KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerbrief · 9 okt 2026 · Tweede Kamer

Voortgang op de 3%-doelstelling en het 3%-R&D-actieplan

minister van Economische Zaken en Klimaat (naam nog niet beschikbaar) minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Geachte Voorzitter, Met deze brief geef ik, samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), een update over de doelstelling om 3% van het Nederlands bruto binnenlands product (bbp) te investeren in research and development (R&D) en over de voortgang op het bijbehorende 3%-R&D-actieplan dat 11 juli 2025 met uw Kamer gedeeld is (hierna: 3%-actieplan). Aanleiding voor dit actieplan was enerzijds dat de geopolitieke ontwikkelingen het steeds urgenter maken om de strategische autonomie en economische weerbaarheid van Nederland en Europa te versterken. De rol van R&D in het verwerven en behouden van sleutelposities op cruciale technologieën blijft dan ook onverminderd relevant. Anderzijds blijft R&D als drijver van productiviteitsgroei essentieel voor het verdienvermogen van de toekomst en voor het doel van 1,5% structurele economische groei om onze welvaart en ons voorzieningenniveau te kunnen handhaven en bekostigen. Inzet op R&D is dan ook één van de pijlers van de productiviteitsagenda.[voetnoot 1] Figuur 1. Ontwikkeling R&D-intensiteit selectie EU-landen van 2014-2024. Bron: Eurostat. De ontwikkeling op de 3%-doelstelling is een goede graadmeter om te zien in welke mate onze economie R&D-intensief is, en of de trend de goede of verkeerde kant op beweegt. Zoals te zien in Figuur 1, is de Nederlandse R&D-intensiteit al jaren relatief laag. Het kabinet heeft verschillende maatregelen getroffen om naar de 3%-doelstelling toe te werken, zowel uit het 3%-actieplan als daarbuiten. Doel van het beleid is dat deze investeringen uiteindelijk bijdragen aan het versterken van het Nederlandse verdienvermogen, onze toekomstige welvaart en strategische autonomie. In deze brief geef ik een overzicht van A) de stand van zaken van de R&D-intensiteit, B) de relevante intensiveringen en inzet van het kabinet op het scheppen van de juiste randvoorwaarden en C) van de voortgang op de beleidsopties genoemd in het 3%-actieplan. Stand van zaken en analyse R&D-uitgaven: tijdelijke toename, dalende trend De komende jaren wordt een afname in R&D-intensiteit voorspeld. Analyse van TNO laat zien dat de R&D-intensiteit kan afnemen van 2,41% in 2025 – een kleine toename ten opzichte van 2024 – tot 2,13% in 2030.[voetnoot 2] Rekening houdend met de meest relevante voorgenomen intensiveringen van het kabinet, vlakt deze daling naar verwachting af tot rond de 2,25% in 2030. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de benodigde additionele R&D-uitgaven per jaar in miljarden euro’s, om tot de 3% R&D-uitgaven van het bbp te komen. Daarbij wordt uitgegaan van de feitelijke, historische verhouding tussen de verschillende financieringsbronnen van publiek, privaat en overig en wordt rekening gehouden met het uitgangspunt dat de private uitgaven niet dalen als de publieke uitgaven toenemen. De 3%-doelstelling bevat het subdoel om met 1% publieke uitgaven, 2% private uitgaven teweeg te brengen. De extra publieke uitgaven aan R&D om tot 3% te komen in de kabinetsperiode van 2027-2030, bedragen cumulatief € 12 miljard euro volgens de analyse van TNO. Mld euro 2026 2027 2028 2029 2030 2030 Directe publieke financiering 2,2 2,5 2,6 3,3 3,6 33% Private financiering 4,8-4,9 5,3 – 5,4 5,5 – 5,6 6 – 6,4 6,2 – 6,7 59% Overige bronnen (Buitenland en non-profit) 0,9 0,9 0,9 1,0 1,0 9% Totaal 7,9 – 8,0 8,7 – 8,8 9,1 – 9,2 10,3 – 10,7 10,8 – 11,2 100% Tabel 1. Inschatting benodigde additionele financiering voor 3%-doelstelling, in miljard euro. Bron: TNO (2026), zie bijlage. De analyse laat zien dat de opgave om tot de 3% te komen voor Nederland aanzienlijk is. Met de middelen die het kabinet tot haar beschikking heeft, maakt zij een afweging tussen het nastreven van de 3%-doelstelling en de vele andere doelen die het kabinet heeft geformuleerd. Daarom blijft het van belang publieke middelen voor R&D slim in te zetten en tegelijkertijd te focussen op het stimuleren van private uitgaven aan R&D. Box 1: Oorzaken van de afstand tot de 3% in Nederland De relatief lage R&D-intensiteit in Nederland heeft een aantal oorzaken. Onze economie heeft een voor de R&D-intensiteit ongunstige sectorstructuur. In vergelijking met buurlanden zoals Duitsland is de industrie ondervertegenwoordigd. Juist in de industrie vindt veel R&D plaats, meer dan in de dienstensector. Maar ook wanneer hiervoor gecorrigeerd wordt, blijkt dat bedrijven hier relatief minder in R&D investeren.