KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang verbeteraanpak UWV

11 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie ffde49334da8fe53 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202526 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 848 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 20251. Inleiding Op 24 maart jl.1 heb ik de voortgang geschetst bij de hersteloperatiegericht op het herstellen van de fouten die zijn gemaakt bij de vaststellingvan het dagloon van WIA-uitkeringen in de periode 2020–2024. Onderdeelhiervan is ook het zo snel mogelijk verbeteren van de kwaliteit van devaststelling van de WIA-uitkeringen. In deze brief geef ik u de laatste standvan zaken. In lijn met de motie van het lid Ergin gebruik ik daarbijconsequent de term «hersteloperatie»2.HoofdboodschapDe hersteloperatie roept bij mensen veel onzekerheid op, dat realiseer ikmij terdege. Het is daarom van belang hen goed over de hersteloperatie teinformeren. Inmiddels zijn bijna alle mensen op individuele basis doorUWV geïnformeerd. Zowel aan de mensen van wie de uitkering niet naderwordt onderzocht als de mensen bij wie dat wel het geval is, stuurt UWVeen brief. Een ander punt van onzekerheid betreft de mogelijkheid vanterugvorderen. Ik heb besloten in lijn met de motie van het lid Ceder3daarvan af te zien.Op dit moment worden de 43.000 uitkeringen, waarbij er mogelijk sprakeis van een fout in de dagloonvaststelling, handmatig onderzocht. Hetherstellen van de uitkeringen zelf is nog niet gestart. Zoals ik in hetplenaire debat met uw Kamer op 16 april jl. heb aangegeven, dientdaartoe eerst nog een aantal zaken nader te worden uitgewerkt. Debelangrijkste daarvan is het vraagstuk hoe om te gaan met keteneffecten,1Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 812.2Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 841.3Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 822. kst-26448-848ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8481 wanneer mensen een nabetaling krijgen. Een nabetaling kan immersleiden tot het optreden van keteneffecten bij andere partijen, zoals eenverlaging van het recht op toeslag(en) en een hogere belastingheffing.Daarbij staat het belang van de mensen die het betreft voorop. Met hetoog op hun belang is mijn uitgangspunt om zoveel als mogelijk dieketeneffecten te voorkomen. Ik heb in samenwerking met UWV en debetreffende ketenpartners diverse scenario’s onderzocht. Mijn voorkeurgaat uit naar een variant met compensatieregeling. Ik licht dat verderop indeze brief toe.Naast het herstellen van de fouten werkt UWV hard aan het op ordebrengen van de kwaliteit van de sociaal-medische dienstverlening enheeft inmiddels een tweede ronde van kwaliteitsmetingen plaatsge-vonden. Het op orde brengen van de kwaliteit binnen UWV vormt een vande kernpunten van het herstel en in mijn eerdere brieven heb ik stilge-staan bij het kwaliteitsmanagementsysteem van UWV. In de afgelopenmaanden is dit systeem getoetst door EY en hebben zij belangrijkeaanbevelingen gedaan voor verdere verbetering daarvan. Hierin zittenbelangrijke aanknopingspunten voor verdere verbetering waarmee UWVaan de slag gaat.Ik hecht eraan nogmaals te benadrukken dat deze hersteloperatie eengrote en complexe opgave is, waarbij het continu zoeken is naar de juistebalans tussen zorgvuldigheid en voortvarendheid. Mensen zitten nu inonzekerheid over hun uitkering en hebben er recht op dat UWV henvoortvarend duidelijkheid biedt, maar ook dat de fouten in de dagloonbe-rekening op een zorgvuldige manier worden afgehandeld. Ik houd daarbijscherp oog voor de ingewikkelde context waarbinnen UWV deze operatiemoet uitvoeren. Het hele terrein van de sociaal-medische dienstverleningstaat onder druk en UWV staat daarbij ook voor een grote interneorganisatieopgave. Ik verwijs daarbij ook naar mijn brief van 11 juni jl.4UWV werkt nauw samen met SZW om deze opgaven het hoofd te bieden.Het is belangrijk dat we gezamenlijk toewerken naar een toekomstbe-stendig, sterk vereenvoudigd stelsel.Opbouw van de briefHieronder ga ik eerst in op de stand van zaken bij het onderdeel van dehersteloperatie dat gericht is op de aanpassing van daglonen. Vervolgenskomt het op orde brengen van de kwaliteit en het verkleinen van defoutenlast binnen UWV aan bod. Daarna ga ik in op het thema sturing enik sluit af met een vooruitblik naar de komende maanden. Uw Kamer heeftmeerdere moties ingediend en ik heb diverse toezeggingen gedaan. Daarsta ik in de verschillende onderdelen van mijn brief apart bij stil.2. Stand van zaken hersteloperatie 2.1. Contact met mensen Tijdens het plenaire debat WIA-problematiek op 16 april jl. heb ik uwKamer toegezegd dat mensen die niet door de hersteloperatie wordengetroffen – naar verwachting – binnen vier weken worden geïnformeerd.UWV is begonnen met het uitsturen van een brochure met begeleidendebrief aan deze groep, waarin is aangegeven dat UWV bij hen geenaanwijzingen heeft gevonden voor mogelijke fouten in de dagloonbere-kening. In de brochure laat UWV ook weten hoe mensen contact kunnenopnemen als zij hier vragen over hebben.4Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 846.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8482 Aan de groep uitkeringsgerechtigden wiens dossier UWV wel gaatonderzoeken, is UWV begonnen met het uitsturen van een brief. In debrief legt UWV uit waarom het de berekening van het dagloon gaatonderzoeken en dat de uitkeringsgerechtigde wordt gebeld als hetonderzoek klaar is.Ook wordt de uitkeringsgerechtigde tussentijds op de hoogte gehouden,omdat de verwachting is dat het onderzoek van de gehele groep tot 2027kan doorlopen. Tevens licht UWV de mogelijke uitkomsten van hetonderzoek toe. Waar sprake is van andere situaties zoals combinaties metandere herstelacties (loonloze tijdvakken, indexering, opting-in en AOP),past UWV de brief aan naar de situatie van de uitkeringsgerechtigde.Verder wordt in de brief verwezen naar voorlichtingsbijeenkomsten dieUWV in het najaar gaat organiseren en laat UWV weten hoe mensencontact op kunnen nemen bij vragen.UWV heeft aan beide groepen erkend dat het fouten heeft gemaakt endaarmee onrust heeft veroorzaakt. Hiervoor heeft UWV ook excusesaangeboden. Hiermee is uitvoering gegeven aan motie Saris5.Naast de verstuurde brieven heeft UWV de website6 aangevuld metinformatie over de analyse van de gehele groep van 220.000 mensen.UWV blijft de communicatie naar uitkeringsgerechtigden uitbreiden enactualiseren. Waar mogelijk kiest UWV voor visualisaties om de begrijpe-lijkheid te versterken.Om mensen