KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3452)

10 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b71a1c4c033a3328 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3459 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 10 juli 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over deGeannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026(Kamerstuk 21 501–02, nr. 3452) en het Verslag Raad Buitenlandse Zakend.d. 15 juni 2026 (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3451).De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de Minister voorgelegd.Bij brief van 10 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,KlaverAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-21501-02-3459ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34591 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en Antwoord / Reactievan de MinisterVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 13 juli 2026. Dezeleden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.Voor deze leden staat één ding boven al het andere: Oekraïne moet in destrijd kunnen blijven, en de Oekraïense strijdkrachten moeten in staatworden gesteld het huidige momentum op het slagveld vast te houden.Iedere Europese inspanning, financieel, militair of diplomatiek, zou watdeze leden betreft aan die opgave getoetst moeten worden. Zij staan danook positief tegenover creatieve oplossingen wanneer die daaraanbijdragen.Deze leden hebben kennisgenomen van de brief van de OekraïenseMinister van Defensie Fedorov, waarin hij aangeeft dat aanvullendefinanciering nodig is om het initiatief op het slagveld te behouden, ondermeer door inzet van de resterende middelen uit de Europese Vredesfaci-liteit en aanpassing van het EUMAM-mandaat zodat trainingen ook opOekraïens grondgebied kunnen plaatsvinden. Hoe beoordeelt het kabinetdeze voorstellen?1. Antwoord van het kabinetSteun aan Oekraïne, waaronder militaire steun, is en blijft voorhet kabinet een prioriteit. Steun in EU-verband heeft het voordeeldat de lasten eerlijk worden verdeeld onder de EU-lidstaten. Hetis positief dat Hongarije de blokkade op militaire steun via deEuropese Vredesfaciliteit (EPF) heeft opgeheven. Over debesteding van de EUR 6,6 mld. die hierdoor vrijkomt vindtmomenteel besluitvorming plaats in Brussel. Nederland zet zichin voor een combinatie van compensatie voor reeds geleverdesteun, nieuwe steun aan Oekraïne en het reserveren vanvoldoende middelen voor EUMAM Oekraïne. Compensatie vangeleverde steun is belangrijk voor het vertrouwen van lidstaten inhet EPF-instrument. De onderhandelingen ten aanzien van deaanpassing van het EUMAM-mandaat gaan dit najaar van start.Voor de Nederlandse positiebepaling staan de noden en wensenvan Oekraïne voorop. Nederland zal zich daarom constructiefopstellen ten aanzien van de voorstellen over EUMAM.Is het kabinet bereid zich in de Raad actief in te zetten voor besteding vande gereserveerde 6,6 miljard euro aan nieuwe militaire leveranties, inplaats van uitsluitend aan compensatie van eerdere steun? Is het kabinettevens bereid steun te geven aan aanpassing van het EUMAM-mandaat,zodat trainingen ook in Oekraïne zelf kunnen plaatsvinden?2. Antwoord van het kabinetZie beantwoording van vraag 1.De leden van de D66-fractie constateren dat de EU er bij de vorigeEuropese Raad voor heeft gekozen Oekraïne via gezamenlijke leningenvan 90 miljard euro te steunen, in plaats van via een reparatielening opbasis van de circa 180 miljard euro aan bevroren Russische tegoeden.Blijft het kabinet zich onverkort inzetten voor het vrijmaken en inzettenvan deze tegoeden ten behoeve van Oekraïne?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34592 3. Antwoord van het kabinetHet blijft noodzakelijk om Oekraïne te blijven steunen. De nodenblijven urgent en groot. Het kabinet zal conform de conclusiesvan de Europese Raad van december jl. blijven pleiten voor hetverkennen van opties voor de inzet van de geïmmobiliseerdeRussische centrale banktegoeden, hierbij is van belang dat 1) deopties financieel en juridisch houdbaar zijn; 2) juridische enuitvoeringstechnische risico’s en lasten gezamenlijk wordengedragen; en 3) eventuele stappen in EU-verband worden gezeten in nauwe samenwerking met de G7 genomen worden. Tijdensde Ecofinraad van 5 mei jl. en Raad Buitenlandse Zaken van11 mei jl. hebben enkele lidstaten, waaronder Nederland, gepleitvoor voortzetting van het gesprek over het gebruik van degeïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden. Dit is in lijnmet het regeerakkoord en de motie Dassen1 en met inachtnemingvan het krachtenveld in de Raad, waaronder de zorgen van anderespecifieke lidstaten. Indien nadere voorstellen volgen, zal deKamer hierover via de gebruikelijke routes worden geïnformeerd.Ziet het kabinet creatieve manieren om de juridische en financiële risico’svoor België, en eventuele andere lidstaten waar tegoeden wordenaangehouden, weg te nemen, bijvoorbeeld via gezamenlijke garanties ofeen eerlijke verdeling van aansprakelijkheid over alle lidstaten?4. Antwoord van het kabinetHet kabinet hecht eraan om de opties voor eventuele inzet vangeïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden zorgvuldig teverkennen, waarbij lastendeling en de financiële en juridischehoudbaarheid van belang zijn. Het uitwerken van deze aspecten istevens noodzakelijk voor het verkrijgen van draagvlak in de Raadvoor de inzet van geïmmobiliseerde Russische centrale bankte-goeden. In dit licht had Nederland begrip voor de noodzaak voorbilaterale garanties van lidstaten om eerlijke juridische risico-deling te bewerkstelligen in het Commissievoorstel van3 december jl.2 Deze garanties bleken echter onvoldoende om dezorgen van een aantal lidstaten tegemoet te komen. Indiennieuwe voorstellen volgen, zal de Kamer hierover via de gebruike-lijke routes worden geïnformeerd.Een andere denkbare route is het onder Europees beheer brengen vandeze tegoeden, zodat de tegoeden niet langer op de balans van één enkelelidstaat of instelling als Euroclear blijven staan, maar het risico via eenEuropese constructie collectief wordt gedragen. Welke van dergelijkeopties ondersteunt Nederland concreet in de gesprekken hierover?5. Antwoord van het kabinetZie het antwoord op vraag 3 en 4. Het kabinet blijft conform deconclusies van de Europese Raad van december jl. pleiten voorhet verkennen van opties voor de inzet van de geïmmobiliseerdeRussische centrale banktegoeden, waarbij het van belang is dat1) de opties financieel en juridisch houdbaar zijn; 2) juridische enuitvoeringstechnische risico’s en lasten gezamenlijk worden1Zie Kamerstuk 36 045, nr. 3002«https://open.overheid.nl/documenten/43eb8f86-6e0b-4d26-9d18-c7692a7ce4d5/file» Brief aanEerste of Tweede Kamer – Commissievoorstel voor financiële steun aan Oekraïne Brief aanEerste of Tweede Kamer – Commissievoorstel voor financiële steun aan OekraïneTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34593 gedragen; en 3) eventuele stappen in EU-verband worden gezeten in nauwe samenwerking met de G7 genomen worden. Hetkabinet steunt het verkennen van constructies die aan boven-staande voldoen, waarbij ook de motie van het lid Dassen3 inacht wordt genomen.Deze leden vernemen dat Bulgarije dreigt het 21e sanctiepakket teblokkeren vanwege de voorgestelde sancties tegen patriarch Kirill en devoormalig Lukoil-topman Alekperov. Is het kabinet bereid zich onver-minderd hard te maken voor handhaving van beide sancties, en welkestappen onderneemt het om het Bulgaarse verzet weg te nemen zonderconcessies te doen op de inhoud van het pakket?6. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet zich in voor een snelle aanname van een zosubstantieel mogelijk 21e sanctiepakket. Vanwege de vertrouwe-lijkheid kan niet worden ingegaan op lopende onderhandelingen.Volgens het kabinet moet dit pakket zich richten op het verderondermijnen van het Russische verdienvermogen op interna-tionale energiemarkten, het tegengaan van de schaduwvloot enhet financieel verder isoleren van Rusland.Deze leden zijn daarnaast van mening dat het 21e sanctiepakket eengemiste kans dreigt te worden zolang aluminiumoxide erbuiten blijft. Zijwijzen erop dat de Ierse fabriek Aughinish Alumina in het eerste kwartaalvan 2026 83 procent van haar productie naar Rusland exporteerde, dehoogste hoeveelheid sinds het begin van de oorlog, en dat dit aluminium-oxide via Siberische smelterijen in de Russische wapenindustrieterechtkomt en direct wordt gebruikt voor raketten en drones. Hoeweldeze leden zich sterk kunnen vinden in de Ierse agenda voor het voorzit-terschap, vinden zij deze aanhoudende export én de geprioriteerde steunaan Oekraïne moreel en beleidsmatig niet met elkaar te verenigen. Is hetkabinet bereid dit tijdens de RBZ nadrukkelijk aan de orde te stellen enIerland hier direct op aan te spreken? En is het kabinet bereid te pleitenvoor opname van aluminiumoxide in aankomende sanctiepakketten?7. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet zich doorlopend in voor het verzwaren van desancties tegen Rusland. Het kabinet is bereid in aanloop naar eenvolgend sanctiepakket te onderzoeken of en hoe het huidigesanctieregime aangescherpt kan worden om het verdienver-mogen van de Russische aluminiumsector verder te ondermijnenen zich in EU-verband hiervoor in te zetten.De leden van de D66-fractie hopen dat Nederland deze zomer concretestappen zet om de gevaarlijke Russische schaduwvloot op de Noordzeedaadwerkelijk te handhaven, zeker na recente bevindingen dat de dronesdie eind vorig jaar onder meer boven vliegbasis Volkel werden waarge-nomen, werden aangestuurd vanaf schepen die tot deze schaduwvlootbehoren. Kan het kabinet toelichten welke stappen op dit momentconcreet worden gezet? En op welke termijn verwacht het kabinetnationale wetgeving ter bevordering van de handhaving van de schaduw-vloot te kunnen presenteren?3Kamerstuk 36 045, nr. 300Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34594 8. Antwoord van het kabinetHet kabinet streeft ernaar de conceptwetgeving na de laatsteMinisterraad voor het zomerreces (van het Kabinet) ter adviseringvoor te leggen aan de Raad van State. De verwachting is dat snelna het zomerreces het wetsvoorstel aan uw Kamer kan wordenaangeboden. Er vinden reeds controles plaats in de Nederlandseexclusieve economische zone (EEZ) voortvloeiend uit de handha-vingstaken van de Kustwacht op het gebied van maritiemeveiligheid en de bescherming van (onderzeese) kritieke infra-structuur. Daarnaast wordt ook regelmatig gecontroleerd opverzekerings- en eigendomspapieren, vlaggenstaatregistraties enandere zaken. Over concrete operationele aanpak van deschaduwvloot kan ik op deze plek niet verder ingaan omwille vannationale veiligheidsoverwegingen.Naast fysieke handhaving vragen deze leden welke stappen het kabinetziet om veelgebruikte, of vals gebruikte, vlaggenstaten van de schaduw-vloot aan te spreken en te ontmoedigen. Ziet het kabinet iets in hetvoorstel voor een EU-risico-listing van landen waarvan transactiesgepaard gaan met een verhoogd risico op het faciliteren van de schaduw-vloot, naar voorbeeld van de bestaande EU-lijst voor witwassen enterrorismefinanciering? Een dergelijke lijst zou financiële instellingenkunnen waarschuwen en zo veelgebruikte vlaggenstaten kunnenontmoedigen, zo denken deze leden.9. Antwoord van het kabinetHet tegengaan van de schaduwvloot is voor het kabinet eenprioriteit. Dit gebeurt langs meerdere sporen, o.a. door gerichtesanctionering van betrokken schepen en ondersteunendeecosystemen, en door versterkte handhaving door kuststaten.Specifiek ten aanzien van de rol van vlagstaten zet Nederland inop het identificeren en adresseren van valse vlagregisters, hetaangaan van de dialoog met vlaggenstaten en vlagregisters enhet bevorderen dat deze landen en registers hun verantwoorde-lijkheid nemen ten aanzien van schaduwvlootschepen.Het tegengaan van de schaduwvloot is voor het kabinet van grootbelang, gezien de rol die de schaduwvloot speelt in het struc-tureel ondermijnen van sancties en het faciliteren van deRussische oorlogsmachine. Tegelijkertijd roept het voorstel vooreen formele hoogrisicolijst van vlaggenstaten verschillendebeleidsmatige en praktische bezwaren op.De meerwaarde van een aparte hoogrisicolijst is miniem. Erbestaan namelijk al internationale IMO-mechanismen voortoezicht op vlaggenstaten die wereldwijd toepasbaar zijn.Daarnaast kunnen binnen de EU individuele schepen op basis vanhun IMO-nummer worden gesanctioneerd. Met beide systemenwordt de beoogde doelgroep al omvat.Het voorstel moet bovendien worden bezien in het licht van dehuidige EU-inzet. EDEO en verschillende lidstaten zettenmomenteel in op diplomatieke samenwerking met vlaggenstatendie vatbaar zijn voor misbruik. Vlagstaten zijn zich niet altijdbewust dat hun vlagstaat wordt misbruikt. Er zijn daarommeerdere initiatieven om juist deze vlagstaten te helpen bewustevals gevlagde schepen te identificeren en indien mogelijk daaropTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34595 te handelen. Een formele EU hoogrisicolijst kan daarbij averechtswerken doordat deze als naming-and-shaming door de EU wordtervaren.Ook is de effectiviteit beperkt, omdat schaduwvlootschepenfrequent van vlag wisselen. Dit maakt dat een dergelijke lijstcontinu moet worden geactualiseerd en daarmee structureelachter de feiten dreigt aan te lopen.Een nieuw instrument kost daarnaast veel uitvoerings- enhandhavingscapaciteit voor een onzekere impact en minimaleverbetering. Gezien het grote belang dat het kabinet hecht aanhet tegengaan van de schaduwvloot, kiest het kabinet ervoor debeschikbare capaciteit zo gericht mogelijk in te zetten opmaatregelen die aantoonbaar bijdragen aan een effectieve aanpakvan de schaduwvloot.Het kabinet beziet daarbij alle opties die aantoonbare toege-voegde waarde kunnen hebben. Vooralsnog bestaat er geendraagvlak voor het instellen van een afzonderlijke EU hoogrisico-lijst voor vlagstaten.De leden van de D66-fractie zijn voorstander van een grotere Europese rolin de volgende onderhandelingsronde met Iran. Het Iraanse nucleaire enraketprogramma vormt ook een directe dreiging voor Europees grond-gebied, en Europese betrokkenheid zal essentieel zijn voor het welslagenvan welke economische afspraken dan ook die uit deze onderhandelingenvoortvloeien. Welke concrete stappen zet het kabinet, of is hetvoornemens te zetten, om deze grotere Europese rol te bewerkstelligen?10. Antwoord van het kabinetHet kabinet staat in voortdurend contact met de relevantepartijen over de ontwikkelingen ten aanzien van de onderhande-lingen. Nederland is voorstander van een diplomatieke oplossingvan het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran. Dat ziet hetkabinet uiteindelijk als de enige duurzame oplossing. Hierbij zalmoeten worden bezien wat de onderhandelingen over de verdereuitwerking van het MoU opleveren. Daarbij is van belang tebenoemen dat eventuele afspraken tussen de Verenigde Staten enIran niet direct eveneens zullen gelden voor de Europese Unie enIran. Indien