KamerkringInloggen
← Verkenner

Antwoord op Kamervragen · 31 aug 2026 · Tweede Kamer

Antwoord op vragen van lid Wiersma over ‘water grote rivieren’

minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (naam nog niet beschikbaar) minister van Infrastructuur en Waterstaat (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2840Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Minister van Infrastructuur enWaterstaat over water grote rivieren (ingezonden 27 juli 2026).Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), medenamens de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(ontvangen 31 augustus 2026).Vraag 1Kunt u aangeven hoe u de toenemende watertekorten in Nederland beoor-deelt en welke gevolgen u verwacht voor de landbouw, natuur, drinkwater-voorziening, industrie en regionale economie?Antwoord 1Zoals gemeld in de droogtebrief van 16 juli jl.1 is sprake van een stevigedroogteperiode en worden de effecten daarvan helaas steeds merkbaarder.Op dit moment ondervinden de scheepvaart, de agrarische sector, de natuur,de industrie en regionale economie negatieve gevolgen van de droogte. Dedrinkwatervoorziening is nog geborgd.Helaas zijn maatregelen, zoals schutbeperkingen en onttrekkingsverbodennodig om de waterveiligheid, drinkwater en energievoorziening te waarbor-gen. De waterverdelingskeuzes volgen uit de wettelijk vastgelegde verdrin-gingsreeks uit Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarin isde rangorde van maatschappelijke belangen bij waterschaarste bepaald. Desamenwerkende waterbeheerders doen er alles aan om de negatieve effectendie optreden zo veel mogelijk te mitigeren. Net als iedereen hoop ik op eenspoedig herstel van de waterbalans in Nederland waardoor de verschillendegetroffen sectoren weer regulier van water kunnen worden voorzien.Vraag 2Bent u bekend met de zorgen van de waterschappen over de verdeling vanhet beschikbare Rijn- en Maaswater tussen de verschillende landen en bent ubereid zich in te zetten voor een rechtvaardigere verdeling van het water bijzowel droogte als hoogwater?1Tweede Kamer 2025–206, 27 625, nr. 745 ah-tk-20252026-2840ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 Antwoord 2Ja, daarmee ben ik bekend. Nederland is afhankelijk van het water uit derivier dat vanuit bovenstrooms gelegen landen ons land binnenstroomt. Dezeafhankelijkheid geldt omgekeerd ook: bovenstroomse gebieden zijn afhanke-lijk van voldoende zoetwater in Nederland voor de bevaarbaarheid vanrivieren en daarmee de bevoorrading van de eigen industrie. Internationalesamenwerking is daarom essentieel om de waterbeschikbaarheid tewaarborgen. Dit is vastgelegd in diverse verdragen. Het beeld dat deverdeling nu niet rechtvaardig zou zijn, herken ik niet.Nederland is al lang actief om internationaal afspraken te maken binnendiverse intensieve samenwerkingsverbanden waaronder de InternationaleCommissie ter bescherming van de Rijn (ICBR) en de Internationale Maas-commissie (IMC) voor de hoofdstroom van de Rijn en de Maas. Deze Rijn- enMaascommissies gaan onder andere over waterkwaliteit en waterkwantiteit.De afspraken zijn vastgelegd in verdragen. Doel van de verdragen is hetbereiken van een duurzaam en integraal waterbeheer van de internationalestroomgebieden. Binnen deze riviercommissies worden kennis en datauitgewisseld, waardoor betrouwbare voorspellingen gedaan kunnen wordenen effecten van klimaatverandering op waterafvoeren worden ingeschat.Naast hoog water wordt binnen de ICBR en de IMC steeds gerichtersamengewerkt aan laagwater.Nederland is er sinds 2018 in geslaagd om de problematiek van afnemendeafvoeren en daarmee gepaard gaande droogte in zowel de ICBR als in de IMCop de agenda te krijgen. In de ICBR wordt nu gezamenlijk gewerkt aan het inbeeld brengen van sociaaleconomische ontwikkelingen en handelingsper-spectieven. Dit biedt