KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Wet BIG 2024

12 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b893b8c9eb4035b0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 282Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorNr. 583 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 november 2024In Nederland werken ruim 1,6 miljoen mensen in zorg en welzijn. Hiervanzijn ca. 385.000 zorgmedewerkers ingeschreven in het BIG-register. Het isbelangrijk om alleen die beroepen wettelijk te reguleren als het gaat omzorgmedewerkers die risicovolle handelingen verrichten, of waarbij hetanderszins vanuit het perspectief van patiëntveiligheid nodig is om hetberoep wettelijk te reguleren. Daarbij is mijn uitgangspunt dat devoorgestelde regelgeving geschikt is om het beoogde effect te bereiken enniet verder gaat dan daarvoor nodig is.Sinds de inwerkingtreding van de Wet BIG in 1997 zijn de zorg ensamenleving sterk veranderd, wat een grote impact heeft op de zorgme-dewerkers en de Wet BIG. Zo zijn er maatschappelijke ontwikkelingen,wordt er meer in teamverband gewerkt en wordt er meer ingezet oppreventieve zorg. Hiernaast komen technologische innovaties in de zorgmet hoge snelheid op de zorg af, denk aan robots die operaties kunnenuitvoeren of de mogelijkheden van Artificial Intelligence om het werk vanzorgmedewerkers te verlichten.Deze ontwikkelingen en de krapte op de arbeidsmarkt vragen om een WetBIG die kwaliteitsdoelstellingen en patiëntveiligheid alleen reguleert alsdat echt noodzakelijk is. De afgelopen jaren hebben echter steeds meerberoepsgroepen verzocht om regulering van het beroep, om redenen dieniet voortkomen uit de patiëntveiligheid. Daarbij gaat het bijvoorbeeld omde verwachting dat het beroep hierdoor in aanzien wint, dat de instroomin de opleiding toeneemt, een hoger salaris kan worden gevraagd, ofomdat er dan meer declaratiemogelijkheden zijn. Dit vind ik onwenselijk.Onnodige restricties vanuit de Wet BIG kunnen immers het aantalpotentiële zorgmedewerkers en de mobiliteit beperken. Dit kan weerleiden tot arbeidsmarkttekorten, prijsopdrijvende effecten en onnodigeadministratieve lasten. Om de arbeidsmarkt flexibel te houden is hetwenselijk om zo min mogelijk te reguleren, waarbij de patiëntveiligheid kst-29282-583ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5831 altijd blijft geborgd. Beide belangen moeten altijd goed gewogen wordenin de regulering van beroepen en handelingen.De uitoefening van de individuele gezondheidszorg is in principe vrij vooriedereen. Niet alle beroepen en handelingen in de zorg hoeven wettelijk teworden gereguleerd. De Wet BIG biedt nu al veel flexibiliteit en ruimte omvoorbehouden handelingen te laten verrichten door nietBIG-geregistreerde zorgmedewerkers.1 Samen met diverse veldpartijen2 isvoorlichting ontwikkeld over de mogelijkheden van deze opdrachtver-lening via de Wet BIG. Dit zorgt voor meer flexibiliteit op de arbeidsmarkten draagt bij aan het beter benutten van ieders talent. De informatie isverspreid onder de doelgroep en te vinden op de site van de Rijks-overheid.3Uitgangspunt van de Wet op de beroepen in de individuele gezond-heidszorg (Wet BIG) is de zogenoemde «nee, tenzij systematiek»: alleenreguleren als dit vanuit patiëntveiligheid strikt noodzakelijk is. De Wet BIGkent twee regimes om beroepen te reguleren. Er is een zogenaamd«zwaar» regime op grond van artikel 3 Wet BIG en een »licht» regime opgrond van artikel 34 Wet BIG. Beroepen in het lichte regime kennen eenbeschermde opleidingstitel. Het zware regime ziet op beschermdeberoepstitels. Beroepsbeoefenaren die een beschermde beroepstitelwillen voeren moeten zich in BIG-register inschrijven. Het tuchtrecht is opdeze BIG-geregistreerden van toepassing.In deze brief reflecteer ik op de werking van de Wet BIG en informeer ikuw Kamer over de recente ontwikkelingen:1.De aankondiging