de omstandigheden daarom vragen, zullen daaroverafzonderlijke afspraken tussen de EU en Iran nodig zijn.Deze leden maken zich zorgen over de Amerikaanse neiging om deaandacht voor democratische krachten en mensenrechtenschendingen inIran naar de achtergrond te laten verdwijnen. Voor deze leden is het vangroot belang dat de mensenrechtensituatie structureel onderdeel blijft vanieder gesprek met de Iraanse leiding. Kan het kabinet toezeggen zichhiervoor te blijven inzetten, en zijn huid duur te verkopen wanneer hetgaat om het signaleren van bereidheid tot sanctieverlichting? Deelt hetkabinet de opvatting dat te grote bereidwilligheid op dit punt een verkeerdsignaal afgeeft, zolang Iran geen aantoonbare stappen heeft gezet in hetterugdraaien van zijn nucleaire en raketprogramma?11. Antwoord van het kabinetDe EU voert een autonoom sanctiebeleid. Naast nucleairesancties kent de EU afzonderlijke sanctieregimes die zijn gerichtop de Iraanse UAV- en raketindustrie, militaire steun aan Rusland,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34596 destabiliserende activiteiten in de regio en mensenrechtenschen-dingen. Zolang Iran zich aan dergelijke gedragingen schuldigblijft maken en geen concrete verifieerbare stappen zet, ligtsanctieverlichting niet voor de hand en blijft Nederland demensenrechtensituatie in Iran, evenals de andere onderwerpen,hoog op de agenda houden.Deze leden vragen het kabinet opnieuw actief te pleiten voor eenEU-breed handelsverbod met illegale nederzettingen. Kan het kabinet delaatste stand van zaken geven van het door HV Kallas gevraagde overzichtvan handelsmaatregelen, en zet het zich in voor spoedige besluitvorminghierover tijdens deze Raad?12. Antwoord van het kabinetDe Commissie heeft de toegezegde opties en de door Nederlandaan de Commissie gevraagde beoordeling van de reikwijdte vankwesties die verband houden met de oorsprongsregels vanproducten uit de onrechtmatige nederzettingen zeer recentelijkmet EU-lidstaten gedeeld, het kabinet bestudeert deze vooraf-gaand aan de RBZ om een positie te kunnen bepalen.Deze leden herhalen eveneens dat Nederland voorstander is van hetopschorten van het handelsdeel van het associatieverdrag met Israël, envragen het kabinet te blijven inzetten op het vinden van een gekwalifi-ceerde meerderheid hiervoor. Het recente VN-rapport, waarin deOnafhankelijke Onderzoekscommissie concludeert dat Israël doelbewustPalestijnse kinderen heeft geviseerd en gedood, en waaruit blijkt dat Israëlvoor het derde jaar op rij op de VN-lijst voor ernstige schendingen tegenkinderen in gewapende conflicten staat, zou hiervoor wat deze ledenbetreft een nieuwe impuls moeten zijn. Deelt het kabinet die opvatting, enis het bereid dit rapport nadrukkelijk te betrekken bij de Nederlandse inzettijdens deze Raad?13. Antwoord van het kabinetNederland blijft zich inzetten voor het realiseren van draagvlakvoor EU-maatregelen, waaronder het gedeeltelijk opschorten vanhet handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Momenteelis hier geen draagvlak voor. De situatie op de grond blijft voor denoodzaak van maatregelen leidend, waaronder ook het schrij-nende beeld dat naar voren komt uit het VN-rapport.Deze leden pleiten daarnaast voor meer eenheid in het beleid van deEuropese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden tenaanzien van Israël. Zij constateren met zorg dat Israël na vermeendekritische uitspraken van HV Kallas geen contact meer met haar wil, terwijlEurocommissaris Sˇuica kort daarna wél welkom was voor een bezoek.Wat deze leden betreft verdient een strengere lijn de voorkeur bovenwarme bezoeken die weinig druk of resultaat opleveren. Hoe kijkt hetkabinet hiernaar, en is het bereid te pleiten voor een meer uniforme,duidelijke opstelling van de Commissie en de EDEO?14. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft kennisgenomen van deze ontwikkelingen. Hetkabinet onderstreept het belang van dialoog, ook door vertegen-woordigers van de EU. Dialoog is zowel in het belang van Israëlals de EU.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34597 De EU heeft opgeroepen tot terugtrekking van alle troepen uit Libaneesgrondgebied en het ontwapenen van niet-statelijke gewapende groepen.Hoe kijkt het kabinet naar de volgordelijkheid van deze afspraken, zovragen deze leden? Voorts vragen deze leden hoe Nederland aankijkttegen een eventuele EU-missie ter ondersteuning van het Libanese legerna het vertrek van UNIFIL eind 2026. Is het kabinet bereid hieraan bij tedragen, en zo ja, onder welke voorwaarden?15. Antwoord van het kabinetNederland verwelkomt de getekende kaderovereenkomst tussenLibanon en Israël. Dit is een belangrijke stap in het diplomatiekeproces naar duurzame vrede en stabiliteit, en het herstellen vande Libanese soevereiniteit en territoriale integriteit.Nederland onderstreept het belang van duurzame vrede enstabiliteit in Libanon. De gesprekken over de toekomst vanUNIFIL na het aflopen van het mandaat in 2027 zijn gaandebinnen de VN Veiligheidsraad. Het kabinet volgt deze gesprekkennauwgezet en wacht op concrete voorstellen.De leden van de D66-fractie vinden het van belang dat de EuropeseVeiligheidsstrategie realistisch is over de veranderende rol van deVerenigde Staten. Deze leden menen dat het verder operationaliseren vanartikel 42.7 VEU onderdeel moet zijn van iedere Europese veiligheidsstra-tegie, en hechten eraan dat versneld wordt gewerkt aan commandostruc-turen waaronder Europese krijgsmachten zo nodig ook onafhankelijk vande Verenigde Staten kunnen opereren. Ziet het kabinet ruimte om dezethematiek te laten terugkomen in de Europese Veiligheidsstrategie, en ishet bereid zich hiervoor in te zetten?16. Antwoord van het kabinetHet kabinet ziet de NAVO als hoeksteen van de collectieveafschrikking en verdediging. Verdere operationalisering vanartikel 42.7 VEU kan de afschrikking en verdediging van de NAVOversterken, bijvoorbeeld op het terrein van civiele bijstand,sancties en hybride dreigingen. Zoals in het Strategisch Kompas(2022) overeengekomen is het wenselijk om deEU-commandostructuren te versterken, met name het militairplannings- en uitvoeringsvermogen.Daarnaast zijn deze leden voorstander van hervorming van de VerenigdeNaties, waaronder de VN-Veiligheidsraad, om deze effectiever enrepresentatiever te maken voor de huidige mondiale verhoudingen. Is hetkabinet bereid zich hiervoor actief in te zetten, zowel in de aanloop naarde 81e zitting van de Algemene Vergadering als daarna?17. Antwoord van het kabinetJa. Hervorming van de VN vormt één van de hoofdthema’s van deKoninkrijksinzet voor de 81e zitting van de Algemene Verga-dering, en het kabinet zet zich daar actief voor in – zowel in deaanloop naar de zitting als gedurende het zittingsjaar. HetKoninkrijk hecht hieraan omdat alleen een effectievere enrepresentatievere VN een platform kan zijn dat de veiligheid,welvaart en waarden van mensen wereldwijd helpt beschermen –in Nederland en daarbuiten. Het Koninkrijk steunt daarom hetVN80-initiatief van de secretaris-generaal en zet zich in voor deuitvoering ervan, ook door erop aan te dringen dat de nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34598 secretaris-generaal de hervormingsprioriteiten van de lidstatenvoortvarend ter hand neemt. Uw Kamer ontvangt na het zomer-reces een Kamerbrief met de inzet van het Koninkrijk voor de 81ezitting van de Algemene Vergadering.Het Koninkrijk zet zich in Benelux-verband actief in voorhervorming van de VN-Veiligheidsraad (VNVR) via de Intergovern-mental Negotiations on the question of equitable representationon and increase in the membership of the Security Council andother matters related to the Council (IGN). Gedurende het 80ezittingsjaar vervulde het Koninkrijk daarin een actieve, leidendeen zichtbare rol, waarmee ook invulling werd gegeven aan demotie Ceder c.s. over het pleiten voor hervorming van deVN-Veiligheidsraad (Kamerstuk 26 150, nr. 231). Het Koninkrijkwerd voor AVVN80, samen met Koeweit, aangesteld alsco-voorzitter van het IGN-proces. De co-voorzitters engageerdenop transparante, open en inclusieve wijze met het geheleVN-lidmaatschap en presenteerden onder meer een compromis-voorstel over vaste regionale zetels, om de uiteenlopendeposities over de vormgeving van een hervormde VNVR dichter bijelkaar te brengen. Het Koninkrijk zal zich ook in aanloop naar engedurende AVVN81 actief inzetten voor hervorming van deVNVR.De leden van de D66-fractie zien de beantwoording van deze vragen metbelangstelling tegemoet.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Zij hebbenhiertoe nog de volgende vragen en opmerkingen.Deze leden onderschrijven het belang van brede en voortgezette steunaan Oekraïne en steunen de inzet van het kabinet om de druk op Ruslandverder op te voeren, onder meer via sancties en de aanpak van deschaduwvloot.Wat betreft het 21ste sanctiepakket vragen deze leden de Minister naar destand van zaken en de verwachte inhoud hiervan. Kan de Ministeraangeven welke concrete maatregelen het kabinet in dit pakket wilopnemen om de Russische oorlogsmachine verder financieel te isoleren?18. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet zich in voor zo spoedig mogelijk aanname vaneen substantieel 21esanctiepakket. Wat het kabinet betreft moetdit pakket zich richten op het verder ondermijnen van hetRussische verdienvermogen op internationale energiemarkten,het tegengaan van de schaduwvloot en het financieel verderisoleren van Rusland.In het bijzonder vragen deze leden, onder verwijzing naar de aangenomenmotie van het lid Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 21 501–02, nr. 3407), op welkewijze het kabinet in Europees verband het voortouw neemt om de exportvan aluinaarde en aluminium naar Rusland via internationale ketenseffectief aan banden te leggen. Het is voor de leden van de VVD-fractievolstrekt onaanvaardbaar dat Europese bedrijven via deze indirectehandelsroutes nog steeds bijdragen aan het draaiende houden van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 34599 Russische oorlogsmachine. Wordt deze specifieke grondstoffenrestrictiemeegenomen in de onderhandelingen over het 21ste sanctiepakket?19. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet zich doorlopend in voor het verzwaren van desancties tegen Rusland. Het kabinet is bereid in aanloop naar eenvolgend sanctiepakket te onderzoeken of en hoe het huidigesanctieregime aangescherpt kan worden om het verdienver-mogen van de Russische aluminiumsector verder te ondermijnenen zich in EU-verband hiervoor in te zetten.De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat de effectiviteit vansancties staat of valt met een slagvaardige uitvoering en handhaving. Indat kader zijn deze leden grote voorstanders van het oprichten van eenkrachtige Europese sanctieautoriteit naar het model van het AmerikaanseOFAC. Een dergelijke centrale instelling kan bijdragen aan het snelleropleggen van sancties die doelgerichter en moeilijker te omzeilen zijn. Zijachten het van groot belang dat de versnippering van toezicht over 27afzonderlijke lidstaten wordt doorbroken en handhavingsexpertiseeffectief wordt gebundeld. Zolang een dergelijke autoriteit echter nog nietbestaat, vragen deze leden de Minister welke mogelijkheden hij wél zietvoor het verdiepen van de informatiedeling tussen Europese overhedenen diensten. Is er op dit moment bijvoorbeeld informatie waar handha-vingsinstanties, zoals de Nederlandse Douane, nog onvoldoende toegangtoe hebben en die hen in de praktijk zou kunnen helpen om mazen in hetnet sneller en effectiever te dichten?20. Antwoord van het kabinetDe effectiviteit van EU-sancties staat of valt met een goede(nationale) uitvoering en handhaving. Daarom moderniseert hetkabinet de Sanctiewet, zijn extra structurele middelenbeschikbaar gesteld aan uitvoeringsorganisaties en zet hetkabinet zich in voor versterkte Europese samenwerking hierop.Sinds 2022 zijn op Europees niveau verschillende verbeteringendoorgevoerd, zoals stevigere grondslagen voor gegevensdeling inde sanctieverordeningen en de oprichting van een nieuw platformvoor gegevensuitwisseling tussen de Europese Commissie en delidstaten. Ook weten uitvoeringsorganisaties elkaar in de praktijkgoed te vinden: zo heeft de Douane recent, in samenwerking metandere douanediensten en Europol, een omvangrijke actie tegensanctieomzeiling uitgevoerd.Ondanks deze stappen ziet het kabinet ruimte voor verderesamenwerking. Dat geldt zowel voor de concrete verbeterpuntendie zijn opgenomen in het Nederlandse non-paper over hetversterken van de Europese samenwerking4, als voor demogelijke oprichting van een Europese sanctie-instelling. Eendergelijke instelling zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen bijrisico-identificatie, samenwerking en gegevensdeling en bij hettoezicht op een goede implementatie van sancties in de lidstaten.Het kabinet verkent – conform coalitieakkoord – de mogelijketaken en inrichting van een dergelijke sanctie-instelling.De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland zich internationaalheeft ontwikkeld tot een koploper op het gebied van dronetechnologie ende inzet van drones ten behoeve van Oekraïne. Deze leden zijn van4Kamerstuk 2024D45715Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345910 mening dat deze voortrekkersrol verder kan worden uitgebouwd. Ziet deMinister mogelijkheden om de Nederlandse dronecapaciteit en -productieverder op te schalen, ook in samenwerking met andere lidstaten, en is hijbereid zich hiervoor tijdens de Raad in te zetten?21. Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt de constatering dat de Nederlandse drone-sector zich in rap tempo ontwikkelt én daarmee concreet verschilmaakt in de steun aan Oekraïne tegen de Russische agressie.Nederland heeft met het Actieplan ProductiezekerheidOnbemenste Systemen een concreet plan om verder te ontwik-kelen en op te schalen5. Uit dit plan vloeit ook ons leiderschap (insamenwerking met Letland, Kroatië, Denemarken en Spanje) inde Priority Capability Area (PCA) drones & counterdrones voort.Het Ministerie van Defensie en het Ministerie van BuitenlandseZaken werken hecht samen om deze voortrekkersrol verder uit tebouwen, zoals we in de Defensie Strategie voor Industrie enInnovatie hebben uiteengezet.In het verlengde hiervan pleit de VVD-fractie nadrukkelijk voor hetopenbreken van de gesloten nationale defensiemarkten in Europa. DeNederlandse defensie-industrie loopt nu nog te vaak vast op protectio-nisme van andere lidstaten. Een slagvaardige Europese defensie-industrievereist juist specialisatie en de bereidheid om de beste capaciteiten vanelkaar af te nemen. Deelt de Minister deze analyse?22. Antwoord van het kabinetHet kabinet deelt deze analyse.In dat licht maken deze leden zich grote zorgen over de protectionistischekoers rondom het Europese defensiefonds SAFE (Security Action forEurope). Mede door stevige Franse lobby zijn eisen gesteld waardoorBritse defensiebedrijven deels worden buitengesloten, met als gevolg datvitale gezamenlijke projecten – zoals de productie van Storm Shadow-raketten door MBDA – financiering mis kunnen lopen. De leden van deVVD-fractie achten dit een onverstandige gang van zaken. Om als NAVO tekunnen groeien en Europa veilig te houden, hebben we de Britsedefensie-industrie en grensoverschrijdende toeleveringsketens keihardnodig. Kan de Minister aangeven hoe hij zich in Europa gaat verzettentegen dit soort contraproductief protectionisme en zich wél hard gaatmaken voor het structureel betrekken van Europese NAVO-bondgenotenzoals het Verenigd Koninkrijk bij Europese defensie-initiatieven?23. Antwoord van het kabinetNederland zet zich consequent in voor voldoende openheid voorderde landen van EU-instrumenten op het gebied van defensie-industrie. Mede dankzij deze inzet bestaat er bij hetSAFE-instrument, en ook bij de Ukraine Support Loan, demogelijkheid om een akkoord te sluiten met derde landenwaarmee de EU een veiligheids- en defensiepartnerschap heeft,om hun industrie ruimere toegang te geven tot betreffendeinstrumenten. Deze mogelijkheid bestaat daarmee ook voor hetVK. Nederland blijft zich inzetten voor het afsluiten van derge-lijke overeenkomsten met het VK en andere belangrijke partner-landen. Ook in de lopende onderhandelingen voor het Europees5Kamerstuk 27 830, nr. 511Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345911 concurrentievermogenfonds onder het volgende meerjarigfinancieel kader pleit Nederland steevast voor voldoende toegangvoor de industrie uit derde landen.De leden van de VVD-fractie constateren dat zich rond de steun aanOekraïne inmiddels een kopgroep van gelijkgestemde landen heeftgevormd. Deze leden zijn van mening dat deze samenwerking verdermoet worden verdiept, onder meer op het gebied van gezamenlijkedefensie-industrie, droneontwikkeling, productiecapaciteit en gezamen-lijke inkoop. Hoe zet het kabinet zich ervoor in om deze kopgroepstructureler vorm te geven? Welke lidstaten ziet de Minister als de meestlogische partners? En hoe voorkomt het kabinet dat besluitvormingbinnen de EU de slagkracht van deze samenwerking beperkt?24. Antwoord van het kabinetHet kabinet onderzoekt doorlopend mogelijkheden om metgelijkgestemde partnerlanden binnen en buiten de EU samen tewerken op het gebied van defensie-industrie en gezamenlijkeaankoop. Het kabinet acht het van belang om dit soort samenwer-kingsverbanden flexibel vorm te geven; voor iedere soortindustrie- of materieelsamenwerking zijn weer andere landen demeest opportune samenwerkingspartners. In het algemeen geldtdat het kabinet met de landen die veel steun aan Oekraïneverlenen intensivering van de samenwerking in deze domeinennastreeft. EU-instrumenten kunnen dit soort samenwerkingsver-banden bevorderen via coördinatie en financiering.Deze leden wijzen tot slot op de rol van Belarus in het faciliteren van deRussische agressieoorlog. Deze leden zijn van mening dat de sanctiestegen president Loekasjenko en andere functionarissen onverminderd vankracht moeten blijven en waar nodig dienen te worden aangescherpt. Isde Minister bereid om tijdens te Raad te pleiten voor aanvullende sanctiestegen Belarus? Welke stappen zet de EU daarnaast om de handhaving vansancties door lidstaten te verbeteren en omzeiling via derde landen tegente gaan?25. Antwoord van het kabinetBelarus blijft een belangrijke faciliterende rol spelen in deRussische agressieoorlog tegen Oekraïne. Het kabinet is daaromvan mening dat de druk op het Belarussische regime gehandhaafdmoet blijven. Tijdens de aankomende Raad zal het kabinet weeraandacht vragen voor aanvullende sancties tegen Belarus.Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilenvan sancties. Zo kunnen bijvoorbeeld goederen zondermedeweten van EU producenten onder valse voorwendselen viaderde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ookkunnen adressen in derde landen worden gebruikt om goederenuit de EU via Rusland door te voeren naar derde landen. Inwerkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij hetomzeilen van EU-sancties met EU-goederen kunnen zij op bijlageIV van de sanctieverordening worden geplaatst. Daardoor wordener bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen dezeentiteiten volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er eenvolledig verbod op zakendoen. Daarnaast kunnen onder hetlandenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productca-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345912 tegorieën naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezantDavid O’Sullivan bezoekt regelmatig landen om te spreken oversanctie-omzeiling en betrokken landen waar nodig hierop aan tespreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan alsstandaard onderdeel van de gespreksonderwerpen op alleniveaus.Deze leden benadrukken ook dat de vrije doorvaart door de Straat vanHormuz van cruciaal belang is voor de internationale energiezekerheid ente allen tijde gewaarborgd moet blijven, conform het internationaalzeerecht. Welke stappen onderneemt de EU, naast diplomatieke druk, omde vrije doorvaart daadwerkelijk te garanderen?26. Antwoord van het kabinetVoor het kabinet blijft het essentieel dat de vrije doorvaart doorde Straat van Hormuz snel en volledig wordt hersteld. Hiertoetrekt Nederland samen op met Europese partners6 en onderhoudtNederland nauwe contacten met andere internationale partners.Voorts speelt de EU een leidende rol op het gebied van sanctiesen exportbeperkingen tegen Iran. Hierbij wordt samenwerkinggezocht met andere internationale partners. Daarnaast zijnverschillende EU-lidstaten, waaronder Frankrijk en Nederland,nauw betrokken bij de Hormuz-coalitie. Volgend op een Neder-lands initiatief met vier andere lidstaten om de mogelijkheid tecreëren tot EU sancties op het gebied van vrije doorvaart, is hetIran UAV/raketsanctieregime uitgebreid met deze mogelijkheid enzijn hieronder inmiddels drie listings aangenomen.De leden van de VVD-fractie roepen op tot het voorkomen van verdereescalatie in de regio en onderstrepen dat de Europese Unie hierbij eenactieve rol dient te spelen. Voor een duurzame vrede is het essentieel datde terreurbewegingen die bij blijven dragen aan destabilisatie in de regioaan worden gepakt. Deze leden missen in de geannoteerde agenda deurgentie op het gebied van terrorismebestrijding. Zij vragen de Ministerwelke concrete stappen het kabinet tijdens de Raad zal zetten om inEU-verband de druk op te voeren voor aanvullende sancties tegenterreurorganisaties zoals Hamas, de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) enIS (Islamitische Staat).27. Antwoord van het kabinetHet kabinet onderstreept consistent dat Hamas een terroristischeorganisatie is die de wapens moet neerleggen en geen rol magspelen in het toekomstige bestuur van de Gazastrook. Hetkabinet zet zich bovendien consistent in voor aanvullendesancties tegen Hamas en PIJ.De leden van de VVD-fractie nemen kennis van het implementatierapportvan de HV en de Commissie inzake de Zwarte Zee. Deze leden onder-schrijven het belang van deze regio voor de Europese veiligheid enenergiediversificatie en zien met name kansen op het gebied van hetmijnenvrij maken van vaarroutes, de bescherming van onderzeeseinfrastructuur, en het versterken van energieconnectiviteit tussenCentraal-Azië en Europa als alternatief voor Russische aanvoer. Kan de6Zie o.a. het Joint Leaders» Statement on the US-Iran peace deal d.d. 14 Juni 2026: https://www.government.nl/documents/2026/06/16/joint-e4-leaders-statement-on-the-us-iran-peace-dealTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345913 Minister aangeven welke concrete resultaten dit implementatierapportlaat zien op de genoemde punten, en welke vervolgstappen wordenvoorzien richting de bijeenkomst tussen Ministers van de ZwarteZee-regio en Centraal-Azië?28. Antwoord van het kabinetMede vanwege de voortdurende Russische aanvallen op Oekra-ïense havens en andere infrastructuur is het bevorderen vanveiligheid, stabiliteit en weerbaarheid in de regio een belangrijkepijler onder de Zwarte Zee-strategie. De voorgenomen oprichtingvan een hub voor maritieme veiligheid (Black Sea MaritimeSecurity Hub) draagt bij aan meer regionale kennis en capaci-teiten bij het tegengaan van diverse maritieme bedreigingen,bijvoorbeeld tegen infrastructuur. Wat betreft connectiviteit heeftde Europese Commissie stappen gezet om te komen tot deoprichting van een platform gericht op het versterken vancoördinatie en samenwerking inzake de Middle Corridor metlanden in de Kaukasus en Centraal-Azië.Zij achten het positief dat tijdens deze Raad aandacht wordt besteed aande humanitaire aspecten van de Russische agressie tegen Oekraïne, in hetbijzonder de situatie van burgergevangenen. Deze leden vragen in hetbijzonder naar de situatie van drie OVSE-medewerkers die al vier jaargevangen worden gehouden door de Russen. Is er iets dat de EU of deCommissie kan doen om hun zaak te bepleiten?29. Antwoord van het kabinetDe situatie van de drie gevangen OVSE-medewerkers, VadymGolda, Maxim Petrov en Dmytro Shabanov, staat hoog op deagenda van het kabinet, OVSE-deelnemende staten en de OVSEzelf. Het is van groot belang dat de internationale gemeenschapdeze zaak blijft agenderen en onder de aandacht houdt.De huidige Voorzitter, de Zwitserse Minister van BuitenlandseZaken Cassis, en de Secretaris-Generaal van de OVSE reisden op6 februari jl. af naar Moskou om onder meer dit onderwerp tebespreken. Ook in EU-verband wordt de situatie van de drieOVSE-medewerkers structureel aan de orde gesteld. De EUspreekt Rusland herhaaldelijk aan op vrijlating van alle illegaalgedetineerde burgers in Rusland en de drie gevangenOVSE-medewerkers, onder meer via wekelijkse verklaringen in deOVSE Permanente Raad en andere relevante fora.Nederland heeft Rusland meermaals opgeroepen tot de onmiddel-lijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de drieOVSE-medewerkers en zal druk blijven zetten, zowel via diploma-tieke als politieke inspanningen. Zo heeft het kabinet tijdens deOVSE Parlementaire Assemblee in Den Haag opnieuw opgeroepentot hun vrijlating. Nederland zal dit ook blijven doen in deOVSE-Ministeriële Raad, zolang dit nodig is. Op die manier houdtNederland, samen met de EU, dit onderwerp consequent op deagenda en blijft het kabinet zich maximaal inzetten voor devrijlating van deze medewerkers.Deze leden delen de zorgen over de toename van het aantal burgerslacht-offers en de berichten over marteling en mishandeling van burgergevan-genen. Welke rol ziet de Minister voor de EU in het garanderen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345914 terugkomst van Oekraïense burgergevangenen die door Rusland wordenvastgehouden?30. Antwoord van het kabinetDe EU roept, net als Nederland, in verschillende fora Rusland opom misstanden tegen burgers te staken. Zo vraagt Nederland,mede als co-voorzitter van de «Group of Friends of Accounta-bility following the Aggression against Ukraine» in VN-verbandaandacht voor deze Russische misstanden. Daarnaast draagtNederland ook financieel bij aan verschillende organisaties omopsporing en berechting van Russische internationale misdrijvenin en tegen Oekraïne zoveel mogelijk veilig te stellen.En is de Minister bereid om ook de mentale gezondheidszorg voorOekraïners, waaronder teruggekeerde soldaten, vrouwen en kinderen,onder de aandacht te brengen binnen de EU-steun aan Oekraïne?31. Antwoord van het kabinetJa, de mentale gezondheidszorg voor Oekraïners is een belangrijkonderdeel van zowel de Nederlandse als de EU-steun aanOekraïne. Nederland zal hier aandacht voor blijven vragen binnende EU-steun aan Oekraïne.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Dezeleden hebben nog enkele vragen.De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland andere EU-lidstaten zalwijzen op het belang van substantiële bilaterale steun aan Oekraïne.Welke lidstaten leveren op dit moment volgens het kabinet duidelijkminder dan zij zouden kunnen leveren? Is de Minister bereid dit inEU-verband scherper te benoemen?32. Antwoord van het kabinetNederland staat in de top vijf van landen die steun aan Oekraïneleveren. Nederland bevindt zich hier in goed gezelschap, vanonder meer de Noord-Europese landen en Duitsland, maar zou degroep van landen die significante steun leveren natuurlijk graagverder uitgebreid willen zien. Grote financiële steunpakkettenvanuit de EU, zoals de EU-steunlening van EUR 90 mld., wordengegarandeerd via de EU-begroting, waardoor lidstaten naar ratogarant staan. Dit is een goed voorbeeld van eerlijke lastenver-deling. De leningen alleen zijn echter niet genoeg om alle nodenvan Oekraïne te dekken. Bilaterale steun blijft dus ook vanbelang. Het kabinet doet geen uitspraken over de specifieke(militaire) steuninzet van internationale partners. Nederland zalzich actief blijven inzetten voor een verbeterde lastenverdelingvan de steun aan Oekraïne, waaronder in bilaterale gesprekkenen in EU-verband.De leden van de CDA-fractie vragen hoe Nederland de handhaving vansancties wil versterken. Welke rol spelen derde landen bij het omzeilenvan sancties? Welke landen spreekt Nederland hierop aan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345915 33. Antwoord van het kabinetDerde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilenvan sancties. Zo kunnen bijvoorbeeld goederen zondermedeweten van EU producenten onder valse voorwendselen viaderde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ookkunnen adressen in derde landen worden gebruikt om goederenuit de EU via Rusland door te voeren naar derde landen. Inwerkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij hetomzeilen van EU-sancties met EU-goederen kunnen zij op bijlageIV van de sanctieverordening worden geplaatst. Daardoor wordener bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen dezeentiteiten volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er eenvolledig verbod op zakendoen. Daarnaast kunnen onder hetlandenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productca-tegorieën naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezantDavid O’Sullivan bezoekt regelmatig landen om te spreken oversanctie-omzeiling en betrokken landen waar nodig hierop aan tespreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan alsstandaard onderdeel van de gespreksonderwerpen op alleniveaus.Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederland het belang vanoutreach naar het mondiale zuiden wil benadrukken. Dat is terecht,aangezien Rusland actief desinformatie verspreidt over de oorlog,sancties, voedselzekerheid en energieprijzen. Hoe wil het kabinet landenin Afrika, Azië en Latijns-Amerika overtuigen dat Rusland de agressor isen dat steun aan Oekraïne ook in hun belang is?34. Antwoord van het kabinetVrijwel alle landen in de wereld erkennen dat Rusland de agressoris in de Russische oorlog tegen Oekraïne. Dit blijkt uit destemmingen in de VN en uit bilaterale gesprekken die leden vanhet kabinet met een grote diversiteit aan landen in de wereldvoeren. Moeilijker is het om alle landen buiten Europa teovertuigen dat steun aan Oekraïne ook in hun eigen belang is.Deels omdat de oorlog voor sommige landen letterlijk enfiguurlijk ver weg is. Deels ook omdat sommige landen nogsteeds lucratieve handelsrelaties met Rusland hebben en/ofgevoelig zijn voor de desinformatiecampagnes vanuit hetKremlin. In alle gesprekken met collega’s uit Afrika, Azië enLatijns-Amerika beklemtoont het kabinet dat een duurzame vredein Oekraïne voor alle landen ter wereld van groot en gedeeldbelang is. De Russische invasie in en bezetting van delen vanOekraïne is immers een grove inbreuk op het Handvest van deVerenigde Naties, dat ons allen verenigt en bindt. Grenzen mogenniet met geweld worden gewijzigd. Agressie mag niet onbestraftblijven. Daarbij wijst het kabinet op de bereidheid van Oekraïneom vergaande concessies te doen, en het nog steeds ontbrekenvan enige wil daartoe van Rusland. Nederland probeert hierbij zoveel mogelijk op te trekken met andere EU-lidstaten en onzeboodschappen te synchroniseren.De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat tijdens het informeleontbijt aandacht is voor humanitaire aspecten van de Russische agressieen voor burgergevangenen. Deze leden vragen het kabinet wat NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345916 concreet doet voor Oekraïense burgergevangenen en hun families. Wordter gewerkt aan betere registratie, opsporing en internationale druk opRusland?35. Antwoord van het kabinetNederland steunt het Internationale Comité van het Rode Kruis(ICRC). Zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht, heeft hetICRC het mandaat om onder meer krijgsgevangenen en ookburgers die als gevolg van een conflict gevangen wordengehouden te bezoeken, vermisten op te sporen en families teherenigen. Nederland geeft flexibele ongeoormerkte steun aanICRC voor hun werk wereldwijd. Bovendien wordt in verband metde oorlog in Oekraïne extra steun gegeven (sinds 2.022 EUR 33,5mln) die door ICRC worden ingezet voor de humanitaire responsin verband met de oorlog en voor het werk van het speciale ICRCCentral Tracing Agency for the international armed conflictbetween the Russian Federation and Ukraine (Centrale Opspo-ringsbureau voor het internationale gewapende conflict tussen deRussische Federatie en Oekraïne), dat het hiervoor genoemdemandaat uitvoert.Welke rol ziet de Minister voor het Rode Kruis, de VN en andere interna-tionale organisaties?36. Antwoord van het kabinetZie vraag 35.De leden van de CDA-fractie steunen nieuwe sancties tegen Hamas enPalestijnse Islamitische Jihad. Welke personen, financiers en netwerkenwil Nederland op de sanctielijst krijgen? Wordt hierbij ook gekeken naarfondsenwerving en beïnvloeding in Europa?37. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet zich doorlopend in voor aanvullende sanctiestegen Hamas en PIJ. Vanwege de vertrouwelijkheid van dezediscussies en de effectiviteit van het sanctie-instrument kunnenechter geen uitspraken worden gedaan over specifieke sanctie-voorstellen of lopende onderhandelingen omtrent sancties binnende EU.Deze leden vragen of de Minister bereid is in EU-verband aan te dringenop concrete en meetbare afspraken over humanitaire toegang tot Gaza.Denk aan aantallen vrachtwagens, toegangsroutes, bescherming vanhulpverleners en onafhankelijke monitoring.38. Antwoord van het kabinetNederland bepleit zowel bilateraal als in EU-verband dat Israëlveilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegangvoor professionele hulporganisaties, zoals de Verenigde Naties,de Rode Kruis en Rode Halve Maan-beweging, moet faciliteren totde Gazastrook. Dit is recent nog gedaan op 2 juli jl. in hetgesprek tussen de Minister van Buitenlandse Zaken en deIsraëlische Minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Saar.Momenteel is de toegang tot de Gazastrook onvoldoende, enkampen hulporganisaties op aanhoudende belemmeringen voorhet leveren van hulp, terwijl het werk van deze organisatiesonmisbaar is. Nederland, en de EU, roepen Israël consequent opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345917 de afspraken uit het staakt-het-vuren, waaronder opening vangrensovergangen, na te komen.Zij maken zich ook grote zorgen over de situatie op de WestelijkeJordaanoever. Toenemend kolonistengeweld en uitbreiding van illegalenederzettingen ondermijnen de kans op vrede. Welke aanvullendesancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties liggen nuconcreet op tafel? De steun van welke lidstaten is nodig om hier vervolg-stappen in te kunnen zetten?39. Antwoord van het kabinetNederland blijft een voortrekkersrol spelen in het sanctionerenvan gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Ook steunt hetkabinet sancties tegen de extremistische Ministers Ben-Gvir enSmotrich. Zoals bekend in uw Kamer werkt het kabinet aan eenaanvullend pakket aan sancties. Hierbij worden alle relevantemoties van uw Kamer in acht genomen. Het kabinet kan nietvooruit lopen op de inhoud van deze sancties en doet geenuitspraken over posities van andere EU-lidstaten.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad spreekt over mogelijkehandelsmaatregelen en oorsprongsregels voor producten uit illegalenederzettingen. Kan de Minister uitleggen welke opties de Commissieprecies voorbereidt? Hoe zorgt Nederland dat consumenten en bedrijvenniet onbedoeld bijdragen aan illegale nederzettingen?40. Antwoord van het kabinetZie het antwoord op vraag 12 voor wat betreft mogelijke handels-maatregelen op EU-niveau. Daarnaast wil het kabinet voorkomendat Nederlandse consumenten en bedrijven met (economische)activiteiten bijdragen aan het in stand houden van onrechtmatigenederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Daartoe draagthet kabinet sinds juli 2025 het ontmoedigingsbeleid actief uit opde websites van de RVO en de Nederlandse ambassade in TelAviv, en heeft het twee voorlichtingssessies voor bedrijvengeorganiseerd. Ook omtrent de nationale maatregelen omproducten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen teweren van de Nederlandse markt, werkt het kabinet actief aanhet informeren van consumenten en bedrijven, onder andere vianieuwsberichten op de website van de Rijksoverheid en eenaparte webpagina bij de RVO.De leden van de CDA-fractie delen de zorgen over de situatie in Libanon.De soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon moeten wordengerespecteerd. Tegelijk moeten gewapende groepen de Libanese staatniet verder ondermijnen. Welke rol ziet de Minister voor de EU bijversterking van de Libanese staat, het leger en humanitaire hulp?41. Antwoord van het kabinetNederland steunt de inzet van de EU voor de soevereiniteit enterritoriale integriteit van Libanon, en voor de veiligheid vanLibanese burgers. Nederland heeft de afgelopen jaren bilateraalen via de VN bijgedragen aan de ondersteuning en capaciteits-opbouw van het Libanese leger. Nederland ziet het Libanese leger(LAF) als een belangrijke pijler voor duurzame vrede en regionalestabiliteit. Nederland verwelkomt in dat kader ook inspanningenvan de EU om de LAF en andere belangrijke Libanese overheidsin-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345918 stituties te versterken, waaronder de steun via de EuropeseVredesfaciliteit en de EUR 100 miljoen die de EU heeft gemobili-seerd voor humanitaire hulp aan Libanon.Italië en Frankrijk hebben onlangs gepleit om na het aflopen van deVN-vredesmissie UNIFIL een nieuwe vredesmacht op te zetten inLibanon.7 De leden van de CDA-fractie vragen wat het standpunt van hetkabinet is in deze discussie. Vindt het kabinet dat de missie op dezelfdemanier, met hetzelfde mandaat, voortgezet zou moeten worden?42. Antwoord van het kabinetNederland onderstreept het belang van duurzame vrede enstabiliteit in Libanon. De gesprekken over de toekomst vanUNIFIL na het aflopen van het mandaat in 2027 zijn gaandebinnen de VN Veiligheidsraad. Het kabinet volgt deze gesprekkennauwgezet en wacht op concrete voorstellen.De leden van de CDA-fractie lezen dat en marge van de Raad eenbijeenkomst van de Palestine Donor Group plaatsvindt. Wat is deNederlandse inzet bij deze bijeenkomst? Wordt bijvoorbeeld gesprokenover hervorming van de Palestijnse Autoriteit, corruptiebestrijding,onderwijs, veiligheid en basisvoorzieningen?43. Antwoord van het kabinetDe bijeenkomst van de Palestine Donor Group zal in het tekenstaan van de hervormingsagenda van de Palestijnse Autoriteit(PA) en over de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie 2803,inclusief de wederopbouw van Gaza. Nederland verwelkomt dehervormingsagenda van de PA, en zal de PA aanmoedigen methervormingen door te gaan, specifiek op het gebied van gevange-nenbetalingen en schoolboeken. Nederland zal onderstrepen dateen sterke en hervormde PA een noodzakelijke vereiste is voortoekomstige Palestijnse staat. De financiële situatie van dePalestijnse Autoriteit (PA) bevindt zich op een historischdieptepunt, onder meer doordat Israël belastinginkomstenachterhoudt en de banking waiver niet duurzaam wordt verlengd.In dit kader zal Nederland ook aankondigen EUR 5 mln. bij tedragen aan het Europese PEGASE programma.PEGASE is het belangrijkste EU-instrument voor directe finan-ciële (begrotings)steun aan de PA. Het mechanisme werd in 2008opgericht ter ondersteuning van de tweestatenoplossing en deversterking van democratisch bestuur en is inmiddels uitgegroeidtot een belangrijk instrument voor het bevorderen en monitorenvan hervormingen.Ook vindt een EU-GCC bijeenkomst plaats. De leden van de CDA-fractievragen welke rol de Minister ziet voor de Golfstaten bij humanitaire hulp,Hi K, regionale veiligheid en druk op Hamas en Iran. Komen dezeonderwerpen aan de orde tijdens de EU-GCC-bijeenkomst?7BNR Nieuwsradio. (2026, 25 juni). Italië en Frankrijk willen nieuwe UNIFIL-vredesmissie inLibanon. https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10604360/italie-en-frankrijk-willen-nieuwe-unifil-vredesmissie-in-libanonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345919 44. Antwoord van het kabinetDe Golfstaten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan destabiliteit in de regio. Nederland verwelkomt hun inzet op hetgebied van humanitaire hulp aan Gaza en ziet daarnaast eenbelangrijke rol voor de Golfstaten bij het ondersteunen vanvroegtijdig herstel en de wederopbouw van Gaza, zodra deomstandigheden dit toelaten. Ook ten aanzien van Iran en debredere regionale veiligheid vervullen de Golfstaten een belang-rijke rol. Nederland en de EU verwelkomen de inspanningen vande Golfstaten om verdere regionale escalatie te voorkomen,waaronder het tegengaan van destabiliserende activiteiten vanIran en diens gelieerde groeperingen. Nederland en de EU zijnhierover voortdurend met de Golfstaten in gesprek, zowelbilateraal als in EU-GCC-verband. Deze onderwerpen liggen in hetverlengde van de brede samenwerking tussen de EU en deGolfstaten op het gebied van regionale veiligheid en stabiliteit enzullen naar verwachting aan de orde komen tijdens deEU-GCC-bijeenkomst.Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractieDe leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda en hebben hierover enkele vragen.Inzake het agendapunt Midden-Oosten wensen de leden van deDENK-fractie de Minister te bevragen over de concrete inzet vanNederland ten aanzien van sancties tegen Israël en tegen kolonisten. Dezeleden wensen te vragen welke concrete individuele sancties tegenkolonisten en hun organisaties de regering zal bepleiten en wensentevens te vragen op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aanverscheidene Kamermoties die zijn aangenomen op dit vlak, waarin hetkabinet gevraagd wordt om bijvoorbeeld overheidsfunctionarissen oforganisaties die bijdragen aan de vestiging van nederzettingen te raken?45. Antwoord van het kabinetNederland heeft een voortrekkersrol als het gaat om sanctiestegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties en zetzich in voor aanvullende maatregelen. Daarbij worden allerelevante eerder aangenomen moties in ogenschouw genomen.Het kabinet kan echter niet ingaan op de concrete individuelesancties die worden voorbereid, omdat de besluitvormingdaarover binnen de EU nog gaande is en deze daarom vertrou-welijk zijn.Tevens wensen de leden te vragen of het kabinet zal pleiten voor sanctiestegen Israëlische Ministers die uitspraken doen en handelingen verrichtendie bijdragen aan de illegale nederzettingenpolitiek, zoals Ben-Gvir enSmotrich?46. Antwoord van het kabinetHet kabinet blijft sancties tegen de extremistische Ministers BenGvir en Smotrich steunen.Ook wensen deze leden te vragen in welk stadium de gesprekken over eennieuw sanctiepakket tegen kolonisten zich nu bevinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345920 47. Antwoord van het kabinetHet kabinet kan vanwege vertrouwelijkheid niet in detail tredenover de voorbereiding van nieuwe sanctievoorstellen of lopendeEU-onderhandelingen.Ook wensen deze leden te vragen wat de Nederlandse positie zal zijn tenaanzien van mogelijke handelsmaatregelen tegen Israël. Zal Nederlandexpliciet pleiten voor het opschorten van het handelsdeel van hetEU-associatieakkoord met Israël en voor een EU-handelsverbod met deillegale nederzettingen?48. Antwoord van het kabinetOp dit moment ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten voorde door de Commissie voorgestelde maatregelen naar aanleidingvan de evaluatie van de naleving van artikel 2 van het EU-IsraëlAssociatieakkoord door Israël, waaronder het gedeeltelijkopschorten van het handelsdeel van het Associatieakkoord. Hetkabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aanhet parlement blijven inzetten voor het vergroten van ditdraagvlak.Het kabinet blijft bovendien actief pleiten voorEU-handelsmaatregelen tegen de onrechtmatige nederzettingenin de door Israël bezette gebieden, zie ook het antwoord op vraag12.Ook wensen de leden van de DENK-fractie te vragen of het kabinet kennisheeft genomen van het feit dat de Nederlandse opvarenden van de Flotillaaangifte hebben gedaan. Deze leden wensen te vragen hoe het staat metde uitvoering van de aangenomen motie die ziet op het bepleiten van eenonafhankelijk internationaal onderzoek naar de behandeling van deopvarenden van de Flotilla. Gaat het kabinet hier opnieuw uitvoering aangeven? Kan het kabinet tevens al aangeven of het OM onderzoek zal doennaar aanleiding van de aangifte die is gedaan?49. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over deaangifte van de Nederlandse Flotilladeelnemers. Zoals aan uwKamer medegedeeld in het verslag8 van de informele RaadBuitenlandse Zaken Gymnich van 27 en 28 mei 2026, steunt hetkabinet de oproep van de Canadese Minister-President van 26 meijl. richting de Israëlische autoriteiten tot onafhankelijk onderzoeknaar de behandeling van de Flotilladeelnemers door de Israëlischeautoriteiten, en heeft in dat kader ook andere EU-lidstatenopgeroepen zich aan te sluiten bij de Canadese oproep, conformde motie Van Baarle.9 Het kabinet zal in dat kader in contactblijven met landen die hier ook duidelijkheid over willen, ook inEuropees verband. Het is aan het Openbaar Ministerie om tebeslissen over een eventueel onderzoek naar aanleiding van deaangifte van de Nederlandse Flotilladeelnemers.Ten aanzien van de humanitaire situatie in Gaza wensen de leden van defractie van DENK te vragen hoe het kabinet binnen de EU zal bepleiten omde druk op Israël op te voeren, zodat de humanitaire toegang tot Gazaonbelemmerd plaats kan vinden. Kan het kabinet concreet inzetten op het8Kamerstuk 21 501–02, nr. 34319Kamerstuk 21 501–02, nr. 3420Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345921 openen van alle grensovergangen en het schrappen van administratieveeisen die als gevolg hebben dat hulpgoederen worden teruggestuurd?Deelt het kabinet de mening dat het door Israël belemmeren vanhumanitaire toegang een duidelijke schending vormt van het internati-onaal recht en dientengevolge duidelijk zal moeten worden veroordeeld,wensen de leden te vragen.50. Antwoord van het kabinetIsraël heeft de verplichting om, conform het humanitair oorlogs-recht, de bevolking in de gehele Gazastrook te voorzien vanessentiële goederen en de levering van deze goederen doorderden niet te belemmeren. Dit wordt ook onderschreven in hetadvies van het Internationaal Gerechtshof van oktober 2025.Professionele, gemandateerde humanitaire organisaties dienenveilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegangte krijgen tot Gaza. Nederland roept de Israëlische autoriteiten opom de toegang van desbetreffende humanitaire organisaties teverbeteren en meer hulp toe te laten, zowel bilateraal als inEU-verband.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Dezeleden hebben daarover enkele vragen.De leden van de SGP juichen het 21e sanctiepakket tegen Rusland toe. Kanhet kabinet aangeven, liefst onderbouwd met concrete voorbeelden, hoeals onderdeel hiervan ook sancties tegen Belarus worden opgeschroefd?51. Antwoord van het kabinetOmdat Belarus de Russische agressieoorlog blijft faciliteren enhet een omzeilingsland is, zijn de sanctieregimes tegen Ruslanden Belarus de afgelopen jaren steeds verder op elkaar afgestemd.Het kabinet verwelkomt dan ook maatregelen die de druk opBelarus weer verder vergroten en de effectiviteit van de sanctiestegen Rusland versterken.Een concreet voorbeeld hiervan is het verder harmoniseren vande sancties die handelsbeperkingen opleggen aan Rusland enBelarus. Door deze verdere harmonisering wordt het moeilijkerom via Belarus de Europese sancties tegen Rusland te omzeilenen wordt de druk op beide regimes vergroot.Kan het kabinet daarnaast aangeven hoe het faciliteren van sanctieont-wijking door derde landen hierbij aangepakt wordt?52. Antwoord van het kabinetDerde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilenvan sancties. Zo kunnen bijvoorbeeld goederen zondermedeweten van EU producenten onder valse voorwendselen viaderde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ookkunnen adressen in derde landen worden gebruikt om goederenuit de EU via Rusland door te voeren naar derde landen. Inwerkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345922 Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij hetomzeilen van EU-sancties met EU-goederen kunnen zij op bijlageIV van de sanctieverordening worden geplaatst. Daardoor wordener bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen dezeentiteiten volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er eenvolledig verbod op zakendoen. Daarnaast kunnen onder hetlandenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productca-tegorieën naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezantDavid O’Sullivan bezoekt regelmatig landen om te spreken oversanctieomzeiling en betrokken landen waar nodig hierop aan tespreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan alsstandaard onderdeel van de gespreksonderwerpen op alleniveaus.Hoe geeft het kabinet uitvoering aan de motie-Diederik van Dijk c.s.(Kamerstuk 23 987, nr. 404), die oproept tot gerichte sancties tegenMinisters en andere functionarissen van de Russisch-gezinde Georgischeregeringspartij Georgische Droom?53. Antwoord van het kabinetHet kabinet steunt al langere tijd het in Europees verband treffenvan sancties tegen verantwoordelijken van het geweld tegendemonstranten en journalisten tijdens de grootschaligeanti-regeringsdemonstraties eind 2024 en spant zich hier actiefvoor in binnen de Raad, en zal dit blijven doen. Het is nog nietmogelijk dergelijke sancties te treffen, daar de benodigdeunanimiteit ontbreekt.Deze leden vragen het kabinet om, naar aanleiding van het recenteTweeminutendebat Oekraïne (2/7) en de beknopte appreciatie vanmotie-Dassen (Kamerstuk 36 045, nr. 300), nader in te gaan op despecifieke juridische en beleidsmatige belemmeringen bij het voorstel omEuroclear-tegoeden onder Europees beheer te brengen. Deze ledenvernemen graag als hierover gesproken wordt tijdens de komende RBZ enmoedigen het kabinet aan om te bezien of door andere lidstaten aange-dragen oplossingsrichtingen voor de geconstateerde belemmeringenkunnen bijdragen aan het wegnemen daarvan.54. Antwoord van het kabinetZie antwoord op vragen 3, 4 en 5.Voor de leden van de SGP-fractie staat steun voor het aankopen vandefensiematerieel niet ter discussie, maar zij vernemen graag welkelanden naast Japan en Noorwegen bereidwillig zijn om financieel bij tedragen, zodat de lasten van de Oekraïense verdediging evenredigverdeeld worden.55. Antwoord van het kabinetHet kabinet doet geen uitspraken over de specifieke militairesteuninzet van internationale partners. Nederland zal zich actiefblijven inzetten voor een verbeterde lastenverdeling van de steunaan Oekraïne, waaronder in bilaterale gesprekken en inEU-verband.Ten slotte vernemen deze leden graag of de drones die recent bovenNederlandse bases zijn gesignaleerd, vermoedelijk afkomstig zijn vanRussische schepen die voorkomen op de voorgestelde EuropeseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345923 sanctielijst voor de schaduwvloot van 30 schepen. Zo niet, kan het kabinetzich ervoor inzetten dat deze schepen alsnog aan de sanctielijst van deEuropese Commissie worden toegevoegd?56. Antwoord van het kabinetHet kabinet spant zich in om de schaduwvloot zo krachtigmogelijk te bestrijden. Mede dankzij Nederlands voorstel is demogelijkheid gecreëerd om individuele schepen te listen endaartoe levert Nederland een aanzienlijke bijdrage. Vanwegevertrouwelijkheid kan het kabinet echter niet ingaan op dezespecifieke casus.De leden van de SGP-fractie betreuren de vermoedelijke uitspraken van deHoge Vertegenwoordiger die Israël en de behandeling van Palestijnenvergeleken zou hebben met een apartheidsstaat. Heeft het kabinet deCommissie opgeroepen om hier afstand van te nemen? Heeft het kabinetde Hoge Vertegenwoordiger aangesproken hierop? Hoe kijkt het kabinetaan tegen het feit dat Israël geen contact meer wil met Kallas, en wat zijnde mogelijke gevolgen hiervan?57. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft kennisgenomen van deze ontwikkelingen. Hetkabinet onderstreept het belang van dialoog, ook door vertegen-woordigers van de EU. Dat is zowel in het belang van Israël als deEU om de situatie op de grond te verbeteren. De Minister vanBuitenlandse Zaken heeft dit en marge van de Raad BuitenlandseZaken van juni jl. ter sprake gebracht. Het kabinet onderstreeptdat het zelf de veronderstelde vergelijking tussen Israël en hetapartheidsregime in Zuid-Afrika niet maakt.Kan de Minister, onder meer op basis van zijn recente telefoongesprekmet zijn Israëlische ambtsgenoot Gideon Sa’ar (2/7), aangeven hoe deIsraëlische regering het Europese plan waardeert voor ondersteuning vanhet Libanese leger zodra het UNIFIL-mandaat afloopt?58. Antwoord van het kabinetNederland heeft de afgelopen jaren bilateraal en via de VNbijgedragen aan de ondersteuning en capaciteitsopbouw van hetLibanese leger. Nederland ziet het Libanese leger (LAF) als eenbelangrijke pijler voor duurzame vrede en regionale stabiliteit, enheeft dit ook bij de Israëlische Minister van Buitenlandse Zakenkenbaar gemaakt.In het recente telefoongesprek met de Israëlische Minister voorBuitenlandse Zaken Gideon Sa’ar heeft de Minister van Buiten-landse Zaken de Nederlandse positie ten aanzien van de situatiein de regio, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoeverovergebracht. Specifiek de ondersteuning aan het Libanese legeris niet ter sprake gekomen.Deze leden vragen de Minister om het aanpakken van christenvervolgingspecifiek te agenderen voor de gezamenlijke EU-inzet. Zij wijzen erop datde EU als waarnemer meer diplomatiek gewicht in de schaal legt dan de27 lidstaten afzonderlijk. De leden van de SGP-fractie horen graag hoe deEU geloofsvrijheid inbrengt tijdens de AVVN en zien uit naar het schrif-telijk overleg over de Nederlandse inzet, dat plaatsvindt na het reces.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345924 59. Antwoord van het kabinetZoals met steun van Nederland is vastgesteld in de Raadscon-clusies EU prioriteiten in VN mensenrechtenfora 2026, is hetbeschermen en bevorderen van vrijheid van religie en levensover-tuiging ook dit jaar een EU prioriteit in de VN.10 De EU zal danook deelnemen aan alle relevante debatten in de AVVN en de VNMensenrechtenraad over dit onderwerp en waar mogelijk hetgezamenlijke diplomatieke gewicht van de 27 lidstaten in deschaal leggen. Dit is in lijn met de Nederlandse inzet voor debescherming van alle religieuze en levensbeschouwelijkeminderheden, waaronder vervolgde christenen. Daarnaastverkent het kabinet mogelijke detachering van een medewerkerbij het kantoor van de EU gezant voor Godsdienstvrijheid om dekoppeling tussen EU inzet en Nederlands beleid te versterken.De leden van de SGP-fractie steunen de Europese bijdrage aan deversterking van de Moldavische luchtverdedigingscapaciteiten. Denoodzaak van deze defensieve steun neemt niet weg dat de EUbehoedzaam moet blijven opereren in het dossier-Moldavië. Kan hetkabinet toezeggen dat het zijn zorgen overbrengt aan de Roemeenseregering over de recent aangenomen parlementsmotie die oproept toteenwording met van Roemenië en Moldavië?60. Antwoord van het kabinetDe motie in kwestie komt van Roemeense partij SOS. Omdat erniet binnen 45 dagen over de motie is gestemd in de RoemeenseKamer van Afgevaardigden, is deze op technische gronden naarde Senaat gegaan. De Roemeense regering heeft reeds eennegatief advies over de motie uitgebracht.Deze leden gaan ervanuit dat de Roemeense regering afstand neemt vandit onzalige idee, ongeacht de uitkomst van de latere stemming in deSenaat. Is het kabinet ten slotte bereid zich in te zetten voor een passagein de eindconclusies van deze RBZ, dan wel de volgende Europese top ofde NAVO-top in Ankara waarin de soevereiniteit van Moldavië benadruktwordt, zowel in het licht van Roemeens-nationalistische aspiraties als ookde latente dreiging uit Transnistrië en recente Russische schendingen vanhet Moldavische luchtruim?61. Antwoord van het kabinetDe soevereiniteit van Moldavië staat voor zowel Nederland als deEU buiten kijf, vooral in het licht van de Russische dreiging. Ditwerd recentelijk opnieuw bevestigd in de gezamenlijke verklaringdie tijdens de EU-Moldavië top van 22 juni is aangenomen. Hetkabinet zal zich hier blijvend voor inzetten.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie willen de aandacht vestigen op de oorlog inSoedan. Uit een rapport van Amnesty International blijkt dat de RSF zichbij de verovering van El-Fasher zich schuldig heeft gemaakt aan etnischezuivering, specifiek op niet-Arabische stammen. De VN geeft aan dat er bijdeze belegering «tekenen van genocide» zijn vertoond en het onderzoekdaarnaar loopt nog. Ook seksueel geweld werd en wordt ingezet door deRSF. Hoe gaat het kabinet een volledige genocide voorkomen, zoals haar10United Nations Human Rights Fora: Council approves EU priorities for 2026 – ConsiliumTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345925 plicht aan het Genocide-verdrag stelt? Hoe gaat het kabinet specifiek dekinderen beschermen die doelwit zijn bij de aanvallen van de RSF?62. Antwoord van het kabinetNederland neemt elk risico op genocide zeer serieus, mede in hetlicht van verplichtingen onder het Genocideverdrag. Zoals hetkabinet heeft toegelicht in de kabinetsreactie op het CAVV adviesover dit onderwerp, is de verplichting om genocide te voorkomeneen inspanningsverplichting, waardoor van een derde staat zoalsNederland mag worden verwacht dat deze redelijkerwijsbeschikbare maatregelen neemt, maar helaas doorgaans niet dateen dreigende genocide daadwerkelijk wordt voorkomen. Tenaanzien van de situatie in Soedan onderneemt het kabinet allangere tijd naar vermogen stappen om de situatie te verbeteren.Zo heeft Nederland op 23 juni, samen met Frankrijk, Duitsland,Ierland, Italië, Noorwegen en het Verenigd Koningrijk eenverklaring uitgebracht over de situatie in El-Obeid, waarin destrijdende partijen worden opgeroepen over te gaan totde-escalatie. In de VN Mensenrechtenraad heeft Nederland tevensals lid van de Kerngroep Soedan een spoeddebat aangevraagdover El-Obeid. Dit debat vond afgelopen maandag op 6 juli plaats.Er is daarbij een resolutie aangenomen waarin wordt opgeroepentot een spoedonderzoek naar schendingen en misstanden.Nederland steunt daarnaast de verlenging van het mandaat vande Independent International Fact Finding Mission for the Sudan.Ook levert Nederland financiële steun aan het InternationaalStrafhof, om de algemene onderzoekscapaciteit van het Hof teversterken.Tot slot zet Nederland zich in EU verband in om de druk op allebetrokken partijen bij het conflict op te voeren door middel vanadditionele sanctiemaatregelen. Wegens de vertrouwelijke aardhiervan, kan het kabinet niet ingaan op de status van individuelesancties.De RSF belegert El-Obeid. Hoe gaat het kabinet gehoor geven aan deoproep van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten van de VN enVN-secretaris-generaal voor internationale actie om te voorkomen dat indeze stad hetzelfde gebeurt als in gebeurd in El-Fasher?63. Antwoord van het kabinetZoals genoemd heeft Nederland in de VN Mensenrechtenraad alslid van de Kerngroep Soedan een spoeddebat aangevraagd overde situatie in El-Obeid. Op maandag 6 juli jl. is in de Mensenrech-tenraad een resolutie aangenomen over El Obeid waarin de RSFwordt opgeroepen haar aanval op El Obeid te stoppen en steunvan externe actoren aan de strijdende partijen wordt veroordeeld.Ook wordt met de resolutie een urgent onderzoek naar desituatie rond El Obeid door de Independent International FactFinding Mission for the Sudan aangevraagd. Het debat, deresolutie en het ingestelde onderzoek verhogen allen de diploma-tieke druk op de strijdende partijen en de actoren die hensteunen om zich te houden aan internationaal recht.Welke stappen gaat Nederland zetten, samen met de coalitie voor hetvoorkomen van wreedheden en gerechtigheid voor Soedan, mocht blijkendat de waarschuwing die zij hebben afgegeven niet voldoende is om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345926 belegering te stoppen? Wordt