KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli 2025 (Kamerstuk 32317-967)

21 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fbc4629760fb8af6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 317JBZ-RaadNr. 968 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 21 juli 2025 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Justitieen Veiligheid over de geannoteerde agenda informele JBZ-Raad 22-23 juli2025 (Kamerstuk 32 317, nr. 967); antwoorden op vragen commissie overo.a. de geannoteerde Agenda JBZ-Raad 12-13 juni 2025 (Kamerstuk32 317, nr. 949); verslag JBZ-Raad van 12 en 13 juni 2025 (Kamerstuk32 317, nr. 964).De vragen en opmerkingen zijn op 16 juli 2025 aan de Minister enStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid voorgelegd. Bij brief van 21 juli2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,PoolAdjunct-griffier van de commissie,Paauwe kst-32317-968ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9681 Inhoudsopgaveblz.IVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersonen2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie10Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie13 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de informele Raad Justitie en BinnenlandseZaken (hierna: JBZ-Raad) van 22-23 juli 2025. Deze leden hebben vragenen opmerkingen over een van de agendapunten en enkele onderwerpenbuiten de agenda om.Vereenvoudiging Algemene verordening gegevensbescherming (hierna:AVG)De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat hetvereenvoudigen van de AVG nooit tot gevolg mag hebben dat debescherming van persoonsgegevens in de praktijk verzwakt. In beginselstaan deze leden positief tegenover maatregelen die het midden- enkleinbedrijf in staat stellen beter te concurreren. Deze leden menen echterdat dit moet worden behaald door wetgeving te verduidelijken, bureau-cratie te verminderen en toegankelijke hulp aan te bieden. Kan de Ministernader toelichten wat Nederland zal inbrengen over dit onderwerp?Het kabinet staat, zoals uiteen is gezet in het BNC-fiche bij hetOmnibus IV-voorstel,1 over het algemeen positief tegenover devoorstellen tot aanpassing van specifieke EU-wetgeving met alsdoel deze te versimpelen. De Algemene Verordening Gegevensbe-scherming (AVG) is ontworpen om verwerkingen van persoonsge-gevens mogelijk te maken die, gelet op de bescherming van hetgrondrecht op gegevensbescherming, legitiem en proportioneelzijn. Daarbij geldt in de AVG als uitgangspunt dat de nalevings-last in verhouding staat tot de risico’s die de gegevensverwerkingmet zich meebrengt voor de fundamentele rechten van betrok-kenen. Dit waarborgt dat de naleving van de AVG in algemene zinniet onnodig belastend is voor verwerkingsactiviteiten metbeperkte risico’s voor grondrechten.Tegelijkertijd ervaren met name het midden- en kleinbedrijf (MKB)de naleving van de AVG vaak als complex en vrezen zij dehandhaving ervan. In dit licht ziet het kabinet in de eerste plaatseen belangrijke rol weggelegd voor de toezichthouders, bijvoor-beeld door het publiceren van richtsnoeren en praktischeinstrumenten voor bedrijven die veelal niet zijn gespecialiseerdzijn in het verwerken van persoonsgegevens. Ook kan wordengedacht aan het publiceren van «witte lijsten» met niet-hoogrisico gegevensverwerkingen door de toezichthouders (artikel 35,1BNC-fiche bij Omnibus IV - Wijziging van verordeningen om bepaalde steunmaatregelen voorhet mkb uit te breiden naar small mid-cap ondernemingen en aanvullende vereenvoudigings-maatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9682 lid 5, AVG). Met deze witte lijsten bieden toezichthoudersduidelijkheid over verwerkingen die geen hoog risico opleveren.Deze duidelijkheid kan bijdragen aan het terugdringen vanhandelingsverlegenheid in verband met de AVG. Nederland zalonder meer inbrengen dat het graag ziet dat het publiceren vanwitte lijsten een standaardpraktijk of zelfs verplichting wordtvoor onafhankelijk opererende toezichthouders op de AVG.Deelt de Minister de zienswijze van de Autoriteit Persoonsgegevens en deEuropean Data Protection Supervisor?Het kabinet kan zich in algemene lijnen vinden in het degezamenlijke opinie van het Europees Comité voor gegevensbe-scherming (EDPB) en de Europese Toezichthouder voor gegevens-bescherming (EDPS) over het Omnibus IV-voorstel. Die opinieonderstreept terecht dat bij het verlichten van administratievelasten de bescherming van fundamentele rechten, waaronder hetrecht op gegevensbescherming, gewaarborgd dient te blijven. Hetkabinet deelt de opvatting van de EDPB en de EDPS dat devoorgestelde wijzigingen in de AVG om de verplichting tot hetbijhouden van een verwerkingsregister te vereenvoudigen en teverduidelijken, gericht en beperkt van aard zijn en geen afbreukdoen aan de kernbeginselen en de verplichtingen uit de AVG.2Is hij het eens met de verbeterpunten die zij aandragen, namelijk hetuitzonderen van overheidsorganisaties van de vereenvoudiging en hetalléén moeten registreren van hoogrisicoverwerkingen door kleinebedrijven?In hun gezamenlijke opinie adviseren de EDPB en de EDPS om devrijstelling voor de registratieplicht uitsluitend te laten geldenvoor het MKB en micro-ondernemers, en publieke autoriteiten uitte sluiten van de vrijstelling.3 Het kabinet onderschrijft met deEDPB/EDPS het belang van een hoog niveau van gegevensbe-scherming. Tegelijkertijd dient voorkomen te worden dat kleinereoverheidsorganisaties – denk aan een kleine gemeente – oneven-redig zware administratieve verplichtingen behouden voorverwerkingen die geen of slechts een gering risico vormen voorde rechten en vrijheden van betrokkenen. De gezamenlijke opinievan de EDPB/EDPS benadrukt