Inzet jaarlijkse Vergadering van verdragspartijen bij het Statuut van Rome
Brontekst
Versie ddfbd34a7c3ada75 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 498Het Internationaal StrafhofNr. 58 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VANJUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 december 2025Van 1 tot en met 6 december a.s. zal in Den Haag de jaarlijkse Vergaderingvan verdragspartijen bij het Statuut van Rome (Assembly of StatesParties, ASP) inzake het Internationaal Strafhof (ISH) plaatsvinden.Middels deze brief informeert het kabinet u over de Nederlandse inzettijdens deze Vergadering, die in belangrijke mate in het teken zal staan vande zorgen over de sancties van de Verenigde Staten, de samenwerkingtussen de verdragspartijen en het Hof en de begroting voor 2026. Naafloop van de Vergadering zult u per brief worden geïnformeerd over debelangrijkste uitkomsten.In deze brief wordt tevens verslag gedaan van de Speciale Zitting van deASP die van 7 tot en met 9 juli 2025 plaatsvond in New York en in hetteken stond van de evaluatie van de in 2010 in Kampala aangenomenamendementen inzake het misdrijf agressie.1InleidingDe bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde,waarin staten hun afspraken nakomen en mensenrechten wordennageleefd, is voor Nederland van cruciaal belang en een grondwettelijketaak (artikel 90 Grondwet). Ernstige en grootschalige mensenrechten-schendingen en internationale misdrijven zoals agressie, oorlogsmis-drijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide, mogen nietonbestraft blijven. Het ISH is een cruciale organisatie in deze strijd tegenstraffeloosheid. Het is de belichaming van het idee dat de meest ernstigeinternationale misdrijven niet onbestraft mogen blijven en dat hetopsporen en vervolgen van deze misdrijven een gedeelde verantwoorde-lijkheid is van de internationale gemeenschap.1Over de Nederlandse inzet tijdens deze Speciale zitting werd uw Kamer geïnformeerd in deKamerstuk 28 498, nr. 56, Kamerbrief over inzet Speciale Zitting van Vergadering van verdrags-partijen bij het Statuut van Rome. kst-28498-58ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 581 Het kabinet is bezorgd over de ontwikkelingen waarmee het Strafhofwordt geconfronteerd. Sinds 6 februari 2025 is in de VS een decreet(Executive Order) van kracht, dat voorziet in een ruim geformuleerdraamwerk op basis waarvan sancties kunnen worden opgelegd tegennatuurlijke personen en rechtspersonen die betrokken zijn bij onderzoekenvan het Strafhof die zich richten op onderdanen van de VS of diensbondgenoten die geen partij zijn bij het Statuut van Rome. In februari jl.werd de Britse hoofdaanklager, Karim Khan, als eerste gesanctioneerd.Sinds begin juni jl. is de lijst in meerdere rondes uitgebreid met 6 van de18 rechters, de beide plaatsvervangend aanklagers, een VN SpeciaalRapporteur en drie Palestijnse NGO’s. Middels deze brief ontvangt deKamer tevens een reactie op de op 2 oktober jl. aangenomen motie vanhet lid Dobbe c.s.2 en de op 16 oktober jl. aangenomen motie van het lidPaternotte c.s.3 over de Nederlandse inzet in dit verband.Opvolging moties Dobbe en Paternotte t.a.v. AmerikaansesanctiesDe motie van het lid Dobbe c.s. verzoekt de regering een pakket aanmaatregelen uit te werken om het Hof te beschermen tegen Amerikaansesancties, inclusief inzet op de EU-antiboycotverordening en het aanbiedenvan alternatieve ICT-faciliteiten door Nederland aan het Hof. De motie vanhet lid Paternotte c.s. verzoekt de regering zich in EU-verband actief in tezetten voor toepassing van de EU-antiboycotverordening en zich krachtigpubliekelijk uit te spreken ter verdediging van de onafhankelijkheid vanhet Hof.AlgemeenZoals eerder gezegd keurt het kabinet de sancties af en worden degevolgen van de sancties door het Hof zo goed als mogelijk gemitigeerd,met de steun van de verdragspartijen.4 Het is zaak dat de 125 verdragspar-tijen er samen voor zorgen dat het Hof zo onbelemmerd mogelijk kanblijven functioneren. Als gastland heeft Nederland daarbij een bijzondereverantwoordelijkheid op basis van het Zetelverdrag. Nederland staat