Energie
Brontekst
Versie d182fbe7aca53736 · officiële bron6EnergieAan de orde is het VAO Energie (AO d.d. 20/04).De voorzitter:Ik heet de minister van Economische Zaken van harte wel-kom. Het woord is aan mevrouw Van Tongeren namensGroenLinks. De spreektijd is twee minuten, inclusief hetindienen van moties.Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):Voorzitter.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er honderden miljoenen op de plank lig-gen voor duurzame energie;verzoekt de regering om in kaart te brengen wat de voor-en nadelen zijn van een begrotingsreserve versus fondsvor-ming voor snelle realisatie van duurzame energie inNederland en de Kamer hierover te informeren,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren enVan Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervanvoldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 55 (31510).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat DELTA verzoekt om financiële steun voorhet openhouden van de kerncentrale Borssele;verzoekt de regering, te onderzoeken wat het totaalbeslagop de overheidsmiddelen is van het nu sluiten van diekerncentrale en van het openhouden van de kerncentraleBorssele tot het einde van de levensduur in 2033, en deKamer hierover te informeren;en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 56 (31510).Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):Ik heb begrepen dat die scenario's op de ministeries circu-leren. De Kamer zou die dus heel graag ook willen zien.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er via de SDE+ in 2014 een groot aantalbeschikkingen was voor zonne-energie;overwegende dat vergunningverlening, aanbesteding enfinanciering in sommige gevallen meer tijd kost;verzoekt de regering om die zonne-energieprojecten uit deSDE+ 2014 zes maanden meer tijd te gunnen om financie-ring, vergunning en opdrachtverlening tot stand te brengen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 57 (31510).Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):De heer Vos van de PvdA zal straks mede namens Groen-Links een motie indienen over de proefboringen bijSchiermonnikoog.De heer Wassenberg (PvdD):Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn brief van 10 juni,waarin hij ingaat op mijn voorstel om olie te laten onder-zoeken op hun specifieke en unieke samenstelling om zote bezien of die olie afkomstig is uit olievelden van terreur-groep IS. Op die manier zou een eerste stap gezet kunnenworden om een inkomstenbron van IS droog te leggen. Deminister ziet echter praktische bezwaren. Hij schrijft dat vanbewerkte olie en halffabrikaten niet te zeggen is uit welkebron die afkomstig zijn. Dat is maar het halve verhaal. Bijopslagbedrijven, waar de olie nog niet bewerkt of gemengdis, moet in veel gevallen namelijk wel degelijk te achterhalenzijn uit welke bron de olieën afkomstig zijn. Het is in iedergeval de moeite waard om daarnaar te kijken. Immers, geenweldenkend mens wil dat we via olie de terreur van ISfinancieren. Daarom dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het van groot belang is dat de financie-ringsbronnen van IS worden afgesneden;constaterende dat de handel in olie een belangrijke finan-cieringsbron is van terreurgroep IS;97-6-116 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer constaterende dat de chemische samenstelling van aard-oliën met betrekking tot dichtheid en gehaltes aan zwavel,vanadium en nikkel verschilt per olieveld en dat de olie zoals het ware een vingerafdruk levert van het veld waar dezegewonnen is;constaterende dat de karakteristieken van de oliën uit deverschillende olievelden zijn vastgelegd in databases, metreferenties naar de olievelden van herkomst;overwegende dat met behulp van deze unieke olie-vinger-afdruk kan worden nagegaan of olie afkomstig is uit veldendie door IS worden beheerd;verzoekt de regering, in goed overleg met de Nederlandseolie- en overslagbedrijven de samenstelling te onderzoekenvan de aardoliën die in bezit zijn van Nederlandse bedrijven,om zo het gebruik van aardolie afkomstig uit olievelden dieworden beheerd door IS te kunnen uitsluiten, en de Kamerover de uitkomsten hiervan te informeren;verzoekt de regering tevens, deze aanpak in Europees ver-band uit te dragen om te voorkomen dat de EU ongewenstbijdraagt aan de financiering van IS,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 73 (32849).Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):Voorzitter. Naar aanleiding van het algemeen overleg dienik één motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer de motie-Van Weyenberg/VanVeldhoven (34302, nr. 99) heeft aangenomen om kolencen-trales uit te faseren;overwegende dat door gesubsidieerde warmtenetten debusinesscase van kolencentrales wordt verbeterd en delevensduur wordt verlengd;verzoekt de regering, geen publieke middelen in te zettenvoor restwarmteprojecten van kolencentrales,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 58 (31510).De heer Jan Vos (PvdA):Voorzitter.