend, maar niet voor inkomend dividend. Er worden dusopties genoemd. Het aanscherpen van de safe harbour in de antimisbruik-bepaling werd ook genoemd door de Commissie Doorstroomvennoot-schappen en de commissie-Ter Haar. Ik weet wat er allemaal gebeurd is.Daar ben ik hartstikke blij mee; het is alleen niet genoeg. Waarom wordendie adviezen uit dit rapport door dit kabinet niet overgenomen als we ditsoort doorstroomdingen echt willen aanpakken? Dat begrijp ik dan niet.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Zoals ik net aangaf: we zijn nog niet klaar, we zijn er nog mee bezig, alleswordt gewogen. Ik denk dat het belangrijkste is dat het laaghangend fruitis geplukt. Daardoor worden we in ieder geval niet meer gezien als eentax haven en daardoor zijn we ook van de lijstjes af van het IMF en deEuropese Commissie. Dat is stap één. De rest is een stuk complexer enkan ook raken aan het ondernemingsklimaat en het ongewenste effectTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25041 hebben dat kapitaal naar andere landen gaat. Om een lang verhaal kort temaken: dit hebben we op de radar staan en we zijn nog steeds bezig omstappen te zetten in dit dossier. Ik ga nu niet op voorhand zeggen dat wealle maatregelen gaan nemen.Daarentegen heb ik hier nog een derde punt staan over het lenen van deeigen bv. Ik gaf net twee voorbeelden, en dit is het derde. U herinnert zichmogelijk nog de discussie rond de grens van de Wet excessief lenen. Eerstwas die vijf ton, toen zeven ton en toen weer vijf ton. De uiteindelijkegrens is ook een politiek compromis. De Wet excessief lenen was in elkgeval een grote stap in de aanpak van belastinguitstel en belastingont-wijking. Dit kabinet kiest ervoor om die grens in stand te houden en nietopnieuw politiek te wegen. Zoals ik al zei, gaan we de effecten van dezewet evalueren. Eventuele beleidsaanbevelingen uit die evaluatie zal ikserieus bekijken, maar die gaan dus niet in het Belastingplan 2026terechtkomen, want die evaluatie houden we pas in 2026. Maar als eenpolitieke meerderheid iets wil doen met excessief lenen – de grens van vijfton verhogen naar zeven ton of verlagen naar drie ton, of weet ik veel –dan ben ik als Staatssecretaris absoluut geneigd om daarnaar te kijken.Maar volgens mij hebben we deze discussie net gevoerd en is dieuiteindelijk geland op het initiële voorstel van vijf ton.De voorzitter:Gaat u verder met uw beantwoording.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:De heer Vijlbrief vraagt of ik de conclusie deel dat de landbouwvrijstellingniet doelmatig en niet doeltreffend is en of ik kan bevestigen dat ik mij ditvoorjaar zal inzetten voor het afschaffen van de landbouwvrijstelling. Datzijn concrete vragen en daar wil hij een concreet antwoord op hebben. Ikdeel de conclusie dat de landbouwvrijstelling negatief scoort op doeltref-fendheid en doelmatigheid. Dat is zijn eerste vraag. Tegelijkertijd zal doorhet afschaffen van de landbouwvrijstelling voor een deel van de agrariërsmogelijk een lastenverzwaring optreden. Zoals eerder aangekondigd is ineen Kamerbrief van mijn voorganger, zal ik hierover in het voorjaar metde Minister van LVVN in gesprek gaan. Daar wil ik niet op vooruitlopen.Mevrouw Van Eijk vraagt of de onbelaste reiskostenvergoeding kanworden geïndexeerd en/of verhoogd. De evaluatie is nu gepland voor2028. Zij vraagt of die kan worden vervroegd en of hiervoor een fiche kanworden uitgewerkt. In 2023 is de evaluatie van de reiskostenvergoedingmet de Kamer gedeeld en in 2024 is daarop een uitgebreide kabinetsre-actie gekomen. Uit die evaluatie blijkt dat de onbelaste reiskostenver-goeding van 23 cent per kilometer voldoende kostendekkend is voor dekosten van woon-werkverkeer waarbij gebruik wordt gemaakt van eenmiddenklasse auto. Het kabinet ziet daarom op dit moment geenaanleiding om de onbelaste kilometervergoeding te verhogen. Deonbelaste kilometervergoeding is onlangs nog geëvalueerd. Het kabinetzal gehoor geven aan de aanbeveling uit die evaluatie door periodiek dehoogte van de kilometervergoeding te beschouwen. Het kabinet is geenvoorstander van een jaarlijkse indexatie, omdat de kilometervergoedingniet alleen afhankelijk is van een algemeen prijsindexcijfer. Daarin zittennamelijk elementen die los van het indexcijfer óf heel erg omhoog óf heelerg omlaag kunnen gaan.Er is nog een vraag van mevrouw Van Eijk over de reiskostenvergoeding:kan een reiskostenvergoeding gegeven worden als er sprake is vancarpooling, en welke mogelijkheden zijn er voor versoepeling? Hetantwoord daarop is heel simpel. Een onbelaste reiskostenvergoeding voorcarpoolende werknemers is al mogelijk indien de werknemers hetcarpoolen zelf organiseren.Wanneer volgt een evaluatie van de werkkostenregeling? Dat heb