Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda voor de informele Raad Algemene Zaken van 2 en 3 maart 2026 (Kamerstuk 21501-02-3348)
Brontekst
Versie 9a5748ae2fc34d06 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3351 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 27 februari 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over debrief van 20 februari over de geannoteerde agenda voor de informeleRaad Algemene Zaken van 2 en 3 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr.3348).De vragen en opmerkingen zijn op 23 februari 2026 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 27 februari 2026 zijn devragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der WerfDe griffier van de commissie,Blom kst-21501-02-3351ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33511 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie vande bewindspersoon2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie4 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoonVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda. Hierover hebben deze leden nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat er mogelijk voorstellenworden gedaan om het Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE)op te nemen in concurrentie- of veerkrachtfondsen (bijvoorbeeld hetCompetitiveness Fund) binnen het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Hoebeoordeelt het kabinet het risico dat opname van LIFE in een brederconcurrentie- of veerkrachtfonds (zoals een mogelijk CompetitivenessFund) leidt tot verdringing van langjarige natuurherstelprojecten doorkortetermijnindustriebeleid?1. Antwoord van het kabinetHet kabinet onderstreept het belang van investeringen in degroene transitie, natuurherstel en biodiversiteit en ziet hetvoorgestelde gecombineerde minimumpercentage van 35% voorklimaat- en milieuuitgaven als een voortzetting van het huidigebeleid. Daarbij is het voor het kabinet essentieel dat ditpercentage goed is onderbouwd en dat de onderliggende indica-toren daadwerkelijk bijdragen aan het Europese milieu, klimaat-en biodiversiteitsbeleid.Het kabinet steunt het samenvoegen van verschillende huidigeMFK-programma’s in het voorgestelde Europees Concurrentiever-mogenfonds (ECF) om zo het MFK te vereenvoudigen, te moderni-seren en toe te rusten op de grote uitdagingen. Het ECF kan eenbelangrijke bijdragen leveren aan het adresseren van de uitda-gingen die Draghi in zijn rapport heeft geconstateerd. Eén van devoorgestelde thematische vensters onder het ECF is het schonetransitie en industriële decarbonisatie venster. Het kabinetondersteunt het belang dat de Commissie via het ECF-voorstelgeeft aan het versterken van het Europese concurrentiever-mogen. Actie op de korte termijn is nodig om kritieke industrie tebehouden voor de lange termijn. Het kabinet steunt daarbij desterke focus op groene technologieën, een schone leefomgeving,circulaire economie, verduurzaming van de industrie of deenergietransitie. Hierbij ziet het kabinet koppelkansen tusseninvesteringen in milieu, natuur en klimaat ter versterking vandeze doelen.Naast het ECF bieden het bestedingspercentage van 35% voorklimaat- en milieuuitgaven over het gehele MFK, en het Nationaleen Regionale Partnerschapsplan (NRPP) en de EU-faciliteit kansenvoor natuurherstel, maar de exacte bijdrage is op dit momentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33512 onzeker. In de onderhandelingen vraagt het kabinet waar passendaandacht voor een goede borging van de elementen die LIFE toteen effectief instrument maken.Kan het kabinet bevestigen dat het zich in de Raad actief zal inzetten voorhet behoud van een zelfstandig en ringfenced LIFE-programma in het MFK2028–2034, gezien het feit dat LIFE het enige Europese Unie(EU)-instrument is dat volledig gericht is op milieu, biodiversiteit enklimaat?2. Antwoord van het kabinetHet kabinet steunt de modernisering en flexibilisering van deEU-begroting zoals voorgesteld door de Commissie, waaronder desamenvoeging van fondsen. Het kabinet zet daarbij in opvoldoende nadruk op milieu, biodiversiteit en klimaat, ondermeer door het