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de minister besloten heeft om eenomgevingsvergunning en een Nb-vergunning te verstrekkenaan het bedrijf ENGIE om ten noorden van Schiermonnik-oog een aantal opsporingsboringen te gaan doen;overwegende dat deze boringen in en bij een Natura 2000-gebied zullen plaatsvinden en tot veel maatschappelijkeberoering leiden;overwegende dat er een wetsvoorstel Mijnbouwwet aan-hangig is waarin milieu, natuurwaarden, veiligheid, mijn-bouwschade en maatschappelijk draagvlak zwaarder mee-gewogen zullen worden;spreekt uit tegen proefboringen en de winning van gas bijSchiermonnikoog te zijn,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en VanTongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 74 (32849).De heer Jan Vos (PvdA):De fractie van D66 zal een gelijksoortige motie indienen. Inoverleg hebben we besloten om te trachten die motiessamen te voegen.De heer Bosman (VVD):Voorzitter. Ik heb geen moties, maar wel een vraag aan deminister. Afgelopen week hebben we van de minister eennieuwe stap gezien om de energietransitie te versnellen.Doordat de SBIR wordt opengesteld voor de opslag vanenergie, krijgt de markt de kans om te innoveren op hetgebied van opslag. Graag hoor ik van de minister debevestiging dat dit niet alleen geldt voor elektriciteit, maarvoor opslag in de brede zin. Warmteopslag kan bijvoorbeeldvan essentieel belang zijn voor onze energiehuishouding.De minister heeft aangegeven het programma nauwlettendte volgen, en ik vraag hem om de Kamer daarvan op dehoogte te houden. Ik wil daarnaast graag een brief ontvan-gen over het gebruik van het programma om te bekijkenof we het kunnen betrekken bij de behandeling van deWarmtewet.Mevrouw Agnes Mulder (CDA):Voorzitter. Ik dien allereerst mijn motie in.97-6-216 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de rijksoverheid ook een taak heeft bij definanciële problemen bij DELTA omwille van de kerncen-trale;overwegende dat breder moet worden gekeken danstaatsdeelneming of niet;verzoekt de regering, in overleg met de aandeelhoudersvan DELTA in navolging van het advies van de commissie-Balkenende naar oplossingen te zoeken voor de problemenbij DELTA,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder enVan Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervanvoldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 59 (31510).Mevrouw Agnes Mulder (CDA):In het algemeen overleg heeft de minister op basis van hetadvies van de commissie-Balkenende gezegd dat hij naaroplossingen zal kijken voor DELTA. Het advies is tweeweken geleden verschenen en inmiddels wordt er ondermeer gesproken over een oplossing door een garantstellingdoor het Rijk. Het is echter teleurstellend dat de brief vanminister Schultz van vorige week over de kerncentraleBorssele in zijn geheel niet ingaat op dit advies, en om diereden heb ik net mijn motie ingediend. Het oordeel op demotie kunnen we mooi betrekken bij het debat dat gisterenis aangevraagd door collega Vos.Tijdens het algemeen overleg zei de minister ook dat hij derisicoanalyses voor de kleine velden die hij op het verzoekvan het CDA aan de Tweede Kamer heeft toegezegd,inmiddels binnen heeft en dat die binnenkort naar deTweede Kamer worden gestuurd. Is het mogelijk om datnog voor de behandeling van de Mijnbouwwet te doen?We willen immers meer inzicht in de veiligheid bij mijnbouw-activiteiten en ik wil deze inzichten ook meenemen bij debehandeling. Dat is voor onze fractie ook van belang om tebeoordelen hoe wij aankijken tegen de gaswinning bovenhet eiland Schiermonnikoog. Wij gaan nu nog niet mee metde moties die daarover zijn ingediend, omdat wij graag derisicoanalyse erbij willen betrekken. Wij hadden eigenlijkverwacht dat de minister even zou wachten met zijn besluitover de gaswinning boven Schiermonnikoog, totdat ditallemaal aan de orde was geweest bij de behandeling vande Mijnbouwwet in de Tweede Kamer.Ik rond af. Naar aanleiding van de na-ijleffecten van demijnbouw in Limburg hebben wij de minister gevraagd omeen visie op de verjaring. Die visie zou in mei naar deTweede Kamer gestuurd worden, maar we hebben haarnog niet gezien. Wij verzoeken de minister om ook die visienog voor de behandeling van de Mijnbouwwet naar deKamer te sturen. Onze fractie zou die visie immers graagmeenemen bij de behandeling.Mevrouw Van Veldhoven (D66):Voorzitter. Ik wil beginnen met de bescherming van deNatura 2000-gebieden. Dat is een onderwerp waarover iksamen met de heer Wassenberg en de heer Smaling eenmotie heb voorbereid. Het is nog niet gelukt om die motiete combineren met de motie van de heer Vos, maar dat iszeker wel de intentie. Er komt dus straks één herziene motiedie de twee moties samenvoegt. Ik dien de motie nu in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat gebieden met een Natura 2000- of eenwerelderfgoedstatus speciaal zijn aangewezen om de natuurin die gebieden te beschermen;overwegende dat de plaatsing van mijnbouwinstallatiesniet strookt met die bescherming;verzoekt de regering om geen vergunningen voor mijnbouw-installaties in Natura 2000- of werelderfgoedgebieden toete staan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven,Wassenberg, Smaling en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordtde indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 75 (32849).Mevrouw Van Veldhoven (D66):We hebben ook veel gesproken over warmte en over deverschillende technologieën waarmee je warmte