danook in nauw contact met het Hof en is het afgelopen jaar op verschillendeterreinen betrokken geweest bij de mitigatie van de gevolgen van desancties en de inzet op de preventie van verdere sancties. Dit werkgebeurt veelal achter de schermen en is gebaat bij een zekere mate vanvertrouwelijkheid.Zo zijn de Nederlandse zorgen over de sancties doorlopend onder deaandacht gebracht bij Amerikaanse gesprekspartners, waaronder deAmerikaanse Secretary of State Rubio, en is het kabinet op meerdereniveaus in gesprek getreden met de VS om verdere sancties te voorkomenen de reikwijdte en de gevolgen van de huidige sancties zoveel mogelijkte beperken. Deze gesprekken zijn de afgelopen tijd verder geïntensiveerd.Het kabinet staat eveneens in contact met het Nederlandse bedrijfsleven,onder meer om zogenaamde overcompliance – d.w.z. het verder gaan dande sancties vergen – te voorkomen. Nederland trekt hierbij zoveelmogelijk op met andere verdragspartijen en roept hen – zowel inASP-verband, in EU-verband als in een veelvoud van bilaterale contacten– op om verantwoordelijkheid te nemen en een actieve rol te spelen. Hetgaat dan onder andere over het identificeren van alternatieve dienstver-2Kamerstuk 32 735, nr. 4133Kamerstuk 21 501-20, nr. 23104Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2588Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 582 leners. Inmiddels is de groep verdragspartijen die het Hof met raad endaad bijstaat verder uitgebreid.Daarnaast is er regelmatig contact met de instellingen van de EU. Mededankzij de Nederlandse inzet, zijn de Commissie en EDEO een centralererol gaan spelen ten aanzien van de sancties, en vinden er onder anderetechnische gesprekken plaats met lidstaten over mitigatiemogelijkheden.Krachtig uitsprekenHet kabinet vindt het van groot belang dat onafhankelijke internationalehoven en tribunalen hun mandaat ongehinderd kunnen uitvoeren.Nederland keurt de sancties tegen gekozen ambtsdragers van, en anderebetrokkenen bij, het ISH daarom af en staat pal achter het Hof en zijnmedewerkers. Nederland draagt deze positie consequent uit in bilateraal,internationaal en Europees verband en zal zich tijdens de aankomendeASP wederom krachtig uitspreken ter verdediging van het Hof.EU antiboycotverordeningDe inzet van de EU antiboycotverordening (ook wel het Blocking Statutegenoemd) is één van de instrumenten die kan worden ingezet om degevolgen van de sancties te mitigeren. Zoals ook aangegeven in hetverslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 17 maart,5 zitten er voor- ennadelen aan de inzet van dit instrument. Bij de weging van de technischemogelijkheden en beperkingen van de antiboycotverordening en detiming ervan, wordt onder andere gekeken naar de verwachte impact opde lopende diplomatieke inzet richting de Verenigde Staten. Besluit-vorming over de inzet van de EU antiboycotverordening geschiedt opvoorstel van de Europese Commissie, met instemming van de Raad enhet Europees Parlement. Mede op aandringen van Nederland heeft deEuropese Commissie alle nodige voorbereidingen getroffen voor de inzetvan dit instrument. Indien de VS nieuwe sancties afkondigen die hetfunctioneren van het Hof naar verwachting ernstig zullen belemmeren,dan zal het kabinet zich conform de moties in EU-verband hard makenvoor het activeren van de antiboycotverordening. Dit neemt niet weg datals de EU-antiboycotverordening van kracht wordt, het dienstverlenersvan het Hof voor dilemma’s zal kunnen plaatsen, waardoor er uitdagingenvoor het Hof kunnen blijven bestaan. Daarom roept Nederland deCommissie op om daarnaast ook andere mitigerende maatregelen uit tewerken, voornamelijk gericht op het voorkomen van overcompliance vandienstverleners.Aanbieden alternatieve ICT-faciliteitenNederland staat in nauw contact met het Hof over de gevolgen van desancties op de digitale infrastructuur. In het kader van mitigatie zet hetHof, gesteund door verdragspartijen, in op het versterken van zijn digitaleonafhankelijkheid. Het Hof heeft hier al een aantal concrete stappen toegezet. Het is aan het Hof om te bepalen hoe het invulling geeft aan dezeinzet. Er ligt momenteel geen verzoek van het Hof aan Nederland omalternatieve ICT-diensten aan te bieden. Wel lopen er op verzoek van hetHof operationele gesprekken met het gastland over de vraag of en hoeNederland deze inzet kan ondersteunen, bijvoorbeeld door het aanbiedenvan kennis en expertise. Daarnaast staat Nederland ook op dit vlak incontact met relevante dienstverleners, o.a. om overcompliance tevoorkomen.5Kamerstuk 21 501-02, nr. 3087.