[voetnoot 3] In sommige andere landen is het aandeel private uitgaven ten opzichte van de publieke uitgaven ook een stuk hoger (zoals in de VS of Zuid-Korea). Hiernaast groeien de R&D-uitgaven in Nederland absolute zin wel, maar groeit het bbp harder waardoor de R&D-intensiteit niet meegroeit. Inzet van het kabinet: intensivering publieke R&D en scheppen juiste randvoorwaarden voor R&D investeringen De inzet van het kabinet om de R&D-uitgaven in Nederland omhoog te brengen loopt langs deze twee lijnen: 1) De publieke R&D uitgaven te verhogen en 2) inzet op het verbeteren van de randvoorwaarden voor R&D investeringen. De beleidsopties uit het 3%-actieplan vormen een concrete uitwerking op beide lijnen (zie deel C). Waarbij slimme publieke uitgaven een hefboomfunctie moeten hebben op private investeringen, in een verhouding van 1:2. Publieke uitgaven aan R&D Het kabinet verhoogt de directe publieke R&D-uitgaven door te investeren in onderzoek en wetenschap, oplopend tot € 428 miljoen structureel.[voetnoot 4] Hiermee beoogt het kabinet excellentie en profilering van de kennisinstellingen te bevorderen en samenwerking te stimuleren en de brede maatschappelijke en economische impact te vergroten. Onderdeel hiervan zijn investeringen in sectorplannen van universiteiten die zich zullen richten op de vier Wennink domeinen en deze sluiten daarmee aan bij de inzet van de taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat (hierna: taskforce). Ook heeft het kabinet onlangs besloten tot een nieuwe openstelling van het Nationaal Groeifonds Fonds (NGF) à € 375 miljoen (incidenteel). Het NGF is gericht op het versterken van ons duurzaam verdienvermogen door grootschalige investeringen in onderzoek en innovatie. Er is vanuit het NGF al € 11 miljard geïnvesteerd in 50 projecten, die ook de komende 5 tot 10 jaar nog worden uitgevoerd. De nieuwe openstelling zal zich richten op projecten die passen binnen de zes programma’s van het industriebeleid en daarmee de vier domeinen van de taskforce.[voetnoot 5] Tot slot is in het coalitieakkoord € 100 miljoen vrijgemaakt voor innovatie. Een deel hiervan is voor extra inzet op valorisatie. Op valorisatie werken EZK en OCW samen aan gerichte plannen om vanuit de kennisinstellingen, in samenwerking met het bedrijfsleven, te komen tot meer innovatie. Onder de update van beleidsopties uit het 3%-actieplan komt de allocatie hiervan aan bod. Een aantal van de plannen genoemd in deze brief zijn gepresenteerd in de ontwerpbegroting 2027 en zijn onder voorbehoud van parlementaire behandeling. Het kabinet heeft ook aangekondigd dat de NAVO-uitgaven naar 2,8% van het bbp in 2030 en 3,5% van het bbp in 2035 groeien. De recent gepubliceerde Economische Beleidsanalyse (EBA)[voetnoot 6] geeft aanbevelingen over de opschaling van de defensie-industrie. Het verhogen van veiligheid is het belangrijkste doel van de verhoogde defensie-uitgaven aan de economie. Daarnaast kan dit positieve maatschappelijke en economische effecten opleveren. De belangrijkste conclusie van deze analyse is dat een strategischer en actiever overheidsbeleid vereist is. Dat vraagt om een overheid die niet alleen reageert, maar ook richting geeft en stuurt. Zo geeft de overheid bedrijven meer zekerheid door langjarige investeringen. Met de inzichten uit de EBA ontwikkelt het kabinet een Nationaal Programma voor Defensie Industrie en Innovatie. Dit programma is een concretisering van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (2025-2029) dat Defensie en EZK hebben ontwikkeld. U wordt hierover in november nader over geïnformeerd. Box 2: Verkenning model voor inzichtelijk maken economische en brede baten van R&D Het kabinet verkent het ontwikkelen van een model waarmee de economische – en waar mogelijk ook de brede maatschappelijke - baten van publieke en private uitgaven aan R&D inzichtelijk worden gemaakt en worden doorgerekend. Als eerste stap is een verkenning uitgevoerd naar vergelijkbare modellen, mogelijke detailniveaus en de haalbaarheid van verschillende modelvormen.[voetnoot 7] Om tot een gedragen model te komen wordt in oktober een brede expertsessie georganiseerd waarin de bevindingen uit dit onderzoek centraal staan, maar ook de verkenning en vormgeving van het traject om tot een model te komen zelf. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van Kamerlid Van Dijk op dit onderwerp.[voetnoot 8] Recent onderzoek van EZK, CBS en RVO naar kennisspillovers van R&D biedt ook input voor deze expertsessie.[voetnoot 9] Volgens dit onderzoek ligt het private rendement van R&D in Nederland gemiddeld onder de één euro per geïnvesteerde euro, wat onderschrijft dat bedrijven zonder overheidsondersteuning onvoldoende prikkels hebben om extra R&D-investeringen te doen en publieke uitgaven een belangrijke aanjagende functie hebben. Het onderzoek laat tegelijkertijd zien dat de baten van publieke investeringen in R&D groot zijn, met tussen de €2 en €6,50 aan rendement per geïnvesteerde euro. Het kabinet zal uw Kamer in januari 2027 informeren over de vervolgstappen ten aanzien van dit traject. Randvoorwaarden voor R&D-investeringen verbeteren In de ministeriele taskforce werkt het kabinet aan een sterk vestigingsklimaat waarbinnen bedrijven weer volop investeren in Nederland. Ook andere trajecten van het kabinet zoals de aanpak tegen netcongestie en het maatregelenpakket op stikstof, die voor de zomer met u Kamer zijn gedeeld, vormen essentiële randvoorwaarden willen bedrijven kunnen uitbreiden en meer investeren.[voetnoot 10] De Taskforce zet in op vier domeinen: digitalisering en AI, Energie- en klimaattechnologie, Life Sciences en Biotechnologie en Veiligheid en Weerbaarheid. Met het vernieuwde Industriebeleid met Focus[voetnoot 11] zet ik in op die domeinen door het verbeteren van de randvoorwaarden voor de meest R&D-intensieve markten. Door gericht te interveniëren en knelpunten weg te nemen, hebben deze markten de ruimte en mogelijkheden hebben om te groeien. Zo kunnen de ecosystemen die in potentie de grootste bijdrage aan de R&D-intensiteit van Nederland leveren, het snelst groeien. In de zes programma’s van het industriebeleid wordt gekeken naar specifieke knelpunten zoals regeldruk en vergunningverlening, maar is ook aandacht voor concrete investeringen om markten verder te brengen. Zo maakt het kabinet in totaal € 102,5 miljoen vrij voor de komende 10 jaar om de ambities uit Medtech 2035 te realiseren.[voetnoot 12] Deze middelen worden nadrukkelijk ingezet om private cofinanciering uit te lokken en daarmee bij te dragen aan extra R&D-uitgaven. Update beleidsopties uit het 3%-actieplan In het 3%-actieplan zijn negen beleidsopties geschetst waarmee de R&D-uitgaven op een structureel hoger niveau komen. Deze beleidsopties vormen samen een beleidsmix waarmee ik 1) R&D-uitgaven bij bestaande bedrijven stimuleer, 2) R&D-intensieve start- en scale-ups stimuleer en 3) een excellent vestigingsklimaat voor R&D-investeringen uit binnen- en buitenland neerzet. Box 3: Overzicht beleidsopties oorspronkelijke 3%-actieplan Verkennen ARPA-organisatie: Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) (zie taskforce brief) Nationale Investeringsinstelling (NII) (zie taskforce brief) Beschikbaarheid van technisch talent in Nederland (zie Talentstrategie) Beter benutten van kennis (valorisatie) Vergroten experimenteerruimte voor R&D-intensieve start- en scale-ups Mobiliseren institutioneel kapitaal voor R&D-intensieve scale-ups Nationale EU-cofinancieringsvoorziening Oprichten R&D-lanceerplatform Doorontwikkeling van het innovatie-instrumentarium Verschillende beleidsopties uit het actieplan zijn onderdeel van de opdracht van de taskforce. Voortgang op het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), de Nationale Investeringsinstelling (NII) en de beschikbaarheid van talent is reeds aan bod gekomen in de Septemberbrief van de taskforce en de Talentstrategie die voor de zomer met uw Kamer is gedeeld.[voetnoot 13] Bij deze initiatieven sta ik daarom niet stil in deze brief. Beter benutten van kennis (valorisatie) Academische spin-offs zijn de onmisbare schakel tussen kennisexcellentie en een gezonde economische dynamiek. Hierin trek ik op samen met de Minister van OCW. Het aantal spin-offs, maar ook het aantal spin-offs dat doorgroeit in Nederland blijft ver achter bij de Europese koplopers. Daarom zet het kabinet in op de volgende lijnen: Een nieuwe regeling voor academische spin-offs; Verkennen van een Nationale Tech-Transfer Office (NTTO); Gebruik van de standaard deal terms en ondersteuning spin-offs. Regeling voor academische spin-offs: valorisatie-impuls Met de moties van Kamerleden Oualhadj en Van der Lee[voetnoot 14] is mij gevraagd om te onderzoeken hoe valorisatie kan worden versterkt, bijvoorbeeld door structurele financiering voor