KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie inzake een kabinetsvisie over dure geneesmiddelen en daarin meer specifiek in te gaan op de sluis(werking) voor dure geneesmiddelen met oog op de toelating tot het basispakket

4 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 309e47582136b6d9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 477GeneesmiddelenbeleidNr. 909 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 oktober 2024De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft mij op25 september 2024 verzocht (brief met kenmerk 2024Z14326) om u eenbrief te sturen met «een kabinetsvisie over dure geneesmiddelen endaarin meer specifiek in te gaan op de sluis(werking) voor dure genees-middelen met oog op de toelating tot het basispakket.» De vastecommissie vroeg deze visie tijdig te ontvangen voor aanvang van hetnotaoverleg over de initiatiefnota van het lid Krul «Geneesmiddelen weerbinnen bereik», gepland op maandag 7 oktober 2024. Met deze brief deelik mijn inzet op dit onderwerp met uw Kamer.De afgelopen jaren is in de Tweede Kamer en in de samenleving veelgesproken over de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen. Als er vooreen ziekte nog geen goede behandeling is, kijken patiënten reikhalzend uitnaar een nieuwe behandeling. Als er dan een effectief geneesmiddel voorhun ziekte op de markt komt, wil ik dat deze zo snel als mogelijk bij dejuiste patiënt terecht komt tegen maatschappelijk aanvaardbare uitgaven.De juiste balans vinden tussen snelle toegang en betaalbaarheid (opzowel de korte en lange termijn) blijft moeilijk en stelt artsen, zorgverzeke-raars, mij als Minister en de samenleving voor een grote uitdaging.Doorontwikkeling pakketbeheer voor dure geneesmiddelenHet beleid van het afgelopen decennium richtte zich vooral op eenzoektocht naar de balans tussen betaalbaarheid en toegankelijkheid vangeneesmiddelen. Dat heeft de maatschappij ook het nodige opgeleverd1.Denk daarbij bijvoorbeeld aan uitgavenverlagingen van opgeteld ruim eenmiljard euro over de jaren 2020, 2021 en 2022 door het sluiten vanfinanciële arrangementen. Ik ben van mening dat het beleid somsdoorslaat. Ik heb daarvan pijnlijke voorbeelden gezien, vooral wanneer ergeen alternatief voor patiënten is. Mijn ambitie is om het stelsel voor1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 898 kst-29477-909ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9091 pakkettoelating van dure geneesmiddelen te verbeteren. Daarin wil ikverder kijken dan naar betaalbaarheid alleen. Ik wil ook kijken naar andererisico’s, zoals de effectiviteit en gepaste inzet van geneesmiddelen voorpatiënten. Het verbeteren van het pakketbeheer voor dure geneesmid-delen is een onderdeel van het traject toekomstbestendig pakketbeheerdat voorkomt uit het Integraal Zorgakkoord. Partijen hebben hun steunvoor uitgesproken voor deze plannen.Over de ontwikkelingen in het geneesmiddelenbeleid is uw Kamer voorhet laatst geïnformeerd in de Kamerbrief van 11 april 20242 en de naaraanleiding daarvan beantwoorde Kamervragen hierover3. Daarin is ooktoegezegd dat u voor het einde van het jaar een voortgangsbrief ontvangt.Het toekomstbestendig pakketbeheer voor geneesmiddelen wordtbovendien ontwikkeld in nauwe verbondenheid met de ontwikkelingenvoor het pakketbeheer voor het hele stelsel. Dit gebeurt in het trajectVerbeteren en Verbreden van de Toets op het Basispakket.Mijn speerpunten in het verbeterde beleid zijn dat er sneller duidelijkheidkomt voor patiënten over de vergoeding van geneesmiddelen en datartsen eerder en beter betrokken worden bij de beslissingen die we inNederland daarover nemen. Ik wil ook dat we eerder in het vergoedings-proces in gesprek gaan over welke bewijslast Nederland nodig heeft omte besluiten of een geneesmiddel effectief is en vergoed moet worden. Datgesprek moet