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 583 Terugtrekking HongarijeHet kabinet heeft eerder dit jaar zijn afkeuring uitgesproken over het feitdat Hongarije op 2 juni 2025 het Statuut van Rome heeft opgezegd. Deopzegging van het Statuut van Rome door Hongarije zal op 2 juni 2026van kracht worden en vanaf dat moment zal Hongarije de enigeEU-lidstaat zijn die geen partij is bij het Statuut. In september jl. hebbenook Burkina Faso, Mali en Niger hun terugtrekking uit het Statuut vanRome publiekelijk aangekondigd, maar deze staten hebben vooralsnoggeen akte van opzegging gedeponeerd.In lijn met de motie van de leden Bamenga en Paternotte van 22 mei jl. ishet kabinet met de Europese Commissie in contact getreden overmogelijke stappen in verband met het besluit van Hongarije om zich uithet Statuut terug te trekken.6 De EU Hoge Vertegenwoordiger heeftinmiddels publiekelijk gesteld dat Hongarije ook na uittreding gebonden isaan het Raadsbesluit van 21 maart 2011, waarin afgesproken is datlidstaten mee dienen te werken aan de implementatie van het Statuut vanRome.7 Mocht de Commissie tot verdere stappen tegen Hongarijebesluiten, dan zal het kabinet de Kamer daarover informeren. Het kabinetbeschouwt de motie daarmee als afgedaan.Het kabinet is verder verheugd over het feit dat het Statuut van Rome op1 januari 2025 in werking is getreden voor Oekraïne, waardoor ermomenteel 125 staten partij zijn bij het Statuut. Daarnaast heeft Libië op12 mei 2025 d.m.v. een ad hoc verklaring op grond van artikel 12,derde lid, van het Statuut van Rome de rechtsmacht van het ISH aanvaardover vermeende misdrijven die van 2011 tot eind 2027 op het grond-gebied van Libië zijn of zullen worden gepleegd.8 Nederland zal zichblijven inzetten voor de universaliteit en volledige implementatie van hetStatuut van Rome. Zo steunt Nederland maatschappelijke organisaties diezich inzetten voor de ratificatie van het Statuut van Rome door niet-verdragspartijen en tijdens de aanstaande ASP zal Nederland samen metZuid-Korea wederom een side event over dit onderwerp organiseren.Speciale zitting inzake de evaluatie van de Kampala amende-mentenVan 7 tot en met 9 juli 2025 vond in New York een Speciale zitting van deASP plaats over de herziening van de in 2010 in Kampala aangenomenamendementen inzake het misdrijf agressie. Tijdens de Speciale zittingwerd ingegaan op de lessen die sinds 2010 zijn geleerd bij de ratificatie enimplementatie van de Kampala amendementen en werden twee resolutiesbesproken. De resolutie die werd gesteund door de grofweg 40 staten vande Group of Friends – waar ook Nederland deel van uitmaakt – voorzag inde aanname van een amendement op het Statuut van Rome, waarmee debeperkte rechtsmacht van het ISH over het misdrijf agressie zou wordenuitgebreid. De andere resolutie, die door een aantal grote verdragspartijenwerd gesteund, stuurde aan op uitstel van de discussie. Uiteindelijk heeftde ASP bij consensus een resolutie aangenomen waarin wordt bepaalddat de ASP zich committeert aan het versterken van de rechtsmacht vanhet Hof over het misdrijf agressie.9 Daarnaast is afgesproken dat een6Kamerstuk 21 501-02, nr. 3155.7Raadsbesluit 2011/168/GBVB.8Zie daarover het persbericht van het ISH van 15 mei 2025. Het ISH had overigens al rechts-macht over de in het Statuut van Rome opgenomen misdrijven die sinds 15 februari 2011 ophet grondgebied van Libië zijn gepleegd op basis van VNVR-resolutie 1970 (2011), waarmee deVNVR de situatie in Libië naar de Aanklager van het ISH heeft verwezen.9ICC-ASP/S-1/Res.