van de internetconsultatie van een wetsvoorstel omde «medisch hulpverlener acute zorg» (hierna: MHAZ) en de «klinischfysicus» beschermde beroepstitels te geven en deze beroepen in hetBIG-register op te nemen.2.De beleidsreactie op de internetconsultatie van het conceptwetsvoor-stel over de beroepenstructuur van de psychologische beroepen, en debeleidsreactie op het experiment van de geregistreerd mondhygiënist.3.Overige actualiteiten rondom de Wet BIG.Om de Wet BIG toekomstbestendig te maken is de Gezondheidsraad(hierna: GR) in juni 2023 gevraagd om advies uit te brengen over eenaantal onderdelen van de Wet BIG. Meer specifiek gaat het om toepassingvan regels over voorbehouden handelingen en het lichte en zware regimevan de titelbescherming.4 Ik ga hier in paragraaf 3.4 verder op in. Aan uwKamer is in de brief van 26 juni 2023 ook gemeld dat niet vooruit zouworden gelopen op de uitkomsten van het GR-advies. Nieuwe verzoekendie zien op titelbescherming of wijziging van bevoegdheden, neem ik nietin overweging. Dit geldt uiteraard niet voor beroepen waarbij vóór deadviesaanvraag al besluitvorming werd voorbereid. Dit is het geval bij de«medisch hulpverlener acute zorg» (hierna: MHAZ)5 en de «klinischfysicus».61Artikelen 35 en 38 van de Wet BIG.2Actiz, Regioplus, V&VN, Groep 34, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering derGeneeskunst (KNMG), Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheel-kunde (KNMT), Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten (NVM), Nederlandse Verenigingvoor Psychiatrie (NVVP), Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF),Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), CIBG.3Opdrachtregeling voorbehouden handelingen | Publicatie | Rijksoverheid.nl.4Kamerstukken II 2022/23 29 282, nr. 522.5Kamerstukken II 2021/22, 29 282, nr. 454.6Kamerstukken II 2019/20, 29 282, nr. 392.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5832 1. Aankondiging internetconsultatie wijziging Wet BIG Ik heb een wetsvoorstel in voorbereiding om de beroepen MHAZ en deklinisch fysicus vanuit patiëntveiligheid een beschermde beroepstitel opgrond van artikel 3 van de Wet BIG te geven. Dit licht ik hieronder toe.Mijn streven is om de internetconsultatie van dit wetsvoorstel begin 2025te starten. In dat wetsvoorstel zal ik ook de technische wijziging van depeildatum van de periodieke registratie van buitenlandsEU-gediplomeerden meenemen en het mogelijk maken dat bij eentuchtcollege een klacht digitaal kan worden ingediend.1.1 Medisch hulpverlener acute zorg (MHAZ) In de acute zorg is er een toenemende behoefte aan medisch onder-steunend personeel door de stijgende vraag naar zorg in spoedeisendesituaties. Daarnaast is er behoefte aan breder inzetbaar en hoger opgeleidpersoneel. Met de komst van MHAZ7 is een nieuw beroep ontstaan om indeze behoeften te voorzien. De MHAZ biedt ondersteuning binnen deacute zorg, de interventiezorg en de diagnostiek, waarbij voorbehoudenhandelingen worden toegepast. Het gaat vaak om acute, levensbedrei-gende situaties waarin snel handelen vereist is en direct toezicht entussenkomst van een arts niet mogelijk is. Daarom is de vraag gerezen ofafgestudeerden van de MHAZ-opleiding zelfstandig bepaalde voorbe-houden handelingen moeten kunnen verrichten. Om deze vraag tebeantwoorden, heeft een experiment en evaluatie plaatsgevonden.8 Uit deevaluatie van het experiment blijkt dat de MHAZ toegevoegde waardeheeft in de zorg en tot doelmatigere zorg leidt. Hiernaast is reguleringnoodzakelijk vanuit patiëntveiligheid, aangezien de MHAZ met name in despoedeisende en acute zorg acteert waarin voorbehouden handelingennodig kunnen zijn.Op 25 februari 2022 is uw Kamer al geïnformeerd over de uitkomsten vanhet experiment en het voornemen om de MHAZ structureel onder hetzware regime van artikel 3 een titelbescherming te geven. Daarbij is alsvoorwaarde gesteld