KamerkringInloggen
Kamerbrief

Stand van zaken met betrekking tot verschillende moties en toezeggingen tot asiel(opvang)

6 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3e3ae9531113bb1e · officiële bron

19637 Vreemdelingenbeleid Nr. 3618 Brief van de minister van Asiel en Migratie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 juli 2026 In deze brief geef ik, onder meer, de stand van zaken weer met betrekking tot verschillende – door uw Kamer aangenomen – moties en toezeggingen met betrekking tot asiel(opvang). Wijziging van de Vreemdelingencirculaire A (Vc) inzake de vreemdelingenbewaring van (gezinnen met) minderjarige vreemdelingen ter fine van terugkeer op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Met deze brief informeer ik uw Kamer over een wijziging van de Vreemdelingencirculaire A (Vc) inzake de vreemdelingenbewaring van (gezinnen met) minderjarige vreemdelingen ter fine van terugkeer op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Deze wijziging brengt de bewaringspraktijk in overeenstemming met jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Het kabinet benadrukt dat vreemdelingenbewaring, zeker van minderjarige vreemdelingen, een ultimum remedium is en altijd zo kort als mogelijk duurt. Het arrest Adrar van het Hof van 4 september 2025[voetnoot 1] en de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2026[voetnoot 2] zien op de situatie waarin een vreemdeling die ter fine van terugkeer in bewaring wordt gesteld stelt dat het beginsel van non-refoulement aan terugkeer in de weg staat. Het kabinet leest het arrest zo dat een vreemdeling te allen tijde een beroep kan doen op het beginsel van non-refoulement, en dat een rechter voorafgaande aan de uitzetting moet hebben beoordeeld of de uitzetting verenigbaar is met dit beginsel. Wanneer dit niet in de asielprocedure of in de terugkeerprocedure is gebeurd, of wanneer het terugkeerbesluit al in rechte vaststaat, moet dit dus plaatsvinden in de bewaringsprocedure, aldus het Hof. Het arrest Adrar maakt het al complexe bewaringsbeleid daarmee nog ingewikkelder, omdat bij alle bewaringsmaatregelen moet worden nagegaan of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen uitzetting. Hoewel het aantal zaken waarin de vreemdeling problemen verwacht bij terugkeer -maar geen asielaanvraag indient- beperkt is, zijn ketenpartners die de bewaringsmaatregel opleggen niet toegerust op het behandelen van beschermingsvraagstukken (zoals de politie, de KMar en de DTenV). Het kabinet meent dat de beoordeling van het beginsel van non-refoulement primair moet plaatsvinden in de asielprocedure. De IND heeft hiertoe immers expertise en kan ook niet-asiel gerelateerde refoulementaspecten (zoals medische omstandigheden) meetoetsen. Hoewel het beginsel van non-refoulement altijd gerespecteerd moet worden, perkt het arrest de flexibiliteit over de inrichting van een beoordelingsprocedure in. Om deze reden heeft het kabinet zich, bij de onderhandelingen over het voorstel van de Commissie voor een Terugkeerverordening, met succes hardgemaakt om de vreemdeling die stelt dat terugkeer niet verenigbaar is het met beginsel van non-refoulement te kunnen verwijzen naar de juiste procedure, waaronder de asielprocedure, waar een zorgvuldige beoordeling kan plaatsvinden. Daarnaast heeft het kabinet met succes gepleit voor de mogelijkheid om geen land van terugkeer te noemen bij het nemen van het terugkeerbesluit, maar deze toe te voegen aan het terugkeerbesluit of te noemen in het verwijderingsbesluit wanneer gedwongen terugkeer in beeld komt. Op deze wijze kan -wanneer het terugkeerbesluit in rechte vaststaat- en de vreemdeling later in het terugkeerproces een beroep doet op het beginsel van non-refoulement, maar geen asielaanvraag indient, dit beroep worden beoordeeld door de IND en getoetst door de rechter. Hierdoor worden de ketenpartners die de bewaringsmaatregel opleggen en de bewaringsrechter niet belast met de vraag of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen uitzetting. Zoals ik in mijn brief van 3 juni jl.