Verslag van een schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met het zorgpakket Zvw 2026 (Kamerstuk 29689-1293)
Brontekst
Versie 19095ff3992c954c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 689Herziening ZorgstelselNr. 1297 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 16 juni 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 22 mei 2025 inzake hetontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering inverband met het zorgpakket Zvw 2026 (Kamerstuk 29 689, nr. 1293).De vragen en opmerkingen zijn op 3 juni aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 16 juni zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29689-1297ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12971 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie6II.Reactie van de Minister8 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbe-sluit houdende de wijziging van het Besluit zorgverzekering in verbandmet het zorgpakket Zvw 2026 en hebben hierover geen aanvullendevragen en/of opmerkingen.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van debrief Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekeringin verband met het zorgpakket Zvw 2026. Genoemde leden lezen tot hunteleurstelling dat het basispakket nauwelijks wordt uitgebreid en hebbenhier nog enkele opmerkingen en vragen bij.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn bezorgd en teleurgesteld dathet basispakket nagenoeg niet wordt uitgebreid. Mondzorg, fysiotherapieen vele andere vormen van noodzakelijke zorg blijven buiten hetbasispakket vallen. Kan de Minister reflecteren op het besluit om hetbasispakket amper uit te breiden? Het verlagen van het eigen risico draagtbij om betaalbaarheidsproblemen in de zorg deels op te lossen. Echterwordt het basispakket onder deze Minister niet uitgebreid. Erkent deMinister dat, ondanks de aangekondigde verlaging van het eigen risico,grote delen van de zorg, zoals mondzorg en fysiotherapie, voor veelmensen om financiële redenen ontoegankelijk blijft?Uit het rapport eindverslag verkenning mondzorg blijkt dat 1,4 miljoenmensen jaarlijks de tandarts mijden, ten dele om financiële redenen. In debrief van de Minister lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie niksover mondzorg in het basispakket, dan wel in beperkte vorm. Is deMinister bereid andere concrete maatregelen te nemen om mondzorgtoegankelijk te maken en iets te doen voor de mensen die de tandartsmijden om financiële redenen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen overhet feit dat de vergoeding voor kinderbrillen niet in het basispakket zit,behalve voor serieuze medische afwijkingen. In Nederland lopentienduizenden kinderen zonder bril, terwijl ze die wel nodig hebben, maarde ouders het niet kunnen betalen.1 Hoe reflecteert de Minister hierop?Erkent de Minister dat een kinderbril geen luxeproduct is maar vaak1Een Vandaag, 26 september 2024, «Zorgwekkende ontwikkeling» dat kinderen gee... |EenVandaagTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12972 noodzakelijk is om goed mee te kunnen te doen in onze samenleving?Erkent de Minister dan ook dat kinderbrillen in het basispakket thuis-horen? Kan de Minister de kosten en baten in kaart brengen van kinder-brillen in het basispakket?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbe-sluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband methet zorgpakket Zvw 2026. Hoewel genoemde leden zich kunnen vinden ineen deel van de wijzigingen, is er ook een wijziging aangekondigd waar zijkritisch over zijn, namelijk de uitbreiding van de aanspraak op zorg bijstoppen met roken. Zij hebben daarom enkele vragen.De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van stoppen metroken: nicotinegebruik is immers verslavend en schadelijk voor de eigengezondheid en de gezondheid van een ander. Deze leden vragen inhoeverre de samenleving moet bijdragen aan het vergoeden vanmeerdere stoppogingen. Bovendien missen zij cijfers bij de aangegevenwijziging. Volgens het Trimbos-instituut gebruikte 65% van de rokers geenbegeleidingsprogramma of nicotinevervangers bij pogingen om testoppen met roken. Hoe zijn de verschillen in effectiviteit tussen eenstoppen-met-roken-programma, het gebruik van nicotinepleisters of-kauwgom, geneesmiddelen en stoppen zonder begeleiding? Hoeveelmensen doen dat jaarlijks in Nederland? Hoeveel van hen maken gebruikvan meerdere begeleide stopprogramma’s per jaar? Eerder gaf deStaatssecretaris van VWS, de heer Karremans, aan in gesprek te gaan metzorgverzekeraars over dit onderwerp2. Heeft dit gesprek inmiddelsplaatsgevonden en zo ja, hoe kijken de zorgverzekeraars aan tegenverruiming van de aanspraak?Hoeveel kosten dragen stoppers nu zelf om te stoppen met roken en/ofvapen? Wat kosten begeleide programma’s aan eigen bijdrage of eigenrisico, wat geven ze uit aan nicotinevervangers of geneesmiddelen? Het isniet moeilijk om dan te berekenen hoe kosteneffectief dit is voor stopperszelf, de besparing aan tabaksaankopen loopt immers snel op. Verderwillen de leden van de VVD-fractie weten wat de extra kosten voor desamenleving zijn van deze verruiming? Wat is de reden dat de Ministerschrijft dat er geen extra kosten worden verwacht? Genoemde leden zijnpositief over rokers met een grote motivatie om te stoppen, maar kunnenzich ook voorstellen dat rokers die nicotinevervangers gebruiken ookgemotiveerd zijn. Zijn daarover cijfers beschikbaar? In hoeverre isoverwogen om voor een tweede en derde keer deelname aan eenstopprogramma een (grotere) eigen bijdrage te vragen?De leden van de VVD-fractie vinden dat zorg, zeker collectief gefinancierdezorg, bewezen effectief moet zijn. Zij lezen dat van slechts 30% van de40.000 mensen die jaarlijks deelnemen kan worden gezegd dat eenstopprogramma als geslaagd kan worden beschouwd. Geldt dit voor alletypen programma’s of zijn er significante verschillen? Is het mogelijk ineen tabel te laten zien wat de effectiviteit is van de verschillende manierenom te stoppen met roken? En ook van de verschillende manieren om testoppen met vapen? Is gekeken hoe deze (alle) programma’s effectieverkunnen worden alvorens te besluiten de aanspraak te verruimen? Zo nee,waarom niet?2Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 36, item 7. (2025D13373).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12973 Ook hebben de leden van de VVD-fractie nog enkele vragen over deuitzondering meekijkconsult en meedenkadvies van het verplicht eigenrisico. Genoemde leden vinden het belangrijk dat mensen met psychischeproblemen tijdige en passende zorg krijgen en zien de meerwaarde vaneen verkennend gesprek. Op welke wijze wordt beoordeeld of eendergelijk gesprek daadwerkelijk leidt tot tijdige en passende hulp? Wat zijntot nu toe de ervaringen met een verkennend gesprek?De leden van de VVD-fractie zijn groot voorstander van digitale innovatiedie de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg verbetert. Ook in degeestelijke gezondheidszorg (ggz) blijkt digitale zorg tot positieveervaringen te leiden.3 Toch loopt de ggz ernstig achter als het gaat omdigitale zorg. In hoeverre zorgt deze wijziging ervoor dat de inzet vandigitale consultatievormen wordt gestimuleerd? Is de Minister bereid hierdoelstellingen voor te bepalen en met (extra) maatregelen te zorgen datdeze doelstellingen worden gehaald?In de brief over de wijziging van het basispakket4 lezen de leden van deVVD-fractie dat de Minister in gesprek is over de vraag of de aanspraak opbrillen voor kinderen herzien moet worden. Welke benodigde data eninformatie worden in kaart gebracht en wanneer verwacht de Minister deKamer verder te kunnen informeren over dit onderwerp?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbe-sluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband methet zorgpakket Zvw 2026. Deze leden hebben nog enkele vragen.De leden van de NSC-fractie zijn verheugd te lezen dat de aanspraak opzorg bij stoppen met roken wordt uitgebreid naar maximaal drie keer perjaar. Deze leden wijzen erop dat uit onderzoek blijkt dat de inzet binnenhet sociaal domein om cliënten te begeleiden naar stoppen-met-rokenhulp nog versterkt kan worden. Deelt de Minister de mening dat deeffectiviteit van deze regeling mede afhangt van actieve toeleiding en hetvergroten van de bekendheid ervan onder de doelgroep, zeker onderrokers met een lagere sociaaleconomische positie, die vaak nog mindergoed de hoogte zijn van de gratis stoppogingen? Zo ja, is de Ministerbereid om maatregelen te treffen om deze uitbreiding tijdig en breedonder de aandacht te brengen van zowel zorgprofessionals alsverzekerden/rokers?De leden van de NSC-fractie merken op dat het maximumaantal behande-lingen is losgelaten vanwege het beloop van de klachten bij patiënten metaxiale spondyloartritis (hierna: axSpA) en ernstige functionele beper-kingen. Deze leden achten het wenselijk dat er na een vaste periode,bijvoorbeeld na zes maanden, een evaluatie plaatsvindt zodat dezorgbehoefte opnieuw kan worden vastgesteld en het risico op overbe-handeling wordt beperkt. Kan de Minister hierop reflecteren?De leden van de NSC-fractie merken op dat het verkennend gesprek in deggz wordt uitgezonderd van het verplichte eigen risico. Kan de Ministertoelichten in hoeverre het aannemelijk is dat dit verkennend gesprekdaadwerkelijk bijdraagt aan het verminderen van doorverwijzingen naarduurdere vormen van ggz-zorg? Op welke wijze wordt dit gemonitord enop welk moment wordt er, indien nodig, bijgestuurd?3NOS Nieuws, 2 maart 2025, Beeldbellen met je therapeut gebeurt steeds vaker4Kamerstuk 29 689, nr. 1294Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12974 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van hetOntwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering inverband met het zorgpakket Zvw 2026. Daartoe hebben deze ledenverdere vragen.De leden van de D66-fractie zijn positief over het uitbreiden van deaanspraak op zorg bij stoppen met roken. Dit is een effectieve interventiegebleken om mensen gezonder te laten leven. Genoemde leden zien meerprogramma’s die een waardevolle bijdrage leveren aan het voorkomenvan zorg, zoals de Gezonde Leefstijlinterventie. Kan de Minister eenoverzicht geven van preventieve zorg die vanuit het basispakket geleverdwordt? Kan de Minister aangeven of deze zorg effectief is, en welke zorghiermee bespaard wordt?De leden van de D66-fractie begrijpen dat schattingen van het Zorgin-stituut laten zien dat maar liefst 30–40% van de zorg die in Nederlandgeleverd wordt niet bewezen effectief is. De leden van de D66-fractiebegrijpen dat programma’s, zoals Zinnige Zorg, zijn opgericht omgestructureerd naar de effectiviteit van behandelingen in het basispakkette kijken. Deze leden vinden het belangrijk dat er voortdurend naar deeffectiviteit van behandelingen wordt gekeken omdat patiënten effectievezorg verdienen. Kan de Minister aangeven wat er concreet gedaan is metde uitkomsten van de adviezen van het Zorginstituut? Op welke wijzeheeft de Minister in haar afwegingen over de besluiten omtrent «wijzi-gingen zorgverzekering zorgpakket» onderzoeken over de effectiviteit vanbehandelingen betrokken, en hoe deze constateringen daarin meege-nomen, zo vragen deze leden.Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister een overzichtkan aangeven van zorg, behandelingen en medicatie, die wel vergoedworden vanuit het basispakket, maar waarover twijfels bestaan over deeffectiviteit of waarvan duidelijk is dat het niet-bewezen effectief is. Ookvragen genoemde leden of de Minister aan zou willen geven of zij bereidis verder in gesprek te gaan met het Zorginstituut en andere betrokkeninstanties over welke stappen gezet kunnen worden om niet bewezeneffectieve zorg in kaart te brengen, en waar mogelijk uit het basispakket tehalen, zodat er meer geld beschikbaar blijft voor bewezen effectieve zorg.Deze leden vragen of de Kamer geïnformeerd kan worden over devervolgstappen van deze Minister. Daarnaast vragen zij welke onder-zoeken hier al naar zijn gedaan en wat er met de uitkomst van dieonderzoeken is gedaan.De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen datmeekijkconsulten en meedenkadviezen in de ggz buiten het eigen risicoworden geplaatst. Een positieve ontwikkeling die het voorkomen van zorgmakkelijker maakt, denken deze leden. Kan de Minister aangeven of ze ditin andere sectoren ook overweegt en zo ja, in welke sectoren?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbe-sluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband methet zorgpakket Zvw 2026. Genoemde leden hebben geen vragen aan deMinister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12975 Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het Ontwerpbe-sluit dat gaat over de wijziging van het zorgpakket in 2026. Zij hebbenhierover nog een aantal vragen en opmerkingen.Naar aanleiding van paragraaf 2.1 Uitbreiding van de aanspraak op zorgbij stoppen met roken. De leden van de SP-fractie lezen dat er is gekozenom rokers de mogelijkheid te geven om maximaal driemaal per jaar eenstoppen-met-roken-programma te laten volgen omdat dit veel effectieverblijkt te zijn dan maximaal 1 programma per jaar. Klopt het dat rokersvoortaan kosteloos drie programma’s per jaar mogen volgen? Hebben zijde mogelijkheid om hierin een programma te kiezen naar eigen wens? Zonee, op welke manier worden zij hierin beperkt?De leden van de SP-fractie lezen dat deze uitbreiding niet leidt tot extrakosten, terwijl dit eerder wel een argument was van het Zorginstituut omhet aantal behandelingen te beperken. Waarom is eerder dan tot eenmaximum besloten? Genoemde leden denken dat bij het eerder wijzigenvan dit beleid, dit voor veel rokers verschil had kunnen maken.De leden van de SP-fractie vragen op welke manier de Minister ervoorgaat zorgen dat meer rokers gebruik gaan maken van deze programma’s.Welke andere extra stappen gaat deze Minister zetten om rokers te helpenom te stoppen? Erkent u dat er een verband is tussen de sociaalecono-mische omstandigheden van mensen en het percentage mensen datrookt? Op welke manier is het beleid van deze Minister hierop gericht?De leden van de SP-fractie vragen of de Minister ook voornemens is omzaken als nicotinepleisters en nicotinekauwgom, maar ook eenmaligebijeenkomsten die worden georganiseerd te gaan vergoeden zonderbeperkende voorwaarden.Naar aanleiding van paragraaf 2.2 Uitbreiding van het pakket metlangdurige gepersonaliseerde gesuperviseerde actieve oefentherapie bijaxSpA, indien de verzekerde ernstige functionele beperkingen heeft. Deleden van de SP-fractie vragen welke maatregelen er op dit moment in hetpakket zitten die vooralsnog onder voorwaarden zijn toegelaten, zoals isgebeurd met de gesuperviseerde actieve oefentherapie ter behandelingvan volwassen patiënten met axSpA. Voor welke behandelingen geldt datdeze bijvoorbeeld in 2027 en 2028 zijn afgelopen mits, het basispakket nietwordt gewijzigd volgend jaar?Naar aanleiding van paragraaf 2.3 Uitzondering van het verplicht eigenrisico voor het meekijkconsult (waaronder ook het verkennend gesprek inde ggz) en het meedenkadvies. De leden van de SP-fractie lezen dat heteigen risico bijdraagt aan het «kostenbewustzijn van verzekerden». Zijvragen specifiek aan de Minister of zij wel of niet achter deze uitspraakstaat en waarom.De leden van de SP-fractie lezen dat met voorliggende wijzigingen dekosten van een advies aan de huisarts uitgesloten is van het eigen risico.Kan de Minister aangeven hoeveel mensen gemiddeld kwijt zijn aan zo’nextern advies? Wat bedoelt de Minister precies met de zin «ook dient dezorg in rekening te kunnen worden gebracht met de specifieke prestatiesdie in de prestatie- en tariefbeschikkingen van de Nederlandse Zorgauto-riteit (NZa) zijn opgenomen»? Hoe ging dit eerder in de praktijk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12976 Genoemde leden vragen de Minister te verduidelijken wat wordt bedoeldmet de mogelijkheid voor zorgverzekeraars om in hun zorgpolissen op tenemen dat meer zorgvormen buiten het vrijwillig eigen risico vallen.De leden van de SP-fractie vragen hoe het onderscheid wordt gemaakttussen de «eerstelijnsdiagnostiek» en andere raadplegingen, zoals hetmeedenkadvies, het meekijkconsult en het verkennende gesprek. Hoewordt er aan patiënten duidelijk gemaakt dat voor de ene vorm van zorgwel betaald moet worden, en voor de andere vorm niet? Hoe verhoudtvoorliggende wijziging van het pakket zich hiertoe?De leden van de SP-fractie vragen of de Minister heeft overwogen om deeerstelijnsdiagnostiek ook uit te sluiten van het eigen risico. Kan deMinister aangeven wat de gemiddelde en maximale kosten zijn voor de«eerstelijnsdiagnostiek»?Naar aanleiding van de paragraaf Overig. De leden van de SP-fractievragen of het voorliggende voorstel nog andere wijzigingen van hetbasispakket bevat die geen uitbreiding zijn, maar juist een inperking. Ookde vragen zij aan de Minister welke andere uitbreidingen van hetbasispakket in 2026 zij heeft overwogen. Kan de Kamer daar een lijst vanontvangen? Het algemene antwoord dat er altijd over van alles in gesprekwordt gegaan en over veel wordt nagedacht, volstaat niet.De leden van de SP-fractie vragen of er overleg is geweest over eenmogelijke uitbreiding van enige vorm van mondzorg in het basispakket.Zo ja, welke mogelijkheden heeft de Minister hiervoor overwogen? Kan deMinister de Kamer een lijst toesturen met mogelijk uitbreidingen en deeventuele kosten en opbrengsten hiervan?Genoemde leden vragen welk signaal de Minister denkt af te geven doorde verantwoordelijkheid van mondzorg op het bordje van gemeenten teschuiven, waardoor het afhankelijk is van in welke gemeente je woont ofje aanspraak kan maken op een vergoeding hiervan.De leden van de SP-fractie vragen of de Minister overwogen heeft omenige vorm van fysiotherapie toe te voegen aan het basispakket, ook alsmensen geen specifieke aandoening hebben. Zo ja, welke mogelijkhedenheeft de Minister overwogen? Kan de Minister de Kamer een lijsttoesturen met mogelijk uitbreidingen en de eventuele kosten enopbrengsten hiervan?De leden van de SP-fractie vragen of de Minister heeft overwogen om debijdrage per uur voor kraamzorg te verlagen, zodat dit geen drempel hoeftte zijn voor zwangere om kraamzorg aan te vragen. Wat is de reactie vande Minister op het feit dat op dit moment 1 op de 6 (en in grote stedenzelfs 1 op de 4) vrouwen te weinig kraamzorg afneemt vanwege de hogekosten? Welke plannen heeft uw Minister om dit te voorkomen?De leden van de SP-fractie vragen of de Minister heeft overwogen om devergoeding van kinderbrillen in het basispakket op te nemen. Waarom ishier niet voor gekozen? Heeft er wel overleg plaats gevonden met deoogorganisaties die hier eerder een oproep toe hebben gedaan?De leden van de SP-fractie vragen waarom de Minister er niet voor heeftgekozen om de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld ook uit tezonderen van het eigen risico. Deelt u de mening dat het onuitlegbaar isom mensen die zoiets heftigs is overkomen vervolgens ook nog eenrekening te sturen en al helemaal als daarbij ook nog eens de term «eigenrisico» gebruikt wordt? Is het vragen van het eigen risico voor slachtoffersvan seksueel geweld bovendien niet in strijd met artikel 26 van deEuropese richtlijn 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12977 huiselijk geweld, waarin is vastgelegd dat er «goed uitgeruste engemakkelijk toegankelijke crisiscentra voor slachtoffers van verkrachtingof verwijzingscentra voor slachtoffers van seksueel geweld» moeten zijn,die «kosteloos beschikbaar» zijn? Hoe verhoudt het eigen risico zich totdeze