dat er meer praktijkuren aan de opleiding wordentoegevoegd.9 Ik ben blij u te kunnen melden dat de opleidingsinstellingeninmiddels de curricula van de MHAZ-opleiding hebben aangepast enhierdoor voldoen aan de vereiste praktijkuren. Dit waarborgt debekwaamheid van de zorgmedeweker bij het ingrijpen in acute enlevensbedreigende situaties.Naast een beschermde beroepstitel, zal in het wetsvoorstel wordenvoorgesteld om de MHAZ een «functionele zelfstandige bevoegdheid» tegeven voor het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen10. Dithoudt in dat een zorgverlener in opdracht van een zelfstandig bevoegdezorgverlener, bijvoorbeeld een arts, de voorbehouden handeling verricht(en dus niet indiceert), zonder dat daarbij sprake moet zijn van toezicht entussenkomst van de opdrachtgever. Reden om een functioneelzelfstandige bevoegdheid te bieden en niet een volledig zelfstandigebevoegdheid, is de samenhang van het beroep MHAZ met bijvoorbeeldde ambulanceverpleegkundige. Ook zij werken in opdracht van eenzelfstandig bevoegde zorgverlener en verrichten dezelfde soort werkzaam-heden als de MHAZ. Ik vind het belangrijk om beroepen die met elkaarsamenhangen ook zoveel mogelijk in samenhang te reguleren. Daarnaast7Voorheen de bacheloropleiding medische hulpverlening en bachelor medisch hulpverlenergeheten.8Stb. 2017, nr. 16, Stb. 2018, nr. 323 en Kamerstukken II 2020/21, 29 282, nr. 434 (bijlage).9Kamerstukken II 2021/22, 29 282, nr. 454.10Deze worden vastgelegd in het Besluit functionele zelfstandigheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5833 is in de acute zorg, waar in levensbedreigende situaties snel gehandeldmoet worden, niet steeds een zelfstandig bevoegde beroepsbeoefenaarbeschikbaar om toezicht te houden en tussenkomst te bieden. Bij hetvastleggen van de functionele zelfstandigheid is op wetsniveau geregelddat toezicht en tussenkomst niet nodig zijn, en daar mag de opdracht-gever dan ook van uitgaan.1.2 Klinisch fysicus De klinisch fysicus is een postdoctoraal opgeleide fysicus die werkzaam isin een klinische omgeving. De klinisch fysicus is als inhoudelijkedeskundige verantwoordelijk voor adequate en verantwoorde inzet vanspecifieke medisch-fysische kennis in de gezondheidszorg. Hieronder valtbijvoorbeeld het verrichten van voorbehouden handelingen met gebruik-making van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende stralinguitzenden. Het beroep klinisch fysicus kent vier differentiaties: algemeen(inclusief videologie), radiologie en nucleaire geneeskunde, radiotherapieen audiologie. Vanwege EU-regelgeving op het gebied van ioniserendestraling kent het beroep klinisch fysicus al een beschermde opleidingstitel(artikel 34 Wet BIG).Het Zorginstituut heeft twee adviezen uitgebracht over de noodzaak omde klinisch fysicus vanuit patiëntveiligheid een beschermde beroepstitelop grond van artikel 3 te geven. De twee adviezen heeft uw Kamer op25 augustus 202311 en op 16 oktober jl.12 ontvangen. In de beleidsreactiebij het eerste rapport is het voornemen opgenomen om de klinischfysicus13 een beschermde beroepstitel te geven en daarom op te nemenin artikel 3 van de Wet BIG. De reden hiervoor is dat het belangrijk is datde klinisch fysicus de voorbehouden handeling met ioniserende stralingzelfstandig moet kunnen indiceren, uitvoeren en daartoe opdracht moetkunnen geven aan anderen. De klinisch fysicus met specifieke kennis ophet terrein van audiologie (kortweg de «klinisch fysicus audioloog»)verricht echter geen voorbehouden handelingen. Dit maakte eenaanvullend advies van het Zorginstituut noodzakelijk over de positie vande klinisch fysicus audioloog. In dat aanvullend advies heeft het Zorgin-stituut aangegeven dat ook de klinisch fysicus audioloog een beschermdeberoepstitel moet krijgen. Hoewel de klinisch fysicus audioloog geenvoorbehouden handelingen verricht, ziet het Zorginstituut hiervoor