[voetnoot 3] heb aangegeven is deze handelswijze in de Terugkeerverordening geland. Zolang de terugkeerverordening, zoals hierboven beschreven, nog niet van toepassing is, kiest het kabinet ervoor om bij een beroep op het beginsel van non-refoulement gedurende een bewaringsprocedure, eerst te bezien of de vreemdeling redenen naar voren brengt. Indien dat niet het geval is, zal vreemdelingenbewaring ter fine van terugkeer worden opgelegd (artikel 59 Vw). Wanneer er wel redenen naar voren worden gebracht, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om een asielaanvraag in te dienen. Daartoe wordt in dat geval een bewaringsmaatregel opgelegd op grond van artikel 59b Vw (asielbewaring). Wanneer de vreemdeling geen asielaanvraag wenst in te dienen, zal de IND genoodzaakt zijn een aparte refoulementbeoordeling uit te voeren. Wanneer de IND heeft beoordeeld dat het beginsel van non-refoulement zich niet verzet tegen de uitzetting, wordt dit betrokken in de op te leggen maatregel voor vreemdelingenbewaring ter fine van terugkeer (artikel 59 Vw). De bewaringsrechter moet hier dan vervolgens uitspraak over doen. Dat gebeurt in de regel binnen drie weken na het opleggen van de bewaringsmaatregel. Gedurende deze termijn, kan de vreemdeling niet worden uitgezet. Hiermee zal met name in complexe terugkeerzaken bij het moment van het opleggen van de bewaringsmaatregel rekening moeten worden gehouden. De totale duur van de bewaringsmaatregel kan hierdoor toenemen. Wijziging van de Vreemdelingencirculaire A Volgens het huidige beleid (Vc A5/2.4) is vreemdelingenbewaring met het oog op uitzetting van (gezinnen met) minderjarige vreemdelingen in beginsel proportioneel indien verwacht mag worden dat uitzetting binnen veertien dagen kan plaatsvinden. Dit is problematisch omdat -bij een beroep op het beginsel van non-refoulement (zonder asielaanvraag)- de bewaringsrechter veelal uitspraak zal doen nadat deze termijn van veertien dagen al is volgelopen. Ook de bestaande verlengingsmogelijkheden in het beleid zijn ontoereikend om de uitspraaktermijn van de bewaringsrechter af te wachten. Voor een doeltreffend terugkeerbeleid, is het dan ook noodzakelijk om de maximale termijn voor vreemdelingenbewaring voor (gezinnen met) minderjarige vreemdelingen aan te passen. Er wordt daarom een gerichte uitzondering op de veertien-dagentermijn toegevoegd aan de Vc. Indien (gezinnen met) minderjarige vreemdelingen een beroep op het beginsel van non-refoulement doen en geen asielaanvraag indienen, eindigt de bewaringsmaatregel uiterlijk veertien dagen na de uitspraak van de bewaringsrechter op het beroep. De DTenV zal gedurende de uitspraaktermijn de uitzetting voorbereiden en deze zo dicht als mogelijk op de uitspraakdatum plannen. Zowel bij een gegrond als ongegrond beroep kan de bewaring dan zo kort mogelijk duren. Motie van de leden Boomsma en Ceulemans over een taskforce terugkeer Syriërs Op 10 februari jl. heeft uw Kamer de motie van het lid Boomsma aangenomen waarin wordt opgeroepen om een Taskforce terugkeer Syrië op te richten met als doel het versnellen en intensiveren van de terugkeer van Syriërs, onder andere door het versneld afdoen van openstaande asielverzoeken en het herbeoordelen van de verblijfsvergunningen, waar en zodra dat mogelijk is, en de Kamer zo snel mogelijk te informeren over de voorgestelde inrichting, opdracht en benodigde middelen. Met deze brief informeer ik u over de wijze waarop het kabinet invulling