ik netgezegd. O, nee, dat heb ik niet gezegd, want dat ging over de reiskostenre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25042 geling. Mevrouw Van Eijk vraagt of de Staatssecretaris voornemens is omdingen aan te passen. De evaluatie van de werkkostenregeling zal ditvoorjaar, van 2025, met de Kamer worden gedeeld. Het kabinet wenst deuitkomsten van de evaluatie af te wachten alvorens uitspraken te doenover eventuele aanpassingen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik begin langzaamaan wel benieuwd te worden hoelang dat voorjaar bijdeze Staatssecretaris duurt. Duurt dat inderdaad tot aanvang zomer? Ikprobeer echt iets meer richting te krijgen – wat komt wanneer? – want nuwordt het allemaal op de hoop van het voorjaar gegooid.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dat eerste kan ik heel feitelijk beantwoorden. Dat werd ook al gedaan doorde heer Grinwis, denk ik. Ik hoorde het net half: dat duurt tot 21 juni 2025.Flauw? Er gebeurt veel in het voorjaar. Dat heeft ook te maken met het feitdat het een belangrijk, besluitvormend kwartaal wordt, en het voorjaar isnet begonnen. Ik denk dat het handig is om de agenda waarop staatwanneer alles precies is gepland, even te delen met de commissie, zodatdaar in een pv aandacht aan gegeven kan worden. Ik zou bijna zeggen: alser iets is wat per se tot een debat moet leiden, dan kan altijd wordenverzocht of wij dat een paar weken kunnen vervroegen en de planningwellicht op elementen kunnen aanpassen als dat mogelijk is. Dat kan iknatuurlijk altijd doen.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dan een vraag van mevrouw Van Eijk: «Voor start-ups en scale-ups is denood het hoogst. Start-ups krijgen meer fiscale ruimte hiervoor. Kan deStaatssecretaris hier meer over vertellen?» Zij doelt op het nieuwsberichtdat hierover kwam. In de motie-Van Eijk wordt gevraagd om het fiche uitde Bouwstenen nader uit te werken en de Kamer daarover voor 1 juli teinformeren. Conform deze motie zullen wij de Kamer hierover informeren.Het klopt dat wij werken aan een regeling. Dat is onderwerp van politiekebesluitvorming bij de Voorjaarsnota. Dat is ook weer het voorjaar. DeVoorjaarsnota kent een theoretisch besluitvorming in de eerste helft vanapril. Daarna wordt dat via de normale cadans duidelijker.De heer Vermeer stelde een vraag over stichtingen en verenigingen dieondernemen. «De grens voor vrijstelling is € 15.000. Dezelfde stichtingenen verenigingen krijgen voorlopige aanslagen, maar zijn niet vpb-plichtig.Hierover hoor ik graag meer van de Staatssecretaris.» Er zijn verschillendemogelijkheden waardoor er toch sprake kan zijn van belastingplicht en devrijstelling niet van toepassing is. Een daarvan is: zeer variërende winsten,waardoor over een periode van vijf jaar meer dan € 75.000 winst wordtgemaakt. Het kan dus zijn dat je een jaar wat lager zit, maar wij kijken naareen langere periode. Een andere mogelijkheid is dat de stichting juist voorbelastingheffing heeft geopteerd. Ook dat is mogelijk. Wat kan ik daaroverzeggen? De heer Vermeer is er nu niet. Mocht hij dit teruglezen ofterugluisteren: hij kan hier altijd via de parlementair coördinator opterugkomen en dan kunnen we alle vragen beantwoorden.Dan kom ik bij een vraag van de heer Stultiens en mevrouw Van Dijk. Doorde heer Stultiens is een aantal vragen gesteld over de fiscale regelingen,over de evaluaties die er liggen en over de taakstelling van 250 miljoen. Erwaren vier vragen. Je kunt een hoop vragen stellen in een paar minutenspreektijd. Meer precies zei hij het als volgt. «Waarom doet het kabinet zoweinig met deze negatieve evaluaties? Het kabinet zou ondoelmatigeregelingen schrappen ter waarde van 250 miljoen. Een veel te lageambitie wat mij betreft. Hoe gaat het kabinet deze 250 miljoen verza-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25043 melen? Hoe staat het met de motie-Maatoug over het toevoegen van eenhorizonbepaling in fiscale regelingen? Hoeveel fiscale regelingen hebbeninmiddels een horizonbepaling en hoeveel niet? En wat gaat het kabinetdoen op basis van de crisisevaluatie van het lage tarief in de vennoot-schapsbelasting?»De laatste vraag heb ik al beantwoord. De fiscaliteit is in de afgelopendecennia steeds meer ingezet als secundair beleidsinstrument ommaatschappelijke doelen te bereiken. Het gaat dan bijvoorbeeld omvrijstelling, verlaagde tarieven en aftrekposten. Dat is begrijpelijk, maardat maakt het stelsel complex. Bovendien zijn een hoop van dezeregelingen niet bewezen effectief, ongericht of ingehaald door de tijd.Verschillende evaluaties laten dit zien. Daarover zijn we het eens. Ditkabinet wil komen tot een minder complex en doelmatiger belasting-stelsel. Dit kabinet schaft de salderingsregeling in