zou kunnenleveren, bijvoorbeeld via gas, geothermie, restwarmte ofisolatie. Wat is de beste oplossing? Het antwoord op dievraag is dat dit verschilt van wijk tot wijk. Het is daaromcruciaal om met gemeentes samen te werken om te bekijkenhoe we onze afhankelijkheid van aardgas voor de verwar-ming van onze huizen kunnen verminderen. Ik dien daaromde volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat we in 2050 een grote CO2-reductie moetenbewerkstelligen, en dat de gebouwde omgeving daar ookaan moet bijdragen;overwegende dat er op lokaal niveau keuzes moeten wordengemaakt ten aanzien van het gebruik van energie in de97-6-316 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer gebouwde omgeving, die langetermijnconsequenties heb-ben, zoals de keuze tussen het vervangen van gasleidingenof de aanleg van infrastructuur voor alternatieve warmte-bronnen;verzoekt de regering om in overleg met de VNG te bevorde-ren dat alle gemeenten in hun bestemmingsplannen eenstrategie opstellen voor een CO2-neutrale gebouwdeomgeving in uiterlijk 2050,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naarmij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 60 (31510).De vergadering wordt van 11.04 uur tot 11.11 uur geschorst.Minister Kamp:Voorzitter. Laat ik beginnen met de motie van mevrouwVan Tongeren op stuk nr. 55. Die gaat over het vormen vaneen begrotingsfonds in plaats van een begrotingsreservevoor duurzame energie. Zij vraagt de regering in kaart tebrengen wat daarvan de voor- en nadelen zijn. Zij heeft aleens eerder een gelijkluidende motie ingediend. Dat ze ditnu voor de tweede keer doet, is mijn eigen schuld. Vorigekeer deed zij dat in december en ik heb toen aangegevendat ik daar voor de Voorjaarsnota mee zou komen. DieVoorjaarsnota is er inmiddels en ik heb haar die uiteenzet-ting nog niet op papier gegeven. Dat komt omdat ik inmid-dels ook in het WGO over het jaarverslag, dat we op 7 junihebben behandeld, de gelegenheid heb gekregen om devoor- en nadelen van een fonds uiteen te zetten voor deKamer. Ik denk dat mijn opvatting daarover nu duidelijk is,maar ik ben bereid om in aanvulling op wat ik al mondelingmet de Kamer heb gewisseld die op te schrijven, omdat ikdat al eerder aan de Kamer heb toegezegd. Ik zal dat opkorte termijn doen. Ik geef mevrouw Van Tongeren inoverweging om, gelet op deze herhaalde toezegging, haarmotie in te trekken of anders aan te houden. Mocht zij demotie toch in stemming willen brengen, dan wil ik de motieontraden, gelet op wat ik net heb gezegd.Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):Dat is een ruimhartige toezegging van de minister. Ik trekde motie in en zal bekijken wat de argumenten op papierzijn.De voorzitter:Aangezien de motie-Van Tongeren/Van Veldhoven (31510,nr. 55) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp vanberaadslaging meer uit.Minister Kamp:Dank u wel.De motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 56 gaatover Borssele. Mevrouw Van Tongeren vraagt om teonderzoeken wat het totale beslag op de overheidsmiddelenis van het nu sluiten van de kerncentrale in Borssele. Hetnu sluiten van de kerncentrale in Borssele gaat meer geldkosten dan de reguliere sluiting die afgesproken is voor hetjaar 2033. Dat komt omdat er dan allerlei materialen buitengebruik zijn die afgevoerd en verwerkt moeten worden. Jehebt bovendien een hele installatie die buiten gebruikgesteld en ontmanteld moet worden. Als je aan het eindvan de productiecyclus van de kerncentrale bent, kun je inde laatste jaren een lange periode daarnaartoe werken. Jekunt er dan voor zorgen dat er nog maar zo weinig mogelijkresteert. Dat betekent dat de kosten ook zo laag mogelijkzijn.Een andere reden waarom de kosten lager zijn als je decentrale aan het einde van de levensduur sluit, is dat wijbezig zijn met het vullen van een fonds, het ontmantelings-fonds. Als je de centrale een jaar of zestien eerder sluit, kunje dat fonds niet vullen en dan is er dus een tekort bij dedekking voor de kosten die je moet maken.Ik heb al aangegeven dat ik scenario's wil opstellen voorde kerncentrale. Ik zal de Kamer bij het opstellen van diescenario's ook informeren over de financiële consequentiesdie daaraan zijn verbonden. Ik denk eigenlijk dat ik daarmeetegemoetkom aan wat mevrouw Van Tongeren wil. Als diescenario's zijn gemaakt, wil zij namelijk mede op basis vaninformatie over de kosten hierover besluiten. Als dat zo is,zou mevrouw Van Tongeren kunnen overwegen om haarmotie in te trekken. Mocht dit niet zo zijn, dan wil ik, geletop wat ik net heb gezegd, de motie op stuk nr. 56 vanmevrouw Van Tongeren ontraden.De voorzitter:Mevrouw Van Tongeren, kort graag!Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):De minister zegt dat hij de Kamer die informatie gaat geven,zodat de Kamer kan volgen dat het nu sluiten in zijn opinieduurder is dan het openhouden van de centrale tot aan heteinde van de levensduur. Maar een motie daarover ontraadtde minister.Minister Kamp:Ik ben geen liefhebber van moties over iets wat ik al aanhet doen ben. Ik geloof dat niemand daar iets mee opschiet.Ik vind dat ik moet doen wat ik afgesproken heb over dekerncentrale, namelijk scenario's maken over wat met decentrale gedaan zou kunnen worden en wat daar de conse-quenties van zijn. Er zijn allerlei consequenties, zoals dekosten die je moet maken en het vinden van een dekkingdaarvoor. Mevrouw Van Tongeren vraagt mij om ervoor tezorgen dat de kosten bij de scenario's goed in beeld komen.Ik ben van plan om dat te gaan doen. Daar heb ik echt geenmotie meer voor nodig. Om die reden heb ik dat gezegd.De motie-Van Tongeren op stuk nr. 57 betreft de zonnepro-jecten. Mevrouw Van Tongeren zegt dat een heleboel zon-neprojecten die meedoen met de SDE+-regeling, zesmaanden extra zouden moeten krijgen om de projecten terealiseren. Voor alle SDE+-projecten, de projecten diegesubsidieerd worden uit die regeling, geldt dat de opdrachtvoor de bouw van het project moet worden gegeven binnen97-6-416 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer een jaar na verlening van de beschikking. Dat jaar looptvanaf het moment dat je zeker weet dat je subsidie krijgt.Voor zonneprojecten is dat niet zo'n probleem, omdat dievergeleken met allerlei andere projecten heel eenvoudigzijn. Het verbranden van biomassa, het neerzetten van eenvergistingsinstallatie en het bouwen van windmolenparkenop zee zijn complexe zaken waarbij dat jaar kan knellen. Alsje echter een subsidietoezegging hebt voor een zonnepro-ject en daarvoor ook een plan hebt en alles hebt aange-vraagd, moet het niet zo moeilijk zijn om dat project binneneen jaar uit te voeren. Als daar in bepaalde gevallen specialeredenen voor zijn, zijn wij echter bereid om toch uitstel teverlenen. Dat gebeurt eigenlijk vrij veel. Er zijn in totaal zo'n3.000 projectvoorstellen voor zonneplannen ingediend. In500 gevallen waren er redelijke redenen om uitstel te verle-nen. Dat uitstel is dan ook verleend. Het is echter niet ver-standig om nu voor alle zonne-energieprojecten generiekuitstel door te voeren. Het is ook om meerdere redenen nietnodig. Als je het doet, leg je een blijvend beslag op geld,dat je misschien beter — volgens mij zelfs zeker beter —kunt aanwenden voor andere projecten die wel gerealiseerdkunnen worden. Het heeft volgens mij dus alleen maarnadelen als we doen wat mevrouw Van Tongeren vraagtin de motie op stuk nr. 57. Het is ook niet nodig. Daaromontraad ik deze motie.De heer Wassenberg komt terug op iets wat hij al eerderaan de orde heeft gesteld en wat wij ook al twee keer heb-ben onderzocht, namelijk olie die afkomstig is uit een gebiedwaar IS controle over heeft. Wij hebben het dus al tweekeer onderzocht. Ik heb vrijdag jongstleden er een brief overgeschreven. De staatssecretaris van I en M heeft er vorigjaar al een keer een brief over geschreven. Ik denk dat alleswat erover te zeggen is, is gezegd. Het lijkt me niet nodigom nog weer onderzoeken te doen. Daarom ontraad ik demotie op stuk nr. 73 (32849) van de heer Wassenberg.De heer Wassenberg (PvdD):Dan moet ik de minister toch even tegenspreken. In zijnbrief gaat hij uitdrukkelijk in op halffabricaten en bewerkteproducten. Ik betoog dat we moeten kijken naar olie dienog in redelijk onbewerkte staat is en in overslagbedrijvenwordt bewaard. Ik zeg dus niet dat we naar de benzinemoeten kijken, ik zeg dat we naar de zo onbewerkt mogelijkeolie moeten kijken. Dat is toch echt iets anders dan datgenewaar de minister in zijn brief op reageert.Minister Kamp:Ik heb goed begrepen waar de heer Wassenberg op doelt.Als die olie eenmaal door de kraker heen is geweest en erbenzine uit is gekomen, heeft het inderdaad weinig zin omdie benzine te testen. Het gaat om die olie en om wat jedaarmee kunt doen. We zijn er twee keer op ingegaan. Watwe erover hebben kunnen zeggen, hebben we gezegd, opbasis van de onderzoeken die we hebben kunnen doen. Ikzie geen mogelijkheden om nog nieuwe, aanvullendeinformatie bij de Kamer te krijgen. Daarom ontraad ik dezemotie.In de motie op stuk nr. 58 (31510) zegt mevrouw Dik-Faberdat er geen publieke middelen ingezet mogen worden voorrestwarmteprojecten van kolencentrales. Op dit momenthebben we dat nog niet gedaan, maar ik zou het voor detoekomst niet uit willen sluiten. Mevrouw Dik-Faber zegtdat die kolencentrales sowieso op korte termijn uitgefaseerdworden, maar dat is niet zo. We hadden tien kolencentrales.Vijf zijn er nu gesloten. Drie zijn er splinternieuw. Over dieandere twee heeft het kabinet in een brief aan de Kamerook al de nodige informatie gegeven. Het is goed denkbaardat aan bepaalde voorwaarden voldaan kan worden opgrond waarvan een aantal kolencentrales nog een zekeretijd, een nader te bepalen tijd, in gebruik blijven. Dan zouhet jammer zijn om de warmte van die kolencentrales delucht in laten gaan, terwijl je er ook nuttige dingen meekunt doen. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 58(31510).In de motie op stuk nr. 74 (32849) spreken de heer Vos enmevrouw Van Tongeren zich uit over Schiermonnikoog.Voorzitter, ik weet dat u de zaken graag heel beknopt houdtin dit huis, maar over Schiermonnikoog is de laatste wekenveel te doen geweest. Daarom ga ik er misschien iets meerover zeggen. Er is in wetten vastgelegd hoe ik met vergun-ningsaanvragen om moet gaan. Dat komt omdat het hiergeen bananenrepubliek is. Als mensen of bedrijven ietswillen, dan komen ze met een vergunningsaanvraag bij deoverheid en dan vraagt de rechtszekerheid dat die mensenof bedrijven weten waar ze aan toe zijn, waarop ze wordenbeoordeeld en hoe ze kunnen reageren op een eventueelgenomen besluit. Dat is allemaal in wetten vastgelegd. Hetis mijn taak ervoor te zorgen dat die wetten ook netjes uit-gevoerd worden.Engi, een bedrijf dat in Nederland al heel lang actief is enwaarvoor veel mensen in Nederland werken, beschikt overeen in het jaar 2013 verleende opsporingsvergunning voorhet gebied ten noorden van Schiermonnikoog. We pratenhier dus niet over de Waddenzee, maar over het gebied tennoorden van Schiermonnikoog. Die opsporingsvergunningis onherroepelijk en daar is destijds geen bezwaar tegengemaakt, ook niet door het gemeentebestuur van Schier-monnikoog. Dat betekent dus dat er sprake is van eenonherroepelijke opsporingsvergunning. Waar het nu omgaat, is dat voor een proefboring zo'n opsporingsvergun-ning niet genoeg is. Je hebt ook een omgevingsvergunningen een Natuurbeschermingswetvergunning nodig. Er is eenprocedure vastgesteld in de wetten over hoe je daarmeeom moet gaan. Na een zorgvuldige procedure conform diewetten heb ik die vergunningen verleend. Het zijn dus geenvergunningen die op grond van de Mijnbouwwet wordenverleend. Daarom is aanhouden van die vergunningen tot-dat de Mijnbouwwet is behandeld, ook niet zinvol. Je schieter namelijk verder niets mee op. Het gaat om wetten opgrond waarvan ik de omgevingsvergunningaanvraag ende Natuurbeschermingswetvergunningsaanvraag moetbeoordelen.Het gaat hier om een tijdelijke activiteit; die duurt drie à viermaanden. Er is dus geen sprake van permanente hinder.Bij Ameland zijn er al lange tijd twee booreilanden; het enestaat er 25 jaar en het andere, geloof ik, 31 jaar, op respec-tievelijk 2 km en 2,5 km van de kust. Dat zijn booreilandenwaar permanent gewonnen wordt. Bij Schiermonnikooggaat het er alleen om, te bekijken of er überhaupt gas in degrond zit. Mocht daar gas in de grond zitten, dan volgt degehele procedure op grond van de Mijnbouwwet. Alleeventuele veranderingen die in die Mijnbouwwet wordenaangebracht, gaan ook gelden voor die eventuele winningten noorden van Schiermonnikoog. Winning is nu noghelemaal niet aan de orde, want we moeten eerst bekijkenof die proefboringen iets opleveren en of er vervolgens een97-6-516 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer aanvraag komt. Zo die aanvraag er komt, zullen we dietoetsen aan de situatie die op dat moment aan de orde is.Dat is met name dan die waarschijnlijk gewijzigde Mijnbouw-wet. Omdat het nu niet gaat om vergunningen op grondvan de Mijnbouwwet, er al vergunningen verleend zijn doormij en het mijn verantwoordelijkheid is om op basis vande wet over vergunningsaanvragen te beslissen en het nietde verantwoordelijkheid van de Kamer is om dat bij motiete doen, ontraad ik deze motie.Ik wil er in bredere zin nog wel het volgende over zeggen.Het gaat hier over kleine velden. Als er bij Schiermonnikoogiets gevonden wordt, is het een klein veld. Kleine veldenzijn in Nederland belangrijk om allerlei redenen. Waar hetgaat om de bedrijven die zich met die kleine velden bezig-houden en de NAM met het grote Groningenveld, sprekenwe in totaal over 4.000 directe arbeidsplaatsen en 12.000indirecte arbeidsplaatsen. Alleen voor die kleine veldenwordt er 1 miljard per jaar geïnvesteerd. Uit die kleine vel-den komt tussen de 1 en 2 miljard euro aan inkomsten voorde overheid. Het leidt ertoe dat wij onze buitenlandseafhankelijkheid van gas, voor zover die er gaat komen,kunnen uitstellen of verminderen.Bovendien, omdat het kleine velden zijn, zijn de risico'sdaarvan onvergelijkbaar met die van het grote Groningen-veld. Het Groningenveld is een enorm veld. Het was ooithet grootste van de wereld en het is nu een van de groterevan de wereld. Dat betekent dat als je daar gaat winnen, jegrote bewegingen krijgt onder de grond. Dat weten we. Diekleinere velden zijn veel kleiner waardoor dat dus veelminder speelt. Ik heb er een onderzoek naar laten doen,waarop ik zo meteen nog terugkom naar aanleiding vaneen vraag, maar de resultaten van dat onderzoek bevestigendit ook. Ik zal dit de Kamer binnenkort ook doen toekomen.Iedere keer als er een klein veld of een mogelijk klein veldaan de orde is, dreigen we daar bijna automatisch nee tegente zeggen en dat is geen goede zaak. Ik ben het eens nage-gaan. De afgelopen paar jaar hebben we zestien kleinevelden aan de orde gehad. Iedere keer waren er mensen inde omgeving die er bezwaar tegen hadden. In de Kamerwerden er vervolgens negatieve uitspraken over gedaan.Ik denk dat dit niet in het belang van het land is. Ik denk dathet in het belang van het land is dat we de aanvragen voorkleine velden heel zorgvuldig beoordelen en dat we diekleine velden, als dat verantwoord is, vervolgens ookgebruiken. Het kan heel goed zijn dat er geen gas zal wordengewonnen boven Schiermonnikoog, dus dat we het nietgaan doen als het wel in de bodem zit, omdat een en anderuiteindelijk niet voldoet aan de bepalingen van de gewij-zigde Mijnbouwwet. Het is echter geen goede zaak om nual daarop vooruit te lopen terwijl het nog niet zover is ende aanvraag voor een winningsplan er nog niet is.Het is niet zo dat we met betrekking tot Schiermonnikoogde vergunning even afraffelen of, zoals