Aanvullende artikel-100 brief over de verlenging van de Nederlandse force protection bijdrage aan NAVO Missie Irak
Brontekst
Versie 45fbd8894e2fb7ea · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202527 925Bestrijding internationaal terrorisme29 521Nederlandse deelname aan vredesmissiesNr. 980 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VANDEFENSIE EN VOOR BUITENLANDSE HANDEL ENONTWIKKELINGSHULP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 november 2024In overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet en met verwijzingnaar eerdere artikel-100 brieven over de veiligheidsinzet in Irak1 infor-meren wij u met deze aanvullende artikel 100-brief over het kabinetsbe-sluit de Nederlandse bijdrage in de vorm van force protection aan deNAVO Missie Irak (NMI) te verlengen voor een periode van zes maanden.NMI is een militaire non-combat missie die de Iraakse autoriteitenadviseert over de versterking van de veiligheidssector, onder meer omIrak beter in staat te stellen weerstand te bieden aan (een terugkeer van)ISIS en andere (terroristische) bedreigingen voor de stabiliteit. Zoals bijuw Kamer bekend voert Nederland tot en met mei 2025 het commandovan NMI, ondersteund door een helikopterdetachement en forceprotection. Door de force protection-inzet te verlengen met zes maanden,van januari 2025 tot en met juni 2025, is de infanteriecompagnie van circa145 militairen voor de hele duur van het Nederlandse commando (tot enmet mei 2025) beschikbaar voor NMI. Het gelijk trekken van deze nationalekaders draagt daarmee bij aan het waarborgen van de effectiviteit enveiligheid van de missie tijdens het Nederlands commando. Zo blijftNederland een belangrijke rol spelen in het zorgdragen voor de veiligheidvan de missie en het personeel, daarmee ook aan het vermogen van Irakom ISIS tegen te gaan en de bevordering van de internationalerechtsorde.De in de eerdere Kamerbrief geschetste contextanalyse en strategie voorde geïntegreerde inzet in Irak, de politieke-en veiligheidssituatie, degronden voor deelname en de rechtsbasis voor NMI zijn grotendeels nog1Kamerbrief over de bredere veiligheidsinzet in Irak d.d. 7 juli 2023 (Kamerstuk 27 925, nr. 943)en Kamerbrief over het leveren van de Force Commander, ondersteunende staf en een eenheidtransporthelikopters voor de NAVO Missie Irak vanaf mei 2024 d.d. 29 september 2023(Kamerstuk 27 925, nr. 946). kst-27925-980ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9801 van toepassing op deze aanvullende inzet. Aanvullend gaat deze brief inop relevante actuele politieke ontwikkelingen en de veiligheidssituatie, demilitaire aspecten van het toetsingskader voor zover specifiek vantoepassing op de aanvullende bijdrage, monitoring en evaluatie enfinanciën.ContextanalyseDe politieke situatie in Irak is uitvoering beschreven in genoemde artikel100-brieven over de veiligheidsinzet in Irak. Een aantal recente ontwikke-lingen is evenwel relevant voor de context waarin deze aanvullende artikel100-inzet plaatsvindt.Binnenlandspolitieke ontwikkelingenDe binnenlandse politieke situatie in Irak blijft weerbarstig. Met deparlementaire verkiezingen in 2025 in aantocht blijven spanningen binnende regeringscoalitie aanwezig. Binnen het Shia Coordination Framework(SCF) vond in augustus jl. een groot afluisterschandaal plaats, waarbijmeerdere prominente politici door het Prime Minister’s Office zouden zijnafgeluisterd. Na meer dan een jaar onenigheid tussen de soennitischepartijen is begin november Mahmoud al-Mashhadani verkozen tot nieuweparlementsvoorzitter. Op 20 oktober jl. vonden regionale verkiezingenplaats in de Koerdische Autonome Regio (KAR). Deze zijn rustig en zondergrote politieke verschuivingen verlopen.MensenrechtenDe mensenrechtensituatie in Irak blijft zorgelijk. Het Irakese parlementheeft recentelijk wetten aangenomen die kwetsbare groepen in Irak, zoalsde LHBTIQ+ gemeenschap, verder onder druk zetten en ook op het gebiedvan vrouwen en meisjes zijn de ontwikkelingen zorgwekkend. Ook dekwetsbare positie van andere minderheden, inclusief Jezidi’s en chris-tenen, heeft de volledige aandacht van het kabinet.Toekomst internationale aanwezigheidOnder premier Sudani positioneert Irak zich steeds nadrukkelijker als eenveilig en stabiel land met nadruk op soevereiniteit. Op verzoek van Irakheeft de VN-Veiligheidsraad op 31 mei jl. met resolutie 2732 besloten omhet mandaat van de United Nations Assistance Mission Iraq (UNAMI) op31 december 2025 te beëindigen. Op 17 september jl. liep ook hetmandaat, en daarmee de werkzaamheden, van het United NationsInvestigative Team to Promote Accountability for Crimes Committed byDa’esh/ISIS (UNITAD) af.Op 27 september jl. kondigden de VS en Irak in een gezamenlijkeverklaring aan dat ook de VS-geleide militaire missie van de anti-ISIS-Coalitie Operation Inherent Resolve (OIR) in Irak geleidelijk in twee faseszal worden omgevormd. Fase één voorziet beëindiging van de aanwe-zigheid van coalitietroepen op gezamenlijk nog nader te bepalen locatiesin Irak, niet later dan eind september 2025. Deze fase gaat gepaard met detransitie naar een breed VS-Irak bilateraal veiligheidspartnerschap dat deIraakse troepen ondersteunt en de druk op ISIS handhaaft. In fase tweevoorzien beide partijen dat de VS in een nog nader te bepalen hoeda-nigheid tenminste tot september 2026 vanuit Irak de strijd tegen ISIS inSyrië zal voortzetten. Verdere details worden uitgewerkt in de VS-IrakHigher Military Commission. In voornoemde gezamenlijke verklaringcommitteert Irak zich wederom aan het blijven beschermen van debuitenlandse troepen die op uitnodiging van Irak in het land aanwezig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9802 Het kabinet volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en onderhoudt intensiefcontact met de VS en andere coalitiegenoten. Op 30 september jl. nam deMinister van Buitenlandse Zaken deel aan de jaarlijkse anti-ISIS-coalitie(AIC) ministeriële voor Ministers van Buitenlandse Zaken in Washington.Deze stond in het teken van het tienjarig bestaan van de AIC. Ook nam deMinister van Defensie deel aan een Defensie ministeriële voor troepenbijdragende landen van de anti-ISIS-coalitie en marge van de DefensieMinisteriele van de NAVO van 17-18 oktober jl. Bij beide aangelegenhedenstonden de ontwikkelingen in Syrië en Irak hoog op de agenda.VeiligheidssituatieDe aanslagen van Hamas in Israël op 7 oktober 2023 en het daaropvol-gende conflict in Gaza en de bredere regio beïnvloeden de veiligheidssi-tuatie in Irak.2 Enkele aan Iran gelieerde milities die onderdeel vormen vande Popular Mobilization Forces (PMF) worden in verband gebracht metaanslagen zowel op locaties van de anti-ISIS-coalitie als op Israël. Debetreffende milities voeren deze aanvallen uit enerzijds tegen Israël zelfanderzijds wegens de steun van de VS aan Israël in het conflict metHamas. Daarnaast blijven de milities hiermee druk uitoefenen op de VSom een terugtrekking van Westerse coalitietroepen uit Irak te realiseren.Sinds februari zijn de aanvallen op locaties van de anti-ISIS-coalitie,enkele uitzonderingen daargelaten, opgeschort. Nederland en de missiesvolgen de veiligheidsontwikkelingen nauwgezet.ISIS is in Irak ernstig verzwakt. De groepering heeft in het afgelopen jaarzowel tientallen leiders en strijders als tal van schuilplaatsen en wapen- enmunitievoorraden verloren als gevolg van aanhoudende veiligheidsope-raties. ISIS pleegt in Irak maandelijks nog enkele, overwegend klein-schalige en eenvoudige aanslagen in met name rurale gebieden. Deze zijnvoornamelijk gericht tegen Iraakse veiligheidstroepen. Hoewel degroepering nog steeds de strategische doelstelling heeft om de controleover het terrein en de bevolking in Irak te heroveren, ontbreekt het ISIS opdit moment