KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 11 november 2024, over Cultuur

9 dec 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fa2036be1308bef7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025Nr. 138 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 9 december 2024 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op11 november 2024 overleg gevoerd met de heer Bruins, Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap, over:–het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voorhet jaar 2025 (Kamerstuk 36 600-VIII);–de brief van de voorzitter van de vaste commissie voorOnderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 november 2024inzake verslag houdende een lijst van vragen en antwoordeninzake Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025(Kamerstuk 36 600-VIII) (Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 18);–de brief van de voorzitter van de vaste commissie voorOnderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 8 november 2024inzake lijst van vragen en antwoorden inzake invulling van hetOCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling (cultuursec-tor) (Kamerstuk 36 600-VIII, nrs. 14 en 15) (Kamerstuk36 600-VIII, nr. 19);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 24 oktober 2024 inzake invulling van het OCW-aandeel in de rijksbrede subsidietaakstelling (Kamerstuk36 600-VIII, nr. 15);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 8 oktober 2024 inzake stand van zaken moties entoezeggingen cultuur (Kamerstuk 32 820, nr. 528);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 17 september 2024 inzake culturele basisinfrastruc-tuur 2025–2028 (Kamerstuk 32 820, nr. 526);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 4 september 2024 inzake verlenging indemniteitsre-geling tot 31 december 2025 (Kamerstuk 32 820, nr. 525);–de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 1 juli2024 inzake verslag over het toezicht 2023 Inspectie Over-heidsinformatie en Erfgoed (Kamerstuk 36 410-VIII, nr. 141); kst-36600-VIII-138ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1381 –de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 4 april2024 inzake eerste reactie op het adviesrapport Toegang totCultuur (Kamerstuk 32 820, nr. 522);–de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 2 april2024 inzake stand van zaken moties en toezeggingen metbetrekking tot cultuur en media (Kamerstuk 32 820, nr. 520);–de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 5 febru-ari 2024 inzake reactie op de motie van het lid Van Zanten c.s.over geen subsidiebeleid voor inclusie en diversiteit met eendwingend karakter en een evenredigere verdeling van cultuur-subsidies over Nederland (Kamerstuk 36 410-VIII, nr. 82)(Kamerstuk 36 410-VIII, nr. 106);–de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d.21 december 2023 inzake stand van zaken van een aantalmoties en toezeggingen met betrekking tot cultuur (Kamer-stuk 32 820, nr. 515);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 17 juli 2023 inzake reactie op verzoek commissieover afschrift van de brief aan De Jonge Akademie en deAkademie van Kunsten inzake fonds voor experimenteelonderzoek tussen kunst en wetenschap (Kamerstuk 36 200-VIII, nr. 260);–de brief van de Staatssecretaris Cultuur en Media d.d. 8 juni2023 inzake voortgang arbeidsmarktbeleid culturele encreatieve sector (Kamerstuk 29 544, nr. 1199);–de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 7 november 2024 inzake sociale veiligheid entoezicht culturele, creatieve en mediasector (Kamerstuk32 827, nr. 329).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1382 Voorzitter: BrometGriffier: BosnjakovicAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Beckerman, Bromet,Hertzberger, Van Houwelingen, Krul, Mohandis, Rooderkerk, Van derVelde, Van der Wal en Van Zanten,en de heer Bruins, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Dames en heren, welkom bij de commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap. Welkom aan de Minister van Onderwijs, Cultuur enWetenschap, de Kamerleden van de diverse fracties en het publiek op detribune. Wij hebben hier vandaag het wetgevingsoverleg Cultuur. DeKamerleden hebben allemaal een indicatieve spreektijd opgegeven. Het iswel de bedoeling dat daaraan gehouden wordt, want om 16.30 uur beginthier een ander wetgevingsoverleg, dus dan moeten wij eruit zijn. Wespreken vandaag in de begrotingsvolgorde. Dat betekent dus dat webeginnen met de grootste oppositiepartij, dat daarna de grootstecoalitiepartij het woord krijgt et cetera, et cetera. We hebben vierinterrupties in de eerste termijn. Als eerste wil ik het woord geven aan deheer Mohandis, van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Rooderkerk (D66):In andere WGO’s was ik gewend aan zes interrupties. Is het mogelijk omiets meer ruimte te gunnen in dit debat?De voorzitter:Laten we in de loop van het debat even kijken of er gelegenheid is om dieinterrupties uit te breiden, maar laten we beginnen met vier interrupties.Ik heb het over de eerste termijn van de Kamer. In de tweede termijnkomen er weer interrupties bij.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik had geen minuten opgegeven, maar ik zag dat wij zes minuten hadden.Dat hebben wij ook voorbereid. Klopt dat? Dat vraag ik even voor dezekerheid.De voorzitter:Ja, dat klopt. De heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank u wel. Ik zou graag beginnen met zeggen dat we decultuursector in deze tijd juist sterker moeten maken, zodat die blijftbijdragen aan het sociale cement van onze samenleving. Het is een helepluriforme sector van jeugdpodia, theaters, kunstenaars, dansgezel-schappen, makers, grote evenementen, musea en bibliotheken. Decultuursector heeft een enorme reikwijdte en is hard nodig in een tijdwaarin voor steeds meer jongeren geldt dat ze niet alleen achter hunscherm moeten blijven hangen, maar daar juist achter vandaan moetenkomen. Culturele organisaties spelen een onmisbare rol in bijvoorbeeldverzorgingshuizen en buurtcentra, zodat mensen zich minder eenzaamvoelen.Dit kabinet neemt catastrofale maatregelen, zoals de verhoging van debtw in combinatie met onzekere gemeentefinanciën in de komende jaren.Deze leggen de bijl aan de wortel als het gaat om het culturele verdien-model. Ook tijdens het rondetafelgesprek konden wij dat allemaalaanhoren als Kamer. Uit eigen navraag bij gemeenten blijkt ook voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1383 welke enorm lastige dilemma’s gemeenten in de komende jaren staan,waarbij scherpe keuzes moeten worden gemaakt. Ja, cultuur is vaakbovenwettelijk. Dat brengt het risico met zich mee dat de infrastructuurlokaal verder naar beneden gaat en dat gemeenten niet meer de grootsteoverheidsfinancier zullen zijn van cultuur. Dat doet onrecht aan eenbranche waarin 400.000 mensen werken, waarin ruim 3% van het brutobinnenlands product wordt verdiend, en waar elke cultuur-fte nog eens1,37 extra fte in de bredere economie realiseert. Koninklijke HorecaNederland bevestigt dat beeld van deze impact, en dan vooral voor dekleinere ondernemers.Naast de onmisbare rol die ik eerder noemde om mensen samen te latenkomen, is er het belang van cultuureducatie, talentontwikkeling en depositie van makers. Tijdens de uitreiking van de Johannes Vermeerprijs zeideze Minister dat de btw hem zwaar op de maag valt, vooral vanwege dekille symboolpolitiek. De Minister kan zich niet blijven gedragen als eentoeschouwer van de eigen plannen en blijven hangen in «wat is het tocherg», «het is kil» en «ik krijg er buikpijn van». Deze Minister heeft het totnu toe alleen maar gehad over het monitoren van de effecten. Als hij nietbereid is de gevolgen hiervan echt te willen weten en braaf afwacht hoedeze sloopkogel zijn werk gaat doen, dan zijn de woorden van dezeMinister geen knip voor de neus waard. Graag een reactie van het kabinet.Ik begin met de vreselijke btw-maatregel, de pestmaatregel. Het is geenvereenvoudiging van het btw-systeem, omdat het kabinet heel bewustkiest voor uitzonderingen. Het is een pestmaatregel omdat de PVV er in2011 in Rutte I ook voor koos om alleen de podiumkunsten in het hogetarief te laten vallen. Toen het kabinet viel, is deze maatregel na tienmaanden effectief weer teruggedraaid. Wat mij betreft is het een heleelitaire benadering, waarbij de gewone man wordt gepakt, die een kaartjemoet kunnen betalen voor een leuk evenement. Ook Letland laat zien dateen btw-verhoging totaal ineffectief is en weinig oplevert. In 2009 gingenze daar van 5% naar 21% btw op boeken. Dit werd snel teruggedraaid enuw collega-Minister zei duidelijk dat dit een overhaaste maatregel was,een foute maatregel. Ook dit laat zien dat het veel minder oplevert danmen dacht op het moment dat men het invoerde.We zien dat vooral bibliotheken en musea, krantenredacties en boekenver-kopers rekenen met een enorme daling in de bezoekersaantallen. Zo gaande bibliotheken uit van 150.000 minder leden en de musea van 800.000minder bezoekers, en dat werkt gewoon door in de hele keten. Waaromwil deze Minister geen impacttoets op de btw-effecten, in ieder geval opzijn eigen portefeuille-onderdeel Cultuur en Media? Graag een reactie.Dan kom ik bij een ander punt, namelijk de toekenning – zo noem ik hetmaar even – van de rijkscultuurfondsen en de BIS. We zijn heel benieuwdhoe de Minister kijkt naar de 59 instellingen die onder de zogenoemdezaaglijn vallen. Veel van hen komen uit de regio. Wat betekent dit preciesvoor de regionale spreiding? We zien namelijk dat de regio ermondjesmaat op vooruitgaat, maar met het wegvallen van deze 59instellingen doen we die doelstellingen weer teniet. Dan heb ik het er nogniet eens over dat het wegvallen van die organisaties ook qua talentont-wikkeling in de hele keten doorwerkt. Ik ben heel benieuwd of dezeMinister wil ingaan op het aanbod van de cultuurwethouders die in eenbrandbrief aan ons hebben laten weten om samen een oplossing te willenzoeken voor 2025. Wil hij die handschoen oppakken? Kijkt hij ook doornaar de toekomst? De gemeenten moeten namelijk ook scherpe keuzesgaan maken en uit een eigen rondgang blijkt dat dit ook in de regio harderzal aankomen.Dan maak ik nog het punt van Opera Zuid. Zij krijgen wel een deel van hetbedrag, maar onvoldoende om te blijven bestaan. Bent u bereid om hierspecifiek naar te kijken, ook in het belang van regionale spreiding? Eerderdeden wij – het is inmiddels een jaar of twee geleden – samen met hetCDA het voorstel om de bibliotheek als basisvoorziening wettelijk teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1384 verankeren. Wij zijn blij met deze stap. Omdat die zorgplicht in de wet erdan aankomt, ben ik benieuwd of de Minister de komende jaren bereid isom alvast de volgende stappen te gaan zetten in de kleinste gemeenten,waar nog geen bibliotheekvoorziening is. Graag een reactie.Een ander punt is het budget voor de bevrijdingsfestivals. Er ligt eenamendement van D66 en onze partij bij de VWS-begroting om hier inieder geval voor komend jaar extra geld voor uit te trekken, ook omdat wete maken hebben met een jubileumjaar, 80 jaar na de bevrijding. VWSzegt bereid te zijn om een stap te zetten, maar zegt dat wel graag te willendoen met andere departementen. Wij roepen deze Minister op om samenmet VWS voor 2025 eenmalig te kijken naar wat er mogelijk is. Is dezeMinister daartoe bereid? Het gaat om een eenmalige bijdrage.Voorzitter. Dan kom ik bij de lange termijn. Er ligt een rapport over detoekomst van het bestel. Daar zitten heel interessante aanbevelingen in enwat ons betreft is het een fundamenteel debat waard waarin we samenveel meer tijd uittrekken om te praten over een toekomstig bestel. Een vande aanbevelingen is om te komen tot meer vastigheid, meer zekerheid, inde vorm van een kaderwet, in de vorm van een zorgplicht. Is de Ministerin ieder geval bereid om, zoals de Raad voor Cultuur stelt, vervolgon-derzoek te doen als het gaat om de noodzakelijke bouwstenen van zo’nkaderwet cultuur?Voorzitter, tot slot kom ik bij fair pay, een onderwerp dat hier vaak derevue heeft gepasseerd. De eerste stappen lijken te zijn gezet, ook doorhet vorige kabinet en met brede steun vanuit de Kamer. Ik ben dan ookheel benieuwd hoe dat nu verdergaat. Hoe wordt dit nu gemeten? Hoestaat het met het overleg tussen grote opdrachtgevers en opdracht-nemers, die samen een sectoraal convenant zouden sluiten? Komt dat er?Graag een reactie.Voorzitter. Ik wil graag afsluiten met een gedicht van de Goudse stads-dichter Jeffrey Geene.Niemand wilde het, maar ja, we moesten toch wat?Dus alles werd duurder, met de wijdere wereld nog verder buiten bereik.Er worden steeds minder verhalen verteld, totdat er maar één overbleef.Er was een zaal waar stemmen opgingen, zonder te begrijpen waarvoor.Terwijl de opdracht zo simpel was: alles van waarde geven wij door.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Velde van de PVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. Het wetgevingsoverleg van vandaag gaat overcultuur. Wat de PVV betreft is dat zowel Cultuur met een hoofdletter c alscultuur zonder hoofdletter c.Laat ik eerst eens stilstaan bij de Cultuur met hoofdletter c. Ondankseerder aangenomen moties die pleiten voor een eerlijkere verdeling vande cultuurgelden, lijkt dat toch niet helemaal lekker te gaan. Uit eenanalyse van de provincie Drenthe blijkt dat zij per inwoner zo’n € 3,03 aansubsidie ontvangen, terwijl dit in Noord-Holland maar liefst € 86,02 is. Datis een verschil van bijna € 83 per inwoner. Deze scheve toekenning laatzien dat veel culturele instellingen in de Randstad vaak wel hun weg naarde subsidies weten te vinden. Voor mensen uit het noorden of het zuiden,die ver moeten reizen om in de Randstad te komen, blijkt de toegang totcultuur hierdoor beperkt. Want die reiskosten, zoals de dure treinkaartjes,benzine en/of parkeerkosten maken cultuur onbereikbaar voor mensenmet een beperkt inkomen.Ik wil toch even terugkomen op die € 83. Weet u wat er ook mogelijk isvoor die € 83? Daar kun je zo’n vier tot vijf bezoekjes aan een voorstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1385 van Opera Zuid mee bekostigen. Het goedkoopste kaartje voor eenvoorstelling van Opera Zuid in Drachten is komend jaar zo’n € 15. Laat iku vertellen dat Drachten niet regio Zuid is; Drachten ligt namelijk inFriesland. Wellicht vraagt u zich af wat Opera Zuid daar te zoeken heeft.Opera Zuid is een van de twee operagezelschappen in Nederland die eenreisopdracht heeft. Zij doen hun uiterste best om hieraan te voldoen. DeRaad voor Cultuur heeft hun het maximale subsidiebedrag toegekendvoor deze categorie, namelijk ongeveer 1,88 miljoen. Echter, sinds 2011 isal bekend dat dit bedrag onvoldoende is. Destijds voorkwam een motievan PVV’er Bosma dat Opera Zuid omviel. De Minister weet dit natuurlijk.Door het subsidieplafond opnieuw vast te houden, loopt Opera Zuid nuweer het risico om te verdwijnen. Wij vragen de Minister daarom om bijde eerstvolgende herverdeling van de BIS-middelen het subsidiebedragvoor Opera Zuid te verhogen, zodat het in lijn is met de kosten voor hetproduceren van opera en er aan alle BIS-eisen kan worden voldaan. Kande Minister dat toezeggen?De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Een heel terecht punt van mevrouw Van der Velde over die spreiding overNederland. Het is natuurlijk bizar dat het in Drenthe per inwoner € 3,03 is,terwijl het in Noord-Holland € 86,02 is. Ik heb mevrouw Van der Velde nueen paar minuten gehoord met een fantastisch pleidooi om dat minderscheef te maken en ervoor te zorgen dat onder andere Opera Zuid nietomvalt. Maar vervolgens hoor ik haar zeggen: daar gaan we bij devolgende keer BIS weleens over nadenken. Is mevrouw Van der Velde metons van mening dat dat veel te laat is, dat we vandaag het debat hebbenover de begroting en dat dit het moment is om tot een rechtvaardigeverdeling te komen?Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik ben het eens met mevrouw Beckerman dat dat inderdaad te laat kanzijn. Het is natuurlijk wel zo dat die gelden ondertussen verdeeld zijn.Mevrouw Beckerman weet net zo goed als ik dat we op OCW hartstikkeklem zitten als het gaat om het verdelen van die gelden en overige gelden.Als mevrouw Beckerman een goede suggestie heeft, houd ik meaanbevolen om die te horen, zo meteen, als u aan de beurt bent. Hopelijkkunnen wij daar ook achter staan.De voorzitter:Ik ga u weer het woord geven. Even ter informatie: u krijgt vier inter-rupties in de eerste termijn.Mevrouw Beckerman (SP):Jeetje, voorzitter, dat is echt belachelijk weinig.Mevrouw Van der Velde, wat is dit nou? Waarom houdt u dit betoog dan?U houdt een betoog dat het allemaal oneerlijk en onrechtvaardig is dateen fantastisch gezelschap als Opera Zuid dreigt om te vallen envervolgens zegt u: laat maar zitten, we gaan daar nu niks meer aan doen.Dat is toch eigenlijk wat uw woorden waard zijn? Dan komt er nog eensneer: ja, dan moeten anderen dat maar gaan oplossen binnen dezebegroting. Wat een onzin! Waarom houdt mevrouw Van der Veldeüberhaupt dit betoog als ze echt helemaal niet van plan is om iets tewijzigen?Mevrouw Van der Velde (PVV):Mevrouw Beckerman, volgens mij heb ik niet gezegd dat anderen dit maarmoeten oplossen. Ik heb gezegd: als u een goede suggestie heeft, kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1386 we daar wellicht achter staan. Dat is niet geheel hetzelfde. Maar datbetekent wel dat wij ook naar opties hebben gekeken. Maar ik zal heeleerlijk zijn: ik heb niet gelijk een oplossing gevonden. Daar kunt u omlachen, maar ik ben ook niet zo oneerlijk dat ik zeg: ik heb dat goudenticket om Opera Zuid te redden. Dat zeg ik niet. Ik hoop natuurlijk wel datdaar wat voor te regelen valt, maar ik heb niet het gouden ticket.De voorzitter:De heer Mohandis heeft ook een interruptie.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee, u heeft geen gouden ticket, maar u bent wel lid van de grootstecoalitiepartij. U staat aan de lat en draagt verantwoordelijkheid. Erontbreekt nog een bedrag van ongeveer 1,7 of 1,8 miljoen. Het is te laatals u de Minister vraagt om daar in de volgende periode naar te kijken,want dan bestaat die gewoon niet meer. De grootste regeringspartij kanook eens kijken of er nog een onderbesteding is, of er incidenteel watgedaan kan worden en of er potjes omgedraaid kunnen worden. Weweten dat het lastig is. Ik vind het ook vals om nog altijd binnen het kaderte kijken, want er wordt eerst gewoon bijna een miljard bezuinigd opbijvoorbeeld hoger onderwijs. Er wordt een taakstelling van honderdenmiljoenen aan subsidie overheen geknald. Vervolgens wordt er tegen deKamer gezegd: het moet wel binnen de begroting. Zo werkt het niet. Erliggen ook gewoon alternatieven. Er liggen voorstellen bij het Belas-tingplan. Het zijn politieke keuzes. Ik vraag de PVV of er nog meer komtnaast het feit dat u het nu constateert, want dat doen we allemaal. Maargaat u bijvoorbeeld heel specifiek over Opera Zuid zeggen: «Dat gaat dePVV niet meemaken. We gaan er alles aan doen om deze Minister deopdracht te geven om in ieder geval eenmalig geld uit te trekken. Het liefststructureel, maar oké, met eenmalig kom ik u tegemoet.» Het is veel telaat als er alleen maar wordt gezegd: kijk in 2029. Weet je, dat is gewoonslecht van de grootste regeringspartij. Dat kan gewoon niet. U zit in decoalitie om dingen te fiksen.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik vind dat u een mooi betoog heeft gehouden, maar er zijn helaas welafspraken gemaakt over de financiële plaat. Het is lastig om op andereportefeuilles te gaan schuiven om hierbij dan iets op te lossen. Dat is ookniet alleen aan mij, zeg ik tegen de heer Mohandis. Ik moet zeggen: als udenkt dat wij daar niet naar gekeken hebben, zit u er dus wel naast.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik hoor mevrouw Van der Velde pleiten voor meer regionale cultuur, maarik zou haar dan ook willen vragen om te reflecteren op haar eigenmaatregelen. Het Cultuurfonds heeft aangegeven dat de btw-verhoginggaat leiden tot een cultuurwoestijn in de regio. Draait zij dan niet juist zelfde regionale kunst de nek om met zo’n grote bezuiniging enbtw-verhoging?Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik vind het hartstikke mooi dat iemand uit een partij die gezorgd heeftvoor duurdere levensmiddelen en duurdere energie – alles is duurder – nugaat pleiten voor extra geld voor cultuur. Maar ik moet eerlijk zijn: het ishelaas geen eerste levensbehoefte. Wij moeten ook ergens op bezuinigen.Wij vinden dit geen fijne keuze, maar deze keuze is wel gemaakt. Ook ikzal mij hierbij neer moeten leggen, zeg ik tegen mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Het is interessant dat er dan een soort jij-bak komt tegen de partij die zichjuist altijd heeft ingezet voor cultuurinvesteringen. Wat ons betreft is hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1387 zeker wel een eerste levensbehoefte en hoort het bij alles wat het levenmooi maakt. Daarover verschillen onze partijen helaas van mening. Maarlaat ik dan een vraag stellen in de denktrant van mevrouw Van der Velde.Ik weet dat zij schutterijen belangrijk vindt, maar het Limburgs SchutterijMuseum in Steyl moet door deze btw-verhoging de prijs van kaartjesomhooggooien. Daardoor kunnen minder mensen het museum bezoeken.De gestapelde bezuiniging, van bijvoorbeeld ook nog eens het Gemeente-fonds, zal enorme impact hebben op dit museum voor schutterijen. Watvindt mevrouw Van der Velde daar nou van? Waarom wil zij daar dan nietsaan doen?Mevrouw Van der Velde (PVV):Dat vinden wij natuurlijk ook spijtig, maar dat verandert er niks aan dat debtw wel omhooggaat. Daar hebben vier coalitiepartijen een handtekeningonder gezet. Daar zult u het dus mee moeten doen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog. Mevrouw Van der Velde, was u al klaar met uwinbreng of kunt u verdergaan?Mevrouw Van der Velde (PVV):Nou, dan moet ik even kijken waar ik gebleven was. Ah, «na de OperaZuid». Bedankt voor uw hulp, meneer Mohandis.Iets anders wat door de Kamer belangrijk wordt geacht, is dat diversiteiten inclusiviteit, zoals benoemd in het gedeelte «Fair Practice» van de FairPractice Code, geen reden moeten zijn om geen subsidie te verstrekken.Wij hebben signalen ontvangen dat sommige instellingen als «niet diversgenoeg» worden beschouwd, terwijl hun activiteiten juist door een zeerdiverse groep mensen worden gebruikt en gewaardeerd. Een voorbeeld isdansgezelschap de Stilte uit Brabant. De organisatie bestaat uit driemensen, van wie eentje chronisch ziek is. Hun twaalf dansers verzorgenjaarlijks 200 voorstellingen, 450 dansduetten en zo’n 1.100 workshops,waaronder op scholen. Dat is dus een ontzettend groot bereik. De Stiltezet zich in voor álle kinderen, inclusief kinderen met een beperking of eensociaaleconomische achterstand, omdat ze willen dat ieder kind de kanskrijgt om met dansen in aanraking te komen. Is de Minister het met dePVV eens dat juist dit soort gezelschappen, die zo’n brede groep mensendragen, geclassificeerd moeten worden als «divers» en «inclusief»? Vindtde Minister het ook niet te ver gaan om dan te kijken naar de samen-stelling van de organisatie op zich, terwijl de werkzaamheden er absoluutvoor zorgen dat een divers publiek deel kan nemen aan haar activiteiten?Wat de PVV betreft moet deze vinkjesterreur gewoon stoppen. En ja, nietalleen Cultuur met een grote C krijgt te maken met deze vinkjesterreur.Ook bij cultuur met een kleine c hebben we hiermee te maken. Maarvoordat ik hierover begin, wil ik alle mensen uit het zuiden van ons mooieland alvast heel veel plezier wensen met de start van carnaval, dievandaag, op de elfde van de elfde, ingeluid wordt. Alaaf aan hen allen!Maar om terug te komen bij de vinkjesterreur: de PVV krijgt signalen dateen deel van onze Nederlandse cultuur onder druk staat. Enkele wekengeleden spraken we met de Minister over immaterieel erfgoed, zoalssinterklaasintochten. Hij zei toen dat de invulling daarvan vanuit desamenleving moet komen. Wat de PVV betreft lijkt dat nu niet meermogelijk, want organisaties van sinterklaasintochten krijgen anoniemedreigbrieven en trekken zich om veiligheidsredenen terug. Vertolkers vanZwarte Piet krijgen politie aan huis, wat intimiderend werkt. Gemeentenontvangen het Kick Out Zwarte Piet-convenant en dringen dit op aanorganisaties, terwijl KOZP niet de hele samenleving vertegenwoordigtmaar juist een kleine groep activisten. Daarnaast vragen gemeenten of erZwarte Pieten zijn bij de intochten en proberen ze die invulling soms zelfaan te passen, wat dus buiten hun bevoegdheid ligt. Minister, bent u hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1388 ermee eens dat deze voorbeelden niet uit de hele samenleving komen,maar juist van selecte groepen en/of van lokale overheden? En is deMinister het ook met de PVV eens dat tradities als sinterklaasintochten enhet Sunneklaas op Ameland ongestoord hun gang zouden moeten kunnengaan, zonder inmenging van derden en zonder dat het gevaar voorbezoekers en organisatoren oplevert? Het moet natuurlijk niet zo zijn datvrolijke volkstradities, die in dit geval ook deels geliefde kinderfeesten zijngeworden, zo kapotgemaakt worden dat ze gewoon ophouden te bestaan.Hoe denkt de Minister daarover?Voorzitter. Voor nu laat ik het hierbij.De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Misschien in aanvulling hierop. Dank voor uw bijdrage. Bij heel veelkunst- en cultuurinstellingen zie je tegenwoordig zo’n wokevlag hangen.Bijvoorbeeld bij het Zeeuws Museum is dat het geval. Vindt de PVV datwenselijk of niet? Hoe kijkt de PVV daartegen aan?Mevrouw Van der Velde (PVV):U heeft waarschijnlijk wel eerder gehoord wat onze mening over woke is.Daar zijn wij geen fan van. Wat ons betreft zouden musea zich vooralbezig moeten houden met de zaken waar musea zich mee bezig moetenhouden en zouden ze vlaggen gewoon achterwege moeten laten.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik wil nog even doorgaan op het punt van de btw. Ik had het in mijnbijdrage over het bredere effect. Ook Koninklijke Horeca Nederland zegt:let op, zo’n lastenverzwaring raakt ook gewoon al die kleine ondernemersin al die gemeenten. Het gaat hier om evenementen, het gaat om helegewone bezoekers, uit alle lagen van de bevolking, ook om uw eigenPVV-achterban. Draagt u dat besluit? Of zegt u: het is niet anders; ik hebmijn handtekening gezet. Draagt u dat echt? Overziet u de consequenties?Overziet u wat dit betekent voor al die bezoekers? Overziet u wat hetbetekent voor de portemonnee? Al die afhakers, musea maar ookbibliotheken, mensen die het maar net kunnen opbrengen... Ik ben dusheel benieuwd hoe u dat ziet. Alleen zeggen dat er een handtekening isgezet, is te mager. Ik krijg graag iets meer duiding van de consequenties,die u zou moeten dragen, van deze maatregel.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel voor de vraag. Wij vinden het spijtig, of eigenlijk vreselijk datdit natuurlijk ook die ondernemers gaat raken, maar de PVV en de overigecoalitiepartners kiezen ervoor om op andere punten lastenverlichtingendoor te voeren, waardoor er meer geld overblijft dat ze eventueel, als zedat zouden willen, nog zouden kunnen besteden in die cafeetjes waar uhet over heeft. Maar wij vinden het wel belangrijk dat mensen meer geldoverhouden voor de boodschappen. Mochten zij dat aan iets anders uitwillen geven, dan is dat hun keuze.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank. Een paar weken geleden sprak ik in Theater Orpheus in Apeldoornmet makers en lokale culturele instellingen. Het gesprek ging, zoals zovaak de laatste tijd, al snel over de btw-verhoging en de daarmee gepaardgaande onzekerheid, ongerustheid en zorgen over geld. Het deed medenken aan het jaar 2011. Ik was op dat moment zelf werkzaam in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 1389 cultuursector en speelde vijf jaar een rol in de televisieserie Onderwegnaar Morgen. Hierbij mijn coming-out, aan degenen die dit haddengemist!Daarna is er wat veranderd, want hierop volgde de kaalslag in decultuursector van VVD’er Halbe Zijlstra. Die maakte meer kapot dan onslief was. Het maakte ook dat ik politiek actief werd voor D66. Vandaag dedag voelt dus, zoals u zult begrijpen, als Groundhog Day, met zelfs eentwee keer zo grote bezuiniging op cultuur, van wel 350 miljoen. Opnieuwkomt de culturele sector in actie, zoals ook vandaag en zoals ook degenendie hier allemaal aanwezig zijn – waarvoor heel veel dank. Het voelt alsofwe opnieuw de waarde van cultuur moeten bevechten. Dat doe ik lieverniet, want wat mij betreft is die evident. Cultuur is namelijk overal zodra jede deur uitloopt. De architectuur om je heen en gebouwen, de muziek opde achtergrond in de winkel, de fanfare op straat, de band in een café:cultuur is alles wat het leven mooi maakt. Waarom moeten wij elkaar dansteeds weer overtuigen van het belang ervan? Het is een vraag die WinnieSorgdrager zich ook stelt in haar boek Zuurstof van de samenleving. Datde creatieve industrie 20,7 miljard en 396.000 banen beslaat, wordt daarbijvaak vergeten, net als de waarde van cultuur voor de gezondheid, hettegengaan van eenzaamheid en de kansen van kinderen om hun talentente ontwikkelen. Maar dit alles staat onder druk.Graag wil ik het hebben over drie zaken: de btw-verhoging, talentontwik-keling en structurele noodzakelijke verbeteringen. We zullen hier vandaagzalvende teksten horen van coalitiepartijen over het belang van allerleisoorten cultuur: van dorpsfeesten tot de opera; allemaal even prachtig.Maar vergeet u niet: zij zijn niet geïnteresseerd in de gevolgen van hunbezuinigingen voor de culturele sector. Dit kabinet houdt keer op keeronderzoek naar de effecten van de ondoordachte btw-verhoging tegen.Partijen die zeggen de Nederlandse cultuur te willen beschermen,bezuinigen deze juist weg, zonder te willen weten wat de gevolgen ervanzijn. Wat vindt de Minister van Cultuur daar eigenlijk van, vraag ik hem.Vindt hij het verantwoord om een stapeling van miljoenenbezuinigingendoor te voeren op de culturele sector zonder impactonderzoek te doen?Dan een aantal concrete vragen waar ik heel precies antwoord op zouwillen. Hoeveel minder museumbezoeken verwacht de Minister door dezebezuinigingen? Hoeveel kinderen krijgen geen muziekeducatie meer doorzijn bezuinigingen? Hoeveel mensen gaan niet meer naar het theater doorde bezuinigingen? Gelukkig doet de sector zelf ook analyses. De conclusie:binnen twee jaar dreigt een cultuurwoestijn in de regio. De btw-verhogingalleen al zorgt voor 90 tot 110 miljoen euro aan gemiste inkomsten.Daarbovenop komt nog de stapeling van bezuinigingen op het Gemeente-fonds, de subsidietaakstelling en verhoging van de kansspelbelasting. Ditraakt juist de achterban die deze partijen zeggen te willen bedienen, delagere inkomens en de regio. Deze musea en theaters zijn sterk afhankelijkvan kaartverkoop. Elke euro verhoging van de prijs geeft minder mensende kans een bezoek te brengen, zoals de directeur van Museum JanCunen in Oss tijdens de rondetafel duidelijk maakte. Door debtw-verhoging van deze coalitie wordt cultuur dus iets voor de elite.Voorzitter. Een tijd geleden heb ik schriftelijke vragen ingediend over detalentinstellingen, want het leek er even op dat de jeugdorkesten en-koren hun financiering zouden verliezen, terwijl talentontwikkeling vangroot belang is. Zonder deze jeugdorganisaties is er geen doorstroomnaar de wereldtop in Nederland. Gelukkig is het gelukt om toch finan-ciering voor deze instellingen te vinden. Maar de zorg is breder, want methogere prijzen en kleinere marges zullen theaters vaker voor zekerheidkiezen en delft jong talent ook hier het onderspit. Daarom de vraag hoe deMinister reflecteert op de impact van de btw-verhoging op talentontwik-keling. Is hij bereid in kaart te brengen wat de gevolgen van debtw-verhoging zijn voor talentontwikkeling en op basis daarvan maatre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13810 gelen te nemen? Wat gaat hij in algemene zin doen om cultuureducatie tebevorderen?Ik krijg iedere dag berichten van mensen die zich zorgen maken. Eerderstelde ik schriftelijke vragen over de 59 – ik begrijp dat het er inmiddels 57zijn – grote en kleine podiumgroepen en festivals verspreid over heelNederland die ondanks positieve beoordeling van het Fonds Podium-kunsten toch geen financiering krijgen. Voorbeelden hiervan zijn DeWarme Winkel, Orkater, Holland Baroque en Holland Opera Amersfoort. Ikverwacht dat de Minister en de coalitiepartijen hun verantwoordelijkheidnemen. Samen met collega Mohandis dien ik hier een motie voor in.We moeten het ook hebben over structurele verbeteringen. Ten aanzienvan de vierjarige cyclus vraag ik mij af hoe goed het is voor een bloeiendeculturele sector om constant onzeker te zijn over je inkomsten. In ditaanvragencircus zit ontzettend veel bureaucratie, tijd en geld. Het gaat omeen bedrag tot wel 100 miljoen, zo is berekend, dat niet rechtstreeks gaatnaar cultuur. Ik zou graag willen verkennen of we niet naar een langeresubsidieperiode van zes jaar toe moeten. Hoe ziet de Minister dat?Tot slot wil ik het graag hebben over de vraag hoe we ervoor kunnenzorgen dat er in iedere regio toegang tot cultuur is. Want door degeschiedenis heen is er een systeem gegroeid van landelijke rondes,aangevuld met lokaal en regionaal beleid. De Raad voor Cultuur heeft ineen advies gepleit voor een kaderwet cultuur, zodat we duidelijk makenwie wanneer welke verantwoordelijkheid draagt om toegang tot cultuurvoor iedereen te regelen. De overheid is daar volgens onze Grondwetimmers verantwoordelijk voor. Wat mij betreft is de zorgplicht voorbibliotheken, waar voormalig Staatssecretaris Uslu voor pleitte, een goedvoorbeeld van hoe we dit ook met cultuur kunnen doen. Het gaat om eenzorgplicht om een bepaald aanbod van cultuur en cultuureducatie tehebben. Hoe kijkt de Minister hiertegen aan? Toereikende financiering isnatuurlijk een basisvoorwaarde, maar voor het zover is, vergt dit naderonderzoek van bijvoorbeeld de Raad voor Cultuur, medeoverheden,maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers. Ik wil de Ministervragen of hij bereid is om hen dit te laten verkennen.Voorzitter. Ik sluit graag af met een citaat uit de eerdergenoemde filmGroundhog Day, waarin Bill Murray zegt: «Als je een voorspelling over hetweer wilt, vraag je het aan de verkeerde. Ik geef je een wintervoorspelling.Het wordt koud. Het wordt grijs. En dat zal de rest van je leven zo blijven.»Daaraan wil ik richting de coalitie zelf toevoegen: tenzij wij vanuit deKamer iets doen.