dat de voorgestelde vereenvoudi-gingen van de verplichting tot het bijhouden van een verwer-kingsregister gericht en beperkt zijn, en de kernbeginselen vande AVG ongemoeid laten. Van belang is dat voor publiekeinstellingen reeds verzwaarde waarborgen bestaan zoals deverplichte aanwijzing van een functionaris gegevensbe-scherming.4 Daarom bepleit Nederland om de vrijstelling voor hetvereenvoudigde verwerkingsregister toepasbaar te laten zijn opzowel kleinere bedrijven als vergelijkbare overheidsorganisaties,zoals voorgesteld is door de Commissie, die voldoen aan devereisten van de vrijstelling, met behoud van de verplichting omeen register bij te houden zodra sprake is van verwerkingen diewaarschijnlijk een hoog risico meebrengen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister om aan tedringen op een snelle uitwerking van het «one stop shop»-principe,beoogd in de AVG. Dit zou het makkelijker maken voor bedrijven die2EDPB-EDPS Joint Opinion 01/2025.3EDPB-EDPS Joint Opinion 01/2025, paragraaf 3.3.3.4Artikel 37, eerste lid, onder a, AVG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9683 tussen lidstaten werken. Bovendien horen deze leden graag meer over hetOmnibus-voorstel voor de sector digitaal/tech. Kan de Minister toelichtenwanneer hij hierover een Omnibus-voorstel verwacht en wat hiervan dereikwijdte is?Het Omnibusvoorstel voor de sector digitaal, ofwel het DigitalPackage, wordt in Q4, 2025 verwacht. Op dit moment is bekenddat het voorstel tot doel heeft cybersecurity rapportageverplich-tingen alsmede data-delingsverplichtingen te stroomlijnen. UwKamer ontvangt zoals gebruikelijk een BNC-fiche na publicatievan het voorstel. Ten aanzien van het eenloketmechanisme, ookwel one-stop-shop-mechanisme genoemd, moet dit door middelde Verordening handhaving AVG in grensoverschrijdende zaken(AVG-procedureverordening) worden verbeterd. Op 16 juni 2025is een voorlopig politiek akkoord in de triloog bereikt. Ditonderhandelingsresultaat is als hamerstuk op de Coreper van27 juni 2025 afgedaan en zal naar verwachting worden geagen-deerd voor de eerstvolgende formele JBZ-Raad op 13 en14 oktober 2025.Deze leden benadrukken nogmaals dat het verminderen van regeldruk ookhier niet mag leiden tot feitelijke verzwakkingen van privacyrechten,toezicht en platformregulering. Deze leden vragen de Minister omduidelijk te maken hoe hij uitvoering geeft aan de motie-Kathmann(Kamerstuk 30 821, nr. 264) en, conform het verzoek in de motie, aan tegeven dat Nederland pleit voor de maximale naleving, handhaving enwaar nodig versteviging van regelgeving ten aanzien van grote onlineplat-forms. Is de Minister hiertoe bereid?Nederland zal in besprekingen in Brussel blijven pleiten voormaximale naleving en handhaving van bestaande instrumentendie zien op toezicht en regulering van platforms, waaronder hetpleiten voor effectieve handhaving van de Digitale Dienstenveror-dening (DSA).Verordening ter bestrijding van online seksueel kindermisbruik (hierna:CSAM-verordening)De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met teleurstellingkennisgenomen dat onder het Deense voorzitterschap het voorstel vooreen CSAM-verordening wederom een verplicht detectiebevel bevat opversleutelde communicatieplatforms. Het opheffen van encryptie inEuropa is volgens deze leden een onacceptabele maatregel en kan blijvenrekenen op fel verzet van hen en een meerderheid van de Tweede Kamer.Wat is de zienswijze van de Minister op het Deense voorstel? Kan deMinister uitgebreid ingaan op de nieuwe tekst?Op 1 juli jl. heeft Denemarken het Voorzitterschap overgenomen.Het Deense voorzitterschap heeft diezelfde dag een compromis-voorstel inzake de EU-Verordening ter bestrijding van onlineseksueel kindermisbruik (de CSAM-Verordening) met de lidstatengedeeld. Het compromisvoorstel van het Deense voorzitterschapbouwt voort op het compromisvoorstel van het Belgischevoorzitterschap uit juni 2024. Het belangrijkste verschil met hetvoorstel van het Poolse voorzitterschap van eerder dit jaar, is datverplichte detectie onder voorwaarden weer onderdeel uitmaaktvan de tekst. Bovendien kan ook ten aanzien van nieuw materiaalop grond van dit voorstel een verplicht detectiebevel wordenuitgevaardigd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9684 De huidige inzet van het kabinet wordt vormgegeven door deKamerbrief van 29 november 20245, waarin kaders voor deonderhandelingen in Brussel zijn vastgelegd. Uit de kaders diezijn geschetst in de brief aan uw Kamer van 29 november 2024volgt dat het Deense voorstel, dat onder meer voorziet inverplichte detectie, niet binnen deze kaders valt. Het Deensevoorstel wordt op dit moment nader bestudeerd, waarna hetkabinet zal bepalen hoe Nederland zich daartoe verhoudt.Conform de gebruikelijke werkwijze zal uw Kamer hieroverworden geïnformeerd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie verwijzen naar het advies van deAlgemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: de AIVD), waarinwordt gesteld dat het opheffen van end-to-endversleuteling grotecyberveiligheidsrisico’s met zich brengt. Volgens deze leden zorgt dediscussie rondom het detectiebevel in dit voorstel bovendien voor eenenorme vertraging om tot effectieve Europese regelgeving te komen omonlinemisbruik te bestrijden. Deze leden brengen de breed aangenomenmotie-Kathmann c.s. (Kamerstuk 32 317, nr. 891) in herinnering. Kan deMinister bevestigen dat hij, conform de motie, zich ondubbelzinnig zalblijven uitspreken over voorstellen die een detectiebevel bevatten ofmogelijk maken?De huidige inzet van het kabinet wordt vormgegeven conform dekaders die zijn geschetst in de brief aan uw Kamer van29 november 20246. In die brief is tevens