Antwoord op vragen van de leden Tony van Dijck, Maeijer en De Roon over de brief over invulling van de motie militaire steun aan Oekraïne
Brontekst
Versie 13e536991b5b72c7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden857Vragen van de leden Tony vanDijck, Maeijer en De Roon (allen PVV) aan deMinisters van Financiën, van Defensie en van Buitenlandse Zaken over de briefover invulling van de motie militaire steun aan Oekraïne (ingezonden11 december 2025).Antwoord van Minister Brekelmans (Defensie) en de Staatssecretaris vanDefensie (ontvangen 12 januari 2026)Vraag 1Kunt u alsnog expliciet en uitgebreid ingaan op de niet in de brief gedeeldeinformatie met betrekking tot artikel 3.1 CW 2016, inzake a) de doelstellingen,de doeltreffendheid en de doelmatigheid die worden nagestreefd; b) debeleidsinstrumenten die worden ingezet; c) de financiële gevolgen voor hetRijk en, waar mogelijk, de financiële gevolgen voor maatschappelijkesectoren? Zo nee, waarom niet?1Antwoord 1De maatregelen betreffen een voortzetting van het huidige Oekraïnesteunbeleid en wijken daarmee niet af van de artikel 3.1 CW overwegingendie eerder met uw Kamer zijn gedeeld, als bijlage van de periodiekeleveringenbrief (kenmerk 22 054-463, dd. 11 september 2025). In deze bijlagekomt naar voren dat het ingezette beleidsinstrument de levering van militairmaterieel betreft, de nota van wijziging zet dit beleid voort.Vraag 2Waaruit bestaat de 500 miljoen euro aan verwachte onderuitputting in 2025?In hoeverre is deze onderuitputting een zekerheid?Antwoord 2De verwachte onderbesteding van € 500 miljoen heeft betrekking ophoofdstuk K, het defensiematerieelfonds. Deze verwachting is gebaseerd oplagere valutakoersen dan waarop gepland is (ca. € 250 miljoen.) en vertra-ging op meerdere reguliere defensieprojecten a.g.v. externe factoren. Beidecategorieën van onderbesteding kenden een hoge mate van zekerheid. Voordit fonds geldt een onbeperkte eindejaarsmarge. Dit betekent dat de middelennaar volgend jaar kunnen worden geschoven waardoor de onderrealisatie1Kamerstuk 36 045, nr. 261 ah-tk-20252026-857ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 beschikbaar. Hierdoor zal er geen vertraging of afstel van behoeften en/ofprojecten uit het DMF ontstaan in 2026 of latere jaren. Genoemde bedragenzijn afgerond op hele miljoenen. Uw Kamer wordt bij Slotwet geïnformeerdover de werkelijke realisatie en onderbestedingVraag 3Welke reguliere defensieprojecten hebben als gevolg van externe factorenvertraging opgelopen en waarom? Wat zijn de concrete gevolgen hiervan?Antwoord 3De voortgang van individuele projecten, eventuele vertragingen en anderewijzigingen op de lopende projecten zullen door Defensie zoals gebruikelijkworden gerapporteerd in het Defensie Projecten Overzicht (DPO) van mei2026.Vraag 4Hoe groot is de kans op toekomstige tegenvallers? Zijn er al tegenvallers meteen zekere mate van waarschijnlijkheid te voorzien? Zo ja, waarop enhoeveel?Antwoord 4Het aanwenden van onderuitputting ten behoeve van steun aan Oekraïnebetekent dat deze onderuitputting niet beschikbaar is voor het invullen van dein=uittaakstelling2, waardoor in de toekomst eerder tegenvallers kunnenontstaan. Het kabinet heeft nog geen exacte inschatting van toekomstigetegenvallers. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal dit duidelijkworden.Vraag 5In de nota van wijziging schrijft u dat er wordt gekeken naar het Nederlandseen Oekraïense bedrijfsleven voor respectievelijk 300 miljoen en 400 miljoen;hoe is deze verdeling tot stand gekomen?3Antwoord 5De invulling en verdeling is tot stand gekomen op basis van een inventarisa-tie welk materieel op zeer korte termijn beschikbaar was, voor zowelcontractering als levering. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de betrokken-heid en de opbouw van de Nederlandse defensie-productieketen en hetOekraïense bedrijfsleven conform de moties 36 045, nr. 243 en de motie21 501-20, nr. 2286.Vraag 6Waar zal de 700 miljoen exact aan worden uitgegeven? Welke contractenworden met welke bedrijven voor welke orders getekend?Antwoord 6Omwille van commerciële vertrouwelijkheid doet Defensie geen uitsprakenover de precieze besteding van deze middelen. Uw Kamer wordt geïnfor-meerd over het aan Oekraïne geleverd materieel middels periodiekeleveringenbrieven.Vraag 7Op welke manier exact garandeert u dat de 400 miljoen voor het Oekraïensebedrijfsleven doelmatig besteed wordt en bovendien niet ten prooi valt aancorruptie?Antwoord 7Directe aanschaf in Oekraïne gebeurt op basis van het Nederlandse model.De Nederlandse procedure omvat een gegronde controle van elk Oekraïensbedrijf door de Audit Dienst Rijk (ADR). Deze regels en procedures nemen tijd2Om te voorkomen dat in het volgende jaar het Rijksbrede uitgavenkader wordt overschredendoor de uitkering van de eindejaarsmarge aan de departementen en fondsen, wordt door hetMinisterie van Financiën tegelijkertijd een even grote taakstelling ingeboekt, de zogenoemdein=uittaakstelling.3Kamerstuk 36 850 X, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 in beslag en vereisen toegang tot informatie over bijvoorbeeld de prijsop-bouw en winstmarges van de voorgenomen verwerving. Dit Government toBusiness-model zorgt ervoor dat er geen tussenkomst is van overheidsfuncti-onarissen bij de totstandkoming van contracten. Bij het Nederlandse modelvan directe samenwerking met de Oekraïense industrie, is Nederland zelfverantwoordelijk voor het uitonderhandelen en overeenkomen van eencontract met een Oekraïense leverancier. Er zijn ook samenwerkingsovereen-komsten met NATO-trusted partners waarbij het partnerland de verwervingdoet; Nederland vertrouwt in dat geval op de procedures van bondgenoten.Vraag 8In de brief wordt gesproken over het spoedeisende karakter als reden om eenberoep te doen op artikel 2.27, tweede lid CW 2016; waaruit blijkt ditspoedeisende karakter?Waarom kon deze uitgave niet een week later, na stemming over denajaarsnota, plaatsvinden?Antwoord 8Uw Kamer heeft het kabinet verzocht om aanvullende militaire Oekraïnesteunbeschikbaar te stellen. Het kabinet heeft ervoor gekozen om invulling tegeven aan deze motie door in 2025 versneld 700 miljoen euro beschikbaar testellen om te waarborgen dat de steun aan Oekraïne voorgezet wordt.De stemming over de 2e suppletoire begroting 2025 van de Defensiebegro-ting, waarin de 700 miljoen euro is verwerkt, in de Tweede Kamer stondechter pas gepland op 18 december. Zonder het toepassen van artikel CW2.27 tweede lid zouden de overeenkomsten pas na autorisatie van zowel deTweede als de Eerste Kamer rechtmatig kunnen worden aangegaan. Daarmeezou het niet mogelijk zijn om nog in 2025 invulling te geven aan de oproepvan uw Kamer. Door een beroep te doen op artikel CW 2.27 tweede lid heefthet kabinet getracht uw Kamer juist en tijdig te informeren over de wijzewaarop het kabinet een eerste stap zet in de invulling aan de door uw Kameraangenomen motie4. Op 9 december heeft uw Kamer aangegeven dat zij zichdeugdelijk geïnformeerd acht.Vraag 9De Kamer mag de onderuitputting niet gebruiken voor extra uitgaven, maarwaarom mag u dit wel? Hoeveel van de resterende onderuitputting kan nogworden gebruikt?Antwoord 9In aanvulling op het antwoord op vraag 4 is ervoor gekozen om de onderuit-putting anders aan te wenden dan het invullen van de in=uittaakstelling.Hiermee kiest het kabinet ervoor om opvolging te geven aan de motie van deKamer. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal de definitieve onderuit-putting over 2025 duidelijk worden.4Kamerstuk 36 045 nr. 243Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.