met een WIA- of Wajonguitkering goede ondersteuning tebieden, heeft UWV een extra team van casemanagers aangesteld. Decasemanagers zorgen voor persoonlijke begeleiding en helpen mensendoor zorgen gericht in beeld te brengen en de juiste vervolgstappen teregelen. De casemanagers werken samen met een netwerk van professi-onals van binnen en buiten UWV om vraagstukken en problemen vanmensen die zich zorgen maken over hun uitkering op te pakken. Daarnaasthecht ik eraan te benadrukken dat UWV rekening houdt met het feit datmensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn doorgaans nietmeer kunnen werken. UWV benadert hen niet voor re-integratie inspan-ningen. Daarmee wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van het lidHeutink7.In de motie Ergin8 is verzocht om gemeenten extra te wijzen op debegeleiding en ondersteuning van mensen met aanvullende bijstand inhun contact met UWV, als zij vragen of zorgen hebben over hun uitkering.Gemeenten kunnen voor vragen over hun inwoners UWV benaderen viaregionale arbeidsdeskundigen, die in elke arbeidsmarktregio actief zijn.Daarnaast is er een rechtstreeks nummer beschikbaar waarmeegemeenten contact kunnen opnemen met UWV voor bijvoorbeeld vragenen zorgen van mensen omtrent hun WIA- en Wajonguitkeringen. Mensenworden in dat geval warm overgedragen aan een casemanager van UWV.Via het Gemeentenieuws zal ik hiervoor aandacht vragen bij gemeenten.2.2. Omvang problematiek Zoals eerder gemeld onderzoekt UWV handmatig 43.000 dossiers waarbijer mogelijk een fout is gemaakt bij de vaststelling van het dagloon in deperiode 2020 – 2024. Op dit moment is nog niet bekend in hoeveel5Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 827.6Herstel berekening WIA-uitkeringen, uwv.nl.7Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 834.8Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 839.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8483 dossiers er daadwerkelijk een fout is gemaakt bij de vaststelling van hetdagloon en wat de omvang van die fouten is.Ten behoeve van de budgettaire verwerking van het herstel is er voor devoorjaarsbesluitvorming wel een raming gemaakt van de omvang. Dezeraming is gebaseerd op een inschatting die UWV ten behoeve van deUWV-jaarverantwoording heeft opgesteld, waarbij UWV zich gebaseerdheeft op verschillende bronnen. Deze inschatting heeft UWV zowelafgestemd met de interne als externe accountant. Ook de AlgemeneRekenkamer heeft in haar onderzoek naar de WIA dagloonfouten naar deraming van UWV gekeken. In de voorjaarsbesluitvorming heb ik € 66miljoen vrijgemaakt zodat UWV alle benodigde nabetalingen kan voldoen.Daarnaast heb ik voor de herstelorganisatie € 53 miljoen vrijgemaakt.Deze kosten vallen relatief hoog uit, omdat UWV alle WIA uitkeringenmoet controleren die in de periode 2020 – 2024 zijn ontstaan. Hetdaadwerkelijk herstel van de dagloonvaststelling heeft betrekking op eenveel lager aantal uitkeringen.In mijn voortgangsbrief van maart jl. heb ik aangegeven dat de periodewaarover uitkeringen zullen worden gecontroleerd en mogelijk gecorri-geerd, is verlengd tot eind 2024. De motie van het lid Heutink9 verzoektmij niet uit te sluiten dat er ook correcties moeten worden uitgevoerd na2024. Ik ben voornemens om eind dit jaar te bekijken of het in de rede ligtde periode waarover uitkeringen worden onderzocht en gecorrigeerd,verder te verlengen. Naar verwachting zijn eind dit jaar de uitkomsten vande kwaliteitsmetingen over de eerste helft van dit jaar beschikbaar.Daarmee is er zicht op hoe de kwaliteit zich heeft ontwikkeld ten opzichtevan vorig jaar.2.3. Reikwijdte en aanpak hersteloperatie In mijn brieven van 22 november 202410 en 24 maart jl. heb ik aangegevenwelke reikwijdte ik voor ogen heb bij de hersteloperatie. In de kern komthet erop neer dat WIA-uitkeringen over de periode 2020–2024 wordengecontroleerd op fouten bij de dagloonvaststellingen en dat deze waarnodig zullen worden hersteld. De motie van het lid Saris c.s.11 verzoekt mijde betreffende dossiers ook te controleren op fouten in de sociaal-medische beoordeling. Zoals ik in mijn brief van 22 november 2024 hebaangegeven, had ik graag gezien dat ook in deze beoordelingen eventuelefouten konden worden opgespoord en hersteld. UWV geeft aan dat ditniet mogelijk is. Het eerlijke en tegelijkertijd ongemakkelijke verhaal is datvoor controle en herstel dusdanig veel medische- en arbeidsdeskundigebeoordelingen met terugwerkende kracht zouden moeten plaatsvinden,dat de hele dienstverlening van UWV zou vastlopen. Dit heeft mij genoopttot een keuze waarbij ik de hersteloperatie beperk tot fouten in dedagloonvaststelling. Dezelfde motie verzoekt mij tevens om uit te werkenof en in hoeverre dossiers in lopende hersteloperaties kunnen wordensamengevoegd. Voor de herstelacties waarbij er een inhoudelijkesamenhang is, vindt dit al plaats. In de paragraaf hieronder oversamenhang wordt dit nader toegelicht.2.4. Aanpak correcties Een belangrijk onderdeel van de aanpak van de hersteloperatie betreft hetomgaan met terugvorderingen als gevolg van correcties over hetverleden.9Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 833.10Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 793.11Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 826.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8484 In mijn brief van 22 november 2024 heb ik aangeven hier zeer terug-houdend mee om te gaan, in lijn met de daarvoor geldende regels enjurisprudentie. De motie van het lid Ceder c.s.12 verzoekt mij niet terug tevorderen van uitkeringsgerechtigden die te goeder trouw waren. In hetdebat van 16 april jl. heeft het lid Ceder toegelicht dat hij hiermee eenmeer terughoudende lijn voorstaat dan die ik in mijn eerdere brief hebgeschetst. Ik heb de motie ontraden, omdat de lijn die ik eerder hebgeschetst maximaal de ruimte benut die de relevante regels en jurispru-dentie mij bieden. Het volgen van de motie van het lid Ceder c.s. treedtdaarbuiten. Ik heb desondanks besloten de gewenste richting uit de motiete volgen. De belangrijkste overwegingen daarbij zijn dat:–de vaststelling van het dagloon dermate complex is dat het voormensen vooraf niet in te schatten is of ze tot de groep behoren waaraan de hand van het huidige kader zou worden teruggevorderd;–het zeer lang duurt voordat deze onzekerheid voor mensen kan wordenweggenomen. Aan het begin van de zomer 2024 is duidelijk gewordendat er mogelijk op grote schaal fouten zijn gemaakt bij de vaststellingvan het dagloon en een jaar later is er nog geen concrete datumwaarop die duidelijkheid wel