wat mij betreft plaatsvinden op basis van de HorizonscanGeneesmiddelen.4 Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om afsprakenover gepast gebruik van geneesmiddelen te maken of een doelmatig-heidsstudie uit te voeren. Hoe eerder die afspraken er liggen, hoe beter dezorg voor patiënten is.SluisBij zeer dure geneesmiddelen betalen we niet zomaar wat de fabrikantvraagt. We onderhandelen eerst, zeker wanneer het Zorginstituutconcludeert dat de kosteneffectiviteit negatief is. Voor intramuralegeneesmiddelen, die in het ziekenhuis worden gebruikt, hebben wehiervoor de sluis. Zowel in de huidige sluisprocedure als in het toekom-stige stelsel streef ik na dat effectieve geneesmiddelen zo snel alsmogelijk beschikbaar komen voor de juiste patiënt, tegen een maatschap-pelijk aanvaardbare prijs. Maar niet bij alle geneesmiddelen lukt dat. Zoheb ik uw Kamer onlangs nog geïnformeerd dat ik vooralsnog niet tot eenonderhandelresultaat ben gekomen met de fabrikant van twee duregeneesmiddelen5. Voor deze geneesmiddelen is er voor de meestepatiënten gelukkig een alternatieve en therapeutisch gelijkwaardigebehandeling beschikbaar. In de gevallen dat het niet lukt om tot goedeprijsafspraken te komen, ben ik kritisch naar fabrikanten en roep ik hen opom met een maatschappelijk aanvaardbare prijs te komen. Ik kijk ookkritisch naar mogelijke verbeteringen in de processen op mijn eigenministerie en bij het Zorginstituut. Met al deze maatregelen wil ik descherpe randjes van de sluis af halen, zonder dat ik iets verander aan debeoordelingscriteria.Uw Kamer is eerder geïnformeerd naar aanleiding van vragen vanKamerlid Claassen (PVV) over de post-sluisperiode.6 De motie die naaraanleiding van dit onderwerp is ingediend, verzoekt de regering te2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8833Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 8964https://www.horizonscangeneesmiddelen.nl/5Prijsonderhandelingen zanubrutinib – Kamerstuk 29 477, nr. 905; Prijsonderhandelingendarolutamide – Kamerstuk 29 477, nr. 906.6Kamerstuk, vergaderjaar 2023–2024, 29 477, nr. 862Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9092 stimuleren dat fabrikanten, het Zorginstituut, CBG en/of beroepsgroepeneerder met elkaar in gesprek gaan over hun studieopzet, met alsgezamenlijk doel de post-sluisperiode te verkorten.7Ik ga in reguliere overleggen met onder andere de Vereniging InnovatieveGeneesmiddelen (VIG), het Zorginstituut en Zorgverzekeraars Nederlanddit onderwerp bespreken.Verder werk ik ook aan meer duidelijkheid voor behandelaren enpatiënten. Daarin helpt het dashboard dure geneesmiddelen8 waarin vooriedereen te zien is waar in de vergoedingsprocedure een nieuw genees-middel zich bevindt en hoelang dat duurt. Deze transparantie vind ik vangroot belang. U ziet straks wie vaart maakt en wie niet.Ook draagvlak voor de beslissingen die genomen worden over devergoeding van nieuwe (dure) geneesmiddelen is en blijft belangrijk. DeNederlandse Zorgautoriteit, de Autoriteit Consument en Markt en hetZorginstituut stellen medio volgend jaar een advies op over maatschap-pelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen.Aanvullende maatregelenNaast het inzetten op toekomstbestendig pakketbeheer, verken ikmogelijkheden voor aanvullende maatregelen die zich verder richten opde scherpe randen van het dure geneesmiddelenbeleid.Ik vind het belangrijk om hierbij op te merken dat voor deze aanvullendemaatregelen geen financiële dekking is. Ik zal daarom, samen met uwKamer, een afweging maken over de mate waarin de verwachtemeerkosten te verantwoorden zijn met de verwachte toename intoegankelijkheid van dure middelen. Concreet wil ik drie richtingenverkennen.Ten eerste, het inrichten van een versnelde procedure voor een selectegroep geneesmiddelen waardoor patiënten in hoge nood minder langhoeven