de basis voor de aanpassing van de ICBR-klimaatadaptatiestrategie en nadere afspraken. Binnen de IMC is ookafgesproken om een gezamenlijke klimaatstudie te starten als basis voorafspraken in het gehele stroomgebied. Voor de Maas zijn er reeds afsprakenover waterverdeling tussen Vlaanderen en Nederland. Dit is vastgelegd in hetMaasafvoerverdrag.Door klimaatverandering neemt de noodzaak van een sterke internationalesamenwerking verder toe. Nederland zet vooralsnog in op afspraken binnende riviercommissies en maakt daarbij mede gebruik van de lopende Europesetrajecten zoals de Europese Water Resilience Strategy. Met de EuropeseWater Resilience Strategy zet de Europese Commissie samen met lidstaten inop een efficiënter gebruik van water en het verder versterken van deinternationale samenwerking.Vraag 3Bent u bereid om met de Rijn- en Maasstaten in overleg te treden om tekomen tot nieuwe of aangepaste afspraken over de verdeling van hetbeschikbare rivierwater, zodat Nederland bij perioden van droogte nietonevenredig wordt benadeeld?Antwoord 3Zie het antwoord op vraag 2.Vraag 4Kunt u toelichten welke afwegingen momenteel worden gemaakt bij deverdeling van het Rijnwater over de Waal, de Neder-Rijn/Lek en de IJsseltijdens perioden van lage afvoer en hoe daarbij de belangen van landbouw,natuur, drinkwater, scheepvaart en het tegengaan van verzilting wordenmeegewogen?Antwoord 4Bij (dreigende) waterschaarste geldt de zogenaamde verdringingsreeks diegebaseerd is op artikel 2.42 van de Omgevingswet en die nader is uitgewerktin artikel 3.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De reeks geeft derangorde van maatschappelijke belangen aan die bij de verdeling van hetbeschikbare water in acht wordt genomen. Dat geeft in tijden van water-schaarste op voorhand duidelijkheid over welke belangen vóórgaan alsonvoldoende water beschikbaar is voor alle belangen.Concreet komt het erop neer dat het water op grond van de verdringings-reeks als volgt wordt verdeeld (waarbij categorie 1 voorrang krijgt bovenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 categorie 2, categorie 2 voorrang krijgt boven categorie 3 en categorie 3voorrang krijgt boven categorie 4):categorie 1 -categorie 2 -categorie 3 -categorie 4 -veiligheid en voorkomen van onomkeerbareschadenutsvoorzieningen (inverband metleveringszekerheid)kleinschalig hoogwaardiggebruikoverige belangen (economi-sche afweging, ook voornatuur)1. stabiliteit van waterkeringen2. voorkomen van klink en zetting (veen enhoogveen)3. natuur (voorkomen onomkeerbare schade,anders dan cat. 4)1. drinkwatervoorziening2. energievoorziening– tijdelijke beregeningkapitaalintensieve gewassen– verwerken van industrieelproceswater– scheepvaart– landbouw– natuur– industrie– waterrecreatie– binnenvisserij– drinkwatervoor-ziening(anders dan belang vanleveringszekerheid)– energievoorziening (andersdan belang van leverings-zekerheid)– overige belangengaat voor →gaat voor →gaat voor →– Binnen deze verdringingsreeks treffen Rijkswaterstaat, provincies enwaterschappen regionaal en lokaal maatregelen, die recht doen aan de perregio verschillende kenmerken zoals de mogelijkheden tot aanvoer van water,bodemgesteldheid, type natuur en economische belangen. Het doel is daarbijom maatschappelijke en/of economische schade zoveel mogelijk te beperken.In het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte staat hoe crisispartnersinformatie uitwisselen, maatregelen afstemmen en de communicatieaanpakken.Waar verzilting van invloed is op een van de belangen uit de verdringings-reeks, wordt dit dus volwaardig meegewogen in de waterverdelingskeuzes.Vraag 5Hoe beoordeelt u de signalen dat tijdens droogte een groot deel van hetbeschikbare zoetwater wordt ingezet voor het tegengaan van verzilting inWest-Nederland, terwijl Noord-, Oost- en Zuid-Nederland hierdoor metwatertekorten