academische spin-offcreatie te bieden en dit te koppelen aan ondernemersvriendelijke randvoorwaarden. Nadere verkenning wijst uit dat aanvullende structurele financiering sterk kan bijdragen aan het verbeteren van valorisatie in Nederland, mits deze financiering hand in hand gaat met goede randvoorwaarden voor academisch ondernemerschap. Daarom ben ik voornemens middelen beschikbaar te stellen voor een nieuwe subsidieregeling: de valorisatie-impuls. In 2027 reserveer ik hiervoor € 15,5 miljoen en vanaf 2028 € 31,1 miljoen per jaar. De regeling zal een bijdrage leveren aan de vier strategische domeinen uit de taskforce en de valorisatieketen versterken op die plekken waar de potentie het grootst is, zodat ondernemende onderzoekers en onderzoekende ondernemers beter ondersteund worden in het starten en laten doorgroeien van een bedrijf. Aan de regeling worden ondernemersvriendelijke randvoorwaarden verbonden. Zo zullen instellingen zich moeten committeren aan het toepassen en monitoren van de standaard deal terms. Verkennen van een Nationale Tech-Transfer Office (NTTO) Samen met de minister van OCW verken ik de meerwaarde van een nationale tech-transfer office (NTTO). Het doel is om te komen tot nationale coördinatie die de lokale kracht versterkt. Wij hebben hiervoor de AWTI gevraagd in welke behoeftes een nationale TTO kan voorzien, welke onderdelen van kennisoverdracht nationale coördinatie vereisen en welke juist lokaal of thematisch georganiseerd moeten blijven en wat een effectieve rolverdeling is ten opzichte van kennisinstellingen, investeerders, overheden en andere relevante partijen. Dit advies wordt op korte termijn, voor de Kerst, verwacht. Wij zullen uw kamer hier begin 2027 over informeren. Gebruik standaard deal terms en ondersteuning spin-offs De voorwaarden en het proces rondom de overdracht van intellectueel eigendom (IE) blijven - ook buiten de nieuwe spin-off regeling - van groot belang voor het succes van kennisintensieve startups. Een ondernemersvriendelijk, snel en transparant proces voor IE-overdracht draagt bij aan hun groei- en financieringsmogelijkheden. Op 20 november 2025 hebben de kennisinstellingen de tweede versie van de standaard deal terms gepresenteerd en onderschreven. Aanvullend is op verzoek van de TechChampions[voetnoot 15] een verder gestandaardiseerde set van zogenoemde ‘express terms’ ontwikkeld, gebaseerd op internationale best practices. Bij deze express terms liggen de belangrijkste voorwaarden vooraf vast, waardoor het proces van IE-overdracht verder wordt versneld en vereenvoudigd. De express terms vormen een aanvulling op de bestaande standaard deal terms en vervangen deze niet. We blijven met kennisinstellingen, ondernemers en investeerders in gesprek over verdere verbetering van het proces van IE-overdracht. Daarbij moedig ik het gebruik van de express terms nadrukkelijk aan. Zoals aangekondigd in het 3%-actieplan heb ik een verkenning laten uitvoeren naar een commissie die kan bemiddelen bij geschillen over IE-overdracht. Het rapport gaat in op systeemverbeteringen gericht op knelpunten voor, tijdens en na de onderhandeling over IE-overdracht en beveelt een pilot aan met een meldpunt en eventueel mediation.[voetnoot 16] Uit nader overleg met verschillende betrokken organisaties en ondernemende onderzoekers, blijkt dat er voor een dergelijke pilot op dit moment onvoldoende draagvlak is. Een pilot zoals omschreven biedt geen oplossing voor de grootste ervaren knelpunten in het veld. Wel is er besproken dat een onafhankelijk en centraal loket met een vraag- en adviesfunctie een positieve toevoeging kan zijn aan het huidige valorisatielandschap. Dit loket kan als vraagbaak/sanity check dienen voor de ondernemende onderzoeker die voor het eerst in een IE-onderhandeling zit. Dit sluit ook aan bij de uitkomsten van de evaluatie van het IE-beleid, die eenzelfde behoefte aan kennisondersteuning signaleert bij minder ervaren partijen zoals startups en spin-offs.