aangegeven datNederland in lijn met de motie Kathmann c.s. geen voorstellen zalondersteunen die een verplichting inhouden tot detectie in deprivécommunicatie van alle burgers.Zal Nederland blijven behoren tot de blokkerende minderheid en is dezeminderheid volgens de Minister stabiel?Het Deense voorstel wordt op dit moment bestudeerd, waarnahet kabinet zal bepalen hoe Nederland zich daartoe verhoudt. Uitde kaders die zijn geschetst in de brief aan uw Kamer van29 november 20247 volgt dat het Deense voorstel, dat ondermeer voorziet in verplichte detectie, niet binnen deze kaders valt.Over de positie van andere lidstaten en over de eventuelegevolgen daarvan voor de blokkerende minderheid is nog geenduidelijkheid. Wel is duidelijk dat het krachtenveld opnieuwgefragmenteerd is en dat een aantal lidstaten zich positief heeftuitgelaten over het nieuwe compromisvoorstel.Verwacht de Minister dat lidstaten die tot deze groep behoren, van planzijn om van standpunt te veranderen?Over de positie van specifieke lidstaten kan niets worden gezegd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn voorstander van een geheelnieuw voorstel waarin bewezen effectieve methoden om onlinekindermis-bruik te bestrijden, worden opgenomen. In de brief van 29 november 2024(Kamerstuk 32 317, nr. 906) beschrijft de Minister uitgangspunten van eennieuw Europees voorstel.5Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 9066Idem.7Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 906.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9685 Hoe gaat hij dit uitdragen onder het Deense voorzitterschap? Is deMinister bereid om met lidstaten die deel uitmaken van de blokkerendeminderheid, te pleiten voor een nieuw voorstel dat geen inbreuk maakt ophet digitale briefgeheim en gebaseerd is op bewezen effectieve maatre-gelen, zoals aangedragen door onze nationale autoriteiten en experts?Het is voor Nederland niet opportuun is om met een alternatiefvoorstel te komen, zoals aangegeven in de brief aan uw Kamervan 29 november 20248. De inzet van Nederland is daarom op ditmoment gericht op het wijzigen van het huidige voorstel, zodatde inhoud daarvan in lijn is met de voor Nederland belangrijkepunten. Nederland zal daarom, zoals gebruikelijk, actief bijdragenaan het proces om tot een voorstel te komen dat kan wordenondersteund, aangezien het kabinet het doel van de Verordeningexpliciet steunt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar desamenhang tussen de CSAM-verordening en de richtlijn ter bestrijdingvan seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen (hierna:CSA-richtlijn). Deze leden vragen de Minister om te bezien welkeonomstreden voorstellen uit de CSAM-verordening, die niet raken aan degrondrechten van burgers, overgeheveld kunnen worden naar deCSA-richtlijn. Welke voorstellen zouden hiervoor geschikt zijn en zou diteen manier zijn om, ondanks de vastgelopen onderhandelingen, snellertot maatregelen te komen om onlinemisbruik te voorkomen?Een verordening en een richtlijn zijn verschillende instrumenten.Het hangt van het onderwerp af of regeling bij richtlijn ofverordening plaatsvindt. Als het een onderwerp betreft waarvoorde Verdragen een vrije instrumentariumkeuze openlaten, wordtdie keuze onder meer bepaald door de doelstelling van hetdesbetreffende instrument. Het initiatiefrecht daartoe ligtoverigens bij de Europese Commissie. Het overbrengen vanbepalingen van het ene naar het andere instrument is in iedergeval afhankelijk van steun van de Commissie, aangezien eendergelijke stap een wezenlijke afwijking zou zijn van hetoorspronkelijke initiatief. De Commissie heeft overigens debevoegdheid tot het intrekken van voorstellen indien deze naarhaar oordeel te ver afwijken van het oorspronkelijke initiatief ende daaraan ten grondslag liggende afwegingen.Mede gelet op de fase waarin de CSA-richtlijn zich bevindt (detriloog), ligt het niet voor de hand dat onderwerpen die in deCSAM-verordening (waarover nog geen algemene oriëntatie isbereikt) zijn ondergebracht, naar de richtlijn worden overge-heveld. Daarbij komt dat het onderbrengen van onderwerpen uitde verordening in de richtlijn tot ongewenst gevolg zou kunnenhebben dat ook de onderhandelingen voor de richtlijn stagneren.De CSA-richtlijn bevindt zich momenteel in de triloogfase. Deze ledenvragen de Minister om de Kamer regelmatig te blijven informeren over devoortgang van deze onderhandelingen.Het klopt dat de CSA-Richtlijn zich momenteel in de triloogfasebevindt. In juni jl. heeft het Europees Parlement het onderhande-lingsmandaat afgegeven. Het toenmalige Poolse voorzitterschapis op 23 juni jl. aangevangen met een eerste politieke triloogwaarbij op hoofdlijnen over de Richtlijn is gesproken. Op 1 en8Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9686 2 juli jl. is door het nieuwe Deense voorzitterschap in technischevergaderingen verder gesproken over de artikelen uit de Richtlijn.Op 9 juli jl. hebben de lidstaten verder, op hoofdlijnen, over depijnpunten gesproken. De verwachting is dat de onderhande-lingen over het dossier in september zullen worden voortgezetonder het Deense voorzitterschap. Over de voortgang van dezeonderhandelingen zal ik uw Kamer, wanneer relevant, informeren.