de energiebelasting afen het verlaagt het btw-tarief op logies. Ook vorige kabinetten hebben deafgelopen jaren een flink aantal regelingen afgeschaft of aangepast. Denkaan de schenkingsvrijstelling inzake de eigen woning, de jubelton, aan demiddelingsregeling en meerdere uitzonderingen in de bpm en de mrb.Het aanpakken van regelingen die negatief geëvalueerd zijn, vind ikwenselijk bezien vanuit maatschappelijk perspectief, maar dat blijkt vaakniet eenvoudig te zijn. Er is altijd wel een reden geweest om de fiscaleregeling in het leven te roepen. Het schrappen of aanpassen daarvan kangevolgen hebben voor die specifieke groepen. In de Kamerbrief evaluatiesfiscale regelingen van 17 oktober jongstleden staat de toezegging omvoor fiscale regelingen een breed scala aan beleidsopties uit te werken.Naar aanleiding van die toezegging is een interdepartementaal trajectgestart om dit voorjaar met een ambtelijk rapport te kunnen komen metdaarin beleidsopties voor negatief beoordeelde fiscale regelingen: wat gaje doen als je deze afschaft, versobert of verandert? U ziet dat we nietstilzitten en de uitkomsten van evaluaties ter harte nemen. Ondoelmatigefiscale regelingen kunnen op basis van dit rapport geschrapt of verbeterdworden. Het is niet zo dat we hebben afgesproken dat die allemaalworden afgeschaft.De taakstelling van 250 miljoen heeft betrekking op fiscale regelingen énbelastingconstructies. Dat is onderdeel van de voorjaarsbesluitvorming.Daar zal ik niet op vooruitlopen, want dit is echt iets wat in de komendeweken tot keuzes moet leiden. Maar het is wel goed om te noemen datniet alleen gaat om fiscale regelingen, maar ook om belastingconstructies.Eén daarvan is al genoemd. Een tipje van de sluier: een vleugje zuivel. Datis precies het type constructies waar we wat van vinden.Voorzitter: StultiensDe voorzitter:Ik zie dat mevrouw Van Dijk een vraag wil stellen. Of was u nog een zinaan het afronden in dit blok, over dit onderwerp?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Eh ... Nee.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Dijk.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik zie uit naar die brief. In mijn inbreng heb ik het punt gemaakt van dedoelstelling, die van belang is. Zijn de sectoren die dit raakt, hierbijbetrokken, of is het echt een interdepartementaal verhaal zonder dat uit depraktijk is gehoord waar zij behoefte aan zouden hebben?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25044 U heeft mij in een ander debat gevraagd of ik bijvoorbeeld over box 3 metsectoren spreek. Toen kon ik even niet direct reproduceren wie dat waren.Buiten het debat om heeft u mij een lijstje gestuurd van mensen. Toen ikdaar ambtelijk mee kwam, zeiden ze: ja, daar spreken we allemaal mee. Eris heel veel contact, sowieso ambtelijk, met zo ongeveer alle belangen-groepen die ook baat hebben bij al die fiscale regelingen. Ik spreek ookpersoonlijk met groepen en de vertegenwoordigers daarvan, maar nietmet allemaal, want het zijn er honderden. Maar juist als er grote zakenspelen, dan is dat zeker iets wat ook ik doe. In die combinatie proberen wijop Financiën alle stakeholders erbij te betrekken. Wat kan ik eroverzeggen? Ja, ook voor die fiscale regelingen geldt dat het er heel veel zijn.Er zijn echt wel heel veel belanghebbenden. Mijn beeld is dat we goedmet hen in contact zijn. Als belangengroepen zich niet gehoord voelen:leg contact via [email protected]. Dan kunnen we altijd ambtelijk met hen incontact treden.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik ga gewoon even afwachten wat er komt. Dan komen er vast welreacties uit de praktijk waaruit blijkt of zij zijn aangehaakt of gehoord. Datwil niet zeggen dat je altijd je zin moet krijgen, maar we vinden het welbelangrijk dat het perspectief van de praktijk hierin goed wordtmeegenomen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Nog even in aanvulling hierop: dat is misschien ook wel de reden dat wenu ook kijken naar beleidsvoorstellen en direct met beleidsopties komenvoor verbetering, zodat het niet in eerste instantie als afpakken voelt als jeiets aan een regeling wil veranderen. Soms is het helemaal niet erg omgewoon met een regeling te stoppen. Niet elke regeling is even in het oogspringend. Sommige zijn juist heel erg pittig. Laat ik het zo zeggen: hetmkb heeft een flink voordeel. Dat was ook in het rapport te lezen. Het mkbhecht veel belang aan de lage vpb, om maar een dwarsstraat te noemen.Tegelijkertijd zien we dat deze regeling niet doelmatig is, omdat 1,5 of2 miljard terechtkomt op plekken waarvoor het niet direct bedoeld is.Ik kom nog even op de vraag over de horizonbepaling. De motie vanmevrouw Maatoug over het geleidelijk toevoegen van een horizonbe-paling is afgedaan