worden geconfronteerd?Antwoord 5Hoewel de geografische verdeling van water geen doel is bij waterschaarste,kan een waterverdelingskeuze op basis van de verdringingsreeks wel positiefuitpakken voor de ene regio en negatief voor een andere regio. Maar dat isdan het resultaat van de inhoudelijke belangenafweging binnen dezewettelijke verdringingsreeks. De belangen van alle regio’s worden daarmee,zeker in de zwaarwegender categorieën 1–3, zo goed mogelijk beschermd.Vraag 6Bent u bereid onderzoek te laten uitvoeren naar de mogelijkheden om tijdensperioden van lage rivierafvoer meer zoetwater in Nederland vast te houden,bijvoorbeeld door aanvullende stuwen, sluizen of andere waterbergendemaatregelen, zodat Nederland beter bestand is tegen langdurige droogte?Antwoord 6Ja, hiertoe ben ik bereid. Het kabinet investeert actief in kennisontwikkelinggericht op het beter vasthouden van zoetwater. In het DeltaprogrammaZoetwater werken Rijk en regio sinds 2012 samen om het zoetwatertekort tebeperken en Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte en water-schaarste. Daarbij wordt onderzoek gedaan naar een breed pakket aanmaatregelen, zoals het optimaliseren van bestaande zoetwaterbuffers(bijvoorbeeld het IJsselmeer), het vergroten van de sponswerking van debodem, ondergrondse zoetwateropslag en slimmer operationeel waterbeheermet behulp van de bestaande infrastructuur. Ook in het kader van hetProgramma Ruimte voor de Rivier 2.0 wordt onderzoek gedaan naar onderandere het verbeteren van de zoetwaterverdeling over de Rijntakken. In juli2026 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het ProgrammaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 Ruimte voor de Rivier 2.02.Er zijn grote keuzes nodig over de indeling vanruimte. We moeten op meer plekken ruimte creëren waar water kan wordenopgeslagen, zodat we daaruit kunnen putten in tijden van droogte. Ookmoeten we op sommige plekken de grondwaterstanden verhogen. Ditgesprek voeren we in het kabinet, dat is belangrijk want het heeft consequen-ties voor het gebruik van onze ruimte en de richting daarvan.Tegelijkertijd geldt dat het hoofdwatersysteem niet overal en altijd kanvoorkomen dat watertekorten ontstaan, ook niet met aanvullende maatrege-len. Daarom investeert het kabinet ook in regionaal praktijkonderzoek gerichtop het vasthouden van grondwater zoals in projecten Proeftuin Zoet WaterZeeland, BodemUP 2.0 in Noord-Brabant en de ondergrondse zoetwaterop-slag bij Wolphaartsdijk. Ook in Europees verband wordt kennis ontwikkeld,zoals binnen het onderzoeksproject AGROMAR gericht op verantwoordegrondwateraanvulling. Daarnaast zijn er nog verschillende onderzoekengericht op droogteadaptatie en het omgaan met verzilting.Nieuwe, aanvullende plannen voor kennisontwikkeling worden momenteelvoorbereid in het kader van het nieuwe Nationaal Water Programma(2028–2033) dat eind dit jaar in concept gereed is.Vraag 7Welke concrete langetermijnmaatregelen bereidt u voor om de Nederlandsezoetwatervoorziening toekomstbestendig te maken en wordt daarbij ookgekeken naar grootschalige infrastructurele oplossingen, zoals extra stuw- ensluizencomplexen en andere maatregelen om meer rivierwater in Nederlandvast te houden?Antwoord 7In het Deltaprogramma Zoetwater werken Rijk en regio sinds 2012 samen omhet zoetwatertekort te beperken en Nederland beter weerbaar te maken tegendroogte en waterschaarste. Tot nu toe is in de praktijk vooral ingezet opoptimaliseren van het huidige watersysteem. In de droge jaren 2018 en 2022en ook dit jaar, hebben we daar de vruchten van geplukt. Voorbeelden vanoptimalisatie zijn de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland(KWA), de aanleg van de Roode Vaart in Zevenbergen, waterbesparendemaatregelen bij de stuwen en sluizen in de Maas, het optimaliseren van dewaterverdeling over de Rijntakken, het