Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 september 2025, over Leefomgeving en Externe veiligheid
Brontekst
Versie 5a941e7a1dc28267 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 089Gezondheid en milieuNr. 341 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 november 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op30 september 2025 overleg gevoerd met de heer Aartsen, StaatssecretarisOpenbaar Vervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 3 juni 2025 inzake afstandsnorm windturbines (Kamerstuk29 383, nr. 436);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 27 juni 2025 inzake verkennen intentieverklaring metChemours (Kamerstuk 22 343, nr. 428);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 28 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissie overpositionpapers van RIVM, IRAS en Stichting Tegengif tenbehoeve van rondetafelgesprek over pfas (Kamerstuk 35 334,nr. 398);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 19 mei 2025 inzake benchmark kerncentrale Borssele(Kamerstuk 32 645, nr. 157);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 25 april 2025 inzake versterking Kwalibo-stelsel (Kamer-stuk 30 015, nr. 131);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 15 april 2025 inzake rapport Depositie-onderzoek IJmondnajaar 2024 (Kamerstuk 28 089, nr. 336);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 23 april 2025 inzake rapport «Wettelijke evaluatie van deAutoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming» overde periode 2019–2023, en bestuurlijke reactie (Kamerstuk25 422, nr. 307);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 14 april 2025 inzake voortgangsbrief Industrie en Omwo-nenden (Kamerstuk 28 089, nr. 335);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 1 mei 2025 inzake voortzetting asbestleningenfonds(Kamerstuk 25 834, nr. 198);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 5 september 2025 inzake kabinetsreactie op het rapport kst-28089-341ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3411 «Leren van twee vuurwerkrampen» van de Universiteit Twente(Kamerstuk 28 684, nr. 785);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 21 juli 2025 inzake mogelijkheden en gevolgen van eennationaal pfas-productverbod en pfas-lozingsverbod (Kamer-stuk 35 334, nr. 406);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 21 juli 2025 inzake verzamelbrief pfas (Kamerstuk 35 334,nr. 407);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 25 augustus 2025 inzake diverse onderwerpen op hetgebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming(Kamerstuk 25 422, nr. 309);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 augustus 2025 inzake evaluatie Nationale NucleaireOefening 2024 (Kamerstuk 25 422, nr. 308);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 28 april 2025 inzake reactie op verzoek van het lid Kostic´,gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 15 april2025, over de lekkende fabrieken van Tata Steel en het,volgens de omgevingsdienst, opportunistische en calculerendegedrag van het bedrijf (NU.nl, 14 april 2025) (Kamerstuk28 089, nr. 337);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 19 september 2025 inzake verzamelbrief omgevingsveilig-heid (Kamerstuk 28 089, nr. 340);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 23 september 2025 inzake voortgang ImpulsprogrammaChemische Stoffen (Kamerstuk 22 343, nr. 432);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 22 september 2025 inzake briefrapport en kennisnotitievan RIVM over laagfrequent geluid in Nederland (Kamerstuk29 383, nr. 440);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 22 september 2025 inzake herijking bodemregelgeving enstaalslak (Kamerstuk 30 015, nr. 137).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3412 Voorzitter: NordkampGriffier: KoerselmanAanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan,Buijsse, Gabriëls, Koekkoek, Kostic´, Nordkamp, Vermeer en Wingelaar,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 16.32 uur.De voorzitter:Goedemiddag allemaal. Welkom bij het commissiedebat over leefom-geving en externe veiligheid. Dit is een commissiedebat van decommissie voor Infrastructuur en Waterstaat. Hartelijk welkom aan deKamerleden. Hartelijk welkom aan de regering, de Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat, de heer Aartsen. We beginnen iets andersdan gebruikelijk, hoewel het ook weleens vaker is voorgekomen. Webeginnen namelijk met een toelichting van de EU-rapporteurs op REACH.Dat is in dit geval mevrouw Koekkoek. Ik stel voor dat ik haar eerst hetwoord geef om haar toelichting te geven. Daarna kan de regering hieropreageren. Ik geef het woord graag aan mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Ik zal inderdaad het woord voeren als rapporteur opREACH. Mijn mederapporteur Ines Kostic´ kan helaas nog niet komen, dusik zal ook haar deel van de inbreng voor mijn rekening nemen. We hebbenmet veel plezier samengewerkt.Voorzitter. Als EU-rapporteurs op REACH hebben wij onderzoek gedaannaar wat nodig is voor de herziening van de REACH-verordening, waar deEuropese Commissie eind dit jaar mee zal komen. Wij hebben daarvoorgesprekken gevoerd met stakeholders, het bedrijfsleven, ngo’s, weten-schappers en technici in Nederland en Brussel. U kunt onze bevindingenvinden in het eindverslag dat vorige week woensdag is vastgesteld doordeze commissie. De bij ons in het tussenrapport vastgestelde positie vande Commissie hebben wij in juni via een politieke dialoog met Eurocom-missarissen Roswall en Séjourné gedeeld.Voorzitter. Wij bepleiten in ons eindverslag een goede balans tussenconcurrentiekracht enerzijds en adequate bescherming van gezondheid enleefmilieu voor mens en dier anderzijds. Het klimaat in Brussel schuift opnaar meer aandacht voor bedrijven en dat is begrijpelijk op dit moment,maar het mag wat ons betreft niet ten koste gaan van aandacht voor deeffecten van schadelijke stoffen op mens en biodiversiteit. Wij denken dathet voor het halen van beide doelstellingen van groot belang is om inBrussel te zorgen voor snellere besluitvorming over beperkende maatre-gelen van stoffen. Daar zijn alle partijen en belangen bij gebaad. Besluit-vorming duurt nu vaak jaren en dat geeft onzekerheid voor de betreffendebedrijven en draagt ook niet bij aan het beschermingsniveau. Beterenaleving van deadlines en aanpassing van procedures zijn nodig. Datvinden bijna alle partijen die wij gesproken hebben. Ik ben daarom ookbenieuwd welke mogelijkheden de Staatssecretaris ziet voor dieversnelling.Een ander essentieel punt is dat er betere informatie moet komen over deeffecten van stoffen waarvoor zich nu lacunes voordoen, bijvoorbeeldover effecten van stoffen op het zenuwstelsel en het hormoonsysteem. Debijlagen van REACH moeten hiervoor worden aangepast.Voorzitter. De handhaving en naleving van REACH moet wordenverbeterd. In Nederland is daar inzet voor nodig van de ILT, de NVWA ende Arbeidsinspectie. Op sommige onderdelen van REACH is het EuropeesAgentschap voor chemische stoffen, ECHA, belast met de handhaving. Alsbedrijven niet de juiste of onvoldoende informatie leveren over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3413 schadelijkheid van stoffen, moet het ECHA meer bevoegdheden hebbenom als laatste redmiddel registraties van stoffen in te kunnen trekken. Wehebben ook voorstellen voor lastenreductie voor het bedrijfsleven. Daarinmoet niet alleen gekeken worden naar de chemische industrie, maar juistook naar bedrijven verderop in de keten. Lastenreductie kan bijvoorbeeldworden bereikt door te werken met een verplicht format voor gedigitali-seerde uitwisseling van gegevens in de veiligheidsinformatiebladen.Hierover hebben wij met het ECHA gesproken en zij geven aan dat dat,mits het ook echt breed door het bedrijfsleven wordt gedragen, eenrealistische optie is.Voorzitter. Nu zal ik continueren met het punt waar normaliter mijn collegaKostic´ het over zou willen hebben, want we hebben ook specifiek gekekennaar hoe dierproeven opgenomen worden in de REACH-richtlijn. Dathebben we met name gedaan omdat de Kamer in 2023 de motie-DeGroot/Wassenberg heeft aangenomen, die de regering verzocht heeft omzich hard te maken voor alternatieven voor dierproeven bij de herzieningvan de REACH-verordening. Dat bouwt ook voort op een eerder aange-nomen motie van de leden Beckerman en Wassenberg, die verzocht deregering om een tijdpad te maken om dierproeven voor veiligheidstestente beëindigen.In onze gesprekken in Brussel en Nederland bleek dat er veel steun is voordeze uitfasering. Tegelijkertijd zijn er weinig concrete voornemens en datvinden wij wel zorgelijk. Het uitgangspunt in REACH is dat dierproeveneen laatste redmiddel zijn, maar in de praktijk vinden die dierproeven vaaknog plaats. De Europese Commissie werkt aan een roadmap voor hetuitfaseren van dierproeven, maar de resultaten hiervan zullen te laatkomen voor de herziening. Een oplossing daarvoor is om in REACH eenduidelijke opdracht aan de Europese Commissie op te nemen om deresultaten van de roadmap periodiek in de bijlagen van REACH teverwerken.Verder is ons in de gesprekken duidelijk geworden dat dierproeven nogsteeds als een soort gouden standaard worden gezien in het wereldwijdesysteem van classificatie van stoffen. Om alternatieven een kans te gevenmoet je de informatie die je nodig hebt voor die classificatie fundamenteelanders definiëren. Je wilt natuurlijk de effecten voor gezondheid en milieuweten zonder de dierproeven voor te schrijven. Naast zo’n fundamenteleherziening zijn er ook kleine verbeteringen mogelijk. Enkele gespreks-partners hadden daar suggesties voor en die hebben wij in ons rapportopgenomen. Een ervan wil ik eruit lichten. Dat is om het mandaat vanECHA bij het beoordelen van testvoorstellen op enkele punten teverruimen, zodat ECHA ook zelf gemakkelijker in concrete gevallen tegenbedrijven kan zeggen dat er alternatieven zijn of dat er voldoendeinformatie is.Dit alles brengt mij tot de volgende vragen aan de Staatssecretaris. Kanhij toezeggen dat hij zich er in lijn met de eerder aangenomen motie hardvoor maakt om dit onderwerp een hogere prioriteit te geven bij deherziening van REACH? Kan hij ook zorgen dat Nederland hierbij eenvoortrekkersrol speelt en concrete ideeën inbrengt, bijvoorbeeld zoals wijhebben opgenomen in het rapport, zowel voor een fundamentelehervorming van het systeem als voor kleine verbeteringen? Kan deStaatssecretaris daarnaast een reactie geven op ons eindverslag en onzeaanbevelingen zoals we die zojuist hebben samengevat? Kan hij ooktoezeggen dat hij de aanbevelingen meeneemt in de positie van hetkabinet bij de herziening van REACH?En dan nog over de reactie van de Staatssecretaris. Het is opgevallen datde reacties op het tussenverslag, dat wij ook aan de commissie hebbenaangeboden, nog wat abstract bleven. Dus daar een aanmoediging aan deStaatssecretaris om concreet in te gaan op de aanbevelingen in onseindverslag.Veel dank.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3414 De voorzitter:Dank. Duidelijk. Dan geef ik nu de Staatssecretaris de gelegenheid omhierop te reageren. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Dank aan beide rapporteurs. Er is er hier één aanwezig. Ikdank via u ook de andere rapporteur. Het rapporteurschap is sowieso eenflinke klus. De analyse van REACH en de toegevoegde waarde daarvan isvolgens mij goed en ook mooi, met de balans tussen al die verschillendebelangen. Aan de ene kant is er de bescherming van gezondheid en hetverminderen van dierproeven, waar we elkaar vinden, en aan de anderekant natuurlijk het vrije goederenverkeer in de Europese Unie, het gelijkespeelveld en het stimuleren van innovatie- en concurrentiekracht. Dat isinderdaad de balans die gezocht moet worden.De timing is wat mij betreft ook erg goed. Op dit moment vinden er op deachtergrond allerlei gesprekken plaats over de herziening. Ik heb al eenaantal keren van gedachten gewisseld met de Eurocommissaris over deherziening van REACH. Wij zijn op dit moment ook druk bezig om inEuropees verband met een non-paper op dit onderwerp te komen. Duswat dat betreft is het fijn dat wij deze rapportage, dit tussenverslag van derapporteurs hebben. Ik wil meer concreet voorstellen dat we de aanbeve-lingen meenemen in die non-paper en er per aanbeveling netjes op terugte komen als we de non-paper richting de Kamer doen. Ik denk dat dat eenbelangrijke concrete volgende stap is richting herziening.Net als de rapporteurs wil ik natuurlijk ook een gezonde, innovatieve enconcurrerende industrie, die met veilige producten kan zorgen voor eengoede concurrentiekracht, maar ook oog heeft en zorg heeft voor eengezonde leefomgeving. We zien dat daar op dit moment natuurlijk wel watuitdagingen zijn. Er is de wens voor meer strategische autonomie,strategische onafhankelijkheid. We zien de opkomst van innovatie en dusook van nieuwe stoffen en allerlei materialen die nodig zijn om dietransitie op een groene manier te maken. Tegelijkertijd staan ook gewoonde Europese economie en concurrentiekracht onder druk als het gaat omde energieprijzen, dumpingen uit derde landen, handelstarieven en datsoort zaken.Dus wat betreft is het volgens mij een belangrijk moment om REACH tegaan herzien. Uiteindelijk is het in de kern de schakel tussen veiligheidvoor de consument aan de ene kant en snelheid en duidelijkheid op hetgebied van innovatie en concurrentievermogen aan de andere kant. Datbetekent wel – ik denk dat dat de kern is van REACH-hervorming – dat hetbeter moet en sneller en dat het ook simpelweg eenvoudiger moetworden om het instrument goed in te zetten. Dat zijn mijn prioriteiten alshet gaat om die herziening. We moeten zorgen dat we innovatie veel betergaan stimuleren. Het moet eenvoudiger worden om veilige stoffen enalternatieve stoffen te creëren, om ook die overstap te maken. Dat moetook sneller kunnen, zodat je niet te lang hoeft te blijven hangen in anderestoffen. Uiteindelijk wil je ook dat REACH bedrijven ondersteunt bij hetsafe and sustainable by design, dus de veiligheid al aan de voorkantcreëren. Ik denk dat daar ook met ecodesign nog een flinke winst te halenvalt. Daar waar nodig moeten we ook rekening kunnen houden met diecombinatie-effecten, omdat je in de praktijk niet aan één, maar aanmeerdere stoffen kan worden blootgesteld: de combinatie der dingen. Ikdenk dat dat een punt is daar de rapporteurs terecht op wijzen.Ik kan ook aangeven dat wij positief staan tegenover de beoordeling vande testmethodieken. Een grote prioriteit is om planmatig te kijken hoe jenieuwe methodieken kunt ontwikkelen en ook valideren, zodat je ze ookkan toepassen en je geen gebruik meer hoeft te maken van dierproeven.De bedoeling is dat je veel sneller nieuwe testen kunt inzetten, ookdierproefvrije alternatieven en dat je op die manier een soort nieuwestandaard hebt. Daar zitten natuurlijk heel veel haken en ogen aan. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3415 zullen de rapporteurs ongetwijfeld ook weten. Maar het is volgens mij welbelangrijk om dat als streven op te nemen, dat je uiteindelijk daar naartoewilt als een soort standaard.Die procedures moeten sneller. Sneller kan wat mij betreft langs eenaantal lijnen. Dat kan door die procedures niet zozeer volgordelijk maarparallel aan elkaar uit te voeren – dat wordt een belangrijke prioriteit voorNederland in dit herzieningstraject – maar ook bijvoorbeeld een groepsbe-nadering, dus dat je voor groepen stoffen in één keer die procedure kuntdoorlopen. Een andere optie – ook daar wordt in Brussel over gesproken –is het onderscheid tussen consumententoepassingen en industriëletoepassingen. Bij consumententoepassingen zie je dat het vaker in hetmilieu en de leefomgeving terechtkomt en de gezondheid raakt, terwijl datbij wat zwaardere industriële processen natuurlijk veel beter kan wordenafgeschermd. Het creëren van de mogelijkheid om de meest schadelijkestoffen in consumentenproducten sneller te verbieden dan in industriëletoepassingen is volgens mij ook een belangrijke schakel waar we in deREACH-herziening nog wat kunnen winnen.Uiteindelijk valt of staat het natuurlijk wel met de handhaving ervan. Ikdenk dat op dat onderdeel nog heel veel te halen is bij het Europesegelijke speelveld, om dat op Europees niveau goed te harmoniseren. Ikdenk dat dat verstandig is voor consumenten, zodat ze zeker weten dat hetallemaal goed georganiseerd is. Het is ook verstandig voor Nederlandsebedrijven dat je een gelijk speelveld hebt binnen de Europese Unie ennatuurlijk ook buiten de Europese Unie, vanwege de internetverkopen dieproducten van buiten de Europese Unie naar Nederland brengen die wehier gewoon niet willen hebben vanwege de schadelijkheid ervan.Samenvattend, voorzitter. We willen sneller duidelijkheid geven aanbedrijfsleven en sneller meer zekerheid bieden aan Nederlandseinwoners. Ik herken dus ook veel bevindingen van de rapporteurs. Ik zie zeals in overeenstemming met onze prioriteiten en we nemen ze dus ookvan harte mee in het geheel van de dingen die we aan het doen zijn alshet gaat om de herziening van REACH.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank. Als hier nog verhelderende vragen, korte verhelderende vragen,over zijn, dan is daar even ruimte voor. Is daar interesse in? MevrouwKoekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank aan de Staatssecretaris. Het lijkt een heel goed idee om in zo’nnon-paper echt in te gaan op de aanbevelingen. Dank daarvoor. Ik hebtwee korte vragen over de timing. De eerste vraag is wanneer deStaatssecretaris verwacht dat die non-paper af zal zijn en met de Kamerkan worden gedeeld. De tweede vraag gaat over de herziening van REACHzelf. De Staatssecretaris gaf al aan dat er veel gebeurt. We zien ook dat dieherziening vooruit in de tijd wordt geschoven. Ik zou graag horen wanneerde Staatssecretaris verwacht dat die herziening daadwerkelijk rond zalzijn. Wordt die nog verder in de tijd geschoven? Ik zou dat onwenselijkvinden. Misschien heeft de Staatssecretaris daar door de gesprekken inBrussel wat meer informatie over.De voorzitter:Ik kijk nog even of er nog andere leden zijn die behoefte hebben aan eenkorte verhelderende vraag. Dat is niet het geval. Dan is het woord aan deStaatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank voor de vragen. De verwachting is dat we de non-paper midden ofeind oktober gereed kunnen krijgen. Het ook belangrijk dat Nederland ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3416 doet. We zijn een klein land. We moeten onszelf niet overschatten, maarwe moeten onszelf ook niet onderschatten. In het hele REACH-trajecthebben wij natuurlijk altijd een koplopersrol vervuld in Europa. We komennu met een non-paper op dit onderwerp en leveren ook suggesties aanaan de Europese Commissie. Daarmee kan je juist de goede balans vindentussen de belangen die ik eerder noemde. Daar zal natuurlijk ook detiming in zitten wat ons betreft. We gaan natuurlijk ook met andere landenkijken hoe we dat op een goede manier kunnen organiseren. We zullendaar de timing ook in meenemen. Ik merk ook dat iedereen ten aanzienvan het REACH-dossier zoekende is naar welke kant het op zou moetengaan. Feit is dat wij als Nederland voorop gaan lopen en een stapvooruitzetten, in ieder geval als het gaat om hoe wij het voor ons zien. Ikdenk dat dat een heel goede positie is om in dit dossier te pakken, juistom die balans te krijgen tussen veiligheid en gezondheid aan de ene kanten de concurrentiekracht en innovatiekracht van het Nederlandsebedrijfsleven aan de andere kant.De voorzitter:Dank. Ik heb u in uw eerste reactie ook een toezegging horen doen. Ik stelvoor dat we die nu even aftikken met elkaar. Dan kunnen we daarnaverder met het debat. Ik heb ’m als volgt opgeschreven.–De Kamer wordt eind oktober geïnformeerd over de non-paper tenaanzien van de herziening van REACH. Hierbij zal de Staatssecretarisingaan op de aanbevelingen uit het eindverslag van EU-rapporteursREACH.Dan hebben we die genoteerd met elkaar. Dan stel ik voor dat wedoorgaan met het reguliere deel van de vergadering. Er staat best veel tijdgepland voor deze vergadering, maar we hebben al vaker gezien dat detijd sneller gaat dan we eigenlijk met elkaar zouden willen zien. Hartelijkwelkom, lid Kostic´. Gaat u zitten. U weet dat u maximaal vijf minutenspreektijd heeft in de eerste termijn. Ik stel voor om daarbij vijf inter-rupties toe te staan in de eerste termijn, het liefst toch wel wat kort. Zoalsu van mij gewend bent, probeer ik, als daar een mogelijkheid toe is, aanhet einde aan het debat meer ruimte te geven. Ik denk dat dat moetlukken. Dat is wat ik voorstel: vijf minuten spreektijd en vijf interrupties.Ik geef dan graag het woord aan de heer Gabriëls van GroenLinks-Partijvan de Arbeid.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Vijf jaar onderhandelen, 2 miljard belastinggeldmaar geen zekerheid voor omwonenden en werknemers van Tata Steel.Toch tekende een demissionaire Minister gisteravond, op de valreep voorde verkiezingen, een deal. GroenLinks-PvdA vindt dat problematisch. Hetis een slechte deal, waarbij de gezondheidsaspecten weer aan de laatstemem hangen. Keer op keer hebben we luid en duidelijk gezegd dat degezondheid van omwonenden een keiharde voorwaarde is voor steun aanmaatwerkafspraken, maar toch blijven garanties uit. Ik wil daarbij graagop een paar punten inzoomen.De Kamer heeft in 2024, met mijn motie, verzocht om per direct met eengezondheidseffectrapportage te starten, de zogenaamde GER, om zeker teweten dat de maatwerkafspraken ook daadwerkelijk voldoende effecthebben voor de gezondheid. Hoe kan er een deal gesloten worden als deMER en de GER, dus de milieueffectrapportage en de gezondheidseffect-rapportage, er nog niet liggen? Sterker nog, in de Kamerbrief valt te lezendat het een politieke afweging is of de uiteindelijke resultaten van de GERvoldoende zijn om de gezondheid van werknemers en omwonenden teborgen. Maar de Kamer heeft die politieke afweging allang gemaakt,namelijk dat de maatwerkafspraken moeten voldoen aan de adviezen vande Expertgroep Gezondheid IJmond, zoals verwoord in de motie-Thijssen.Tot overmaat van ramp schrijft het kabinet ook op dat het hiermee deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3417 motie-Thijssen afdoet. De motie is daarmee dus afgedaan volgens hetkabinet, maar mijn antwoord daarop is: nee, die is nog lang niet afgedaan.Ook de expertgroep en de Adviescommissie MaatwerkafsprakenVerduurzaming Industrie vinden deze deal niet goed. Ik noem enkelepunten. Sluiting van de Kooks- en Gasfabriek 2 wordt pas voorzien voor2029. Dat zou betekenen dat omwonenden nog vier jaar in de vervuilingzitten. Er wordt niet onderbouwd waarom die fabriek niet eerder dicht kan.Voorts zijn de doelstellingen van de expertgroep rondom de uitstoot vanzeer zorgwekkende stoffen niet overgenomen. Er zijn geen afsprakengemaakt over meer onafhankelijke, transparante en continue metingen.De voorzitter:Meneer Gabriëls, de heer Buijsse wil graag een punt van orde maken.De heer Buijsse (VVD):Sorry dat ik het misschien zo moet zeggen, maar dit debat gaat overleefomgeving. We hebben een hele trits aan agendastukken gekregen. Ikconstateer dat de heer Gabriëls de behoefte heeft om het over de deal metTata Steel te hebben. Ik ben daar in ieder geval totaal niet op voorbereid.Ik vind dat ook niet handig. Ik zou u willen verzoeken om onderwerpen diegaan over de deal met Tata Steel achterwege te laten.De voorzitter:Punt gemaakt. Ik laat het ook even aan de beantwoording van deStaatssecretaris.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Punt van orde: IenW is expliciet betrokken bij de deal met Tata Steel. Ookdeze commissie gaat daar dus over. Ik vind het verwerpelijk dat de VVD ditzo probeert door te drukken en zelfs een commissiedebat blokkeert, terwijlde I&W-commissie daar ook over gaat. Gewoon doorgaan dus, zou ikzeggen.De voorzitter:Punt gemaakt. Meneer Buijsse, tot slot.De heer Buijsse (VVD):Als het over zaken gaat die IenW betreffen, dan kan ik me daar iets bijvoorstellen, maar aangezien de deal zélf een aangelegenheid van KGG is,vind ik dat niet.De voorzitter:Punt gemaakt. Laten we even kijken hoe iedereen hier invulling aan geeft.Meneer Gabriëls, gaat u door met uw betoog.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik wil hier graag op reageren als het kan, en daarna doorgaan met mijnbetoog. Ten eerste ga ik zelf over wat ik inbreng en ten tweede breng ikvolledig het gebrek aan gezondheidsmaatregelen van die deal in kaart.Natuurlijk wilde ik ook meer gaan spreken over al die staalslakkenshit diewe de hele tijd hebben, waar we een technische briefing en een rondetafelover gehad hebben – en laten we pfas ook niet vergeten – maar dit is ookrelevant. En als we elkaar nou vaker debatten toestaan, over pfas en overstaalslakken, dan zouden we ook niet alles in dit kleine leefomgevingsde-batje hoeven proppen.De voorzitter:Prima, gaat u verder.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3418 Hoe kan het dat deze miljardendeal al wordt gesloten terwijl de aange-nomen moties over gezondheid niet worden uitgevoerd? Wat moet datdan doen met het vertrouwen van de omwonenden om wél tot een goededeal te komen? Er hebben hier nu in anderhalf jaar tijd drie Staatssecreta-rissen Milieu gezeten, en geen van hen is het gelukt om te doen waarvoorze hier zitten: het beschermen van het milieu en de gezondheid vanmensen. Gezondheidswinst moet een hoofdpunt van deze deal zijn. Kuntu hier als Staatssecretaris op reflecteren? Waarom kan de Kooks- enGasfabriek 2 niet eerder dicht dan 2029? Waarom zijn de adviezen van deexpertgroep niet overgenomen? Waarom liggen er geen harde afsprakenover metingen en het terugdringen van zeer zorgwekkende stoffen? Enwaarom loopt de maatwerkafspraak niet gelijk op met de gezondheidsef-fectrapportage zoals de Kamer gevraagd heeft?Dan staalslakken. Dat is het punt waar ik nog het meest geschokt overben. In de joint letter of intent zijn afspraken gemaakt dat Tata Steel hettraject kan stilleggen als er strengere maatregelen rondom staalslakkenkomen. Het voelt als chantage: als u de afzet van staalgif begrenst, komter geen deal. Dit terwijl we weten wat overal in het land de gevolgen vandie staalslakken zijn geweest. Staalslakken in speeltuintjes, op opritten:het levert milieu- en gezondheidsschade op. Dit alles gaat ten koste vanvele groepen mensen uit Eerbeek, Spijk en vele andere plaatsen, die zichte blubber hebben gewerkt om dit schandaal bij allerlei instanties aan dekaak te stellen. Goede landelijke wetgeving, die van belang is voor degezondheid, wordt met deze clausule totaal ondermijnd. Wij willen dat ditonderzocht wordt door de parlementaire advocaat. Is deze clausule welrechtmatig? Mag een deal met één bedrijf wetgeving voor heel het landtegenhouden? Graag een reactie van de Staatssecretaris.Voor de zomer werd er een motie voor een totaalverbod op staalslakkenaangenomen. De Staatssecretaris overwoog eerst nog een totaalverbod,maar later zwakte hij dit af naar een gedeeltelijk verbod, waardoorstaalslakken nog steeds afgezet kunnen worden. Ik wil klip-en-klaar van deStaatssecretaris horen of het lopende traject met Tata van invloed isgeweest op dat besluit. Ook wil ik klip-en-klaar van de Staatssecretarishoren of hij het wenselijk vindt dat onafhankelijke besluiten over degiftigheid van het gebruik van staalslakken van invloed zijn op demaatwerkafspraken of dat het andersom is?Tot slot. Ik had ook heel graag meer willen vertellen over pfas, want netals dat er overal staalslakken zijn, is er overal pfas – en dat moet ookgesaneerd worden. Provincies kunnen echter niet afdwingen dat erbodemmonsters genomen worden bij bedrijven waar een vermoeden vanpfas is en pfas in de bodem zit, als deze bedrijven niet zelf de veroorzakerzijn. Kan de Staatssecretaris met een regeling komen, om dit probleem opte lossen? En kan de Staatssecretaris toezeggen de gezondheidskostenvan blootstelling aan pfas in kaart te brengen? Dat kan conform demethodiek die de Nordic Council of Ministers heeft gebruikt. Zij hebben inkaart gebracht dat het gaat om 52 tot 84 miljard aan gezondheidskosten inEuropa. GroenLinks-Partij van de Arbeid wil graag weten wat die kosten inNederland zijn.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie één interruptie, van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik hoor al dan niet terecht de heer Gabriëls vooral zeggen wat níét zoumogen, maar als het gaat over staalslakken zou ik graag een visie horenvan wat wél zou kunnen in de ogen van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Als ik me niet vergis, heeft u zelf een motie ingediend om ook Tata op tedragen beter naar de verwerking te kijken. Op dit moment is het vooral deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 3419 taak van deze Staatssecretaris om, gezien het feit dat de effecten vangiftige staalslakken al sinds 2005 bekend zijn en er dus twintig jaar nietsgedaan is, ervoor te zorgen dat er geen extra troep bij komt en dat dezestaalslakken uiteindelijk op een normale manier toegepast en opgeslagenkunnen worden. Maar ze mogen in ieder geval níét op speeltuintjesterechtkomen, níét in grote vierkantekilometeroppervlakten gebruiktworden onder wegen waar alles uitspoelt en de pH van water totgootsteenontstopperwaarden stijgt. Dat allemaal níét. Ik zeg het nog eenkeer: niet.De heer Buijsse (VVD):Ik zou de heer Gabriëls er toch aan willen herinneren dat hij die motie vanmij niet gesteund heeft. Dus wat wil hij dan wel?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Wij willen een oplossing voor de staalslakken, en dat het niet terechtkomtop plekken waar kinderen spelen en waar wij er met z’n allen gezond-heidslast van hebben. En er moeten innovaties komen met betrekking tothet gebruik van staalslakken. Misschien dat we dan bij nader inzien dezefantastische motie van u wel hadden ondersteund.De heer Buijsse (VVD):Kijk, dit is even typisch. Ik ben blij dat de heer Gabriëls bij nader inzientoch zijn steun uitspreekt voor deze motie, die zoekt naar milieuvriende-lijke alternatieven voor het toepassen van staalslakken. GroenLinks-PvdAis wel van mening dat we maatwerkafspraken moeten maken met TataSteel. Het heeft daar ook aan meegewerkt en allerlei dingen toegezegd.Aan de andere kant wordt er een behoorlijk groot verhaal gemaakt van destaalslakken, en gezegd wat er allemaal niet kan. Het is niet consistent. Ikwil daar wel even de vinger op leggen. Ik ben blij dat de heer Gabriëls inieder geval nu inziet – het is misschien wel laat, maar ik ben toch blij – dathij naar een milieureducerend effect van die staalslakken wil, net zoals wij.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Weet u wat niet consistent is? Het is niet consistent dat wij twintig jaarlang het afval van een bedrijf in speeltuintjes hebben toegestaan, dat datafval nog steeds te koop is via Pelt & Hooykaas en dat Tata Steel dit afvalondanks een uitspraak van de Kamer over een verbod nog steeds kanafzetten, omdat de Staatssecretaris níét besloten heeft tot een totaal-verbod. Dát is inconsequent. Het is natuurlijk aan het bedrijf om anderetoepassingen te gaan zoeken. Dat moet onderdeel zijn van het totaal, wanter worden staalslakken gemaakt. Maar hoe het in de afgelopen twintigjaar gegaan is, dát is het grootste probleem. Kijk, het bedrijf is verant-woordelijk voor een goede toepassing en vooral een gezonde toepassing,want de omwonenden mogen niet in gevaar komen; en wat al helemaalniet mag, is dat dat spul door heel Nederland tot allerlei gezondheidspro-blemen leidt.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties. Dan geef ik het woord aanmevrouw Koekkoek namens Volt.