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de derogatie voortechbedrijven, om vrijwillig te kunnen scannen op misbruikmateriaal ophun platforms, per 2026 afloopt. Dit is een uitzondering op de ePrivacy-richtlijn. Is de Minister voorstander van het verlengen van deze derogatie?Deze leden zijn van mening dat het mogelijk verlengen van de derogatiegeen vrij spel mag bieden om ongecontroleerd af te zien van de ePrivacy-richtlijn. Deze leden vragen de Minister om te bepleiten dat een mogelijkederogatie voorzien moet zijn van goede waarborgen en kaders,waarbinnen de vrijwillige scans proportioneel kunnen worden verricht.De huidige inzet van het kabinet wordt vormgegeven volgens delijnen uiteen gezet in de Kamerbrief van 29 november 20249,waarin kaders voor de onderhandelingen in Brussel zijnvastgelegd. Het compromisvoorstel van het Deense voorzitter-schap inzake de CSAM-Verordening wordt op dit momentbestudeerd, waarna het kabinet zal bepalen hoe Nederland zichdaartoe verhoudt. Conform de gebruikelijke werkwijze zal uwKamer hierover worden geïnformeerd.ProtectEUDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van deroutekaart voor rechtmatige en effectieve toegang tot gegevens voorrechtshandhaving, onderdeel van ProtectEU. Deze leden hebben zorgenover de gevolgen van deze routekaart op de cyberveiligheid, het privacy-recht en het recht op vertrouwelijke communicatie binnen Europa. Zijvragen de Minister om een zienswijze op deze routekaart te delen met deKamer. Kan de Minister de Kamer goed geïnformeerd houden over devorderingen rondom dit voorstel?Op dit moment wordt in afstemming met alle betrokken departe-menten en alle betrokken organisaties een BNC-fiche opgesteldwaarin het kabinet de mededeling van de Commissie beoordeelt.Naar verwachting wordt dit fiche in augustus naar uw Kamerverzonden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie uiten hun zorgen over met namede voorstellen die het onderscheppen en ontsleutelen van gegevensmogelijk maken. Dit zijn verstrekkende bevoegdheden die nooit lichtzinnigmogen worden toegepast. Wat is het standpunt van Nederland over dezezware bevoegdheden?Voor zover de vraag betrekking heeft op de interceptiebe-voegdheid, moet worden benadrukt dat dit een bestaande, sterkwettelijk verankerde bevoegdheid betreft die onderhevig is aangerechtelijke toetsing. De Kamer wordt jaarlijks geïnformeerdmet betrekking tot de inzet van deze bevoegdheid in het departe-mentaal jaarverslag.9Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 906Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9687 Voor zover de vraag ziet op de aangekondigde routekaart,benadrukt het kabinet dat dit document een uitvloeisel is van eenjarenlang traject waarover de Kamer veelvuldig is en wordtgeïnformeerd. Dit traject startte in juni 2023, toen onder hetZweedse voorzitterschap de High-Level Group on lawful access todata (HLG) voor effectieve rechtshandhaving is opgericht. De HLGhad als doel om met experts vanuit heel Europa problemen inkaart te brengen en tot oplossingsrichtingen te komen voor deuitdagingen die rechtshandhavingspartners ervaren bij hetverkrijgen van digitale gegevens voor opsporing. In 2023 en 2024zijn vervolgens de daaronder hangende expertgroepen bijeenge-komen. De expertgroepen bestonden veelal uit ervaren expertsvanuit de uitvoeringspartners, waaronder officieren van justitievanuit het Nederlands OM.10 Eind mei 2024 heeft de HLG medenamens de onderliggende expertgroepen een concepteindrapportgepresenteerd waarin aanbevelingen staan opgenomen metbetrekking tot knelpunten en mogelijke oplossingen op driedeelonderwerpen: digitale opsporing, data retentie en toegangtot data. Het werk van de HLG is volledig openbaar.11Veel lidstaten, waaronder Nederland, hebben het werk en deaanbevelingen van de HLG verwelkomd en gesteund tijdens deJBZ-Raden van zowel juni als juli 2024.12 Op 18 november 2024 ishet definitieve rapport van de HLG gepresenteerd. Dit rapportbouwt voort op de eerder gepresenteerde aanbevelingen enverschilt in de kern weinig van het in mei 2024 gepresenteerdeconcepteindrapport.13 Tijdens de JBZ-Raad van 12 en13 december 2024 hebben de lidstaten, waaronder Nederland,hun brede steun uitgesproken voor het eindrapport van de HLGen heeft de JBZ-Raad Raadsconclusies aangenomen. Met dezeRaadsconclusies worden de HLG conclusies onderschreven enwerd de Commissie opgeroepen om een routekaart te presen-teren waarin deze conclusies concreet worden uitgewerkt.14Welke waarborgen en vangrails stelt de Minister voor om oneigenlijketoepassingen van dergelijke mogelijkheden te beperken?Voordat wordt gekeken naar de vraag welk pakket aanwaarborgen nodig is, heeft de Commissie aangekondigd datallereerst de technische haalbaarheid van toepassingen grondigwordt onderzocht. Dit is nodig om te voorkomen dat enigeverplichting in het leven wordt geroepen die, in de praktijk,schadelijk zou uitpakken voor de cyberveiligheid van burgers enbedrijven, nationale veiligheid, danwel de bescherming vanprivacy en andere grondrechten onvoldoende zou waarborgen.Ook in het kader van toetsing op proportionaliteit en subsidia-riteit van eventuele nieuwe regelgeving is een dergelijke analysenoodzakelijk en kan het belang van een deugdelijke uitwerking10Zie o.a. Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 317, nr. 879, pp. 15–16; Verslag van debijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 12 en 13 juni 2025, p. 6.11Alle documenten met betrekking tot de High Level Group on lawful access to data werden naverspreiding onder de autoriteiten van de lidstaten meteen gepubliceerd op: https://home-affairs.ec.europa.eu/networks/high-level-group-hlg-access-data-effective-law-enforcement_en.12Verslag van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 13 en 14 juni2024, p. 3; Verslag van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken,22 en 23 juli 2024 te Boedapest, p. 2.13Geannoteerde agenda van de bijeenkomst van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken, 12 en13 december 2024, p. 13.14Verslag van de formele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 12 en13 december 2024, p. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9688 van de door de Commissie aangekondigde technologischeroutekaart enkel worden onderstreept.Deze leden vragen de Minister om zich kritisch en terughoudend op testellen in deze discussie. De Kamer heeft meermaals kenbaar gemaaktgrote waarde te hechten aan het recht op versleuteling. Hoe betrekt deMinister de breed aangenomen motie-Van Raan c.s. (Kamerstuk 26 643,nr. 885) in de behandeling van deze routekaart?Het kabinet is zich terdege bewust van de oproep van de Kamerom geen maatregelen te steunen die end-to-end encryptieonmogelijk zouden maken. Dit staat niet ter discussie. Zoalseerder aangegeven blijft het kabinet de Kamer informeren overde ontwikkelingen rondom rechtmatige toegang tot data, en zaldit ook in het kader van de routekaarten worden voortgezet.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben twijfels over het principe«security-by-design». Hoe reageert de Minister op de stelling dat hetinbouwen van technische mogelijkheden om data te ontsleutelen ofverzamelen zal leiden tot een generieke achterdeur voor opsporings-diensten?Het kabinet benadrukt dat het eindrapport van de High-LevelGroup on lawful access to data deze zorgen meermalen uitge-breid adresseert.15 Zo wordt uitdrukkelijk gesteld dat deindustrie niet mag worden gevraagd systemen te integreren diede encryptie op een algemene of systematische manier voor allegebruikers van een dienst kunnen verzwakken. Tenslotte moetworden benadrukt dat het principe «security by design» grondigzal worden uitgewerkt door een groep van experts vanuitverschillende disciplines (technisch, juridisch, maatschappelijke.d.) vanuit Europa, teneinde de aankondigde technologischeroutekaart in 2026 op te kunnen leveren.Hoe ziet de Minister dit in het licht van de AIVD-reactie op deCSAM-verordening, waarin soortgelijke mogelijkheden om toegang totdata te verkrijgen, werden gezien als een risico voor de cyberveiligheid?De AIVD is actief betrokken bij de advisering aan het kabinetomtrent de door de Commissie voorgestelde routekaart. Voortsmoet worden benadrukt dat het advies van de AIVD over deCSAM-verordening specifiek betrekking had op de cybersecuri-tyaspecten van client side scanning.Hoe kan worden voorkomen dat overheden en kwaadwillenden hieroneigenlijk gebruik van maken?De Commissie heeft aangekondigd dat de technischehaalbaarheid van mogelijke interceptietoepassingen grondigwordt onderzocht. Hierbij wordt, onder andere, scherp gekekennaar het belang van cyberveiligheid (waaronder oneigenlijkgebruik door kwaadwillenden), nationale veiligheid en deugde-lijke borging van privacy- en grondrechten.15https://home-affairs.ec.europa.eu/document/download/1105a0ef-535c-44a7-a6d4-a8478fce1d29_en?filename=Recommendations%20of%20the%20HLG%20on%20Access%20to%20Data%20for%20Effective%20Law%20Enforcement_en.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 9689 Verder hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zorgen over hetinzetten van artificiële intelligentie (hierna: AI) om grote hoeveelhedendata te verwerken, een voorstel in deze routekaart. Deze leden vragen deMinister om al vroegtijdig aan te geven dat dergelijke inzet van AIonderhevig moet zijn aan evenredig toezicht, als randvoorwaarde voorenige inzet van AI voor dit doeleinde.Het kabinet onderschrijft het belang van evenredig toezicht ophet gebruik van AI, zeker wanneer deze inzet van overheidswegeplaatsvindt. De mededeling van de Commissie ziet niet op hetinzetten van nieuwe mogelijkheden ten aanzien van AI, maar ophet ondersteunen en coördineren van reeds bestaande mogelijk-heden.Er is reeds toezicht op het gebruik en de verwerking van data ophet gebied van rechtshandhaving. Zo ziet de Autoriteit Persoons-gegevens (AP) toe op de naleving van de (AVG en de EuropeseRichtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving (RGR), inNederland geïmplementeerd in de Wet politiegegevens (Wpg) ende Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). De AP heeftop basis van deze wetgeving ruime handhavende bevoegdhedenten aanzien van de inzet van AI-systemen die persoonsgegevensverwerken. Daarnaast is de AI-Verordening in werking getreden,die eisen stelt aan het gebruik en ontwikkeling van AI-systemen,waarbij naar mate het risico toeneemt het aantal verplichtingenook toeneemt. Het kabinet werkt aan de inrichting van hettoezicht op de AI-Verordening. Er zullen markttoezichthoudersworden aangewezen, die gaan toezien op de naleving hiervan.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie wijzen op de kritische reactievan mensenrechtenorganisaties, onder andere European Digital Rights,op dit voorstel.16 Kan de Minister in het BNC-fiche17 over deze routekaartook de position paper van deze organisaties voorzien van een appreciatie?Op dit moment wordt in afstemming met alle betrokken departe-menten en alle betrokken organisaties een BNC-fiche opgesteldwaarin het kabinet de mededeling van de Commissie beoordeelt.Naar verwachting wordt dit fiche in augustus naar uw Kamerverzonden. Zoals gebruikelijk wordt daarbij vanuit de verschil-lende betrokken organisaties goed gekeken naar alle invals-hoeken die nodig zijn om tot een gewogen beoordeling te komen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het verslag van de JBZ-Raad van 12 en 13 juni 2025 en van degeannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22 en 23 juli 2025.Deze leden stellen nog enkele vragen naar aanleiding van het verslag ende geannoteerde agenda.De strategie voor een Europese paraatheidsunie – hoe de civieleparaatheid, weerbaarheid en crisispreventie van de EU en haar lidstatenkan worden versterkt in het licht van een veranderend