KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde agenda bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie en Nederlandse bijdrage anti-drone capaciteiten in Denemarken (Kamerstuk 28676-552)

15 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 14f7bde2b30e2f11 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 676NAVONr. 553 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 15 oktober 2025 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Defensie over de brief van29 september 2025 over de Geannoteerde agenda bijeenkomstNAVO-Ministers van Defensie en Nederlandse bijdrage anti-dronecapaciteiten in Denemarken (Kamerstuk 28 676, nr. 552).De vragen en opmerkingen zijn op 8 oktober 2025 aan de Minister vanDefensie voorgelegd. Bij brief van 14 oktober 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,KahramanAdjunct-griffier van de commissie,Manten kst-28676-553ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5531 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrieven van de Minister en hebben voor het moment geen aanvullendevragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen van destukken bijgaand dit schriftelijk overleg. Deze leden hebben naaraanleiding van de stukken nog enkele vragen.Vraag 1Met interesse lazen de leden van de NSC-fractie over «Eastern sentry».Graag horen deze leden in hoeverre er al meer bekend is over dezemissie, taak en het mandaat en welke Nederlandse bijdrage aan dezemissie is voorzien.AntwoordOp 12 september heeft de NAVO als reactie op meervoudige luchtruim-schendingen Eastern Sentry aangekondigd. Eastern Sentry is gericht opwendbaarheid en flexibiliteit, zodat waar en wanneer dat nodig isverdediging kan worden ingezet. Het betreft traditionele lucht- enlandverdediging, maar ook innovatieve technologie en tactieken om metnieuwe dreigingen om te gaan. Deze NAVO activiteit versterkt dewaakzaamheid en verdediging aan de gehele Oostflank van hetNAVO-verdragsgebied. Nederland verwelkomt deze activiteit. EasternSentry zendt een duidelijk signaal aan Rusland dat schendingen van hetNAVO-luchtruim onacceptabel zijn. Nederland verwelkomt de extracapaciteiten die bondgenoten aan de NAVO hebben aangeboden.Nederland levert een aanzienlijke bijdrage aan de afschrikking enverdediging aan de Oostflank van het NAVO-verdragsgebied. Zo draagtNederland met de inzet van F-35’s bij aan de luchtverdedigingscapaci-teiten ter beveiliging van het logistieke centrum van NATO SecurityAssistance and Training for Ukraine (NSATU) in Polen en levert Nederlandvoor deze beveiliging vanaf december een grondgebonden luchtverdedi-gingseenheid bestaande uit twee Patriot-systemen, NASAMS enanti-drone systemen. Tevens werkt Defensie al geruime tijd aan hetversterken van de eigen luchtverdedigingsmiddelen, onder andere doorinvesteringen in anti-drone kanonsystemen. Nederland kijkt voortdurendin afstemming met NAVO en bondgenoten op welke wijze het kanbijdragen aan verdere versterking van de oostflank.Vraag 2Enkele dagen geleden heeft de Minister toegezegd om ontwikkelingenrond de «drone muur» aan te jagen en dat terwijl eigenlijk nog niethelemaal duidelijk blijkt te zijn wat wij hieronder zouden moeten verstaan.De leden van de NSC-fractie vragen zich dan ook af of de Minister op deNAVO ministeriële zal proberen om hier meer duidelijkheid over teverschaffen.AntwoordDe NAVO is leidend voor de militaire plannen voor afschrikking enverdediging. Voor luchtafweer wordt reeds gebruikgemaakt van zowellucht- en raketafweersystemen. Binnen de NAVO loopt momenteel eentraject om het Integrated Air and Missile Defence-beleid (IAMD) te herzien,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5532 waarin de samenhang van deze verschillende luchtverdedigingscapaci-teiten wordt omschreven. Dit zal nader worden besproken tijdens deNAVO DMM.Europese regeringsleiders hebben in EU-verband gezamenlijke capabilityprioriteiten benoemd, in lijn met NAVO-doelstellingen. Een van dezeprioriteiten is (counter)-drone systemen. Nederland neemt hierin, samenmet Kroatië en Letland, de leiding om deze capability verder te ontwik-kelen.De «dronemuur» (European Drone Wall) is een voorstel van de EuropeseCommissie. Dit voorstel wordt nog uitgewerkt. Voor Nederland is vooralvan belang dat het werk door lidstaten op de capability prioriteit drones/counterdrones de drijvende kracht is, in lijn met het werk van de NAVO.Duidelijk is geworden dat