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Gisteren werden wij wederom met onze neus op defeiten gedrukt: Europa is het snelst opwarmende continent. We kunnenhet ons dan ook niet veroorloven om klimaatdoelen af te zwakken. HetEuropees Milieuagentschap stelde heel duidelijk: het gaat nu niet goed.Klimaatverandering betekent niet alleen extreem weer en verlies vanbiodiversiteit maar ook risico’s voor gezondheid, voedsel, watervoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34110 ziening en leefomgeving. Tegen die achtergrond voeren wij dit debat, tebeginnen bij Tata Staal.Bewoners van de IJmond worden al jaren aan het lijntje gehouden.Onderzoeken tonen aan dat er een direct verband is met hart- envaatziekten, met luchtwegaandoeningen en kanker. De commissie-Leviconcludeerde dat de gezondheidsschade erger is dan gedacht, maar deadviezen van de Expertgroep Gezondheid zijn nauwelijks meegenomen,tegen de uitdrukkelijke wens van deze Kamer in. In de intentieverklaringdie wij gisteren zagen, krijgt Tata zelfs de mogelijkheid om het deeltrajectstil te zetten als een nieuw kabinet strengere eisen stelt. Zo maken ditkabinet maar ook het volgende kabinet zichzelf chantabel, terwijl Tatamiljarden aan subsidie kan incasseren. Dat bedreigt de groene economievan de toekomst. Tata is helaas geen uitzondering. Schadelijke stoffen,zoals pfas en staalslakken, vervuilen bodem, water en lucht. Staalslakkenzijn jarenlang als bouwmateriaal gebruikt, terwijl al sinds 2005 bekend isdat dit grote milieurisico’s oplevert. Toch hielp het ministerie Tata dit afvalals bijproduct te verkopen. Provincies en gemeenten wisten vaak vanniets, en bewoners al helemaal niet. Inmiddels liggen er door heelNederland staalslakken in de grond. Daarom mijn vraag aan de Staatsse-cretaris: komt er een onafhankelijk onderzoek naar waar staalslakken zijntoegepast, wie verantwoordelijk is en hoe die schade wordt hersteld? Enkomt er nu dan ook echt een totaalverbod op het gebruik van staalslakkenals bouwmateriaal?Voorzitter. Dit is geen incident maar een patroon. Bij pfas, bij fijnstof, bijTata Steel: waarschuwingen worden genegeerd, bewonersbelangenonderschikt gemaakt, en er wordt pas ingegrepen als de schade onmis-kenbaar is. Dat model is onhoudbaar. Gezondheid begint bij gezondebodem, schone lucht en zuiver water. Dat betekent een verbod opstaalslakken als bouwmateriaal, strengere eisen aan bodemkwaliteit enhandhaving, innovatie en circulaire productie die veilig is, een snellereEuropese restrictie op pfas en een vervuilersbelasting voor de industrie.Voorzitter. Ook gemeenten moeten beter toegerust worden om hunwettelijke taken rond preventie en leefomgeving uit te voeren. Een deelvan het zorgbudget moet daarvoor beschikbaar komen. Is de Staatssecre-taris daartoe bereid?Voorzitter. Ik heb nog een andere vraag aan het kabinet. Staat gezondheidecht op één? Of blijven we vasthouden aan een achterhaalde industriepo-litiek die de vervuiler beschermt? Wanneer draaien we het om? Eerstvoorkomen in plaats van achteraf repareren. Graag hoor ik hierop eenreflectie van de Staatssecretaris.Voorzitter. We moeten stoppen met oude industrieën, die je omgeving ziekmaken. Geef bewoners hun gezondheid terug en kies eindelijk voor eentoekomst waarin mens en natuur centraal staan.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik graag het woord aanmevrouw Wingelaar namens Nieuw Sociaal Contract.Mevrouw Wingelaar (NSC):Dank u wel, voorzitter. Vorige week ging het plenaire debat over hetgebruik van staalslakken helaas niet door, dus ook ik heb dit als hoofd-thema genomen. Want het gaat hier niet alleen om een bouwstof, maarom de gezondheid van kinderen, de veiligheid van onze bodem maarvooral het vertrouwen van inwoners in de overheid. Staalslakken zijn geendetailkwestie. Al sinds 2005 is bekend dat ze grote milieurisico’s met zichmeebrengen. Toch worden ze nog steeds toegepast. Dat terwijl Rijkswater-staat zelfs twee keer wilde stoppen, maar door het ministerie werdteruggefloten. Dat terwijl ILT en RIVM keer op keer waarschuwden. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34111 terwijl onderzoek uitwijst dat op negen van de tien onderzochte locatiesmilieuschade is ontstaan, zelfs wanneer men zich keurig aan de regelshield.Voorzitter. Als je je aan de regels houdt en er toch gif in de bodembelandt, dan ligt het probleem niet bij de inwoners van Spijk, Eerbeek ofdie van Friesland, maar bij falende wetgeving en bestuur. Afgelopen weekhebben we een technische briefing en een rondetafelgesprek overstaalslakken gehad. Dit heeft ons helemaal niet gerustgesteld. Sterkernog, het bevestigde voor de fractie van Nieuw Sociaal Contract denoodzaak van een totaalverbod, totdat onomstotelijk is vastgesteld dat hetgeen schade aan de gezondheid of het milieu oplevert.Voorzitter. Ook het gebruik in grotere wateren, zoals in de Ooster- enWesterschelde, vinden wij net als alle gemeenten in Zeeland geen goedidee. We ontvingen vandaag een brief van de Staatssecretaris. Fijn dat deStaatssecretaris luistert naar de zorgen van de gemeenten, en in iedergeval toezegt voorlopig geen staalslak fysiek in de Ooster- en Wester-schelde toe te passen, maar mijn vraag aan de Staatssecretaris is dan welhoe serieus hij de zorgen van de andere burgers neemt? Waarom kan hiernu wel weer een uitzondering worden gemaakt en in andere kwestiesniet? Mijn fractie steunde de motie-Teunissen voor een tijdelijk totaal-verbod, want alleen dat doet recht aan het voorzorgsbeginsel enbeschermt de volksgezondheid en het milieu. Toch kiest het kabinet voorhalve maatregelen: een pauzeknop boven de 50 centimeter of bij directcontact. Mijn vraag aan de Staatssecretaris: waarop is dit nu preciesgebaseerd? Welk wetenschappelijk bewijs ligt er dat zegt dat een laagonder 50 centimeter wél veilig zou zijn?Voorzitter. Dan kom ik bij het proces dat de Staatssecretaris volgt.Waarom kiest de Staatssecretaris voor het veel strengere artikel 129 voorhet beperken van nationale stoffen onder REACH? Waarom baseert deStaatssecretaris zich niet op artikel 128? Biedt dit artikel niet ook meermogelijkheden voor een tijdelijk totaalverbod?Voorzitter. Ik wil iets zeggen over Spijk. Daar staan de inwoners er alleenvoor. Gemeenten en provincies geven niet thuis, waarschijnlijk omdat dekosten voor het opruimen gigantisch zijn. Maar het kan toch niet zijn datde inwoners zelf met de schade blijven zitten terwijl de vervuiling doorindustrieel afval veroorzaakt is? Hier hoort het Rijk verantwoordelijkheid tenemen en de regie te pakken. Hoe gaat u gemeenten en provinciesondersteunen de puinhopen op te ruimen daar waar het misging, zoals inSpijk?Voorzitter. De Staatssecretaris verwijst in zijn brief over de herijking vanbodemregelgeving naar mijn motie van 27 mei. Dat is heel goed, maar isde Staatssecretaris het met mij eens dat op industriële afvalstromengebaseerde bouwstoffen sowieso niet toegepast mogen worden als ernog onderzoeken lopen? Dat is nu juist het belangrijkste punt in mijnmotie. Hoe gaat hij precies uitvoering geven aan die motie?Voorzitter. Dat brengt mij meteen bij het volgende punt. Al in septembervorig jaar diende ik samen met mijn collega een motie in over Beaumix.Er zou een onderzoek komen, maar ik heb nog altijd geen resultatengezien. Tijdens het vorige commissiedebat ontstond er ruis, waardoor ikgedwongen werd een motie in te dienen om Beaumix in ieder geval niettoe te staan bij de verbreding van de A2 in Zuid-Limburg totdat deonderzoeksresultaten bekend zijn. Ik kreeg tweemaal een toezegging datdie er voor de zomer zouden zijn. Ik weet niet in welk seizoen dezeStaatssecretaris precies leeft – altijd in de zomer, zegt hij – maar de zomeris helaas weer voorbij. Wanneer kunnen we nu eindelijk de resultatenverwachten? Ik volg dus een en dezelfde lijn, of het nu gaat om staal-slakken, Beaumix of andere bouwstromen of afvalstromen: zolang derisico’s niet uitgesloten zijn, horen ze niet in onze bodem en waterenterecht te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34112 Voorzitter. De bodem van ons land en de bodem van onze wateren zijngeen goedkope afvalberg voor Tata Steel of andere industriële bedrijven.De gezondheid van kinderen, de veiligheid van onze leefomgeving en hetvertrouwen in de overheid zijn meer waard dan het dumpen vanindustrieel afval.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik graag het woord aan deheer Buijsse namens de VVD.De heer Buijsse (VVD):Dank u wel, voorzitter. Nederland is een van de meest welvarende en vrijelanden ter wereld. Ons land telt momenteel 18 miljoen inwoners, diewonen, werken en recreëren op dat kleine stukje aarde. Dat gaat nietzonder een belasting van onze leefomgeving. Gelukkig komen we hiersteeds meer over te weten en zijn we als land en inwoners in staat om onsgedrag en de regels aan te passen waar de belasting te hoog is voor hetmilieu of voor onze gezondheid. Onderwerpen waarop momenteel sterkwordt bijgestuurd betreffen pfas en staalslakken. We komen steeds meerte weten over de schade die deze stoffen aanrichten aan ons milieu en aanonze gezondheid. Het is goed dat het kabinet hierop doorpakt. De fractievan de VVD steunt deze lijn. Over beide onderwerpen wil ik in dit debatspecifiek een aantal punten nader duiden.Ik begin bij pfas. Zet in op een zo breed mogelijk verbod oppfas-producten in Europa. Mede op initiatief van Nederland wordt inEuropees verband gewerkt aan een restrictievoorstel voor pfas.Momenteel is nog niet te zeggen hoe een pfas-verbod in Europa er preciesuit gaat zien. Voor de VVD is het voorstelbaar dat veel van depfas-toepassingen verboden zullen worden, maar dat er een uitzonderingkomt voor specifieke toepassingen, bijvoorbeeld voor toepassingen meteen grote toegevoegde waarde voor onze nationale veiligheid, zoalsdefensie, voor de volksgezondheid, dus medicijnen of specifiekeapparatuur, en voor specifieke economische sectoren.Zet daarnaast in op het minimaliseren van lozingen en van hetverspreiden van pfas in Nederland. Het is goed dat het kabinet beslotenheeft pfas te bestempelen als zeer zorgwekkende stof. Daarmee komt ereen verplichting voor bedrijven om de lozingen te minimaliseren. Lukt hetde Staatssecretaris om deze minimalisatieplicht te handhaven? Zijn ergoede voorbeelden te geven? Ook lazen we in de stukken dat dit kabineteen gedeeltelijk lozingsverbod onderzoekt. Wat wordt hiermee bedoeld?Sluit dit aan op de aanpak van het handhaven van de minimalisatieplicht?Wat betreft Chemours en de problemen in de omgeving is het goed dat ereen rijkscoördinator is aangesteld en dat het ministerie met Chemourstoewerkt naar een intentieverklaring voor een reductieplan. Het is ookgoed dat er gewerkt wordt aan een betere samenwerking bij het toezichten het handhaven door bevoegd gezag op lozingen die nog wel plaats-vinden. De vraag aan de Staatssecretaris is of de Kamer al geïnformeerdkan worden over de voortgang van de resultaten.Het laatste punt over de pfas gaat over vermindering van de blootstellingaan pfas. De recente onderzoeken van het RIVM geven het zorgelijke beelddat de hoeveelheid pfas in het bloed van vrijwel de gehele Nederlandsebevolking de gezondheidskundige grenswaarde overschrijdt. Mensenkrijgen simpelweg te veel pfas binnen vanuit onder andere voedsel endrinkwater, maar bijvoorbeeld ook schuim van zeewater is een risico. Hetis goed dat inwoners rondom de Westerschelde en Chemours vrijwilligmee kunnen doen aan gezondheidsonderzoek dat recentelijk is gestartdoor het RIVM. Dat roept de vraag op wat bewoners nou precies kunnenmet de uitkomsten van dit bloedonderzoek. Het zou goed zijn wanneerinwoners voorafgaand aan het bloedonderzoek meer informatie zoudenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34113 ontvangen over de interpretatie van de gemeten waarden en over welkesturingsinstrumenten inwoners zelf hebben om de hoge pfas-waarden inhet bloed te voorkomen.Voorzitter. Ik wil een punt maken over staalslakken, of eigenlijkdrie punten. Allereerst: geen circulaire economie zonder reststromen enafvalstromen. De VVD ziet het belang van een circulaire economie. Westaan achter het doel om toe te werken naar een circulaire economie in2050. In een circulaire economie zijn er naast economisch waardevollestromen in vrijwel elke sector ook reststromen en afvalstromen. In ditgeval gaat het om de productie van staal, die voor Nederland vanstrategisch belang is. Zonder staal immers geen defensie, geen auto’s engeen vliegtuigen. Dit onderzoek raakt onze welvaart en onze strategischeautonomie. We moeten om die reden slim zijn bij het omgaan metstaalslakken en de milieueffecten binnen de grenzen van het toelaatbarekrijgen. We zijn om die reden ook tegen het totaalverbod. In het verlengdevan dit standpunt wil ik de Staatssecretaris graag vragen naar de statusvan de uitvoering van mijn eerder ingediende motie over het reducerenvan de milieu-impact van staalslakken.Pas daarnaast het beleid aan op de laatste stand van de wetenschap. Erkomt steeds meer bewijs van experts van de precieze milieuschade vanstaalslakken als ze op een bepaalde manier toegepast worden in bodem-werken of waterwerken. Het beleid moet aangepast worden zodat hetpassend is en de milieueffecten binnen de grenzen blijven. Vanwegeprecedentwerking naar andere typen secundaire bouwstoffen buiten hetdomein van circulaire economie is de VVD tegen een voorzorgsprincipe.Ziet de Staatssecretaris dit ook zo? Welke stappen zet hij momenteel? Watis de status van de beoordeling van de noodregeling door de EuropeseCommissie? Ook is de vraag wat de status is van het contact met deprovincie Zeeland. De vissers en de natuurorganisaties voelen zichnamelijk niet comfortabel bij de gevolgen van de grootschaligetoepassing in de Oosterschelde en de Westerschelde.Voorzitter, afrondend. Pak alsjeblieft de situatie in Spijk aan. De VVD vindtdat de situatie in Spijk aangepakt moet worden. Het liefst zien we dat watgedumpt is, weer opgeruimd wordt. We beseffen echter ook wel dat ditvanuit financieel oogpunt niet zonder meer realistisch is. Dus wat dan? DeVVD vindt dat de regering met de drie decentrale overheden in overlegmoet gaan over de mogelijkheid tot het zo veel mogelijk saneren en veiligmaken van deze locatie binnen de financiële mogelijkheden die er zijn,bijvoorbeeld aan de hand van een mogelijk noodfonds vanuit hetMinisterie van IenW.De voorzitter:Rondt u af?De heer Buijsse (VVD):Ja, ik rond af, voorzitter.Hoe beoordeelt de Staatssecretaris dit idee?Voorzitter. Het laatste punt gaat over Eerbeek. We zijn tevreden met deoplossingsrichting die de provincie Gelderland en de overheden aldaargekozen hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik hoor de VVD zeggen dat ze tegen het totaalverbod is. Dat wist ik van deVVD. Maar over staalslakken hoor ik tegelijkertijd dat het beleid welverbeterd moet worden en dat er meer gelet moet worden op gezondheid.Ondanks het ordepunt van collega Buijsse net wil ik het wel over TataTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34114 hebben. Dat is omdat de businesscase van Tata en staalslakken onvermij-delijk met elkaar verbonden zijn. Nu heeft Tata gister via communicatie opzijn eigen website aangegeven: op het moment dat Nederland het beleidten opzichte van de staalslakken gaat veranderen, dan trekken wij ons zeerwaarschijnlijk terug uit de deal. Mijn vraag aan de VVD is of zij hetstandpunt vasthoudt dat het beleid ten opzichte van staalslakken moetworden veranderd ten goede van de gezondheid, ook als dat die deal metTata in de weg staat.De heer Buijsse (VVD):Dit is dus precies wat ik net bedoelde met mijn punt van orde. Ik kan dezevraag, simpelweg vanwege mijn beperkte kennis over de deal, nietbeantwoorden. Dat spijt me zeer, want ik had dat graag gedaan. Ik ken alledetails van de GER en dergelijke, maar ik ken niet de details van de dealzelf en ik ken ook niet de reactie van Tata Steel. Het spijt me zeer,mevrouw Koekkoek, maar deze vraag gaat gewoon te ver.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dat is een eerlijk antwoord van collega Buijsse, dus dank voor dieoprechtheid. Wat ik daar wel ingewikkeld aan vind, is dat de VVD zowelvoor de deal met Tata Steel als tegen het totaalverbod op staalslakken is,terwijl de businesscase van Tata niet rond komt. Ik zou collega Buijsse danom een meer abstracte reflectie willen vragen. Als het aankomt op diekeuze – en dat komt het; dat is het dilemma waar wij hier allen meegeconfronteerd worden – tussen het in stand houden van de oudeindustrie via een miljardensubsidie en de gezondheid beschermen doorhet beleid voor staalslakken te verbeteren, welke keuze maakt de VVDdaar dan in?De heer Buijsse (VVD):Ik kan er wel op een hoger abstractieniveau iets over zeggen, voorzitter.We hebben vorige week rondetafelgesprekken gehad. Daarbij was debelangrijkste woordvoerder van Tata Steel aanwezig. Hij sprak daarwoorden uit over de alternatieven die hij ziet om naar een lageremilieu-impact voor staalslakken te gaan. Het gaat over het al dan nietgebonden toepassen van staalslakken. «Gebonden» betekent dat je hetopmengt, waarmee je een kleiner milieueffect realiseert dan wanneer jehet puur toepast. Zo zeg ik het even in mijn woorden; technici kunnen datbeter verwoorden. Dat was destijds ook de oplossingsrichting in mijnmotie: ga alsjeblieft in gesprek over de mogelijkheden die er zijn. Dewoordvoerder van Tata Steel gaf aan dat het alternatief met een kleineremilieu-impact een groeiend deel uitmaakt van de afzet van staalslakken.De woordvoerder gaf ook aan dat door de deal die er komt – daar was opdat moment nog geen sprake van, zeg ik er voor alle duidelijkheid bij – dechemische structuur van de staalslakken verandert. Dat heeft gevolgenvoor de milieu-impact. Ik kan op dit moment niet precies zeggen, omdat ikdie informatie gewoon niet heb, hoe dat er in de toekomst uit zal zien. Ikheb ook geen informatie, zeg ik nogmaals, over sancties voor Tata Steelals er verandering van beleid zou komen. Ik weet dat simpelweg niet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Misschien toch even naar aanleiding van de vraag van mevrouwKoekkoek. Mevrouw Koekkoek was heel netjes, maar ik vind dit antwoordvan de heer Buijsse wel echt frappant. Hij zegt dat hij niets afweet van diedeal – ik hoor de heer Buijsse protesteren, maar laat me mijn opmerkingeven afmaken – terwijl wij er als commissie voor I&W voor verantwoor-delijk zijn dat de gezondheid van omwonenden goed wordt geborgd in diedeal. Als daar vragen over komen, hoop ik dus dat de heer Buijsse daaropvoorbereid is. Maar mijn vraag gaat over de staalslakken. De heer Buijssehad het, terecht, over de noodzaak van sanering en opruimen, en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34115 beschermen van de gezondheid. Ik vraag de heer Buijsse wie daarvoormoet gaan betalen.De heer Buijsse (VVD):Ik ben even van slag, voorzitter, dus ik moet even nadenken, want er zijnmeerdere vragen gesteld. Dat er een deal is met Tata heb ik gisteren viahet nieuws vernomen; daar weet ik dus van. Maar laten we wel zijn: hetdebat over de maatwerkafspraak loopt niet via deze commissie, maar viade commissie voor K&GG. Ik zit persoonlijk niet in die commissie. Dedetails die gedeeld zijn over de maatwerkafspraak, zijn niet tot onsgekomen in deze commissie en wij gaan er als commissie sec niet over.Vervolgens stelt u de vraag – dit is even mijn interpretatie – wie ervoormoet betalen als het gaat om de gezondheid. Ik vind dat een lastige vraag,eerlijk gezegd. Wij constateren dat staalslakken binnen de huidige wet- enregelgeving toegepast zijn. Op basis van de technische briefing en derondetafel kunnen we ook rustig constateren dat we in het verleden nietop de juiste gronden regelgeving hebben gemaakt en dat het bewijs dat ermilieuschade is, heel duidelijk is bij bepaalde vormen van toepassing. Ikzie een regering die daar echt op handelt, binnen de beste mogelijkhedendie zij voorhanden heeft. Daar heb ik waardering voor.Zij moet daarbij om verantwoording vragen aan de Europese Commissie,om te weten of het juridisch stand zal houden. Ik vind het een gewaagdestap die het ministerie zet, maar ik waardeer die wel. Ze zoeken daarmeede grenzen op en er wordt vanuit Europa echt met interesse naar gekeken:wat gaat hieruit komen? Dit heeft namelijk implicaties voor heel Europa.Wij doen hier iets nieuws in Nederland op het vlak van staalslakken en hetverbod zoals dat nu is aangekondigd. Ik ben dus heel benieuwd naar hetantwoord van de Staatssecretaris op mijn vraag hoe de EuropeseCommissie deze noodregeling beoordeelt. Dit is dus ook een beetje hetantwoord op de vraag van het lid Kostic´ wie dat betaalt. Het is niet echteen vraag van wie dat betaalt; we moeten er gewoon voor zorgen dat ditbinnen de kaders van de wet plaatsvindt. Waar de wet tekortschiet,moeten we de wet zodanig aanpassen dat het binnen de kaders valt. Daarheb ik in mijn betoog uitgebreid bij stilgestaan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit is dus wel een relevante vraag, want de VVD moet wel beseffen dat dekeuze van de VVD om alle ruimte te geven aan grootvervuilers als TataSteel heeft geleid tot al die staalslakken jarenlang. Het is ook een keuzegeweest van de VVD om de motie van de Partij voor de Dieren en veleandere partijen hier aan tafel, tegen die staalslakken en voor een tijdelijkverbod, niet te steunen. Het is ook een keuze geweest van de VVD om demotie van de Partij voor de Dieren en NSC, die beter wil borgen dat debronvervuilers, de oorspronkelijke vervuilers, gaan betalen in plaats vandat de belastingbetaler dat moet doen, niet te steunen. Dat zijn allemaalkeuzes van de VVD geweest. Waar het nu op neerkomt, als het aan de VVDligt, is dat de gewone burger weer mag opdraaien voor de vervuiling doorTata. En de VVD wil daarbovenop nog 2 miljard euro aan Tata geven. Ikvind dat niet uit te leggen aan de mensen thuis. Ik ben benieuwd of deVVD hier een les uit heeft getrokken en nu zegt: nee, dit moeten weinderdaad beter borgen; zo min mogelijk vervuiling aan de voorkant en álser vervuiling optreedt, moet de vervuiler gaan betalen.De heer Buijsse (VVD):Het moge duidelijk zijn dat er in deze casuïstiek heel duidelijk sprake isvan voortschrijdend inzicht door experts. Ja, ik mag best constateren dathet lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren wellicht eerder een steek-houdend inzicht had dan wij. Dat mag best gezegd worden. Dat kan, endat is misschien ook wel zo. Dat heeft u al eerder ingebracht in debatten,in ieder geval in mijn bijzijn. Ik luister altijd naar de beoordeling van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34116 bewindspersoon en daar ga ik in mee. Ik ben het wel met de regering eensdat je, zodra je de inzichten van de experts hebt, moet gaan schuiven. Metterugwerkende kracht heb ik wel geleerd, heeft de VVD-fractie welgeleerd, dat we in het geval van staalslakken door vernieuwd inzicht echttoe moeten naar scherpere regelgeving.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Als we toe moeten naar scherpere regelgeving, kan het zomaar zijn dat demaatwerkafspraak niet doorgaat omdat dat in de deal van gister staat. Datzou heel raar zijn. Maar mijn vraag is deze. De brief van gisteravond isondertekend door deze Staatssecretaris. Het is een deal van tweeVVD-bewindspersonen, waaronder deze Staatssecretaris. Het is dus welnormaal dat we daar hier dan over beginnen. Mijn vraag aan de heerBuijsse van de VVD is: kunt u reflecteren op het feit dat er gisteren eendeal gepresenteerd is waarin echt geen enkele borging staat ten aanzienvan gezondheid, waarin geen metingen geborgd zijn, waarin geenversterking van toezicht en handhaving zit, waarin niks staat overultrafijnstof en dergelijke? De gezondheidseisen worden gewoon voor debus gegooid. Ik zou graag van de VVD willen weten wat ze daarvanvinden.De heer Buijsse (VVD):Ik val in herhaling: ik kan geen reflectie geven. Ik laat dat aan decommissie voor K&GG.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Goed. Poeh. Dan ga ik over naar pfas; misschien kan daar wel iets overgezegd worden. De heer Buijsse zegt: het is heel erg dat we overal pfashebben; dat betekent grote schade en zo; wij zetten in op een zo breedmogelijk Europees verbod. Vervolgens komen er 20.000 uitzonderingenvoor allerlei sectoren. Denemarken en Frankrijk hebben wel een nationaalproductverbod ingevoerd. Als het allemaal zo erg is, hoe staat de heerBuijsse er dan tegenover om, vooruitlopend op het pfas-productverbod inEuropa, dat zeer lang op zich laat wachten, een nationaal verbod in tevoeren, zoals Denemarken en Frankrijk hebben gedaan?De heer Buijsse (VVD):Ik sta voor een Europese aanpak.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Als dat dus niet het geval is, wil ik heel graag weten hoe de VVD staattegenover een nationaal lozingsverbod. Pfas wordt nog met kilo’s tegelijkvergund, bijvoorbeeld in Weert, waar 5 kilo vergund dreigt te worden dekomende tijd. Als we geen productverbod krijgen, en daar heel lang opmoeten wachten in Europa, hoe staat de VVD dan tegenover een nationaallozingsverbod? Daarover is een motie aangenomen. Mag zo’n verbod danwel gericht uitgevoerd worden? Staat de VVD achter een gericht nationaallozingsverbod voor pfas?De heer Buijsse (VVD):Zoals ik in mijn introductie al aangaf, zijn we blij dat er onder dezeregering een minimalisatieplicht voor pfas is gekomen. We zijn ook heelbenieuwd naar de handhaving daarop. Het is natuurlijk wel zaak dat datgebeurt, want we hebben helaas te veel gezien dat onze bevoegd gezagenonvoldoende in staat bleken om toezicht te houden en te handhaven oppfas-lozingen. Helaas spreken de rechtszaken voor zich, onder andere inuw stad, meneer Gabriëls. Ik hoor dat er ook in Zeeland weer rechtszakenvoorbijkomen omdat over vergunde hoeveelheden heen gegaan wordt.Het blijkt dat we daar geen toezicht op kunnen houden en daar niet opkunnen handhaven. Daar zit voor mij wel de vraag aan de Staatssecre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34117 taris. We hebben een minimalisatieplicht. We zouden graag zien datdaarop wordt toegezien en gehandhaafd.Als het gaat om een totaallozingsverbod wil ik GroenLinks-PvdA graagmeegeven dat de Staatssecretaris in zijn brief uitgebreid heeft stilgestaanbij de juridische kanttekeningen die daarbij te plaatsen zijn, namelijk dathet niet kan. Daar schaar ik me dan maar achter, als dat de kennis is.De voorzitter:Ik zie dat er verder geen interrupties meer zijn. O, er is nog een interruptievan het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik wil het eigenlijk afsluiten met de mooie woorden van de heer Buijsseover voortschrijdend inzicht en dat de Partij voor de Dieren eerder tochgelijk bleek te hebben. Dat is heel aardig. Ik hou van voortschrijdendinzicht. Het is niet erg om het een keer mis te hebben. Maar de vraag iswel wat je er vervolgens mee doet. Als je dan kijkt naar de deal met Tata,zie je dat de gezondheid niet wordt geborgd, dat kankerverwekkendestoffen gewoon nog jaren mogen worden uitgestoten en dat vooral debelangen van Tata Steel zelf worden geborgd. Ik vind het onbegrijpelijkdat collega Buijsse dan zegt «Ik heb er niet naar gekeken; ik heb hetovergelaten aan een andere commissie», terwijl wij hier hier ookverantwoordelijk voor zijn.Dan naar pfas, ook zoiets.De voorzitter:Samenvattend, uw vraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, samenvattend: hier kunnen we weer voortschrijdend inzicht laten zien;hier kunnen we nog meer vervuiling door pfas, à la die door staalslakken,voorkomen door in te grijpen op nationaal niveau. Het kán. Is de heerBuijsse dat met mij eens? Kan hij dat voortschrijdend inzicht omzetten indaden, in plaats van alleen maar woorden?De heer Buijsse (VVD):Misschien is het een beetje flauw van mijn kant, maar deze regering, dezeStaatssecretaris in het bijzonder, zet al stappen. Ook al zou de Partij voorde Dieren er nu al wel inzicht in hebben, ik heb op dit moment geeninzichten waar ik nu al van zou moeten leren, met vooruitwerkende kracht,dat we nu al zouden moeten handelen. Dus nee, ik heb daar geenvoorbeelden van.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nou ja, de heer Buijsse heeft in de laatste rondetafel over pfas ookgehoord van experts dat pfas nu enorme schade aanricht aan onzeleefomgeving en grote risico’s voor de gezondheid met zich meebrengt.Nu handelen is dus juist in het belang van ons allemaal. Welk inzicht mistu dan nog? Waarom komt u tot de conclusie dat we nog wel eventjeskunnen wachten, of eigenlijk: dat we nog jarenlang kunnen wachten?De heer Buijsse (VVD):Dit is wel typisch Partij voor de Dieren; zo herken ik die weer. Pfas is eencontainerbegrip. Het is een woord dat ... Nou ja, het is niet eens eenwoord; het zijn vier letters. Het is een afkorting waar een hele grote groepchemicaliën onder valt. Elk van die chemicaliën heeft een andere toxischewerking en een ander gezondheidsrisico. Je kunt ze niet over één kamscheren. Hetzelfde geldt voor staalslakken. Toepassing in water is heelanders dan toepassing in de bodem. De VVD-fractie staat er in die zin welgenuanceerd in. We willen wel weten hoe het precies zit voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34118 verschillende toepassingen. Als er bewezen risico’s zijn, waarbij niet allesover één kam wordt geschoren, zijn we voor regelgeving. Dat is wat deexperts steeds meer en steeds genuanceerder kunnen aantonen. Daarbewegen wij vervolgens in mee.De voorzitter:Tot slot, lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Eerst een persoonlijk feit. De heer Buijsse zei: zo herken ik de Partij voorde Dieren weer, met doen alsof alle pfas slecht zijn. Dit zijn niet dewoorden van de Partij voor de Dieren, maar de woorden van de expertsop dit gebied, die we hier aan tafel hebben gehad. Zij zeiden: er zijn geenveilige vormen van pfas. Dat is gewoon een industriepraatje dat de VVDvoor zoete koek slikt. Ik vind dat echt jammer, want ...De voorzitter:Punt gemaakt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):... van dat voortschrijdend inzicht zien we nog niks in de praktijk. Dat isgewoon jammer.De voorzitter:Ik zie dat er verder geen interrupties zijn. Dan geef ik het woord graag aande heer Bamenga van D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Door de jaren heen is de vervuiling van onzeleefomgeving steeds onzichtbaarder geworden. Eerst had je smog, stankof schuim op de rivieren. Je kon het zien of ruiken. Nu heb je pfas,microplastics en fijnstof, dingen die je niet kunt waarnemen zondermetingen. Je kunt ze lastig of niet filteren, waardoor ze in onze leefom-geving en in ons lichaam komen, met flinke gevolgen voor onzegezondheid. De langetermijneffecten van veel van deze stoffen zijn ooknog onbekend, dus we moeten voorzichtig zijn met de toepassing enlozing ervan.Dit geldt ook voor staalslakken. Dat restproduct van de staalproductiebevat giftige zware metalen. Omdat er veel onduidelijk is over deschadelijkheid voor mens en milieu heeft de Kamer ertoe opgeroepen omvolledig te stoppen met het toepassen van staalslakken. De Staatssecre-taris heeft toegelicht dat een volledige stop juridisch lastig is, maar ikvraag me af hoe dit zo rommelig heeft kunnen lopen. Eerst leek deStaatssecretaris uit economische overwegingen voor Tata het verbod niette willen. Toen wilde hij een beperkt verbod, maar dat nieuwe voorstel isniet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk, ATR. En nublijken er juridische bezwaren. De juridische bezwaren begrijp ik, maarkan de Staatssecretaris toelichten waarom dit proces zo chaotisch isverlopen? Waarom heeft hij het nieuwe voorstel niet aan het ATRvoorgelegd?Voorzitter. Het huidige beperkte verbod is nog niet hoe D66 het graag wilzien. Ik lees in het nieuws dat er nog steeds geen regels zijn voor dezuurgraad in de bodem. Ook het gebruik van staalslakken in beton moetnog onderzocht worden. Hoe gaat de Staatssecretaris zorgen dat al dezeaspecten worden meegenomen en onderzocht? Over onderzoekgesproken, we wachten nog op onderzoek naar een veilige toepassing vanstaalslakken. Tegelijkertijd heeft het beperkte verbod van de Minister deduur van maar één jaar. Zal dat genoeg tijd zijn om alle onderzoeken tedoen en er beleid op te maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34119 Voorzitter. Ik blijf bij gezondheid en Tata Steel. Weer blijkt dat gezondheidlaag op het prioriteitenlijstje van dat bedrijf staat. Het is dan ook goed datde Staatssecretaris er bij Tata op aandringt zijn medewerkers beter tebeschermen tegen giftige staalslakken, maar wat jammer dat dat nodig is.Het is voor mij een teken dat de Staatssecretaris ook goed de vinger aande pols moet houden bij de GER, de gezondheidseffectrapportage. Dejoint letter of intent is gister namelijk naar de Kamer gestuurd. Daarvan zeide adviescommissie maatwerkafspraken eerder dat de garanties voorgezondheidswinst onvoldoende zijn meegenomen. Ik mis die nog steeds.Kan de Staatssecretaris verklaren waarom die garanties nog steedsontbreken? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat dit punt wel keihard wordtmeegenomen in de vervolgstappen van de maatwerkafspraken?Voorzitter. Ik wil graag afsluiten met pfas. In zijn brief licht de Staatssecre-taris toe dat een lozingsverbod niet kan, omdat er veel bedrijven enorganisaties zijn, zoals rioolzuiveringsbedrijven, die water oppompen endat vervolgens weer terug het water in lozen. Water wordt dus zonderextra vervuiling of zelfs schoner geloosd. Maar omdat er al te veel pfas inhet water zit, is het terugstorten ervan volgens de wet een pfas-lozing. Deregels om ons milieu en lichaam gezond te houden zitten dat doel nu dusjuist in de weg. Dat lijkt mij de wereld op zijn kop. Daar moet veranderingin komen. Mijn partij denkt dat het wel kan. Is de Staatssecretaris het metmij eens dat we de regels moeten aanpassen, zodat we het milieu betertegen vervuiling kunnen beschermen? Hoe denkt de Staatssecretarisbijvoorbeeld over een lozingsverbod waarbij een partij netto niet meerpfas mag lozen? Als een partij als een rioolzuiveringsbedrijf water loost,mag dat dus niet vervuilder zijn dan het is binnengekomen. Zo zorgen wedat economische ontwikkelingen en belangrijke functies als waterzui-vering gewoon door kunnen gaan, maar ook dat we ons milieubeschermen tegen pfas.Dank.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat er geen interrupties zijn. Dan geef ik graag hetwoord aan het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, dank u wel. Tata Steel, de grootste vervuiler van Nederland, iseen Indiaas bedrijf dat jarenlang mensen ziek maakt, maar dat ook aljarenlang heeft ontkend. Mensen zijn er ziek van geworden. Ze hebbenjarenlang moeten aankloppen bij de overheid om ze te beschermen, endie heeft ze jarenlang genegeerd.Voorzitter. Ik ken dat bedrijf goed – ik heb het hier vaker gezegd – vanuitmijn rol als Statenlid in Noord-Holland. Daar heb ik vooral gezien dat hetbedrijf veel regels overtreedt, sjoemelt met uitstootcijfers en werkt metdecennia oude lekkende fabrieken die jaren geleden al hadden moetenworden afgeschreven. Jarenlang heeft dit bedrijf de winst in eigen zakkengestoken, maar is er onvoldoende geïnvesteerd in een gezonde toekomst.Nu houdt het bedrijf een handje op bij de belastingbetaler. En wat doeteen VVD/BBB-kabinet? Dat zegt: «Ja, natuurlijk. Hier is een cadeautje van2 miljard. De groeten, belastingbetaler.» Dat is echt absurd. Dit is absurdaan de ene kant omdat dit een demissionair kabinet is, dat vlak voor deverkiezingen dit even wil doordrukken. Dit is absurd aan de andere kantom te weten van experts dat het plan van Tata economisch al een heelwankel verhaal is. Daar moet je eigenlijk al geen belastinggeld in willensteken, want er zijn te veel risico’s. En ten tweede is er de gezondheids-winst die geborgd zou moeten worden, wat we verschuldigd zijn aan deomwonenden, die al jarenlang lijden onder het wegkijken van deoverheid, lokaal en nationaal. Die schuld die je richting de omwonendenhebt, wordt niet geborgd. Dat wordt niet geborgd, nul komma nul.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34120 Wat wel wordt geborgd, zijn de belangen van Tata Steel. Er zijn inderdaadclausules dat Tata Steel zich gewoon kan terugtrekken wanneer ze willen,als het ze niet bevalt, als de overheid net iets te veel gezondheids- ofklimaatbeleid voert dat ze dwarszit en als ze net iets te streng is op destaalslakken. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris hierop reflecteert.Ziet hij inderdaad dat deze handtekeningen van het kabinet met de dealvan Tata Steel hem kunnen belemmeren om verdere stappen in beleid tenemen om de gezondheid beter te beschermen?Voorzitter. Dan over de staalslakken. We hebben als Kamer gevraagd omeen totaalverbod; dat is net aan de orde gekomen. In plaats van dat deStaatssecretaris met zo’n tijdelijk totaalverbod komt, komt hij met een halfverbod. Ik krijg net het bericht binnen dat de gemeente Beverwijk notabene dan maar uit zichzelf met een totaalverbod komt; die heeft blijkbaarmeer lef dan dit kabinet. Ik vraag de Staatssecretaris waarom hij nietgewoon doorpakt. Wacht dan tot we alle onderzoeken klaar hebben datergens een staalslaktoepassing echt veilig is, dat we dat honderd procentzeker weten, in plaats van het andersom te doen. Dit werkt níét. Tata Steelvertelde vorige week tegen NU.nl dat ze niet met extra staalslakken blijvenzitten nu er een verbod is. Ik vraag de Staatssecretaris: laat dit niet ziendat de interpretatie die de Staatssecretaris aan het verbod heeft gegevente smal is? Kan de Staatssecretaris toezeggen om de wens van de Kameralsnog te respecteren en met een totaalverbod te komen?Tijdens de rondetafel van vorige week werd duidelijk, dankzij jurist Annede Vries, dat Nederland zich ook op artikel 128 van REACH kan baseren inplaats van 129, dat meer ruimte geeft om regels te stellen voor debescherming van mens, milieu en werknemers als het gaat om hetstaalslakkenverbod. Is de Staatssecretaris het met die expert eens dat diteen betere of in ieder geval een ruimere basis biedt dan artikel 128? Kanhij toezeggen om in ieder geval aan de slag te gaan met artikel 128?Voorzitter. Een van de grote problemen van staalslakken komt door deuitloging van stoffen. Niet voor al die stoffen zijn grenswaarden en ook depH-waarde wordt niet meegenomen bij de vraag of een bouwstof veiliggebruikt kan worden. Dit moet veranderen wat de Partij voor de Dierenbetreft. Is de Staatssecretaris bereid om de criteria in de Regelingbodemkwaliteit aan te vullen met pH-waarden en de stoffen die de ILTadviseert? Anders komen wij met een motie, ook weer conform deadviezen van de rondetafelexperts.Dan als laatste over pfas. Waterschappen, gemeenten en natuur- enmilieuorganisaties; allemaal roepen zij om een landelijk pfas-verbod. Hetis veelzeggend dat er in waterschappen nu zelfs wordt gesproken overjuridische stappen tegen het Rijk, omdat de broodnodige ...De voorzitter:Lid Kostic´, u heeft een interruptie van de heer Vermeer.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ah, oké. Midden in een zin.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik neem aan dat mijn aanwezigheid toegestaan wasbij dit debat. Dat hadden wij van tevoren nog aangevraagd. Of niet?De voorzitter:Wij hebben het niet besproken, maar van mij mag het.De heer Vermeer (BBB):Of is dat afhankelijk van de interruptie die ik ga plaatsen?De voorzitter:Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34121 De heer Vermeer (BBB):Want ik heb een interruptie voor het lid Kostic´. Ik snap niet helemaal watde Partij voor de Dieren nu wil, want je kunt geen staal produceren zonderstaalslakken. Wat moet er volgens het lid Kostic´ gebeuren met ditbijproduct van de staalproductie?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dit is dus typisch ... Er is een grootvervuiler. Die heeft een eigen verant-woordelijkheid om zijn eigen troep op te ruimen. Ik moet er ook voorzorgen dat mijn afval goed wordt opgeruimd – daar ben ik zelf ookverantwoordelijk voor – in plaats van het bij de buren te dumpen. Ik wildus niet dat we probleemeigenaar worden gemaakt. Ik wil niet dat debelastingbetaler gaat betalen voor zogenaamde innovatie voor Tata. Tataheeft jarenlang geld verdiend aan het ziek maken van mensen. Het heeftgeld verdiend, winst opgestreken, en onvoldoende geïnvesteerd uit eigenzak in de toekomst. Nu houden ze hun handje op bij de belastingbetaler.Nu mogen wij allemaal gaan bedenken voor Tata hoe ze hun eigen troepgaan opruimen. Het kan me niet schelen hoe ze het gaan opruimen; zeruimen het maar op. Dat is niet mijn pakkie-an. Ik sta hier voor degezondheid van werknemers en omwonenden, natuur en milieu.De heer Vermeer (BBB):Ik heb wel moeite ermee dat er wordt gesteld dat bedrijven, in dit gevalTata, geld verdienen aan het ziek maken van mensen. Ik ontken niet datbepaalde bedrijfsactiviteiten van bepaalde bedrijven kunnen leiden totziekte, maar het is natuurlijk geen verdienmodel om mensen ziek temaken. Dat beeld wil ik hier echt bestrijden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het is fijn dat de BBB dat wil bestrijden. Ik zou graag diezelfde passiewillen horen voor het beschermen van de gezondheid van burgers. Ik hebhet van heel erg dichtbij meegemaakt in Noord-Holland toen ik Statenlidwas. Ik weet hoe dit bedrijf, Tata Steel, opereert. Het beweegt niet zonderenorme druk van buitenaf. En als het beweegt, is het eigenlijk meermeestribbelen, voor heel veel vertraging zorgen, heel veel mooiepr-praatjes, maar vervolgens niet leveren. Er is wel heel veel gesjoemelmet uitstootcijfers; ze zijn niet voor niets op de vingers getikt door deReclame Code Commissie. Ze overtreden jarenlang de regels. Ik vind hetonze taak om eindelijk de burgers te gaan beschermen, om gezondheidboven winst te stellen. Daar mag de BBB een andere keuze in maken,maar wij maken daarin een duidelijke keuze: gezondheid boven winst. Enwij moeten dat beschermen.De voorzitter:Ja, dank u wel.De heer Vermeer (BBB):Ik stel winst helemaal niet boven gezondheid. Ik stel alleen een vraag overwat nou eenmaal het effect is van de productie van staal, namelijk datdaar staalslakken bij horen. Ik weet niet of wij in deze wereld op ditmoment voldoende alternatieven voor de inzet van staal hebben. Nou, ikweet het eigenlijk wel. Dat hebben we niet, al is het alleen maar voor debouw en defensie.De heer Buijsse (VVD):Nu wordt het me duidelijk, want het lid Kostic´ draagt een bril. Dat zeg ikniet daarom, maar die bril is van staal. Er liggen twee telefoons; daarzitten staalproducten in. Er zit een snoer in een stopcontact; daar zittenstaalproducten in. We leven in Nederland met 18 miljoen mensen. Weleven op de wereld met 7 miljard mensen die nu eenmaal staal consu-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34122 meren. Dat staal wordt ergens geproduceerd. Dat kan zijn in India, in deVS en in Europa, en het kan zijn in de IJmond. Ik ben blij dat het in deIJmond is, want in de IJmond hebben we een hele goede fabriek staan diemee moet in de vaart der volkeren op een wereldwijde schaal. Het is eenonderdeel van een wereldwijde importoorlog. Er is een geopolitiek spelbezig rondom strategische autonomie, waar de Verenigde Staten een rolin spelen. Wat ik wil zeggen, is het volgende. Het gaat over staal alsonderdeel van de Nederlandse economische strategie om als land tevoorzien in een behoefte die heel veel mensen hebben, eigenlijk iedereen.Mijn vraag is of het lid Kostic´ dit deel van het verhaal ook ziet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De heer Buijsse haalt er van alles bij, inclusief de klassieke industrietrucjesom maar alles wat je als consument tot je moet nemen omdat hetsysteem geen alternatief biedt als verwijt te gebruiken, terwijl het hiergaat om keuzes maken als politiek om juist uit dat systeem te kunnenstappen. Twee dingen als het gaat om de toekomst van Nederland enstrategische autonomie. Ten eerste is er geen strategische autonomie enis er überhaupt geen economie zonder gezondheid. Die gezondheid moetop één staan. Binnen die kaders ga je verder denken over hoe het dan welmoet, en niet vanuit de bedrijfsbelangen. Dat is één.Ten tweede. Als het gaat over die strategische autonomie, laten we danook vaststellen dat het blijven aanvoeren van ijzererts, wat sowieso ook inhet nieuwe plan van Tata Steel het geval blijft, ons niet bepaald onafhan-kelijk maakt van allemaal verre landen en obscure regimes. We blijvendaar nog steeds afhankelijk van in het plan van Tata en van de VVD. Watwij willen als Partij voor de Dieren is echte Europese strategischeautonomie. Er is voor nu voldoende staalproductie. In Europa is er juisteen betere plek voor goedkoper en gezonder groene staal. Dat moet jedoen op plekken waar het goedkoper en gezonder kan. Dat is niet inNederland. Dat is veel te duur. Dat laten economen die we hier hebbenuitgenodigd ook zien. Het is ook bijna midden in een woonwijk en naasteen natuurgebied. Slechter kan je het eigenlijk niet treffen.De voorzitter:Ja, dank u wel.Kamerlid Kostic´ (PvdD):En ... Ja, voorzitter. Ja, oké.De heer Buijsse (VVD):Ik ben het totaal oneens met de insteek van het lid Kostic´. Ik wil daarbijzeggen dat ook in een circulaire economie er voor staal nog steedsstaalslakken uit die fabriek zullen komen. Ook als je staal hergebruikt, zalhet nog door die oven heen moeten en zullen daar nog steeds staal-slakken bij vrijkomen. Ziet het lid Kostic´ dat ook?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ten eerste. Ik heb geschetst hoe de toekomst van Nederland met staaleruit kan zien. De heer Buijsse zegt dan: ik ben het daar totaal meeoneens. Ik vind dat geen inhoudelijke argumentatie. Het is heel belangrijkdat we kijken hoe we in Europa staal zo groen en goedkoop mogelijkkunnen produceren. Onze stelling is dat Nederland niet bepaald de bestekeuze is, als je kijkt naar de experts. Daar hoor ik niks van de VVD opterug. Onze stelling is: je moet gezondheid op één zetten en vanuit diekaders opereren. Ik weet dat de VVD dat niet gewend is, maar volgens mijis dat een hele logische redenering voor de meeste mensen thuis. Tenderde, als het gaat over die staalslakken. Ik heb het al tegen collegaVermeer gezegd. Ik ben er een beetje klaar mee dat wij steeds deproblemen van de grootvervuilers moeten gaan oplossen. Nogmaals, hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34123 is aan de staalindustrie zelf, die in de afgelopen decennia de winsten heeftopgestreken, om te bedenken: «Goh, de maatschappij stelt andere eisen.Daar moeten we in meegaan. Wij moeten er zelf voor zorgen dat onzeeigen troep wordt opgeruimd in plaats van dat we steeds de rekeningleggen bij de belastingbetaler.» De VVD zou dat moeten begrijpen inplaats van cadeautjes te geven uit de portemonnee van de belastingbe-taler, van mensen thuis.De voorzitter:Lid Kostic´, u heeft nog 30 seconden. Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik was net aan het zeggen dat het veelzeggend is dat er in waterschappennu zelfs wordt gesproken over juridische stappen tegen het Rijk, omdat debroodnodige landelijke actie uitblijft. De Staatssecretaris zegt dat eentijdelijk nationaal verbod mogelijk is. Dat heeft onder andere te makenmet de mogelijkheid om een nationaal productverbod voor bepaaldeproductgroepen in te stellen. Ik vraag de Staatssecretaris dat ook te doen.Voorzitter. Dit kabinet is demissionair. Het wil in die demissionaire statuswel 2 miljard euro uitgeven aan een grootvervuiler, maar wil niet met eenwet tegen bestrijdingsmiddelen komen omdat het demissionair is, begrijpik uit de antwoorden van de Ministers van LVVN en IenW op onze vragenhierover. Voor de zomer was door de vorige Staatssecretaris aan onsbeloofd ...De voorzitter:Afrondend.Kamerlid Kostic´ (PvdD):... dat die wet biociden, tegen bestrijdingsmiddelen, in de zomer zoukomen. Ik wil heel graag de toezegging van de Staatssecretaris dat die weter alsnog komt, want mensen snakken naar bescherming van hunleefomgeving tegen bestrijdingsmiddelen.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties meer. Dan geef ik het woordaan de heer Boutkan namens de PVV.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: laat ik eens een keer anders beginnen.Laat ik dus maar eens gelijk beginnen met een vraag, gericht aan deStaatssecretaris. Wat is nu de stand van zaken betreffende deafstandsnorm van vier keer de tiphoogte voor windturbines op land?Voorzitter. De VNG en het IPO hebben een A4’tje opgesteld waarin zijpleiten voor uitvoering van het Klimaatakkoord. In dit A4’tje schrijven zijdat heldere milieunormen beter zijn voor het welzijn van inwoners dan deafstandsnorm. De PVV vraagt zich echt af of dit soort clubjes zich echtbekommert om zijn inwoners. De vraag aan de Staatssecretaris is danook: deelt u deze mening?Voorzitter. We lezen in de brief Naar een veiliger samenleving dat hetafgelopen jaar een recordbedrag aan vuurwerk is verkocht. De cijferstonen aan dat er geen verschil is tussen het aantal afstekers in gemeentenmet een lokaal vuurwerkverbod versus gemeenten zonder een vuurwerk-verbod. Tevens is de aankoop van zwaar illegaal vuurwerk in hetbuitenland toegenomen. De PVV heeft tijdens de behandeling van de Wetveilige jaarwisseling al de nodige zorgen uitgesproken over het verbod opvuurwerk dat al verboden was en over de handhaving. Deze cijferslezende vragen wij aan de Staatssecretaris hoe hij denkt dat de komendejaarwisseling zal gaan verlopen. Wat is de stand van zaken met betrekkingtot het afhandelen van de compensatie?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34124 Voorzitter. Klopt het bericht dat het Ministerie van Infrastructuur enWaterstaat al op 1 december aanstaande bepaalde gaasverpakkingen wilgaan verbieden? Dit zou betekenen dat het vuurwerk op dit moment nogveilig is, maar na 1 december niet meer. Mijn vraag aan de Staatssecre-taris is: wat is dit voor gekkigheid; welke onderliggende onderbouwing ishiervoor gehanteerd?Voorzitter. Wij lezen in de brieven van 28 mei en in die van 21 juli datNederland werkt aan een nationaal pfas-productverbod en een lozings-verbod. Wat is nu de stand van zaken? Lezen wij het nu goed dat hetpfas-productverbod en het pfas-lozingsverbod niet verder uitgewerkt gaanworden? Misschien kan de Staatssecretaris uitleggen hoe wij de volgendezin uit de brief van 28 mei moeten lezen: «De Minister van IenW zal delater dit voorjaar de Tweede Kamer per informeren.» Maar even serieus.De PVV heeft regelmatig aandacht gevraagd voor het gebruik vanfluorpolymeer in de maritieme sector. Na eerdere toezeggingen is deStaatssecretaris op bezoek geweest. Wij vragen ons af: wat is de huidigestand van zaken?Voorzitter. Dan de staalslakken. De vorige collega’s hebben hier aluitgebreid bij stilgestaan. Allereerst een woord van dank aan de Staatsse-cretaris dat hij de door ons gevraagde tijdlijn naar de Kamer heeftgestuurd. Toch roept de tijdlijn de nodige vragen op. Misschien komt datdoor de beperkte informatie. Vanaf 23 juli geldt de Tijdelijke regelingverbod en vergunningsplicht toepassing LD- en ELO-staalslak. We hebbende vraag of nu ook de import van staalslakken is gestopt. De briefHerijking bodemregelgeving en staalslak laat duidelijk zien dat deinzichten in het materiaal en de toepassing daarvan aan verbeteringonderhevig zijn.Voorzitter. Ik zei al vaker: van te lang achteromkijken krijg je een stijve nek.Maar wie niet leert van de geschiedenis, is gedoemd haar over te doen.Dat lezen wij in deze brief. Wij hebben de volgende vraag over het stortenvan staalslakken in de Wester- en Oosterschelde. Ondanks alle rapportenen verrichte onderzoeken blijven er vragen staan rondom de achter-uitgang van de kreeften. Die blijven ons bezighouden. Hoe kijkt deStaatssecretaris hiertegen aan? Het is goed dat de pauzeknop tot 23 julivolgend jaar ook geldt voor het storten van staalslakken in de Zeeuwsewateren. Wij lezen voorts dat de Staatssecretaris in gesprek blijft met deZeeuwse partners en dat hij bereid is om aanvullende onderzoeken tedoen. Is de Staatssecretaris bereid om de tijdens het rondetafelgesprekgemaakte op- en aanmerkingen over de nu beschikbare rapportage overhet storten van staalslakken in de Zeeuwse wateren mee te nemen in deaanvullende onderzoeken?Voorzitter. Als bijlage is ons de signaalrapportage ToepassingLD-staalslakken op land te risicovol voor milieu, van ILT, toegestuurd. Onsvalt op dat op een van de tien locaties waar LD-staalslakken zijn toegepastgeen problemen zijn vastgesteld. Dit kwam volgens ILT omdat afdekfoliewas toegepast, waardoor regenwater niet in contact kon komen met deLD-staalslakken. De toegepaste folie was niet voorgeschreven. Mijn vraagaan de Staatssecretaris is: waarom is de afdekfolie niet voorgeschrevenals een van de toepassingsvoorwaarden? Dat voorkomt toch een hoopellende, zou ik bijna willen zeggen.Voorzitter. In de landelijke regeling verbod en vergunningsplichttoepassing lezen wij dat de LD- en ELO-staalslakken worden verboden eneen vergunningsplicht van toepassing is. Echter zien wij in allevoorbeelden die voorbijkomen dat het gaat om de LD-staalslak. De vraagdie we aan de Staatssecretaris hebben, is: waar is de ELO-staalslakgebleven? Die komt namelijk niet meer terug.Ik weet niet hoeveel tijd ik nog heb, dus ik ga maar gewoon door,voorzitter. De PVV vraagt zich af wat de overeenkomst is tussen Tata Steelen de rijksoverheid. Is er vanuit de rijksoverheid voor getekend om de CO2te verminderen? Maar hoe zit het met de bescherming van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34125 omwonenden en werknemers? Gelijktijdig verliest de PVV de werkgele-genheid niet uit het oog. Wij noemen dat de weegschaalmethodiek.De voorzitter:Dit lijkt me een mooie afronding.De heer Boutkan (PVV):Was ik al door mijn tijd heen, voorzitter?De voorzitter:U heeft nog vijf seconden.De heer Boutkan (PVV):Nog vijf seconden? Nou, ik dank u, voorzitter.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Fijn dat de heer Boutkan op het laatst nog noemt dat de omwonenden nietvoor de bus gegooid moeten worden, althans niet in de gezondheidssi-tuatie rondom Tata Steel. Hoe kijkt de PVV dan nu naar de Tatadeal, nu demotie over de GER die u ook gesteund heeft, om de adviezen van deexpertgroep mee te nemen, niet overgenomen is?De heer Boutkan (PVV):Ik dank de heer Gabriëls voor deze vraag. Hoe kijken wij ertegen aan? Zalik het heel netjes zeggen? Wij hebben ons verbaasd dat een aantal zakendie ruimschoots van tevoren zijn gemeld, hier niet in zitten. Op dezelfdemanier verbazen wij ons erover dat de overeenkomst kan worden gestoptals wij strenger gaan worden op staalslakken; dat verbaast ons ook. Onsverbaast ook het volgende. Wij hebben eerder al gezegd dat wij hetgeïnvesteerde geld terug willen zien van Tata Steel, mocht tussentijdstoch de stekker eruit getrokken worden; dat zijn mijn woorden, maar ubegrijpt wat ik bedoel. Ik zou bijna willen zeggen: paspoort innemen enzorgen dat de bankrekening wordt geblokkeerd, maar niet het land uit,want wij moeten onze euro’s toch beschermen, omdat het toch kostbaarbelastinggeld is dat we er waarschijnlijk – ik weet niet hoever ze zijn methet ondertekenen – in gaan stoppen. Dat was maar voldoende, denk ik,want de voorzitter kijkt me al boos aan.De voorzitter:Het lid Kostic´ met haar laatste interruptie voor deze ronde.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Deze heb ik bewaard voor mijn gewaardeerde collega, want we hebben inhet begin samen opgetrokken om de gezondheid van omwonenden goedte borgen. Ik hoor mijn collega twee dingen zeggen. Eén. De gezondheidzie ik er inderdaad niet goed in zitten. En we moeten borgen dat het geldalsnog teruggaat naar ons, naar de belastingbetaler, als de stekker ertussentijds uit wordt getrokken. Die kans is namelijk best wel groot.Economen waarschuwen daarvoor; dat is een groot risico voor debelastingbetaler. Zijn dat twee harde voorwaarden voor de PVV omüberhaupt akkoord te gaan, met welke deal dan ook?De heer Boutkan (PVV):Ik kan het lid Kostic´ zeggen dat de PVV indertijd een motie heeft ingediendom de borging van het geld te borgen. Die is ook aangenomen. Dus ja,dan kijk ik gewoon naar de overkant, naar het kabinet, om te zeggen: regelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34126 dat het zo gaat. Dat zou ik richting het lid Kostic´ willen zeggen. Wat was detweede vraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mijn vraag was heel simpel: is het voor de PVV een harde voorwaarde omzo’n deal met Tata te steunen dat er twee dingen worden geborgd,namelijk de gezondheid en dat het geld hoe dan ook terugvloeit naar deoverheid en naar de belastingbetaler als de stekker er tussendoor uit gaat?Is dat een harde voorwaarde voor de steun van de PVV?De heer Boutkan (PVV):Die van dat geld had ik net al toegelicht, dus die ga ik niet meer herhalen.Over de borging van de gezondheid zijn allerlei moties aangenomen indeze Kamer, dus kabinet, ga aan je werk om die uit te voeren. Gelijktijdighebben wij ook het volgende gezegd; dat heb ik ook in mijn bijdragegezegd. Wij verliezen de werkgelegenheid niet uit het oog, want er werkendaar ook duizenden mensen. Als ik een precies aantal noem, zeggen zeweer dat ik ernaast zit, dus ik zeg dat er duizenden mensen werken daarzo.Die gunnen wij ook gewoon dat zij nog steeds naar hun werk gaan en datze gezond naar hun werk gaan.De voorzitter:Oké. Ik zie verder geen interrupties meer. Dan geef ik graag het woord aande heer Vermeer namens de BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Er is al veel gezegd over staalslakken en pfas. Watbetreft de staalslakken heeft de Staatssecretaris intussen maatregelenafgekondigd: een beperking in laagdikte, een meldplicht en geentoepassing meer op speelplaatsen. Dat zijn natuurlijk stappen vooruit.Maar wat ons betreft is dat nog niet voldoende. De toepassing vanstaalslakken in open bermen en in paarden- of landbouwgebieden moetstructureel van tafel. De Staatssecretaris heeft de ambitie uitgesprokenom te komen tot gebonden veilige toepassingen van staalslakken. Datondersteunt BBB, maar wel alleen als veiligheid vanaf het beginaantoonbaar wordt meegenomen. Daarom is mijn vraag of de Staatsse-cretaris bereid is om open toepassingen op termijn volledig te verbiedenen dat wettelijk te borgen. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij deimport tijdelijk opschort zolang bestaande toepassingen nog niet zijnafgedekt of gesaneerd? Wanneer verwacht hij de eerste resultaten van ditonderzoek? Hoe wordt gewaarborgd dat deze toepassingen geenherhalingen worden van oude fouten? Dat is hier eerder ook al genoemd.Dan pfas. In het licht van een mogelijk Europees totaalverbod heeft deKamer in 2023 een BBB-motie aangenomen die ertoe oproept om metsectoren in gesprek te gaan en te helpen bij het vinden van werkbarealternatieven. Ik vraag de Staatssecretaris vandaag wat er sindsdien metdie oproep gebeurd is. Zijn de sectoren waarvoor nog geen alternatievenbeschikbaar zijn in beeld en wordt hun positie actief ingebracht in deEuropese onderhandelingen? Want de samenleving heeft recht opbescherming van gezondheid. Laten we dat nu het uitgangspunt maken.Maar laten we er ook voor waken dat de remedie niet erger wordt dan dekwaal.Dat brengt mij op een volgend punt, waarbij de gezondheid net zo speelt.Dat is de afstandsnorm voor windmolens. De vorige Staatssecretarisdacht op zijn allerlaatste werkdag: ik gooi er nog een mooi testament in.Hij stuurde een briefje naar de Kamer over vier keer de tiphoogte. Ik vondhet aan de ene kant wel grappig dat hij dat deed, maar aan de andere kantook weer niet, omdat heel veel mensen in het land daardoor dachten dathet nu opeens geregeld was. Die dachten gewoon: de brief van deStaatssecretaris is gewoon een wet en vanaf nu is het geregeld. Ik hebTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34127 veel mensen uit moeten leggen dat dat helaas niet zo werkt, in ieder gevalvoor dit geval niet, want wat mij betreft was het prima geweest als het zowerkte. Maar het gaat dus niet door.Er is nog steeds geen landelijke afstandsnorm voor windmolens. Daaromwas ik ook erg verbaasd over de position paper dat we kregen van het IPOen de VNG. Die stelden: «De voorgestelde afstandsnorm voor windmolensbiedt geen milieubescherming.» Ik wil de Staatssecretaris dus vragen ofhet IPO en de VNG informatie hebben die wij niet hebben. Hebben die alafstandsnormen voorgesteld gekregen en, zo ja, welke? Dat zou ik heelgraag willen horen, want als dat niet zo is, dan hebben mensenwaarschijnlijk voor hun beurt gepraat. Daar heb ik ook al signalen overgekregen, dus ik wil dat heel graag weten.Daarnaast wil ik de Staatssecretaris toch meegeven dat we in de grens-regio gewoon problemen hebben met Duitse windturbines van 250 meterhoog, die pal langs de grens verrijzen, soms op nog geen 100 meterafstand van woningen. Voor Nederlandse bewoners, gemeenten ennatuur is dat een regelrechte aantasting van de leefomgeving. Bezwaarmaken kan alleen via dure Duitse advocaten, terwijl verdragen als ESPO,Aarhus en het traktaat van Meppen juist garanderen Nederland inspraaken bescherming heeft of zou moeten hebben. Ik heb hier al eerder eenmotie over ingediend. Die is aangenomen, maar ik krijg van dit kabinettotaal niet duidelijk wat er nu aan gedaan wordt en wat de status is. Ikweet dat het ingewikkeld is; het gaat via deelstaten en via Berlijn. Maaralsjeblieft, help deze mensen, want ze worden steeds radelozer.Dat geldt ook voor al die andere gebieden waar het volgens de huidigewetgeving en eerder gemaakte afspraken wel nodig is geweest om allerleiaanwijsgebieden aan te wijzen vanuit gedeputeerde staten in deprovincies, maar waar er eigenlijk gesnakt wordt naar landelijke afstands-normen, omdat al die gemeentelijke normen en provinciale normen totaalondoorzichtig zijn voor de inwoners en ook geen harde norm zijn. Hetenige wat een burger gewoon zelf kan controleren, via Google Maps, ishoeveel meter hij van dat ding af zit.Afsluitend, voorzitter. U geeft mij een signaal dat het klaar is. Ook degeluidsnormen die op dit moment gehanteerd worden, met landelijkegemiddeldes ... Ik wou dat het met de snelheidscontrole op de weg zowerkte, want dan zou ik geen boetes meer ontvangen. Hetzelfde geldtvoor de Belastingdienst: als dat gemiddeld zou worden over mijn heleleven, dan zou mij dat een lief ding waard zijn.Dank u.