richtlijn?II. Reactie van de Minister De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn bezorgd en teleurgesteld dathet basispakket nagenoeg niet wordt uitgebreid. Mondzorg, fysiotherapieen vele andere vormen van noodzakelijke zorg blijven buiten hetbasispakket vallen. Kan de Minister reflecteren op het besluit om hetbasispakket amper uit te breiden? Het verlagen van het eigen risico draagtbij om betaalbaarheidsproblemen in de zorg deels op te lossen. Echterwordt het basispakket onder deze Minister niet uitgebreid. Erkent deMinister dat, ondanks de aangekondigde verlaging van het eigen risico,grote delen van de zorg, zoals mondzorg en fysiotherapie, voor veelmensen om financiële redenen ontoegankelijk blijft?Ongeveer 90% van de verzekerde zorg behoort tot het «open gedeelte»van het basispakket. Goede zorg stroomt hierdoor automatisch het pakketin. Het basispakket wordt daarmee automatisch uitgebreid, als zorgpar-tijen zoals beroepsgroepen, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars heterover eens zijn dat een nieuwe zorgvorm effectief is. Voor de overige10% van de zorg is de aanspraak beperkt. Om de aanspraak op dezezorgvormen uit te breiden, is politieke besluitvorming nodig. De voorge-nomen wijzigingen die met uw Kamer zijn gedeeld, gaan over dit soortwijzigingen.Het uitbreiden van het basispakket met mondzorg of fysiotherapie valtonder het «gesloten gedeelte» van het pakket. Uw Kamer is al eerdergeïnformeerd over de stappen die voor fysiotherapie5 en mondzorg6worden gezet om de toegankelijkheid te verbeteren. Dat zijn ingewikkeldetrajecten, die veel tijd kosten. Bovendien geldt voor deze zorgvormen dathet uitbreiden van het pakket gepaard gaat met aanzienlijke budget-impact. Die financiële ruimte is er op dit moment ook niet.Ten aanzien van mondzorg geldt dat inwoners in Nederland over hetalgemeen vaak naar de tandarts gaan. Daarnaast is mondzorg toegankelijkvia een aanvullende verzekering met mondzorgdekking of, voor minima,via een gemeentepolis. Er zijn behoorlijk wat mensen die hiermeeverzekerd zijn voor mondzorg.Tegelijkertijd is er een groep mensen voor wie mondzorg financieel nog inonvoldoende mate toegankelijk is. Zoals in het eindverslag van het project«Mijding mondzorg om financiële redenen door minima»7 is aangegeven,zijn er naar schatting 640.000 mensen die afzien van mondzorg omfinanciële redenen. Het Zorginstituut is gestart met een adviestraject naareen passende aanspraak voor mondzorg in het basispakket. Deuitkomsten worden in 2028 verwacht. Waar mogelijk wordt de Kamer overde tussentijdse bevindingen geïnformeerd. Daarnaast is het Ministerie vanVWS aan de slag om, samen met diverse mondzorgpartijen, gerichtefinanciële maatregelen specifiek voor minima uit te werken. Eventuelebesluitvorming hierover is aan een volgend Kabinet.Fysiotherapie wordt beperkt, voor bepaalde indicaties, vanuit hetbasispakket vergoed. Veel mensen maken gebruik van de fysiotherapeut.Via het basispakket, via de aanvullende verzekering of door het uit eigen5Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 916.6Kamerstukken II 2024/25, 32 620, nr. 293 en 301.7Ongewenste mijding van mondzorg om financiële redenen | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12978 middelen te betalen. Tegelijkertijd ontvangen we signalen van bijvoor-beeld burgers en de Patiëntenfederatie dat fysiotherapie voor een groepmensen om financiële redenen in onvoldoende mate toegankelijk is.Via het traject PAFOZ8 is geprobeerd om via het basispakket de toegangtot fysiotherapie te verbeteren. Daarin heeft het Zorginstituut hetvergoeden van de eerste twintig behandelingen voor fysiotherapie die opde zogenaamde «chronische lijst» staat beschreven als mogelijkheid omde toegang tot deze zorg te verbeteren. Voor de uitbreiding is€ 137 miljoen per jaar nodig. Hier is geen dekking voor gevonden.Tot slot klopt inderdaad uw veronderstelling dat een verlaging van heteigen risico er niet toe leidt dat zorgvormen die niet onder de basisverze-kering vallen financieel toegankelijker worden.Uit het rapport eindverslag verkenning mondzorg blijkt dat 1,4 miljoenmensen jaarlijks de tandarts mijden, ten dele om financiële redenen. In debrief van de Minister lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie niksover mondzorg in het basispakket, dan wel in beperkte vorm. Is deMinister bereid andere concrete maatregelen te nemen om mondzorgtoegankelijk te maken en iets te doen voor de mensen die de tandartsmijden om financiële redenen?Uit onderzoek blijkt dat van de 1,4 miljoen volwassenen die niet tenminste om de twee jaar naar de tandarts gaan, circa 640.000 volwassenendit niet doen om financiële redenen. Ik vind het belangrijk om generiekeén specifieke oplossingen te onderzoeken om de toegang tot mondzorgvoor minima te verbeteren. Het Zorginstituut is gestart met een advies-traject naar een passende aanspraak voor mondzorg in het basispakket.Daarnaast is het Ministerie van VWS aan de slag om, samen met diversemondzorgpartijen, gerichte financiële maatregelen specifiek voor minimauit te werken. In dit traject worden de verschillende maatregelenuitgewerkt, inclusief de voor- en nadelen. Het streven is om uw Kamer ditnajaar te informeren over de resultaten. Deze uitkomsten zijn voor eenvolgend kabinet ter besluitvorming, aangezien de verwachting is dat deze,of andere, maatregelen de nodige financiële middelen zullen vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen overhet feit dat de vergoeding voor kinderbrillen niet in het basispakket zit,behalve voor serieuze medische afwijkingen. In Nederland lopentienduizenden kinderen zonder bril, terwijl ze die wel nodig hebben, maarde ouders het niet kunnen betalen.9 Hoe reflecteert de Minister hierop?Erkent de Minister dat een kinderbril geen luxeproduct is maar vaaknoodzakelijk is om goed mee te kunnen te doen in onze samenleving?Erkent de Minister dan ook dat kinderbrillen in het basispakket thuis-horen? Kan de Minister de kosten en baten in kaart brengen van kinder-brillen in het basispakket?Goed zicht is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen. Het is dan ookbelangrijk dat alle kinderen in Nederland toegang hebben tot een bril alszij die nodig hebben. Op dit moment zitten brillen voor kinderen slechtsvoor een beperkte indicatie in het basispakket. Ik ben in gesprek metveldpartijen, onderzoeksinstituten en het Zorginstituut om te onderzoekenhoe we ervoor kunnen zorgen dat de toegang tot brillen voor alle kinderengewaarborgd kan worden.8Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 916.9Een Vandaag, 26 september 2024, «Zorgwekkende ontwikkeling» dat kinderen gee... |EenVandaag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 12979 Inmiddels is duidelijk dat de kosten voor het verruimen van de aanspraakvoor brillen voor kinderen liggen tussen 72 en 160 miljoen.Over de baten hebben we geen harde cijfers. Maar uit onderzoek van deoogzorgorganisaties is naar voren gekomen dat het geen toegang hebbentot een goede bril gevolgen heeft op korte en lange termijn. Slecht-ziendheid als gevolg van het niet dragen van een geschikte bril vergrootkansenongelijkheid. Het belemmert niet alleen de leerontwikkeling vankinderen, maar ook hun fysieke en sociale ontwikkeling. Uit onderzoekblijkt dat ruim 80% van de ouders aangeeft dat hun kind zonder bril nietkan lezen, en dus niet goed kan leren. Daarnaast geeft 49% aan dat hunkind zonder bril niet kan sporten of fietsen. Ook gaven deze ouders aandat de meeste kinderen last krijgen van hoofdpijn, vermoeidheid, enscheelzien als zij geen bril dragen. Deze problemen kunnen mogelijk(deels) worden voorkomen op het moment dat de toegang tot brillen voorkinderen wordt verbeterd.De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van stoppen metroken: nicotinegebruik is immers verslavend en schadelijk voor de eigengezondheid en de gezondheid van een ander. Deze leden vragen inhoeverre de samenleving moet bijdragen aan het vergoeden vanmeerdere stoppogingen. Bovendien missen zij cijfers bij de aangegevenwijziging. Volgens het Trimbos-instituut gebruikte 65% van de rokers geenbegeleidingsprogramma of nicotinevervangers bij pogingen om testoppen met roken. Hoe zijn de verschillen in effectiviteit tussen eenstoppen-met-roken-programma, het gebruik van nicotinepleisters of-kauwgom, geneesmiddelen en stoppen zonder begeleiding? Hoeveelmensen doen dat jaarlijks in Nederland? Hoeveel van hen maken gebruikvan meerdere begeleide stopprogramma’s per jaar? Eerder gaf deStaatssecretaris van VWS, de heer Karremans, aan in gesprek te gaan metzorgverzekeraars over dit onderwerp10. Heeft dit gesprek inmiddelsplaatsgevonden en zo ja, hoe kijken de zorgverzekeraars aan tegenverruiming van de aanspraak?De meeste mensen die roken zeggen van plan te zijn daar ooit mee testoppen. Van de mensen die een stoppoging doen gebruikt ruim 65%geen hulpmiddel. Goede ondersteuning verhoogt de kans om na een jaarnog steeds succesvol gestopt te zijn echter aanzienlijk. Ongeveer eenmiljoen mensen doen jaarlijks een poging om te stoppen met roken.Slechts 70.000 mensen maken daarbij gebruik van enige vorm vangedragsmatige ondersteuning. De kans om zonder gebruik vanbegeleiding of hulpmiddelen succesvol gestopt te blijven is circa 6%. Metalleen nicotinevervangers is de kans hooguit 2% hoger. Met een stoppen-met-rokenprogramma neemt het succespercentage uitgedrukt in «nogsteeds gestopt na een heel jaar» toe tot 40%. Op dit moment kunnen ernog geen meerdere begeleide stopprogramma’s per jaar worden vergoed,de verwachting is dat door dit wel mogelijk te maken de effectiviteit vanhet aanbod nog hoger kan worden. Rokers hoeven dan na een terugvalniet maanden te wachten en weer helemaal opnieuw te beginnen met hetstopproces. De gesprekken waar u naar verwijst hebben plaatsgevonden.Verzekeraars ondersteunen de wijziging, om op die manier zogenaamdestepped care zorg mogelijk te maken. Zo kan een stopper na eenkortdurende begeleiding bij de huisarts zonder gewenst resultaat directeen intensief programma volgen.Hoeveel kosten dragen stoppers nu zelf om te stoppen met roken en/ofvapen? Wat kosten begeleide programma’s aan eigen bijdrage of eigenrisico, wat geven ze uit aan nicotinevervangers of geneesmiddelen? Het is10Handelingen II, vergaderjaar 2024–2025, nr. 36, item 7. (2025D13373).