zal geven aan deze motie (Kamerstuk 36 800 XX, nr. 28). Vooropgesteld dient benoemd te worden dat er het afgelopen jaar reeds verschillende initiatieven zijn ontplooid die erop toe zien om de behandeling van asielaanvragen van Syriërs bij de IND te versnellen alsook terugkeer te intensiveren. Hierbij moet u denken aan het voeren van nieuw en geactualiseerd landenbeleid, de tijdelijk verhoogde vrijwillige terugkeervergoeding die werd geboden aan Syriërs en de verdere opbouw van de relatie met de Syrische autoriteiten. Daarnaast zullen Syriërs binnen de aanpak openstaande asielaanvragen standaard onderdeel uitmaken van de tijdscohorten en worden hierdoor met prioriteit meegenomen. In internationaal verband vonden daarnaast verschillende gesprekken plaats met de Syrische autoriteiten. Zoals bijvoorbeeld met de Syrische VN-ambassadeur tijdens een side event bij het International Migration Review Forum waarbij werd gesproken over de relatie tussen terugkeer en wederopbouw. Daarnaast investeert het kabinet ook stevig in de bilaterale relatie met Syrië, onder andere door bezoeken op politiek en ambtelijk niveau en door verschillende projecten voor capaciteitsopbouw. Zo ben ik op 24 juni jl. met de minister van Buitenlandse Zaken in Syrië geweest. Tijdens dit bezoek is afgesproken om de brede samenwerkingsrelatie verder te verdiepen, ook wat betreft terugkeer van Syriërs vanuit Nederland. Syriërs die terugkeren kunnen een positieve bijdrage leveren aan de wederopbouw van Syrië. Het kabinet zet dan ook in op het bevorderen en ondersteunen van vrijwillige terugkeer van Syriërs. Ook blijven we in gesprek met de Syrische autoriteiten over het mogelijk maken van gedwongen terugkeer. Ook maakte het kabinet extra middelen vrij voor de wederopbouw van Syrië en het faciliteren van terugkeer vanuit Nederland naar Syrië. Al deze stappen gezamenlijk zien erop toe om de doorstroom van Syriërs door de keten en de terugkeer van vertrekplichtige Syriërs te bevorderen. Om de inzet op deze opgave verder te verstevigen, de verschillende initiatieven bij elkaar te brengen en de regie te centraliseren is een ketenbrede taskforce in het leven geroepen. Deze taskforce heeft als doel het bevorderen van de doorstroom van Syriërs in de keten. Gelet op de gewijzigde situatie in Syrië en de aanpassingen in het landenbeleid ligt het in de lijn van verwachtingen dat een groot deel van de opgave ten aanzien van de Syriërs die nu nog in de asielprocedure zitten op het gebied van terugkeer zal liggen. In deze taskforce zijn het ministerie van Justitie en Veiligheid, IND, COA en DTenV vertegenwoordigd. Naarmate de uitwerking vordert zullen andere ministeries, gemeenten en organisaties ook worden uitgenodigd om aan te sluiten bij de taskforce en met elkaar een zorgvuldige uitvoering te borgen van de gezamenlijke opgave. Zoals gezegd wordt er op verschillende wijzen al inzet gepleegd ten behoeve van de doorstroom van Syriërs en de terugkeer van vertrekplichtige Syriërs. Deze inzet zal binnen deze taskforce worden voortgezet. De focus binnen deze taskforce ligt vooralsnog op de lopende asielaanvragen. De vraag of tot herbeoordelen kan worden overgegaan komt wederom aan de orde in het nieuwe ambtsbericht dat eind dit jaar verwacht wordt. Uw Kamer zal periodiek op de hoogte gehouden worden over de ontwikkelingen op dit dossier. MAenM zegt toe dat MVRO het convenant onderdak voor de zomer aan de Kamer toestuurt Voor het zomerreces zal een separate Kamerbrief inzake “Bouwstenen versnelde realisatie van aanvullende vormen van huisvesting” aan uw Kamer worden verzonden. Deze brief wordt verstuurd door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening mede namens de minister van Asiel en Migratie. De minister van Asiel en Migratie zegt toe de