een wethouder vanSchiermonnikoog zei, trucjes uithalen. Daarvan is absoluutgeen sprake. Met betrekking tot Schiermonnikoog doorlopenwe een procedure die, tussen het eerste initiatief en hetmogelijke begin van de winning, tien jaar in beslag neemt.Dit zijn tien jaar van vergunningsaanvragen, onderzoeken,beoordelingen, adviesaanvragen, besluiten daarover,zienswijzen en eventueel een procedure bij de Raad vanState. Er is een periode van tien jaar nodig voordat diteventueel tot een bepaalde uitkomst leidt. In die periodeben ik eraan gehouden om alles wat we over die procedurehebben vastgelegd, zorgvuldig uit te voeren. Ik denk dusdat het niet verstandig is dat de Kamer, haaks op wat eerderin wetten is vastgelegd, nu besluit dat we het sowieso nietgaan doen. Om die reden ontraad ik deze motie van de heerVos en mevrouw Van Tongeren.De voorzitter:Voordat ik de heer Vos het woord geef, zeg ik dat dit eenVAO is. De minister heeft gevraagd om ietsje uitgebreiderop dit onderwerp te mogen ingaan, maar er staat ook eenbrief op de agenda van de procedurevergadering van decommissie. Naar aanleiding daarvan zal er de nodige dis-cussie plaatsvinden. Ik wil dit onderwerp dus niet uitgebreiddeel laten uitmaken van dit VAO. Het verdient waarschijnlijkeen apart overleg. Wel mag er iets worden gezegd over demotie. Dat geldt ook voor u, mijnheer Vos.De heer Jan Vos (PvdA):De minister heeft natuurlijk gelijk als hij zegt dat het hiereen proefboring betreft. Ik begrijp heel goed de situatie vanwaaruit hij heeft geredeneerd, alsmede het besluit waartoehij is gekomen. We hebben een jaar geleden de Mijnbouw-wet behandeld. We hebben toen gezegd meer aandacht tewillen voor de natuur. We hebben gezegd dat we niet willendat er op Terschelling naar gas wordt geboord en dat weniet willen dat er in de Natura 2000-gebieden naar gas wordtgeboord. We weten dat de Mijnbouwwet over enkele wekenwordt behandeld. Dan kun je toch veronderstellen dat deKamer zal zeggen: laten we in zo'n natuurgebied, in datprachtige Waddengebied ten noorden van Schiermonnik-oog, maar niet naar gas gaan boren? Wat heeft het nu voorzin als een Frans bedrijf hier gas naar boven haalt bij eenproefboring als we de winning dadelijk niet gaan toestaan?Dat gaat natuurlijk gebeuren.De voorzitter:Het gaat over uw motie, mijnheer Vos.De heer Jan Vos (PvdA):Het gaat over mijn motie, maar de minister zegt dat hij erniets aan kan doen en dat hij het wel moet toestaan. Dat isechter niet helemaal de realiteit die wij in de Kamer ervaren.Een jaar geleden hebben wij de Mijnbouwwet behandeld.We hebben toen gezegd: luister eens even, er moet meeraandacht worden gegeven aan de natuur. We hebbengezegd van fossiele brandstoffen af te willen en naarduurzaamheid toe te willen. Vervolgens heeft de ministerde geamendeerde Mijnbouwwet ingetrokken en opnieuwnaar de Kamer gestuurd. We zullen dat wetsvoorstel overtwee weken behandelen. Enkele weken voordat we hetbehandelen, krijgen we te horen dat er bij Schiermonnikoognaar gas zal worden geboord in Natura 2000-gebied. DeKamer dient dan een motie in waarin zij uitspreekt dat zijdat niet wil.De voorzitter:Goed, …De heer Jan Vos (PvdA):Daarom ligt de motie er vandaag: omdat we er een uitspraakover vragen. De realiteit zoals wij haar ervaren …97-6-616 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer De voorzitter:Dat hebt u al gezegd, dank u wel.De heer Jan Vos (PvdA):… is dus een iets andere dan die de minister vandaag pre-senteert.De voorzitter:Een korte reactie van de minister. Daarna gaan we naar deandere moties.Minister Kamp:Datgene wat de heer Vos zegt, is niet juist. Het gaat nietover een gewijzigde Mijnbouwwet die in reactie op deinbreng van de Kamer naar de Kamer zou zijn gestuurd.Het was een wet die ging over de implementatie van eenEuropese richtlijn en over olie- en gasplatforms op deNoordzee. Daar heeft de Kamer een aantal amendementeningebracht die daar helemaal niet over gingen. Ik moestdaar vervolgens een nette wettelijke oplossing voor zoeken.Dat heb ik gedaan. Het niet zo dat ik hier zeg dat ik helemaalniks anders kan. Ik leg alleen maar even uit dat wij metelkaar wetten hebben om vergunningaanvragen af te han-delen. Het is mijn verantwoordelijkheid om die door dewetgever vastgestelde wetten uit te voeren. De Mijnbouw-wet waar de heer Vos over spreekt, is op dit moment hele-maal nog niet aan de orde. Ik moet de Natuurbeschermings-wet toepassen. Ik moet de wet die voor de omgevingsver-gunning geldt, toepassen. Daar ben ik mee bezig.In die Mijnbouwwet die behandeld gaat worden, zalnatuurlijk nooit komen te staan: geen gaswinning bovenSchiermonnikoog. In die wet staat wanneer er wel enwanneer er niet gewonnen kan worden, op welke plekken,onder welke voorwaarden. Vervolgens moet ik die wettoepassen. Het is altijd in alle omstandigheden heel verstan-dig om datgene wat je als wetgever in de wet hebt vastge-legd, te respecteren.De voorzitter:Ik ga geen debat toelaten over een onderwerp dat op deprocedure-agenda staat. Er komt nog een debat over demijnbouw. Vandaag staat een debat over Groningen op derol. Mensen kijken mee en zitten daarop te wachten. Ik wildeze discussie voorlopig afronden. Het onderwerp komtzeker terug, want het is te belangrijk om het af te