in bijlage 9 van de Miljoennota 2024. Bij enkele fiscaleregelingen is reeds sprake van een horizonbepaling, zoals bij de Energie-investeringsaftrek en de vrijstellingen voor nulemissievoertuigen. In totaalis echter in slechts enkele fiscale regelingen een horizonbepalingopgenomen. Bij nieuwe fiscale regelingen moet conform het toetsings-kader fiscale regelingen het opnemen van een horizonbepaling wordenoverwogen. Dit is bijvoorbeeld in het Belastingplan 2023 gebeurd met devrijstelling van mineraalwater van de belasting op alcoholvrije dranken.Bij reeds bestaande fiscale regelingen wordt een geleidelijke implemen-tatie van horizonbepalingen beoogd. Voor bestaande fiscale regelingenwordt na een evaluatie en verzending van de kabinetsreactie het opnemenvan een horizonbepaling meegenomen in het eerstvolgende relevantewetgevingstraject. Enkel indien goed onderbouwd kan worden dat eenhorizonbepaling niet bij een bepaalde fiscale regeling past, kan vanopname van een horizonbepaling worden afgezien. Daarbij speelt onderandere of een nationale beleidsruimte ten aanzien van de fiscale regelingbestaat, of deze enkel ziet op het vergemakkelijken van de uitvoering, demate waarin de fiscale regeling een stelselmatig karakter heeft, en of hetaflopen daarvan disproportionele gevolgen zou hebben. Bij deze laatstecategorie fiscale regelingen kan bijvoorbeeld gedacht worden aanpensioenpremies en heffingskortingen.Tot slot kom ik nog even op uw vraag over de evaluatie van het lagevpb-tarief. Ik moest even wat drinken; ik word er emotioneel van. Het lageTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25045 vpb-tarief heb ik volgens mij net al helemaal besproken. Dat laat ik duseven voor wat het is. Dan zijn we volgens mij rond.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Dan kijk ik heel even of er nog collega’s zijn die een interruptie willenplegen of iets gemist hebben. De heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja, toch een korte, voorzitter. De motie-Maatoug sprak inderdaad overzowel nieuwe als bestaande regelingen. Die motie is al bijna tweeënhalfjaar geleden aangenomen, en dan vind ik het lijstje met bepalingen dat wena die jaren hebben, toch best beperkt. Ik snap dat het soms tijd kost endat het niet allemaal binnen één maand gelukt kan zijn, maar als ik er nunaar kijk, vraag ik me af of echt alles is gedaan wat kan om die aan debestaande regelingen toe te voegen. Want dan zou ik verwachten dat deteller na twee jaar tijd een stukje hoger staat dan nu.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:U geeft zelf een kwalificatie over het verleden. Die laat ik aan u. Voor detoekomst doen we er alles aan.De voorzitter:Volgens mij had mevrouw Van Eijk ook nog een vraag.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik denk dat ik een antwoord heb gemist op de vraag over de motie over defiscale behandeling van de bijzondere invaliditeitsverhoging, of die vraagis niet beantwoord. Het was een motie van het Kamerlid Van Oosten-bruggen.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Yes! Dat was een heel goede motie van Kamerlid Van Oostenbruggen. Hetwaren er uiteindelijk twaalf. En toen hebben we ook nog onderzoekersuitgekozen die op vakantie waren. Ik heb nieuws! Het rapport van dezeonderzoekers is deze week opgeleverd, althans bij mij gekomen. We zijnnu bezig met de reactie daarop. Punt. Ja, jongens, ik zie het voorbijkomen.Ik weet dat we de stukken hebben. Dat moet gedeeld worden. Daar komt,denk ik, een brief over. Dat wordt ergens ... Dat nemen we mee in hetoverzicht. Maar er gebeurt veel. Deze heb ik al gezien, dus dit duurt niettot 21 juni.De voorzitter:Zag ik nou een handje van de heer Grinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja. De Staatssecretaris zegt dat hij aan het eind is gekomen en dat hij almijn vragen heeft beantwoord. Dat zal vast. Een deel van de vergaderingwas ik afwezig, dus ik neem dat de vragen over de anbistatus allemaalnetjes zijn beantwoord.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Als eerste!De heer Grinwis (ChristenUnie):Heel goed, dank. Dat gaan we dan terugluisteren.Ik had een vraag over de drempels in het belastingstelsel. Is die beant-woord? Ik heb samen met collega Stoffer een motie ingediend overdrempels, notches, in het belastingstelsel. De vraag die ik daarover hebTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25046 gesteld, is: wat is deze Staatssecretaris hiermee van plan? De vorigeStaatssecretaris heeft gezegd dat het aan een toekomstig kabinet is om tebepalen of deze drempels heroverweging verdienen. Volgens mij heb ikdaar geen antwoord op gehoord.De voorzitter:Volgens mij heeft de Staatssecretaris het antwoord in zijn stapeltjegevonden. Wellicht is het een herhaling, maar ik geef het woord aan deStaatssecretaris.