Kabinetsreactie op het rapport 'Etnisch profileren is overheidsbreed probleem' van Amnesty International
Brontekst
Versie 9db091e271ee8f88 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 950Racisme en DiscriminatieNr. 434 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 februari 2025Discriminatie is onacceptabel. Dat staat voor het kabinet buiten kijf.Discriminatie is niet alleen schadelijk voor de persoon die het ondergaat,maar voor de samenleving als geheel. Dit geldt eens te meer voorstelselmatige discriminatie en voor discriminatie door de overheid. In desamenleving dragen wij een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ditprobleem aan te pakken, maar juist als overheid hebben wij hierin eenvoorbeeldfunctie. In het rapport «Etnisch profileren is overheidsbreedprobleem» wijst Amnesty International Nederland (hierna: Amnesty) hetkabinet erop dat het, ondanks dit uitgangspunt, in de praktijk niet altijdlukt om die voorbeeldrol te vervullen en dat etnisch profileren nog altijdvoorkomt.1De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft mijn ambtsvoor-ganger op 4 april 2024 per brief verzocht om met een kabinetsreactie tekomen op dit rapport. Tijdens het commissiedebat discriminatie, racismeen mensenrechten van 16 april 2024 heeft mijn ambtsvoorgangertoegezegd met een reactie te komen.2 Mede namens de Minister vanJustitie en Veiligheid, de Minister van Defensie, de Minister van Buiten-landse Zaken, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, deMinister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de StaatssecretarisKoninkrijksrelaties en Digitalisering, de Staatssecretarissen van Financiën– Fiscaliteit en Belastingdienst en Douane en Herstel en Toeslagen, stuurik u hierbij een reactie op dit rapport van Amnesty. Door de afstemmingmet negen bewindspersonen heeft deze brief langer op zich laten wachtendan eerder toegezegd.1Te vinden via: Amnesty NL 2024 Etnisch profileren is overheidsbreed probleem.2Toezegging gedaan aan het lid Bamenga (D66) TZ202404-227. kst-30950-434ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4341 Algemene reactieAmnesty bespreekt in het rapport de risico’s op etnisch profileren endiscriminerende controles door verschillende overheidsorganisaties,waaronder de politie, Koninklijke Marechaussee (KMar), Belastingdienst,het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) en gemeenten. Amnesty steltin haar rapport dat de Nederlandse overheid te weinig doet om etnischprofileren aan te pakken. Het kabinet heeft het probleem van etnischprofileren en institutioneel racisme erkend en stappen in de goederichting gezet, maar Amnesty meent dat er nauwelijks effectieve maatre-gelen zijn genomen om etnisch profileren uit te bannen.Amnesty constateert dat op diverse plekken binnen overheidsdienstensprake is (geweest) van discriminatie door etnisch profileren. Dat isonacceptabel. Etnisch profileren is, zoals Amnesty beschrijft, een ernstigevorm van discriminatie en in strijd met de mensenrechten. Het wordt doormensen als vernederend en stigmatiserend ervaren en draagt bij aannegatieve beeldvorming over bepaalde groepen burgers. Discriminatiedoor de overheid tast het vertrouwen van burgers in de overheid aan enhet schaadt de legitimiteit van de Nederlandse overheid.Het kabinet erkent dat er verbeteringen nodig zijn in het voorkomen en deaanpak van stelselmatige discriminatie en discriminatie door de overheid.De overheid acht het gebruik van risicoprofielen soms nuttig en effectief,maar dat mag nooit ten koste gaan van burgers, tot discriminatie ofstigmatisering leiden. Dat is een noodzakelijke maar ook complexeopgave, omdat de aanpak vanuit verschillende invalshoeken benaderdmoet worden. Het kan gaan om bewustwording, aanpassen van werkpro-cessen of grip op algoritmische besluitvorming. Het kost tijd om dit teveranderen. Daar worden al de nodige stappen voor gezet, maar het iseen opgave die een lange adem vereist en die steeds moet wordenbijgesteld aan de hand van nieuwe inzichten. Het rapport van Amnestykan daarbij helpen.Het rapport geeft een overzicht van de maatregelen die, volgens Amnesty,nodig zijn voor een effectieve aanpak van etnisch profileren en discrimine-rende controles. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op richtlijnen en uitgangs-punten die, wanneer nageleefd, ervoor zorgen dat overheidscontrolesworden uitgevoerd in lijn met de mensenrechten. Bij elk van de uitgangs-punten worden een of meerdere voorbeelden beschreven van bestaandewerkwijzen waarbij volgens Amnesty de zorgvuldigheid van overheids-controles niet of onvoldoende is gewaarborgd. Amnesty eindigt tot slotmet achttien aanbevelingen op het terrein van normstelling, zorgvul-digheid bij controles, verantwoording en toezicht. Hieronder ga ik kort inop de stappen die al zijn gezet en vervolgens op de achttien aanbeve-lingen.Welke stappen zijn al gezet?De overheid is gehouden aan artikel 1 van de Grondwet en dient allen diezich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk te behandelen. Het iszeer onwenselijk als bepaalde vormen van profileren of controles totdiscriminatie leiden. Het is de opdracht van iedere overheidsorganisatieom dat te voorkomen en te bestrijden. Het kabinet onderschrijft dan ookde stelling in het rapport dat de overheid een belangrijke taak heeft omdiscriminatie verder aan te pakken. In de afgelopen periode zijn doorverschillende uitvoeringsorganisaties en departementen maatregelengenomen om etnisch profileren te voorkomen en tegen te gaan. Dezekomen hieronder, bij de bespreking van de aanbevelingen, nader aan deorde. Uw Kamer is hier op verschillende manieren over geïnformeerd. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4342 KMar, de Politie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Belasting-dienst hebben uw Kamer tijdens het Rondetafelgesprek over risicoprofi-lering in het handhavingsbeleid op 23 mei 2024 verder inzicht gegeven inalle stappen die zij ondernemen om etnisch profileren te voorkomen en tebestrijden.Een van de voorbeelden van maatregelen is de inventarisatie en een toetsdie heeft plaatsgevonden bij alle overheidsinstellingen met betrekking tothet gebruik van afkomst-gerelateerde indicatoren in risicomodellen. Dezeinventarisatie vond plaats naar aanleiding van de motie van de ledenMarijnissen (SP) en Klaver (GroenLinks)3, ook wel «motie 21 genoemd»,tijdens het debat van 19 januari 20214 over het rapport «OngekendOnrecht». De resultaten van de inventarisatie zijn door de ministeries metuw Kamer gedeeld.5 De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties (BZK) heeft de Auditdienst Rijk gevraagd een externetoets uit te voeren naar de kwaliteit van de uitvoering van deze motie. Ditonderzoek is op 2 december 2024 aan uw Kamer gezonden.6 De Audit-dienst vermeldt in de conclusies van dit onderzoek dat de projectteams bijde departementen signaleerden dat Motie#21 heeft bijgedragen aan hetbewustzijn over het verwerken van afkomstgerelateerde gegevens binnende departementen.Het kabinet is van mening dat veel van de acties die het neemt om etnischprofileren tegen te gaan, aansluiten aan bij de aanbevelingen vanAmnesty. Een voorbeeld is aanbeveling om uit te dragen dat overheidsor-ganisaties die burgers controleren in hun zoektocht naar potentiëlenormovertreders, burgers vanuit vertrouwen en als individuen moetenbehandelen. Een ander voorbeeld is om de mogelijkheden voor een PublicSector Equality Duty te laten onderzoeken: dat wordt momenteel gedaandoor de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Het kabinetherkent zich echter niet in alle bevindingen en conclusies uit het rapport.Zo stelt Amnesty dat «nationaliteit» onder de discriminatiegrond ras valt.In sommige situaties is dit voorstelbaar, tegelijkertijd is nationaliteit eenlegitiem en wereldwijd toegepast selectiecriterium. Voor de toepas-baarheid van wet- en regelgeving is nationaliteit soms een relevant entoegestaan criterium. Ter illustratie kan hier het gebruik van nationaliteit inhet visumbeoordelingsproces bij BZ worden genoemd, waar dit wordtgebruikt om het staatsburgerschap van een aanvrager te bepalen. Hierbijis nationaliteit een gegeven dat in wezen de kern van het visumprocesvormt.7 Immers, iemands nationaliteit bepaalt of men visumplichtig is.Verschillende ministeries en uitvoeringsorganisaties zijn de afgelopenmaanden op de uitnodiging van Amnesty ingegaan om naar aanleidingvan het rapport in gesprek te gaan. Het kabinet waardeert het zeer datAmnesty tijd vrij heeft gemaakt voor deze gesprekken en ook in detoekomst blijven de diverse uitvoeringsorganisaties en departementengraag in gesprek met (maatschappelijke) organisaties, waaronderAmnesty, over dit belangrijke thema.Aanbevelingen 1 en 2: NormstellingAmnesty adviseert in een wet of bindende richtlijn vast te leggen dat hetdiscriminatieverbod geen ruimte laat voor het gebruik van kenmerkenzoals ras, huidskleur, etniciteit, etnische en nationale afkomst, religie,3Kamerstukken II, 2020/21, 35 510, nr. 21.4Handelingen II, 2020/21, nr. 45, item 4.5Kamerstukken II, 2021/22, 26 643, nr. 790 en Kamerstukken II, 2021/22, 30 950, nr. 281.6Kamerstukken II, 2024/25 nr. 26 643, nr. 1247.7Kamerstukken II, 2022/23, 26 643 en 32 761, nr. 1065.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4343 nationaliteit en andere afkomstgerelateerde gegevens in selectiebeslis-singen en risicoprofilering, ook niet in combinatie met andere kenmerken.De overheid is vanzelfsprekend gehouden aan het discriminatieverbod,zoals dat is vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet en andere gelijkebe-handelingswetgeving. Dit is verder uitgewerkt in nationale en interna-tionale jurisprudentie. In hun brief van 20 maart 2023 hebben de NationaalCoördinator tegen Discriminatie en Racisme, de Staatscommissie tegenDiscriminatie en Racisme en het College voor de Rechten van de Mens hetkabinet opgeroepen om het handelen van de overheid ook onder dereikwijdte van de gelijkebehandelingswetgeving te brengen. Ook deParlementaire Onderzoekscommissie effectiviteit antidiscriminatiewet-geving en de Parlementaire Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienst-verlening adviseren dit. De Algemene wet gelijke behandeling (hierna:Awgb) is alleen van toepassing op privaatrechtelijke relaties, dat wilzeggen op relaties tussen burgers onderling. Daarop geldt momenteel aleen uitzondering: discriminatie op grond van ras is verboden bij desociale bescherming, daaronder begrepen sociale zekerheid en socialevoordelen, zoals toeslagen of uitkeringen. De oproep is, zoals gezegd, omal het overheidshandelen onder de reikwijdte van deze wetgeving tebrengen, waaronder bijvoorbeeld ook risicoprofilering door de Belasting-dienst bij controle op fraude bij de inkomstenbelasting of overheidshan-delen bij grenscontroles. Een dergelijke wetswijziging zou tot gevolghebben dat mensen een beroep op de Awgb kunnen doen wanneer zijvermoeden slachtoffer te zijn geweest van etnisch profileren en dat zij hunklacht over het handelen van de overheid kunnen laten beoordelen doorhet College voor de Rechten van de Mens. Het Ministerie van BZK isgestart met een onderzoek naar de mogelijkheid om de reikwijdte van deAwgb uit te breiden. Voor de uitbreiding zijn enkele (principiële) keuzes temaken, zoals of de uitbreiding voor onderscheid op alle gronden moetgelden of (in eerste instantie) alleen voor de meest voorkomende en ofeen «open» of «gesloten» systeem van rechtvaardiging het meest voor dehand ligt. U wordt in het voorjaar van 2025 geïnformeerd over devoortgang van het onderzoek. In het debat over het rapport van deParlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlenging van15 januari 2025 is uw Kamer een technische briefing aangeboden over ditonderzoek. Met het onderzoek wordt ook tegemoetgekomen aan de motievan de leden Ceder en Mutluer van 19 april 2022. In deze motie wordt hetkabinet verzocht een expliciet verbod op het gebruik van nationaliteit ofetniciteit in risicoprofilering bij wetshandhaving te onderzoeken.8 Ook deStaatscommissie tegen discriminatie en racisme onderzoekt deze vraag.Na het onderzoek zal een wetgevingsproces volgen. Hoewel eenuitbreiding van de reikwijdte van de Awgb geen nieuwe norm oplegt aande overheid, maar slechts een norm codificeert – de overheid is immersvia artikel 1 van de Grondwet al gehouden aan het verbod van discrimi-natie – ligt het voor de hand dat een eventuele wetswijziging gepaard zalgaan met informatie aan de overheidsdiensten die daar mogelijk mee temaken krijgen, over de procedure bij het College voor de Rechten van deMens. Bij de vormgeving daarvan – en andere trainingen of voorlichtingen– zullen de lessen uit het evaluatieonderzoek van het Verwey-JonkerInstituut