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Wal van de VVD.Mevrouw Van der Wal (VVD):Dank, voorzitter. Cultuur is een ongelofelijk belangrijk onderdeel van hoewe in ons land samenleven. Het verbindt ons, het leert ons de geschie-denis van Nederland kennen en het helpt ons om onze eigen toekomstvorm te geven, of het nou een bezoek is aan het Rijksmuseum, hetstreekmuseum, een klassiek concert, een fanfare of een festival. Ook ikvind dat we onze culturele instellingen moeten blijven stimuleren, onzemonumenten moeten behouden en ervoor moeten zorgen dat iedereenzijn of haar talent kan uitoefenen, ook in de culturele sector. Ik heb deafgelopen weken, de eerste weken van mijn nieuwe portefeuille, ongelo-felijk veel mensen uit de culturele sector gesproken. Ik wil hen allemaaldanken voor de fijne gesprekken en de input die ik gekregen heb. Ook wilik aangeven dat ik echt onder de indruk ben van de veerkracht en deprofessionaliteit, maar vooral de passie waarmee iedereen zich inzet voorde culturele sector en het belang daarvan. De uitdaging is groot voorsommige instellingen met teleurstellende uitkomsten vanuit de BIS ofvanuit een van de fondsen. Tegelijkertijd willen we er ook voor zorgen datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13811 onze cultuur zich kan blijven ontwikkelen en kan blijven innoveren, en ooknieuwe organisaties kansen bieden.Binnen de mogelijkheden en de kaders die de VVD als coalitiepartij heeft,heb ik ervoor gekozen om vooral te kijken naar wat wél kan, en dan metname aan de lastenkant van de culturele sector, om binnen het systeemzelf geld te besparen, geld dat dan ook binnen de culturele sector blijft. Uiteen schatting blijkt bijvoorbeeld dat het indienen van de aanvragen bij deRaad voor Cultuur de sector al ongeveer 100 miljoen euro kost. Dat isongelofelijk veel geld, iedere vier jaar weer. Als we daarop kunnenbesparen, is dat geld dat direct in de culturele sector blijft. Daarom vind ikdat we kritisch moeten kijken naar het systeem van cultuursubsidies en decultuurbasisinfrastructuur, de termijn van subsidierondes en de kosten diein dit systeem kunnen worden bespaard en dan rechtstreeks ten goedekunnen komen aan de sector zelf. Hoe kijkt de Minister daarnaar? Kunnenwe het systeem vereenvoudigen, zodat het doen van aanvragen de sectorminder geld kost? En kunnen we de BIS-periode verlengen naar zes jaar?Ik zal hier ook een motie over indienen.Maar denk ook aan de depots in de cultuursector. Want wat doen weeigenlijk met al die kunst die nu niet wordt tentoongesteld? In de museavan ons land liggen vele kunstwerken die we op dit moment nietgebruiken. Hoeveel dat er nu precies zijn, weten we niet, maar volgenseen toenmalig artikel van RTL Nieuws ging het in 2018 om ruim 65.000objecten in alleen de rijksmusea. Dat is zonde, want het verhuren vankunststukken is een financieringsstroom of een extra inkomstenbron. Eengoed voorbeeld is het Mauritshuis, dat een groot deel van de verbou-wingskosten heeft kunnen financieren door het meisje met de parel inandere delen van de wereld tentoon te stellen. Wellicht zouden anderemusea dit ook kunnen doen om bijvoorbeeld een deel van renovatie-kosten te financieren. Daarom wil ik de Minister vragen of hij bereid is omeen onderzoek te starten om te inventariseren hoeveel kunstobjecten opdit moment in de depots van de Nederlandse musea liggen, en demogelijkheid om deze kunst elders in te zetten ook te onderzoeken of ditmisschien als voorwaarde te koppelen aan het verstrekken van rijkssub-sidies. Hier zal ik ook een motie over indienen. Hierover zal ik ook eenmotie indienen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik heb een vraag voor mijn collega Van der Wal. Niet alle musea hebbennatuurlijk deze mogelijkheid. Het ene museum is rijker dan het anderemuseum en heeft dus meer mogelijkheden om dit te doen. Vindtmevrouw Van der Wal dan ook niet dat de financiering vanuit het Rijkdaarvoor zou moeten corrigeren, zodat musea die rijker zijn aan depots enkunststukken minder ontvangen dan musea die niet de mogelijkheid totverhuur hebben?Mevrouw Van der Wal (VVD):Het gaat mij vooral om de kansen die we laten liggen. Er komt veel op deculturele sector af, en dan kijk je naar wat er wél kan. Wat wél kan, is eennieuwe financieringsstroom waarmee musea aan de slag kunnen om tekijken hoe ze kunnen verwaarden wat er in depot ligt, bijvoorbeeld doorhet te verhuren. Die kansen zou ik niet willen laten liggen. Daarom ben ikbenieuwd of de Minister dit ook zo ziet en of wij de musea kunnen helpenom wat ze in depot hebben meer te benutten. Dat moet namelijk gaanover miljoenen kunststukken.Maar het gaat niet alleen over geld. De sector heeft ook veel last vanregeldruk, niet alleen aan de kant van het Rijk maar bijvoorbeeld ook aande kant van lokale overheden. Een voorbeeld is de Pleinbioscoop inRotterdam, die helaas niet langer open kon blijven door de langevergunningsprocedure en door perikelen in die gemeente. Ik wil dan ookvan deze Minister weten hoe hij deze regeldruk zou kunnen verminderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13812 Dan de regio. Ik denk bijvoorbeeld aan Opera Zuid, een grote instelling diebreed door de zuidelijke provincies reist om zo veel mogelijk Neder-landers de kans te geven om hun opvoeringen te zien en daarmee eengroot publiek te bereiken. Het is een prachtig initiatief, zegt ook de Raadvoor Cultuur, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld de meer dan 30miljoen euro die Opera Amsterdam als subsidie krijgt, kan het gevraagdebedrag van 3,5 miljoen aan Opera Zuid niet worden toegekend, waardoorbelangrijke delen van de organisatie op omvallen staan. Sterker nog, metde 1,7 miljoen kunnen ze niet eens voldoen aan de BIS-voorwaarden. Hoekijkt de Minister naar regionale spreiding en specifiek naar de opera? Is deMinister bereid om bijvoorbeeld te kijken naar herverdeling van middelenbinnen de opera, en ook naar Opera Zuid?Ik denk ook aan de Stilte in Breda, dat geen subsidie meer krijgt van hetministerie, waardoor de jeugddans voor een groot deel van Nederlandonbereikbaar wordt. Of neem de zaaglijninstellingen, zoals Orkater, DeWarme Winkel en Holland Baroque. Het lijkt daarbij wel of de punten-telling en het systeem belangrijker zijn dan de uitkomst. Is de Ministerbereid om dit met het Fonds Podiumkunsten te bespreken en te bekijkenof hier nog mogelijkheden voor zijn?Naast alle musea en culturele instellingen die Nederland rijk is, vindt deVVD het ook van groot belang dat iedereen toegang heeft tot de biblio-theek in de buurt. Vaak vervullen deze instellingen namelijk niet alleenhun directe functie van boeken uitlenen, maar zijn ze ook de ontmoe-tingsplek voor jong en oud, en een belangrijke plek om leesvaardighedenen digitale vaardigheden op te doen. Het is dan ook goed dat er via hetGemeentefonds geld beschikbaar wordt gesteld voor de bibliotheken. Eris nog extra geld vanuit Rutte IV; dat is het komende jaar 59 miljoen,geloof ik. Ook wordt er gewerkt aan een nieuw normenkader, samen metde VNG. De vraag is echter wel hoe en waar dit gaat landen. Gemeentenhebben hun uitdagingen. Hoe zorgen we ervoor dat we ook echt in iederegemeente, dus ook in de kleine gemeenten, de bibliotheekfunctie hebben?De heer Mohandis vroeg hier ook al aandacht voor. Herkent de Ministerdit en voert hij het gesprek hierover met de VNG? Tot aan je 18de is hetlidmaatschap gratis, en toch is 30% van de jongeren geen lid van debibliotheek. Hoe kunnen we het percentage van de groep tot 18 jaarverhogen naar 100%?Voorzitter. Ook wil ik het kort hebben over ticketprijzen voor concerten envoor evenementen. We zien namelijk dat tweedehandstickets voor veelNederlanders te duur geworden zijn. Steeds vaker betaal je honderdeneuro’s om nog een ticket te krijgen, niet alleen door een grotere vraagnaar tickets maar voornamelijk omdat er op de markt veel sprake is vanoneerlijke concurrentie. Eén partij heeft enorme voordelen binnen eengesloten systeem, en dynamic pricing zorgt voor woekerprijzen enwinsten, terwijl het eigenlijk zo zou moeten zijn dat een kaartje dat jijkoopt, ook jouw eigendom is.De heer Krul (CDA):Mevrouw Van der Wal vroeg: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we naardie 100% gaan? Ik vind dat een mooi streven. Misschien zal het nooit100% zijn, maar we moeten er in ieder geval aan werken dat meer jongemensen in aanraking komen met lezen en met boeken. Ik heb daarmisschien wel een idee voor. Het zou helpen als wij als rijksoverheid hetlezen vanaf jonge leeftijd zouden stimuleren. Ik noem een project alsBoekStart, een project voor leesbevordering. Ik denk dat dat helpt omjonge kinderen in aanraking te brengen met boeken en bibliotheken. Ikben benieuwd of mevrouw Van der Wal het met het CDA eens is dat ditnou juist de projecten zijn waarmee we richting haar streven komen omjonge kinderen in bibliotheken en aan de boeken te krijgen.Mevrouw Van der Wal (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13813 Ongeveer 70% van de kinderen tot 18 jaar is lid van de bibliotheek. Ik vindhet belangrijk dat we dat percentage naar 100% krijgen. Maar ik vind hetook belangrijk dat we dat doen op een manier waarop ... Laat ik het maarheel simpel zeggen: ik heb er geen dekking voor. Ik kijk dus ook daar weernaar wat wel kan. Ik heb nagedacht over een publiekscampagne. Ik weetdat mijn collega van D66 erover aan het nadenken is – daar hebben wijover gesproken – om bijvoorbeeld ieder kind dat geboren wordt tot aanhet 18de levensjaar een lidmaatschap te geven en op die manier datpercentage naar de 100% te krijgen. Het is namelijk al gratis. Dat is hoe ikernaar kijk en hoe ik goede voorstellen wil steunen.De heer Krul (CDA):Dit vind ik toch wel leeg, hoor. Want ja, als we ieder kind bij de geboorteeen CDA-lidmaatschap cadeau geven, dan zijn we de grootste partij vanNederland. Maar dat is toch geen doel op zich? We willen toch datkinderen gewoon gaan lezen? We willen niet dat ze bij de geboorteingeschreven staan. We moeten er toch voor zorgen dat jonge kinderenweer boeken gaan lezen? We verhogen de btw op peuterboeken. Westoppen met projecten zoals BoekStart. Ik denk dat de ambitie vanmevrouw Van der Wal terecht is, maar het is toch water naar zee dragenals je de botte bijl zet in projecten die er echt voor zorgen dat kinderengaan lezen en tegelijkertijd de optie overweegt om ze op papier lid temaken en zo de 100% te halen? Dat werkt toch niet, vraag ik aan mevrouwVan der Wal.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik ben ervan overtuigd dat als daar actief iets mee gedaan wordt, of hetnou via een publiekscampagne of via het actief aanbieden van eenlidmaatschap is, mensen sneller de stap zetten naar de bibliotheek. Daarben ik wel van overtuigd.De voorzitter:Mevrouw Van der Wal, vervolgt u uw betoog.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik was bij de ticketprijzen. De motie-Kwint over het wettelijk inperken vanwoekerhandel in de doorverkoop van toegangskaarten voor sportevene-menten en culturele evenementen is nog niet uitgevoerd. Dat is aan eenvolgend kabinet, dus dit kabinet, gelaten. Wat gaat de Minister doen? Gaatde Minister inderdaad stappen zetten en uitvoering geven aan dezemotie? Gaat hij deze problematiek ook echt oplossen, eventueel samenmet zijn collega van Economische Zaken?Tot slot de bevrijdingsfestivals. Die zijn belangrijk, niet alleen om eenleuke dag te hebben, maar vooral om stil te staan bij onze vrijheid. Die isbelangrijker dan ooit, gezien ons geopolitieke situatie. Deze festivalshouden voor een groot deel hun eigen broek op. Maar als het regent enhet evenement letterlijk in het water valt, is er wel een probleem. Daaromis vorig jaar gewerkt met een garantiefonds conform de motie-Van Strien.In 2025 vieren we 80 jaar vrijheid. Ik heb een hele simpele vraag aan dezeMinister. Is de Minister bereid een toezegging te doen om in overleg metVWS voor dekking te zorgen voor deze bevrijdingsfestivals? Het gaat intotaal om 1 miljoen. Wij zien een mogelijke dekking aan de kant van OCW,maar we laten het graag aan de Minister om met een oplossing te komenen hier echt een toezegging op te doen, zoals de heer Mohandis ooknadrukkelijk heeft verzocht.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Krul van het CDA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13814 De heer Krul (CDA):Voorzitter, dank u wel. Ik had ontzettend veel moeite met de voorbereidingvan dit debat. Ik zal zo aangeven waarom, maar eerst stel ik toch even devraag wat cultuur eigenlijk is. Eigenlijk is alles cultuur. Het is veel meerdan het klassieke beeld van de podiumkunsten of de musea. Het zijn dekleren die je aan hebt, de series die je op Netflix kijkt, je Spotify-afspeellijst en de feesten waar je naartoe gaat. Het is allemaal cultuur. Hetis de ziel van de samenleving. Het is waar we onze collectieve identiteit uitputten en waarmee we onze verscheidenheid kunnen vieren. Het iszuurstof. Het is waardevol. Alles van waarde is weerloos, zo schreefLucebert al. Dat brengt mij dan ook bij de vraag waarom ik de voorbe-reiding van dit debat zo moeilijk vond. Want ja, dit kabinet zet de botte bijlin de culturele sector. In de beperkte spreektijd die ik heb, kan ik een paarpunten uitlichten. Je hoort al welke instellingen goed hun best hebbengedaan. Ook ik maak me zorgen om Opera Zuid. Ook ik vind iets van deStilte in Breda. Ook wij vinden de verhoging van de btw een ontzettenddomme keuze. Maar we horen het al van de PVV: we moeten het ermeedoen; dit is wat het is. Maar ik ga toch proberen om een paar punten temaken, misschien iets meer in de niche. Waar mijn collega’s het belang-rijke werk op andere onderwerpen hebben gedaan, kan ik in de nichemisschien nog wat toevoegen. Daar pak ik een paar punten uit.Ik begin bij leesbevordering, waar de VVD ook al over sprak. Op hetprimair onderwijs zetten we in op het verbeteren van de basisvaardig-heden. Dat is belangrijk. Maar OCW heeft ook wat betreft cultuur eenbelangrijke functie. Ik ben benieuwd – ik vroeg het net eigenlijk al aanmevrouw Van der Wal – wat er gaat gebeuren met projecten als BoekStart.Wat gaat er gebeuren met projecten die de leesbevordering verbeteren,juist nu we weten dat de btw op peuterboeken omhooggaat en er zoontzettend veel geschrapt moet worden in al die subsidies?Omdat cultuur zo’n drager is van de samenleving, is het zo belangrijk datiedereen in Nederland ermee in aanraking kan komen. In de culturelebasisinfrastructuur, de BIS, is door de motie-Werner spreiding alsbelangrijk hoofdcriterium opgenomen. Hoe vindt de Minister nou eigenlijkzelf dat het daarmee gaat? Ik geef één voorbeeld. Dat is al een paar keergenoemd. Er zijn dertien aanvragen gehonoreerd binnen de sectiejeugdpodiumkunsten. Daarvan komen er zeven uit de G4 en drie uitAmsterdam. Aan de Stilte wordt geen landelijke subsidie meer toegekend.Daardoor valt een van de drie landelijke functies voor jeugddans weg endreigt er dus forse schade aan het culturele ecosysteem, juist van zo’nregio. Eerlijk verdelen is blijkbaar ook een kunst. Ik vond dat een mooieuitspraak, maar ik heb hem wel gejat. Nu zou ik eigenlijk willen zeggen datik later bekend ga maken van wie die is, maar dat heeft mevrouwBeckerman net al voor mij gedaan. Het was namelijk de BBB. Daarover gaik straks nog een vraag stellen aan mevrouw Van Zanten.Voorzitter. Mevrouw Van der Wal heeft terechte punten gemaakt over deadministratieve lasten. Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat we ook aandie kant iets doen? Misschien hoeft dat niet eens geld te kosten. DeMinister heeft aangegeven te onderzoeken wat verbeterd en vereen-voudigd kan worden. Ik pak even een voorbeeldje vanuit het in standhouden van monumenten, de zogenaamde Sim-subsidie. Om daarvoorsubsidie te krijgen, moeten vrijwilligers heel veel cijfers en achtergrondin-formatie aanleveren. Als die subsidie dan niet wordt gehonoreerd, moetbij een nieuwe aanvraag exact hetzelfde onderzoek nog een keer gedaanworden. Dat kost ontzettend veel inzet en tijd, vaak van vrijwilligers. Datzorgt ervoor dat vrijwilligers gedemotiveerd raken. Als er iets killing is,dan is het wel het verlies van vrijwilligers. Wat kan de Minister concreetdoen om bijvoorbeeld bij het aanvragen van subsidies een stukjeversimpeling door te voeren, zodat deze vrijwilligers gewoon weer hunpassie kunnen uitvoeren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13815 Voorzitter. Dan het laatste inhoudelijke punt dat ik wil maken. Ik vermoeddat ik de enige daarmee ben, maar dat heb ik bewust gedaan. Misschien isdat trouwens niet zo en gaan andere sprekers hier nog iets over zeggen. Ikheb het over de mate waarin mensen met een handicap kunnen genietenvan cultuur. In een wat oude brief van Staatssecretaris Uslu uit 2022stonden ontzettend veel goede voorstellen. Er moet een kennispunttoegankelijkheid komen. We moeten goede voorbeelden over inclusiviteitmeer delen. We moeten in gesprek met ervaringsdeskundigen. Wemoeten ambassadeurs aanstellen. We moeten de ontwerpkracht van decreatieve sector benutten om toegankelijkheid op aansprekende maniereneen podium te geven. Festivals moeten toegankelijker worden. Er moesteen Code Diversiteit & Inclusie komen. Dat zijn ontzettend veel acties. Ikvraag aan de Minister: hoe gaat het daarmee? Dat mag hij samenvatten,zeg ik er maar even bij.Voorzitter. Ik ga afronden met een serieuze noot. Cultuur is vaak hetondergeschoven kind binnen de OCW-portefeuille, maar dat is onterecht.Cultuur versterkt gemeenschapsbanden en bevordert de sociale cohesie.Een sterke cultuur kan ons helpen om mensen samen te brengen enelkaar beter te begrijpen. Als de afgelopen weken ons iets leren, is het weldat het heel belangrijk is dat we elkaar weer beter gaan begrijpen. Deculturele sector is nooit een vetpot geweest, maar ook geen graaipot, zegik richting de Minister. Dat er andere ambities zijn en het financieel lastigis, begrijp ik. Maar ik ga hem even meegeven dat het ook anders kan doorhem even mee te nemen naar het oorlogskabinet van Winston Churchill.Stelt u het zich even voor: Minister Bruins in het oorlogskabinet vanWinston Churchill. Dat kabinet is bij elkaar gekomen om de plannen tebespreken hoe ze de oorlogsmachine langer in de benen kunnen houden.Er zijn ambities en er is noodzaak om meer wapentuig te kopen. Ermoeten pittige bezuinigingen worden doorgevoerd om dat waar temaken. Een van de plannen die op tafel ligt, is dat er fors gesneden wordtin de culturele sector. De geschiedschrijvers zijn een beetje verdeeld overhoe dit precies gegaan is. Het citaat is eigenlijk onterecht aan Churchilltoegeschreven, want het was iemand anders die het zei. Maar diegene zeitoen: als we op cultuur gaan bezuinigen, waar strijden we dan eigenlijknog voor? Als het oorlogskabinet-Churchill bezuinigingen op cultuur konafwenden, dan kan deze Minister in deze ministerraad wél een potjebreken. Ik zou zeggen: Minister, accepteer dat er bepaalde zaken in hetleven zijn die u niet kunt veranderen, maar verander de zaken die u nietkunt accepteren.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Hertzberger van NieuwSociaal Contract.Mevrouw Hertzberger (NSC):Voorzitter. Het is goed dat wij vandaag met elkaar apart over Cultuurspreken, want die C in de OCW-begroting raakt vaak ondergesneeuwddoor Onderwijs en Wetenschap. Afgelopen vrijdag was ik op bezoek bijhet conservatorium, bij de dansopleiding en de opleiding muziektheater,bij Codarts Rotterdam. Ik zat daar bij 30 eerstejaarsstudenten. Zij warengewoon bezig met hun normale, reguliere les. En zoals dat gaat:piepjonge eerstejaarsstudenten staan daar dan in hun gewone kloffie, envanuit het niets heffen zij een prachtig gezang aan, het lied In uit demusical Carrie. Dat gezang had een intensiteit, een harmonie, eenovertuiging, een beleving, met als resultaat kippenvel: de curieuze, fysiekereactie die optreedt bij sommige culturele ervaringen, de diepsteervaringen.Voorzitter. Cultuur is niet honderd procent afhankelijk van geld. Cultuur iser altijd. Het is een van de diepste menselijke eigenschappen. Ook als deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13816 hele cultuursector in elkaar stort, zullen mensen nooit ophouden mettekenen, dichten, zingen, dansen en verhalen vertellen. Maar cultuur is zofundamenteel aan het menszijn dat het ook een kerntaak is van deoverheid om meer mensen toegang tot cultuur te bieden, om cultuur teondersteunen, de voorwaarden te scheppen en te zorgen voor plurifor-miteit en spreiding, zodat zo veel mogelijk gemeenschappen podia endocenten hebben en professionals die voorstellingen komen geven.Om met dat laatste te beginnen: de regionale spreiding. Daar zit een fiksprobleem dat steeds maar niet opgelost wordt. De afgelopen dagencirculeerde de kaart. Er is al meerdere keren aan gerefereerd. Dehoeveelheid rijksfinanciering per hoofd van de bevolking kan metongeveer een factor 30 verschillen. En ja, Amsterdam is een ander typestad dan Assen of Middelburg, en elke stad en elke regio heeft zijn eigenkarakter, maar het verschil is nu wel echt enorm. Je kunt zeggen datAmsterdam een ander karakter heeft, maar tegelijkertijd kun je het ookandersom stellen: Amsterdam heeft al heel veel cultureel kapitaal vanzichzelf. Amsterdam heeft een veel grotere talentenpool van schrijvers,acteurs en producenten. Amsterdam heeft meer opleidingen, eenuitgebreider netwerk en op elke straathoek een theater, een podium, eendebatcentrum of een concertzaal. En misschien ook belangrijk:Amsterdam heeft een grote influx van vermogende toeristen enbezoekers. Is het dan niet ontzettend scheef dat wij hen aan nog meerkapitaal helpen? Is het niet rechtvaardiger om juist met de rijksfinan-ciering niet de steden te helpen die al heel ruim over dat culturele kapitaalbeschikken, maar juist de regio’s wier gezelschappen niet op dat netwerken op datzelfde vermogende publiek kunnen leunen?De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van der Wal.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik herken het dilemma en ik heb ook het kaartje gezien – terwijl ik«kaartje» zeg, denk ik: o ja, kaartje – van de regionale spreiding. Ik schroknatuurlijk ook van die percentages. Ik zie dat er wel al een enormeverbetering is ten opzichte van de vorige periode, maar ook dat het noglang niet genoeg is. Ik hoor mevrouw Hertzberger zeggen dat het kapitaalgaat naar waar er al kapitaal is. Nu zijn er heel veel instellingen die hunhuis misschien wel in Amsterdam of in de Randstad, om het zo maar tezeggen, hebben staan en voor de subsidies daar worden ingetekend, maardie hun voorstellingen juist wel verspreid over het hele land geven.Amsterdam Sinfonietta – zo heet het, geloof ik – verzorgt het heleZeeuwse festival, zo wou ik maar zeggen. Dat is volgens mij niet verwerktin dat kaartje. Dat geeft toch best een vertekend beeld. Hoe kijkt mevrouwHertzberger daarnaar?Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik vind dat een terechte opmerking van mevrouw Van der Wal. Nietiedereen die vanuit de rijksfinanciering wordt bekostigd, is zo tot reizengeneigd. Sommigen blijven ook gewoon in de Randstad. Bij de BIS is daarook kritiek op gegeven, bijvoorbeeld door een theatergezelschap. Ik zalhier geen namen noemen, maar er is kritiek op geweest. Ik wil wel zeggendat de standplaats van een gezelschap er ook toe doet. Makers uit deRandstad zijn immers minder geneigd om de verhalen uit Drenthe en deverhalen uit Zeeland te vertellen, om voorstellingen te maken in hetdialect of in het Fries, om aandacht te besteden aan onderwerpen dieleven in de regio. Er zijn uitzonderingen, hoor. Er zijn prachtige samenwer-kingen geweest. Daar kom ik zo op, maar dat maakt dus wel uit. Ik denkdat het dus wel uitmaakt. Het is prachtig als de Amsterdamse gezel-schappen naar Zeeland en Limburg komen, maar ze vertellen vaak welandere verhalen en zijn minder regionaal geworteld. Die worteling is echtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13817 belangrijk als het gaat om welke voorstellingen er bijvoorbeeld wordengemaakt.Mevrouw Van der Wal (VVD):Daarmee doet mevrouw Hertzberger alle culturele instellingen in deRandstad echt tekort. Ongelofelijk veel van deze instellingen verzorgenjuist in de regio, in Friesland of in Drenthe voorstellingen, of er wordt hulpingeroepen uit de Randstad. Mijn punt is: door naar subsidies of eenberekening per inwoner te kijken is het gevaar dat we te weinig ooghebben voor wat die instellingen doen. Het is nou eenmaal zo dat demeeste instellingen in het westen vertegenwoordigd zijn, maar ik hecht erecht waarde aan om met elkaar te erkennen dat juist deze instellingen zijndie het culturele aanbod in de regio’s en provincies versterken. Die balansis er wel.Mevrouw Hertzberger (NSC):Die balans is er zeker. Daarom heb ik in mijn antwoord ook gezegd dat erzeker ook gezelschappen zijn die reizen en samenwerkingen aangaan inde regio, bijvoorbeeld op het Oerol Festival of anderszins. Toch wil ikbenadrukken dat het anders is om daadwerkelijk een theatergezelschap inje eigen provincie gehuisvest te hebben. Er is bijvoorbeeld in Zeeland,Drenthe of Flevoland gewoon geen groot theaterproductiehuis. Ik komdaar zo nog op. Dat doet ook wat met de kinderen of het talent in dieregio. Zij denken dat je toch echt in Amsterdam moet zijn om te kunnenspelen in zo’n gezelschap. Het blijft dus een heel erg Randstad-centrischcultuurpalet. Ik wil niet afdoen aan de vele samenwerkingen, maarstandplaats maakt wel degelijk uit.De voorzitter:Er is ook een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Mevrouw Hertzberger doet de uitspraak: «Cultuur is niet afhankelijk vangeld. Ook als alle financiering stopt, is er cultuur.» Ik merk dat ik daar eensoort woede van krijg. Dat is niet omdat die uitspraak niet waar is, wantcultuur bestond al heel lang voordat de BIS er was en voordat er fondsenwaren. Als archeoloog zou ik willen wijzen op prachtige grotschilderingen.Maar ik word zo woest van deze uitspraak, omdat het zo pijnlijk is dat wijhier met onze enorme salarissen de marges van dit debat bepalen. Ik kijkdan niet mevrouw Hertzberger aan, maar we hebben net de PVV en deVVD gehoord. De marges van dit debat zijn nu al gezet binnen dezebegroting. Dat betekent dat wij eigenlijk met onze hoge salarissen bepalendat anderen verder de armoede in worden geduwd. Die uitspraak maaktdus best wel cynisch. Ik wil eigenlijk aan mevrouw Hertzberger vragen:ziet NSC, dat altijd zo’n pleitbezorger was voor extraparlementair, nog welruimte binnen en buiten deze begroting om iets te doen tegen dezekaalslag? Anders is dit debat eigenlijk ook al voorbij voordat hetbegonnen is, want de twee grootste partijen hebben al nee gezegd.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik ga absoluut niet in de suggestie van mevrouw Beckerman mee dat wijhier met grote salarissen de arme mensen armer maken, want ik heb juisteen pleidooi gehouden om voor de regio’s, waarvoor zo weinig finan-ciering van het Rijk komt, tot een betere verdeling te komen. Ik herken datdus absoluut niet. Ik wil het punt maken dat cultuur iets diep menselijks isen dat wij dat juist met de rijksbegroting kunnen versterken. Ik erkentrouwens volledig dat deze begroting ons land cultureel niet rijker gaatmaken. Sterker nog, ik denk dat deze begroting betekent dat ons landcultureel verarmt. Dat is een hele nare situatie. Ik vind dat er echtrotmaatregelen worden genomen, vooral als het gaat om de btw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13818 Ik ga er wel op wijzen dat er normaal gezien van alles te vinden is in deOCW-begroting. Een wijze vrouw zei ooit tegen mij: je hoeft maar hardaan de boom te schudden in de OCW-begroting en er valt ergens wel 10miljoen uit. Dat is niet meer zo. Dat is echt niet meer zo. Wij hebben opheel veel plekken gezocht. We zijn met een heleboel voorstellen gekomen.Maar het zal toch echt wel gedragen moeten zijn, en er zal toch echt weleen oplossing moeten komen en niet op een ander moment weer eenkaalslag op een andere plek waar ook waarde verloren gaat. Ik ga dus meemet mijn collega Van der Wal, met haar zoektocht naar een herverdelingen naar het verdelen van de schaarse middelen. Maar we gaan geen geldkunnen creëren in de OCW-begroting.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik wil toch eventjes zorgen dat we hier wel echt op basis van de feitenspreken. Van de instellingen die ook in de hoofdstad gevestigd zijn, speelttot wel 90% door het hele land. Dat verschilt per instelling, maar het isover het algemeen natuurlijk heel erg veel. Ik denk dat het dus van belangis dat we dat ook erkennen. Daarnaast is er nu bij de beoordeling vaninstellingen juist heel erg gekeken naar het belang van de regio. Deinstellingen die in de hoofdstad zitten, hebben twee punten mindergekregen. Daardoor zien we ook dat geweldige gezelschappen die doorhet hele land spelen nu onder de zaaglijn terecht zijn gekomen. En overhet punt dat dit mensen niet minder geld zou geven: we hebben te makenmet een sector met ontzettend veel makers, met een gemiddeld inkomenvan € 27.000 per jaar. Dat wil ik hier eventjes duidelijk hebben gemaakt.Dat zijn de feiten. Dat betekent dat heel veel makers uit de cultuursectorstraks hun werk niet meer kunnen uitoefenen. Dat gaat tot enormeverschraling leiden. Het zijn mensen die er vaak al banen naast hebbenom maar cultuur te kunnen maken. Ik wil dat dat beeld van de sector echtduidelijk is. Mijn vraag daarbij aan NSC is dan ook, ook vanuit hetoogpunt van goed bestuur: waarom vraagt zij deze Minister niet om eenimpactonderzoek te doen, zodat we op basis van de feiten en duidelijkheidover de gevolgen met elkaar dit besluit kunnen bespreken? Ik hoop dat zedat nog in haar bijdrage wil doen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Volgens mij zijn dat drie vragen tegelijkertijd, maar ik vind het prima hoor.Ik ga toch weer hetzelfde antwoord herhalen dat ik net richting mevrouwVan der Wal herhaalde, en dat is dat worteling en standplaats uitmakenvoor gezelschappen. Ik kom er zo nog op, hoor. Er is in het FondsPodiumkunsten inderdaad aandacht voor die standplaats. Maar wemoeten ons ook realiseren dat het financieringsinstrument bij uitstek voordie regionale spreiding de BIS is. We zien gewoon dat hele regio’sjuridisch zijn uitgesloten van het doen van aanvragen binnen die BIS,bijvoorbeeld voor theater. Flevoland, Drenthe, Overijssel en Zeelandmogen voor theater niet eens een aanvraag doen binnen de BIS enmoeten vervolgens, in wat ik maar even de Champions League van depodiumkunsten noem, meevoetballen tegen Amsterdam. Ze delven daarhet onderspit – dat geldt niet voor alle instellingen – en ze komen daar inde problemen. Dat betekent dat de komende vier jaar een aantal van dezeprovincies volledig verstoken dreigt te blijven uit de rijksfinanciering voortheater. Dat vinden wij heel kwalijk. Want makers uit Zeeland en uitFlevoland vertellen andere verhalen dan de gezelschappen uit deRandstad. Nogmaals, die moeten er ook zijn. Die doen ook goed werkdoor voorstellingen naar de regio te brengen en door samenwerkingenaan te gaan. Maar wij vinden het ook belangrijk dat die gezelschappen inde regio genoeg financiering krijgen en niet steeds het onderspit delven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13819 Dat dreigt nu heel erg mis te gaan, dus daar heb ik een vraag over aan deMinister.Dan de impactanalyse. Nee, er komt geen impactanalyse. De Minister isdaar duidelijk over geweest. We weten dat de cultuursector verarmt als ermeer belasting op wordt geheven. Nogmaals, we vinden dat eenrotmaatregel. Maar gezien de begroting en de situatie waarin we terechtzijn gekomen – ik zeg het toch maar even – na Rutte IV, die de begrotingvolledig van de rails heeft laten lopen en dit kabinet opzadelt met eentiental hersteloperaties, waar tot op heden nog geen einde aan komt,inclusief een Defensiebegroting die naar 22 miljard moet, word je watarmer. Dat is heel spijtig, maar dat is de realiteit.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, waar te beginnen? Natuurlijk zijn we het er helemaal mee eens datregionale instellingen van groot belang zijn. Dat heb ik totaal niet ontkend.Natuurlijk is dat zo. Daar pleiten wij ook voor. Maar wanneer je daarvoorpleit, moet je ook met extra geld over de brug komen. Het is heelmakkelijk om dit nu te bepleiten, maar ondertussen een grote bezuinigingdoor te voeren. Daarmee zeg je dus eigenlijk: zegt u maar wie er danvanaf moet; geef maar aan welke instelling er dan vanaf moet. Ik vind heteen hele crue vraag om te stellen, maar dat is wel de vraag die dit uitlokt.Wat ons betreft niks. Wat ons betreft komt er alleen maar geld bij. Ik vindhet heel triest dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de impact en erwel wordt gezegd dat het tot verarming gaat leiden. Het is te makkelijk omte zeggen dat we heel veel moeten bezuinigen. Dat hoeft helemaal niet. Erzijn keuzes die je kan maken. Je kunt ook minder inzetten op fossielesubsidies zoals rode diesel. Je kunt minder inzetten op kernenergie voorcentrales die nog niet gebouwd zijn of worden. Je kunt minder inzetten opgrote vervuilers die je te weinig belast. Er zijn heel veel keuzes te maken,maar die zijn door dit kabinet helaas niet gemaakt.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dat klopt inderdaad. We werken hier samen met een aantal politiekepartijen met een heel breed palet aan wensen. Daar is dit uit gekomen.Mevrouw Van der Wal en meneer Krul hier rechts van me helpen me welherinneren aan iets. Dat is wat ik probeer te zeggen met een verwijzingnaar eerdere kabinetten. Als je met de vergelijking maakt tussen Rutte IVen Schoof I, zie je dat het zoet in Rutte IV zat. Dat zie je ook bij het hogeronderwijs en wetenschap. De extra financiering die er bijvoorbeeld voorcultuur kwam, de 170 miljoen aan extra investeringen in de cultuursector,is hier blijven staan. Dat is een netto-investering geweest. Ik erken datdaar nu een grote belasting bij komt. Dat is helaas de uitkomst van dezepolitieke samenwerking en politieke onderhandeling. Dat is iets waar devier partijen geen alternatieve dekking voor hebben kunnen vinden.De voorzitter:Er is een vraag op dit punt van mevrouw Van der Wal.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik denk al drie keer: ik hou mijn mond, want ik wil wat interrupties sparen.Maar ik ga er hier toch maar een aan besteden. Volgens mij is hetinderdaad Rutte IV geweest dat ruim 170 miljoen extra heeft geïnvesteerdin cultuur. Dat is gelukkig blijven staan; dat is goed nieuws. Maar ik hooptoch ook dat mevrouw Hertzberger er oog voor heeft dat het kabinet-Schoof I een enorme opgave heeft qua investeringen, bijvoorbeeld inDefensie. Poetin staat namelijk aan de poorten van het NAVO-grond-gebied te rammelen. Daarvoor is er 22 miljard beschikbaar gesteld. Datzijn ook keuzes die gewoon gemaakt moesten worden. Ik zou dus niet opdie manier die kabinetten met elkaar vergelijken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13820 Mevrouw Hertzberger (NSC):Volgens mij is dat precies wat ik zojuist heb gezegd, namelijk dat deDefensiebegroting naar 22 miljard gaat zodat we aan die 2%-norm van deNAVO kunnen voldoen. Ik zeg wel dat er financieel gezien ook een heelander tijdsgewricht is. Ik snap dus niet wat nu het chagrijn is, moet ikeerlijk zeggen. Maar het is de combinatie waardoor wij in deze financiëlesituatie zitten. Dat zie je terug in de OCW-begroting.De voorzitter:De heer Mohandis had ook een vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Het is heel verleidelijk om weer te onderstrepen dat het ook een politiekekeuze is om binnen de smalle marges van de OCW-begroting te kijken. Wijmaken andere keuzes. Die hebben we ook laten doorrekenen. Het zijnuiteindelijk ook politieke prioriteiten, die je wel of niet stelt. Daar kan ikeen hele boom over opzetten, maar dat ga ik niet doen.Ik heb een concrete vraag aan mevrouw Hertzberger. U heeft mooiewoorden over de regio uitgesproken, maar het feit is – dat zie je ook in alleonderzoeken – dat die btw een sloopkogel is voor de regio. De stapelingvan maatregelen komen daar harder aan. Dan heb ik het niet eens over deonzekere gemeentefinanciën. Een hele kleine quickscan van 21 gemeentenafgelopen week, een kleine rondgang, laat zien dat er een grote kans is datook zij over een paar jaar keiharde maatregelen gaan nemen. Dan zie jeook weer hoe ongelijk dat uitpakt voor de regio. We hebben hier eendebat met elkaar. Ik heb een simpele vraag. Allerlei organisaties zijn hiervandaag aanwezig of volgen dit debat online. Zij vragen zich het volgendeaf. NSC is niet alleen een coalitiepartij, maar levert ook de Minister vanCultuur. U kunt dus geen toeschouwer zijn, als u zich echt zorgen maaktover de regio. Dan vraag ik heel concreet: gaat u bijvoorbeeld wel ietsdoen met die regionale instellingen die wel een positief advies hebbengehad maar onder de zaaglijn vallen? Dat zijn er ongeveer 20 van de 57 à59. Gaat u daar iets mee doen? Wat komt er nog concreet uit dit debat?Kunnen we elkaar ergens vinden? Als u kiest voor herverdelen, ben ikbenieuwd wat het concrete voorstel wordt. Gaat u dan bij een paarinstellingen geld weghalen en dat doorschuiven? Ik ben heel ergbenieuwd of er nog iets in het mandje blijft liggen, als het concreet aanNSC ligt. Ik hoorde de VVD wat openingen geven. Ik ben benieuwd watNSC wil en wat de Minister wil. Alleen toeschouwer zijn hoort niet bij derol van een coalitiepartij.Mevrouw Hertzberger (NSC):Nee, en dat ben ik ook absoluut niet. Ik ben heel benieuwd wat er aanherverdeling mogelijk is, niet alleen in 2029, maar ook de komende jaren.Ik ben voornemens daarover een motie in te dienen. Er zijn wel heel veelvragen over: hoeveel ruimte is er? Je kunt bijvoorbeeld wel de opdrachttot herverdeling geven, maar wij begrijpen dat dat in de BIS juridisch nietmogelijk is. Vanuit de wetenschapssector bezien zeg ik dat ik voorzichtigwil zijn met zeggen: deze instellingen wel en deze instellingen niet. Ik wilmeer naar regio’s kijken. Daar heb ik nog een hele inbreng over.