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:U heeft mij net inderdaad twee, drie pagina’s opzij zien schuiven zonderdat ik daarop inging. Daar zat-ie tussen. Het waren overigens pagina’s diegingen over alles wat met het nieuwe belastingstelsel te maken heeft. Inreactie op de motie van de heren Stoffer en Grinwis over drempels in hetbelastingstelsel heb ik een lijvige brief gestuurd. De heer Grinwis vraagtwat de Staatssecretaris hiermee van plan is. Het kabinet heeft kennisge-nomen van het onderzoek. Er zijn drempels in fiscale regelingen diemogelijk negatieve neveneffecten hebben, maar uit de inventarisatie blijktook dat veel drempels een doel dienen. In de evaluaties van fiscaleregelingen wordt daarom ook gekeken naar de effecten van eventueledrempels. Een voorbeeld is het onderzoek naar de kamerverhuurvrij-stelling. Op deze wijze wordt een vervolg gegeven aan de resultaten vanhet onderzoek. Maar volgens mij was dit een wat breder onderwerp datbetrekking heeft op allerlei verschillende regelingen. Dat is dus niet metéén satéprikker door te prikken, zo van «alles moet afgeschaft worden» of«alles moet op die manier», maar het heeft onze aandacht. Dat is vastgeen goed antwoord, maar u gaat mij daar vast over interrumperen. Ikkan u nog wel een tip geven: als u contact legt met de parlementaircoördinator dan kan ik u in contact brengen met de specialist die hierovergaat.De voorzitter:Dan wil ik nu overgaan naar de tweede termijn. U heeft twee minutenspreektijd. De heer Grinwis mag beginnen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, daar overvalt u mij mee.De voorzitter:Ik wil u ook wel iets later het woord geven.De heer Grinwis (ChristenUnie):Neenee, ik associeer me er wel doorheen. Gisteren zat ik bij een debatover wolven. Dat stond bol van de associaties. Dat moet dus nu ook wellukken.Voorzitter. We zitten midden in het voorjaar. Het is net begonnen, begreepik van de Staatssecretaris. Het gaat dus nog wel een tijdje duren, maar destapel die bij de Voorjaarsnota klaarligt, is immens. Het lijkt wel eentraditie om de stapel met problemen en vooral wensen ieder jaar groter temaken. Ik wens de Staatssecretaris en zijn team dus heel veel wijsheidtoe, want eigenlijk is dit debat in die zin een hinderlijke onderbreking vanalle besluitvorming rondom de Voorjaarsnota. Ik hoop maar dat mijnvragen over de anbistatus naar tevredenheid zijn beantwoord en dat deinspecteur zich inderdaad hoedt voor willekeur. Dat begint natuurlijk metvertrouwen in de inspecteur. Mijn ontzag voor inspecteurs is groot.Enerzijds vind ik dat zij veel professionele beslisruimte moeten hebben,maar anderzijds zijn de verhalen te veelvuldig om dit zomaar met eenformeel antwoord te laten passeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25047 Dan de andere onderwerpen. Over de suikerbelasting ga ik het gewooneven met mijn collega’s hebben om te achterhalen of daar de goedeantwoorden op zijn gekomen.Het deel over de autobelasting heb ik gemist. Ik heb er eerder een motieover ingediend. Er zit een probleem tussen IenW en Financiën als het gaatover de grondslagerosie. Uiteindelijk torst de laatste fossiele rijder inNederland de hele last van alle belastingen. Daarom moesten weovergaan tot beprijzing. Dat is door dit kabinet naar achteren geschoven.Lang verhaal kort: er is vorig jaar een motie van mij aangenomen waarinstaat dat er bij deze Voorjaarsnota een pakket moet liggen voor eenhervorming van de autobelastingen. Minister Madlener zei van de week:dat komt er, hoor, dit voorjaar. Ik ben heel erg benieuwd of het inderdaadlukt en of het ook lukt om het zodanig in te richten dat doelen voorbijvoorbeeld CO2, die dit kabinet heeft gesteld en niet heeft losgelaten,daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden.Hier laat ik het even bij voor deze tweede termijn, voorzitter.De voorzitter:Uw tijd is ook ruimschoots klaar.De heer Grinwis (ChristenUnie):En ik vraag, nu ik toch als eerste mag, een tweeminutendebat aan.De voorzitter:Dat kan. De heer Vijlbrief heeft nog een vraag voor u.De heer Vijlbrief (D66):Mag ik een interruptie plegen? Misschien kan ik de heer Grinwis helpen.De Staatssecretaris gaf aan dat hij nu naar de autobelasting kijkt, maarook in het licht van een verkenning op wat langere termijn, die voor delente komt. Mijn vraag aan de heer Grinwis zou zijn: is dat voor uvoldoende?De heer Grinwis (ChristenUnie):Als het alleen maar een verkenning is van «dit zou kunnen en dat zoukunnen», is het onvoldoende. Dit kabinet, of deze coalitie, is in staatgebleken om in het hoofdlijnenakkoord de keuze te maken om bepaaldemaatregelen af te schaffen. Dan verwacht ik ook dat het nu in staat is omde keuze te maken hoe het dan wel moet. Als het alleen maar eenverkenning is van «dit zou kunnen en dat zou kunnen» maar als ze danuiteindelijk geen beslissing nemen omdat het allemaal supergevoelig is –of deze Staatssecretaris vindt het niet leuk, of de Minister die jarenlang lidis geweest van de PVV-fractie vindt het niet leuk – is dat niet voldoende.Als het dus alleen maar een verkenning is, hadden meneer Vijlbrief en ikdie tussen eerste en tweede kerstdag kunnen schrijven.De voorzitter:De heer Stultiens voor zijn tweede termijn.