worden meegenomen.9 Verwey-Jonker heeft onderzoek gedaannaar de effectiviteit van de workshops die Movisie in opdracht van hetMinisterie van BZK heeft uitgevoerd om gemeentelijke uitvoerings-diensten bekend te maken met het toetsingskader etnisch profileren vanhet College voor de Rechten van de Mens. Uit dat onderzoek volgt datdergelijke trainingen het best kunnen worden ingebed in bestaande8Kamerstukken II, 2022/22, 30 950, nr. 299.9Zie: Evaluatie workshop Institutionele Discriminatie bij de Gemeente – Verwey-Jonker Instituut,gepubliceerd op de website van het Verwey-Jonker Instituut op 4 december 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4344 structuren voor bijvoorbeeld opleidingen of bewustwordingstrajecten inplaats van als losse workshops.Daarnaast heeft het College voor de Rechten van de Mens het toetsings-kader «Discriminatie door risicoprofielen – Een mensenrechtelijktoetsingskader» opgesteld om etnisch profileren in de praktijk te helpenvoorkomen. Het College heeft op 28 januari jl. een geactualiseerdtoetsingskader uitgebracht,10 onder andere naar aanleiding van deuitspraak van het Gerechtshof in de zaak over het gebruik van ras enetniciteit bij MTV-controles.11 De eventuele gevolgen voor het beleid vande overheid worden opnieuw bezien. Naast het toetsingskader, zal ook hetadvies van Amnesty over het opstellen van een wet of bindende richtlijnover het gebruik van afkomstgerelateerde gegevens worden meege-nomen. Bovendien zal het herziene toetsingskader opnieuw onder deaandacht worden gebracht van de verschillende uitvoeringsorganisaties.Dit toetsingskader is bedoeld als praktische handreiking voor beleid enpraktijk van uitvoeringsdiensten als de politie, de KMar, de Belasting-dienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en deSociale Verzekeringsbank (SVB).Aanbevelingen 3 tot en met 9: Strikte regels voor controleAmnesty adviseert om uit te dragen dat overheidsorganisaties, dieburgers controleren, burgers vanuit vertrouwen en als individuen moetenbehandelen. Dit kan volgens Amnesty worden bereikt door controlebe-voegdheden wettelijk vast te leggen in wetgeving of bindende richtlijnenen instructies. Daarnaast adviseert Amnesty om vast te leggen datopsporingsambtenaren burgers alleen controleren indien sprake is vaneen geconstateerd strafbaar feit of een redelijk vermoeden van schuld.Amnesty adviseert om aselect controleren het uitgangspunt te laten zijn,om terughoudend te zijn met de inzet van (geautomatiseerde) risicoprofi-lering, om algoritmes voor risicoprofilering te toetsen aan mensenrechtenen om zelflerende algoritmes ter ondersteuning van selectiebeslissingente verbieden.Risicogericht toezicht is een instrument om doelmatig en effectief toezichtte houden. Op deze manier wordt getracht de toezichtscapaciteit gerichten effectief in te zetten en wordt zoveel mogelijk voorkomen dat burgersonnodig worden lastiggevallen. De Kamer heeft ook aangegeven hetgebruik van risicogericht toezicht niet bij voorbaat uit te willen sluiten,getuige de aangenomen motie van Martens-America (VVD) en Van Zanten(BBB).12Het kabinet wil alleen op een verantwoorde manier en op onbevooroor-deelde wijze onderscheid maken bij de inzet van risicogericht toezicht. Hetkabinet onderschrijft daarom het belang van zorgvuldigheid, transparantieen voldoende waarborgen bij de inzet hiervan.WaarborgenGoede waarborgen zijn dus van groot belang. Voorbeelden hiervan zijnhet baseren van risicomodellen op onderzoek en analyse, (statistische)validatie vooraf, regelmatige monitoring, onderhoud en evaluatie enopenstaan voor signalen van hoe het risicomodel uitpakt in de praktijk.Daarbij is het wenselijk om (externe) expertise te betrekken, bijvoorbeeld10Toetsingskader risicoprofilering – Normen tegen discriminatie op grond van ras en nationa-liteit | College voor de Rechten van de Mens11Gerechtshof Den Haag, 14 januari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:173.12Kamerstukken II, 2023/24, 24 724 nr. 233.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4345 in de vorm van ethische commissies. Binnen het Ministerie van Financiënis daarom in 2023 de onafhankelijke en externe AdviescommissieAnalytics ingesteld die adviseert over het ethisch verantwoord omgaanmet data voor analyse ten behoeve van het Ministerie van Financiën, deBelastingdienst, de Douane en Dienst Toeslagen. UWV legt haar risico-scans voor aan een ethische commissie en SVB is momenteel bezig omhoofdrisico’s per wet te herijken om tunnelvisie en bias te voorkomen.Ook zetten zowel Dienst Toeslagen als UWV en SVB in op aselect toezichtbij handhaving.TrainingenDe laatste jaren besteden uitvoeringsorganisaties in hun trainingen enopleidingen steeds meer aandacht aan het tegengaan van discriminatie enracisme. Trainingen en workshops moeten leiden tot meer bewust-wording, gedragsverandering en de verbetering van bejegening vanc.q. uitleg aan burgers. Dit sluit aan bij de aanbeveling van Amnesty omuit te dragen dat overheidsorganisaties die burgers controleren in hunzoektocht naar potentiële normovertreders, burgers als individuen moetenbehandelen en hen moeten bejegenen vanuit vertrouwen.−Zo is DUO op het gebied van discriminatie en inclusie gestart met hetgeven van trainingen voor externe controleurs en het organiseren vandialoog- en kennissessies voor DUO-medewerkers.−Dienst Toeslagen is in de zomer van 2024 gestart met de leerlijn«Inzicht in eigen vooroordelen». In co-creatie met het College voor deRechten van de Mens is gezamenlijk aan de ontwikkeling van dezeleerlijn gewerkt. Dienst Toeslagen werkt via deze weg aan de onderlig-gende oorzaken, zoals ingeslepen mechanismen, denkwijzen,werkwijzen en handelingspatronen die leiden tot discriminatie. Deleerlijn komt voort uit het meerjarenprogramma «VooroordelenVoorbij» van het College.−De Belastingdienst gaat discriminatie en institutioneel racisme tegenmet bijvoorbeeld cursussen, opleidingen en gesprekken om bewust-wording van medewerkers en management te vergroten.