dreigingslandschap16Joint-civil-society-response-to-the-Commissions-call-for-evidence-on-Data-Retention.pdf(EDRi.eu).17Fiche Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96810 De leden van de VVD-fractie zijn positief gestemd dat de EuropeseCommissie in maart dit jaar met het voorstel tot een EU-paraatheids-strategie is gekomen. Deze leden onderstrepen het belang van samen-werking op het terrein van weerbaarheid gezien de huidige geopolitiekeontwikkelingen. Deze leden vragen of de Minister nader kan toelichten watde beoogde invalshoek van de debatten over de paraatheidsunie is.Het Deense voorzitterschap heeft de strategie voor een EuropeseParaatheidsunie18 geagendeerd voor een gedachtewisselingtijdens de informele JBZ-Raad van 22-23 juli a.s. Dit is de eerstekeer dat de Strategie wordt besproken in de JBZ-Raad. HetDeense voorzitterschap hoopt uit de discussie op te halen hoedoor de Raad meer richting aan de implementatie kan wordengegeven. Het voorzitterschap beoogt dit te doen door deJBZ-Ministers uit te nodigen om in te gaan op de vraag welkesturing de Raad zou kunnen geven aan de Commissie om deondersteuning van de EU aan de lidstaten op het gebied vanciviele bescherming en andere relevante beleidsterreinen teverbeteren, en welke onderdelen van de strategie voor eenEuropese Paraatheidsunie prioriteit zouden moeten krijgen.Daarnaast worden de Ministers gevraagd hun visie te geven opwat de JBZ-Raad zou kunnen doen om de civiel-militaire samen-werking te verbeteren, dat tegelijkertijd een aanvulling vormt opde zeven NAVO basisvereisten.De leden van de VVD-fractie lezen dat het kabinet waardeert dat deEuropese Commissie met een ambitieus actieplan tegemoetkomt aan deurgentie en noodzaak stappen te zetten op weerbaarheid en daarbijopmerkt dat het voorstel niet ingaat op de verhouding van de EU-strategietot bestaande instrumenten en maatregelen. Deze leden vragen wat destrekking is van de bijbehorende achtergronddocumentatie die voorligt enwat, op basis van deze documentatie en de huidige focus, de inzet van deMinister voor deze twee sessies is.Het achtergronddocument van het Deense voorzitterschap lichtkort de inzet van de strategie voor een Europese Paraatheidsunietoe, waarbij het tevens refereert aan de conclusies van deEuropese Raad van 26-27 juni jl. over paraatheid en weerbaarheidwaarin o.a. het belang en de urgentie van het versterken van deparaatheid en weerbaarheid van de EU en haar lidstaten wordtbenadrukt. Het Deense voorzitterschap hoopt uit de discussie opte halen hoe er vanuit de Raad meer richting aan de implemen-tatie kan worden gegeven. Nederland zal het belang en deurgentie van het versterken van de Europese paraatheid enweerbaarheid wederom benadrukken en aangeven dat een sterkeinzet van de Raad in de uitwerking en implementatie van destrategie voor een Europese Paraatheidsunie essentieel is. Omeen sterke rol voor de Raad te bewerkstelligen en het versterkenvan de weerbaarheid van de EU en de lidstaten te bevorderen, isop initiatief van Nederland een ministeriële weerbaarheidscoalitievan gelijkgestemde EU-lidstaten in het leven geroepen.Nederland zal tijdens de informele JBZ-Raad inzetten op priori-teiten als het verbeteren van een gezamenlijk situationeel beelddoor middel van de ontwikkeling van een horizontale EU-risico-en dreigingsanalyse, het versterken van de horizontale EUcrisisbeheersing, inclusief de herziening van het Uniemechanismevoor civiele bescherming (UCPM) en voorstellen die de publiek-18Strategie voor een Europese ParaatheidsunieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96811 private samenwerking op kritieke infrastructuur bevorderen. Ookhecht het kabinet veel waarde aan optimale civiel-militairesamenwerking en is het kabinet groot voorstander van initia-tieven die de samenwerking tussen de EU en NAVO versterken.Voor wat betreft de verbetering van civiel-militaire samenwerkingin samenhang met de NAVO basisvereisten zal Nederlandaangeven dat het kabinet meerwaarde ziet in het voorstel om teonderzoeken of er hiaten zijn in huidige EU-wetgeving tenopzichte van, onder andere, de weerbaarheidsvereisten in deCER19- en NIS220-Richtlijn.OverigDe leden van de VVD-fractie onderschrijven de noodzaak dat Europeselanden beter moeten samenwerken bij het voorkomen en tegengaan vanonlinekindermisbruik. Deze leden betreuren dat het Poolse EU-voorzitter-schap dit voorjaar geen doorbraak heeft weten te bewerkstelligen op deCSAM-verordening. Deze leden merken op dat het per 1 juli aangetredenDeense Raadsvoorzitterschap juist terug wil richting de oorspronkelijkeCommissietekst met verplichte detectie. Kan de Minister een eersteinhoudelijke reactie geven op het Deense standpunt ten aanzien van deCSAM-verordening?De huidige inzet van het kabinet wordt vormgegeven door deKamerbrief van 29 november 202421, waarin kaders voor deonderhandelingen in Brussel zijn vastgelegd. Het Deense voorstelwordt op dit moment bestudeerd, waarna het kabinet zal bepalenhoe Nederland zich daartoe verhoudt. Conform de gebruikelijkewerkwijze zal uw Kamer hierover worden geïnformeerd.Deze leden merken verder op dat het huidige Deense compromisvoorstelde onderhandeling terugbrengt naar de eerdere situatie, waarbij eenrelatief brede groep voorstanders werd geconfronteerd met een blokke-rende minderheid van lidstaten, waaronder Nederland, die het inperkenvan encryptie te ver vindt gaan. Deze leden lezen in mediaberichten datDuitsland en Polen, net als Nederland, tot de blokkerende minderheid inde Raad behoren die vasthoudt aan het behoud van end-to-endencryptie,mede gezien hun aanzienlijk stemgewicht als grote lidstaten. Kan deMinister aangeven of deze blokkerende minderheid momenteel stand-houdt, mede in het licht van de