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik ben heel erg benieuwd naar de voorstellen van mevrouw Hertzberger inde volgende termijn. Ik ben ook heel benieuwd of we van deze Minister tehoren gaan krijgen of hij zelf ook nog plannen heeft voor de cultuursectorof dat hij louter toeschouwer van zijn eigen beleid is. Daar ben ik heelbenieuwd naar. Maar wat echt belangrijk is na dit debat, is dat we metelkaar kunnen vaststellen dat er, als we niets doen, de komende jarensowieso veel meer regionale instellingen gaan verdwijnen. We zien wat debtw doet en we zien welke keuzes gemeenten moeten maken, met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13821 schaarse lokale middelen die ze hebben. Wij hebben hier de kans om inieder geval voor het jaar 2025 eenmalig met elkaar te kijken of weinstellingen die zichzelf hebben bewezen, kunnen helpen. We kunnenkijken naar onderbestedingen in de begroting. Ik ben bereid om die handuit te steken de komende weken, om met elkaar te kijken of we iets slimskunnen indienen. Alleen maar vaststellen dat er een probleem is enzeggen dat we ons zorgen maken, gaat niets doen met al die ambities vande coalitiepartijen, met name de partijen die de mond vol hebben van deregio. Denk aan Elke regio telt! We kennen alle rapporten, maar als weniet bereid zijn om iets te doen, dan gaan er gewoon heel veel instellingenomvallen; ik heb hier een hele lijst. We hebben ook een rondgang gedaan.Het budget per provincie gaat niet omhoog. Als we toeschouwer blijven,gaat er dus niks veranderen. Ik ben dus heel erg benieuwd of we in staatzijn om deze Minister de komende weken op punten op te zadelen meteen opdracht. U bent van een coalitiepartij; dat ben ik ook geweest. Als wedat echt willen, dan zullen we echt onze nek uit moeten steken. Dan zullenwe iets meer moeten doen dan onze zorgen uitspreken.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik ben het helemaal eens met de heer Mohandis. Daarom hebben wij juistook zulke aandacht voor de regio. Wij maken ons ook zorgen over wat hiergaat gebeuren. We willen de Minister dan ook aansporen om ruimte tezoeken en echt te kijken naar de herverdeling. Ik ga daarbij wel zeggen datde pot niet groter wordt en dat het dus van die herverdeling moet komen.Of er moet een dekking komen waar een heleboel partijen zich achterkunnen scharen, maar dat is erg lastig, kan ik de heer Mohandis vertellen.Zal ik verdergaan, of is er nog een interruptie? Nee. Hoeveel minuten hebik nu nog? De tijd loopt gewoon door, toch?De voorzitter:Zes, maar dat is ook voor de tweede termijn, dus zeg maar vier.Mevrouw Hertzberger (NSC):O ja, interrupties tellen niet. Oké.We moeten constateren dat vier provincies geen subsidie hebbengekregen voor theater uit de BIS. Ze kregen niet alleen geen subsidie,maar mochten die ook niet aanvragen. Dat gaat over Drenthe, Overijssel,Flevoland en Zeeland. Ze zijn uitgesloten van deelname en zijn daaromaangewezen op het Fonds Podiumkunsten, waar ze het in de ChampionsLeague moeten opnemen tegen gezelschappen die regionaal veel meernetwerk hebben, vermogende bezoekers hebben en uit een vermogenderegio komen. Ik wil de Minister vragen hoe dat nou kan. Hoe werkt datbinnen de BIS, waardoor deze regio’s zijn uitgesloten? Hoe kunnen wehier in onze cultuurfinanciering meer rekening mee houden? Wat is er nogmogelijk aan herverdeling en kunnen we dit ook anders repareren in hetFonds Podiumkunsten, zodat daar wel ruimte komt?Voorzitter. Dan kom ik bij een onderdeel over de mensen die in de cultuurwerken. Dat is een bijzondere groep, die anders is dan de meestereguliere groepen werkers in dit land. Dan heb ik het even over depodiumkunsten: de acteurs, de dansers, de makers en de auteurs. Zelfs intijden van extreme krapte op de arbeidsmarkt zal er namelijk nooit eentekort aan dansers komen. Er zijn altijd meer mensen die solliciteren daner plekken zijn in gezelschappen. Het resultaat is als volgt. Mensen zijnsoms hun hele leven bezig keihard te trainen. Zij bereiden zich hun levenlang in alle opzichten voor op zo’n plek in het gezelschap, om een rol tebereiken. Zij zullen heel veel incasseren en accepteren voor ze die plekdan weer opgeven. Het resultaat daarvan is vaak dat de arbeidsvoor-waarden slecht zijn. Dat zegt de economie: als er meer aanbod is danvraag, dan gaat de prijs omlaag. Natuurlijk wordt ook dat deels veroor-zaakt door andere zaken, zoals de omstandigheden en de coronacrisis. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13822 verhoging van de btw zal ook geen goed doen. Tegelijkertijd ontslaat ditde sector niet van goed werkgeverschap.Op dit moment is de gemiddelde inhuurprijs € 17,50 in de creatieve enculturele sector. Dit lijkt boven het minimumloon uit te komen, maar alszzp’er heb je een bedrijf met kosten. In de memorie van toelichting van deWet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoedenwordt duidelijk dat € 33 de minimumprijs is om netto op minimumloonuit te komen. Fair pay is essentieel voor bestaanszekerheid in de sector.Iedereen verdient een eerlijke beloning. Kan de Minister een beeldscheppen van de verwachte effecten van de extra investering van 34,1miljoen? Dat geld is vrijgemaakt voor fair pay. Hoeveel verwacht deMinister dat de gemiddelde zzp-inhuurprijs gaat stijgen? Wanneer is hijvan plan om dit te evalueren? Welke ambities heeft de Minister verder nogop het gebied van fair pay?Tot slot komen we bij het andere aspect van de mensen die in deze sectorwerken: sociale veiligheid of – vaker – een gebrek daaraan. Als je de baanvan je dromen hebt, waar je heel je leven voor hebt gewerkt, dan loop jenamelijk minder makkelijk weg van een giftige situatie. Daar hebben wede afgelopen jaren vele voorbeelden van gezien. We zien dan ook steedsweer nieuwe kwesties van seksueel misbruik, grensoverschrijdendgedrag, machtsmisbruik, denigreren en intimideren. In sommige delenvan de sector – dan heb ik het niet over de sector in zijn geheel, maar overuitzonderingen – zijn er helaas nog zonnekoningen aan de macht diedenken dat ze overal mee weg kunnen komen en wiens positie onaan-tastbaar blijft, omdat er altijd nieuwe dansers en acteurs zijn. Ook bij hettheater zien we dat soms alle grenzen overschreden worden, maar deklagers het probleem hebben en niet de beklaagden. We hebben hier eenaantal vragen over. Het meldpunt Mores zorgt ervoor dat ook kleineregezelschappen en groepen de beschikking hebben over een vertrouwens-persoon. Hoe vindt de Minister dat dat nu gaat? Levert dat wat hetbelooft? Wat kan de Minister nog meer doen om de positie van mensendie belaagd worden, die in die moeilijke positie zitten, te beschermen? Ditgebeurt aan publiek gefinancierde instellingen en breder binnen OCW,want we zien het ook in de wetenschap en in de media, en ook in de sport,die onder VWS valt.We zien ook steeds vaker dat organisaties die in de problemen komenonderzoeksbureaus inschakelen, die vaak geen certificaat hebben, die nietaltijd een deugdelijke onderzoeksopzet hanteren of aan minimumkwaliteit-seisen voldoen. Maar ze doen wel persoonsgericht onderzoek en ookfeitenonderzoek. Ik heb dit ook al bij het wetenschapsdebat gevraagd: hetis echt hard nodig dat hier minimumeisen voor komen. We overwegenhierover bij het OCW-begrotingsdebat een motie in te dienen, met devraag of publiek gefinancierde instellingen nog wel met zo’n onderzoeks-bureau in zee moeten gaan, vaak ook omdat de organisaties hiermee tijdkopen en zichzelf ontslaan van de verplichting om daadwerkelijk maatre-gelen te nemen.Tot slot zien we ook in deze sector vaststellingsovereenkomsten insituaties waarin de sociale veiligheid in het geding is, met finale kwijtingen een zwijgclausule. We maken ons hier zorgen over, want daarmee koopje ook stilte. Moet dit wel mogelijk zijn? Wordt dit nu niet te vaak ingezet?Wil de Minister hierop reflecteren? En is de Minister, aangezien dit zocentraal staat in zijn beleidsterrein, voornemens om nog andere initia-tieven te ontplooien om mensen in de sector beter te beschermen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan lijkt het woord nu aan mevrouw Van Zanten, maar wegaan eerst naar mevrouw Beckerman in verband met de begrotings-volgorde. Mevrouw Beckerman van de SP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13823 Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen met een persoonlijke anekdote. Eenpaar jaar geleden was ik op vakantie. Het was de eerste dag. Ik was ergopgetogen en we stonden bij een tankstation. Op dat moment voelde iktranen. Mijn geliefde keek er verschrikt bij. «Wat is er aan de hand?» Ik konhet niet direct verklaren. Maar wat was het geval? Er was een nummer opde radio dat ik voor het laatst had gehoord tijdens de uitvaart van eennaaste. Je kunt denken, en misschien zijn er mensen die dat doen, «diemevrouw is te emotioneel». Ik kan je vertellen dat ik privé bijna nooit huil,maar dat is eigenlijk niet waar dit over gaat. Dit gaat erover dat muziek,kunst en cultuur je kunnen raken, verwacht en onverwacht. En wie hier isniet ooit geraakt door muziek, kunst, cultuur? Wie heeft niet een lied, eenboek, een beeld dat onlosmakelijk is verbonden met die ene grote liefde ofdat ene grote verlies?We kunnen het vandaag gaan hebben over cijfers, over percentages, overde economische waarde, over het bnp en over allerhande afkortingen, enover begrotingsdiscipline, maar eigenlijk is dat niet waar het vandaagover gaat. Het zijn kunst en cultuur die ons mens maken, die ons het leedlaten zien en die het leed verzachten, ons keihard confronteren met dewereld en ons soms laten ontsnappen aan deze harteloze wereld. Dezecoalitie kiest voor keiharde bezuinigingen op cultuur en dat getuigt wat deSP betreft van kortzichtig bestuur. De combinatie van btw-verhoging,directe bezuinigingen vanuit het ministerie en bezuinigingen via degemeenten zullen een spoor van vernieling trekken.Voorzitter. Toen ik dit weekend deze begrotingsbehandeling zat voor tebereiden, overviel mij een gevoel van zinloosheid dat mij ook tijdens ditdebat weer overvalt. Wekenlang zitten we hier al begrotingen te behan-delen en elke begroting opnieuw zien we coalitiepartijen die een beetjezielig zitten te sputteren dat zij het ook allemaal niet leuk vinden, en diestommetje spelen over welke bezuinigingen door welke andere partij zijnbedacht. Maar aan het einde van de dag verandert er geen enkele klap. Ende clubs die zeiden dat dit een extraparlementair kabinet zou zijn en dat erheus ook ruimte zou zijn voor de Kamer om slecht beleid tegen te houden:het blijkt gewoon een leugen. Zelfs een simpel verzoek om eerst nog evengoed te kijken wat de impact zal zijn van de btw-verhoging is al te veelgevraagd.Voorzitter. Dat gevoel van zinloosheid overvalt me ook als ik vandaag decoalitiepartijen hoor, maar tegelijkertijd maakt het ook strijdbaar. Ik wil eenaantal punten eruit halen. Laat ik beginnen bij de spreiding van geld voorcultuur over de regio’s. Ik heb het even opgezocht: zowel D66, BBB,PvdA-GroenLinks, ChristenUnie als zojuist ook het CDA hebben devolgende anekdote weleens gebruikt in een debat over cultuur. Ik heb hetnatuurlijk over de anekdote over Churchill, die tijdens de TweedeWereldoorlog zou hebben gezegd «waar vechten we dan nog voor?» toener werd voorgesteld om geld af te halen van de cultuurbegroting en overte hevelen naar de oorlogskas. Hij blijkt deze uitspraak nooit zelf tehebben gedaan, maar dat maakt niet uit, want het is een mooi citaat. Ikwilde het even aanhalen omdat de BBB de uitspraak ook aanhaalde, nietde vorige keer – dat was het CDA – maar de keer daarvoor. De vorige keerdat er cultuursubsidies werden uitgedeeld, schreef de BBB: eerlijkverdelen is blijkbaar best een kunst. Deze ronde zien we eigenlijk precieshetzelfde. Mijn vraag aan de BBB is dus: waar vecht u nog voor? Als hetde vorige keer zo erg was dat de regio’s zo hard werden gepakt, als devorige keer Churchill erbij werd gehaald om dat punt te maken, wat is hetu dan deze ronde waard? Laten we even kijken. Waar er € 3,03 wordtuitgegeven aan Drenthe, € 4,58 aan Zeeland en € 8,86 aan Flevoland, gaater € 86,02 naar Noord-Holland. Uiteraard hebben de instellingen inNoord-Holland een functie voor heel Nederland. Tegelijkertijd is dezeuitkomst toch geheel onwenselijk? Wat gaat het kabinet hieraan doen?Wat gaan de coalitiepartijen eraan doen? Telt elke regio of niet? Wordt deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13824 SPUK D13, het geld voor cultuur in zogenaamde witte vlekken, ookdoorgezet? Wat betekenen deze bezuinigingen voor gemeenten die nu alarmer zijn?Voorzitter. Wat is het effect van deze opeenstapeling van bezuinigingen?Erkent de Minister dat juist de mensen met een krappere beurs detoegang tot kunst en cultuur wordt ontzegd? We zagen het onder Rutte Ien we zien het nu opnieuw. Wanneer de VVD en PVV samenwerken, komter een frontale aanval op kunst en cultuur. Waarom, vraag ik aan diepartijen, zien ze het als elitair, als linkse hobby? Wat er gebeurt is precieshet tegenovergestelde. Kunst en cultuur worden een elitaire hobby als jemensen met lagere inkomens uitsluit. Wat is het effect als je bezuinigt opde mogelijkheden voor basisscholen om kinderen al jong kennis te latenmaken met cultuur? Wie zal er het hardst geraakt worden door diebtw-verhoging?Voorzitter. De coalitie denkt dat ze Jenga speelt en dat ze er rustig wathoutjes uit kunnen trekken. Maar u speelt domino. U trapt cruciale stenenom en zet de val van veel meer in werking. De combinatie van deverhoging van de btw, waarmee we de op een na hoogste van Europakrijgen, de bezuinigingen op cultuur, de bezuinigingen op gemeenten enalle andere maatregelen, maakt dat niet een paar steentjes, maar een heelbouwwerk kan vallen. 2,3 miljoen minder mensen naar het museum. 1,5miljoen minder mensen naar festivals. 150.000 minder mensen lid van debibliotheek. 900.000 minder mensen naar een podium. Is dat ondoordachtof is het kwade opzet? En herkent het kabinet dat juist kleinere instellingenharder worden geraakt?Mijn tijd is al bijna om. De spreektijd is beperkt, dus ik laat voorstellenover aan de tweede termijn. Tot slot zou ik de Minister willen vragen: haddeze Minister ooit voor mogelijk kunnen houden dat hij de sloper vankunst en cultuur zou worden, de nieuwe Halbe Zijlstra? Maak niet allesvan waarde weerloos.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Zanten van de BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank u wel, voorzitter. Bij het eerste politieke debat na het weekend, wil ikallereerst stilstaan bij de gruwelijke gebeurtenissen van de afgelopendagen in mijn woonplaats, Amsterdam. Dat het zo ver gekomen is in ditland is schokkend, maar helaas niet verrassend. Velen hebben hier keer opkeer voor gewaarschuwd: grijp in, want incidenten zijn al snel geenincidenten meer, maar structurele Jodenhaat.Ook binnen de culturele sector is sprake van toenemend antisemitisme.Joodse organisaties en culturele instellingen hebben in Nederland intoenemende mate moeite om locaties te huren voor congressen enevenementen. Zo weigerde de stichting Amare in Den Haag begin oktobervorig jaar, nog voor de pogrom in Israël, een ruimte te verhuren aan hetCIDI. Ook had de Rode Hoed in Amsterdam daags na de pogrom ineensgrote moeite met het CIDI en wilde het een verkiezingsdebat afzeggen.Begin vorige maand nog werd een feest ter ere van de slachtoffers vanhet Nova-festival drie dagen van tevoren gecanceld door de Supperclub.Ook locaties als de RAI en DeLaMar durven geen Joodse evenementen tehosten uit angst voor represailles van de andere kant. Bij eerdere vragenaan de toenmalige Staatssecretaris van Cultuur gaf ik nog meervoorbeelden, zoals het verstoorde concert van Lenny Kuhr en deuitblijvende veroordeling daarvan vanuit de sector. De slappe reactie vande toenmalige Staatssecretaris wekte grote woede onder eenmeerderheid in dit huis. Hierbij vraag ik de Minister wat hij momenteeldoet tegen antisemitisme binnen de culturele sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13825 Voorzitter. Los van deze diepe schande zijn er nog vele andere onder-werpen die we vandaag moeten bespreken. Voor BBB is het zeerbelangrijk om culturele tradities te faciliteren en in stand te houden.Daarom dienen cultuursubsidies evenredig te worden verdeeld overNederland. Mijn motie hierover, ingediend tijdens de OCW-begroting voor2024, werd ruim aangenomen.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb hier in mijn termijn ook een vraag over gesteld. De BBB haalde inde vorige subsidieronde een anekdote of vermeende uitspraak vanWinston Churchill aan: «Wat is er nog om voor te vechten als je bezuinigtop cultuur?» Dat is natuurlijk een hele mooie uitspraak. We zien nuopnieuw dat de regionale spreiding echt dramatisch uitpakt: € 3 voorDrenthe tegenover € 86 voor Noord-Holland. Is er bij BBB, in tegenstellingtot de andere coalitiepartijen, wél direct ruimte om daar iets aan te doenen te zorgen dat er ook geïnvesteerd wordt in Drenthe, Flevoland enZeeland?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik begrijp de vraag van mevrouw Beckerman zeer goed, want ditonderwerp was inderdaad al heel belangrijk voor mijn collega Van derPlas. Die heeft destijds de uitspraak van Churchill aangehaald. Het is voorons nog steeds belangrijk. Zoals ik net ook noemde, heb ik daar nota benezelf in januari een motie voor ingediend tijdens de begroting van 2024. Dieis breed aangenomen door de Kamer. Ik vind het zelf dus ook – dat staatook verderop in mijn bijdrage – onbestaanbaar dat de bijdrage voorcultuur per persoon in de provincie Drenthe op € 3 uitkomt en inNoord-Holland, of in Amsterdam of zo, op ruim 28 keer zo veel. Ik snap ditdus heel goed. Ik heb daar zelf ook vragen over. Ik weet dat we inderdaadte maken hebben met een budget. We moeten bezuinigen. Anderecollega’s van coalitiepartijen hebben dit ook al aangegeven. Dit isniemands keus. Niemand wil dit. Dit doet pijn. Maar ik ben welbenieuwd... Ik vind dit ook heel vervelend. Ik vind het ook echt niet uit teleggen dat er, ondanks alle aangenomen moties van mij en anderen, tochniet naar gekeken is in deze periode. Ik zou de Minister ook willen vragenom te kijken wat er nog wel mogelijk is.De voorzitter:De heer Van Houwelingen heeft ook nog een vraag.De heer Van Houwelingen (FVD):We zijn het er helemaal over eens: de verdeling van de cultuursubsidies isongelofelijk ongelijk. Noord-Holland krijgt bijvoorbeeld tien keer meer danNoord-Brabant. Mevrouw Van Zanten van de BBB en heel veel partijenwillen daar inderdaad wat aan doen, maar het lukt niet. Zou het een ideezijn om met een wat radicalere oplossing te komen en de cultuurpot, dienu landelijk wordt verdeeld, aan de provincies te geven op basis vaninwonersaantallen? Het probleem is dan, denk ik, gelijk opgelost. Hoe kijktde BBB daartegen aan?Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank voor de vraag. Ja, dat zou best een optie kunnen zijn. Ik moet daarwat langer over nadenken. Ik ben ook benieuwd wat de Minister hieroverzegt. Hij draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. Ik vind het heel goeddat partijen met alternatieven komen. Voor ons is het namelijk ook zeerbelangrijk dat het gewoon evenrediger verdeeld wordt. Het kan wel zo zijndat de meeste culturele instellingen van waarde nou eenmaal in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13826 Randstad zitten, maar voor ons – mevrouw Hertzberger zei dat net ook –maakt de vestigingsplaats uit.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor het antwoord. Ik begrijp dat ik u hiermee overval en dat u ernog even over moet nadenken. Dat begrijp ik. Maar stel dat het maar nietopgelost wordt, ondanks alle moties die u hierover indient. Is het idee datik nu opwerp dan iets wat de BBB zou willen overwegen?Mevrouw Van Zanten (BBB):Absoluut. Ik denk dat we hier absoluut over moeten nadenken en moetenpraten met elkaar, om te kijken wat er wél mogelijk is. Want dit is gewoonheel oneerlijk.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Van Zanten (BBB):Het is een goede zaak dat geografische spreiding als criterium is meege-nomen in de culturele basisinfrastructuur, maar we zien hier niet zo veelvan terug. In de periode 2025–2028 is namelijk nog steeds bijna de helftvan de instellingen die geld krijgen, gevestigd in Amsterdam, Rotterdamof Den Haag. In enkele provincies zit totaal geen groei in het aantalBIS-instellingen. Het voorbeeld van de provincie Drenthe is al veelvuldiggenoemd. Graag een reactie van de Minister op de vraag waarom deverschillen tussen provincies zo ongelofelijk groot zijn.In de stukken zit ook het antwoord op mijn eerdergenoemde motie overeen evenredige verdeling van cultuursubsidies over Nederland. Daarinwordt gesuggereerd dat spreiding niet alleen gaat over de vestigings-plaats. Wat BBB betreft is dit een semantisch spelletje, om zo datgenewaar door de Kamer om wordt gevraagd, te omzeilen. Want als hetzoveelste gezelschap uit Amsterdam een keer de provincie in trekt, noemik dat geen «geografische spreiding». Het is wat BBB betreft essentieel dathet nieuwe cultuurstelsel regionale wortels krijgt. De vestigingsplaats isdaarbij een belangrijke factor. Een sterke cultuur begint namelijk metregionale verankering.Hierbij wijs ik ook op het advies van de Raad voor Cultuur. Die benadruktnamelijk dat rijksgeld nu vooral gaat naar plekken waar het aanbod alsterk is. Dus hoewel er in het hele land culturele initiatieven zijn, krijgendie door de onevenwichtige inzet van rijksgeld vaak niet de kans om totontwikkeling te komen. In grote steden zijn er meer musea, theaters enmuziekpodia, terwijl er veel minder voorzieningen zijn in kleineregemeenten en landelijke regio’s. Dit leidt tot een kloof in cultureledeelname.In de beantwoording op het rapport lezen we ...De voorzitter:Sorry, de heer Krul heeft een interruptie.De heer Krul (CDA):Ik begrijp het gewoon even niet meer. Eerst zei de woordvoerder van dePVV, mevrouw Van der Velde, dat het beter en eerlijker moet. Toen zeidenmevrouw Van der Wal en mevrouw Hertzberger dat ook, namelijk dat despreiding goed moet zijn; laat ik het zo zeggen. Toen dacht ik: nou zal hetde BBB wel zijn die daar helemaal niks van wil. Maar nu hoor ik mevrouwVan Zanten zeggen dat ze het ook belangrijk vinden. Hoe kan het dan zijndat er vier coalitiepartijen zijn die ongeveer hetzelfde zeggen, maar diewat anders gaan doen? Of ze gaan niks doen; het gaat in ieder geval nietde goede kant op. Dit is toch echt supereenvoudig op te lossen, lijkt mijzo. Want het is geen kleine Kamermeerderheid die hier een grootTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13827 probleem in ziet; eigenlijk is er unanimiteit, met de VVD die een beetjegenuanceerder kijkt. Kan mevrouw Van Zanten mij dan aangeven waar hetprobleem zit?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik vind het een heel terechte vraag van de heer Krul: nee, dat weet ik ookniet. Want wij zijn hier heel duidelijk over geweest. Het staat in onsregeerprogramma en we hebben daar moties over ingediend. Wij zijn hierdus heel duidelijk over en de andere coalitiepartijen zijn dat ook. Dus ikhoor ook graag waar dit toch niet helemaal goed lijkt te gaan.De voorzitter:Mevrouw Van der Wal heeft ook een vraag.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik heb eigenlijk dezelfde vraag die ik ook aan mevrouw Hertzberger hebgesteld. Hoe kijkt mevrouw Van Zanten naar de kwestie van de stand-plaatsen? Er zijn zelfs instellingen in de Randstad die alleen in de regiovoorstellingen hebben en eigenlijk zelden in de Randstad; daar staat danalleen hun huis en daarom krijgen ze daar subsidie. Hoe kijkt mevrouwVan Zanten daarnaar? Het gaat immers niet alleen over waar je stand-plaats is en waar je de subsidie krijgt, maar juist ook over waar devoorstellingen zelf plaatsvinden.Mevrouw Van Zanten (BBB):Zoals ik net al een beetje in mijn betoog aangaf, ben ik het daar niethelemaal mee eens. Wij vinden wel degelijk belangrijk wat de vestigings-plaats is. Als provincie ben je namelijk veel meer betrokken als het ook bijjou in de eigen omgeving gebeurt. Zoals mevrouw Hertzberger net ook alaangaf, is het toch anders als je in je eigen omgeving een theater hebt ofeen ander cultureel initiatief, zoals een poppodium. Dat maakt uit.De voorzitter:U heeft geen interrupties meer, maar laat ik iedereen een extra interruptiegeven.Mevrouw Van der Wal (VVD):Daar ben ik het vanzelfsprekend helemaal mee eens. Ik heb het over degezelschappen. Dat is wat anders.Mevrouw Van Zanten (BBB):Kan mevrouw Van der Wal haar vraag nog een keer verduidelijken?Mevrouw Van der Wal (VVD):Er is een verschil tussen de standplaats en de gezelschappen. Er zijn heelveel gezelschappen die wel een standplaats in de Randstad hebben, maarwel door het hele land reizen. Dat is mijn punt. Dat is wat anders dan detheaters. Daar ben ik het mee eens. Tuurlijk wil je het liefst dat iederegemeente een eigen theater heeft. Sterker nog, toen ik tien jaar geleden –oma vertelt – wethouder was in mijn eigen gemeente Harderwijk, warenwe er al mee bezig om dat goed op orde te hebben. Dat zijn enormeuitdagingen, juist voor de gemeente. Daar ben ik het mee eens. Mij gaathet om de gezelschappen, die rondreizen en toevalligerwijs alleen hunhuis – dat is niet hun theater maar hun kantoor – bijvoorbeeld inAmsterdam hebben staan, terwijl zij amper in de Randstad maar juist inde regio optreden.Mevrouw Van Zanten (BBB):Zoals ik net al in mijn bijdrage aangaf, is het geen geografische spreidingals het zoveelste gezelschap uit Amsterdam een keer de provincie intrektTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13828 of alleen maar de provincie intrekt. Want een vestigingsplaats maaktgewoon uit. Het nieuwe cultuurstelsel moet regionale wortels krijgen.De voorzitter:Was u klaar met uw betoog?Mevrouw Van Zanten (BBB):Nee.De voorzitter:Dan kunt u verder. O, neem me niet kwalijk, meneer Mohandis. Ik had uwvraag gemist.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Overigens zijn er instellingen buiten de regio die ook waarschuwen vooreen verschraling van instellingen in de Randstad. Het is dus nog ietscomplexer dan het lijkt.Dan nog even een concrete vraag aan de BBB, want we kunnen wellichtnog iets betekenen vandaag. Om maar een voorbeeld te noemen: we zienhoeveel podiuminstellingen uit de regio omvallen als ze niet wordengeholpen. Die positief geadviseerde instellingen vallen om zonder hulp.De vraag aan de BBB is dan heel concreet. U bent de partij van de regio.Gaan we dan iets concreets doen, al is het maar omdat wethouders onsallemaal hebben aangeschreven als het gaat om die groep van 59? Zijzeggen: kijk extra naar de regionale instellingen en kijk naar hun regionaleimpact. Dat kunnen ook instellingen zijn uit de Randstad. Zij roepen onseigenlijk op: oké, structureel geld is misschien moeilijk, maar laten wevoor 2025 samen de handschoen oppakken. Het zijn heel veel wethoudersdie ons hebben aangeschreven, die zeggen: kabinet, laten we dit samenoplossen.De voorzitter:En uw vraag is?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Is mevrouw Van Zanten bereid om dat stapje te zetten?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik heb al een paar geprobeerd te zeggen dat we gebonden zijn aan eenbepaalde begroting. Binnen die begroting zijn er afwegingen gemaakt.Ergens vraag ik me natuurlijk ook wel af waarom er bijvoorbeeld niet totdie evenredige regionale verdeling is gekomen. Maar goed, ik wil eerstgraag horen van de Minister waarom dit is gekomen zoals het nu is enwat er eventueel nog gedaan kan worden. Ik weet wel dat we er geenextra geld vanuit een ander ministerie bij gaan krijgen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik was gebleven bij de beantwoording van de vragen over het rapport.Daarin lezen we dat uiterlijk medio 2027 helder moet zijn hoe het bestel erper 2029 uitziet. Ik vraag de Minister om vaart te zetten achter het procesom toch zo snel mogelijk te komen tot vernieuwing van het cultuurstelsel.Hoe denkt hij zelf de kloof in culturele deelname tussen stad en regio tekunnen dichten? We wijzen hier ook op het belang van samenwerking metverschillende overheden, en niet alleen voor de korte termijn, maar juistook voor de toekomst.Voorzitter. Net als in veel andere sectoren wijzen we ook hierbij op delasten. Dit punt is ook al eerder genoemd. De huidige transactiekosten enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13829 administratieve lasten van dit stelsel zijn simpelweg te hoog. Hierbij danook de vraag aan de Minister hoe deze in een toekomstig bestel verlaagdkunnen worden. We zien daarnaast dat de rijksmiddelen voor vernieuwingen verbreding een eerste positief effect hebben gehad in bijvoorbeeldDrenthe en Friesland. Deze middelen zijn belangrijk voor de zogenaamdewitte vlekken in de culturele infrastructuur. De regio’s moeten op kortetermijn weten of ze ook in de aankomende periode van deze zogenoemdewittevlekkenregeling gebruik kunnen maken. Concreet: komt er eencontinuering van deze middelen, al dan niet via het Provinciefonds, en, zoja, wanneer volgt hiervan een formele bevestiging? Graag een reactie.Tot slot diversiteit en inclusie. Dat is een ander element van mijneerdergenoemde motie. Ik wil hier duidelijkheid geven over onzeintenties. Onze kritiek was en is dat cultuur in zichzelf van waarde is enniet via beleid politiek gemaakt moet worden. We waken voor identiteits-denken, wanneer dit te sterk de nadruk legt op zaken als etniciteit,geslacht en seksuele geaardheid. Iedereen mag zichzelf zijn, zonder eendwingende woke-ideologie, die iedereen in een hokje wil duwen. Voor deperiode 2025–2028 is aan instellingen gevraagd de Code Diversiteit &Inclusie te onderschrijven en hierop te reflecteren, ook al was het formeelgeen verplichting. Kan de Minister toelichten in hoeverre de gehanteerdedefinitie toch heeft geleid tot vergaand identiteitsdenken?Tot zover.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Helemaal eens. Die woke-ideologie is ons ook een doorn in het oog. Maarwat denkt de BBB dan van die wokevlaggen – je ziet ze vaak – die bij deingang van instellingen hangen, zoals bij een museum? Wat vindt BBBdaarvan?Mevrouw Van Zanten (BBB):Daar zijn wij ook geen voorstander van.De voorzitter:Mevrouw Beckerman heeft ook een vraag.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, maar niet over vlaggen. Dit is de vierde coalitiepartij die nu gesprokenheeft. Ik vraag me echt af wat we hier aan het doen zijn. Oprecht. Dit is dezesde begroting die ik behandel. Elke keer zie je zo’n rondje «o ja, nee, ditis niemands keus; dit wil niemand». Dit zei BBB net ook. «Deze begrotingverarmt ons land cultureel, maar dit is niemands keus; dit wil niemand.»Wat zijn die woorden waard? Ik vraag me echt oprecht af wat we hier aanhet doen zijn. In de vorige ronde zeiden we nog: we gaan geen geld uit deCultuurbegroting halen en naar de oorlogskas storten. Dat was die mooieChurchillquote, die niet helemaal van Churchill blijkt te zijn. Maar wat isdat nog waard als we nu elke keer, elke maandag, elke dinsdag, elkewoensdag, elke donderdag, hier komen debatteren en er aan het eind vande dag helemaal niks verandert? Mijn vraag aan BBB is eigenlijk: ziet zewel wat ze aanricht met dit beleid en is ze enigszins bereid om hier eenheel klein beetje voor te gaan vechten? Het minste wat je kunt doen, istoch om eerst eens even heel, heel goed na te denken voordat je dit doetmet de btw? Daarmee vragen we u helemaal niet om heel hard te gaanstrijden en het uit andere begrotingen te gaan halen, maar om er in iedergeval voor te strijden om eerst eens goed te gaan kijken voordat je zó’nkaalslag pleegt. Dan kan ik wijzen naar andere landen die het negenmaanden lang hebben ingevoerd en dat in blinde paniek moestenterugdraaien, omdat ze een kaalslag in kunst en cultuur teweegbrachten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13830 Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik begrijp dat de SP vooral blijft inhakken op de btw-verhogingen. Ik hebnet als de andere coalitiepartners al eerder aangegeven dat dat niemandskeuze is. Ik snap ook dat dat tot irritatie leidt.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Punt van orde, voorzitter. Ik erger me hieraan. Ik ben ook lid geweest vaneen coalitiepartij. Sta voor je keuzes. Sta voor je keuzes!Mevrouw Van Zanten (BBB):Als u me nou even laat uitpraten...De voorzitter:Meneer Mohandis... Meneer Mohandis!De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik kan er heel slecht tegen dat er wordt gezegd: niemand vindt dit leuk;niemand staat erachter. Dat is onzin! Dit besluit is gewoon genomen.Mevrouw Van Zanten (BBB):Nee. Nee, niemand vindt dit leuk. Maar daarnaast...De voorzitter:Ik ga even ingrijpen. Dit is geen punt van orde. Mevrouw Beckerman hadeen vraag gesteld en mevrouw Van Zanten gaat die nu beantwoorden.Mevrouw Van Zanten (BBB):Om mijn antwoord verder te vervolgen waar ik net werd geïnterrumpeerd:wij verlichten wel de lasten voor werkende middeninkomens. Weverbeteren de koopkracht. Je maakt keuzes. Ergens ga je nu toch eenbeetje geld teruggeven aan mensen, zodat zij zelf kunnen bepalen wat zemet dat geld doen. Als ze dat besteden aan cultuur, dan besteden ze dataan cultuur, en als ze er liever iets anders mee doen, dan is dat ook aanhen. Het is dus echt niet zo dat we alleen maar geld weghalen bij mensen.We hebben bij het maken van deze begroting heel hard ons best gedaanom mensen ook lastenverlichting te bieden. Wat ook al eerder is gezegd,is dat we ook kritisch kijken naar de kosten van het systeem, bijvoorbeelddie superdure administratieve kosten die erbij komen in de culturelesector. Mevrouw Van der Wal had het ook al over dat systeem. Zij vroeg alom te kijken of we dat kunnen vereenvoudigen en aan die kant lastenver-lichting voor de sector kunnen bieden.De voorzitter:De heer Krul heeft ook een vraag.De heer Krul (CDA):Ik heb echt het idee dat we tegen een muur aan het praten zijn, maar ik gahet toch maar weer proberen, dan maar via de lijn van de inhoud.Misschien komen we daar dan een beetje uit. Mevrouw Van Zanten zegt:we zijn gebonden aan de begroting. Die moet trouwens nog behandeldworden. Ik weet dus niet hoe erg mevrouw Van Zanten de Kameronderschat, want wíj hebben het budgetrecht. Het kabinet is gebondenaan wat de Kamer wil, zou ik willen zeggen. Maar goed, dan toch eenvraag over de inhoud. Ik heb altijd sterk gepleit voor het blijven verhogenvan accijns op tabak, want het is ongezond en als je de accijns op tabakverhoogt, gaan er minder mensen roken. Het levert ook wat geld op. Ditkabinet is het eerste kabinet sinds jaren dat roken weer relatief goedkopermaakt. De woordvoerder van BBB zei altijd tegen mij: nee, we kunnen deaccijns op tabak niet verhogen, want dan gaan mensen de grens over. Alsje de btw of de accijns op producten verhoogt, krijg je weglekeffecten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13831 Hoe gaat mevrouw Van Zanten dat in de culturele sector voorkomen? Hoegaat mevrouw Van Zanten ervoor zorgen dat mensen hun peuterboekenniet over de grens gaan kopen en voorstellingen niet over de grens gaanbijwonen? Is dat niet een te groot risico? Moet er niet eerst onderzoekkomen naar de grenseffecten van de verhoging van de btw op cultuur?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik vraag me af of mensen peuterboeken in Duitsland gaan kopen. Ik denkhet eigenlijk niet. Daar ga ik niet van uit. Ik vraag me ook af of mensen uitalle delen van het land dat gaan doen. Bij de grensregio’s kan ik me ernatuurlijk iets bij voorstellen dat je misschien over de grens naar eentoneelvoorstelling gaat kijken, maar ook dan heb je toch te maken met eentaalbarrière, al zal dat in België minder het geval zijn dan in Duitsland. Ikdenk dat dat minder snel gaat gebeuren dan even over de grens watsloffen peuken en bijvoorbeeld benzine inslaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Houwelingen van Forumvoor Democratie.