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik ben vooral heel benieuwd. De heer Vermeer zegt dat hij de opentoepassing van staalslakken zou willen verbieden en ook de import zouwillen opschorten. Ik vraag me af hoe de BBB staat tegenover detoepassing van staalslakken in de Scheldes, waar dus signalen zijn vanuitde visserij over de kreeften die er niet meer zijn, en wat de heer Vermeervindt van de toepassing van staalslakken op heel veel grote oppervlaktesmet een klein verticaal pakket van onder de 50 centimeter, wat nog wel istoegestaan. Die twee dingen zou ik graag nog willen horen, want met hetoverige ben ik het eens.De heer Vermeer (BBB):Als wij zeggen dat wij het niet open willen hebben, willen we het ook nietopen in zeewater of ander water hebben. Dus dat wat dat betreft. Eigenlijkgeldt hetzelfde voor een toplaag van een aantal centimeters. Als dat nietgarandeert dat bepaalde stoffen en gassen er niet door kunnen komen,dan zie ik dat als te open en dan moet dat ook aangepakt worden. Maar ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34128 ben er wel realistisch in. We hebben dat niet zomaar even geregeld. Wezouden ermee kunnen beginnen om in ieder geval niet meer te impor-teren zolang wij gewoon de boel niet op orde hebben.De voorzitter:Ja, dank.De heer Vermeer (BBB):Voor meerdere dingen in Nederland geldt dat wij de instroom van zakenzouden moeten beperken als we de verwerking ervan niet op ordehebben.De heer Boutkan (PVV):Ik hoorde de heer Vermeer op een gegeven moment zeggen – als ik goedheb geluisterd tenminste – naar aanleiding van dat A4’tje van het IPO ende VNG dat hij twijfelde over wat zij schrijven, namelijk «provincies engemeenten willen dat». Klopt dat, vraag ik aan de heer Vermeer. Hebbenzij inderdaad met dit A4’tje voor hun beurt gesproken?De heer Vermeer (BBB):Daar hoop ik antwoord op te krijgen van de Staatssecretaris. Ik heb geenafstandsnormen gezien. Ik zie ook een hele rare insteek. We hebbenvolgens mij in eerdere fases weleens gepraat over dat we als weafstandsnormen willen ook uitzonderingsposities willen voor toepassingop industrieterreinen, voor kleine windmolens op boerenerven et cetera.Hier wordt gesuggereerd dat er één afstandsnorm komt die voor heelNederland geldt, ongeacht de omstandigheden, en ik kan nergens instukken vinden dat dat ergens voorgesteld wordt. Dus of wij zijn hier nietop de hoogte gehouden of de provincies en gemeentes spreken voor hunbeurt. Misschien heeft de Staatssecretaris nog een andere optie voor wathier aan de hand kan zijn en is deze brief via een manier tot standgekomen waar niet over nagedacht is. Dat weet ik niet. Ik weet het niet.De voorzitter:Oké. Ik kijk even of er verder nog interrupties zijn. Die zijn er niet. Dan stelik voor dat we gaan schorsen tot 18.55 uur.De vergadering wordt van 18.03 uur tot 19.03 uur geschorst.De voorzitter:Dan gaan we verder met het vervolg van dit commissiedebat. Het woordis aan de Staatssecretaris. Ik vermoed dat hij met een aantal blokjes zalwerken. Mijn verzoek is om de interrupties aan het einde van de blokjes teplegen. Ook in deze termijn stel ik voor om vijf interrupties van de kantvan de Kamer te hanteren. Ik geef graag het woord aan de Staatssecre-taris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Het zijn wel grote blokken. Er zit heel veel in een blok. Ugaat over de orde, maar ... We gaan ons best doen om duidelijk te zijn inde beantwoording. We hebben echt ons best gedaan om zo veel alsmogelijk te beantwoorden. Ik zal beginnen met staalslakken. Daarna zal ikhet hebben over de JLoI Tata, waarbij ik in ieder geval het IenW- engezondheidsdeel zo goed mogelijk zal beantwoorden. Daarna zal ik ietszeggen over pfas. Daarna komt het fameuze kopje overig.Voorzitter. Ik begin met staalslakken. Ik vind het oprecht heel fijn om hiervandaag, drie maanden na mijn aantreden, te mogen spreken over ditonderwerp. Er is veel over gezegd. Ik vind het belangrijk om hier vandaagwat uitgebreider vragen te kunnen beantwoorden en toelichting te kunnengeven. Als je stoer wilt overkomen, is de uitspraak vaak: «Vanaf dag éénTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34129 ben ik hiermee aan de slag gegaan!» Het is niet mijn bedoeling om stoerover te komen. Mijn bedoeling is vooral om de gezondheid voor mensenen omwonenden in Nederland zo goed mogelijk te garanderen. Het feitdat ik er vanaf dag één mee bezig ben, kan ik wel bevestigen, want debeslisnota waarin het voorstel voor een tijdelijke noodregeling voorlag isvan 20 juni, en ik ben op 19 juni beëdigd als Staatssecretaris vanInfrastructuur en Waterstaat. Ik ben daar dus gelijk mee aan de slaggegaan. Het is een dossier dat al enorm lang speelt. Ik zeg intern bij onsaltijd met een knipoog dat de tijdlijn die we naar de Kamer hebbengestuurd, begint voordat ik er überhaupt was. Vele onderdelen diecruciaal zijn – ik zal zo wat zeggen over de terugblik naar het verleden –stammen uit een tijd dat ik in ieder geval nog in havo 2 zat en bezig wasmet het bijwerken van mijn Hyvesprofiel. Toen was ik niet bezig met hetBesluit bodemkwaliteit. Dat zegt ook wel iets over de impact van hetdossier. Ik moet zeggen dat de vele voorbeelden die we in het land zagenvan verkeerd toegepaste staalslakken mij echt wel schokten en raakten.Dat is voor mij altijd ook wel het kompas geweest. Ik heb gezegd: mijnkompas hierbij is handelen.Dat is ook de reden dat ik uiteindelijk ben overgegaan tot toch wel eenbehoorlijke stap, namelijk een noodregeling om per direct toepassingen teverbieden. Tot voorheen was de lijn van het kabinet slechts een oproepaan bedrijven om het niet te gebruiken. Alles overwegende vond ik hetbelangrijk om een stap te zetten, om in te grijpen. Uiteindelijk is datgeland in een tijdelijke noodregeling, met als doel dat direct ingrijpen envooral grip krijgen. Ik denk dat dat het belangrijkste is. In dit een eindre-geling? Is dit een pakket maatregelen waarvan ik denk dat het soelaas zalbieden tot het einde der tijden? Nee. Het is echt een tijdelijke noodre-geling geweest met het idee dat we daarmee grip kunnen krijgen op desituatie en een stuk rust kunnen brengen, een pas op de plaats kunnenmaken. Hiermee kunnen we kijken waar het op dit moment zit en hoe wehet veilig en verantwoord toepassen van staalslakken ook echt kunnengaranderen. Dat is de reden waarom ik het belangrijk vond om die stap tezetten, in navolging van een oproep uit de Kamer, maar vooral ook opbasis van de wetenschappelijke signalen. Nogmaals, het is een zwaarmiddel, maar ik denk dat het hier gerechtvaardigd was en is.Voorzitter. Voordat ik verder de inhoud in ga, is het misschien goed ommee te geven wat de afwegingen waren waardoor ik ben gekomen tot water nu ligt. Het gaat om het onderscheid tussen de toepassingen vanstaalslakken en het product zelf. De regeling ziet daadwerkelijk op detoepassing van staalslakken. Daar hebben we regels en verboden vooringesteld. Je hebt natuurlijk ook het product zelf, een restproduct van destaalindustrie. We hebben in Nederland één producent daarvan. Over declassificatie zal ik bij de ontbindende voorwaarden van de JLoI ook nogiets zeggen. Maar het onderscheid tussen de toepassing en het productzelf is heel belangrijk in dezen, denk ik. Dat geldt ook voor het onderscheidtussen de staalslakken van Tata en andere staalslakken. Tata is eenbelangrijke producent van staalslakken in Nederland. Er worden inNederland ook veel staalslakken van Tata gebruikt en toegepast. Tataexporteert echter ook staalslakken, bijvoorbeeld naar de Baltische staten,en Nederland importeert ook staalslakken. Rijkswaterstaat en heel veelanderen gebruiken staalslakken uit Duitsland, België en andere landen.Het is dus niet een Nederlands geheel; daar zit echt een onderscheidtussen.Voorzitter. Op 23 juli 2025 is een tijdelijke noodregeling afgekondigd methet idee van een pauzeknop op de meest risicovolle toepassingen: lagendikker dan 0,5 meter, locaties waar direct contact met het materiaal en metstof mogelijk is, en overige toepassingen met meer dan 20% staalslak.Daar geldt een vergunningsplicht voor. Het is dus niet zo dat er nietsgebeurt met alles wat niet onder het verbod valt, op land. We hebben eenvergunningsplicht ingesteld en die gaat verder dan de informatieplicht enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34130 de meldingsverplichting. Die vergunningsplicht is ingesteld om grip tekunnen krijgen op de toepassing van staalslakken en om eisen te kunnenstellen aan hoe die worden toegepast. Dat geeft ook handvaten aan degemeenten. Wat daar niet onder valt, zijn de watertoepassingen en devormvaste toepassingen. Daar zien we namelijk op dit moment op basisvan wetenschappelijk onderzoek geen vastgesteld risico. Dan is er ookgeen grond voor een verbod.Voor mij zijn vier elementen of aspecten belangrijk bij deze regeling. Vanafdag één heb ik gezegd: laten we zorgen dat we alles overzien en goedafwegen, dus ook een totaalverbod. Dat zei ik bij mijn aantreden. Laten wealles goed wegen. Dat moet eigenlijk langs vier lijnen.Eén. Het moet effectief zijn. Als je een verbod instelt, dan moet het welraak zijn, zodat toepassingen ook daadwerkelijk geen gevaar meer kunnenvormen op basis van de casussen die we nu hebben.Twee. Het moet wetenschappelijk onderbouwd zijn. Het kan met eennoodregeling niet zo zijn dat een Staatssecretaris die op zondagavond eentelevisieprogramma ziet en daarin van een stof hoort die hij eng vindtklinken, dat zomaar kan verbieden. Het is echt een zwaar middel en moetdragend gemotiveerd worden, op basis van wetenschappelijk bewijs. Dedirecte aanleiding voor de huidige reikwijdte zijn dan ook de signaal-waardes vanuit de ILT, het Duomix-rapport en RIVM-onderzoekenaangaande de blootstelling, bloedneuzen en oogirritatie.De andere kant op is het ook waar: als er wetenschappelijk onderzoek iswaaruit blijkt dat er géén aanleiding is voor een verbod, dan mis je dusook een wetenschappelijke grond om een dergelijk verbod in te stellen.Dat hebben we bij toepassingen in water gezien. Ik moet eerlijk toegevendat ik in het begin ook dacht: hoezo niet, dat is toch een beetje gek? Maarhet is door Wageningen Universiteit, de evaluatie van het normenkader enhet RIVM-onderzoek ten aanzien van de kreeftensterfte in de Ooster-schelde onderbouwd dat er geen schadelijke risico’s zijn op basis waarvanje een verbod hierop zou kunnen instellen.Dat brengt ons bij het derde aspect: de juridische houdbaarheid. Eenverbod moet stand houden voor de rechter. Dat moet ook getoetstworden, want anders kan straks iedereen dat zomaar verbieden. Daarmoet juridisch goed naar gekeken worden, vandaar ook het belang vandie onderbouwing. Een verbod moet ook stand houden in Europeesverband. We moeten een dergelijke regeling namelijk aanmelden bij deEuropese Commissie. Staalslakken zijn geen Nederlandse uitvinding, datwerd net ook al gezegd. Als je staal maakt, krijg je staalslakken; dat isoveral ter wereld het geval.Toen ik bij mijn collega’s in de Milieuraad begon over the regulation ofsteel slags in Nederland, zaten er een aantal collega’s behoorlijk glazig tekijken. Feit is namelijk ook gewoon dat wij op dit moment in Nederland alsenige überhaupt wet- en regelgeving hebben als het gaat om hettoepassen van staalslakken. Dat heeft ermee te maken dat wij in hetverleden vrij circulair zijn omgegaan met de toepassing van staalslakken.Ik zal zo nog terugkomen op het verleden. Maar in heel veel landen omons heen wordt er gezegd «ach, we vergruizen ze in beton, en debouwvakker die dat over twintig jaar moet verwerken: succes».Tot slot is proportionaliteit het vierde argument. De proportionaliteit vande regeling is ook een belangrijk aspect. Je moet weten wat je doet, jemoet weten wat het effect is op sectoren en je moet afwegen of er geenandere methodes zijn om hetzelfde doel te bereiken. Is het effectief? Kanhet anders? Ook de proportionaliteit van een direct verbod op het gebruikin bijvoorbeeld de bouw of voor bedrijven moet bekeken worden.Ik ben vorige week langs geweest bij Phoenix Metals, een mooi bedrijf inDelft. Ik mag geen reclame maken, maar deze start-up in Delft verwerkt dezeldzame grondstoffen die in staalslakken zitten tot hernieuwbaregrondstoffen. Een prachtig mooi circulair bedrijf in Nederland. Als je eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34131 totaalverbod zou instellen, haal je daarmee het kleed onder zo’n bedrijfweg en zou een rechter terecht zeggen: dat is niet proportioneel.Ik begrijp – laat ik daar heel erg duidelijk over zijn – de oproep voor eentotaalverbod, maar het is mijn verantwoordelijkheid als bestuurder omalles mee te wegen. Ik ben gebonden aan de rechtspraak, ik bengebonden aan een juridische onderbouwing, ik ben gebonden aan dewetenschappelijke onderbouwing en ook aan proportionaliteit. Ik herhaaldat wij in Europa het enige land zijn dat dit doet. Ik denk dat het goed isom het ook in die context te plaatsen. Ik heb alle vier de genoemdeelementen meegewogen om uiteindelijk hierop uit te komen. Nogmaals,niet met dit als einddoel, maar wel om dit nu te gebruiken voor eentijdelijke stop, zodat we grip op de zaak krijgen. Vervolgens is het debedoeling dat we met een achttal acties, die ik ook in de brief uiteen hebgezet, stap voor stap komen tot een goed en gedegen beleidskader.Mevrouw Wingelaar zei het mooi: uiteindelijk moeten we een beleids-kader voor secundaire bouwstoffen hebben waarin we dit soort dingenaan de voorkant weten te voorzien. Vandaar die acht punten waarmee wedat de komende tijd stap voor stap gaan doen. Maar voor nu moeten wegrip op de zaak hebben, vandaar deze tijdelijke regeling.Ik zal hier een punt laten staan, misschien is dat verstandig. Er komt echtnog veel meer. Ik zie een aantal collega’s ...De voorzitter:Met het risico dat u vragen stelt waar de beantwoording nog op komt, stelik voor dat we kunnen interrumperen tijdens de blokjes, tenzij er constantvragen worden gesteld, dan gaan we het heroverwegen.Staatssecretaris Aartsen:Er stond vorige week al een groot debat over dit onderwerp gepland,maar toen kwam er een debat over de rellen.De voorzitter:We gaan tussentijds interrumperen; dat is prima. Mevrouw Koekkoek.Staatssecretaris Aartsen:Ik maak het mezelf hier niet makkelijker mee, maar ik denk dat het welrecht doet aan het onderwerp en aan de inhoud.Mevrouw Koekkoek (Volt):Goed dat de Staatssecretaris het belang van dit debat erkent. Ik heb eenvraag die op het snijvlak zit van de intentieverklaring, waar een apartblokje voor is, en dit punt. Ik wil die vraag nu stellen, omdat ik deStaatssecretaris net hoorde zeggen dat hij in het kader van de professio-naliteit ook kijkt naar hoe een bedrijf is, een start-up, en wat die er verdernog mee doen. In mijn inbreng heb ik er een punt van gemaakt dat deintentieverklaring die voorligt door Tata Steel zelf gekoppeld wordt aanhet bestaan van staalslakken als onderdeel van hun verdienmodel. Mijnvraag aan de Staatssecretaris is daarom als volgt. Wanneer hij spreektover proportionaliteit en in het kader daarvan het belang van bedrijven,bedoelt hij dan ook wat er in de intentieverklaring staat en wat er inreactie daarop vanuit Tata Steel komt?Staatssecretaris Aartsen:Ik pak het antwoord er even bij; ik had ’m bij het andere mapje zitten,maar dan beantwoord ik deze direct eventjes. Nee, ik bedoel daar nietmee wat er in de JLoI staat over ontbindende voorwaarden. Ik bedoel erwel mee dat in die proportionaliteit Tata «een» bedrijf in Nederland is en«een» producent is en dat je dus ook juridisch moet wegen wat deproportionaliteit daarbij is. Maar dat heeft geen enkel effect gehad op hetbesluit voor deze noodregeling. Zoals netjes is gecommuniceerd in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34132 eerdere brief, in juli, is er mondeling contact geweest met Tata Steel om techecken wat er gebeurt als je dit zou doen. Daar kwam niks bijzonders uit.Dat is ook gebleken uit de hoorzitting vorige week. Dus het zijn wat mijbetreft echt twee gescheiden onderdelen. Er is de noodregeling zelf,proportionaliteit in den brede. Als het gaat om de ontbindendevoorwaarden, is het belangrijk om hier ook te zeggen dat het rechtmatig isom die te hebben. Ze zien namelijk op het product staalslak, terwijl deregeling waarmee we gaan werken, waarmee we aan de gang aan, ziet opde toepassing van staalslakken. De toepassing van staalslakken geldt ookvoor andere producenten van staalslakken dan Tata. Dit gaat over declassificatie van het product zelf. We hebben op dit moment geen enkelvoornemen om die te veranderen. Dat zou overigens ook in Europeesverband moeten. Desalniettemin staat het partijen vrij om ontbindendevoorwaarden te stellen in deze fase. Als we de maatwerkafsprakenafspreken, geldt dat natuurlijk niet meer. Maar wij zien er op dit momentgeen belemmeringen in om gewoon door te gaan met onze besluiten. Zoheb ik heb vandaag ook ten aanzien van Zeeland een besluit genomen. Ikvoel er dus geen enkele belemmering in, omdat het gaat om detóépassing van staalslakken. Ik denk dat het juridisch belangrijk om dit tevermelden. Dat is dus iets anders dan het product zelf. Het staat Tata vrijom het te exporteren en het staat andere partijen vrij om het te impor-teren; waar ik voor aan de lat sta, is het veilig kunnen toepassen, het veiligkunnen verwerken, en het garanderen van de veiligheid van staalslakkenin Nederland.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik begrijp dat de Staatssecretaris dit onderscheid vanuit juridischperspectief maakt. Maar op het moment dat kabinet en Kamer zoudenzeggen dat ze bepaalde manieren van toepassen niet willen, omdat daarveel te grote risico’s aan zitten, bijvoorbeeld het gebruik in een toplaag,krijgt de businesscase van zo’n bedrijf meteen een slag. Dat is heellogisch, want als je het op bepaalde plekken niet meer mag toepassen,neemt de manier waarop je eraan kunt verdienen enorm af. Je kunt diekoppeling juridisch niet maken, dat begrijp ik, maar als we even kijkennaar de praktijk, kunnen we die wel maken. Hoe reflecteert deze Staatsse-cretaris op die ontbindende voorwaarden en met name op hoe Tata Steeldie zelf op de website presenteert? Er kwamen gisteren namelijk bestenthousiaste reacties uit het kabinet, zoals dat er een mijlpaal was bereikt,maar Tata Steel zelf was heel terughoudend. Zij gaven onder andere aan:de investeringen die wij misschien, mogelijkerwijze, gaan doen, hangenheel erg samen met de staalslakken. Dus dan hoor ik wel graag hoe deStaatssecretaris daarnaar kijkt.Staatssecretaris Aartsen:Nee, het heeft geen effect als wij de toepassing beperken, en dat is ookgebleken op basis van de tijdelijke regeling. Als we dat nog verder zoudenbeperken of we definitieve regelingen zouden doen, dan heeft dat ookgeen effect. Het is ook belangrijk om te vermelden dat laatst is geblekendat veel van de staalslakken voorheen met negatieve prijzen zijn verkocht.Tata moest dus bijbetalen om het product op de markt te brengen. Datnemen wij niet mee in ons beleid. Voor mij staat de veilige toepassingvoorop. Het product zelf is een andere classificatiediscussie. Dat zit ook inde Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Dat is dus op Europees niveaugeregeld. Er is ook een mondiale markt voor dit soort producten.Nogmaals, ik zie dat niet als een belemmering om beleid te maken. Datheb ik niet zo gezien vanaf de dag dat ik aantrad en, nogmaals, ik heb deafgelopen dagen ook weer ten aanzien van Zeeland besloten om eenaantal dingen te doen.Mevrouw Koekkoek (Volt):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34133 Deze rolvastheid van de Staatssecretaris wil ik respecteren. Tegelijkertijdkan ik het niet zo goed met de praktijk rijmen, omdat ik zie dat het bedrijfdat veruit het meeste verdient aan de afzet van staalslakken alsbijproduct ... Een tijd geleden was het een afvalproduct, maar inmiddels ishet een bijproduct. Als je vervolgens de toepassing van dat bijproductbeperkt omdat Kamer en kabinet zeggen dat we het te gevaarlijk vindenvoor de leefomgeving, voor de gezondheid van mensen, dan heeft dat eendirect effect op het verdienmodel van dat bedrijf. Dat bedrijf stelt dat zelfop zijn website. Ik zoek nog wel naar de reflectie van de Staatssecretarisdaarop. Hoe kijkt hij daarnaar?Staatssecretaris Aartsen:Het directe effect zit ’m in de productclassificatie, en niet in de toepassingervan. Wij maken regels over de toepassing in Nederland. Een producentals Tata – maar dat geldt ook voor andere staalproducenten en staalslak-producenten – exporteert ook. Een groot gedeelte van de staalslakken vanTata gaat geloof ik naar de Baltische staten, hebben ze me verteld. Dat wijin Nederland de toepassing aan banden leggen, hoeft dus niet perdefinitie een negatief effect te hebben op de businesscase van Tata. Dat isook de reden waarom ik een onderscheid maak tussen de productclassifi-catie en de toepassing ervan. Ik vind het namelijk ook belangrijk om diezuiverheid te hanteren. Anders loop je namelijk het risico dat je geenmaatregelen durft te nemen voor de toepassing. Daarom zeg ik: laten wedat nou zuiver gescheiden houden. De ontbindende voorwaarde ziet op declassificatie. Het gaat om nieuwe regelgeving ten aanzien van het product,dus niet ten aanzien van de toepassing. Dat is een ontbindendevoorwaarde. Overigens, het kán; het is natuurlijk geen harde ontbindendevoorwaarde. Excuses, ik moet het anders verwoorden. Even terug naarhet begin van de zin. Het is een ontbindende voorwaarde die je kúntgebruiken, maar dat hóéft natuurlijk niet, omdat de intentie van beidepartijen is om uiteindelijk te komen tot een bindende maatwerkafspraak,waarin er dus ook geen ontbindende voorwaarden zijn, althans, niet opdie manier.Mevrouw Koekkoek (Volt):Even zodat ik het echt goed begrijp. Stel dat deze Kamer in meerderheidzou zeggen te vinden dat het weer zoals vroeger een afvalproduct moetworden, en dat het het probleem van het bedrijf zelf is en het geenproduct is dat je kunt afzetten. Treden op dat moment dan die ontbin-dende voorwaarden in werking? Is die beperking er nu wel? Begrijp ik hetdan correct?Staatssecretaris Aartsen:Nou, nee, omdat een Kamermotie niet voldoende is om de afvalstatus tebepalen. Het bepalen van de afvalstatus gebeurt op basis van de EuropeseKaderrichtlijn Afvalstoffen. Daarop zijn een aantal spelregels vantoepassing. We kunnen ook niet nationaal zomaar die classificatieaanpassen. Dat kan sowieso niet generiek. Het zou ook heel onwenselijkzijn als je dat generiek zou doen, juist omdat de bepaling ook in het kadervan circulariteit ... Een paar debatten geleden hebben we het hier overcirculariteit gehad. Daarbij is het zo dat iets geen afval is maar grondstof.Op basis van die criteria moet dat steeds worden bekeken. Er is allerleiwet- en regelgeving voor hoe je de classificatie van iets met een afval-status beoordeelt.De voorzitter:Dan de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34134 Ja, want anders is mevrouw Koekkoek dadelijk al haar interrupties kwijten ik wil dit nog één keer scherpstellen. Op het moment dat wij met z’nallen zeggen – dat gebeurde vandaag bijvoorbeeld door de heer Vermeeren verschillende anderen hier – dat we steeds strenger willen worden eneigenlijk helemaal geen toepassing meer willen van dat staalgif, dan heeftdat dus geen effect op de maatwerkafspraken, want u houdt dat zuiver.Prima. Maar op het moment dat wij de bijproductstatus ter discussiestellen en dat ook op Europees niveau doen, omdat het een afvalproductis en dus geen bijproduct meer is, dan kan het wel effect hebben op demaatwerkafspraken. Klopt het wat ik zeg, of niet? En als dat niet zo is,kunnen we dit dan voor eens en altijd uit de wereld helpen en er geeninterruptie meer aan hoeven besteden omdat er wel een duidelijke uitlegvolgt?Staatssecretaris Aartsen:Nee, het klopt niet in die zin dat we dat dus niet kunnen bepalen, omdatdie afvalstatus op Europees niveau in de kaderrichtlijn wordt bepaald. Erzijn overigens allerlei andere afspraken over criteria op bedrijfsniveau etcetera. Daar is een hele discussie over gaande. De wat-alsvraag «wat alswe het in Europa zouden aanpassen?» reikt heel ver, want dan zou jeervan uitgaan dat in de hele Europese Unie staalslakken als 100% afvalworden gezien. Dan kom je in allerlei situaties die volgens mij zwaaronwenselijk zijn. Dat zie ik niet gebeuren. Daarnaast ziet de ontbindendevoorwaarde op Nederlands beleid en niet op Europees beleid.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dit is mijn laatste interruptie hierover, want anders heb ik dadelijk geentijd meer voor andere zaken. Ik wil dan graag een voorbeeld horen vanwanneer er wel ontbinding vanuit Tata mogelijk is, omdat we daarvolgens mij de hele tijd om vragen. Het heeft dus geen effect – datsnappen we – op de toepassing van staalslakken, dus als we die met z’nallen willen verbieden, heeft dat geen effect op de maatwerkafspraken.Maar in die maatwerkafspraken staat nadrukkelijk dat Tata een ontbin-dende mogelijkheid heeft. Dan zou ik daar graag een concreet voorbeeldvan hebben.De voorzitter:U vraagt om een voorbeeld.Staatssecretaris Aartsen:Dit luistert juridisch wel even nauw. Anders ga ik mezelf herhalen en ga ikweer verwijzen naar de Europese kaderrichtlijn. Ik zou daarom graag in detweede termijn een voorbeeld noemen, om wel tegemoet te komen aande vraag van de heer Gabriëls. Dit is het eerste debat dat we over dezedeal hebben. Ik wil er oprecht een poging toe doen om daar ... We hebbennog allerlei processen en ook een plenair debat, begreep ik.De voorzitter:Prima, we horen het in de tweede termijn.Staatssecretaris Aartsen:Ja, als dat kan? Zullen we dat doen?De voorzitter:Dan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Eerst even een persoonlijk feit. De heer Gabriëls zei: «geen enkeletoepassing, zoals ook de heer Vermeer zegt». Ik zei: geen enkele opentoepassing. Maar dat zeg ik wellicht ten overvloede.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34135 Ik heb een vraag voor de Staatssecretaris. Ik had eerder al eens begrependat Tata Steel nagenoeg alle staalslakken exporteerde, maar is er in beeldhoeveel procent van de door hen geproduceerde staalslakken geëxpor-teerd worden en hoeveel er geïmporteerd wordt? Kan ik dat ergensterugvinden?Staatssecretaris Aartsen:Ja, wacht even, ik pak het er even bij. Wij hebben begrepen dat 40% vande staalslakken van Tata wordt geëxporteerd. Wat de import is, kunnen weniet zeggen, omdat er sprake is van vrij verkeer van goederen. Ik zal er zonog wat over zeggen, maar even om duidelijk te zijn: ook geïmporteerdestaalslakken dienen in Nederland te voldoen aan de toepassing, dus ookaan het verbod dat daarop is ingesteld. Het maakt dus niet uit waar destaalslakken vandaan komen. Ze dienen in Nederland te voldoen aan detoepassingen die we hebben afgesproken in de tijdelijke regeling.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik zit te denken of ik hierop moet doorvragen. Ik snap gewoon echt niethoe het kan dat er een handtekening van deze Staatssecretaris van IenWstaat onder de joint letter of intent en dat hij nu niet heel makkelijk kanuitleggen aan deze commissie wat de gevolgen daarvan zijn, onderandere voor nationaal beleid en onze mogelijkheden om de gezondheid tebeschermen. In die joint letter of intent staat gewoon: «(...) may terminatethe JLoI with immediate effect, upon service of notice in writing, if (...)national policy or policies regarding steel slag change in a way that itaffects TSNs businesses, Projects, operations» et cetera. Dat is wat er secstaat. Dat is heel ruim. Ik vind het rommelig worden, en ook typisch eenmanier voor Tata om ruimte voor zichzelf te creëren als het niet duidelijkis. Als we hier een akkoord op geven, zie ik het risico voor de samenlevingdat Tata dit steeds voor onze voeten kan gooien. Dat kan de belastingbe-taler uiteindelijk een rekening van nog meer dan die 2 miljard euroopleveren. Ik wil dus graag opheldering van de Staatssecretaris overwaarom dit er überhaupt in zit. Waarom?Staatssecretaris Aartsen:Tata heeft ervoor gepleit om dat erin op te nemen, omdat zij inderdaad dezorg hebben dat als op Europees niveau de classificatie van afvalstoffentoch verandert, op wat voor manier dan ook, dat dan een negatief effectheeft. Tata wil zich dat voorbehouden. Ik probeer hier zo rolzuiver alsmogelijk te zijn door te zeggen: ik ga over bodemwetgeving, overmilieuwetgeving. Die ziet op de toepassing van staalslakken. Dat is waardeze wet- en regelgeving op ziet, niet op de producenten. We hebbengevallen van bedrijven die in Nederland producten produceren waarvanhet in Nederland verboden is ze toe te passen. Dat gebeurt dus ook.Daarom moeten we die zuiverheid ook echt even goed aanbrengen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Op zich is het een helder antwoord. De Staatssecretaris zegt namelijk: wehebben het erin gezet, omdat Tata Steel het wilde. Het is niet in het belangvan het land, niet in het belang van de burgers, niet in het belang van degezondheid. Dan praat de Staatssecretaris verder over technische zaken:ik ga over bodem; ik ga over dit en dat. Waar deze Staatssecretaris overhoort te gaan, zeker in zijn rol bij de deal met Tata Steel, is de borging vangezondheid. Die staat op nummer één. Die kunnen we nu niet verzekerenmet deze deal met Tata Steel. Dat is een beetje mijn zorg.Maar ik wil even terugkomen op een andere vraag, die misschien eenbeetje in het verlengde daarvan ligt. In de stukken die we tot nu toehebben gelezen over de staalslakken, lazen we dat de Staatssecretarisoverwoog, eigenlijk ervoor pleitte, een totaalverbod in te stellen, in iedergeval in een of andere vorm, conform de motie van deze Kamer. Alleen, erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34136 kwamen vervolgens economische belangen op tafel. De Staatssecretariswerd daarop gewezen. Onder andere daardoor keerde de Staatssecretaristerug op zijn schreden. Mijn concrete vraag is dan: heeft de Staatssecre-taris in zijn afweging om de motie van de Kamer niet volledig op te volgenop een of andere manier wél de economische belangen van Tata Steelmeegenomen?Staatssecretaris Aartsen:Nee, en ik ben ook heel blij met deze vraag. Dit werd inderdaad gesugge-reerd in een bepaald medium, waarbij mijn notitie, of mijn notaatje, werdgeciteerd. Maar de onderliggende stukken ontbraken helaas in hetnieuwsbericht. Op 20 juni heb ik inderdaad een voorstel gekregen vooreen tijdelijke noodregeling. Die zag in beginsel alleen op de 0,5 meter enhet direct contact. Op basis van effectiviteit hebben we toen vragengesteld en zijn we met mijn ambtelijke team samen aan de slag gegaan.We hebben gezegd: als je alleen dit doet, dan heeft dat dus een smallereikwijdte. Toen had ik zorgen over en vraagtekens bij de effectiviteit – datheb ik ook in die nota laten zetten – omdat je hiermee op bepaalde zakennog steeds geen grip hebt. Ik heb dus gezegd dat ik graag even alle optiesop tafel zou willen hebben, van niks doen, wat op dat moment het beleidwas, tot aan een totaalverbod. Al die opties hebben we even in kaartgebracht: wat de varianten zijn, wat je kunt bedenken, hoe je het kuntorganiseren en waar er haken en ogen aan zitten. We hebben die helerange ook laten toetsen bij het ATR; ik zal daar zo nog op terugkomen.Achteraf gezien hadden we ook de nieuwe regeling nog even moetenlaten toetsen. Maar we hebben ons gebaseerd op het totaal.Op basis daarvan hebben we gezegd: met een totaalverbod lopen we vastop de wetenschappelijke onderbouwing, omdat we geen wetenschappe-lijke onderbouwing hebben voor een direct totaalverbod. Dat heb ik netuiteengezet. We lopen vast op de juridische houdbaarheid ervan. Als ernaar een rechter zou zijn gestapt, was er een streep doorheen gezet; datrisico loop je dan. We lopen vast op de proportionaliteit, bijvoorbeeld inEuropees verband. Als je een totaalverbod zou moeten doen ... Wehebben nu een verzoek ingediend bij de Europese Commissie. Ik hoopdaar volgende week of de week daarop iets meer over te horen. Wehouden dus de vingers gekruist en hopen dat de Europese Commissie datook goedkeurt, want ook dat is niet vanzelfsprekend. Laten we dat ookgewoon zeggen. We zijn het eerste land, het enige land, dat dit überhauptdoet. Ik gaf net aan hoe glazig sommige collega’s stonden te kijken toen ikhierover begon. Al dit soort zaken heb ik dus meegewogen in dat geheel.Uiteindelijk zijn we dus op dit voorstel uitgekomen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Nog even over de juridische vraag. Ik denk dat die straks wordt beant-woord, want ik had in mijn bijdrage nog iets verteld over die onder-bouwing. Afgaand op het advies van de expert bij het rondetafelgesprekdachten we dat er wel meer instrumenten vanuit ons waren om hetrichting de Europese Unie te kunnen sturen. Maar waarom zou deStaatssecretaris niet gewoon zeggen dat we bij in ieder geval deoverheidsaanbestedingen, van het Rijk, de gemeenten en de provincies,überhaupt geen staalslakken meer gaan toepassen? Kan in ieder geval diestap worden gezet, per direct en in alle vormen?Staatssecretaris Aartsen:Nee. Sowieso gaan gemeenten en provincies zelf over wat zij wel en nietdoen. Rijkswaterstaat gaat daar ook zelf over. Als je zou doen wat uvraagt, dan zou je ook de suggestie wekken dat het mogelijk onveilig zouzijn. Dat is wat je probeert te voorkomen. Die balans probeer je steeds tevinden. We weten dat staalslakken in een aantal domeinen op een veiligemanier toegepast kunnen worden of geen effect hebben. Daarom kiezenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34137 we nu even voor een toepassingsbesluit waarmee we een groot deelverbieden in verband met de risico’s. Voor het andere deel willen wegraag een vergunningsverplichting, zodat je er ook echt grip op kunthouden en extra eisen kunt stellen ten aanzien van de huidigetoepassingen.De voorzitter:Ik zie dat er verder geen interrupties zijn. Ik verzoek de Staatssecretaris omverder te gaan.