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129710 niet moeilijk om dan te berekenen hoe kosteneffectief dit is voor stopperszelf, de besparing aan tabaksaankopen loopt immers snel op. Verderwillen de leden van de VVD-fractie weten wat de extra kosten voor desamenleving zijn van deze verruiming? Wat is de reden dat de Ministerschrijft dat er geen extra kosten worden verwacht? Genoemde leden zijnpositief over rokers met een grote motivatie om te stoppen, maar kunnenzich ook voorstellen dat rokers die nicotinevervangers gebruiken ookgemotiveerd zijn. Zijn daarover cijfers beschikbaar? In hoeverre isoverwogen om voor een tweede en derde keer deelname aan eenstopprogramma een (grotere) eigen bijdrage te vragen?Zorgverzekeraars brengen sinds 2020 stoppen-met-rokenprogramma’s,indien nodig in combinatie met medicatie, niet ten laste van het eigenrisico. Er geldt evenmin een eigen bijdrage. In het Nationaal Preventieak-koord is ook afgesproken dat stoppen-met-rokenzorg beschikbaar moetzijn zonder financiële drempels omdat een stoppoging onder begeleidingveel effectiever is. Gebleken was immers dat voor rokers, te meer omdatveel rokers een lage sociaaleconomische positie hebben, het eigen risicoeen behoorlijke belemmering was om aan een stoppen-met-rokenprogramma deel te nemen. Daarbij is de eventuele besparing optabaksaankopen door het stoppen voor rokers een onvoldoende prikkel,omdat de roker voorafgaand aan deelname nog niet zeker is dat hethem/haar daadwerkelijk gaat lukken om te stoppen.Rokers die alleen nicotinevervangers gebruiken kunnen ook zeergemotiveerd zijn. De wetenschappelijke literatuur laat echter zien datalleen het gebruik van nicotinevervangers geen significant effect heeft ophet stopsucces. Dat is omdat tabaksverslaving naast een nicotine-afhankelijkheid ook een jarenlang opgebouwde gedragsverslaving is waarrokers tijdens een begeleidingstraject inzicht in krijgen en hulp krijgen omeen terugval te voorkomen.Ik verwacht dat op populatieniveau over een aantal jaren bezien dewijziging van de aanspraak niet tot hogere kosten zal leiden. Allereerstzullen door de wijziging niet meer mensen een stoppen-met-rokenprogramma volgen, wel kunnen mensen die na het afronden vaneen programma terugvallen sneller de begeleiding voortzetten. Daarnaastwordt er door het zorgveld gewerkt aan een herziening van de Zorgstan-daard Tabaks- en nicotineverslaving waarmee een uitgebreider terugval-programma wordt uitgewerkt. Daarmee wordt de kans veel groter datiemand na een jaar nog steeds is gestopt. De effectiviteit van het tweedeprogramma, direct aansluiten op het eerste, is bijna twee keer zo hoog. Enals een roker eenmaal succesvol is gestopt, zijn er in latere jaren ook geennieuwe programma’s meer nodig. Het moeten wachten tot een volgendkalenderjaar leidt ertoe dat iemands verslaving in volle hevigheid isteruggekeerd. Anders gezegd: je wilt iemand in een stopproces houden enniet uit dat proces laten vallen om weer van voren af aan te beginnen opeen later moment. Om die reden is niet overwogen om een eigen bijdragete vragen voor een tweede of derde programma. Dan bestaat de kansimmers dat rokers, zeker degenen met een kleine beurs, alsnog wachtenop een volgend kalenderjaar, waarna de behandeling voor hun rookver-slaving minder effectief zal zijn.De leden van de VVD-fractie vinden dat zorg, zeker collectief gefinancierdezorg, bewezen effectief moet zijn. Zij lezen dat van slechts 30% van de40.000 mensen die jaarlijks deelnemen kan worden gezegd dat eenstopprogramma als geslaagd kan worden beschouwd. Geldt dit voor alletypen programma’s of zijn er significante verschillen? Is het mogelijk ineen tabel te laten zien wat de effectiviteit is van de verschillende manierenom te stoppen met roken? En ook van de verschillende manieren om teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129711 stoppen met vapen? Is gekeken hoe deze (alle) programma’s effectieverkunnen worden alvorens te besluiten de aanspraak te verruimen? Zo nee,waarom niet?Stoppen-met-rokenzorg is bewezen kosteneffectief11. Nicotineverslaving ishelaas voor veel mensen een nare ziekte waardoor stoppen met roken nieteenvoudig is, terwijl de ziektelast en maatschappelijke schade erg hoog is.In dat licht is de (kosten)effectiviteit van stoppen-met-rokenzorg bijzonderhoog te noemen. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat van derokers die zonder hulpmiddel stoppen slechts 6% erin slaagt om een halfjaar gestopt te blijven. Bij rokers die nicotinepleisters gebruiken is datsuccespercentage na een half jaar 8%. Tegelijkertijd laten aanbieders vanstoppen-met-rokenzorg zien dat goede begeleiding eventueel in combi-natie met nicotinevervangende middelen zorgt dat tot wel 40% van derokers nog steeds succesvol is gestopt na een volledig jaar. Dat is ook intabelvorm weer te geven:StopmethodeResultaatStoppoging zonder hulpmiddelen6% nog succesvol gestopt na zes maandenStoppoging met nicotinepleisters8% nog succesvol gestopt na zes maandenStopbegeleiding eventueel met medicatie40% nog succesvol gestopt na twaalf maanden Begeleiding bij stoppen met vapen is niet wezenlijk anders omdat het ookdraait om de behandeling van een nicotineverslaving. De meesteaanbieders van stoppen-met-rokenprogramma’s bieden ook begeleidingaan bij stoppen met vapen, waar nodig met enige aanpassingen. Daarbijworden vergelijkbare resultaten gezien. De begeleiding bij stoppen metroken is de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. Dit jaar wordt door hetzorgveld ook de Zorgstandaard Tabaks- en nicotineverslaving herziensamen met de Richtlijn Tabaks- en nicotineverslaving. Hierin wordt opbasis van de meest actuele wetenschappelijke inzichten beschreven onderwelke voorwaarden effectieve stoppen-met-rokenzorg wordt verleend.Aanbieders van stoppen-met-rokenzorg zijn voortdurend bezig om deeffectiviteit van hun programma’s verder te verhogen.Door het verruimen van de aanspraak verwacht ik dat de effectiviteit vanhet aanbod uitgedrukt in kosten én in stopsucces nog verder kan wordenverhoogd.Ook hebben de leden van de VVD-fractie nog enkele vragen over deuitzondering meekijkconsult en meedenkadvies van het verplicht eigenrisico. Genoemde leden vinden het belangrijk dat mensen met psychischeproblemen tijdige en passende zorg krijgen en zien de meerwaarde vaneen verkennend gesprek. Op welke wijze wordt beoordeeld of eendergelijk gesprek daadwerkelijk leidt tot tijdige en passende hulp? Wat zijntot nu toe de ervaringen met een verkennend gesprek?Het verkennend gesprek is bedoeld om samen met de betrokkene tebepalen welke ondersteuning het beste past bij de hulpvraag – binnen deggz, binnen het sociaal domein of een combinatie van beiden. Het doel isom mensen tijdig en passend te helpen en onnodige doorverwijzing naargeestelijke gezondheidszorg te voorkomen. Ervaringen tot nu toe, zoals bijGGZ-Breburg, laten zien dat het verkennend gesprek daadwerkelijk helptbij het vinden van een passende route. Uit deze ervaring blijkt bijongeveer 25% van de mensen die een verkennend gesprek hebbengevoerd, dat ondersteuning vanuit het sociaal domein beter past dan11RIVM, 20218. Factsheet Rookpreventie. Beschikbaar via: https://www.kosteneffectiviteitvanpreventie.nl/interventies-gericht-op-de-preventie-van-roken-2018.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129712 ggz-zorg. Het verkennend gesprek is echter nog niet overal in het landbeschikbaar, dus grootschalige monitoring vindt nog niet plaats.De leden van de VVD-fractie zijn groot voorstander van digitale innovatiedie de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg verbetert. Ook in degeestelijke gezondheidszorg (ggz) blijkt digitale zorg tot positieveervaringen te leiden.12 Toch loopt de ggz ernstig achter als het gaat omdigitale zorg. In hoeverre zorgt deze wijziging ervoor dat de inzet vandigitale consultatievormen wordt gestimuleerd? Is de Minister bereid hierdoelstellingen voor te bepalen en met (extra) maatregelen te zorgen datdeze doelstellingen worden gehaald?Digitale zorg biedt kansen om mensen sneller en beter te helpen. In deggz zijn daar al positieve ervaringen mee, bijvoorbeeld met digitaleconsultatie, e-healthmodules en online ondersteuning. Deel 1 van hetactieprogramma mentale gezondheid en ggz, dat op 9 april jl. is gedeeldmet de Kamer, benoemt digitalisering expliciet als aandachtspunt, metinitiatieven zoals e-communities en een online platform voor jongeren.Voor het verkennend gesprek geldt dat dit gesprek niet per definitiedigitaal zal plaatsvinden. De maatregel om het verkennend gesprek uit tezonderen van het eigen risico is daarom in de eerste plaats bedoeld om detoegankelijkheid van passende ondersteuning te verbeteren, en heeftgeen directe relatie met het stimuleren van digitale zorg.In de brief over de wijziging van het basispakket13 lezen de leden van deVVD-fractie dat de Minister in gesprek is over de vraag of de aanspraak opbrillen voor kinderen herzien moet worden. Welke benodigde data eninformatie worden in kaart gebracht en wanneer verwacht de Minister deKamer verder te kunnen informeren over dit onderwerp?We verzamelen, in samenwerking met oogzorgorganisaties en onder-zoeksinstituten, data over onder andere:•Het aantal kinderen dat een bril nodig heeft.•Het aantal kinderen dat een bril nodig heeft, maar deze nu niet kanbetalen.