gegeven kan worden aan betrokkenen.De verwachting is dat het onderzoeken van de uitkeringen waarinmogelijk fouten zijn gemaakt, nog tot 2027 kan doorlopen. Dit heeft temaken met de complexiteit en omvang van de hersteloperatie. Dezelange duur van onzekerheid onderscheidt deze hersteloperatie vanandere hersteloperaties, omdat;–voor veel mensen de fouten die ten grondslag liggen aan de verkeerdedagloonvaststelling al meerdere jaren geleden hebben plaatsgevon-den;–mensen zelf geen gegevens hoefden aan te leveren voor de vaststel-ling van het dagloon en de fout dus in het geheel niet bij hen lag;–de zware en complexe opgave van de hersteloperatie verlicht kanworden wanneer van terugvorderen wordt afgezien.Ik ben zeer gevoelig voor de maatschappelijke impact die achter dezeoverwegingen schuilgaat en de wens van uw Kamer die spreekt uit devrijwel Kamerbreed gesteunde motie op dit punt. Tegen die achtergrondpas ik het terugvorderbeleid in deze hersteloperatie als volgt aan: er zalniet worden teruggevorderd bij het herstellen van de fouten bij dedagloonvaststelling. Dit geldt alleen voor deze hersteloperatie, bijtoekomstige gevallen blijft het uitgangspunt de wet- en regelgeving zoalswe die kennen. In meer technisch juridische zin vormt de volgenderedenering mijn basis voor de lijn om bij deze hersteloperatie niet terug tevorderen. De motie spreekt van te goeder trouw. Dat is een privaatrechte-lijke term die niet wordt toegepast in het bestuursrecht. Te kwader trouwis wel een term die daarin wordt toegepast. In het verlengde daarvan legik de motie zo uit dat alleen wordt teruggevorderd indien iemand tekwader trouw was. Dan gaat het om opzettelijk misbruik maken.Aangezien mensen bij de vaststelling van het dagloon zelf geen hande-lingen hoeven te verrichten – UWV haalt de gegevens uit de Polisadminis-tratie – is er bij de gemaakte fouten geen sprake van opzettelijk misbruik.Deze lijn volgend zullen er geen terugvorderingen plaatsvinden bij herstelvan de door UWV gemaakte fouten bij de dagloonvaststelling. Boven-staande laat onverlet dat, mocht UWV misbruik constateren bij een anderonderdeel van een uitkering, UWV de mogelijkheid behoudt hiertegen opte treden.In mijn brief van 24 maart jl. heb ik aangegeven dat nog zou wordenbezien hoe wordt omgegaan met beëindigde uitkeringen in de periode2020–2024. Mijn uitgangspunt is deze uitkeringen mee te nemen in de12Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 822.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8485 hersteloperatie. Dat wil zeggen dat ook deze uitkeringen worden gecontro-leerd en waar nodig hersteld. Achtergrond voor mijn keuze is dat ik hebbesloten om van terugvorderingen af te zien. Daarnaast is er zicht op eenoplossing om nadelige keteneffecten voor mensen sterk te beperken.Daarmee heeft het betrekken van deze uitkeringen een begunstigendeffect voor de mensen die het betreft. Een andere overweging is dat UWVheeft aangegeven dat het betrekken van deze uitkeringen uitvoerbaar is.Zoals gezegd vormt het betrekken van deze uitkeringen in de herstelope-ratie mijn uitgangspunt. Het is echter nog niet definitief. Mocht de optievoor het beperken van keteneffecten niet haalbaar blijken, dan zal ik ditheroverwegen.2.5. Nabetaling en keteneffecten Als mensen in een eerder kalenderjaar een te lage uitkering hebbengekregen, krijgen ze te maken met een nabetaling. Deze nabetalingveroorzaakt een eenmalige piek in het inkomen in het jaar van denabetaling en kan invloed hebben op inkomensondersteunenderegelingen, zoals de hoogte van het recht op toeslagen, en op de tebetalen belastingen. Dit heeft grote impact op mensen. Door de ketenef-fecten kunnen zij bijvoorbeeld minder inkomensondersteuning krijgen danwaar ze recht op hadden als de uitkering wel direct goed was vastgesteld.Soms zijn de keteneffecten zelfs groter dan de nabetaling zelf. Eennabetaling kan financiële problemen opleveren en geeft onzekerheid eneen hoge administratieve last voor mensen.Keteneffecten zijn niet nieuw en doen zich dagelijks voor in de reguliereuitvoering. Vanuit het programma Vereenvoudiging Inkomensonder-steuning voor Mensen (VIM)13 wordt momenteel gewerkt aan eenstructurele oplossing voor dit probleem. Hierbij onderzoekt VIM mogelijk-heden om een nabetaling buiten het toetsingsinkomen te houden. Deoplossingsrichting van VIM ziet op een structurele oplossing op delangere termijn (niet eerder dan 1 januari 2028). Dit is een belangrijkverschil met de verkenning van oplossingsrichtingen die in het kader vandeze WIA-hersteloperatie wordt gedaan, waarbij minder tijd beschikbaaris voor de implementatie. Waar mogelijk en relevant wordt aansluitinggezocht.Samenwerking met ketenpartnersUWV heeft in deze hersteloperatie als uitgangspunt om bij nabetalingennadelige financiële effecten zo veel als mogelijk weg te nemen en geefthiermee dan ook gehoor aan de motie Van Kent14 op dit punt. Voorop kanik stellen dat het een complex en tijdrovend traject is. Sinds de voort-gangsbrief verbeteraanpak UWV van 24 maart jl. is verder gewerkt aanmogelijke oplossingen. Dat is samen gedaan met de Pensioenfederatie,het Verbond van Verzekeraars, de VNG, de SVB, het CAK, Belastingdienst,Dienst Toeslagen en DUO.Aanpak mogelijke oplossingen en huidige conclusiesEr zijn verschillende scenario’s onderzocht om de nadelige effecten vannabetalingen te verminderen, waaronder het informeren van keten-partners over correcties, het niet-terugvorderen van bedragen, onderlingverrekenen tussen UWV en ketenpartners en het buiten het verzamelin-komen houden van nabetalingen. De mogelijkheden om in te grijpen in de13VIM is een samenwerking van BZK, Fin, OCW, SZW, VWS, Belastingdienst, DUO, gemeenten(VNG/Divosa), SVB, Dienst Toeslagen en UWV.14Kamerstukken II, 2024/2025, 26 448, nr. 840.