aan voldoende gevechtskracht. De grens tussen Syrië en Irakis nog poreus. Hoewel de organisatie ook in Syrië ernstig is verzwakt,heeft ISIS daar het aantal veelal eenvoudige aanslagen weten op tevoeren. In beide landen hanteert ISIS een strategie van kleinschalige eneenvoudige aanslagen, in combinatie met propaganda, om de steun vande achterban te behouden.Strategie Nederlandse geïntegreerde inzet in IrakHet kabinet streeft ernaar bij te dragen aan een stabiel en veilig Irak,waarin burgers beschermd worden en waarin gewerkt wordt aanduurzame ontwikkeling van de veiligheidssector. Een stabiel en veilig Irakblijft voor Nederland en de EU onverminderd van belang. Als belangrijkland in de regio kan instabiliteit in Irak leiden tot hernieuwd (gewapend)conflict en mogelijke heropleving van de terroristische dreiging, regionaleescalatie en toename van irreguliere migratie. Het is daarom ook in hetNederlands belang dat de Iraakse autoriteiten beter in staat zijn dergelijkedreigingen het hoofd te bieden.De Nederlandse bijdrage aan de diverse missies maakt deel uit van eenbredere geïntegreerde benadering, waarbij vanuit een gezamenlijkeanalyse diplomatieke, militaire en ODA-inzet zo veel mogelijk in onder-linge samenhang worden ingezet, zodat deze elkaar versterken.De bestrijding van ISIS blijft voor Nederland, Irak en een brede interna-tionale coalitie een prioriteit. Tijdens de recente AIC-ministeriële2Kamerbrieven over de veiligheidssituatie in Irak d.d. 21 november 2023 (Kamerstuk 27 925, nr.960) en d.d. 20 december 2023 (Kamerstuk 27 925, 963).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9803 bespraken coalitieleden het belang om de strijd tegen ISIS in Irak samenmet Irak te blijven voortzetten. Zij verbonden zich aan aanhoudende steunom de veiligheid te bevorderen. Daarnaast blijft het kabinet zichinspannen voor het bewerkstelligen van accountability voorISIS-misdrijven begaan tegen een grote groep slachtoffers, onder wie deJezidi-gemeenschap. Nederland blijft zich ervoor inzetten dat de bewijzenverzameld door UNITAD toegankelijk en beschikbaar blijven. Dit besprakMinister Veldkamp ook met zijn Iraakse counterpart en marge van deAlgemene Vergadering van de VN september jl.Voorts zet het kabinet in op een brede migratiesamenwerking met Irakwaarbij zowel problemen die irreguliere migratie uit Irak veroorzakenworden aangepakt, alsook de verantwoorde terugkeer van Iraakse burgersdie illegaal in Nederland verblijven wordt gewaarborgd. De opbouw vaneen sterke rechtsstaat wordt onder andere ondersteund door de inzet voorgerechtigheid voor slachtoffers van ISIS-misdaden. Daarnaast blijftNederland zich ook in EU-verband breed inzetten voor een stabiel enveilig Irak.Ook in 2025 blijft het kabinet zich via diverse stabilisatieprojecten3inspannen voor de verbetering van de veiligheid van de Iraakse burgers.Een voorbeeld is het nieuwe project met de International Organization forMigration (IOM) gericht op het ondersteunen van de gemeenschapspolitieen de benodigdheden van de lokale gemeenschap en burgers, met alsfocus het bevorderen van vertrouwen tussen de politie en gemeen-schappen. Deze inspanningen dragen tevens bij aan de versterking van deIraakse veiligheidssector.Voor verdere uiteenzetting van de strategie van de Nederlandse geïnte-greerde inzet wordt verwezen naar de eerdere Kamerbrief over de bredereveiligheidsinzet in Irak, die nog steeds van toepassing is.4Gronden voor deelname, rechtsbasis, mandaat en doelstellingenDe gronden voor de militaire inzet in Irak zoals beschreven in de eerdereartikel 100-brief over brede veiligheidsinzet in Irak gelden onverminderd:het bevorderen van de internationale rechtsorde door bij te dragen aaneen stabiel en veilig Irak, en het zijn van een betrouwbare partner die zijnfair share bijdraagt aan de NAVO. Daarnaast draagt deelname aan deverschillende missies in Irak bij aan de