−De politie en de KMar hebben beiden hun Handelingskader Professio-neel Controleren geactualiseerd en opnieuw op verschillende gremiaen via diverse media bij de medewerkers onder de aandacht gebracht.Het handelingskader geeft handvatten aan de uitvoerende mensen enhun leidinggevenden. Door expliciet te maken hoe zij de selectiemaken en de controle vormgeven, worden zij ondersteund in hunwerk. Momenteel onderzoekt de KMar hoe de resultaten op een goedemanier kunnen worden gemeten en binnen de KMar worden diversemogelijkheden uitgelopen, zoals een app waarin selectiecriteriaworden opgeslagen. Binnen de politie zijn er meerdere herhalingson-derzoeken uitgevoerd naar de bekendheid van het HandelingskaderProfessioneel Controleren en de zogenoemde Proco-app. Beidehandelingskaders maken deel uit van de basisopleiding en vervolgop-leidingen voor politie en KMar. De politie heeft in het afgelopen jaarhet aangepaste handelingskader actief onder de aandacht gebracht. In2025 zal dat worden voorgezet. De politie en KMar spannen zich onderandere met het Handelingskader in om professioneel controleren tebevorderen en etnisch profileren te voorkomen en te bestrijden. Dit zalbijdragen aan een betere taakuitvoering. Het meten van het resultaat iscomplex, de bekendheid met het handelingskader wordt wel getoetst.Daarnaast hebben de KMar en de politie VR-brillen ter ondersteuningvan trainingen voor het maken van selectiebeslissingen geïntrodu-ceerd en een intern programma dat tot doel heeft de culturelesensitiviteit binnen de organisatie te verhogen en discriminatie enuitsluiting te voorkomen en bestrijden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4346 −Bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken vereist het visumbeoorde-lingsproces naar zijn aard doorlopend aandacht ter voorkoming vanmogelijke vooroordelen. Dit aspect vormt daarom dan ook eenbelangrijk onderdeel van de startopleiding voor visumbeslismedewer-kers, met nadruk op het principe «verstrekken tenzij», waarbij elkeaanvraag op zijn eigen merites en aan de hand van dezelfde (Euro-peesrechtelijke) criteria dient te worden beoordeeld. Daarnaast is heteen terugkerend onderwerp in workshops en vervolgtrainingen.Specifiek kunnen hier de Diversiteit en Inclusie en de «UnconsciousBias» trainingen genoemd worden. Beide zijn verplicht voor allebeslismedewerkers.Aselect controlerenAmnesty adviseert om aselect controleren het uitgangspunt te laten zijnvoor alle overheidscontroles die zich richten op burgers zonder dat erconcrete, geïndividualiseerde aanwijzingen zijn voor wetsovertreding.Het kabinet kan zich daar niet volledig in vinden en vindt niet dat alleoverheidscontroles altijd aselect moeten plaatsvinden. Risicogerichttoezicht is een belangrijk instrument om doelmatig en effectief toezicht tehouden. Hiermee wordt voorkomen dat burgers die de regels nalevenonnodig worden gecontroleerd en wordt toezichtscapaciteit gericht en zoefficiënt mogelijk ingezet. Ook is selectie soms juist wenselijk om burgerste ondersteunen, gemak te bieden, fouten te voorkomen en ook fouten teherstellen. Wel is het kabinet van mening dat aselect selecteren een goedeaanvulling is op risicogericht toezicht, juist ook ter validatie.13Veelal worden aselecte steekproeven nu naast risicogericht toezichtgebruikt. Een aantal voorbeelden hiervan wordt hieronder genoemd.−Het uitgangspunt van Dienst Toeslagen is dat aselecte steekproevennáást risicogericht toezicht moeten plaatsvinden. Hierbij moet wordenopgemerkt dat hoe meer controlebevoegdheden wettelijk vastgelegdworden, hoe minder ruimte er is voor het hanteren van de «menselijkemaat». Er wordt ook gewerkt aan nieuwe manieren van controle enhandhaving, ten behoeve hiervan is ook de Handhavingsstrategie vanDienst Toeslagen opgesteld. Deze is op 31 mei 2023 openbaargemaakt. Hierbij is ook het waarborgenkader voor selectie-instrumenten gedeeld.−Het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) overweegt een steek-proefsgewijze selectie van visumaanvragen voor een intensieverecontrole. Dit kan ter validatie een goede aanvulling zijn op de dataondersteunde werkwijze. Het Ministerie van BZ ziet dit echter niet alsalternatief voor de huidige werkwijze, maar aanvullend met bovenge-noemde meerwaarde en/of als monitoringsinstrument. Overigensvindt op dit moment reeds een kwaliteitstoets plaats door middel vanhet continu monitoren van de op data gestuurde werkwijze, alsmededoor middel van het wekelijks bezien van een selectie afgehandeldevisumaanvragen, waarbij geconstateerde afwijkingen van de bench-mark worden besproken en geëvalueerd. In dit verband is van belangom te benadrukken dat het toepassen van aselect controleren er bij hetMinisterie van BZ nooit toe zal leiden dat bepaalde visumaanvragenniet onderzocht worden, aangezien elke aanvraag moet wordenbehandeld op basis van de toepasselijke regelgeving, i.c. deEU-Visumcode. Dit laatste betekent dat elke aanvraag die aan daarinvermelde criteria voldoet, wordt gehonoreerd.13Zie ook hoofdstuk 4 van het AP-rapport: https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/documenten/rapportage-ai-algoritmerisicos-nederland-ran-voorjaar-2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4347 −DUO voert op dit moment aselecte controles bij de uitwonenden-beurs.14Studenten die in aanmerking komen voor studiefinanciering kunneneen hogere basisbeurs ontvangen als zij uitwonend zijn dan als zij bijhun ouders wonen. De huidige controles die DUO uitvoert bij deuitwonendenbeurs vinden aselect plaats nadat in juni 2023 berichten inde media verschenen dat studenten met een migratieachtergrondopvallend vaker werden gecontroleerd door DUO. De Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft geconstateerd, opbasis van onderzoek van PricewaterhouseCoopers (PwC), dat er helaassprake is geweest van indirecte discriminatie bij het voormalige,risicogerichte controleproces met betrekking tot de uitwonendenbeurs.Daar heeft de voormalig Minister van OCW namens het vorige kabinetexcuses voor aangeboden.15 De huidige aselecte controles bij deuitwonendenbeurs, zijn op de lange termijn volgens het kabinet niethoudbaar. Aselect controleren met huisbezoeken is namelijk geeneffectieve manier om te controleren vergeleken met een goedwerkende risicogerichte werkwijze. Daarom acht het kabinet hetnoodzakelijk bij de controles uitwonendenbeurs om op zoek te gaannaar een nieuwe, effectieve vorm van risicogericht toezicht, waarbijalleen verantwoord onderscheid wordt gemaakt.Ondertussen doet de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racismeonderzoek naar mogelijkheden om onderscheid op grond van ras ennationaliteit in risicoprofielen alleen toe te passen om mensen tebeschermen en te ondersteunen. Dit is onderdeel