KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 april 2024, over Personen- en familierecht

17 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 22610b29ad650b89 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 836Personen- en familierechtNr. 97 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 17 juni 2024 De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 3 april 2024overleg gevoerd met de heer Weerwind, Minister voor Rechtsbe-scherming, over:–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 12 april2023 inzake afschrift van het antwoord op vragen van deEerste Kamer over recente ontwikkelingen op het gebied vanpersonen- en familierecht (2023Z06522);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 17 april2023 inzake beleidsreactie WODC-rapporten over alimentatieen bewind (Kamerstuk 33 836, nr. 83);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 9 mei2023 inzake WODC-onderzoeksrapport Rechterlijke instrumen-ten bij omgangsproblematiek en contactverlies: Wat werkt inwelke omstandigheden? (Kamerstuk 33 836, nr. 84);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 28 juli2023 inzake inspectierapport Vernietiging van adoptiedossiers(Kamerstuk 31 265, nr. 117);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 2 okto-ber 2023 inzake beleidsreactie op inspectierapport Vernieti-ging van adoptiedossiers (Kamerstuk 31 265, nr. 119);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 6 okto-ber 2023 inzake stand van zaken plan en planning uitwerkingmeerouderschap en -gezag (Kamerstuk 33 836, nr. 85);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 20 okto-ber 2023 inzake voortgang transformatie interlandelijkadoptiesysteem (Kamerstuk 31 265, nr. 121);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d.11 december 2023 inzake voortgangsbrief gezagsmodule eninternationale kinderontvoering (Kamerstuk 33 836, nr. 88);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d.14 december 2023 inzake evaluatie Wet elektronische dienst-verlening burgerlijke stand (Kamerstuk 27 859, nr. 179);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 19 janu-ari 2024 inzake adoptierelatie Bulgarije (Kamerstuk 31 265,nr. 124); kst-33836-97ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 971 –de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 23 janu-ari 2024 inzake WODC-rapport Evaluatie Wet clausuleringrecht op contact of omgang na partnerdoding (Kamerstuk34 518, nr. 14);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d.12 februari 2024 inzake rapport zbo-evaluatie Landelijk BureauInning Onderhoudsbijdragen (Kamerstuk 31 575, nr. 14);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 15 maart2024 inzake voorhang oprichting stichting InterlandelijkeAdoptiebemiddeling Nederland (Kamerstuk 36 519, nr. 1);–de brief van de Minister voor Rechtsbescherming d.d. 26 maart2024 inzake verzamelbrief personen- en familierecht (Kamer-stuk 33 836, nr. 90).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Van NispenDe griffier van de commissie,BroodTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 972 Voorzitter: Van NispenGriffier: BurgerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Ellian, Helder, Van Nispen,Sneller, Tseggai, Vondeling en Van Vroonhoven,en de heer Weerwind, Minister voor Rechtsbescherming.Aanvang 10.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Ik open dit commissiedebat van de vaste Kamercommissievoor Justitie en Veiligheid. Dit debat gaat over het personen- en familie-recht. Ik heet allereerst de Minister voor Rechtsbescherming en zijnondersteuning van harte welkom. Welkom ook aan alle mensen op depublieke tribune en de mensen die dit debat op een andere wijze volgen.Er zijn al veel sprekers van de zijde van de Kamer aanwezig. Ik wilvoorstellen dat wij maximaal vier minuten spreektijd hebben. Er is eenveelheid aan onderwerpen, dus u zult moeten kiezen. Maar u bent datgewend. Ik wil ook voorstellen om maximaal twee interrupties in tweeëntoe te staan.Wij kunnen van start gaan. Ik geef als eerste het woord aan de heer Ellianvan de VVD. Ik zal hem aan het slot van de eerste termijn van de Kamerverzoeken om het voorzitterschap over te nemen, zodat ik zelf het woordkan voeren. Het woord is aan de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter. Dat gaan we regelen. Een eerste onderwerp dat ik wilaansnijden, is binnenlandse adoptie, en dan vooral het probleem dat ernog steeds geen onverkorte inzage gerealiseerd is in die dossiers. En met«die dossiers» bedoel ik natuurlijk de hele belangrijke adoptie- en/ofafstammingsdossiers. Gelukkig zijn ze veiliggesteld, maar ik blijf hetmoeilijk te begrijpen vinden dat iemand die geadopteerd is – iemand vanwie afstand gedaan is – gewoon niet onverkort inzage heeft in het dossier.Kan de Minister nog eens uiteenzetten waarom hij niet gewoon hiertoeovergaat en hoe hij de positie van private partijen hierin ziet?Voorzitter. Ik ga van binnenlandse adoptie naar interlandelijke adoptie. Inde recente brief hierover noemt de Minister een bedrag van € 15.000 inhet kader van het overgaan van de bestaande vergunninghouders naar denieuw op te richten stichting. Ik vroeg me wel even af waarom we in hetopenbaar zo’n bedrag noemen. Het lijkt erop alsof je daarmee een kindgaat waarderen op een bedrag, maar het heeft ook wel iets weg van hetsubsidiëren van adoptie. Ik weet dat de Minister dat niet zo bedoeld heeft,maar kan hij toch even ingaan op de vraag waarom voor dit bedraggekozen is en of het nou wel zo verstandig was om dat bedrag tenoemen?Ik heb vooral nog steeds mijn bedenkingen over de gekozen route tenaanzien van de nieuwe centrale stichting die wordt opgericht, die eigenlijkeen voortzetting is van Wereldkinderen. Dat is nota bene een vergunning-houder die adopties verzorgde vanuit China en eigenlijk verder geenkennis of expertise heeft van andere landen. Ik begrijp gewoon niet goedwaarom niet is gekozen voor de bureaus die daar wel verstand vanhebben. Ik heb een andere politieke opvatting over de toekomst vaninterlandelijke adoptie, maar ik heb nooit getwijfeld aan de kennis, kundeen inzet van die andere bestaande vergunninghouders. Waarom wordthun kennis niet gebruikt? Ik vind het gek dat er nu gekozen is voor eenstichting die helemaal geen kennis heeft over andere landen, die notabene alleen kennis heeft over adoptie uit China, het enige land waarvan ikvind dat adoptie van kinderen uit dat land eigenlijk nooit toegestaan hadmogen worden. Zou de Minister hier nog een keer op in willen gaan? ErTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 973 ligt nu een voorhang voor de op te richten stichting bij de Kamer. Als wijhet anders zouden willen, vinden wij de Minister dan eventueel aan onzezijde of houdt hij per se vast aan Wereldkinderen?Voorzitter. Dan een opmerking over het recht op omgang na partner-doding. Er is een uitgebreid onderzoek gedaan, waarvoor dank. Het waszeer interessant om te lezen, maar ik miste daarin de perceptie van denabestaanden. Vaak gaat het erom dat een vader een moeder vermoordt.En dan kan die vader omgang eisen met dat kind. Ik heb er toch moeitemee om dat te verenigen met mijn innerlijke rechtsopvatting. Zou het nietzo moeten zijn dat omgang een uitzondering is, dus dat je het wettelijkuitgangspunt omdraait en zegt: omgang is in deze gevallen niet aan deorde, tenzij? Het is gewoon superbelastend voor de nabestaanden dat zijermee geconfronteerd worden dat ze een kind, vaak een minderjarige,nog contact moeten laten hebben met degene die de moeder vermoordheeft. Kan de Minister hierop ingaan?Voorzitter. Dan een vraag over een – al zeg ik het zelf – goede motie vancollega van Nispen en mij over ouderverstoting. Die is eigenlijk gebaseerdop de hele concrete aanbevelingen van het expertteam, zoals het inrichtenvan een korte gerechtelijke procedure. Dan heb je een snelle route omnaleving af te dwingen als iemand zich bijvoorbeeld niet houdt aan deomgangsregeling, die vastgesteld is voor de rechter. Ik zie weinigvoortgang hierop. Dat vind ik jammer, want het gaat wel ergens over. Hetis iets wat in de praktijk veel gebeurt.Voorzitter, tot slot. Ik zag dat de Minister gisteren zijn ambtsgenoot inPolen ontmoette. Maar er verblijven daar nog steeds kinderen zonder titel,en die moeten gewoon terug naar Nederland. Ik ben dus heel benieuwd ofde Minister zijn ambtsgenoot in Polen heeft aangesproken op dieontvoerde kinderen, die verdorie gewoon terug moeten naar Nederland,waar ze horen.De voorzitter:Dank u wel. Voordat wij verdergaan, zal ik zelf registreren dat ik namensde SP een vraag stel aan de heer Ellian als interruptie. Hij zei: ik heb zelfeen andere opvatting over of andere visie op interlandelijke adoptie en detoekomst daarvan. Zou hij daar iets meer over kunnen vertellen? Wat isdan die visie of dat standpunt?De heer Ellian (VVD):Fijn dat u dat vraagt, zeg ik tegen voorzitter en Kamerlid Van Nispenineen. Zolang je het systeem van interlandelijke adoptie in stand houdt,blijft daarmee een prikkel bestaan voor andere landen om hun eigenjeugdbescherming of hun eigen mogelijkheden niet maximaal op orde tehebben. Je weet dan immers dat er in andere landen nog steeds demogelijkheid bestaat om kinderen te adopteren. We hebben daar best weluitvoerig over gedebatteerd. Ik vind dat de Minister daar best veelwoorden aan heeft gewijd. Hij heeft eigenlijk hetzelfde dilemma als ik. Eris nu gekozen voor de route om het voor een beperkt aantal landenmogelijk te maken. Alleen, ik blijf daar wel de bedenking bij hebben of jedaarmee niet een wereldwijd stelsel in stand houdt dat, hoe je het ookwendt of keert, niet helemaal goed controleerbaar is.Misschien moet ik hier nog aan toevoegen dat voor mij het uitgangspuntis dat het kind zo veel mogelijk in de eigen omgeving moet zijn. Ik baseerme daarbij op de interpretatie van het IVRK, het Verdrag inzake de rechtenvan het kind. Als je dat uitgangspunt huldigt en vindt dat landen datmaximaal moeten faciliteren, dan is er eigenlijk geen plek voor interlande-lijke adoptie. Maar ik heb waardering voor de middenweg die de Ministerin dit moeilijke speelveld heeft proberen te vinden, zoals ik eerder ook hebgezegd. Maar diep vanbinnen heb ik mijn twijfels over dit stelsel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 974 Dank u wel. Dan gaan we over naar de volgende spreker van de kant vande Kamer. Dat is mevrouw Van Vroonhoven. Zij spreekt namens NSC.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Voorzitter, heel veel dank. Ik vind het onderwerp waar wij vandaag metelkaar over spreken echt een heel mooi onderwerp. We zeggen namelijkdat we niet achter de voordeur mogen komen, maar het familierecht istoch wel een heel belangrijk ding dat ons allemaal raakt. We zoekenallemaal de warmte en de geborgenheid van het huis.Als we daar juridisch bij kunnen helpen of ondersteunen, dan moeten wedaar met al onze verantwoordelijkheden aan bijdragen. Met die blik kijk iker dus ook naar: het is onze plicht en onze verantwoordelijkheid omiedereen de warmte en de geborgenheid te gunnen en te geven. Datvraagt ook om een stukje bescherming. Misschien vraagt het, kijkendevanuit Nieuw Sociaal Contract, op sommige punten ook om een stukjeterughoudendheid.Ik wil het hebben over het meerouderschap, over de intrekking van de wetover veranderen van geslacht, over adoptie en draagmoederschap, en tenslotte over kinderontvoeringen. Ik besef me dat het in een sneltreinvaartmoet.Voorzitter. Wat betreft het meerouderschap. Hieraan ligt ook een brief tengrondslag. Ik realiseer me heel goed dat we door het toenemende aantalregenbooggezinnen en het toenemende aantal tweede huwelijken vaakook complexere situaties hebben. Dat vraagt inderdaad om meer ouders.Maar ik vraag ook naar de keerzijde van het verhaal, naar de complexiteitdie het met zich meebrengt. Als bijvoorbeeld een tweede huwelijk uitelkaar spat, moet je het dan weer terug gaan draaien? Er is een staatscom-missie Herijking ouderschap geweest. Die adviseerde om meer mogelijkte maken. Onze fractie is hier heel erg terughoudend in. Wij zeggen: maakhet alsjeblieft niet gecompliceerder dan het al is. We hebben nu eentweeoudersysteem. Natuurlijk zul je in bepaalde situaties pragmatischmoeten zijn en meer ouders aan tafel moeten hebben om met elkaar tespreken, maar ga alsjeblieft niet het pad op, ook ten behoeve van het kind,waarbij je de boel alleen maar optuigt en optuigt. Wij pleiten wat datbetreft meer voor de simpelheid die we in onze samenleving hebben, ookmet het oog op het kind.Daaropvolgend...De voorzitter:Er is op dit punt een interruptie van de heer Sneller. Laten we meteenmaar even van deze gelegenheid gebruikmaken. De heer Sneller heeft datuitstekend getimed. Er gaat nu een bel van één minuut. We wachten even,anders zijn we niet goed te horen.De heer Sneller (D66):Vlak voor de bel zei mevrouw Van Vroonhoven eerst dat de samenlevingen de manieren waarop we samenwonen en samenleven heel ingewikkeldzijn. Daarna zei ze: maar laten we het juridisch zo simpel mogelijk houden.Mijn vraag aan mevrouw Van Vroonhoven is hoe zij die twee nou preciesmet elkaar verenigt. Is het niet beter om dan de juridische werkelijkheid telaten aansluiten bij die wat ingewikkeldere en complexere manier waaropde samenleving zich heeft ontwikkeld?Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Daarover verschillen D66 en Nieuw Sociaal Contact wezenlijk van elkaar.Ik lees ook in de stukken dat er nu geen wettelijk kader is en dat datzorgelijk zou zijn. Wij zeggen dus dat er wel degelijk een wettelijk kader is.Wat dat betreft hebben we, als je vanuit het kind denkt, heel goed voorogen wie de ouders zijn en hoe je dat moet doen. Om die boel nou heelerg op te tuigen en daar meer en meer ouders aan toe te voegen, met alleTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 975 risico’s van dien als de boel inderdaad weer uit elkaar spat ... Wij zeggen:alsjeblieft, hou er rekening mee dat het kind er niet bij gebaat is; ik kandaar voorbeelden van geven. Dan is er van alle kanten zeggenschap enkunnen er van alle kanten schooladviezen meegegeven worden.De voorzitter:De heer Sneller heeft nog een vervolgvraag.De heer Sneller (D66):Ja, omdat ik ook de stukken heb gelezen, net als mevrouw Van Vroon-hoven. Ik lees over de opbrengsten van de focusgroepen van ouders enkinderen uit meeroudergezinnen. Daar staat een hele reeks: medisch kanje niet meebeslissen, financieel kan je geen aanspraak maken op bepaalderegelingen, en de huidige regelgeving is emotioneel belastend voor diekinderen. Oftewel, er staat ook heel veel aan de andere kant van de streep.Daar hoor ik mevrouw Van Vroonhoven eigenlijk niet over. Hoe weegt zijdat dan in het licht van haar betoog om het «zo simpel mogelijk», in haarwoorden, te houden?Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Het gaat erom dat er in de opvoeding van het kind een aantal funda-mentele beslissingen genomen moeten kunnen worden. Dat zijnbeslissingen die misschien ad hoc moeten worden genomen, als erbijvoorbeeld iets met spoed aan de orde is, bijvoorbeeld in het kader vande dokter. Maar er zijn ook langeretermijnbeslissingen die je met elkaarmoet nemen. Natuurlijk zal je met meer ouders om tafel kunnen zitten omtot een gulden middenweg te komen. Maar uiteindelijk is het zo dat als jebijvoorbeeld een tweede huwelijk hebt en er stiefouders zijn, er op eengegeven moment drie, vier of misschien zelfs zes ouders zijn die eroverkunnen meebeslissen. Wij zeggen dan als fractie: dat is niet een pad datwe op willen gaan. Voor ons is het heel erg duidelijk dat je in het belangvan het kind moet zeggen dat je dat ordelijk en zo eenvoudig mogelijkmoet houden.De voorzitter:Gaat u verder.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Voorzitter. In het verlengde hiervan. In 2021 is er een wet ingediend doorde voorganger van de huidige Minister: de Wet wijziging vermeldinggeslacht in geboorteaktes. Die is gestokt na de inbreng van het verslag. Dewet strekt ertoe de voorwaarden aan te passen voor het van geslachtwisselen, waardoor dat veel makkelijker en veel eenvoudiger kan. Je hoeftbijvoorbeeld geen deskundigenverklaring meer te hebben en de leeftijds-grens wordt naar 16 jaar gebracht. Mijn fractie zou er eigenlijk voor willenpleiten om die wet nu ook gewoon in te trekken. Hij stokt al ergens en iscontroversieel verklaard. Wat ons betreft hoeft-ie niet meer. Dat verzoekzou ik hier graag aan de Minister willen doen.Voorzitter. Dan kom ik op adoptie en draagmoederschap. Dat zijn tweeitems waarbij ik eigenlijk ook een beetje een behoudende toon wil latenklinken. Ik denk dat ik misschien met een aantal partijen aan deze kant vande tafel meepraat als ik zeg dat die commercie eruit moet. We hebbenvanmorgen ook een pleidooi in de krant gelezen tegen draagmoeder-schap. Ik zit er misschien niet zo radicaal in, maar ik zit er wel voorzichtigin. Een kinderwens kan heel erg heftig zijn. Daar moeten we zorgvuldig,gestructureerd en op juridisch juiste manieren mee omgaan, en ondervoorwaarden alsjeblieft. Zodra er geld mee is gemoeid, dan moeten wewat dat betreft misschien nog een extra stapje terughoudend zijn. Ik benhet eens met de Minister als hij het heeft over die voorwaarden en hetterugdringen van die gedachte. Verder zou ik er op een later tijdstip heelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 976 graag wat langer over door willen praten met de Minister. Daar ontbreektde tijd nu voor. Dan zou ik het graag ook willen combineren met datdraagmoederschap. Maar weet in ieder geval dat wij vinden dat diecommercie eruit moet.Voorzitter, ten slotte.De voorzitter:Uw tijd zit erop, mevrouw Van Vroonhoven.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Mag ik nog heel even de kindontvoering aantippen?De voorzitter:De kindontvoering mag u nog aanstippen in enkele zinnen.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Heel kort. We weten dat er vanuit de Nederlandse optiek een formuliermoet worden ingevoerd. We weten ook dat er in de ons omringendelanden wat soepeler mee om wordt gegaan. In de huidige omstandigheid,met name de Europese, zou ik er eigenlijk voor willen pleiten en deMinister willen vragen om dat formulier wat meer in Europees verband tetrekken. Ik denk dat we daarmee de boel wat makkelijker kunnenmarkeren.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Vondeling van de PVV.Mevrouw Vondeling (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik zal iets sneller praten, want anders red ik hetmisschien niet. Ik wil beginnen met internationale kinderontvoeringen.Gisteren verscheen het bericht dat het aantal kinderontvoeringen vorigjaar is afgenomen. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar we zijn er nog niet.Vorig jaar werden er nog 260 kinderen ontvoerd naar het buitenland. Endat is nog niet alles. Volgens de directeur van het Centrum InternationaleKinderontvoering zijn er ook ouders die kinderontvoering niet doorgevenvanwege schaamte. In ongeveer een kwart van de gevallen komen dekinderen niet mee terug.Ook Insiya kwam niet terug. Zij werd in 2016 door haar vader ontvoerdnaar India. Negen jaar gevangenisstraf, een internationaal opsporings-bevel en € 10.000 boete voor iedere dag dat Insiya illegaal wordtvastgehouden, werden opgelegd, maar nog is zij niet terug in Nederland.De trage rechtspleging in India lijkt daaraan in de weg te staan en degerechtelijke autoriteiten daar zijn daarop onaanspreekbaar. Is de Ministerdat met mij eens? Is de Minister het ook met mijn eens dat de interna-tionale regelgeving op dit moment geen mogelijkheid biedt om dit op telossen? Wil de Minister onderzoeken of er een mogelijkheid kan wordengevonden om het verdragsrecht zodanig aan te passen dat een interna-tionale autoriteit over een situatie als die van Insiya en haar moeder eenbindende en uitvoerbare uitspraak kan doen?Voorzitter. De PVV heeft een aantal jaar geleden voorgesteld om de Kamerjaarlijks een overzicht te sturen waarin staat welke acties zijn ondernomendoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid per land en per ontvoerdkind om de betreffende ontvoerde kinderen terug te halen. De Ministerwilde dit niet, in ieder geval niet als de kinderen niet anoniem op de lijstzouden staan. Daarom roept mijn fractie de Minister nogmaals op jaarlijkseen dergelijk overzicht op te stellen, maar dan geanonimiseerd en dit aande Kamer te verstrekken. Alleen op deze manier kunnen wij als volksverte-genwoordigers controleren of de Minister en het kabinet zich voldoendeinspannen voor de ontvoerde kinderen en hun families.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 977 Voorzitter. De PVV vindt het raar dat er bij kinderontvoeringen onder-scheid wordt gemaakt tussen kinderen jonger dan 12 jaar en ouderekinderen. Ouders van kinderen die jonger zijn dan 12 zijn wel strafbaarwanneer zij voorbereidingshandelingen verrichten om hun kind teontvoeren, maar ouders met een kind dat ouder dan 12 is niet. Ik snap datartikel 46 van het Wetboek van Strafrecht dit niet mogelijk maakt, maar ishier geen oplossing voor?Voorzitter. Dan ga ik naar een ander onderwerp, namelijk het juridischmeerouderschap. Een kind heeft biologisch gezien twee ouders: een vaderen een moeder. De PVV heeft niets tegen andere gezinsstructuren, maardaar gaat de discussie over het wettelijk meerouderschap niet over. Hetgaat over wat er juridisch geregeld moet worden. Wij hebben hier heelveel vragen over. Welk probleem lost het nou op? Naast dat het juridischmoeilijk uitvoerbaar is, kan het leiden tot meer conflicten. Meer oudersgaan dan namelijk over de opvoeding, medische kwesties, de financiëlesituatie van een kind, de schoolkeuze, de woonplaats et cetera. Is dat nouecht in het belang van het kind? Echtscheidingsdeskundigen, advocatenen rechters waarschuwen al heel lang voor de enorme gevolgen vanvechtscheidingen. Een derde van de huwelijken eindigt in een scheiding.Een flink deel daarvan, namelijk 10% tot 15%, eindigt in een vecht-scheiding, waarbij de belangen van kinderen vaak uit het oog wordenverloren. Als er meer ouders betrokken zijn, kunnen conflicten enspanningen nog meer oplopen. Deelt de Minister deze bezwaren?Voorzitter. Ik wil afsluiten met adoptie. Zoals bekend, is de NederlandseStaat betrokken geweest bij illegale adopties uit onder andere Brazilië enSri Lanka. Ondanks excuses van de Staat worden geadopteerden kapotgeprocedeerd. Zij worden juridisch tegengewerkt en op hoge kostengejaagd. Ik wil de Minister ertoe oproepen om te stoppen met hetdoorprocederen en in plaats daarvan deze mensen bij te staan in dezoektocht naar hun familie.Voorzitter. Daar kan ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Helder van BBB.Mevrouw Helder (BBB):Dank u wel, voorzitter. Van internationale kinderontvoering is volgens hetHaags Kinderontvoeringsverdrag sprake als een kind in strijd met hetgezagsrecht van het land waar het kind zijn woon- en verblijfplaats had,naar een ander land wordt overgebracht of daar ongeoorloofd wordtvastgehouden. Het gaat daarbij om het onttrekken van een kind aan hetgezag van de andere ouder zonder diens toestemming. Mijn collegahiernaast had het al over Insiya. Dat is natuurlijk een heel aangrijpendvoorbeeld hiervan.Als men denkt aan kinderontvoeringen, dan denkt men vaak aan verreoorden waar kinderen naartoe gebracht worden door een van hun ouders.Maar niets is minder waar. De meest voorkomende landen waar kinderennaar ontvoerd worden, zijn Turkije, België, Polen, Duitsland en Spanje. Datzijn bijna allemaal landen – Turkije dan misschien niet – waar je in de regelmet de auto naartoe rijdt. Vanwege het Schengenverdrag waar genoemdelanden bij zijn aangesloten – weer met uitzondering van Turkije – wordt erslechts heel beperkt aan de grenzen gecontroleerd. Dan is mijn vraag aande Minister: wordt er überhaupt gecontroleerd op signalen van kinderont-voeringen bij de grens? Zo niet, kan de Minister dat dan met zijn ambts-genoot van Defensie bespreken en bekijken of er bijvoorbeeld in iedergeval steekproefsgewijs gecontroleerd kan worden?Voorzitter. Als er al gecontroleerd wordt, dan gebeurt dat door middel vaneen papieren formulier dat online wordt gevonden en wordt uitgeprintdoor een van de ouders. Daarin moeten vervolgens beide ouders huntoestemming geven. Dat is natuurlijk enorm fraudegevoelig. Daarom isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 978 BBB wel blij om te vernemen dat dit naar een onlinesysteem gaat waarbijvia DigiD ingelogd moet worden. Kan de Minister aangeven wanneer ditsysteem klaar is voor gebruik? Gaat het systeem ook gelden bij hetmeenemen van een kind naar onze buurlanden, dus bij die grensover-gangen, of zal het alleen gelden op luchthavens?Iedere ontvoering is er natuurlijk één te veel, maar in de laatste jaren is ersprake van een enorme stijging. Was er in 2021 sprake van 138 situaties,in 2022 waren dat er 292 en in het jaar daarna, in 2023, waren het ergelukkig weer iets minder, namelijk 260. Maar elk dossier is er natuurlijkwel één te veel. En ook iedere dag die verloren gaat, is zeker voor het kinder ook één te veel.Voorzitter. Hoeveel kinderen er jaarlijks ontvoerd worden, hebben we viahet Centrum Internationale Kinderontvoering wel redelijk goed in beeld,maar we hebben helemaal niet in beeld hoeveel zaken het OpenbaarMinisterie vervolgt of internationaal laat vervolgen op basis van artikel279 Strafrecht. Dat is het artikel dat gaat over onttrekking van eenminderjarige aan het gezag. Dat is waar ik mijn tekst mee begon. Ik zoudus graag een overzicht hebben van de afgelopen vijf jaar. Ik wil inzich-telijk hebben hoeveel zaken er liggen bij het Openbaar Ministerie, hoeveeler onderzocht worden en hoeveel gerechtelijke uitspraken er liggen en ofdeze straffen ook ten uitvoer zijn gelegd. Ik heb daar in ieder geval eenmotie voor klaarliggen.Voorzitter. Omdat ik aan het begin van mijn betoog al vertelde dat hetgrootste deel van de ontvoeringen binnen Europa plaatsvindt en kinderendus via onze buurlanden Nederland verlaten, is het van groot belang omdit in EU-verband of in ieder geval gezamenlijk met de landen in deSchengenzone aan te pakken. Is de Minister bereid voorbereidingen tetreffen, zodat Nederland in Europa het voortouw kan nemen om eenEuropees systeem of een werkwijze op te zetten tegen kinderontvoe-ringen?Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog?De voorzitter:U hebt nog 40 seconden.Mevrouw Helder (BBB):O, dan heb ik nog net tijd voor een ander onderwerp. Collega Ellian hadhet terecht over het recht op omgang na partnerdoding. Ik weet dat dat inhet verleden ook al door een aantal collega’s van de VVD en het CDA isopgepakt. De Minister heeft een brief gestuurd over de evaluatie van dewet ten aanzien van het recht op omgang na partnerdoding. Daar hebbenwe het dus in het verleden al heel vaak over gehad. In die brief staat dathet onderzoek is gedaan vanuit het perspectief van het welzijn van hetkind. Maar dat ging dus over rechterlijke instrumenten bij omgangspro-blematiek en contactverlies. Dat is natuurlijk wel een andere materie.Waarom wordt er bij het recht om omgang na partnerdoding dan nietprimair vanuit het welzijn van het kind gekeken?Voorzitter. Dat is dan mijn laatste vraag aan de Minister, die ik er net nogeven in wilde fietsen. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Sneller van D66.De heer Sneller (D66):Die voor de zekerheid zijn stopwatch aanzet.Dank, voorzitter. Het is als woordvoerder Justitie interessant om te zienhoe vaak we het over strafrecht hebben en hoe zelden dit debat eigenlijkgepland wordt, terwijl – dat is ook door mijn collega’s al heel goedgeïllustreerd – de onderwerpen die hier op de agenda staan, een groteimpact hebben op mensen. Je realiseert je ook hoeveel mensen eigenlijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 979 veel meer met dit onderdeel van het recht te maken krijgen dan met hetstrafrecht. Voor mijzelf is het sowieso het eerste debat over dit onderwerp.Het valt mij op hoe lang de trajecten soms duren. Ik noem bijvoorbeeldhet meerouderschap, waar al aan gerefereerd werd. In 2022 is de motiedaarover aangenomen. In oktober vorig jaar hoorden we: er worden nogwat onderzoeken uitgezet, maar die verwachten we binnenkort en danhoort u weer van ons. Vorige week vernamen we dat die pas begin 2025naar de Kamer zullen komen. Mijn verzoek aan de Minister is toch om hetWODC-onderzoek en het RSJ-advies met de Kamer te delen als die bijhem binnenkomen. Ik denk namelijk dat dit in het belang is van dezorgvuldige discussie die we daar volgens mij allemaal over willenvoeren. We zouden dit niet bij wijze van spreken een jaar stil moetenleggen en het pas dan ergens moeten hernemen. Dat is, denk ik, voor degedachtevorming aan alle kanten belangrijk.Voorzitter. Echtscheiding komt vaak voor en komt in heel veel verschil-lende vormen voor. Er zijn heel veel verschillende varianten. Soms gaanze gepaard met heel veel pijn en ellende en soms verlopen ze watzakelijker, hoewel er natuurlijk altijd emotie bij komt kijken. De Ministerbeschrijft in zijn brief een aantal van de uitgangspunten die hij hanteert.Die klinken ook zo heerlijk juridisch: «de autonomie van partijen», die hijbelangrijk vindt, en «het dejuridiseren en de-escaleren van scheidingen».Daar gaat een kilheid van uit, maar ik ben het er wel mee eens dat dit eengoed streven is en dat dit goede uitgangspunten zijn. Nu moet je voor eenechtscheiding altijd naar de rechter. Mijn vraag aan de Minister is of datnou wel in alle gevallen nodig is. Als beide personen het eens zijn over deafspraken waarmee zij uit elkaar gaan en er geen kinderen in het spel zijn,kan de scheiding dan niet zonder tussenkomst van de rechter geregeldworden? Dat scheelt volgens mij in de kosten, in de doorlooptijd en in debelasting van de rechterlijke macht – in andere debatten niet onbelangrijkgebleken. Ziet de Minister daar mogelijkheden voor?Voorzitter. Soms zijn er natuurlijk wél kinderen in het spel, en dan is ditvolgens mij sowieso niet de aangewezen weg. Ook dan moet er zozorgvuldig mogelijk worden gehandeld. Een van de pilots die daaroverloopt, is de pilot Gezinsadvocaat. Het is een wens die al lange tijd geledendoor de Kinderombudsman werd geuit en daarover loopt nu een pilot.Advocaten die daarbij betrokken zijn, zeggen daarover: «De resultaten zijnverbluffend.» Nou, dat hoor je toch niet heel vaak bij pilots die wordenuitgevoerd. Nu wordt gewacht op de WODC-evaluatie, de overkoepelendeevaluatie die voor de zomer zal komen, maar hoe zorgen we ervoor datwe niet te lang wachten, nu het kinderen, gezinnen en de betrokkenprofessionals inderdaad zo goed bevalt? Ik hoor dus graag hoe deMinister daarnaar kijkt.Voorzitter. Bij een geschil tussen gezaghebbende ouders kunnen deouders naar de rechter. Er is een wettelijke termijn waarbinnen de rechterde zaak zou moeten behandelen: zes weken. Alleen, die termijn wordt inde praktijk vaak niet gehaald, waardoor de conflictsituaties verderescaleren. Uiteraard heb ik alle respect, ook hier, voor de onafhanke-lijkheid van de rechterlijke macht, maar herkent de Minister dit beeld? Enwelke handelingsperspectieven ziet hij om ervoor te zorgen dat diewettelijke termijn vaker wordt gehaald?Voorzitter. Ten slotte het erf- en schenkrecht. In de stukken staan eenaantal relatief kleine aanpassingen, maar naar mijn gevoel is het erf- enschenkrecht in zijn totaliteit behoorlijk achterhaald en bevoordeelt hetmensen die een partner en kinderen hebben, terwijl de alleenstaanden –in Nederland zijn dat vaak ouderen – er toch bekaaid afkomen. Mijn vraagaan de Minister is dan ook of hij bereid is een verkenning uit te voerennaar een hervorming van dat stelsel, om het wat fundamenteler teherzien.Ik dank u, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9710 De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Tseggai. Zij spreektnamens GroenLinks-PvdA.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. In dit commissiedebat ga ik mij beperken tot tweeonderwerpen. Er valt inderdaad van alles te zeggen in deze context, maarik ga het houden bij adoptie en meerouderschap.Voorzitter. Ik ga allereerst in op adoptie. Laat ik vooropstellen dat onzefractie geen voorstander is van helemaal stoppen met interlandelijkeadoptie. Ik denk dat die onder strenge voorwaarden en toezicht mogelijkmoet blijven mits alleen het belang van het kind geldt. Dat wil zeggen datwij geen vraaggestuurde adoptie willen en alleen voor interlandelijkeadoptie zijn als het kind in het land van herkomst geen goede toekomstheeft en gegarandeerd kan worden dat deze adoptie plaatsvindt op grondvan goede en controleerbare regels op het gebied van kinderbe-scherming. Juist als ik aan die voorwaarden denk, heb ik wel wat zorgen:kan het nieuwe adoptiestelsel aan die voorwaarden voldoen? Gaat hetnieuwe adoptiestelsel er wel echt voor zorgen dat de misstanden die inhet verleden voorkwamen, er niet meer zijn en dat de belangen van dekinderen dus voor alles gaan?Is de nieuwe bemiddelingsorganisatie die in juli van start moet gaan, deInterlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland, goed in staat om daadwer-kelijk in te schatten of de procedures in de adoptielanden zelf wel goedverlopen? Welke instrumenten bestaan daarvoor en hoe gaat de IANervoor zorgen dat met acht landen een nieuwe vertrouwensrelatieontstaat? Wordt daarbij gebruikgemaakt van de kennis van de huidigevergunninghouders, die de landen al kennen, of acht de Minister het geletop het verleden juist beter dat een volledig nieuwe start wordt gemaaktmet het opbouwen van die relaties? Hoe kan de Centrale autoriteitbeoordelen of landen zoals – onlangs – Bulgarije geschikt zijn om kinderenuit te adopteren? En ten slotte: hoe kan een sterker overheidsgezag indeze processen van toepassing zijn zolang de nieuwe Wet opnemingbuitenlandse kinderen ter adoptie er nog niet is?Voorzitter. Ik krijg signalen dat geadopteerden die te maken hebben gehadmet misstanden, zich niet goed gehoord of geholpen voelen door hetINEA. Juist omdat geadopteerden geen individuele financiële onder-steuning krijgen en in plaats daarvan dit expertisecentrum is opgericht, ishet van groot belang dat het deze doelgroep wel bereikt. Het mag dan welzo zijn dat er geen individuele genoegdoening in financiële zin komt voorgeadopteerden, maar dat wil wat mij betreft niet zeggen dat zij zelfmoeten opdraaien voor kosten die met hun verleden te maken hebben.Daarbij denk ik in eerste instantie aan de kosten voor de verandering vande achternaam. Daarover hoor ik ook het meeste. Die kosten zijn hoog.Wat ons betreft zou het veranderen van de achternaam gratis moetenworden of zouden de kosten daarvoor vergoed moeten worden. Ikoverweeg hierover een motie in te dienen.Voorzitter. Dan meerouderschap. GroenLinks-PvdA is zeer teleurgesteldover het feit dat het wettelijk regelen van meerouderschap zo lang duurten doorgeschoven lijkt te worden naar een volgend kabinet. MinisterWeerwind heeft weliswaar veel voorwerk verricht, maar ik vrees dat eenvolgend kabinet het toch op de lange baan zou kunnen schuiven. In ditverband wijs ik iedereen graag nog even op het Regenboogakkoord 2023,waarin meerouderschap is opgenomen en dat door veel partijen hier isondertekend. Ik hoop dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor deafspraken die daarin gemaakt zijn.Dat was het, voorzitter. Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9711 Voorzitter: EllianDe voorzitter:Ik geef graag het woord aan de heer Van Nispen van de SP.De heer Van Nispen (SP):Dank u wel, voorzitter. Tijdens de afgelopen begrotingsbehandeling vroegik uitgebreid aandacht voor de behandeling van geadopteerden inNederland. Zij lopen hier tegen een muur aan als zij hun recht willenhalen, als zij hulp willen krijgen bij het achterhalen van hun roots ofvragen om psychologisch hulp en ondersteuning. Wij hebben daar toeneen motie over ingediend met allerlei voorstellen. Tot onze teleurstellinghaalde die het niet, maar wij zullen opnieuw een voorstel indienen voorcompensatie van de kosten die worden gemaakt bij zoektochten enrootsreizen, voor een vergoeding voor psychologische hulp voor mensendie deze hulp nodig hebben, voor een laagdrempelige en onbeperktetoegang van een geadopteerde tot het eigen dossier, voor een vergoedingvan kosten die gepaard gaan met identiteitsherstel zoals kosten voor eencorrecte geboorteakte, het herstellen van oorspronkelijke namen ennationaliteit en, natuurlijk Minister, voor een stop op doorprocederentegen geadopteerden die hun recht halen in een zaak die over hun eigenadoptie gaat. Ik hoop nu wel op steun van een meerderheid van de Kamer.Een toekomst voor interlandelijke adoptie ziet de SP niet echt. Ik heb dateerder gezegd. Er is geen systeem te ontwerpen waarin misstanden nietmeer zullen voorkomen. Daarmee sluiten wij ons aan bij de conclusiesvan de commissie-Joustra. Klopt het, Minister, dat de ons omringendelanden daar nu ook mee aan het stoppen zijn? Ik snap niet goed datNederland doorgaat met het adopteren uit Europese landen zoalsBulgarije en Portugal. Dat is toch niet conform het subsidiariteitsbeginsel,dat zegt dat opvang in principe zo dichtbij mogelijk in het eigen land moetplaatsvinden? Daar moeten Europese landen toch toe in staat zijn?Nog een vraag aan de Minister. Om ongeveer hoeveel kinderen zou hetnaar verwachting de komende jaren gaan? Ik vraag mij namelijk sterk af ofwij met het budget voor het optuigen van een heel nieuw adoptiesysteemniet veel beter de kinderen in hun eigen land kunnen helpen en daar hetstelsel van jeugdzorg en opvang kunnen verbeteren, zoals de RSJ al eenaantal jaren terug adviseerde. Wij steunen de route van de Minister omdoor te gaan met het systeem en een nieuw stelsel op te tuigen dan ookniet.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Ik begrijp de terughoudendheid van de SP. Ik zie ook de risico’s die er zijn.In het verlengde daarvan zou ik de heer Van Nispen willen vragen hoe hijkijkt naar het draagmoederschap. Dat is natuurlijk een totaal andere takvan sport, maar heeft toch ook hetzelfde. Vanmorgen zagen we in de krantde oproep van de andere politieke partijen om daartegen te zijn en danmet name tegen de commerciële kant van het verhaal. Hoe zit de SP in datverhaal?De heer Van Nispen (SP):Ik zie enige parallellen. Ik vind het wel echt een heel andere discussie.Hierbij is er een staatscommissie geweest, die daar onderzoek naar heeftgedaan. Er moet nog een voorstel komen. Wat betreft interlandelijkeadoptie: ik bemoei me inmiddels ongeveer vijftien jaar met dat hele stelselen met risico’s en misstanden bij adoptie. Ik vind dat een heel anderonderwerp. Het is ook een heel andere route. Dit is iets wat bestaat enafgebouwd moet worden. Dat andere moet juist nog ontstaan. Daarvoorkomt nog een wet deze kant op, die we dan in alle zorgvuldigheid kunnenbeoordelen, met alle adviezen erbij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9712 Ik geef nog iets van een concreet antwoord op de vraag. Wij zijn nooitvoorstander geweest van commercieel draagmoederschap. Eerderhebben wij natuurlijk de vraag gesteld: als je ervoor kiest dat je kosten zoumoeten gaan vergoeden, hoe voorkom je dan dat dat toch een commer-cieel karakter heeft en als een soort beloning wordt gezien? Dat heeftzeker risico’s.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Toch nog even één ding. U zegt dat het twee heel verschillende dingenzijn. Dat begrijp ik natuurlijk ook. Maar aan de andere kant is het wel goedom ze in samenhang met elkaar te zien. Beide takken van sport voorzien ineen kinderwens, die natuurlijk heel diep gevoeld is en heel belangrijk enbegrijpelijk is. Ik zou de heer Van Nispen willen aanraden om die twee ookin samenhang met elkaar te bekijken.De heer Van Nispen (SP):Ik ben soms wel van de school «alles hangt met alles samen». Ik zie ookwel de parallel dat het gaat om een kinderwens en dat mensen in uiterstezorgvuldigheid hun best doen om die vervuld te zien worden. Toch zijn ernatuurlijk ook verschrikkelijk veel verschillen tussen adoptie en draagmoe-derschap. Ik wil echt mijn best doen – ik zal dat ook na dit debat nog doen– om daar meer parallellen in te zien of die samenhang te beoordelen,maar dat maakt voor mijn standpunt vandaag de dag over interlandelijkeadoptie in ieder geval geen verschil.