raffelen.Mevrouw Van Veldhoven heeft een punt van orde. Daarhoud ik haar aan.Mevrouw Van Veldhoven (D66):In reactie op een motie ontstaat een vrij uitgebreide discus-sie in dit VAO. Wij hebben nu niet de ruimte om die tevoeren, maar het is wel belangrijk dat zij gevoerd wordt. Ikvraag de collega's om, als de minister zegt dat er geenonomkeerbare stappen worden gezet, de moties aan tehouden tot het moment dat er met de Kamer is gesprokenover de brief die hij nu bij dit VAO betrekt. Anders kunnenwij met elkaar geen goede discussie voeren. Nogmaals, deminister moet dan wel zeggen dat hij geen onomkeerbarestappen zet totdat de brief besproken is. Ik vraag mijn col-lega's of zij onder die voorwaarde bereid zijn om de motiesaan te houden. Die discussie is snel in te plannen in eenspoed-AO als wij dat met elkaar willen.Minister Kamp:De Kamer weet dat ik de omgevingsvergunning en denatuurbeschermingswetvergunning al afgegeven heb. Erzijn geen onomkeerbare stappen die ik op dit moment nogzou willen zetten. Ik ben ook niet van plan om dat te doenvoordat de Kamer, als zij dat wenst, opnieuw over ditonderwerp wil spreken. Ik ben dus bereid om te doen watmevrouw Van Veldhoven vraagt.De voorzitter:Is de indiener van de motie bereid is om zijn motie aan tehouden totdat een algemeen overleg met misschien eenplenaire afronding is gehouden?De heer Jan Vos (PvdA):Die motie vraagt gewoon om een uitspraak van de Kamer.Ik heb heel goed begrepen dat de minister van zins is omdaar proefboringen toe te staan. Ik begrijp het wettelijkkader. Ik ben het niet met de minister eens als hij zegt dathij de Mijnbouwwet op een bepaalde manier gaat invullen.De voorzitter:Die discussie gaan wij nu niet voeren.De heer Jan Vos (PvdA):Maar ik vind dit wel belangrijk. De Kamer is medewetgever.Iedere keer dat hier de indruk wordt gewekt dat wij uitein-delijk niet het laatste woord hebben, zal ik daar bezwaartegen maken. Straks wordt erover gedebatteerd en danzullen wij de Mijnbouwwet opnieuw amenderen.De voorzitter:Mijnheer Vos, dat is nu niet aan de orde. Wij behandelennu geen wet. Wij hebben een VAO met twee minutenspreektijd waarin moties kunnen worden ingediend. Ditdoet geen recht aan het onderwerp dat u wilt agenderen.Ik maak een einde aan deze discussie. Bent u bereid om uwmotie aan te houden totdat een algemeen overleg heeftplaatsgevonden, ja of nee?De heer Jan Vos (PvdA):Nee, ik zal de Kamer vragen om een uitspraak.De voorzitter:Ik vraag de minister om verder te gaan met de besprekingvan de moties.Minister Kamp:De motie op stuk nr. 74 heb ik dus ontraden.De heer Bosman heeft mij gevraagd naar de opslag vanenergie. Ik heb de Kamer daarover al geïnformeerd. Geldtde regeling daarvoor ook voor warmte? Ik kan dat bevesti-gen. Ik ben bereid om in een brief aan de Kamer, waar de97-6-716 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer heer Bosman om vraagt, de stand van zaken en wat daar-omheen speelt inzichtelijk te maken.Mevrouw Mulder verzoekt het kabinet in haar motie (31510,nr. 59) om in overleg met de aandeelhouders van DELTAin navolging van het advies van de commissie-Balkenendete zoeken naar oplossingen voor de problemen bij DELTA.Ik heb daarover ook een brief ontvangen van de aandeel-houders van DELTA en van DELTA zelf. Die brief onder-schrijft wat het kabinet al op 8 juni aan de Kamer heeftgeschreven: de kerncentrale is financieel solide zolangDELTA en RWE aan de zogenaamde tollingcontracten vol-doen. Dat betekent dat er voor de kerncentrale geen pro-bleem is. Voor DELTA ligt het wat complexer. DELTA enzijn aandeelhouders geven aan dat zij alle voorzienbaretegenvallers zelf kunnen opvangen. Het gaat over de vraagwat er moet gebeuren als zich op dit moment onvoorzienetegenvallers zouden voordoen. DELTA en zijn aandeelhou-ders vinden dat het kabinet zich daarmee nu al zou moetenbezighouden.Dat is precies wat wij doen. Wij gaan op korte termijn metalle betrokken partijen en ministeries om tafel zitten om definanciële risico's en scenario's uit te werken. Wij laten dieook extern valideren. Dan zal moeten blijken om welke opdit moment nog niet te voorziene tegenvallers het zoukunnen gaan, welke oplossingen daarvoor mogelijk zijn enwelke oplossing de voorkeur verdient. Wij hebben daar welrandvoorwaarden bij. Eén van die randvoorwaarden is datde publieke belangen gewaarborgd moeten zijn. Een andererandvoorwaarde is dat de splitsing van DELTA gewoonconform de wet en de uitspraak van de Hoge Raad doorgaat.De derde randvoorwaarde is dat de aandeelhouders vanEPZ en DELTA hun eigen verantwoordelijkheid moetendragen voor hun bedrijven en dat zij dus maximaal zullenmoeten bijdragen aan de bekostiging van eventuele proble-men. In die scenario's zullen de financiële en juridischeconsequenties allemaal in kaart worden gebracht. Ik zal ookde gevolgen voor de werkgelegenheid daarbij betrekken.Dat past binnen de aanpak die het kabinet altijd voorstaatvoor bedrijven in moeilijkheden, dus ook voor dit bedrijf.Ik ben druk bezig met die scenario's en zal de Kamer op zokort mogelijke termijn informeren over de uitkomsten. Ikdenk dat wij hier doen wat mevrouw Mulder wil. Daaromgeef ik haar in overweging om deze motie in te trekken.Mocht zij dat niet doen, dan zal ik de motie ontraden omdatzij