van de opdracht van deStaatscommissie. In het kader daarvan bekijkt de Staatscommissie ondermeer de vraag of risicoselectie effectief is in vergelijking met het gebruikvan aselecte steekproeven en wat de (maatschappelijke) kosten en batenzijn van elk van deze methodes. In juni 2024 heeft uw Kamer de motie vande leden Van Oostenbruggen en Chakor aangenomen waarin wordtgevraagd een vergelijkend onderzoek uit laten voeren met daarbij eendiepgaande analyse van de effecten van discriminatie in relatie tot hetgebruik van zowel aselecte steekproeven als risicoselecties.16 Dediepgaande analyse waar de motie om verzoekt, wordt meegenomen inhet onderzoek van de Staatscommissie. De Staatscommissie verwachteind 2025 met een (eerste) analyse te komen. In mei 2026 wordt heteindrapport van de Staatscommissie verwacht.]Regels rondom algoritmes en AIAls AI en algoritmes worden ingezet, ook als dat gebeurt bij risicoprofi-lering, dan dienen de voorwaarden en waarborgen duidelijk te zijn. Hetkabinet werkt aan een volgende versie van het Algoritmekader voor deoverheid. Dit biedt een handzaam overzicht van de belangrijkste wettelijkenormen en eisen ten aanzien van AI en algoritmes, met een vertaling naarpraktische maatregelen. Belangrijke onderdelen zijn o.a. bias en discrimi-natie, transparantie/uitlegbaarheid en hulpmiddelen om risico’s vroeg-tijdig te identificeren en te mitigeren. Het kabinet vindt het belangrijk datmensenrechten, waaronder het discriminatieverbod, gelden alsuitgangspunt voor het doel, het ontwerp en het gebruik van algoritmes enAI. In de meest recente Verzamelbrief Digitalisering heeft het kabinet eenupdate gegeven van dit kader.17 Het kader is beschikbaar en zal in open14Waarbij alleen een aantal kwetsbare groepen studenten zijn uitgezonderd voor controle:.Zie: Kamerstukken II, 2023/24, 24 724, nr. 217.15Kamerstukken II, 2023/24, 24 724, nr. 220.16Kamerstukken II, 2023/24, 30 950, nr. 408.17Kamerstukken II, 2023/24, 26 643, nr. 1197.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4348 omgeving worden doorontwikkeld.18 Met het ontwikkelen van hetAlgoritmekader wordt ook voldaan aan de motie van het lid Westervelddie verzoek om op concrete regels op te stellen om etnisch profilerentegen te gaan, zodat dit niet alleen aan de uitvoeringsorganisaties wordtovergelaten.19Het is belangrijk dat er bij de inzet van algoritmes en AI vanaf de start eenbrede discriminatietoets plaatsvindt. Daarbij valt niet alleen te denken aande data protection impact assessment (DPIA) als persoonsgegevensworden verwerkt, maar ook aan een bredere mensenrechtentoets,bijvoorbeeld door het doen van een Impact Assessment Mensenrechtenen Algoritmes (IAMA). Dit laatste instrument is bedoeld om ervoor tezorgen dat alle relevante aandachtspunten rondom de inzet vanalgoritmes in een vroeg stadium en op een gestructureerde manier aan deorde komen. Het instrument richt zich niet alleen op het verbod opdiscriminatie, maar op alle mensenrechten. Het IAMA is inmiddels bekendbinnen de overheidsorganisaties en wordt ook toegepast. Er is recent eenevaluatie afgerond op basis van 15 pilots.20Het kabinet wil een mensenrechtentoets voor specifieke typen algoritmesmeer bindend maken. Dit ook naar aanleiding van een motie van uwKamer die het kabinet verzocht heeft om een impactassessment teverplichten voorafgaand aan het gebruik van algoritmes wanneer dezeworden ingezet om evaluaties van of beslissingen over mensen temaken.21 Deze motie vraagt ook om waar mogelijk deze assessmentsopenbaar te maken. Zoals in de kabinetsreactie daarop aangegeven, wilhet kabinet dit in samenhang zien met de nieuwe verplichtingen dievolgen uit de AI-verordening.22 Afgesproken is destijds om, vooruitlopendop de AI-verordening, voor alle nieuwe hoog-risico AI-systemen in de zinvan de AI-verordening die binnen de Rijksoverheid worden gebruikt, eenmensenrechtentoets te laten doen.23Het kabinet vindt het belangrijk dat bij het gebruik van algoritmes en AI terondersteuning van selectiebeslissingen en risicoprofilering duidelijk tevolgen moet zijn hoe besluiten tot stand komen. In artikel 5 van deAlgemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) worden debelangrijkste principes met betrekking tot de verwerking van persoonsge-gevens uiteengezet. Het handelen van de overheid wordt ook genormeerddoor de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een belangrijk uitgangspuntin het kader van transparantie is het motiveringsbeginsel dat voor debelanghebbende inzichtelijk moet maken hoe besluiten tot stand zijngekomen.Aanbevelingen 10 tot en met 15: VerantwoordingTransparantie is de basis van verantwoord controleren: alle overheidsor-ganisaties die burgers controleren op potentiële normovertreding moetentransparant zijn over hun werkwijze, zowel richting gecontroleerdeburgers als richting de samenleving, zo stelt Amnesty. Dit vraagt datorganisaties kunnen uitleggen waarom burgers zijn geselecteerd voor eencontrole en welke werkwijze daarbij gehanteerd is. Daarnaast vraagt ditom transparantie over de werkwijze in alle fasen van een controleproces.18https://www.digitaleoverheid.nl/overzicht-van-alle-onderwerpen/algoritmes/algoritmerekader/19Kamerstukken II, 2021/22, 30 950, nr. 295.20https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/06/20/iama-in-actie-lessons-learned-van-15-iama-trajecten-bij-nederlandse-overheidsorganisaties21Kamerstukken II, 2021/22, 26 643, nr. 835.22Kamerstukken II, 2022/23, 26 643, nr. 92423Kamerstukken II, 2023/24, 26 643, nr. 1110 en 36 360 VI, nr. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 4349 Amnesty richt zich daarbij op een aantal manieren om deze verant-woording vorm te geven: naleven van verplichtingen uit mensenrechten-verdragen; registratie van controles met behulp van stopformulieren;registratie van algoritmen; en periodieke (verplichte) evaluatie. Inonderstaande alinea’s zal het kabinet toelichten op welke wijze dit algebeurt of welke stappen daarin gezet worden.Naleving mensenrechtenverdragenAmnesty beveelt aan om de algemene commentaren en aanbevelingenvan mensenrechtenorganen te gebruiken voor reflectie op en de verbe-tering van de aanpak van etnisch profileren.Graag verwijs ik voor een reactie op deze aanbeveling naar de kabinetsre-actie op de jaarlijkse rapportage van het College voor de Rechten van deMens 2022.24 Op 20 juli 2023 heeft het CRM zijn jaarlijkse rapportage overhet jaar 2022 uitgebracht. In die jaarrapportage reflecteert het CRM onderandere op de wijze waarop Nederland rapporteert over de naleving vanmensenrechtenverdragen en opvolging geeft aan aanbevelingen vanverdragscomités. Het CRM doet daarbij drie aanbevelingen aan hetkabinet en één aanbeveling aan het parlement. Een van deze aanbeve-lingen ziet op het benutten van de vaste infrastructuur voor monitoringvan opvolging van aanbevelingen. Het kabinet heeft daarop toegezegdjaarlijks een kabinetsbrief te versturen over ontwikkelingen op het gebiedvan verdragsrapportages, waaronder over de opvolging van aanbeve-lingen.Registratie controlesOverheidsorganisaties zetten zich op diverse manieren in om professi-oneel controleren en het vakmanschap van medewerkers te bevorderenen discriminatie via etnisch profileren tegen te gaan. Het gebruik vanstopformulieren om controles te registreren is daar nu geen onderdeelvan.De politie heeft bijvoorbeeld maatregelen getroffen die gericht zijn op hetvergroten van bewustwording en het beïnvloeden van gedragsveran-dering en richt zich niet op het gebruik van stopformulieren. Het gebruikvan stopformulieren bij staandehoudingen is in de zomer van 2016onderzocht via het WODC. Op basis van dat onderzoek – en gehoordhebbende de politie en het gezag – is de conclusie toen getrokken dat eenstopformulier «als zodanig in de huidige context onvoldoende bijdraagtaan het tegengaan van etnisch profileren».25 Daarnaast zou de introductievan stopformulieren een grote administratieve belasting met zichmeebrengen voor de agenten op straat.In dit kader is het ook relevant om te vermelden dat er vanuit de kennisa-genda van het Ministerie van Justitie en Veiligheid een internationaal(voornamelijk VS) literatuuronderzoek is uitgevoerd in maart 2024 om eenwetenschappelijke kennisbasis te ontwikkelen die relevant is voor deNederlandse praktijk over etnisch profileren door de politie. Dit onderzoekis uitgevoerd door een team van de Radboud Universiteit en de Univer-siteit Leiden, in opdracht van het WODC.26 Uit dit internationale literatuur-onderzoek blijkt dat etnisch profileren door de politie een complex engelaagd onderwerp is. Naast etniciteit blijken ook andere factoren mee te24Kamerstukken II, 2023/24, 33 826, nr. 54.25Kamerstukken II, 2016/17, 30 950, nr. 105.26https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2024/03/14/effectieve-aanpak-etnisch-profileren-door-politie-vereist-meer-kennisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 43410 wegen in een politiebeslissing, zoals gender, leeftijd, kleding en hetstrafblad van de verdachte. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat etnischprofileren niet alleen een kwestie is van individuele politieacties. Bredereprocessen zijn daarop ook van invloed, zoals besluitvorming op hogereniveaus. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld, leidt de beslissing om meerte patrouilleren in wijken met veel minderheden, soms zonder duidelijkerechtvaardiging op basis van criminaliteitscijfers, tot etnisch profileren.Verder speelt ook de context van de politieorganisatie een rol: dediversiteit ervan, de cultuur en het beleid. Op basis van de geanalyseerdeonderzoeken in de literatuurstudie kan niet geconcludeerd worden welkeaanpakken het beste werken om etnisch profileren tegen te gaan. Geenvan de onderzochte interventies – bij met name verkeerscontroles – lijkeninvloed te hebben op het tegengaan van etnisch profileren. Het gaat danom interventies met camera’s op het uniform (bodycams), anti-biastraining, verschillende manieren van extern toezicht op het handelenvan politieambtenaren en het vergroten van het procedureel rechtvaardighandelen en het doen inzien van het belang daarvan. De enige inter-venties die wel een positief effect lijken te hebben, zijn interventies gerichtop het vergroten van de diversiteit van politieteams. Om zowel depolitiepraktijk als de bredere context aan te pakken, is meer Nederlandsonderzoek nodig naar effectieve methoden om etnisch profileren inNederland tegen te gaan.Verplicht algoritmeregisterTransparantie over de inzet van algoritmes en AI door de overheid kan viavermelding in het algoritmeregister. Op dit moment is het aantalgeregistreerde algoritmes en AI systemen nog beperkt. Met rijksover-heidsorganisaties is afgesproken ten minste alle hoog-risico AI-systemeneind 2025 in het register zijn gepubliceerd.27 Aanvullend onderzoekt hetkabinet de mogelijkheid om het algoritmeregister een verplicht karakter tegeven. Ook zal onderzocht worden hoe om te gaan met een mogelijkeuitzonderingspositie voor opsporing, rechtshandhaving, defensie eninlichtingenverzameling.Verder nog relevant in het kader van transparantie en algoritmes is dat deMinisteries van Justitie en Veiligheid en van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties de mogelijkheden hebben onderzocht om de indivi-duele transparantie van algoritmegebruik bij besluitvorming in de zin vande Awb te bevorderen. Dit kan gaan over situaties waarbij risicoprofileringis ingezet. Er is een internetconsultatie geweest die liep tot 30 april 2024.28Op dit moment wordt verkend wat mogelijke vervolgstappen zijn.KlachtbehandelingAmnesty adviseert ook om meldingen, klachten en concrete signalen vanetnisch profileren en discriminerende werkwijzen bij overheidscontrolesvan burgers te laten onderzoeken door een onafhankelijke instantie.Overheidsorganisaties hebben al diverse acties ondernomen om hunklachtprocedures aan te passen en te verbeteren.De politie investeert in de professionalisering van de bestaande klachtbe-handelingsprocedure. Dat doet de politie binnen het bestaande wettelijkekader en op basis van rapporten van de Nationale ombudsman en deInspectie Justitie en Veiligheid. In drie regionale eenheden (Den Haag,Midden-Nederland en Oost-Brabant) heeft een pilot gelopen waarin isonderzocht hoe de behandeling van klachten op het terrein van etnisch27Kamerstukken II, 2022/23, 26 643, nr. 1056.28https://www.internetconsultatie.nl/waarborgfunctieawb/b1Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 43411 profileren kan worden verbeterd, hoe de klachtbehandeling meeronafhankelijk kan worden gemaakt en hoe de bewijslast meer bij debeklaagde kan komen te liggen. De adviezen uit het rapport van deNationale ombudsman «Verkleurde beelden» zijn hierbij toegepast. Depilot