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. We hebben het vandaag over cultuur en vooral over definanciering van cultuur. Het gaat tenslotte over de Cultuurbegroting. Danvalt op dat in wat we vaak zien als cultuurrijke periodes, de financieringheel decentraal georganiseerd was. Die lag vaak bij regio’s en bij wat wenu het maatschappelijk middenveld noemen, en soms zelfs bij individuen.Ik noem maar even onze zeventiende eeuw, die niet voor niks de GoudenEeuw heet. De Nachtwacht, misschien wel hét cultuurstuk van Nederland,is door de schutterij betaald. Denk ook aan Noord-Italië, waar tijdens derenaissance steden om kunstenaars vochten. Een mooi voorbeeld vind ikook het klassieke Athene, waar liturgieën, bijvoorbeeld een dansoptredenof een theaterstuk – we zouden dat nu «immaterieel erfgoed» noemen –door individuen betaald werden. Nu kom ik dus bij mijn vraag. We zien, endat is ook door andere partijen terecht opgemerkt, dat vandaag de dagalles centraal wordt verdeeld. Die 0,5 miljard waar we het nu over hebben,de begroting van OCW, wordt centraal verdeeld en dat leidt tot ontzet-tende ongelijkheid tussen provincies. Dat is al vaak aangehaald. Noord-Holland krijgt tien keer meer geld per inwoner dan bijvoorbeeld Brabant.Zou het niet een goed idee zijn om, als het dan maar niet lukt om dateerlijker te verdelen, een deel van die pot of voor mijn part die hele potaan de provincies te geven? Dat is mijn eerste vraag aan de Minister en ikheb dat zonet ook in een interruptiedebat tegen mevrouw Van Zantengezegd. Dat kan dan gebeuren op basis van inwoneraantallen. Deprovincies kunnen het geld dan over hun culturele instellingen verdelen.Dat is een beetje analoog aan het debat dat we eerder hadden over NWO.Dat vind ik ook zo’n slechte instelling, want eigenlijk zouden de universi-teiten het onderzoeksgeld moeten verdelen. Ik denk dus dat het decentrali-seren van de financieringsstromen een heel goed idee zou zijn. Dat is mijneerste vraag.Dan mijn tweede vraag, over iets wat ik ook al een paar keer hebopgemerkt. In ieder geval de mensen die wij mogen vertegenwoordigen,en ik denk ook mensen van andere partijen, ergeren zich wild aan hetvermengen van cultuur met politiek en ideologie. Dat gebeurt, en daardraagt de Minister aan bij door instellingen te dwingen om diediversiteits- en inclusiecode te onderschrijven. Dat betekent namelijk:woke. Dat betekent: wokevlaggen voor instellingen. Ze hangen bij hetZeeuws Museum en hier in Den Haag bij theater Diligentia. Dat is storenden dat hoort niet. Dat zijn ideologisch geladen vlaggen en die horen watons betreft niet thuis in cultuurinstellingen. Mijn vraag aan de Minister isdus wat hij daarvan vindt en wat hij daar eventueel aan gaat doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13832 Dan mijn laatste vraag. Ik wil het even opnemen voor een specifiekeinstelling, namelijk Holland Baroque. Dat is een ensemble dat klassiekemuziek maakt. Dat krijgt in de nieuwe bedeling van de gelden helemaalniets. Het is daarbuiten gevallen. Dat geld gaat dan voor een groot deelnaar het Jazz Orchestra. Ik zou toch denken dat we bij cultuur en cultuur-gelden onderscheid moeten maken tussen hoge en lage cultuur. Datbetekent ook dat klassieke cultuur het meest beschermenswaardig is. Wijvinden dat in ieder geval het belangrijkste. Ik heb niks tegen jazz, maarwaarom wordt er niet gekozen voor de barokmuziek en meer specifiekvoor Holland Baroque? Daar is ook al heel veel in geïnvesteerd door hetministerie. Het is dus ook nog eens enorme kapitaalvernietiging. Ik begrijpdeze keuze niet.Tot slot iets wat echt onbegrijpelijk is voor mij. Ik zie in al die subsidie-stromen dat er geld gaat naar debatcentrum De Balie. Daar begrijp ik echthelemaal niks van. Ik vind het sowieso een hele gekke categorie, wantcultuursubsidies gaan naar theatergenootschappen, koren en de opera.Dat begrijp ik allemaal, maar waarom wordt er een debatcentrumgefinancierd? Het publieke debat vindt op heel veel plekken plaats.ProDemos in Den Haag is daar bijvoorbeeld voor een groot deel verant-woordelijk voor. Politieke partijen zijn daar ook verantwoordelijk voor. Datgaat dus via andere subsidies. De media doen dat eigenlijk ook; dan gaathet via de NPO-gelden. Waarom dan debatcentra financieren? Er wordtook nog eens gekozen voor één debatcentrum, namelijk De Balie, dat ooknog eens heel omstreden is, zoals de Minister ongetwijfeld weet. Ik hebdaar al eerder Kamervragen over gesteld. Zij hebben het bijvoorbeeldgepresteerd om een kapotgeschoten Russische tank waarin waarschijnlijkdrie mensen omgekomen zijn, als een soort overwinningstrofee naarAmsterdam te halen. Het is voor mij nog steeds onbegrijpelijk dat datgebeurd is. Het is ontzettend luguber. Daar hebben ze nog NAVO-subsidievoor gebruikt ook. Toen de directeur van het debatcentrum daaropaangesproken werd, ging hij min of meer op de vuist met een journalist.Daar zijn allemaal beelden van; dat is allemaal gebeurd. En nooit excuses,niks. Een directeur van een debatcentrum gaat dus fysiek in debat, metgeweld, en dan ga je dat debatcentrum financieren! Daar gaat drie tonnaartoe. We hebben het vandaag over de centen en het is heel karig in decultuursector. Ik zou hier graag een inhoudelijk antwoord op willenhebben. Ik begrijp de procedure en ik weet dat het op advies van de Raadvoor Cultuur gebeurt, maar dat interesseert me niet. Hier wordt eenpolitieke afweging gemaakt. Waarom krijgt dat debatcentrum, dat zoomstreden is, drie ton en bijvoorbeeld Holland Baroque, dat wij een warmhart toedragen, niks? Die keuze is voor ons onbegrijpelijk.Dat waren mijn drie vragen, voorzitter. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Dat brengt ons aan het einde van de eerste termijn van deKamer. We gaan schorsen tot 12.30 uur, zodat de Minister de beant-woording kan voorbereiden, en we combineren dat met de lunch.De vergadering wordt van 11.55 uur tot 12.33 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan weer verder met het debat over cultuur. DeMinister is weer tevoorschijn gekomen en gaat antwoord geven op degestelde vragen. Graag stilte zodat de Minister zijn antwoorden kangeven. Misschien kan de Minister eerst even aangeven welke blokjes hijgaat behandelen.Minister Bruins:Voorzitter, dank u wel. Ik spreek graag een paar algemene woorden endaarna zal ik de blokjes benoemen. Maar eerst wil ik u een alternatiefTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13833 bieden voor de Churchill-anekdote. Die horen we nu zo vaak langskomen.Ik wil u een alternatief bieden. We moeten naar een nieuwe anekdote. Wegaan terug naar 17 april 1969. Toen werd in de Amerikaanse Senaatgesproken over fundamentele wetenschap en het nut van een deeltjesver-sneller. Richard Nixon was toen net drie maanden president. SenatorPastore vroeg in de Senaat het volgende aan Robert Wilson, de directeurvan het Fermilab. Wat heeft die fundamentele wetenschap nou voor zin?Is er iets in deze projecten dat ons competitief maakt ten opzichte van deRussen? Is er iets waarmee we ons land kunnen verdedigen? Toen zeiRobert Wilson: «Nou, weet u, u moet het zo zien. Het is dezelfde vraag als:zijn we goede schilders, goede beeldhouwers, geweldige dichters? Ikbedoel al die dingen die we koesteren en eren in ons land. In die zin heefthet alles te maken met het verdedigen van ons land. Het gaat er niet omdat we in staat zijn het land te verdedigen, maar dat het het waard is onsland te verdedigen.» 17 april 1969. Het heeft ongeveer dezelfde lading alsde anekdote van Churchill. Het verschil is dat deze echt is gebeurd. Danhebben we een nieuw verhaal met elkaar.De voorzitter:Voordat de Minister verdergaat; ik ben even vergeten af te spreken met deKamer hoeveel interrupties we hanteren. Ik wilde er zes toestaan, maardan wel op voorwaarde dat de inleidingen kort zijn. Anders redden we hetniet. Korte vragen dus. Dan kunnen we er zes toestaan.Minister Bruins:Vorige week reikte ik de Johannes Vermeerprijs uit aan Marit Törnqvist,kinderboekenschrijfster en illustrator. Met die staatsprijs zetten we onzeexcellente kunstenaars echt in de schijnwerpers. Daar mogen we heeltrots op zijn. Maar ik denk ook aan Elisabeth Hetherington, aan wie ik deNederlandse Muziekprijs mocht uitreiken in oktober. Ik denk ook aan TonKoopman, die onlangs nog een belangrijke Franse onderscheiding kreeg.Hij werd benoemd tot Commandeur des Arts et des Lettres. Ik ben laatstnog naar zijn jubileumconcert geweest. Vanwege zijn 80ste verjaardagheeft hij een jubileumtour. Het was geweldig om daarbij te mogen zijn. Aldie prijzen van zo veel excellente kunstenaars bevestigen de rol die kunstin al haar kleuren, vormen en klanken speelt in onze samenleving. Kunst iseen uitdrukking van vrijheid en van schoonheid en is een klankbord vande grote verscheidenheid aan stemmen in onze samenleving. Sommigenvan u zeiden ook al dat cultuur ons vormt als gemeenschap. Het begint inde samenleving. Cultuur is waar we samenkomen, wat we samen delenen wat ons samen vormt. Sommigen van u hebben ook al gewezen op deeconomische waarde van de creatieve sector, de cultuursector. Die sectorbiedt ons niet alleen vermaak en inspiratie, maar draagt ook substantieelbij aan onze economie. De toegevoegde waarde is 3,4% van het bbp, enbijna een op de twintig banen komt uit deze sector. De Nederlandsecultuursector is een banenmotor. Dat mogen we nooit vergeten. Cultuur isniet alleen maar mooi. Zij is ook heel erg belangrijk, op vele manieren.Vandaag bespreek ik met u de cultuurbegroting. Die gaat over een enormehoeveelheid onderwerpen. Dat hebben we in de eerste termijn van deKamer gehoord: bibliotheken, film, podiumkunsten, beeldende kunsten,musea, erfgoed. Over dat laatste hebben we een week of drie geleden almet elkaar gesproken. Vandaag staan we ook stil bij het scharniermoment,1 januari 2025, de start van de nieuwe BIS-periode, van een vierjarigesubsidie voor de culturele basisinfrastructuur.De rijkscultuurfondsen hebben bekendgemaakt 302 organisaties meerjarigte ondersteunen. Ook gemeenten en provincies dragen in hoge mate bijaan ons culturele landschap. Dat betreft gesubsidieerde kunst, maar wemoeten beseffen dat die vanwege de kruisbestuiving van groot belang isvoor de enorme hoeveelheid ongesubsidieerde cultuur en kunst. Laten weniet vergeten dat de cultuursector economisch gezien 25 keer groter isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13834 dan het door OCW gesubsidieerde deel. We praten hier dus over eenvliegwiel voor die economische motor. Een vijfentwintigste deel van decultuursector wordt door OCW gefinancierd.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):De Minister spreekt hier heel mooie woorden over cultuur. Dat heb ik hemmeer horen doen. Ik zou bijna een fan worden, ware het niet dat hij eenheel grote kaalslag in de cultuursector aan het veroorzaken is. We hebbenhier te maken met bezuinigingen. Ik zei het al: feitelijk is dit een «HalbeZijlstra 2.0», want ze zijn twee keer zo groot als destijds. Ik wacht eigenlijkop het moment dat de Minister daar ook verantwoordelijkheid voorneemt.Minister Bruins:Dat doe ik graag. Ik heb zo meteen een heel blokje financieel; dan kom iker uitgebreid op terug.De voorzitter:Misschien is het handig als u even de blokjes opnoemt. Dan kunnen deKamerleden zich daarop voorbereiden.Minister Bruins:Heel goed. Het eerste blokje gaat over de BIS en alles wat daaruitvoortkomt. Het tweede blokje gaat over bibliotheken en het derde blokjeover fair pay. Het vierde blokje is het blokje financieel, en dan heb ik nogwat overige zaken die niet onbelangrijk, maar wel wat kleiner zijn. Aan heteind zal ik nog een appreciatie geven van een amendement dat isingediend.De voorzitter:Maar niet dan nadat mevrouw Rooderkerk nog een vraag heeft gesteld.Mevrouw Rooderkerk (D66):Sorry hoor, maar ik vroeg de Minister net om verantwoordelijkheid tenemen voor de enorme bezuinigingen die hier over de cultuursectorworden uitgestort. Volgens mij heeft hij daar iedereen hier over horenpraten, onder meer over de btw-verhoging, maar ook over de anderebezuinigingen. En dan krijg ik als antwoord «er komt een blokje finan-cieel»? Nee, ik wil gewoon een antwoord op mijn vraag.Minister Bruins:Dat is geen enkel probleem, want de Kamer is de baas.Dit kabinet heeft keuzes gemaakt. Toen ik Minister werd, wist ik welkekeuzes dat waren, want die heb ik in het hoofdlijnenakkoord zien staan.Daarmee ben ik dus ook eigenaar van de keuzes die gemaakt zijn. Dewerkelijkheid is dat een stapeling van een aantal belastingmaatregeleningrijpt op de cultuursector. De belangrijkste daarvan is de btw-maatregel.Overigens staan daar zowel een koopkrachtverbetering voor de middenin-komens tegenover als een ondersteuning van groepen in de knel en hettegengaan van de stijging van armoede. Die combinatie van keuzes kan ikdragen, en daarmee ben ik eigenaar van die keuzes. Waarom is die tedragen? Dat komt niet alleen doordat ik deze uitruil van btw metkoopkracht kan begrijpen, maar ook doordat op 10 miljoen na – dat isminder dan 1% van de cultuurbegroting – alle middelen die door deafgelopen twee kabinetten extra in de cultuursector zijn geïnvesteerdvolledig in stand blijven. Onder Rutte III is er 80 miljoen structureel extrageïnvesteerd in cultuur. Onder Rutte IV is er 170 miljoen structureelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13835 geïnvesteerd in onder andere de BIS, fair pay en bibliotheken. Er is ookincidenteel geld geïnvesteerd. En dan heb ik het nog niet over de 3 miljarddie de cultuursector in de coronaperiode heeft gekregen om te overleven:2 miljard van OCW en 1 miljard van andere departementen, vanuit degenerieke regelingen. Het is belangrijk om te zien dat de kwart miljard dieer voor cultuur bij is gekomen structureel overeind is gebleven. Nietsdaarvan is weggegaan. Daarmee gaat er gelukkig nog steeds een hoopgeld naar de culturele sector. Dat zijn, denk ik, voldoende woorden omduidelijk te maken dat ik mij eigenaar voel van de financiële keuzes die ditkabinet heeft gemaakt.De voorzitter:Toch geeft het voor mevrouw Rooderkerk aanleiding om nog een vraag testellen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Nu gebeurt weer hetzelfde als we al eerder zagen gebeuren bij deOnderwijsportefeuille. De Minister gaat een niet-wegbezuinigde inves-tering van een vorig kabinet als een investering presenteren. Dat is tochbizar? Dat is toch geen verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat hiereen hele grote bezuiniging in de vorm van onder meer een btw-verhogingwordt doorgevoerd? Ik maak daar echt bezwaar tegen.Minister Bruins:Dat is ook het goed recht van de volksvertegenwoordiger. Ik snap de zorgook. Die zorg wil ik ook omarmen. Tegelijkertijd vraagt mevrouwRooderkerk of ik wil uitleggen op welke manier ik dit kan ondersteunen.Op deze manier zeg ik: dit zijn keuzes die ik begrijp en kan ondersteunen,waar ik Minister van kan zijn en die ik kan uitvoeren. Er gaat gelukkig eenhoop geld naar cultuur. We bezuinigen niet aan de uitgavenkant, maar eris inderdaad een stapeling van maatregelen. Het gaat dan niet alleen omde btw, maar we praten dan ook over de giftenaftrek voor bedrijven en dekansspelbelasting. Het is een stapeling van maatregelen die heel naaruitpakt, niet alleen voor de cultuursector, maar ook voor andere sectoren,waaronder de sportsector. Dat is zoals dat is. Die keuze begrijp ik en kan ikook dragen. Op deze manier zit ik hier.De voorzitter:De heer Mohandis heeft ook een vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Wat zijn de woorden van deze Minister waard als hij zelf schetst dat heelveel gemaakte keuzes heel veel impact gaan hebben? Hij staat aan dewieg van een ontwikkeling die heel negatief gaat uitpakken voor hetverdienmodel, voor het aantal instellingen en voor de manier waaropgemeenten zich verantwoordelijk blijven voelen om de grootste financierte zijn. Mijn simpele vraag is als volgt. Als dit allemaal ware woordenzouden zijn, waarom wil deze Minister dan de impact van de maatregelenniet weten? Waarom wilt u niet weten wat het doet in de regio? Waaromwilt u niet weten hoeveel instellingen er omvallen? Waarom wilt u nietweten hoeveel minder museabezoekers en bibliotheekabonnementen erzullen zijn? Ik kan nog wel doorgaan, maar het zou u sieren als u dan ookzegt: «Ik ben Minister van Cultuur en Media. Ik wil het weten en ik ga eralles aan doen om vooraf te kijken wat de impact is, zodat ik kanbijsturen.» Waarom wilt u dat niet?Minister Bruins:Zoals ik drie weken geleden in het erfgoeddebat ook heb gezegd, is eenimpactanalyse met heel veel onzekerheden omgeven. Ik begrijp de zorgendie er leven rondom de effecten van de btw-verhoging. We wetenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13836 allemaal dat verschillende brancheverenigingen berekeningen hebbenaangeleverd over de verwachte impact, waaronder Kunsten ’92. Maar watdie effecten precies zijn, is vooraf gewoon heel moeilijk vast te stellen. HetCPB heeft uitspraken gedaan over de effectiviteit en doeltreffendheid vanbtw als instrument. Dat er effecten zullen zijn, kunnen we op basis vancijfers en ervaringen uit het verleden wel aannemen, maar preciesberekenen wat die effecten zijn, is buitengewoon ingewikkeld. Ik heb nietde rekenmeesters van Financiën in huis, maar zelfs al had ik ze in huis,dan is het nog steeds met grote onzekerheden omgeven.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Deze Minister draait er gewoon omheen. De Minister gedraagt zich als eentoeschouwer van het eigen beleid. Het is gewoon bizar, alsof u niet zelfaan de lat staat om een onderzoek uit te laten voeren. U zou kunnenzeggen: goh, ik ben verantwoordelijk voor Media en Cultuur en een grootdeel van de impact van de btw-verhoging slaat op mijn ministerie, dus ikben verantwoordelijk. U kunt dan echt wel een onderzoek laten doen. Hetgaat er niet om of Financiën dat moet doen. Het gaat erom of u datbelangrijk vindt, of u dat wilt, of het u menens is dat die impact doorslaatin de regio, op de boekenverkoop, op het aantal abonnees, op het aantalbezoekers. Als u het serieus meent, kunt u niet duiken en doen alsof het uoverkomt. U staat aan de lat. U kunt een stap zetten. Het is een politiekekeuze.De voorzitter:Ik sta niet aan de lat maar de Minister.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Via u richting de Minister, uiteraard.De voorzitter:De Minister.Minister Bruins:Ik sta aan de lat. Dat is inderdaad zo. Hoewel de verantwoordelijkheidvoor belastingen bij een ander ministerie ligt, erken ik volledig deverantwoordelijkheid voor de effecten van de maatregel. Ik heb aluitgelegd wat ertegenover staat aan lastenverlichting en koopkrachtverbe-tering, waardoor ik het kan dragen. Tegelijkertijd is het totaal aan effectenonduidelijk en onzeker. Het is inderdaad wel zo dat er verschillenderapporten liggen van verschillende brancheorganisaties. Ik noemde alKunsten ’92. Ik kan wel toezeggen dat ik kijk in hoeverre die berekeningennauwkeurig zijn en welke gedragseffecten daarin zitten. In die zin zou ik deberekeningen van bijvoorbeeld Kunsten ’92 extern kunnen laten validerenom te kijken of we daaruit de impact op de cultuursector kunnenberekenen, en welke nauwkeurigheid en gedragseffecten daarin zitten. Datis iets wat ik aan mijn kant zou kunnen doen. Aan de kant van OCW zou ikzo’n rapport extern kunnen laten valideren om te kijken in hoeverre deeffecten berekenbaar zijn en met welke nauwkeurigheid, en om te kijkenwat die cijfers ons precies zeggen. Dat zou ik kunnen aanbieden.De voorzitter:Op welke termijn zou u dat kunnen doen?Minister Bruins:Dat vind ik heel ingewikkeld, want ik zal eerst iemand moeten vinden diedat extern valideert.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13837 Ik zou de Minister willen vragen – ik zie dit als een handreiking – of we ditergens in het eerste kwartaal kunnen krijgen, inderdaad op basis van deoverzichten die er al zijn. Ik noem de cijfers van de museumkoepel en vande bibliotheekkoepel. Ik kan nog wel even doorgaan met de afzonderlijkecijfers die wij als Kamer gepresenteerd hebben gekregen. Het gaat om deimpact op cultuur en media. Ik zou dat echt betrekken op uw ministerie,zodat wij een beter beeld krijgen van de impact. Betrek daarbij voor mijnpart alle rapporten; dan voeren we een fair gesprek met elkaar. Als u datdoet, dan gaan we daar straks in de tweede termijn op door via een motie.Minister Bruins:Improviserend, maar wel met enige ervaring met hoe je dit soortonderzoeken laat doen, durf ik Q1 toe te zeggen. Als het niet op 1 januarihoeft te zijn, maar ook op een ander moment in Q1 mag, dan durf ik dataan. En de btw-maatregel gaat ook pas het jaar daarop in, dus dan hebbenwe nog een discussie te voeren.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Bruins:Ik noemde al de 302 organisaties die de rijkscultuurfondsen meerjarigzullen ondersteunen. Ook vanuit de BIS, vanuit mijn ministerie, heb ikbesloten om 115 instellingen een rijkssubsidie toe te kennen. Al dezeinstellingen zijn belangrijke pijlers voor het culturele leven in ons land.Ik heb op mijn begroting financiële ruimte gevonden om een eerlijkebeloning van kunstenaars mogelijk te maken, de zogeheten fair pay. Daarkom ik straks nog op terug.Er was in uw commissie ook ruime aandacht voor spreiding van cultuurover het land. Daar zal ik uitgebreid op ingaan. Wel zeg ik nu al dat meerdan de helft van de BIS-instellingen zich bevindt buiten een van de driegrote steden. Als we instellingen met een landelijke ondersteunings-functie buiten beschouwing laten, komt dat aandeel zelfs op 70%. 70% vande instellingen bevindt zich buiten de drie grote gemeenten. De fondsenhonoreren relatief meer aanvragen buiten de grote steden. We hebben alstappen gezet en we blijven dat doen, maar we zien dat de slagingskansvan BIS-aanvragen buiten de drie grote steden echt fors hoger is dandaarbinnen. Ik durf dus wel te zeggen dat de afgelopen ronde wat betreftregioverdeling beter heeft gefunctioneerd dan de ronde daarvoor. Dat waseen opdracht van de Kamer, dus daar is ook bewust aandacht aanbesteed. Wanneer is het genoeg? Uiteindelijk gaat de Kamer daarnatuurlijk over. Maar het is duidelijk meer naar de regio verschoven. Opde plekken waar je meer instellingen hebt, is het aantal instellingen dat nubuiten de boot valt groter. Dat is altijd de zure kant van het verhaal.Er werd al gememoreerd dat de toekomst van de klassieke muziek mijzorgen baart. Ik zag dat een complete sector tot stilstand dreigde tekomen. Daarom heb ik jaarlijks een bedrag van 1,9 miljoen euro vrijge-maakt om talentontwikkeling in de klassieke muziek te behouden. Maar ikheb breder aandacht voor talent. Ieder kind moet in contact komen metkunst en cultuur, want hoe mooi is het om zo gevormd te worden en eentalent in jezelf te ontdekken? Kortom, we zetten ook veel in op cultuuredu-catie. Daar zal ik straks extra op ingaan, met name rondom leesbevor-dering, waar onder anderen mevrouw Van der Wal en de heer Krul naarvroegen.Daarmee heb ik denk ik mijn algemene inleiding wel gehad. Ik heb mijnblokjes genoemd. Dan ga ik dus aan de slag met blokje één: de BIS. Er zijnheel veel vragen gesteld over de BIS. Ik heb een dik pakket aan aanteke-ningen. De Raad voor Cultuur heeft mij advies gegeven en ik heb dieadviezen overgenomen. Het uitgangspunt voor mijn beantwoording is alsvolgt. De vorige Kamer en het vorige kabinet hebben een proces ingericht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13838 Dat is besproken met uw Kamer. Er zijn regels afgesproken. Dat proces isdoorlopen. Daar is een advies uit voortgekomen van de fondsen en deRaad voor Cultuur. Ik heb dat advies overgenomen. Daarmee is dat wat ergebeurt. Daarop ingrijpen zie ik als politieke inmenging in de cultuur. Daarben ik buitengewoon huiverig voor.De voorzitter:Dat leidt tot een vraag van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank voor de beantwoording, maar daar zijn wij het absoluut niet meeeens. Het is juist de taak van de Minister om politieke afwegingen temaken. Nu wordt het afgeschoven op adviesinstellingen. Maar vindt deMinister niet dat het juist zijn taak is – ik zou bijna zeggen dat hij «ervoorbetaald krijgt» – om politieke afwegingen te maken? Wat is de politiek dannog? Dan leef je in een technocratie, zou ik bijna zeggen.Minister Bruins:Hier botsen wellicht onze maatschappijbeschouwingen. Ik ben eenMinister die zichzelf ziet als hoeder van grondwettelijke vrijheden,grondrechten en de rechtsstaat. Ik ben buitengewoon huiverig wanneereen politicus – niet de politiek, maar een politicus, zoals ik – zou willeningrijpen in bijvoorbeeld de academische vrijheid, de persvrijheid, deonafhankelijke journalistiek, het vrije woord en het vrije debat, of zouzeggen wat goede of minder goede kunst en wetenschap is. Ik heb erzeker een mening over. Ik heb smaak. Sommige dingen vind ik mooi enandere dingen vind ik lelijk. Maar als politicus wil ik er echt voor zorgendat ik tijdens mijn ambtstermijn niet ga vinden dat het ene beter ofbelangrijker is dan het andere. Nee, dat hou ik juist buiten de politiek. Heelbewust heb ik het besluit genomen op basis van het advies zoals de Raadvoor Cultuur mij dat heeft gegeven.De heer Van Houwelingen (FVD):Toch nog één vraag dan, omdat dit wel een principieel punt is. Zovervaagt namelijk de politiek. Dit soort debatten hebben ook weinig zinmeer als de Minister na het advies van de experts en de Raad voorCultuur – dat is het dan – gewoon doorgaat en het er niet meer toe doetwat wij er verder van vinden. Waar blijven dan de politieke keuzes? Ook inhet cultuurbeleid draait het niet om censuur, of voor mijn part om jeindividuele smaak. De Minister zegt net zelf dat er te veel werd bezuinigdop klassieke muziek. Er wordt nu een politieke keuze gemaakt en er gaatextra geld naar klassieke muziek. Dat is een politieke keuze. Het is wat mijbetreft een hele goede keuze, dus gefeliciteerd aan de Minister. Ik noemdeook het voorbeeld van De Balie. Hoe kun je daar geld aan uitgeven? Watons betreft moeten we het advies van de Raad voor Cultuur op dit puntniet volgen. Wij doen ons werk en maken dan een politieke afweging,bijvoorbeeld dat het geld eerder ergens anders naartoe moet, of wat danook. Maar de Minister zegt in feite: ik trek me helemaal terug en ik laat deambtenaren en experts alles besluiten. Waarom voeren we dan nog ditsoort debatten? Dat heeft dan toch geen zin meer?Minister Bruins:Gelukkig heeft het heel veel zin. Ik zie het politieke proces zo dat vooraf depolitiek, en dus ook de Kamer, de kaders bepaalt van het proces dat wemet z’n allen doorlopen. Binnenkort moeten we aan de slag met deleerpunten van de BIS-periode die nu aanbreekt. We moeten nadenkenwat dat nou betekent qua aanpassingen, verbeteringen en versimpelingenvoor de nieuwe BIS-periode. Dus vooraf worden de kaders bepaald. Daarheeft de politiek alle invloed op. Hoe wegen we geografische spreiding?Wegen we diversiteit wel of niet mee? Wat vinden we belangrijke enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13839 misschien minder belangrijke kunstvormen? Daar kan je vooraf allerleikaders aan meegeven. Achteraf heeft de Kamer budgetrecht. Daar zijn wehier ook voor samen. Het gaat hier om de Cultuurbegroting. Er zijn ookamendementen mogelijk. Er kan van alles. Als een Kamermeerderheideen amendement indient en er opeens geld ergens anders naartoe gaat, isdat een politieke werkelijkheid die ik niet kan veranderen. Vooraf wordenkaders bepaald en de Kamer heeft altijd budgetrecht, maar daartussen ziteen proces waarvan ik het heel belangrijk vind dat ik me daar als politicusniet mee bemoei.Het specifieke punt van de talentontwikkeling in de klassieke muziek hebik niet aangewezen omdat ik een liefhebber van klassieke muziek ben. Alshet hiphop was geweest en het dezelfde kenmerken had gehad, namelijkdat er een hele sector aan talentontwikkeling volledig weggeslagen dreigtte worden, waardoor de toestroom naar de professionele sector volledigverdwijnt, was het niet anders geweest. Binnen de sector is gesignaleerddat daar een weeffout zat in de beoordeling en in het systeem. Daar heb iknaar geluisterd, los van welk muziekgenre het ook is. Op grond vangeluiden uit de sector heb ik gezegd: oké, als alles daar wegvalt, moetdaar iets gerepareerd worden. Toen heb ik alle hoeken van twee fondsenen van het ministerie doorzocht om te kijken of er nog ergens centenlagen. Nu is alles leeggeschraapt. Daarmee hebben we het nog kunnenredden. Maar ik ben buitengewoon huiverig voor enige vorm van politiekeinmenging, behalve aan het begin, wanneer de kaders bepaald worden,en aan het einde, wanneer de hoeveelheid geld daadwerkelijk wordtvastgesteld via het budgetrecht.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten heeft ook een vraag.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ja, ik wil eigenlijk even doorvragen op de vraag van de heer VanHouwelingen. Ik heb geluisterd naar de antwoorden van de Minister. Zegthij nu dat het voor ons eigenlijk helemaal geen zin heeft om moties in tedienen, omdat hij die toch naast zich neerlegt? Kunnen we dus alleen ietsbetekenen door een amendement, een wetswijziging, in te dienen?Minister Bruins:Meer in het algemeen: moties moeten altijd ingediend kunnen worden enzijn een duidelijk signaal van de Kamer, waarvan je als Minister nietzomaar kunt zeggen: die bestaan niet. Amendementen zijn natuurlijk echteen begrotingswerkelijkheid, maar moties zijn ook een werkelijkheid; diezijn een belangrijke boodschap van de Kamer aan de Minister. Daar moetik ook iets mee. Het ligt er dus wel heel erg aan wat er in zo’n motie staat,maar die zie ik natuurlijk graag tegemoet.De voorzitter:Bij de indiening van de moties gaat de Minister een oordeel geven, dusdat komt nog. Had u nog een vraag, mevrouw Van Zanten?Mevrouw Van Zanten (BBB):Ja, ik had zeker nog een vraag. Als een motie een meerderheid haalt in deKamer, dan moet de Minister die toch in principe uitvoeren, tenzij dat echtabsoluut niet kan?Minister Bruins:Laat ik een voorbeeld geven om het misschien wat te verhelderen. Als ereen motie zou zijn die zegt «help individuele instelling X, want wij vindendat daar geld naartoe moet», dan kan ik die motie niet zomaar uitvoeren.Ik heb namelijk niet zomaar geld. Als er geld verschoven moet worden,dan gebeurt dat vaak met een amendement. Maar het is buitengewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13840 lastig om zomaar één individuele instelling te helpen die lager op debeoordelingslijst staat dan een hoger beoordeelde instelling waar welgeld naartoe gaat. Dat zou dan namelijk politieke inmenging zijn. Eenmotie is een boodschap aan de Minister. Ik kan mijn best doen om die uitte voeren, maar of dat mogelijk is, kan ik eigenlijk alleen maar appreciërenals ik de motie lees en weet wat daarin staat.Dan de BIS. Er waren veel vragen over de geografische spreiding. Ik hebdaar in mijn inleidende tekst al iets over gezegd. Ik heb het kaartje met deverschillende, mooie tinten groen ook gezien. Ik begrijp de vraag en ikbegrijp dus ook waar die vandaan komt, maar er zit een verhaal achter datkaartje. Is het bijvoorbeeld wel fair dat in dat kaartje de rijksmusea wordenmeegenomen? Die kan je immers niet anders over het land verdelen. Diestaan waar ze staan. Dat zijn ook instellingen met een wettelijke taak enverantwoordelijkheid voor een rijkscollectie. Er is door uw Kamer algepraat over de vestigingsplaats van een instelling. Dat is niet altijd deplaats waar projecten worden uitgevoerd of te zien zijn. Veel instellingenhebben een landelijke dekking omdat ze door het hele land reizen. Er isook gepraat over de toon en de geur die bepaalde gezelschappen met zichmeebrengen, maar uiteindelijk is een boek, film, theatervoorstelling ofontwerp niet gehouden aan één plek. Je moet dus oppassen met datkaartje. Het is ook van belang om breder te kijken dan alleen de BIS en devierjarige subsidies van de fondsen. Ik zei al dat de OCW-subsidie voorcultuur een vijfentwintigste is van al het geld dat we in Nederland aancultuur besteden. Ook via de fondsen worden projecten over het hele landondersteund. Rijksmiddelen gaan ook naar monumenten, cultuureducatie,archieven, bibliotheken et cetera.Dus ja, er zijn verschillen en er is een concentratie van BIS-middelen in hetwesten, maar meer in het algemeen zie je dat kunst en cultuur zichconcentreren in grotere steden. In de provincie Drenthe zien we bijvoor-beeld dat de stad Groningen een grote magneet is als het gaat omculturele instellingen. Groningen is qua inwoneraantal dan ook drie keerzo groot als Assen. De afstand Groningen-Assen is net zo groot als deafstand tussen Almere en Amsterdam, dus zoals iemand uit Almere naarAmsterdam gaat, kan iemand uit Assen naar Groningen gaan. Dat isongeveer hetzelfde. Je moet dus niet alleen kijken naar provinciegrenzen,maar ook naar de vraag of kunst en cultuur voor iedereen bereikbaar zijn.Daarbij zie je over het algemeen dat zich dat concentreert in grote steden.De voorzitter:De heer Krul heeft een vraag.De heer Krul (CDA):Ja, dat grote instellingen, of überhaupt voorzieningen, naar grootstede-lijke gebieden trekken, wordt nu als een soort natuurfenomeen neergezet,maar dat heeft natuurlijk een reden. Dat ligt niet binnen de begroting vanOCW, maar dat is natuurlijk een veel groter probleem. Maar goed, ik hadwel een beetje verwacht dat de Minister aan zou geven dat het allemaalwel meevalt of genuanceerd in elkaar steekt. Als we hier iets aan willendoen, denk ik dat het goed is om ongeveer dezelfde ambitie te hebben. Ikheb de volgende vraag aan de Minister. Hij zei in zijn inleiding bijnanuancerend dat maar 30% van de instellingen zich bevindt in de G3. Is dateen aantal waarvan de Minister zegt: dat vind ik eigenlijk wel schappelijk?Minister Bruins:Ik heb daar eigenlijk niet echt een mening over. Ik vind het ook niet typischiets voor een politicus om dat goed of fout te vinden. Het is zoals het is.We kunnen met kaderstelling, met zo’n BIS bijvoorbeeld, vooraf zeggendat de geografische spreiding nog sterker moet meewegen dan de vorigekeer. De Kamer heeft de Minister de vorige keer de boodschap meege-geven dat de geografische spreiding moet meewegen. Dat is gebeurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13841 Daardoor zien we nu dat van de ingediende aanvragen inderdaad meerbuiten de grote steden zijn toegekend dan de vorige keer. Procentueel zienwe dat buiten de drie grote gemeenten 73% is gehonoreerd. Deslagingskans bij de BIS is dus fors hoger geworden buiten de drie grotegemeenten. Dat is een ontwikkeling die de Kamer als positief apprecieert,want dat was ook de boodschap die de Kamer de vorige keer heeftmeegegeven aan het kabinet. Als de Kamer dat nog meer wil, dan kan zede volgende keer ervoor kiezen om dat nog zwaarder mee te wegen. Datis de kaderstelling waar de Kamer aan zet is voor de periode 2029 enverder.De heer Krul (CDA):«Het is zoals het is» heb ik eerder gehoord vandaag. Daar leg ik mij tochwat minder makkelijk bij neer. De Minister zegt dus: ik heb er eigenlijkgeen mening over dat 30% gaat naar instellingen in de G3, waar ongeveer2 miljoen mensen wonen, terwijl de andere 16 miljoen mensen het moetdoen met de resterende 70%. Dat is natuurlijk precies het probleem. 