•De gemiddelde kosten per kind per jaar voor brillenglazen en montu-ren.•De effecten op kinderen die geen goede bril tot hun beschikkinghebben.Naar verwachting wordt uw Kamer rond de jaarwisseling geïnformeerdover de uitkomsten en de mogelijke vervolgstappen.De leden van de NSC-fractie zijn verheugd te lezen dat de aanspraak opzorg bij stoppen met roken wordt uitgebreid naar maximaal drie keer perjaar. Deze leden wijzen erop dat uit onderzoek blijkt dat de inzet binnenhet sociaal domein om cliënten te begeleiden naar stoppen-met-rokenhulp nog versterkt kan worden. Deelt de Minister de mening dat deeffectiviteit van deze regeling mede afhangt van actieve toeleiding en hetvergroten van de bekendheid ervan onder de doelgroep, zeker onderrokers met een lagere sociaaleconomische positie, die vaak nog mindergoed de hoogte zijn van de gratis stoppogingen? Zo ja, is de Ministerbereid om maatregelen te treffen om deze uitbreiding tijdig en breedonder de aandacht te brengen van zowel zorgprofessionals alsverzekerden/rokers?12NOS Nieuws, 2 maart 2025, Beeldbellen met je therapeut gebeurt steeds vaker13Kamerstuk 29 689, nr. 1294Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129713 Er is inderdaad nog verdere verbetering mogelijk om mensen die datnodig hebben toe te leiden naar hulp bij stoppen met roken. De voorge-stelde wijziging van de aanspraak op stoppen-met-rokenzorg is echter nietbedoeld om meer mensen een stoppen-met-rokenprogramma te latenvolgen maar om de mensen die al een programma zouden volgen eeneffectievere ondersteuning te kunnen bieden. Desalniettemin zet deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zich los van deze wijziging inom mensen aan te moedigen te stoppen met roken. De afgelopen jaren isgewerkt aan een wijkaanpak stoppen met roken waarbij ook de verbindingis gezocht met het sociaal domein in de wijken die de meeste aandachtnodig hebben. Daarnaast zijn er campagnes vanuit Ikstopnu om mensente helpen om een voor hen passende manier om te stoppen met roken tevinden. Hierbij is ook in het bijzonder aandacht voor mensen met eenlagere sociaaleconomische positie. Ten slotte werkt het Trimbos-instituutmet ondersteuning van het Ministerie van VWS om onder alle zorgver-leners bekendheid te geven aan het korte stopadvies met warmedoorverwijzing naar passende zorg, ook wel het Very Brief Advice Plus.Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de ambitie uit het NationaalPreventieakkoord om te bevorderen dat jaarlijks 50% van de rokers eenstoppoging doen en 20% daarbij gebruik maakt van effectieve onder-steuning.De leden van de NSC-fractie merken op dat het maximumaantal behande-lingen is losgelaten vanwege het beloop van de klachten bij patiënten metaxiale spondyloartritis (hierna: axSpA) en ernstige functionele beper-kingen. Deze leden achten het wenselijk dat er na een vaste periode,bijvoorbeeld na zes maanden, een evaluatie plaatsvindt zodat dezorgbehoefte opnieuw kan worden vastgesteld en het risico op overbe-handeling wordt beperkt. Kan de Minister hierop reflecteren?Het is van belang aandacht te hebben voor het risico op overbehandeling.Het maximumaantal behandelingen is losgelaten, omdat het Zorginstituutdit heeft geadviseerd. Het Zorginstituut adviseert om voor patiënten metaxiale spondyloartritis geen maximum te verbinden aan het aantalbehandelingen, vanwege de variërende ernst van de klachten, waardoorde zorgbehoefte per patiënt per periode varieert. Periodes van veelklachten (exacerbaties) treden vaak op en worden afgewisseld metperiodes met minder klachten.Ten aanzien van het risico op overbehandeling moet worden gezocht naareen balans tussen de administratieve lasten en de mogelijkheden om zichtte houden op of in de praktijk het risico zich voordoet. Op advies van hetZorginstituut,scherpt de beroepsgroep de richtlijnen aan en worden het aantalpatiënten en behandelingen gemonitord. Het Zorginstituut zal detoepassing van de zorg bij patiënten met axSpA monitoren en indiennodig vervolgacties opstellen. Op die manier wordt het risico op overbe-handeling in voldoende mate beheerst.De leden van de NSC-fractie merken op dat het verkennend gesprek in deggz wordt uitgezonderd van het verplichte eigen risico. Kan de Ministertoelichten in hoeverre het aannemelijk is dat dit verkennend gesprekdaadwerkelijk bijdraagt aan het verminderen van doorverwijzingen naarduurdere vormen van ggz-zorg? Op welke wijze wordt dit gemonitord enop welk moment wordt er, indien nodig, bijgestuurd?Het verkennend gesprek is bedoeld om beter zicht te krijgen op watiemand nodig heeft, en om samen te bepalen welke route het meestpassend is; zorg binnen de ggz, ondersteuning binnen het sociaal domein,of een combinatie van beiden. In de praktijk zien we dat hierdoor minderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129714 mensen onnodig worden doorverwezen naar de ggz, en dat voor dezemensen passende ondersteuning in het sociaal domein wordt gevonden.Uit ervaringen met het verkennend gesprek bij GGZ-Breburg is geblekendat het voeren van verkennende gesprekken de instroom in de ggz metzo’n 25% vermindert. Dit draagt bij aan het verkorten van wachttijden enhet beschikbaar houden van zorg voor mensen die dat echt nodig hebben.Het verkennend gesprek is nog niet landelijk beschikbaar, gezien dementale gezondheidsnetwerken die het verkennend gesprek coördinerennog niet overal geïmplementeerd zijn. De implementatie van hetverkennend gesprek wordt gemonitord binnen het landelijk programmamentale gezondheidsnetwerken. De Staatssecretaris voor Jeugd,Preventie en Sport geeft in deel 1 van het actieprogramma mentalegezondheid en ggz aan dat de precieze effecten daarna gemonitord gaanworden.De leden van de D66-fractie zijn positief over het uitbreiden van deaanspraak op zorg bij stoppen met roken. Dit is een effectieve interventiegebleken om mensen gezonder te laten leven. Genoemde leden zien meerprogramma’s die een waardevolle bijdrage leveren aan het voorkomenvan zorg, zoals de Gezonde Leefstijlinterventie. Kan de Minister eenoverzicht geven van preventieve zorg die vanuit het basispakket geleverdwordt? Kan de Minister aangeven of deze zorg effectief is, en welke zorghiermee bespaard wordt?Het is niet mogelijk om een volledig overzicht te geven van alle preven-tieve zorg die vanuit het basispakket vergoed wordt. Veel zorg die vanuithet basispakket wordt geleverd is gericht op het voorkomen dat klachtenverergeren. Hierbij kunnen we denken aan bloeddrukverlagers die hart- envaatziekten moeten voorkomen of leefstijladvies dat onderdeel is van eenbehandeling. Wanneer we kijken naar programma’s die vanuit hetbasispakket worden vergoed, zoals de Gecombineerde Leefstijlinterventie(GLI), zijn dat er een beperkt aantal.Dat zijn onderstaande programma’s, die allen effectief zijn bevonden:ProgrammaWelke aandoeningen wordenbeoogd te voorkomen (en daarmeezorg te besparen)Stoppen met rokenRokengerelateerde aandoeningen,zoals COPD of kankerGecombineerde LeefstijlinterventieOvergewichtgerelateerde aandoe-ningen, zoals hart en vaatziekten endiabetesValpreventieve interventiesValgerelateerd letsel, zoalsbotbreukenOnderdelen van de Ketenaanpakovergewicht kinderenOvergewichtgerelateerde aandoe-ningen, zoals hart en vaatziekten endiabetesWelzijn op receptVoorkomen van onnodige zorg doorgoed doorvragen wat er onder deklacht ligt (denk aan eenzaamheid,schulden etc)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129715 ProgrammaWelke aandoeningen wordenbeoogd te voorkomen (en daarmeezorg te besparen)Onderdelen van Kansrijke start(Preconceptieconsult enIntegrale prenatale groepszorg(Centering Zwangerschap)Preconceptieconsult: voorkomenvan zorg van het latere kind doordatstellen die een kinderwens hebbenweten wat ze daarvoor moeten doenen welke aanpassingen (bijv. in deleefstijl) nodig zijn om kans op eenkind en goede gezondheidsuitkom-sten te vergroten.IPG: Voorkomen van zorgvragen enmentale klachten, omdat vrouwenvanuit het IPG een netwerkopbouwen waar ze na de bevallingin relatie tot sociale contacten enopvoedvragen ook wat aan hebben. De leden van de D66-fractie begrijpen dat schattingen van het Zorgin-stituut laten zien dat maar liefst 30–40% van de zorg die in Nederlandgeleverd wordt niet bewezen effectief is. De leden van de D66-fractiebegrijpen dat programma’s, zoals Zinnige Zorg, zijn opgericht omgestructureerd naar de effectiviteit van behandelingen in het basispakkette kijken. Deze leden vinden het belangrijk dat er voortdurend naar deeffectiviteit van behandelingen wordt gekeken omdat patiënten effectievezorg verdienen. Kan de Minister aangeven wat er concreet gedaan is metde uitkomsten van de adviezen van het Zorginstituut? Op welke wijzeheeft de Minister in haar afwegingen over de besluiten omtrent «wijzi-gingen zorgverzekering zorgpakket» onderzoeken over de effectiviteit vanbehandelingen betrokken, en hoe deze constateringen daarin meege-nomen, zo vragen deze leden.Ten eerste is het van belang te benadrukken dat verzekerde zorg altijdeffectief moet zijn. Als zorg niet effectief is hoort het niet in het basis-pakket thuis. In het vaststellen of zorg effectief is heb ik geen rol. Als hetZorginstituut adviseert over wijzigingen in het basispakket op grond vande over de andere pakketcriteria (kosteneffectiviteit, noodzakelijkheid enuitvoerbaarheid), vormen deze adviezen een belangrijk onderdeel van deafwegingen.Het klopt dat van veel zorg uit het basispakket nu nog onvoldoendebekend is of die pakketwaardig is. Zo is het regelmatig onzeker of zorgbewezen effectief is of er ontbreekt kennis over of de meerwaarde welopweegt tegen de hoeveelheid personeel die nodig is om de zorg tekunnen leveren. Daarom werkt VWS in het programma verbeteren enverbreden van de toets op het basispakket (VVTB) aan het verbeteren vanhet pakketbeheer om op deze manier bij te dragen aan de beweging naarpassende zorg voor élke patiënt.Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister een overzichtkan aangeven van zorg, behandelingen en medicatie, die wel vergoedworden vanuit het basispakket, maar waarover twijfels bestaan over deeffectiviteit of waarvan duidelijk is dat het niet-bewezen effectief is. Ookvragen genoemde leden of de Minister aan zou willen geven of zij bereidis verder in gesprek te gaan met het Zorginstituut en andere betrokkeninstanties over welke stappen gezet kunnen worden om niet bewezeneffectieve zorg in kaart te brengen, en waar mogelijk uit het basispakket tehalen, zodat er meer geld beschikbaar blijft voor bewezen effectieve zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129716 Deze leden vragen of de Kamer geïnformeerd kan worden over devervolgstappen van deze Minister. Daarnaast vragen zij welke onder-zoeken hier al naar zijn gedaan en wat er met de uitkomst van dieonderzoeken is gedaan.Het basispakket van de Zvw kent een open instroom, waarbij de instroomvan nieuwe interventies en zorgvormen volgt op medisch-inhoudelijkeontwikkelingen. Omdat deze instroom in veel gevallen automatisch – duszonder expliciete toetsing – gebeurt, is het niet mogelijk om centraal eenvolledig overzicht bij te houden van zorg waarvan de effectiviteit onzekeris. Wel worden in verschillende zorgsectoren relevante kennisvragenverzameld in zogeheten kennisagenda’s. In de medisch specialistischezorg gebeurt dit bijvoorbeeld onder meer via het programma Zorgeva-luatie & Gepast Gebruik. Ook hebben zorgpartijen in het IntegraalZorgakkoord afgesproken om een Pakketagenda op te stellen, waarinonderwerpen worden opgenomen die passende zorg moeten bevorderen.In de Pakketagenda passende zorg 2023–2025 zijn 13 onderwerpen meteen grote maatschappelijke impact geprioriteerd.Ik vind het belangrijk om de zorg door te lichten op niet bewezeneffectieve zorg, te beginnen met zorg met de meeste maatschappelijkeimpact. Ter ondersteuning van dit proces is dit jaar het KaderprogrammaPassende Zorg van start gegaan bij ZonMw. Met dit subsidieprogrammakomt er tot en met 2036 € 290 miljoen beschikbaar voor onderzoek naarde onder meer de effectiviteit van zorg. Daarnaast ontwikkelt VWS– samen met het Zorginstituut – een beleidskader dat het mogelijk maaktom zorg waarvan de effectiviteit onzeker is enkel nog te vergoeden als eronderzoek plaatsvindt. In de volgende voortgangsbrief over het Verbe-teren en Verbreden van de Toets op het Basispakket, wordt uw Kamerhierover nader geïnformeerd.De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen datmeekijkconsulten en meedenkadviezen in de ggz buiten het eigen risicoworden geplaatst. Een positieve ontwikkeling die het voorkomen van zorgmakkelijker maakt, denken deze leden. Kan de Minister aangeven of ze ditin andere sectoren ook overweegt en zo ja, in welke sectoren?Met deze maatregel worden alle meekijkconsulten en meedenkadviezenuitgezonderd van het eigen risico, dus niet alleen het verkennend gesprekin de ggz. Met de maatregel wordt advies van een zorgverlener die doorde huisarts wordt ingeroepen, teneinde de patiënt een passendediagnose, behandeling of doorverwijzing te bieden, uitgezonderd van heteigen risico. Dit advies beperkt zich niet alleen tot het verkennend gesprekin de ggz, maar geldt zorgbreed.De huisarts kan bijvoorbeeld via zogeheten meedenkadviezen de expertisevan een medisch specialist uit het ziekenhuis inroepen. Ook deze vormvan zorg wordt met deze maatregel uitgezonderd van het eigen risico.Naar aanleiding van paragraaf 2.1 Uitbreiding van de aanspraak op zorgbij stoppen met roken. De leden van de SP-fractie lezen dat er is gekozenom rokers de mogelijkheid te geven om maximaal driemaal per jaar eenstoppen-met-roken-programma te laten volgen omdat dit veel effectieverblijkt te zijn dan maximaal 1 programma per jaar. Klopt het dat rokersvoortaan kosteloos drie programma’s per jaar mogen volgen? Hebben zijde mogelijkheid om hierin een programma te kiezen naar eigen wens? Zonee, op welke manier worden zij hierin beperkt?Mensen die willen stoppen met roken kunnen op dit moment al eenstoppen-met-rokenprogramma volgen dat volledig wordt vergoed vanuitde basisverzekering, zorgverzekeraars rekenen daarbij ook geen eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129717 risico. Opvolgende programma’s worden onder dezelfde voorwaardenvergoed. In de Zorgstandaard Tabaks- en nicotineverslaving staatbeschreven hoe stoppen-met-rokenzorg wordt vormgegeven. Het staatrokers vrij om een programma te volgen naar eigen voorkeur omdat zijzich zonder doorverwijzing kunnen aanmelden. Als iemand na het volgenvan het programma en de nazorg is teruggevallen wordt het met devoorgestelde wijziging mogelijk een tweede programma in hetzelfde jaarte volgen. In de Zorgstandaard Tabaks- en nicotineverslaving wordtbepaald hoe dat vervolg er uit moet zien. En het volgen van een derdestoppen-met-rokenprogramma zal in de praktijk alleen in uitzonderlijkegevallen aan de orde zijn, bijvoorbeeld door een verhuizing of als iemandtoch nog is teruggevallen na het afronden van een tweede programma enzwanger is geworden.De leden van de SP-fractie lezen dat deze uitbreiding niet leidt tot extrakosten, terwijl dit eerder wel een argument was van het Zorginstituut omhet aantal behandelingen te beperken. Waarom is eerder dan tot eenmaximum besloten? Genoemde leden denken dat bij het eerder wijzigenvan dit beleid, dit voor veel rokers verschil had kunnen maken.Toen in 2009 stoppen met roken werd opgenomen in het basispakket washet nog een nieuwe vorm van zorg. De wijze waarop stoppen-met-rokenzorg kon worden verleend was op dat moment nog relatief breedomschreven. Zekerheidshalve is toen besloten een maximum van éénprogramma per jaar te stellen. Inmiddels heeft het zorgveld rondomstoppen met roken een flinke slag gemaakt en is er veel ervaringopgedaan. Naar aanleiding van de meest recente wetenschappelijke enpraktijkgevormde inzichten is geconcludeerd dat met de voorgesteldewijziging van de aanspraak de meest effectieve stoppen-met-rokenzorgkan worden verleend.De leden van de SP-fractie vragen op welke manier de Minister ervoorgaat zorgen dat meer rokers gebruik gaan maken van deze programma’s.Welke andere extra stappen gaat deze Minister zetten om rokers te helpenom te stoppen? Erkent u dat er een verband is tussen de sociaalecono-mische omstandigheden van mensen en het percentage mensen datrookt? Op welke manier is het beleid van deze Minister hierop gericht?De voorgestelde wijziging van de aanspraak op stoppen-met-rokenzorg isniet bedoeld om meer mensen een stoppen-met-rokenprogramma te latenvolgen, maar om de mensen die al een programma zouden volgen eeneffectievere ondersteuning te kunnen bieden. Desalniettemin zet deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zich los van deze wijziging inom mensen aan te moedigen te stoppen met roken. Er is inderdaad eenduidelijk verband tussen sociaaleconomische omstandigheden en roken.Roken is zelfs een van de meest verklarende factoren van sociaalecono-mische gezondheidsverschillen. De afgelopen jaren is gewerkt aan eenwijkaanpak stoppen met roken waarbij ook de verbinding is gezocht methet sociaal domein in de wijken die de meeste aandacht nodig hebben.Daarnaast zijn er campagnes vanuit Ikstopnu om mensen te helpen omeen voor hen passende manier om te stoppen met roken te vinden. Hierbijis ook in het bijzonder aandacht voor mensen met een lagere sociaaleco-nomische positie. Ten slotte werkt het Trimbos-instituut met onder-steuning van het Ministerie van VWS om onder alle zorgverlenersbekendheid te geven aan het korte stopadvies met warme doorverwijzingnaar passende zorg, ook wel het Very Brief Advice Plus. Hiermee wordtuitvoering gegeven aan de ambitie uit het Nationaal Preventieakkoord omte bevorderen dat jaarlijks 50% van de rokers een stoppoging doen en20% daarbij gebruik maakt van effectieve ondersteuning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129718 De leden van de SP-fractie vragen of de Minister ook voornemens is omzaken als nicotinepleisters en nicotinekauwgom, maar ook eenmaligebijeenkomsten die worden georganiseerd te gaan vergoeden zonderbeperkende voorwaarden.Het gebruik van medicatie is vooral effectief als dat wordt gebruikt incombinatie met gedragsmatige ondersteuning. Ik kies er daarom niet voorom enkel medicatie te vergoeden. Vanuit de wetenschappelijke literatuuris het niet aannemelijk dat eenmalige bijeenkomsten effectief zijn om naeen jaar nog steeds succesvol gestopt te zijn met roken. Een belangrijkuitgangspunt is dat alleen bewezen effectieve zorg wordt vergoed vanuitde basisverzekering.Naar aanleiding van paragraaf 2.2 Uitbreiding van het pakket metlangdurige gepersonaliseerde gesuperviseerde actieve oefentherapie bijaxSpA, indien de verzekerde ernstige functionele beperkingen heeft. Deleden van de SP-fractie vragen welke maatregelen er op dit moment in hetpakket zitten die vooralsnog onder voorwaarden zijn toegelaten, zoals isgebeurd met de gesuperviseerde actieve oefentherapie ter behandelingvan volwassen patiënten met axSpA. Voor welke behandelingen geldt datdeze bijvoorbeeld in 2027 en 2028 zijn afgelopen mits, het basispakket nietwordt gewijzigd volgend jaar?Als een behandeling veelbelovend lijkt maar nog niet bewezen effectief is,kan deze tijdelijk en onder voorwaarden worden vergoed. De voorwaardeis dat patiënten deelnemen aan onderzoek naar de effectiviteit enkosteneffectiviteit. Dankzij deze trajecten kan het noodzakelijke onderzoekgedaan worden om te kijken of er voldoende bewijs is dat de zorg echtwerkt voor de patiënt. Als dat het geval is, kan de zorg wordenopgenomen in het basispakket.Op dit moment lopen er zes voorwaardelijke toelatingstrajecten(VT-traject), waaronder fysiotherapie