stimuleren van investeringen in de groene transitiedoor middel van het MFK-brede minimale bestedingspercentagevan 35% voor klimaat en milieu, zoals voorgesteld door deEuropese Commissie. Voldoende nadruk op biodiversiteit ennatuur kan op verschillende manieren vorm krijgen. Het is nietnoodzakelijk om individuele fondsen te ringfencen om beleids-doelen te bereiken. Het ringfencen van individuele fondsen druistin tegen de modernisering van het MFK waar het kabinetvoorstander van is. Voor het kabinet is het van belang datlidstaten in het niet-geoormerkte deel van de nationale envelopzelf de vrijheid hebben om te kiezen met welke specifiekeinstrumenten en regelingen de gezamenlijke doelen op het gebiedvan natuur, milieu en klimaat te behalen. Nederland zet daarbij inop het voorkomen van oneerlijke concurrentie en behoud vangelijk speelveld.De leden van de D66-fractie stellen daarnaast dat Hongarije op iederemogelijke manier sancties tegen Rusland, steun aan Oekraïne en hettoetredingsproces van Oekraïne in het algemeen blokkeert. Op welkemanier zal de druk op Hongarije worden verhoogd om hun veto op dezeonderwerpen op te heffen?3. Antwoord van het kabinetHet kabinet beoordeelt het als onacceptabel en onverantwoorddat Hongarije regelmatig belangrijke steun voor Oekraïneblokkeert of dreigt te blokkeren. Voortgezette EU-steun en drukop Rusland in de vorm van aanvullende sancties zijn voorOekraïne van existentieel belang. Het kabinet blijft zich inzettenvoor onverminderde steun vanuit de EU en streeft hierbij naarEU-eenheid. Nederland doet dit in gezelschap van een bredegroep lidstaten. Voorzitter van de Europese Raad Antonio Costaheeft Hongarije gewezen op het belang dat besluiten genomendoor de Europese Raad ook worden nageleefd en gewezen op hetbeginsel van loyale samenwerking. Binnen de Raad en tussenlidstaten wordt actief van gedachten gewisseld over hoe om tegaan met Hongaarse blokkades, inclusief de voortdurendeoneigenlijke Hongaarse blokkade op voortgang op hetEU-toetredingsproces van Oekraïne. Het kabinet stelt zich in dezediscussies constructief op en spreekt zich uit tegen de oneigen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33513 lijke bilaterale blokkade van Hongarije, in lijn met de motie VanCampen-Piri.1Vragen en opmerkingen van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda van de Informele Raad AlgemeneZaken waarin EU- uitbreiding centraal staat. Deze leden hebben hier nogenkele vragen en opmerkingen bij.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vernamen afgelopen week datpremier Orbán de 90 miljard van de EU, bedoeld voor financiële steun aanOekraïne, blokkeert. Zijn er sinds vorige week gesprekken gevoerd met deHongaarse regering om druk uit te oefenen op dit besluit? Wordt hier enmarge van de informele Raad over gesproken en zo ja, wat is de inzet vanNederland? Wordt er gezocht naar manieren om de lening via een route teverstrekken waar geen unanimiteit voor nodig is?4. Antwoord van het kabinetHet kabinet beoordeelt het als onacceptabel en onverantwoordde blokkade die Hongarije opwerpt voor de besluitvorming overde steunlening van EUR 90 mld. Dit gaat in tegen het akkoord datde Europese Raad op 19 december jl. bereikte. Nederland enandere lidstaten hebben hierover tijdens de Raad BuitenlandseZaken van 23 februari jl. en de Raad Algemene Zaken van24 februari jl. hun afkeur uitgesproken en opgeroepen tot zospoedig mogelijke besluitvorming. Tijdens de informele Raadstaat de steun aan Oekraïne niet als separaat onderwerp geagen-deerd. Mocht dit onderwerp evenwel ter sprake komen, dan zalNederland zich wederom uitspreken tegen de blokkade.Voor het verstrekken van een lening uit hoofde van de headroomvan het Meerjarig Financieel Kader (MFK) is besluitvorming perunanimiteit nodig. Instemming hiermee door alle EU-lidstatenwas onderdeel van het politieke akkoord van de Europese Raadvan 19 december jl. waarover uw Kamer dezelfde dag is geïnfor-meerd. Nederland spant zich in, samen met andere lidstaten ende EU-instellingen, voor een zo spoedig mogelijk akkoord op desteunlening om Oekraïne tijdig van essentiële financiële enmilitaire