denoodzaak in de toepassing van het tuchtrecht. Zo behandelt de klinischfysicus audioloog patiënten in een zeer afhankelijke en kwetsbare positie,zoals kinderen die een behandeling met chemotherapie ondergaan endaarbij gehoorschade oplopen.Uit de twee adviezen blijkt voldoende dat het vanuit het perspectief van depatiëntveiligheid noodzakelijk is om het hele beroep klinisch fysicus op tenemen in artikel 3 van de Wet BIG en een beschermde beroepstitel tegeven. Ik ben daarbij voornemens om aan de klinisch fysicus, behalve aande klinisch fysicus audioloog, de bevoegdheid te verlenen om zelfstandigvoorbehouden handelingen te verrichten met gebruikmaking vanradioactieve stoffen of toestellen die ioniserende straling uitzenden.11Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 534.12Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 17.13In het eerste rapport van het Zorginstituut wordt gesproken over de differentiatie audiologie/videologie. In het tweede rapport concludeert het Zorginstituut dat deze differentiatie nietbestaat. De klinisch fysicus videoloog is een algemeen klinisch fysicus die een aanvullendemodule videologie heeft gevolgd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5834 2. Beleidsreacties 2.1 Beroepenstructuur psychologische beroepen Op 7 november 2022 is uw Kamer geïnformeerd over het voornemen omde structuur van de psychologische beroepen in de Wet BIG te vereenvou-digen.14 Het doel daarvan was om de beroepenstructuur in de psycholo-gische zorg zo te verduidelijken dat patiënten en verwijzers sneller dejuiste behandelaar kunnen vinden. Deze voorgestelde vereenvoudigingkwam voort uit een advies15 van samenwerkende beroepsverenigingenNIP, NVP, LVVP, en P3NL16 en is onderdeel van een brede IZA-afspraak.17Het conceptwetsvoorstel om dit advies op te volgen is van 29 januari toten met 11 maart 2024 in internetconsultatie geweest. Dat conceptvoorstelhield onder meer in dat de twee basisberoepen in artikel 3 van de WetBIG, namelijk de gz-psycholoog en de psychotherapeut, zouden wordenvervangen door één breed basisberoep: de gz-psycholoog-generalist. Hetbasisberoep psychotherapeut zou daarmee uit artikel 3 van de Wet BIGworden geschrapt. Ook het niet-BIG-gereguleerde beroep kinder- enjeugdpsycholoog (K&J-psycholoog) zou daarbij verdwijnen en opgaan indit nieuwe basisberoep. Het voorstel hield daarnaast ook in dat depsychotherapeut samen met het specialisme klinisch psycholoog binnenhet beroep gz-psycholoog-generalist een specialisme zou vormen: deklinisch psycholoog-psychotherapeut.In de internetconsultatie zijn 2.295 reacties binnengekomen op hetconceptvoorstel. In verband met de hoeveelheid en uiteenlopendereacties heeft mijn ministerie opdracht gegeven aan een extern enonafhankelijk bureau om de reacties te analyseren. Het rapport «Analysevan de internetconsultatie over de wijziging van de Wet BIG» vindt u in debijlage. Van de 2.295 reacties hebben 1.981 reacties een negatiefsentiment. Een aanzienlijk deel van de reacties wijst er op dat de nieuweberoepenstructuur juist zou leiden tot meer onduidelijkheid voor patiëntenen verwijzers. Daarnaast worden ook andere ongewenste gevolgenverwacht. Zo is er ook veel weerstand en onrust bij beroepsbeoefenarenwerkzaam in de psychologische en pedagogische zorg. De reacties zijnafkomstig van beroepsgroepen die zowel direct als indirect door hetvoorstel worden geraakt. Zo zijn de meeste reacties afkomstig vanpsychotherapeuten, gevolgd door orthopedagogen en psychiaters. In ditkader is de petitie «Gelijke kansen voor orthopedagogen en psycho-logen!» met meer dan 7.700 handtekeningen als reactie op het voorsteloverhandigd.Na een zorgvuldige analyse van de reacties blijkt dat de doelen van hetconceptwetsvoorstel niet zullen worden behaald. Het voorstel helpt deelsom de overlap in deskundigheid van een aantal beroepen in de psycholo-gische zorg te