voor patiënten met axiale spondylar-tritis. Andere trajecten die lopen hebben betrekking op een geneesmiddelvoor de behandeling van kortedarmsyndroom, een behandeling voorspieratrofie, een behandeling voor patiënten met blaaspijnsyndroom enHunnerse laesies, en twee typen behandelingen tegen kanker. Despecifieke zorgvormen van deze trajecten en bijbehorende indicaties zijnvindbaar op de website van het Zorginstituut14.Het Zorginstituut neemt nadat het onderzoek, gekoppeld aan eenVT-traject, is afgerond een standpunt in of brengt een advies uit over devraag of de zorg (kosten)effectief is en kan worden opgenomen in hetbasispakket. Dit doet het Zorginstituut voor het aflopen van de voorwaar-delijke toelating.Voor de VT-trajecten van fysio- en oefentherapie en geneesmiddelenadviseert het Zorginstituut mij over de (kosten)effectiviteit van debehandeling en opname in het basispakket. Op basis van het advies neemik een besluit over het opnemen van de zorg in het basispakket. Er zijngeen voorwaardelijk toegelaten behandelingen die in 2027 of 2028 aflopenen waarvoor een besluit van mij nodig is om tot het basispakket toege-laten te worden.Naar aanleiding van paragraaf 2.3 Uitzondering van het verplicht eigenrisico voor het meekijkconsult (waaronder ook het verkennend gesprek inde ggz) en het meedenkadvies. De leden van de SP-fractie lezen dat het14VT-trajecten staan omschreven op Voorwaardelijk toegelaten zorg | Verzekerde zorg |Zorginstituut Nederland en Voorwaardelijk toegelaten geneesmiddelen | Werkagenda |Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129719 eigen risico bijdraagt aan het «kostenbewustzijn van verzekerden». Zijvragen specifiek aan de Minister of zij wel of niet achter deze uitspraakstaat en waarom.Het verplicht eigen risico in de Zorgverzekeringswet is in 2008 geïntrodu-ceerd en heeft twee hoofddoelen: medefinanciering van de kosten van deZvw-zorg en kostenbewustzijn creëren. Met dit laatste wordt bedoeld datverzekerden zich door het eigen risico bewuster worden van de kostenvan zorg. Het eigen risico beoogt mensen te stimuleren om bewuster nate denken of het gebruik van zorg noodzakelijk is en of die zorg op datmoment moet worden gebruikt. Dit kan er vervolgens toe leiden datverzekerden gemiddeld genomen minder zorg gebruiken, wat weer kanleiden tot een besparing van zorgkosten en tot lagere premies.De leden van de SP-fractie lezen dat met voorliggende wijzigingen dekosten van een advies aan de huisarts uitgesloten is van het eigen risico.Kan de Minister aangeven hoeveel mensen gemiddeld kwijt zijn aan zo’nextern advies? Wat bedoelt de Minister precies met de zin «ook dient dezorg in rekening te kunnen worden gebracht met de specifieke prestatiesdie in de prestatie- en tariefbeschikkingen van de Nederlandse Zorgauto-riteit (NZa) zijn opgenomen»? Hoe ging dit eerder in de praktijk?De kosten van een extern advies aan de huisarts – zoals een meedenk-advies – hangen af van de betrokken professional en de duur van hetconsult. De NZa heeft hiervoor specifieke prestaties vastgesteld, zoals hettarief voor een psychiater of gz-psycholoog die adviseert aan de huisarts.Dit kan variëren van enkele tientallen tot enkele honderden euro’s.Met de zin «de zorg dient in rekening te kunnen worden gebracht met despecifieke prestaties die in de prestatie- en tariefbeschikkingen van de NZazijn opgenomen» wordt bedoeld dat het gaat om consultatie die binnenhet bestaande bekostigingssysteem op juiste wijze gedeclareerd moetkunnen worden. Voorheen werd dergelijke zorg soms indirect of viaandere prestaties bekostigd, waardoor er onduidelijkheid kon ontstaanover de vergoeding. Door deze prestaties expliciet uit te zonderen van heteigen risico wordt de inzet van consultatievormen laagdrempeligergemaakt.Genoemde leden vragen de Minister te verduidelijken wat wordt bedoeldmet de mogelijkheid voor zorgverzekeraars om in hun zorgpolissen op tenemen dat meer zorgvormen buiten het vrijwillig eigen risico vallen.Uitzonderingen op het verplichte eigen risico gelden niet automatisch ookvoor het vrijwillig eigen risico. In het Besluit zorgverzekeringen (Bzv) zijnde uitzonderingen op het vrijwillig eigen risico apart opgenomen. Alleende kosten van inschrijving bij de huisarts en de kosten van niet specifiekop individuele verzekerden gerichte samenwerking zijn in het Bzvuitgezonderd van het vrijwillig eigen risico.Zorgverzekeraars hebben echter ook de mogelijkheid om zelf vormen vanzorg of diensten aan te wijzen waarvan de kosten niet onder het vrijwilligeigen risico vallen. Dit is geregeld in de Zorgverzekeringswet onderartikel 21, lid 4. Zorgverzekeraars moeten in hun modelovereenkomstenopnemen welke vormen van zorg zij uitsluiten van het vrijwillig eigenrisico. In de praktijk zijn dit veelal de vormen van zorg die ook van hetverplicht eigen risico zijn uitgesloten, maar zij mogen hier zelf een keuzein maken. Indien zij dit wensen kunnen ze de kosten van het meekijk-consult (waaronder het verkennend gesprek in de ggz) en het meedenk-advies uitsluiten van het vrijwillig eigen risico in hun modelovereen-komsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129720 De leden van de SP-fractie vragen hoe het onderscheid wordt gemaakttussen de «eerstelijnsdiagnostiek» en andere raadplegingen, zoals hetmeedenkadvies, het meekijkconsult en het verkennende gesprek. Hoewordt er aan patiënten duidelijk gemaakt dat voor de ene vorm van zorgwel betaald moet worden, en voor de andere vorm niet? Hoe verhoudtvoorliggende wijziging van het pakket zich hiertoe?De leden van de SP-fractie vragen of de Minister heeft overwogen om deeerstelijnsdiagnostiek ook uit te sluiten van het eigen risico. Kan deMinister aangeven wat de gemiddelde en maximale kosten zijn voor de«eerstelijnsdiagnostiek»?Er is niet voor gekozen om eerstelijnsdiagnostiek uit te zonderen van heteigen risico. Met de maatregel worden enkel de kosten van advies van eenzorgverlener, die een huisarts inroept om de patiënt een passendediagnose, behandeling of doorverwijzing te bieden, uitgezonderd van heteigen risico. Bij eerstelijnsdiagnostiek is hier niet altijd sprake van; dehuisarts kan bijvoorbeeld een laboratoriumonderzoek aanvragen en deuitslag hiervan zelf interpreteren. Er is dan geen sprake van advies vaneen andere zorgverlener.In totaal is er voor 2023 tot nu toe € 402 miljoen aan eerstelijnsdiag-nostiek-verrichtingen gedeclareerd. Eerstelijnsdiagnostiek omvat diversevormen van diagnostiek, zoals beeldvormende diagnostiek, functieon-derzoek en laboratoriumonderzoek. De aangevraagde vormen zijnafhankelijk van de vermoedde diagnose en kunnen dan ook heel diverszijn. Het is daarmee lastig te bepalen wat gemiddelde of maximale kostenper verzekerde zijn, omdat dit zeer afhankelijk is van de specifieke situatie.Naar aanleiding van de paragraaf Overig. De leden van de SP-fractievragen of het voorliggende voorstel nog andere wijzigingen van hetbasispakket bevat die geen uitbreiding zijn, maar juist een inperking. Ookde vragen zij aan de Minister welke andere uitbreidingen van hetbasispakket in 2026 zij heeft overwogen. Kan de Kamer daar een lijst vanontvangen? Het algemene antwoord dat er altijd over van alles in gesprekwordt gegaan en over veel wordt nagedacht, volstaat niet.Het voorliggende voorstel bestaat uit uitbreidingen van het basispakket engeen inperkingen.Het Zorginstituut adviseert mij over eventuele pakketuitbreidingen (enbeperkingen). Zo heeft het Zorginstituut in het eindrapport PAFOZ15geadviseerd om de eerste twintig behandelingen voor fysiotherapie dieop de zogenaamde «chronische lijst» staat met ingang van 2026 tevergoeden. Hier bleek geen financiële ruimte voor te zijn. Datzelfde geldtook voor de aanpassing van de vergoeding voor haarwerken, waaroveruw Kamer is geïnformeerd in de brief van 22 mei jl.16Daarom is deze wijziging niet opgenomen in de amvb. Ook is overwogenom de aanspraak op spraakcomputers te wijzigen. Naar aanleiding vaneen uitgebreide verkenning lijkt er een mogelijkheid te zijn om ditprobleem buiten de amvb, dus anders dan via de pakketcyclus, op telossen. Dat heeft de voorkeur, want zo hebben de verzekerden snellertoegang tot een passend spraakhulpmiddel. Hierover bent u geïnformeerdin de brief van 22 mei jl.17De leden van de SP-fractie vragen of er overleg is geweest over eenmogelijke uitbreiding van enige vorm van mondzorg in het basispakket.Zo ja, welke mogelijkheden heeft de Minister hiervoor overwogen? Kan de15Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 916.16Kamerstukken II 2024/25, 29 689, nr. 1294.17Kamerstukken II 2024/25, 29 689 nr. 1294.