30%van alle instellingen op 18 miljoen mensen is namelijk meer dan 6. Je ziethier dus vrij duidelijk wat het probleem is. De vraag is alleen of we metelkaar vinden dat hier iets aan moet veranderen. Ik hoor de Ministerklip-en-klaar zeggen «nee, ik zie het; het is zoals het is en de Kamer kanover heel veel jaren, als er überhaupt geen cultuur meer in de regio is» –ik zeg het maar even zwartgallig – «weer een eigen afweging maken». Alshet kabinet de ambitie niet onderstreept dat we – ook als het geen geldkost, zeg ik maar even tegen de coalitiepartijen – stappen moeten makenom die verschillen te dichten, dan praten we niet alleen onderling tegeneen muur, maar ook in gesprek met de Minister. Ik vraag hem dusnogmaals: vindt u echt dat er niks aan de hand is als de verdeling is dat30% van de instellingen ongeveer 2 miljoen mensen bedient, terwijl 70%van de instellingen de rest van het land moet bedienen? Ik vind datinherent niet eerlijk verdeeld.Minister Bruins:Wat ik kan doen, is samen met de Kamer een proces ontwerpen waarbij jede geografische spreiding laat meewegen. Dat is de afgelopen periodegebeurd. Het resultaat daarvan was dat je als instelling binnen de driegrote gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam uiteindelijk 50% kanshad op honorering, zo blijkt nu. Als instelling buiten de drie grotegemeenten had je 73% kans op honorering. Daarmee hebben instellingenbuiten de drie grote gemeenten een groot gewicht gekregen. Dat is ookwat de Kamer mij of mijn ambtsvoorganger heeft gevraagd te organi-seren. Dat is gebeurd. Buiten de Randstad heb je duidelijk meer kans opgeld uit de BIS dan wanneer je in de Randstad zit. Dat was een wens vande Kamer. Daarmee is de wens van de Kamer uitgevoerd. Dat kan eenvolgende keer nog zwaarder meetellen. Dan moet het kader wordenaangepast. Maar voor deze keer is het wat het is en leg ik mij neer bij hetadvies dat daar dan uit voortkomt, op basis van het kader dat door deKamer is voorgesteld. Maar we weten ook dat er een financiële impuls isom ook hierin de regio nog verder te bevorderen. Er is een impuls van 2miljoen per jaar voor de culturele infrastructuur in Friesland, Drenthe,Overijssel, Flevoland, Limburg en Zeeland, juist omdat daar mindercultuurmiddelen zijn. Er is nog niet over besloten hoe dat verdergaat en ofdie impuls van 2 miljoen per jaar wordt voortgezet. Als ik van de Kamerhet signaal krijg «zet dat voort en blijf die provincies bevoordelen met dieextra middelen», dan ben ik bereid om daarnaar te kijken.De voorzitter:Een vraag van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13842 Volgens mij is het vanzelfsprekend dat de Minister van de Kamer hetsignaal heeft gekregen om dat vooral voort te zetten, al is het maar omdatde stapeling van maatregelen ook lokaal en provinciaal hard zal landen indiezelfde regio. Daar gaat mijn vraag over. Als we bijvoorbeeld kijken naarhet onderdeel opera, zien we in die BIS-toekenningen ook dat bijvoor-beeld Opera Zuid dreigt te verdwijnen uit het hele plaatje. Wat doet deMinister dan? Dat is dus niet bemoeien met de inhoud, maar gewoonbekijken wat de aanpak is geweest en zien wat voor effecten dat heeft, ookspecifiek op de regio. Wat gaat u dan doen? Gaat u toekijken? Of gaat uervan uit dat de SPUK’s hun werk gaan doen? Die gelden overigens nietvoor alle regio’s. Hoe zit dat?Minister Bruins:Opera Zuid is veel langsgekomen in de eerste termijn van uw Kamer. Er isook duidelijk geworden dat ik voor Opera Zuid 1,9 miljoen per jaarbeschikbaar heb. Dit bedrag was vooraf vastgelegd in de regeling; dat wasmet uw Kamer besproken. Die 1,9 miljoen per jaar is al flink meer dan inde periode daarvoor. Het is van 1,4 naar 1,0 en weer naar 1,4 gegaan,meen ik, en nu dus naar 1,9. Er gaat dus meer geld naar Opera Zuid dan invoorgaande perioden. Dat is mooi, maar het blijft natuurlijk een beperktbudget. De procedure is zorgvuldig verlopen volgens de kaders zoals dievooraf met uw Kamer zijn besproken. Ik vind het dan ook belangrijk datwe zorgvuldig omgaan met die uitkomst. Die budgetten zomaar herver-delen, zoals mevrouw Van der Wal voorstelde, is voor mij geen optie,omdat ik vind dat je als politiek vooraf de kaderstelling helder moethebben en dan achteraf wel budgetrecht hebt, maar dat je de proceduredie daartussen zit moet respecteren.De voorzitter:Er zijn een heleboel interrupties. U heeft geen interrupties meer.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee, ik laat dat over aan de collega’s. Ik wil alleen even kijken of we...De voorzitter:Als het een interruptie is, reken ik het als interruptie.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee, nee, het is geen interruptie. Ik wil gewoon even iets checken.De voorzitter:Maar u gaat wel iets zeggen nu.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dan ga ik niks zeggen. Het gaat over de toezegging over de SPUK’s. Dat ishet enige.De voorzitter:We doen de toezeggingen helemaal aan het eind. Dan kunt u daar even opterugkomen. Ik heb een heleboel vingers gezien. Ik begin met mevrouwHertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik begrijp wat de Minister hier zegt en dat het toekenningspercentagebuiten de G3 hoger was. Maar er waren ook regio’s die überhaupt nietmochten meedingen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over Zeeland.Middelburg ligt toch echt wel anderhalf uur rijden van Rotterdam en heeftdus eigenlijk helemaal geen geld meer vanuit de BIS voor het Theaterpro-ductiehuis. Hetzelfde geldt voor Flevoland en Drenthe. Als je helemaal nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13843 kan meedoen, is het toekenningspercentage 0%. Hoe kan het nou dat dieregels zo streng zijn?Minister Bruins:In het proces zoals dat door het vorige kabinet met de Kamer isbesproken, is per kunstsoort, per cultuursoort, een beperkt aantal positiesafgesproken binnen de smalle OCW-BIS, zal ik maar even zeggen, en eenbepaald aantal posities binnen de rijkscultuurfondsen. Dat aantal bepaaltuiteindelijk het aantal instellingen dat je kunt financieren. Dat is nietmeteen een verbod voor bepaalde provincies, maar je hebt een beperktaantal, waar je het dan ook over verdeelt. Dan laat je het proces lopen.Dan wordt het beoordeeld. Sommige kunnen dan geld krijgen en anderevallen af. Dat is de manier waarop de regeling is ingericht door mijnambtsvoorgangers, ook in voorgaande periodes. Daar kun je naar kijken –is dat gewenst en kunnen we het anders inrichten? – maar dan moeten wenaar de volgende periode kijken. Op dit moment kan ik niet tijdens hetproces de regels veranderen die vooraf zijn vastgesteld.Mevrouw Hertzberger (NSC):In het antwoord suggereert de Minister dat deze provincies wel eenaanvraag konden indienen, maar dat die zijn afgevallen, maar volgensonze informatie konden deze provincies in z’n geheel niet meedingen bijtheater, hoe goed ze ook waren. Dus moeten ze bij het Fonds Podium-kunsten een aanvraag doen, en daar is veel minder sprake van regionaleerkenning voor de netwerkfunctie en de centrale rol. Als zij wegvallen, endat gaat nu gebeuren voor de komende periode, valt er in die provincieeen heel netwerk om. Wij vinden het lastig uit te leggen dat je niet eensmag meedoen.Minister Bruins:De middelen die vanuit het ministerie aan de BIS worden besteed, zijn erom de basisinfrastructuur op orde te houden. Dat gaat over een aantalinstellingen. We hebben daarnaast natuurlijk ook de musea met rijkscol-lecties en een wettelijke verantwoordelijkheid. Dat is dus een heel stelsel.Daarnaast hebben we de rijkscultuurfondsen. Dat is, als het goed is, éénsysteem dat in elkaar grijpt. Dat is al meer dan voorheen gebeurd, omdatdie processen deze keer ook allemaal parallel liepen qua tijd. Je kunt hetdaardoor ook als één systeem beschouwen. Daardoor kwam bijvoorbeeldook het signaal van de weeffout bij de talentontwikkelingen in de klassiekemuziek naar boven, waarbij een hele sector dreigde te worden wegge-slagen.Je kunt altijd nog terecht bij de zes rijkscultuurfondsen als je niet binnende BIS bent aangewezen, maar de concurrentie daarbij is wel groot.Sommige van die fondsen sturen ook bewust aan op vernieuwing, watbetekent dat er soms nieuwe instroom is. Andere vallen dan dus af. Dat isbest wel heel erg pijnlijk, maar zo werkt het systeem. Ik durf wel te zeggendat er bij de rijkscultuurfondsen niet minder waardering is voor deregionale functie, maar de concurrentie is wel degelijk best fors. Dat is dereden waarom instellingen er inderdaad ook buiten vallen. Maar diekunnen daar altijd bij terecht, overigens ook nog samen met de provinciesen gemeenten. We moeten het beschouwen als een totaalsysteem.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik zou de Minister toch echt willen vragen om dan te kijken wat we nukunnen doen. We constateren nu met z’n allen dat de infrastructuur voortheater niet alle regio’s bereikt. We zien ook dat de BIS in die zin tekort-schiet. Natuurlijk wil ik de Minister vragen om ervoor te zorgen dat er voor2029 – daar gaat het dan namelijk om – geen witte vlekken meer zijn bij deBIS en dat elke provincie over een theaterproductiehuis kan beschikken,maar wat kan er nou in de komende jaren gedaan worden als blijkt dat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13844 soort gezelschappen door deze systeemfout eigenlijk nergensterechtkunnen?Minister Bruins:Kijk, de instellingen konden terecht bij de rijkscultuurfondsen. We hebbenniet alleen de BIS-instellingen; we hebben ook de gemeenten enprovincies. We kunnen op basis van de BIS-toekenningen niet conclu-deren dat er ergens een kaalslag is, omdat de BIS maar een heel kleinstukje is van het totaal aan middelen dat we aan cultuur besteden. Wekunnen ook niet zeggen dat er iets fout is gegaan als we zien dat detoekenningspercentages in de provincie echt beduidend hoger zijn dan inde drie grote steden. Limburg heeft bijvoorbeeld een toekenningsper-centage van 100%, Gelderland van 90% en Friesland van 67%. Dit zijnalleen maar percentages; er moet natuurlijk wel ook een aantal instel-lingen zijn. Je telt niet mee in deze cijfers als er geen aanvraag wordtingediend. Maar uiteindelijk komt de regio er in deze periode goed van af,beter dan in de voorgaande periode en beduidend beter dan de drie grotesteden. Maar als er ergens geen instelling is, dan kan die geen aanvraagindienen. Daar begint het mee.De voorzitter:Mevrouw Van der Velde van de PVV heeft ook een vraag.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik hoorde de Minister een aantal hele interessante dingen zeggen. Teneerste zei de Minister dat hij de adviezen van de Raad voor Cultuurconstant heeft overgenomen. Ten tweede zei hij dat er systeemfoutenbespeurd en opgelost zijn. Ten derde zei hij dat er via moties nooit metgeld wordt geschoven. Nou kan ik u zeggen dat dat alle drie in mijn optiekgewoon niet klopt. De Raad voor Cultuur heeft bijvoorbeeld ook aange-geven dat er eigenlijk meer geld beschikbaar moet worden gesteld voorOpera Zuid, en heeft dit ook aan de Minister gevraagd. Daar is niks meegedaan. De Minister heeft het over bijna 1,9 miljoen die toegekend is.Nou, dat is mooi. Maar zoals ik eerder al aangaf, is er al elf jaar bekend datwat daar gebeurt, gewoon niet toereikend is en dat Opera Zuid gewoonniet aan de BIS-eisen kan blijven voldoen als dit bedrag niet aangepastwordt aan de huidige tijd; laat ik het zo maar zeggen. Ik kom tot mijn punt.Er is een motie van mijn collega geweest om dat op te lossen, waarin ookal met geld werd geschoven. Dat punt klopt dus ook niet. Mijn vraag aande Minister is waarom hij zich wel aan het advies van de Raad voorCultuur houdt, maar niet als er wordt gevraagd om wat aan het kader tedoen. Dat staat namelijk al heel lang heel scheef, geeft de Raad voorCultuur aan.Minister Bruins:De Raad voor Cultuur heeft aangegeven dat als je de ambities van OperaZuid zou willen financieren, ze daarvoor openstaan maar dat er dan meergeld nodig is. Er gaat al meer geld naar Opera Zuid dan in voorgaandeperiodes. De aanvraag die ze hebben gedaan, komt er echt ruim bovenuit.Het gaat om een hoop geld. Dat heb ik niet zomaar op de plank liggen.Opera Zuid heeft heel bewust een aanvraag ingediend die boven hetplafond ligt dat vooraf is vastgesteld. Ze hebben dus ook bewust eengrotere aanvraag gedaan dan er beschikbaar was. Er is niet meer geldbeschikbaar. Dat is hoe het kader vooraf is vastgesteld. Ik heb het adviesvan de Raad voor Cultuur gevolgd. Zij hebben daarin ook wel gezegd dathet mooi zou zijn als er meer geld is. Alleen, ik heb niet meer geld liggen.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik hoor wat de Minister zegt, maar natuurlijk is het wel zo dat Opera Zuidaan bepaalde eisen moet voldoen om überhaupt de BIS toegewezen teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13845 krijgen. Maar om aan die specifieke eisen te voldoen, zullen ze ookdaadwerkelijk moeten krijgen wat zij nu aangevraagd hebben. Loopt datelkaar dus ook niet een beetje in de weg? U zegt nu dat ze meer gevraagdhebben dan ze eigenlijk moeten doen, maar de eisen vanuit de BIS zijnook helder over waar ze aan moeten voldoen.Minister Bruins:Opera Zuid is gevraagd om de plannen aan te passen aan het budget-plafond. Wanneer ze dat doen, dan kunnen ze met die middelen ookdatgene doen waar ze voor bedoeld zijn. Dat heeft verder geen conse-quenties voor hun status.De voorzitter:Er is ook een vraag van mevrouw Van der Wal van de VVD.Mevrouw Van der Wal (VVD):Toch op hetzelfde punt. Voor mij zitten er twee punten van «onrechtvaar-digheid» – zo zou ik het bijna willen noemen – in. Ik sluit aan bij watcollega Van der Velde daarover zei. Aan de ene kant wordt er wel bijna 1,9miljoen verstrekt, maar aan de andere kant kunnen ze daarmee niet aande BIS voldoen. Dat voelt toch vreemd.Mijn tweede punt is als volgt. Ik heb aandacht gevraagd voor herver-deling. Ik begrijp de Minister ongelofelijk goed als hij zegt dat hij nietzomaar nog eens 1,7 miljoen uit de hoge hoed kan toveren. Dat snap ikontzettend goed. I’ve been there. Wat ik ook begrijp is dat er natuurlijk alafspraken zijn gemaakt bij het verdelen. De instellingen die wel naar hungenoegen toebedeeld hebben gekregen, rekenen daar dus op. In die zinsnap ik ook dat de Minister zegt dat je niet kunt herverdelen. Daar is deMinister heel duidelijk in. Maar ik vind dat toch te makkelijk. Bestaat er inde culturele sector dan ook niet zoiets als solidariteit? Het Van GoghMuseum in Amsterdam bijvoorbeeld helpt het Van Gogh in Drenthe bij deaanschaf van een nieuw schilderij van Gogh, omdat Drenthe dat nooitalleen zou kunnen. Het Van Gogh in Amsterdam is vele malen groter enhelpt daar nadrukkelijk bij. Dat doen ze vanuit solidariteit. Dat is ook welhoe ik naar dat herverdelen kijk. Dat is niet keihard zeggen dat er eenx-bedrag van bijvoorbeeld de opera van Amsterdam maar Opera Zuidmoet gaan. Ik snap ook dat dat ingewikkeld ligt en dat we dan weer deopera van Amsterdam in de gordijnen jagen – misschien ook wel terecht.Maar is de Minister bereid om daarover het gesprek te voeren? Is hijbereid om eens te vragen of er bijvoorbeeld kan worden samengewerktmet Amsterdam aan een extra productie voor Opera Zuid? We hebbentoch ook solidariteit in de culturele sector? Waarom hecht ik hier nou zoveel waarde aan? Juist omdat het ook in Limburg over een heelecosysteem gaat. Het theater in Maastricht bijvoorbeeld heeft ook algeprogrammeerd. Het betreft dus niet alleen Opera Zuid zelf, maar isnatuurlijk veel breder dan dat. Dat bedoel ik ook met herverdelen. Ikbedoel dus geen harde kasschuif van middelen, maar het gesprek metelkaar voeren over hoe je binnen de opera in Nederland ervoor kuntzorgen dat niet een deel van de Nederlandse opera omvalt.De voorzitter:De vragen worden erg lang op dit moment. Ik had zes interruptiesbeloofd, maar zo gaan we het niet redden voor 16.00 uur, dus let daar nogeventjes op.Minister Bruins:Ik zal proberen kort te antwoorden, voorzitter. Ik vind het wel heelsympathiek wat mevrouw Van der Wal hier voorstelt. Ze legt ook goed uitdat zomaar schuiven vanuit mijn kant juridisch buitengewoon kwetsbaaris. De regeling is vooraf vastgesteld. Instellingen moeten erop kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13846 vertrouwen dat er in het proces ook aan het subsidieplafond dat isvastgesteld, wordt vastgehouden. Als ik nu zou ingrijpen, zou ik geen blijkgeven van behoorlijk bestuur, maar over samenwerken, solidariteit tonen,dingen samen doen wil ik heel graag het gesprek aangaan. Ik kan best metbeide instellingen, maar ook met de andere, bekijken hoe we ervoorkunnen zorgen dat Limburg en de wijde regio ook voldoende aan huntrekken komen. Dat gesprek kan ik voeren.Dan de andere vragen die gesteld zijn. Hoe kijkt de Minister van OCW naarde 59 instellingen onder de zaaglijn? De zaaglijnvraag is door verschil-lende leden gesteld. Er zijn voor de komende subsidieperiode 170instellingen door het Fonds Podiumkunsten gehonoreerd. Samen is dateen mooi palet, wat ook best mooi over het land is verdeeld. Maar diediscussie zal ik niet weer opentrekken. Er is heel specifiek naar spreidinggekeken, zoals u vooraf heeft gevraagd toen dit proces werd vastgesteld.Daarnaast is het budget voor de huidige periode opgehoogd met 16,7miljoen, om een groot aantal instellingen in de regio te subsidiëren dattoen onder de zaaglijn viel. Er was dus meer geld beschikbaar dan devorige keer. Dat budget is toegevoegd aan het budget van de meerjarigeregeling van het Fonds Podiumkunsten voor de komende vier jaar. Dat dieinstellingen nu onder de zaaglijn vallen, is natuurlijk heel vervelend, maarhet is de uitkomst van het proces dat ik aan u heb beschreven, dat voorafzorgvuldig is vastgesteld en waar meer geld dan voorheen voorbeschikbaar is. Ook hier geldt wat mij betreft dat als we dat met elkaarvooraf afspreken, dit de uitkomst is die er is, met dus meer geld dan devorige keer.Dan een ander punt dat bij de BIS naar voren kwam: het onderwerpdiversiteit en inclusie. PVV, BBB en Forum hebben daarover gesproken.Even heel in het bijzonder noem ik de Stilte, uit Noord-Brabant. Daaroverwas de vraag of die instelling niet voldoende divers en inclusief is. Dan ishet goed om eerst te kijken wat de criteria zijn die bij dit proces een rolhebben gespeeld. Dat zijn vijf criteria: artistieke en inhoudelijke kwaliteit,maatschappelijke betekenis, toegankelijkheid, bedrijfsmatige gezondheiden geografische spreiding. Deze vijf criteria hebben meegespeeld. Datvijfde criterium is indertijd heel expliciet door de Kamer als boodschapmeegegeven. Diversiteit en inclusie zijn dus geen aparte criteria binnenhet proces geweest, maar wel wordt bij de beoordeling van verschillendecriteria gekeken naar hoe er wordt omgegaan met de code die daarovergaat. Dat is ook vastgelegd in de regeling zoals die toen met uw Kamer isbesproken. Het werk dat de Stilte in Brabant doet voor kinderen en voorjongeren, kunnen we denk ik alleen maar waarderen met z’n allen. Ik vindhet fijn dat meerderen van u daar aandacht voor hebben gevraagd. In debeoordeling zijn er opmerkingen geweest over diversiteit en inclusie,maar de raad beoordeelt de plannen: wat wil een gezelschap doen? Hetgaat niet om wat er is, maar om hoe het plan eruitziet. Het is dan ook nietzo dat het inhoudelijke oordeel uiteindelijk onvoldoende werd gevonden.Het heeft ook niet te maken met diversiteit en inclusie. Uiteindelijk ginghet om de artistieke kwaliteit die beoordeeld werd. Dat was doorslag-gevend voor de beoordeling zoals de Stilte die gekregen heeft.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk heeft een vraag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Nog even op het vorige punt, want dat ging opeens heel snel voorbij. Datging over de zaaglijninstellingen, die positief beoordeeld werden maargeen subsidie kregen. Eerder zei de Minister over talentinstellingen: ik heballe hoeken van het ministerie en fondsen doorzocht. Hij heeft echt allesomgekeerd en zijn best gedaan. Dat kan ik enorm waarderen, maar ikvraag mij af waarom hij dat niet ook voor deze instellingen zou doen. Metname gaat het me over de categorie drie, waar het gewoon heel veelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13847 impact voor gaat hebben. Overigens zijn ook juist door de regionalespreiding een aantal erbuiten gevallen, maar dat geldt ook elders in hetland. Kan de Minister niet echt alles in het werk stellen en bij elkaarschrapen, ook hier, om dit mogelijk te maken? Dit zou anders echt eenaderlating zijn voor deze instellingen.Minister Bruins:Ik wil schrapen wat ik kan, maar dit gaat om 40 miljoen. Dat is meer danschrapen. Dat kan ik niet meer schrapen. Het gaat om 10 miljoen per jaar,om deze 59 of 57 instellingen te kunnen redden. Dat ligt in geen enkelehoek binnen mijn ministerie meer verborgen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dan gaat u alles optellen. Komend jaar gaat het om 10 miljoen. Alleen,categorie drie gaat om 3 miljoen. Ik maak het probleem nog wat kleinervoor de Minister, zodat hij hopelijk iets kan doen voor instellingen. Wantdit betekent echt ontzettend veel voor deze instellingen. Als je ook maariets kan doen, zou ik dat proberen, zo zeg ik tegen deze Minister.Minister Bruins:Ik voel me nu best wel aangesproken op mijn sympathie voor decultuursector. Wat ik kan doen, dat wil ik doen. Maar ik ben heel bang omin een debat verwachtingen te wekken die ik niet waar kan maken. Als ikhier of daar nog een enkele euro kan vinden in een hoek en ik zou dat hieruitstralen, denk ik dat ik mensen blij maak die ik niet kan blij maken. Datwil ik niet tijdens een debat doen. Ik wil dus best zeggen: kijk nog eens inal die hoeken; ligt er nog wat, dan kun je nog een heel klein stukje van die59 pakken en kan die zaaglijn nog iets naar beneden. Maar ik ben heelbang dat ik mensen dan al heel snel vreselijk teleurstel als ik hier zouuitstralen dat er nog geld zou zijn. Ik zie dat echt niet. Ik moet structureel10 miljoen bezuinigen op de cultuursector. Om dan te denken dat erergens nog 2 miljoen of 3 miljoen zou liggen... Ik heb geprobeerd om die10 miljoen op zo’n manier te vinden dat het zo weinig mogelijk pijn doet.En het is eigenlijk al pijnlijk. Dan kom je bij loon- en prijsbijstelling en datsoort maatregelen, of dan zeg je: ach, deze regeling is nog niet in ganggezet; weet je, dan verlengen we die niet. Dat soort dingen heb ik kunnendoen. Dat heeft 10 miljoen structureel opgeleverd. Dat zijn dan de minderpijnlijke dingen, maar zelfs die zijn pijnlijk. Ik denk dat nu in een openbaardebat toezeggen dat ik nog eens ga kijken, een verwachting zou wekkendie niet fair zou zijn naar de mensen die toekijken.De voorzitter:Meneer Mohandis heeft een vraag.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik probeer even voor mezelf te ontwarren waar er dan nog wel ruimte zitin het laatste stukje beantwoording van de Minister en waar niet. Als weniets doen, valt het doek. Dan is het gewoon klaar. Volgens mij hebben weer genoeg argumenten over uitgewisseld hoe zonde dat is, hoe datdoorwerkt et cetera. Maar ik wil even wijzen op een brief van wethoudersdie aangeven: wij zien het belang van deze instellingen, ook gezien hunbredere doorwerking en hun functie. Bent u bereid om met hen samen tekijken naar in ieder geval het jaar 2025 als overbruggingsjaar? Natuurlijkvinden we elkaar over een jaar dan weer hier in een nieuw debat om tekijken naar het jaar daarna. Maar bent u bereid om ook uw eigen stempelte drukken op dit onderdeel?Minister Bruins:Ja, nu voel ik me echt aangesproken op mijn liefde voor de sector. Als ikheel diep ga zoeken en kijken, dan kan ik me voorstellen – maar dan drukTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13848 ik me heel voorzichtig uit – dat ik over 2025... De instellingen die erbuitenvallen, hebben recht op frictiekosten. Binnen het ministerie liggen ermiddelen om te financieren dat die instellingen niet in één klap naar nulgaan. We zijn ook verplicht om dat te doen. Dat is onderdeel vanbehoorlijk bestuur. Je moet instellingen de kans geven om af te bouwenwanneer een deel van hun geld, bijvoorbeeld de rijksmiddelen, wegvalt.Die frictiekosten zijn er en die moeten we uitbetalen aan ieder van dezeinstellingen die onder de zaaglijn vallen. Ze krijgen dus geld in 2025, defrictiekosten. Dat is niet veel, maar het is iets. Als het helpt om samen metgemeenten en provincies heel bewust te kijken wat hun rol is bij juist deze59 en of dat bij elkaar opgeteld nog iets kan betekenen voor het jaar 2025,dan kan ik dat gesprek aangaan. Ik ben wel heel bang dat we danuitstralen: je haalt weer een volgende BIS-periode. Die duurt vier jaar. Datis een eind; dat overbrug je niet zomaar. Maar voor 2025 kan ik hetgesprek aangaan over de vraag of er iets te redden valt met de frictie-kosten en hier een daar nog een enkele cent, en dan ook nog vermeerderdmet gemeentelijke en provinciale subsidies. Dat gebeurt dan met eensysteemblik en ook nog met een blik van geografische spreiding. Daar wilik mij voor inspannen, maar ik zeg het op een voorzichtige manier, zodatmensen nu niet denken: o, we worden gered. Want dat is echt niet zo. Datgeld is er niet.De heer Krul (CDA):Ik ga toch even door over de Stiltecasus, als het ware. Ik heb de Ministerhoren spreken over de criteria, maar daarin zit natuurlijk wel iets watwringt. Dat heeft te maken met de vraag of er wel of niet integraleafweging heeft plaatsgevonden. Begrijpt de Minister dat het lastig is omintegraal af te wegen als er een getrapte beoordeling plaatsvindt? Metandere woorden, als je van tevoren niet weet of er regionale spreidingmogelijk is, dan toets je daar natuurlijk ook niet goed op. Nu blijkt achterafdat er in de regio geen jeugdpodiumfunctie meer is, maar met zo’ngetrapte beoordeling weet je dat natuurlijk pas achteraf. Ziet de Ministerdat probleem ook?Minister Bruins:Ik zie wel dat de systeemblik nog niet optimaal is. Dat hebben diversemensen uit de sector mij ook duidelijk gemaakt. Daar wil ik inderdaadnaar kijken: hoe kunnen we die systeemblik er nog meer op hebben? Tenopzichte van de vorige periode is het goed dat we nu alle processen vanindienen en honoreren gesynchroniseerd hebben, maar nog steedskunnen er weeffouten ontstaan, zoals die talentontwikkeling klassiekemuziek, waarbij een hele sector qua talentontwikkeling wordt wegge-vaagd. Dat hoort eigenlijk niet te kunnen gebeuren. Het kan ook zijn dat je,als je meer met een regioblik naar het systeem kijkt, ook dit soort zakenziet. Dat betekent dan natuurlijk niet meteen dat een hele sector wegvalt,maar wel dat iets in een bepaalde regio wegvalt. Die systeemblik kanbeter, denk ik. Die kan geoptimaliseerd worden. Dat is ook een van dedilemma’s waar ik goed over na wil denken wanneer we samen met deKamer gaan nadenken over het inrichten van de BIS 2029 en verder. Ikdenk namelijk dat er ook over mijn verantwoordelijkheid als systeemver-antwoordelijke nog beter nagedacht kan worden, zoals ook het advies vande Raad voor Cultuur en de zes rijkscultuurfondsen vanuit eensysteemblik nog beter kan werken, ook in het proces dat nog moetworden ontworpen. Daar kijk ik dus graag naar.De voorzitter:Dank u. Is het blokje BIS bijna klaar?Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13849 Ik denk dat ik een heel eind ben. Ik probeer te kijken wat er tussen neus enlippen door al beantwoord is. Ik denk dat ik de volgende vier vragen nogvoor u doe.De eerste gaat over de regeldruk. Hoe gaat u regeldruk voor de culturelesector verminderen bij lokale overheden? Ik voer daarover het gesprekmet de medeoverheden. Ook zij zien het belang van het verminderen vanregeldruk. Maar ik werk ook concreet samen met anderen, bijvoorbeeld inde pilot gezamenlijke monitoring. Hierin wordt gezamenlijk het gesprekgevoerd met instellingen die door meerdere overheden worden gesubsi-dieerd, want zij zien dat ze voor iedere overheid weer een nieuwerapportage moeten maken. Dat moet echt beter kunnen, dus ik voerdaarover het gesprek en ik trek samen op met medeoverheden om tekijken hoe we de regeldruk voor de culturele sector kunnen verminderen.Er is ook gesproken over een mogelijke kaderwet cultuur. Dat is eenaanbeveling van de Raad voor Cultuur die samen komt met een adviesom 200 miljoen extra structureel te investeren in de sector. Die 200miljoen heb ik niet. De Raad voor Cultuur heeft ook duidelijk gemaakt:neem dit advies nou integraal over en ga niet aan cherrypicking doen. Datwil ik dan ook niet zomaar doen. Ook gemeenten geven bij mij aan:zonder knaken geen extra taken. Ik wil dus wel oppassen met hier zomaarspreken over plannen voor een kaderwet. Ik zie wel dat er behoefte is aanduidelijke afstemming tussen Rijk, provincies en gemeenten. De heer Krulhad het zonet ook over een systeemblik. Daar kan ik wel naar kijken. Ik zaldaar dan ook in de komende tijd over spreken met de Raad voor Cultuur,de rijkscultuurfondsen, de medeoverheden en brancheorganisaties zoalsKunsten ’92. Dan komen we al een heel eind, denk ik, ook zonder kaderwetcultuur.De sociale veiligheid werd genoemd door mevrouw Hertzberger. Dat iseen heel belangrijk onderwerp. Het baart me ook wel zorgen wat we delaatste tijd hebben gezien. Het steun- en adviespunt Mores werdgenoemd. Dat levert wat het belooft. Het is echt een vangnet vanvertrouwenspersonen voor de mensen die menen hiervoor niet terecht tekunnen bij hun eigen organisatie. Mores biedt ook advies aan organisatiesdie behoefte hebben aan ondersteuning om de sociale veiligheid teverbeteren. Beide functies blijf ik in de komende jaren ook financieren.Gedurende de hele komende BIS-periode blijft Mores dus voor beidefuncties gefinancierd worden. Verder wil ik zorgen voor verbetering vanintern toezicht en wil ik inzetten op de professionalisering daarvan. Datmoet dan zorgen voor meer bescherming van werkenden binnen desector.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik zat nog even te kauwen op wat er gezegd werd over de kaderwetcultuur. Ik ben het ermee eens dat het natuurlijk ook gaat over het geld dathiervoor beschikbaar is. Ik begrijp dat we daarover nu niet met elkaar ingesprek kunnen, maar ik denk wel dat het belangrijk is om juist in dezetijden van grote bezuiniging aan cultuur perspectief te bieden. Er komennu bezuinigingen aan op het Gemeentefonds, maar omdat cultuur nu nietals een zorgplicht in de wet staat, spreekt men in gemeenten eerst metelkaar over alle wettelijke verplichtingen, zoals over de Wmo en over geldvoor de zorg. Daar maken ze dan wel geld voor vrij, maar voor zakenwaarvoor geen wettelijke zorgplicht geldt, doen zij dat niet. En dan delftcultuur dus extra het onderspit. Ik denk dat het heel goed zou zijn om datonderzoek wél voort te zetten. Ik hoor de Minister ook iets in die richtingzeggen. Kan hij dan wel toezeggen dat hij aan de VNG zal vragen om ditonderzoek in het gesprek met de Raad voor Cultuur, belangenbehartigersen organisaties die hierbij betrokken willen worden, wel verder tebrengen? Want wellicht is er op termijn een andere situatie, met eenander kabinet en wel geld. Dan kunnen we in ieder geval wel door met diezorgplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13850 Minister Bruins:Ik wil een beetje voorzichtig zijn met de gemeenten in Nederland. Delokale overheid is de belangrijkste bestuurslaag. We weten dat het voorgemeenten best moeilijk is om financieel overeind te blijven. Het isinderdaad vaak óf cultuur óf het zwembad óf de jeugdzorg. Dat is bestheel ingewikkeld. Gemeenten lijken ook in politiek Den Haag maar weinigvrienden te hebben. We moeten er wel voor zorgen dat de gemeentenkunnen doen wat ze doen. Een zorgplicht voor cultuur erop leggen ... Ikvind eigenlijk dat dit dan ook gepaard moet gaan met extra budget. U zegt«op termijn» buiten de microfoon. Dat is zo. Ik heb «m niet. Je zou kunnenkijken welk budget erbij zou horen als je een zorgplicht zou invoeren. Nou,dan zou je aan die 200 miljoen voor de Raad voor Cultuur kunnen denken,als je dat dan als één pakket ziet. In zekere zin zou je dus kunnen zeggendat dat onderzoek er is. Althans, het advies van de Raad voor Cultuur is er.Kijk, we voeren een zorgplicht van gemeenten voor de bibliotheek in,maar dat gaat dan ook gepaard met extra budget. Hierbij mag ik dan tochook weer vol eer verwijzen naar het vorige kabinet, dat daar extra geldvoor heeft uitgetrokken. Dat structurele extra geld voor de bibliothekenblijft staan, en dat gaat gepaard met een zorgplicht. We weten dus dat degemeenten dat aankunnen. Een zorgplicht voor cultuur? Ja, daar zou eenvolgend kabinet over na kunnen denken, of later in deze kabinetsperiodemisschien wel dit kabinet, als er meer geld zou zijn. Maar tot die tijd ben iker wel huiverig voor om meer zware takenpakketten op gemeenten teleggen dan op dit moment kan.De voorzitter:Meneer Mohandis, uw vijfde interruptie.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Waarom? Ik heb geen vijfde. De vorige was gewoon een vraag om eentoezegging, of niet?De voorzitter:Wilt u een interruptie plegen of niet?De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nee, dan houd ik het even zo.De voorzitter:Maar mevrouw Hertzberger wil dat wel.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank voor beantwoording over Mores. Het is geen meldpunt, maar hetallitereert zo lekker, hè: meldpunt Mores. Ik begreep later dat Mores eensteun- en adviespunt is. Ik ben blij te horen dat dit wordt voortgezet, maarik vraag de Minister toch wat er nog meer mogelijk is. Een groot aantalorganisaties laat nu onderzoek doen door een onderzoeksbureau, terwijldaaraan helemaal geen voorwaarden worden gesteld of voor de onder-zoeksopzet een minimum aan kwaliteitseisen geldt. Tijdens de behan-deling van de wetenschapsbegroting hebben we het daar ook al kort overgehad. En die hebben toch wel een verregaande invloed op levens vanmensen en soms op levens van mensen in een heel kwetsbare positie. Ikheb ook gevraagd naar de VSO’s, naar de vaststellingsovereenkomsten,die schering en inslag zijn. Soms betreft het meerdere VSO’s in éénorganisatie om die zwijgcultuur maar te handhaven, om het echteprobleem te benoemen. Ik wil de Minister toch vragen daarop in te gaan.Minister Bruins:Ik heb ook gehoord dat de kwaliteit van dergelijke onderzoeksbureausheel wisselend is. Dat loopt niet altijd goed. Er zitten vast ook goede bij. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13851 kan dus niet zeggen: ga daar nooit meer mee in zee. Ik zie wel dat vrij snelnaar een dergelijk extern onderzoek wordt gegrepen, dat dit wordtgeëxternaliseerd. We zijn daar in Den Haag ook heel goed in, zeg ik evenom de hand in eigen boezem te steken. Volgens mij is het nog veelbelangrijker dat het gesprek op gang komt in de sector. Op verschillendeplekken hebben we daar ook commissies voor ingesteld. We proberen ookbij te dragen aan de interne cultuur. Het zou heel goed zijn om juist metelkaar te spreken na een eventueel voorval. Veiligheid daarvoor enopenheid daarover zouden heel goed zijn. Mores kan in ieder geval steunen advies leveren voor hoe je onderzoek doet naar wat er is gebeurd. Zijzijn daarvoor bedoeld. Het liefst komt Mores natuurlijk vooraf langs om teadviseren over hoe de sociale veiligheid verbeterd kan worden, voordat ervoorvallen zijn, waar we iedere keer vreselijk van schrikken.Ik weet niet of zwijgclausules met finale kwijting veel worden ingezet. Ikheb daar geen overzicht van. Er zijn wel voorbeelden bekend vanzwijgclausules die te ver gaan, waardoor mensen zich niet meer kunnenuitspreken tegen kwalijke zaken. Het is natuurlijk totaal onwenselijk datdat gebeurt. Dat moeten we met z’n allen niet willen. Het ligt in eersteinstantie bij werkgevers en werknemers. Normerend wil ik hierover graagzeggen dat ik dat buitengewoon onwenselijk vind.Voorzitter. Mijn laatste punt in dit blokje gaat over de subsidiëring van DeBalie uit cultuurmiddelen. Meneer Van Houwelingen vroeg hiernaar. DeBalie is een culturele instelling. Deze instelling organiseert een bredewaaier aan activiteiten, niet alleen debatten, maar ook filmprogramma’s,theaterprogramma’s en dergelijke. We noemen ze in de regelinginderdaad een instelling voor debat en reflectie. Dat is een belangrijkefunctie binnen de culturele sector. Daarom is er in de basisinfrastructuureen plek voor De Balie. Daarom financieren wij De Balie.De heer Van Houwelingen (FVD):Daar denken we dus anders over. Maar er is nog een ander probleem metDe Balie. Het staat natuurlijk bekend als allesbehalve objectief en als eensoort grachtengordelinstituut. Ik heb de absurde propagandastuntgenoemd met die lugubere tank die ze tentoongesteld hebben. Ik heb ookhet feit genoemd dat de directeur min of meer op de vuist is gegaan meteen journalist. Dat is de afgelopen tijd allemaal gebeurd. Dit instituut krijgtvan deze Minister dan toch drie ton. Ik weet dat de Minister de hele tijdzegt: we hebben een kader en de Raad voor Cultuur geeft advies. Maar ikvind het onbegrijpelijk dat de Minister dit laat gebeuren. Dit is toch echteen moment om te zeggen: deze drie ton gaan we ergens andersinvesteren en niet in zo’n omstreden instituut dat zelfs journalisten heeftaangevallen.Minister Bruins:Ik vind het incident waar de heer Van Houwelingen aan refereert ook heelnaar. Ik snap het woord «luguber» ook. Het is heel naar, maar ik heb nietvoldoende in handen om in te grijpen.De heer Van Houwelingen (FVD):Dit is nou zo teleurstellend. Ik heb hier mijn eerdere interrupties ook aangewijd, maar we zien hier eigenlijk weer het verdwijnen van de politiek.Deze Minister zegt in feite: we hebben echt een probleem. Wie kan hetgoed vinden dat deze drie ton wordt gealloceerd? Ik hoor de Ministerzeggen: «Ik ga er niet over. De raad heeft advies uitgebracht.» Wat doenwe hier dan nog? Ik zou bijna zeggen: wat moet er gebeuren voordat desubsidie niet wordt toegewezen? Als zelfs de belaging van journalistendoor de directeur van zo’n instituut geen reden is om een subsidie niet toete kennen, wanneer wordt de subsidie dan niet toegekend? Blijkbaar is hetadvies dat de Raad voor Cultuur geeft absoluut leidend, wat er verder ookgebeurd, wat voor incidenten er ook zijn. De politiek is verdwenen; datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13852 doet er allemaal niet meer toe. Ik vind dat heel zorgelijk. Dus nogmaals devraag: waarom voeren we dan dit debat?Minister Bruins:Het voelt haast als een retorische vraag. Oké, half retorisch. Ik wil de heerVan Houwelingen niet teleurstellen. Tegelijkertijd, er moet heel watgebeuren voordat ik kan zeggen: ik trek een subsidie in. Dat is zo.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we volgens mij beginnen met het blokje biblio-theken. O, mevrouw Van der Wal heeft nog een vraag.