KamerkringInloggen
← Onderzoeken

document · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Verslag van een notaoverleg, gehouden op 30 maart 2026, over Ontwerp-Nota Ruimte

Laura Bromet · PRO griffier (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 435Nota RuimteNr. 321 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 10 juni 2026 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeftop 30 maart 2026 vervolgoverleg gevoerd met mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, over:−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 26 september 2025 inzake publicatie Ontwerp-Nota Ruimte (Kamerstuk 29 435, nr. 269);−de brief van de Minister van Volkshuisvesting en RuimtelijkeOrdening d.d. 3 maart 2026 inzake stand van zaken napublicatie Ontwerp-Nota Ruimte (Kamerstuk 29 435, nr. 271).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,De Vos kst-29435-321ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3211 Voorzitter: BrometGriffier: BeekmansAanwezig zijn dertien leden der Kamer, te weten: Van Asten, Beckerman,Bromet, Clemminck, Flach, Grinwis, Mooiman, Nobel, Russcher, Steen,Teunissen, Wiersma en Zalinyan,en mevrouw Boekholt-O’Sullivan, Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening.Aanvang 14.00 uur.De voorzitter:Welkom bij het notaoverleg Ruimte. Welkom aan de Minister en deondersteuning. Welkom aan de Kamerleden, aan het publiek en aan depers. Dit is de voortzetting van het notaoverleg dat plaatsvond op 9 maart2026. We gaan zo meteen beginnen aan de tweede termijn van de Kamer.De spreektijd is tweeënhalve minuut per fractie. We hebben tot 16.00 uur,dus ik wilde het aantal interrupties niet inperken. Even kijken of we datgaan redden. Als eerste is het woord aan de heer Flach van de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Het is alweer drie weken geleden. Er zijn zelfs eenaantal andere sprekers dan drie weken geleden, onder wie ikzelf. Dankvoor alle antwoorden in een goed en breed debat. De Nota Ruimte is watons betreft niet in beton gegoten, maar moet inspelen op ontwikkelingen.We gaan daar de komende maanden ongetwijfeld vaker over spreken. DeSGP heeft toen ook aangegeven dat de ambities optellen tot een stukgrond dat groter is dan Nederland nu is. Dubbel ruimtegebruik is daaromessentieel.Ik heb drie moties, waarvan de eerste over dat dubbele ruimtegebruikgaat.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat dubbel ruimtegebruik essentieel is om de ambities uitde Ontwerp-Nota Ruimte te verwezenlijken, maar dat hiervoor soms nogobstakels bestaan;overwegende dat bijvoorbeeld agrarische activiteiten kunnen samengaanmet de opwek van energie (agri-PV), maar dat voor gemeenten, agrariërsen andere betrokkenen nog veel onduidelijk is, waardoor dit soortprojecten lastig van de grond komen;van mening dat agri-PV de voorkeur heeft boven enkelvoudige zonne-parken op landbouwgronden;verzoekt de regering in gesprek te gaan met betrokkenen, zoalsprovincies, om te bezien waar ingezet kan worden op dubbel ruimtege-bruik, en specifiek voor de toepassing van agri-PV obstakels weg tenemen en passende randvoorwaarden te scheppen,en gaat over tot de orde van de dag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3212 De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Flach, Wiersma en Grinwis.Zij krijgt nr. 272 (29 435).De heer Flach (SGP):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte meer ruimte wordtgeboden aan het bouwen van «een wijkje erbij», aansluitend opbestaande kernen, gemaximeerd op 100 woningen;overwegende dat dit in sommige gemeenten en dorpen te beperkt is,waardoor er kansen blijven liggen;verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte de mogelijkheden voor«een wijkje erbij» uit te breiden naar 200 woningen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Flach en Grinwis.Zij krijgt nr. 273 (29 435).De heer Flach (SGP):En dan, als fervent wandelaar – de voorzitter zal dat deugd doen – is ditvoor mij wel het hoogtepunt van het debat.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte weliswaar aandacht is voorhet stimuleren van wandelen, maar dat hier geen of nauwelijks concretedoelen en uitvoeringsplannen voor zijn opgenomen;overwegende dat wandelen bijdraagt aan de volksgezondheid en hetwelzijn van mensen, en dat de Nota Ruimte kansen biedt om een goedewandelinfrastructuur te stimuleren;verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte meer in te zetten op hetverbeteren van de wandelinfrastructuur, en hier samen met betrokkeninstanties concrete doelen en uitvoeringsplannen voor op te stellen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Flach.Zij krijgt nr. 274 (29 435).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3213 Dank u wel. Voor de goede orde: de heer Flach en ik delen de liefde voorde langeafstandswandelpaden, vandaar de verwijzing. Voor de rest geef ikgeen oordeel nog! Het woord is aan de heer Van Asten van D66.De heer Van Asten (D66):Allereerst dank, voorzitter, en dank aan de Minister voor de beant-woording in eerste termijn van een lange reeks vragen. Fijn dat we weerregie nemen over de ruimtelijke ordening van Nederland. Dat juichen wijvan harte toe. We zijn namelijk ook druk aan de slag om die 100.000woningen per jaar te gaan bouwen, om zo iedereen weer een woning tekunnen bieden. Dat kunnen we alleen op het moment dat we Nederlandvan het stikstofslot af halen en dus echt iets doen voor natuurherstel.Omwille van de tijd ga ik even wat rapper door de tekst heen. Ik hebnamelijk twee moties en één vraag. Die ene vraag is gericht op die100.000 woningen en de mogelijkheid om dat te doen. Dat hangt van velefactoren af. Stikstof noemde ik al, maar er zijn ook de verkeersontsluitingen de netcongestie. Zo zijn er nog een aantal te noemen. Eén die watminder belicht is, is de beschikbaarheid van onmisbare grondstoffen zoalszand, grind en klei. Die worden nu nog in Nederland gewonnen, maarnoodzakelijke nieuwe vergunningen blijven uit of lopen grote vertragingop. Vaak wil een gemeente of provincie niet zo’n groot project op eigengrond. Maar het is wel cruciaal voor de woningbouw. Daar is in deontwerpnota eigenlijk vrij weinig aandacht voor – het is echt een heelklein zinnetje – terwijl het zo cruciaal is. Ik hoor dus graag de reflectie vande Minister hierop. Kan zij toezeggen de benodigde ruimteclaims in dedefinitieve nota en de uitvoeringsstrategie mee te nemen?Op basis van mijn inbreng in eerste termijn en de beantwoording daaropdien ik twee moties in. Ik teken ook enkele moties van anderen graag mee.De eerste motie gaat over het stikstofslot, dat de bouw in een houdgreephoudt. Met een gedegen aanpak van natuurherstel kunnen we dan ookweer huizen gaan bouwen. Om dit goed in de Nota Ruimte te verankerenheb ik de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het PBL concludeert dat de Nota Ruimte onvoldoenderuimte biedt voor de uitbreiding en aanleg van nieuwe natuur;overwegende dat in het coalitieakkoord is afgesproken om in een bredereoverweging met economie en ruimte de Natuurherstelverordening uit tevoeren, het Natuurpact uit te voeren, en nieuwe afspraken te maken voorde periode na 2027;verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de Nota Ruimte debenodigde wijzigingen aan te brengen die noodzakelijk zijn om aan denatuurdoelen te voldoen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Asten en Kostic´.Zij krijgt nr. 275 (29 435).De heer Van Asten (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3214 Voorzitter. Gemeenten willen aan de slag met de woningbouw. Wehebben daar onlangs nog mooie resultaten van gezien. In Eindhovenkomen 5.400 extra studentenwoningen. In de Haarlemmermeer is nu eendeal gesloten voor 4.580 extra woningen. Maar gemeenten hebben nogvaak te maken met allerlei verschillende overlegtafels, contactpersonen,subsidieregelingen en budgetten. Dat kan makkelijker door het in één keergoed te doen, daarom de motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte samenwerking metmedeoverheden van groot belang wordt geacht;overwegende dat de uitvoering van de Nota Ruimte bij verschillendeministeries zal worden belegd;overwegende dat de integrale aanpak van de Nota Ruimte ook vertaaldmoet worden naar een integrale aanpak bij de uitvoering van deze nota;verzoekt de regering in de uitvoeringsstrategie in te gaan op desamenhang tussen de bestaande overlegstructuren met medeoverheden,zoals de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving en de overleggen in hetkader van het MIRT, en daarbij een integrale aanpak te hanteren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Asten.Zij krijgt nr. 276 (29 435).De heer Van Asten (D66):Tot slot, voorzitter. We kunnen 100.000 woningen per jaar gaan bouwen.Daarvoor moeten we nu de juiste keuzes maken. Ik kijk ernaar uit om datsamen met de Minister en deze commissie te doen. Aan de slag!De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Mooiman van de PVV.De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter. Inderdaad is dit, zoals gezegd, een voortzetting vande eerste termijn die we eerder met elkaar hebben gehad. Vandaar dat ik,gelet op de tijd, gelijk doorga met de moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in de Ontwerp-Nota Ruimte wordt gewerkt met eenstrategie waarbij regio’s worden ingedeeld in een vijftal categorieën,welke gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van regio’s;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3215 overwegende dat er verschillen zitten tussen de ambitieniveaus vanregio’s en de toegekende categorie binnen de VISTA-strategie, en dat ergeen bandbreedte is opgenomen waardoor de eigen kenmerken,opgaven, ambities en ontwikkelmogelijkheden mogelijkerwijze niet tothun recht komen;verzoekt de regering om de verschillende categorieën binnen de VISTA-strategie verder uit te werken en te verdiepen, teneinde de ambities enpotentie van de verschillende regio’s zo veel als mogelijk te faciliteren ente benutten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.Zij krijgt nr. 277 (29 435).De heer Mooiman (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Ontwerp-Nota Ruimte regio’s zijn ingedeeld incategorieën op basis van de VISTA-strategie;overwegende dat het niet bevorderlijk is voor het tegengaan van dewooncrisis als er belemmeringen ontstaan voor regio’s inzake woning-bouwambities op basis van de categorie waarin een regio is geplaatst;verzoekt de regering om met name voor de woningbouwambities geenbelemmeringen op te werpen gebaseerd op in welke categorie een regiois geplaatst, maar om regio’s juist te ondersteunen in gewenste woning-bouwontwikkelingen teneinde het woningtekort op te lossen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.Zij krijgt nr. 278 (29 435).De heer Mooiman (PVV):Voorzitter. Vervolgens wil ik het hebben over de New Towns. Daar willenwe graag aandacht voor vragen. Dat hebben we in de eerste termijn ookgedaan.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3216 constaterende dat er grote behoefte en potentie is in de zogeheten NewTowns voor de realisatie van meer woningen met nieuwbouw, optoppenen splitsen;overwegende dat het van belang is dat leefbaarheid, sociale ontwikkelingmaar ook zaken als energiearmoede in de bestaande wijken wordenmeegenomen in relatie tot woningbouw in genoemde locaties, maar datdit nog niet in de Ontwerp-Nota Ruimte is opgenomen;verzoekt de regering niet alleen te komen met een verstedelijkingsstra-tegie voor grote steden, maar ook met een strategie ten bate van deleefbaarheid, sociale ontwikkeling en energiearmoede in de New Towns,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman, Grinwis enClemminck.Zij krijgt nr. 279 (29 435).De heer Mooiman (PVV):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Nota Ruimte een zelfbindend karakter heeft voor hetRijk, maar dat de nota richtinggevend zal zijn voor medeoverheden;overwegende dat goede samenwerking met regionale en lokaleoverheden van groot belang is om de ambities zoals vastgesteld in deNota Ruimte te realiseren, maar dat de uitvoering van de nota ookadequaat geborgd dient te worden;verzoekt de regering om richting de definitieve versie van de Nota Ruimtein beeld te brengen hoe het richtinggevende karakter van de Nota Ruimtevoldoende geborgd kan worden in bijvoorbeeld de uitvoeringsstrategie,teneinde de ambities en doelen vanuit de definitieve nota te realiseren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Mooiman en Grinwis.Zij krijgt nr. 280 (29 435).De heer Mooiman (PVV):Tot slot, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3217 constaterende dat er in de Nota Ruimte belangrijke keuzes wordengemaakt voor de toekomstige ruimtelijke indeling van Nederland;overwegende dat de keuzes zoals gemaakt in de Nota Ruimte nog welforse uitdagingen kennen en dat er aan de uitvoering van de Nota Ruimtegeen investeringsagenda gekoppeld is;verzoekt de regering om voor de behandeling van de definitieve versievan de Nota Ruimte een overzicht te ontwikkelen voor de benodigdemiddelen om de ambities uit de Nota Ruimte te realiseren, en dit met deKamer te delen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Mooiman.Zij krijgt nr. 281 (29 435).De heer Mooiman (PVV):Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Nu is het woord aan de heer Clemminck van JA21.