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8486 keten van sociale zekerheid en fiscaliteit worden echter mede beperktdoor wet- en regelgeving. De analyse van de verschillende scenario’svindt u als bijlage bij deze Kamerbrief.Op basis van de analyse zie ik twee scenario’s als mogelijke opties voorherstel van fouten in de dagloonvaststelling:1.Dienstverleningsscenario: UWV corrigeert te laag vastgesteldeuitkeringen met terugwerkende kracht in diens systemen. UWV doeteen nabetaling en keert een schadevergoeding uit voor gevolg-schade. Daarnaast zorgt UWV voor extra samenwerking met derelevante ketenpartners. Dit scenario verandert niets aan deketeneffecten die nog steeds optreden. Deze worden pas achterafvergoed, waarbij het van belang is dat het moment van uitbetalenvan de nabetaling getimed wordt. Wel is het mogelijk om doorverbetering van de dienstverlening en communicatie tussen UWV enketenpartners de onzekerheid bij mensen te verminderen.2.Compensatieregelingsscenario met correctie toekomendedatum: UWV corrigeert per toekomende datum in diens systemen encompenseert voor misgelopen WIA-uitkering in het verleden op basisvan een aparte regeling. UWV neemt via de eindheffing de belasting-heffing over de compensatie voor eigen rekening. Voor mensenbetekent dit dat het bedrag niet meetelt voor het verzamelinkomen endaarmee keteneffecten worden voorkomen.Voor mensen heeft het compensatieregelingsscenario naar verwachtingveel minder negatieve impact dan het dienstverleningsscenario. Vanuitdat perspectief geniet deze variant daarmee duidelijk mijn voorkeur. Ditgeldt ook voor de publieke ketenpartners. Voor hen is het dienstverle-ningsscenario waarin de effecten in de keten optreden en daarna moetenworden «gerepareerd» onwenselijk. Ik werk samen met UWV hard verderaan de uitwerking van het compensatieregelingsscenario. Ik teken hierbijaan dat de uitwerking hiervan in een regeling ingewikkeld is, waarbijonder andere rekening moet worden gehouden met samenloopsituatiesmet andere herstelacties. Daarnaast is het uitvoerbaar krijgen van dezevariant voor UWV lastig. Om die reden heb ik UWV gevraagd om in iedergeval ook het dienstverleningsscenario uit te werken. Ik verwacht u na hetzomerreces nader te kunnen informeren over de uitwerking van descenario’s, inclusief eventuele budgettaire gevolgen.Pensioenfondsen en verzekeraarsAnders is dit voor pensioenfondsen. Voor de mensen met een arbeidson-geschiktheidspensioen (en vaak ook voor het toekomstige ouderdomspen-sioen en het nabestaandenpensioen) is het volgens de pensioenfondsenvan essentieel belang dat in de administratie van de pensioenfondsencorrecties met terugwerkende kracht worden aangepast. Zowel bijverhogingen als bij verlagingen.Pensioenfondsen hebben processen om de effecten van nabetalingen tedempen en vorderen meestal geen teveel betaald pensioen terug als dedeelnemer niets te verwijten valt, zoals hier het geval is. Het eindheffings-scenario voldoet hier niet aan, maar ook het dienstverleningsscenariovoldoet hier maar deels aan: alleen in geval van nabetalingen wordt deuitkering met terugwerkende kracht aangepast.Momenteel ben ik met de pensioenfondsen en verzekeraars nader aan hetonderzoeken hoe hiermee kan worden omgegaan. Een samenwerking isvan groot belang om de effecten van het herstellen van het dagloon opaanvullende verzekeringen en pensioenen in kaart te brengen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8487 pensioenfondsen in staat te stellen te voldoen aan hun verplichting omcorrecte uitvoering te geven aan hun pensioenreglementen.2.6. Impact werkgevers De situatie rond het herstel van WIA-uitkeringen en de impact opwerkgevers is complex en heeft mogelijk financiële implicaties. Zo betalenEigenrisicodragers (ERD’ers) de uitkeringen van hun uitkeringsgerech-tigde (oud-)werknemers. Betalingen die zij in het verleden hebben gedaan,zijn misschien niet juist geweest. Voor publiek verzekerde werkgeverskunnen correcties gevolgen hebben voor publieke premies. Voor te hoogvastgestelde daglonen geldt dat werkgevers over het verleden te veelhebben betaald en voor te laag vastgestelde daglonen dat werkgevers teweinig hebben betaald. Of foutieve daglonen wel of niet met terugwer-kende kracht worden hersteld is hierbij van grote invloed.Samen met UWV blijf ik met werkgeversorganisaties en andere relevanteorganisaties in gesprek over de impact van de hersteloperatie. Dit geldtook voor de impact van mijn besluit om bij uitkeringsgerechtigden af tezien van terugvorderingen. Het uitgangspunt is om nadelige gevolgenvoor werkgevers zoveel mogelijk te beperken, in lijn met de wens van deKamer (motie Flach15).2.7. Samenhang met andere herstelacties In de herstelorganisatie worden naast WIA-dagloon ook andere herstel-acties op de WIA meegenomen vanwege de inhoudelijke samenhang. Inonderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van die herstelacties enop welke wijze deze onder de herstelorganisatie vallen.Het is op dit moment nog niet mogelijk om per herstelactie exact aan tegeven om welke bedragen en aantallen het per herstelactie gaat. In alleherstelacties beoordeelt UWV op individueel niveau wat de specifiekegevolgen zijn. Daarom is er nu nog onvoldoende inzicht te geven in debedragen. Daarnaast zijn in de update op de Verbeteraanpak van 24 maartjl.16 aantallen per herstelactie genoemd. Deze inschatting van de aantallenwordt momenteel door UWV gevalideerd. Dit kan leiden tot verschui-vingen in de aantallen. Uitzondering hierop is het aantal van 43.000 voorde herstelactie WIA-dagloon, dit is reeds gevalideerd.Om die reden zijn de aantallen voor de andere herstelacties nog nietopgenomen. In een volgende voortgangsbrief zal ik uw Kamer hieroverinformeren.HerstelactieWat is er geconstateerd?Wijze onderherstel-organisatieKwaliteit WIA-dagloonMogelijke fouten in de berekening van hetdagloon voor WIA-uitkeringen tussen 2020–2024.Volledige doel-groepLoonloze tijdvakkenOpvolging uitspraken van de Centrale Raad vanBeroep omtrent loonloze tijdvakken in WIA-dagloonvaststelling vanaf 2015.Volledige doel-groepWIA-indexatieSinds 2006 is in sommige gevallen het handmatigdoorvoeren van de indexering niet (goed)toegepast bij de vaststelling van nieuwe WIA-uitkeringen.Doelgroepinstroom 2020 –2024Opting-inBij de abonnementenservice AW zijn opting-ininkomsten tussen 2021 en 2024 voor een groepniet verrekend met de uitkering.WIA-doelgroepinstroom 2020 –202415Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 832.16Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 812, bijlage «Verbeteraanpak WIA – update maart»Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8488 HerstelactieWat is er geconstateerd?Wijze onderherstel-organisatieAO-pensioenDe verrekening van nabetalingen van arbeidson-geschiktheidspensioenen hebben tussen 2018 en2024 niet of niet juist plaatsgevonden.WIA-doelgroepinstroom 2020 –2024 Zoals de tabel weergeeft, wordt in de herstelorganisatie naast deherstelactie op WIA-dagloon ook de herstelactie loonloze tijdvakkenmeegenomen. Voor de herstelacties indexatie WIA-dagloon, opting-ininkomsten en AO-pensioen geldt dat een deel van de doelgroep wordtmeegenomen, namelijk alleen die uitkeringen die zijn gestart in deperiode van de herstelactie op WIA-dagloon, namelijk 2020 – 2024. Ook indeze dossiers kunnen fouten in het dagloon zitten. Daarom onderzoektUWV ook of er sprake is van een fout