verminderen, maar het zorgt niet voor meer duidelijkheidover waar deze zorgmedewerkers voor ingezet kunnen worden. Hetschrappen van het beroep psychotherapeut wordt daarnaast gezien alseen aantasting van gespecialiseerde kennis en een verlies van deprofessionele identiteit. Ook de beoogde vermindering van dubbelregis-traties wordt onvoldoende gerealiseerd. Hoewel het voorstel door14Kamerstukken II, 2022/23, 29 282, nr. 487.15«Een vernieuwde structuur voor de academische beroepen in de psychologische zorg», NIP,NVGzP, NVP, LVVP en P3NL, 12 oktober 2020.16Nederlands Instituut van Psychologen (NIP), de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie(NVP), de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP)en P3NL, een federatie van elf wetenschappelijke verenigingen en beroepsverenigingen.17Bijlage Kamerstukken II 2021/22 31 765, nr. 655, p. 90.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5835 samenvoeging van beroepstitels en specialismen er voor zou zorgen dater minder titels en dubbelregistraties ontstaan, zouden met nameorthopedagogen juist te maken krijgen met dubbelregistraties. Hierdoorvoldoet het conceptwetsvoorstel niet aan de oorspronkelijke doelstelling.Tenslotte leidt het wetsvoorstel tot een stijging van de zorgkosten met€ 12–20 miljoen per jaar voor de geestelijke gezondheidszorg en dejeugdzorg.18 Dit komt onder andere door de samenvoeging van beroepenen de verwachte hogere inschaling in salaris van de K&J-psychologen enpsychotherapeuten.Gezien het voorgaande is er onvoldoende steun voor het conceptwets-voorstel en worden de beoogde doelstellingen om te vereenvoudigen ente verduidelijken niet behaald. Ik zal het conceptvoorstel om de beroepen-structuur te wijzigen daarom niet verder in procedure brengen. DeIZA-afspraak om de beroepen- en opleidingenstructuur te vereenvou-diging, waardoor medewerkers flexibeler kunnen worden ingezet, zal opeen andere manier worden ingevuld.2.2 Experiment geregistreerd mondhygiënist De mondhygiënist heeft een belangrijke rol in de preventieve mondzorgen het beroep kent een hoeveelheid en verscheidenheid aan taken diezelfstandig kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast valt het beroep onderhet »lichte regime» van de Wet BIG (artikel 34) met een beschermdeopleidingstitel en een functioneel zelfstandige bevoegdheid voor devoorbehouden handelingen verdoven en kleine gaatjes vullen. Anderevoorbehouden handelingen, zoals het maken van röntgenfoto’s, mag demondhygiënist alleen in opdracht van de tandarts uitvoeren. Hiernaastkent het werk van de mondhygiënist vooral ook een grote hoeveelheid enverscheidenheid aan taken die niet zijn gereguleerd.Vanaf 1 juli 2020 is geëxperimenteerd met het tijdelijk toekennen vanaanvullende bevoegdheden aan de geregistreerd mondhygiënist (GMH).Uw Kamer heeft op 15 april jl. het evaluatierapport van het experimentgeregistreerd-mondhygiënist (GMH) ontvangen.19 Tijdens dit experimentis de GMH tijdelijk zelfstandig bevoegd om drie voorbehouden hande-lingen (verdoven met injecties, behandelen van kleine gaatjes enröntgenfoto’s maken en beoordelen) te indiceren, uit te voeren endaarvoor opdracht te geven aan anderen.Dit experiment is geëvalueerd door het Maastricht UMC; de evaluatiebevat resultaten van de nulmeting en de drie hermetingen. Om de GMH inhet «zware regime» van een beschermde beroepstitel (artikel 3) van deWet BIG op te kunnen nemen, moet uit het experiment blijken dat dit zalleiden tot doelmatigere zorg. 20 De onderzoeksresultaten leveren echteronvoldoende bewijs over de doelmatigheid van zorg in termen vankostenbesparing en tijdwinst. Daar komt bij dat de eindrapportage van hetMaastricht UMC informatief is en met name gebaseerd op de resultatenuit de derde hermeting als gevolg van beperkte respons gedurende hetexperiment. De resultaten zijn mede hierom naar mijn oordeel onvol-doende representatief en beperkt te generaliseren. Ik acht daarom eenstructurele opname van de GMH in het «zware regime» onvoldoendeonderbouwd en niet proportioneel. Dit betekent dat na afloop van hetexperiment GMH op 1 juli 2025 de oude situatie van voor het experimentherleeft. De mondhygiënist blijft op basis van het «lichte regime»18«Een stap in de goede richting: impactanalyse vernieuwde beroepenstructuur psychologischezorg». SiRM, 8 juli 2021.19Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24 29 282, nr. 573.20Stb. 2019, nr. 192.