steun te voorzien.Is de Minister in dit licht bereid om het gesprek over de bevrorenRussische tegoeden opnieuw te starten?5. Antwoord van het kabinetHet kabinet heeft steeds opgeroepen tot het organiseren van eengecoördineerd gesprek in EU- en G7-verband over de kansen enrisico’s van aanvullende maatregelen op basis van de geïmmobili-seerde Russische centrale banktegoeden. In het najaar van 2025gebeurde dit in de context van de herstelleningen. Zoals bekendwas er tijdens de Europese Raad van december jl. onvoldoendedraagvlak om herstelleningen op basis van de geïmmobiliseerdeRussische centrale banktegoeden af te geven. De Commissieheeft bij de aankondiging van de wetsvoorstellen voor de UkraineSupport Loan aangegeven dat het voorstel voor herstelleningenop tafel blijft liggen, hoewel momenteel nog geen concretestappen richting inzet van de tegoeden worden genomen. Het1Kamerstuk 21 501-20, nr. 2277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33514 kabinet ziet graag dat de discussie wordt hervat en blijft pleitenvoor de inzet van de geïmmobiliseerde Russische tegoeden. Zaakis nu om op korte termijn akkoord te bereiken op de steunlening,om Oekraïne tijdig van urgente begrotingssteun te voorzien.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat Oekraïne enMoldavië klaar zijn voor de volgende toetredingsstappen als kandidaat-lidstaat en het openen van meerdere onderhandelingsclusters. ZolangHongarije deze stappen blokkeert stranden verdere stappen echter. Opwelke manier is de Minister van plan Oekraïne en Moldavië te onder-steunen bij de nodige hervormingen voor EU-lidmaatschap, zodat zij naarlidmaatschap kunnen toegroeien zolang het officiële toetredingsprocesniet verder komt? Deze leden ontvangen graag een antwoord dat deNederlandse inzet weergeeft binnen de EU en op bilateraal niveau.6. Antwoord van het kabinetOndanks de Hongaarse blokkade in het toetredingsproces vanOekraïne vindt voorbereidend technisch werk plaats, opdat deonderhandelingsclusters zo snel mogelijk geopend kunnenworden op het moment dat Hongarije de blokkade opheft en debesluiten formeel voorliggen. De Commissie heeft in hetjaarlijkse uitbreidingsrapport van 2025 aangegeven teverwachten dat Oekraïne en Moldavië voor eind 2025 ook zoudenvoldoen aan de vereisten voor het openen van de laatste drieclusters (Cluster 3, Cluster 4 en Cluster 5). De voorbereidingenvoor het openen van deze clusters zijn inmiddels inderdaadvergevorderd. De Europese Commissie staat verder in nauwcontact met zowel Oekraïne als Moldavië over noodzakelijkehervormingen en ondersteunt deze landen hierbij. Zo presen-teerden de Commissie en Oekraïne tijdens de informele bijeen-komst in Lviv op 10 en 11 december jl. een 10-puntenplan omanti-corruptiehervormingen te bespoedigen.Buiten het reguliere toetredingsproces ondersteunt de EUOekraïne en Moldavië onder andere via de Oekraïne-faciliteit enhet Groeiplan voor Moldavië bij het doorvoeren van hervor-mingen. Voor het volgende MFK zet Nederland ook in op presta-tiegerichte steun aan kandidaat-lidstaten onder het Global Europeinstrument. Op bilateraal niveau blijft Nederland steun verlenenbij het hervormingsproces in Oekraïne en Moldavië waar dat kan.Dat gaat onder andere via het MATRA-programma. Nederland zaldeze boodschap gedurende de informele Raad ook overbrengen.Wat is de Nederlandse inzet tijdens de informele Raad ten aanzien van deambitie om in 2028 of 2029 een nieuwe lidstaat te verwelkomen? Acht hetkabinet dit realistisch? Wat is de positie van het kabinet ten opzichte vantoetreding van Oekraïne en Moldavië zonder vetorecht? Sluit deze vormaan bij de door het kabinet bepleitte «Europa van verschillendesnelheden?»7. Antwoord van het kabinetDe kwaliteit en het tempo van hervormingen in kandidaat-lidstaten blijven voor het kabinet leidend in het op meritesgebaseerde toetredingsproces. Van alle kandidaat-lidstaten heeftMontenegro momenteel de hoogste mate van voorbereiding ophet EU-lidmaatschap. Indien Montenegro de eigen capaciteit enweerbaarheid blijft versterken en zich blijft richten op deimplementatie en bestendiging van hervormingen, dan komt deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33515 afronding van de EU-toetredingsonderhandelingen sneller inzicht. Het kabinet kan geen uitspraken doen over wanneer dit hetgeval zal zijn. Moldavië is nog niet zo gevorderd in het toetre-dingsproces, maar boekt goede voortgang met het doorvoerenvan hervormingen. Zo oordeelde de Commissie in het uitbrei-dingsrapport 2025 dat Moldavië van alle kandidaat-lidstaten demeeste progressie heeft geboekt.Inmiddels zijn met Montenegro dertien onderhandelingshoofd-stukken onder voorbehoud gesloten. Het opstellen van eentoetredingsverdrag kost veel tijd, daarom zal de Raad naarverwachting op korte termijn starten met het voorbereidendewerk voor een toetredingsverdrag met Montenegro. Het kabinetvindt het belangrijk dat dit toetredingsverdrag, en mogelijkvolgende toetredingsverdragen voor andere kandidaat-lidstaten,stevige waarborgen bevatten om de waarden van de EU tebeschermen en de Unie effectief te houden. Nederland verkent inoverleg met andere lidstaten welke rechtstaatswaarborgen,overgangsmaatregelen, en maatregelen op EU-institutioneelgebied daarvoor nodig zijn. In lijn met de motie Klos c.s.2 staathet kabinet constructief tegenover het voeren van gesprekkenover eventuele gefaseerde toetreding door Oekraïne, indien ditnodig blijkt. In dat scenario zullen waarborgen onderwerp vangesprek zijn.Is de Minister van mening dat zo’n traject ook passend is voor kandidaat-lidstaten als Montenegro en Albanië?8. Antwoord van het kabinetDat zal mede afhangen van de wijze waarop gefaseerdetoetreding eventueel vorm zou krijgen en dit valt daarom nog niette zeggen. Het heeft de voorkeur van het kabinet om eerst tekijken naar manieren om vaart te houden in het op meritesgebaseerde toetredingsproces, conform de bestaande uitbrei-dingsmethodologie, ook door druk op landen die bilateraleblokkades opwerpen, en door te investeren in geleidelijkeintegratie. Kandidaat-lidstaten verschillen in hun mate vanvoorbereiding op het EU-lidmaatschap. Het is van belang dat hetEU-toetredingsproces realistisch en uitvoerbaar blijft. Een landdat toetreedt tot de Unie moet de waarden van de Unie eerbie-digen en moet voldoen aan alle voorwaarden om volwaardig lid teworden. Nederland zal deze uitgangspunten tijdens de informeleRaad ook uitdragen richting de Commissie en in contacten metkandidaat-lidstaten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen voorts dat er tijdens deinformele Raad wordt gesproken over het nieuwe MFK. Er zijn binnen deRaad verschillende opvattingen over de omvang van het MFK in hetvoorstel van de Europese Commissie (EC). Is het kabinet van mening datde voorgestelde omvang van het MFK te hoog is? Is de Minister het ermeeeens dat met de groeiende uitdagingen waarbij ook in Europees verbandmoet worden opgetreden, zoals de concurrentiepositie van de EU, deenergietransitie en defensiesamenwerking in de EU, de omvang van hetMFK de grote ambities op deze terreinen moet weerspiegelen? Is hij vanmening dat dat met het huidige voorstel gebeurt?2Kamerstuk 36 800-V, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33516 9. Antwoord van het kabinetHet kabinet zet in op een moderne en toekomstgerichte Europesebegroting. Dit wil zeggen dat de begroting meer gericht moetworden op het versterken van het Europees concurrentiever-mogen, met een sterke interne markt en inzet op onderzoek eninnovatie als fundament, een stevig migratie- en asielbeleid,veiligheid en defensie. Het kabinet verwelkomt dan ook devoorgestelde modernisering van het MFK, waarbij de Commissiemeer focus legt op strategische prioriteiten en hiervoor eengroter deel van de EU-begroting uittrekt. Het ontbreekt volgenshet kabinet in het voorstel echter aan afdoende scherpe finan-ciële keuzes. Daarom zet het kabinet in op een verlaging hetvoorgestelde MFK, waarbij de modernisering overeind moetblijven. Dit standpunt zal het kabinet actief uitdragen in haaraanstaande contacten met vertegenwoordigers van de EuropeseCommissie en bij relevante Raden.Is de Minister het ermee eens dat, gezien de inflatie en het aandeel van deterugbetaling aan het coronaherstelfonds, wat ook in het