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129721 Minister de Kamer een lijst toesturen met mogelijk uitbreidingen en deeventuele kosten en opbrengsten hiervan?Dit is inderdaad onderwerp van gesprek en ik heb het Zorginstituutgevraagd advies uit te brengen over een passende aanspraak voormondzorg. Uw Kamer is eerder meegenomen in de planning van ditadviestraject.18 Het Zorginstituut heeft in de eerste fase van het advies-traject een kostenanalyse gemaakt voor 5 scenario’s om meer mondzorgvoor volwassenen te vergoeden uit het basispakket19: 1. jaarlijksecontroles, 2. gebitsreiniging en het maken van foto’s, 3. aanspraakmondzorg jeugd uitbreiden voor volwassenen), 4. Medisch noodzakelijkehandelingen (zoals ontsteking of caviteit) en 5. verruiming van de huidigeaanspraak tot de leeftijd van 25 jaar. De schatting van de kosten voor dezemogelijke uitbreidingen van het basispakket zijn hieronder te vinden.Het Zorginstituut is nu bezig met de volgende fase van het adviestraject,namelijk het verkennen van de mogelijke gezondheidseffecten en andere(indirecte) baten van het uitbreiden van het pakket. Zodra daar meer overbekend is, zal dat met uw Kamer gedeeld worden. Eventuele pakketmaat-regelen zullen financiële dekking vragen.Genoemde leden vragen welk signaal de Minister denkt af te geven doorde verantwoordelijkheid van mondzorg op het bordje van gemeenten teschuiven, waardoor het afhankelijk is van in welke gemeente je woont ofje aanspraak kan maken op een vergoeding hiervan.Alhoewel voor veel mensen mondzorg toegankelijk is, doordat zijbijvoorbeeld een aanvullende verzekering hebben afgesloten, herken ikdat er ook een groep mensen is voor wie mondzorg financieel onvol-doende toegankelijk is. De huidige lokale initiatieven en gemeentelijkeregelingen leveren momenteel een grote bijdrage in het terugdringen vanmondzorgmijding om financiële redenen. Zo biedt 95% van de gemeenteneen gemeentepolis aan, waarin altijd een dekking voor mondzorg zit. Ookhebben diverse gemeenten een maatwerkbudget of vangnet opgezet voormensen in armoede, waaruit ook mondzorgkosten vergoed kunnenworden. Ik herken dat er hierin verschillen tussen gemeenten bestaan.18Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 620, nr. 294.19Rapport - Kostenanalyse mondzorg volwassenen | Rapport | Zorginstituut Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129722 Ik herken me niet in het beeld dat de verantwoordelijkheid voor mondzorgvolledig op het bordje van gemeenten wordt geschoven. De afgelopenjaren heeft VWS, samen met veel partijen waaronder de gemeenten, inhet project «vermindering mijding mondzorg vanwege financiëleredenen» de oorzaken en mogelijke oplossingen in beeld gebracht. Ik vindhet belangrijk om generieke én specifieke oplossingen te onderzoeken omde toegang tot mondzorg voor minima te verbeteren en is daarmee aande slag.De leden van de SP-fractie vragen of de Minister overwogen heeft omenige vorm van fysiotherapie toe te voegen aan het basispakket, ook alsmensen geen specifieke aandoening hebben. Zo ja, welke mogelijkhedenheeft de Minister overwogen? Kan de Minister de Kamer een lijsttoesturen met mogelijk uitbreidingen en de eventuele kosten enopbrengsten hiervan?Ik heb geen uitbreidingen overwogen voor patiënten zonder specifiekeaandoening. Bij de overweging om het om het basispakket uit te breidenmet fysiotherapie is het van belang dat deze zorg bewezen effectief is. Hetis in het algemeen lastig aan te tonen dat zorg effectief is, wanneer deaandoening niet duidelijk is. Het Zorginstituut heeft in 2024 fysiotherapievoor patiënten met lage rugklachten zonder specifieke lichamelijkeoorzaak onderzocht of deze zorg voor vergoeding in aanmerking kwam.De conclusie uit dit onderzoek is dat de effectiviteit van deze zorgonvoldoende is aangetoond. Deze zorg kan daarom niet worden vergoedvanuit het basispakket.Om een inschatting te maken van de kosten van het toevoegen vanfysiotherapie voor mensen zonder een specifieke aandoening, kan ergekeken worden naar de zorgkosten in de aanvullende verzekering vanvoorgaande jaren. In 2022 was dit 1,11 miljard20. Bij de voorgesteldeuitbreiding van het pakket zal dit bedrag hoger liggen. Ten eerste omdat erook patiënten zijn die fysiotherapie uit eigen zak betalen. Daarnaast zullenmensen eerder gebruik maken van deze zorg wanneer het vanuit hetbasispakket vergoed wordt. Mocht alle eerstelijns fysio- en oefentherapeu-tische zorg zonder voorwaarden aan het basispakket toegevoegdworden, dan nemen de kosten dus minimaal met € 1,11 miljard toe. Vooreen groot gedeelte van deze zorg is de mate van effectiviteit onzeker, endaarom is het niet wenselijk om het basispakket uit te breiden met dezezorg.De leden van de SP-fractie vragen of de Minister heeft overwogen om debijdrage per uur voor kraamzorg te verlagen, zodat dit geen drempel hoeftte zijn voor zwangere om kraamzorg aan te vragen. Wat is de reactie vande Minister op het feit dat op dit moment 1 op de 6 (en in grote stedenzelfs 1 op de 4) vrouwen te weinig kraamzorg afneemt vanwege de hogekosten? Welke plannen heeft uw Minister om dit te voorkomen?Ik heb geen plannen om de eigen bijdrage voor kraamzorg te verlagen.Mede gezien de demissionaire status van het kabinet is eventuelebesluitvorming hierover aan een volgend Kabinet.Uiteraard vind ik het van belang dat ouders en kinderen een gezonde enveilige start maken en dat de zorg toegankelijk is voor alle gezinnen. Uitonderzoek van het RIVM blijkt dat ongeveer 95% van de vrouwen gebruiktmaakt van kraamzorg. Dit percentage is al een aantal jaren stabiel. Hoeweler op landelijk niveau geen cijfers beschikbaar zijn over de exacte reden20Voortgangsrapportage I - Passende zorg voor fysiotherapie en oefentherapie | Rapport |Zorginstituut Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129723 waarom zij afzien van kraamzorg, blijkt uit onderzoek dat niet enkelfinanciële overwegingen reden zijn voor het minder of niet gebruiken vankraamzorg. Ook een gebrek aan toegankelijke informatie over kraamzorgen de eigen bijdrage, die specifiek toegespitst is op zwangeren inkwetsbare situaties, kan van invloed zijn. Daarnaast kunnen ook depersoneelstekorten in de sector een rol spelen.Om te voorkomen dat juist de gezinnen die kraamzorg het hardst nodighebben hiervan afzien, is passende zorg essentieel. Daarom is door debrancheorganisatie Bo Geboortezorg en ZN een gezamenlijk visie enversnellingsagenda voor de kraamzorg ontwikkeld. Onderdeel hiervan ishet vergroten van de toegankelijkheid en het verkleinen van drempels,waaronder aandacht voor de eigen bijdrage. Ik volg deze ontwikkelingennauwgezet en houd de vinger aan de pols.De leden van de SP-fractie vragen of de Minister heeft overwogen om devergoeding van kinderbrillen in het basispakket op te nemen. Waarom ishier niet voor gekozen? Heeft er wel overleg plaats gevonden met deoogorganisaties die hier eerder een oproep toe hebben gedaan?Goed zicht is van groot belang voor de ontwikkeling en maatschappelijkeparticipatie van kinderen. Er is overleg geweest met de genoemdeoogorganisaties, onderzoeksinstituten en het Zorginstituut omgezamenlijk naar een passende oplossing te zoeken. Deze gesprekkenhebben geleid tot het onderzoek dat nu loopt, waar een probleemanalyseen inzicht in de kosten onderdeel van uitmaakt. De uitkomsten van dittraject zullen bepalend zijn het vinden van een passende oplossing voordit probleem. Pas daarna kan een eventueel besluit over de aanpassingvan de aanspraak worden genomen. Verwacht wordt uw Kamer rond dejaarwisseling te kunnen informeren over de uitkomsten en de mogelijkevervolgstappen.De leden van de SP-fractie vragen waarom de Minister er niet voor heeftgekozen om de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld ook uit tezonderen van het eigen risico. Deelt u de mening dat het onuitlegbaar isom mensen die zoiets heftigs is overkomen vervolgens ook nog eenrekening te sturen en al helemaal als daarbij ook nog eens de term «eigenrisico» gebruikt wordt?Is het vragen van het eigen risico voor slachtoffers van seksueel geweldbovendien niet in strijd met artikel 26 van de Europese richtlijn 2024/1385ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, waarin isvastgelegd dat er «goed uitgeruste en gemakkelijk toegankelijke crisis-centra voor slachtoffers van verkrachting of verwijzingscentra voorslachtoffers van seksueel geweld» moeten zijn, die «kosteloosbeschikbaar» zijn? Hoe verhoudt het eigen risico zich tot deze richtlijn?Ik ben het met u eens dat deze slachtoffers groot onrecht en leed isaangedaan. Slachtoffers van seksueel geweld kunnen kosteloos hulpzoeken bij het Centrum Seksueel Geweld. Op basis van de situatie enbehoeften van het slachtoffer wordt bepaald welke zorg nodig is. Het isniet voor alle slachtoffers van seksueel geweld noodzakelijk om medischezorg en/of psychologische zorg te ontvangen, maar zo nodig wordtforensische en medische zorg geboden. Bijvoorbeeld medisch onderzoeken behandeling als er letsel is. Indien sprake is van ernstig psychischeklachten wordt vanuit het CSG doorverwezen naar de reguliere GGZ.Er is daarmee niet een standaardpakket aan zorg dat wordt geboden,maar maatwerk dat wordt geleverd per slachtoffer op basis van zijn ofhaar behoeftes. Voor sommige medische zorg geldt het eigen risico. Dehoogte van het eigen risico dat in rekening wordt gebracht is afhankelijkvan welke Zvw-zorg iemand nodig heeft en/of het eigen risico al volledigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129724 of deels is verbruikt aan andere vormen van zorg op het moment datiemand na seksueel geweld medische zorg ontvangt.Het Nederlandse zorgstelsel is zo ingericht dat op iedere verzekerde van18 jaar of ouder het verplicht eigen risico van toepassing is. Daarbij wordtgeen onderscheid gemaakt of de medische noodzaak voor zorg ontstaatdoor ziekte, een aandoening of een externe oorzaak zoals geweld. DeEuropese richtlijn schrijft voor dat er gratis toegankelijke hulp beschikbaarmoet zijn, maar laat daarin ook ruimte voor het nationale zorgstelsel vande lidstaten, zoals opgenomen in het derde lid van artikel 26. Hierdoorhandelt Nederland niet in strijd met de richtlijn.Bovendien is er eerder onderzocht of de kosten van het eigen risico voorzorg bij acute slachtoffers van seksueel geweld een drempel vormen bijhet zoeken naar hulp. Hoewel het moeten betalen van het eigen risico eendrempel kan vormen, is dit echter geen doorslaggevende drempel voorhet zoeken van hulp gebleken. Het onderzoek geeft aan dat een combi-natie van verschillende factoren – die voor elk slachtoffer anders kunnenzijn – een rol kunnen spelen in de afweging over het nemen van de stapnaar hulp, zoals gevoelens van schaamte, angst voor represailles van dedader (indien bekend) of de neiging om de ernst en impact van hetvoorval kleiner te maken. Het mogelijk moeten betalen van (een deel van)het eigen risico vormt daarbij niet het meest zwaarwegende aspect.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 689, nr. 129725
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.