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Er zijn met kerst ook andere dingen.Ik geef een opsomming van het debat. Ik denk, één, dat het fijn is dat deStaatssecretaris zegt dat hij blijft staan voor de klimaatdoelen. Dat iswinst. Ik mag hopen dat het voor het hele kabinet geldt, maar dat gaan wede komende weken zien.Twee. Ik ben blij dat hij heeft aangekondigd dat er een wetsvoorstel komtover private-equitybonussen, want dat is hard nodig. Ik snap dat hetzorgvuldig moet en dat we geen nieuwe loopholes willen, maar latenzoals het nu is, is voor ons in elk geval echt een no-go en gelukkig vooreen meerderheid van de Kamer ook.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25048 Ik ben blij om te zien dat de Staatssecretaris zeer gemotiveerd is om tegaan kijken naar de grote miljardenstichtingen die nu onbelast zijn. Iksnap dat het even werk kost, want er zijn een paar nuances te plaatsen,maar ik denk wel dat we hier als Kamer iets mee moeten, want de data diewe nu hebben, roepen een heleboel vragen op.Op het dossier van de verlieslatende bedrijven vind ik de ambitie helaas tebeperkt. Er wordt te makkelijk gewezen naar Europa en men wacht het af,terwijl er juist hele duidelijke aanbevelingen bestaan op het gebied vanantimisbruik en op het gebied van het aanscherpen van de open normen.Daar zal ik dus met een motie over komen in het tweeminutendebat dataangevraagd is door collega Grinwis.Verder dank ik voor de uitgebreide beantwoording en dank ik alleambtenaren die hard aan het werk zijn voor dit debat dat over alles aan deinkomstenkant gaat. Het is altijd een leuk, maar ook een moeilijk debat,met 50 rapporten. Ik dank voor de goede beantwoording.De voorzitter:Mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik ga het heel kort houden. Ik wil de Staatssecretaris heel erg bedankenvoor zijn uitgebreide beantwoording, maar ook voor zijn open houdingom het debat op een hele prettige manier met deze Kamer te voeren. Datis echt zeer gewaardeerd.Ik kijk uit naar het vroege en het late voorjaar, dus ik hoop dat er ergensnog een onderscheid gemaakt wordt tussen wat een beetje april, mei is enwat vervolgens juni is. Er komen ontzettend veel brieven aan. Dat isvolgens mij heel veel werk voor deze Kamer. Laten we onszelf aanmoe-digen om het debat niet weer anderhalf jaar op zich te laten wachten,want volgens mij doen we onszelf daar ook iets mee aan. Daar wou ik hetdus bij laten.De voorzitter:De heer Vijlbrief.De heer Vijlbrief (D66):Voorzitter, dank. Heel veel dank aan de Staatssecretaris en de ambtenarenvoor de beantwoording. Ook ik vond het een goed debat. Excuus dat ikeven weg moest, maar dat was voor een plenair debat. Het enige wat ikzou willen zeggen over de aankomende weken, is dat het kabinet mij tochheel erg doet denken aan iemand die alle spullen in een kast gooit en opeen gegeven moment de kast moet opruimen. Dat hoorde ik nu ook weer.Er komt heel veel in het voorjaar, wederom. Dan doe je de kast open endan valt alles eruit. Ik begin mij dus echt af te vragen waar we naar zittente kijken. Dat zal de komende weken duidelijk worden.Ik hoop wel dat we van de Staatssecretaris een aantal dingen die hij heeftbeloofd om in het voorjaar te leveren zodanig op tijd krijgen dat we daarin ieder geval nog een debat over kunnen voeren, zodat het invloed heeftop het Belastingplan. Dat geldt voor de auto’s, maar dat geldt ook vooreen aantal andere dingen. Ik neem aan dat dat de bedoeling van deStaatssecretaris is. Daar kunnen we anders in het tweeminutendebat ooknog bij helpen.Dank u wel.Voorzitter: StultiensDe voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Van Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25049 Dank je wel, voorzitter. Inderdaad, er komt veel aan richting deVoorjaarsnota. Ik heb de energiebelasting gehoord, maar ook de btw,accijnzen en fiscale regelingen en constructies. Het worden dus gewoonspannende weken. Ook wij kijken toch wel met enige vrees naar wat er opons afkomt. We bekijken ook hoe we dat op korte termijn met elkaar opeen goede manier kunnen verwerken, zodat we ook recht doen aan dekwaliteit.Ik wil de Staatssecretaris danken voor zijn houding met betrekking tot devraag rond de giftenaftrek van de heer Stoffer. Dat wordt erg gewaardeerdDan de familiestichtingen. De Staatssecretaris geeft zelf aan dat dit eenblinde vlek is geweest van 30 miljard. Ik ben benieuwd naar de brief in hetnajaar. Ik hoop niet dat we nog meer van dit soort blinde vlekken hebben,want dit is natuurlijk echt wel significant.Hopelijk gaan we ook snel het debat over het belastingstelsel voeren. Jeziet gewoon dat iedereen staat te popelen. Je hoeft het onderwerp maarop te gooien en je ziet meteen dat we aangaan. Dat is ook mooi, want datis betrokkenheid. Dat tekent deze commissie ook wel.Dank je wel voor de beantwoording. Dank ook aan alle ambtenaren. Ikweet dat ze meekijken en dat ze ons helpen.