[voetnoot 17] Ook is besproken dat er wel vraag is naar structurele monitoring en evaluatie van de toepassing en naleving van de deal terms en aan het (door)ontwikkelen van templates waarin het proces van IE-overdracht van tevoren transparant wordt geschetst. Deze punten nemen we mee in de uitwerking van de NTTO. In brede zin wil ik de publieke dienstverlening aan kennisintensieve start- en scale-ups verbeteren. Daarom zal ik de MKB financieringsdesk transformeren tot een spin-off desk, zodat ik met RVO deze groep bedrijven proactiever ondersteunen. Ook zal ik gezien het succes van de Academic Startup Competition, opnieuw middelen beschikbaar stellen voor een groeiprogramma voor de winnaars van de komende editie. Technology infrastructures: vergroten van experimenteerruimte voor R&D-intensieve start- en scale-ups Technologische (onderzoeks)infrastructuur om te experimenteren is voor snel groeiende, innovatieve bedrijven cruciaal om de valley of death te overbruggen en nieuwe kennis toe te passen. R&D-intensieve start- en scale-ups hebben echter vaak niet de middelen of het netwerk om toegang tot deze technologische infrastructuur te verkrijgen. Er zijn vaak grote investeringen nodig in specialistische apparatuur, inclusief de benodigde ruimte om deze te gebruiken. Ook de EU heeft aandacht voor deze problematiek en een aanpak aangekondigd in zowel de EU Startup and Scaleup Strategy als de European Strategy on Research and Technology Infrastructures. Concrete maatregelen en instrumenten volgen in de beleidsagenda voor de European Research Area (ERA) en het nieuwe kaderprogramma Horizon 2027-2033. Het kabinet zet nationaal in op: Extra middelen voor de Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO); Verkenning behoefte NTS-startups voor technologische (onderzoeks)infrastructuur en subsidiering gebruikerskosten Extra middelen voor de FTO In 2025 is met de FTO de laatste €100 miljoen beschikbaar gesteld voor investeringen in hoogwaardige en toekomstbestendige faciliteiten. Een structureel tekort aan middelen voor onderhoud aan bestaande onderzoeks- en testfaciliteiten blijft een aandachtspunt, zoals in de diverse evaluaties van de Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2)-instellingen is geconstateerd.[voetnoot 18] Uit de extra middelen voor onderzoek en wetenschap bij OCW wordt vanaf 2032 € 30 miljoen per jaar structureel beschikbaar gesteld voor de FTO. Ook Defensie onderkent de investeringsachterstand in faciliteiten en juicht de beschikbaarstelling van middelen aan de FTO toe. Verkenning behoefte NTS-startups voor technologische (onderzoeks)infrastructuur en subsidiering gebruikerskosten Hoge gebruikerskosten vormen een barrière om gebruik te maken van bestaande onderzoeksinfrastructuur en testfaciliteiten. TO2-instellingen nemen initiatieven om de toegang voor start- en scale-ups te vergroten, maar dit gaat ten koste van onderzoeksmiddelen en wordt beperkt door staatssteunregels. Innovatievouchers voor het testen en valideren van kennis kunnen een manier zijn om de toegang te vergroten. TNO brengt momenteel in kaart welke infrastructuur beschikbaar is voor start- en scale-ups, welke behoefte er is bij deze doelgroep, waar een gat zit tussen vraag en aanbod en hoe deze mismatch op te lossen is. Het onderzoek richt zich op toepassing van sleuteltechnologieën uit de Nationale Technologie Strategie (NTS) in strategische domeinen, zodat dit goed aansluit bij de prioriteiten van het kabinet. Hierin wordt met het ministerie van Defensie samengewerkt en naar complementariteit gezocht.[voetnoot 19] Mobiliseren institutioneel kapitaal voor R&D-intensieve scale-ups Voldoende durfkapitaal is een belangrijke randvoorwaarde voor het ontstaan en doorgroeien van deeptech-startups en scale-ups. EZK zet hierop langjarig in, ook voor het creëren van een goed ecosysteem. Het kabinet zet hiervoor in op: Uitwerking van het Invest-NL fonds-in-fonds; Extra middelen voor het Deep Tech Fund en inzet op het European Tech Champions Initiative 2.0 (ETCI 2.0); Onderzoek naar fiscale regeling om particuliere investeringen te stimuleren. Uitwerking van Invest-NL fonds-in-fonds Invest-NL werkt momenteel haar initiatief van een fonds-in-fonds uit waar institutionele beleggers zoals pensioenfondsen in kunnen investeren. Dit fonds wordt door Invest-NL in goed overleg met grote en midden- en klein formaat pensioenfondsen vormgegeven. Inmiddels zijn de eerste due-diligence trajecten gestart. Aan het einde van het vierde kwartaal van dit jaar (2026) verwacht Invest-NL dit fonds te lanceren en de eerste investeringen bekend te kunnen maken. Extra middelen voor het Deep Tech Fund en inzet op ETCI 2.0 Daarnaast stelt het kabinet € 130 miljoen extra beschikbaar aan het Deep Tech Fund.