in het dagloon in de dossiers vandeze herstelacties.Als een uitkeringsgerechtigde te maken heeft met verschillende herstel-acties, is het de bedoeling dat UWV alle herstelacties in één keer uitvoert.Op die manier heeft de uitkeringsgerechtigde de minste hinder van deherstelacties. UWV werkt de praktische uitvoering hiervan nog uit. Hetbelang van de uitkeringsgerechtigde staat hierbij voorop.Ik heb u ook geïnformeerd over de herstelactie ten aanzien van deinkomstenverrekening bij de Ziektewet17. Op dit moment wordt nogonderzocht in hoeverre er overlap bestaat met de hersteloperatiedaglonen. Ik zal uw Kamer daar later nader over informeren.2.8. Rechtsbescherming en overige zaken Het is goed mogelijk dat mensen inzage willen hebben in hun dossier,omdat zij bijvoorbeeld willen weten hoe UWV tot de hoogte van hunuitkering is gekomen. Mensen hebben momenteel deze mogelijkheid al.In het kader van de hersteloperatie onderzoekt UWV aanvullendemogelijkheden om een specifiek proces in te richten. Bijvoorbeeld ommensen met een WIA-uitkering die vragen hebben naar aanleiding van derecent verzonden brieven op een begrijpelijke en gerichte manier inzagete geven in gegevens. Met deze aanpak wordt mede invulling gegevenaan de motie van het lid Ergin18.Als mensen zich niet kunnen vinden in het besluit van UWV over hunuitkering, dan kunnen ze daartegen in bezwaar en beroep. UWV verwachtgeen extra toename in bezwaarzaken en gevolgen voor de rechtspraak.Mede doordat het terugvorderbeleid nu zo wordt aangepast dat er nietwordt teruggevorderd bij het herstellen van de fouten bij de dagloonvast-stelling. Ik ben met UWV in gesprek over de financiële ondersteuning bijongegronde bezwaar- en beroepszaken. In beginsel vergoedt UWV geenproceskosten bij ongegronde bezwaarzaken.In de motie Saris19 is verzocht om een onafhankelijk meldpunt in stellen.In de motie Inge van Dijk c.s.20 is verzocht om te onderzoeken of eenbelangenbehartiger, zoals binnen de organisatie is ingericht voorBelastingen en Toeslagen, die mee kan kijken in vastgelopen dossiers, ookkan worden ingesteld bij UWV. Zoals ik u eerder heb gemeld, vul ik dat indoor te verkennen welke aanvullende initiatieven om de rechtsbe-17Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 845, bijlage «Stand van de uitvoering sociale zekerheidjuni 2025».18Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 837.19Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 828.20Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 824.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 8489 scherming van uitkeringsgerechtigden te borgen, een meerwaardehebben.Ten behoeve van de rechtsbescherming van uitkeringsgerechtigden heeftUWV als onderdeel van de hersteloperatie, diverse maatregelen getroffendie recht doen aan principes als onafhankelijkheid, participatie enondersteuning:–Wanneer mensen vragen hebben of ontevreden zijn, kunnen zij contactopnemen met het Klant Contact Center (KCC). Voor vragen en zorgenover WIA en Wajonguitkeringen zijn er diverse gespecialiseerdemedewerkers beschikbaar die mensen verder helpen;–Er worden specifieke cliëntondersteuners ingezet voor vragen vanmogelijke WIA-gedupeerden;–Om de stem van uitkeringsgerechtigden duidelijk naar voren te latenkomen, worden naast reguliere clientparticipatie ook focusgroepenmet WIA-uitkeringsgerechtigden georganiseerd. Uit de eerstefocusgroepen is duidelijk geworden dat uitkeringsgerechtigden vooralwillen weten waar ze aan toe zijn en wanneer er meer duidelijkheid isover het verdere proces;–Als onderdeel van de Verbeteraanpak worden uitkeringsgerechtigdenop logische momenten op de mogelijkheid gewezen om onafhankelijkeondersteuning in te schakelen die hen daadwerkelijk helpt metfinanciële en/of juridische vragen.UWV zet zich met deze maatregelen ten volle in om mensen optimaal teondersteunen en het vertrouwen te herstellen. Desondanks zijn er ookuitkeringsgerechtigden die zich via deze kanalen niet durven of willenmelden, bijvoorbeeld omdat zij vanwege eerdere ervaringenwantrouwend staan ten aanzien van UWV en/of zich onvoldoendegeholpen voelen. Om ook die uitkeringsgerechtigden optimaal teondersteunen, ben ik overtuigd van de toegevoegde waarde van eenonafhankelijk meldpunt.Een dergelijk meldpunt kan ook inzicht opleveren in knelpunten diemensen ondervinden; niet alleen rond de WIA-hersteloperatie maarbreder.Uitgangspunt is dat het meldpunt aansluit bij de behoeftes en wensen vanmensen en van toegevoegde waarde is in de praktijk. In gesprek metmensen en helpers (rechtsbijstandverleners, sociaal raadslieden etc.)zullen het doel van het meldpunt en de randvoorwaarden voor goedfunctioneren worden uitgewerkt, zoals de benodigde expertise, samen-werkingsafspraken en positionering. Over de uitvoering van het meldpuntzal onder andere met de Landelijke Cliëntenraad (LCR) worden gesproken.Na de zomer zal ik u hierover nader informeren.Ten behoeve van de verkenning is een aantal maatregelen en initiatieventer versterking van rechtsbescherming bij andere publieke dienstverlenersin kaart gebracht. Voorbeelden hiervan zijn de aanstelling van eenkwartiermaker voor een landelijk dekkend netwerk voor mensen metsociaal-juridische problematiek, de aanstelling van een bestuurlijkboegbeeld voor de schadeafhandeling kanaal Almelo-De Haandrik, deervaringen met cliëntenraden en meldpunten, en de Belangenbehartigervoor de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen. Hiernaast is er eenoverzicht opgesteld van wat er binnen UWV inmiddels is ingericht enwelke initiatieven er lopen. Er is ook met mensen in het veld gesprokendie dicht staan bij de mensen waar het om gaat en hen bijstaan.UWV heeft de afgelopen jaren diverse activiteiten ontwikkeld ompersoonlijke ondersteuning van uitkeringsgerechtigden, maatwerk ensignalering van klachten en knelpunten te bevorderen. De aanstelling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84810 individuele cliëntondersteuners, het geldzorgen team, de knelpunten-brieven en de maatwerkplaats zijn daarvan goede voorbeelden. Ook heeftUWV de samenwerking met rechtshulpverleners, rechtshulpverzekeraarsen vakbonden geïntensiveerd en is het nu makkelijker voor hen omvragen te stellen namens UWV-cliënten. Zo kunnen problemen al opgelostworden voor uitkeringsgerechtigden een bezwaar indienen. Samen methet instellen van een onafhankelijk meldpunt dat een rol kan spelen insignalering en de extra maatregelen die UWV treft ten behoeve van derechtsbescherming van WIA-gedupeerden is er een breed pakket metmaatregelen om mensen te ondersteunen. Hoewel er uit de verkenning