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan mevrouw Van Dijk.Voorzitter: Inge van DijkDe voorzitter:Ik kijk heel even naar de Staatssecretaris. Kan hij gelijk door of heeft hijeen momentje nodig?Staatssecretaris Van Oostenbruggen:Dank. Ik heb even meegeschreven. Allereerst zeg ik iets richting de heerGrinwis: nee, we hebben geen belasting op wolven. Volgens mij was datniet de context van uw opmerking, maar goed. Ik heb dat debat in iedergeval gemist.Dank voor de gelukwensen en het toewensen van wijsheid. Dat wordtzeker niet als hinderlijk ervaren.Willekeur van ambtenaren is natuurlijk nooit goed. Ik zal dit punt dusmeenemen en daar intern nog eens vragen over stellen.We hebben het net uitgebreid over grondslagerosie gehad. Ik ben blij omte horen dat de heer Madlener ook supergemotiveerd is wat dit betreft,net als mevrouw Hermans. We hebben hier gesprekken over. Ik denk datwe hier al twee keer gesprekken over hebben gehad. Ons voornemen isvolgens mij om gewoon met een pakket te komen. Overigens is dat,aangezien het over de komende vijftien jaar gaat, niet een pakket vanslikken of stikken. Dat wordt heus wel een pakket waar we met elkaar hetgesprek over zullen aangaan. We willen daar natuurlijk de Kamer bijbetrekken, maar ik ben gemotiveerd om ook dat onderdeel van hetregeerprogramma uit te voeren.Om dan maar even door te gaan met de heer Stultiens. Hij had het overklimaatdoelen. Hij hoopte dat mijn woorden voor het hele kabinet geldt.Nou, dat is prachtig, want het kabinet spreekt uiteindelijk met één mond:als ik iets zeg, zegt het hele kabinet het. Het hele kabinet staat – zo staat inhet hoofdlijnenakkoord – voor de klimaatdoelen en voor nog een helehoop doelen. Ik herken overigens wel dat er zo nu en dan wat spanning zitwat betreft de ambities van dit kabinet. Maar goed, wij zijn ervoor omdaar slimme oplossingen voor te vinden.Ja, ik ben gemotiveerd om ontwijking op het gebied van belastingheffingaan te pakken. Dat kan zich voordoen bij stichtingen, private equity,internationale bewegingen van kapitaalstromen en verlieslatendebedrijven. Wat betreft die motie: ik ben benieuwd. Ook zonder motie stoptTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25050 dat werk niet. Die motie zal vast ook niet betekenen dat dat werk moetstoppen. Volgens mij verstaan we elkaar hierin dus goed.Mevrouw Van Eijk heeft het over het vroege en het late voorjaar. Ik dachtgelijk aan A Midsummer Night’s Dream: wij hebben ook zoiets als een«midspring night’s dream». Het punt is dat we inzage zullen geven indatgene wat wij doen. Ik snap dat daar spanning op zit aan de kant van deKamer met betrekking tot het inplannen en verwerken. Nou goed, dat kanik ook niet helpen. Volgens mij moeten we gewoon ons best doen.Dan de kast. Sommige mensen zeggen: als de kast vol is, moet jeverhuizen. Zo zit ik niet in de wedstrijd; wij willen die kast netjesopruimen. Ik ben een vrij opgeruimd type.Dan ga ik door naar de vraag van mevrouw Van Dijk om één ding toe tevoegen die zij niet noemde in de tweede termijn. Als we elkaar niet goedverstaan wat betreft de parlementair coördinator kunnen we daar grappenover maken, maar we kunnen het ook even bespreken; dan gaan we zometeen even kijken wat daarin de behoefte is.Dan de giftenaftrek. Daar staan we voor.Dan de familiestichtingen: ik hecht eraan te benadrukken dat het nietalleen gaat om familiestichtingen. Het gaat ook om anbi’s en om anderestichtingen die niet in handen zijn van families.Dan de jacht op blinde vlekken. «Jacht» klinkt misschien wat heftig. Ik hebin eerdere debatten bijvoorbeeld al iets gezegd over bitcoin. Dat is ietswat nu in de aangiftes moet worden opgenomen. Daar wordt aandachtaan gegeven. Ik merk ook dat de media dat oppakken. Ik vind het ook heelbelangrijk dat men dat doet en dat men dit aangeeft.Dan btw. Wij zijn altijd bezig met het onderzoeken en dichten van hetbtw-gat. We staan er als Nederland redelijk goed op. Tegelijkertijd hebbenwe ook gewoon gesprekken met andere landen om ons heen over wat zijzien en waar bij hen het btw-gat zit. Iets anders is dat ik afgelopen weekook