het tijd voor sancties op buitenlandsesponsoren van de RSF?64. Antwoord van het kabinetBinnen de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudanwerkt Nederland samen met Canada, Duitsland, Frankrijk,Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk om inzet op hettegengaan van wreedheden in Soedan in gezamenlijkheid teversterken. Hierbij worden verschillende beleidsoptiesoverwogen, waaronder sancties. Voor Nederland geldt datsancties altijd in EU-verband moeten worden overeengekomen.Nederland pleit reeds in EU-verband voor aanvullende sanctiestegen individuen en entiteiten verantwoordelijk voor het conflicten mensenrechtenschendingen hebben begaan, en tegen deoorlogseconomie die ontstaan is in Soedan. Met namegoudhandel wordt hierbij gezien als een belangrijk verdienmodelvoor de strijdende partijen. Wegens de vertrouwelijke aard vanhet sanctie-instrument, kan niet meer informatie gegeven wordenover status van individuele sancties. In het RBZ verslag hoopt hetkabinet over de concrete EU-maatregelen te kunnen rapporteren.De leden van de SP-fractie zien dat een staakt-het-vuren in Soedanuitblijft, ondanks inspanningen van Nederland en Europa. Ook op deConferentie in Berlijn zijn er geen nieuwe stappen gezet voor eenvredesbestand. Welke vervolgstappen is dit kabinet bereid te nemen omde druk op de strijdende partijen op te voeren om te komen tot hetstaakt-het-vuren zodat deze bloederige oorlog na drie jaar stopt?65. Antwoord van het kabinetNederland spant zich bilateraal, in multilaterale fora en binnen deEU in om de druk op de strijdende partijen op te voeren om toteen staakt-het-vuren te komen. In de Coalition for AtrocityPrevention and Justice in Sudan en in EU-verband wordt op ditmoment nadrukkelijk gekeken naar de oorlogseconomie om tezorgen dat beweegredenen om het conflict te laten voortdurenworden weggenomen. Nederland speelt hierin een aanjagenderol.Naast het aanpakken van de oorlogseconomie blijven de vredes-processen die worden geleid door het Quintet, een samenwer-kingsverband tussen de Afrikaanse Unie, de EU, de Leage of ArabStates, en de Intergovernmental Authority on Development (IGAD)en de Quad (VS, Egypte, Saudi Arabië en de VAE) van grootbelang. Nederland blijft deze samenwerkingsverbandenaansporen en waar mogelijk ondersteunen. Een voorbeeld van ditlaatste is een recente expert-bijeenkomst die Nederland organi-seerde over hoe een toekomstig staakt-het-vuren in Soedan kanworden gemonitord.De Verenigde Arabische Emiraten spelen een belangrijke rol in dewapenstromen richting Soedan. Uit onderzoek blijkt nu dat via eennetwerk van militaire kampen in Libië de RSF de oorlog in Soedan voortkan zetten en dat deze gesteund wordt door de VAE. Hier wordenRSF-leden getraind, en ook de Colombiaanse huurlingen -gesteund doorde VAE en bekend geworden uit een eerder onderzoek- hebben hiergetraind. Meerdere moties hebben opgeroepen tot het stoppen vanwapenstromen vanuit de VAE richting Soedan. Ook zijn er motiesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345927 aangenomen om als Nederland binnen de EU actiever in te zetten ombetrokkenen bij oorlogsmisdaden in Soedan op Europese sanctielijsten tekrijgen. Toch blijft de VAE een bondgenoot en handelspartner, zowel voorNederland als de EU. Hoe rijmt het kabinet deze positie met het handelenvan de VAE in Soedan? Wanneer gaat het kabinet uitvoering aan dezemoties geven?66. Antwoord van het kabinetHet conflict in Soedan gaat gepaard met veelvuldig en ernstiggeweld tegen burgers. Militaire, logistieke en/of financiële steunaan betrokken partijen draagt bij aan het voortduren van ditgeweld. Conform motie Dobbe c.s.11 blijft het kabinet zichinzetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdendepartijen in Soedan te stoppen. Wat betreft het eigen wapenex-portbeleid toetst het kabinet alle vergunningaanvragen voor deuitvoer van militaire goederen per geval en zorgvuldig conformhet EU Gemeenschappelijk Standpunt12 inzake wapenexportcon-trole, met onder andere specifieke aandacht voor het risico opomleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers.Daarbij wordt ook zorgvuldig gekeken naar het eventuele risicoop omleiding naar Soedan. In dit kader heeft het kabinet herhaal-delijk gepleit voor intensievere informatie-uitwisseling tussenlidstaten over het omleidingsrisico. Daarnaast heeft Nederlandmeermaals gepleit voor het uitbreiden van het VN-wapenembargoop Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere interna-tionale overleggen, waaronder de Coalition for AtrocityPrevention and Justice in Sudan. Voorts spreekt Nederland metalle relevante landen in de regio, waaronder ook de VAE, overSoedan, waarbij wij zorgen uiten over de humanitaire- enmensenrechtensituatie, het belang bepleiten van het beëindigenvan het conflict, en het stoppen van wapenleveranties aan destrijdende partijen.Dan de situatie in Palestina. De SP-fractie heeft aanhoudende zorgen overde situatie van de Palestijnen. De Israëlische regering blijft oorlogsmis-daden begaan. Wanneer is de rode lijn bereikt? Wanneer gaat deNederlandse regering eindelijk actie ondernemen, bilateraal danwel inEU-verband, om de genocide in Gaza en oorlogsmisdaden in de Weste-lijke Jordaanoever te stoppen?67. Antwoord van het kabinetZoals bekend in uw Kamer is de inzet van het kabinet eropgericht om middels druk en dialoog gedragsverandering vanIsraël te realiseren. Het kabinet zette daartoe al de nodigestappen, waarover uw Kamer reeds is geïnformeerd. Het kabinetblijft zich inzetten voor EU-maatregelen op het gebied van handeltegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezettegebieden. Tevens blijft het kabinet inzetten op sancties tegengewelddadige kolonisten en hun organisaties, alsook sanctiestegen de extremistische Ministers Ben-Gvir en Smotrich, ensancties tegen Hamas en de PIJ.Nederlandse onderzoekers komen deze week tot de conclusie dat hetleven van kinderen in Gaza gelijkstaat aan marteling en dat alle kinder-rechten worden geschonden, naar aanleiding van interviews met11Kamerstuk 21 501–02, nr. 3404.122008/944/GBVBTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345928 Palestijnse kinderen die zijn afgenomen. Een commissie van de VerenigdeNaties meldde vorige week nog dat het Israëlische leger structureeldoelbewust kinderen aanvalt «met de intentie om ze te doden», ook na hetstaakt-het-vuren. Palestijnse kinderen zowel in Gaza als op de Westbankworden gearresteerd en gemarteld. Sinds 7 oktober zijn er minstens20.179 kinderen vermoord en 44.143 kinderen verwond. Wat gaat hetkabinet doen om Palestijnse kinderen te beschermen? Gaat Nederlandmeer visa uitgeven zodat deze kinderen in veiligheid worden gebracht? Ishet kabinet bereid een medische corridor in het leven te roepen zodat alleverwonde kinderen zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen krijgen? Is hetkabinet bereid zowel de medische capaciteit in de regio als de medischeevacuaties naar Nederland te organiseren na deze berichten?68. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft grote zorgen over de humanitaire en medischesituatie in Gaza en de regio. Zoals toegezegd tijdens het tweemi-nutendebat medische capaciteit in de Gazastrook en de regio van2 juli jl. zal het kabinet additionele middelen vrijmaken om demedische capaciteit in Gaza en de regio te versterken. Hetkabinet informeert uw Kamer zo spoedig mogelijk over dezeinzet. Ook zal het kabinet uw Kamer in september informerenover de inzet van het kabinet inzake medische evacuaties vanpatiënten uit Gaza. Daarnaast blijft het kabinet zich ook diplo-matiek in bilateraal en multilateraal verband inzetten voor deheropening van de medische corridor tussen Gaza en de Weste-lijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jerusalem).Nog steeds worden hulporganisaties geweigerd aan de grens, danweldoor de Israëlische registratieregels danwel doordat hulpgoederenworden afgewezen. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de blokkadevan hulpgoederen bij de grens, een actie van de Israëlische regering die instrijd met het humanitair oorlogsrecht, wordt opgeheven? Wat gaat deMinister doen als hulporganisaties uit Gaza worden gezet door deIsraëlische registratieregels?69. Antwoord van het kabinetZie de beantwoording van vraag 38. Nederland heeft deafgelopen maanden veelvuldig en op verschillende niveaus bij deIsraëlische autoriteiten zorgen benadrukt over humanitairetoegang en specifiek de herregistratieplicht. Daarnaast heeftNederland zich ook publiekelijk uitgesproken over deze kwestie,middels de publieke verklaring samen met 20 gelijkgezindelanden en Eurocommisaris Lahbib waarin Israël wordtopgeroepen om onmiddellijk veilige en ongehinderde humanitairetoegang te faciliteren, en de herregistratieplicht niet in depraktijk te brengen.Deze leden maken zich grote zorgen over de Israëlische plannen omillegale nederzettingen te bouwen in het beruchte E1-gebied, dat deWestelijke Jordaanoever in tweeën breekt. Op 6 juli zou de aanbestedings-procedure hiervoor aflopen, waarna de bouw kan beginnen. De Ministerzei een aantal weken geleden echter dat een motie die vraagt ommaatregelen tegen Israël ontijdig is omdat de bouwplannen zijn uitge-steld. Tot wanneer zijn de plannen uitgesteld? Trekt Israël de plannen omte bouwen in E1-gebied hiermee ook terug of is er enkel sprake vanuitstel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345929 70. Antwoord van het kabinetOp 30 juni 2026 kondigde de Israëlische landautoriteit aan dat deaanbesteding voor de bouw van Israëlische wooneenheden in hetE1-gebied op de Westelijke Jordaanoever op 5 augustus 2026 zalopenen en op 5 oktober 2026 zal sluiten. Oorspronkelijk zou deaanbesteding op 1 juni jl. worden opengesteld. Hiermee is er geensprake van terugtrekking.De leden van de SP blijven de Minister oproepen om maatregelen tegenIsraël voor te bereiden, bij voorkeur in EU-verband of in ieder geval metgelijkgestemde andere landen, zodat gehandeld kan worden als de bouwvan nederzettingen in het E1-gebied plaatsvinden. Is de Minister hiertoebereid?71. Antwoord van het kabinetHet kabinet onderstreept consistent dat de plannen omtrent deuitbreiding van illegale nederzettingen in E1-gebied niet moetenworden uitgevoerd. Nederland staat hierover in contact metgelijkgezinde landen. De plannen voor de uitbreiding van illegalenederzettingen maken voor Nederland onderdeel uit van dediscussie over EU-maatregelen. Zie daarvoor ook het antwoord opvraag 12.De leden van de SP-fractie lezen de berichten dat het Qalandiya VocationalTraining Centre (QVTC), gerund door UNWRA, mogelijk moet sluiten doorde Israëlische bezetting binnen de Palestijnse gebieden. Is het kabinet vanplan om deze actie te veroordelen, gezien onze steun aan UNWRA? Welkestappen gaat deze Minister zetten om ervoor te zorgen dat de Israëlischeregering UNWRA haar werk laat doen? Indien nodig, bent u bereid definanciering van UNWRA te verhogen?72. Antwoord van het kabinetHet kabinet is bekend met deze berichten. Nederland steunt hetdoor het AVVN-verleende mandaat van UNRWA en hun crucialewerk om levensreddende humanitaire hulp te bieden in Gaza. Hetbeperken en belemmeren van activiteiten van UNRWA in debezette Palestijnse Gebieden is zorgwekkend. Nederland blijftIsraël oproepen om UNRWA toe te staan alle activiteiten onder ditmandaat uit te voeren, waaronder het leveren van onderwijs aanPalestijnse vluchtelingen. Zoals vermeld in de Kamerbrief van30 maart 2026 jl. is het kabinet voornemens de financiering aanUNRWA te herstellen in de suppletoire begroting september.13Uit onderzoek van SOMO blijkt dat Nederland de belangrijkstebestemming voor Israëlisch kapitaal is. In 2024 bleek 45 miljard euro vanIsraëlische wapenfabrikanten, techbedrijven en andere investeerders doorNederland te stromen. Dat is twee keer zoveel als door de VerenigdeStaten. Kan de Minister inzage geven in de Israëlische kapitaalstromen uit2025? Wat zijn de exacte getallen hiervan en door welke bedrijven? Zijn degeldstromen gestegen of gedaald? Is het kabinet van plan om zwaresancties op te leggen om deze kapitaalstromen te beperken, zo ook bijRusland is gedaan?73. Antwoord van het kabinetDe landenspecifieke FDI-posities per eind 2025 zijn nog nietbeschikbaar. Het is daarom nog niet vast te stellen of de13Kamerstuk 26 150, nr. 243Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345930 uitstaande investeringspositie in Nederland vanuit Israël in 2025is gestegen. Daarnaast zijn de openbare statistieken nietherleidbaar tot individuele bedrijven. Het kabinet is geenvoorstander van een boycot van Israël binnen de internationaalerkende grenzen van 1967. Het kabinet zal zich in lijn metrelevante moties en toezeggingen aan het parlement blijveninzetten voor het vergroten van draagvlak onder EU-lidstatenvoor de door de Commissie voorgestelde maatregelen naaraanleiding van de evaluatie van de naleving van artikel 2 van hetEU-Israël Associatieakkoord door Israël. Tevens zet het zich invoor handelsmaatregelen in nationaal en EU-verband tegen deonrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden.Daarnaast ontmoedigt het kabinet al jaren activiteiten vanNederlandse bedrijven die direct bijdragen aan de aanleg,instandhouding of activiteiten van onrechtmatige nederzettingen.Is het kabinet bereid om gehoor te geven aan de oproep van het Internati-onaal Gerechtshof om zich «te onthouden van economische betrekkingenmet Israël»? Zo ja, hoe is het kabinet dit bereid te gaan doen? Zo niet, hoeverantwoord het kabinet dit dan als gastland van het internationaal recht?74. Antwoord van het kabinetHet advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 19 juli2024 ondersteunt het huidige Nederlandse beleid. Staten zijnverplicht om maatregelen te nemen om handels- en investerings-relaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden vande door Israël gecreëerde onrechtmatige situatie in de bezettegebieden. Het kabinet geeft invulling aan deze internationaalrech-telijke verplichting, onder meer door het actiever uitdragen vanhet ontmoedigingsbeleid ten aanzien van activiteiten die Neder-landse bedrijven ontplooien in of ten behoeve van Israëlischenederzettingen in bezette gebieden, en het beleid ten aanzien vanimplementatie van bilaterale verdragen tussen Israël enNederland in de bezette gebieden. Het Tijdelijk sanctiebesluitonrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebiedengeeft nadere invulling aan deze verplichting. Een dergelijk verbodis echter effectiever op EU-niveau. Het kabinet roept daarom ookconsistent op tot handelsmaatregelen in EU-verband, waarondermaatregelen om de invoer van goederen uit onrechtmatigenederzettingen te voorkomen (zie ook beantwoording vraag 12 en13).De leden van de SP-fractie zien de laatste tijd een normalisering vannucleaire wapens binnen Europa en de NAVO. De VS is in gesprek metOost-Europese landen om de nucleaire samenwerking op te schroeven enook Nederland is in gesprek met Frankrijk om bij te dragen aan haarnucleaire programma. Het is dan ook de grootste prioriteit, volgens deleden van de