aanpassen van gemalen voor hetregionale watersysteem en Slimwatermanagement. Vanwege klimaatverande-ring is dit echter niet langer voldoende3, gelet op de omvang van dezoetwateropgave. Nederland zal zich structureel moeten aanpassen aan deveranderende omstandigheden. Dit vergt meer ingrijpende systeemmaatrege-len, maar ook aanpassingen in onze ruimtelijke ordening en aanpassingenvan gebruikers en sectoren.Systeemmaatregelen worden onder andere voorbereid in het ProgrammaRuimte voor de Rivier 2.0. Zo is uit onderzoek gebleken dat voor de Waal deaanleg van een meergeulensysteem gecombineerd met het aanvullen vansediment (suppleren) de enige maatregel is die de bodem structureel kanstabiliseren én die tegelijkertijd bijdraagt aan bevaarbaarheid, natuurherstelen een betere verdeling van zoetwater over de Rijntakken. In juli 2026 heb ikuw Kamer geïnformeerd over de voortgang van dit Programma (zie ook vraag6).Verder wordt gewerkt aan het Deltaplan Zoetwater fase 3 (2028–2033), waarinindividuele maatregelen worden beoordeeld op hun hydrologische effectivi-teit, kosten, baten en maatschappelijke effecten. Daarbij wordt ook gekekennaar maatregelen in het regionale watersysteem. De inzet is daarmee nietalleen gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van zoetwater tijdensperioden van lage rivierafvoer, maar vooral op het benutten van periodenwaarin water beschikbaar is om een zoetwaterbuffer op te bouwen. Of dezemaatregelen (regionaal en in het hoofdwatersysteem) daadwerkelijk inuitvoering kunnen worden gebracht, is afhankelijk van de beschikbare2Kamerbrief programma Ruimte voor de Rivier 2.0 10 juli 20263Kamerbrief over nieuwe inzichten zoetwaterbeschikbaarheidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 financiering uit het Deltafonds4. Hiervoor geldt een prioriteringsopgave,waardoor er landelijk wordt gekeken welke maatregelen het meest urgentzijn.Vraag 8Kunt u aangeven in hoeverre binnen het Deltaprogramma en het NationaalWaterprogramma voldoende aandacht wordt besteed aan het vergroten vande strategische zoetwaterbuffers en het vasthouden van rivierwater inNederland?Antwoord 8Zoetwaterbeschikbaarheid is een belangrijk onderwerp in het Deltapro-gramma en het Nationaal Waterprogramma. Hierin wordt voldoendeaandacht besteed aan het vergroten van de strategische zoetwaterbuffers enhet vasthouden van rivierwater in Nederland. Bijvoorbeeld via het onderzoe-ken van het stapsgewijs vergroten van de buffer in het IJsselmeer enMarkermeer.Vraag 9Bent u bereid de Kamer vóór het einde van 2026 te informeren over devoortgang van de internationale gesprekken met de Rijn- en Maasstaten overeen eerlijkere verdeling van het beschikbare rivierwater en de aanvullendemaatregelen die Nederland zelf wil treffen om de beschikbaarheid vanzoetwater tijdens langdurige droogte te verbeteren?Antwoord 9Zie het antwoord op vraag 2.Vraag 10Hoe worden natuurlijke zoetwaterbuffers, zoals klimaatbuffers, waterretentie-gebieden en natuurlijke sponsgebieden, momenteel ingezet binnen hetnationale beleid om droogte en zoetwatertekorten tegen te gaan?Antwoord 10In het hoofdwatersysteem is onze grootste buffer het IJsselmeer. Zoals dezezomer is gebleken, heeft deze buffer ervoor gezorgd dat de noordelijke regioeen langere tijd minder effecten van de droogte heeft gevoeld. Voorzoetwaterbuffers buiten het hoofdwatersysteem is het Rijk niet aan zet.Hiervoor treffen de regio’s desgewenst zelf maatregelen. Het rijk wil regionalewaterbeheerders, maar ook gemeenten, natuurbeheerder en agrariërs,stimuleren en faciliteren om de kansen voor het vergroten van de sponswer-king van de bodem op een zorgvuldige manier te benutten.Vraag 11Hoeveel natuurlijke zoetwaterbuffers worden in Nederland beheerd doornatuurorganisaties, hoeveel zoet water kunnen deze gezamenlijk vasthoudenen welke bijdrage leveren zij