opzichzelf een positief beeld komt over een (externe) onafhankelijkefunctionaris als de belangenbehartiger of het bestuurlijk boegbeeld zie ikdaarmee geen toegevoegde waarde voor mensen om een belangenbehar-tiger in te stellen. Daarbij heeft de Nationale ombudsman ook al eenvergelijkbaar mandaat om mensen te helpen en biedt hij een blik vanbuiten. Wel acht ik het van belang om in gesprek te blijven over mogelijk-heden om de rechtsbescherming van uitkeringsgerechtigden te versterkenbinnen het sociale zekerheidsdomein, zoals bijvoorbeeld door samen-werking met sociaal raadslieden, advocaten en juristen en ondersteuningvan de kwartiermaker die zich gaat inzetten voor een landelijk dekkendnetwerk van sociaal-juridische dienstverlening.3. Kwaliteit op orde brengen 3.1. Algemeen De kwaliteit van sociaal-medische dienstverlening bij UWV heeft deafgelopen jaren onvoldoende aandacht en prioriteit gehad.Zoals aangegeven in mijn voortgangsbrief van 24 maart jl. zijn doorcapaciteitsproblemen en de prioritering op dienstverlening bij UWV omachterstanden te verkleinen structurele kwaliteitscontroles tussen2020–2024 grotendeels stilgevallen.Het is essentieel om inzicht te hebben in de kwaliteit van sociaal-medischedienstverlening. Dit helpt bij het vroegtijdig vaststellen van (potentiële)risico’s en het nemen van proactieve maatregelen om deze te mitigeren.Naast aandacht voor de balans tussen kwantiteit en kwaliteit en verbeteri-nitiatieven in het professionele handelen, werkt UWV sinds september2024 aan een beter kwaliteitsmanagementsysteem. Dit doet UWV onderandere via herinvoering van structurele controles, zoals de MetingOperationele kwaliteit (MOK). In mijn brief van 14 april jl.21 heb ik uwKamer geïnformeerd over de resultaten van de eerste MOK en van deevaluatie van de MOK als instrument. Inmiddels zijn de resultaten van detweede MOK beschikbaar. Daarnaast is het kwaliteitsmanagementsysteemvan UWV doorgelicht door EY waarbij er speciale aandacht is gegevenaan de werking van het kwaliteitsmanagementsysteem binnen de divisieSociaal Medische Zaken (SMZ). Hieronder ga ik in op de resultaten van detweede MOK en op de uitkomsten van het onderzoek van EY. Tevens sta ikstil bij de verdere implementatie van de maatregelen die zijn genomen bijde vaststelling van het maatmanloon, zoals aangekondigd in mijn briefvan 14 april jl.21Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 821.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84811 3.2 Uitkomsten tweede MOK Inmiddels heeft de tweede MOK plaatsgevonden voor zowel de WIA alsde Wajong22. De MOK WIA kijkt naar het volledige beoordelingsproces inde WIA Einde Wachttijd beoordeling. Het omvat de medische beoordelingdoor de verzekeringsarts (o.a. belastbaarheid en duurzaamheid),arbeidsdeskundige beoordeling (o.a. restverdiencapaciteit,CBBS-functieselectie en maatmanloon), en administratief-juridischeonderdelen (dagloon, duur en ingangsdatum van de uitkering). Deuitkomsten van de tweede MOK zijn als volgt:–in 86% van de gevallen is de beslissing juist;–in 9% is de beslissing «onjuist». Dat wil zeggen dat er directe gevolgenzijn voor het recht, de duur of de hoogte van de uitkering. Dit is onderandere toe te schrijven aan fouten in de dagloonberekening, onvolko-menheid in de berekening van de duur van de loongerelateerdeuitkering of een fout in het maatmanloon. Deze beslissingen wordenhersteld;–5% van de beslissingen is «nader te bepalen». Dit betreft onder anderebeslissingen waarbij er een lopend bezwaar is, of waarvoor meergegevens van uitkeringsgerechtigde of werkgever nodig zijn en devragen daartoe nog uitstaan.Deze percentages komen overeen met de uitkomsten van de 1e MOK.Deels is dat vanwege de recente datum van ingezette verbetermaatre-gelen zoals bij het maatmanloon. Voor een ander deel laten de resultatenzien dat het tijd kost voordat de verbetermaatregelen effect sorteren.Bij de tweede MOK voor de Wajong zijn de percentages wel veranderd tenopzichte van de vorige MOK. In 93% van de gevallen was de beslissingjuist (was 87%); bij 3% van de gevallen onjuist (was 9%); en in 4% van degevallen is de uitkomst «nader te bepalen». Zoals ik in mij brief van aprilal aangaf zijn de metingen echter nog onvoldoende betrouwbaar enkunnen aan deze percentages nog geen conclusies worden verbonden,ook niet ten positieve. UWV verwacht dat de MOK vanaf het einde van hetjaar tot betrouwbare resultaten zal leiden.De kwaliteit van de metingen zelf is dus ook nog onvoldoende. In hetverlengde daarvan is, naast het uitvoeren van de tweede MOK, ook dewerking van het instrument MOK zelf geëvalueerd. Oorspronkelijkbedoeld voor intern leren, wordt de MOK nu verder ontwikkeld voormonitoring en interne verantwoording. De evaluatie toonde aan dat erveel variatie bestaat in de uitvoering van de MOK tussen districten, vooralin de consistentie van toetsing. Om deze variatie te verminderen, zijnvaste «toetsteams» samengesteld, handboeken en checklijsten geactuali-seerd, en wordt er gestuurd op eenduidigheid. Verdere professionali-sering is nodig om de betrouwbaarheid van de MOK-uitkomsten tevergroten. De evaluatiepunten zijn geïmplementeerd voor de start van dederde MOK. Vanaf dat moment verwacht UWV verbeteringen te zien in dekwaliteit van de MOK zelf. UWV past ook de frequentie van de MOKenigszins aan. Voor de WIA wordt de frequentie verlaagd naar één keerper drie maanden. Bij de Wajong zal de frequentie één keer per viermaanden worden. Hiermee wordt een balans gezocht tussen enerzijdsadequaat verantwoorden en anderzijds een efficiënte inzet van capaciteit.De eerste MOK voor de Ziektewet vindt plaats in september dit jaar en zalvooralsnog ook een frequentie kennen van eens in de vier maanden.22Het betreft metingen die zijn uitgevoerd over beoordelingen in de periode oktober – december2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84812 Ik blijf de ontwikkelingen die UWV doorvoert voor het verbeteren van dekwaliteit nauwlettend volgen. Daarbij wil ik benadrukken dat eensociaal-medische beoordeling geen exacte wetenschap is, ook al kunnencijfers over de kwaliteit daarvan die indruk wekken. Sociaal-medischeoordelen zijn sterk afhankelijk van de professionele beeldvorming enoordeelsvorming van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Binnenwettelijke kaders is er professionele ruimte, waardoor kleine verschillen inbeoordelingen legitiem kunnen zijn. Hierdoor zijn cijfers die de juist- ofonjuistheid van een beslissing weergeven, nooit absoluut en moeten metnuance worden geïnterpreteerd.3.3 Maatmanloon In mijn brief van 14 april jl. heb ik u