bestendiging van de bilateralerelatie met Irak. Ook verhoogt aanwezigheid de situational awareness vanNederland in Irak; dit is van toegevoegde waarde gezien de uiterstzorgelijke regionale ontwikkelingen.De militaire inzet in Irak is gericht op versterking van de Iraakse veilig-heidssector zodat deze beter weerstand kan bieden aan (een terugkeervan) ISIS en andere (terroristische) bedreigingen van de stabiliteit. Tijdensde eigenstandige monitoring van de missiebijdragen (zie verderop in dezebrief) is tegelijkertijd vastgesteld dat een bijeffect van de internationaleveiligheidsinzet waaraan Nederland militair bijdraagt is dat het Irakondersteunt in het vermogen om weerstand te bieden tegen destabilisatiedoor andere geopolitieke mogendheden.De rechtsbasis, het mandaat en de doelstellingen voor de NAVO-missie inIrak en de stationering van de force protection-compagnie zijnongewijzigd ten opzichte van de eerdere artikel 100-brief over bredeveiligheidsinzet in Irak.3Kamerbrief over de bredere veiligheidsinzet in Irak d.d. 7 juli 2023 (Kamerstuk 27 925, nr. 943).4Kamerstuk 27 925, nr. 943.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9804 De voorziene Nederlandse bijdrageMomenteel levert Nederland een versterkte bijdrage aan NMI in de vormvan de commandant en bijbehorende staf, een helikopterdetachementbestaande uit drie chinookhelikopters en 120 militairen, en circa 145militairen voor mobiele force protection. Het helikopterdetachement isook beschikbaar gesteld voor OIR.Het nationaal kader voor de force protection-bijdrage aan NMI verloopt op31 december 2024. Het kabinet verlengt het nationaal kader voor dezebijdrage met een half jaar tot en met juni 2025. De Nederlandse forceprotection-bijdrage is verantwoordelijk voor het veilig verplaatsen van deciviel en militaire adviseurs van de missie. Het ondersteunt daarbij in hetbehalen van de bredere doelstellingen van de missie. Nederland voorziethiermee in een doorlopende behoefte van de missie; de behoefte aanverplaatsingen is groter dan de beschikbare capaciteit op dit moment.Het kabinet kiest ervoor de force protection-bijdrage in stand te houdenvoor de duur van het Nederlandse commando van de missie. Decommandant is het boegbeeld van de Nederlandse aanwezigheid binnende missie. Met het gelijk trekken van de nationale kaders draagtNederland bij aan het waarborgen van de effectiviteit en veiligheid van demissie ten tijde van het Nederlands commando. De Nederlandsebijdragen aan NMI worden zowel door de Iraakse autoriteiten als de NAVOzeer gewaardeerd en gezien als een belangrijke bijdrage van Nederlandaan de burden sharing binnen de NAVO.De Nederlandse commandant bevindt zich halverwege zijn termijn alscommandant van NMI. In mei 2025 zal commandovoering van de missieconform afspraak aan een andere bondgenoot worden overgedragen.Gezien de transitie van OIR naar een volgende fase en de afhankelijkheidvan NMI van OIR en de VS, ligt de prioriteit van de commandant bij deverzelfstandiging van de missie. De planning van de transitie biedtvooralsnog ruimte om de verzelfstandiging van NMI tijdig te voltooien.Eind mei 2025 verloopt ook het nationaal kader van het helikopterdeta-chement.5 De transitie van OIR betekent dat het helikopterdetachement tot1 april 2025 vluchten kan uitvoeren. Begin mei zal de redeployment vanhet helikopterdetachement zijn afgerond.Nationale kaders voor de Nederlandse bijdrage aan NMINederland levert een infanteriecompagnie van de Koninklijke Landmachtmet bijbehorende Combat Service Support en (logistieke) ondersteuningvan in totaal circa 145 militairen voor de aanvullende periode van1 januari 2025 tot en met 30 juni 2025. Daarna draagt Nederland deforce-protection-taken over aan een andere NAVO-bondgenoot.Doorlopende inzet OIR, EUAM en MoPADe doorlopende nationale kaders voor de Nederlandse bijdrage aan OIR inde vorm van Special Operations Forces, militaire adviseurs bij het JointOperations Command Advisory Team (JOCAT) North en de stafofficierengeplaatst bij de diverse hoofdkwartieren van OIR in Qatar, Koeweit enTampa (VS) verlopen in juli 2025. De transitie van OIR heeft vooralsnoggeen impact op deze doorlopende bijdragen van Nederland aan OIR. Ook5Kamerbrief over het leveren van de Force Commander, ondersteunende staf en een eenheidtransporthelikopters voor de NAVO Missie Irak vanaf mei 2024 d.d. 29 september 2023(Kamerstuk 27 925, nr. 946).