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Ik heb een brief naar de Kamer gestuurd, ook naar aanleidingvan de vragen die nog aan mijn voorganger zijn gesteld, over het verledenvan dit dossier. Er is ook een uitgebreide tijdlijn naar de Kamer toegestuurd. Nogmaals, die begint ergens begin jaren tachtig. Daar komtvoor mij wel een belangrijk beeld uit, namelijk dat er met name rond 2005dingen zijn gedaan die we, achteraf gezien, niet hadden moeten doen. Datheb ik ook toegegeven in de Kamerbrief. Ik vind het ook belangrijk om datte zeggen en dat te erkennen. Uit de verklaringen voor waarom dat isgebeurd, moeten we nu ook weer lering trekken, denk ik.We moeten dus lering trekken uit het verleden. In het verleden zijn erdingen niet goed gegaan. Ik denk dat de combinatie van de vrije toepas-baarheid van dit product, het feit dat we de risico’s onvoldoende in beeldhadden, de hele circulariteitsgedachte en toch ook de negatieve prijs-prikkels van de producent heeft geleid tot een grote, brede inzet opverschillende plekken, waar we achteraf, met de kennis van nu, vanmoeten concluderen dat die onverstandig is geweest. Dat erken ik wat datbetreft dus ook in die brief. Ik denk dat dat goed is. Juist die elementen, devrije toepasbaarheid, het goed in beeld hebben van de risico’s en die ookmonitoren, zodat je weet waar ze zitten, zijn voor mij ook echt elementendie ik mee wil nemen in het toekomstige beleid.Daarin gaan we acht dingen doen. Allereerst: we hebben een hoop extraonderzoeken uitgezet. Het RIVM gaat onderzoek doen naar de pH-effectenen extra gezondheidsrisico’s. Dat is een breed onderzoek, dat ook weerextra informatie moet leveren om een volgende stap in het beleid tezetten. We zijn op dit moment aan het nadenken over de permanenteregels. Het beleidskader loopt af op 23 juli 2026. Dan wil je wel al depermanente regels in de steigers hebben staan. Dat kan een combinatiezijn van een verbod en een vergunningsplicht of een meld- en registratie-plicht.Een derde element is een meldplicht per 2026. Die geldt namelijk ook voorwaterbouwstaalslakken. Die geldt eigenlijk voor alle toepassingen vanstaalslakken in Nederland. Ik heb besloten om die meldplicht wel door tezetten. Dat voelt misschien een beetje gek, maar ik heb besloten om diewel door te zetten voor het geval dat Brussel het verbod toch onverhooptvan tafel veegt. Dan hebben we in ieder geval dat wettelijke instrumen-tarium. Dat kunnen we maar hebben, ook omdat dat voor importstaal-slakken geldt en voor alle andere toepassingen die we hebben.Een vierde element is dat ik een traject ben gestart met de VNG, het IPOen de waterschappen over hoe we nu omgaan met de bestaandetoepassingen. We moeten daar, denk ik, gezamenlijk met de overhedengoed naar kijken. Bijzondere aandacht is er natuurlijk voor de situatie inSpijk. Ik heb eerdaags nog met de burgemeester daar gesproken. Formeelgezien hebben we natuurlijk gewoon een bodemsaneringstraject metelkaar, maar deze situatie is wel dusdanig qua schaal – 650.000 tonstaalslakken in een gemeente als West Betuwe – dat ik toch ook deconclusie heb getrokken: we kunnen niet alles overnemen en dat gaan weook niet doen, maar dit behoort niet tot het standaardpakket, zoals ik hetmaar even noem, van een gemeente zoals West Betuwe. Het is dusverstandig om daar bestuurlijk met elkaar over te spreken. We hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34138 onze hulp aangeboden en we gaan samen met West Betuwe kijken naarscenario’s, want de situatie in Spijk moeten we gewoon oplossen. Daaromhebben we ook echt gezegd: laten we daar de 1-overheidsgedachte voorgebruiken; laten we kijken hoe we dat samen op een goede manierkunnen doen. Dat lijkt mij verstandig.Een zesde element is de situatie in Zeeland; daar hebben we hetzelfdegedaan. Daar werd teleurgesteld gereageerd op het besluit dat ik hebgenomen. Dat kan ik me heel goed voorstellen. Nogmaals – ik heb het ookin de brief van vandaag geschreven; het kon helaas niet eerder, dusexcuus daarvoor – juridisch gezien is er geen aanleiding om dat verbodook voor watertoepassingen te laten gelden. Maar bestuurlijk gezien kunje natuurlijk wel samenwerken. Dat is wat we hebben proberen te doen,want er zijn in Zeeland zorgen over de toepassing van staalslakken in deOoster- en Westerschelde, over de kreeftensterfte, over de mosselvisserijet cetera. Vandaar dat wij uiteindelijk tot een set bestuurlijke afspraken zijngekomen met Zeeland, waarmee we kunnen garanderen – ik denk dat datook voor de rust belangrijk is – dat er tot het eind van deze noodregeling,met als initieel einde 21 juli 2026, fysiek geen staalslakken in de Ooster- enWesterschelde worden aangebracht in opdracht van Rijkswaterstaat.Er zijn wel wat voorbereidende werkzaamheden op papier, maar wehebben gezegd: laten we een viertal afspraken maken. Eén is dat er tot dieperiode geen fysieke staalslakken in de Ooster- en Westerschelde wordenaangebracht. Twee is dat er voor de periode erna een extra waarborgvanuit Rijkswaterstaat komt voor een veilige en verantwoorde toepassing.Dat betekent een zorgplicht, monitoring, actief mededelen et cetera etcetera. De tussenliggende periode gebruiken we om, als er bij Zeelandvragen zijn over de situatie in de Ooster- en Westerschelde, extraonderzoeken te doen; dat heb ik met mijn collega van LVVN afgesproken.Ook daar proberen we dus bestuurlijk netjes en goed samen op te trekkenmet elkaar. Ik denk dat dat ook past bij de manier waarop we met elkaarmoeten omgaan met dit dossier.Tot slot, voorzitter. Er zijn nog twee andere punten. Punt zeven is hetstarten van een zogenaamde industrietafel, ter uitvoering van demotie-Buijsse. Als je staal maakt, heb je staalslakken. We willen kijken hoeje dan toch kunt inzetten op het verantwoord, alternatief en innovatieftoepassen daarvan zonder dat er schade voor mens en milieu uitvoortkomt. Die technieken zijn er, maar die moeten wel flink opgeschaaldworden. Daarom heb ik dit initiatief samen met VNO-NCW en BouwendNederland genomen.Een achtste punt is het beleidskader voor secundaire bouwstoffen.Mevrouw Wingelaar verwees daar ook al naar. Dat vind ik ook echtbelangrijk. Laten we hier alsjeblieft lering uit trekken, want we gaan naareen circulaire economie, waarin we reststromen, bijproducten, op eenslimme manier proberen te gebruiken. We weten dus één ding zeker,namelijk dat deze casus met bouwstoffen zich ongetwijfeld, maar danhopelijk niet in deze omvang, op andere plekken nogmaals zal voordoenals we niets doen. Daarom heb ik gezegd: laten we in het beleidskadernadenken over hoe we dit kunnen voorkomen en welke elementen wedaarin kunnen meenemen.De voorzitter:Dank.De heer Boutkan (PVV):Laat ik gewoon eerlijk zijn en als eerste zeggen dat wij verheugd zijn metdeze acht stappen die de Staatssecretaris gaat zetten. Tegelijkertijd opvoorhand de vraag van mijn kant: kan dit ook op papier worden gezet, metmisschien wat meer uitleg? Dat is toch wat prettiger dan dat ik nu driftigmee zit te schrijven, zodat ik het voor me kan zien. Ook graag de datumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34139 erbij wanneer dat allemaal gaat gebeuren, want dan kan ik hier in devolgende periode gewoon op verdergaan.Staatssecretaris Aartsen:Ik kan u zeggen dat we dat vorige week per brief aan u hebben gestuurd.Ook vandaag hebben we het per brief gestuurd. Het stond al in deKamerbrief van vorige week maandag of dinsdag, zeg ik uit mijn hoofd.De heer Boutkan (PVV):Staan die acht punten daar helemaal zo in uitgeschreven?Staatssecretaris Aartsen:Nou, ze zijn niet genummerd, maar ...De heer Boutkan (PVV):Maar staan ze daar zoals ze nu zijn verwoord in? Want ...Staatssecretaris Aartsen:Nee, ik ben het met u eens. Het was een hele lange brief, omdat daar ookde tijdlijn en de terugblik in zaten. Als u wilt, kunnen we dit nog een keerop een rij zetten, hoor. Dat is geen enkel probleem. Als dat fijn is voor u,dan doen we dat.De heer Boutkan (PVV):Ja, want u maakt het nu wel heel lastig voor mij om dat in die brief terugte zoeken, want we krijgen zo veel brieven. Als u dat wilt toezeggen,graag.Staatssecretaris Aartsen:We zullen toezeggen dat er een samenvatting van de brief van vorigeweek langs deze acht lijnen uw kant op komt.De heer Boutkan (PVV):Voorzitter, aansluitend nog een vraag. Ik hoorde de Staatssecretariszeggen over de situatie in Spijk dat die uniek is. We hebben daar vorigeweek ook over gesproken. Toen kwam het ook langs, bij het rondetafelge-sprek. Was dat twee weken geleden of vorige week? Ja, vorige week. Toenhebben we met de betrokkenen gesproken. Het is inderdaad zeeromvangrijk voor de gemeente. De Staatssecretaris zegt: wij werken aaneen oplossing. Dan moet ik gelijk denken aan Haarlemmerliede en dezonnepanelen. Daar trekt de Minister ook de portemonnee om tot eenoplossing te komen voor die schittering, omdat Haarlemmermeer het nietzelf kan betalen. Wij verschillen van mening over waar de schuld daarvoorligt, maar goed. Hoe gaat de Staatssecretaris dit dan oplossen? Of loop iknu vooruit op de brief?Staatssecretaris Aartsen:Nee, u loopt niet vooruit op de brief. Maar de situatie in Spijk is natuurlijkcomplex. Misschien is het goed om even te melden dat, juridisch gezien,de eigenaar verantwoordelijk is. De aannemer die het op die manier heefttoegepast, ook in die grote aantallen, is primair verantwoordelijk. Daar ligtdus ook de verantwoordelijkheid voor een goede verwerking of sanering.Als dat niet lukt, ligt de verantwoordelijkheid vervolgens bij de gemeente,bij de provincie en dan pas bij het Rijk. Daar hebben we ook middelenvoor.Maar heel eerlijk: de inwoners van Spijk hebben, om het netjes te zeggen,geen jota aan deze technische, juridische uitleg. Daarom heb ik gezegd, inhet kader van handelen: laten we contact hebben. De burgemeester vanSpijk zocht overigens ook met mij contact. Ik heb gezegd: laten we datapart doen, met respect voor elkaars rollen; laten we gewoon kijken hoeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34140 we elkaar kunnen helpen en hoe we die situatie kunnen oplossen. Dathebben we gezegd en we hebben ambtelijke hulp aangeboden. Op22 oktober is er nog een overleg met de VNG, het IPO en de water-schappen over deze situatie, waarbij ook de burgemeester van Spijkaanhaakt. Het is een bestuurlijk overleg om dit op een goede manier teregelen, want we moeten dit gewoon regelen voor de mensen daar.De heer Buijsse (VVD):Ik ben ook erg verheugd met de acht punten en de manier waarop deStaatssecretaris deze uitlegt. Ik wil er drie zaken in het bijzonder uitlichten. Daar wil ik ook een toezegging op vragen. Ten eerste voor Spijk. Ikben er ontzettend blij mee, want we hebben er echt meerdere kerenaandacht voor gevraagd. Zou de Staatssecretaris kunnen toezeggen deKamer voor het einde van dit jaar te informeren, als dat binnen demogelijkheden past, over de gesprekken en de voortgang die plaats-vinden? Wil hij daarbij ook betrekken wat binnen de bestaande financiëlekaders gehaald kan worden? Dan is duidelijk wie wat doet. Hetzelfdegesprek dat de inwoners in Spijk voeren, kunnen wij dan hier in de Kamervoeren; dan hebben we dezelfde informatie. Daar is grote behoefte aan. Ikhoop dat die toezegging er kan komen.De voorzitter:Laten we eens kijken of die toezegging er kan komen.Staatssecretaris Aartsen:Ja, voorzitter, dat kunnen we netjes doen.De voorzitter:Top. Gaat u verder.De heer Buijsse (VVD):Het tweede punt is dat ik verheugd ben over en tevreden kijk naar debestuurlijke gesprekken die gevoerd worden met de provincie Zeelandover de wateren aldaar, de Wester- en Oosterschelde.De industrietafel kwam hier ineens op tafel. Ik wist daar niets van, maardat is wel naar aanleiding van een motie die ik zelf heb ingediend. Ik hebdaar ook meerdere keren naar gevraagd.Staatssecretaris Aartsen:Ik heb u volgens mij zelfs genoemd in de Kamerbrief.De heer Buijsse (VVD):Ik ben heel verheugd dat dit op die manier voortgezet wordt en dat er zoinvulling wordt gegeven aan de motie, samen met partners uit het veld. Ikhoop dat daar ook een stukje marktcreatie en een stukje vraagcreatie uitvoortkomen, zodat we echt toe gaan naar een toepassing met zo minmogelijk milieu-impact. Ik zou de Staatssecretaris willen vragen de Kamerook op dat specifieke punt – ik geloof dat het stap acht was – te infor-meren, medio dit jaar of einde van dit jaar, als dat binnen de mogelijk-heden past.Staatssecretaris Aartsen:Als we dat in diezelfde brief mogen meenemen, scheelt dat weer papier.De voorzitter:Prima.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De Staatssecretaris erkent dat er vanaf 2005 tot 2025, dus tot nu, eigenlijkniets gebeurd is en dat de wetgeving die er destijds was ten aanzien vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34141 de bodemregelgeving niet geleid heeft tot welke vorm van inperking vanhet gebruik van staalslakken dan ook, met als gevolg dat er overal inNederland – dat is onderzocht; het zijn minstens 115 locaties – staal-slakken liggen, ook met grotere pakketten, in lagen van meer dan50 centimeter. Wat doen we met die plekken waarvan we weten dat ermeer dan 50 centimeter ligt en waarvan we nu eigenlijk erkennen dat datschadelijk zou kunnen zijn? Want daar is een wetenschappelijke onder-bouwing voor, zegt de Staatssecretaris zelf. Dan zeggen we eigenlijk: weerkennen dat het op al die plekken waar zo’n laag ligt, juridisch niet goedis. Dat ligt nu immers voor in Europa. Wat doen we met die locaties?Staatssecretaris Aartsen:Ik wil een nuance aanbrengen voordat ik wat zal zeggen over het trajectdaarna. Het is niet automatisch zo dat dat een veiligheidsrisico met zichmeebrengt. Dat hangt heel erg af van hoe het is toegepast, hoe dat isverpakt en afgedekt en of het in aanraking kan komen met grondwater ofandere vormen van water. Daarom zeg ik dat de crux zit in de vrijetoepasbaarheid. Het hoeft op zichzelf dus geen probleem te zijn, als ermaar voldoende waarborgen zouden zijn toegepast. Ik maak altijd devolgende vergelijking: een paraplu is waterdicht, totdat er een scheur inzit, en dan is die niet meer waterdicht. Dat hangt af van de kwaliteit van deparaplu; dat geldt dus ook hiervoor. We weten dat deze toepassingenveilig kunnen zijn, mits dat goed wordt gedaan. Alleen, er zijn in hetverleden geen waarborgen geweest en geen eisen gesteld. Er zijn geentoepassingen voor afgedwongen en geen vergunningen voor afgegeven.Er was geen monitoring en er was geen ILT of een andere omgevings-dienst om hierop toe te zien. Daarom zeggen we dat nu. We starten dusdat gesprek met de VNG, het IPO en de waterschappen om te komen toteen gezamenlijke aanpak. Ook hier zullen we weer een beetje een balansin moeten zoeken. We hoeven niet heel Nederland overhoop te halen enalles weg te trekken. Dat zou een overreactie zijn, maar we moeten welgoed in beeld krijgen waar sprake is van verhoogdrisicosituaties en hoewe daar vervolgens mee omgaan.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Er ligt nu in Europa dus iets voor. U zegt: we vallen terug op eenmeldplicht op het moment dat het daar niet mocht lukken. Kunt u detoezegging doen dat we eventueel terug kunnen vallen op de zwaarstevorm, dus een vergunningsplicht in plaats van een meldplicht?Staatssecretaris Aartsen:Gevoelsmatig denk ik dat als we lering trekken uit het verleden een vormvan vergunningsplicht in die permanente aanpak moet zitten. De redenwaarom ik dit nu niet wil toezeggen in dit meldplichttraject is omdat wedaar gewoon netjes het wetstraject aflopen. Als ik daar nu een substan-tiële wijziging in aanbreng, moet ik weer terug naar start met datwetstraject. De reden dat we die meldplicht gaan doorzetten is omdat wedeze tijdelijke regeling hebben en wetgeving nou eenmaal een tijdjeduurt. Daarom hebben we gezegd: laten we dat nou doorzetten, want danhebben we in ieder geval dat. En laten we in de tussentijd heel hardwerken aan een permanente oplossing, waarbij een vergunningsplichtvoor bepaalde toepassingen, gelet op alles wat er nu speelt, ongetwijfeldbij het instrumentarium hoort.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Het is balen dat er altijd zo weinig interrupties zijn, maar ik wil toch hetvolgende van u weten.De voorzitter:U heeft ook nog een tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34142 De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Dan wil ik toch nog het volgende vragen. U heeft iets naar Europagebracht. U zegt: dat hebben we gedaan op basis van juridischehoudbaarheid en wetenschappelijke onderbouwing. Hoogleraar milieu-kwaliteit Annemarie van Wezel zegt dat daar geen juridische onder-bouwing voor is. De heer Van der Sloot zegt: uit onderzoek dat ik hebgedaan, is de schadelijkheid van staalslakken in pakketten juist ook kleinerdan 50 centimeter gebleken. Dus zou de Staatssecretaris alstublieftkunnen uitleggen, via een brief of wat dan ook, op basis van welkejuridische houdbaarheid en wetenschappelijke onderbouwing u juist dátheeft voorgelegd aan de Europese Unie en niet iets anders? Dat zoudenwij heel graag willen weten, want daar hebben we heel veel vragen over.Dus liefst via een brief willen we daar uitleg over als dat kan.Staatssecretaris Aartsen:Dat kan ik sowieso toezeggen. Ik heb dat onderzoek ook gezien; dat is datonderzoek uit 2007, 2009, geloof ik. Dus dat is alweer een tijd geleden. Jemoet je ook baseren op recente onderzoeken en ontwikkelingen hierin,ook vanwege de locatiespecifieke toepassingen. Wij hebben ons daarbijgebaseerd op de signaalonderzoeken vanuit de ILT. Die zien specifiek toeop het Duomix-rapport, en de dikte van 0,5 meter, ten aanzien van delocaties voor direct contact. Ook de RIVM-onderzoeken liggen tengrondslag hieraan. Er zijn nog een paar meer onderzoeken, maar ik kandie netjes op een rij zetten voor u. Dat is geen enkel probleem.De voorzitter:Die toezegging is genoteerd. Volgens mij zijn er geen interrupties meer.Dan verzoek ik u om verder te gaan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, een technische vraag. In welk blokje zitten we nu? Ik ben dedraad echt een beetje kwijt. Is dit nog steeds ...De voorzitter:Dat is niet mijn schuld, wil ik even gezegd hebben. Maar laten we het aande Staatssecretaris vragen.Staatssecretaris Aartsen:Dit is blokje één: staalslakken. Blokje twee is: Tata. Vervolgens pfas en danoverig. Er is vanuit mij en de Minister van KGG contact geweest met devoorzitters van beide Kamercommissies, met het volgende aanbod: zegalsjeblieft hoe je op een goede manier parlementair wil spreken over deJLoI, omdat we, oprecht, graag willen voldoen aan alle vragen. Volgensmij spreekt de Minister van KGG morgen met de Kamer over een aantalklimaatonderwerpen. Ik zit hier zelf donderdag nog. Wij willen oprecht onsbest doen om zo goed mogelijk antwoord te geven op de vragen vanbeide Kamercommissies. Er is ook plenair wat aangevraagd. Ik kan weliets vinden van wat het lid Kostic´ zegt, maar ...De voorzitter:Wat zegt het lid Kostic´ dan?Staatssecretaris Aartsen:Volgens mij probeert het lid aan te geven dat het graag met het kabinet ingesprek wil over dit onderwerp en een stuk ongemak voelt bij hoe we hetproces nu doen. Maar dan vul ik iets voor het lid Kostic´ in; dat moet ik nietdoen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34143 Het is natuurlijk wel ongemakkelijk, maar dat is niet alleen voor mij zo. Ikspreek natuurlijk mensen in het land, die zich niet alleen zorgen makenover staalslakken maar ook over het proces rondom Tata Staal. Ook ik alsKamerlid voel me de hele tijd buitenspel gezet omdat de onderhande-lingen de hele tijd achter de schermen plaatsvinden; ik heb het gevoel dater heel weinig ruimte is om te sturen. En zelfs als je bijstuurt met moties,waar de Partij voor de Dieren samen met andere partijen heel hard aanheeft getrokken, worden de moties gewoon niet gerespecteerd. Het is dusaardig dat dat aanbod er is, maar zorg er dan ook voor dat de VVD mijnverzoek steunt om een spoeddebat te houden. Dat is nu door ze geblok-keerd. Dan kunnen we openlijk over deze kwestie spreken, en hoeft datniet in achterkamertjes te gebeuren. Maar dat is een procesvraag die ikzelf eigenlijk niet verder wilde opwerpen. Ik heb een aantal onbeant-woorde vragen over die staalslakken, dus als dit rondje ...Staatssecretaris Aartsen:Ik ben nog niet klaar met het blokje staalslakken.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Oké, dat is duidelijk.De voorzitter:Nou, laten we doorgaan.Staatssecretaris Aartsen:Ik zal alle technische vragen ten aanzien van staalslakken beantwoorden.Nogmaals, het was oprecht de bedoeling om alle vragen van uw Kameren van omwonenden en andere betrokkenen zo goed mogelijk proberente beantwoorden.De heer Boutkan vroeg mij waar de ELO-staalslakken waren gebleven. Ikkan hem meedelen dat ook ELO-staalslakken onder de tijdelijke regelingvallen, omdat ELO-staalslakken vergelijkbare eigenschappen hebben endus ook risico’s kennen. ELO-staalslakken vallen er dus ook onder.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):U ziet het, hè, ik volg trouw de voorzitter, zoals altijd. De vraag waseigenlijk: waar zijn ze gebleven? Alles wat u schrijft, gaat alleen maar overLD-staalslakken. Ik kom in al die verhalen nergens die ELO-staalslak meertegen; niet in die tijdlijn, niet in de constateringen van de ITL over de tienlocaties die bekend waren en de veertien locaties die niet bekend waren.Ik kom die hele ELO-slakken niet meer tegen. Dan vraag ik me af: waarheb je je dan druk om lopen maken?De voorzitter:Waar zijn ze?De heer Boutkan (PVV):Waar zijn ze dan? Kom op, wees duidelijk!Staatssecretaris Aartsen:Ze vallen onder de regeling zoals we die hebben ingesteld. Ze vallen daargewoon onder. Misschien is er in de Kamerbrieven te vaak gesprokenover staalslakken in het algemeen of LD-staalslakken in het bijzonder,maar u kunt ervan op aan dat zowel LD-staalslakken als ELO-staalslakkenonder de regeling vallen zoals ik die net heb geschetst.De heer Boutkan (PVV):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34144 Dus als ik de Staatssecretaris goed begrijp, is het gewoon één pot nat, LD-en ELO-staalslakken. Hij heeft niet een paar keer over ELO geschreven,nee, hij heeft daar helemaal niet over geschreven. U legt dus een verbodop, maar het is één pot nat, dus vandaar dat u zegt: ze zitten erin. Ja, zolust ik er ook nog wel een paar, zeg.Staatssecretaris Aartsen:Dat is niet waar, want dan verwijs ik naar mijn Kamerbrief van 21 juli. Devierde zin van die brief luidt: «Ik druk per direct op de pauzeknop voor detoepassingen van LD-/ELO-staalslakken.» Als u de toezegging wil dat wijvoortaan bij het woord «staalslakken» in alle brieven «LD/ELO» ervoorzetten, dan zullen we dat doen. Dat zeg ik oprecht. Laat ik alle misver-standen wegnemen: de tijdelijke regeling voorziet in zowelELO-staalslakken als in LD-staalslakken. Duidelijker kan ik niet zijn.De heer Vermeer vroeg iets over open toepassingen. Ik denk dat het goedis om hier te benoemen dat het tijdelijke verbod geldt voor toepassingenop land waar direct contact ook mogelijk is. Dus dat zijn open toepas-singen. Dat hebben we op die manier gedaan.De heer Vermeer (BBB):Ik vroeg volgens mij iets anders. Of ik begrijp het antwoord niet; dat kanook nog. Ik vroeg: is de Staatssecretaris bereid om open toepassingen optermijn volledig te verbieden en dat wettelijk te borgen? Volgens ons ishier nu alleen maar sprake van een tijdelijke maatregel.Staatssecretaris Aartsen:Op dit moment valt het dus onder de tijdelijke regeling. Aan de perma-nente regeling wordt op dit moment gewerkt. We bekijken wat de meestverstandige zaken daarin zijn. Dat doen we op basis van onderzoeken. Ikkan dat dus nu nog niet toezeggen, maar weet dat we op dit momentvoldoende grond zien om open toepassingen nu al te verbieden, omdatdaarbij direct contact mogelijk is. We moeten goed bekijken of we datwillen terugdraaien in een permanente regeling, maar weet dat er nu inieder geval voldoende grond is om het tijdelijk te verbieden. Of hetpermanent kan, moeten we dus nog bekijken.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:De heer Boutkan vroeg waarom afdekfolie in het verleden niet is voorge-schreven. Hier zit inderdaad de crux. In beginsel moet de toepassermaatregelen nemen in het kader van de zorgplicht. Ook moet er op demilieuverklaring bodemkwaliteit staan waarmee de toepasser rekeningdient te houden. De juiste maatregelen zijn afhankelijk van de situatie ende locatie, maar zoals we weten, is dit de theoretische situatie. We wetenvanwege de vrije toepassing en de ingewikkeldheid dat het nietgemonitord, geregistreerd, vergund en gemeld is. Het is dus heelingewikkeld om dat goed te handhaven. Er hebben dus te veel omissiesplaatsgevonden, waardoor dit in het verleden op een aantal plekkenhelaas niet op een goede manier is gebeurd.De heer Vermeer vroeg mij: kan de Staatssecretaris de import tijdelijkopschorten? Dat is dus helaas vanwege het vrije verkeer van goederen inde Europese Unie niet mogelijk. Het is wel zo dat ongeacht waar destaalslakken vandaan komen, de toepassing op Nederlands grondgebiedmoet voldoen aan de tijdelijke regeling en het tijdelijke verbod.De heer Vermeer (BBB):Eigenlijk wil ik nog interrupties bewaren voor de windturbines, dus dat gaik ook zeker doen. Maar vrij verkeer van goederen betekent ook niet datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34145 we illegaal vuurwerk maar gewoon mogen transporteren en importeren.Datzelfde geldt voor drugs. Zegt de Staatssecretaris eigenlijk dat er geenenkele manier is om de grenzen tijdelijk dicht te gooien voor productenwaarvan wij niet goed weten hoe die toegepast gaan worden?Staatssecretaris Aartsen:Nee, omdat de wet- en regelgeving over de vraag hoe het moet wordentoegepast leidend en geldend is in Nederland. Dat geldt zowel voorproducten die in Nederland als voor producten die in een ander land zijngemaakt. Dat geldt ook voor vuurwerk. In Nederland gelden regels tenaanzien van vuurwerk. Als een product niet aan die regels voldoet, is hetdus illegaal vuurwerk. Het maakt niet uit uit welk land het komt. Het moetvoldoen aan de wet- en regelgeving die in Nederland geldt voor toepas-singen; vandaar dat het inderdaad niet mogelijk is. Ik benadruk nogmaalsdat het niet uitmaakt waar het vandaan komt. Het moet en zal aan dezeregels voldoen.Voorzitter. Mevrouw Wingelaar stelde nog een aantal vragen over desecundaire bouwstoffen. Ik heb al toegezegd dat daar een apart beleids-kader voor komt, in lijn met haar motie daarover. Het is echt heelbelangrijk dat we dit voor heel veel andere bouwstoffen goed doen; datwil ik ook echt. Je wilt hier lering uit trekken en die elementen daarinmeenemen, als je kijkt hoe we dat nu hebben gedaan. We gaan dus eenstevig beleidskader optuigen voor de hele keten. Daarbij kijken we naarmeer producentenverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hetmateriaal. We kijken ook naar een goede registratie van de plaats waarsecundaire bouwstoffen worden toegepast, zodat je daar eventueel opeen later moment iets mee kan doen en er zicht op hebt. We kijken ooknaar meer handvatten voor toezichthouders.Mevrouw Wingelaar had ook nog gevraagd naar haar beide moties. Ik kanhaar aan het einde van het jaar informeren over de vervolgaanpak van hetbeleidskader voor secundaire bouwstoffen.Het lid Kostic´ heeft mij gevraagd naar de casus in Beverwijk. De gemeenteBeverwijk kan op basis van de Omgevingswet zelf maatregelen nemen.Ook de reikwijdte daarvan is aan hen. Ik wijs er wel op dat ook zij dienente voldoen aan de uitgangspunten zoals ik die eerder heb geformuleerd:wetenschappelijke onderbouwing, proportionaliteit, effectiviteit enjuridische houdbaarheid.De heer Bamenga vroeg waarom er nog geen regels ten aanzien van dezuurgraad gelden. Wij doen daar op dit moment onderzoek naar. Uit detijdlijn blijkt namelijk echt dat de pH-waarden en de pH-effecten vanbelang zijn in de weging van de vraag hoe we dit doen. Feit is echter weldat het op dit moment nog niet genormeerd is. Dat heeft ermee te makendat de normstelling zich richt op het product en niet zozeer op detoepassingsomstandigheden. De mate waarin het pH-effect kan optreden,is ook afhankelijk van de locatiespecifieke omstandigheden. Op basis vande zorgplicht moet de toepasser daar rekening mee houden. Nogmaals,het RIVM doet op dit moment onderzoek naar de pH-effecten van dezebouwstoffen.De heer Buijsse vroeg mij wat de staat is van de beoordeling van denoodregeling. Ik verwacht dat de Europese Commissie in oktober eenconceptbesluit daarover zal delen met alle lidstaten. Wij hebben op ditmoment nog geen indicatie van de beoordeling. Nogmaals, wij kijkenreikhalzend uit naar dat besluit. In het geval van een afkeuring moeten wijde regeling per direct intrekken. Op het moment dat het wordt goedge-keurd, dient Nederland binnen drie maanden een nieuw voorstel in, voorbeperking op heel Europees niveau.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Buijsse.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34146 De heer Buijsse (VVD):Er staat ons allen natuurlijk een heel belangrijk moment te wachten. Nuverwijst u bij veel toezeggingen naar een brief in december, aan het eindvan het jaar. Maar in dit geval zou ik willen vragen of u de Kamermisschien eerder zou kunnen informeren. En hoe zou u dat willenaanpakken?Staatssecretaris Aartsen:Ik verwacht dat het ongetwijfeld nieuws zal zijn als de EuropeseCommissie hierover een besluit neemt, maar ik zal u zeker het besluit vande Europese Commissie doen toekomen op het moment dat wij dathebben ontvangen.De voorzitter:Op welke termijn is dat? Is dat binnen afzienbare tijd zodra het besluitgenomen is?De heer Buijsse (VVD):Ik bedoel eigenlijk ook wat dan de reactie van het kabinet op dat besluit is.Wil het vervolgens toch die extra procedure doorlopen of niet? Het nieuwsontvangen is één ding, maar ik zou in datzelfde schrijven graag meege-nomen willen hebben wat het kabinet daarmee gaat doen.De voorzitter:U vraagt dus om het handelingsperspectief daarbij.Staatssecretaris Aartsen:Dan heb ik wel iets langer nodig dan een dag als we het besluit binnenhebben. Dat is altijd een beetje de balans. Nogmaals, we kunnen hetopdelen. Ik kan u rechtstreeks het besluit doen toekomen, zonderappreciatie vanuit het kabinet. Dan bent u daar formeel van op de hoogte.Ik kan u daarna de appreciatie toesturen. Daar heb ik dan wel even tijdvoor nodig. Dat hangt natuurlijk ook af van wat het uiteindelijk gaatworden.De heer Bamenga vroeg mij of één jaar voldoende is. Ik denk het wel. Ikdenk dat we deze situatie ook niet langer moeten willen hebben. Het moetons echt lukken om voor die periode alvast wat stappen te zetten. Het isoverigens mogelijk om het verbod nog te verlengen met een halfjaar.Maar ik verwacht dat we een aantal onderzoeken al op de korte en langetermijn terug zullen hebben. Ook de opties voor het handelingsperspectiefdaarna zijn we op dit moment samen met relevante stakeholders in kaartaan het brengen: een verbod, een vergunningsplicht, een uitgebreidemeldplicht of een registratieverplichting.Mevrouw Wingelaar vroeg mij naar de situatie in Zeeland. Zij schetste ookprecies mijn dilemma: ga je op basis van één specifieke casus eenuitzondering maken? Daarom hebben wij gezegd: laten we rolvastheidbetrachten. Ik heb de juridische situatie net geschetst, maar we hebbenwel bestuurlijke afspraken kunnen maken, ook vanwege het feit datRijkswaterstaat natuurlijk inpandt bij het Ministerie van IenW. Die isoverigens ook de enige toepasser van staalslakken in de Ooster- enWesterschelde; dat helpt. Daarom hebben wij op deze manier gezegd:laten we de gesprekken aangaan. Dat is overigens de houding die ik in hetalgemeen wil hanteren, bijvoorbeeld ook in de casus van Spijk. Laten webestuurlijk goed met elkaar proberen de problemen van mensen op telossen.Mevrouw Wingelaar (NSC):Was het dan wel de bedoeling om dat dit jaar te gaan toepassen in deOoster- en Westerschelde?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34147 Staatssecretaris Aartsen:Het was inderdaad wel de bedoeling om dat toe te passen, weliswaar opkleine schaal, maar er zouden wel toepassingen van zijn. Toen isgevraagd: zouden we dat op een andere manier kunnen oplossen?Rijkswaterstaat was bereid te zijn om dat te doen en heeft gezegd dat datlukte. Voor de grotere toepassingen daarna zijn staalslakken niet uitge-sloten. Rijkswaterstaat heeft gezegd wel extra waarborgen in te kunnenbouwen om ervoor te zorgen dat de staalslakken die zijn toegepastbijvoorbeeld al zijn uitgeloogd of schoner zijn, of alternatieve toepas-singen, nog los van de zorgplicht, registratie, handhaving, kwaliteitskeur-merken, kwaliteitszorg en dat soort dingen.Mevrouw Wingelaar (NSC):Maar welk alternatief wordt er dan nu geboden? Daar ben ik wel heelbenieuwd naar.Staatssecretaris Aartsen:Het alternatief tot 1 juli 2026, optie 1 ...De voorzitter:Licht u uw vraag even toe.Mevrouw Wingelaar (NSC):U zei: het zou toegepast worden, maar er is nu naar een andere oplossinggezocht. Ik ben heel benieuwd naar welke oplossing.Staatssecretaris Aartsen:Dan moeten we voor de tweede termijn even navragen welke steensoortdat is. De ingenieurs van Rijkswaterstaat gaan nu heel hard aan het werk.De voorzitter:Dat horen we dan in de tweede termijn. Gaat u door.Staatssecretaris Aartsen:Het is breuksteen, krijg ik door.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, mag ik, voorzitter?De voorzitter:Het lid Kostic´ met haar laatste interruptie, denk ik. Dan is het deeen-na-laatste.