de uitkomsten gegeven van hetonderzoek naar de vaststelling van het maatmanloon. Daaruit bleek dat dekwaliteit daarvan onvoldoende is. Uit een representatieve steekproef bleekdat in 13,4% van de gevallen het maatmanloon onjuist was vastgesteld. In1,6% van de gevallen had dit directe impact op de uitkering van eenuitkeringsgerechtigde. In 1,4% had de onjuiste vaststelling geen effect opde uitkering, maar wel bij een eventuele overgang van de loongerela-teerde uitkering naar de vervolguitkering. In 10,4% van de gevallen was ergeen effect, maar kan dat wel het geval zijn bij een herleving of herbeoor-deling. In mijn brief heb ik zowel maatregelen geschetst die de algemenekwaliteit moeten verbeteren als maatregelen die ervoor moeten zorgendat fouten die bij de vaststelling geen directe impact hebben dat niet lateralsnog krijgen.Eén van de belangrijkste maatregelen betreft het vierogenprincipe. Per15 april jl. is geregeld dat voortaan bij iedere vaststelling door eenarbeidsdeskundige (hierna: AD) een collega AD de uitkomst controleert enook of de gemaakte keuzes bij de vaststelling voldoende zijn beargumen-teerd. Om ervoor te zorgen dat eerder gemaakte fouten niet doorwerkenin de toekomst, doen AD’s een extra controle op het maatmanloon als ereen arbeidsongeschiktheidsbeoordeling is aangevraagd waarbij gebruikwordt gemaakt van een eerder berekend maatmanloon. Dit is het geval bijeen herbeoordeling of een aanvraag in verband met een later ontstaanrecht. Ook hierbij wordt het vierogenprincipe toegepast. Als er bevin-dingen zijn, dan wordt gezorgd voor correctie, bijvoorbeeld dooraanvullend onderzoek bij werkgever en/of uitkeringsgerechtigde, of dooraanvulling van de argumentatie in het rapport.Zoals gezegd bestaat er een risico dat een onjuiste vaststelling niet perdirect, maar later wel een effect heeft op de hoogte van de uitkering. Hetgaat daarbij om de overgang van de loongerelateerde uitkering naar devervolguitkering. Bij de vervolguitkering wordt immers van belang inwelke arbeidsongeschiktheidsklasse (AO-klasse) iemand zit. Dat zijn deaparte AO-klassen binnen de grenzen van 35% en 80% arbeidsonge-schiktheid. Er is alleen sprake van doorwerking van een verkeerdevaststelling van het maatmanloon als iemand daardoor in de verkeerdeklasse terecht komt. Een verschuiving binnen een AO-klasse heeft geeneffect. Tegen die achtergrond en omwille van de schaarse capaciteitonderzoekt UWV of gerichte controles rondom de grenzen van deAO-klassen mogelijk zijn. In de volgende voortgangsbrief zal ik aangevenof zo’n gerichte controle mogelijk is en hoe die eruit zal zien.Naast deze maatregelen besteedt UWV ook aandacht aan het vergrotenvan het vakmanschap van de AD. Er vindt onder andere nascholing plaats,specifiek gericht op het vaststellen van het maatmanloon. Er wordt ookgewerkt aan ondersteunende informatievoorzieningen, zodat de ADgeattendeerd wordt op de nodige onderbouwing van het maatmanloon.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84813 Met deze en de voorgaande maatregelen heeft UWV vertrouwen dat dekwaliteit van de vaststelling van het maatmanloon wordt vergroot. Naarverwachting zullen de eerste effecten daarvan zichtbaar worden in devierde MOK WIA23, omdat er dan dossiers worden onderzocht over deperiode na de invoering van deze maatregelen.In het plenaire debat van 16 april jl. heeft het lid Van Kent vragen gesteldover de fouten die wel directe impact hebben op de uitkering. Het gaatdaarbij om de 1,6% waarbij ofwel iemand onterecht geen of onterecht weleen uitkering heeft gehad. Hij vroeg daarbij wat de consequenties zoudenzijn van een nadere steekproef onder de populatie rond de grens van 35%AO. Het ligt niet in de rede zo’n steekproef te doen. Het onderzoek datUWV heeft verricht is representatief en heeft een gebruikelijke betrouw-baarheid van 95%. Dat betekent dat het percentage van 1,6% eenbetrouwbare uitkomst is. Een nadere steekproef verandert daar niets aan.Een nieuwe steekproef is voor UWV ook zeer bewerkelijk en kost veelcapaciteit. Dat neemt niet weg dat een onschuldig ogend percentage van1,6% nog steeds een grote groep mensen vertegenwoordigt en dat erdaardoor onzekerheid over een juiste vaststelling is bij de mensen die hetbetreft. Dat weegt voor mij zwaar.Maar zoals ik in mijn brief van 14 april jl. heb toegelicht, maak ik denoodzakelijke keuze me te richten op de verbetering van de kwaliteit in detoekomst en niet op nader onderzoek en eventueel herstel over hetverleden.Tot slot wil ik bij het onderwerp maatmanloon stilstaan bij de herstelactieinzake de verkeerde indexcijfers die in het verleden bij de vaststelling vanhet maatmanloon zijn gebruikt. Ik heb ook hierover bericht in mijn briefvan 14 april jl. Nader onderzoek van UWV toont aan dat het gaat om 88uitkeringsgerechtigden waarbij er impact is op de uitkering als gevolg vanhet toepassen van een verkeerd indexcijfer. Het gaat bij de WIA om 24personen die een toekenning hadden moeten krijgen en om 2 personendie een afwijzing hadden moeten krijgen. Ook zijn er 55 uitkeringsgerech-tigden die in een andere uitkeringsklasse horen dan eerder is vastgesteld.Bij de Ziektewet gaat het om 7 uitkeringsgerechtigden die wel rechthadden op een Ziektewetuitkering. Voor de WAO, WAZ, ANW en Wajongzijn er geen effecten gevonden op het recht op een uitkering.Voor uitkeringsgerechtigden bij wie na controle is gebleken dat er impactis, zal herstel moeten plaatsvinden. Omdat in veruit de meeste gevallen deverschillen pas impact hebben bij de overgang van de eerste uitke-ringsfase (loongerelateerde uitkering) naar de zogeheten vervolguitkering,is het zaak het herstel zoveel mogelijk te realiseren vóór afloop van dieeerste fase. Vanwege het geringe aantal te herstellen uitkeringen zal ditherstel ook snel worden opgepakt. Alleen bij die gevallen waar er sprakeis van overlap met de hersteloperatie WIA-daglonen zal er sprake zijn vaneen langere doorlooptijd. Daarnaast zal in de situaties waarbij er sprake isvan een onterecht verstrekte uitkering extra zorgvuldig worden gekekennaar iemands situatie. Dit gaat om twee personen. UWV zal voor henopnieuw naar hun situatie kijken door middel van een volledige herbeoor-deling. Op die manier kan ook de actuele gezondheidssituatie van debetreffende mensen in ogenschouw worden genomen om te bezien ofeen afwijzing op basis van de huidige inzichten aan de orde is.23De resultaten van de vierde MOK WIA worden eind 2025 verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84814 3.4 Onderzoek EY naar kwaliteitsmanagementsysteem Om de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen waarborgen en teverbeteren is een goed werkend kwaliteitsmanagementsysteem (KMS)essentieel. Zoals aangekondigd in de vorige voortgangsbrief van 24 maart2025 heeft UWV een extern onderzoek laten verrichten naar het KMS vanUWV door adviesbureau EY. Het onderzoek is uitgevoerd op zowelUWV-breed niveau, als op het niveau van de drie grote organisatieonder-delen, Uitkeren, Werkbedrijf en Sociaal Medische Zaken (SMZ).Het onderzoek is recent afgerond. EY concludeert dat UWV een KMS alsbasis heeft ontwikkeld, maar dat er te veel ruimte is voor variatie ininvulling bij de organisatieonderdelen. Hierdoor bestaan verschillen in devolwassenheid van het KMS bij organisatieonderdelen. EY stelt vast datUitkeren en Werkbedrijf beschikken over een KMS met een sterke basis,waarbij de onderzoekers aandachtspunten meegeven voor verdereverbetering en uniformering in lijn met UWV-brede afspraken. Hetonderzoek laat ook zien dat het huidige KMS van SMZ in opzet groten-deels ontbreekt en onvoldoende werkt.UWV neemt de conclusies uit het onderzoek serieus. UWV voert maatre-gelen door om de kwaliteit van de dienstverlening van UWV op hetgewenste niveau te krijgen en werkt de komende tijd aan het versterkenvan het KMS in lijn met de aanbevelingen van het onderzoek. De volledigebestuurlijke reactie van UWV is samen met het adviesrapport geplaatst opde website van UWV: Onderzoek kwaliteitsmanagement binnen UWV |UWV. Uiteraard hecht ik net als UWV ook veel waarde aan de versterkingvan het kwaliteitsmanagement bij UWV. Waar nodig zal ik u in devolgende voortgangsbrief hierover informeren.4. Sturing Via de motie Ceder24 heeft u mij verzocht om maatregelen om meer gripte krijgen op UWV en de prestaties te verbeteren. Ik beschouw dit als eenoproep aan de Raad van Bestuur van UWV en mijzelf om elk vanuit onzeeigen verantwoordelijkheid de UWV-organisatie te versterken en desturingsrelaties binnen UWV en tussen SZW en UWV te verbeteren.4.1 Organisatie UWV Voor UWV als geheel ligt er een grote opgave om onder meer dedienstverlening te uniformeren en te verbeteren, werkprocessen testroomlijnen en de digitale ondersteuning van medewerkers te verbe-teren. UWV-breed heeft de Raad van Bestuur de Verandermotor in ganggezet, die ervoor moet zorgen dat verbeteringen in dienstverlening enondersteuning van medewerkers veel sneller kunnen plaatsvinden dan totdusverre. De Verandermotor draagt zo ook bij aan uniformiteit binnenUWV. UWV heeft de afgelopen periode overleg gevoerd met de onderne-mingsraad over hun zorgen bij de implementatie van de verandermotor.De Raad van Bestuur heeft vervolgens besloten door te gaan met deVerandermotor. De ondernemingsraad is hiermee akkoord. Ik steun dezebeweging en laat me periodiek informeren door de Raad van Bestuur overde voortgang, waarbij telkens een aandachtspunt is of UWV als organi-satie het verandertempo aankan gezien de grote hoeveelheid uitdagingenwaar UWV voor staat. Specifiek over organisatieveranderingen op hetgebied van de sociaal-medische dienstverlening heb ik u al geïnformeerdin de brief over SMB-mismatch van 11 juni 2025.2524Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 823.25Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 846.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84815 4.2 Sturingsrelatie SZW-UWV De motie van het lid Inge van Dijk26 van 16 april jl. verzoekt om bij deonderzoeken die lopen naar de relatie tussen ministerie en UWV ook dewenselijkheid van uitvoering door een zbo van de WIA en andereuitkeringsregelingen en mogelijkheden van directere aansturing van deuitvoering te betrekken. In het onderzoek van de Algemene Rekenkamermaakt dit aspect geen deel uit van de vraagstelling.Naar de zbo-status van UWV is eerder onderzoek gedaan, waarbij deconclusie was om het UWV als zbo te behouden vanwege de nauwesamenwerking met gemeenten en de zeer hoge transactiekosten diegepaard gaan met een mogelijke omvorming naar bijvoorbeeld eenagentschap zonder dat aannemelijk is dat een verandering vanrechtsvorm leidt tot betere dienstverlening door UWV of andere positieveeffecten. De kosten werden veel hoger ingeschat dan de mogelijke baten.Deze argumenten zijn nog steeds valide en ik zie geen aanvullendeargumenten die deze afweging op dit moment doen kantelen. Ik ziedaarom geen aanleiding om opnieuw de zbo-status van UWV te onder-zoeken. Wat ik wel zie is dat bij verschillende publieke dienstverleners –zbo, agentschap of anderszins – de sturing van het departementverschillend werkt. Ik ben daarom voornemens om een onafhankelijkdeskundige te vragen om voor enkele publieke dienstverleners in beeld tebrengen hoe de sturing met het departement werkt en of hieruit verbeter-mogelijkheden voor het sociaal domein en in het bijzonder voor UWV tedestilleren zijn.De uitkomsten verwerk ik in de kabinetsreactie op het onderzoek van deAlgemene Rekenkamer. In deze kabinetsreactie informeer ik u ook, medeop basis van de conclusies en de aanbevelingen van de AlgemeneRekenkamer, over de wijze waarop ik in overleg met UWV de sturingsre-latie tussen UWV en SZW wil versterken. Voor mij geldt daarbij alsvertrekpunt dat ik scherp wil kijken naar de informatievoorziening enverantwoording. Ik wil toe naar een situatie waar we op basis vanduidelijke sturingsinformatie het gesprek kunnen voeren over allerelevante aspecten van de dienstverlening van UWV. Dit omvat bijvoor-beeld ook een meer betekenisvolle invulling van het rechtmatigheidscijfer.5. Vooruitblik Met deze voortgangsbrief heb ik de laatste stand van zaken geschetstrondom de hersteloperatie van de dagloonvaststelling bij deWIA-uitkeringen en het verbeteren van de kwaliteit van de sociaal-medische dienstverlening. Voor de mensen die het betreft, hangt er veelaf van de voortvarendheid en zorgvuldigheid waarmee deze operatiewordt aangepakt en ik ga daar graag met uw Kamer nader over ingesprek. Ik verwacht samen met UWV nog deze zomer nodig te hebbenom de aanpak voor het herstellen van de fouten nader uit te werken. Hetdaadwerkelijk herstellen van de fouten volgt daarna. Ik ben voornemensin het najaar de volgende voortgangsbrief te sturen. Dan kan ik ookingaan op de aanbevelingen uit het onderzoek van de AlgemeneRekenkamer, dat naar verwachting in november verschijnt.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,Y.J. van Hijum26Kamerstukken II 2024/2025, 26 448, nr. 824.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 448, nr. 84816

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 83f21e050f163204

14 okt 2026 · 6872b7e146fffdce

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.