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag en twee moties voor de Minister.Mijn vraag stel ik naar aanleiding van een interessant interruptiedebat inde eerste termijn tussen, volgens mij, de heer Grinwis en de Minister overhet doorrekenen van de Nota Ruimte op het punt van ruimtegebruik. Datging onder andere over een tabelletje met hectaren. We voelen volgensmij namelijk allemaal aan dat als je alle kaarten over elkaar heen legt, datnooit gaat passen in Nederland, maar een goeie doorrekening ontbreekteigenlijk nog. De Minister gaf volgens mij in een toezegging aan dat zijzo’n doorrekening probeerde te maken en erop terug zou komen. Ik zou deMinister willen vragen om toe te zeggen om de doorrekening uit mijnvraag in de eerste termijn mee te nemen in de doorrekening in die briefdie is toegezegd.Mijn vraag was of de Minister de impact van demografische groei kandoorrekenen in verschillende scenario’s, bijvoorbeeld wat een toenamevan het aantal inwoners betekent in termen van meer auto’s, meerverplaatsingen, meer CO2-uitstoot, de extra ruimte voor woningbouw ende extra werkgelegenheid die voor die inwoners nodig zijn, meerenergieverbruik en de hogere druk op de waterkwaliteit. Ik wil de Ministerer ook even op wijzen dat de rapportage van het Planbureau voor deLeefomgeving niet in die scherpte antwoord geeft op die vraag. Het is dusecht een andere vraag dan die in de rapportage van het Planbureau voorde Leefomgeving. Dat is de eerste vraag.Voorzitter. Ik heb naar aanleiding van de eerste termijn twee moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland door politieke keuzes zoals de keuzes op hetgebied van circulaire economie, energietransitie, natuur- en waterkwaliteiten migratie een grote druk kent op de beschikbare ruimte;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3218 overwegende dat slim ruimtegebruik door functiestapeling, ontwerpkrachten technische oplossingen noodzakelijk is;verzoekt de regering bij keuzes over de energietransitie en de toekomstigeenergiemix ruimte-efficiëntie sturend te maken en daarmee de ruimtelijkeimpact van de energietransitie te beperken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.Zij krijgt nr. 282 (29 435).De heer Clemminck (JA21):De tweede motie gaat over het dorp Moerdijk en dien ik ook in naaraanleiding van de eerste termijn.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland door politieke keuzes zoals de keuzes op hetgebied van circulaire economie, energietransitie, natuur- en waterkwaliteiten migratie een grote druk kent op de beschikbare ruimte;overwegende dat vanuit het perspectief van brede welvaart het opheffenvan een dorp of gemeenschap nooit de uitkomst kan zijn;verzoekt de regering om in de Nota Ruimte te borgen dat keuzes nooitkunnen leiden tot het opheffen van hele dorpen en gemeenschappen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Clemminck.Zij krijgt nr. 283 (29 435).Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Wiersma van de BBB.Mevrouw Wiersma (BBB):Dank, voorzitter. Ik ben heel blij met de toezegging van de Ministeraangaande de nadeelcompensatie en de peilverhogingen. Ik ben dus heelbenieuwd naar die juridische uitvraag. Ik hoop dat we die snel tegemoetkunnen zien. Ik heb een drietal moties. Ik begin om wille van de tijd gelijkmaar. De eerste is als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte inzet op hogere grondwater-standen in veenweidegebieden om bodemdaling tegen te gaan;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 3219 overwegende dat deze maatregelen grote gevolgen kunnen hebben vooragrarische bedrijven, dorpsgemeenschappen en de toekomst van jongeboeren in deze gebieden;constaterende dat in de huidige plannen wordt gesproken over «markt-conforme vergoedingen» en «perspectief voor agrariërs», maar datconcrete uitwerking en financiële onderbouwing nog onvoldoendeinzichtelijk zijn;verzoekt de regering om vóór definitieve besluitvorming over peilver-hoging in veenweidegebieden helder inzicht te geven in de financiëlegevolgen per hectare voor betrokken agrariërs, inclusief de verwachtewaardedaling en exploitatieschade;verzoekt de regering te garanderen dat agrariërs volwaardig wordenbetrokken bij de gebiedsprocessen en daadwerkelijke zeggenschap krijgenover maatregelen die hun bedrijfsvoering raken;verzoekt de regering de Kamer hierover tijdig en volledig te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Van der Plas en Flach.Zij krijgt nr. 284 (29 435).Mevrouw Wiersma (BBB):Ik heb nog een motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet in de Nota Ruimte inzet op het hergebruikvan vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) voor onder anderewoningbouw;overwegende dat transformatie van voormalige agrarische erven naarwoningen kan leiden tot nieuwe gevoeligheden voor geur, geluid enlandbouwverkeer;overwegende dat hierdoor bestaande agrarische bedrijven in hunbedrijfsvoering en ontwikkelruimte kunnen worden beperkt;overwegende dat boeren die vaak al generaties lang in het gebied wonenen werken niet de dupe mogen worden van nieuw beleid of functiewijzi-gingen in hun omgeving;verzoekt de regering bij de transformatie van VAB-locaties naar woningente borgen dat bestaande agrarische bedrijven niet worden beperkt in hunhuidige bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelruimte;verzoekt de regering tevens te onderzoeken op welke wijze beter kanworden geborgd dat nieuwe bewoners in het buitengebied zich bewustzijn van het agrarische karakter van de omgeving,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32110 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Van der Plas en Flach.Zij krijgt nr. 285 (29 435).Mevrouw Wiersma (BBB):Dan heb ik nog één motie, die ik in mijn spreektekst niet heb aangehaaldmaar die wel belangrijk is. Ik wil de Minister eigenlijk de gelegenheidgeven om ’m over te nemen. Anders dien ik ’m in als motie. Ik hoor dusgraag in de tweede termijn van de Minister wat ze daarmee doet. Diemotie gaat over bouwblokken.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er een wettelijke opdracht ligt hoge eisen te stellen aandierwaardigheid en die te hanteren als uitgangspunt voor de ontwikkelingvan de veehouderij;overwegende dat strengere eisen ook in de praktijk toepasbaar moetenzijn, zowel financieel als ruimtelijk, en dat veehouders om aan extra eisente voldoen dus ook minimaal hun huidige veestapel moeten kunnenhouden;verzoekt de regering om in de definitieve Nota Ruimte te borgen datinvulling gegeven moet worden aan het vergroten van het bouwblok opeen agrarisch bedrijf als randvoorwaarde voor de eisen met betrekking totdierwaardige veehouderij,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Van der Plas.Zij krijgt nr. 286 (29 435).Mevrouw Wiersma (BBB):Dank.De voorzitter:Dank u wel. U heeft de motie ingediend. Dat betekent dat er zo meteenook een oordeel volgt van de Minister. Als u wilt, kunt u ’m dan daarnaaanhouden. Het is dus niet «indienen indien», maar het is net evenandersom. Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Steen van hetCDA.Mevrouw Steen (CDA):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister voor haar beantwoording inde eerste termijn. Ik maakte daar wel uit op dat landbouw en natuureigenlijk nog te veel worden gezien als twee losse brokken die door deMinister van LVVN moeten worden aangeleverd en dan wordengekopieerd in de Nota Ruimte. Het CDA vindt het wel echt belangrijk datwe keuzes maken die in samenhang met elkaar zijn, en dat de verschil-lende onderdelen met elkaar kunnen communiceren. Op het moment dater een integrale ruimtelijke ordening komt, moet er ook echt regie enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32111 overzicht zijn. Kan de Minister toezeggen dat het departement van VRO deregie pakt op het eenduidige verhaal rondom ruimte en dat daarinlandbouw en natuur worden meegenomen, dus dat die niet losstaan?Ik heb in mijn eerste termijn ook aandacht gevraagd voor een behoefteaan ruimte voor lokale mkb’ers. We hebben het ook gehad over de groteeconomische brokken in het land. De Minister zei daarover in overleg tegaan met de Minister van EZK, maar ik heb nog niet veel gehoord over deruimte voor het mkb. We zien dat provincies en gemeenten hieropinzetten, maar er is echt meer aandacht en sturing nodig. Kan de Ministertoezeggen dat zij waar mogelijk de lokale overheden steunt in het creërenvan ruimte voor lokale mkb’ers, zodat zij onderdeel kunnen blijven van degemeenschap, en dat ze daaraan expliciet aandacht besteedt in hetraamwerk in de Nota Ruimte?Ik heb één motie. Die gaat over water en bodem sturend.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet water en bodem weer sturend wil laten zijnbij de afweging van ruimtelijke keuzes;overwegende dat de Nota Ruimte kaderstellend is voor ruimtelijke keuzesdie provincies, gemeenten en waterschappen moeten maken;overwegende dat inhoudelijke beleidskeuzes alleen kunnen wordengemaakt en opgevolgd als de definitie van «water en bodem sturend»helder en eenduidig is en die eenduidigheid nu nog ontbreekt;overwegende dat een eenduidige definitie en een eenduidig kader eenkans is om wederzijds begrip te bewerkstelligen tussen bijvoorbeeld deoverheid en de agrarische sector, alsmede tussen overheden onderling,bijvoorbeeld ten behoeve van de woningbouw;draagt de regering op in de Nota Ruimte een heldere definitiebepaling van«water en bodem sturend» op te nemen, in lijn met het coalitieakkoord,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Steen en Van Asten.Zij krijgt nr. 287 (29 435).Mevrouw Steen (CDA):Ik vraag dit omdat zowel in de eerste termijn als in de technische briefingen de rondetafel die we hebben gehouden, eigenlijk niet duidelijk werdwat nou het verschil is tussen water en bodem die sturend zijn, dan weleen onderdeel zijn waarmee rekening wordt gehouden. Ik zou daar graageen heldere definitie van zien.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Zalinyan van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32112 Dank, voorzitter. Ik heb zes moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat datacenters en hyperscales leiden tot maatschappelijkeonrust, maar verschillende overheden aangeven weinig hieraan te kunnendoen;overwegende dat deze ruimte- en milieu-intensieve bedrijvigheid vraagtom planning en regie op de ruimte;verzoekt de regering een nationale aanpak datacenters en datakabels opte stellen en die op te nemen in de Nota Ruimte,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en Grinwis.Zij krijgt nr. 288 (29 435).Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland in 2050 een volledig circulaire economie wilrealiseren;overwegende dat deze transitie ook ruimtelijke randvoorwaarden vraagten dat de Nota Ruimte hier nog beperkt aandacht aan besteedt;verzoekt de regering in de Nota Ruimte expliciet te borgen hoe ruimtelijkevoorwaarden voor een circulaire economie worden meegenomen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan en Grinwis.Zij krijgt nr. 289 (29 435).Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32113 constaterende dat veel gemeenten een tekort aan sportaccommodaties enbuitensportruimte hebben en dat sportvoorzieningen bij gebiedsontwik-keling vaak te laat worden meegenomen;overwegende dat nieuwe wijken alleen gezond en leefbaar kunnengroeien wanneer er ruimte is voor sport;verzoekt de regering om ruimte voor sport, bewegen en spelen onderdeelte maken van de definitieve Nota Ruimte en gemeenten te stimuleren deVWS-richtlijnen hiervoor te benutten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.Zij krijgt nr. 290 (29 435).Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat veel ruimtelijke opgaven samenkomen;overwegende dat gebiedsgericht werken bijdraagt aan een integraleaanpak van ruimtelijke opgaven;verzoekt de regering om binnen de uitvoering van de Nota Ruimte teonderzoeken hoe via gebiedsgerichte arrangementen middelen vanverschillende ministeries kunnen worden gebundeld, zodat de Ministervan Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening regie kan voeren opintegrale ruimtelijke afwegingen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Zalinyan, Van Asten en Steen.Zij krijgt nr. 291 (29 435).Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regio Noord-Holland Noord grote groeipotentieheeft, zowel voor de woningvraag als voor arbeidsplaatsen;constaterende dat er in de Nota Ruimte geen aandacht is voor deEnergiehaven IJmond;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32114 overwegende dat de regio Noord-Holland Noord alsook de energiehavenbelangrijk zijn voor grote ruimtelijke vraagstukken;verzoekt de regering aan Noord-Holland Noord het ontwikkelperspectiefStimuleren toe te kennen;verzoekt de regering om de Energiehaven IJmond expliciet te benoemenin de Nota Ruimte en de uitvoeringsagenda,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.Zij krijgt nr. 292 (29 435).Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):De laatste, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het toetsingsadvies van de Commissie mer recent isgepubliceerd, waarin valt te lezen dat veel doelen niet worden gehaald;verzoekt de regering om in de Nota Ruimte uit te werken hoe de doelenvoor natuur, waterkwaliteit, landschap en erfgoed wel gehaald kunnenworden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Zalinyan.Zij krijgt nr. 293 (29 435).Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Russcher van Forum voorDemocratie.De heer Russcher (FVD):Dank, voorzitter. Ik heb drie moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in de Ontwerp-Nota Ruimte nationale en regionalegrootschalige woningbouwlocaties worden voorzien voor in totaal circa1 miljoen woningen tot 2035;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32115 constaterende dat dezelfde nota stelt dat zorgvuldig moet wordenomgegaan met landbouwgrond en dat een sterke, toekomstbestendigelandbouw van belang is;overwegende dat vruchtbare landbouwgrond een schaars en strategischnationaal bezit is dat van groot belang is voor voedselzekerheid,economie en het Nederlandse landschap;overwegende dat boeren niet mogen worden verdrongen door dewoningbouwopgave;verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de Nota Ruimte tewaarborgen dat landbouwgrond niet wordt opgeofferd voor woningbouw,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.Zij krijgt nr. 294 (29 435).De heer Russcher (FVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte grote ruimtelijke reserve-ringen bevat voor wind- en zonne-energie;overwegende dat kernenergie een betrouwbare energiebron is met eenzeer beperkte ruimtelijke en ecologische footprint;overwegende dat Nederland een klein en dichtbevolkt land is waarinruimte schaars is;verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de Nota Ruimtekernenergie als voorkeursoptie te hanteren voor de nationale energievoor-ziening vanwege het beperkte ruimtebeslag,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.Zij krijgt nr. 295 (29 435).Moment, want er is een interruptie van de heer Van Asten.De heer Van Asten (D66):Ik heb een vraag over de eerste motie die werd ingediend. Die ging overtotaal geen landbouwgrond inzetten om woningbouw te laten plaats-vinden. Ik wil even voor de zekerheid weten of dat absoluut is. Elk dorpdat nu grenst aan weilanden en graag een straatje erbij zou willen hebbenvoor starters of senioren mag dat dus niet?De heer Russcher (FVD):In de motie stond «niet op te offeren». Dat wil zeggen: boeren nietverplicht onteigenen. Ik sta wel sympathiek tegenover het voorstel van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32116 heer Flach om het uit te breiden van 100 naar 200 woningen. Ik zeg dusniet: nooit. Maar het moet zeker niet verplicht gebeuren.De heer Van Asten (D66):Oké, dank voor die verduidelijking. Ik geef zelf een andere betekenis aande woorden «opofferen van land», maar u wil dus eigenlijk zeggen dat ergeen gedwongen uitkoop van boeren moet zijn. Dan is deze motieduidelijk. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw betoog.De heer Russcher (FVD):Dit is mijn laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Nota Ruimte wordt beschreven dat de bevolkingrichting 2050 kan groeien tot circa 22 miljoen inwoners;constaterende dat volgens de nota de bevolking in 2070 kan doorgroeientot circa 24 miljoen inwoners;constaterende dat de natuurlijke bevolkingsgroei in Nederland negatief isen bevolkingsgroei derhalve hoofdzakelijk het gevolg is van migratie;overwegende dat deze bevolkingsgroei leidt tot een grote woningbouw-opgave en toenemende druk op ruimte, landschap en leefomgeving;overwegende dat het wenselijk is dat de bevolking van Nederland zichstabiliseert en niet verder groeit;verzoekt de regering om in de verdere uitwerking van de Nota Ruimtevolwaardig uit te werken hoe Nederland ruimtelijk wordt ingericht bij eenstabiele bevolking van circa 18 miljoen inwoners,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Russcher.Zij krijgt nr. 296 (29 435).Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Nobel.De heer Nobel (VVD):Voorzitter, dank u wel. Nederland is een klein land als je kijkt naar deoppervlakte, maar er zijn grote ruimtelijke ambities. Daarom heb ik devolgende vier moties.Motie De Kamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32117 gehoord de beraadslaging,constaterende dat Nederland blijft groeien en dat hierdoor de druk op dewoningmarkt groot blijft;overwegende dat er de komende jaren minstens 30 grootschaligewoningbouwlocaties moeten worden ontwikkeld om het woningtekortterug te dringen;verzoekt de regering om grootschalige woningbouwlocaties expliciet alszwaarwegend nationaal belang te verankeren in de ruimtelijke keuzes vanhet Rijk, met name in de Nota Ruimte,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Nobel, Peter de Groot enVan Asten.Zij krijgt nr. 297 (29 435).De heer Nobel (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het kabinet het uitgangspunt hanteert dat water enbodem sturend zijn bij ruimtelijke keuzes;overwegende dat dit uitgangspunt niet mag leiden tot onnodige beper-kingen voor woningbouw en economische ontwikkeling;overwegende dat technische oplossingen en innovatieve bouwmethodenkunnen bijdragen aan veilige ontwikkeling in gebieden waar water enbodem een aandachtspunt vormen;verzoekt de regering bij de toepassing van het principe «water en bodemsturend» te borgen dat water en bodem belangrijke randvoorwaarden zijn,maar geen absolute beperkingen vormen voor ruimtelijke ontwikkeling,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.Zij krijgt nr. 298 (29 435).De heer Nobel (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32118 constaterende dat Nederland een open economie is, met een sterke eninnovatieve industrie en logistiek en een sterk en innovatief bedrijfsleven,die afhankelijk is van voldoende ruimte voor bedrijvigheid;overwegende dat bedrijventerreinen cruciaal zijn voor economische groei,innovatie, energiehubs, circulaire economie en data-infrastructuur;overwegende dat economische clusters van groot belang zijn voor deNederlandse economie en autonomie;overwegende dat bestaande bedrijventerreinen door lokale ruimtelijkeafwegingen, zoals woningbouw, vaak onder druk komen te staan;overwegende dat Nederland zich geen nettoafname van bedrijventerrein-oppervlak kan permitteren;verzoekt de regering het uitgangspunt te hanteren dat er geen netto-afname van bedrijventerreinoppervlak plaatsvindt en dit uitgangspuntruimtelijk te borgen, in het bijzonder rondom belangrijke economischeclusters,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.Zij krijgt nr. 299 (29 435).De heer Nobel (VVD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regio Emmen in het ontwerp van de Nota Ruimtevalt onder de strategie «versterken»;overwegende dat de betere bereikbaarheid dankzij de komst van deNedersaksenlijn, de wegcorridor A28-A37-E233, en de ligging tussenkennispoorten Zwolle, Twente en Groningen de ontwikkelpotentie van deregio Emmen aangeven;overwegende dat het kennis- en innovatienetwerk van de regio Emmenwordt versterkt door de beschikking over een groot industriepark en devoorgenomen vestiging van onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van deRijksuniversiteit Groningen bij Greenwise Campus;verzoekt de regering in de definitieve Nota Ruimte de regio Emmen onderde strategie «initiëren» te laten vallen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Nobel.Zij krijgt nr. 300 (29 435).Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Teunissen, van de Partijvoor de Dieren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32119 Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het PBL concludeert dat de gezonde, schone en veiligeleefomgeving nog onvoldoende geborgd is in de ruimtelijke ordening endat het daarom nodig is om duurzaamheid en omgevingskwaliteit in dedefinitieve Nota Ruimte te benutten als toetssteen;verzoekt de regering in de Nota Ruimte, gehoord het advies van het PBL,duurzaamheid en omgevingskwaliteit als toetssteen expliciet te borgen,bijvoorbeeld binnen het derde leidende principe «zo veel mogelijkvoorkomen van afwentelen»,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Kostic´ en Van Asten.Zij krijgt nr. 301 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het PBL vaststelt dat de optelsom van ruimteclaims inde Ontwerp-Nota Ruimte groter is dan de ruimte die in Nederlandbeschikbaar is, en dat er daarom scherpe keuzes moeten wordengemaakt, waarbij dilemma’s en trade-offs expliciet worden benoemd;constaterende dat het PBL adviseert om niet alleen aandacht te hebbenvoor de groeiende ruimtebehoefte voor diverse functies, maar ook voorwaar het met minder ruimte kan, en om ruimteclaims kritischer tebeschouwen;verzoekt de regering om in de definitieve Nota Ruimte dit advies van hetPBL op te volgen en dus zo veel mogelijk te expliciteren waarop ruimtebespaard gaat worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostic´.Zij krijgt nr. 302 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32120 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de milieueffectrapportage stelt dat met deOntwerp-Nota Ruimte op het gebied van natuur- en waterkwaliteit(wettelijke) afspraken niet worden gehaald;verzoekt de regering de Nota Ruimte ten minste juridisch houdbaar temaken en in lijn met de bestaande afspraken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostic´.Zij krijgt nr. 303 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,verzoekt de regering om het in het regeerakkoord verwoorde principe«water en bodem sturend» integraal te borgen in de Nota Ruimte, met deduidelijke richtlijnen die daarbij horen, zo veel mogelijk in lijn met deadviezen van het PBL,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostic´.Zij krijgt nr. 304 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de stijgende zeespiegel effect heeft op de inrichting vanons land;constaterende dat de Unie van Waterschappen stelt dat zeespiegelstijgingen extreem weer vragen om nu ruimte te reserveren voor onder andererivieren, waterberging en waterbeperking;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32121 verzoekt de regering om in de Nota Ruimte genoeg ruimte te reserverenvoor rivieren en dijken op de lange termijn en om meer ruimte te makenvoor natuurlijke vormen van kustverdediging,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostic´.Zij krijgt nr. 305 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de Nota Ruimte wel de infrastructuur van mobiliteitwordt geborgd maar niet de natuurinfrastructuur, die volgens de Raadvoor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) cruciaal is om Nederlandgezond en leefbaar te houden en die volgens het PBL belangrijk is omnatuurversnippering tegen te gaan;constaterende dat in het regeerakkoord is opgenomen om natuurge-bieden beter met elkaar te verbinden;verzoekt de regering om in de Nota Ruimte een duidelijke definitie eninvulling van «natuurinclusiviteit» op te nemen, de verbinding vannatuurgebieden (natuurinfrastructuur) beter te borgen en de kansen vanslimme natuurlijke oplossingen (nature-based solutions) maximaal tebenutten,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostic´.Zij krijgt nr. 306 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):De laatste motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het PBL op basis van onderzoek aangeeft dat om aanonze nationale en Europese natuurafspraken te voldoen minstens100.000 hectare extra natuur nodig is boven op de huidige uitbreidingsaf-spraken;verzoekt de regering om het advies van het PBL over minstens100.000 hectare voor extra natuur, mee te geven aan de taskforce stikstofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32122 en om bij de definitieve versie van de Nota Ruimte terug te koppelen inhoeverre het advies is meegenomen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen en Kostic´.Zij krijgt nr. 307 (29 435).Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u.De voorzitter:Dank u. Ook dank aan de bode, die vanavond niet meer naar de sport-school hoeft. Mevrouw Beckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel, voorzitter. In de eerste termijn heb ik gezegd: «Dit debat gaatvoor velen over de strijd om ruimte. Welke ruimte gebruiken we voor welkdoel of liefst voor welke doelen?» Maar voor de SP gaat deze strijd juistook over de vraag voor wie de ruimte is. De strijd om ruimte is ook eenklassenstrijd. We hebben het gehad over wonen, recreatie, energie envervuiling. In de tweede termijn wil ik daarom drie moties indienen.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat plannen voor herstructurering van campings regel-matig leiden tot omzetting naar recreatieparken met recreatiewoningen ofchalets;constaterende dat dergelijke herstructureringen vaak leiden tot eenafname van traditionele kampeerplaatsen;overwegende dat het wenselijk is dat vooraf inzichtelijk wordt gemaaktwat de gevolgen zijn van zulke plannen;overwegende dat dit kan bijdragen aan betere besluitvorming doorgemeenten;verzoekt de regering in de uitwerking van de Nota Ruimte een diversaanbod aan recreatie expliciet op te nemen;verzoekt de regering voorts te verkennen hoe kan worden geregeld dat bijplannen voor herstructurering van recreatieterreinen eerst een haalbaar-heidsonderzoek verplicht wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld in het kader vanruimtelijke besluitvorming of wijziging van het omgevingsplan, waarinwordt bekeken wat de gevolgen zijn voor de diversiteit van het recreatie-aanbod en het aantal kampeerplaatsen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 308 (29 435).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32123 Mevrouw Beckerman (SP):De tweede motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat recreatie en het belang van een divers recreatieaanbodnog beperkt zichtbaar zijn in de Nota Ruimte;overwegende dat gemeenten worstelen met de toename van luxevakantieparken die traditionele campings vervangen, en zoeken naarmiddelen om dit tegen te gaan;overwegende dat hierdoor het aanbod van betaalbare kampeerplaatsenvoor tenten, caravans en seizoensplaatsen onder druk komt te staan (of alonder druk staat);overwegende dat het maken van onderscheid tussen verschillendevormen van recreatie kan helpen om een divers recreatieaanbod tebehouden;verzoekt de regering te bevorderen dat gemeenten in omgevingsplannenbinnen het kader van de Omgevingswet onderscheid kunnen makentussen traditionele kampeerterreinen en recreatiewoning- of chaletparken,met als doel het behoud van bestaande kampeerterreinen en kampeer-plaatsen te ondersteunen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 309 (29 435).Mevrouw Beckerman (SP):De laatste, kortere motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen,sociale cohesie en duurzaam beheer van woningen;overwegende dat het regeerprogramma coöperatief wonen benoemt alseen mogelijke derde woonsector;overwegende dat wooncoöperaties momenteel niet expliciet zijnopgenomen in de Nota Ruimte;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32124 verzoekt de regering wooncoöperaties expliciet te benoemen in dedefinitieve Nota Ruimte als structureel instrument voor betaalbarewoningbouw, sociale cohesie en lokaal eigenaarschap,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman.Zij krijgt nr. 310 (29 435).Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot de heer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Na een prachtig bezoek aan De NederlandscheBank met de commissie Financiën moest ik me even hierheen spoeden,maar dat is gelukt. Dank voor deze mogelijkheid.Ik steek maar meteen van wal met mijn moties. Naar aanleiding van eengesprek met de Minister in de eerste termijn heb ik de volgende motie.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte een groot aantal ruimtelijkeambities bevat op het gebied van onder andere woningbouw, defensie,natuur, landbouw, energie en infrastructuur;overwegende dat het voor een goede beoordeling van de Nota Ruimtevan belang is om inzicht te hebben in de ruimtelijke consequenties vandeze ambities;verzoekt de regering om de Kamer in aanloop naar de vaststelling van dedefinitieve Nota Ruimte concreter inzicht te geven in de som van deruimteclaims die voortvloeit uit de ambities in de Nota Ruimte,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van Asten.Zij krijgt nr. 311 (29 435).De heer Grinwis (ChristenUnie):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32125 constaterende dat de Ontwerp-Nota Ruimte een groot aantal ruimtelijkeopgaven bevat die meerdere departementen raken;overwegende dat een effectieve uitvoering van deze opgaven vraagt omduidelijke regie en coördinatie vanuit de Minister van VRO;overwegende dat verschillende partijen, waaronder provincies, hebbengewezen op het belang van voldoende regie en doorzettingsmacht bij deMinister van VRO voor de uitvoerbaarheid van de Nota Ruimte;verzoekt de regering inzichtelijk te maken op welke wijze wordt geborgddat de Minister van VRO over voldoende coördinerende bevoegdheden endoorzettingsmacht beschikt ten opzichte van andere departementen, tenbehoeve van een voortvarende uitvoering van de Nota Ruimte,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Van Asten.Zij krijgt nr. 312 (29 435).De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Een land dat leeft, bouwt aan zijn toekomst; dat zei CornelisLely al. Omdat de Nota Ruimte nog wat terughoudend is over het conceptlandaanwinning heb ik twee moties meegebracht. Die luiden als volgt.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat het peilbesluit uit 2018 de zoetwatervoorzieningscapa-citeit van IJsselmeer-Markermeer heeft vergroot met enkele tientallenprocenten, en dat de Nota Ruimte de mogelijkheid wil behouden om dezecapaciteit verder te vergroten met enkele tientallen procenten, door meerpeilopzet, peiluitzakking en/of een andere afvoerverdeling van de groterivieren;constaterende dat klimaatverandering en extra zoetwaterbehoefte in de21ste eeuw een omvang van enige tientallen procenten zullen hebben tenopzichte van de zoetwatervoorzieningscapaciteit;constaterende dat landaanwinning in het Markermeer/IJmeer, zoals voorIJstad, de waterbergingsruimte slechts zeer beperkt zou verminderen,zeker in de wetenschap dat er minder water verdampt vanaf land danvanaf open water;overwegende dat er in Nederland meer ruimteclaims zijn dan beschikbareruimte, en dat het Markermeer/IJmeer in het hart van de MetropoolregioAmsterdam ligt, waar de vraag naar wonen groot blijft;verzoekt de regering onafhankelijk onderzoek te doen naar de mogelijk-heden en consequenties van ruimtelijke ontwikkelingen in hetMarkermeer/IJmeer, zoals voor IJstad en uitbreiding van de MarkerWadden, en voor deze ruimtelijke ontwikkelingen ruimte te laten in deNota Ruimte,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32126 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Peter de Groot enVan Asten.Zij krijgt nr. 313 (29 435).De heer Grinwis (ChristenUnie):Ten slotte, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat er in de Nota Ruimte staat dat kustuitbreidingvooralsnog niet toegestaan wordt, met als onderbouwing «geen onnodigedruk op de zandvoorraad»;constaterende dat 9% van het Nederlandse Noordzeegebied is aange-wezen voor zandwinning, daar 0,3% per jaar van wordt gebruikt voor dehuidige kustsuppleties en dat het bodemleven na zes jaar alweer hersteldis van zandwinning;overwegende dat er in Nederland c.q. de Ontwerp-Nota Ruimte meerruimteclaims zijn dan beschikbare ruimte;verzoekt de regering onafhankelijk onderzoek te doen naar de mogelijk-heden en consequenties van landaanwinning in de kustzone, zoals vooreen derde Maasvlakte, een initiatief als Delta21 en extra strand enduinnatuur, en voor deze landaanwinning ruimte te laten in de NotaRuimte,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis, Peter de Groot en VanAsten.Zij krijgt nr. 314 (29 435).De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Tot slot. Ik vraag mij af hoe wij over twintig jaar terugkijken opdeze Nota Ruimte. Hebben we dan vooral gebouwd, of hebben we onzeleefomgeving ook goed beschermd? Zijn veel opgaven en ambitiesuiteindelijk opgaven en ambities op papier gebleven, of zijn we in staatgeweest te leveren? Zaten we aan het stuur, of is het ons overkomen en isons mooie land verder verrommeld? Is «Het kan wél» slechts een vibe eneen leuze gebleven, resulterend in een teleurstellend kabinet, of was 2026daadwerkelijk het jaar van de ommekeer, het jaar waarin we met nieuwelan ons land gingen bebouwen en bewaren?Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Met deze stichtelijke woorden sluiten wij de tweede termijnvan de Kamer af. De Minister heeft aangegeven een kwartier nodig tehebben om de Kamermoties te beoordelen en de beantwoording van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32127 resterende vragen voor te bereiden. We schorsen de vergadering dus tot14.50 uur.De vergadering wordt van 14.36 uur tot 14.50 uur geschorst.De voorzitter:We gaan weer verder met het debat over de Nota Ruimte. Het woord isaan de Minister.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met het beantwoorden van de vragen.Daarna doe ik de moties.Een vraag van D66 over de ruimte voor grondstofwinning. Ik erken hetbelang van voldoende grondstoffen volledig. De Ontwerp-Nota Ruimtebesteedt daar ook aandacht aan. De heer Van Asten vraagt mij om eenruimteclaim te doen voor grondstofwinning. Dat is niet aan mij. Provincieszijn verantwoordelijk voor het aanwijzen en vergunnen van projecten voorgrondstofwinning. Tegelijkertijd begrijp ik de vraag om hiervoor aandachtte hebben. Ik wil hem toezeggen dat we in de definitieve Nota Ruimtemeer aandacht zullen besteden aan het feit dat grondstofwinning ruimtevraagt in Nederland.Een vraag van JA21 over demografische druk. Ook deze vraag begrijp ikgoed, want demografische ontwikkelingen hebben grote effecten op deruimtelijke ordening. Het bepaalt onder andere hoeveel en wat voorwoningen er nodig zijn. Bij het opstellen van de Nota Ruimte is gebruikge-maakt van de WLO-scenario’s van PBL en CPB. Die hebben eenbandbreedte van ongeveer 18 tot 22 miljoen Nederlanders in 2070. In deOntwerp-Nota Ruimte is uitgegaan van een scenario met grip op migratieen een gematigde groei naar 20 miljoen inwoners met een bijbehorendeextra behoefte van 1,65 miljoen woningen tot 2050. Dit scenario is politiekbreed omarmd en sluit aan bij houdbare woningbouwambities.Naast bevolkingsgroei hebben we ons ook te verhouden tot de toenamevan het aantal kleine huishoudens en de vergrijzing. Die zorgen voor eenverschuiving van de woningvraag richting compact wonen en ook metmeer voorzieningen nabij. Daarbij past ook de inzet van het kabinet opeen totaalaanpak bij woningbouw: wonen, werken, bereikbaarheid, groenen andere voorzieningen worden samen ontwikkeld. We kunnen dat nietin detail gaan doorrekenen.De vraag van mevrouw Steen, CDA, over ruimte voor bedrijvigheid, metname voor het mkb. Ja, dat kan ik toezeggen. In de Ontwerp-Nota Ruimteis veel aandacht voor voldoende ruimte voor de economie om bijvoor-beeld ambities van weerbaarheid en circulariteit te realiseren. Dit draagtook bij aan het toekomstperspectief van de mkb’er. De gemeentenondersteunen dit en we gaan kijken hoe we hier invulling aan kunnengeven. Vooralsnog is het niet financieel geborgd.De heer Clemminck (JA21):De beantwoording van de Minister is een beetje zoals te verwachten was.Ik constateer dat de Minister allerlei zaken tot in details kan berekenen,zoals het aantal hectare dat nodig is voor natuurversterking en -herstel,het minimale dat nodig is op het gebied van stikstof en allerlei doorreke-ningen wat betreft het klimaat. De simpele vraag beantwoorden vanuit deKamer of de Minister de demografische scenario’s kan doorrekenen methet oog op de ruimtelijke impact, dat zou de Minister wel kunnen doenmaar wil ze gewoon niet. Ik snap dat niet goed. Ik kan natuurlijk altijd nogeen motie indienen of een schriftelijke vraag stellen, maar ik zou deMinister toch nog eens willen vragen om in alle eerlijkheid te kijkenwaarom dat dan niet gebeurt. Technisch kan het, want we weten gewoonwat het aantal inwoners van een land en het aantal kerncijfers doen metnetcongestie, met filedruk of met CO2-uitstoot. Ik wil dus toch nog eensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32128 aan de Minister vragen om aan te geven waarom zij dat dan niet wil. Watis daar de verklaring voor?Minister Boekholt-O’Sullivan:Dit gaat niet zozeer over willen, maar over de uitgangspunten die wehebben gebruikt om te komen tot de Ontwerp-Nota Ruimte die nuvoorligt. We maken daarin gebruik van het scenario voor grip op demigratie en een gematigde groei tot 20 miljoen inwoners.De voorzitter:Een vervolgvraag. Kort, graag.De heer Clemminck (JA21):Laat ik proberen om het als een simpele vraag te verwoorden. Is hettechnisch wel mogelijk om zo’n berekening te maken?