[voetnoot 20] Invest-NL verhoogt zelf de bijdrage met € 230 miljoen, zodat het fondsvermogen groeit naar € 610 miljoen. Door co-investeringen met private marktpartijen realiseert het fonds momenteel een mobilisatiefactor van circa 2,4, met de verwachting dat deze aankomende jaren nog verder groeit. Het vervolgfonds op het European Tech Champions Initiative (ETCI), ETCI 2.0, wordt op dit moment uitgewerkt. Hier heeft het vorige kabinet €200 miljoen voor vrijgemaakt. Daarmee komt, samen met andere lidstaten en private investeerders, meer kapitaal beschikbaar voor private investeringsfondsen. Dit zorgt voor meer Europese slagkracht voor grotere financieringsrondes in de opschalingfase. Zo kunnen kapitaalintensieve techbedrijven op Europese bodem doorgroeien. Onderzoek naar fiscale regeling om particuliere investeringen te stimuleren Het kabinet onderzoekt tot slot een fiscale regeling om particuliere investeringen te stimuleren (win-winregeling). In de komende periode wordt daarbij onder meer gekeken naar de additionaliteit ten opzichte van het bestaande beleidsinstrumentarium, de doelmatigheid, de uitvoerbaarheid en de budgettaire gevolgen conform het Toetsingskader fiscale regelingen. Het kabinet werkt toe naar besluitvorming in het voorjaar van 2027. Voor de eventuele dekking zal ook de motie-Bontenbal c.s. worden meegenomen.[voetnoot 21] Nationale (co)financieringsvoorziening EU-innovatieprogramma’s Nationale (co)financiering voor EU-innovatieprogramma’s is een belangrijk instrument waarmee Nederland niet alleen toegang krijgt tot Europese schaalvoordelen en expertise, maar biedt ook een manier om onze inzet te vermeerderen met Europese middelen. Daartoe zet ik in op: Extra middelen voor cofinanciering voor deelname aan EU partnerschappen met de minister van OCW; Verkennen van mogelijkheden om deel te nemen aan strategische Important Projects of Common European Interest (IPCEI). Extra middelen voor cofinanciering voor deelname aan EU partnerschappen Het kabinet is voornemens € 32 miljoen structureel toe te voegen aan de cofinanciering voor Europese partnerschappen (vanaf 2028, met daarvoor een oplopende reeks). Deze middelen komen uit de € 100 miljoen structureel voor innovatie die met het coalitieakkoord aan de begroting van EZK zijn toegevoegd. Daar komt vanaf 2030 nog € 47 miljoen structureel bij uit OCW-middelen. Zo verzwaren we samen onze inzet voor deelname aan Europese partnerschappen, zoals de Chips Joint Undertaking. Verkennen van mogelijkheden om deel te nemen aan strategische IPCEI Hiernaast bieden IPCEI de kans om te investeren in de markten van het Industriebeleid met Focus. Het kabinet is voornemens de komende vijf jaar de IPCEI AI met in totaal € 120 miljoen vorm te geven.[voetnoot 22] Voor IPCEIs is echter geen structurele voorziening ingericht, middelen moeten incidenteel op de begroting van het verantwoordelijke ministerie worden gevonden om deel te nemen. Er zijn momenteel verschillende, nieuwe IPCEIs in verkenning bij de Europese Commissie die in lijn zijn met Nederlandse prioritaire technologieën en sectoren, zoals de IPCEIs Innovative Nuclear Technologies, Bio-Based Chemicals en Bio-based Materials. Oprichten R&D-lanceerplatform Mijn ministerie zet zich op verschillende manieren in om meer, grote investeringen in R&D op Nederlandse bodem mogelijk te maken: Integraal en programmatisch werken om investeringen aan te trekken; Gerichte ecosysteem-benadering in samenwerking met de regio's. Integraal en programmatisch werken om investeringen aan te trekken Sinds publicatie van het 3%-actieplan is het Industriebeleid met Focus gelanceerd en de TTWV opgericht. De aanpak om R&D-investeringen aan te trekken is versterkt met de inzet van het industriebeleid en de bijbehorende gerichte programma’s per markt. Met de zes bijbehorende programmateams, de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en het innovatieattaché netwerk wordt nauw samengewerkt om strategische investeringen aan te trekken. De ministeriele taskforce biedt hiernaast een platform waar de betrokken ministers hun krachten bundelen en doorbraken forceren waar nodig. Gerichte ecosysteem-benadering in samenwerking met de regio's Ook met de regio’s zet ik in op meer innovatie en R&D. In het coalitieakkoord kondigde het kabinet daarom een gerichte en gefocuste ecosysteem-benadering aan. In het najaar ga ik in dialoog met de provincies over een samenwerking op regionale innovatie ecosystemen waarbij ook een relatie gelegd zal worden met de gerichte programma’s van het industriebeleid. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van de in mijn Ontwerpbegroting 2027 aangekondigde middelen voor regionale innovatie clusters, die oplopen tot € 25 miljoen structureel vanaf 2029. Ik informeer de kamer hier in 2027 over. Doorontwikkeling innovatie-instrumentarium Tot slot ga ik mijn bestaande innovatie-instrumentarium zo effectief mogelijk inrichten, waarbij ik een zo groot mogelijke hefboom op private R&D-uitgaven wil creëren. Aan de doorontwikkeling van het instrumentarium wordt doorlopend gewerkt. Bij deze doorontwikkeling zet ik in op drie hoofdlijnen: Scherper richten van het instrumentarium op onze prioriteiten; Samenhangend bedienen van het hele innovatieproces; Verlagen van administratieve lasten. Richten van het instrumentarium op de prioriteiten van het innovatiebeleid Het innovatie-instrumentarium van EZK bestaat uit generieke en specifieke regelingen.[voetnoot 23] Conform de motie Van Strien[voetnoot 24] zorg ik ervoor dat beide typen instrumentarium maximaal aansluiten bij de bestaande innovatieprioriteiten. Voor de generieke instrumenten, waarvan de WBSO de belangrijkste is, is het doel om in lijn met het 3% R&D-actieplan de hefboomwerking van publieke middelen op private investeringen in R&D te maximaliseren. In de recente brief over de WBSO heb ik nader toegelicht welke stappen ik daarin zet.[voetnoot 25] De specifieke instrumenten richt ik op het innovatiedeel van het Industriebeleid met Focus en het Missiegedreven Innovatiebeleid (MIB), met daarbinnen een focus op de NTS. Het specifieke instrumentarium is diverser van aard omdat het aansluit bij specifieke knelpunten in het innovatieproces en gericht kan zijn op specifieke doelgroepen en thema’s. Met de hervorming van de pps-innovatieregeling (pps-i) zet ik hierin een belangrijke stap, waarbij ik nauw samenwerk met alle bij het MIB betrokken departementen. De pps-i blijft gericht op het MIB in den brede, waarbij door centrale sturing en de bundeling van interdepartementale innovatiegelden meer impact gemaakt kan worden op de grote maatschappelijke uitdagingen waar Nederland voor staat. De EZK-middelen daarbinnen worden gefocust op de zes markten van het industriebeleid en de prioriteiten van de NTS. De regeling wordt zo ingericht dat andere departementen hier voor hun prioriteiten binnen het MIB gebruik van kunnen maken, zoals nu al wordt gedaan door de ministeries van BZK, I&W en Defensie op het gebied van circulaire economie en veiligheid. Ik streef ernaar de eerste calls onder de nieuwe regeling in het eerste kwartaal van 2028 open te kunnen stellen. Samenhangend bedienen van het gehele innovatieproces (van lab naar schap) en het tegengaan van versnippering Innovatie kent verschillende fasen: onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en opschaling. Een samenhangend instrumentarium dat iedere fase bedient is essentieel om te voorkomen dat innovaties stranden. Het gaat daarbij ook om optimale aansluiting tussen Europees, nationaal en regionaal innovatiebeleid. Het bestaande instrumentarium speelt hierin een belangrijke rol, mede om te voorkomen dat het innovatie-instrumentarium verder versnippert via steeds nieuwe instrumenten. Zo zal ik vanaf 2028 (het budget van) de MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) integreren in de nationale cofinanciering voor de economische maatregelen in het Nationaal en Regionaal Partnerschapsprogramma, zodat het innovatieve MKB effectiever ondersteund kan worden vanuit een gezamenlijk fonds voor regionale economische ontwikkeling. Tot slot heb ik onderzocht of de invoering van een landelijke innovatievoucher voor het MKB wenselijk is om laagdrempelig onderzoek of begeleiding in te kopen, waarmee zij hun bedrijfsprocessen kunnen innoveren. Mijn conclusie is dat dit van onvoldoende toegevoegde waarde is omdat er op regionaal niveau al diverse van deze vouchers zijn die vrijwel landsdekkend zijn. Zoals eerder beschreven wordt een nationale voucher voor toegang tot onderzoeksinfrastructuur wel verder verkend. Verlagen administratieve lasten Om het instrumentarium zo toegankelijk mogelijk te houden voor ondernemers is het van belang de administratieve lasten van het instrumentarium zo veel mogelijk te verlagen. Voor de WBSO heb ik recent een set maatregelen aangekondigd die hier op gericht zijn.