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Hoeveel interrupties hadden we dan? In de tweede ronde heb ik toch noggeen interrupties gepleegd?De voorzitter:Ik kan me niet voorstellen dat deze streepjes hier voor niets staan. Ikbenadruk even dat u allen een tweede termijn heeft. Daar kunt u goedgebruik van maken. Dan maken we daar twee minuten van.Staatssecretaris Aartsen:De heer Boutkan vroeg mij of er een verband is tussen kreeftensterfte enstaalslakken. Op basis van onderzoek van de WUR, de universiteit inWageningen, blijkt dat dat niet het geval is. Ook het RIVM heeft daaronderzoek naar gedaan. Ik zie natuurlijk wel dat er zorgen zijn bij deZeeuwen over die kreeftensterfte. Dat ziet het kabinet ook. Het Ministerievan LVVN heeft opdracht gegeven om een breed onderzoek uit te voerennaar de oorzaken van de achteruitgang van kreeften, zodat we daar voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34148 eens en voor altijd duidelijkheid over krijgen. Ik heb zelf aangeboden omsamen met de vissers en de visserijsector in Zeeland in gesprek te gaan. Ikheb ook aangegeven dat als er op bepaalde onderdelen behoefte is aanextra aanvullend onderzoek naar staalslakken, ik van harte bereid ben omdat mee te nemen, als die zorgen daar leven.Mevrouw Koekkoek vroeg of er zorggeld beschikbaar is vanuit VWS voorde handhaving en preventie van staalslakken en pfas bij gemeenten. Hetantwoord daarop is «nee». Wij ondersteunen gemeenten en provincies opdit moment wel bij het opruimen van bodemverontreiniging via de SPUKBodem.De heer Bamenga vroeg mij: waarom is het ATR niet om aanvullendadvies gevraagd over de definitieve versie? Dat was omdat wij in deveronderstelling waren dat we al over de volledige range een ATR-advieshadden gevraagd, over de meest vergaande variant. We hebben hetadvies van ATR op die meest vergaande variant meegenomen in deonderbouwing van de noodzakelijkheid en proportionaliteit. Daarom zijnwe uitgekomen op een gedeeltelijk verbod met vergunningsplicht.Vandaar dat we dat niet hebben gedaan om de reden die toen voorlag.Het ATR heeft ons erop gewezen dat dat eigenlijk wel had gemoeten,maar dat is de situatie zoals die is.Dan ga ik nog in op de vraag van het lid Kostic´: waarom heeft deStaatssecretaris gekozen voor artikel 129 en niet voor artikel 128? Excuus,het lid Kostic´ en mevrouw Wingelaar hebben mij deze vraag allebeigesteld, dus bij dezen beantwoord ik de vraag voor hen beiden. Demaatregel over staalslakken is op nationaal niveau gebaseerd opnoodrecht en is met onmiddellijke ingang van kracht. De REACH-verordening kent twee juridische grondslagen voor nationale maatre-gelen, artikelen 128 en 129. Daarbij is artikel 129 de basis wanneer jeonmiddellijk en absoluut noodzakelijk dient in te grijpen. Dat is nu hetgeval door middel van de noodregeling. Artikel 128 leent zich niet vooreen verbod op onmiddellijke inwerkingtreding. Dat is dus ook nietgeschikt voor de betreffende noodregeling. Er is ook een onderscheidtussen stoffen die reeds onder de REACH-verordening vallen en nieuwestoffen. Daar zit het onderscheid tussen beide wetsartikelen in.Dit was kopje één, voorzitter.De voorzitter:Dit was kopje één. Ik stel voor dat we blokje twee doen en, op verzoek vaneen van de leden, daarna een hele korte schorsing. Maar laten we eerstmet elkaar blokje twee afmaken.Staatssecretaris Aartsen:Het is een flink kopje, overigens. Ik hoor de voorzitter iets zeggen buitende microfoon. Ik ben het met u eens, voorzitter.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb een half gemiste vraag. Of misschien heb ik het antwoord gemist. Ikwil vooral een duidelijker antwoord ... Ik zie iets gebeuren bij de voorzitter.Ik wacht wel even.De voorzitter:Gaat u door.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik had ook een vraag gesteld over de uitloging van stoffen. Ik wil graagverduidelijking. Wat gaat de Staatssecretaris doen om de Regelingbodemkwaliteit aan te vullen met de stoffen die de ILT ook heeft geadres-seerd? Daar moet je nog beter naar kijken en daar moet je de Regelingbodemkwaliteit mee aanvullen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34149 Staatssecretaris Aartsen:Dat gaat over de positionpaper van de ILT van vorige week. Klopt dat?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja. Wat gaat u daar precies mee doen? Want dat snap ik nu nog niet.Staatssecretaris Aartsen:Daar kom ik graag in de tweede termijn uitgebreid op terug. Dan kan ik udaar netjes antwoord op geven. Vindt u dat goed?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja. Dan een echte interruptie als vervolgvraag op het antwoord overartikelen 128 en 129. Nee? Heb ik geen interrupties meer?De voorzitter:Die heb je wel, maar goed ... Doe maar. Lid Kostic´.De heer Boutkan (PVV):Dus we hebben er nu zes?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Jeetje jongens, wat een rumoer hieromheen. Ik ben op zoek naar hetvolgende. Is het niet toch handig om artikel 128 bij de EuropeseCommissie in te brengen? Dat is namelijk een makkelijkere procedure enbiedt meer speelruimte voor de lidstaten in plaats van zo’n strengetoetsing. Dan staan we straks niet met lege handen.Staatssecretaris Aartsen:Zoals ik net al zei, hebben we gekozen voor artikel 129 vanwege het feitdat je direct wil ingrijpen. Je wilt grip hebben op de zaak. Je wilt desituatie nu in ieder geval tijdelijk bevriezen, met de pauzeknop, zodat je opbasis daarvan definitieve wetgeving kunt maken. Dat is wat we nuhiermee doen. We denken dat artikel 128 daar niet voor geschikt is. Ik stelvoor dat we de afweging van de Europese Commissie afwachten. Weverwachten die ergens binnen nu en twee weken.Mevrouw Wingelaar (NSC):Ik hoor wat de Staatssecretaris zegt over artikel 129 en dat het dus perdirect moest. Maar ik heb liever een verbod dat standhoudt, zodat weinderdaad dadelijk niet met lege handen komen te staan. Wat gebeurt erals het dadelijk van tafel geveegd wordt? Wat gaat de Staatssecretaris dandoen?Staatssecretaris Aartsen:Nou ja, ik ga vooral zorgen dat het niet van tafel wordt geveegd. Laten wedaarmee beginnen. Daarom heb ik dit ook al een aantal keer ter sprakegebracht bij de Eurocommissaris. Ik heb daar met mevrouw Roswall altwee keer over gesproken. Ik heb daar ook met haar kabinetschef overgesproken. Ik heb ook geïnvesteerd in de relatie met andere milieumi-nisters. Ik ben Staatssecretaris, maar daar mag ik me «Minister» noemen.We gaan hier echt voor. Nogmaals, als er een indicatie zou zijn dat deEuropese Commissie dit zou afwijzen, dan stap ik in de auto die kant op. Ikvind namelijk dat we het aan onze stand verplicht zijn. De manier waarophet is toegepast, de tijdlijn en de situaties die zich hier voordoen, moetenwe gewoon niet willen. We moeten dat linksom of rechtsom goedorganiseren. Handelen is mijn kompas op dit onderdeel, zodat we gripkrijgen en vooruit kunnen. Dat is waar ik nu op focus.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34150 De vraag was dus: wat als het niet lukt? De toezegging is dat u dan in deauto stapt.Staatssecretaris Aartsen:Zeker.De voorzitter:Gaat u door.Staatssecretaris Aartsen:Dan wordt mevrouw Koekkoek natuurlijk boos, omdat ik niet met de treinga, maar dat is het volgende debat. Ik kom uit Breda, dus het is niet zoheel ver naar Brussel. Dat scheelt.Dan het blokje Tata Steel en de joint letter of intent die we hebbenafgesproken. Misschien zeg ik er vooraf even bij: hierover zijn heel veelvragen gesteld en ik ga mijn best doen om de vragen ten aanzien van degezondheidsaspecten zo goed mogelijk te beantwoorden. Er zijn ook eenaantal vragen gesteld die niet op mijn domein liggen. Daarvoor moet ikverwijzen naar de Minister van KGG. Zij gaat over het algemene beleid tenaanzien van de maatwerkafspraken, over het proces, over de businesscaseen over de CO2-reductie en de fases die daarbij horen.Voorzitter. Het kabinet is blij dat het deze intentieverklaring heeft kunnentekenen. Nogmaals, het is een intentieverklaring, een intentieovereen-komst, waarin we echt een aantal scherpe doelen met elkaar hebbenafgesproken. Dat zijn doelen ten aanzien van de gezondheid van deomwonenden. Het zijn concrete doelen, die juist ook zijn aangescherptnaar aanleiding van het advies van de expertgroep. Ik blijf benadrukkendat het in beginsel een intentieovereenkomst is om binnen een jaar tekomen tot bindende afspraken over de acties die we met elkaar gaandoen.Er wordt aangegeven dat er nu al geld zou zijn overgemaakt of dat er eenmiljardendeal zou zijn gesloten, maar daar is geen sprake van. We hebbenmet elkaar een intentieovereenkomst gesproken die de contouren van diebindende afspraken moet vormgeven. Een eventueel volgend kabinet magdaar vanzelfsprekend anders in beslissen. Wij denken dat dit eenbelangrijke stap is, omdat het de beste manier is om de gezondheid opkorte termijn verbeteren met de beschikbare middelen. Juist voor degezondheid van de mensen in de omgeving zou niks doen in mijn ogenvele malen dramatischer zijn. Daar schiet niemand iets mee op, terwijl wenu echt stappen kunnen zetten. En ja, het is ongetwijfeld te weinig. Ja, hetis ongetwijfeld te langzaam. Ja, ik zou het ook allemaal sneller en beterwillen. Ik zou meer willen, maar we zijn natuurlijk ook gebonden aan hetwettelijke kader van dit moment. Dit zijn bovenwettelijke afspraken.Volgens mij kunnen we echt een aantal stappen zetten. Ik herken me danook niet in de beelden die zijn geschetst, namelijk dat de gezondheidsa-specten niet zijn meegenomen.Laten we gewoon eens even een aantal doelen doornemen. Er zijnconcrete doelen afgesproken. Het klopt inderdaad dat die in deconcept-JLoI onvoldoende op die manier waren opgenomen. Daaromhebben we de expertgroep gevraagd om naar de gezondheid te kijken. Wehebben die gezondheidsaspecten overgenomen door te zeggen: diedoelen gaan we in die afspraken borgen, zodat je het bedrijf eraan kuntgaan houden, als je daar uiteindelijk bindende afspraken over gaat maken.Dan hebben we het over 35% minder fijnstofuitstoot. We hebben het over44% minder stikstofuitstoot en over 1% nationale uitstoot. Als je nagaathoeveel dat is op het gebied van de landbouw, dan is dat echt een enormestap qua reductie. Het gaat om 68% minder lood, 57% minder benzo[a-]pyreen en 43% minder stikstof. Dat zijn echt enorme stappen achteruit.Zou je meer willen? Ongetwijfeld! Zou je het sneller willen? Zeker! Maargelet op de situatie die er nu is en gelet op de alternatieven denk ik echtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34151 dat niks doen een worstcasescenario zou zijn, juist voor de gezondheidvan de omwonenden. Ik denk dus dat we hier echt goed aan gaan doen.Voor 2030 kunnen we bovenwettelijke milieumaatregelen nemen, zoalshet plaatsen van windschermen, silo’s, overkappingen, grondstofopslag,inhuizing van schrootopslag, stofbeperkende maatregelen bij deverwerking van staalslakken en maatregelen op het gebied van inkluizing,andere koelmethodes en windschermen. Ook AMVI en de expertgroepgeven aan dat dit een goede stap is voor het bedrag dat je erin investeert.We zouden hiermee 600 miljoen euro investeren in gezondheidsmaatre-gelen. Ik plaats het toch nog maar even in perspectief: de jaarlijksIenW-begroting op het gebied van milieu is slechts 190 miljoen. Dat iseven het perspectief waar we het over hebben. Door deze deal kunnen we600 miljoen euro investeren in gezondheidsmaatregelen voor deomwonenden. Dat betekent ook dat we bijvoorbeeld een extra subsidievanuit het Rijk kunnen geven aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaal-gebied. Dat bedrag is 19 miljoen euro. Ik hoorde net een aantal kerenvoorbijkomen dat we dat niet zouden doen, maar dat doen we dus wel,zeg ik toch nog maar eventjes nadrukkelijk. We doen dit juist, omdat wewillen dat het bedrijf zich aan de wet- en regelgeving gaat houden. Er isop dit moment gewoon een wettelijk traject. Het gezag ziet daarop toe. Inverband met de ontbindende voorwaarden aan de kant van de overheidhebben we gezegd: het bedrijf zal in control moeten zijn als het gaat omde situatie on the plant en het bedrijf zal zich moeten gaan houden aanwet- en regelgeving, voordat wij of onze opvolgers uiteindelijk dehandtekening gaan zetten ten aanzien van dit soort bindende afspraken.Dan kom ik op de adviezen van de expertgroep. Deze groep gaf aan dat degezondheidswinst in de concept-JLoI beter geborgd moet zijn en dathebben we dus ook gedaan. We hebben de emissiewinsten als hardevoorwaarde gesteld in deze JLoI. We hebben extra stoffen toegevoegd enwe hebben ook het traject rondom de GER geïntroduceerd. Dat zal watons betreft onderdeel uitmaken van de daadwerkelijke maatwerkaf-spraken. Nog langer wachten, leek ons nu niet verstandig. Ik ga zo nogwat meer zeggen over de GER, de gezondheidseffectrapportage. Wat onsbetreft gaat die onderdeel uitmaken van de dwingende maatwerkaf-spraken. De adviezen ten aanzien van de financiële zekerheden hebben weook opgevolgd, ook als het gaat om de subsidiefuik et cetera et cetera.Voorzitter. Dat was het algemene deel. Ik heb een aantal vragen gekregen.De leden Gabriëls, Koekkoek en Boutkan stelden de vraag: is gezondheids-winst een hoofdpunt of een ondergeschoven kind? Ik kan zeggen datgezondheidswinst juist het hoofdpunt is bij deze deal. Zonder deze dealhebben we echt een probleem als het gaat om het verbeteren van desituatie, gewoon simpelweg vanwege het wettelijk instrumentarium op ditmoment. Het is echt goed om dat te beseffen. Nogmaals, het gaat omenorme aantallen wat betreft reductie van fijnstof, stikstof en lood. Wegaan werken aan een harde resultaatsverplichting voor Tata Steel, want ikvind gewoon dat dat bedrijf deze reductie moeten doorvoeren voor deomgeving.De heer Bamenga vroeg mij naar de gezondheidsgaranties. Die garantieszijn opgenomen, maar het beeld is vandaag in de nieuwsberichten eenbeetje vertroebeld geraakt. Er lag een concept-JLoI. Daar hebben weadvies op gevraagd van AMVI en de expertgroep. De ExpertgroepGezondheid IJmond onder leiding van Marcel Levi moest daar adviezenover geven en die hebben we daarin opgenomen. Daardoor hebben wedingen aangepast. Dat is de harde afspraak voor het behalen van diereducties. De precieze gezondheidseffecten gaan we dus in kaart brengenmet behulp van die GER. Daar kom ik zo nog op terug.Sorry, ik moet nu even lezen. Het lid Kostic´ vroeg: ziet de Staatssecretarisdat dit ook een belemmering zou kunnen vormen? Nee, want ditmaatwerkpakket ziet toe op bovenwettelijke maatregelen. Het gaat dus ommeer dan de wet op dit moment afdwingbaar maakt. Ik denk dat het goedTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34152 is om te vermelden dat dit het reguliere beleid niet belemmert. Wijkunnen de wet- en regelgeving aanpassen. Bij de omgevingsdienst looptgewoon het reguliere traject als het gaat om de handhaving van wet- enregelgeving. Sterker nog, de overheid heeft juist gezegd: het bedrijf zalzich aan wet- en regelgeving moeten gaan houden en het bedrijf zal incontrol moeten zijn. Anders is dat een ontbindende voorwaarde.Voorzitter. Waarom lopen de maatwerkafspraken niet gelijk op met degezondheidseffectrapportage, waar de Kamer om heeft gevraagd? Dat iswel onze bedoeling. Ik deel de wens ten aanzien van de GER. Daar sturenwe op en die wordt op dit moment gemaakt. De GER vertaalt emissies ingezondheidseffecten. Het is dan ook onze inzet om die GER op te nemenin de daadwerkelijke maatwerkafspraken.Waarom zijn er geen harde afspraken gemaakt over ZZS? Die hebben wewel gemaakt. Ik refereer aan de stoffen die ik net noemde.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van ...Staatssecretaris Aartsen:Ik ben bijna klaar, voorzitter. Excuus. Ik heb nog twee briefjes. Eén gaatover de vraag waarom er geen harde afspraken gemaakt zijn over meten.Dat is dus wel het geval. De afspraken over meten en monitoren zijnexpliciet onderdeel van de JLoI, mede naar aanleiding van het advies vande expertgroep. We zorgen ervoor dat het op een goede, onafhankelijkemanier wordt gedaan binnen de afspraak. Daarnaast verwijs ik naar deKamerbrief die ik hierover heb gestuurd, waarin staat dat ik samen metTata aan het bekijken ben of we onafhankelijk genoeg kunnen borgen dater goed gemeten wordt. Dit is een breder terugkerend probleem bijmeerdere bedrijven. We zijn dus aan het bekijken of we, binnen wat dehuidige wet voorschrijft, een bedrijf niet zelf de metingen laten doen,maar dat op een andere manier kunnen organiseren, bijvoorbeeldpubliek-privaat en met beter publiek toezicht. Ik zie namelijk ook dat heteen beetje lijkt op: een slager keurt zijn eigen vlees. Er zitten op ditmoment een aantal waarborgen in, maar ik wil bekijken of we daar extrawaarborgen aan kunnen toevoegen.Voorzitter. Dat waren de antwoorden.De voorzitter:Yes. U heeft een interruptie van de heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Ik heb een verduidelijkende vraag over de status van die GER. Voor zovermij bekend heb je vergunningstrajecten. Een vast onderdeel daarvan,wettelijk geborgd, is de MER, de milieueffectrapportage. De Staatssecre-taris zegt dat de GER wordt meegenomen als onderdeel van de maatwerk-afspraken. Dat is op zich hartstikke mooi. We hebben echter in detechnische briefing over de GER, die nog voor het zomerreces plaatsvond,geleerd dat je een grondslag nodig hebt in de wet, als je de GER dezelfdejuridische status geeft als de MER in een vergunningstraject. Ik vraag evenom een verduidelijking, omdat er destijds in die technische briefing bestwel wat misverstanden waren en ook onwetendheid van mijn kant. Ik zoudit eigenlijk willen verifiëren bij de Staatssecretaris. Wat wordt de statusvan die GER nou precies ten opzichte van de MER?De voorzitter:Ja, precies. Duidelijk.Staatssecretaris Aartsen:Dit is inderdaad een terecht punt. Daarom hebben we gezegd: die GERmoet in de maatwerkafspraken. Als je moet gaan wachten totdat je hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34153 helemaal hebt geregeld, dan ben je weer enkele jaren verder. Daaromzeggen we op dit moment: het is niet geborgd in de wet- en regelgeving,dus laten we bij Tata een pilot doen op basis van die GER en laten wie dieook vastleggen in de maatwerkafspraken.De heer Buijsse (VVD):Verifiërend: die MER heeft gewoon onomstotelijk een wettelijke basis. Metde GER gaan we nu een pilot doen. Je houdt je zo goed mogelijk aan dieGER. De informatie wordt aangeleverd en het hele proces wordtdoorlopen. Maar in het worstcasescenario, als het helemaal misgaat, enTata bij wijze van spreken niet zou kunnen voldoen aan de GER in hetvergunningstraject, dan kan de vergunning toch afgegeven worden. Dat isuiteindelijk zo in het worstcasescenario, omdat die GER toch niet dezelfdestatus heeft als de MER. Ik hoop dat het duidelijk is.Staatssecretaris Aartsen:De GER maakt in dit traject geen onderdeel uit van de vergunningver-lening. De GER staat daar los van. Wat ons betreft maakt de GER wel deeluit van de maatwerkafspraken. Laat ik daar klip-en-klaar over zijn: dat zijnbindende afspraken. Als je je daar niet aan houdt, dan moet je het geldterugstorten volgens het mechanisme. Daar zijn dus op die manierafspraken over gemaakt.De voorzitter:We schorsen even voor tien minuten.De vergadering wordt van 20.33 uur tot 20.44 uur geschorst.De voorzitter:Goed, mensen, dan gaan we langzaamaan verder. Een drietal leden is aldoor de interrupties heen. Daarom hebben we besloten om nog één inter-ruptie toe te voegen. Ik benadruk ook graag dat er nog een tweede termijnis, waarin u ook nog het een en ander kunt vragen. Ik geef het woord weeraan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Dan het kopje pfas. Ik denk dat het voor iedereenduidelijk is dat we geen pfas, een brede verzameling van stoffen, in onsmilieu willen. We willen dat niet in mensen en niet in dieren. Het strevenis dus een algemene beperking van pfas, liefst zo snel mogelijk. Je wiltuiteindelijk streven naar een situatie waarin je geen pfas meer hoeft tegebruiken en het dus ook niet meer bij mensen in de buurt komt of in hetmilieu terechtkomt. Dat is natuurlijk het langetermijnperspectief. Op dekorte termijn is dat simpelweg niet haalbaar en daarom hebben we eenaanpak langs vier lijnen.De eerste lijn is een brede Europese restrictie van de toepassing en hetgebruik van pfas in producten. Dat is een traject waarop Nederland al velemalen de koploper is geweest. We hopen snel op wat meer resultaten. Ikverwijs ook even naar de REACH-verordening, waar we dit debat meebegonnen. Je wilt juist bekijken hoe je dit sneller kunt doen, wantiedereen baalt van het feit dat het zo lang duurt. Het onderscheid tussenindustriële toepassingen en consumententoepassingen is ook iets wat jeverder wilt brengen. Een tweede lijn is het stimuleren van alternatieven.Uiteindelijk wil je dat er geen pfas meer zit in koekenpannen, maar ietsanders. Je ziet dat dat ook gewoon kan. Bij de ene toepassing zal dat wateenvoudiger zijn dan bij de andere. Het gaat erom dat je juist de toepas-singen waarbij er direct contact is tussen mens of dier en pfas terugbrengten wel zo snel mogelijk. Dat kan onder andere ook door het stimulerenvan goede alternatieven. De derde lijn is het feit dat we proberen om deemissies fors te beperken. Dat doen we met de minimalisatieverplichting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34154 Tot slot bekijken we met een onderzoeksprogramma van het RIVM wat deblootstelling aan pfas doet en hoe je die op een goede manier kuntverminderen.Er zijn vragen gesteld over lozingen, maar die liggen op het domein vande Minister. Voor die vragen zou ik de leden willen verwijzen naar hetdebat over water dat heeft plaatsgevonden met de Minister.De heer Buijsse vroeg hoe een gedeeltelijk lozingsverbod zich verhoudttot de minimalisatieverplichting. Zoals gezegd verkent de Minister op ditmoment de optie van een gedeeltelijk lozingsverbod voor pfas, bijvoor-beeld geldig voor specifieke sectoren. Onderdeel van die verkenning ishoe zo’n verbod zich verhoudt tot de bestaande minimalisatieverplichting.Je wilt bekijken hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Het kabinetverwacht de Kamer daar in Q1 2026 meer over te kunnen informeren.Voorzitter. Het Europese traject ten aanzien van pfas loopt. Er moet eengoede afweging komen tussen de risico’s en de economische impactvanwege het simpele feit dat het zo’n enorm grote groep stoffen is. Dieraakt aan alles. Zoals ik al zei, gaat het van koekenpannen tot medischeinstrumenten en van chipprintplaten tot aan regenjassen en alles watdaartussen zit. Op dit moment zien we dat de REACH-restrictie vergevorderd is. Het ECHA presenteert de wetenschappelijke opinie naar allewaarschijnlijkheid volgend jaar. We zijn op dit moment ook in overleg metde Europese Commissie over het restrictievoorstel en over hoe we dat zosnel mogelijk in stemming kunnen brengen.Dan kom ik op de vragen ten aanzien van een nationaal verbod. Naar onzemening heeft een nationaal verbod nauwelijks tot geen meerwaarde tenopzichte van een Europees verbod. Enerzijds is dat zo, omdat het geentijdwinst oplevert ten aanzien van het lopende Europese traject, watinmiddels gelukkig al vergevorderd is. Anderzijds moet een nationaalverbod aan eenzelfde inhoudelijke onderbouwing voldoen en hetzelfdejuridische traject doorlopen als het Europese verbod. Een nationaalverbod is beperkt effectief, want de verontreiniging houdt niet op bij degrens en ook de verkoop van producten houdt niet op bij de grens. Wehebben een vrije markt in de Unie en er vindt ook internethandel plaats.We zien zelfs dat het ook juist een negatieve prikkel kan hebben, bijvoor-beeld op het vlak van de innovatie, omdat het Nederlandse marktsegmentte klein is voor grootschalige innovatie en alternatieve toepassingen, diewe in de Europese wel voorzien.De heer Vermeer vroeg mij of er sectoren zijn waarin we kijken naaralternatieven. Zijn die ook in beeld op terreinen waar we niks anderskunnen dan pfas toepassen? Het antwoord is ja. Dat wordt meegenomenin het restrictievoorstel vanuit de Europese Commissie. Enerzijds wordt ergekeken naar de overgangstermijnen, naar de lengte daarvan. Anderzijdswordt er blijvend ingezet op innovatie als het gaat om alternatieven. Als ernu geen alternatieven zijn, betekent dit niet dat er over vijf jaar misschiengeen alternatieven zijn. Wat dat betreft mag Europa blij zijn met veelgoede innovaties, gelukkig.De heer Buijsse vroeg mij naar de handhaving van de minimalisatiever-plichting. Die verplichting is er om te voorkomen dat emissies van zeerzorgwekkende stoffen plaatsvinden. We zien al dat dat door de meestebedrijven serieus wordt genomen. Uiteindelijk kan het bevoegd gezag,vaak de provincie of de omgevingsdienst, handhavend optreden. Ikverwijs ook naar het debat van donderdag, waarin we goed zullenbekijken hoe we de omgevingsdiensten kunnen versterken, robuustermaken en verbeteren.De heer Gabriëls vroeg of ik de gezondheidskosten in kaart kan brengen.Ik zou dat op zichzelf willen, maar wij krijgen van het Planbureau voor deLeefomgeving door dat het dat niet kan. Het PBL heeft daar onderzoeknaar gedaan, maar het is voor het PBL helaas niet mogelijk om de kostente beramen. De gezondheidseffecten zelf van pfas kunnen wel in kaartworden gebracht. Dat doet het RIVM.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34155 De heer Buijsse vroeg wat inwoners exact kunnen doen met deuitkomsten van het bloedonderzoek dat is gedaan. Het is misschien goedom te vermelden dat individuen geen individuele terugkoppeling krijgenvan dat onderzoek. Het gaat er echt om dat we een beeld krijgen van depopulatie. Hoe zit het met de populatie? Afgelopen juli hebben we deeerste resultaten daarvan gekregen. Komend jaar voert het RIVM eenvervolgonderzoek uit. Ik verwacht de volgende resultaten in het tweedekwartaal van 2026, waarbij nogmaals wordt bekeken wat er op populatie-niveau gebeurt met de bloedwaardes en hoe het zit met de blootstellingbij verschillende groepen, zoals mannen, vrouwen en kinderen, en wat ditbetekent voor de gezondheid.De heer Buijsse vroeg mij naar de stand van zaken over de intentiever-klaring in verband met Chemours. Het streven is om de intentieverklaringvoor het einde van dit jaar uit te werken. Ik zal de Kamer daaroverinformeren.Mevrouw Koekkoek vroeg mij om een reflectie – dat is altijd goed – op hetprincipe: kun je niet beter voorkomen in plaats van achteraf ingrijpen?Jazeker, dat is precies waar wij in het beleid steeds naar kijken. Dat is debalans die je ook in verband met REACH altijd probeert te zoeken. Je moetervoor zorgen dat je aan de voorkant een aantal risico’s uitsluit, zonder datje gelijk aan de voorkant alles dicht regelt. Dat laatste zou namelijk eenenorme stop op de innovatiekracht betekenen. Het is helaas niet mogelijkom een nieuwe stof per definitie te verbieden totdat die helemaal, voor100%, veilig is. Dit staat nog los van het feit dat een risicoloze samen-leving niet bestaat. Je probeert natuurlijk wel een aantal elementen in tebouwen, waarvan je weet: als je die stoffen gebruikt, kun je ze ook goedop een veilige manier toepassen. Daarom verwees ik in het begin naarbijvoorbeeld de secundaire bouwstoffen.De heer Boutkan vroeg mijn aandacht voor de fluorpolymeren in demaritieme sector. De toezegging daarop hebben we opgevolgd. Het ECHA,het EU-agentschap, rondt op dit moment de wetenschappelijke opiniesrondom restricties af. Daarin worden ook de sociaal-economischegevolgen netjes meegewogen. Daarmee wordt gekeken naar zowel hetverbod als de strenge voorschriften om emissies te beperken. Volgendjaar wordt dit afgerond. Dan zal de Commissie dit voorstel naar delidstaten sturen. Dit onderdeel zal daar ook in meegenomen worden.De heer Gabriëls vroeg of ik met een regeling zou kunnen komen dieoverheden kan helpen om inventariserend onderzoek naar pfas in debodem af te dwingen. Ik heb een aantal vragen daarover van het lidStoffer schriftelijk beantwoord. Op 29 augustus hebben we daar uitge-breid antwoord op gegeven. Ik herken inderdaad wel de signalen dat ereigenaren zouden zijn die geen toegang verlenen. We hebben daarinmiddels ook gesprekken over gevoerd met de provincies. De redenwaarom ik nu niet tot zo’n regeling overga is tweeledig. Ten eerste biedtde Awb, de Algemene wet bestuursrecht – ik zat bestuursondersteuning tedenken, maar het is bestuursrecht – in principe voldoende mogelijkheden.Als er alsnog knelpunten worden ervaren, ben ik altijd bereid om daarnaarte kijken. Wat betreft die knelpunten krijg ik nu overigens wisselendesignalen van de provincies. De ene provincie geeft aan dat ze dit graag wilen de andere provincie geeft op basis van de gesprekken die zij voert, aandat het contraproductief zou zijn. Daarom zal ik op dit moment niet diestap nemen.Dat was het kopje pfas, voorzitter.De voorzitter:Ik heb niet gezien wie het eerst de hand opstak, dus ik begin even vanlinks naar rechts. Dan begin ik bij u, meneer Gabriëls.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34156 Misschien kan meneer Boutkan eerst vertellen welke vragen nietbeantwoord zijn.De voorzitter:Dat is goed. Welke vragen zijn volgens u niet beantwoord?De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. En dank u wel, Staatssecretaris. Ik had nogtwee vragen openstaan. Wat is nu de stand van zaken en lezen wij goeddat het pfas-productverbod en het pfas-lozingsverbod niet verder wordenuitgewerkt? Ook krijgen we graag uitleg over de zin uit de brief van28 mei, die ik letterlijk heb geciteerd. Moet ik die zin nog even voorlezen?Staatssecretaris Aartsen:Dat was de zin van Minister Madlener, destijds.De heer Boutkan (PVV):Ik weet niet wie het was, maar in ieder geval rammelt die zin aan allekanten: «De Minister van IenW zal later dit voorjaar de Tweede Kamer perinformeren». Ja, waar gaat dit over? Per brief.Staatssecretaris Aartsen:Wij gaan even na wat de toenmalige Minister daarmee bedoelde. Datmoet ik even nagaan.De heer Boutkan (PVV):Tweede termijn?Staatssecretaris Aartsen:Dat durf ik zo niet te zeggen. 28 mei was dit? Ja.Dan het lozingsverbod en het productverbod. Voor het lozingsverbodverwijs ik naar de Minister. Hij heeft gezegd dat hij zal starten met eenonderzoek naar een gedeeltelijk lozingsverbod. Ik verwijs hiervoor naarhet commissiedebat Water. Een nationaal productverbod is inderdaad ietswat nu niet zien zitten, omdat wij denken dat het verstandig is om dit opEuropees niveau te doen. Daar heb ik net iets over gezegd.De voorzitter:Oké, prima. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik begrijp nog steeds niet zo goed waarom dat niet zou kunnen of nietgewenst zou zijn. Ik was onlangs in Brussel en zag daar dat de industrie deinitiatieven voor het huidige verbod op pfas enorm aan het afzwakken is.Als Nederland iets kan doen, waarom zou het dat dan niet doen? Waaromvolgen we niet het voorbeeld van Denemarken, dus om in ieder geval hieral stappen te ondernemen? De resultaten in Europa zijn ontzettendonzeker, maar hier kunnen we het zelf regelen. Dat is het ene gedeelte vanmijn vraag.De voorzitter:Ja, ehm ...Kamerlid Kostic´ (PvdD):Het tweede gedeelte gaat ook over pfas en de stoffen die wordenverboden. In Europa wordt er niet gewerkt aan een pfas-verbod inbestrijdingsmiddelen. Dat valt nu buiten het voorstel. Bestrijdingsmid-delen worden overal in ons land gespoten. Denemarken heeft eennationaal verbod opgelegd voor een aantal van die pfas-bestrijdings-middelen. Is de Staatssecretaris bereid om toe te zeggen om binnen eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34157 maand – laten we zeggen – te komen met een verkenning of wij nationaalin ieder geval een verbod op zulke bestrijdingsmiddelen kunnen leggen?Staatssecretaris Aartsen:Een nationaal verbod zie ik oprecht niet zitten. Nogmaals, dat levertnauwelijks tot geen meerwaarde op, ook als het gaat om de tijdwinst,want die is er niet. Het kan niet sneller. Het is ook zo dat dit dezelfdeinhoudelijke onderbouwing moet doorlopen. Verder vind ik het onwen-selijk om een product aan een kant van de grens te verbieden. Ik kom zelfuit Brabant. Als het aan de ene kant van de grens wel mag, maar aan deandere kant niet, terwijl je het wel gewoon mag kopen, dan zou datonverstandig zijn. Nederlandse consumenten mogen die productennamelijk gewoon kopen, maar ze mogen ze niet in Nederland maken. Alsje dit voor alle toepassingen zou gaan doen, dan is dat volgens mij heelonverstandig, want dan creëer je ongelijkheid. Een bedrijf aan de ene kantvan de grens mag dan chipplaten met toepassing van pfas maken, maareen bedrijf aan de andere kant van de grens mag dat niet. Ik zou dat zeeronwenselijk vinden.