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5836 (artikel 34) van de Wet BIG geregeld met een functioneel zelfstandigebevoegdheid voor verdoven en het behandelen van kleine gaatjes.Voor doelmatige zorg is en blijft het essentieel dat goed wordt samenge-werkt tussen mondzorgmedewerkers. In de eindrapportage van hetMaastricht UMC wordt met een aantal voorbeelden geïllustreerd hoesamenwerking in de mondzorg beter kan worden vormgegeven. Dezevoorbeelden zijn geschetst binnen de context van het experiment, maarkunnen ook waardevol zijn in de situatie na afloop van het experiment. Ineen goede samenwerking is in elk geval erkenning voor elkaars rol enpositie nodig en wordt optimaal gebruik gemaakt van de deskundigheiden bekwaamheden van alle mondzorgmedewerkers. Daarbij wijs ik er opdat ik samen met de KNMT, NVM en de IGJ specifiek voor de mondzorgvoorlichting heb ontwikkeld over de mogelijkheid om voorbehoudenhandelingen in opdracht te verrichten. Deze informatie is recent onderzorgmedewerkers in de mondzorg verspreid en te vinden op site van deRijksoverheid.21 Hiernaast wijs ik uw Kamer er op dat er verschillendeinitiatieven zijn om goede mondzorg voor iedereen toegankelijk te maken.In mijn reactie op de brief van NVM-mondhygiënisten over mondzorg dieverstuurd is aan de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn enSport (2024Z14446) ga ik in op deze initiatieven en de rol van de mondhy-giënist in de preventieve mondzorg.Voor de Nederlandse mondzorg is het belangrijk dat ook buitenlandsgediplomeerde tandartsen de werkwijze en cultuur goed kennen. Daaromheeft de KNMT22 met mijn financiële steun het scholingsprogramma«Wegwijs in de Nederlandse mondzorg» ontwikkeld en op 1 juni jl.geïntroduceerd. 23 Deze tweejaarlijkse leergang bestaat zowel uit digitalemodules als groepsbegeleiding en heeft tot doel om de integratie vanbuitenlands gediplomeerde tandartsen te verbeteren. Ook verkrijgen zijhiermee inzicht in de Nederlandse manier van werken en de cultuur in demondzorg. Ik kan u melden dat een eerste groep van 17 tandartsen deleergang inmiddels met succes heeft afgerond en een tweede groeprecent is gestart.3. Overige voortgang en actualiteiten rondom de Wet BIG 3.1 Afschaffen verplichting vermelden BIG-nummer Ik ben voorstander om administratieve lasten, waar mogelijk, af teschaffen of te beperken. Hierdoor komt meer tijd vrij voor de zorgmede-werkers om zorg te verlenen. Sinds 1 januari 2021 geldt voor beroepsbe-oefenaren met een BIG-registratie dat zij het nummer van hun registratiekenbaar moeten maken op de professionele website en in de mailonderte-kening, of als een burger hier om vraagt. De verplichting tot actievebekendmaking op de website en in de emailondertekening was in hetleven geroepen, omdat het BIG-register lastig doorzoekbaar kan zijn opalleen de naam. Bijvoorbeeld als een beroepsbeoefenaar een veelvoorko-mende naam heeft of met een andere naam in het BIG-register staatgeregistreerd, zoals met de geboortenaam in plaats van de bij hethuwelijk verkregen achternaam.Ik zal deze verplichting afschaffen. De lasten van de verplichting staan nietin verhouding tot het effect op de kwaliteit van zorg en de patiëntvei-ligheid.24 Uiteraard moet de beroepsbeoefenaar het BIG-nummer nog21Infographic+-+Opdracht+voorbehouden+handelingen,+hoe+ga+ik+hiermee+om (1).pdf22Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde.23Wegwijs in de Nederlandse mondzorg | KNMT.24Kamerstukken II 2022/23, 29 282, nr. 522.