in Brussel ben geweest. Daar zat ik bij het panelgesprek op het EU TaxSymposium. Daar heb ik ook een opmerking gemaakt over de EU Code ofConduct Group, die op dit dossier goed werk gedaan heeft met betrekkingtot belastingontwijking voor bedrijven. De inzet van Nederland, ookrichting de EU Code of Conduct Group, is wat mij betreft dat die zijnmandaat uitbreidt naar individuen. Grensoverschrijdende ontwijkingengaan namelijk vaak hand in hand met ontwijkgedrag van rijke individuen.Volgens mij is dat ook de manier om dingen internationaal aan te pakken.Als er nog grote blinde vlekken zijn waar u mij niet over hoort, dan staatmijn deur in ieder geval altijd open. Laten we gewoon zorgen dat we eeneerlijk, netjes, rechtvaardig en betrouwbaar belastingstelsel hebben, voornu en in de toekomst.De voorzitter:Dank. We hebben een heel aantal toezeggingen, maar een heel aantaldaarvan landen waarschijnlijk in die integrale planningsbrief, laat ik die zomaar noemen. Ik ga ze dus wel gewoon voorlezen, maar ik ga ervan uitdat heel veel toezeggingen dadelijk samengevoegd gaan worden in éénbrief.–Aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal ten aanzien vanscenario’s voor belasting op voedsel met toegevoegde suikers in hetkomende halfjaar mogelijke voorstellen naar de Kamer sturen.Richting de heer Grinwis zou ik willen zeggen dat ik ervan uitga dat dat inde planningsbrief nader gespecificeerd zal worden. Dat is namelijktoegezegd. Daar zit even ons dilemma. We hebben eigenlijk alleplanningsvragen samengevat als toezeggingen, maar de Staatssecretarisheeft aangegeven dat hij één brief gaat maken.–Aan het lid Vijlbrief: de Staatssecretaris zal ten aanzien van hetbelasten van elektrisch rijden de kabinetsvisie tot 2040 in het voorjaar –dat is in juni – naar de Kamer sturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25051 –Aan het lid Stultiens: de Staatssecretaris zal ten aanzien van alternatie-ven van de lucratiefbelangregeling de Kamer op korte termijn eenvoorstel toesturen.–Aan het lid Stultiens: de Staatssecretaris zal de Kamer in het najaarinformeren over de belastingplicht van stichtingen en in het bijzonderover de vpb-verplichtingen.–Aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal voor de zomer dekabinetsreactie ten aanzien van het onderzoek naar anbi’s aan deKamer sturen.–Aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal de Kamer in hetvoorjaar nader informeren ten aanzien van de meerurenbonus in dewerkkostenregeling.–Aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal ten aanzien van debedrijfsopvolgingsregeling de Kamer op korte termijn nader informe-ren over het overleg met de Europese Commissie over staatssteun.–Aan het lid Stultiens: de Staatssecretaris zal ten aanzien van deevaluatie van het lage tarief in de vennootschapsbelasting op kortetermijn een kabinetsappreciatie naar de Kamer sturen.–Aan het lid Van Eijk: de Staatssecretaris zal in het voorjaar de evaluatieten aanzien van de onbelaste reiskostenvergoeding met de Kamerdelen.–Aan de hele commissie: de Staatssecretaris zal in het voorjaar van ditjaar de commissie een overzicht geven van de planning van de aan deKamer toe te zenden stukken.–Aan de leden Stultiens en Van Dijk: de Staatssecretaris zal in hetvoorjaar de beleidsopties ten aanzien van de herziening van fiscaleregelingen aan de Kamer sturen.Aan de heer Grinwis zou ik de vraag willen stellen op welke termijn hij hettweeminutendebat ingepland zou willen hebben.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het heeft geen haast. Het is wel prettig om het voor het meireces gehad tehebben en om ook voor het meireces te kunnen stemmen, zodateventuele punten nog in de voorjaarsbesluitvorming meegenomenkunnen worden. Die krijgen in het meireces namelijk pas de apotheose.De voorzitter:Dank voor die duidelijkheid.Staatssecretaris Van Oostenbruggen:We zullen ook zorgen dat we voor het tweeminutendebat die brief met deplanning sturen. Dan kun je namelijk ook eventjes kijken of we nog watmissen. Het lijkt mij ook goed als er even contact is met de griffie om zometeen die toezeggingen, het debat en de brieven eventjes over elkaarheen te leggen, voordat we dit definitief vastleggen.De voorzitter:Dank aan de collega’s voor het debat. Dank aan de Staatssecretaris voorde antwoorden. Dank aan het publiek. Tot de volgende!Sluiting 16.24 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 140, nr. 25052

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d22ceefa20760b33

14 okt 2026 · e475c6b3e99f3b12

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingNationale fiscaliteit
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 26 maart 2025, over Nationale fiscaliteit

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.