klachtbehandeling bij klachten over etnisch profileren is op 26 juni2023 afgerond. Op basis van de conclusies en aanbevelingen van de pilotzijn er landelijke werkafspraken gemaakt voor klachtbehandeling vanklachten over etnisch profileren. Deze landelijke werkafspraken zijn indecember 2023 vastgesteld en gedeeld met alle eenheden. Voor eenuitgebreide stand van zaken rondom de pilots wordt verwezen naar heteerste Halfjaarbericht politie 2024.29Ook de KMar heeft adviezen uit het rapport «verkleurde beelden» van deNationale ombudsman ter harte genomen. Hoewel de klachtenprocedurebij de KMar op veel punten al in lijn was met het handelingskader, heefthet rapport aanleiding gegeven om de klachtenprocedure nader te bezien.Dit heeft geleid tot diverse investeringen en maatregelen voor een verdereverbetering en professionalisering van de klachtbehandeling. Hierbijhandelt de KMar ook in lijn met de aanbeveling over de omkering vanbewijslast waarbij de klager niet hoeft te bewijzen dat etniciteit een rolheeft gespeeld maar de KMar inzichtelijk moet maken waarom bepaaldekeuzes zijn gemaakt.Op verzoek van de Tweede Kamer ontwikkelt het kabinet daarnaast eendiscriminatieprotocol dat een werkwijze biedt hoe te handelen bijgeconstateerde onrechtmatigheid bij AI en algoritmes.30 Het biedt eenwerkwijze voor de verwerking van klachten en signalen en voor hulp aangedupeerden. Naar verwachting zal dit protocol dit najaar gereed zijn.Periodiek evalueren en onderzoek public sector equality dutyDe Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme heeft als onderdeelvan haar opdracht de taak om alle (semi)overheidsinstanties en uitvoe-ringsinstanties door te lichten op (risico’s op) discriminatie en etnischprofileren in de werkwijze en organisatiecultuur. De Staatscommissieheeft daarvoor een doorlichtingsinstrument ontwikkeld, waarmeeuiteindelijk overheidsorganisaties zichzelf kunnen doorlichten opdiscriminatie van burgers bij de uitvoering van taken en diensten. Ditvoorjaar is de Staatscommissie gestart met een pilot met dit instrumentsamen met de Douane, DUO en de gemeente Arnhem. De Staatscom-missie is onafhankelijk en opereert ook als zodanig. Wel informeert hetMinisterie van BZK regelmatig over de voortgang van de pilots, met hetoog op het voortzetten van de werkzaamheden van de Staatscommissiena het publiceren van haar eindrapport. Het is nog te vroeg om nu al tekunnen zeggen hoe dat er uit zal zien. Maar conform de motie van lidBamenga zal, als het eindrapport gereed is, worden bezien hoe daargevolg aan kan worden gegeven en zal ook worden bezien of hetdoorlichtingsinstrument, dat specifiek is ontwikkeld voor overheids-diensten met contacten met burgers, ook zou kunnen worden gebruiktdoor werkgevers in de private sector.31 De Staatscommissie doet tevensonderzoek naar de toepasbaarheid in Nederland van de public sectorequality duty de in het Verenigd Koninkrijk en Ierland is ingevoerd. Hetbetreft een verplichting voor alle (semi)overheidsinstellingen om jaarlijkste rapporteren over de wijze waarop zij het recht op gelijke behandelinghebben beschermd en gerealiseerd in wetgeving, beleid en praktijk. DeStaatscommissie komt voor 1 mei 2026 met haar eindrapport met29Kamerstukken II, 2023/24, 29 628, nr. 1217.30Motie van het lid Van Baarle, Kamerstukken II, 2022/23, 29 279, nr. 759.31Motie van het lid Bamenga, Kamerstukken II, 2023/24, 30 950, nr. 400.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 43412 aanbevelingen voor het kabinet. Tussenrapportages van de diversedeelonderzoeken worden in de loop van 2025 verwacht.Aanbevelingen 16 tot en met 18: ToezichtAmnesty stelt dat het kabinet zorg moet dragen voor effectief toezichtdoor toezichthouders adequate en bindende bevoegdheden toe te kennen.Ook moet het kabinet voldoende middelen vrijmaken, zodat toezicht-houders de benodigde capaciteit hebben om te kunnen reageren opmeldingen, klachten en signalen van etnisch profileren en indien nodighandhavend kunnen optreden. Het kabinet licht deze verschillendeaanbevelingen in onderstaande kopjes toe.Eenzijdig overheidshandelenAmnesty beveelt aan om ervoor te zorgen dat toezichthoudende instantiesadequate bevoegdheden hebben om onderzoek te doen naar controles enom in geval van discriminatie handhavend op te treden. Deze aanbevelingsluit aan bij de eerdergenoemde adviezen om eenzijdig overheidshan-delen onder de werking van de gelijkebehandelingswetgeving te brengenen het onderzoek dat het Ministerie van BZK naar aanleiding daarvan isgestart. Naast normstelling, biedt uitbreiding van de gelijkebehandelings-wetgeving ook meer rechtsbescherming aan burgers, zo is de gedachteachter het gezamenlijke advies van de Nationaal coordinator tegenDiscriminatie en Racisme, de Staatscommissie tegen Discriminatie enRacisme en het College voor de Rechten van de Mens.Het College voor de Rechten van de Mens kan op schriftelijk verzoekoordelen of er onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in de Awgben aanverwante gelijkebehandelingswetgeving.32 Op dit moment ziet dezewetgeving – en daarmee ook de oordeelsbevoegdheid van het College –primair op ongelijke behandeling bij de arbeid en bij het aanbieden vangoederen en diensten (zoals onderwijs, gezondheidszorg, huren en sport).Daarnaast verbiedt artikel 7a Awgb het maken van onderscheid op grondvan «ras» bij de sociale bescherming, daaronder begrepen socialezekerheid en sociale voordelen. Dit maakt dat het College voor de Rechtenvan de Mens nu al wel kan oordelen op verzoek van mensen die vindendat zij vanwege hun afkomst gediscrimineerd zijn bij de toekenning vanbijvoorbeeld toeslagen.In het onderzoek naar de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte vande Awgb wordt onder andere ingegaan op welke wijze de rechtsbe-scherming tegen mogelijk discriminerend handelen al is geregeld, waardit mogelijk tekortschiet en hoe uitbreiding van de bevoegdheid van hetCollege voor de Rechten van de Mens daarin kan voorzien. Daarbij is erook aandacht voor de afbakening van het begrip «eenzijdig overheidshan-delen», het beoordelingskader in de wet voor door de overheid gemaaktebelangenafwegingen en de verhouding van de oordelenprocedure bij hetCollege voor de Rechten van de Mens tot bestaande rechterlijke proce-dures en de klachtenprocedure bij de Nationale ombudsman. Dit behoeftzorgvuldige bestudering. De afgelopen periode