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5837 steeds kenbaar maken op verzoek van de patiënt. Het streven is om deverplichting per 1 januari 2026 af te schaffen.3.2 Verbeteringen tuchtrecht Beroepsbeoefenaren die met een beschermde beroepstitel in hetBIG-register staan, het «zware regime» van artikel 3 Wet BIG, zijnonderworpen aan het tuchtrecht. Het tuchtrecht is gericht op het openbarebelang van goede beroepsuitoefening. De kwaliteitsbewaking van hetberoep staat daarbij voorop en niet het individuele belang van de klager.Verder ziet het tuchtrecht op het handelen van natuurlijke personen enniet op het handelen van instellingen en samenwerkingsverbanden. Hettuchtrecht moet namelijk vooral een lerend en corrigerend effect hebbenvoor de beroepsbeoefenaar en, in het verlengde daarvan, voor de geheleberoepsgroep.Het is belangrijk om continu naar de werking van het tuchtrecht te blijvenkijken en hierbij aandacht te hebben voor zowel de zorgmedewerker alsook voor diegene die een klacht gaat indienen:•Ik ben blij u te kunnen melden dat ZonMw op 1 oktober 2024 is gestartmet de evaluatie van het tuchtrecht. Zoals toegezegd aan uw Kamer ishet doel van deze evaluatie om inzicht te krijgen in de doeltreffendheiden de effecten van het tuchtrecht van de Wet BIG en het functionerenin de praktijk.25 De evaluatievragen richten zich onder andere op dewijzigingen van het tuchtrecht van 1 april 2019, zoals de rol van detuchtklachtfunctionaris en de invoering van het griffierecht. Deevaluatie wordt naar verwachting eind 2025 opgeleverd.•Ook kan ik u melden dat de gezamenlijke beroepsorganisaties26, metals penvoerders de KNMG en de V&VN, met mijn financiële steunvoorlichtings- en informatiemateriaal over het tuchtrecht ontwikke-len.27 Doel is om zorgmedewerkers die een tuchtklacht krijgen betervoor te bereiden op wat hen te wachten staat. Ook krijgen ze hiermeehandvatten hoe ze hier lessen uit kunnen trekken voor hun eigenpraktijk. Begin 2025 wordt het voorlichtings- en informatiemateriaalopgeleverd.•Ik vind het belangrijk dat een tuchtklacht ook digitaal ingediend kanworden en deze keuzemogelijk in de wet te verduidelijken. Dit sluit aanbij de toegenomen digitalisering in de samenleving. Procederen langselektronische weg draagt bij aan een snellere en veiligere communica-tie. Ook zorgt dit voor een efficiëntere en meer duurzame werkwijze bijde tuchtcolleges. Het blijft mogelijk om een klacht ook op papier in tedienen.3.3 Vernieuwen toets periodieke registratie basisartsen Ik ben blij u te kunnen melden dat het PRC-traject voor basisartsenafgelopen zomer door de NFU en de Amsterdam UMC Academie met mijnfinanciële steun is vernieuwd. Dit was nodig om meer maatwerk tekunnen bieden en om beter aan te sluiten op actuele kwaliteitseisen.25Kamerstukken II 2021/2022, 29 282, nr. 461.26Met steun en medewerking van de Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie(KNGF), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), deKoninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT), deNederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO), de NederlandseAssociatie van Physician Assistants (NAPA), de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie(NVP), de Nederlandse Vereniging voor Technische Geneeskunde (NVvTG) en de KoninklijkeNederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV).27Kamerstukken II 2022/23 29 282, nr. 522.