nieuwe MFK zit,het nieuwe MFK de facto helemaal niet echt in omvang groeit? Houdt hetkabinet vast aan de extra bezuiniging van 1,6 miljard euro minderafdrachten aan de EU die in de begrotingsreeks staat voor 2028? Zo ja,waarom? Acht de Minister dit realistisch?10. Antwoord van het kabinetDe omvang van de voorstellen is nader uitgewerkt in de Kamer-brief over de MFK- en EMB-voorstellen van 12 september jl.3 Detotale uitgaven onder de MFK-plafonds bedragen in het voorstel1,26% van het EU27-bni. In de huidige programmaperiode is dit1,13%. Dit is exclusief speciale instrumenten. Gecorrigeerd voorde aflossing- en rentebetalingen van het coronaherstelfondsstijgen de beleidsuitgaven van 1,12% naar 1,15% van hetEU27-bni, exclusief speciale instrumenten. In absolute bedragenstijgt het MFK van ca. EUR 1.200 mld. in de periode 2021–2027naar EUR 1.985 mld. in 2028–2034.Het coalitieakkoord bevat geen aanpassing aan de raming van deEU-afdrachten. De maatregel om de eerder geraamde stijging vande EU-afdrachten met EUR 1,6 mld. per jaar te beperken blijft dusonderdeel van de raming vanaf 2028. De onderhandelingen overhet door de Europese Commissie voorgestelde Meerjarig Finan-cieel Kader 2028–2034 en het nieuwe eigenmiddelenbesluit durennaar verwachting nog tot in 2027. De onderhandelingen over hetMFK en EMB zijn een totaalpakket. Het kabinet zal hierbij scherpinzetten op het verlagen van de afdrachten ten opzichte van hetCommissievoorstel. Pas na afronding van deze onderhandelingenis iets te zeggen over het onderhandelingsresultaat.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat in het kader vanhet MFK ook wordt gesproken over de hervorming van de cohesiefondsendie geïntegreerd worden in de nationale en regionale partnerschappen(NRPP). Deze leden zijn van mening dat de rol van regio’s dreigt teverzwakken en achten het van belang dat deze regie blijven houdengezien het feit dat de EU-fondsen van belang zijn voor de regionaleeconomie. Is de Minister het ermee eens dat de Europese cohesiemid-delen cruciaal zijn voor structurele investeringen in regio’s die andersachterblijven en hoe gaat hij ervoor zorgen dat regie voor de regio’s op de3Kamerstuk 21 501-20, nr. 2268Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33517 cohesiefondsen wordt behouden? Wat is hier de inzet van Nederland?Gaat de Minister zich ervoor inzetten dat middelen uit het NRPP langjariggeoormerkt blijven voor specifieke regio’s, zodat zij deze gebiedsgerichtkunnen inzetten?11. Antwoord van het kabinetConform de kabinetsappreciatie in het BNC-fiche over deoprichting Europees Fonds voor Nationale en Regionale Partner-schap plannen onderschrijft het kabinet de doelstelling omregionale ongelijkheden tegen te gaan en Europese territorialesamenwerking te bevorderen.4 Het kabinet vindt dat het cohesie-beleid zich zo veel mogelijk dient te richten op regio’s die opsociaaleconomisch gebied achterblijven, door het bevorderen vaneconomische, sociale en territoriale convergentie, maar dat hetcohesiebeleid in principe beschikbaar moet blijven voor alleregio’s in de EU. In lijn hiermee vindt het kabinet het logisch datbinnen de Nationale en Regionale Partnerschapsplannenvoldoende aandacht is voor minder ontwikkelde regio’s in deUnie. Investeringen in deze regio’s dragen ook bij aan hetadresseren van de grote uitdagingen voor de EU, zoals energie,innovatie en veiligheid. In haar voorstel benadrukt de Commissiedat het partnerschapsbeginsel, waarbij nationale, regionale enlokale actoren actief worden betrokken, ook centraal blijft staanin de programmering en uitvoering. Het kabinet steunt hetbasisprincipe van het NRPP dat gericht is op het partnerschaps-beginsel en het kabinet wil hier ook actief vorm aan gevenmiddels nauwe betrokkenheid van medeoverheden en andere(maatschappelijke) partners, in lijn met artikel 6 van hetNRPP-voorstel en met de motie Paternotte.54Kamerstuk 22 112, nr. 4143, fiche 2: [MFK] Oprichting Europees Fonds Nationale en RegionalePartnerschap plannen.5Kamerstuk 21 501-08, nr. 985Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33518
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.