KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aanpak spreiding van rijksdiensten en rijkswerkgelegenheid

8 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3ae1f0bcc776032e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 490Vernieuwing van de rijksdienstNr. 337 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 mei 2024De spreiding van rijksdiensten en de daarmee samenhangende werkgele-genheid over Nederland is al geruime tijd onevenwichtig, zoals blijkt uitde jaarlijkse rapportages hierover aan uw Kamer1. In deze brief licht ik toehoe het kabinet wil komen tot een betere spreiding, zoals aangekondigd indiverse brieven aan uw Kamer2 en in het commissiedebat van 25 oktoberjl. over het adviesrapport «Elke regio telt!»3. Tevens ga ik in op depresentie van de regio in het Rijk. Met de maatregelen uit deze brief lichtik toe hoe het kabinet opvolging geeft aan de motie-Bisschop/Inge vanDijk4. Uit de maatregelen blijkt ook hoe het kabinet wil omgaan met devestiging van nieuwe diensten en eventuele hervestiging van bestaandediensten mochten deze casussen zich voordoen, zoals ik had toegezegdtijdens het commissiedebat van 25 oktober in reactie op het voorstel vanhet lid Bushoff.Spreiding als onderdeel van de bredere regioaanpakOndanks het voornemen van achtereenvolgende kabinetten om tot eenbetere spreiding over het land te komen, was het afgelopen decenniumsprake van een relatieve versterking van rijkswerkgelegenheid in deRandstad ten opzichte van de rest van Nederland. Het huisvestingsbeleidvan de Rijksoverheid werd vanuit nationaal perspectief gevoerd, metgenoemde concentratie als resultaat. Het streven is naar efficiënt endoelmatig huisvestingsbeleid, waarbij het regiobelang een prominentereplek in de besluitvorming krijgt. Zoals door uw Kamer opgemerkt, zijn er1Kamerstuk 31 490, nr. 332; betreft de meest actuele rapportage met de stand per 1 januari 20232Kamerstukken 35 561, nr. 17, Kamerstuk 29 697, nr. 114 en Kamerstuk 31 490, nr. 332, respectie-velijk de kabinetsreactie op het rapport «Groningers boven Gas», de kabinetsreactie op hetrapport «Elke regio telt!» en de jaarlijkse rapportage over de stand van zaken van de spreidingvan de rijkswerkgelegenheid3Kamerstuk 29 697, nr. 1404Kamerstuk 36 200 VII, nr. 34 kst-31490-337ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3371 ook op andere domeinen onbedoeld grote verschillen ontstaan tussen enbinnen regio’s. Het komen tot een betere spreiding van rijksdiensten enrijkswerkgelegenheid is dan ook geen doel op zich. Het is onderdeel vande bredere aanpak ter versterking van de kwaliteit van het wonen, werkenen leven in heel Nederland zoals uiteengezet in de kabinetsreactie op hetadviesrapport «Elke regio telt!» en die ik nader heb geconcretiseerd inmijn brief van 1 maart 2024 aan uw Kamer5. Het kabinet werkt langs drielijnen aan bouwstenen voor een programmatische aanpak die kanbijdragen aan het verbeteren van de verbinding tussen Rijk, medeover-heden, regio’s en inwoners.Het benoemen van een betere spreiding als een van de actielijnenimpliceert dat bij de locatiekeuze van rijksdiensten het regiobelang eenprominentere plek in de besluitvorming krijgt. De kansen om bij te dragenaan bovengenoemde doelen zullen in kaart worden gebracht en wordenbetrokken bij de afwegingen. De eerste stap voor het kabinet is hetinventariseren van de ambities en het beoogde toekomstperspectief vaneen regio. Bij het vestigen van rijksdiensten in een regio zal het kabinetzich op het ontwikkelprofiel van de regio richten zodat langdurige,inhoudelijke samenwerkingsrelaties kunnen worden opgebouwd.Soms zullen extra inspanningen nodig zijn om stappen vooruit te zetten.Denk bijvoorbeeld aan de regionale arbeidsmarkt die randvoorwaardelijkkan zijn voor het vervullen van vacatures bij een rijksdienst. Als eenarbeidsmarktscan uitwijst dat onvoldoende gekwalificeerd personeelbeschikbaar is, kan de conclusie zijn dat vestiging van een specifiekedienst niet mogelijk is. Voor een andere dienst kan de conclusie zijn dateen oplossing mogelijk is door in de beginfase meer nadruk te leggen ophet hybride werken. Ook kan actief worden geworven onder jongeren diehun opleiding in de regio volgen. Dit voorkomt dat ze zich na hun studieals