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9805 het huidig nationaal kader van de Nederlandse bijdragen aan deEU-adviesmissie Irak (EUAM) en de bilaterale bijdrage aan het hervor-mingsprogramma voor het Ministry of Peshmerga Affairs (MoPA) lopen injuli 2025 af. Dit betreffen geen artikel 100-bijdragen. Mede gelet op detransitie van OIR zal uw Kamer hierover op een ander tijdstip nader overworden geïnformeerd.Operationele haalbaarheidHet vereiste militaire vermogenDeze inzet betreft een non-combat missie, waar activiteiten zullen wordenafgeschaald bij verhoogde dreiging. Het vereiste militaire vermogen ishier ook op afgestemd. Dat betekent dat de militairen uitgerust zijn metwapens die in eerste instantie gericht zijn op persoonlijke bescherming endat van het te vervoeren personeel. De missie maakt gebruik vangepantserde burgervoertuigen die voorzien zijn van noodzakelijkebeschermingsmiddelen. Voorbereidingen ten aanzien van luchttransport,infrastructuur en logistiek zijn getroffen.De wijze van optreden (Concept of Operations)De mobiele force protection-eenheid voert vanaf Camp Union III inBagdad bewakings- en beveiligingstaken uit door NMI-adviseurs tebegeleiden bij hun werkbezoeken in Bagdad en directe omgeving.Sporadisch treedt het force protection-personeel op als «guardian angel»en beveiligt het de NMI-adviseurs ook op locatie.Op basis van opdracht en dreigingsbeeld wordt het voertuigenpakketsamengesteld. Op verschillende locaties verzoeken de Iraakse autoriteitende force protection-teams om niet in militair uniform op te treden enopereren militairen in burgerkleding.Ten aanzien van de conflictpartijen, klimaat en arbeidsomstandigheden engenderperspectief wordt verwezen naar de eerder artikel 100-brief over debredere veiligheidsinzet in Irak d.d. 7 juli 2023.De geweldsinstructie en bevelsstructuurDe geweldsinstructie van de NAVO is voldoende robuust om invulling tegeven aan de force protection-taken. De eindverantwoordelijkheid (FullCommand) is te allen tijde een nationale verantwoordelijkheid en berustbij de Commandant der Strijdkrachten (CDS), onder de politieke verant-woordelijkheid van de Minister van Defensie. De operationele aansturingvan de Nederlandse bijdrage wordt ingebed in de bestaandeNAVO-commandostructuur.De Nederlandse Senior National Representative is de Red Card Holder.Deze bewaakt namens de CDS dat opdrachten in het inzetgebied passenbinnen het Nederlandse nationale kader. Het Ministerie van Defensieborgt daarnaast dat Nederlandse militairen worden ingezet conform denationale richtlijnen.Geschiktheid en beschikbaarheid krijgsmachtNederland is in staat deze inzet met eigen personeel en middelen uit tevoeren. De aangewezen eenheden worden voorbereid op het uitvoerenvan de gevraagde taken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9806 Risico’sVeiligheidsrisico’sSinds juli 2021 is ISIS er niet meer in geslaagd een aanslag te plegen inBagdad. De dreiging tegen Nederlandse veiligheidsbelangen gaat inBagdad en omstreken op dit moment voornamelijk uit van indirect vuuren drones afkomstig van aan Iran gelieerde sjiitische milities. De dreigingvan direct vuur is beperkt. Het risico op Iraanse en Russische spionage- encyberactiviteiten tegen NMI en het daaraan verbonden personeel is groot.De missie neemt diverse maatregelen om de veiligheidsrisco’s temitigeren, variërend van verdedigingssystemen