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik kijk even naar de voorzitter om te zien of dit een interruptie is. Ik maakeen ongelofelijk belangrijk punt bij de BIS, namelijk: het kost de sector 100miljoen om aanvragen te doen. Ik heb er een motie bij aangekondigd.Maar ik heb gewoon geen antwoord, helemaal niks. Hoe stevig moet jehet neerzetten? Ik baal ervan dat ik hier dan gewoon een interruptie aankwijt ben.De voorzitter:Dat snap ik. We hebben ook nog een tweede termijn, maar ik weet niet ofde Minister er nu wat over wil zeggen.Minister Bruins:Ik had gemeend dit beantwoord te hebben bij regeldruk, maar dit isinderdaad heel specifiek regeldruk die ontstaat bij het indienen enbeoordelen van de aanvragen. Dat gaat verder dan mijn antwoord waarinik zei dat ik samen met medeoverheden ga bekijken hoe we de regeldrukkunnen verminderen. De hoeveelheid werk die een aanvraag doen kost,wil ik meenemen bij de nieuwe periode, voor 2029 en verder. Meerderenvan u erover gesproken dat de BIS-periode langer zou kunnen duren. In desector en door Kunsten ’92 is daar ook over gesproken. Dat heb ik nu zoveel om me heen gehoord dat het haast wel een serieuze suggestie moetzijn, dus daar moet ik dan ook serieus naar kijken. Ik wil er ook samen metuw Kamer over praten wanneer we de kaderstelling voor de nieuweperiode met elkaar gaan ontwerpen. Ik moet daar wel iets bij zeggenvanwege de systemische blik die ook van mij wordt gevraagd. Als je deBIS-periode langer zou gaan maken, moet je ook de gemeenten enprovincies meekrijgen. Zij moeten dan ook die horizon hebben en moetendie zes jaar kunnen implementeren op die termijn. Dat is iets wat ik metde gemeenten en provincies wil en kan bespreken. Ik zal de verminderingvan de kosten voor het aanvragen en beoordelen dan ook meenemen bijde volgende periode van de BIS.Bibliotheken en leesbevordering. Dat is een heel mooi onderwerp. Onderanderen mevrouw Van der Wal en de heer Krul vroegen mij wat we op ditpunt nou al doen. In het regeerprogramma staat: «Bibliotheken zijnonmisbaar in de bestrijding van laaggeletterdheid en in de bevorderingvan leesvaardigheid, leesplezier en digitale geletterdheid. We versterkenhet bibliotheeknetwerk en de samenwerking tussen bibliotheken,kinderopvang, onderwijs, gemeenten en maatschappelijke organisaties.Ons doel is een doorlopende leeslijn van nul tot honderd jaar. Iedereen inNederland moet goed kunnen lezen.»Wat doen we dan? We zetten in op versterking van het netwerk vanbibliotheken met 59 miljoen per jaar extra, inclusief de al eerdergenoemde zorgplicht. We maken afspraken met de bibliotheeksector. Ikheb vorige maand het Bibliotheekconvenant getekend in Rijswijk. Hierin isde samenwerking en gezamenlijke inzet vastgelegd tussen de overhedenen de bibliotheekpartijen. We hebben de Bibliotheek op school, metnieuwe locaties, hulp via leesconsulenten op school en een rijke collectieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13853 aan boeken op school. In 2023 is vanuit het Masterplan basisvaardighedeneen impuls gegeven aan de Bibliotheek op school door een investeringvan 74 miljoen voor drie jaar. We zetten in op preventie met een aanpakvoor taalarme gezinnen via het project Gemeentelijke GezinsaanpakGeletterdheid. Er doen circa 50 gemeenten mee in de ontwikkel- enimplementatiefase. De kennis daaruit wordt landelijk op allerlei manierengedeeld. Dan hebben we natuurlijk de Kunst van Lezen, inclusief deBoekStartkoffertjes, die al genoemd werden. Ik mocht mijn kleindochtereen BoekStartkoffertje geven. Ze kan echt nog niet lezen, maar ze kan welvoorgelezen worden. Er is niks zo mooi als een klein kindje voorlezen; dieluistert al helemaal naar de klanken van je stem. We zitten inmiddels uitde kleine boekjes uit het BoekStartkoffertje voor te lezen. Er is ook nog hetprogramma Kunst van Lezen, ondergebracht in Tel mee met Taal. Daarbijgaat het om 3,3 miljoen per jaar. We hebben Taalhuizen in bibliotheken. Inde BIS is er structureel 21,5 miljoen beschikbaar voor leesbevordering enletteren. Kortom, we doen heel veel. Dit is allemaal nog los van wat we viahet onderwijs investeren in de basisvaardigheden via het herstelplan vanmijn collega, Staatssecretaris Mariëlle Paul.Ik stuurde u eind vorige week een brief over de stand van zaken in debibliotheeksector. Er is veel gedaan om de sector te versterken. U heeftverschillende vragen gesteld. Daar ga ik dan ook graag op in.Meerderen van u hadden het over de kleine gemeenten. Wij willen graageen bibliotheek in iedere gemeente. Afgelopen jaar en dit jaar wordt hetbibliotheeknetwerk gericht gerepareerd en versterkt door middel van eenspecifieke uitkering aan gemeenten, ook wel de SPUK Bieb genoemd. Ditgebeurt met name in de gemeenten waar dit het hardst nodig is. De eersteprioriteit ligt dan ook bij de gemeenten zonder bibliotheek, maar het gaatook om gemeenten waar de afstand tot de bibliotheekvestiging te groot isgeworden en om gemeenten met grote maatschappelijke opgaven. Voorde jaren 2025 en 2026, tot de wet van kracht wordt, komt er eendecentralisatie-uitkering voor gemeenten. Hiervoor is 59 miljoen eurobeschikbaar – dat is bijna € 3 per inwoner – maar kleinere gemeentenkrijgen sowieso het minimumbedrag van € 100.000. Voor hele kleinegemeenten is dat dus per inwoner best wel veel. Met dit pakket aanmaatregelen kunnen ook kleinere gemeenten zich voorbereiden op dezorgplicht die komen gaat. We hopen dat dat gaat werken, want we willenin iedere gemeente een bibliotheek op een redelijke afstand van iederkind.Hoe kunnen we het percentage van lidmaatschappen tot 18 jaar verhogennaar 100%? Dat vind ik een hele mooie vraag van mevrouw Van der Wal.Het bevorderen van kinder- en jeugdlidmaatschappen gebeurt nu viaverschillende lijnen. Ik herinner me dat ik gewoon meeging met mijnmoeder. Op de een of andere manier kreeg ik op een gegeven moment alskind mijn eigen pasje. Daar was ik supertrots op. Ouders ontvangen hetBoekStartkoffertje, zoals ik al noemde. De promotie van lidmaatschaploopt ook direct via de bibliotheken, de scholen, de kinderopvang en hetprogramma de Bibliotheek op school, dBos. Tot slot heb ik onlangs met departijen het Bibliotheekconvenant getekend, zoals ik u al zei. Daarinhebben we afgesproken te onderzoeken op welke wijze ieder kindautomatisch lid kan worden van de bibliotheek. Daar kom ik bij u op terugwanneer we dit onderzocht hebben.Hoe zorgt de Minister ervoor dat er in elke gemeente een bibliotheek-functie is? Spreekt hij hierover met de VNG, vroeg mevrouw Van der Wal.Het wetsvoorstel voor de versterking van de bibliotheken is opgesteld naeen cyclus van overleggen. Daar is de VNG ook bij betrokken geweest. Ikneem het voortouw om met alle partijen jaarlijks de ontwikkelingen in hetbibliotheekstelsel te bespreken, om ook u goed op de hoogte te kunnenhouden van waar we staan met het doel dat we met z’n allen hebben.De heer Krul vroeg specifiek naar BoekStart, het mooie kleine koffertje. Definanciering van leesbevordering gebeurt dus op verschillende plekken enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13854 op verschillende manieren, namelijk met BoekStart en de Bibliotheek opschool. In de jaren 2023 tot 2026 is hiervoor 25 miljoen extra beschikbaar.Daarnaast is er het programma Kunst van Lezen, waar ook middelen inzitten om BoekStart en de Bibliotheek op school te stimuleren. Verderzullen Staatssecretaris Paul en ik u begin volgend jaar informeren overonder meer de Bibliotheek op school. Verder is er natuurlijk de steun voorletteren en leesbevordering in de BIS, die ik ook al noemde. Kortom, wedoen een hoop en we gaan u daarover regelmatig informeren. Voor zoverik weet, blijven BoekStart en het koffertje gewoon bestaan. Er wordt jageknikt: het koffertje blijft.De heer Krul (CDA):Ik ben blij om dat te horen, maar ik wil toch graag even wat helderheidscheppen. De Minister komt namelijk met allerlei bedragen die weer inprogramma’s zitten. Ik kijk gewoon even naar tabel 8 van de begroting.Dat is het subsidieoverzicht Erfgoed & Kunsten. Dan kijk ik naar hetprogramma leesbevordering. Daar zit het allemaal in; dat is de kapstok.Dat bedrag is wat gestegen. In 2023 was het 20 miljoen en dat is dit jaar45 miljoen. Dat is hartstikke mooi. Dan daalt dat volgend jaar naar 32miljoen. In 2026 daalt het naar 24 miljoen. En dan daalt het in 2027 ineenshéél hard, namelijk naar 9 miljoen. In 2028 is het 6,7 miljoen. Dat is hetlaagste punt. We gaan dus van 45 miljoen naar 6,7 miljoen voor leesbe-vordering. Dit is hoe ik de begroting lees. Mijn vraag is dan: wat betekentdat voor al die projecten die niet één jaar lopen en die we langduriggeborgd willen zien?Minister Bruins:Er is een hoop extra geld voor leesbevordering en bibliotheken. Dat ismooi. Sommige van de middelen zijn tijdelijke subsidies en sommige zijnstructureel. De 59 miljoen per jaar voor de versterking van het netwerkvan bibliotheken is structureel. Het programma leesbevordering istijdelijk. Dat loopt van 2024 tot en met 2027. Dat loopt dus ook af na 2027.Als het gaat om leesbevordering en bibliotheken, is het goed om hettotaalbudget te zien en te nemen, en dat bij elkaar op te tellen. Dit isnamelijk een specifiek programma met deze naam, maar we doen veelmeer aan leesbevordering dan alleen dat specifieke programma.De heer Krul (CDA):Dat is mooi – dat geloof ik ook – maar het gaat om 45 miljoen euro. Datstopt dus gewoon. De Minister zegt dat nu ook klip-en-klaar. We doen ookandere dingen; dat is mooi. Dat ontken ik ook helemaal niet, maar wekunnen toch wel even gewoon eerlijk tegen elkaar zijn en zeggen dat 45miljoen minder voor leesbevordering in de praktijk gaat betekenen datdingen niet meer zullen plaatsvinden? Als ik dan vraag «wat voor dingen»,verwacht ik eigenlijk gewoon dat ik daar antwoord op krijg. Is dat hetprogramma BoekStart? Ik heb net van de Minister de toezegging gekregendat dat in ieder geval blijft. Daar ben ik heel blij om. Daar gaan we niet aantornen. Maar er zullen voor 45 miljoen euro minder dingen gebeuren.Welke dingen zijn dat?Minister Bruins:Dit programma is onderdeel van de Bibliotheek op school. Dat isonderdeel van een masterplan. Het feit dat daar de getallen ophouden,betekent niet dat dat dan stopt. Daar wordt nog een besluit overgenomen. Daar komen we bij u, de Kamer, nog op terug. Wat we daargaan doen, ook na 2027, ligt nog open. Daar kunnen we dus nog metelkaar over spreken.De voorzitter:Uw laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13855 De heer Krul (CDA):Ja, helaas. Dit is een antwoord op een vraag, maar niet het antwoord opmijn vraag. Ik probeer het nog maar één keer. We hebben dit jaar 45miljoen euro besteed aan het programma leesbevordering. Volgend jaar isdat 13 miljoen euro minder. Wat gaan we minder doen in het aankomendjaar? Daar wil ik gewoon een helder antwoord op. Ik daar verder ook geenoordeel over, maar dat wil ik gewoon op tafel hebben.Minister Bruins:Helder. Ik ga u hier in tweede termijn helemaal in detail over inlichten.Dan zetten we dat even goed voor u op een rijtje. Dan krijgt u dat van mij.De voorzitter:Betekent dat dat we zijn aangekomen bij het blokje fair play, eerlijk spel?Minister Bruins:Ja, maar dan fair pay.De voorzitter:Eerlijk betalen.Minister Bruins:Ja, eerlijke betaling. Fair pay leidt misschien ook tot fair play.We zien in de culturele sector dat er heel veel op intrinsieke motivatiewordt gewerkt, maar het is ook goed als mensen gewoon eerlijk betaaldworden. De uurtarieven werden al genoemd door uw Kamer. Een eerlijkebeloning is belangrijk en daarom stelt het kabinet per 2025 36 miljoenextra beschikbaar voor fair pay in de sector. Daar houden we de sectorook aan. Maar hoe gaat dat nu verder en hoe wordt dat gemeten? Datvroeg onder anderen de heer Mohandis. Wij kunnen de inkomenspositievan werkers in de culturele sector volgen. Over specifieke tarieven hebbenwe geen gegevens, maar vanuit OCW wordt wel de inkomenspositie vanmakers meegenomen in de Monitor Kustenaars en andere werkenden meteen creatief beroep. Dat is een monitor van het CBS. Daarnaast wil ik in2027 de impact van de fairpaymiddelen evalueren om te kijken of ze doenwat ze moeten doen. Er zitten namelijk twee kanten aan: mensen wordenbeter betaald, maar het leidt ook tot meer lasten in de culturele sector. Diebalans wil je goed weten. We gaan in de evaluatie kijken hoe de extrainvestering van 36 miljoen uitpakt.Er ligt natuurlijk ook een verantwoordelijkheid voor de sector zelf. Voorinstellingen in de BIS geldt dat zij zich per 1 januari moeten verbinden aancollectieve tariefafspraken. Het gaat dan bijvoorbeeld om aansluiting bijeen cao of honoreringsrichtlijn. Bij het vormgeven van deze tariefaf-spraken is er dan ook een verantwoordelijkheid voor de sector om eerlijkebetaling mogelijk te maken.Om te komen tot afspraken worden aan de ketentafels inmiddels velestappen gezet voor deelsectoren. De heer Mohandis vroeg daarnaar. Datlevert mooie resultaten op, zoals duidelijke honoreringsafspraken.Daarnaast wordt gewerkt aan een sectoraal convenant voor algemeneprincipes voor de sector, onder meer voor fair pay. Het Platform ACCT isinitiatiefnemer en aanjager van dit proces. Het proces naar een sectoraalconvenant is er een met uiteenlopende belangen. Het gaat over de helesector, dus dat is niet eenvoudig. Ik kan dus ook nog niet zeggen wanneerdat convenant er zal zijn.De voorzitter:Ik zie aan de lichaamstaal van de heer Mohandis dat er gevraagd wordtnaar een termijn.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13856 Zonder dat de heer Mohandis zijn interruptie hoeft te verspelen, zal ikkijken of ik in tweede termijn enige duiding kan geven over wanneer zo’nconvenant er zou kunnen zijn, of dat dat nog in het duister van detoekomst verborgen ligt.De voorzitter:De heer Mohandis gaat een interruptie gebruiken.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Zeker. Ik vind het belangrijk dat dat convenant er gewoon komt. Als deMinister echt zegt dat hij moet kijken en dat het niet bij hem ligt, dan geeftdat mij de indruk – ik hoop dat de Minister mij corrigeert als die verkeerdis – dat hij het niet aanjaagt, het niet belangrijk vindt. U moet het niet tever van u af duwen. Ik wil dus echt meer zekerheid van u. Ik wil van uhoren dat u het belangrijk vindt, dat u erachteraan zit en dat u er echt voorgaat zorgen dat we daar komend jaar iets van te zien krijgen.Minister Bruins:Ik ben geen partij, maar ik wil best jagen. Ik zal dat dus navragen, datstimuleren en duidelijk maken hoe belangrijk ik het vind, maar ik ben geenpartij in de onderhandelingen. Maar ik zal duwen waar ik kan. Ja.Mevrouw Hertzberger had ook een aantal vragen over fair pay. Zij vroegnaar de inhuurprijs van zzp’ers. Het is nu nog niet mogelijk om degemiddelde zzp-inhuurprijs in beeld te krijgen. Die is namelijk afhankelijkvan andere factoren, waaronder de btw-verhoging, waar we in het beginzo veel over gesproken hebben. Het effect daarvan zullen we moetenmonitoren. Zoals ik ook aangaf richting de heer Mohandis, hebben wijover specifieke tarieven geen gegevens, maar kunnen we wel deinkomenspositie volgen. In 2027 zal ik dus evalueren om te kijken wat defair pay doet. Dan zullen we ook kijken of we die zzp-inhuurprijs in beeldkunnen krijgen.De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Hertzberger, NSC.Mevrouw Hertzberger (NSC):Dank voor de beantwoording van de Minister. Begrijp ik goed uit een vande antwoorden dat die fairpayafspraken worden gemaakt metBIS-instellingen, of is dat met alle rijksfondsen? Mijn aanvullende vraag isnog hoe de Minister kijkt naar de effecten van de handhaving opschijnzelfstandigheid vanaf 1 januari 2025. Heeft de Minister zicht op deeffecten daarvan op de sector?Minister Bruins:Die laatste vraag over hoe we kijken naar schijnzelfstandigheid, is eigenlijkeen vraag voor mijn collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarligt de kwestie van schijnzelfstandigheid, een heel ingewikkeld probleem,waarop al veel kabinetten hun tanden stuk hebben gebeten. Dat is in deculturele sector natuurlijk zeker een zaak. Zeker als je de lage tarieven ziet,kun je je afvragen of er wel daadwerkelijk sprake is van zelfstandigheid.Maar dat ligt echt bij mijn collega van SZW.Dan de eerste vraag, over fair pay voor de BIS-instellingen: ja, dat geldtook voor de rijkscultuurfondsen.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk heeft ook een vraag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik had ook een vraag in het blokje financiën ten aanzien van de interna-tionale subsidie van ITA. Dat is afgewaardeerd van een groot naar eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13857 middelgroot gezelschap; ik heb daar ook schriftelijke vragen over gesteld.Daarmee is die internationale subsidie op de plank komen te liggen. Diekan eigenlijk niet aan een ander gezelschap worden toegekend, omdatandere gezelschappen niet aan die voorwaarden voldoen. Mijn vraag isdus de volgende. Ik begrijp dat de Minister inmiddels met hen in gesprekis geweest. Kan hij toezeggen dat dit geld in ieder geval aan hen kanworden toegekend, zodat zij hun internationale voorstellingen kunnenblijven spelen met alles wat er op dit moment al aan bezuinigingengebeurt?Minister Bruins:Ik heb inderdaad vorige week gesproken met de mensen van ITA. Het wasfijn om ze te leren kennen en ze voor het eerst in de ogen te kunnenkijken. Dat was fijn. Ik zit daarbij nog wel met een probleem. Ik heb u eenpaar uur geleden vol vuur zitten vertellen dat de politiek niet zomaar moetafwijken van de gekregen adviezen en dat je vooral vooraf de kader-stelling doet en achteraf het budgetrecht. Dit is nou zo’n punt waarbij eriets op de plank ligt dat bedoeld is voor ITA, althans waarvan de Raadvoor Cultuur zegt «geef dat aan ITA», maar het is buiten het proces dat wijmet elkaar hebben afgesproken. Ik vond het goed om dit aan ITA uit teleggen. Dat heb ik vorige week gedaan. Ik beraad mij nu op een manierom dat te kunnen doen zonder een precedent te scheppen, maar zodat diemiddelen toch op een goede manier hun plek krijgen. Ik ben mij daaropnog aan het beraden. Ik zal u informeren zodra ik een besluit hebgenomen. Ik geef daar richting ITA en richting de Kamer helderheid overvoordat dit jaar voorbij is en de nieuwe BIS-periode begint.Voorzitter. Ik denk dat dit het blokje fair pay was.De voorzitter:Dan gaan we naar het blokje financiën.Minister Bruins:Ik denk dat ik het blokje financiën eigenlijk al helemaal aan het beginuitgebreid heb gehad. Ik heb het idee dat we dat behandeld hebben. Datging over de btw, over de financiering van de BIS en de impactanalyse diemij gevraagd werd, waarbij ik heb gezegd dat ik ga nadenken over eenvalidatie en in hoeverre we meer kunnen zeggen over de nauwkeurigheidvan de beweringen van bijvoorbeeld dat rapport van Kunsten ’92. Volgensmij heb ik alle antwoorden binnen dat blokje gegeven en kunnen weovergaan naar het volgende blokje.De voorzitter:Ja, daar is ook een toezegging op gedaan. Die ga ik straks nog voorlezen.Mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ik dacht: ik wacht even een tijdje af. Ik heb nu een uur en drie kwartiergeluisterd naar de Minister. Ik heb vandaag niets gehoord wat echt gaatveranderen. We hebben vandaag meerdere anekdotes gehoord overChurchill en over Nixon, die in lastige tijden wel kozen voor cultuur. Ik zoueigenlijk de volgende vraag willen stellen: welke anekdote wil de Ministerdat wij over 50 jaar over hem vertellen?Minister Bruins:Hoor ik mevrouw Beckerman goed dat ze zei: over 50 jaar? Dat vind ikbest... Ik weet niet of iemand mij over 50 jaar...De voorzitter:«Dan bent u al vergeten», dat wou ik ook al zeggen!Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13858 Minister Bruins:Laat ik zeggen: aan het eind van mijn ambtstermijn, voor zover mij datgegeven is, wil ik dat men zich mij herinnert als een Minister die staatvoor grondrechten en vrijheden, die zorgt dat de politiek niet de klauwenkrijgt achter de cultuursector en dat we het vrije woord, de vrije kunstenen de vrije wetenschap hebben beschermd in ons land, en dat ik, hoewelik misschien niet meer geld had dan het vorige kabinet, wel word gezienals iemand die rust en versimpeling heeft gebracht in de sector en dieervoor heeft gezorgd dat dat wat waardevol is, toch zo veel als mogelijk instand is gebleven. Als dat mijn legacy mag zijn, dan denk ik in allebescheidenheid dat ik mij al meer toewens dan ik mij mag toewensen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik denk dat het mooi zou zijn om zo herinnerd te worden: rust. Maar denktde Minister dat hij dat hiermee gaat bereiken? Ik denk namelijk dat er juistheel veel onrust ontstaat in de sector met zo’n stapeling van bezuini-gingen: de btw, bezuinigingen vanuit OCW zelf, bezuinigingen op degemeenten. Erkent de Minister dat die anekdote in ieder geval niet dekomende tijd over hem verteld gaat worden?Minister Bruins:Mijn beeld is dat ik niet de meest populaire Minister van Cultuur zal zijn.Cultuur heeft wel weer een Minister, zeg ik er dan altijd achteraan. Ik denkdat met name de btw-maatregel door iedereen wordt gezien als eentje dieheel pijnlijk is. Als men mij daarom herinnert, dan zal dat ook voor mijheel pijnlijk zijn, maar die maatregel is er wel en ik heb «m ook tot mijnverantwoordelijkheden gerekend, helemaal aan het begin van dit debat. Ikhoop rust en versimpeling te brengen door het feit dat er voor dekomende vier jaren een hoop geld voor cultuur is, dat alle extra middelenin stand zijn gebleven en dat heel veel, honderden en honderden,instellingen aan de slag kunnen met de zojuist toegekende BIS-middelen:2 miljard euro voor vier jaren. Dat is een hoop geld en dat is nog maar eenvijfentwintigste deel van de hele sector. Die rust en versimpeling, maarmet name de rust dat men de komende vier jaar veilig is en dat we nu algaan nadenken over hoe het beter kan in de vier of misschien wel zes jaardaarna, zijn een erfenis die ik graag achterlaat.Mevrouw Beckerman (SP):Het lijkt alsof de Minister praat over andermans beleid. Dat doet hijfeitelijk ook. Zou de wens voor rust in een sector niet gepaard moetengaan met onrust die deze Minister gaat stoken? Dat vraag ik specifiekomdat we de Minister een aantal keer hoorden zeggen: «Binnen dezebegroting heb ik alles weggeschraapt. Elke euro is al drie keer omgekeerd.In elk hoekje hebben we al gekeken.» Is dat niet heel problematisch? Zoudeze Minister niet veel meer een onruststoker moeten worden in hetkabinet? Als het niet binnen deze begroting te halen is, maar hij wel wildat dat geld er komt, zou er dan geen onrust moeten zijn, omdat er daneen herverdeling zou moeten plaatsvinden binnen de verschillendebegrotingen?Minister Bruins:De btw-maatregel is inderdaad de lelijkste, denk ik. We kunnen nietzeggen dat er bij OCW wordt bezuinigd op cultuur. Het gaat om minderdan 1%, 10 miljoen van de 1,4 miljard. Mevrouw Beckerman vraagt mij:zou ik niet meer onrust moeten stoken binnen het kabinet? Er is eenheidvan kabinetsbeleid. Daar houd ik mij aan. Als ik al onrust zou stoken, zou udat niet weten. Ik ben volledig eigenaar van wat dit kabinet doet. Daar hebik ook verantwoordelijkheid voor genomen aan het begin van dit debat.Daar houd ik het bij. Dit is wat het is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13859 Mevrouw Beckerman (SP):Dat is bijna heel lijdzaam: ik hoop dat ze het zo herinneren, maar ik zal unooit vertellen wat ik achter de schermen doe. Dan ga ik mijn vraaggewoon omdraaien. Wij zien wel dat dit heel dramatisch kan uitpakkenvoor heel veel mensen. Juist lage en middeninkomens zullen hard geraaktworden door die btw-verhoging, maar ook door die stapeling vanbezuinigingen. Hoe zou de Minister, als hij niks wil zeggen over de rol diehij achter de schermen speelt, ons als Kamer dan... Welke anekdote zou deMinister aan het einde van zijn ambtstermijn over de Kamer willenvertellen? Want het budgetrecht ligt uiteindelijk hier. Wat zou hij willen? Ikzie echt een coalitie die als lammetjes meegaat in dit hele verhaal. Is deMinister daar blij mee of zou hij willen dat er hier wat meer gevochtenwordt voor zijn begroting?Minister Bruins:Wat een mooie vragen. Ik wil één middenzin even bestrijden, namelijk datmet name de middeninkomens en lagere inkomens geraakt worden. Juistde btw-maatregel op cultuur wordt gebruikt voor een koopkrachtverbe-tering voor middeninkomens, het stutten van groepen in de knel en hetvoorkomen van de stijging van armoede. Dat betekent dat de maatregelnivellerend is. Dat betekent dat die niet in grotere mate terechtkomt bijlage en middeninkomens. Op de rest van de vraag kan ik zeggen: er kannatuurlijk nooit genoeg geld naar cultuur. Tegelijkertijd, zoals ik ook vanuw zijde hoorde in de eerste termijn, ligt cultuur primair in de samen-leving. OCW doet een heel klein stukje. De cultuursector is 25 keer groterdan dat stukje. Cultuur ligt in de samenleving. Dat is waar het gebeurt. Erwordt niet op bezuinigd. Ik denk dat we echt voorzichtig moeten zijn methet woord «bezuinigen». Er is 1,4 miljard. De afgelopen jaren is er eenstijgende lijn geweest. Dat blijft de volgende jaren ook 1,4 miljard. Dat iseen prachtig bedrag om heel veel moois mee te kunnen doen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb geprobeerd om rustig te luisteren en bedachtzame vragen testellen, maar de opmerking dat cultuur primair in de samenleving ligt,raakt mij. Dat raakt mij niet omdat het niet waar is, want cultuur ligtinderdaad primair in de samenleving. Dat is helemaal waar en toch vind ikhet heel gratuit om vanuit de Kamer, vanuit bevoorrechte en goedbe-taalde posities, te zeggen: ondanks bezuinigingen blijft cultuur er tochwel. We zeggen dat namelijk tegen makers, die vaak al heel moeilijkrondkomen. Dat weet de Minister ook. Daar zit wel de pijn. In de eerstetermijn werd ook door een coalitiepartij gezegd: er was al cultuur voordatwe daarin gingen investeren. Maar ja, er was ook politiek voordat wepolitici gingen betalen. Dat is allemaal waar, maar daar bezuinigen we nietop. Dat is wel een hele pijnlijke opmerking. Erkent de Minister dat?Minister Bruins:Zoals ik eerder ook zei: hoewel de bezuinigingen minder dan 1% zijn, isdie btw-maatregel pijnlijk. Ik maak me zorgen dat kranten, boekwinkels enculturele instellingen daardoor kunnen omvallen. Ja, daar maak ik mijzorgen om. Tegelijkertijd is er een koopkrachtmaatregel waardoor mensenmeer te besteden hebben. Ik hoop en wens dat ze dat willen besteden aancultuur. Ze hebben meer te besteden. Het is goed dat mensen aan het eindvan de maand meer overhouden in de portemonnee. Maar los van datalles blijft de btw-maatregel heel pijnlijk. Die kan en ga ik niet veranderen.Ik ben eigenaar van dit kabinetsbeleid. Er is ook eenheid van kabinets-beleid. Maar de maatregel blijft pijnlijk. Dat erken ik.De voorzitter:De laatste vraag van de heer Mohandis van GroenLinks-PvdA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13860 De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ik probeer even te kijken of ik het ergens wel over eens kan worden metde Minister wat de btw-effecten betreft. Overigens dank voor detoezegging om die impactanalyse zo goed als mogelijk in Q1 uit te voeren.Dan even over het argument bij bijvoorbeeld boeken. In Letland ging debtw op boeken in 2009 van 5% naar 21%. Daar vielen uitgevers massaalom. Stel nou dat er meer informatie naar boven komt over de effecten vande btw-verhoging, waaruit echt blijkt dat die niet meer, maar minder geldoplevert en dat die, nog belangrijker, meer schade berokkent dan wasvoorzien. Bent u bereid om als verantwoordelijke op dit departement demaatregel ter discussie te stellen, om die te heroverwegen en te zeggen:we hadden iets bedacht, maar dat gaat het niet opleveren? Bent u daartoebereid? Of gaat u blind achter deze maatregel staan alsof die u overkomt?Minister Bruins:Ik denk dat we met de toezegging die ik gedaan heb, namelijk om tevalideren wat ons is toegestuurd door verschillende brancheorganisaties,meer inzicht zullen krijgen, bijvoorbeeld in de gedragseffecten, de impacten de positieve en negatieve gevolgen. Dat geeft ook extra argumentenvoor de discussie. Die kunnen we met z’n allen gebruiken. Die kunnen uen ik gebruiken. Op alle plekken waar wij gesteld zijn, kunnen we extraargumenten gebruiken. We kunnen de discussie verdiepen wanneer wedaar meer informatie over hebben.De voorzitter:Oké. Dan zijn we bij het ... O, er is nog een interruptie, van mevrouw VanZanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik heb een aantal dingen niet helemaal duidelijk gehoord. Misschien heeftde Minister het wel gezegd, maar ik vond het niet heel concreet. Ik hadeen vraag gesteld over de rijksmiddelen voor vernieuwing en verbreding.Ik had het idee dat hij zei dat er eventueel wel mee door kon wordengegaan. Maar ik had concreet gevraagd of er een continuering zou komenvan de middelen voor de periode 2025 tot 2028, al dan niet via hetProvinciefonds. Wanneer komt de formele bevestiging hiervan?Minister Bruins:Dit gaat om de extra middelen voor de provincies die ik eerder noemde. Ikmoet daar formeel nog een besluit over nemen, maar ik hoor rechts vanmij dat ik dit ook mag toezeggen in dit debat. Bij dezen is het besluit dusgenomen. Dank u wel. Dat geld is dus weg. Dat gaat naar de provincies.De voorzitter:Dan zijn we bij het laatste blokje, toch?Minister Bruins:Ja, bij het blokje overig. Ik heb nog wat vragen over toegankelijkheid,diversiteit en inclusie, het doorverkopen van toegangskaarten, bevrij-dingsfestivals, depots en sinterklaas. Alles wat niet in een ander blokjepaste, past hierin.Eerst over toegankelijkheid, over de mate waarin mensen met eenhandicap kunnen genieten en de Code Diversiteit & Inclusie. Hoe gaat hetmet al die voornemens, vroeg de heer Krul. De meeste acties komen uitde Kamerbrief van voormalig Staatssecretaris Uslu. Die lopen momenteel.Zo zijn ontwerpers momenteel hard bezig met de ontwikkeling van hetkennispunt toegankelijke cultuur. Ervaringsdeskundigen en belangen-organisaties worden daarbij betrokken. Het prototype van het kennispuntis onlangs getest op de Dutch Design Week. Die was een paar wekengeleden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13861 Daarnaast wordt ook de toegankelijkheid van festivals genoemd in debrief. Ik heb ingezet op vernieuwing van de routekaart voor toegankelijkefestivals door de Coalitie voor Inclusie. Ook heb ik samen met hetMinisterie van VWS subsidie gegeven voor de pilot van het Sitdown Café,een activiteit van HandicapNL, dat op festivals zorgt voor ontmoetingentussen mensen met en zonder beperking. Dat is al getest op AmsterdamOpen Air.Verder staat toegankelijkheid ook hoog op mijn onderzoeksagenda. Ik laattoegankelijkheid opnemen in verschillende onderzoeken die ik laatuitvoeren op het gebied van cultuur en media. 7 november jongstledenwas ik nog bij Beeld & Geluid in Hilversum om de Monitor Representatiein ontvangst te nemen, waarin de representatie van mensen met eenbeperking dit jaar voor het eerst werd meegenomen. Zo gebeurt er duseen heleboel, vooral ook in de media, zoals met audiodescriptie enondertiteling bij live-events – de NPO heeft daar extra middelen voorontvangen. Zo zijn er een heleboel dingen die wij doen. Dus ik kan zeggendat de brief van voormalig Staatssecretaris Uslu volop is opgepakt en datde acties lopen.Sommigen van u hadden het over wokevlaggen, die niet thuis zoudenhoren in cultuurinstellingen. Wat vind ik hiervan en wat ga ik daaraandoen? Als Minister vind ik daar niet iets van en ga ik daar ook niets aandoen. Laat ik geen uitspraken doen over welke vlag men ophangt. AlsMinister vind ik iedere vlag mooi of lelijk. De sector heeft zelf ookaandacht voor dit onderwerp. Het is niet aan mij om daar iets van tevinden. Dat past denk ik ook goed in, zoals ik aan mevrouw Beckermanheb geschetst, hoe ik herinnerd wil worden.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik begrijp het antwoord van de Minister, maar ziet hij het probleem – dat ismijn vervolgvraag – dat die vlaggen voor heel veel mensen ideologischgeladen zijn? Denk bijvoorbeeld aan dingen waar heel veel mensen tegenzijn, zoals allerlei quota of biologische mannen die in de vrouwensportactief zijn. Dat roept allemaal ideologische connotaties op bij heel veelmensen, die dat hinderlijk vinden als ze een museum binnenlopen.Herkent de Minister dat probleem of niet?Minister Bruins:Het doet me een beetje denken aan de discussie die ik had als Kamerlidover of we naast de Nederlandse vlag ook de EU-vlag in de Tweede Kamerwilden hangen. Voor sommige mensen had dat een nare connotatie, wantdie vonden dat de EU zich met te veel dingen bemoeide, en anderen in deTweede Kamer vonden het een prachtige vlag, want «wij zijn allenEuropeanen». Een vlag heeft allerlei connotaties. Sommige zijn positief ensommige zijn negatief. Dus ik kan mij best voorstellen dat allerlei mensenallerlei connotaties bij allerlei vlaggen hebben. Dat leeft ook wel breder inde samenleving. Er wordt veel met vlaggen gewapperd, ook in dezedagen. Dat kan van alles betekenen en allerlei mensen hebben daarconnotaties bij. De connotaties die mensen hebben, hebben ze. Daar kanik ook weinig aan doen.Voorzitter. Dan het sinterklaasfeest. Ik ben blij dat ik daar opnieuw metmevrouw Van der Velde over kan spreken. Om te beginnen wil ik mijnexcuses maken voor het antwoord tijdens het erfgoeddebat, want datklopte niet helemaal. Ik heb daar gezegd: er is nog nooit iets van de lijstgeschrapt. Ik had daar eigenlijk moeten zeggen: er zou niet iets van de lijstgeschrapt hoeven te worden. Maar het is wel zo dat sinterklaas, zoals hetstond ingeschreven op de lijst van immaterieel erfgoed, destijds isgeschrapt van de lijst vanwege een clash met de ethische code vanUNESCO. Dat wil niet zeggen dat sinterklaas niet meer thuis zou kunnenhoren op die lijst. Dus zodra er groepen zijn in de samenleving die hetsinterklaasfeest in al zijn verscheidenheid en met alle tradities op de lijstTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13862 van immaterieel cultureel erfgoed willen plaatsen, dan kan dat. Wekennen een grote verscheidenheid aan uitingsvormen, zoals surprises,liedjes, schoen zetten, al dan niet door de schorsteen klimmen, al dan nietmet een paard over een dak heen wandelen, de intocht op school, al danniet verkleden. Het sinterklaasfeest is springlevend. Als het in al zijnverscheidenheid op die lijst kan komen, dan denk ik dat daar een plek voorzou kunnen zijn. Ik ga er niet over. Het is een lijst waar ook de politiek zichvolstrekt niet mee zou moeten bemoeien. Dat is echt iets voor desamenleving. Ik benoem ook niet de mensen in de commissie die daarmeningen over vormen en die daar besluiten over nemen. Dat staathelemaal los van de overheid. Dat is echt iets van de samenleving.Daarmee heb ik gerepareerd wat ik de vorige keer niet helemaal goed zei.Maar deze keer vroeg mevrouw Van der Velde iets heel anders. Zij sprakvan intimidatie. Wat vind ik er nou van dat sommige mensen geïntimi-deerd worden bij het sinterklaasfeest? Dat vind ik afschuwelijk. Er is nooitplaats voor intimidatie. We moeten zunig met mekaar zijn. We moetengoed op elkaar passen en respect voor elkaar hebben. We moeten vooralhet gesprek met elkaar voeren. Tradities groeien mee met de tijd en demaatschappij. Inzichten veranderen. Laten we daar vooral met elkaar overblijven praten. Het mooie is wel dat het opiniepanel van EenVandaaginmiddels vorig jaar november heeft gepeild dat zo’n 54% van deNederlanders het prima vindt wanneer Piet roetvegen heeft. Dat vind ikook een hele mooie Piet. Daar laat ik het graag bij.Mevrouw Van der Velde (PVV):De Minister geeft eigenlijk geen antwoord op mijn punten, waarbij wijjuist aangeven signalen uit de samenleving te ontvangen waarbij groepenin de samenleving aangeven dat er vanuit de samenleving geen plek meeris voor mensen uit de samenleving om hier een mening over te hebben.Zij worden namelijk tegengewerkt als zij wél een Zwarte Piet ergens bijwillen hebben. Vindt de Minister dat dan oké? Vindt hij het oké dat er duslokale politiek is die hier wel een standpunt over inneemt, terwijl die ereigenlijk geen plek in zou moeten hebben? De Minister zei namelijk netnog dat de politiek hier geen plek in zou moeten hebben, maar tochgebeurt dit.Minister Bruins:Ik vind in het algemeen dat we zaken altijd via een redelijk gesprekmoeten oplossen en dat we vooral naar elkaar moeten luisteren en weelkaar niet moeten intimideren. Ik vind inderdaad dat de politiek dit vooralaan de samenleving moet laten. Volgens mij is er heel veel veranderd, ookop een manier – daar hebben we als land best veel jaren over gedaan –waarop het acceptabel is voor veel mensen. Dat moeten we vooral ook inde samenleving laten. Dus misschien ben ik het wel eens met mevrouwVan der Velde als ik haar zo hoor en vind ik dat de politiek hier geen plekin heeft.