Kamer voor het zomerreces samen met de minister van VRO te informeren over doorstroomlocaties Zoals toegezegd aan uw Kamer zal ik periodiek een update geven over de voortgang omtrent de inrichting van doorstroomlocaties door het hele land. Vanuit de “bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties” kunnen gemeenten locaties inrichten met financiering van het Rijk om de uitstroom van statushouders te versnellen. De bekostigingsregeling is een van de stimuleringsmaatregelen die er zijn voor dit doeleinde. Vanuit de zogenaamde HAR+ regeling is het eveneens mogelijk om als gemeente een bijdrage te ontvangen om bijvoorbeeld woningdelen mogelijk te maken. Door middel van deze initiatieven wordt beoogd om een versnelling van de uitstroom van statushouders te realiseren, zonder dat dit tot verdringing leidt op de reguliere “sociale” woningmarkt. Er worden namelijk wooneenheden toegevoegd of efficiënter benut.   Sinds de publicatie van de bekostigingsregeling zijn in totaal 48 doorstroomlocaties ingericht, waar in totaal 1.853 plekken voor statushouders zijn gecreëerd. Verder zijn nog 9 voorstellen door mijn ministerie goedgekeurd waardoor in de komende periode 320 extra uitstroomplekken worden gerealiseerd. In de praktijk wordt gezien dat door de uitdagingen van ontwikkelingen in het ruimtelijk domein (vergunningsprocedure, netcongestie) de realisatiesnelheid van locaties soms achterblijft bij de hoge noodzaak om uitstroom vanuit het COA te realiseren. De regeling voor de doorstroomlocatie op 8 april 2025 gepubliceerd. Uit de eerste ervaringen volgt een aantal inspirerende voorbeelden die laten zien dat statushouders in een doorstroomlocatie eerder starten met inburgeren, sneller aan het werk gaan en ook makkelijker doorstromen naar vervolghuisvesting. De tijdelijke huisvesting in een doorstroomlocatie kan een belangrijke bijdrage leveren om enerzijds de druk op het COA te ontlasten, maar ook om statushouders te helpen om versneld wegwijs te worden in de gemeente waar ze zich gaan vestigen. Zoals op 8 juni aan uw kamer gemeld zal vanaf 1 juli de zogenaamde doelgroepflexibele regeling van kracht zijn.[voetnoot 4] Hierdoor wordt het voor gemeenten makkelijker om doorstroomlocaties te openen en dit te combineren met andere (gemeentelijke) aandachtsgroepen. Naast de doelgroepflexibele regeling blijft het voor gemeenten mogelijk om statushouders tijdelijk onderdak aan te bieden, in afwachting op definitieve huisvesting, via de zogenaamde hotel- en accomodatieregeling. Toezegging de Kamer te informeren over de communicatie tussen COA en Den Bosch inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv) opvang Engelen Tijdens het tweeminutendebat van 17 juni jl. heb ik toegezegd per brief te reageren op de vraag kamerlid Vondeling (PVV) om een reactie op een email van het COA aan de gemeente Den Bosch waarin het COA zou hebben gevraagd om de bekendmaking van de amv opvang in de gemeente over de verkiezingen heen te tillen. Het realiseren van een opvanglocatie gebeurt in nauwe samenwerking en afstemming tussen het COA en een betreffende gemeente. In het voortraject is er veel (ambtelijk en bestuurlijk) contact tussen COA en een gemeente over alles betreffende de opvanglocatie. De email van het COA aan de gemeente Den Bosch is onderdeel van het afstemmingstraject aan de voorkant, waarbij ik wil benadrukken dat uiteindelijke afspraken in gezamenlijkheid tussen COA en gemeente worden gemaakt.  