tegen drones of geïmpro-viseerde explosieven tot het gebruik van gepantserde voertuigen. InBagdad is er ook kans op civiele onrust. Gezien de aanhoudende politiekeen maatschappelijke spanningen is het mogelijk dat ook toekomstigedemonstraties escaleren in (gewapend) geweld. Hoewel deze geweldsinci-denten niet direct gericht zijn tegen westerlingen, is het mogelijk dateventuele demonstraties effect hebben op de veiligheid en werkzaam-heden van de Nederlandse presentie in Bagdad.Risico op burgerslachtoffersConform het non-combat karakter van NMI past de force protection-compagnie enkel in het uiterste geval geweld toe ter bescherming van heteigen personeel en/of de NMI-adviseurs. Door de defensieve wijze vanoptreden wordt het risico op burgerslachtoffers laag ingeschat. In geval erwordt besloten tot een onderzoek naar een vermoeden van burgerslacht-offers, wordt de Kamer daarover – conform afspraak (Kamerstuk27 925, nrs. 723, 727 en 746) – afzonderlijk geïnformeerd.FinanciënDe additionele uitgaven van deze verlenging worden geraamd op 18,3miljoen euro. Dit is een grotendeels evenredige voortzetting van dekosten. Deze uitgaven worden gefinancierd uit het Budget InternationaleVeiligheid.Monitoring, evaluatie & leren van inzetAls opvolging van de moties Bosman c.s. (Kamerstuk 27 925, nr. 699) enKerstens/Van Ojik (Kamerstuk 27 925, nr. 697), is een raamwerk ontwikkeldvoor de monitoring van Nederlandse artikel 100-bijdragen aan missies. Ditraamwerk bestaat uit een tussentijds monitoringsbezoek en continuemonitoring, waarbij maximaal wordt aangesloten op bestaande informa-tiebronnen.In augustus bracht een delegatie vanuit de ministeries van BuitenlandseZaken en van Defensie een monitoringsbezoek aan Irak. Hierbij is ondermeer vastgesteld dat de Nederlandse bijdrage aan NMI door de Iraaksetegenhangers zeer gewaardeerd wordt en bijdraagt aan de missiedoelstel-lingen van NMI. Het bezoek toonde ook aan – zoals het kabinet eerderstelde – dat NMI voortgang boekt ten aanzien van de versterking van deIraakse veiligheidssector en dat deze voortgang wordt gemonitord aan dehand van Long Term Objectives. Tegelijkertijd werd opnieuw duidelijk datde voortgang traag gaat, en dat zowel uithoudingsvermogen als realismenodig zijn voor het bereiken van duurzame verbeteringen. Tot slot isgeconstateerd dat de veiligheidsinzet van Nederland en andere partners inmissieverband in toenemende mate niet alleen moet worden bezien doorde lens van tegengaan van ISIS, maar ook als onderdeel van een inzet omde invloed van onze geopolitieke rivalen in Irak te beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9807 Tegelijk zijn er ook aandachtspunten. Adviseurs en hun advieswerkzaam-heden vormen de kern van de missie. De uitzendduur van een half jaar isvoor militaire adviseurs echter te kort voor optimale impact. Ook zijn deadviseurs afhankelijk van de beschikbaarheid van tolken en kan debeschikbaarheid van voertuigen voor verplaatsingen een beperkendefactor zijn. Het kabinet beziet hoe opvolging te geven aan deze aanbeve-lingen en zal uw Kamer hierover informeren in de volgende voortgangs-rapportage (mei 2025).De Minister van Buitenlandse Zaken,C.C.J. VeldkampDe Minister van Defensie,R.P. BrekelmansDe Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,R.J. KleverTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 27 925, nr. 9808
Gerelateerde bronnen
- De minister zegt toe om bij de bredere dialoog inzake de relatie met Irak het punt van migratie en terugkeer te intensiveren, en de Kamer hier binnen drie maand
De minister zegt toe om bij de bredere dialoog inzake de relatie met Irak het punt van migratie en terugkeer te intensiveren, en de Kamer hier binnen drie maanden over te informeren via ofwel een artikel 100-brief ofwel de stukken voor de debatten over de Raad Buitenlandse Zaken.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.