SP-fractie, om in te zetten op ontmanteling van kernwapenszoals in lijn met het Non-Proliferatieverdrag. Is het kabinet het daarmeeeens?75. Antwoord van het kabinetNucleaire ontwapening is een complex proces van lange adem.Omdat dit doel van veel spelers afhankelijk is en gekoppeld isaan de mondiale veiligheidssituatie, is het per definitie eenproces met stapsgewijze, incrementele vooruitgang en soms – aldan niet tijdelijke – achteruitgang. Het huidige tijdsgewrichtvraagt om realisme ten aanzien van de ontwapeningsdoelen vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345931 het Non-Proliferatieverdrag. Onder andere de Russische agressie-oorlog tegen Oekraïne, het wegvallen van strategische wapenbe-heersingsverdragen en de ondoorzichtige uitbreiding van hetChinese nucleaire arsenaal verstoren de mondiale strategischestabiliteit.In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige eneffectieve nucleaire afschrikking voor Nederland van essentieelbelang. Het fundamentele doel van de nucleaire capaciteit van deNAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen en agressieaf te schrikken. Het Franse kernwapenarsenaal heeft altijdonafhankelijk van de NAVO geopereerd en kent daarom eenunieke, aanvullende waarde in de Europese veiligheidsarchi-tectuur. Het Franse aanbod versterkt de Europese dimensie vande Franse nucleaire doctrine en komt daarmee de Europeseveiligheid ten goede.In deze veranderende wereld maakt het kabinet doorlopend eenafweging tussen het streven naar een wereld zonder kernwapensen de veiligheidssituatie van het moment. Een kernwapenvrijewereld blijft het uiteindelijke doel van de NAVO en ook vanNederland. Tegelijkertijd maakt eenzijdige ontwapening doorNAVO-bondgenoten de wereld voor Nederland niet veiliger. Onzeinzet op afschrikking en verdediging is erop gericht om, wanneerde tijd er rijp voor is, weer tot gesprekken te komen en onder-tussen aandacht te vragen voor risico-reductie.Wat betreft de gesprekken tussen de Verenigde Staten en de EU-lidstatenin het oosten van Europa omtrent nucleaire wapens, kan de Ministeraangeven waarover precies gesproken wordt? Als er geen volledigetransparantie gegeven kan worden, kan er aangegeven worden welkeinformatie er wel beschikbaar is? Als Nederland niet bekend is met zo’ndergelijke voorstel, is het kabinet dan bereid om te informeren bij debetreffende landen over deze gesprekken en een brief hierover naar deKamer te sturen?76. Antwoord van het kabinetHet kabinet is niet bekend met gesprekken tussen de VerenigdeStaten en EU-lidstaten in het oosten van Europa omtrentnucleaire wapens en doet hier dus geen verdere uitspraken over.In het kader van de versterking van de geloofwaardigheid,effectiviteit en veiligheid van de nucleaire en conventioneleafschrikking van de NAVO, is het belangrijk om te benadrukkendat er sinds 2014 wordt gesproken over de versterking van dezeafschrikking. Tijdens de NAVO Defence Ministers Meeting (DMM)van 18 juni jl. werd over de nucleaire dimensie gesproken in deNuclear Planning Group (NPG). Na afloop ging een korteverklaring uit waarin bevestigd wordt dat de NAVO blijft werkenaan het versterken van de nucleaire afschrikkingsmissie om zijnveiligheidsbelangen te bereiken.14 Nadere details van dezebijeenkomst worden in het openbaar niet gedeeld.Is Nederland voorstander van plaatsing van Amerikaanse kernwapens inhet oosten van Europa dan wel van een grotere rol van deze landen in hetkernwapenbeleid van de NAVO? Heeft Nederland, via de NAVO of de EU,14https://www.nato.int/en/about-us/official-texts-and-resources/official-texts/2026/06/18/2026-nuclear-planning-group-statementTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345932 een rol in het beslissen van het plaatsen van meer nucleaire wapens opEuropees grondgebied? Zo niet, is het kabinet van mening dat deveiligheid van het continent mogelijk in het geding is?77. Antwoord van het kabinetIn de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige eneffectieve nucleaire afschrikking door de NAVO voor Nederlandvan essentieel belang. Het fundamentele doel van de nucleairecapaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang tevoorkomen en agressie af te schrikken.Besluitvorming over de nucleaire afschrikking van de NAVO vindtplaats in de Nuclear Planning Group (NPG) en gebeurt op basisvan consensus. Het kabinet doet geen uitspraken over de detailsvan besluitvorming omtrent de nucleaire afschrikkingsmissiebinnen de NAVO. Dit heeft te maken met veiligheidsoverwe-gingen.Welke stappen verwacht het kabinet van Rusland mochten er meerkernwapens komen in Oost-Europa en gaat dit bijdragen aan eenvredesakkoord? Als het kabinet ontkent dat deze stappen wordenondernomen, wat zou dan hypothetisch de gevolgen hiervan kunnen zijnvoor de oorlog met Rusland?78. Antwoord van het kabinetHet kabinet acht het niet opportuun om hier over te speculeren.Rusland investeert reeds geruime tijd in de eigen militaire versterking,waaronder ook nucleaire afschrikking. Het is deze capaciteitsopbouw ende gedemonstreerde bereidheid steeds verder de grens op te zoeken vanwat getolereerd wordt, die in de eerste plaats de internationale veiligheidondermijnt. Om de veiligheid van de inwoners van hetNAVO-bondgenootschap en onze manier van leven te beschermen isgeloofwaardige en effectieve nucleaire afschrikking door de NAVO vanessentieel belang. In deze veiligheidscontext blijft NAVO werken aan hetversterken van de nucleaire afschrikkingsmissie om zijn veiligheidsbe-langen te bereiken. De nucleaire missie draagt bij aan de collectieveafschrikking en verdediging van het NAVO grondgebied. Het funda-mentele doel van de nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede tebewaren, dwang te voorkomen en agressie af te schrikken.Omtrent de nucleaire samenwerking tussen Nederland en Frankrijkhebben de leden van de SP-fractie ook nog een aantal vraagtekens. Inwelke fase bevinden de gesprekken tussen Nederland en Frankrijk zich?Wat is er tot nu toe besproken? Welke inzet heeft Nederland omtrentnucleaire uitbreiding, zoals beschreven in het regeerakkoord en deInternationale Veiligheidsstrategie?79. Antwoord van het kabinetUw Kamer is recent geïnformeerd over het kabinetsbesluit om inte gaan op het Franse aanbod voor een strategische dialoog overEuropese nucleaire en conventionele afschrikking15. De samen-werking bevindt zich in een verkennende fase. Gezien de aardvan deze onderwerpen kan het Kabinet, conform de met deKamer overeengekomen praktijk, geen nadere details over de15Kamerstuk 33 279, nr. 40Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345933 beoogde samenwerking openbaar maken. Wanneer wenselijk enmogelijk, zal het kabinet uw Kamer op passende wijze op dehoogte houden van de ontwikkelingen.Het kabinet zet zich in voor een sterker Europa binnen eensterkere NAVO. De Europese bijdrage aan conventionele ennucleaire afschrikking op het Europese continent maakt daaronderdeel van uit. Het Franse aanbod om met Europese partnersde dialoog hierover te verdiepen past in dit streven en komtdaarmee de Europese veiligheid ten goede. HetNon-Proliferatieverdrag vormt voor het kabinet een leidendprincipe in de beoogde samenwerking met Frankrijk.Welke rol spelen de Nederlandse F35’s in de gesprekken tussen Nederlanden Frankrijk? Hoe is deze samenwerking in lijn met hetNon-Proliferatieverdrag, zoals ook wordt beschreven in de InternationaleVeiligheidsstrategie? Deelt u de mening dat kernwapens volgens de NPVbeperkt moeten worden in plaats van uitgebreid?80. Antwoord van het kabinetZie ook het antwoord op vraag 79. Gezien de aard van dezeonderwerpen kan het kabinet, conform de met de Kamer overeen-gekomen praktijk, geen nadere details over de beoogde samen-werking openbaar maken. Wanneer wenselijk en mogelijk, zal hetkabinet uw Kamer op passende wijze op de hoogte houden vande ontwikkelingen.Het Non-Proliferatieverdrag vormt voor het kabinet een leidendprincipe in de beoogde samenwerking met Frankrijk. AangezienFrankrijk eigenaar blijft van het eigen nucleaire arsenaal, is dezebeoogde samenwerking in lijn met de verplichtingen van het NPV.Zie t.a.v. het beperken van kernwapens ook het antwoord opvraag 75.In een brief naar de Kamer van afgelopen week werd medegedeeld dathet Verenigd Koninkrijk verrijkt uranium en stabiele isotopen vanuit degezamenlijke onderneming Uranium Enrichment Company (Urenco), waarook Nederland en Duitsland onderdeel van zijn, gaat inzetten voornationale defensiedoeleinden in plaats van de oorspronkelijke civieledoeleinden. Specifiek gaat het VK ondersteuning vragen van Urenco voorhet opbouwen van de Britse nucleaire brandstofcyclus voor reactor-brandstof voor defensiedoeleinden. Volgens de brief is dit in lijn met hetinternationaal recht. De leden van de SP-fractie hebben hier nog wel eenaantal vragen bij.Hoe ziet deze ondersteuning vanuit Urenco er precies uit? Is uitgeslotendat faciliteiten van Urenco in Nederland hier op enigerlei wijze bijbetrokken raken? Is uitgesloten dat in Nederland verrijkt uranium, wellichtna verdere verrijking elders, gebruikt wordt voor het nucleaire wapenpro-gramma in het VK?81. Antwoord van het kabinetOp basis van het Verdrag van Almelo en de statuten van Urencomag Urenco geen uranium van de voor wapens vereiste verrij-kingsgraad produceren voor de vervaardiging van kernwapens ofandere nucleaire explosiemiddelen. Voor het Britse programma,dat volledig in het Verenigd Koninkrijk wordt uitgevoerd, wordtgebruikgemaakt van de technologie en apparatuur van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345934 gezamenlijke onderneming Urenco. In Nederland verrijkt uraniumzal niet worden gebruikt voor dit programma. Het programma iseen initiatief van de Britse overheid en betreft nationaal beleid.Nederland doet geen uitspraken over het nucleaire defensiepro-gramma van het Verenigd Koninkrijk.Kan de Minister uitleggen hoe de betrokkenheid van Urenco verenigbaaris met het internationaal recht in relatie tot het Non-Proliferatieverdrag? Isuitgesloten dat door Urenco verrijkt uranium gebruikt gaat worden inkernwapens?82. Antwoord van het kabinetHet verzoek van het Verenigd Koninkrijk aan Urenco om onder-steuning te verlenen bij het opnieuw opbouwen van een Britsenucleaire brandstofcyclus voor reactorbrandstof voor defensie-doeleinden is in lijn met het Non-Proliferatieverdrag (NPV). Dedrie partijen bij het Verdrag van Almelo (Duitsland, Nederland,Verenigd Koninkrijk) zijn gebonden aan het NPV. Op basis van hetVerdrag van Almelo en de statuten van Urenco mag Urenco geenuranium van de voor wapens vereiste verrijkingsgraad produ-ceren voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaireexplosiemiddelen.Graag verzoeken de leden van de SP-fractie het kabinet om alle vragen indeze inbreng per vraag te beantwoorden.Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractieDe leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken. Dezeleden maken zich ernstige zorgen over de verslechterende mensenrech-tensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, de voortdurende oorlog inSudan en de ontwikkelingen rondom Afghanistan. Naar aanleidingdaarvan hebben zij de volgende vragen.De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Hoge Commissaris voorde Mensenrechten in zijn rapport aan de Mensenrechtenraad concludeertdat de bezette Palestijnse gebieden nog altijd worden gekenmerkt doorsystematische schendingen van de mensenrechten, apartheid en de factoannexatie. Het rapport stelt daarnaast dat sprake is van ernstige schen-dingen van het internationaal humanitair recht en het internationaalmensenrechtenrecht, waaronder oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen demenselijkheid, genocide en etnische zuivering. Tevens roept de HogeCommissaris alle staten op de levering van wapens en militair materieelaan Israël te beëindigen.16 Deze leden hebben hierover de volgendevragen:Hoe beoordeelt het kabinet de bevindingen van de Hoge Commissarisvoor de Mensenrechten dat sprake is van structurele apartheid, de factoannexatie en mogelijke oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de mense-16United Nations Office at Geneva. (2026, June 15). UN High Commissioner for Human RightsVolker Türk global update at the 62nd Human Rights Council. https://www.unognewsroom.org/story/en/3156/un-high-commissioner-for-human-rights-volker-tuerk-global-update-at-the-62nd-human-rights-council https://www.unognewsroom.org/story/en/3156/un-high-commissioner-for-human-rights-volker-tuerk-global-update-at-the-62nd-human-rights-council en Office of theUnited Nations High Commissioner for Human Rights. (2026, February 16). Human rightssituation in the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem, and the obligation toensure accountability and justice (A/HRC/61/26). https://www.ohchr.org/en/documents/country-reports/ahrc6126-human-rights-situation-occupied-palestinian-territory-including.