recente politieke ontwikkelingen, zoals devorming van een nieuwe regering in Duitsland?Het is niet mogelijk om vooruit te lopen op een eventueel nieuwstandpunt van een specifieke lidstaat en over de eventuelegevolgen daarvan voor de blokkerende minderheid. Wel isduidelijk dat het krachtenveld opnieuw gefragmenteerd is en dateen aantal lidstaten zich positief heeft uitgelaten over het nieuwecompromisvoorstel.19Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EGvan de Raad20Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie,tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekkingvan Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn)21Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 906Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96812 Als ultimum remedium in de aanpak van online kinderpornografischmateriaal achten deze leden het wenselijk om te verkennen onder welkevoorwaarden en met welke adequate waarborgen voor privacy en digitaleveiligheid een verplicht detectiebevel eventueel vorm kan krijgen. Is deMinister ook bereid om actief het gesprek aan te gaan met voorstandersom een poging te wagen uit de huidige impasse te raken?Het kabinet staat altijd open voor constructieve gesprekken overmogelijke oplossingen, waarbij het kabinet gebonden is aan dekaders zoals door uw Kamer geschetst in onder andere demotie-Van Raan en de motie-Kathmann c.s. Hierbij zij welopgemerkt dat het kabinet weloverwogen tot het huidigestandpunt is gekomen. Hierbij is ook gekeken naar deargumenten van de voorstanders van dit voorstel. Dit heeft dezorgen van het kabinet over de bescherming van in het gedingzijnde fundamentele grondrechten, met name op het gebied vande privacy en het brief- en telecommunicatiegeheim, en deveiligheid van het digitale domein echter onvoldoende kunnenwegnemen. Zoals aangegeven in de Kamerbrief van29 november22 2024, erkent het kabinet dat technologischeontwikkelingen voortdurend in beweging zijn. Nieuwe technolo-gieën of andere relevante inzichten kunnen aanleiding gevenbestaande standpunten opnieuw te overwegen. Indien zichdergelijke ontwikkelingen voordoen, zal het kabinet dezezorgvuldig onderzoeken. Nederland zal, zoals gebruikelijk, actiefbijdragen aan het proces om tot een voorstel te komen dat kanworden ondersteund, aangezien het kabinet het doel van deVerordening expliciet steunt.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 22-23 juli 2025. Dezeleden hebben hierover nog enkele vragen.De strategie voor een Europese paraatheidsunieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van deEU-paraatheidsstrategie en de eerste appreciatie van het kabinet hiervan.Deze leden lezen bijvoorbeeld dat het kabinet als opletpunt constateert dathet voorstel niet ingaat op de verhouding van de EU-strategie totbestaande instrumenten en maatregelen. Deze leden zijn het ermee eensdat de EU-strategie goed moet worden afgestemd op lopende initiatieven,ook die op nationaal niveau spelen. Kan de Minister aangeven hoevolgens hem nu de verhouding is tussen de EU-strategie en het Neder-landse lopende traject ter versterking van de nationale weerbaarheid?Met de all-hazard, whole-of-governement en whole-of-societyaanpak, sluit de strategie voor een Europese Paraatheidsuniegoed aan op het Nederlandse traject betreffende de versterkingvan de nationale weerbaarheid. Hierin wordt ook het belang vande internationale inzet om het weerbaarheidsbeleid van de EU enNAVO te versterken benadrukt.Bij de verdere uitwerking van de diverse voorstellen die onderdeze EU strategie vallen, zal het kabinet dit nauwgezetafstemmen met de stappen die vanuit het nationale traject gezetkunnen worden. Daarmee treedt een wederzijds versterkend22Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96813 effect op: het uitwerken van de EU-voorstellen (zoals de EUStockpiling Strategy die op 9 juli jl. is gepubliceerd en waaroveruw Kamer per gebruikelijke weg met een BNC-fiche wordtgeïnformeerd) kan de nationale gedachtenvorming over hetweerbaarheidsbeleid bevorderen. Daarnaast worden bestpractices uit het nationale traject in EU verband gedeeld om ookdaar tot optimaal resultaat te komen.Kan hij aangeven waar volgens hem goede aanvullingen zitten tenopzichte van de huidige Nederlandse strategie?De Nederlandse strategie op weerbaarheid zet zich expliciet in ophet versterken van de weerbaarheid van de EU en de NAVO. Devoorstellen in de strategie voor een Europese Paraatheidsuniesluiten hier goed op aan. Zo ziet het kabinet bijvoorbeeldmeerwaarde in het versterking van de horizontale EU crisisbe-heersing, voorstellen die de publiek-private samenwerking opkritieke infrastructuur bevorderen, een strategie voor strate-gische voorraden, en het verbeteren van een gezamenlijksituationeel beeld door middel van de ontwikkeling van eenhorizontale EU-risico- en dreigingsanalyse. Ook hecht het kabinetveel waarde aan optimale civiel-militaire samenwerking en is hetkabinet groot voorstander van initiatieven die de samenwerkingtussen de EU en NAVO versterken.Op welke punten kunnen we wat de Minister betreft leren van andereEuropese landen, onder andere op het gebied van het betrekken van desamenleving bij het versterken van de weerbaarheid en specifiek hetbetrekken van jongeren?Het versterken van de weerbaarheid van Nederland, waaronder demaatschappelijke weerbaarheid, is een prioriteit van het kabinet.Omdat crises niet aan grenzen gebonden zijn en steeds vakercross-sectoraal plaatsvinden, is een gecoördineerde Europesesamenwerking noodzakelijk. Op initiatief van Nederland is eenministeriële weerbaarheidscoalitie van gelijkgestemdeEU-lidstaten in het leven geroepen. Het doel van deze coalitie isdan ook om de civiele