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik weet niet naar welke berekening meneer Clemminck verwijst. Ik geefaan dat wij met het scenario van 20 miljoen inwoners werken. Datscenario is omarmd en daar geven we invulling aan. We hebben daar opbasis van een prognose van Primos tot 2050 extra berekeningen meegemaakt. Dit is de wijze waarop we hiermee om zijn gegaan. Dit zijn deuitgangspunten van de Ontwerp-Nota Ruimte.De voorzitter:Ik wil dit eigenlijk stoppen nu. U zult het met dit antwoord moeten doen,meneer Clemminck. Ik wil de Minister vragen om door te gaan. O, er isook nog een vraag van mevrouw Steen. Neem me niet kwalijk, ik zag hetniet.Mevrouw Steen (CDA):Geen probleem. Ik wil nog even terugkomen op het antwoord op mijnvraag over het mkb. Ik hoor de Minister net zeggen dat ze oog heeft voorcirculariteit en groei. Het gaat mij ook om familiebedrijven die willenuitbreiden in het dorp of in de stad waar ze gevestigd zijn en die dit nuniet kunnen. We zien dat het daarbij vaak niet alleen om een financiëlevraag gaat, maar ook om ruimteclaims en een gesprek dat toch vaakvastloopt op waar het wel en niet kan. We kunnen dan juist de regiegebruiken van een Minister van VRO. Mijn vraag ziet daar dus op: nietalleen op het financiële, maar ook op ervoor zorgen dat het instrumen-tarium goed is, zodat die familiebedrijven en mkb’ers kunnen blijven zittenen kunnen uitbreiden. Ik hoorde dat nog niet heel erg duidelijk terug. Kande Minister bevestigen dat ze daarmee aan de slag wil?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat kan ik toezeggen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dan ga ik door met de moties. De motie op stuk nr. 272 krijgt oordeelKamer.De motie op stuk nr. 273 ontraad ik. De term «een straatje of wijkje erbij»hanteren we om echt kleinschalige ontwikkelingen aan te duiden die we inprincipe bij iedere kleine kern mogelijk willen maken, passend binnen deruimtelijke context. De term «een wijkje erbij» wordt omschreven als tot100 woningen die in heel Nederland binnen of aansluitend op eenbestaande kern gerealiseerd kunnen worden, passend binnen deruimtelijke context. Hier is bewust voor gekozen. Met 200 woningenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32129 hebben we het niet meer over «een wijkje erbij» maar over een klein-schalige of middelgrote woningbouwlocatie. Daarom ontraad ik dezemotie.De heer Flach (SGP):Ik probeer er geen koehandel van te maken, maar 100 is ook eenwillekeurig gekozen getal. Is 200 gewoon een te grote stap of is erüberhaupt niets mogelijk boven de 100?Minister Boekholt-O’Sullivan:Het is niet zo dat er niks mogelijk is boven de 100, maar we hebben van«een wijkje erbij» aangegeven dat dat gaat om tot 100 woningen. Dat wilniet zeggen dat alles daarboven niet kan; het valt alleen niet onder denoemer van «een wijkje erbij».De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik doe toch nog een poging, want dit heeft wel grote consequenties,althans, in sommige provincies. Een provincie als Zuid-Holland zal onderde noemer van «een wijkje erbij is maximaal 100» nog steeds het heleplatteland op slot kunnen zetten. Dat is het concrete gevolg van de keuzedie wij hier maken. 100 erbij beperkt onze dorpen in bijvoorbeeld eenprovincie als Zuid-Holland tot een maximale ontwikkeling van 100woningen erbij, want meer wil de provincie in veel gevallen niet. Als wedat hier oprekken, geven we onze lokale plattelandsgemeenten iets meerarmslag. Voelt de Minister daarin mee? Wij kijken namelijk met zorgennaar de ruimtelijke ontwikkeling in sommige provincies en hoe die op slotwordt gezet, bijvoorbeeld in Zuid-Holland.Minister Boekholt-O’Sullivan:Natuurlijk voel ik mee met deze vraag. Dit is ook aan de orde geweest bijverschillende werkbezoeken. Ik ben er door u en meerdere van uwcollega’s ook op gewezen dat dit een probleem is, met name in dieprovincie. Of nou ja, ik zeg «met name», maar het is eigenlijk: in dieprovincie. Maar ik wil een visiedocument eigenlijk niet gebruiken om eengesprek met een provincie te voeren. Ik zou daarvoor liever gewoon hetgesprek voeren. Dan houden we voor heel Nederland, waar dit visiedo-cument over gaat, vast aan een wijkje van 100 woningen. Maar ik hoor uwpunt. Ik heb ook afgesproken, in ieder geval met uw collega van de PVV,dat ik hierover zou gaan spreken. Dat staat ergens in de agenda; ik weetniet uit mijn hoofd wanneer.De voorzitter:Dank u wel. De motie op stuk nr. 273 is ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 274 krijgt ook ontraden. Natuurlijk ben ik het met hetlid Van Dijk eens dat wandelen bijdraagt aan de volksgezondheid en hetwelzijn van mensen, zelfs die van mij. De inrichting van de leefomgevingis van grote invloed op de mate waarin mensen bewegen door te lopen.De Ontwerp-Nota Ruimte besteedt hier op hoofdlijnen aandacht aan. Ookstimuleert het Rijk het verbeteren van de wandelinfrastructuur, onderandere via het Nationaal Masterplan Lopen en door het delen vanhandreikingen voor een goed ingerichte leefomgeving. Daarnaast werkthet Ministerie van IenW aan een uitvoeringsagenda Lopen, die naarverwachting eind dit jaar aan uw Kamer wordt gestuurd. Het is echter deverantwoordelijkheid van medeoverheden om in hun ruimtelijkeinrichting, waaronder nieuwbouw, de wandelinfrastructuur goed mee tenemen en echt te komen tot concrete doelen en uitvoeringsplannen. Dezeverantwoordelijkheid kan ik niet overnemen. Om die reden ontraad ik dezemotie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32130 De voorzitter:Dit is een motie van de heer Flach. Hij wil daar graag een vraag overstellen.De heer Flach (SGP):Ik zou haast zeggen: loop eens een etappe mee. Dan wordt het heel sneltoch wel een rijksverantwoordelijkheid. Er zijn veel langeafstandspadendie het hele land doorkruisen. Je ziet dat die wandelpaden in de loop vande tijd steeds verder omgeleid worden door grote nationale infrastruc-turen heen. Door die bij lokale overheden te beleggen, raken ze juist zoversnipperd. Je ziet dat het voor het aantrekkelijk houden van dit soortwandelpaden echt nodig is dat er van het begin af aan ook in de NotaRuimte al rekening mee wordt gehouden. De Minister geeft in haarbeantwoording aan dat er bepaalde trajecten rondom lopen zijn, maarlopen is echt nog iets anders dan wandelen. Lopen doen we ook in ditKamergebouw, maar dit gaat echt om tientallen kilometers door hetlandschap. Daar heb je rijksregie bij nodig. Hoewel dit niet het meestwezenlijke punt is in de Nota Ruimte, is het dat voor veel wandelaars wel.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ga graag op de uitnodiging in om een wandeling te maken. Deuitvoeringsagenda van IenW richt zich niet op het lopen in dit gebouw; diericht zich echt op wat u met «wandelen» bedoelt. Ik kan wel toezeggen datik met de Minister van IenW hierover zal spreken om te bekijken wat ikeventueel kan bijdragen aan zijn uitvoeringsagenda op dit onderwerp.De voorzitter:De motie op stuk nr. 274 is ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 275: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 276: overnemen. In de uitvoeringsstrategie van deNota Ruimte zal uitgebreid aandacht worden besteed aan het beschikbareinstrumentarium en de wijze waarop dat wordt ingezet om de NotaRuimte richting uitvoering te brengen. Het beschrijven van de samenhangtussen bestaande overlegstructuren met medeoverheden en daarbij eenintegrale aanpak hanteren, past hier heel goed in. Ik zal deze motie danook overnemen.De voorzitter:Even een vraag aan de heer Van Asten. Vindt hij het goed dat de motiewordt overgenomen?De heer Van Asten (D66):Dat is prima. Dank.De voorzitter:De motie-Van Asten (29 435, nr. 276) is overgenomen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 277: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 278: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 279: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 280: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 281: ontraden. Deze motie vraagt mij om eenoverzicht te maken van de benodigde middelen voor doelrealisatie en ditbij de definitieve Nota Ruimte te verstrekken. Ik snap de wens achter dezemotie natuurlijk goed, maar moet deze motie ontraden, omdat het nietmogelijk is. De Nota Ruimte bevat een visie voor Nederland voor 2050Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32131 met een doorkijk naar 2100. Het is niet mogelijk om daar nu al eenkostenplaatje bij te maken.De heer Mooiman (PVV):Ik begrijp inderdaad wat de Minister zegt, namelijk dat het niet realistischis om over zo’n termijn voor de gehele Nota Ruimte een kostenplaatje terealiseren. Tegelijkertijd vraag ik me wel het volgende af. Een aantal vande opgaven die we nu met elkaar hebben, zijn een stuk tastbaarder. Dielopen ook door 2030 en 2050 heen. Dat is vooral het geval wanneer wekijken naar grote infrastructurele, maar ook naar volkshuisvestelijkeopgaven. Die realiseren zich natuurlijk niet vanzelf. Naast de inzet die hetRijk natuurlijk al doet, zal daar ook gewoon het een en ander voor nodigzijn. Voor ons als Kamer is het lastig – althans, ik spreek natuurlijk voormezelf – om nu te duiden wat de inzet en ook de eventuele inzet vanmiddelen nou is om alle doelen uit deze nota te realiseren voor dietermijn. Misschien kan de Minister wel meenemen of zij er in een brief eenreflectie op kan geven hoe er nu in ieder geval aan de kortetermijndoel-stellingen, tot 2050, toch wat meer duiding gegeven kan worden, ook voorde manier waarop we die nou echt gaan realiseren, zodat het niet enkeleen ambitiedocument blijft.Minister Boekholt-O’Sullivan:Wat ik kan doen, is bij de uitvoeringsagenda die we hierna oplopen,zorgen dat inzichtelijk wordt gemaakt welke beschikbare middelen ervanuit de fysieke leefomgeving zijn.De voorzitter:Tot slot, de heer Mooiman.De heer Mooiman (PVV):Dan zal ik de motie op stuk nr. 281 intrekken.De voorzitter:Aangezien de motie-Mooiman (29 435, nr. 281) is ingetrokken, maakt zijgeen onderwerp van beraadslaging meer uit.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 282: oordeel Kamer. Ik ben het met de heerClemminck eens dat de energietransitie een forse ruimtelijke impact metzich meebrengt en dat de Nota Ruimte moet inzetten op ruimte-efficiëntie,bijvoorbeeld door slimme functiecombinaties. Deze benadering zit ook alin de Ontwerp-Nota Ruimte en het Programma Energiehoofdstructuur.Wel moet worden opgemerkt dat ook met slimme keuzes de energietran-sitie onverminderd een enorme ruimtelijke opgave blijft. We kunnen deruimtelijke impact waar mogelijk beperken, maar niet voorkomen. Verdergaat het Rijk vooral over de nationale energiehoofdstructuur. Het is aangemeenten en provincies om decentrale keuzes te maken. Als ik de motiezo mag lezen, geef ik deze oordeel Kamer.De voorzitter:De motie op stuk nr. 283: oordeel Kamer.