te wachten op duidelijkheid over vergoeding van een nieuwmiddel – een zogeheten «fast track». Hiervoor moeten zorgvuldige enmaatschappelijk gedragen selectiecriteria worden vastgesteld om tebepalen welke geneesmiddelen met prioriteit in aanmerking komen vooreen versnelde of verkorte procedure.Naast een goede selectie wil ik samen met het Zorginstituut bekijken hoedeze selecte groep geneesmiddelen sneller kan worden beoordeeld opbasis van dezelfde criteria en op welke manier de procedure van eeneventueel financieel arrangement kan worden verkort. Voor een snelletoegang via een fast track blijven we afhankelijk van de medewerking ensnelheid waarmee fabrikanten een compleet dossier indienen. Eenmogelijk risico van deze maatregel is dat andere geneesmiddelen (en ookandere zorgvormen) een lagere prioriteit krijgen en daardoor langermoeten wachten op een beoordeling door het Zorginstituut en eeneventuele onderhandeling. Uitgangspunt is en blijft dat een verkorteprocedure geen extra druk mag zetten op betaalbaarheid en gepastgebruik van een geneesmiddel. Daarom wil ik de Tweede Kamer in dezegevallen meer inzicht geven in de procesvoortgang, de onderhandelingenen de uitkomsten ervan.Ten tweede, het verder ontwikkelen van het Dashboard DoorlooptijdenGeneesmiddelen om inzicht te geven in doorlooptijden van allegeneesmiddelen. Naast de geneesmiddelen waarover het Ministerie van7Tweede Kamer, Kamerstuk 32 805, nr. 1838https://www.farmatec.nl/prijsvorming/dashboard-doorlooptijden-geneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9093 VWS onderhandelt, zal er ook inzicht komen in doorlooptijden voorgeneesmiddelen die zorgverzekeraars beoordelen of die onderdeel zijnvan het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Voor het aanleverenvan deze data moeten we afspraken maken met partijen zoals hetZorginstituut en Zorgverzekeraars Nederland over het bijhouden enaanleveren van data aan het dashboard. Daarnaast moet het technischmogelijk gemaakt worden om deze data inzichtelijk te maken en tevisualiseren in het dashboard. De kosten van de doorontwikkeling van hetdashboard moeten nog verder verkend worden, evenals de bereidheidvan partijen om informatie periodiek aan te leveren voor het dashboard.Als derde aanvullende maatregel wil ik de internationale samen-werking gaan uitbreiden. Nederland heeft al langer een actieve stem inde internationale discussie. Zowel als het gaat om de inzet van gepastgebruik (bijvoorbeeld door het uitdragen het belang van het slimmerinzetten van geneesmiddelen9), maar ook in de vrijwillige samenwerkingmet andere landen om toegang tot en betaalbaarheid van geneesmid-delen voor Nederlandse patiënten te verbeteren. Ik wil de mogelijkheidgaan verkennen om meer informatie uit te wisselen over nieuwegeneesmiddelen en mogelijkheden onderzoeken om meer gezamenlijk teonderhandelen over geneesmiddelen. Internationale samenwerking, enzeker gezamenlijke onderhandelingen, zijn zeer complex en kennen geensnelle resultaten.Uiteraard zal ik geen stappen ondernemen zonder dat hier financiëledekking voor is, maar met deze brief neem ik uw Kamer wel mee in deverdere verkenning die ik beoog te doen. Uiteraard vraagt dit dan ook eenafweging, die ik ook graag met uw Kamer maak, waar prioriteiten gesteldmoeten worden en waar de dekking vandaan moet komen. Ik streef ernaaru meer toe te kunnen lichten in de eerder toegezegde voortgangsbriefvoor het einde van dit kalenderjaar.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M-F. Agema9Slimme inzet van duur medicijn tegen uitgezaaide borstkanker zorgt voor minder bijwerkingenen lagere kosten (iknl.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 477, nr. 9094

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · aecbee765c69bf49

14 okt 2026 · 5ba1a503de5d27cf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.