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 584 volgende Speciale zitting gehouden zal worden in 2029, met eentussentijdse bijeenkomst in 2027. De discussie zal in de tussenliggendeperiode worden voortgezet in een speciale subgroep van de werkgroepinzake amendementen, die zal rapporteren aan de ASP.Onderzoek van de UN Office of Internal Oversight Services (OIOS)In oktober 2024 werd bekend dat hoofdaanklager Khan door een naastemedewerkster wordt beschuldigd van seksueel grensoverschrijdendgedrag. Khan ontkent de aantijgingen. In november 2024 heeft devoorzitter van de ASP de United Nations Office of Internal OversightServices («OIOS») verzocht om de aantijgingen te onderzoeken. Na eenpublicatie in de Wall Street Journal in mei 2025 over de ernst van deaantijgingen heeft Khan alsnog besloten om voor de duur van hetonderzoek administratief verlof op te nemen. Sindsdien nemen detwee plaatsvervangende aanklagers zijn taken waar. In de zomer van 2025is het OIOS-onderzoek uitgebreid met de beschuldigingen van een tweedevermeend slachtoffer, die betrekking hebben op een eerdere periode,voordat Khan voor het ISH werkte. Het OIOS-onderzoek zal naarverwachting in 2025 worden afgerond. Vervolgens zal een ad hoc panelvan onafhankelijke juristen de feitelijke bevindingen van het OIOS-onderzoek juridisch kwalificeren in het licht van het Statuut van Rome.Nederland heeft in het afgelopen jaar bij verschillende gelegenhedenzorgen geuit over de duur van het onderzoek en de impact daarvan op hetHof en de betrokkenen.Lopende onderzoeken en strafzakenBij het Parket van de Aanklager lopen op dit moment actieve onderzoekennaar twaalf situaties: Afghanistan, Bangladesh/Myanmar, Burundi, Darfoer(Soedan), Democratische Republiek Congo, Filipijnen, Ivoorkust, Libië,Mali, de Palestijnse Gebieden, Oekraïne en Venezuela. Ten aanzien vanvijf situaties is in de afgelopen twee jaren het actieve onderzoek gesloten:Georgië (2016–2022), Centraal-Afrikaanse Republiek I (2007–2022),Centraal-Afrikaanse Republiek II (2014–2022), Kenia (2010–2023) enOeganda (2004–2023). Met betrekking tot deze situaties worden er nog welstrafzaken en procedures inzake herstelbetalingen gevoerd en staan erarrestatiebevelen uit.In het afgelopen jaar zijn twee verdachten uit de Centraal-AfrikaanseRepubliek in eerste aanleg veroordeeld voor het plegen van oorlogsmis-drijven en misdrijven tegen de menselijkheid in de periode 2013–2014. Inde strafzaak tegen een derde verdachte uit de Centraal-AfrikaanseRepubliek wordt de uitspraak in eerste aanleg in 2026 verwacht. Daarnaastis in oktober 2025 de oud-commandant van de Janjaweed-milities ineerste aanleg veroordeeld voor het plegen van oorlogsmisdrijven enmisdrijven tegen de menselijkheid in Darfoer in de periode 2003–2004.Deze strafzaken kunnen in 2026 leiden tot beroepsprocedures en/ofprocedures inzake herstelbetalingen. In maart van dit jaar is de Filipijnseoud-president Duterte aangehouden en overgeleverd aan het ISH en in juliis in Duitsland een Libische verdachte aangehouden. In september jl. heefthet ISH voor het eerst bij verstek een hoorzitting inzake de bevestigingvan de tenlastelegging gevoerd tegen de oprichter van de OegandeseLord’s Resistance Army, Joseph Kony. In november hebben de rechters deaanklachten bevestigd.10 De daadwerkelijke terechtzitting is pas mogelijkna aanhouding en overlevering van de verdachte. Daarnaast zijn in hetafgelopen jaar arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen de leider en deopperrechter van de Taliban en zijn meerdere verzegelde – d.w.z. niet10Zie daarover het persbericht van het ISH van 6 november 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 585 publiekelijk bekend gemaakte – arrestatiebevelen tegen Libischeverdachten ontzegeld.BegrotingTijdens de Vergadering van verdragspartijen in december dient debegroting van het Strafhof voor 2026 te worden goedgekeurd. HetStrafhof heeft een verhoging van 1,1% voorgesteld. De experts van hetdoor de verdragspartijen ingestelde Committee on Budget and Finance(CBF) hebben daarentegen een verhoging van 0,7% aanbevolen. Inabsolute cijfers gaat het bij deze aanbeveling om een verhoging vanEUR 1,4 miljoen (van EUR 195,5 miljoen naar EUR 196,9 miljoen). Deaanbevolen verhoging houdt onder meer verband met