afschrikking en verdediging verder moetenworden opgeschaald, ook ten behoeve van de verdediging tegen drones.Die opgave vereist snelle versterking van capaciteiten, maar vraagt er ookom dat Defensie in hechte samenwerking met de defensie-industrie dezecapaciteiten constant kan door-ontwikkelen voor het voortzettingsver-mogen. Daarom werkt Defensie aan het versneld aanschaffen encoördineren van bestaande en lopende initiatieven, zodat snel resultaatwordt geboekt en innovatie samen met de industrie wordt gestimuleerd.Vraag 3Bij de informele Europese Raad in Kopenhagen heeft Nederland eenbijdrage aan de bescherming van het luchtruim geleverd. De leden van deNSC-fractie vroegen zich af of er verwacht wordt dat er in de toekomstvaker beroep zal worden gedaan op Nederlandse expertise op dit gebiedvan droneafweer en in hoeverre dit ten koste zou kunnen gaan van debescherming van het Nederlandse luchtruim.AntwoordSterke afschrikking en defensie is in het collectieve belang van het heleNAVO-bondgenootschap. Hierbij kan het zijn dat met meer regelmaatberoep wordt gedaan op capaciteiten van Nederland en andere bondge-noten. Collectieve verdediging en solidariteit onder het gehele bondge-nootschap is in het Nederlandse veiligheidsbelang.De NAVO is voortdurend met bondgenoten, inclusief Nederland, ingesprek over hoe afschrikking en verdediging verder versterkt kunnenworden. Nederland kijkt bij elke inzet of en hoe er extra bijdragen geleverdkunnen worden. Daarbij wordt ook de nationale veiligheid meegewogen.Deze afwegingen zijn ook gemaakt bij de inzet in Kopenhagen.Vraag 4In de stukken konden de leden van de NSC-fractie lezen dat de interna-tionale discussie over de concrete invulling van de 1,5%-norm nog steedsbehoorlijk open is. Graag horen deze leden hoe deze discussie op ditmoment wordt gevoerd en vooral ook waarop Nederland in deze wilsturen.AntwoordTijdens de NAVO-top in Den Haag stemden de NAVO-bondgenoten in methet The Hague Defence Investment Plan: de nieuwe norm om stapsgewijsde defensie-uitgaven en de bredere veiligheid- en defensie-gerelateerdeuitgaven te verhogen naar 5 procent van het bruto binnenlands product in2035. Dit percentage is onderverdeeld in 3,5 procent voor defensie-uitgaven om de capaciteitsdoelstellingen te kunnen halen, en 1,5 procentvoor bredere veiligheid- en defensie-gerelateerde uitgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5533 Bondgenoten spraken af dat 1,5% van het bbp dient te worden uitgegevenaan bredere veiligheid- en defensie-gerelateerde uitgaven om deuitvoering van zowel NAVO- als nationale defensieplannen mogelijk temaken. Dit kan gaan om bijvoorbeeld industriële capaciteiten,weerbaarheid, het tegengaan van hybride dreigingen, innovatie en hetaanleggen van strategische voorraden. Er is op dit moment nog geennationale afbakening vastgesteld van zaken die worden toegerekend aande 1,5%. Met inachtneming van de nationale Weerbaarheidsopgave wordtbezien wat nodig is om de weerbaarheid van Nederland te versterken, enwelke maatregelen daarvoor passend zijn. Het is aan het volgende kabinetom hierin prioriteiten te stellen en keuzes te maken.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de voorliggende geannoteerde agenda. Zij hebben enkele vragen.Vraag 5De leden van de SGP-fractie onderstrepen het belang van het intensiverenvan de defensieproductie en Europese samenwerking daarbij. Deze ledenhoren in dit verband graag op welke wijze de Minister uitvoering gaatgeven aan de motie Diederik van Dijk over in EU-verband inzetten opverdere standaardisatie van defensiematerieel, aansluitend bij deNAVO-normen (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2290), ook tijdens de komendeRaad.AntwoordNederland werkt sinds de oprichting van de NAVO aan versterking van deinteroperabiliteit van krijgsmachten door middel van standaardisatie inNAVO-verband. Het belang van betere interoperabiliteit wordt doorNederland veelvuldig opgebracht tijdens EU- en NAVO-bijeenkomsten.Door gezamenlijke aanschaf te stimuleren wordt standaardisatiebevorderd, bijvoorbeeld via het Europees Defensie-industrie Programma.De in de Europese Defensie-Industrie Strategie beschreven maatregelendragen bij aan een versterking van de Europese defensiesamenwerking,bijvoorbeeld door instrumenten beschikbaar te stellen ten behoeve van degezamenlijke aanschaf en ontwikkeling. De inzet is een reductie van defragmentatie binnen het aanbod van Europees