Stand van zaken AI-besluiten in beslisprocessen IND[voetnoot 5] Rechters oordeelden in recente zaken dat de IND onvoldoende garanties bood dat de besluiten daadwerkelijk door mensen – en niet door AI-systemen – zijn genomen. In de IND-besluiten waarnaar verwezen wordt, heeft de IND echter geen gebruik gemaakt van AI, maar van een IND-interne kennistool. De besluiten zijn vervolgens niet vernietigd vanwege het gebruik van die tool, maar vanwege een inhoudelijk gebrek, namelijk dat de werking van het algoritme niet inzichtelijk was gemaakt. De ontwikkelingen van AI worden door de IND nauwlettend in de gaten gehouden. De IND is zich er daarbij van bewust dat AI alleen kan worden ingezet indien daartoe de nodige waarborgen in acht worden genomen. Toepassing van AI tegen consumentenvoorwaarden door de IND is dan ook verboden, zoals dit ook volgt uit het Rijksbeleid over gebruik van AI. Voordat AI in gebruik kan worden genomen voor specifieke toepassingen wordt dit eerst uitgebreid getoetst op het vlak van privacy, informatiebeveiliging, ethiek met alle waarborgen van dien. Toezegging om de Kamer in het eerste kwartaal van 2026 te informeren over de uitkomst van de evaluatie van de werking van de pilot procesbeschikbaarheidsaanpak (pba) De evaluatie van de werking van de pilot procesbeschikbaarheidsaanpak is in een afrondende fase. Naar aanleiding van de bevindingen uit de evaluatie wordt de komende periode met de keten gewerkt aan de doorontwikkeling van de pba. De inzet is gericht op wat goed gaat te bestendigen en knelpunten te verbeteren. Daarbij wordt ook bezien op welke wijze de pba inpasbaar kan worden gemaakt in de veranderde procedure ingevolge het Europees Asiel- en Migratiepact. Toezegging om een reactie te geven op de impact van de arresten van 4 juni[voetnoot 6] In het debat van 11 juni jl. heb ik uw Kamer toegezegd u te informeren over de impact van een tweetal arresten[voetnoot 7] van 4 juni jl. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Met deze brief doe ik deze toezegging gestand. In de arresten heeft het Hof geoordeeld dat nationale rechters op grond van het Unierecht de bevoegdheid hebben om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het asielrelaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging of het risico op ernstige schade bij terugkeer naar het land van herkomst, en over de gegrondheid van het asielverzoek. Voorwaarde is dat zij na een uitputtend en geactualiseerd onderzoek over voldoende informatie beschikken om tot een conclusie te komen en daarmee moeten beschikken over alle relevante feitelijke en juridische gegevens. Daarbij moeten zowel de vreemdeling als de IND de mogelijkheid geboden worden om opmerkingen in te dienen over eventuele nieuwe elementen. In de Nederlandse context geldt dat er sprake is van de zogeheten ‘enigszins terughoudende toets’ van de geloofwaardigheidsbeoordeling door rechters. Indien de rechtbank acht dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd door de IND kan dat reden zijn voor de rechtbank om het beroep gegrond te verklaren. Deze toets volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Met deze vaste rechtspraak heeft de Afdeling invulling gegeven aan de rechterlijke toets zoals vastgelegd in artikel 8:72, derde lid, onder b van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 83a van de Vreemdelingenwet 2000. Uit deze artikelen vloeit overigens reeds voort dat de rechter de bevoegdheid heeft zijn uitspraak in de plaats te laten treden van een het vernietigd besluit. Omdat de arresten gaan over de invulling van de rechterlijke toets, is het in eerste instantie aan de rechtspraak zelf hoe zich te verhouden tot deze arresten en hoe dit uitwerking krijgt in de rechterlijke uitspraken. Omdat de bodemprocedures in deze arresten nog voor de rechter liggen kan ik niet vooruitlopen op de precieze invulling van dit arrest in de Nederlandse rechtspraktijk. Wel meen ik uit het arrest te mogen afleiden dat in een zaak waarin de rechter een bindende uitspraak in lijn met deze arresten neemt, zij deze zaak in beginsel kan blijven