zijn er verkennendegesprekken gevoerd met betrokken organisaties en heeft er een expert-meeting plaatsgevonden. Zoals eerder benoemd in deze brief, zal deTweede Kamer naar verwachting in het voorjaar van 2025 wordengeïnformeerd over de resultaten van het onderzoek.32Artikel 10, lid 1, Wet college voor de rechten van de mens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 43413 Voldoende middelenAmnesty beveelt in haar rapport verder aan dat er voldoende middelenbeschikbaar worden gesteld voor toezichthouders zodat zij de capaciteithebben om mogelijk discriminerende werkwijzen te onderzoeken, enklachten en signalen adequaat te behandelen.In de evaluatie van de Wet College voor de rechten van de Mens geeft hetCollege voor de Rechten van de Mens aan dat door de recente extramiddelen (toegekend in het kader van de aanpak van de aanpak instituti-oneel racisme), het College nu een goede financiële basis heeft om debeoogde maatschappelijke impact te realiseren. Het structurele financiëlekader van het College bedraagt momenteel € 9.446.000.33Naast het College voor de Rechten van de Mens als toezichthouder, zijn erlokale antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) waar personen terechtkunnen. De 19 ADV’s registreren klachten en meldingen en verlenenonafhankelijke bijstand aan melders. Voor deze wettelijke taken krijgen degemeenten jaarlijks € 12,9 miljoen via het Gemeentefonds. Sinds 2024 iser daarnaast structureel € 2,5 miljoen extra per jaar voor preventie vandiscriminatie. Dit bedrag is via een decentralisatie-uitkering in demeicirculaire aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast werkt het Ministerievan BZK aan een herziening van het stelsel van ADV’s, met onder meer alsdoel om de huidige knelpunten in de financiering van de ADV’s weg tenemen. Over de herziening van het stelsel van ADV’s wordt uw Kamer aanhet begin van 2025 geïnformeerd.Omkering van de bewijslastAmnesty adviseert te stimuleren dat klachtbehandelaars, klachtcom-missies en toezichthouders bij aanwijzingen voor discriminatie omkeringvan de bewijslast als uitgangspunt te hanteren.Het bewijs van discriminatie staat bekend als bijzonder moeilijk te leveren.In artikel 10 van de Awgb is de omkering van de bewijslast neergelegdvoor gevallen die onder de reikwijdte van deze wet vallen, zoals arbeidsre-laties, onderwijs, dienstverlening en zorg. Zodra er feiten wordenaangedragen die onderscheid kunnen doen vermoeden, verschuift debewijslast naar de andere partij. Deze moet vervolgens in rechte aantonendat er géén sprake was van discriminatie. Dit beginsel komt voort uit deEuropese antidiscriminatiewetgeving. Het handelen van de overheid valtniet onder de werking van deze wet, zoals hierboven toegelicht, maar deoverheid is gehouden aan artikel 1 van de Grondwet en sluit bij detoepassing van dit artikel aan bij de systematiek van de Awgb.Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM) gaatervan uit dat er in discriminatiezaken een omkering van de bewijslastplaatsvindt zodra er sprake is van een geobjectiveerd vermoeden vanongelijke behandeling. Het is dan aan de verwerende Staat om tebewijzen dat voor de ongelijke behandeling een objectieve en redelijkerechtvaardiging bestond.34 Het EHRM oordeelde in twee recenteuitspraken of er sprake was van een vermoeden van ongelijke behan-deling door etnisch profileren.35 Het EHRM baseerde zich in de meest33Kamerstukken II, 2023/24, 34 338, nr. 6, p.16.34Zie bijv. Biao t. Denemarken, EHRM (GK) 24 mei 2016, nr. 38590/10,ECLI:CE:ECHR:2016:0524JUD003859010, «EHRC» 2016/209. En Muhammad t. Spanje, EHRM18 oktober 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:1018JUD000021519 en Basu t. Duitsland, EHRM18 oktober 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:1018JUD003408517.35Wa Baile t. Zwitserland, EHRM 20 februari 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 43414 recente van deze zaken, van WA Baile tegen Zwitserland, op rapporten diede prevalentie van systemisch racistisch profileren in Zwitserlandillustreerden om een vermoeden van discriminatie te onderbouwen. HetEHRM oordeelde vervolgens dat het ontlastende bewijs dat werdaangeleverd door de Zwitserse autoriteiten onvoldoende was om hetvermoeden van discriminerende behandeling te weerleggen.De Europese jurisprudentie is echter nog te casuïstisch om een duidelijkerichting te geven. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauw om tot eenadequate werkwijze te komen. In deze overwegingen zullen de aanbeve-lingen van Amnesty worden meegenomen.ConclusieHet kabinet wil Amnesty International Nederland bedanken voor hetuitgebreide rapport. Het rapport biedt aanknopingspunten om te blijvenwerken aan het bestrijden van etnisch profileren. De afgelopen jaren is deinzet van het kabinet op het terrein van discriminatie en etnisch profilerenal flink verhoogd en zijn er nieuwe instrumenten ontwikkeld, maar we zijner nog niet. Het kabinet is zich ervan bewust dat elk geval van etnischprofileren er één teveel is. Zoals hierboven én in het rapport van Amnestywordt beschreven, kent etnisch profileren diverse vormen, al dan nietautomatisch gegenereerd, onbewust of juist goed bedoeld maar zonderuitzondering een grote impact op degene die het ondergaat. Vanwegedeze veelvormigheid, moeten de oplossingen eveneens veelvormig zijn.En van een lange adem. Daar werkt het kabinet en daar werken alleuitvoeringsdiensten aan. Aanbevelingen uit het rapport zullen gebruiktworden bij het verder verstevigen van de aanpak van etnisch profilerenzoals die hierboven wordt geschetst.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. UitermarkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 950, nr. 43415
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt begin volgende week de kabinetsreactie op het rapport van Amnesty International "etnisch profileren is een overheidsbreed probleem".
De Kamer ontvangt begin volgende week de kabinetsreactie op het rapport van Amnesty International "etnisch profileren is een overheidsbreed probleem".
- De Kamer ontvangt voor de zomer de kabinetsreactie op het rapport van Amnesty International 'Etnisch profileren is overheidsbreed probleem'.
De Kamer ontvangt voor de zomer de kabinetsreactie op het rapport van Amnesty International 'Etnisch profileren is overheidsbreed probleem'.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.