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Nog één keer heel kort. Ik hoop dat de heer Van Nispen wel erkent – ikhoop dat ik de SP een beetje aan mijn zijde heb – dat we in beide vantakken van sport moeten oppassen voor de risico’s die het feit dat er geldmee gemoeid gaat met zich brengt.De heer Van Nispen (SP):Dat sowieso. Maar bij interlandelijke adoptie, waar ik me de afgelopenjaren dus al iets intensiever mee heb bemoeid, heb ik gezien dat bepaaldefinanciële prikkels er altijd zullen zijn en ook zullen blijven, welk stelsel jeook kiest. Mede dat leidt bij ons tot het standpunt dat dat systeem wat onsbetreft geen toekomst heeft, naast andere redenen die ik al heb genoemd.De voorzitter:Gaat u verder, meneer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Voorzitter. Dan over het drama van de gedwongen kindafstand. Het gaathier om levensverwoestende gebeurtenissen die zich afspeelden in dejaren vijftig tot en met tachtig, waarbij kinderen onder druk van de Staatbij hun moeder werden weggehaald omdat de Staat deze moeders alsonbekwaam had bestempeld. Nog steeds beroept de Staat zich in derechtszaal op de verjaringstermijn, want «het waren immers anderetijden». Daar hebben deze vrouwen en kinderen toch helemaal niets aan?Wanneer neemt de Staat via deze Minister nou echt de verantwoorde-lijkheid voor deze misstanden en wanneer wordt de motie-Van Nispen/Vander Staaij over het stoppen met het beroep op de verjaringstermijn nuecht uitgevoerd zoals deze was bedoeld? De commissie-De Winter doetnader onderzoek, maar het gaat erg traag. In hoeverre wordt hier rekeninggehouden met vrouwen die nu soms al op leeftijd zijn?Voorzitter. Ik wil aansluiten bij de vragen die al gesteld zijn over interna-tionale kinderontvoeringen. Die zijn schrijnend, ook al zijn het er nugelukkig minder. Wij krijgen nog steeds vaak mails van mensen die zich inde steek gelaten voelen, ook door de Nederlandse overheid. We hebbenrecent weer voorbeelden gekregen uit Polen en Litouwen, waarbij deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9713 ouder in Nederland in het gelijk is gesteld, maar juist de andere landenzich niet houden aan het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Ik vraag mehardop af wat we hier nog meer aan kunnen en moeten doen. Dat is ookeen vraag aan de Minister. We hebben hier een motie over aangenomenvan de SP, VVD en destijds de PvdA, om slachtoffers beter bij te staan enandere verdragslanden actiever aan te spreken op de naleving van hetHaags Kinderontvoeringsverdrag. Hoe staat het hiermee? Hoe kunnen wijer nou voor zorgen dat we ouders en kinderen beter beschermen als ersprake is van een kinderontvoering naar het buitenland en een lidstaatniet meewerkt?Voorzitter. Ik sluit me aan bij de vragen die gesteld zijn door de heer Ellianover ouderverstoting en gelijkwaardig ouderschap. Ik constateer dat erheel veel in gang is gezet. Dan heb ik het over het fenomeen dat vaakvaders hun kind uiteindelijk niet meer zien na een echtscheiding – het kanook andersom zijn – terwijl in de wet staat dat er sprake is van gelijk-waardig ouderschap. Er zijn veel pilots en veel positieve ontwikkelingen,maar toch vaak ook nog schrijnende toestanden, waarbij mensen tochdenken: ik heb gelijk en ik heb het recht, maar het wordt niet nageleefd.En dan? Je staat gewoon met lege handen. We hebben in het verledenvoorstellen ingediend. Toch vraag ik aan de Minister: wat is een mogelijkeescalatie als iemand zich echt niet houdt aan een rechterlijke uitspraak?Wat dan? Mensen blijven toch vaak met lege handen staan. Zo kan hetniet zijn.Helemaal tot slot wil ik aandacht vragen voor twee moties die wij eindvorig jaar hebben ingediend en die zijn aangenomen. De eerste motieverzocht om in het kader van het Verdrag van Istanbul de aanbevelingenten aanzien van huiselijk geweld in de Nederlandse wet en regels over tenemen. De tweede vroeg om een nader onderzoek als vervolg op hetreflectierapport naar de rol van het familie- en jeugdrecht bij fysiek enpsychisch geweld. Ik hoor graag van de Minister wat de stand van zakenbij beide moties is. En hoe is het met het conceptwetsvoorstel over hettoezicht op vermogensbeheer bij minderjarigen?Dank u wel.De voorzitter:Dan geef ik het voorzitterschap terug aan meneer Van Nispen.Voorzitter: Van NispenDe voorzitter:Dan schors ik de vergadering tot 11.10 uur, zodat de Minister de velevragen die hem gesteld zijn, zorgvuldig kan beantwoorden.De vergadering wordt van 10.41 uur tot 11.09 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug. Wij hervatten dit commissiedebat van de vaste Kamercom-missie Justitie en Veiligheid over personen- en familierecht. Aan de ordeis de eerste termijn van de Minister voor de beantwoording van de velegestelde vragen. Ik ga de Minister verzoeken om aan te geven in welkevolgorde hij de vragen wil beantwoorden, als een soort inhoudsopgave.Dan weten wij welke thema’s langs gaan komen. Tegen de leden zou ikwillen zeggen dat wij even twee interrupties in tweeën hanteren alsuitgangspunt. Mocht het nou heel goed gaan en u heeft nog een kortevervolgvraag of wilt weten wanneer een bepaalde brief komt of wat eentoezegging is, dan kan dat. Maar laten we het wel even beperken, want wemoeten echt om 13.00 uur afronden. En het is altijd fijn als je een tweedetermijn hebt. Dan geef ik het woord aan de Minister voor zijn beant-woording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9714 Minister Weerwind:Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de tijd die u mij gunde om goed enzorgvuldig in te kunnen gaan op de vragen mij gesteld. Dit zijn deonderwerpen die ik zal behandelen:1.interlandelijke adoptie,2.scheiden en alimentatie,3.toch een opmerking over het meerouderschap,4.internationale kinderontvoering en gezag,5.binnenlandse afstand en adoptie,6.draagmoederschap,7.omgang na partnerdoding,8.overig.Mocht uw vraag nog niet beantwoord zijn – ik kijk even naar bijvoorbeeldde vraag vanuit NSC over de Transgenderwet en over voordelig schenkenen nalaten van de heer Sneller – dan heb ik die onder het kopje overiggeplaatst.Voorzitter, ik heb u even meegenomen. Dank dat ik met de commissie indeze hele nieuwe samenstelling over personen- en familierecht magspreken. Het is, zoals wel blijkt uit de mensen op de publieke tribune, eenterrein dat alle mensen raakt. Mevrouw Van Vroonhoven raakte het net alaan: de portefeuille is breed en de onderwerpen zijn ook enorm veelom-vattend. Het gaat namelijk over juridische aspecten van relaties engezinnen. Het gaat ook over kinderen en over belangrijke personen in hunleven. Kortom, het bevat een breed palet aan levensgebeurtenissen: vangeboorte, het regelen van ouderlijk gezag, adoptie tot het op een goedemanier uit elkaar gaan.Daarnaast gaat het over nog zoiets wezenlijks, namelijk identiteit,bijvoorbeeld je afkomst en informatie daarover en welke naam je draagt.Dat is allesbepalend voor wie je bent. In de afgelopen jaren zijn er veelontwikkelingen geweest in de Nederlandse samenleving die vragen omeen heroverweging van bepaalde aspecten van het personen- enfamilierecht. Zo verandert de manier waarop mensen hun gezinslevenvormgeven en zijn er ook nieuwe gezinsvormen mogelijk. Ook scherp ikhet systeem van interlandelijke adoptie aan vanwege de misstanden dieenkele jaren terug aan het licht zijn gekomen.Dit zijn allemaal ontwikkelingen die aanpassingen in het personen- enfamilierecht nodig maken. Het zijn vooral ook onderwerpen waarbijethische dilemma’s komen kijken en waarover men politiek-bestuurlijkheel verschillend kan denken. Daarbij is het altijd belangrijk om steeds hetbelang van het kind voorop te stellen. In de periode dat ik dit ambt maginvullen ben ik altijd uitgegaan van een paar zaken. Ik bracht het terugnaar de microkosmos: de mens, het kind. Wat betekent het voor hem ofvoor haar? Het zijn veel onderwerpen. Ik ga ze nu inhoudelijk behandelen.Interlandelijke adoptie. Eerst doe ik nog een stukje algemeen en dan ga ikdieper in op de vragen zoals die door bijna alle Kamerleden zijn gesteld.Er is bijvoorbeeld een vraag over een bedrag dat genoemd is. Er is eenvraag gesteld over stichting Wereldkinderen in het bijzonder. Ik zal ookingaan op het procederen tegen geadopteerden. Ten slotte ga ik in opInterlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland en de vraag hoe ik omgamet de vertrouwensrelatie met de andere acht landen. Ook op deopmerkingen die over INEA zijn geplaatst zal ik ingaan. Ten slotte ga ik inop de vraag hoe je omgaat met de periode voordat er een nieuwe wet isen op de zorgen die u van uw kant genoemd hebt. Ten slotte wil ik ookingaan op het kosteloos wijzigen van de naam van geadopteerden. Dievraag is door mevrouw Tseggai gesteld vanuit GroenLinks-PvdA. Daar gaik dieper op in. Ten slotte ga ik in op de vraag over het doorprocederen diemij vaker gesteld is, zeg ik ook tegen u, meneer Van Nispen. Kortom,veelomvattende onderwerpen waar ik dieper op inga.Sinds de tweeënhalf jaar dat ik dit ambt mag invullen, ben ik bezig methet aanscherpen van het systeem om de kans op misstanden zo veelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9715 mogelijk te verkleinen. U hoort mij dat zeggen. U hoort mij ook kiezenvoor die woorden. «Honderd procent misstanden voorkomen» zal dezeMinister niet uitspreken, want die garantie kan ik u niet geven. Deuitkomsten van het onderzoek van de commissie-Joustra uit februari 2021staan u allen en mij op het netvlies. Die hebben een andere kant vanadoptie laten zien. Met uw Kamer is uitgebreid gesproken over detoekomst, maar ook over het systeem voor interlandelijke adopties. Vele,vele debatten hebben we daarover gevoerd, alsook over het uiteindelijkebesluit van dit kabinet in april 2022 om interlandelijke adoptie alsmogelijkheid te behouden, maar wel in een strikter gereguleerd systeem.Interlandelijke adoptie wordt niet meer als een duurzaam instrumentbeschouwd om de belangen van kinderen te beschermen. Een kind is hetbeste gediend – ik quoot eigenlijk de woorden van de heer Ellian, waar ikhet ook mee eens ben – wanneer hij of zij veilig in het eigen land, de eigencultuur of regio kan opgroeien. Voor sommige landen is hierin echter nogeen weg te gaan. Dat maakt dat het besluit is genomen de weg vooradoptie open te laten maar wel onder striktere voorwaarden. Sindsdienwerk ik aan deze extra waarborgen in het systeem. Hoe, zult u zichafvragen. Er komt een striktere landenselectie voor toekomstige adopties.Dat is inmiddels afgerond. Maar er wordt ook één centrale bemiddelings-organisatie opgericht onder versterkt overheidsgezag met breder ensterker toezicht in de adoptieketen. Ook is er een nieuwe adoptiewet invoorbereiding. Zijn fouten uit het verleden daarmee achter de rug?Honderd procent garantie kan ik niet geven, zoals ook ten tijde van debesluitvorming is meegewogen. Wel ben ik ervan overtuigd dat de kansop misstanden in de toekomst met deze maatregelen en waarborgen zoveel mogelijk wordt uitgesloten. Maar het vraagt van alle partijen in deadoptieketen, van mijzelf én van u vanzelfsprekend om een blijvend alerteen kritisch lerende houding. Daar zal de versterkte rol van de InspectieJustitie en Veiligheid in de gehele adoptieketen ook aan bijdragen. Hetspreekt voor zich dat ik met uw Kamer in dialoog blijf over de stappen diewij nemen.Ik ga in op de vragen. Ik start met de vergoeding van 15k, de € 15.000. Hetgaat om een kleine groep aspirant-adoptieouders – circa 35 – die deadoptieprocedure mogelijk niet voor eind 2025 kunnen afronden omdat desamenwerking met het land waarin voor hen wordt bemiddeld eindigt.Voor hen geldt een tegemoetkoming in de kosten op het moment dat zijstoppen of overstappen van land. Het bedrag is gebaseerd op degemiddelde bemiddelingskosten aan Nederlandse zijde. Zo is hetopgebouwd.Er was ook een opmerking geplaatst over de stichting Wereldkinderen enover China. Zoals ik eerder aan de Kamer heb gecommuniceerd maaktWereldkinderen geen doorstart. Het voorstel van stichting Wereldkinderenis na een meer dan zorgvuldige selectieprocedure geselecteerd. Ik heb udaar kond van gedaan en u daarin meegenomen. Het behelst een nieuwestichting die opgericht wordt door een externe kwartiermaker. Er zal geenverbinding zijn tussen Wereldkinderen en de nieuwe stichting. StichtingWereldkinderen draagt inhoudelijk wel bij aan de oprichting vanuit hetgeselecteerde voorstel. Maar Wereldkinderen zal eind 2025, net als deandere vergunninghouders, ophouden met adoptiebemiddeling.Wereldkinderen bemiddelt voor meerdere landen waar we mee doorgaan.Ik denk aan de Filipijnen, Thailand en Zuid-Afrika. Ik heb er allevertrouwen in dat deze stichting in goed overleg met betrokken partners,ook ten aanzien van de vergunninghouders, tot stand komt volgens hetvoorstel dat een kwaliteitsslag moet leveren voor het nieuwe systeem.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9716 Hoeveel doen we er deze ronde, voorzitter?De voorzitter:In principe twee interrupties in tweeën. Gaat uw gang.De heer Ellian (VVD):Oké, dan ga ik die gebruiken, want dit is een mij aangelegen punt. Mijontgaan twee dingen. In de eerste plaats, hoe borgt stichting Wereldkin-deren de kennis die nodig is om op een veilige manier interlandelijkeadoptie mogelijk te maken? Ik proef bij de Minister de nodige terughou-dendheid, die ik zelf ook heb ten aanzien van interlandelijke adoptie in hetalgemeen. Maar stichting Wereldkinderen heeft die kennis niet. Als deMinister zegt dat die stichting geen doorstart maakt, wie gaan daar danwerken? Want dat zijn niet de mensen die nu werken bij de vergunning-houders. Daar hebben we een brief van gehad. Die zeggen: wij worden erniet bij betrokken. Die laten eigenlijk de noodkreet horen: temporiseer enzorg alsjeblieft dat wij ook betrokken blijven. Wij hebben immers debenodigde kennis om adoptie veilig mogelijk te maken. Dan ga ik toch eenvraag stellen die ik ook de vorige keer heb gesteld in dit verband en ik wildaar toch een antwoord op. Ik begrijp dat degene die het voorstel voorstichting Wereldkinderen geschreven heeft, ook als kwartiermaker vanuithet ministerie is aangesteld. Ik vind dat wel een opmerkelijke gang vanzaken. In een ver verleden was ik aanbestedingsjurist. Het komt niet heel... Wat is het goede woord? Voorzitter, helpt u mij. Het komt niet heel ...ehm ... Nou, laat ik maar geen bijvoeglijke naamwoorden daaraanbesteden, maar het komt gek over.Minister Weerwind:Laat ik vooropstellen dat ik alle huidige vergunninghouders nadrukkelijkheb meegenomen in het proces. Die zijn geselecteerd. We hebben ooklaten zien hoe we zijn gekomen tot die selectie, met een hele puntenslag,met heel veel zorgvuldigheid. We hebben ze ook laten zien wat het besluitis. Ze konden ertegen in beroep gaan. Dat is niet gebeurd. Laat ik datvooropstellen. Vervolgens hebben we ook gezegd tegen de vergunning-houders: «We bouwen nu een nieuwe stichting. We compenseren ufinancieel en we laten u langer bestaan tot jaar X. Echter, wij vragen weldat u uw kennis en kunde beschikbaar stelt aan de