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat was de motie op stuk nr. 282.De voorzitter:O, neem me niet kwalijk.Minister Boekholt-O’Sullivan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32132 Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 283. Die wordt ontraden. De heerClemminck roept in zijn motie op om in de Nota Ruimte te borgen datkeuzes nooit kunnen leiden tot het opheffen van hele dorpen en gemeen-schappen. In de huidige vorm moet ik deze motie ontraden. Ik kan dit nietop deze manier toezeggen. Tegelijkertijd snap ik de zorgen van de heerClemminck. Het opheffen van een dorp is ongelofelijk ingrijpend, metgrote gevolgen voor de inwoners en ondernemers. Dat zien we nu ook inMoerdijk. Ik vind het belangrijk om te benadrukken dat er nu geensoortgelijke situaties zijn voorzien. Als de heer Clemminck zijn motie zokan aanpassen dat het opheffen van een dorp altijd een allerlaatste optieis en alleen het resultaat kan zijn van gebiedsgerichte afwegingen samenmet de regio, kan ik deze motie oordeel Kamer geven.De voorzitter:De heer Clemminck gaat de motie niet aanpassen. Daarmee is de motieop stuk nr. 283 ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 284: ontraden. De Nota Ruimte is een visie voor demiddellange en lange termijn. Hieruit volgt per definitie geen uitwerkingin exacte hectares of financiële claims. Het is dan ook niet mogelijk om definanciële gevolgen per hectare inzichtelijk te maken in het kader van deNota Ruimte. Medeoverheden, in het bijzonder de waterschappen, dieverantwoordelijk zijn voor de peilbesluiten, geven gebiedsgericht invullingaan de peilopzet in veenweidegebieden. Dit doen zij met betrokkenheidvan agrariërs en andere stakeholders in het gebied. Het inzichtelijk makenvan de financiële gevolgen is op dat moment onderdeel van dezeprocessen en vindt daarmee dus wel plaats, voorafgaand aan dedefinitieve besluitvorming over peilaanpassingen in gebieden. Als gevolgvan een peilbesluit kan een betrokkene op grond van de Omgevingswetnadeelcompensatie vragen. Ik ontraad deze motie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 284: ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 285: ontraden. VRO en LVVN zijn met een interbe-stuurlijk actieleerprogramma gestart om tot zorgvuldige sturing te komenop functiewijzigingen van vrijkomende agrarische bebouwing. Hierbij isde inzet om de kansen die worden geboden door multifunctioneleontwikkelingen, dus het combineren van woningen met natuur-, zorg- enlandbouwfuncties, optimaal te benutten. Samen met de Minister vanLVVN informeer ik de Kamer later dit jaar graag over de opbrengsten vandit actieleerprogramma. Een belangrijk onderdeel van dit leertraject is hoeoverlast en beperkingen voor zittende agrarische ondernemersvoorkomen kunnen worden. Hierbij kijken we ook naar een zonering voorgebieden waar landbouw de ruimte krijgt en gebieden waar meerfunctiemenging mogelijk is. Hiermee stellen we medeoverheden in staatom zorgvuldig te sturen op waar erftransformaties mogelijk zijn. Ik ziebuiten deze inzet om geen noodzaak voor een nationale inzet richtingnieuwe bewoners in het buitengebied. Inwoners, oud of nieuw, hebbenoveral dezelfde rechten, evenals ondernemers. Het is aan gemeenten omde participatie en de communicatie rondom ruimtelijke ontwikkelingen tebegeleiden. Ik ontraad deze motie.Mevrouw Wiersma (BBB):De Minister zegt in de appreciatie van de motie eigenlijk dat ze in zekerezin voornemens is om er uitvoering aan te geven, behalve aan hetinformeren van nieuwe bewoners. Ik wil dat punt er wel uit halen. Is datgenoeg om deze motie toch oordeel Kamer te geven? Want het meestTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32133 essentiële onderdeel hiervan is natuurlijk het eerste verzoek. Ik heb in mijnbijdrage ook iets gezegd over bijvoorbeeld de status «plattelandswo-ningen». In de reactie van de Minister hoor ik dat ze ook in die richting ietsaan het onderzoeken is.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat klopt. Als u dat aanpast, krijgt ie oordeel Kamer.Mevrouw Wiersma (BBB):Oké, dan haal ik het tweede verzoek eruit. Dan dien ik de motie alsnog in.Ik hoor oordeel Kamer. Ik zal het tweede stuk op een andere manier onderde aandacht brengen.De voorzitter:Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 286.Minister Boekholt-O’Sullivan:Deze motie ontraad ik. De Nota Ruimte bevat een visie op langere termijnmet ruimtelijke richting en keuzes. Er zijn veel ruimtevragers, dus wekunnen niet toezeggen dat de ruimte die er nu is, wordt behouden of zelfsvergroot. Daarnaast vindt uitwerking hiervan plaats in de taskforce. Ikontraad deze motie.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik ben niet helemaal tevreden met deze appreciatie, want ik begrijp hetgewoon niet. Het bouwblok is gewoon onderdeel van de ruimte waar eenagrarisch bedrijf geëxploiteerd wordt. Er worden door het kabinet eisengesteld aan de ontwikkeling van die bedrijven. Dit is een bestaandprobleem waar nu al tegenaan gelopen wordt. De gemeenten hebbendaar gewoon richting bij nodig. Daar is het kabinet voor aan zet. Ik benhier dus niet helemaal tevreden mee. Dit gaat niet alleen over stikstof. Ditgaat juist over de wettelijke eisen die voorliggen vanuit de AMvBDierwaardige veehouderij. Zou de Minister het dan toch nog even kunnenverduidelijken. Volgens mij hoort dit niet thuis in de taskforce. Dit is echtmateriaal voor de omgevingsverordening.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik denk dat het wel thuishoort in de taskforce, omdat we in de taskforcesecht willen kijken naar de benadering die over de grenzen heen gaat.Daarom zitten er ook zo veel bewindspersonen per taskforce aan tafel. Ikkan u toezeggen dat ik het meeneem naar de taskforce om te checken ofdat zo is, maar tot die tijd ontraad ik de motie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 286: ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 287: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 288: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 289: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 290: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 291 geef ik oordeel Kamer, als ik ’m als volgt maginterpreteren. Ik snap de wens achter de motie. Het kabinet ziet het belangin van het bundelen van middelen. Zo willen we gebiedssubsidies bijgrootschalige woningbouwlocaties ook bundelen. Dit staat ook zo in hetcoalitieakkoord. Hiernaast werk ik in de NOVEX-gebieden samen met deregio’s aan regionale investeringsagenda’s. Hiermee zetten we deintegrale ruimtelijke opgave om in een beeld van benodigde investeringenen mogelijke bekostiging daarvan. Aanvullend ben ik bereid om uit tezoeken hoe budgetten waar passend en mogelijk en binnen de financiëleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32134 kaders in samenhang kunnen worden ingezet ten behoeve van hetuitvoeren van de Nota Ruimte. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ikmet deze drie zaken aan de slag ga en blijf, dan kan ik de motie oordeelKamer geven.Mevrouw Steen (CDA):Even ter verduidelijking. We hebben natuurlijk de NOVEX-gebieden en degrootschalige gebieden. Maar we hebben natuurlijk ook regio’s buiten dieaangewezen gebieden. Daar vindt ook een hele hoop plaats, misschienniet zo grootschalig als in die grote aangewezen gebieden. Maar er zijnzeker ook regio’s, zoals Emmen, die net buiten die aanwijzing vallen. Gaatde Minister ook regie nemen op regionaal kijken wat er regionaal nodig isen ook de al dan niet aangewezen regio’s uitdagen om zelf met eenpropositie te komen waar zij in willen en kunnen groeien?Minister Boekholt-O’Sullivan:Daar zit waarschijnlijk dan het verschil van inzicht. Ik geef oordeel Kamerover de delen binnen de NOVEX-gebieden. Als een regio daarbuiten ietswil, dan kunnen ze zelf met voorstellen komen. Als u dat bedoelt, danmoet ik deze motie ontraden.Mevrouw Steen (CDA):Ik vroeg de Minister even te verduidelijken waar ze dan op doelt. Wat mijbetreft blijft de motie staan. Ik kijk daarvoor ook even naar mevrouwZalinyan. Op deze manier is het goed, maar ik vind het wel belangrijk datwe ook oog houden voor de regio’s die nu niet specifiek zijn aangewezen.De voorzitter:Dat betekent dat de motie zoals die nu geformuleerd is blijft staan en datde motie daarom ontraden wordt.Minister Boekholt-O’Sullivan:Nee, de motie krijgt oordeel Kamer als we die samen als volgt interpre-teren. We hebben hier natuurlijk oog voor. De regio’s kunnen ook altijdiets indienen. Daar zullen we altijd serieus naar kijken, maar de focus ligtop de NOVEX-gebieden.De voorzitter:Mevrouw Zalinyan is de eerste indiener van de motie en zij knikt. Dankrijgt deze motie oordeel Kamer.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nog een ophelderingsvraag, als niet-ondertekenaar. Zoals de Minister demotie nu apprecieert, beluister ik het risico dat kleinere gemeenten nogeerder buiten de boot vallen. Als je verschillende budgetten gaatbundelen en een kleinere gemeente wil voor een woningbouwproject eenberoep doen op bijvoorbeeld een woningbouwimpuls, dan is dat nu nogte doen. Het is niet makkelijk, maar het is nog te doen. In hoeverre gaat deinzet van de Minister volgens de manier waarop zij de motie nu appre-cieert, niet ten koste van kleinschalige gebiedsontwikkelingen die eenberoep doen op het Rijk?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik schaf dat niet af. Ik ga daar gewoon mee door.De voorzitter:De motie op stuk nr. 291 krijgt dus oordeel Kamer. Dan de motie op stuknr. 292.Minister Boekholt-O’Sullivan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32135 Oordeel Kamer.De voorzitter:Dan de motie op stuk nr. 293.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ben even aan het kijken hoe het zit met de nummering. Voorzitter, magik even bij u checken of de motie op stuk nr. 293 inderdaad de motieadviezen MER is?De voorzitter:De motie op stuk nr. 293 is de motie-Zalinyan over de adviezen MERinderdaad.Minister Boekholt-O’Sullivan:Oké, dank u wel. Die krijgt oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 294: ontraden. In de Ontwerp-Nota Ruimte gaan wezorgvuldig om met landbouwgrond. Omdat landbouw in Nederland degrootste ruimtegebruiker is, kan niet voorkomen worden dat woningbouwop landbouwgrond zal plaatsvinden. Daarom ontraad ik deze motie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 294: ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 295: ontraden. We zetten in op een brede energiemixwaar kernenergie inderdaad onderdeel van is. In het coalitieakkoordhebben we ook een hoge ambitie op kernenergie, maar daarnaast ook opde inzet van andere technieken zoals wind op zee. Het is dus geenvoorkeursoptie. Daarom ontraad ik deze motie.De heer Mooiman (PVV):Voorzitter, excuseer, maar zouden we nog even terug kunnen gaan naarde motie op stuk nr. 294 van Forum?De voorzitter:Wacht even. De motie op stuk nr. 295 is ontraden. En dan gaan we nueven terug naar de motie op stuk nr. 294. Die was ook ontraden.De heer Mooiman (PVV):Correct. Ik geloof dat de heer Russcher in zijn bijdrage en in de inter-rupties van zojuist aangaf dat het hem niet ging om het blokkeren van allewoningbouw. «Een straatje erbij» noemde hij bijvoorbeeld als iets wat hijjuist wel wilde. Het ging hem volgens mij – ik kijk ook even naar de heerRusscher – om het feit dat boeren niet gedwongen uitgekocht moestenworden. Als de Minister de motie op die manier interpreteert of als deheer Russcher de motie wijzigt naar de lezing die net overeen is gekomen,kan er misschien een positiever oordeel uit komen.De voorzitter:De indiener van de motie: de heer Russcher.De heer Russcher (FVD):Zeker, zo kan de Minister de motie interpreteren. Wellicht ...De voorzitter:Nou, het gaat wel om wat er staat. Misschien is de heer Russcher bereidom de motie aan te passen? Kan de Minister dan ook haar oordeelaanpassen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32136 De heer Russcher (FVD):Daar ben ik toe bereid. Dat zal ik doen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Als de motie wordt aangepast, kan ik die oordeel Kamer geven.De voorzitter:De motie op stuk nr. 294 krijgt daarmee oordeel Kamer.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, na aanpassing.De voorzitter:Na aanpassing. Dit is iets wat je moet bekijken als de motie is aangepast.Dan moet men beslissen of men voor- of tegenstemt, na de interpretatievan de woorden van de Minister. Er is nog een vraag van de heer Nobel.Daarna wil ik overgaan naar de volgende motie.De heer Nobel (VVD):Een verduidelijkende vraag dan. De Minister geeft nu oordeel Kamer aande motie, maar ze heeft de aanpassing nog niet gezien.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik geef ’m dus pas oordeel Kamer nadat ik de aanpassing heb gezien.De voorzitter:Tot slot dan nog even de heer Russcher. Hoe gaat u de motie aanpassen?De heer Russcher (FVD):In de laatste zin zal iets staan in de richting van «waarborgen dat er nooitover mag worden gegaan tot verplichte onteigening» in plaats van«waarborgen dat landbouwgrond niet wordt opgeofferd voorwoningbouw».De voorzitter:Het is goed dat we daar nog even bij stilstaan, want ik zie de Minister neeschudden.Minister Boekholt-O’Sullivan:Nee, dan blijf ik ’m ontraden.De voorzitter:Goed. Daarmee blijft de motie op stuk nr. 294 ontraden. We warengebleven bij de motie op stuk nr. 296, volgens mij.