defensiematerieel, ditdraagt bij aan een versterkte interoperabiliteit en standaardisatie binnende Europese Unie. Het in 2004 opgerichte Europees Defensie Agentschap(EDA) heeft een belangrijke rol in het zorgdragen voor een goedeaansluiting van gemeenschappelijke aanschaf door EU lidstaten opNAVO-standaarden.Vraag 6De leden van de SGP-fractie hebben begrepen dat de overheid nog tevaak voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten en defensiematerieel,zoals antidrone systemen, buiten Nederland inkoopt, terwijl ook Neder-landse bedrijven dit zouden kunnen produceren. Is het de inzet van deMinister om waar mogelijk in eigen land in te kopen om strategischeproductiecapaciteit op te bouwen? Deze leden horen ook graag hoeNederland inzet op langdurige samenwerking met het bedrijfsleven,inclusief meerjarig budget, zodat bedrijven bij opschaling zekerheidhebben over de afname van producten.AntwoordIn de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) zet Nederlandin op een toekomstbestendige krijgsmacht en het vergroten van destrategische autonomie van Europa op het gebied van veiligheid enDefensie. Nederland zet hierbij in op vijf prioritaire gebieden bestaande uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5534 slimme materialen, sensoren, quantum, ruimtetechnologie en intelligentesystemen.Nederland zet zich actief in voor het opschalen van productiecapaciteitvan de defensie-industrie. Concreet voorbeeld hiervan is de samen-werking tussen VDL en Defensie om innovatieve bedrijven demogelijkheid te bieden om productie in Nederland op te schalen. In 2025is circa de helft van de opdrachten bij de Nederlandse industrie geplaatst.Deze lijn zet Defensie door in 2026.In de Defensienota 2024 is in totaal € 1,15 miljard beschikbaar gesteld omde defensie-industrie de komende jaren te versterken.Vraag 7De leden van de SGP-fractie constateren dat Nederland richting 2030 watbetreft de defensie-uitgaven niet verder komt dan ongeveer 2% van hetbbp. Deze leden horen graag wat de Minister een geloofwaardig pad achtom op 3,5% uit te komen. Hoe denken andere NAVO-bondgenotenhierover?AntwoordTijdens de NAVO-top van juni hebben alle NAVO-bondgenoten ervoorgekozen om meer te investeren in Defensie en de bescherming van hetNAVO-grondgebied. De aanvullende Defensie-uitgaven die benodigd zijnom te voldoen aan de nieuwe NAVO-norm van 3,5% van het bbp in 2035is afhankelijk van het ingroeipad dat wordt gekozen. Het zal aan hetnieuwe kabinet zijn om invulling te geven aan een nieuwe doelstelling.Voor wat betreft onze bondgenoten is publiek bekend dat Duitsland deambitie heeft om reeds in 2030 3,5% van het bbp aan defensie te bestedenen heeft het Verenigd Koninkrijk aangegeven als eerste stap de defensie-uitgaven te willen verhogen naar 2,5% van het bbp in 2027. Daarbij isconsensus onder de bondgenoten dat het invullen van deNAVO-capaciteitsdoelstellingen prioritair is.Vragen en opmerkingen van de leden van de Volt-fractieDe leden van de Volt-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de NAVO Defensie ministeriële van aanstaande 16 en17 oktober en hebben de volgende vragen en opmerkingen.Vraag 8De recente schendingen van het NAVO-luchtruim baren de leden van deVolt-fractie grote zorgen. Zij zien deze schendingen als provocaties vanuitRusland, die door middel van zogenoemde horizontale escalatie probeertde westerse steun aan Oekraïne te doen afbrokkelen. De leden van deVolt-fractie zien dit om die reden als aanmoediging om Oekraïne nogmeer te steunen in de existentiële strijd die het voert tegen de kolonialeoverheersingsdrang vanuit het Kremlin. Zij vragen zich af of het kabinetdit ook zo ziet. Ook vragen zij zich af of de wens om de Russischebevroren tegoeden in te zetten ook in NAVO-verband besproken wordt en,zo ja, met welke inzet vanuit het kabinet. De leden van de Volt-fractiewillen ook graag weten tot welke acties de afgelopen Artikel 4-procedureshebben geleid op het gebied van civiele gereedheid van Nederland. Houdthet kabinet er rekening mee dat, nu de Artikel 4-procedure tweemaal isingeroepen, we dichter op een potentiële Artikel 5-procedure zitten?AntwoordVoortzetting van steun aan Oekraïne blijft voor dit kabinet prioriteit.Volhouden van onverminderde steun aan Oekraïne is belangrijk voor deafschrikking van Rusland. Daarbij roept Nederland andere bondgenotenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5535 op tot een eerlijke