terugverwijzen naar de IND om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De IND is gebonden aan dat rechterlijke oordeel en kan alleen wanneer zich na de uitspraak nieuwe relevante feiten aandienen een geactualiseerde en eventueel afwijkende beoordeling te maken. Enkel indien de IND weigert een oordeel van de rechtbank op te volgen zonder dat daar nieuwe relevante feiten aan ten grondslag liggen kan de rechtbank gebruik maken van zijn bevoegdheid om een eigen beslissing in de plaats te stellen van de beslissing van de IND. Indien de IND zwaarwegende argumenten heeft om de uitspraak van de rechter niet te volgen kan hoger beroep zijn aangewezen. Wanneer er in rechte vaststaande uitspraak ligt in de bodemprocedure van deze zaak, zal ik uw Kamer nader informeren over de precieze impact van deze uitspraken. Toezegging over het informeren van COA-bewoners over de nieuwe IND-procedures (na inwerkingtreding PACT)[voetnoot 8] Een goede informatievoorziening ten aanzien van het plan van aanpak openstaande asielaanvragen is belangrijk. De omsteltijd is ook bedoeld om hier stappen in te zetten. Zo wordt bezien hoe de IND op verschillende COA-locaties voorlichting gaat geven en informatie gaat verstrekken. Daarnaast gaat de IND op haar website de komende periode updates geven over de stand van zaken van het plan van aanpak openstaande aanvragen. De wachttijd wordt hierin ook meegenomen. De IND zal in de toekomst ook updates geven op de websites ten aanzien van welke groepen in cohorten aan de beurt zijn voor de behandeling van hun asielaanvragen. Motie over een pilot starten waarbij IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald[voetnoot 9] In de motie is meegegeven om de komende periode te kijken of een pilot gestart dient te worden waarbij IND-gehoren via een digitale verbinding live worden vertaald. In appreciatie op deze motie heeft mijn ambtsvoorganger bij uw Kamer bevestigd dat alle ontwikkelingen op dit terrein elkaar snel opvolgen en dit perspectief kan bieden in de toekomst, maar dat de timing van het eventueel starten van deze pilot bezien zou moeten worden. Bij het opstarten van een, in de motie bedoelde pilot, zie ik op dit moment enkele bezwaren. De IND heeft tijdens de COVID-19-pandemie ervaring opgedaan met digitaal horen. Mocht het noodzakelijk zijn dan kan de IND nu ook gebruik maken van een telefonische tolk en in sommige gevallen via een digitale verbinding. De IND heeft echter een voorkeur voor een fysieke aanwezigheid omdat het de ervaring is dat gehoren hierdoor soepeler verlopen, zo kunnen bijvoorbeeld documenten die tijdens het gehoor worden overgelegd ter plekke vertaald worden. In reactie op de veronderstelling zoals in de motie opgenomen, geeft de IND aan dat er zelden sprake van is dat afspraken geen doorgang kunnen vinden vanwege een tekort aan tolken. Nu gehoren, indien nodig, telefonisch of digitaal gehouden kunnen worden en de IND niet herkent dat afspraken hierdoor nu niet door kunnen gaan, zie ik geen noodzaak om het uitvoeren van een pilot hiertoe op dit moment op te starten. Uiteraard houdt de IND de ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend in de gaten. Mocht de situatie erom vragen dan kan alsnog overwogen worden om een Pilot te starten. Hier komt bij dat in de Procedureverordening (artikel 13 lid 10) onder het Europees Asiel- en Migratiepact staat dat enkel wanneer het naar behoren gerechtvaardigd is, een gehoor via een videoverbinding kan plaatsvinden. Dit betekent dat de IND met de inwerkingtreding van het Europees Asiel- en Migratiepact per geval in het dossier moet motiveren waarom is gekozen voor een gehoor via een digitale verbinding. Mochten ontwikkelingen in de toekomst aanleiding geven dit perspectief te wijzigen, zo ook in relatie tot de aanpak op de openstaande asielaanvragen, dan zal dit herzien worden.  