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even verder. De heer ... Nee.Staatssecretaris Aartsen:Het tweede deel ging over de gewasbestrijdingsmiddelen en de gewasbe-schermingsmiddelen. Dat onderwerp valt onder de Minister van LVVN.Daar moet ik u naar verwijzen.De heer Buijsse (VVD):Ik had een vraag gesteld over de minimalisatieplicht. Ik ben toch een kleinbeetje bezorgd over die minimalisatieplicht. Ik herinner me nog eenRTL-onderzoek van vorig jaar, waar Kamerleden bevraagd werden overeen toename van uitstoot van giftige stoffen waar bevoegde gezagen opmoeten toezien. We zien ondanks alles toch een toename van de uitstootvan die giftige stoffen. Vorig jaar hebben we de voorganger van deStaatssecretaris gevraagd: kom met een plan en laat zien dat we het beterin de vingers krijgen. Ik zeg het met enige gereserveerdheid, omdat wehet donderdag over het VTH-stelsel gaan hebben, maar ik zit er nu ookeen beetje mee. Eventueel verplaats ik desgewenst de vraag naardonderdag. Hoe gaan we de minimalisatieplicht, waar de bevoegdegezagen zo hard mee bezig zijn, beter in control houden, zodat de Kamersamen met de bevoegde gezagen en het ministerie grip heeft op dieuitstoot van giftige stoffen?Staatssecretaris Aartsen:Ik overleg even voordat we allemaal stiekeme dingen gaan vertellen. Datis iets wat we natuurlijk niet willen. Het bevoegd gezag is in dezenleidend. De omgevingsdienst moet daarop toezien. Wij maken ons allangere tijd zorgen over de kracht en de robuustheid van de omgevings-diensten. Dat stamt nog uit de tijd van de commissie-Van Aartsen, niet teverwarren met Aartsen. Dat was Van Aartsen. Dat was de reden waaromwij een aantal dingen hebben gedaan. Een ervan zijn de robuustheidscri-teria en de gesprekken die wij daarover voeren. Ik kan u vertellen dat nietalle omgevingsdiensten dat even leuk vinden, maar het is wel noodza-kelijk om te doen. Waar we net over aan het smoezelen waren, ging overeen wetsvoorstel dat ziet op de versterking van het VTH-stelsel. We wetendat er een besluit over is genomen, maar we weten niet of het algepubliceerd is. We zijn druk bezig om dat te versterken. Ik kom graag intweede termijn terug op wat ik daarover exact mag en kan zeggen. Enanders kan ik het sowieso donderdag zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34158 Mevrouw Wingelaar (NSC):Goed, ik woon in Stein. De Maas is daar de grens. Ik kijk overigens overdie grens uit en kijk dan naar Belgische windmolens, maar dat terzijde. Ikkijk even naar de heer Vermeer. Ik begrijp wat u zegt over producten endat soort zaken, maar ik hoor ook de vragen van het lid Kostic´ en dezorgen over de ontzettend sterke lobby. Hoe zorgen we ervoor dat het opEuropees gebied niet afgezwakt gaat worden? Wanneer en hoe krijgen wedie signalen en wat kunnen we dan nog? Dat is iets wat NSC heelbelangrijk vindt: een totaalverbod op Europees niveau. En als er afzwak-kingen komen, hoe ontvangen wij signalen met betrekking tot de lobby?Staatssecretaris Aartsen:Dat is de reden waarom ik als Staatssecretaris investeer in mijn Europesecontacten. Ik heb al een aantal bezoeken aan collega’s gebracht, zowelbilateraal als multilateraal als Europees. Op 20 oktober is er weer eenMilieuraad. Aan de vooravond hebben wij als Nederland het initiatiefgenomen om het REACH-diner met collega’s te organiseren. Je moet tochook eten bij dat soort overleggen, anders komen de zuidelijke landen nietnaar onze afspraken. Voorafgaand aan de Milieuraad is er een bijeen-komst om informeel te spreken. We hebben juist als Nederland gezegd:laten wij dat nou organiseren. Dan kunnen we namelijk de agendabepalen, waaronder de herziening van REACH en dus ook dit traject. Ermoet wel iets goeds uit komen. Dat kan een compromis zijn, maar hetmoet wel gaan over de zorgen die er zijn in Nederland over pfas en vooralover de zorgen over de pfas die in contact komt met mensen, dieren, hetmilieu en de natuur. Dat is iets waar wij naar kijken.Naar aanleiding van eerdere vragen moet ik nog twee dingen zeggen. Ikprobeer daar zo goed mogelijk recht aan te doen. In antwoord op de heerBuijsse: het wetsvoorstel is inmiddels gepubliceerd als het gaat ominternetconsultatie. Dat mag ik zeggen. In antwoord op het lid Kostic´: hetis zo dat de werkzame stoffen in medicijnen en gewasbeschermingsmid-delen buiten het domein van REACH vallen. Dat is de reden waarom ikverwijs naar de collega van LVVN.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik wil even terugkomen op de reflectie die de Staatssecretaris gaf. Het isaltijd mooi als een uitnodiging opgepakt wordt. Ik denk dat dat belangrijkis, ook vanwege wat de Staatssecretaris eerder zei, namelijk dat we 30 jaarna dato vaak zeggen: hadden we maar dat voortschrijdend inzicht gehad.Voortschrijdend inzicht is goed, maar voorkomen is beter. Ik denk dat hetdaarom wel belangrijk is dat we dit soort reflecties concreet maken. Dusdaar wil ik de Staatssecretaris toe uitdagen. Je zou natuurlijk ook kunnenzeggen: als principe nemen we dat je nooit meer iets mag maken wat jeniet kan afbreken. Als je dat soort latten gebruikt om te meten wat je welen niet wil, dus niet innoveren om het innoveren maar afvragen tot welkmaatschappelijk doel we innoveren, dan komen we volgens mij een stukverder. Dus ik wil in die zin graag van de Staatssecretaris horen welkeconcrete uitgangspunten er nu gaan veranderen of al veranderd zijn omdit te waarborgen.Staatssecretaris Aartsen:Ik wil heel even nadenken over die vraag; mag dat? Het makkelijkeantwoord is anders: nee, we doen wat we doen. Terwijl we natuurlijk ookeen gesprek voeren over ecodesign, Safe-by-Design, productpaspoortenet cetera et cetera, waarover je juist aan de voorkant wil nadenken. Dusook dat is vanuit de circulaire economie mijn economische route: zorgnou dat producten dusdanig worden gemaakt dat ze relatief eenvoudighergebruikt kunnen worden. Ik wil grondstofefficiëntie, in plaats van datwe allerlei publiekcampagnes moeten opzetten om gedragsveranderingbij mensen te bewerkstelligen, wat gewoon heel moeilijk is om te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34159 Op dat onderdeel is dat mijn koers, maar op deze vraag moet ik evenkauwen. Dus staat u mij toe om daar in de tweede termijn op terug tekomen.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik vind het alleen maar goed als we echt een gesprek hebben. Het is dusprima om daar in de tweede termijn op terug te komen. Fijn dat deStaatssecretaris het zo oppakt. Ik wil wel iets meegeven om de vraag eenbeetje te kaderen. In bijvoorbeeld het antwoord dat net gegeven werdover pfas, werd gesproken van een zorg over een ongelijk speelveld inEuropa. Dat snap ik. Tegelijkertijd denk ik: er is op dit moment een ongelijkspeelveld. Wij hebben als Nederland de slechtste waterkwaliteit vanEuropa. Dat komt onder andere doordat we een stof hebben, pfas, die weniet af kunnen breken. Een waterbedrijf kan het er wel uitfilteren, maarheeft dan bij wijze van een bak met pfas die het weer terug in het watermoet kieperen omdat het er niet van afkomt. In die context wil ik devolgende vraag stellen, bijvoorbeeld wat betreft REACH, maar ook watbetreft andersoortige punten waar de gezondheid eigenlijk nog nietwettelijk vastgelegd wordt: hoe gaat deze Staatssecretaris daarmee om enwelke concrete kaders kunnen we van deze Staatssecretaris verwachten?De voorzitter:Het antwoord gaan we in de tweede termijn horen, vermoed ik.Mevrouw Koekkoek (Volt):Precies. Dat horen we dan in de tweede termijn, maar dan heb ik decontext van mijn vraag iets meer gekaderd.De voorzitter:Heel goed, dank u wel. De heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Er is een misverstand, volgens mij, want in de beantwoording op de vraagvan de heer Stoffer geeft de Staatssecretaris aan dat het wel degelijkmogelijk is om op bedrijfsterreinen pfas te komen meten als er aanwij-zingen zijn dat daar pfas is. Alleen geldt die wet, de Algemene wetbestuursrecht, alleen maar als het bedrijf die pfas-verontreiniging zelfveroorzaakt heeft. Een bedrijf dat later is op het terrein is komen onder-nemen, is daar niet de veroorzaker van. Ik heb hier een stuk tekst van eenhoogleraar milieurecht die zegt: «De wet gaat niet uit van onbeperktonderzoek doen naar verontreinigingen. De overheid mag onderzoekkomen doen als het bedrijf de verontreiniging zelf heeft veroorzaakt. Inandere gevallen zal je het moeten hebben van de vriendelijkheid van hetbedrijf zelf.» Het is gevaarlijk als je daar niet mag onderzoeken, want dankan pfas uitstromen naar grondwater. We moeten er dus voor zorgen datwe bij alle bedrijven gewoon die metingen kunnen doen. Dus we vragenwel nog steeds om een regeling. Die kunt u best toezeggen, denk ik.Staatssecretaris Aartsen:Dit neem ik mee in het gesprek met de provincies. Ik krijg wisselendesignalen van de provincies. Die geven juist aan dat ze op achterstandstaan als we dit wetstraject zouden starten. Ik vind dat je dat soortsignalen ook serieus moet nemen. Je kunt het wel inventariseren en datafdwingen, maar als er daadwerkelijk een risico is, dan moet er daarnanatuurlijk ook nog wel een volgende stap worden genomen. Ik denk dat jedat altijd op basis van samenwerking en gezamenlijkheid wil doen.Vandaar dat ik daar in beginsel terughoudend in ben, want ik zie dat deAwb daar in beginsel nu voldoende voor is en dat de provincies het nugoed doen. Maar ik zal uw punt nogmaals meenemen in het gesprek datwij hierover hebben met de provincies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34160 De heer Bamenga (D66):Ik heb de beantwoording in het kader van pfas gehoord. Het valt mevooral op dat het vooral net niet is. Als we gaan kijken naar het Europeseverbod, dan zien we dat dat continu meer en meer verzwakt wordt dooralle lobby’s die gaande zijn en dat bepaalde sectoren niet meer meege-rekend worden. Het is ook net niet de oplossing om de kant van hetnationale verbod op te gaan, gezien de beantwoording van de Staatsse-cretaris. Ik ben eigenlijk veel meer op zoek naar wat wél een goedeoplossing kan zijn, want uiteindelijk hebben we hier wel te maken met hetbelang van gezondheid. Het vreet eigenlijk aan mij dat we als wetgevershier met z’n allen niet gewoon de juiste instrumenten kunnen inzetten omde gezondheid van mensen op één te zetten en te beschermen. Dus mijnopen vraag is: waarom is het iedere keer net niet, terwijl we hier juist zijnom het net wél te laten gebeuren?Staatssecretaris Aartsen:Het beeld dat het net niet is, herken ik niet. Ik denk vooral dat er niet eensimpele oneliner is waarmee we dit met één druk op de knop hebbenopgelost. Het is een totaalaanpak, een integrale totaalaanpak, waarbij weaan de ene kant aan de bron iets doen, aan de andere kant ervoor zorgendat de emissies dalen en er ook voor zorgen dat de blootstelling flink naarbeneden gaat. In die drieslag probeer je, daar waar dat kan en waar je datzo goed als mogelijk kunt doen, op een slimme manier aan alle drie deknoppen te draaien, maar ook daar is de afdeling makkelijke oplossingenal een tijd gesloten. Ik denk dat we het allemaal eens zijn over koeken-pannen. Van dat product is het vrij logisch te zeggen: ja, dat kunnen weprima zonder pfas doen. Als het gaat om chipprintplaten wordt het alweereen ander verhaal. Dat geldt ook voor medische producten waarvoor pfasnoodzakelijk is. Daar zit een nuance in. Juist die nuance wil je op Europeesniveau. Dat hebben we goed georganiseerd. Ik deel met u het ongeduld.Dat is ook de reden waarom ik investeer in mijn Europese agenda. Datmoeten we op die manier daar oplossen, maar wel met die integraliteittussen bron, emissie en blootstelling.De heer Bamenga (D66):Dank voor de reactie. Ik had zelf nog twee vragen die ik in ieder geval nogniet beantwoord heb zien worden. Op een daarvan werd voor hetantwoord volgens mij verwezen naar de Minister, maar ik zal ze tocheventjes allebei opnoemen. Eén. Is de Staatssecretaris het met me eensdat we de regels moeten aanpassen zodat we het milieu beter kunnenbeschermen tegen vervuiling? Dat ging dus over het lozen, zeg maar. Deandere vraag was: hoe denkt hij bijvoorbeeld over het lozingsverbodwaarbij een partij netto niet meer pfas mag lozen? Ik hoop dat deStaatssecretaris deze vragen zelf wil beantwoorden, want ik ben bang datals ik dit inbreng bij het debat over water, er gezegd wordt: de Staatsse-cretaris gaat over het verbod. Ik wil niet ...De voorzitter:Duidelijk.De heer Bamenga (D66):... in een limbo terechtkomen, zeg maar.Staatssecretaris Aartsen:Beide opties verkennen we. Maar nogmaals, de Minister van IenW verkentdie. Die gaat over de waterkwaliteit en de lozingen. Maar beide optiesworden verkend. Dat is een tussenantwoord.De voorzitter:Gaat u verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34161 Staatssecretaris Aartsen:Dit was het blokje pfas, voorzitter. Dus dan kom ik bij het blokje overig,waar ook nog een aantal belangrijke onderwerpen in zitten, die geeneigen kopje hebben gekregen maar wel belangrijk zijn.Voorzitter. Laat ik beginnen met de windturbines. Daar hebben de herenVermeer en Boutkan mij wat over gevraagd. Wat is de status van deafstandsnorm? Er is op dit moment geen afstandsnorm. Het kabinet heeftde besluitvorming daarover nog niet afgerond. Dit dossier speelt al langetijd, ook politiek. Ik span mij dan ook in om ervoor te zorgen dat we zosnel als mogelijk tot overeenstemming komen over die afstandsnorm,want het uitblijven van nieuwe normen leidt tot onzekerheid. Alle respectvoor iedereen die zich heeft ingezet voor dit land, maar op de laatste dageen brief sturen draagt inderdaad niet bij aan meer duidelijkheid en meerzekerheid. Die brief kunt u wat mij betreft als niet verzonden beschouwen,zeg ik als Staatssecretaris van IenW, want die vertegenwoordigt niet hetstandpunt van dit kabinet.Op dit moment werken wij aan die afstandsnorm, omdat die inderdaadwel kan bijdragen aan duidelijkheid voor omwonenden. Tegelijkertijdmoet je dat wel goed inregelen, want tiphoogte 4 betekent simpelweg dater problemen kunnen ontstaan op allerlei zaken we belangrijk vinden,zoals de energietransitie, maar ook woningbouw, bedrijventerreinen ennoem maar op. Dat geldt ook andersom. Dus je moet daar even goed naarkijken. Dat is wat we op dit moment gewoon netjes en volwassen doen.We kijken wat de impact is en hoe we zo snel als mogelijk tot een besluitkunnen komen. U vroeg of het IPO en de VNG nieuwe informatie hebbenover die normen. Het antwoord daarop is nee. Het IPO en de VNG hebbenvan IenW geen andere informatie gekregen dan de informatie die deKamer heeft. Ik weet niet waar de paper op gebaseerd is, maar op ditmoment is er geen vastgestelde of voorgenomen afstandsnorm.De heer Vermeer (BBB):Ik wil de Staatssecretaris bedanken voor dit duidelijke antwoord. Ik hebinmiddels ook van een van onze bestuurders in de provincie begrepen datdit standpunt niet op de juiste wijze ingenomen is. Misschien valt dezebrief straks ook in de categorie «als niet verzonden beschouwen».Staatssecretaris Aartsen:Het is goed dat u deze vraag ook stelt, zeg ik tegen de heer Vermeer. Het isinderdaad gewoon vervelend dat er iedere keer onduidelijkheid overontstaat. We moeten dit gewoon netjes en zorgvuldig doen, even gewoonin kaart brengen wat de verschillende scenario’s en de effecten zijn. Daarhebben we even de tijd voor nodig. We moeten daar gewoon netjesbestuurlijk verantwoordelijk een besluit over nemen.De heer Vermeer vroeg mij nog naar de grensregio’s. Ik kan mevoorstellen dat dat een hele vervelende situatie is. De motie van de heerVermeer hierover ligt bij het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Erzijn ook Kamervragen gesteld aan de Minister van VRO. Het is goed als zijdie beantwoording doen, aangezien daar de invloedssfeer zit.De heer Vermeer (BBB):Kan ik dat zien als een toezegging dat de Staatssecretaris ervoor zalzorgen dat hier op korte termijn een antwoord op komt, graag ook meteen deadline erbij? Want straks staan die dingen er en dan hebben wij eenbrief.Staatssecretaris Aartsen:Laat me heel even in de tweede termijn kijken wat ik daarover kantoezeggen, maar vanzelfsprekend kunnen we kijken hoe we de casuswindturbines/Duitsland/België goed kunnen regelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34162 De heer Boutkan (PVV):Ik wil toch even iets zeggen over die windturbines, want ik zit toch eenklein beetje in mijn maag met dit velletje van die twee clubjes. Datschrijven ze niet voor niks. De vraag is dus gewoon: als zij niet voldoendegesteund zijn door alle provincies, hoe kunnen ze dan zo’n brief sturennaar de Staatssecretaris, alsof zij de wetenschap hebben? Mijn collegaVermeer vroeg net ook al naar de afstandsnormen en wat zij schrijven.Ergens is het dan toch gecommuniceerd? Dat is mijn vraag. Ik zie deStaatssecretaris nee schudden. De vraag is gewoon of dat klopt.Staatssecretaris Aartsen:Volgens mij moet u dat vragen aan het IPO en de VNG. Ik ben nietverantwoordelijk voor wat zij sturen. Het enige wat ik kan melden,nogmaals, is dat het kabinet geen besluit heeft genomen over deafstandsnorm.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Dan kom ik bij de Wet veilige jaarwisseling en het vuurwerk-verbod. Afgelopen zomer heeft de Eerste Kamer ook ingestemd met deWet veilige jaarwisseling. Op dit moment werkt het kabinet dat dus netjesuit. We pakken dat op een verantwoordelijke manier op. Voor de komendejaarwisseling geldt dat JenV inmiddels een handhavingsplan heeftgedeeld met alle partijen en met de Tweede Kamer. Dat was een van dedrie voorwaarden waaraan dient te worden voldaan voor de zwarevoorhang die beide Kamers hebben gevraagd om dit wetsvoorsteldaadwerkelijk in werking te laten treden.Er moeten nog twee andere hobbels worden genomen om dat uiteindelijkte kunnen doen. De eerste is een AMvB ten aanzien van de ontheffings-mogelijkheid voor lokale verenigingen om vuurwerk te kunnen afsteken.Daar is hard aan gewerkt. Op dit moment leggen we daar de laatste handaan. Ik verwacht in november dat ook in consultatie te leggen. Op ditmoment zijn we bezig om alle partijen daar goed bij te betrekken, omdathet een beladen onderwerp is. We willen dat goed, netjes en zorgvuldigdoen. Ik verwacht in november de Kamer in ieder geval over die AMvBmeer te kunnen vertellen.Op het moment dat we dat hebben gehad, kunnen we ook starten met hetvormgeven van de nadere compensatie voor vuurwerkondernemers,omdat we dan weten hoeveel vuurwerk er mogelijk verkocht zou kunnengaan worden in die periode en daarna. Daar hebben we ook een onafhan-kelijke expert bij betrokken naar aanleiding van de motie-Van der Plas. Datwordt ook nog een forse hobbel, vanwege het ontbreken van dekking. Datzeg ik ook maar gewoon heel eerlijk. De Kamer heeft gezegd dat dedekking moet worden gevonden binnen de begroting van IenW. Dat istechnisch gezien niet mogelijk; dat is strijdig met de Comptabiliteitswet.Daarvoor is ook door de initiatiefnemers geen dekking geleverd. Dat isdus nog wel een complicerende factor wat betreft de inwerkingtredings-datum van dit wetsvoorstel. Zoals ik al zei, we streven ernaar om hetwetsvoorstel in 2026 of 2027 in werking te laten treden. Dat heb ik ooktegen de Eerste Kamer gezegd. We gaan dit wetsvoorstel met goeie moednetjes tot uitvoering brengen. Ik heb ook alle hoop dat we zowel de AMvBals de nadeelcompensatie voor ondernemers op een goeie manier kunnendoen, met alle hobbels die ik net beschreef, en dat de inwerkingtredings-datum niet hoeft te worden uitgesteld. Dat ten aanzien van hetwetsvoorstel.Dan de gaasverpakkingen. De heer Boutkan vroeg mij of het bericht kloptdat het ministerie de gaasverpakkingen wil verbieden. Ja, dat klopt. Mijnvoorganger heeft dat in september 2024 gepubliceerd. Hij heeft aange-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34163 geven dat dit wordt verboden vanwege een signaal dat de ILT heeftgestuurd in 2022. Uit testen bleek namelijk dat er een risico was opmassaexplosiviteit bij de gaasverpakkingen. Daarom zijn er afsprakengemaakt over het niet meer gebruiken daarvan. We hebben dat ook steedsop een nette manier gecommuniceerd, zodat daar voldoende rekeningmee kan worden gehouden met de inkoop van dit soort gaasverpak-kingen. Wij zijn dus voornemens om dat ergens een dezer dagen formeelin de Staatscourant te publiceren, zodat dat in werking kan treden richtingde komende jaarwisseling. Volgens mij hebben we daarin ook weer eenkeurige balans proberen te vinden tussen de veiligheid aan de ene kant enhet belang van de ondernemers en de proportionaliteit aan de anderekant.Dan heb ik nog een vraag van het lid Kostic´. Volgens mij is dat de laatstevraag, maar ik zie de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Toch even over die gaasverpakkingen en dergelijke. Dat verbod gaat op1 december in. Dat is dus voor oud en nieuw, zeg maar. We wetenallemaal dat de inkoop van vuurwerk allang heeft plaatsgevonden. Erliggen nu al enorme voorraden in daarvoor wettelijk voorgeschrevenopslagplaatsen. Komt het niet heel ongelukkig uit om nu dat verbod tedoen, terwijl je dadelijk nog met je compensatieregeling moet gaanwerken? Ik snap dus niet dat het per 1 december ingaat, want tot nu toe iser nog niks gebeurd met dat spul.Staatssecretaris Aartsen:Dat zijn twee losse dingen. We hebben de compensatieregeling in hetkader van het vuurwerkverbod. Ook al hadden we in de toekomst geenvuurwerkverbod, dan hadden we nog steeds deze stap genomen als hetgaat om de gaasverpakkingen. Nogmaals, de ILT heeft in 2022 algewaarschuwd voor het risico op massaexplosiviteit van deze zaken. Mijnvoorganger heeft al in september vorig jaar aangekondigd dat ditwetsvoorstel er zou komen. Dat is dus een dik jaar geleden. Er zijn ook eenaantal stappen daarin genomen. Het is natuurlijk ook aan ondernemersom daarop te anticiperen. Als de overheid aankondigt dat ze per volgendjaar iets gaat verbieden, dan is het niet verstandig om die spullen in tekopen omdat je dan het risico loopt dat het verbod ingaat. We hebben eraltijd over gecommuniceerd dat wij voornemens zijn om op 1 oktober datwetsvoorstel te laten ingaan. Dat is dus het eerlijke verhaal.De laatste vraag, voorzitter. Het lid Kostic´ vroeg mij naar het wetsvoorsteldat gaat over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Daarvoor wilik echt even verwijzen naar de Kamerbrief die wij hebben gestuurd op25 september, in gezamenlijkheid met de Minister van LVVN en deStaatssecretaris van VWS. Wij hebben daar politiek over gesproken.Vanwege de demissionaire status zijn we daar terughoudend in op ditmoment. Ook is er recente jurisprudentie waar wij op dit moment opbroeden; vandaar dat wij daarop op dit moment geen stappen zetten.De voorzitter:Ik heb het liefst dat u uw vraag duidelijk herhaalt in uw tweede termijn.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat kost mij tijd.De voorzitter:Dat komt goed. Dat komt goed. Dank, zeg ik tegen de Staatssecretaris.Nee, eerst mevrouw Wingelaar nog.Mevrouw Wingelaar (NSC):Heb ik iets over het onderzoek naar Beaumix gemist?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34164 Staatssecretaris Aartsen:Dat was bij de motie van mevrouw Wingelaar. Ik heb de toezegginggedaan dat dat voor het einde van het jaar ...Mevrouw Wingelaar (NSC):Oké, dan zeg ik daar dadelijk wel iets over.Staatssecretaris Aartsen:Ik zal het nog even op een rijtje zetten. Maar dat heb ik toegezegd. Datweet ik zeker. Alle moties-Wingelaar worden voor het einde van het jaarafgedaan!De voorzitter:Goed, dan gaan we door naar de tweede termijn van de kant van deKamer. Maar we gaan eerst even vijf minuten schorsen.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Goed, dan gaan we nu echt verder met de tweede termijn van de kant vande Kamer. Ik stel voor dat u allen daarvoor twee minuten krijgt. En u magelkaar twee keer kort interrumperen voordat we overgaan naar eentweede termijn van de regering. Ik geef eerst het woord aan de heerGabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Er is net in de eerste beantwoording gesproken over eenindustrietafel bij Tata. Komt er dan ook een omwonendentafel? Daaropzou ik graag een toezegging hebben.De heer Aartsen spreekt over de deal met Tata en dat er allemaal hardeafspraken in staan over het meten, de GER en het terugdringen van ZZS,maar die komen niet overeen met wat de Adviescommissie Maatwerkaf-spraken Verduurzaming Industrie schrijft. Zij is niet zo tevreden over diemaatwerkafspraken, althans niet over hoe gezondheid daarin is meege-nomen. Er is dus een verschil tussen hoe wij dat zien en hoe de Staatsse-cretaris dit hier heeft uitgelegd.Dan zouden we graag nog antwoord willen op de totale verduidelijkingvan de passage waarin Tata Steel zegt dat staalslakken geen negatiefeffect op het verdienmodel mogen hebben, of in ieder geval niet op definanciële situatie. Wij willen daar een duidelijke uitleg over, omdat wevier interrupties hebben verspeeld over de vraag wat het verschil intoepassing is. De Staatssecretaris zegt dat er geen invloed op detoepassing is en heeft het dan over een product. Wij willen daar echt meerduidelijkheid over.Er zijn provincies die hebben aangegeven dat ze niet op bedrijventer-reinen pfas kunnen meten, omdat de wet dat niet toestaat. Andereprovincies zeggen dat er geen wet mag komen. Ik geloof dat niet en iksnap dat niet, want ons bereiken signalen dat provincies bij tientallenbedrijven het terrein niet op mogen om pfas-monsters te nemen. Waaromkan er geen regeling komen zodat alle provincies die dat willen gewoondie pfas-metingen kunnen doen? Ik zou daar alsnog een toezegging opwillen.Dan nog de laatste vraag. PBL kan niet meten hoe het zit met depfas-gezondheidsschade. Kan een andere organisatie dat wel? Want datzouden we toch graag willen.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34165 Ik dank de Staatssecretaris en de ondersteuning voor de beantwoording.Wat ik mooi vond aan het debat, is dat we echt een dialoog hebben gehadwaarin sprake is geweest van voortschrijdend inzicht en er stappenworden gezet die we 30 jaar geleden misschien niet hadden gezet. Ik denkdat dit belangrijk en goed is. Ik hoop wel dat als we over 30 jaar terug-kijken op dit debat, we niet nogmaals moeten spreken van voort-schrijdend inzicht. We moeten definitief breken met een trend waaringezondheid te weinig ruimte had. In een interruptie van de heer Buijssegaf de Staatssecretaris aan dat gezondheid ook is opgenomen in demaatwerkafspraken met Tata. Die zijn niet dusdanig bindend dat alsuiteindelijk zou blijken dat niet aan de gezondheidsvoorwaarden voldaankan worden, de afspraken niet opgezegd kunnen worden. Op anderepunten kan dat wel. Dat vind ik zorgelijk. Ik hoor graag de reflectie van deStaatssecretaris over hoe we dat anders gaan doen, niet alleen tenaanzien van Tata, maar ook ten aanzien van pfas en allerlei andere stoffen,waarvan we nu weten dat die op de lange termijn bepaalde effectenhebben die je niet zou willen.Voorzitter. Ik wacht met smart op dat concrete voorbeeld wanneer je welzou kunnen ontbinden als Tata zijnde. Dat gaat over de clausule, artikel 15,lid 4, sub c, en dan specifiek omdat daarin de zin staat dat op het momentdat de financiën van Tata significant op een negatieve manier beïnvloedworden, er mag worden ontbonden. Ik hoor heel graag wat dit betekenten wat een goede jurist ervan zou kunnen maken in de ogen van deStaatssecretaris. Want volgens mij gaat dit veel verder dan de angst vooralleen een Europees verbod op staalslakken. Dit gaat over nationalebeleidsstappen die gemaakt zouden kunnen worden. Ik hoor het graagvan de Staatssecretaris.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Goed dat de Staatssecretaris aan de slag gaat met het beleidskader voorsecundaire bouwstoffen. December? Mwah. Als iets prioriteit moethebben, zou het dit moeten zijn volgens mij. Wel ook goed dat hij deproblematiek in Spijk nu gaat oppakken. Ik heb daar een vraag over. Zijner voldoende middelen in SPUK Bodem om daar iets mee te doen?Met spanning wacht ik af op het besluit van Brussel, anders zie ik deStaatssecretaris wel langs Stein rijden op weg naar Brussel. Breuksteen inonze wateren klinkt voor mij in ieder geval beter dan staalslak. Maar dan.Ik begon met de vraag: waar gaat dit debat over? We hebben het de heletijd over «voorkomen is beter dan genezen». In september vorig jaardiende ik met meneer Gabriëls de motie in over onderzoek naar Beaumix.Ik werd iedere keer bijna afgescheept. Daarom dienden we ook de motiein om het in ieder geval nog niet te gebruiken bij de verbreding van de A2.Waarom niet? Daar is waterbeschermingsgebied. Als je zo veel van datspul onder de A2 ... Als het er ligt, krijg je het er nooit meer weg. Ik begondit debat met te zeggen dat het hier gaat om de gezondheid en om deveiligheid, maar vooral om het vertrouwen van inwoners in de overheid.Als we iedere keer wat toezeggen en ons daar niet aan houden, dan maaktdat me boos. Ik wil dus sowieso wel de toezegging hebben dat dieBeaumix niet onder de A2 gaat komen voordat we de uitkomsten van datonderzoek hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Buijsse.De heer Buijsse (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34166 Dank je wel, voorzitter. Ik denk dat er voor de inwoners thuis die morgenaan de keukentafel over dit commissiedebat gaan spreken, uit dit debatecht wel een aantal hele mooie punten gekomen zijn. De inwoners vanSpijk, de inwoners van Zeeland en de inwoners die te maken hebben metTata Steel hebben heel veel verduidelijking gekregen door vragen die wijgesteld hebben als commissie. Ik vind ook echt oprecht dat de Staatsse-cretaris en de ondersteuning daar goed en uitgebreid de tijd voorgenomen hebben, dus mijn dank en waardering daarvoor.Ik wil benoemen dat één ding eruit springt. Ook vanavond weer hebbenwe echt het dilemma op tafel gekregen dat we enerzijds streven naar eencirculaire economie, waar één keer bij allerlei operationele processen ookreststromen ontstaan die milieubelastend zijn. We zien gewoon keer opkeer dat er voortschrijdend inzicht is en dat we ons daarop aanpassen.Voor Tata Steel of voor de staalslakken gaat het om een meldplicht. Nougaan we naar een vergunningsplicht en een crisismaatregel die genomenis door het kabinet. Ik sluit niet uit dat dit de laatste keer zal zijn, maar ditis wel elke keer het dilemma dat boven dit commissiedebat hangt. Ik vinddat we dat behoorlijk constructief aan hebben weten te pakken met decommissie zoals we die nu hebben gehad, de laatste anderhalf jaar waarik bij mocht zijn.Dank je wel.De voorzitter:Dank u wel. Een interruptie van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik vind het wel interessant om met de VVD te verkennen hoe we dit nou inde toekomst kunnen voorkomen. Als het gaat om het circulair gebruik vanbouwstoffen hebben we een Circulair Materialenplan. Daarvan heeft deCommissie m.e.r. gezegd in het advies: de milieu- en gezondheidseffectenzijn nog onvoldoende in beeld gebracht; doe dat nou. De Partij voor deDieren heeft toen gezegd: laten we dat inderdaad doen; laat nog eenonafhankelijke beoordeling op dat Circulair Materialenplan los, waarbij erwordt gekeken naar de gezondheids- en milieueffecten, zodat we dit soortdingen kunnen voorkomen. Is de VVD met het voortschrijdend inzichtbereid om met ons mee te denken over de manier waarop we die stapalsnog kunnen zetten met elkaar?De heer Buijsse (VVD):Interessante vraag. In de wandelgangen hebben lid Kostic´ en ik hier aleens wat over van gedachten gewisseld. De MER is enige tijd geledenonderdeel geworden van vergunningstrajecten. Als iemand eenvergunning wil aanvragen en er is zicht op een zware milieubelasting, dandient een aanvrager een MER uit te voeren. Gaandeweg ontdekken we datwe naast milieueffecten ook gezondheidseffecten willen betrekken invergunningstrajecten. Dus voordat je een milieubelastende of eengezondheidsbelastende activiteit start, zou je dan zo’n beoordelingmoeten doen. Op dit moment, as we speak, is er geen wettelijkegrondslag voor een GER. Zou dat ooit wellicht iets worden, dan vind ik dateen interessante gedachte; dan kunnen we dat nog gaan doen.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik zal mijn vraag herhalen, want blijkbaar was die onduidelijk. Die ginghelemaal niet over de GER. Ik had het over de Commissie m.e.r., die eennegatief advies had gegeven over het Circulair Materialenplan, juistomdat de gezondheids- en milieueffecten daarin onvoldoende in beeldwaren gebracht. Het advies van Commissie m.e.r. richting ons was: zorger nou voor dat het Circulair Materialenplan nog wordt getoetst op degezondheids- en milieueffecten, zodat we het soort issues als de staal-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34167 slakken kunnen voorkomen. Daarover vraag ik aan de VVD ... Nee, dit gaatniet over de GER.De voorzitter:Dus wat is kort samenvattend uw vraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):De vraag is: is de VVD bereid om dat advies van de Commissie m.e.r. opte volgen en het Circulair Materialenplan te laten toetsen op degezondheids- en milieueffecten, zodat we issues met materialen zoalsstaalslakken kunnen voorkomen?De voorzitter:Ja, duidelijk.De heer Buijsse (VVD):De wedervraag is – dat is tegelijkertijd mijn antwoord – op welkejuridische grondslag die GER dan gebaseerd is.De voorzitter:Oké. We gaan door. De heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor de beant-woording van de vragen. Volgens mij zijn bijna alle vragen die ik gesteldheb, beantwoord.Ik was nog even benieuwd naar het volgende. De Staatssecretaris zei bijmijn laatste vraag dat beide opties worden verkend; dat gaat natuurlijkover het netto-pfas-lozingsverbod. Ik vroeg me even af wanneer wij alsKamer een schriftelijke reactie krijgen op die verkenning. Wanneer krijgenwe daar iets over te horen?Dat was het.De voorzitter:Dank u wel. Het lid Kostic´. Nu even stilte, jongens. Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel. Eerst over Tata. De expertgroepen waren best wel negatiefover de joint letter of intent. De Staatssecretaris zei: dat hebben weallemaal verwerkt. Ik wil graag een toezegging van de Staatssecretaris dathij de twee expertgroepen met spoed gaat vragen naar wat er nu ligt endat die informatie naar de Kamer wordt gestuurd, zodat we op schrifthebben wat die expertgroepen nou echt vinden.Er ligt een motie van de Partij voor de Dieren om te borgen dat demetingen in en rond Tata onafhankelijk, continu en fijnmazig wordenverricht. Ik wil graag een terugkoppeling over de manier waarop dit nuecht wordt verwerkt, want eerder werd die motie een beetje opzijge-schoven. Er worden ook allemaal percentages genoemd die moetenworden gehaald door Tata Steel, maar we weten uit het verleden dat TataSteel zich niet houdt aan de afspraken en de beloftes. Er lopen sinds dejaren negentig afspraken met de sector, waar Tata natuurlijk een grootonderdeel van uitmaakt. In 2010 zou het al bijna 90% aan fijnstof hebbengereduceerd en aan stikstof en weet ik veel wat allemaal. Dat heeft Tataniet gerealiseerd. Dus hoe zorgen we er nu voor dat de doelen echtworden gehaald? Als Tata het niet dreigt te halen, halen we dan gelijk hetgeld terug, of krijgen ze nog eindeloos allemaal verbeteringsprogramma-mogelijkheden? Hoe wordt het geborgd?Dan over de staalslakken. Ik ben benieuwd naar het volgende. Eenvergunningsplicht is wenselijk vanuit de Staatssecretaris, maar hij zit ereen beetje mee in de maag dat hij de meldingsplicht niet in de weg wilTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34168 zitten qua snelheid. Kan het niet parallel? Of zijn er andere manieren omsnel te kunnen schakelen naar iets strengers, zoals de vergunningsplicht?Kan de Staatssecretaris toezeggen om hier op korte termijn met een briefover te komen met daarin wat de mogelijkheden zijn?Dan is er nog een motie van de Partij voor de Dieren en NSC om beter teborgen dat de vervuilers betalen, zodat we niet steeds bij de burgerterugkomen. Kan de Staatssecretaris laten weten hoe hij die oppakt?Ten slotte de wet over de bestrijdingsmiddelen. Mijn vraag was precies ...De voorzitter:Kort.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik heb geconstateerd dat de Staatssecretaris inderdaad de demissionairestatus gebruikt om niet door te zetten met de wet, maar hij gebruikt zijndemissionaire status ook om die 2 miljard euro aan Tata te geven.De voorzitter:En wat is uw vraag?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik vraag vanuit de omwonenden: is hij bereid om toch nog een keer tekijken om die wet alsnog door te zetten? Want de samenleving snakternaar.De voorzitter:Dank u wel, dank u wel. De heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Poeh, poeh. Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch nog even wat zeggen overdie windmolens. Als ik het goed begrijp, is vier keer de tiphoogte nietmeer aan de orde en ziet het kabinet van VVD en BBB hiervan af. Daarmeezorgen zij er dus voor dat veel Nederlanders meer overlast gaan ervarenen laten zij het klimaat prevaleren boven de gezondheid, zeg ik dan maargerust. Dan ben ik wel heel benieuwd wat het standpunt dan is dat hetkabinet nu inneemt over de afstandsnorm, de brief of wat dan ook over dewindparken op land.De voorzitter:Dank u wel. De heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Laat de Staatssecretaris maar op de vorige sprekerantwoorden. Volgens mij is er nog geen besluit genomen. Ik heb nogsteeds goede hoop dat wij snel tot een goede afstandsnorm komen, metuitzonderingen voor die plekken waar windenergie op land, bijvoorbeeldop een industriegebied of in het geval van een kleine windmolen op hetboerenerf wel een goede oplossing is. Ik heb daarover nog steeds hoopdat dat goed gaat komen.Ik wil de Staatssecretaris en zijn team bedanken voor de antwoorden diewe gehad hebben. We zullen straks de toezegging even nauwlettend in degaten houden.Dank u wel.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):Dan ben ik toch wel heel benieuwd, zo vraag ik aan de heer Vermeer, waarhij dan die hoop vandaan haalt. Want de heer Vermeer vroeg ook naar ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34169 document alsof het als niet verzonden moest worden beschouwd, maar ikhoor hem nu zeggen dat er mogelijk toch wel maatwerk geleverd gaatworden. Ik vraag dus aan de heer Vermeer: waar haalt hij deze wijsheiddan vandaan?De heer Vermeer (BBB):Ik haal de wijsheid hier vandaan dat er nog steeds geen afstandsnormgepubliceerd is en er dus ook niet gezegd kan worden dat het een fouteafstandsnorm is. Zo simpel is dat. Ik hoop wel dat die er snel komt, wantin heel veel gemeentes en provincies kijken ze echt uit naar eenafstandsnorm die ook voor burgers te begrijpen is, waarvan ze zelf goedkunnen zien of een plan mogelijk is of niet, zodat er zo snel mogelijkduidelijkheid is. Die moet er ook komen voor de exploitanten, want diezitten weer met de SDE-aanvragen zo, dus het wordt steeds spannendervoor hen. Hoe eerder die norm er is, hoe beter het is voor iedereen.De voorzitter:De heer Boutkan, tot slot.De heer Boutkan (PVV):Kunnen we deze snelle afhandeling dan nog voor de verkiezingenverwachten, vraag ik dan aan de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Volgens de laatste informatie zit ik niet in het kabinet, maar ben ikvolksvertegenwoordiger. Ik kan dus slechts vragen stellen.De voorzitter:Goed, dan gaan we door naar de tweede termijn van de kant van deregering. Ik sta korte verhelderende vragen toe. Geen nieuwe thema’smeer, dus voor korte verhelderende vragen is ruimte. Geen nieuwethema’s.Staatssecretaris Aartsen:Ik ga toch even de partypooper zijn. Ik wil eigenlijk een kwartier schorsing,als dat kan. Ik zit nu al op vijftien vragen die ik sowieso al heb, en dankomt er nog heel veel aan. Er zijn heel vragen gesteld in tweede termijn.Als het kan ...De voorzitter:Oké.De vergadering wordt van 21.45 uur tot 22.02 uur geschorst.De voorzitter:We gaan verder met het laatste gedeelte van dit commissiedebat. DeStaatssecretaris heeft telkens klare taal gesproken. Dank daarvoor.Hopelijk doen we dat ook in de laatste fase nog even. Er liggenvijftien vragen. Als we ongeveer een minuut per vraag kunnenaanhouden, kunnen we op tijd beginnen met de toezeggingen. Laten wezien hoever we komen. Ik geef graag het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Die vijftien betreft de eerste helft. Er zijn inmiddels 35 vragen in tweedetermijn gesteld. Ik ga mijn best doen. Ik loop ze staccato langs, met uwwelnemen.De heer Gabriëls stelde mij een vraag over de industrietafel en eenomwonendentafel. Het is inderdaad zo dat we in het kader van dealternatieve verwerking van staalslakken een industrietafel hebbenopgezet. We hebben natuurlijk ook goed naar u geluisterd. Gezien het ideeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34170 van secundaire bouwstoffen en alle vragen die daarachter vandaankomen, is het ook verstandig om daar participatietrajecten op toe tepassen. Het idee van een omwonendentafel zouden wij dus graagomarmen, zodat we die ook kunnen gaan toepassen bij het Beleidskadersecundaire bouwstoffen.Mevrouw Wingelaar vroeg mij of er voldoende SPUK-gelden aanwezigzijn. Op dit moment is er voldoende geld beschikbaar. Het blijft zo dat hetgeld voor zaken op het gebied van bodem altijd beperkt is. Het magnatuurlijk altijd meer zijn, helemaal als het bodemverontreiniging doordrugsdumpingen en dat soort aangelegenheden betreft. Maar op ditmoment hebben we geen indicatie dat er voor de huidige aanvragen teweinig geld aanwezig is, hoewel meer altijd mag.Het lid Kostic´ vroeg of ik in een brief kan terugkomen op de meld- envergunningsverplichting bij staalslakken na deze regeling. Dat kan iktoezeggen. In de brief die wij aan het einde van het jaar zullen sturen enwaaraan ik al een aantal keer gerefereerd heb, zal ik toelichten hoe wedaar netjes mee omgaan, ook in de wetgevingstrajecten.Het lid Kostic´ vroeg mij ook of ik nog de stoffen ga opnemen waar de ILTaan refereert. Ja, dit punt neem ik mee in de herijking van de bodemwet-geving. Daarvan is op dit moment fase 2 gestart. We gaan nu dus ookstarten met de wetenschappelijke onderzoeken, om die vervolgens op tenemen in wet- en regelgeving.Mevrouw Wingelaar had een vraag over haar motie over Beaumix. Metuw goedvinden kom ik daar op korte termijn uitgebreid op terug in deverzamelbrief bodem.De vraag over de A2 van mevrouw Wingelaar verwijs ik door naar deMinister. Die gaat over de toepassingen bij Rijkswaterstaat en over deaanleg van wegen.De voorzitter:Een korte verhelderende vraag van mevrouw Wingelaar.Mevrouw Wingelaar (NSC):Op welke termijn komt u daarop terug?Staatssecretaris Aartsen:In de maand oktober.Even kijken. Tata. Nogmaals, we hebben daar uitgebreid over gesproken.Van de kant van het kabinet kan ik zeggen, mede namens de Minister vanKGG dat we er graag over doorpraten met uw Kamer. Er zijn een aantalvragen gesteld over hoe bepaalde dingen exact zitten. U gaat natuurlijkover uw eigen processen, maar vanuit het kabinet is er alle bereidheid omuw vragen zo goed als mogelijk te beantwoorden, in schriftelijke rondesen in feitelijke rondes. We zouden u graag een technische briefing willenaanbieden, als u daar behoefte aan heeft.Het lid Kostic´ vroeg of we een spoedadvies zouden kunnen vragen doorde expertgroep. Dit zou iets kunnen zijn waar de Kamer zelf het initiatieftoe neemt, in de zin dat u de expertgroep uitnodigt. Ik wil namelijk wel derolzuiverheid vasthouden. We hebben een standaardtraject als het gaatom maatwerkafspraken. Daarin ontvangen wij adviezen van de advies-commissies. Het kabinet besluit vervolgens of het die adviezen deelt. Zo ishet op dit moment geregeld en dat is, denk ik, ook de verhouding die wemoeten hebben. Maar het staat de Kamer natuurlijk vrij om de expert-groep en de AMVI uit te nodigen om hierover door te praten.De voorzitter:Een korte, verhelderende vraag.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34171 De expertgroepen zijn ingesteld door het kabinet. Er is een adviesgegeven. Van wat wij vandaag daarvan hebben gezien, is dat niet een heelpositief advies. De Staatssecretaris zegt tegen ons «we hebben hetallemaal verwerkt.» Het duurt nog lang voordat wij hier de twee expert-groepen zouden kunnen horen. Ik wil gewoon dat er zo snel mogelijk eenbrief komt van de Staatssecretaris met die adviezen van de expertgroepenop basis van wat er nu ligt.Staatssecretaris Aartsen:In de Kamerbrief hebben we heel duidelijk aangegeven hoe wij steedsieder punt van die adviezen hebben verwerkt. Dit beantwoordt ook gelijkde vraag van de heer Gabriëls. Er is geen verschil van opvatting. Wehebben die zaken gewoon goed verwerkt. We hebben een concept-JLoIgedeeld met de expertgroep en de adviescommissie. Die hebben ons daaradvies over gegeven. We hebben een hele hoop van die zaken overge-nomen. Het was een zeer nuttig advies en dat hebben we gebruikt om hetbeter te maken.De voorzitter:Het lid Kostic´ met een korte, verhelderende vraag.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, maar dit is gewoon belangrijk. De Staatssecretaris weigert dus ...De voorzitter:Ja, maar hij heeft wel een antwoord gegeven. Dat was misschien niet hetantwoord dat u wilt horen, maar daar heeft u uw eigen middelen voor. DeStaatssecretaris heeft zijn antwoord gegeven.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Prima. Ik wil dat even verhelderd hebben, maar dan moet ik maar eenmotie indienen. Dit werkt niet echt aan het vertrouwen.Staatssecretaris Aartsen:Wat volgens mij aan vertrouwen werkt, is dat je rolvastheid probeert tebetrachten. Dat heeft er wel mee te maken. Wij proberen een proces metelkaar af te spreken. Dat hebben we gedaan en daar houden wij ons aan.Nogmaals – ik heb zelf ook een aantal jaar in de Kamer gezeten – het staatde Kamer vrij om iedereen uit te nodigen. Dat is het mooiste van Kamerlidzijn: mensen uitnodigen om over zaken door te praten.Waarom gaat de Kooks- en Gasfabriek niet eerder dicht, wil de heerGabriëls weten. De Kooks- en Gasfabriek sluit zodra de nieuwe installatieswerken. In principe is dat in 2029. Wij kunnen echter geen staatssteungeven om eerder dicht te gaan omdat Kooks- en Gasfabriek op ditmoment binnen het VTH-traject loopt met de omgevingsdienst. Dat maaktdat het binnenwettelijk is, terwijl de JLoI-afspraken buitenwettelijk zijn.Het is daarom wettelijk niet toegestaan om staatssteun te geven om heteerder dicht te doen. In fase 2 van het Groen Staalproject sluit overigenswel Kooks- en Gasfabriek 1. Alleen de JLoI en de maatwerkafsprakengelden over fase 2.Hoe wordt er geborgd dat Tata de gezondheidsdoelen haalt en er geendiscussie over percentages ontstaat? De gezondheidsdoelen zijn op ditmoment als harde voorwaarde opgenomen in de JLoI en wordenvervolgens ook als harde voorwaarde opgenomen in de maatwerkaf-spraken. Op basis van de adviezen van de expertcommissie hebben we zeovergenomen en een goede plaats gegeven, iets wat heel erg belangrijkis. Dat betekent dus dat er binnen de maatwerkafspraken een monito-ringssysteem komt waarin ook sancties als een vangnet staan, juist om teborgen dat die gezondheidsafspraken plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34172 De voorzitter:Een korte verhelderende vraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik had eventjes tijd nodig om na te denken over het antwoord van deMinister over de Kooks- en Gasfabriek 2. De Kooks- en Gasfabriek 2 kandus alleen maar dicht als de antiaanzeggingsprocedure van de provincieslaagt, is eigenlijk het antwoord. Hij is dus altijd binnenwettelijk aan tezeggen. Dat begrijp ik niet helemaal. Verder ben ik vergeten om in mijntermijn te zeggen dat ik de Staatssecretaris en zijn team heel erg wilbedanken voor de antwoorden.Staatssecretaris Aartsen:Dank daarvoor. Het is zo dat de Kooks- en Gasfabriek 2 dicht kan op hetmoment dat de nieuwe installaties van dit project draaien. Dat is nuvoorzien voor 2029. Wij kunnen daar alleen binnen dit traject geenafspraken over maken omdat het op dit moment binnenwettelijk is en deafspraken buitenwettelijk zijn. Het is dus juridisch niet toegestaan om datte doen.Mevrouw Koekkoek vroeg mij nog naar gezondheid in de maatwerkaf-spraken, geen ontbindende voorwaarden en waarom niet. Gezondheid isnou juist de kern van de afspraken. Het is waarom we dit doen. Dezedoelen kunnen alleen behaald worden als we ook daadwerkelijk eendefinitieve maatwerkafspraak kunnen maken. Dan kunnen we de doelendie we nu hebben beschreven in de JLoI ook daadwerkelijk verankeren. Ikverwijs nogmaals naar het monitoringssysteem met het vangnet en desancties, waarbij moet worden terugbetaald indien de doelen niet wordenbehaald.Het lid Kostic´ vroeg mij naar de motie over onafhankelijke metingenborgen. Daarvoor zou wetgeving moeten worden aangepast. Het wettelijkkader is nu zo ingeregeld dat een bedrijf zelf verantwoordelijk is voor hetaanleveren van correcte informatie. Die verantwoordelijk ligt daar, niet bijde overheid. Ik gaf al eerder aan dat we zien dat dat in deze casus leidt toteen druk op het vertrouwen. Daarom heb ik aangegeven dat ik ervooropensta om te bekijken of we dit op een andere manier kunnen organi-seren. Ik kom in de Actieagenda Industrie en Omwonenden graag terugop hoe we dit kunnen vormgeven. Ik zie namelijk ook dat er een belang isbij onafhankelijke metingen en het niet laten ontstaan van discussiesdaarover.Moet ik alle vragen afmaken, voorzitter? Ja, begrijp ik. Ik ben bijna klaarmet de vragen over Tata.Er zijn vragen gesteld over de opzeggronden van staalslakken en de JLoI.Nogmaals, Tata heeft op dit moment een opzeggrond die hij kan inroepenop het moment dat het nationaal beleid ten aanzien van het productdusdanig verandert dat de businesscase significant expliciet negatiefwordt beïnvloed. Er is gevraagd om een fictief voorbeeld. Het zoubijvoorbeeld het geval kunnen zijn als de nationale overheid zou besluitenom de productie van staalslakken te verbieden. Dan heb je zo’n casuswaarin die businesscase ten aanzien van het product significant negatiefzou uitpakken, omdat je er dan geen kant mee op kan. Ik wil er daarbij welop wijzen dat Tata ook kan besluiten om de JLoI niet op te zeggen. Ditgeldt overigens alleen voor de JLoI, want op het moment dat webindende maatwerkafspraken hebben gemaakt, gelden alle ontbindendevoorwaarden, zowel de ontbindende voorwaarden van Tata als deontbindende voorwaarden van de overheid, niet meer. Daarom is het juistzo belangrijk om ervoor te zorgen dat we binnen een jaar tot die bindendemaatwerkafspraken komen, want dan heb je daadwerkelijk iets in handenom te kunnen zeggen: dit is the way to go en daar moeten we volle bakmee aan de gang.Dat was volgens mij alles ten aanzien van Tata.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34173 De voorzitter:Dan heeft u een korte verhelderende vraag van het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Een vraag over de Kooks- en Gasfabriek 2. De Staatssecretaris zegt dat hetin een juridisch proces loopt, dat we daarom nu geen bovenwettelijkemaatregelen kunnen treffen en er geen maatwerkafspraken zijn. Maarwaarom wordt die Kooks- en Gasfabriek 2 zo duidelijk vermeld in de JLoIals die eigenlijk helemaal geen onderdeel is van bovenwettelijkeafspraken? Gaat er dan geen belastinggeld naar het sluiten van de Kooks-en Gasfabriek 2?Staatssecretaris Aartsen:Nee, omdat dat niet kan. Nogmaals, dan is het binnenwettelijk en nietbovenwettelijk. Maar het effect van de afspraak is dat de nieuwe instal-laties zullen gaan werken in 2029. Dan zal Tata ook die Kooks- enGasfabriek 2 sluiten. Dat is dus het effect van de maatwerkafspraken, nieteen onderdeel ervan.De voorzitter:Gaat u verder. Nee, eerst mevrouw Koekkoek nog. Een korte verhelde-rende vraag.Mevrouw Koekkoek (Volt):Bedankt voor het fictieve voorbeeld. Alleen, ook daar is mijn vraag watdan de productie is. Zojuist hebben we best uitvoerig het debat gevoerdover classificatie en toepassing. Toen gaf ik zelf als voorbeeld: als wijzouden verbieden om staalslakken toe te passen in een toplaag, slaat datdan terug op die ontbindende voorwaarden of niet? Het begrip«productie» vind ik nog steeds best breed. Wat zou je aan nationaal beleidkunnen veranderen zodat die ontbindende voorwaarden in werkingtreden?Staatssecretaris Aartsen:«Productie» is niet breed, «productie» is vrij specifiek: het producerenervan. Ik heb eerder al gezegd dat de toepassingen daar los van staan,omdat die toepassingen gelden voor het toepassen van alle staalslakken,geïmporteerd en geëxporteerd vanuit waar dan ook, binnen Nederland.Dat is iets anders dan de productie en het product zelf, dat natuurlijk ookgeëxporteerd kan worden. Daarin zit dus een groot verschil. Daarom zegik dat we echt heel zuiver het onderscheid moeten blijven maken tussenhet product en de productie aan de ene kant en die toepassing en hetgebruik aan de andere kant. Daar begon ik mijn verhaal ook mee.De voorzitter:Mevrouw Koekkoek, heel kort.Mevrouw Koekkoek (Volt):Staalslakken zijn toch een noodzakelijk bijproduct of afvalproduct van deproductie van staal? Dan zou er toch eigenlijk alleen maar hier eenprobleem zijn op het moment dat wij in Nederland de productie van staalzouden verbieden? Dat kan ik mij niet voorstellen.Staatssecretaris Aartsen:U vroeg mij om een voorbeeld waarbij deze clausule in werking kantreden. Nogmaals, dat is op het moment dat er zo’n grote stap wordtgezet op nationaal niveau ten aanzien van het product dat dat eenexplosief negatief effect heeft. Dat voorbeeld heb ik proberen te geven. Ikheb juist steeds beweerd, en het is nog steeds mijn stelling, dat het onscompleet vrij staat, zonder dat het effect heeft op de maatwerkafspraken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34174 om staalslakken veilig toe te passen. En daar gaat het uiteindelijk om: omde toepassingen. Daarom maak ik mij ook geen seconde geschroomdvoel ... Is dat Nederlands? In ieder geval: ik voel mij geen secondebelemmerd om te doen wat nodig is om de gezondheid en veiligheid vanNederlanders te waarborgen als het gaat om staalslakken en detoepassing ervan.De voorzitter:Ja. We gaan door.Staatssecretaris Aartsen:Het lid Kostic´ vroeg mij nog naar de motie met het kostenverhaalbetreffende grootverbruikers. Daar wil ik graag schriftelijk op terugkomenals dat mag. Het was te kort dag om dat in een kwartier uit te zoeken, datzou geen recht doen aan de vraag. Ik kom er dan in oktober op terug.De heer Bamenga vroeg mij ...De voorzitter:Een moment. Een korte verhelderende vraag van de heer Gabriëls.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Excuus, voorzitter, en excuus, Staatssecretaris. Op het moment dat we dieafspraken gemaakt hebben, gelden de ontbindende voorwaarden nietmeer. Stel nou dat de rechtszaak en de aanzeggingsprocedure van deprovincie Noord-Holland over de Kooks- en Gasfabriek 2 nog langer daneen jaar duren en dat we in de tussentijd die afspraken gemaakt hebben.Dan moeten er toch ontbindende voorwaarden zijn? We hebben toch zelfals overheid ook een ontbindende voorwaarde dan, namelijk dat werechtszaken die lopen ...De voorzitter:Uw vraag is?De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):De vraag is wat er gebeurt op het moment dat binnen een jaar de JLoIgeen intentie is maar werkelijkheid wordt, en na dat jaar de provincie metde omgevingsdienst de aanzeggingsprocedure wint ten aanzien van deKooks- en Gasfabriek 2.Staatssecretaris Aartsen:Deze situatie kan zich waarschijnlijk niet voordoen, omdat de NederlandseStaat ook een aantal ontbindende voorwaarden heeft gesteld. Een van dieontbindende voorwaarden is compliance, dus dat Tata moet voldoen aande Nederlandse wetgeving.De voorzitter:Duidelijk. Duidelijk.Staatssecretaris Aartsen:Dit moet worden opgelost voordat de Nederlandse Staat de maatwerkaf-spraken afsluit. Dat zou u van mij ook niet anders verwachten, kan ik mevoorstellen.De voorzitter:Gaat u verder.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. De heer Bamenga vroeg mij wanneer er een reactie komt op deverkenning van het lozingsverbod. Ik kan namens de Minister zeggen datdat in het eerste kwartaal van 2026 zal zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34175 De heer Gabriëls stelde me een vraag over de provincies en hoe het zitmet de pfas-verkenning. Nogmaals, ik blijf op dit punt verwijzen naar hetfeit dat wij wisselende signalen krijgen van provincies. Zij zeggen: wehebben nu juist heel goede afspraken met bedrijven; als u nu eenwetgevingstraject start, verwachten wij dat dit contraproductief gaat zijn.Juist omdat wij wisselende signalen van provincies hebben gekregen,hebben wij gezegd eerst in gesprek te gaan met provincies om te kijkenhoe wij hier samen tot een oplossing kunnen komen.De heer Gabriëls vroeg mij ook nog of er een andere organisatie is danhet PBL die de gezondheidskosten van pfas zou kunnen meten. Onzeveronderstelling is dat daar geen andere organisatie voor is dan het PBL.Het PBL is bij uitstek de organisatie die dat zou kunnen doen. En zij gevenaan dat er op dit moment simpelweg onvoldoende kennis en informatie isom die kosten goed te kunnen berekenen. Als die informatie er wel is,kunnen ze dat natuurlijk wel doen, maar op dit moment hebben ze dieinformatie niet. Ik denk dat het goed is om vooral eerst zicht te krijgen opde gezondheidseffecten en het terugdringen van de blootstellingen.Het lid Kostic´ vroeg mij nog naar het wetsvoorstel over gewas-bescherming. Ik verwijs echt naar de brief die ik daarover heb gestuurd. Ikdenk dat wij op dit punt politiek van mening verschillen. Op dit momentheeft het kabinet gezegd dat wij in demissionaire staat geen besluit erovernemen omdat het nemen van dat besluit een politiek karakter heeft. Wijvinden dit echt iets anders dan bijvoorbeeld de gezondheid van deomwonenden van Tata. Dat betreft een zwaar en urgent belang en daaromhebben wij besloten om deze JLoI te tekenen.De heer Boutkan vroeg nog naar de afstandsnorm voor windturbines.Zoals ik ook al tegen de heer Vermeer zei, heeft het kabinet nog geenbesluit genomen over die afstandsnorm. Die is er op dit moment dus ookniet. Wij zijn voornemens om dit besluit zo spoedig mogelijk te nemen,maar we moeten wel goed bekijken wat de effecten op de omgeving zijn.We willen het zorgvuldig doen.De heer Buijsse vroeg mij hoe het versterken van de uitvoering van hetZZS-emissiebeleid ten aanzien van de minimalisatieverplichting werkt.Kunnen we die beter onder controle krijgen? Op dit moment zijn wesamen met het bevoegd gezag zogeheten uitvoeringstafels zeer zorgwek-kende stoffen gestart. Daar werken overheden en bedrijfsleven samen omde problemen in de uitvoeringspraktijk aan te pakken.Mevrouw Koekkoek vroeg hoe ik de preventie versterk in relatie tot hetvoortschrijdend inzicht. Dat doen we door vooral ervoor te zorgen dat wedie voorzorgen aan de voorkant en in de praktijk beter invullen, bijvoor-beeld met de routekaart voorzorg chemische stoffen die we op ditmoment samen met overheden en bedrijven aan het uitwerken zijn.Daarnaast zijn we ook trekker van Safe-and-Sustainable-by-Design, hetinitiatief vanuit Europa.Tot slot, voorzitter, het verzoek van de heer Vermeer over Duitsland enBelgië. Ik ga uw verzoek doorgeleiden naar de collega’s van KGG en VROen ik zal daarbij het verzoek overbrengen om snel te antwoorden.De voorzitter:Fijn, dank u wel. Nog een korte vraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Is het echt te veel gevraagd om te zeggen dat dat uiterlijk 10 oktober of zogebeurt?Staatssecretaris Aartsen:Ik kan geen uitspraak doen namens mijn ... Wat ik u kan toezeggen, is datik het deze week naar beide departementen stuur. Dat is wat ik kantoezeggen. Ik kan niet iets toezeggen namens beide ministeries. Dat maaktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34176 het zo ingewikkeld, maar ik ga het deze week doorsturen, ook met uwverzoek om het voor 10 oktober te doen.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we aangekomen bij de toezeggingen. Laten we diezorgvuldig met elkaar doorlopen, omdat zij misschien toch een stukjewinst van dit debat weergeven.−Een toezegging aan de heer Boutkan: de Kamer wordt nogmaalsgeïnformeerd over de acht stappen die de Staatssecretaris zet tenaanzien van staalslakken.−Een toezegging aan de heer Buijsse: de Kamer wordt voor het eindevan het jaar geïnformeerd over de voortgang en de uitkomst van degesprekken ten aanzien van de situatie in Spijk, inclusief wat er binnende bestaande financiële kaders gehaald wordt; tevens wordt de Kamerhierbij geïnformeerd naar aanleiding van de gesprekken met VNO enBouwend Nederland over technieken om milieueffecten van staalslak-ken te verlagen.De heer Buijsse (VVD):Als het mag, heel kort: ik zou het woord «industrietafel» graag toege-voegd zien aan deze zin.De voorzitter:Ja, dat gaan we doen.−Een toezegging aan de heer Gabriëls: de Kamer zal een schriftelijketoelichting ontvangen op de juridische houdbaarheid van de aannamedat toepassing van staalslakken van minder dan 50 centimeter veiligzou zijn.Staatssecretaris Aartsen:Niet juridisch, maar wetenschappelijk. Ik ga alle wetenschappelijkeonderzoeken waarop we dat hebben gebaseerd met uw Kamer delen. Datkunnen we uiteenzetten.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ja, en als het mag en kan ook de juridische onderbouwing van waarom udat juist in Brussel heeft ... Dan zijn we daar ook meteen ...Staatssecretaris Aartsen:Ja, vanzelfsprekend. Dat zetten we ook nog even uiteen.De voorzitter:Fijn, dan gaan we dat doen.−Een toezegging aan mevrouw Wingelaar: de Kamer wordt voor heteinde van het jaar geïnformeerd over het Beleidskader secundairebouwstoffen en wordt hierbij ook geïnformeerd over de voortgang vande uitvoering van beide moties van het lid Wingelaar over Beaumix ende herijking van de bodemregelgeving.Staatssecretaris Aartsen:Die laatste twee komen waarschijnlijk al eerder vanwege de verzamelbriefbodem, die ik later toe heb gezegd. Het andere klopt. Ik ga dit welsamenvoegen met de aan de heer Buijsse toegezegde brief. Dat wordt dusgewoon één brief. De beide moties in de bodemverzamelbrief van oktoberen de andere zaken aan het einde van het jaar, waar we dan een verzamel-brief staalslakken van maken of zo.De voorzitter:Ja.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34177 −De vijfde toezegging is een toezegging aan de heer Buijsse: de Kamerwordt direct geïnformeerd nadat de Europese Commissie heeftbesloten over de tijdelijke regeling staalslakken; zo snel mogelijkdaarna ontvangt de Kamer hiervan een inhoudelijke appreciatie methandelingsperspectief.−De zesde toezegging, ook aan de heer Buijsse: naar verwachting wordtde Kamer voor het einde van het jaar geïnformeerd over de intentie-verklaring met Chemours over reductieplannen voor pfas.−Een algemene toezegging: in november wordt de Kamer geïnformeerdover de AMvB over de ontheffingsmogelijkheid voor lokale verenigin-gen met betrekking tot de Wet veilige jaarwisseling.Staatssecretaris Aartsen:November is nu de verwachting. Maar nogmaals, dat hangt natuurlijk afvan de besluitvorming inzake de internetconsultatie.De voorzitter:Wat betekent dat voor de toezegging?Staatssecretaris Aartsen:Ik kan de Kamer informeren dat de consultatie is gestart.De voorzitter:Oké, dat komt.−Een toezegging aan het lid Kostic´: de Kamer wordt aan het einde vanhet jaar geïnformeerd over de vraag of het mogelijk is om parallel aande meldplicht voor staalslakken ook de vergunningplicht mee tenemen.Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat gaat ook in de verzamelbrief staalslakken.De voorzitter:Yes.−De negende toezegging: in oktober wordt de Kamer geïnformeerd overde vraag van het lid Wingelaar over de A2.Staatssecretaris Aartsen:Nee, die vraag geleid ik door naar mijn collega, de Minister van IenW. Watde motie over Beaumix betreft: dat komt in de verzamelbrief bodem inoktober.De voorzitter:Ja, oké.−De tiende toezegging: in de Actieagenda Industrie en Omwonendenwordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om onafhanke-lijk te meten bij Tata Steel.Staatssecretaris Aartsen:Ja.De voorzitter:Yes.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Wanneer zou dat zijn?De voorzitter:Dat staat hier niet bij. Er staat hier dat u geïnformeerd wordt. Ik weet nietwanneer dat zou kunnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34178 Staatssecretaris Aartsen:Dat wordt december. Ik heb daar morgen een bijeenkomst over metomwonenden. Dat wordt dus het einde van het jaar.De voorzitter:Oké, dan noteren we dat.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Mag ik heel even iets vragen? Dit heeft alles te maken met afspraken metTata en in hoeverre we erop kunnen vertrouwen dat we goed kunnenmonitoren op de naleving. December lijkt me dus vrij laat, ook omdat demotie vorig jaar is ingediend en aangenomen. Dus als het eerder kan, heelgraag.Staatssecretaris Aartsen:Dan toch even scherp: alles ten aanzien van die boring staat in de JLoI;dat heeft u gisteren ontvangen in de Kamerbrief. Dat gaat specifiek overde casus van Tata. Wat betreft het los daarvan onafhankelijk maken: uvraagt feitelijk een aanpassing van de wet, want dat kan op dit momentniet. Ik ben nu aan het kijken of ik dat in een pilot kan gieten, zodat we dattoch kunnen doen. Dat wordt echt het einde van het jaar; excuus daarvoor.Dus specifiek wat Tata betreft: JLoI. Wat de Tata-pilot betreft: einde vanhet jaar.De voorzitter:Yes. Even samenvattend: in de Actieagenda Industrie en Omwonendenwordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden om onafhankelijk temeten bij Tata Steel; dat gebeurt uiterlijk in december.−De elfde toezegging, ook aan het lid Kostic´: de Kamer wordt in oktoberschriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken van de motie-Kostic´over de vervuiler laten betalen.−Een toezegging aan de heer Vermeer: de Kamer wordt zo snel mogelijkschriftelijk geïnformeerd over de casus windmolens België enDuitsland.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):En het omarmen van de omwonendentafel.De voorzitter:Oké. Dan sluit ik bij dezen het commissiedebat.De heer Gabriëls (GroenLinks-PvdA):Ik heb geen tweeminutendebat aangevraagd, maar misschien wiliemand ... Ik denk dat het wel verstandig is om dat ...De voorzitter:Oké, dan gaan we ook een tweeminutendebat doen, een plenaireafronding, zoals dat hoort. Prima, er is een tweeminutendebat aange-vraagd. Hoe dat geregeld wordt, gaan we zien. Ik sluit deze vergadering. Ikdank de Staatssecretaris, zijn ondersteuning en de Kamerleden. Eenaantal van u zie ik morgenvroeg om 10.00 uur.Sluiting 22.29 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 089, nr. 34179
Gerelateerde bronnen
- Leefomgeving en Externe veiligheid
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 september 2025, over Leefomgeving en Externe veiligheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.