lastenverdeling ter bescherming van hetNAVO-verdragsgebied en in de steun aan Oekraïne. De NAVO iseensgezind en veroordeelt de roekeloze Russische schendingen van hetNAVO-luchtruim.De schendingen van het NAVO-luchtruim tonen aan dat de veiligheid vanOekraïne onlosmakelijk is verbonden met de veiligheid van Europa.Ongeacht de intentie achter deze luchtruimschendingen, draag Ruslandde volledige verantwoordelijkheid voor deze roekeloze acties.Als gevolg van deze schendingen is artikel 4 van het Noord-AtlantischVerdrag twee keer ingeroepen. Artikel 4 van het Noord-Atlantisch Verdragstelt dat bondgenoten gezamenlijke consultaties kunnen voeren wanneer,naar het oordeel van een van hen, de territoriale integriteit, de politiekeonafhankelijkheid of de veiligheid van een van de partijen wordt bedreigd.Elke bondgenoot kan hier formeel een beroep op doen. Met artikel 4-consultaties geven de bondgenoten een belangrijk signaal af aan Rusland.De frequentie van artikel 4-consultaties staat niet in verband met eeneventuele artikel 5-procedure. De NAVO en alle bondgenoten zullen, inovereenstemming met het internationaal recht, alle noodzakelijke militaireen niet-militaire middelen inzetten om zichzelf te verdedigen en Ruslandaf te schrikken.Vanwege de toenemende dreiging werkt Defensie met de NCTV, anderedepartementen en andere overheden aan de verhoging van deweerbaarheid van Nederland. Door middel van een whole-of-society,whole-of-government, en all-hazard1-aanpak werken we aan onze militaireparaatheid en maatschappelijke weerbaarheid. Dit draagt bij aan onzeafschrikking en daarmee aan onze inzet om een artikel 5-scenario tevoorkomen.Nederland roept in internationaal verband op tot het verkennen vanaanvullende mogelijkheden voor het gebruik van de bevroren RussischeCentrale Banktegoeden. Deze discussie vindt op dit moment primair inEU-verband plaats. Nederland acht het van belang dat G7-partnersworden betrokken.Vraag 9Daarnaast wordt er zowel vanuit de NAVO als de EU opgeroepen tot deopbouw van een zogenoemde «drone wall» aan de oostgrens van deNAVO om het NAVO-luchtruim te beschermen tegen toekomstigedroneaanvallen. Er zijn recent echter internationaal vraagtekens gezet bijde haalbaarheid van dit conceptproject. De leden van de Volt-fractie willengraag weten wat het kabinet van plan is aan de «drone wall» bij te dragen,en hoe het kabinet ervoor wil zorgen dat deze zo spoedig mogelijk wordtgerealiseerd.AntwoordZie antwoord op vraag 2.Vraag 10Bovendien zijn de leden van de Volt-fractie benieuwd naar de Nederlandseinvulling van de nieuwe NAVO-norm zoals vastgelegd op 25 juni 2025 inde The Hague Summit Declaration. De leden van de Volt-fractie vragenzich in het bijzonder af hoe het kabinet de invulling van de 1,5%-normvoor zich ziet. Daarnaast is het al langer bekend dat Nederland onderdeeluitmaakt van de Drone Capability Coalition (DCC) en dat Nederland flink1Zowel moedwillige (security) als niet-moedwillige (safety) en zowel interne als externedreigingen worden in de analyse beschouwd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5536 investeert in droneproductie voor Oekraïne. Maar recent werd hetbekendgemaakt dat Defensie ook aan een plan werkt waarmee Oekraïensewapenproducenten op Nederlandse bodem wapens kunnen produceren.De leden van de Volt-fractie vragen zich af of er meer opties zijn om ookde productie van ander militair materieel dan drones te ondersteunenvanuit Nederland. Verkent het kabinet bijvoorbeeld ook de mogelijkhedenom onderdelen voor de nieuwe Flamingo-raketten te produceren?AntwoordVoor de invulling van de 1,5% zie antwoord op vraag 4.Defensie is voornemens om de productie van Oekraïense defensiesys-temen door Nederlandse bedrijven in Nederland te faciliteren in het kadervan het Build With Ukraine initiatief. Deze samenwerking beperkt zich niettot de productie van onbemenste systemen, maar zou ook kunnenvoorzien in de productie van ander militair materieel waar urgentbehoefte aan is.Het kabinet wil de samenwerking tussen de Oekraïense en de Neder-landse defensie-industrie versterken, om de leveringszekerheid vanbattle-proof systemen voor Oekraïne te vergroten en innovatie enproductieopschaling in Nederland te stimuleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 676, nr. 5537

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 056e7a6268897446

14 okt 2026 · 0b0aec0683c413c4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.