nieuwe stichting voorhet grotere doel dat we beogen.» Dat is een samenspel. Dat is eenbuitengewoon complex proces, maar daar zitten wij nu in. We kunnen datdus niet alleen vanuit het Rijk aansturen. We hebben ook die vergunning-houders nodig en anders die stichting Wereldkinderen. Op het borgen vankennis ben ik ingegaan.De tweede opmerking die de heer Ellian maakte, ging over de externekwartiermaker. Ik hoorde hem zeggen dat die uit de stichting Wereldkin-deren komt. Mijn informatie is dat die echt extern is. Mij is zelfs eenbureau genoemd. Ik zal de naam van het desbetreffende bureau nu nietnoemen. Het is een extern bureau, waardoor die onafhankelijkheid isgeborgd. Op het moment dat u daar andere informatie over heeft dan ik,wil ik die graag ontvangen, want ik heb absoluut andere informatie dan u.Juist de onafhankelijkheid en zuiverheid vind ik in deze opbouwfase enafbouwfase van het allergrootste belang. Dat is mijn reactie.De voorzitter:De heer Ellian voor een vervolgvraag.De heer Ellian (VVD):Nee, mag ik ’m bewaren voor een andere gelegenheid met uw coulance?De voorzitter:We gaan verder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9717 De heer Ellian (VVD):Er komt nog een voorhangprocedure of er loopt een voorhangprocedure.Ik denk dat we daar nog met elkaar van gedachten over moeten wisselen.De voorzitter:Bedoelt de heer Ellian dat we de voorhangprocedure zouden moetenstuiten, wellicht tot een tweeminutendebat? Want dat zijn uiteindelijk deprocedurele smaken. Die knoop moeten we aan het eind van dit debat ookdoorhakken.De heer Ellian (VVD):Aan het eind van dit debat?De voorzitter:Ja.De heer Ellian (VVD):Zullen we daar zo even op terugkomen, voorzitter?De voorzitter:Doen we. Dan gaat de Minister verder.Minister Weerwind:Voorzitter, ik hoorde aangeven dat een van de Kamerleden aanbestedings-jurist is, althans die kennis en kunde heeft. «Was», onvoltooid verledentijd, weliswaar. Maar laat ik vooropstellen dat ik altijd optimaal de kennisen kunde van de Kamerleden gebruik om dit goed te organiseren voorNederland en hier inhoud aan te geven.Nu ik toch bezig ben met antwoorden op de vragen van de heer Ellian; hijzei: wij hebben een brief gekregen, er is wat kritiek. U hoort mij zorgvuldigpleiten voor de kwaliteitsslag die wij nu maken. Ik heb daar vertrouwen inals Minister. Ik weet hoe we daar gekomen zijn. Dat heb ik ook met ugedeeld. Daarom zeg ik: nee, laten we alsjeblieft nu doorgaan met dezekoers. Ik heb daar geloof en vertrouwen in. Ik denk dat dat de juistebouwstenen zijn.Voorzitter, ik ga door met mijn beantwoording en ik zal het kort houden,want ik zie uw fronsende blik.Het procederen tegen geadopteerden. We hebben hier heel vaak overgesproken met elkaar. Ik heb eerder aangegeven dat ik mij bewust benvan wat het betekent voor de betrokkenen. U heeft mij ook eerdergevraagd om met die en die betrokkene in gesprek te gaan. Dat heb ik ookgedaan, maar dat is tussen hen en mij. Daar ga ik zorgvuldig mee om. Datzult u mij niet kwalijk nemen in dezen. De Staat, die ik toch vertegen-woordig, ziet zich in sommige zaken geconfronteerd met uitsprakenwaarmee hij zich op onderdelen niet kan verenigen. Daar liggen juridisch-inhoudelijke gronden aan ten grondslag, die verregaande consequentieskunnen hebben. Juist voor de beoordeling van toekomstige gevallen ishet van belang om meer duidelijkheid te krijgen over bepaalde rechts-vragen. Hiermee wil ik een gelijke behandeling waarborgen, wat tengoede komt aan een stukje rechtszekerheid. Maar dat betekent niet dat ikgeen oog heb voor de impact op betrokkenen. Vandaar dat ik de suggestieheb gedaan: praat met hen en vertel waarom je in beroep gaat. INEA enspecifieke belangenorganisaties geven geadopteerden ondersteuning metbehulp van subsidie van het Rijk. Dat vind ik van belang.Ik ben al ingegaan op de misstanden.Hoe gaat Interlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland ervoor zorgen dater een vertrouwensrelatie met acht landen komt, vraagt GroenLinks-PvdA.Het klopt dat er geïnvesteerd moet worden in relaties met de geselec-teerde landen, en in het bijzonder met de partnerorganisaties waar denieuwe stichting mee zal gaan samenwerken. Per land gelden andereTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9718 procedures en doorlooptijden voor accreditatie, zoals ook is opgenomenin het transitieoverzicht van het adviesbureau Andersson Elffers Felix. Ikmerk op dat er gebruik is gemaakt van contacten en relaties die deCentrale autoriteit in de landen van herkomst heeft. Ik stimuleer het dat dekwartiermaker hier samen met de vergunninghouders in optrekt bij hetaangaan van relaties maar ook bij de doorloop van de transitie. Ik hechteraan dat de stichting goed zicht heeft op de procedures in de landen vanherkomst. Overigens zal de nieuwe stichting alleen landencontactenaangaan in landen waarvoor de Centrale autoriteit akkoord heeft gegeven.Daar gaat een zorgvuldige landenscreening aan vooraf.Dan het punt dat geadopteerden zich niet gehoord en gesteund voelendoor INEA en zelf zorg moeten dragen voor de kosten van veranderingvan de achternaam. Een jaar geleden was ik aanwezig bij de oprichtingvan INEA. Geadopteerden deden zelf het woord en lieten mij zien wat hetbetekent als er in je paspoort staat dat je 1 januari jarig bent terwijl datwellicht niet de datum is waarop je jarig bent, laat staan de naam die erstaat. Ik sprak eerder, in mijn inleidende woorden, over identiteit en ikvind het zo mooi dat die vraag kwam, want het gaat dan over mensen enidentiteit, heel dichtbij, die microkosmos waar ik eerder over sprak.In navolging van de aanbevelingen van de commissie-Joustra heb ik hetlandelijk expertisecentrum INEA opgericht. Ik heb daarvoor uitvoeriggesproken met geadopteerden en belangenorganisaties, juist om inzichtte krijgen in ervaringen en bestaande behoeften. INEA is nu een jaaroperationeel. Het bouwt gefaseerd verder aan een stuk dienstverleningwaardoor het ondersteuningsaanbod wordt versterkt. Daarnaast is ervoorzien in een subsidieregeling voor belangenorganisaties. Daarmeekunnen de eigen expertiseorganisatie en het dienstenaanbod wordenversterkt ter ondersteuning van geadopteerden bij onder meer zoektochten rootsreizen; de voorzitter sprak er al over. Ik monitor dat ondersteu-ningsaanbod nauwgezet, om te toetsen of hiermee wordt voorzien in dieondersteuningsbehoefte.Nu INEA een jaar operationeel is, verken ik met INEA welke mogelijk-heden er zijn voor evaluatie van de aangeboden dienstverlening. Dat legik naast de bestaande vraag van het ondersteuningsaanbod. Op basisdaarvan ben ik vanzelfsprekend bereid om met INEA te bespreken of hethuidige ondersteuningsaanbod voldoet. Behoeft het bijsturing, ja of nee?Toch vind ik het na dat ene jaar waarin INEA nu bezig is nog te vroeg omconclusies te trekken en een ander of een individueel ondersteunings-aanbod in overweging te nemen.Over de gewenste kosteloze naamswijziging voor groepen zoals geadop-teerden kan ik zeggen dat er de komende maanden een doorlichtingplaatsvindt van het Besluit geslachtsnaamwijziging. De doorlichting zalnaar verwachting begin 2025 zijn afgerond. Daarbij wordt ook hetalgemene onderwerp van de kosteloosheid van naamswijziging meege-nomen.Voorzitter ...De voorzitter:Excuus, Minister. Er is een interruptie van mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik ben blij met de kleine toezegging van de Minister op het laatsteonderwerp, maar ik heb nog een vraag over de vertrouwensrelatie metlanden. Ik hoor namelijk nog steeds niet echt hoe we zeker weten dat hetin die acht nieuwe landen nu wél goed gaat, behalve dan dat de Ministeraangeeft dat er gebruik wordt gemaakt van contacten die er al zijn. Maarwelke waarborg heb ik als Kamerlid dat het dit keer wel goed gaat?Minister Weerwind:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9719 De waarborg dat de Centrale autoriteit met een hogere frequentie dielanden bezoekt en de huizen bezoekt waar de kinderen vandaan komen.De waarborg dat de inspectie ook nog over de schouder meekijkt ofprocesgang en procedures zorgvuldig en goed verlopen. Veel meer devinger aan de pols houden; kijken wat er gebeurt in de landen zelf. Naardie landen toegaan; niet vanuit Den Haag erover spreken, maar met depoten – sorry, ik ben een jongen uit de polder – in de klei gaan staan enhet doen. Het gesprek aangaan; de dialoog openhouden en kijken.Daarnaast hebben we natuurlijk ook het netwerk van centrale autoriteitendie elkaar ontmoeten en elkaar spreken, en die ook horen wat er gebeurtin de omliggende Europese landen, hoe we ermee omgaan. Leren vanelkaar, continu.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Weerwind:Dank u, voorzitter. Ik ben al ingegaan op het versterkte overheidsgezag.De nieuwe wet is er nog niet. In de tussenliggende periode – ik wilde hetwoord «interbellum» gebruiken, maar dat klinkt zo oorlogszuchtig –moeten de bemiddelingsorganisaties onder de huidige wet nog eenvergunning aanvragen. Hier worden aanvullende voorwaarden aangesteld die voortkomen uit de verscherpte eisen aan de centrale bemidde-lingsorganisatie. Verder zal gedurende de transitie het toezicht van deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd op de kwaliteit van het bemidde-lingsproces in Nederland plaatsvinden.Er zijn ook vragen gesteld over de Centrale autoriteit, de procedures inlanden van herkomst en de misstanden. Ik ben daar zojuist al op ingegaanen heb u gewezen op de landenanalyse en op de frequente werkbezoekennaar de landen toe. Daar zetten we nadrukkelijk op in.Ik ben al ook ingegaan op de vraag over de kosteloze naamswijziging doorgeadopteerden.Voorzitter. Ik kijk even of er nog vragen liggen op dit onderwerp. Naar mijnidee niet. Of ja, toch wel: de Europese landen.De voorzitter:Voordat we daarop ingaan, heeft mevrouw Tseggai nog een vraag, die ikzal beschouwen als een vervolgvraag op haar vorige interruptie. Gaat uwgang.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dat vind ik heel aardig van u, voorzitter, maar mijn vraag gaat toch echtwel over een ander punt, namelijk over het interbellum, dat we geen«interbellum» gaan noemen. Hoorde ik de Minister zeggen dat deinspectie jeugd en gezin extra gaat meekijken in de tussentijd, dus voordatde wet er is? Excuses, ik bedoelde de Inspectie Gezondheidszorg enJeugd. Kan de Minister daar nog iets meer over vertellen? Wat beoogt hijdaarmee te bereiken? Ik vind het namelijk toch lastig dat we nu een nieuwstelsel ingaan voordat die wet er is.Minister Weerwind:De inspectie is onafhankelijk en komt met constructieve maar duidelijkekritieken. Ze kijkt naar het gehele proces, naar de manier waarop de matchtot stand is gekomen. Eerder hoorde ik een van u zeggen dat het absoluutniet vraaggestuurd mag zijn; het kind moet centraal staan. In mijninleidende woorden hoorde u mij zeggen wat ik eerder in het debat metde heer Van Nispen ook al had gesteld, toen u mij vroeg of dit een ... Tja,welke woorden ga ik bezigen; ik probeer om het zo politiek en netjesmogelijk te zeggen ... Je wil interlandelijke adoptie in de verre, verretoekomst eigenlijk niet meer noodzakelijk laten zijn, maar die wereldsa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9720 menleving is er niet. Er zullen altijd kinderen zijn die wel degelijkperspectief hebben op het kunnen opgroeien in ons land. Ik ken verhalendie negatief zijn over adoptie, maar ik ken ook verhalen die heel positiefzijn; geadopteerden die tegen mij zeggen dat zij een goede kans hebbengekregen. Daar ligt het dilemma van hoe je ermee omgaat. Je wil het liefstdat het kind daar opgroeit, maar hoe vindt de match plaats? Het mag nietvraaggestuurd of commercieel zijn; het moet goed zijn voor het kind.De heer Van Nispen noemde in dit verband het subsidiariteitsbeginsel al.Dergelijke beginselen moet je wel controleren. Zijn die wel nageleefd? Ishet wel correct gegaan? Als een misstand zich voordoet in een kinder-tehuis, verwacht ik van mijn Centrale autoriteit dat die daar op bezoekgaat, dat die ernaar gaat kijken, ondersteund door de ambtenaren van hetMinisterie van Justitie en Veiligheid, en dat die meteen aan de bel trekt enhet mij laat weten evenals de centrale autoriteit van het desbetreffendeland. Ik verwacht dan ook dat zij nauwgezet volgt wat het land ermee doeten dat terugrapporteert. Zo kun je misstanden opsporen, in kaart brengenen daarop actie ondernemen. Die inspectie helpt mij om het geheel teoverzien.