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat klopt, voorzitter.De motie op stuk nr. 296: ontraden. De Nota Ruimte gaat uit van eengematigde groei richting 20 miljoen inwoners in 2050. Dat is een groeiwaarover is geadviseerd door de Staatscommissie DemografischeOntwikkelingen. Ik ontraad deze motie.De motie op stuk nr. 297: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer als ik ’m op de volgende maniermag interpreteren. In het coalitieakkoord hebben we afgesproken dat«water en bodem sturend» een richtinggevend principe is. Ik snap debehoefte om duidelijkheid te krijgen over de invulling van dit richtingge-vende principe. Ik zal daarom samen met mijn collega van IenW zorgenvoor een heldere duiding en aangeven wat dit betekent voor de ruimte-lijke opgaven in de Nota Ruimte. Daarmee zorgen we ervoor dat de juisteafwegingen worden gemaakt en dit niet zal leiden tot onnodige beper-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32137 kingen voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn echter een paar plekkenwaar dit wél leidt tot absolute beperkingen. We staan namelijk bijvoor-beeld geen nieuwe bebouwing toe in de uiterwaarden van de groterivieren, die vallen onder de Beleidslijn grote rivieren. Tijdelijke functies ofpassende functiecombinaties, zoals voor energie-infrastructuur, kunnenonder voorwaarden wel toegestaan worden. Dit is noodzakelijk om ook oplangere termijn voldoende ruimte te hebben voor waterberging en -afvoerin het rivierengebied en voor toekomstige dijkversterkingen. Als ik demotie op deze manier mag interpreteren, geef ik deze oordeel Kamer.De voorzitter:Er staat «Peter de Groot» onder deze motie. Dat kan niet, want die is erniet. Dat moet «de heer Nobel» zijn; die zit hier. Dat wordt dus gewijzigd.De interpretatie van de Minister is een hele lange voor een vrij kortemotie. Wat vindt u daarvan, meneer Nobel?De heer Nobel (VVD):Ik kan de Minister voor een aardig deel volgen, maar waar de Minister«onnodig» aangeeft, zou ik wel echt het woord «absoluut» willen latenstaan. De Minister gaf een aantal voorbeelden, bijvoorbeeld de uiter-waarden van rivieren. Als ik andersom de motie zo zou aanpassen dat hetalleen bij de uitzonderingen die u zojuist noemde, niet om «absoluut»gaat, maar dat voor de rest wel de woorden «absolute beperkingen»blijven staan, kunt u de motie dan ook oordeel Kamer geven?Minister Boekholt-O’Sullivan:De discussie gaat over de vraag of we een heldere definitie kunnenhebben van «water en bodem sturend». Hier zit het ’m in «absoluut». Hetmag niet leiden tot onnodige beperkingen. U vraagt om «absoluut», toch?De voorzitter:Ja, behalve dan bij de uiterwaarden. Dat was eigenlijk de vraag.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat kan ik niet toezeggen.De voorzitter:De motie op stuk nr. 298: ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 299: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 300: ontraden. Emmen vervult een belangrijke positiein de regio en heeft volgens ons ook potentie voor groei en ontwikkeling.De aanleg van de Nedersaksenlijn en twee regionaal grootschaligewoningbouwlocaties onderstrepen dat ook. Recent is er een ambtelijkgesprek geweest. Daar spraken we over het maken van een ontwikkelper-spectief voor de regio. Daarnaast ga ik zelf in april op werkbezoek naarEmmen om de kansen voor deze regio verder te bespreken. Deze kansenpassen volgens ons bij de strategie versterken. Daarom ontraad ik dezemotie.De voorzitter:De motie op stuk nr. 300: ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 301: overnemen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32138 Dat is een vraag aan mevrouw Teunissen. Die is er nu niet, dus dat is eenbeetje moeilijk. Is de Minister bereid om deze motie oordeel Kamer tegeven?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat is geen probleem.De voorzitter:De motie op stuk nr. 301: oordeel Kamer.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 302: oordeel Kamer. De Nota Ruimte biedt geenoptelsom van functies die tot hectares is te herleiden. Evenmin isruimtelijke ordening een zaak van uitruil tussen verschillende ruimte-vragers. Het is geen zero-sumspel. De Nota Ruimte geeft door het makenvan keuzes en het inzetten op slimme functiecombinaties richting aan deontwikkeling van ons land. De reflectie van het PBL onderkent dat ook. Datroept op tot het kritisch beschouwen van de ruimteclaims: kan hetefficiënter en worden mogelijkheden voor functiecombinaties enmeervoudig ruimtegebruik wel benut? Dat willen we in de definitieve NotaRuimte binnen de vier integrale thema’s inzichtelijk maken door te latenzien hoe de drie leidende principes worden toegepast bij het maken vankeuzes.De voorzitter:Krijgt de motie op stuk nr. 302 oordeel Kamer?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja. De motie op stuk nr. 303 ...Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Zou ik toch terug mogen naar de motie op stuk nr. 300? Die gaat over hettoekennen van «initiëren».De voorzitter:Ja, en wat is uw vraag?Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag is of de Minister wil toezeggen dat, mocht deze motie nietaangenomen worden, dit er niet voor zorgt dat bijvoorbeeld bepaaldesubsidies of bepaalde budgetten niet in deze regio terechtkomen, omdatdie een bepaald stickertje heeft gekregen op dit moment.De voorzitter:Even voor de goede orde: de motie op stuk nr. 300 was ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:VISTA moet niet zo gelezen worden dat er een prioritering in zit quabelangrijkheid of de aandacht die een regio krijgt. U heeft dus helemaalgelijk. Als Emmen de letter V uit de VISTA krijgt, wil dat niet zeggen dat ergeen aandacht voor zal zijn, dat er geen financiële stromen zullen zijn ofdat er niks zal kunnen ontstaan daar.De voorzitter:Tot slot.Mevrouw Zalinyan (GroenLinks-PvdA):Zou de Minister willen toezeggen dat er in de definitieve Nota Ruimte weliets meer aandacht zal komen voor deze regio? Dan heb ik het met nameover de economische positie, maar ook over de Nedersaksenlijn. MijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32139 vraag is of daar veel meer naar waarde over geschreven kan worden danhoe het op dit moment in de Nota Ruimte staat en hoe het in de beant-woording van de Minister over de regio in de eerste termijn naar vorenkwam.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat kan ik doen.De voorzitter:Meneer Clemminck, we gaan nu achteruit in plaats van vooruit. Gaat hetnog steeds over de motie op stuk nr. 300?De heer Clemminck (JA21):Ja, het gaat over dezelfde. In de eerste termijn vroeg ik de Minister of eenduiding in een van de VISTA-categorieën een uitsluitend criterium kanworden voor de toekomstige toebedeling van middelen. De vraag was dusniet zozeer of er middelen zijn en ook niet hoeveel, maar of het eenuitsluitend criterium voor de toebedeling van middelen kan gaan wordenin de toekomst.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dat is niet het geval.De voorzitter:Dan gaan we nu weer vooruit naar de motie op stuk nr. 303.De heer Van Asten (D66):Voorzitter, nog even achteruit. Misschien helpt het in ieder geval voorvolgende week dinsdag. De motie waar we het net over hadden vanmevrouw Teunissen ... Welke is het? De motie op stuk nr. 301.De voorzitter:Dat was de motie die de Minister wilde overnemen. Dat is de motie opstuk nr. 301.De heer Van Asten (D66):In overleg met de andere leden kan ik zeggen dat die kan wordenovergenomen. Graag.De voorzitter:De motie-Teunissen c.s. (29 435, nr. 301) is overgenomen.Dan toch echt de motie op stuk nr. 303.Minister Boekholt-O’Sullivan:Als ik de motie op stuk nr. 303 zo mag interpreteren dat met «in lijn metbestaande afspraken» de bindende afspraken bedoeld worden waar ookdit kabinet zich in het coalitieakkoord aan gecommitteerd heeft, dan geefik ’m oordeel Kamer.Mevrouw Wiersma (BBB):Ik heb hier toch wat moeite mee. De Minister geeft nu een motie oordeelKamer waarin staat dat zij de Nota Ruimte juridisch houdbaar moetmaken, terwijl we eerder hebben besproken dat het in die zin geenjuridische status heeft. Ik heb er dus moeite mee dat deze motie oordeelKamer krijgt, terwijl zojuist een motie waarin wordt gevraagd om de NotaRuimte in overeenstemming te brengen met de Natuurherstelveror-dening, waarvan we op dit moment nog niet weten wat de impact is, eneen motie over een bouwblok, waar ook wettelijke eisen voor gelden, nietovergenomen konden worden. Sorry, maar ik heb hier wel grote moeitemee. Weet de Minister wat ze hiermee overneemt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32140 Minister Boekholt-O’Sullivan:De kwalificatie of ik weet wat ik overneem, laat ik aan de spreker. Ik hoormevrouw Wiersma zeggen dat het geen kwalificatie, maar een vraag was.Dan is het antwoord: ja.De voorzitter:De motie op stuk nr. 303 krijgt oordeel Kamer.Minister Boekholt-O’Sullivan:Dan ga ik door naar de motie op stuk nr. ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Sorry, maar dit gaat heel snel. De vraag is namelijk wel terecht. Om eenvoorbeeld te noemen: bij stikstof, natuurherstel et cetera is in hetcoalitieakkoord een bepaalde keuze gemaakt, die niet op voorhandcompatibel is met de uitspraak van de rechter in de Greenpeacezaak. Datis een politieke keuze, maar daarmee is het wel een risico, want zal die inde toekomst inderdaad juridisch houdbaar blijken te zijn? Als dit nu coûteque coûte tot uitgangspunt wordt gemaakt, stelt de Minister het eigencoalitieakkoord, waar zij ook voor getekend heeft, potentieel in dewaagschaal. Ik weet dus niet of de keuze om hier «oordeel Kamer» aan tegeven, iets te snel is gemaakt, ook al is het op het gehoor af logisch. Ja,het moet juridisch houdbaar zijn, maar in de praktijk heeft het welconsequenties.Minister Boekholt-O’Sullivan:De duiding gaat over de koppeling met het coalitieakkoord.De voorzitter:Tot slot de heer Flach.De heer Flach (SGP):Ik zou toch willen vragen of we bij de motie op stuk nr. 303 een iets meeronderbouwde schriftelijke appreciatie kunnen krijgen. Er wordt geconsta-teerd dat de milieueffectrapportage stelt dat bepaalde afspraken nietworden gehaald. Nu wordt er eigenlijk in één zin gezegd: haal dieafspraken wel en doe dat via de Nota Ruimte. Daarmee kan in potentieeen groot deel van die nota op de schop gaan. Dan hebben wij hier vooreen deel echt voor niks zitten discussiëren. Het is eigenlijk te ingrijpendom dit met een appreciatie van drie zinnen af te doen. Ik zou de Ministerwillen vragen om even de tijd te nemen, hier goed naar te kijken en onseen schriftelijke appreciatie te doen toekomen over deze motie.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, dat is prima. Ik zal hier schriftelijk op reageren.De voorzitter:Wanneer komt die schriftelijke reactie?Minister Boekholt-O’Sullivan:Uiterlijk eind deze week, voorzitter.De voorzitter:Eind deze week. Wilt u hierover nog een vraag stellen, meneer Nobel?De heer Nobel (VVD):Nee, ik wilde dit net zelf voorstellen. De indieners van de motie zijn er niet,dus ze kunnen hun motie ook niet verduidelijken. Een schriftelijkeappreciatie zou dus fijn zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32141 De voorzitter:Overigens staat het een Kamerlid altijd vrij, ook als de appreciatie«oordeel Kamer» is, om gewoon tegen te stemmen, maar dat is een sidenote.We gaan naar de motie op stuk nr. 304.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 304: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 305: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 306: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 307: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 308 ... O, ga ik te snel?De voorzitter:In het setje zit de motie op stuk nr. 308 achteraan. Het zit een beetje doorelkaar. Ik weet niet of dat bij iedereen zo is, maar we zijn bij de motie opstuk nr. 308.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 308: ontraden. De visie in de Nota Ruimte is eenlangetermijnvisie. Wat mij betreft is dit niet de plek om dit te regelen.Daarom ontraad ik deze motie.Mevrouw Beckerman (SP):Dan is dit toch juist de plek om dit te regelen? Dit gaat erover dat we nuzien dat er voor de mensen met lage inkomens en middeninkomens diegraag naar een camping gaan, steeds minder plek is. Deze nota gaat overde manier waarop we de ruimte verdelen. Waarom zou die dan niet ookgaan over wie waar op welke manier kan recreëren?Minister Boekholt-O’Sullivan:Dit heeft alles te maken met het al dan niet bestaan van een bestem-mingsplan. Dat heeft verder geen plek in deze Nota Ruimte.Mevrouw Beckerman (SP):We kunnen altijd kijken naar een aanpassing, maar erkent de Minister opz’n minst dat recreatie ... We hebben net allerlei onderwerpen gehad dieeen plek krijgen in de Nota Ruimte. Of het nou gaat over sport, erfgoed ofwandelen: die dingen krijgen er allemaal een plek in. Hoort recreatie daarvoor de Minister niet ook gewoon bij? We zien namelijk dat er steedsminder plek over is voor de wat traditionelere campings.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik ben het met u eens dat recreëren en ruimte voor recreëren ook een plekin de Nota Ruimte moeten hebben. Ik kan die zaken die plek geven, maarde motie is omvangrijker dan alleen dat.De voorzitter:Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 308 de appreciatie ontraden. Dan gaanwe door naar de motie op stuk nr. 309.