haast vanzelfsprekend richten op een toekomst in de Randstad. Opdeze manier wordt voorkomen dat maatregelen op elkaar wachten. Hethelpt ook als de betreffende regio op andere domeinen aantrekkelijkerwordt.Presentie van het Rijk in de regio en van de regio in het RijkEen Rijksoverheid die dichtbij en zichtbaar is maakt de binding metbestuurders en inwoners in de regio sterker. Door nabijheid en zicht-baarheid kan het vertrouwen in de overheid toenemen. Medewerkers uitde regio die bij het Rijk werken kunnen het regioperspectief inbrengen bijde totstandkoming en uitvoering van beleid. Dit geldt des te meer als hetlukt om bij de spreiding aan te sluiten bij het inhoudelijke profiel van eenregio en te komen tot duurzame samenwerking op kansen en behoeften.Dit raakt ook de opgave om beleid meer in verbinding te brengen met deuitvoering en om de uitvoering dichterbij de inwoners te brengen. Digitalekanalen volstaan niet altijd; het gaat ook om fysieke nabijheid entoegankelijkheid van de Rijksoverheid.De transitie naar het hybride werken ondersteunt de verbinding tussenRijk en regio. Doordat het in veel functies bij het Rijk mogelijk is gedeel-telijk op kantoor en gedeeltelijk elders te werken, bijvoorbeeld in een vande rijkshubs6 uit het landelijke netwerk dat wordt gerealiseerd, kunnenmedewerkers vaker dan in het verleden werken vanuit de regio en kan hetRijk makkelijker werven in de regio. Daarmee voelen mensen uit de regiozich meer vertegenwoordigd in de besluitvorming van de Rijksoverheid.5Kamerstuk 29 697, nr. 1426Een rijkshub is een centraal gelegen rijkskantoor waar rijksambtenaren die daar niet hunstandplaats of reguliere werkplek hebben welkom zijn om te werken en te ontmoeten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3372 Om te stimuleren dat meer mensen uit de regio gaan werken bij het Rijkzullen maatregelen worden uitgewerkt door de Staatssecretaris van BZKvanuit haar coördinerende rol voor het personeelsbeleid van het Rijk. Tedenken valt aan het meer benadrukken van landelijke spreiding vanuitarbeidsmarktcommunicatie. Dit naast de verantwoordelijkheid van elkdepartement voor het eigen personeelsbeleid.Een betere spreiding door inzet van alle MinistersHet realiseren van de genoemde doelen is een opgave voor het helekabinet. Iedere Minister is op basis van de Grondwet zelf verantwoordelijkvoor de spreiding van de eigen diensten en werkgelegenheid over hetland. Om de Ministers te ondersteunen en te bevorderen dat de komendetijd betekenisvolle stappen richting een betere spreiding over het landworden gezet, wordt de coördinerende rol van de Minister van BZKversterkt op een wijze die rekening houdt met de grondwettelijkeverhoudingen. In het kabinet is afgesproken dat Ministers daarbij naar eenaantal richtinggevende principes handelen:–iedere Minister zorgt op termijn en waar opportuun voor een beterespreiding van de eigen diensten en werkgelegenheid;–bij locatiekeuzes krijgen het regiobelang meer gewicht;–bij krimp van de organisatie vindt deze in beginsel plaats in deRandstad;–groei van de organisatie en hervestiging van bestaande dienstenvinden in beginsel plaats in de provincies buiten de Randstad, bijvoorkeur in regio’s waar de aanwezigheid van een specifieke rijks-dienst een versterkende werking heeft;–bij de vestiging van een dienst wordt ingezet op het komen totduurzame samenwerkingsrelaties met de regio door aan te sluiten bijde kansen, behoeften en opgaven van de regio.Versterking van de coördinatie door de Minister van BZKDe aangekondigde versterking van de coördinerende rol van de Ministervan BZK ligt in het verlengde van diens bevoegdheid tot het stellen vankaders op het gebied van de rijksbrede bedrijfsvoering7 en de rijkshuis-vesting8. Tevens heeft hij korte lijnen en veelvuldige contacten met demedeoverheden.Sinds 2018 beschikt de Minister van BZK over een begrensde adviesbe-voegdheid inzake de locatiekeuze van rijksdiensten. Op basis hiervanbrengt hij advies uit bij een voorgenomen provinciegrensoverschrijdendetoe- of afname vanaf 100 fte in een van de vier motie-De Vriesprovincies9.Met deze adviesrol zijn de afgelopen jaren positieve ervaringen opgedaan,zowel vanuit het belang van de regio als wat betreft het proces. Geblekenis