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Op zich is dit een heldere uitleg, maar als de misstanden plaatsvindenvoordat de nieuwe wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptieingaat, welke middelen heeft de inspectie of de Minister dan om in tegrijpen? Daar zit namelijk mijn zorg.Minister Weerwind:Het kan betekenen dat ik gewoon constateer en concludeer: we gaan desamenwerking even opschorten. Dat kan samenwerking zijn met eengroep van stichtingen of organisaties in het land zelf, of samenwerkingmet het land in zijn totaliteit, maar we passen dan wel maatwerk toe. Watvindt daar plaats? Wie zijn daarvan de oorzaak? Is het een feit of is het eenvermoeden? Is er iets gebeurd in het verleden voordat het kind in het huiswas? Al die elementen ga ik na. Dat is een heel zorgvuldig proces.Voorzitter. Het Kamerlid Van Nispen vroeg mij naar de Europese landen.Stoppen de omringende landen? Waarom zet de Minister de adoptiere-latie voort met Europese landen? Mijn informatie is dat omringendelanden niet stoppen. Noorwegen heeft een tijdelijke stop geadviseerd inafwachting van een onderzoek à la de commissie-Joustra, dat plaatsvindtin het land zelf. Daar is nog niet over besloten. Denemarken zegt: wijkijken naar onze eigen bemiddelingsorganisatie, hoe het daar plaatsvindten of dat beter kan. Dus ik volg wel degelijk wat er in het buitenlandgebeurt. Maar vanuit Europese landen is nog altijd vraag naar Neder-landse adoptiegezinnen. U sprak over Portugal en u noemde Bulgarije enHongarije. Dat zijn Europese landen. We noemen dat met heel mooiewoorden: reversed flow. Ook de Raad voor Strafrechtstoepassing enJeugdbescherming heeft daar de nadruk op gelegd in een advies op detypering van de landenanalyse. Kinderen met special needs kunnen in dielanden in onvoldoende mate in een gezin worden opgevangen, zo blijkt,terwijl we in Nederland daar wel de mogelijkheid voor hebben.Voorzitter. Ik kijk naar het kopje interlandelijke adoptie, het eersteonderwerp. Naar mijn idee heb ik alle vragen beantwoord.Voorzitter: EllianDe heer Van Nispen (SP):Ik heb toch nog wel een vraag aan de Minister. Uit een reconstructie vanhet Nederlands Dagblad bleek eerder dat de Minister een conceptbrief aande Kamer klaar had liggen, waarin stond dat gestopt zou worden metinterlandelijke adoptie binnen een termijn van vijf jaar. Maar achter deschermen is dat destijds door bepaalde coalitiepartijen uit het hoofd vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9721 de Minister gepraat. Dat heeft de Minister ook toegegeven, want deMinister schrijft in antwoord op Kamervragen: «Hoewel ik eerst hetvoornemen had om een termijn van vijf jaar te verbinden aan hetdefinitief stopzetten van interlandelijke adopties, heb ik deze termijnuiteindelijk losgelaten». De Minister zegt dat ook en dat is eigenlijk eenbeetje in lijn met het standpunt dat de Minister net verwoordde, namelijkdat interlandelijke adoptie in de ogen van dit kabinet uiteindelijk geenduurzame oplossing is. Ik kan het verhaal goed volgen, maar de termijn iswel losgelaten. Wanneer denkt de Minister dat interlandelijke adoptie danniet meer nodig zal zijn of niet meer houdbaar is, in de termen van deMinister? De termijn van vijf jaar zit er niet meer op, maar wanneer zalinterlandelijke adoptie volgens de Minister dan wel kunnen stoppen?Minister Weerwind:Allereerst wordt even teruggeblikt op wat er allemaal in mijn hoofd zit enwat er allemaal besproken is met mijn ambtenaren. Ik ben hier niet overéén nacht ijs gegaan. Ik vond dit buitengewoon complex. Ik vond het ookeen ethisch vraagstuk: hoe gaan we hiermee om? Daar wilde ik zorgvuldigin opereren. Dus ja, ik heb mijn ambtenaren gek gemaakt in de periodedat ik met de beleidsvorming bezig was. Ik ging van links naar rechts en ikheb er echt een paar nachten over wakker gelegen, zeker nadat ik enkelegeadopteerden had gesproken. Maar ik vind dat een bestuurder ookkeuzes moet maken en ergens voor moet staan. Dat moet hij voorleggenaan de Kamer en dan bespreekbaar maken. Zo heb ik gehandeld. In dehandeling heb ik inderdaad gedacht: kan ik dit in de tijd plaatsen, ja ofnee? Naarmate ik veel meer kennis en kunde kreeg over dit enormmoeilijke vraagstuk, ben ik erachter gekomen dat ik dit niet in tijd kanplaatsen. U hoorde mij net niet alleen spreken over Europese landen. Wehalen ook adoptiekinderen uit Zuid-Afrika, Thailand et cetera. U kent deandere landen. Ik kan niet meteen zeggen dat dat nog vijf, tien of vijftienjaar gaat duren. Ik kan er geen termijn aan plakken. Op het moment dat ikdat doe, ben ik met fabeltjes in de tijd bezig en dat doe ik niet. Wat ik weldoe, is continu heel scherp kijken wat we doen, hoe we dat doen, of wedat goed doen en ook of het anders kan. Ik noemde net bewust hetsubsidiariteitsbeginsel, omdat dat zo van belang is in het discours dat wenu voeren.De heer Van Nispen (SP):Dan heb ik toch nog een vervolgvraag. De Minister ontkent namelijk nietdat er een conceptbrief lag, een advies van de ambtenaren aan deMinister, waarin stond dat er met interlandelijke adoptie gestopt zouworden binnen een termijn van vijf jaar. Dat is ook toegegeven inantwoord op Kamervragen. De Minister zegt nu dat hij die termijn niet zoverstandig vond, maar hij zegt wel: interlandelijke adoptie zal op termijntoch moeten stoppen, want die is niet houdbaar en is geen duurzameoplossing. Ik vind het niet heel raar dat ik er dan benieuwd naar ben – enik denk met mij meerderen hier – hoelang dat nog gaat duren en watervoor nodig is. Ik heb er ook nog wel begrip voor dat de Minister geentermijn kan noemen en niet kan zeggen dat het vijf of zes jaar is. Maar watwordt er nou aan gedaan om ervoor te zorgen dat landen geholpenworden met het opbouwen van jeugdzorg, jeugdbescherming enpassende opvang in dat land? Ik wil toch enig perspectief krijgen. Wat isdaar nou voor nodig? Hoelang gaat dit nog door? Is het logisch om nu eenheel nieuw stelsel op te bouwen? Dat is eigenlijk ook de vraag die gesteldmoet worden. Ik vind dat heel ingewikkeld, als er geen duurzameoplossing is en er op termijn gestopt gaat worden.Minister Weerwind:Ik ben u dankbaar dat u het mij niet kwalijk neemt dat ik geen glazen bolheb. Ik heb die niet, net zoals u. Daarom noemde ik geen tijd of termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9722 Waar je over spreekt, is de vraag hoe deze landen een jeugdbescher-mingsstelsel kunnen opbouwen waarmee ze kinderen goed kunnenopvangen in het land, ook kinderen met special needs. U hoorde mijpraten over de adoptielanden en u hoorde mij ook de verschillen noemendie daar zijn. We spraken ook over Europese landen, waar ook verschillenzijn. Als ik het kind centraal stel, wat ik doe, dan betekent dat ook dat ikcontinu kijk: kan ik het kind met al dan niet special needs in Nederland eentoekomst bieden? Als je tegelijkertijd erop inzet om landen te laten lerenvan Nederland, van hoe wij daarmee omgaan, dan kan dat op termijnertoe leiden dat zo’n kind met special needs in het land van herkomst zelfkan worden opgevangen. Kan ik dat in de tijd plaatsen? Neen, dat kan ikniet, maar ik wil wel een vinger aan de pols houden om te kijken hoe wedit doen. Dat zijn de uitwisselingen die we steeds doen. Het is niet alleende portefeuille Justitie en Veiligheid. We praten dan ook over de porte-feuille Volksgezondheid en de portefeuille Onderwijs. We kijken daar veelbreder naar. Dat is mijn reactie op de vraag, meneer de voorzitter.Voorzitter: Van NispenMinister Weerwind:Ik continueer. Tot zover het interlandelijke adoptiesysteem.Voorzitter. Ik ga naar scheiden en alimentatie. We zien dat kinderen heelvaak de dupe worden van complexe scheidingen. Dat blijkt ook uit hethoge aandeel kinderen van gescheiden ouders in de jeugdbescherming.Er zijn kinderen die zelfs helemaal geen contact meer hebben met een vanhun ouders. In de afgelopen jaren, vóór mijn tijd, is mede in navolgingvan het programma Scheiden zonder Schade veel specifieke deskun-digheid en ondersteuning ontwikkeld. Ik noem de scheidingswerkwijzewaarbij gezinnen in scheiding worden geholpen door gezinsvertegen-woordigers en, als dat nodig is, een scheidingsadviesteam. Er zijn ookandere initiatieven in het land. Die bieden inzicht en handvatten omescalatie bij scheidingsproblematiek te voorkomen, waar mogelijk tevoorkomen. Met collega Staatssecretaris Van Ooijen zet ik mij juist in omregie te voeren op het vervolg hiervan, zoals ik eerder ook op verzoek vande leden van de ChristenUnie en de SGP heb toegezegd.Hoe doe ik dat? Eén. Ik doe dat door ontwikkelde kennis en deskundigheidbreder in het land aan te reiken onder ouders en professionals, heelconcreet samen met betrokken partijen zoals de gemeenten, de Raad voorde Kinderbescherming, Villa Pinedo en het Nederlands Jeugdinstituut. Wijdoen dit alles met als doel om ondersteuning en hulp dichtbij te bieden,zodat gezinnen in scheiding eerder en beter worden geholpen.Twee. Ik doe dat door mogelijkheden om juridische procedures nogkindvriendelijker te doorlopen in beeld te brengen. Daar zoek ik continunaar, samen met de rechtspraak, de advocatuur en ook weer de Raad voorde Kinderbescherming en Villa Pinedo. Dat doen we allemaal in eenprojectgroep. Kijk, ik besef maar al te goed dat er altijd ouders zullen zijndie er niet uit komen met elkaar, ondanks alle ondersteuning. Zij slaan dejuridische weg in, al dan niet met het verzoek aan de rechter om eensanctie op te leggen aan de andere ouder die de omgangsafspraken nietnaleeft. Nu heb ik ook het WODC-rapport in handen. Het WODC deedonderzoek naar hoe effectief rechtelijke instrumenten zijn. Dat zegt mij dathet meestal niet in het belang van het kind is als de omgang met beideouders wordt afgedwongen door middel van sancties. Je moet dandenken aan dwangsommen en boetes, maar ook aan traumatischegevolgen vanwege inzet van de politie. Ik heb met kinderen gesproken diedoor de politie worden gehaald. Ik zie het als mijn taak om goed tebekijken in welke gevallen het belang van het kind is dat de rechteringrijpt. U vraagt mij om maatwerk, ook om de negatieve impact vanjuridische procedures op kinderen beperkt te houden. Ieder kind heeft tenminste recht om op een goede manier betrokken te worden bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9723 scheiding van zijn of haar ouders, wat hoe dan ook een impactvollegebeurtenis is in het leven van een kind.Dan kom ik bij de beantwoording van de vragen, voorzitter, na dezeinleidende woorden. De eerste vraag gaat over het introduceren vanscheiding bij gemeenten. Mag ik het «flitsscheiding» noemen? Die is in2009 afgeschaft. Naar aanleiding van de vraag van de heer Sneller heb ikgezocht naar de argumentatie daarvoor. Destijds had men het idee dat eronvoldoende oog bestond voor de belangen van beide partijen. Gesteldwerd dat de rol van de rechter voor het waarborgen van de gelijkwaar-digheid van partijen van groot belang is. Een aantal jaren daarna heeft bijde Kamer het wetsvoorstel Echtscheiding zonder rechter voorgelegen. Ikpraat dan over de periode 2014–2015. Dat voorstel is door het kabinet-Rutte III kort na de regeringsverklaring ingetrokken. Waarom dieintrekking? Die volgde op kritische adviezen uit de rechtspraktijk enkritische vragen uit uw Kamer.Voorzitter. Ik wil graag onderzoeken welke voor- en nadelen de wijze vanbeëindiging van het geregistreerd partnerschap zou hebben voorgehuwde paren die willen scheiden, ook vanuit het perspectief van degemeenten. Als we dat onderzoek hebben, kan de discussie over deinvoering van een gemeentelijke echtscheiding op de inhoud wordengevoerd, met facts and figures. Zo wil ik hiermee omgaan.Dan de Gezinsadvocaat.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Dit is eigenlijk meer een vraag, voorzitter, want dit was niet eenonderwerp dat ik naar voren heb gebracht. Ik meen mij vanuit mijn eigenjuridische ervaring te herinneren dat die flitsscheiding – om het maar evenzo te noemen – mede is beëindigd vanwege het feit dat die in hetbuitenland niet erkend werd. Ik zeg dit, omdat we dadelijk van alles gaanuitzoeken. Het kan dan zijn dat we zeggen: we laten het zoals het is. Hetkan ook zijn dat we zeggen: wil de Minister het meenemen in hetonderzoek dat hij dan gaat doen?Minister Weerwind:Eerlijkheid gebiedt mij u te vertellen dat ik daarvan niet op de hoogte was,maar ik neem dit punt meteen mee in het onderzoek.Dan mevrouw Helder ...De voorzitter:Als we dan toch bezig zijn, is er ook een interruptie van de heer Sneller.Wat moet er nog meer in het onderzoek?De heer Sneller (D66):Omdat het niet per se een pleidooi was om terug te gaan naar het oude,waar inderdaad ook wat haken en ogen en gekke tussenstappen in zaten.Volgens mij heeft de voorzitter ook iets van een deadline nodig om het tenoteren als toezegging, dus ik wil vragen of die aan dat onderzoek kanworden gehangen.De voorzitter:Dat is een terecht punt.Minister Weerwind:Daar kom ik op terug in de tweede termijn. Ik wil mijn ambtenaren nietover de clinch jagen. Het moet wel haalbaar en uitvoerbaar zijn.De Gezinsadvocaat werd «verbluffend» genoemd. Enkelen van u wetendat tijdens de pilotfase van het programma stelselvernieuwing rechtsbij-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9724 stand geëxperimenteerd is met de aanpak van de Gezinsadvocaat. Ikherinner mij dat ik in Tilburg met hen heb gesproken. Het was inderdaad –u gebruikte de terminologie «verbluffend» – fantastisch, vond ik zelf. HetWODC verricht momenteel een overkoepelende analyse naar de pilots.Die vallen allemaal onder de vlag van de stelselvernieuwing rechtsbij-stand. Ik verwacht rond de zomer – dat kan voor of na de zomer zijn – hetrapport. Nogmaals, ik zie het succes, maar ik wil wel de evaluatieafwachten en dan pas conclusies trekken. Anders loop ik vooruit op demuziek. Dan ga ik uit van mijn eigen waarneming en die is vrij subjectief.Termijnen voor het nemen van een beslissing door de rechter worden inhet familierecht niet gehaald. De vraag was of ik dat beeld herken. Ja, ishet antwoord op die vraag van de heer Sneller. Ik weet dat de rechtspraakintensief bezig is met het terugdringen van de doorlooptijden van alleprocedures. Daar hebben we ook intensief over gesproken in anderedebatten. Dat geldt ook nadrukkelijk voor de procedures binnen hetfamilierecht. De extra middelen uit het regeerakkoord worden dan ookingezet om capaciteit aan te vullen, werkdruk weg te nemen en voorradenweg te werken. Dan heb ik het ook over het programma Tijdige recht-spraak. Daarin wil de rechtspraak de doorlooptijden structureel in allerechtsgebieden terugdringen. Voorzitter, u kunt dit noteren als eentoezegging, maar het is eigenlijk meer iets wat ik gewoon doe: ik ga ditpunt ook weer nadrukkelijk onder de aandacht brengen van de recht-spraak, gelet op de vragen.Ik heb een x-aantal vragen over moties gekregen. Wat heb ik gedaan metde motie van de heer Van Nispen? Ik heb u net aangegeven hoe ik erin sta,over sancties en boetes en met politie-inzet acteren. In mijn beleidsreactieop het WODC-rapport, na inzet van rechterlijke instrumenten bij omgangs-problemen, heb ik u ook over deze moties geïnformeerd. Ik heb u netaangegeven hoe ik daarnaar kijk. Wat doe ik wel? Ouders hebben eeneigen verantwoordelijkheid in het naleven van