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345935 lijkheid, genocide en etnische zuivering in de bezette Palestijnsegebieden?83. Antwoord van het kabinetHet kabinet neemt dergelijke VN-rapporten serieus. Onder anderedoor Nederlandse financiering aan het kantoor van de VN HogeCommissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) worden dezerapporten mogelijk gemaakt. Dergelijk onderzoek voedt ook deoverwegingen van het kabinet.De situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever is van grotezorg voor het kabinet. Nederland spreekt zich altijd duidelijk uitdat de partijen zich aan internationaal recht moeten houden. Hetkabinet veroordeelt alle schendingen van het internationaalrecht, ongeacht wie de schending begaat. Gedegen en onafhan-kelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen en schen-dingen vast te stellen zoals de genoemde schendingen in hetgenoemde VN-rapport. Nederland draagt daarom ook in 2026 bijaan de onderzoekscapaciteit van het kantoor OHCHR, middelsiets meer dan EUR 2,1 miljoen.Welke aanvullende maatregelen is Nederland bereid binnen de EuropeseUnie te bepleiten om uitvoering te geven aan de verplichting van statenom ernstige schendingen van het internationaal recht niet te onder-steunen en accountability te bevorderen?84. Antwoord van het kabinetHet kabinet blijft zich inzetten voor aanvullende sancties tegengewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties, alsooksancties tegen extremistische Ministers van de regeringNetanyahu. Het kabinet zet zich daarnaast consistent in vooraanvullende sancties tegen Hamas en PIJ. In lijn met de motievan het lid Dobbe17 riep Nederland in de vorige RBZ op totonafhankelijk onderzoek n.a.v. de dood van een 7 maanden oudebaby op de Westelijke Jordaanoever. Nederland blijft zich actiefinzetten voor bevordering van accountability, het tegengaan vanstraffeloosheid.Kan het kabinet toelichten welke inzet Nederland tijdens de RaadBuitenlandse Zaken zal leveren ten aanzien van de verdere uitbreiding vanillegale nederzettingen en de voortgaande de facto annexatie van deWestelijke Jordaanoever?85. Antwoord van het kabinetNederland zal onderstrepen dat nederzettingen onrechtmatig zijnen de uitbreiding ervan, waaronder in het E1-gebied, een haltmoet worden toegeroepen. Zie beantwoording vraag 12 en 13.Deze leden wijzen erop dat tijdens het rondetafelgesprek met juridischeexperts werd aangegeven dat een handelsverbod dat uitsluitend ziet opgoederen slechts gedeeltelijk uitvoering geeft aan het advies van hetInternationaal Gerechtshof van juli 2024. Daarbij is erop gewezen dat ookdiensten en investeringen bijdragen aan het in stand houden van deillegale nederzettingen en dat daarvoor volgens de experts eveneenswerkbare juridische grondslagen bestaan.17Kamerstuk 21 501–02, nr. 3445Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345936 Is het kabinet bereid zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dateen toekomstig handelsverbod wordt uitgebreid naar diensten eninvesteringen? Zo nee, waarom niet?86. Antwoord van het kabinetStaten hebben een verplichting om maatregelen te nemen om tevoorkomen dat (economische) activiteiten bijdragen aan het instand houden van de door Israël gecreëerde onrechtmatigesituatie in de bezette gebieden. Het is aan Staten zelf om nadereinvulling te geven aan deze internationaalrechtelijke verplichting.Het kabinet zet zich in voor aanvullende handelsmaatregelen,waaronder een importverbod van producten uit onrechtmatigenederzettingen op EU-niveau. Zie ook beantwoording vraag 12.Dezelfde experts wijzen erop dat een verbod op goederen eenvoudig kanworden omzeild wanneer producten gebruikmaken van grondstoffen,arbeid of andere productiefactoren uit illegale nederzettingen, maar eldersworden afgewerkt. Ook wijzen zij op fraude met oorsprongsetikettering enhet belang van aanvullende douanecontroles.Hoe wil het kabinet voorkomen dat een toekomstig handelsverbod wordtomzeild en welke aanvullende handhavingsmaatregelen acht het kabinetdaarvoor noodzakelijk?87. Antwoord van het kabinetIn het opstellen van het sanctiebesluit is gepoogd zorgen rondomhandhaving en mogelijke omzeiling zo veel mogelijk te adres-seren. Zo is bijvoorbeeld gekozen voor een brede reikwijdteomtrent de oorsprong van goederen en om het invoerverbod aante vullen met een verbod op aankoop-, verkoop, tussenhandel-diensten en omzeiling. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat eenmaatregel op EU-niveau het meest effectief zou zijn omproducten uit onrechtmatige nederzettingen daadwerkelijk teweren. Daarom blijft het kabinet onverminderd inzetten op eenmaatregel op EU-niveau.De leden van de PvdD-fractie maakt zich grote zorgen over de aanhou-dende oorlog in Sudan. Uit recente berichtgeving van Reuters en Trouwblijkt dat de Rapid Support Forces (RSF) nog altijd steun zoudenontvangen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), waaronder viatrainingskampen en militaire ondersteuning.18 Tegelijkertijd wordt doorvoornamelijk de RSF seksueel geweld stelselmatig als oorlogswapentegen vrouwen en meisjes. Deze leden hebben hierover de volgendevragen.Hoe beoordeelt het kabinet de recente berichtgeving over militaireondersteuning aan de RSF vanuit de VAE? Heeft het kabinet Ethiopiëhierop aangesproken? Zo nee, waarom niet?18Schrikker, N., & Van Dijken, K. (2026, 1 juli). Emiraten steunen Soedanese paramilitairen viageheime trainingskampen in Libië, blijkt uit onderzoek. Trouw. https://www.trouw.nl/buitenland/emiraten-steunen-soedanese-paramilitairen-via-geheime-trainingskampen-in-libie-blijkt-uit-onderzoek~b13f1f98/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345937 88. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over desteun aan RSF via buurlanden van Soedan. Deze berichtgeving iszorgelijk. Rapporten van gerenommeerde mensenrechtenorgani-saties en media nemen wij serieus. Dit soort berichtgeving draagtbij aan het bredere inzicht in de internationalisering van hetconflict in Soedan.Militaire, logistieke en/of financiële steun aan betrokken partijendraagt bij aan het voortduren van het conflict, met grotegevolgen voor burgers in Soedan. Er geldt bovendien eenVN-wapenembargo voor Darfoer. Nederland spreekt met landen inde regio over Soedan en zet zich in EU-verband in voor versterktEU-betrokkenheid naar landen in de regio. Engagement inEU-verband is vaak effectiever dan bilaterale inzet. Hierin is ookaandacht voor berichtgeving over externe steun aan de strijdendepartijen in Soedan.Is het kabinet bereid deze berichten binnen de Raad Buitenlandse Zakenaan de orde te stellen en aan te dringen op onafhankelijk internationaalonderzoek naar de rol van VAE bij het voortduren van het conflict?89. Antwoord van het kabinetNederland vraagt in EU-verband regelmatig aandacht voor hetconflict in Soedan en zal dit blijven doen. Tijdens de aankomendeRBZ is Soedan niet geagendeerd. Wel zal Nederland in andere foraaandacht blijven vragen voor het conflict in Soedan en voor deinternationalisering van dit conflict.Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, zowel nationaal als inEU-verband, maatregelen te nemen tegen staten of entiteiten die destrijdende partijen blijven voorzien van militaire ondersteuning ofwapens?90. Antwoord van het kabinetMaandag 6 juli jl. is, tijdens een zogeheten urgent debat dat mededoor Nederland is aangevraagd in de Mensenrechtenraad eenresolutie aangenomen waarin externe betrokkenheid die hetconflict voedt, inclusief het leveren van wapens wordt veroor-deeld en externe actoren herinnert aan hun verplichtingen onderhet internationaal recht. Conform motie Dobbe c.s.19 blijft hetkabinet zich inzetten voor maatregelen om wapenstromenrichting strijdende partijen in Soedan te stoppen. Nederland heeftmeermaals gepleit voor het uitbreiden van het VN-wapenembargoop Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere interna-tionale overleggen, waaronder de Coalition for AtrocityPrevention and Justice in Sudan.Op welke wijze zet Nederland zich ervoor in dat accountability voorconflict gerelateerd seksueel geweld een centrale plaats krijgt in deinternationale aanpak van de oorlog in Sudan?19Kamerstuk 21 501–02, nr. 3404Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345938 91. Antwoord van het kabinetNederland zet zich in voor accountability voor conflict-gerelateerd seksueel geweld in Soedan. In dat kader is Nederlandin februari toegetreden tot de Coalition for Atrocity Preventionand Justice in Sudan, waarin we samenwerken met gelijkge-stemde landen om accountabilitymechanismen in en voor Soedante versterken.Nederland steunt organisaties die mensenrechtenschendingenmonitoren en documenteren, onder meer via bijdragen aan hetVN-mensenrechtenkantoor (OHCHR) in Soedan en met een extravrijwillige bijdrage in de afgelopen jaren van in totaal EUR 6 mln.aan het Internationaal Strafhof (ICC) ter versterking van dealgehele onderzoekscapaciteit. Tevens ondersteunt Nederlandcommunity protection teams die conflicten en seksueel- engender gerelateerd geweld vroegtijdig signaleren en aanpakken.Ook binnen humanitaire inzet worden veiligheidsrisico’s geadres-seerd, zoals bij waterpunten waar het risico op seksueel- engender-gerelateerd geweld hoog is.Ten slotte levert Nederland een financiële bijdrage aan een doorde VN-georganiseerde regionale conferentie voor openbaaraanklagers uit verschillende Afrikaanse landen, waaronderSoedan, die plaatsvindt in Nairobi, om samenwerking encapaciteit voor vervolging van conflict gerelateerd seksueelgeweld verder te versterken.De leden van de PvdD-fractie heeft met zorg kennisgenomen van deberichtgeving over gesprekken tussen vertegenwoordigers vanEU-lidstaten, waaronder Nederland, en vertegenwoordigers van deTaliban over de terugkeer van Afghaanse asielzoekers.20 Hoewelpraktische contacten soms noodzakelijk kunnen zijn met het faciliteren vannoodhulp, mogen deze gesprekken er niet toe leiden dat het Taliban-regime verder wordt gelegitimeerd. Deze leden maken zich grote zorgenover de voortgaande genderapartheid in Afghanistan. Vrouwen enmeisjes worden door de Taliban systematisch uitgesloten van onderwijs,werk en vrijwel alle aspecten van het openbare leven.Daarnaast blijven journalisten, mensenrechtenverdedigers, lhbtqia+-personen en etnische en religieuze minderheden blootstaan aan ernstigerisico’s. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.Welke rol heeft Nederland gespeeld bij de totstandkoming van degesprekken met vertegenwoordigers van de Taliban en wat is daarbij deNederlandse inzet?92. Antwoord van het kabinetOp 16 oktober jl. hebben verschillende lidstaten, waaronderNederland, een brief gestuurd aan Eurocommissaris Brunner metde oproep om op Europees niveau vrijwillige terugkeer vanpersonen zonder verblijfsrecht in de EU te stimuleren en demogelijkheden voor gedwongen terugkeer naar Afghanistan teonderzoeken, voor lidstaten die dat willen. Uw Kamer heeft eenafschrift van deze brief ontvangen. De Commissie heeft gevolggegeven aan deze oproep door over deze onderwerpen op20De Koning, M., & Van den Dool, P. (2026, 23 juni). Nederlandse ambtenaren praten vandaag inBrussel met taliban: «Gewetenloos en hypocriet». Algemeen Dagblad. https://www.ad.nl/buitenland/nederlandse-ambtenaren-praten-vandaag-in-brussel-met-taliban-gewetenloos-en-hypocriet~a1d2c04d/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345939 operationeel niveau met de facto autoriteiten te spreken.Nederland heeft verder geen rol gespeeld bij de totstandkomingvan deze gesprekken.Hoe verhouden deze gesprekken zich tot het Nederlandse en Europeseuitgangspunt om het Talibanregime niet te erkennen?93. Antwoord van het kabinetNederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoor-diging van de Afghaanse bevolking. Normalisering van de relatiemet de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederlandminimale operationele contacten met de de facto autoriteiten inAfghanistan. Het gesprek in Brussel past in dit kader.Deelt u de opvatting dat gesprekken over terugkeer van afgewezenasielzoekers het risico met zich meebrengen dat de Taliban internationaalverder worden genormaliseerd? Zo nee, waarom niet?94. Antwoord van het kabinetNee, het betrof een operationeel gesprek. Het normaliseren vande relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent deTaliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaansevolk.Beschouwt het kabinet de systematische uitsluiting van vrouwen enmeisjes van onderwijs, werk en het openbare leven als genderapartheid?Kan het kabinet zijn antwoord toelichten?95. Antwoord van het kabinetGenderapartheid is nog geen internationaalrechtelijk erkendbegrip en de reikwijdte ervan is ook onduidelijk. Het kabinetbeschouwt de systematische uitsluiting van vrouwen en meisjesvan onderwijs, werk en het openbare leven als grove en systema-tische schendingen van Afghanistans verplichtingen onder hetVrouwenverdrag dat discriminatie van vrouwen verbiedt.Welke concrete stappen zet Nederland om Afghaanse meisjes en vrouwentoegang te blijven bieden tot onderwijs, waaronder online onderwijs enonderwijsprogramma’s vanuit het buitenland? Bent u bereid deze inzet uitte breiden? Zo nee, waarom niet?96. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft zich gecommitteerd aan het steunen van deAfghaanse bevolking, met name vrouwen en meisjes. Dat doetNederland via onder andere humanitaire hulp en steun aan lokalemensenrechteninitiatieven. Nederland werkt altijd vanuit de«voor vrouwen, door vrouwen»-benadering, waarbij er in alleprogrammering speciale aandacht voor vrouwen en meisjes is.Nederland zet zich in EU- en VN-verband in voor toegang totonderwijs voor meisjes en vrouwen.Ook heeft Nederland op 25 september 2024 – samen metAustralië, Canada en Duitsland – Afghanistan aansprakelijkgesteld voor grove en systematische schendingen van hetVrouwenverdrag. Door Afghanistan aansprakelijk te stellen, zetNederland zich samen met de bovengenoemde staten in omTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345940 naleving van de internationale verplichtingen van Afghanistanonder het Vrouwenverdrag af te dwingen en toekomstigeschendingen te voorkomen. Afghaanse vrouwen en meisjesmoeten hun rechten op grond van het Vrouwenverdrag kunnenuitoefenen. In het bijzonder moet het recht op onderwijs,gezondheidszorg en deelname aan het openbare leven voorAfghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd engewaarborgd.Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, in samenwerking met Neder-landse kennisinstellingen, aanvullende studiebeurzen beschikbaar testellen voor vrouwen uit Afghanistan en andere landen waar vrouwen enmeisjes stelselmatig van onderwijs worden uitgesloten? Is het kabinetbereid dergelijke mogelijkheden te verkennen?97. Antwoord van het kabinetStudiebeurzen voor Afghaanse vrouwen maken momenteel geendeel uit van de Nederlandse programmering voor Afghanistan.Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 96 hecht hetkabinet groot belang aan de verbetering van de situatie vanvrouwen en meisjes in Afghanistan waaronder hun toegang totonderwijs.Hoe beoordeelt het kabinet de huidige mensenrechtensituatie in Afgha-nistan, in het bijzonder ten aanzien van vrouwen, meisjes, lhbtqia+-personen, journalisten, mensenrechtenverdedigers en etnische enreligieuze minderheden?98. Antwoord van het kabinetDe mensenrechtensituatie in Afghanistan is onverminderd ernstigvoor deze kwetsbare groepen en het kabinet kaart de zorgenhierover voortdurend aan in EU- en VN verband. Ook heeftNederland in EU-verband in de VN-Mensenrechtenraad steunverleend aan accountability voor en het tegengaan van straffe-loosheid van ernstige mensenrechtenschendingen en interna-tionale misdrijven in Afghanistan, wat uiteindelijk resulteerde inde oprichting van een onafhankelijk onderzoeksmechanisme voorAfghanistan.Kan het kabinet toelichten op welke wijze de veiligheid van personen dienaar Afghanistan terugkeren kan worden gemonitord, gelet op hetontbreken van onafhankelijke rechtsbescherming en de beperkte toegangvoor internationale organisaties?99. Antwoord van het kabinetDe beginselen van non-refoulement en de verplichtingen onderhet Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bevatbindende vereisten die onder alle omstandigheden doorNederland zullen worden nageleefd.Blijft Nederland zich binnen de Europese Unie verzetten tegen gedwongenterugkeer naar Afghanistan zolang sprake is van ernstige en systema-tische mensenrechtenschendingen door de Taliban?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345941 100. Antwoord van het kabinetU wordt verwezen naar het antwoord op vraag 93. Voortsworden, zoals aangegeven bij vraag 99, de beginselen vannon-refoulement en de verplichtingen onder het EVRM onder alleomstandigheden door Nederland nageleefd. Ook blijft Nederlandzich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen door de defacto autoriteiten in Afghanistan, zowel in EU- als in VN-verband.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 345942

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d45b75472e46c63d

14 okt 2026 · 2b28a90a39b796f4

12 okt 2026 · 5280ef64a396ef6b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.