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5838 Voor alle beroepsbeoefenaren met een beschermde beroepstitel geldt datzij die titel alleen mogen gebruiken als ze in het BIG-register staaningeschreven. Een inschrijving in het register loopt na vijf jaar af. Om deregistratie vervolgens weer vijf jaar te behouden, is herregistratie nodig.De gedachte achter deze periodieke registratie is dat de zorgmedewerkeraantoont nog steeds het basisniveau te hebben voor het betreffendeberoep. Meestal wordt de bekwaamheid aangetoond door relevantewerkervaring die zij hebben opgedaan in de periode van vijf jaar vooraf-gaand aan het laten maken van de aantekening in het register vanperiodieke registratie. Een relatief klein aantal kiest ervoor om de kennisen bekwaamheid aan te tonen door het behalen van een toets. Als dezetoets is behaald ontvangt de zorgmedewerker een Periodiek RegistratieCertificaat (PRC) en kan deze zich weer voor vijf jaar registreren.Om het PRC voor basisartsen toekomstbestendig te maken is aansluitinggezocht bij de al bestaande interuniversitaire VoortgangsToets Genees-kunde (iVTG). De iVTG is een bestaand instrument waar alle medischefaculteiten in Nederland gebruik van maken om de kennisprogressie vanstudenten Geneeskunde gedurende hun studie te meten. Deze toets is delaatste jaren doorontwikkeld van een pure kennistoets naar een toetswaarbij ook kennis over vaardigheden, wetenschappelijk denken enklinisch redeneren worden getoetst. Het iVTG maakt ook meer maatwerkmogelijk, omdat het om een adaptieve toets gaat. Dat betekent dat deafnemer van de toets vragen voorgelegd krijgt die steeds beter passen bijhet kennisniveau naarmate de vragenreeks vordert. Een bijkomendvoordeel van de iVTG is dat de doorlooptijd voor kandidaten isafgenomen ten opzichte van het oude PRC-traject. In het oude trajectmoesten namelijk drie modules met succes afgerond worden en was dedoorlooptijd (zonder herkansing) minstens tien maanden. Bij toetsing viade iVTG kan de deelnemer zich op eigen tempo voorbereiden en degehele toets afnemen op één van de vier toetsmomenten per jaar.3.4 Toekomstbestendige Wet BIG Gezien de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen is hetbelangrijk om steeds de toekomstbestendigheid van de Wet BIG in hetoog te houden en te onderzoeken. Het is essentieel om zo min mogelijk tereguleren en de administratieve lasten voor zorgmedewerkers tebeperken, mits de patiëntveiligheid blijft geborgd. Eerder in deze brief hebik al gemeld dat de GR daarom is gevraagd om een advies uit te brengenover een aantal onderdelen van de Wet BIG. Ik kan u melden dat de GRverwacht het advies begin 2025 uit te brengen.De GR zal in het advies ingaan op een helder en toegankelijk kader voorregulering van mogelijke nieuwe voorbehouden handelingen en denoodzaak om nieuwe beroepen in de Wet BIG te reguleren. Onderdeel vande adviesaanvraag is ook het beleggen van de adviestaak over nieuweaanvragen voor voorbehouden handelingen en regulering van beroepenbij een onafhankelijke raad. Voor wat betreft de voorbehouden hande-lingen kijkt de GR specifiek naar de vraag of het mogelijk is om hande-lingen waaraan relatief weinig risico’s verbonden zijn van de lijst vanvoorbehouden handelingen uit te zonderen. Dat biedt in de praktijk meerflexibiliteit. Denk bijvoorbeeld aan oppervlakkige wonden hechten metlijm, als uitzondering op de huidige voorbehouden «heelkundigehandeling». Voor wat betreft de toelating van nieuwe beroepen in de WetBIG kijkt de GR naar een duidelijk integraal toetsingskader. De GR kan danaan de hand van de (nieuwe) criteria voor voorbehouden handelingenadviseren welke handelingen voorbehouden zouden moeten worden, aanwelke beroepsgroep en met welke bevoegdheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 5839 Kortom, de wet BIG blijft ook in 2025 in beweging en ik streef naar eenWet BIG die de patiëntveiligheid waarborgt en tegelijkertijd de flexibiliteitop de arbeidsmarkt faciliteert.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. AgemaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 282, nr. 58310

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b5f0d923b1ebfe09

14 okt 2026 · ec19d73b6ce9c5a4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.