de inflatiekosten,de behoefte aan extra tijdelijk personeel in sommige organen van hetStrafhof en de versterking van de wervingscapaciteit. Het kabinet vindt hetbelangrijk dat het Strafhof over voldoende financiële middelen beschiktom uitvoering te geven aan zijn onafhankelijke mandaat en zet zichdaarom actief in voor de toekenning van de begroting die door het CBF isaanbevolen.Het CBF heeft verder aanbevolen om het Hof wederom te machtigen omgebruik te maken van het Contingency Fund voor het opvangen van definanciële impact van de sancties, alsmede voor het verhogen van demaximale waarde van dit fonds van de huidige EUR 7 miljoen naar deoorspronkelijke EUR 10 miljoen. Doordat in 2025 veel verdragspartijenhun achterstallige contributie hebben betaald, is er een kasoverschot vanvermoedelijk EUR 6 miljoen, waardoor het Contingency Fund totEUR 10 miljoen kan worden aangevuld zonder verhoging van deverplichte contributie. Het kabinet zet zich actief in voor het steunen vandeze aanbeveling van het CBF. Daarnaast blijft het aanpakken van deproblematiek van de achterstallige contributies voor Nederland eenprioriteit.ResolutiesTijdens de Vergadering zullen meerdere resoluties worden aangenomen,waaronder de jaarlijkse resoluties over respectievelijk de begroting, desamenwerking van de verdragspartijen met het ISH en de zogenaamde«omnibusresolutie», een verzamelresolutie waarin de belangrijksteontwikkelingen, de rapportages van de verschillende werkgroepen endiverse inhoudelijke onderwerpen worden behandeld.Het systeem van de rechtsbijstand voor verdachten en slachtoffers(legal aid) blijft voor Nederland een belangrijk thema, mede omdat erdoor andere verdragspartijen al jaren bij Nederland wordt aangedrongenop het toekennen van inkomstenbelastingvrijstelling voor raadslieden enpersonen die de raadslieden ondersteunen. Nederland heeft consistentbetoogd dat een multilaterale aanpak nodig is voor het eventueel creërenvan een juridische basis voor deze belastingvrijstelling in de Agreementon the Privileges and Immunities of the ICC («APIC») en het Zetelverdrag.Tijdens de vorige ASP is overeenstemming bereikt over het starten vanvoorbereidende bijeenkomsten om tot een tekst te komen voor eenmogelijk amendement op de APIC. Colombia heeft in 2025 een tekst-voorstel ingediend. Tijdens de ASP zal worden besloten de discussie voortte zetten met als doel om tot consensus te komen over de tekst, zodat zosnel mogelijk een herzieningsconferentie kan worden georganiseerd waarhet voorstel kan worden besproken.Met het oog op de billijke geografische vertegenwoordiging dringen metname Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse verdragspartijen al enkele jarenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 586 aan op een herziening van de samenstelling van c.q. de zetelverdeling inhet Bureau, het dagelijks bestuur van de ASP, waarin 21 verdragspartijenzijn vertegenwoordigd. In 2023 is in de omnibusresolutie een verzoek aanhet Bureau opgenomen om een rapport te publiceren over de samen-stelling van c.q. de zetelverdeling in het Bureau. Mede in het licht daarvanheeft de facilitator van dit onderwerp verschillende bijeenkomstengeorganiseerd om regionale groepen te consulteren. De discussie over ditonderwerp loopt momenteel nog en zal naar alle waarschijnlijkheid niettijdens de aanstaande ASP tot een nieuwe regeling leiden.Side eventsIn samenwerking met een aantal andere staten zal Nederland drie sideevents organiseren over respectievelijk geweld tegen hulpverleners, debevordering van de universaliteit van het Statuut van Rome en hetVerdrag van Ljubljana-Den Haag inzake rechtshulp en uitlevering voorinternationale misdrijven. Daarnaast is Nederland co-sponsor van eenaantal door het maatschappelijk middenveld georganiseerde side events,om zodoende aandacht te besteden aan belangrijke thema’s, zoalsmisdrijven tegen kinderen, de misdrijven die in en tegen Oekraïne zijngepleegd en getuigenbescherming.De Minister van Buitenlandse Zaken,D.M. van WeelDe Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 498, nr. 587
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.