dat de adviesrol niet tot een grote administratieve last leidt noch totvertraging in de besluitvorming. Tegelijkertijd is gebleken dat deze rol hetkabinet onvoldoende helpt om de ambities rond een betere spreiding vande Rijksoverheid over het land waar te maken. Daarvoor is de reikwijdtevan de adviesrol te beperkt.7Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst8Vaststellingsbesluiten Rijkshuisvestingsstelsels voor kantoren en specialties9Kamerstuk 31 490, nr. 126Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3373 In aanmerking nemend de aard en het primaire proces van diensten en dezich daarbij voordoende besluitvormingsprocessen, versterkt het kabinetde coördinerende rol van de Minister van BZK langs de volgende lijnen:a.Locatieadvies bij wijziging in de omvang van een dienst: de Ministervan BZK brengt een advies uit bij toe- of afname van werkgelegenheidvanaf 100 fte bij een dienst.b.Bij nieuwe diensten of organisatieonderdelen: de Minister van BZKdoet een voorstel voor de vestigingslocatie van een nieuwe dienst ofeen nieuw onderdeel met een omvang vanaf 100 fte.c.Bij nieuwe masterplannen rijkskantoorhuisvesting en wijzigingsverzoe-ken: de Minister van BZK doet een voorstel waar de kantoorhuisves-ting wordt gerealiseerd bij het opstellen van nieuwe masterplannen enbij Verzoeken tot Wijziging (VtW’s) op een vastgesteld masterplan.d.Bespreken mogelijkheden spreiding met zbo’s: de Minister van BZKroept alle Ministers met zbo’s op in het reguliere gesprek over delangetermijnvisie van de organisatie en over rijksbrede ontwikkelin-gen10 het onderwerp van vestiging te bespreken en in gezamenlijkheidte bezien wat qua spreiding mogelijk is.e.Inventarisatie kansen en mogelijkheden: de Minister van BZKinventariseert bij regionale bestuurders en bij ministeries kansen enmogelijkheden en stelt hiervan een overzicht op, zodat voor ministe-ries duidelijk wordt waar zij kunnen aansluiten bij de kernkwaliteitenvan een regio opdat Rijksoverheid en regio elkaar versterken.Bovengenoemde maatregelen betreffen alle sectoren die vallen onder dedefinitie van rijkswerkgelegenheid zoals overeengekomen met uw Kameren die onderwerp zijn van de jaarlijkse rapportage over de spreiding vande rijkswerkgelegenheid over de provincies11. In de kaarten in de bijlagebij deze brief is het meest actuele overzicht van de rijkswerkgelegenheids-cijfers per provincie opgenomen. Het betreft de ministeries, NationalePolitie, Rechtspraak, Dienst Justitiële Inrichtingen, Defensie en zbo’s. Vooreen deel van de sectoren is de ruimte voor de nieuwe rol van de Ministervan BZK beperkt vanwege een zwaarwegend belang vanuit het primaireproces zoals bij de Nationale Politie, vreemdelingenketen, Raad voor deKinderbescherming, douane, Defensieonderdelen of Rijkswaterstaat, dievoor hun taakuitvoering gebonden kunnen zijn aan een specifieke ensoms tijdelijke (werk)locatie. Ook kan er sprake zijn van een complexbestuurlijk proces zoals rond de huisvestingsproblematiek van het COA,een wisselend zaakaanbod zoals bij de IND, of wet- en regelgeving zoalsbij de gerechtelijke kaart die voorschrijft waar een organisatie gevestigdis. Sectoren als Defensie en de Rechtspraak zijn al breed over het landverspreid, maar dit geldt niet voor alle ministeries. Uitvoeringsorgani-saties zijn redelijk over het land verdeeld. De kerndepartementendaarentegen zijn door de aard van hun werkzaamheden nauw met DenHaag verbonden waardoor beleids-, advies- en onderzoeksfuncties vooralin de Randstad zijn geconcentreerd.De genoemde richtinggevende principes en maatregelen bevorderen datorganisaties vroeg in het ontwikkeltraject rekening houden met hetregioperspectief en de spreidingseffecten, en het gesprek met hetMinisterie van BZK aangaan. Uitgangspunt voor de nieuwe aanpak is datde betreffende Minister en de Minister van BZK in gezamenlijkheid tot devestigingslocatie komen. Daar waar men er samen niet uitkomt, wordt decasus met het BZK-advies aan de ministerraad voorgelegd.De versterking van de rol van de Minister van BZK betekent niet dat despreiding op korte termijn wezenlijk anders wordt. Voor het bereiken van10Zoals bedoeld in de circulaire «Governance ten aanzien van zelfstandige bestuursorganen»11Kamerstuk 31 490, nr. 272Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3374 resultaten is tijd nodig: casussen moeten zich voordoen en rijksvastgoedmoet worden voorbereid.Kansen voor spreidingDe conceptmasterplannen voor de periode 2024–2028 die ik op 2 mei 2024aan uw Kamer heb aangeboden12 bieden nog geen zicht op een anderespreiding van de Rijksoverheid over het land. Versterking van decoördinerende rol van de Minister van BZK binnen het kabinet bijbeslissingen over nieuwe locatiekeuzes zal op termijn hier wel invloed ophebben. De grootste kansen voor een betere spreiding doen zich voor bijde oprichting van een nieuwe dienst, een nieuw organisatieonderdeel ofbij een substantiële uitbreiding. Het verplaatsen van een dienst iscomplexer, mede vanwege de belangen van het personeel. Bedrijfsecono-mische overwegingen zullen altijd een rol spelen. Er zijn geslaagdevoorbeelden uit het verleden, denk aan DUO in Groningen en het CJIB inLeeuwarden, maar realisatie is niet op voorhand verzekerd gelet op hetgeheel aan afwegingen bij de bedrijfsvoering van de Rijksoverheid.Om verdere invulling te geven aan een betere spreiding van rijksdienstenen rijkswerkgelegenheid over het land en een hogere presentie van deregio in het Rijk, ga ik in gesprek met regionale bestuurders en netwerken.Illustratief voor een dergelijk netwerk is Samenwerking Rijk Noord (SRN),de netwerkorganisatie van 21 rijksdiensten in Noord-Nederland. SRN zetin op onderlinge samenwerking tussen de betrokken rijksdiensten en metandere overheden, onderwijsinstellingen en ondernemers in de regio. Hetgaat daarbij onder meer om activiteiten gericht op het vergroten van dezichtbaarheid van de Rijksoverheid als aantrekkelijke werkgever in deregio. SRN is een goed voorbeeld van hoe het Rijk door interdeparte-mentale samenwerking in de regio regionale verbinding en draagvlakrealiseert.Jaarlijkse rapportage over ontwikkelingen in de spreidingHet rapporteren over de ontwikkelingen in de spreiding verloopt via dejaarlijkse brief over de stand van de rijkswerkgelegenheid per provincie,die voor de begrotingsbehandeling van BZK aan uw Kamer wordtgezonden. Peildatum voor deze rapportage is 1 januari van het lopendejaar. Vanaf 2025 zal een beknopt overzicht worden opgenomen vanlopende casussen en hun stand van zaken.Voor de jaarlijkse rapportage wordt, conform de afspraak met uw Kamer,uitgegaan van de standplaats van medewerkers. Voor een deel van demedewerkers (in het bijzonder kantoormedewerkers) blijkt de standplaatsechter niet meer de locatie te zijn waar zij gedurende de hele werkweekwerken. Zij werken ook op een zogeheten plaats van tewerkstelling ofvanuit huis. Sinds de afspraak met uw Kamer om over fte’s (van rijksamb-tenaren en externen) en standplaats per provincie te rapporteren, heeft detransitie naar het hybride werken een vlucht genomen. De ontwikkelingdie hiermee is ingezet gaat door. De gevolgen voor andere domeinen,zoals de spreiding, zijn nog niet duidelijk. In de loop van 2024 zal mijnministerie de methodologie voor de jaarlijkse rapportage onder de loepnemen naar aanleiding van het hybride werken. Daarbij zal ook wordengekeken naar de jaar-op-jaar vergelijkbaarheid. Zo nodig zullen aanpas-singen plaatsvinden met ingang van naar verwachting de peildatum van1 januari 2025.12Kamerstuk 31 490, nr. 336 (brief d.d. 2 mei 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3375 Concluderend, de ambitie van het kabinet is om de rijkswerkgelegenheidin de komende jaren beter over het land te spreiden. Bij nieuwe beslis-singen over de locatiekeuze van rijksdiensten zal het regiobelang eenprominentere plek in de besluitvorming krijgen en vindt de afweging oprijksniveau plaats. Daar is de inzet van het kabinet samen met regiobe-stuurders op gericht.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de JongeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3376 Rijkswerkgelegenheid per 1 januari 2023 naar provincie in fte’sen percentageBijlage:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3377 Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 490, nr. 3378

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d888e816c31d062f

14 okt 2026 · 5de921963a0667f3

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.