paraatheid en weerbaarheid in zowel deindividuele landen als in de EU als geheel te versterken, en omeen effectieve implementatie van de strategie voor een EuropeseParaatheidsunie van de Commissie te bewerkstelligen. De coalitiezal de samenwerking op een aantal prioritaire thema’s intensi-veren en best practices en inzichten uitwisselen, aan de hand vaneen op te stellen gezamenlijke coalitieagenda met concreteacties. Het betrekken van de samenleving bij het versterken vande weerbaarheid, waaronder ook jongeren en kinderen, is een vande onderdelen waarop best practices zullen worden uitgewisselden waarop Nederland zeker kan leren van de andere coalitiege-noten, maar bijvoorbeeld ook van Oekraïne. Andere punten zijnbijvoorbeeld het versterken van de kritieke infrastructuur,strategische voorraden en logistieke veiligheid.Lastenverlichting en vereenvoudiging, waaronder die inzake de AVGDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van het Omnibus-pakket van de Europese Commissie waarin een aantal gerichte vereenvou-digingen worden voorgesteld voor het midden- en kleinbedrijf ten aanzienvan de AVG. De Commissie beoogt onder meer de bestaande uitzonderingop de verplichting tot het bijhouden van verwerkingsregisters, diemomenteel geldt voor organisaties met minder dan 250 werknemers, uitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96814 te breiden naar organisaties met minder dan 750 werknemers, waaronderook zogenoemde «small mid-caps». Daarnaast stelt de Commissie voorom deze verplichting in het algemeen te beperken tot verwerkingen dieals «hoog risico» worden aangemerkt. Deze leden hebben ook kennisge-nomen van de reactie van de Autoriteit Persoonsgegevens en de andereEuropese privacytoezichthouders in Europa. Zij hebben als verbeter-voorstel gedaan dat duidelijk moet worden gemaakt dat de uitzonderingniet geldt voor overheidsorganisaties, omdat die een extra groteverantwoordelijkheid hebben richting burgers en een voorbeeldfunctiehebben. Kan de Minister aangeven wat de visie van het kabinet is op ditvoorstel?Zoals ook vermeld bij de antwoorden op de vragen van de ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie staat het kabinet, zoals uiteen isgezet in het BNC-fiche bij het Omnibus IV-voorstel,23 over hetalgemeen positief tegenover de voorstellen tot aanpassing vanspecifieke EU-wetgeving met als doel deze te versimpelen. DeAVG is ontworpen om verwerkingen van persoonsgegevensmogelijk te maken die, gelet op de bescherming van het grond-recht op gegevensbescherming, legitiem en proportioneel zijn.Daarbij geldt in de AVG als uitgangspunt dat de nalevingslast inverhouding staat tot de risico’s die de gegevensverwerking metzich meebrengt voor de fundamentele rechten van betrokkenen.Dit waarborgt dat de naleving van de AVG in algemene zin nietonnodig belastend is voor verwerkingsactiviteiten met beperkterisico’s voor grondrechten.Tegelijkertijd ervaren met name het midden- en kleinbedrijf (MKB)de naleving van de AVG vaak als complex en vrezen zij dehandhaving ervan. In dit licht ziet het kabinet in de eerste plaatseen belangrijke rol weggelegd voor de toezichthouders, bijvoor-beeld door het publiceren van richtsnoeren en praktischeinstrumenten voor bedrijven die veelal niet zijn gespecialiseerdzijn in het verwerken van persoonsgegevens. Ook kan wordengedacht aan het publiceren van «witte lijsten» met niet-hoogrisico gegevensverwerkingen door de toezichthouders (artikel 35lid 5 AVG). Met deze witte lijsten bieden toezichthouderszekerheid over verwerkingen die geen hoog risico opleveren.Deze zekerheid kan bijdragen aan het terugdringen van hande-lingsverlegenheid in verband met de AVG. Nederland zal ondermeer inbrengen dat het graag ziet dat het publiceren van wittelijsten een standaardpraktijk of zelfs verplichting wordt vooronafhankelijk opererende toezichthouders op de AVG.CSAM-verordeningDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de ontwikke-lingen omtrent de CSAM-verordening en het feit dat de Deense inzet isom terug te keren richting het oorspronkelijke Europese Commissie-voorstel met verplichte detectie. Deze leden zijn zeer fel tegenstander vanhet voorstel dat het aspect van verplichte detectie bevat, wegens de groteinbreuk op grondrechten die daarmee gepaard gaat. Het is voor dezeleden van zeer groot belang dat Nederland deel blijft van de blokkerendeminderheid die niet aan encryptie wil tornen. Kan de Minister toezeggendat dat zo zal blijven? Kan de Minister ook aangeven hoe solide deblokkerende minderheid volgens hem is?23BNC-fiche bij Omnibus IV - Wijziging van verordeningen om bepaalde steunmaatregelen voorhet mkb uit te breiden naar small mid-cap ondernemingen en aanvullende vereenvoudigings-maatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96815 De huidige inzet van het kabinet wordt vormgegeven conform dekaders die zijn geschetst in de brief aan uw Kamer van29 november 202424. In die brief is tevens aangegeven datNederland in lijn met de motie Kathmann c.s. geen voorstellen zalondersteunen die een verplichting inhouden tot detectie in deprivécommunicatie van alle burgers. Uit de kaders die zijngeschetst in de brief aan uw Kamer van 29 november 2024 volgtdat het Deense voorstel, dat onder meer voorziet in verplichtedetectie, niet binnen deze kaders valt. Over de positie van anderelidstaten en over de eventuele gevolgen daarvan voor de blokke-rende minderheid is nog geen duidelijkheid.24Kamerstukken II, 2024–25, 32 317, nr. 906.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 317, nr. 96816

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6dbb5df756b2aa02

14 okt 2026 · 1c10d1051babccd0

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.