[voetnoot 26] Daarnaast wordt samen met OCW binnen het NWO-project 'Innovatieversneller' onderzocht of ondernemende onderzoekers onder strikte voorwaarden automatisch kunnen doorstromen van het ene naar het andere NWO-valorisatie-instrument, om administratieve lasten te verminderen en beter aan te sluiten bij de snelheid van innovatieprocessen. Of en hoe dit uitvoerbaar is hoop ik begin volgend jaar te weten. Tot slot Het kabinet zet in op het 3%-actieplan om de R&D-uitgaven in Nederland naar een hoger niveau te tillen en hanteert hiervoor een brede aanpak gericht op randvoorwaarden en slimme inzet van publieke middelen. Het kabinet zet zich in om met de beschikbare middelen onze innovatie-ecosystemen te borgen, om volwaardig mee te blijven doen in Europa en in de wereld en om bedrijven aan te zetten tot R&D in Nederland. Dit in het besef dat de inzet van middelen naar alle waarschijnlijkheid niet toereikend zal zijn om de 3% te halen. Het coalitieakkoord stelt dat als per saldo meevallers in het financiënbeeld structureel van aard zijn en het EMU-saldo zich meerjarig onder het geadviseerde tekort van -2,0% bbp bevindt, deze meevallers voor 1/3e ingezet worden voor investeringen die het verdienvermogen van Nederland verder versterken, zolang de Europese grenswaarde voor de staatsschuld daarbij niet wordt overschreden (de meevaller-formule). Op korte termijn is hier waarschijnlijk nog geen sprake van. Ik blijf scherp op kansen om onze inzet op innovatie te versterken. Eventuele budgettaire keuzes worden tijdens de reguliere integrale begrotingsmomenten gemaakt, hierop kan ik nog niet vooruit lopen. Heleen Herbert Minister van Economische Zaken en Klimaat Rianne Letschert Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Pagina 8 van 12 Pagina 1 van 12 Zie hier voor de tweede productiviteitsagenda. TNO (2026), Nederland koerst weg van de 3%-R&D, zie bijlage. Den Dulk et al. (2025), Van realiteit naar ambitie: Investeringspatronen en structurele verschillen in R&D door bedrijven in de context van de 3-procentdoelstelling. Beleidsbrief OCW, Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 148. Dit zijn programma’s op het gebied van innovatieve chemie, biotechnologie, machinebouw, halfgeleiders, digitale diensten of defensiegerelateerde toepassingen. Ministerie van Defensie (2026), Met markt en macht opschalen: Economische Beleidsanalyse Defensie-industrie. SEO (2025), Slimme investeringen; Naar een kwantificering van de BBP-effecten van investeringen in onderwijs en onderzoek en ontwikkeling. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 74. Bos, B. et al. (2026), Kennisspillovers van R&D in Nederland: Een eerste stap in de micro-analyse van het publieke rendement van R&D. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 713; Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XIV, nr. 87. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 277. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 32805, nr.190. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 33 630, nr. 27; Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 33 630, nr. 4. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 746; Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 33 009, nr. 182. De TechChampions zijn oprichters van toonaangevende Nederlandse scale-ups die de 10 belangrijkste technologieën van de Nationale Technologiestrategie (NTS) weerspiegelen. Zie ook: Home NL - Tech Champions Zie bijlage 2. Tweede Kamer, vergaderjaar II 2025/26, 20625-2026, 20 625, nr. 14. Dialogic, Technopolis en SEO (2025), Toegepast onderzoek voor de toekomst Voor maatschappelijke missies en versterking concurrentievermogen. Zie ook de Defensie nota 2026 over de ambitie van het ministerie van Defensie op dit vlak. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 637, nr. 763. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 31. Ook vanuit de additionele € 100 miljoen structureel uit het coalitieakkoord. Zie Overzicht EZK-innovatie-instrumentarium, bijlage bij Kamerstukken II 2024/25. Motie van het lid Van Strien c.s., Kamerstukken II 20022/23, 33009 nr. 126. Prinsjesdagbrief opvolging evaluatie WBSO en tarieven in 2027. Tweede Kamer, vergaderjaar 2026-2027, 32637-777 Idem. Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Ons kenmerk DGBI / 108205831 Directoraat-generaal Bedrijfsleven & Innovatie Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk DGBI / 108205831 Bijlage(n) 2 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 9 oktober 2026 Betreft Voortgang op de 3%-doelstelling en het 3%-R&D-actieplan

Versie 6ead6ade28557d6203be55bebab9f7962e86736520bce5cd8de98b2ff342b833 · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · dd599284497548d4

12 okt 2026 · 004e17b2a0c299b3

Gegevens

Soort document
Brief regering
Datum
9 oktober 2026
Vergaderjaar
2026-2027
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.