omgangsafspraken, vind ik.Stel ze lopen vast en het gebeurt, dan is het juist zaak om ze te helpen metspecialistische deskundigheid. Dat wil je dan zo vroeg mogelijk in hetscheidingsproces doen. Hoe doe ik dat? Heel concreet, met de inzet vaneen scheidingsadviesteam. Dat is voortgekomen uit Scheiden zonderSchade. Dat wordt ook wetenschappelijk onderzocht tot medio 2025 in deregio Haaglanden. Het gaat erom die gezinnen te begeleiden waarbijomgangsproblemen of dreigend contactverlies speelt. Je wil ze daarbijhelpen, escalatie voorkomen en een gesprek om de dialoog tussen oudersmogelijk te maken en dan echt te komen tot duurzame afspraken over deomgang met de kinderen. Zo ben ik met uw moties omgegaan.Er zijn wat vragen gesteld over alimentatie en bescherming en bewindvan het vermogen van minderjarigen. Het wetsvoorstel is in voorbe-reiding. Ik neem daarin ook de aanbevelingen uit het WODC-onderzoekmee. Het streven is om het wetsvoorstel in het derde kwartaal inconsultatie te brengen.Dan werd er een vraag gesteld over het Verdrag van Istanbul. Ik laat doorde Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming onderzoekenin hoeverre er voldoende aandacht is voor de veiligheidsrisico’s in hetfamilie- en jeugdrecht. Het advies volgt in het najaar van 2024. Weverwachten dat het dan wordt opgeleverd. Dan pas kunnen we bezien ófen welke maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de rechterrekening houdt met signalen van huiselijk geweld in gezags- en omgangs-zaken, zoals ook is verzocht in de motie van de leden Temmink en Mutluerin het kader van de opvolging van het GREVIO-comité, het toezichts-orgaan op de naleving van het Verdrag van Istanbul.Voorzitter. Voor mij was dit het kopje scheiden en alimentatie.Ik ga naar het meerouderschap. Ik zei al in mijn inleidende woorden datonze Nederlandse samenleving een diversiteit aan gezinsvormen kent. Inwelke gezinsvorm een kind ook opgroeit, ieder kind verdient gelijkebescherming. Er zijn kinderen die opgroeien met meer dan twee ouders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9725 Deze meeroudersituaties kunnen vanaf de geboorte van het kind al zobestaan. Ze kunnen ook later ontstaan, na een scheiding of bij pleegzorg.Hoewel meerouders feitelijk allemaal een ouderrol vervullen, worden zeniet allemaal voor de wet als ouder erkend; ik heb het debat tussen NSCen D66 gevolgd. Ook mogen meerouders niet allemaal formele beslis-singen nemen over het kind. Ik denk aan medische noodsituaties, maarbijvoorbeeld ook aan reizen naar het buitenland. Het zorgt voor onduide-lijkheid, onzekerheid en praktische problemen, zoals bij de opvoeding vanhet kind. Dat hebben we geleerd van de focusgroepen die vorig jaar zijngeorganiseerd; ze werden net al genoemd.Het wettelijk mogelijk maken van meerouderschap en meerpersoons-gezag voor maximaal vier ouders is – dat is mijn opvatting – een stapvooruit voor kinderen die opgroeien in een meeroudersituatie. Eeninterdepartementale werkgroep – het betreft veel meer dan alleen maarJustitie en Veiligheid – werkt daarom aan de voorbereiding van eenwettelijke regeling hierover. Ik heb uw Kamer vorig jaar geïnformeerdover het plan en de planning. In die brief heb ik aangekondigd een aantalzaken nader te onderzoeken, waaronder hoe het belang van het kind hetbeste kan worden geborgd in een regeling. Hiervoor werkt de Raad voorStrafrechtstoepassing en Jeugdbescherming momenteel aan een advies,dat rond de zomer wordt verwacht. Het volledig gelijkstellen van vierouders is een omvangrijke operatie waarbij op verschillende beleids-terreinen keuzes moeten worden gemaakt. Ik besef dat betrokkenen in eenmeeroudersituatie al lang wachten op een regeling, maar in het belangvan het kind en vanwege de wens om de regeling zo eenvoudig enuitvoerbaar mogelijk te maken, kies ik voor een zorgvuldig proces. Dankan er op basis van een zo compleet mogelijk plaatje een afweginggemaakt worden ten aanzien van de regeling. U gaat over de vraag of dieer wel of niet moet komen.Ik verwacht alle onderzoeksresultaten met uitgewerkte beleidsopties eneen inhoudelijke afweging begin 2025 integraal aan uw Kamer te kunnenaanbieden. Ik weet dat er op dit onderwerp een vraag was gesteld doorD66. De heer Sneller vroeg mij: kun je alvast het advies van de RSJ en hetWODC met de Kamer delen als de resultaten bekend zijn? Dat kan ikdesgewenst doen. Ik heb die vraag en dat verzoek gehoord. Van mij ofmijn ambtsopvolger kunt u pas een inhoudelijke reactie verwachten bij degenoemde integrale aanbieding. Dan praat ik toch over begin 2025.Hiermee heb ik die vraag ook beantwoord.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Ik heb op dit punt nog een vraag aan de Minister. Hij gaat er wel heelmakkelijk overheen als hij zegt dat we naar maximaal vier ouders gaan.Realiseert de Minister zich wel hoe complicerend dat werkt, ook voor hetkind, als er op alle belangrijke punten in zijn opvoeding en bij alles wat erop zijn pad komt vier ouders gaan meebeslissen? Ook kan een gezin weeruit elkaar gaan. Dan kan er sprake zijn van stiefouderschap. Ga je danontouderen? Ik vraag de Minister om, als je dit pad wilt gaan bewandelen,alsjeblieft ook echt de belangen van het kind voorop te stellen en inogenschouw te nemen dat er met eenvoudigheid, simpelheid enduidelijkheid ook een kind gemoeid is.Minister Weerwind:Precies de argumenten die mevrouw Van Vroonhoven gebruikt, gebruikteik omdat je uit moet gaan van de huidige Nederlandse samenleving, dieheel andere gezinsvormen kent. Je moet je afvragen hoe we dat juridischnou eens een keer goed gaan regelen. Het kan zelfs gaan om een erfenis.Als een kind met vier ouders te maken heeft omdat het in een dergelijkgezin geboren is, is de vraag wat dat voor dat kind betekent. U hoorde mijnet zeggen: ik stel het belang van het kind centraal. Mijn argumentenwerken de andere kant op. Tenslotte gaat uw Kamer over wet- enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9726 regelgeving. Laat ik dat helder stellen. Maar ik ben wel degelijk beleids-vormend bezig. Ik denk dat het eenvoudiger werkt, helderder werkt en ookpast bij de tijd van nu en bij wat we nu aantreffen. We kunnen daarovervan mening verschillen. Ik heb net in het debat met de heer Snellergemerkt dat uw gedachtegang daarover anders is. Dat heb ik te respec-teren, in de dialoog. Maar ik geef u even aan dat ik ook kijk naar dewerkelijkheid van nu. Ik tracht daarnaar te kijken. Tenslotte beslist uwKamer in een goed debat, aan de hand van feiten, hoe u hiermee omgaaten welke keuzes u maakt.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Nog heel even terug naar het ontouderen. Hoe ziet u dat dan voor zich?Minister Weerwind:Daar heeft u een verdraaid goed punt. Ik ga daarvoor terug naar despecialisten om te vragen hoe we daarmee om moeten gaan, wat hetbetekent en hoe je ervoor zorgt dat het kind weer centraal staat. Wehebben dan niet met een echtscheiding te maken, want de ouder houdthet ouderlijk gezag. Dat moet ook. We hebben net gesproken over deomgangsproblemen. Maar hoe wij en ouders dit kunnen regelen en hoede samenleving hiermee kan omgaan, is echt een aandachtspunt. Ik hebgeen antwoord op die vraag. Ik vind dat we het moeten meenemen en hetmet de focusgroepen heel goed in kaart moeten brengen. Vandaar dat ikblij ben met deze kritische kanttekening van uw kant.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Mag ik heel even vragen wat de bedoeling is?De voorzitter:Dat mag. Daartoe geef ik u dan het woord. Dat is dan wel uw tweedeinterruptie.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Nee, dat is niet de bedoeling. Dan maakt het niet uit. Ik wilde alleen maarvragen waar we heen gingen.Minister Weerwind:Naar mijn idee heb ik antwoord op die vraag gegeven. In 2025 kom ik meteen integraal advies. Het is dan aan de Kamer. Aan de hand van facts andfigures gaan we dan het debat en het goede gesprek aan.Volgens mij was dit het kopje meerouderschap, voorzitter. Een heel anderonderwerp is internationale kinderontvoeringen en gezag. Het afgelopenjaar hebben verschillende internationale kinderontvoeringen het nieuwsgehaald. Dat zijn aangrijpende verhalen; daar kunnen we kort over zijn. Bijal deze verhalen geldt – ik heb het vaker gezegd in debatten met de heerVan Nispen en de heer Ellian – dat elke ontvoering er één te veel is. Ik wildat deze situaties niet voorkomen. Vrij recent heb ik met een ouder uit hetoosten van het land aan tafel gezeten; laat ik het zo even formulerenvanwege de privacy, die ik respecteer. Hij nam me mee in wat voor leedhet voor hem betekende, maar ook voor zijn kinderen.Er werd mij ook een heel concrete vraag gesteld wat ik doe als zo’nsituatie speelt. Ik spreek mijn Poolse ambtsgenoot over diverse onder-werpen. Wetend dat er internationale kinderontvoeringen plaatsvindenvan Nederland naar Polen, benoem ik dat onderwerp dan, en vraag ik ookom er oog voor te hebben. Terecht wijst mijn collega erop dat er nu eentrias politica is in Polen, met een scheiding van machten, maar ik zeg weleven heel nadrukkelijk dat dit echt een zorgpunt is in ons land. Ik benoemdat dus. Ik ga daar niet aan voorbij. Ik vind dat van belang. Collega’s uitlanden die geen internationale verdragen hebben gesloten, spreken we erop diplomatiek gebied ook op aan. Het gaat dan om landen als India. MijnTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9727 collega van Buitenlandse Zaken doet dat, net als de collega’s van deNederlandse ambassades in de betreffende landen, omdat we dit eenernstige situatie vinden.Voorzitter. Ik geef de complexiteit aan. Het afgelopen jaar hebben weingezet op een verbetering van de ondersteuning van ouders in Nederlanden het buitenland. Alle ketenpartners doen hun best om internationalekinderontvoeringen te voorkomen. Het gaat om de uitwisseling van kennisen ervaring. U weet dat ik graag tegen de wetenschap aanleun, om echtnieuwe inzichten te krijgen. Dat is ook de reden waarom ik gestart benmet de oprichting van een gespecialiseerde academische leerstoel gerichtop internationale kinderontvoeringen. Dat hebben we aangekondigd in deIKO-lezing van 11 december 2023. In de voortgangsbrief van diezelfdedatum heb ik uw Kamer geïnformeerd over verdere ontwikkelingen en deinzet op dit dossier.Ik ga nu in op de vragen. Ik heb Polen net genoemd. Er werd mij ookgevraagd wat het escalatieprotocol is. Ik gaf net aan hoe ik met mijnPoolse ambtsgenoot heb kennisgemaakt, maar ik kijk ook naar deNederlandse Centrale autoriteit, die het bilaterale contact met Polenonderhoudt en ook vraagt om naleving van het verdrag. In antwoord opKamervragen van 16 maart 2023 over de kinderontvoeringen naar Polenheb ik u reeds geïnformeerd dat Nederland zich in december 2022 heeftgevoegd in een zaak voor het Europese Hof van Justitie, waarin door eenPoolse rechter een prejudiciële vraag gesteld is over strijdigheid tussenPoolse wetgeving en Europese regelgeving op het gebied van interna-tionale kinderontvoering. Het Hof heeft deze prejudiciële vraag beves-tigend beantwoord. Kortom, we zitten erbovenop: juridisch, diplomatiek,in rechtstreekse contacten.Dan de vraag over het OM van mevrouw Helder: hoe vaak vervolgt hetOpenbaar Ministerie ouders voor het onttrekken van kinderen aan hetouderlijk gezag? Ik heb geen antwoord op uw vraag. We hebben hetOpenbaar Ministerie wel gevraagd om deze data beschikbaar te stellen. Ikwil rond de zomer schriftelijk bij u op terugkomen op de beantwoording.Dat is een toezegging.De heer Ellian (VVD):Volgens mij was ik degene die die vraag had gesteld, maar het kan ookmeneer Van Nispen zijn geweest aan wie de Minister refereerde. Maar datdoet er niet toe. Het is fijn dat de Minister bij zijn Poolse ambtgenootonder de aandacht heeft gebracht dat het verdrag moet wordennageleefd, maar ik zit met het volgende, net als enkele collega’s hiervandaag aanwezig, denk ik. Als je een verdrag met elkaar sluit, is hetuitgangspunt dat deelnemende landen zich ook houden aan wat er in datverdrag staat. Dat is één. Twee zijn de Europese aanhoudingsbevelen. Datpunt speelt in het geval van Polen nadrukkelijk, niet alleen in Nederlandsecasuïstiek maar ook in Belgische casuïstiek. Die Europese aanhoudingsbe-velen worden gewoon terzijde geschoven. Ik ben dus benieuwd wat danhet antwoord is van de Poolse ambtgenoot. Is de realiteit dan dat OnzeMinister daarnaartoe gaat en de andere Minister aanspreekt? Wat zegt hijdan? En berusten wij dan in het feit dat zulke belangrijke afsprakengewoon maar niet worden nageleefd, waarvan uiteindelijk de kinderen dedupe zijn?Minister Weerwind:Mij moet van het hart dat het woord «berusten» niet bij mij past. Dat hebik zonet al aangegeven in mijn inleidende woorden. Daarom spreek ikmijn Poolse ambtgenoot er ook op aan. Ik respecteer ook dat hij zegt: wijhebben hier een onafhankelijke instantie die dit moet uitvoeren enoppakken. Maar ik geef hem wel aan dat dit speelt. Ik geef ook aan hoe ikop die deur blijf kloppen door de verschillende andere ingangen tebenutten. Dus berusten? Nee, Nederland berust daar niet in. Ik geloof datTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9728 mevrouw Helder terecht zei dat de meeste kinderontvoeringen naar deomliggende landen gaan. Zij noemde België, Duitsland en Polen. En juistbij die landen kloppen we hard aan de deur en zeggen we: je bent eenEuropees land; wat gebeurt hier? Natuurlijk kijk ik ook naar mijzelf,bijvoorbeeld als het gaat om kinderen die ontvoerd worden uit België endie naar Nederland komen. Daarvan wilde ik ook weten: en wat doen wij?We kunnen namelijk wel naar het buitenland kijken, maar zijn wij het bestejongetje of meisje van de klas? Schijnbaar wel, want we acteren en wehebben een rechtsgang die dit oppakt. Tegelijkertijd probeer ik mijncollega’s aan te spreken als de centrale autoriteiten elkaar allemaalontmoeten, zodat we die kennis uitwisselen, willen leren van elkaar enelkaar aanspreken. Ik wil daarbij niet alleen het vriendelijke verhaalvertellen maar ook het harde en duidelijke verhaal. Het gaat over kinderenen hun toekomst.Mag ik door, voorzitter?De heer Ellian (VVD):Nee, want de voorzitter heeft zelf een vraag.De voorzitter:Nee, ik dacht alleen ... Dan gaan we naar mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Ik heb eigenlijk geen vraag, voorzitter. Ik dank de Minister voor detoezegging. In het kader van de efficiëntie, omdat ik de motie al klaar hadliggen, wil ik graag het verzoek uit de motie voorlezen. Het dictum van diemotie was om in kaart te brengen hoeveel aangiftes tegen kinderont-voering worden onderzocht en worden vervolgd – dat is het OpenbaarMinisterie – en in hoeveel gevallen daarvan een straf ten uitvoer wordtgebracht. Zou dat erin kunnen worden meegenomen? Dan hoef ik diemotie niet in te dienen, want die zou zo luiden.De voorzitter:Dat is op zich een efficiënte manier.Minister Weerwind:Ik krijg de tekst van mevrouw Helder en dan ga ik daar verder mee aan deslag. Dan kunt u dat ook beschouwen als een toezegging.De voorzitter:Dan noteren we dat als toezegging. Dank.Minister Weerwind:Voorzitter, ik heb gezegd «rond de zomer», hè. Dit is namelijk een flinkeklus en ik ben wel afhankelijk van het OM, dat ook mee moet bewegen.Als het OM dat niet doet, zal ik daar kond van doen in deze Kamer.De voorzitter:Ja, dan horen we dat van de Minister. Mevrouw Helder accepteert dat ook,hoor ik.Mevrouw Vondeling (PVV):Het is mij niet helemaal duidelijk. Bent u nu klaar met het onderwerpkinderontvoering?Minister Weerwind:Neen.Mevrouw Vondeling (PVV):Oké, dan wacht ik nog even.