overbodig is, gelet op wat ik net heb gezegd.Mevrouw Mulder heeft mij nog twee vragen gesteld. Deeerste ging over de risico's die de kleine velden opleveren.Ik zal ervoor zorgen dat de betreffende brief volgende weekbij de Kamer is. Dat is tijdig voor het debat waar mevrouwMulder op doelde. Verder heeft mevrouw Mulder gevraagdnaar de kabinetsvisie op de verjaringskwestie in Limburg.Ik zal ervoor zorgen dat ook die visie volgende week tijdigvoor dat debat bij de Kamer is.Mevrouw Van Veldhoven stelt de Kamer in haar eerstemotie (32849, nr. 75) voor om uit te spreken dat er geenvergunningen worden gegeven voor mijnbouwinstallatiesin Natura 2000-gebieden of werelderfgoedgebieden.Mevrouw Agnes Mulder (CDA):Met die visie doel ik eigenlijk ook op het onderzoek waarde minister mee bezig was. Ik denk dat wij het over hetzelfdehebben, maar het lijkt mij voor Limburg goed om dit hiereven te herhalen.Minister Kamp:Mevrouw Mulder weet dat er een heel groot technischonderzoek loopt. Ik schat in dat zij het nu alleen over deverjaring heeft. Ik zal de relevante informatie over de verja-ring volgende week naar de Kamer sturen.Mevrouw Agnes Mulder (CDA):Dank voor deze toezeggingen.Minister Kamp:In de eerste motie van mevrouw Van Veldhoven staat dusdat er in bepaalde gebieden geen vergunningen voormijnbouwinstallaties mogen worden gegeven. Wij hebbenwetten om te bepalen waar wel of niet vergunningen voorgegeven kunnen worden, onder welke voorwaarden datmoet plaatsvinden, welke eisen daaraan gesteld wordenen hoe dat allemaal moet worden afgehandeld. De wetgeverheeft die wetten vastgesteld. Als er in de wet staat dat ineen bepaald gebied geen vergunning gegeven mag worden,dan wordt die niet gegeven. Als er in andere gebiedenalleen maar vergunningen onder bepaalde voorwaardenmogen worden gegeven, wordt dat ook gedaan. In dit soortzaken moet je de wet toepassen. Het is geen ordentelijkbestuur om voorbijgaand aan de wet bij motie uit te sprekendat je bepaalde dingen niet wilt. Verder kan er inbeschermde gebieden alleen een vergunning verleendworden als op grond van de Natuurbeschermingswet eneen passende beoordeling van de natuurwaarden blijkt dater geen sprake is van aantasting van die natuurwaarden.Wij hebben dat allemaal geregeld. Het is naar mijn overtui-ging zeer onverstandig om wat wij wettelijk goed geregeldhebben, te doorkruisen met een uitspraak zoals diemevrouw Van Veldhoven, de heer Wassenberg en de heerSmaling voorleggen aan de Kamer. Ik ontraad dan ookmotie 32849, nr. 75.Mevrouw Van Veldhoven (D66):Ik zou natuurlijk prima de motie kunnen wijzigen door tezeggen: verzoekt de regering om wettelijk te verankeren.Het is immers het allermooiste als dit soort principesgewoon goed verwerkt wordt in de relevante wetgeving.Als de minister daartoe bereid is, dan zijn wij natuurlijk eenheel eind. In het geval hij daar niet toe bereid is — in relatietot het punt van orde van daarnet — geef ik aan dat ik dezemotie niet zal aanhouden maar samen met de heer Vos totéén motie zal komen over dit onderwerp.Minister Kamp:Ik ga nu niet zeggen dat ik in de wetten die over de omge-vingsvergunning, de natuurbescherming en de mijnbouwgaan allerlei dingen ga veranderen. Ik kan dat niet doen opgrond van een ingediende motie. Wij doen dat op grondvan analyses die wij maken en de evaluatie van een wet.Dat moet op een heel andere manier gebeuren dan hier nudoor mevrouw Van Veldhoven wordt voorgesteld. Ik denkdat we het zo niet moeten doen. Die wetten zijn heel zorg-vuldig vastgesteld waarbij de benodigde zorgvuldige97-6-816 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer afwegingen zijn gemaakt. Om die reden ontraad ik ook eeneventueel gewijzigde motie 32849, nr. 75.In motie 31510, nr. 60 vraagt mevrouw Van Veldhoven omin overleg met de VNG te bevorderen dat alle gemeentenin heel Nederland in hun bestemmingsplannen een strategieopstellen voor een CO2-neutraal gebouwde omgeving. Ikdenk dat zich dat niet goed verhoudt tot de verantwoorde-lijkheden die de gemeentebesturen hebben. De gemeente-besturen zijn lokale besturen. Zij gaan over die bestem-mingsplannen en moeten met allerlei dingen rekeninghouden. Zij zijn ook zeer geïnteresseerd, als het om nieuweplannen gaat, in mogelijkheden om niet op gas aan te slui-ten maar op warmte. Zij zitten met mij in een grote groepdie met werkgroepen onder die groep bezig is om eengezamenlijke warmtestrategie te ontwikkelen. Gesprekkenover de mogelijkheden die er zijn, zowel voor nieuwe alsbestaande wijken, zijn volop gaande. Gemeenten stellenzich individueel en in VNG-verband constructief op. Om nute zeggen dat in alle gemeenten voor alle bestemmingsplan-nen een aparte strategie moet worden opgesteld, doet naarmijn mening geen recht aan hun inspanningen en verant-woordelijkheden. Ik ontraad dan ook motie 31519, nr. 60.Dit waren mijn reacties op de ingediende moties. Dank uwel.De beraadslaging wordt gesloten.De voorzitter:Hiermee zijn we aan het einde gekomen van het VAO. Wijstemmen volgende week dinsdag over de ingediendemoties.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.97-6-916 juni 2016TK 97EnergieTweede Kamer
Gerelateerde bronnen
- VAO Energie (AO d.d. 20/04)
Energie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.