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 309 is overbodig. In het omgevingsplan kunnenbijvoorbeeld regels worden opgenomen om te bepalen hoe, waar en hoegroot de bebouwing op een camping is en welke kampeermiddelen eraanwezig mogen zijn. Daarbij kunnen ook het behoud van groen, deaanwezigheid van natuur en het karakter van de omgeving een rol spelen.Het is belangrijk dat gemeenten een bewuste keuze maken en zelf goedregelen wat voor soort camping op een bepaalde locatie in ruimtelijke zinTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32142 mogelijk is. In beginsel kunnen gemeenten en provincies in hetomgevingsplan en bij de verlening van vergunningen de afweging zelfmaken.De voorzitter:Mevrouw Beckerman is het er niet mee eens.Mevrouw Beckerman (SP):Dat is omdat gemeenten dit zelf vragen. Het is natuurlijk heel vaak zo datde Minister verwijst naar gemeenten en gemeenten weer verwijzen naarDen Haag, maar een groep gemeenten op de Veluwe heeft heel recentgezegd zo’n trend te zien en te zien dat heel veel parken worden omgezetnaar luxere huisjesparken. Die trend wordt nog versterkt door plannen omhet mogelijk te maken om daar te gaan wonen. Die gemeenten zeggengraag meer laagdrempelige recreatie zoals die kampeerplekken te willenkunnen behouden, maar zeggen alleen niet te weten hoe. Daarom vragenzij Den Haag om hulp en Den Haag zegt weer dat gemeenten zelf aan deslag kunnen. Waarom zou de Minister dit niet juist mogelijk willen maken,zodat het voor gemeenten duidelijker is?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ik kan met de bewuste gemeentes in gesprek gaan om te horen wat hunprobleem is. Het is namelijk natuurlijk niet goed als een gemeente naarDen Haag wijst en Den Haag weer terugwijst naar de gemeente. Ik hoorgraag van hen, dus als u mij laat weten welke gemeentes dat zijn, ga ikdaarmee in gesprek.De voorzitter:De motie op stuk nr. 309 is ontraden. Dan gaan we door naar de motie opstuk nr. 310.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 310 is ontraden. Dit onderwerp regelen we niet in deNota Ruimte. Wel is er recent een brief verzonden waarin staat hoe wewooncoöperaties kunnen bevorderen.Mevrouw Beckerman (SP):Ik ga nog even terug naar de motie op stuk nr. 308, omdat ik toch probeerte onderhandelen over een oordeel Kamer, als dat mag. Dan zal ik nikszeggen over die laatste motie. Als ik het tweede verzoek eruit haal, zou demotie dan een oordeel Kamer kunnen krijgen? Dan staat alleen «verzoektde regering een divers aanbod aan recreatie expliciet in de uitwerking vande Nota Ruimte op te nemen» er nog. Daarvan zei de Minister net dat zehet ermee eens was dat ruimte voor recreëren een plek krijgt in de nota.Als ik het ene verzoek aan het kabinet er dus in laat en het andere, hettweede en langere verzoek, eruit laat, komen we dan in aanmerking vooroordeel Kamer?Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, als er alleen staat «verzoekt de regering om aandacht voor recreatieexpliciet in de uitwerking van de Nota Ruimte op te nemen» krijgt demotie oordeel Kamer.Mevrouw Beckerman (SP):Ik blijf wel bij dat «divers aanbod», omdat dat nou juist op heel veelkampeerplekken de crux is.Minister Boekholt-O’Sullivan:Nee, voor mij is nodig dat dat «aandacht voor» blijft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32143 De voorzitter:Ik ga het afronden. Daarmee blijft de motie op stuk nr. 308 ontraden. Ikgeef het woord aan mevrouw Steen.Mevrouw Steen (CDA):Als de motie ontraden blijft, trek ik mijn interruptie in.De voorzitter:Heel fijn. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 311.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 311 krijgt oordeel Kamer als ik de motie als volgt maglezen: het is een langetermijnvisie, geen omgevingsplan voor Nederland,en het stuk geeft richting op hoofdlijnen, biedt kaders, maakt structure-rende keuzes en laat ruimte voor bijsturing. Het is onmogelijk om eenoverzicht te geven van alle ruimteclaims tot en met 2050 en inzichtelijk temaken hoeveel ruimte daarvoor nodig is. Dat suggereert ten onrechte eenhoge mate van precisie en zekerheid. Ik kan dus niet een precies overzichtgeven van ruimteclaims en benodigde ruimte. Als ik de motie echter maglezen als «beter inzicht geven in de ruimtelijke consequenties van degecombineerde opgaven uit de Nota Ruimte en hoe de keuzes enrichtingen bijdragen», kan ik oordeel Kamer geven.De heer Grinwis (ChristenUnie):De Minister wordt op haar wenken bediend, want zo is het dictuminmiddels geformuleerd. In een eerder conceptdictum stond het woord«cijfermatig», maar dat heb ik geschrapt, al is dat totaal tegen mijn natuur.De voorzitter:De motie op stuk nr. 311 krijgt daarmee oordeel Kamer. Dat is in aange-paste vorm. O nee, de motie was al aangepast, zegt de heer Grinwis. Dande motie op stuk nr. 312.Minister Boekholt-O’Sullivan:De motie op stuk nr. 312: oordeel Kamer.De motie op stuk nr. 313: ontraden. De regels in het Besluit kwaliteitleefomgeving geven kaders aan gemeenten voor ruimtelijke ontwikkelingin het IJsselmeer en Markermeer. Deze ontwikkelruimte bedraagt opgeteldongeveer 1% à 2% van het oppervlak van het Markermeer. Voor dit deelvind ik de motie dan ook overbodig. Maar IJstad valt hier wat ons betreftniet onder. Het IJsselmeer en Markermeer zijn onze belangrijkstenationale zoetwaterbuffers. Bouwen in deze meren is ook met het oog opwateroverlast heel ingewikkeld. De voorgestelde verruiming voor IJstad iseen stapeling op ruimte die er al is. Daarom ontraad ik deze motie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben bang dat de Minister reageert op een oude tekst, die in concept bijhet ministerie is neergelegd maar die niet is ingediend. In vervolg daaropheb ik een goed overleg gehad over dit onderwerp. Daar is een nieuwemotietekst uit voortgevloeid; ik kan me bijna niet voorstellen dat die ookwordt ontraden.De voorzitter:Zo! Dus er is in de achterkamertjes al een andere tekst aangeleverd.De heer Grinwis (ChristenUnie):Zo gaat dat, voorzitter. Je zet hoog in en je eindigt op een gegevenmoment op iets wat van twee kanten haalbaar is.Minister Boekholt-O’Sullivan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32144 Voorzitter. Vindt u het goed dat ik even met de motie op stuk 314 doorga?Dan zoek ik ondertussen de motie op stuk 313. Wat zegt u, meneerGrinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Bij de motie op stuk 314 is exact hetzelfde aan de hand. Over beide motiesheeft overleg plaatsgevonden, en er is een andere versie van ingedienddan bij het ministerie bekend was.De voorzitter:Ik stel voor dat we de moties op de stukken nrs. 313 en 314 overslaan eneen kort moment schorsen om hier helderheid over te krijgen.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja, graag.De voorzitter:Ik ga in de tussentijd wel vast de toezeggingen oplezen.−De Minister gaat met het PBL in gesprek over de integrale borging vande milieukwaliteit zoals besproken in de reflectie op de Ontwerp-NotaRuimte, en over de vraag of de Minister en het PBL hetzelfde bedoelen.Voor de zomer volgt een brief. Dit is een toezegging aan het lid Kostic´.Er zijn ook toezeggingen van de vorige keer, zeg ik er even bij.−De Minister gaat op werkbezoek naar de regio Emmen in het kader vande VISTA-classificatie en doet binnen enkele weken verslag aan deKamer. Dit is een toezegging aan de heer De Groot.−De Minister inventariseert of er meerdere gemeenten zijn die worste-len met vragen over de overname van campings door buitenlandseketens. Daarnaast haalt de Minister bij het Ministerie van EZK ophoever het is met de uitvoering van de motie-Van Nispen over denieuwe kampeerwet. In juli komt de Minister hier in een verzamelbriefop terug. Dit is een toezegging aan mevrouw Beckerman.−De Minister gaat samen met de Minister van KGG onderzoeken wat dejuridische uitvoerbaarheid en meerwaarde is van een energietoets.Voor de zomer stuurt de Minister van KGG hierover een brief aan deKamer.−De Minister komt na de zomer in de herijking van de Nota Ruimteterug op welke keuze er gemaakt moet worden op het gebied vanindustrie en de verdeling van de ruimte.−De Minister treedt in overleg over de impact van de keuze om een dorpof dorpskern op te heffen en komt hier in juni op terug in een brief.−De Minister laat juridisch toetsen of de formulering van waterpeilen inveenweidegebieden in de Ontwerp-Nota Ruimte leidt tot voorzienbaar-heid en mensen in de problemen brengt. Dit komt na de zomer terug inde definitieve Nota Ruimte. Dit is een toezegging aan mevrouwWiersma.−De Minister gaat in gesprek met de deltacommissaris om zich te latenbijpraten over woningbouw op locaties die kwetsbaar zijn voorklimaatrisico’s, en komt hier na de zomer in de definitieve Nota Ruimteop terug.−De Minister bespreekt het onderzoek naar de eventuele toegevoegdewaarde van een landelijke integrale grondbank met collega-ministersen stuurt voor de zomer een brief aan de Kamer.−De Minister zegt toe na de zomer in de definitieve Nota Ruimte meeraandacht te geven aan grondstofwinning en de bijbehorenderuimtevraag. Dat was een toezegging aan de heer Van Asten.−De Minister zegt toe na de zomer in de definitieve Nota Ruimte meeraandacht te besteden aan de ruimte voor het mkb.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32145 −De Minister gaat met de Minister van IenW spreken over de bijdragevan wandelen in de uitvoeringsagenda en komt hier in de uitvoerings-agenda op terug.−De Minister zegt toe in de uitvoeringsagenda inzichtelijk te makenwelke financiële middelen er beschikbaar zijn voor de fysieke leefom-geving.−De Minister komt eind deze week met een schriftelijke appreciatie vande motie op stuk nr. 303.Als dat allemaal in orde is, gaan we weer terug naar de twee moties waarnet een beetje verwarring over was. Dat waren de moties op de stukkennrs. 313 en 314.Minister Boekholt-O’Sullivan:Inderdaad, meneer Grinwis had mij van mijn à propos gebracht, maar demotie blijft ontraden. Wel kan ik overleg voeren met de Minister van IenW.De voorzitter:De motie op stuk nr. 313: ontraden.Minister Boekholt-O’Sullivan:Ja. De motie op stuk nr. 314 is ontijdig. In de Ontwerp-Nota Ruimtehebben we de keuze gemaakt om vooralsnog geen kustuitbreiding toe testaan, zolang we nog onvoldoende zicht hebben op de zandvoorraad. Webrengen in het kader van het Nationaal Water Programma de vraag naaren de beschikbaarheid van de winbare voorraden zand in kaart. Waar hetzand gewonnen kan worden, heeft gevolgen voor de kosten. We proberendit nog in de definitieve Nota Ruimte mee te nemen. Wel is er eenverkenning gestart naar de oplossingsrichtingen voor ruimtegebrek in deRotterdamse haven en de impuls voor de leefomgeving, waarinzeewaartse uitbreiding van de Maasvlakte een van de te verkennenoplossingen is voor het geval er onvoldoende ruimte is.De heer Nobel (VVD):Omdat in de motie op stuk nr. 313 expliciet wordt verwezen naar demogelijke komst van IJstad, hoop ik dat de Minister iets meer duiding kangeven. Het zou toch doodzonde zijn als IJstad er uiteindelijk niet kankomen. Daar ben ik dus benieuwd naar.Minister Boekholt-O’Sullivan:Zoals ik zei, zal ik met de Minister van IenW in gesprek gaan om te kijkenwat hierin nog mogelijk is aan verder onderzoek. Op dit moment houdenwe de motie op ontraden, gezien de lijnen die we in de Nota Ruimtehebben opgenomen.De voorzitter:Wilt u hier nog iets aan toevoegen, meneer Nobel?De heer Nobel (VVD):Ik vraag me het volgende af. Ik begrijp goed dat de Minister van IenWnodig is om ervoor te zorgen dat IJstad uiteindelijk ontwikkeld kanworden. Hier zit echter niet alleen de Minister van Ruimte, maar natuurlijkook die van Woningbouw. In hoeverre blijven de woningbouwambitiesnog overeind als dit mogelijk niet doorgaat?Minister Boekholt-O’Sullivan:De woningambities blijven volgens mij voor ons allemaal met hoofd-letters aanwezig. Het gaat erom dat er 100.000 woningen in Nederland bijmoeten. We kijken naar alle mogelijkheden waar het kan op basis van deuitgangspunten die we in de Nota Ruimte hebben opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32146 De voorzitter:Dank u wel. Wij gaan volgende week dinsdag, 7 april, stemmen over demoties. Ik wil de Kamerleden van harte bedanken voor hun inbreng en hetindienen van de moties. Ik wil de Minister en haar ondersteuningbedanken, alsook de bodes, het publiek en de griffie. Wordt vervolgd.Sluiting 15.43 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 435, nr. 32147

Versie 24256f164e1c53ebfd92e95013552317a43d1a4885c56604403209d1b4167c1d · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Besproken tijdens · Officiële koppeling

Ontwerp-Nota Ruimte

Verslag van een notaoverleg, gehouden op 30 maart 2026, over Ontwerp-Nota Ruimte

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.