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dan blijft mijn vraag nog steeds: wat vindt de Minister er dan van datmensen uit de samenleving en organisaties gewoon geen kans krijgen omvanuit de samenleving alsnog dit soort tradities te organiseren en dat zijdaarbij worden tegengewerkt?Minister Bruins:Iedere vorm van druk of tegenwerking vind ik naar. Ik hoop dat degemeenschappen gewoon in goede dialoog met elkaar gaan. Ik ga nietover sinterklaas. Ik vind niks van de man. We moeten het sinterklaasfeestvooral bij de kinderen laten. Het is een fijn kinderfeest. Dat moeten wemet plezier en in alle respect met elkaar zien op te lossen. Als politicus wilik daar niet over gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13863 De voorzitter:Is dit blokje ... O, mevrouw Van der Velde heeft nog een interruptie.Mevrouw Van der Velde (PVV):Maar is de Minister het dan ook niet met de PVV eens dat de kans dat ditplaatsvindt, er gewoon moet zijn? Die intimidatie vindt plaats, hettegenwerken vanuit lokale overheden vindt plaats, intimidatie vanuitorganisaties als Kick Out Zwarte Piet vindt plaats. En u geeft aan dat erdialoog moet zijn. Ik heb verscheidene organisaties gesproken die ookzeker wel in dialoog willen, maar die aangeven dat zij toch ook Zwarte Pietdaarbij willen blijven betrekken, maar dat daar heel moeilijk over gedaanwordt. Laat me het anders vragen. Hoe zou de Minister het zien ... Ikverwoord het verkeerd; excuses. Wat zou de Minister eraan kunnen doenom te zorgen dat er inderdaad vanuit de samenleving toch intochtenplaats kunnen blijven vinden waarvoor steun is vanuit alle groepen van desamenleving en niet maar één kant van het verhaal?Minister Bruins:Ik moet hier, denk ik, toch heel duidelijk het antwoord geven dat ik vinddat ik daar als Minister niets aan hoor te doen omdat ik er niet over ga. Ditis echt van de samenleving en niet van de politiek. Ik wil sinterklaas nieteen politieke discussie in trekken. Het sinterklaasfeest is springlevend.Kinderen vinden het mooi en de ouders vinden het mooi. Nee, ik vind nietdat ik daar als Minister iets mee moet doen.De voorzitter:Oké. Zijn we dan bijna bij het oordeel over het amendement?Minister Bruins:We zijn bijna door het blokje overig, voorzitter, met nog een paar punten.Over de doorverkoop van toegangskaarten heb ik een vraag gekregen.Naar aanleiding van de motie-Kwint is er samen met de Ministeries vanEconomische Zaken, Justitie en Veiligheid en VWS onderzoek gedaannaar de aard en omvang van de doorverkoop van toegangskaarten. Datonderzoek laat zien dat de schaal van het probleem beperkt is. InNederland wordt minder dan 1% van alle doorverkochte kaarten voor eenhogere prijs doorverkocht. De markt komt zelf met technologischeoplossingen voor het probleem. Onze conclusie is dat ingrijpen op ditmoment dus niet nodig is. Dat zou ook ingrijpen in de marktwerking zijn.Wetgeving zou disproportioneel zijn, omdat het gaat om minder dan 1%van de kaarten. Het ligt ook primair bij mijn collega van EconomischeZaken.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik vind het wel degelijk een probleem. Ongeacht het percentage – en datvoor een VVD’er – is hier wel sprake van marktfalen. Ik vind dat eenoverheid soms in moet grijpen als er echt zo’n groot marktfalen is. Heeleerlijk: er is één partij die deze markt domineert. Als je een ticket koopt, isdat jouw eigendom. Dat heb ik ook in mijn bijdrage gezegd. Je bent nuwel degelijk verplicht om dat kaartje weer door te verkopen via die enespeler die de markt kent. Er zijn wel degelijk problemen, wou ik maarzeggen. Ik heb ook aangegeven dat het inderdaad óók op het bordje vande Minister van Economische Zaken ligt, maar ik zou toch echt wel aan deMinister willen vragen of hij bereid is om met de Minister van Econo-mische Zaken te bespreken hoe we dit kunnen oplossen. Het gaat mij nietom de omvang; het gaat me ook om het principe.Minister Bruins:Deze markt is zo ingericht om dat marktfalen juist tegen te gaan, ook in demanier waarop het aan de ingang geregeld is. Ik aarzel dus om nu meteenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13864 weer een nieuw onderzoek toe te zeggen. Dat lijkt me te veel. Het ligt erook wel aan welke Kamer je tegenover je hebt. Die kijkt er soms watverschillend naar. Ook dat wisselt. Ik hou het dus toch bij het verwijzennaar mijn collega van Economische Zaken, die uiteindelijk gaat overmarktfalen en degene zou zijn om te bekijken of hier wel of niet watgedaan zou moeten worden. Dat zou dan ook met mijn collega Beljaartskunnen worden besproken.De voorzitter:De laatste interruptie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, want mijn collega Peter Kwint is hier echt jaren mee bezig geweest. Hijhad een beetje gehoopt dat die aangenomen motie aan het einde van zijntijd in de Kamer eindelijk zou leiden tot een oplossing. Ik probeer dus tocheen beetje op te komen voor de anekdotes die we over Peter Kwint gaanvertellen. Er zijn er genoeg, denk ik, maar laat er ook een politieke zijn enlaat die motie goed uitgevoerd worden. Zou de Minister dan een watprincipiëler uitspraak willen doen, niet alleen over percentages enonderzoeken? De Minister heeft een hele hoop problemen die hij niet opkan lossen, maar dit is nou zo’n probleem dat je vrij makkelijk kuntoplossen, namelijk gewoon met een verbod op winst of een hogerpercentage winst bij doorverkoop van kaartjes. Dan heeft de Minister eenmooie oplossing. Als de VVD en de SP hetzelfde punt maken...Minister Bruins:Er is destijds een antwoordbrief gekomen op de motie. Daarin is ookuitgelegd welke haken en ogen eraan zitten. Daarbij is niet alleen gezegddat het gaat om minder dan 1% van de doorverkochte kaarten, waardoorje de vraag kunt stellen of wetgeving hierover wel proportioneel is. Als jewetgeving maakt op dit punt, is handhaving en toezicht ook nog best weleen ding. De antwoordbrief was destijds best helder. Ik wil die best nogweleens een keer in mijn tas stoppen en er nog eens goed naar kijken,maar ik heb zelf het idee dat alle aspecten van het antwoord daarin welzijn gegeven.De voorzitter:Goed. De interrupties van degenen die nee schudden zijn op, maar ditwordt vast en zeker vervolgd. Klopt dat niet? O, neem me niet kwalijk. Uheeft er nog vier. Wilt u interrumperen? Wakker worden, mevrouw Vander Wal!Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik zit heel erg te sparen voor de bevrijdingsfestivals. Ja, die komen nu,maar dan heb ik er daar nog drie voor. Ik vond twee misschien te weinig.Heel eerlijk: in de brief waar de Minister aan refereert, wordt de uitvoeringvan de motie gewoon weggeschreven. Dat is mijn eigen waardeoordeel.Ik vind dat er eigenlijk geen invulling wordt gegeven aan het verzoek dateen brede Kamermeerderheid doet in de motie, of in ieder geval niethelemaal. Er zijn hier wel degelijk extra stappen nodig en ik begrijp nietdat de Minister zo’n stap niet zet. Volgens mij is het namelijk een redelijkeenvoudige stap om te zetten om dit samen met de Minister van EZ tebekijken. Ik erken dat het met marktfalen te maken heeft en met dediscussie of een ticket jouw eigendom is op het moment dat je het wiltdoorverkopen of dat je wordt verplicht om dat via één partij te doen, diede markt domineert en die ook nog eens stelt dat het niet meer in delaatste drie dagen mag. Je zult een griepje hebben, zeg ik dan maar. Vandit principe mag de Minister wel degelijk iets vinden. Ik vraag hem om dewoekerprijzen op de tickets tegen te gaan en daar extra stappen in tezetten. Daarom stel ik nogmaals de vraag wat de Minister hierin kan doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13865 En anders komt deze vraag nog een keer terug via de band van Econo-mische Zaken of via deze band, want dan moeten we samen met de SPeen scherpere motie gaan bedenken.Minister Bruins:Het is duidelijk welke kant mevrouw Van der Wal op moet. Ik waardeer dehelderheid. Laat ik wel even duidelijk stellen dat dit natuurlijk veel bredergaat dan het OCW-domein. Het gaat ook over sportevenementen en overzakelijke beurzen. Dit gaat over veel departementen dus OCW staatmisschien niet als eerste aan de lat, maar het gaat natuurlijk ook overculturele evenementen. De brief is uit november 2023. Toen zat er eenandere bewindspersoon. Laat ik toezeggen dat ik zelf nog een keer naardie brief ga kijken om te zien of alles erin staat. Vervolgens kom ik met eennieuwe brief en ga ik u vertellen of ik nog steeds vind wat er in de oudebrief staat, of dat wij u nog meer informatie kunnen leveren over wat erdan wel mogelijk is. Dan zorg ik ook dat ik dat heb afgestemd met deambtsgenoten voor wie dit relevant is. Ik durf dat niet te doen voor debegroting, ook omdat dit interdepartementale afstemming nodig heeft.Het wordt begin volgend jaar.Dan de bevrijdingsfestivals. Ook die vallen niet onder mijn verantwoorde-lijkheid. Het is heel mooi om de bevrijding met elkaar te vieren, maar nietalles met een podium valt onder de Minister van OCW. Niet iedermuziekbandje valt onder mijn hoede. De financiering van de festivals ligtbij de gemeenten. Voor de viering van 5 mei ligt de verantwoordelijkheidbij de andere departementen. De Staatssecretaris van VWS heeft bij debegrotingsbehandeling van VWS aangegeven dat hij in gesprek gaat metzijn collega’s, dus met mij en met de collega’s van BZK en Defensie. Datgesprek ga ik met hem aan.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik leg hier maar gewoon het dilemma neer. Er zijn hier fracties, onderdeelvan een coalitie, die dekking nodig hebben om een amendement of eenmotie te kunnen ondersteunen. Zo werkt dat. Er ligt een amendement vancollega Mohandis voor bij de VWS-begroting, dat extreem ingewikkeld isgezien de dekking. Nou zitten we hier en willen we dit fiksen. Ik begrijp dathet niet alleen bij de begroting van OCW ligt, maar ook bij VWS enmisschien zelfs bij Binnenlandse Zaken. Maar aan dat gesprek heb iknatuurlijk vrij weinig zonder de toezegging dat hiernaar gekeken wordt. Ikheb een dekking, hè. Dan zou ik een motie moeten indienen overherprioritering binnen beleidsmatig gereserveerde middelen op artikel 14,maar dan komt die voor 1 miljoen bij OCW te liggen. Dat lijkt me nietwenselijk. Waar ik naar op zoek ben, is de toezegging dat het gewoonwordt opgelost met de dekking erbij, samen met de Staatssecretaris vanVWS, zodat we dat politieke instrument van een motie niet hoeven in tedienen. Anders loopt het namelijk gewoon klem. Dat is wat ik vraag. Deheer Mohandis heeft geen interrupties meer, maar volgens mij is dit ookwat hij wil en wat de Kamer breder wil. Het gaat hier verdorie over 80 jaarbevrijding en die festivals zijn echt belangrijk. Het gaat om één jaar. Wehebben dekking voor wat betreft de OCW-begroting, maar ik wil juistvoorkomen dat ik hier een motie moet indienen en dat dat hele miljoen ophet bordje van de Minister komt. Ik hoor dus toch graag een concreteretoezegging.Minister Bruins:Ik heb de afgelopen vijf uur betoogd dat ik helemaal nergens meer geldheb. En dit gaat zelfs over vier departementen. Er is een departement datmeer dan 100 miljard per jaar besteedt, een Defensie met een in financieelopzicht zwaar stijgende begroting. Ik kan me toch niet voorstellen dat hetaan OCW ligt of die bevrijdingsfestivals wel of niet door kunnen gaan. Ikkan het me niet voorstellen. Moet ik dan uit de culturele BIS, die netTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13866 verdeeld is, iets halen omdat ergens een podium wordt neergezet? Dit isecht de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Heel grote departe-menten gaan hierover. Ik niet. En dan moet ik ergens geld zoeken, terwijlik net heb betoogd dat we Opera Zuid niet kunnen redden? Ik vind «mheel ingewikkeld, hoor.Mevrouw Van der Wal (VVD):Als het over vier departementen gaat, dan gaat het om € 250.000 per. Hetgaat om een garantiefonds, zodat ze niet omvallen als het in de regen valt.Dit zijn festivals die eigenlijk gewoon hun eigen broek ophouden. Dat deMinister dan niet snapt dat je als Kamerlid vastloopt omdat dit bij vierbegrotingen ligt ... Als alle bewindspersonen naar elkaar gaan wijzen, dandoorbreken we dat niet. Ik vraag dus nogmaals aan de Minister om eentoezegging. Desnoods stelt de Minister voor om € 250.000 per begrotingte doen. Ik geef de Minister een suggestie voor een dekking op zijn eigenbegroting: het herprioriteren van de beleidsmatig gereserveerde middelenop artikel 14. De Minister maakt mij niet wijs dat dit niet haalbaar is, ookniet in overleg. Ik weet dat de Staatssecretaris van VWS hier ook positieftegenover staat. Wellicht geldt dat ook voor Binnenlandse Zaken. Volgensmij kan de Minister prima even een appje sturen naar zijn collega’s om nate gaan of hij deze toezegging kan doen. Dan hebben we het met elkaargefikst.Minister Bruins:Als de Staatssecretaris van VWS bij me komt en alle vier wat doen, danzal ik er met een welwillend oog naar kijken. Ik ben niet primair verant-woordelijk voor bevrijdingsfestivals. Ik ga niet die actie ondernemen, wantdan sta ik aan de lat voor ieder podium dat ergens wordt opgebouwd. Zokan het niet zijn. Maar als de Staatssecretaris van VWS bij me komt envraagt om een kwart miljoen, en anderen ook een kwart miljoen bijleggen... Weet u, als het er is, dan zal ik moeten kiezen tussen wat ik wel en nietkan redden, maar dan zal ik er met een welwillend oog naar kijken.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik vind dit echt kinderachtig. Ik weet hoe het werkt. Als Minister kun je detelefoon pakken, je collega bellen en zeggen: ik zit hier bij de vasteKamercommissie voor Cultuur en die wil dit fiksen. Dit is ons van hetkastje naar de muur sturen. Ik vind het prachtig, maar hoe moeilijk kan hetzijn om een toezegging te doen? Het is verdorie het werk van de Ministerom dit soort dingen binnen het kabinet te bespreken. Ik heb afscheidgenomen van die baan. Ik heb er weinig behoefte aan om een deel van diebaan weer terug te pakken, zeg ik daarbij, en uw werk te gaan zitten doen.Maar dat is wel wat hier gebeurt. Ik zeg het voor de laatste keer: is deMinister bereid om met de collega’s te overleggen – met de Staatssecre-taris van VWS, met zijn collega van Binnenlandse Zaken of met wie hij ookwil overleggen – om de toezegging te kunnen doen dat dit interdeparte-mentaal wordt opgelost? Nogmaals, het maakt mij niet uit hoe datonderling wordt herverdeeld, ook niet qua kosten. Waar het mij om gaat,is dat de toezegging er ligt dat we de bevrijdingsfestivals in de luchthouden, juist voor volgend jaar. 80 jaar bevrijding! In deze geopolitiekesituatie zijn die belangrijker dan ooit. Dat we dan hier terugkomen metkinderachtige opmerkingen – «dit ligt primair niet bij mijn begroting» – ...Kom op! Pak verantwoordelijkheid en overleg het met collega’s. Ik hoopecht op die toezegging, desnoods in de tweede termijn.Minister Bruins:Laat ik positief eindigen, maar laat ik ook even uitleggen waarom ik indezen een beetje koppig ben. Het komt te vaak voor dat OCW aan de latstaat als anderen iets niet doen. We hebben ook de herinneringscentra,waaronder Westerbork. Daar hebben we over gepraat in het debat overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13867 erfgoed. En dan wordt OCW weer gevraagd om daar de boel te redden,terwijl OCW niet over de herinneringscentra gaat. Dan de bevrijdingsfes-tivals. OCW gaat er niet over, maar nu ze van de regen in de drup dreigente komen, moet OCW ze weer redden. Dat was mooi toen OCW een helehoop geld had en er extra middelen bij kwamen, maar OCW kan niet aande lat staan voor alles wat dreigt te verdwijnen in dit land. Daarom ben ikvrij koppig. Dat idee moeten we er echt uit krijgen. Maar mevrouw Van derWal heeft dat idee niet, zeg ik ook even. Het is een redelijke vraag. Laat ikdan zover gaan: als mijn collega’s bij mij komen en zeggen «laten weallemaal samsam doen en ieder een kwart miljoen inleggen», dan zorg ikdat ik niet de spelbreker ben.De voorzitter:De laatste vraag van mevrouw Hertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik constateer dat een heleboel partijen tijdens dit debat allemaal vragenover belangrijke zaken hebben neergelegd bij deze Minister. Er zijn eenheleboel verschillende aspecten die schreeuwen om € 250.000, want datkan ik ook nog wel tien keer uitgeven. Ik zou de Minister dus toch echtwillen verzoeken om eerlijk te kijken naar alle neergelegde vragen en omdaar een eerlijke afweging in te maken, ook met betrekking tot deverantwoordelijkheden en portefeuilles van zijn collega’s bij andereministeries. OCW is echt helemaal leeg geschraapt. Wij hebben toch echtwel een veel kleinere begroting en hebben veel minder ruimte gekregen.Ik snap dus heel goed dat de Minister hier even pas op de plaats maakt enhet hele verlanglijstje gaat afwegen.De voorzitter:Mevrouw Van der Wal, u hebt geen interrupties meer. Er komt wel eentweede termijn en die is aanstaande. Ik wil nu het woord geven aanmevrouw Van Zanten.Mevrouw Van Zanten (BBB):Ik heb geen antwoord gekregen op mijn allereerste vraag aan de Minister,namelijk wat hij momenteel doet aan antisemitisme binnen de culturelesector.Minister Bruins:We saved the best for last. Nog drie korte punten. Mevrouw Van der Walvroeg naar de collecties in de depots. Als Minister ben ik verantwoordelijkvoor de rijkscollectie en dus ook voor wat er in de depots van derijksmusea hangt en ligt. Dankzij de Erfgoedmonitor hebben wij goed zichtop welk percentage kunstobjecten van de Collectie Nederland in het depothangt. Op dit moment is dat 70%. Ik ben bereid om u op een later momentprecieze aantallen uit de rijkscollectie te melden. Mevrouw Van der Walnoemde al een bedrag van een paar jaar geleden, meen ik. Ze sprak ooknog over een mogelijk verdienmodel wanneer je stukken zou uitlenen.Gelukkig zijn onze musea al heel ondernemend. Ze hebben slimmeverdienmodellen. Bij het berekenen van de structurele subsidies voorcollectiebeheer aan onze rijksmusea is al rekening gehouden met de aardvan de collectie en in hoeverre musea er publiek mee kunnen trekken ominkomsten mee te genereren. Als je kunststukken zou uitlenen en daargeld voor zou kunnen krijgen, dan praat je wel over topstukken, die dandus tijdelijk niet in ons land te zien zijn. Dat doet natuurlijk ook iets mettoerisme. Dat heeft ook weer andere gedragseffecten.De voorzitter:Op welke termijn kunt u die informatie naar de Kamer sturen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13868 Minister Bruins:U bedoelt informatie over de aantallen?De voorzitter:Ja.Minister Bruins:Over enkele weken. Naturalis is eigenlijk het moeilijkst. Het gaat daar overmiljoenen torretjes, vlindertjes en botjes. Het is geweldig. Maar ik zal demeest actuele getallen die ik heb in de komende weken naar de Kamersturen.De heer Krul heeft gesproken over subsidies voor vrijwilligers. Hij sprakover de «BIS», maar ik dacht dat hij het misschien had over de «Sim». Ja,ik hoor nu dat dit zo is. De meeste subsidies aan vrijwilligers wordenverleend door gemeenten, die hun best doen om dit zo laagdrempeligmogelijk te houden. Ook bij het Fonds voor Cultuurparticipatie wordensubsidies verleend en worden er realistische eisen aan vrijwilligerssub-sidies gesteld. Ik denk dus dat het al heel goed gebeurt, maar het kannatuurlijk altijd beter. In de Kamerbrief over de verkenning van definanciering van de monumentenzorg, die met de Sim te maken heeft,heeft mijn voorgangster aangekondigd dat de Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed onderzoek gaat uitvoeren naar de Sim en de woonhuis-subsidie, waarin het perspectief van de subsidieaanvrager nog meercentraal komt te staan. Daarbij is specifiek aandacht voor vrijwilligers.Voor de zomer van 2025 stuur ik u een brief, die ik al heb toegezegd, overde opgaven ten aanzien van grote monumenten en religieus erfgoed. Ikzal dan ook op de uitkomsten van dit punt nader ingaan. Dat wordt dusmijn erfgoedbrief.Als laatste punt in het blokje overig ga ik in op het onderwerp antisemi-tisme, waarover mevrouw Van Zanten sprak. Daar kan heel veel overgezegd worden. Laat ik in ieder geval zeggen dat OCW doorgaat tegenantisemitisme te vechten door, als het gaat om de culturele sector,blijvend te investeren in een pluriforme en toegankelijke culturele sector.Daarbij is er natuurlijk geen plek voor racisme en discriminatie. Wijstimuleren de sector om stappen te ondernemen om verstoringen in deculturele sector te voorkomen en te waarborgen dat alle stemmengehoord kunnen blijven worden. Een meerstemmige programmeringmoet mogelijk blijven. In het cultuurbeleid is specifiek aandacht voor deJoodse cultuur en de bescherming daarvan. Er wordt bijvoorbeeld ingezetop het delen van kennis over en het beschermen van Joods erfgoed via destructurele subsidiëring van het Joods Cultureel Kwartier, en binnen deregelingen voor de instandhouding van rijksmonumenten, waaronder ookJoods erfgoed zoals synagogen en Joodse begraafplaatsen. Ik heb contactmet de Minister van JenV over de ongeregeldheden, ook in het kader vanwat er gebeurt op onderwijsinstellingen. De NCTV is ook betrokken bij datcontact. We weten dat de verantwoordelijkheid verder vooral bij de lokaledriehoek ligt, maar we zijn wel betrokken als het gaat over de veiligheiden bij de gesprekken die de Minister van JenV met de lokale driehoek enmet de driehoeken in het algemeen heeft. Verder hebben wij als ministeriebijgedragen aan een protocol voor hoe je als culturele instelling de lokaledriehoek het beste kunt betrekken. Dat protocol is gemaakt en er isinmiddels een handreiking voor de instellingen in de culturele sector.De voorzitter:Een laatste vraag van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik heb volgens mij nog geen antwoord gehad op onze suggestie om eendeel van de cultuursubsidies, bijvoorbeeld in de BIS, via de provincies tealloceren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13869 Minister Bruins:Ik meen dat die suggestie werd gedaan in een interruptiedebat metmevrouw Van Zanten. Ik wist dus niet dat het een vraag aan mij was. Maaral improviserend kan ik u daarbij melden dat er natuurlijk al heel veel viagemeenten en provincies gaat. Hoewel het idee voor sommigen charmantkan lijken, levert het voor sommigen ook wel een doembeeld op. Dan komik bij de vraag van de heer Mohandis: als we alles aan gemeenten geven,hoe voorkomen we dan dat het geld aan het zwembad of aan dejeugdzorg wordt besteed? Dat er vanuit het Rijk overkoepelend wordtmedegefinancierd, zorgt er dus ook voor dat de systemische blik en depluriformiteit behouden blijven. Bovendien heb ik natuurlijk een verant-woordelijkheid voor de rijkscollecties en alles met een nationale functiebinnen de BIS. In die zin lijkt het me dus goed om het hele kleine deel datOCW als rijkssubsidie besteedt binnen die hele grote cultuursector tebehouden, en om niet alles via gemeenten te doen, omdat je dan de helesystemische blik gaat missen.De voorzitter:Nee, meneer Van Houwelingen, uw interrupties zijn op. Ik ben net ookheel streng geweest voor de heer Mohandis, dus dat ben ik ook voor u. Uheeft zo meteen een tweede termijn. We hebben nog een uur, dus ik zouheel graag over willen gaan op het oordeel over het amendement endaarna op de tweede termijn van de Kamer.Minister Bruins:Voorzitter. Ik heb voor mij het amendement van het lid Ceder over 10miljoen vrijmaken voor het terugbrengen van de restauratieachterstandbij grote monumenten. Ik zal dit amendement moeten ontraden. De heerCeder stelt voor om de overdekking voor het handhaven van hetoorspronkelijke afbouwpad voor de korting op de motorrijtuigenbelastingvoor emissievrije voertuigen uit het Belastingplan te gebruiken alsdekkingsbron. Zoals de begrotingsregels voorschrijven, zijn het inkom-stenkader en het uitgavenkader van elkaar gescheiden. Daarom is ditamendement niet voorzien van deugdelijke dekking. Namens het kabinetontraad ik daarom dit amendement.De voorzitter:Voor de duidelijkheid: het gaat over het amendement op stuk nr. 17. Dat isontraden door de Minister. Daarmee zijn we gekomen bij de tweedetermijn van de Kamer. We hebben nog een uur, maar we schorsen evenvijf minuten voor een sanitaire stop.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan verder met de tweede termijn van de Kamer.Graag stilte op de tribune. Mevrouw Van der Velde, zou u ook willenstoppen met praten? Het woord is aan de heer Mohandis van GroenLinks-Partij van de Arbeid voor zijn tweede termijn.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Het is erg rumoerig, maar ik ga gewoon beginnen. Voordat ikmijn twee moties voorlees, heb ik een hele korte vraag. Heeft de Ministerde wittevlekkengelden, zoals ik ze maar even noem, van 2 miljoentoegezegd voor de komende periode? Zo ja, dan ontvang ik graag eentoezegging en een brief. Dan hebben we dat genoteerd. Dat was mijneerste punt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13870 Dames en heren op de tribune, kunt u alstublieft even stil zijn? We zijngewoon begonnen, dus graag stilte op de tribune.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Mijn eerste motie. We hebben het gehad over de groep van 59. Inmiddelsblijkt uit de antwoorden van de Minister op Kamervragen van D66 dat dater 57 zijn. Daarom de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,van mening dat cultuuraanbod voor iedereen bereikbaar moet zijn en datdaarom onder meer een evenwichtige geografische spreiding vanbeschikbare middelen van belang is;overwegende dat de investeringen in de regio’s met een achterblijvendcultuuraanbod er bij de toekenning van de meerjarige BIS-subsidies voor2025–2028 en de rijkscultuurfondsen maar mondjesmaat op vooruitgaan;overwegende dat door de zogenoemde zaaglijnproblematiek 57 grote(categorie 3) en kleine podiumfestivals en organisaties positief zijnbeoordeeld en toch geen subsidie krijgen vanaf 2025 en dat daardoor deachterliggende regionale culturele infrastructuur in het voortbestaanwordt bedreigd, met onomkeerbare gevolgen voor de beoogde doelenzoals regionale cultuurspreiding, talentontwikkeling en instellingen dieeen ketenfunctie vervullen;overwegende dat ook gemeenten ondanks hun zorgen over de gemeente-financiën het belang van het voortbestaan van deze instellingenbenadrukken en zij om een eenmalige oplossing vragen voor het jaar2025;verzoekt de regering om op korte termijn te onderzoeken of het mogelijkis om de desbetreffende gemeenten een oplossing te bieden voor de 57organisaties (categorie 3) die ondanks een positief advies geen subsidiekrijgen, en de Kamer hierover voor het einde van dit jaar te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mohandis en Rooderkerk.Zij krijgt nr. 20 (36 600-VIII).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Tot slot de laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13871 overwegende dat de Raad voor Cultuur in zijn advies op de subsidiëringvan Opera Zuid de Minister ertoe oproept om actieve ondersteuning enaanvullende financiering te bieden, omdat de raad zélf geen hogerefinanciering kan bepleiten dan het maximaal beschikbare subsidiebedrag;overwegende dat bij uitblijven van voldoende ondersteuning Opera Zuidniet zal kunnen voortbestaan en daarmee de regionale culturele infra-structuur ernstig zal worden geraakt;verzoekt de regering om Opera Zuid de door de Raad voor Cultuurbepleite actieve ondersteuning en aanvullende financiering te bieden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mohandis.Zij krijgt nr. 21 (36 600-VIII).De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van der Velde van de PVV.Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met het feit dat wij deMinister om een toezegging hebben gevraagd in de eerste termijn. Dus bijdezen nog even een korte herinnering aan de Minister. We hopennatuurlijk straks te horen of hij daar wat mee gaat doen.Ik zou in deze tweede termijn graag twee moties willen indienen. Ik heb inde eerste termijn al aangegeven dat de PVV weinig te spreken is over descheve verdeling van de cultuurgelden in Nederland. Om deze reden dientde PVV de volgende motie in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regionale spreiding van cultuur een veelbesprokenthema is binnen deze Kamer;constaterende dat eerdere moties voor betere regionale spreiding zijnaangenomen, maar dat culturele instellingen nog steeds weinig wordengestimuleerd om zich buiten de Randstad te vestigen;verzoekt de regering om bij de eerstvolgende herverdeling van deBIS-middelen niet alleen rekening te houden met het aantal cultureleinstellingen per regio, maar ook met het aantal inwoners per regio en demiddelen per inwoner, om vestiging buiten de Randstad aantrekkelijker temaken en zo een evenwichtige regionale spreiding van cultuurmiddelen tewaarborgen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Velde en Van Zanten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13872 Zij krijgt nr. 22 (36 600-VIII).Mevrouw Van der Velde (PVV):Vervolgens heeft u mij horen spreken over de veiligheid bij sinterklaasin-tochten. Uiteraard vinden wij meer dan alleen het sinterklaasfeestbelangrijk. Daarom willen wij waarborgen dat onze Nederlandse traditiesveilig kunnen verlopen. Daarom dienen wij de volgende motie in.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat organisatoren van tradities en evenementen, zoalssinterklaasintochten met Zwarte Piet, regelmatig worden geconfronteerdmet anonieme dreigingen;overwegende dat het doorgaan van deze tradities kan leiden tot fysiekedreiging voor organisatoren en publiek;van mening dat de veiligheid van organisatoren en aanwezigen altijdgewaarborgd moet zijn;verzoekt de Minister, in samenwerking met de Minister van JenV,maatregelen te treffen die de veiligheid bij culturele bijeenkomsten enuitingen die vallen onder immaterieel erfgoed waarborgen, zodatNederlandse tradities ongestoord en in een veilige omgeving kunnenplaatsvinden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Velde en Emiel van Dijk.Zij krijgt nr. 23 (36 600-VIII).Mevrouw Van der Velde (PVV):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu de beurt aan mevrouw Rooderkerk van D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. Ik wilde beginnen met het aanhalen van de oproep vanvandaag van de 27 theaters in het hele land over het verlies dat er gaatontstaan met deze btw-verhoging, deze gestapelde bezuinigingen. Ookgaat het om het verlies van 59 gezelschappen, wanneer die niet geholpenworden of wanneer daar niets voor gevonden wordt, juist in de regio. Datzeg ik tegen alle partijen die hier voor de regio hebben gepleit, want ditalles heeft juist heel veel impact op de regio. Wat kunnen we daaraandoen? Ik hoop echt dat iedereen daar met vereende krachten aan wilwerken. Op dit moment heerst vooral de chaos. De hakbijl wordt in desector gezet. Alle leden hier zeggen dat ze dat eigenlijk niet willen, maar erkomt geen oplossing om het anders te doen. Als D66 hebben we tienvoorstellen op tafel gelegd om het anders te dekken, maar daarbij stuitenwe steeds op een muur.Ik heb een aantal concrete vragen gesteld in mijn bijdrage in eerstetermijn. Hoeveel minder museumbezoeken verwacht de Minister? HoeveelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13873 kinderen zullen er door de bezuinigingen geen muziekeducatie meerkrijgen? Hoeveel mensen zullen er niet meer naar het theater gaan? Ik benblij dat de Minister uiteindelijk heeft toegezegd om onderzoek te gaandoen op basis van de cijfers die eerder door de sector zelf zijn aange-leverd: wat is de impact, op basis van die cijfers? Ik denk dat dat belangrijkis. Het is wel wat vreemd dat dat onderzoek pas na de stemmingen overhet Belastingplan van donderdag gaat plaatsvinden. Dat wilde ik daarbijnog opmerken.Daarnaast heeft de Minister toegezegd dat hij toch zijn best gaat doen omeen oplossing te vinden voor de zaaglijninstellingen. Daarvoor gaat hijalles in het werk stellen met de gemeenten. Wellicht is er nog ietsmogelijk bij de fondsen. Ik denk dat het nodig is om echt tot het gaatje tegaan om te kijken of dat lukt.Hij heeft ook toegezegd dat hij gaat proberen om een manier te vindenom de internationale subsidie aan ITA toe te kennen, zonder precedent-werking. Wij zien uit naar een brief daarover. Ik ben trouwens ook welbenieuwd wanneer we de brief over die 59 instellingen kunnenverwachten. Graag een toezegging.Voor de zaaglijninstellingen heb ik samen met de heer Mohandis eenmotie ingediend. Ook dien ik nog een motie in met mevrouw Van der Walvoor een zesjaarstermijn voor de cyclus van alle instellingen om hunaanvragen bij de Raad voor Cultuur in te dienen. Dan heb ik zelf nog eenmotie over de kaderwet cultuur.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het Rijk verantwoordelijk is voor het functioneren vanhet hele cultuurbestel en de aanwezigheid van een adequate en completeinfrastructuur in heel het land;overwegende dat het noodzakelijk is voor een sterke regionale cultureleinfrastructuur dat de rijksoverheid, provincies en gemeenten zichgezamenlijk inzetten voor cultuur en hun keuzes goed op elkaarafstemmen;overwegende dat het daarom wenselijk is om heldere afspraken te makenover wanneer het Rijk, gemeenten en provincies verantwoordelijk zijn;overwegende dat elke regio recht heeft op een bloeiende culturele sectoren toegang tot cultuur in heel Nederland geborgd dient te zijn;verzoekt de regering in gesprek te gaan met de medeoverheden, de Raadvoor Cultuur, maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers en teonderzoeken hoe een bloeiende culturele sector in heel Nederlandgeborgd kan worden via een zorgplicht voor cultuur,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Rooderkerk en Mohandis.Zij krijgt nr. 24 (36 600-VIII).Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13874 De voorzitter:Dank u wel. Dan is de beurt aan mevrouw Van der Wal van de VVD.Mevrouw Van der Wal (VVD):Voorzitter, dank. Dank voor de beantwoording en de toezeggingen, ook alshet gaat om de brief ten aanzien van de tickets en de woekerprijzen. Ik heber alle begrip voor dat dat Q1 wordt en niet voor de begroting lukt.Ik heb drie moties. De eerste gaat over de bevrijdingsfestivals. Ik heb deStaatssecretaris van VWS zelf net een appje gestuurd met de vraag omsamen met de Minister van OCW te kijken naar een oplossing. Ik denk dathet een druk bezet man is; ik heb gewoon nog geen antwoord. Daardoorheb ik helaas geen andere keus dan het indienen van deze motie omdat ergeen toezegging ligt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat voor 2024 is voorzien in een garantieregeling voor debevrijdingsfestivals en dat we in 2025 80 jaar vrijheid vieren;overwegende dat een soortgelijke regeling ook wenselijk is voor 2025;verzoekt de regering in samenwerking met de vier betrokken Ministeries –OCW, VWS, BZK en Defensie – binnen de bestaande budgettaire kaderseen oplossing te vinden voor het door laten gaan van het garantiefondsvoor de bevrijdingsfestivals,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Wal en Mohandis.Zij krijgt nr. 25 (36 600-VIII).Mevrouw Van der Wal (VVD):Dan de tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er vierjaarlijks een nieuwe cultuurperiode start, waarbijculturele en creatieve instellingen een rijkssubsidie kunnen aanvragen viade culturele basisinfrastructuur;constaterende dat het (BIS-)instellingen naar schatting in totaal ruim 100miljoen euro kost om aanvragen voor rijkssubsidies voor te bereiden ensuccesvol bij de Raad voor Cultuur in te dienen;overwegende dat het uitbreiden van de BIS-periode resulteert in minderaanvraagdruk bij instellingen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13875 overwegende dat iedere besparing op de lasten die gemoeid zijn met hetvoorbereiden en aanvragen van subsidies de cultuursector direct tengoede komt;verzoekt de regering de termijn van de culturele basisinfrastructuur vanafde volgende BIS-periode te verlengen naar een periode van zes jaar;verzoekt de regering te onderzoeken hoe de BIS-aanvraagprocedurevereenvoudigd kan worden, gericht op het substantieel verlagen van devoorbereidings- en aanvraagkosten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Wal, Rooderkerk enMohandis.Zij krijgt nr. 26 (36 600-VIII).Mevrouw Van der Wal (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in 2018 in de depots van onze rijksmusea (alleen al)ruim 65.000 kunstobjecten lagen, waarmee deze objecten niet zichtbaarzijn voor het publiek;constaterende dat het op dit moment onbekend is hoeveel kunstobjectenin de depots van Nederlandse musea liggen en dat de laatste schattingenuit 2018 stammen;overwegende dat opgeslagen kunstobjecten niet zichtbaar zijn voor hetpubliek, terwijl deze objecten wel onderdeel uitmaken van onze Neder-landse cultuur en (kunst)geschiedenis;constaterende dat musea, en daarmee kunstobjecten, bij renovatie- ofverbouwingsopgaven vaak niet of slechts deels te bezoeken zijn voor hetpubliek, maar dat de subsidiebijdrage vanuit het Rijk ondertussen weldoorloopt;van mening dat het ongewenst is dat een groot deel van de Nederlandsekunst en geschiedenis niet openbaar te bezichtigen is door het publiek;verzoekt de regering te inventariseren hoeveel objecten er op dit momentin depots van de Nederlandse musea liggen;verzoekt de regering voorts uit te werken hoe musea opgeslagen dan weltijdelijk onbeschikbare kunst extern en internationaal kunnen aanbiedenen op welke wijze musea hierbij geholpen kunnen worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Wal.Zij krijgt nr. 27 (36 600-VIII).