aan de nationale zoetwatervoorziening?Antwoord 11Het exacte aantal natuurlijke zoetwaterbuffers beheerd door natuurorganisa-ties in Nederland is lastig te bepalen. Het is een netwerk van zoetwaterbuffersen -zones dat door grond-, regen- en smeltwater, en de natuurlijke zoet-zoutdynamiek wordt bepaald. De capaciteit van de buffers is hierdoor lastig vastte stellen. De effectieve capaciteit hangt sterk af van bodemtype, conditie enwaterpeil. Op landelijke schaal kunnen natuurlijke zoetwaterbuffers, zoalsveengebieden, moerassen, natte bossen, uiterwaarden, retentiegebieden enandere klimaatbuffers fungeren als «natuurlijke sponzen», en zo zoetwaterbeter vasthouden (zie ook het antwoord vraag 10). De waterhuishouding inNederland beweegt zich steeds meer van een afvoerstelsel naar eenvasthoudstelsel. Natuurgebieden zijn hierin essentieel.4Kamerbrief over prioritering Mobiliteitsfonds en DeltafondsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 Vraag 12Kan inzichtelijk worden gemaakt in hoeverre water dat in deze natuurgebie-den wordt vastgehouden ook daadwerkelijk beschikbaar blijft voor omlig-gende landbouwgebieden en andere maatschappelijke functies tijdens drogeperioden?Antwoord 12Zoetwater dat is vastgehouden in natuurgebieden kan niet vanzelfsprekendbeschikbaar worden gesteld voor landbouw of andere functies. Een deel vanhet vastgehouden water verdampt door de combinatie met hogere tempera-turen. Een ander deel infiltreert naar de diepere ondergrond alwaar het door(drink)waterwinningen onttrokken grondwater aanvult. En een deel wordtgedraineerd door de naaste omgeving: veelal landbouwgebieden. Verdrogingis een van de grootste drukfactoren voor de natuur, zoals de natuurdoelanaly-ses aangeven. Door droogte komt (kwetsbare) natuur nog verder onder drukte staan. De beschikbaarheid van water in tijden van een feitelijk watertekortvoor de verschillende sectoren en maatschappelijke functies hangt af vanprioritering volgens de verdringingsreeks, technische mogelijkheden (optiesom het water te kunnen sturen) en kwaliteit van het water. Stabiliteit vanwaterkeringen, voorkomen van klink en zetting (in veen en hoogveen), envoorkomen van onomkeerbare schade aan natuur bevinden zich in categorie1 van de verdringingsreeks (zie ook antwoord vraag 4). Deze belangen krijgenvoorrang bij de verdeling van het nog beschikbare zoetwater.Vraag 13Hoe wordt voorkomen dat water langdurig wordt vastgehouden in afzonder-lijke natuurgebieden, terwijl elders in dezelfde regio tekorten ontstaan voorlandbouw, scheepvaart of drinkwatervoorziening?Antwoord 13Zoals bij vraag 4 eerder aangeven, bevindt natuur zich in categorie 4 en hetvoorkomen van onomkeerbare schade aan natuur zich in categorie 1.Voldoende water van de juiste kwaliteit is noodzakelijk om ons hieraan tehouden. Tegelijkertijd zorgt het vasthouden van water in natuurgebieden vooreen buffer voor andere sectoren.Vraag 14Ziet u mogelijkheden om bestaande natuurlijke zoetwaterbuffers nadrukkelij-ker onderdeel te maken van de landelijke zoetwaterstrategie, zodat zij nietalleen bijdragen aan natuurdoelen, maar ook aan de beschikbaarheid vanzoet water voor landbouw, drinkwater, scheepvaart en economie?Antwoord 14De huidige zoetwaterbuffers zijn niet alleen ontwikkeld om aan de natuurdoe-len te voldoen. Zij vervullen reeds een rol in de zoetwatervoorziening voordrinkwater, landbouw, scheepvaart en economie. In tijden van watertekortworden deze zoetwaterbuffers ingezet aan de hand van de wettelijk vastge-legde verdringingsreeks.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6

Versie b84bb2661997a7ce3d1357b635d99dd9ff90573c080631a6ce74611b879f1e74 · Officiële bron.

Gegevens

Soort document
Antwoord schriftelijke vragen
Datum
31 augustus 2026
Vergaderjaar
2025-2026
Aanhangselnummer
252602840
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.