De doelgroep-flexibele regeling (DFR) In de MR van 5 juni jl. is besloten om de Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting door gemeenten (de doelgroep-flexibele regeling (DFR)) per 1 juli in werking te laten treden. De regeling is op 29 juni gepubliceerd in de Staatscourant. Als bijlage bij deze brief vindt U De uitvoeringstoetsen van NOO, PRO, COA en VNG, inclusief de reacties daarop Het kostprijsonderzoek naar de kosten van de gemeentelijke opvang van ontheemden 2025 zoals uitgevoerd door Improven. MAenM zegt toe de brief die de IND naar de rechtbank heeft gestuurd te delen met de Kamer Zoals ik uw Kamer heb toegezegd in het commissiedebat van 11 juni jl., stuur ik uw Kamer in bijlage de verzochte brieven mee die de IND naar de Rechtbank heeft gestuurd over ontwikkelingen in algemene zin en in het bijzonder de prognoses en verwachtingen qua werklast voor de rechtbanken in 2026. Financiële onrechtmatigheid bij subsidie-ontvanger van DTenV Bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) is een financiële onregelmatigheid geconstateerd, waar uw Kamer op 12 juli 2025 en op 9 december 2025 op basis van de handreiking melding integriteitsschendingen (potentieel) significante financiële gevolgen voor het Rijk over is geïnformeerd. Er zijn financiële onregelmatigheden vastgesteld in de subsidieverantwoording van Stichting Goedwerk. De Auditdienst Rijk (ADR) is destijds geïnformeerd. De (potentiële) financiële impact bedraagt meer dan € 100.000. De bestuursrechtelijke sanctie binnen het subsidierecht bij een omissie in de administratieve verplichting is een (lagere) ambtshalve vaststelling. DTenV heeft deze sanctie toegepast door de subsidie vast te stellen op 50% van het verleende subsidiebedrag. Deze besluiten zijn genomen in samenspraak met de landsadvocaat en inmiddels onherroepelijk geworden. Dit resulteert in een verplichting voor Stichting Goedwerk van in totaal € 389.826,05. Op verzoek van Stichting Goedwerk is per 1 juni 2026 een betalingsregeling met DTenV tot stand gekomen. De regeling voorziet in terugbetaling van 30 procent van de totale schuld van € 389.826,05 binnen een periode van 18 maanden. Dit betekent dat Stichting Goedwerk, gespreid over een aaneengesloten periode van 18 maanden, € 116.947,80 aan de schuldeiser betaalt. Zodra Stichting Goedwerk heeft voldaan aan de in de beschikking opgenomen voorwaarden zal het resterende bedrag van € 272.878,25 worden kwijtgescholden. In het subsidiebeheer is reeds een forse aanscherping doorgevoerd door invoering van het accountantsprotocol. Dit protocol heeft ertoe geleid dat de onregelmatigheid in het subsidiebeheer met Goedwerk is geconstateerd. Daarnaast wordt kritischer gekeken naar de hoogte van de uitbetaling van een tweede voorschot halverwege de projectperiode, om te voorkomen dat de subsidieontvanger te veel subsidie ontvangt en er een terugbetalingsrisico ontstaat. Ik hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025, Adrar, ECLI:EU:C:2025:647. Het Hof heeft hierin geoordeeld dat in de bewaringsprocedure, naast het zicht op uitzetting, ook (zo nodig ambtshalve) moet worden beoordeeld of het beginsel van non-refoulement, het belang van het kind of het familie- en gezinsleven in de weg staan aan gedwongen terugkeer. ECLI:NL:RVS:2026:329 Kamerstukken II, vergaderjaar 2025-2026, 22112, nr. 4363. Kamerstukken II, 2025/26 19 637, nr. 3568 TZ202606-099 TZ202606-099 C 198/25 (Quotal) en C 440/25 (Ebilum) TZ202606-099 Kamerstukken II 2025/26 19 637, nr. 3513 

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ba8ae73b718a9053

14 okt 2026 · f16661dff488efe6

12 okt 2026 · 18270ff35fa767c9

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.