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13876 Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Krul, van het CDA.De heer Krul (CDA):De heer Van Houwelingen sprak in eerste termijn over jazz, en sindsdiendenk ik eigenlijk de hele tijd aan jazz. Het deed mij ook denken aan eenoptreden van Diederik Smit, die het eigenlijk wel treffend verwoordde. Ditkabinet is eigenlijk ook jazz: het jazzensemble van Schoof & co. Het isexperimenteel, het is een bijeenraping van onsamenhangende klanken, erwordt veel geïmproviseerd en de liedjes stoppen meestal abrupt. Welkinstrument deze Minister speelt, is mij vandaag niet duidelijk geworden.Ik dien één motie in en heb daarna nog een kort slotwoord. Ik had erhonderd in kunnen dienen, maar ik krijg niet de indruk dat we echt zodenaan de dijk gaan zetten.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland op grond van het Internationale Verdraginzake de Rechten van het Kind erkent dat ieder kind recht heeft opvolledige deelname aan het culturele en artistieke leven;constaterende dat als gevolg van een getrapte beoordeling het criteriumspreiding niet integraal meegewogen is bij de besluitvorming van de Raadvoor Cultuur, waardoor het genre jeugddans onbereikbaar wordt voorkinderen uit de regio;verzoekt de regering om van rijkswege in de BIS een jeugddansgezel-schap toe te voegen aan de categorie jeugdpodiumkunsten met eensubstantieel bereik waarmee de pluriformiteit van het podiumaanbodvoor jeugd en de landelijke dekking van jeugddans in de regio gewaar-borgd blijft,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Krul en Mohandis.Zij krijgt nr. 28 (36 600-VIII).De heer Krul (CDA):Voorzitter, tot slot. We hebben heel veel gedichten en citaten gedeeld –Nixon, Churchill, Lucebert en nog veel meer. Iedereen heeft gezegd hoebelangrijk cultuur is. Niemand weet precies wie nou vóór diebtw-verhoging was. We hebben het 25 minuten gehad over Zwarte Piet.De wokevlaggen mogen niet meer gehesen worden en we gaan straksallemaal weer naar huis. Ik heb een gedicht gezocht dat past bij dit debaten kwam uit in 1724, toen men uit angst voor repercussies nog anoniemkritiek moest uiten op ons bestuur. Ik vond een gedicht in een bundel dieheet De Vergadering van de Staten van Holland, en ga hem in modernNederlands voorlezen. Het gedicht gaat zo:Zij hieven het glas, zij deden een plas, en alles bleef zoals het was.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13877 Dank u wel. Als neerlandica kan ik het toejuichten dat iedereen hier dehele tijd gedichten voordraagt. Het is echt een trend. Dat legt de lat hoogvoor mevrouw Hertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik wilde hier eigenlijk moderne dans ten uitvoer brengen. Maar ik laat dattoch even aan mij voorbijgaan.Voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording. Het is duidelijk dathet magere jaren zijn en dat er weinig ruimte is. U heeft gehoord dat eengroot deel van de Kamer die spreiding toch nog niet voldoende vindt. Ikwil toch echt nog kijken of we daar iets aan kunnen doen. Daarom devolgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er een onredelijk groot verschil zit tussen provincies infinanciering vanuit het Rijk per hoofd van de bevolking;overwegende dat de culturele basisinfrastructuur essentieel is voor deregionale spreiding van cultuursubsidies;overwegende dat momenteel niet alle regio’s vertegenwoordigd zijn in decategorie theater en het zelfs juridisch niet mogelijk is om voor theaterge-zelschappen in Drenthe, Overijssel, Zeeland en Flevoland geld aan tevragen;overwegende dat als gevolg hiervan instellingen uit deze regio’s alleen bijde rijkscultuurfondsen terecht kunnen en daar minder erkenning krijgenvoor de regiofunctie die zij vervullen;verzoekt de regering om met het Fonds Podiumkunsten in gesprek te gaanom te onderzoeken of binnen het fonds financiering kan wordengevonden om in alle twaalf provincies een theatergezelschap of-productiehuis te bekostigen, en de resultaten van dit gesprek voor hetkerstreces naar de Kamer te sturen;verzoekt de regering voorts om in de herinrichting van het bestel vanaf2029 de regionale verspreiding zo te verankeren dat elke provinciestandaard bekostiging krijgt uit het Rijk voor een theatergezelschap,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Hertzberger en Van Zanten.Zij krijgt nr. 29 (36 600-VIII).Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik wil nog twee laatste punten maken. Komt het geld dat naar gemeentenen provincies gaat wel terecht waar het terecht móét komen? Wijbekostigen ook best wel veel bibliotheken. Over de SPUK waren er al watzorgen, evenals over de regelingen die daarop volgen, zoals dedecentralisatie-uitkering. Heeft de Minister de indruk dat dat geld komt opde plek waarvan wij denken dat het er moet komen, zeker in deze tijden?Dat geldt ook voor het wittevlekkenbeleid en het geld dat naar deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13878 provincies gaat. Komt dat wel op de plek die wij voor ogen hebben?Misschien kan de Minister daarover een brief naar de Kamer sturen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Er is nog een vraag van de heer Mohandis.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Ja, over de motie, om die goed te begrijpen. U heeft het over in gesprekgaan met het Fonds Podiumkunsten om te zoeken naar een oplossing.Zou dat ook kunnen betekenen dat het geld anders wordt verschoven endat dat weer ten koste gaat van degenen die al blij zijn gemaakt met eentoekenning? De vraag is: wilt u schuiven binnen het budget of moet er watbij? Ik zoek even naar wat u met de motie beoogt.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik denk – ik sluit even aan bij de Minister – dat het, wanneer geld al istoegekend, onbehoorlijk is om te zeggen: o, helaas, toch niet. Ik denk datjullie dat met de zaaglijnbekostiging ook niet beogen. Ik denk dus dat wijhetzelfde beogen, maar dan een andere richting op.De voorzitter:Mevrouw Van Zanten van de BBB.Mevrouw Van Zanten (BBB):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ook veel dank voor detoezegging over de wittenvlekkengelden. Er is grote behoefte bij deregio’s om op korte termijn te weten of ze ook in de aankomende periodegebruik kunnen maken van de rijksmiddelen voor vernieuwing enverbreding. Ik beschouw de toezegging van de Minister als een formelebevestiging. Dan toch terug op de geografische spreiding, waar al heelveel over gesproken is tijdens dit debat. Nogmaals, het is een goede zaakdat die spreiding is meegenomen als criterium bij de culturele basisinfra-structuur, maar het heeft zeker niet tot het juiste effect geleid. Daarom hebik de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er ondanks aandacht voor geografische spreiding in deBIS en de fondsen nog steeds sprake is van een aanzienlijk verschil vancultuurvoorzieningen tussen regio’s;overwegende dat het van belang is dat er in elke regio een toegankelijkcultuuraanbod is;overwegende dat landelijke algemeen geldende criteria geen recht doenaan Elke regio telt! en de specifieke situatie in een regio;overwegende dat de door de Tweede Kamer aangenomen motie op stuknr. 82 (36 410-VIII) over een evenredigere verdeling van cultuursubsidiesover Nederland nog niet tot het gewenste effect heeft geleid;verzoekt de regering te onderzoeken waarom geografische spreidingachterblijft;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13879 verzoekt de regering de uitkomsten van dit onderzoek voor het einde van2025 met de Kamer te delen zodat de uitkomsten kunnen wordenmeegenomen in de ontwikkeling van een nieuw cultuurbestel vanaf 2029,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Zanten.Zij krijgt nr. 30 (36 600-VIII).Dank u wel. Mevrouw Beckerman. Sorry, ik was u vergeten.Mevrouw Beckerman (SP):Dat maakt niet uit, voorzitter.De voorzitter:Ik hoor dat mevrouw Van Zanten zich ook verontschuldigt, maar het ismijn schuld. Mevrouw Beckerman is er nu klaar voor.Mevrouw Beckerman (SP):Ik ben er nog meer klaar voor. De Minister begon met een mooie anekdoteuit 1969. Nixon zou hebben gezegd: investeren in wetenschap maakt hethet waard om ons land te verdedigen. Het is natuurlijk bijzonder om dataan te halen voor een Minister die bezuinigt op wetenschap. Maar ikmoest toch terugdenken aan het jaar 1969. Dat is ook wel interessant voordit debat. Niet alleen werd toen de btw ingevoerd – het hoge tarief vantoen is ongeveer even hoog als het lage tarief van nu – maar het was ookeen jaar van grote protesten. Misschien is dat wel wat we opnieuw nodighebben. De Maagdenhuisbezetting was van dat jaar, maar ook grotestakingen en protesten voor de vrije liefde van homoseksuelen die nietlanger strafbaar wilden zijn volgens de wet. Laten we teruggaan naar diesfeer van 1969, zoals de Minister zo graag wilde. Ik vind het lastig om numet allerlei moties te komen. Ik merk dat ik er heel veel zal steunen en ikzal er zelf ook één indienen, maar die gaan voornamelijk over de periodehierna. De periode die nu komt, als we instemmen met deze begroting endit Belastingplan, zal heel erg zwaar worden voor heel veel genoot-schappen, gezelschappen, instellingen en mensen. Daarom overweegtmijn fractie om tegen het Belastingplan en de begroting, waar we nog eendebat over zullen hebben, te stemmen.Toch heb ik de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er door de korting op het Gemeentefonds en deverhoging van de btw op kunst en cultuur sprake is van een stapeling vanlasten op de meest kwetsbare gemeenten en mensen met lage inkomens;verzoekt de regering te onderzoeken welke effecten deze stapeling heeftop kunst en cultuur voor armere gemeenten en lagere inkomens,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 31 (36 600-VIII).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13880 Mevrouw Beckerman (SP):Voorzitter. Er komt van mij geen gedicht of andere kunstvorm. Ik ben ookbang dat wij straks het laatste theater zijn zonder hoge btw.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot de heer Van Houwelingen van Forum voorDemocratie.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. Waar de heer Krul aan jazz moest denken, dacht iktijdens dit debat de hele tijd aan de onvolprezen serie Yes, Minister. DeMinister heeft dan de rol van Jim Hacker en een van zijn gewaardeerdeambtenaren wellicht die van sir Humphrey. Want wat we ook hebbengeprobeerd als Kamer, er is bijna geen politieke ruimte. De Minister wasdaar ook heel eerlijk over. Ik kon dat wel waarderen. Hij zei: «De kaderszijn de kaders, de adviezen zijn de adviezen en de experts zeggen wat zewillen zeggen. Daar wijk ik zelfs in hele omstreden gevallen niet van af.»De experts zijn uiteindelijk natuurlijk de ambtenaren. En ik heb éénvoorbeeld genoemd, namelijk De Balie, maar daar wijkt de Minister ookniet van af. Dat is, denk ik, op zich wel een zorgelijke zaak. Ik ga het tochproberen.Voorzitter. Ik wil dan maar twee moties indienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om De Balie geen BIS-subsidie toe te kennen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.Zij krijgt nr. 32 (36 600-VIII).De heer Van Houwelingen (FVD):Het zal wel duidelijk zijn waarom we dat niet willen. De tweede en laatstemotie luidt als volgt. Die is enigszins in aanvulling op de motie vanmevrouw Van Zanten, maar gaat wat verder.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering te onderzoeken hoe (een deel van) de BIS-gelden viade provincies in plaats van via OCW verdeeld zou kunnen worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Houwelingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13881 Zij krijgt nr. 33 (36 600-VIII).De heer Van Houwelingen (FVD):Mag ik die motie nog heel kort toelichten, voorzitter? De Minister zegt netnamelijk terecht: er gaat ook via de samenleving veel geld naar cultuur.Maar een half miljard gaat via de BIS-gelden. Het zou, denk ik, een goedezaak zijn als een deel daarvan via de provincies wordt gealloceerd. Je kuntdan nog steeds een deel apart houden bij het ministerie om te geven aanvoor het systeem belangrijke instellingen. Maar dat is, denk ik, eenprobleem dat de hele Kamer onderschrijft. Volgens mij is de hele Kamerhet erover eens dat het onterecht is dat er bijvoorbeeld naar Noord-Holland tien keer zo veel geld gaat als naar Noord-Brabant. Dat kun je zovolgens mij heel effectief oplossen.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De Minister heeft vijf minuten nodig. Ik zou u willen vragenom hier nu wel te blijven, zodat we snel door kunnen. Ik zou de Ministerook willen vragen om de antwoorden kort en bondig te houden, zodat wehier om 16.00 uur klaar zijn. Dank u.De vergadering wordt van 15.33 uur tot 15.40 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we gaan weer beginnen. Het woord is aan de Ministervoor een efficiënte beoordeling van de moties.Minister Bruins:Voorzitter. De motie op stuk nr. 20 van de heer Mohandis, die vraagt omeen eenmalige oplossing voor categorie drie van het Fonds Podium-kunsten voor 2025, moet ik ontraden. Ik heb hier geen financiële middelenvoor. Ik heb wel toegezegd dat ik met gemeenten zal spreken over het feitdat ik middelen voor frictiekosten heb gereserveerd en kan kijken of datgemeenten kan helpen om iets met deze instellingen te doen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 20: ontraden.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 21 gaat over Opera Zuid en verzoekt aanvullendefinanciering te bieden. Die motie moet ik ontraden. Dat kost namelijk bijna8 miljoen euro, vier keer 1,7 miljoen. Dat geld heb ik niet.De voorzitter:De motie op stuk nr. 21: ontraden.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 22 is van mevrouw Van der Velde en BBB en verzoektom bij de eerstvolgende herverdeling ook te kijken naar een evenwichtigeregionale spreiding. Die kan ik oordeel Kamer geven, want ik zal dezevraag betrekken bij de inrichting van de procedure voor 2029 en verder.De voorzitter:De motie op stuk nr. 22: oordeel Kamer.Minister Bruins:In de motie-Van der Velde op stuk nr. 23 wordt gevraagd om de veiligheidbij culturele tradities te waarborgen. Die moet ik vanuit mijn hoedanigheidontraden. Ik span mij hier met overtuiging voor in, maar het borgen vande veiligheid ligt toch echt bij de lokale driehoek, en niet bij mij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13882 De voorzitter:De motie op stuk nr. 23: ontraden.Minister Bruins:In de motie op stuk nr. 24 wordt de regering verzocht om de Raad voorCultuur te vragen samen met medeoverheden, maatschappelijkeorganisaties en belangenbehartigers te onderzoeken hoe een bloeiendeculturele sector in heel Nederland geborgd kan worden in een kaderwetcultuur met daarbij een zorgplicht. Een kaderwet met zorgplicht voorcultuur is niet mogelijk zonder extra middelen. Ik zei al: zonder knakengeen extra taken. Wel ben ik bereid om in gesprek te gaan met verschil-lende partijen, maar dan niet met de Raad voor Cultuur – die heeftnamelijk advies gegeven – maar met partijen als de VNG en het IPO, overwat nodig is voor een bloeiende culturele sector binnen huidige juridischeen financiële kaders. Maar in deze vorm moet ik de motie ontraden.De voorzitter:Maar als u «m interpreteert zoals u net verwoordde, krijgt de motie danoordeel Kamer?Minister Bruins:Dan moeten de zorgplicht en de Raad voor Cultuur eruit. Het gaat dus omnogal wat wijzigingen. Maar als ik «m zo mag interpreteren dat ik metverschillende partijen, zoals de VNG en het IPO, spreek over wat er nodigis om een bloeiende culturele sector nog beter te borgen en te stimulerenbinnen huidige juridische en financiële kaders, dan krijgt die oordeelKamer. Maar het gaat dan wel om een fikse aanpassing.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat lijkt me goed, want volgens mij is de uitwerking dan dat dat gespreken dat onderzoek verder gedaan gaan worden. Ik kan de motie dusaanpassen. Als de Minister zegt «ik lees het zo», dan is het wat mij betreftgoed. Voor de duidelijkheid en voor de collega’s zal ik «m dan aanpassen.Ik ben blij dat de motie daarmee oordeel Kamer zal krijgen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 24 wordt gewijzigd, zodat die oordeel Kamer kankrijgen.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 25 gaat over de bevrijdingsfestivals. In het debatwerd gevraagd om een oplossing voor 2025, maar de motie vraagt nu omeen garantiefonds. Ik weet niet helemaal wat dat is. Ik vind het dus lastigom daarmee akkoord te gaan. Daarom ontraad ik de motie. Maar ik hebaangegeven dat ik voor 2025 met de drie andere departementen naar eenoplossing wil zoeken. Ik heb in ieder geval gezegd dat ik niet de spelbrekerzal zijn als we met z’n vieren optrekken.Mevrouw Van der Wal (VVD):Ik heb inderdaad in de snelheid «garantiefonds» in het dictumgeschreven. In de constatering staat echter «garantieregeling». Ook is hetinderdaad voor één jaar. Dus mag ik aannemen dat het met de aanpassingvan «garantiefonds» naar «garantieregeling voor één jaar» oordeel Kameris?Minister Bruins:Dan kan ik garanderen dat ik samen met de drie departementen zaloptrekken en niet de spelbreker zal zijn in een gezamenlijk te vindenoplossing. Als ik de motie zo mag interpreteren, dan is het oordeel Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13883 De voorzitter:De motie op stuk nr. 25 wordt gewijzigd, en krijgt met de interpretatie vande Minister oordeel Kamer.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 26 gaat over het verlengen van de termijn van de BISnaar zes jaar. Ik zie de aantrekkelijkheid daarvan, maar ik wil niet over éénnacht ijs gaan. Ik ga ervan uit dat het niet gaat over de huidigeBIS-periode, want dit betekent ook iets voor de toegankelijkheid vanzaken. Ook raakt het aan andere overheden. Dus als ik «m zo maginterpreteren dat ik dit betrek bij het ontwerpen van de procedure voor2029, dan kan ik «m oordeel Kamer geven.De voorzitter:Ik zie mevrouw Van der Wal knikken, dus de motie op stuk nr. 26 krijgtoordeel Kamer.Minister Bruins:Dan de heel sympathieke motie op stuk nr. 27 over de slapende collectiein het depot. Het is inderdaad zoals mevrouw Van der Wal zei: kunst komtpas tot leven als je haar kunt zien. Als ik de motie zo mag interpreteren dathet gaat over mijn deel, namelijk de rijksmusea, dan geef ik «m graagoordeel Kamer. Het gaat dus niet om alle musea, want dat zijn er meerdan 700. Ik heb het overzicht over de rijksmusea. Daar ga ik ook over, dusdaar kan ik ook een goed gesprek over aangaan.De voorzitter:Is dat akkoord voor u, mevrouw Van der Wal? Het gaat dus over derijksmusea. Met die toevoeging kan de motie op stuk nr. 27 oordeel Kamerkrijgen.Minister Bruins:Dan de motie op stuk nr. 28 over het toevoegen van de functie vanjeugddans. Dat kan ik niet eerder doen dan bij het nadenken over deprocedure voor 2029. Dus op dit moment moet ik de motie ontraden. Allefuncties voor het jeugdaanbod zijn ingevuld. De motie vraagt om nú eenfunctie toe te voegen, maar die ruimte is er niet. Ik kan de overwegingmeenemen bij het nadenken over de procedure 2029, maar in deze vormis de motie ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 28: ontraden.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 29 verzoekt met het Fonds Podiumkunsten teonderzoeken of in alle twaalf provincies een theatergezelschap tefinancieren is en dit voor de toekomst vast te leggen. Ik moet «m ontradenvanwege het eerste deel van het dictum. Dat vraagt om te onderzoeken ofer «binnen het fonds financiering kan worden gevonden om in alle twaalfprovincies een theatergezelschap of -productiehuis te bekostigen» enbovendien om daar voor het kerstreces iets van te vinden. Dat gaat mijniet lukken. Over het tweede deel van het dictum kom ik nog te spreken bijde herinrichting van het bestel, maar vanwege het eerste deel van hetdictum moet ik de motie toch ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 29: ontraden.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13884 De motie op stuk nr. 30 vraagt mij te onderzoeken waarom de geogra-fische spreiding achterblijft. Ik denk dat een onderzoek niet nodig is, wanteigenlijk weten we het wel. Want als er weinig aanbod is, dan zijn er ookweinig aanvragen en blijft het dus achter. Dus het antwoord is: investerenin een bloeiend cultureel klimaat. Daar gaat de motie van mevrouwRooderkerk over. Dat doen wij in de zes genoemde provincies door deverruimingsregeling van 2 miljoen, de wittevlekkenregeling. Daarmeeinvesteren we extra in een bloeiend cultureel klimaat in de regio. Eenonderzoek kost veel geld en tijd. Ik heb ook nog een taakstelling op deapparaatskosten, dus dat wordt ingewikkeld. Dus de motie om er nu eenapart onderzoek naar te doen, wil ik ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 30: ontraden.Minister Bruins:De motie op stuk nr. 31 vraagt om onderzoek te doen naar de effecten vande maatregelen op lagere inkomens. Die moet ik ontraden. Ik heb eerderaangegeven dat ik bestaande onderzoeken vanuit de culturele sector welwil valideren. Dat zal ik dan ook doen. Ik zal een externe validatie loslatenop de beweringen en berekeningen van Kunsten ’92. Wat deze motievraagt, gaat echter veel verder en ligt ook niet op mijn terrein, dus diemoet ik ontraden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 31: ontraden.Minister Bruins:Meneer Van Houwelingen vraagt mij in zijn motie op stuk nr. 32 om desubsidie van De Balie stop te zetten. Deze motie moet ik ontraden. Ikmeng mij als politicus niet op deze manier in de procedure. De raad heeftpositief geadviseerd, wat de basis is voor mijn besluit.De voorzitter:De motie op stuk nr. 32: ontraden.Minister Bruins:Dat was niet onverwacht, zeg ik tegen meneer Van Houwelingen.In zijn motie op stuk nr. 33 vraagt de heer Van Houwelingen mij om eendeel van de BIS-gelden via de provincies in te zetten. Die motie moet ikook ontraden, want het Rijk heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid inhet cultuurbeleid. Daar hecht ik ook aan. Juist in het samenspel tussenRijk, provincies en gemeenten proberen we alle belangen mee te latenwegen die spelen in cultuurbeleid. Ik ben dus niet voor het overdragenvan de rijksrol aan de provincies, omdat dan de systemische kijk op hetgeheel verloren gaat.De voorzitter:De motie op stuk nr. 33: ontraden.Minister Bruins:Dan heb ik nog een aantal opmerkingen en vragen gekregen. Ten eerstewerd het kabinet vergeleken met de jazz, maar dat werd toch beschrevenmet een heel beperkte kijk op jazz. Jazz is soms ingewikkeld en vaak ookdissonant, maar als je goed oplet, zit er best wel swing in.Een ander onderwerp waar ik met de heer Krul nog over van gedachtenzou wisselen, is zijn vraag waarop bezuinigd gaat worden bij leesbevor-dering vanaf 2024 omdat het bedrag terugloopt. In de schriftelijkevragenronde op de OCW-begroting heb ik deze vragen beantwoord voor2025 tot en met 2029. Dat is het antwoord op Kamervraag 403. Uit datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13885 antwoord blijkt dat in 2025 32 miljoen wordt geïnvesteerd in leesbevor-dering. Het antwoord bevat ook een uitsplitsing. Daaruit blijkt dat eenbelangrijk deel van het betreffende budget naar het programma deBibliotheek op school gaat, namelijk 24 miljoen in 2025. Dit deel van hetbudget loopt in 2026 af. Over eventuele continuering wordt u in kwartaal 1van 2025 nader geïnformeerd. De heer Krul sprak over 45 miljoen. Dat ishet bedrag in 2024. Er is een verschil tussen «24 en «25. Dat verschil zit«m onder andere in bedragen die naar het Literatuurmuseum en hetLetterenfonds gaan. Dat ging over andere huisvesting voor het Literatuur-museum. Dat was een tijdelijke ophoging. Ook ging er extra geld naar eenaantal BIS-instellingen en certificering van Taalhuizen. Een deel heeft temaken met een subsidietaakstelling; dat is ongeveer 1 miljoen. Er is dusgeen sprake van afname van leesbevorderingsactiviteiten.Dan heb ik toegezegd ...De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw Hertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Sorry, ik begreep het niet helemaal. Wat gaat er nu gebeuren met deBibliotheek op school? Wordt dat programma overgeheveld naar ietsanders of wordt de financiering stopgezet?Minister Bruins:Over de manier waarop ik daarmee verderga, wordt u in kwartaal 1 van2025 geïnformeerd.De heer Krul (CDA):Als we de begroting volgen – laten we daar even van uitgaan – watgebeurt er dan?Minister Bruins:Ik heb hier staan dat dit deel van het budget in 2026 afloopt, dus daarkunnen we dan nog over spreken met elkaar.De heer Krul (CDA):Ik probeer het even te begrijpen. Het budget stopt en we worden in heteerste kwartaal geïnformeerd over hoe het budget stopt? Of hoe moet ikdit een beetje voor me zien? Ik begrijp best dat er keuzes gemaakt wordenop de financiën en dat er dus budgetten, projecten en subsidies geschraptworden. Maar als het budget afgebouwd wordt, is volgens mij hetantwoord op de vraag wat we ermee gaan doen dat we ermee stoppen.Minister Bruins:Er is dus geen sprake van afname van leesbevorderingsactiviteiten, maarer is een masterplan, waarbinnen de middelen zitten. Over de wijzewaarop en voor welke activiteit die middelen precies worden ingezet,wordt u geïnformeerd in het eerste kwartaal van 2025. Er is dus geenafname van deze bevorderingsactiviteiten in 2025. Dit gaat over debegroting 2026 en verder. Daarover komen we nog met elkaar te spreken.De middelen voor het masterplan staan op een begrotingsartikel dat hoortbij Onderwijs. Daarover komen we te spreken bij de begrotingsbehan-deling van Onderwijs. Daar vindt u de middelen terug. Dan is nu alleonduidelijkheid weggenomen, denk ik.De voorzitter:Nou, mevrouw Rooderkerk wil hier graag nog een vraag over stellen.Mevrouw Rooderkerk (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13886 Ten aanzien van de vergelijking van dit kabinet met jazz: ik begin het bijnazielig te vinden voor de jazz, maar dat terzijde. Ik hoor «daar komen weover te spreken». Even heel klip-en-klaar, het budget voor de bieb opschool is er gewoon niet meer na 2026, tenzij dit kabinet zegt: we makener nieuw geld voor vrij. Doet de Minister nu dan aan een soort verwach-tingen wekken, zoals hij al vaker heeft gedaan? Of stopt het budgetgewoon? Laten we daar dan ook duidelijk over zijn en er verantwoorde-lijkheid voor nemen.Minister Bruins:Nee, de begroting waar we deze maanden, deze weken, over praten, is debegroting voor 2025. De manier waarop we omgaan met leesbevordering,staat op verschillende artikelen. Daarin ziet u veranderingen per 2026 enverder. Daar komen we nog met elkaar over te praten. De begrotingsbe-handeling van deze weken gaat puur over 2025.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dus we kunnen daarover doorpraten, maar het budget stopt. Dat is dan deconclusie.Minister Bruins:Nee. Het is goed om dat toch nog duidelijk te maken. Er is een masterplanvoor leesvaardigheid. Daar zitten middelen in. Dat kunt u ook met deStaatssecretaris van OCW bespreken. Maar dat staat dus op een begro-tingsartikel van Onderwijs en niet op het begrotingsartikel van Cultuur.Dat moet wel in de context gezien worden. Dat kunnen we ook bij deplenaire behandeling van de OCW-begroting met elkaar bespreken, ookvoor de jaren daarna, want dan hebben we het totaaloverzicht.De voorzitter:Dank u wel. Was dat wat u wilde zeggen?Minister Bruins:Ik heb nog een paar korte opmerkingen. Nee, ik heb eigenlijk nog éénopmerking. Die gaat over de wittevlekken-/verruimingsregeling met degenoemde provincies. Ik was daar wat weifelend over, omdat hetoorspronkelijk zou worden toegekend als een SPUK, een specifiekeuitkering. Dan weet je dat het automatisch op z’n plek komt, omdat heteen specifieke uitkering is. Dat is het voordeel van een SPUK. Maar ergebeurt van alles met SPUK’s in de komende jaren. Dat is in het regeerak-koord afgesproken. We moeten dus nog wel overleggen met BZK over devorm waarin we die middelen dan wel toekennen. Voor het einde van hetjaar kom ik met een brief waarin ik toezeg dat deze 2 miljoen wordtbesteed aan een wittevlekkenregeling/verruimingsregeling. Dan kan ik ookzeggen in welke vorm dat naar de provincies toe gaat.De voorzitter:Ik zie nu een heleboel handen omhooggaan, maar ik wil eigenlijk tochnaar het einde van deze vergadering. Ik ga zo de toezeggingen voorlezen.Zullen we even wachten met jullie vragen?Mevrouw Van Zanten (BBB):Het gaat over dit punt. De Minister heeft toch een duidelijke toezegginggedaan, dus... Ja.De voorzitter:Die ga ik zo voorlezen.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13887 Zeker, de financiële toezegging is er, maar u moet daar nog wel overgeïnformeerd worden via een brief. De brief met die toezegging zeg ik ubij dezen toe voor het einde van het jaar.De voorzitter:Tot slot mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Zou dan ook even per brief uiteengezet kunnen worden hoe het precies zitmet de Bibliotheek op school?Minister Bruins:Voor de begrotingsbehandeling zal ik komen met een brief waarin wijduidelijk maken waar de middelen voor leesbevordering in de komendejaren zitten, zodat u daar een helder overzicht van heeft wanneer wijplenair de OCW-begroting gaan behandelen.De voorzitter:Oké. Dank u wel. Dan is het zo... Als aller-, allerlaatste mevrouwHertzberger.Mevrouw Hertzberger (NSC):Ik had in mijn tweede termijn nog een vraag gesteld over de gelden voorbibliotheken en de witte vlekken. Hoe zorgen we ervoor dat die op dejuiste plek terechtkomen?Minister Bruins:Voor de bibliotheken? Ik dacht dat het ging over de wittevlekkenregeling/verruimingsregeling, die 2 miljoen.Mevrouw Hertzberger (NSC):Het gaat eigenlijk om twee regelingen. Het gaat ook om de decentralisatie-regeling, die volgt op de SPUK voor bibliotheken. Er zijn geluiden datgemeentes dat niet gaan doorsluizen naar de bibliotheken. We willengraag zeker weten dat die gelden op de juiste plek terechtkomen. Niet datde gemeentes niet allerlei belangrijke zaken op hun bordje hebben, maarals je beoogt om geld op die plek te krijgen, dan is het wel fijn als dat ookgebeurt.Minister Bruins:Dat is best een ingewikkelde, want daarvoor hadden we nou juist deSPUK’s. Een decentralisatie is heel fijn voor de gemeenten: minder regels,minder verantwoording, meer flexibiliteit en minder schotten. Zij kunnendus meer doen met het geld en dat is fijn, maar dan heb ik er geenhandvat meer op. Wel gaat er extra geld naar de gemeenten vanwege dezorgplicht. Die zorgplicht voor bibliotheken staat straks in de wet en diegaat ervoor zorgen dat de gemeenten doen wat ze moeten doen. Daarmeemoet er dan ook een bibliotheek in iedere gemeente zijn.De voorzitter:Dank u wel. Wij gaan stemmen over de moties op 19 november en overde amendementen op 3 december. Ik ga nu de toezeggingen voorlezen.–De Minister laat de verschillende rapporten die zien op de effecten vande verschillende maatregelen zoals de btw-verhoging extern valideren.Ingegaan wordt hierbij op de vraag in hoeverre de gedragseffectennauwkeurig zijn. De Kamer krijgt deze informatie in een brief in heteerste kwartaal.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13888 Mag ik het beperken tot de berekening voor Kunsten ’92? Dat is de meestzichtbare. Dan heb ik er eentje om heel duidelijk op te focussen. Anderskrijgen we straks nog een heleboel impactanalyses toegestuurd. Laat ikKunsten ’92 nemen en die berekeningen extern laten valideren.De voorzitter:Ja, met die toevoeging.–De tweede toezegging. Begin volgend jaar informeert de Minister metStaatssecretaris Paul de Kamer over het project de Bibliotheek opschool. De termijn hiervoor is begin volgend jaar.–Toezegging drie. De Minister informeert de Kamer zodra hij een besluitheeft genomen over ITA. Dit zal hij doen voor het einde van dit jaar, inieder geval voor het ingaan van de nieuwe BIS-periode.–Toezegging vier. De Minister zal in afstemming met andere verant-woordelijke bewindslieden een brief aan de Kamer sturen over inhoeverre de brief van november 2023 over de doorverkoop vantoegangskaarten – de motie-Kwint – nog van toepassing is. Staat alleserin? Zijn alle andere mogelijkheden verwerkt? De termijn is beginvolgend jaar.–Toezegging vijf. De Minister zal de Kamer informeren over de preciezeaantallen van de rijkscollectie in depot. Dat doet hij binnen enkeleweken.–Toezegging zes. De Staatssecretaris van OCW informeert de Kamervoor de begroting van OCW over leesbevorderingsmiddelen.–Toezegging zeven. De Minister informeert de Kamer over het zoge-naamde SPUK-wittevlekkengeld en het verlengen van de impuls van 2miljoen per jaar in 2025–2028, en over de vorm waarin dat naar degemeenten gaat. Hij doet dat voor eind 2024.Dat waren ze. En nu gaan alle vingers weer omhoog.Mevrouw Van der Velde (PVV):Ik had de Minister uiteraard om een toezegging gevraagd over de opera inde regio zuid. Ik vroeg of er voor de aankomende BIS-periode, dus nietdeze BIS-periode maar de periode die er nog aankomt, ook gekeken kanworden naar een eerlijkere verdeling van dat geld, en ook of het subsidie-plafond niet omhoog kan. Graag zou ik daar nog een reactie op krijgenvan de Minister.Minister Bruins:Dat ga ik meenemen in de overwegingen voor de procedure die we nugaan ontwerpen. Ik ga dit expliciet meenemen in die overwegingen.De heer Mohandis (GroenLinks-PvdA):Nog heel kort op de eerste toezegging. Ik doelde erop om gewoon tekijken naar datgene wat er al ligt. Er ligt al best veel naast wat Kunsten ’92heeft. Kijk waar mogelijk of daar een satéprikker doorheen kan. Dat is eenbeetje mijn punt. Trek het gewoon breder.Minister Bruins:Het punt is nou juist dat we heel veel krijgen. Ik kan niet alles valideren. Ikga proberen om een goed overzicht te maken van wat we weten en wat deonzekerheden daarin zijn. Ik doe mijn best en ik zorg dat u tevreden overme bent.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat zou fijn zijn. Ik snap dat er nu niet nog heel veel nieuw onderzoekmoet komen, want dat moet dan ook allemaal weer bekeken worden endan gaat het ook weer langer duren. Maar bijvoorbeeld de CPNB heeftonderzoek gedaan naar bibliotheken en Decisio heeft naar mediaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13889 onderzoek gedaan. Het zou heel fijn zijn als dat wel kan worden meege-nomen, zodat we van de juiste feiten gebruik kunnen maken.Minister Bruins:Ik ga het eens even goed op een rijtje zetten. Kunsten ’92 heb ik in iedergeval op het netvlies. Die andere twee ... Ik neem de suggesties even mee.Ik kom met iets wat een goed beeld geeft van de zekerheden en deonzekerheden van dit type berekeningen.De voorzitter:Dank u wel. Dat brengt ons aan het einde van dit debat over cultuur. Dankaan de Kamerleden. Dank aan het publiek op de tribune en dank aan deMinister en zijn ondersteuning. We gaan op 19 november over de motiesstemmen.Dank u wel.Sluiting 16.03 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13890

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ecb6b19500b1b2f7

14 okt 2026 · ada165db073445c8

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingCultuur
    Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 11 november 2024, over Cultuur

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.