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9729 Minister Weerwind:Nee, u had nog een vraag gesteld. U nam mij mee naar India, mevrouwVondeling. Daar ga ik direct op in. Ik ga nooit in op individuele zaken,maar ik wil wel één ding over India zeggen. Het land India is nietaangesloten bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Wat daar speelt,heeft nadrukkelijk onze aandacht. We wijzen onder andere op het belangvan de uitvoering van het bevel van de Indiase rechter om het contact teherstellen in een casus die daar op dit moment speelt. De zaak is in Indiaonder de rechter en die moet duidelijk een uitspraak doen in eenopenstaande rechtszaak. Ik heb als Nederland geen invloed op derechtsgang in India. U vraagt van mij een resultaatsverplichting en die kanik u niet geven. Wat ik u wel geef, is een continue inspanningsverplichtingin dezen. We spreken over een niet-verdragsland als India. We kiezendaarin ook voor de diplomatieke route. Die zetten we heel nadrukkelijk in.Ik kan daarover uitweiden, maar dat kost heel veel tijd. Als we moetenconstateren en concluderen dat de resultaten gering zijn, weet ik dat er inseptember 2024 in Malta een conferentie wordt georganiseerd waar ookniet-verdragslanden aan deelnemen, met als doel om tot een dialoog ensamenwerking te komen tussen verdragslanden en niet-verdragslandenover het onderwerp internationale kinderontvoering. Nederland neemtdeel aan die conferentie en verzoekt India om ook aan die conferentie deelte nemen, juist om de dialoog te openen. Dat zijn de acties die weondernemen. We berusten niet, maar laten daar waar we kunnen duidelijkweten: dit zou anders moeten en dit willen we anders.Mevrouw Vondeling (PVV):Ik vind het toch een beetje magertjes. Het is mij niet helemaal duidelijkwat u nu precies heeft gedaan om haar terug te kunnen krijgen. U heefthet over diplomatieke contacten et cetera, maar wat heeft u al gedaan enwat gaat u nog doen? Ik snap dat India niet aangesloten is bij het verdrag.Dat maakt het natuurlijk lastig, maar er moet toch wel iets van eenmogelijkheid zijn om druk uit te oefenen?Minister Weerwind:In gesprekken en tijdens bezoeken die bewindspersonen aan India doen,wordt dit nadrukkelijk onder de aandacht gebracht en besproken. Omdathet een niet-verdragsland is, vragen we India om naar de conferentie metniet-verdragslanden te komen die ik zonet noemde, zodat we elkaarkunnen ontmoeten over dit onderwerp en elkaar kunnen aanspreken. Uwilt resultaten maar ik kan u, nogmaals, geen resultaten geven. Wespannen ons wel voor honderd procent in. Dat probeer ik over te brengen.Dan kom ik bij een andere vraag van mevrouw Vondeling. Zij vroeg mijom te komen met een geanonimiseerd overzicht. In eerste aanleg dacht ikmeteen: dit wil ik bespreken met mijn collega van Buitenlandse Zaken. Ikhou er namelijk van om aan de hand van feiten met elkaar te discussiërenen niet aan de hand van aannames. Ik besef dat het niet om een heelgroot aantal zaken gaat. De zaken zijn dus heel makkelijk herleidbaar toteen individuele zaak en ik moet ook privacybeginselen in acht nemen.Maar het verzoek om een geanonimiseerd overzicht van onze inspan-ningen op kinderontvoeringszaken aan de Kamer te sturen, wil iknadrukkelijk in onderzoek nemen. Ik zal met mijn collega kijken of ik datkan realiseren. Dat is de enige, voorzichtige, toezegging die ik in uwrichting kan doen.Wij gaan door, meneer Van Nispen. U heeft mij ook een x-aantal vragengesteld. Op de vragen die gesteld zijn over de motie over het beterbijstaan van slachtoffers en het aanspreken van verdragslanden, ben ikzonet in het debat ingegaan. In december jongstleden heb ik de Kamerook per brief geïnformeerd over diverse acties die naar aanleiding van demotie-Van Nispen in gang zijn gezet. Zo is er bijvoorbeeld de Centraleautoriteit, die meer de nadruk legt op directe en heldere informatiever-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9730 strekking voor achtergebleven ouders. We hebben de informatievoor-ziening op de website van de rijksoverheid doorgelicht en op onderdelenook aangepast. We hebben de mogelijkheid gerealiseerd en gestart vaneen fysiek intakegesprek. We hebben een hand-out gemaakt. Ook deelt deCentrale autoriteit daarbij intern landenspecifieke informatie. Voorts wordtnadrukkelijk ingezet op een betere informatie-uitwisseling tussen deCentrale autoriteit en het Centrum Internationale Kinderontvoering.U hoort mij spreken over een heel complex onderwerp, namelijkkinderontvoeringszaken. We kunnen daar niet vaak genoeg over spreken.U weet dat we landen aanspreken op het naleven van het Haags Kinder-ontvoeringsverdrag, ook met het escalatieprotocol dat in 2023 isopgesteld. Dat maakt heel duidelijk wie wanneer in actie komt en welkewegen we hiervoor kunnen bewandelen. Daar verwijs ik dus nadrukkelijknaar.Dan een volgende vraag. Naar mijn idee kwam die van mevrouw Helder,maar ik zie nu in mijn stukken staan dat die van mevrouw Vondelingkwam. Volgens mij niet, maar goed, dan zal ik mijn eigen aantekeningendaar even op na moeten slaan. De vraag ging over ouders van kinderendie jonger zijn dan 12. Zij zijn wel strafbaar als ze voorbereidingshande-lingen verrichten voor kinderontvoering, maar ouders van kinderen ouderdan 12 zijn dat niet. Artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht werddaarbij genoemd. Ik moet toch bij mevrouw Vondeling zijn. Zij zei dat hetwetboek hierin onderscheid maakt en vroeg mij of daar een oplossingvoor is. Bij kinderontvoering van kinderen onder de 12 wordt de strafmaatverhoogd en daarom zijn ook voorbereidingshandelingen strafbaar. Depraktijk wijst uit dat het grootste deel van de kinderen die naar hetbuitenland ontvoerd worden, onder de 12 is. Daarom zou het verhogenvan de strafmaat voor het gehele artikel ons inziens weinig effect sorteren,ook met het oog op de tijd en de inzet die het kost om wetgeving aan tepassen. Mijn inzet is nu gefocust op het voorkomen van kinderontvoe-ringen. Dit jaar zien we dan weliswaar dat het aantal gedaald is, maar ikga er nooit van uit dat we er al zijn.Mevrouw Vondeling (PVV):Uw inzet is gericht op het voorkomen van kinderontvoeringen, maar danis juist die voorbereiding, denk ik, heel erg van belang. Dan is er natuurlijknog geen sprake van een kinderontvoering, maar van een voorbereiding.Dus als dat strafbaar is, kan dat misschien wel helpen om dan diekinderontvoering van met name oudere kinderen te voorkomen. Wat u nuzegt, snap ik dus niet helemaal.Minister Weerwind:Ik snap uw dilemma. Ik ga hier gewoon even op terugkomen in eenschriftelijke beantwoording. Dat lijkt mij het beste.Voorzitter: EllianDe voorzitter:Dan is er een vraag van de heer Van Nispen.De heer Van Nispen (SP):Er zijn nu enkele toezeggingen op dit thema gedaan. De Minister zal nogmet een brief komen. Ik heb gevraagd wat het ministerie, de Centraleautoriteit of het Centrum Internationale Kinderontvoering nu concreet kanbetekenen voor mensen in Nederland die zich door de Nederlandseoverheid in de steek gelaten voelen, omdat er weinig voor hen gedaanwordt. Het recht wordt door een ander land niet nageleefd. Wat doetNederland dus voor slachtoffers en wat doet Nederland richting anderelanden die het verdrag niet naleven? Er is een motie van de SP, de VVD ende Partij van de Arbeid aangenomen. De Minister doet daar nu verslagTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9731 van, maar met zo’n motie is het natuurlijk niet klaar. Slachtoffers zullenook in de toekomst ondersteund moeten worden. Landen die het verdragniet naleven, zullen ook in de toekomst aangesproken moeten worden. Ikverzoek de Minister om in de toegezegde brief over de internationalekinderontvoering wederom op die motie terug te komen. Welke stappenworden er nu gezet om mensen beter toegang te geven en om hen beterte ondersteunen als hun onrecht wordt aangedaan?Minister Weerwind:Dat gaan we doen.Voorzitter: Van NispenMinister Weerwind:Voorzitter. Volgens mij was dit het kopje internationale kinderontvoe-ringen en gezag.Mevrouw Helder (BBB):Dan vrees ik dat er drie vragen van mij zijn blijven liggen. Ik heb gevraagdof de Minister samen met zijn ambtsgenoot van Defensie zou kunnenbespreken en bekijken of er aan de grens steekproefsgewijs gecontroleerdzou kunnen worden op signalen van kinderontvoering. Ik heb een vraaggesteld over het onlinesysteem dat nu het formulier gaat vervangen. Maarmisschien valt die vraag wel onder het kopje overig. Het betreft eensysteem voor het verlenen van toestemming door de andere ouderwanneer een ouder een kind wil meenemen naar het buitenland. Ik hebgevraagd wanneer het systeem klaar is voor gebruik en of het ook gaatgelden als een ouder een kind wil meenemen naar de buurlanden. Danzijn het immers grensovergangen, en geen luchthavens. Ik heb gezegd datveel kinderen Nederland via onze buurlanden verlaten en dat we dat inEU-verband of in ieder geval met landen die in de Schengenzone zitten,zouden moeten aanpakken. Ik heb gevraagd of de Minister bereid is omvoorbereidingen te treffen, zodat Nederland in Europa het voortouw kannemen om een Europees systeem of een Europese werkwijze tegenkinderontvoeringen op te zetten. Waarvan akte!De voorzitter:Dat is een hele trits aan nog niet beantwoorde vragen van mevrouwHelder. Ik kijk naar de Minister.Minister Weerwind:Dat klopt. Allereerst excuses in de richting van mevrouw Helder, want ikhad ze wel in mijn aantekeningen staan. De antwoorden worden me netaangereikt. Ik heb de gewoonte om eerst te lezen wat er staat en om tezien of ik het ermee eens ben. Ik wil er in de tweede termijn even opterugkomen. Juist dat onlinesysteem op de luchthaven heb ik gezien.Mevrouw Helder vraagt of het ook bij andere grenscontroles kan. Ze pakthet veel breder. Ik vind het van belang dat ik daar even een goed, gedegenantwoord op geef. Dat doe ik dus in tweede termijn.Voorzitter, ik kijk even naar de Kamerleden en naar u. Heb ik nog anderevragen over dit onderwerp laten liggen?De voorzitter:Anders hoort u dat wel in de tweede termijn.Minister Weerwind:Dan gaan we naar de binnenlandse afstand en adoptie. De commissie-DeWinter doet onafhankelijk onderzoek naar de geschiedenis van afstand enadoptie in Nederland, inclusief de rol die de overheid daarbij heeftgespeeld. Ik vind het van maatschappelijk belang dat de onderste steenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9732 boven komt en dat wordt uitgezocht wat er in die periode is gebeurd. Jewilt leren, maar je wilt ook kunnen erkennen. Uit gesprekken metbelanghebbenden blijkt ook dat het essentieel is dat zij hun dossier nu enin de toekomst kunnen inzien. Daarom heb ik ook een project geïnitieerdwaarbij de dossiers zo veel mogelijk op één plek worden gearchiveerd entoegankelijk zijn voor de belanghebbenden. Dat is een pittige, veelomvat-tende klus. Uit de ervaringen met interlandelijke adoptie is gebleken datbelanghebbenden een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning bijhun zoektocht naar achtergrond en identiteit. Voor het versterken van depsychosociale ondersteuning en juridisch advies wordt hiervoor inafstemming met belanghebbenden van binnenlandse afstand en adoptieeen project ingericht om in dat aanbod te kunnen voorzien. Ik wil niet overhen praten, maar mét hen in gesprek zijn en blijven.De heer Ellian vroeg hoe het staat met de toegang tot de afstand- enadoptiedossiers. We praten als departement met zowel publieke alsprivate partijen. We zijn met hen in gesprek om binnenlandse afstand- enadoptiedossiers beter vindbaar en toegankelijk te laten zijn voor geadop-teerden. De Raad voor de Kinderbescherming is, denk ik, goed op weg omal zijn dossiers over te brengen naar het Nationaal Archief. Inmiddels ligtde eerste tranche – 15.000 dossiers tot 1970 – bij het Nationaal Archief.Momenteel wordt een plan gemaakt om de tweede en tevens laatstetranche, van circa 40.000 dossiers, over te brengen. Ik verwacht dat ik inmei/juni nadrukkelijk kan aangeven wanneer dit uiterlijk gerealiseerd kanworden. Daarmee zullen alle overheidsdossiers op het gebied vanbinnenlandse afstand en adoptie zijn overgebracht naar het NationaalArchief.De private instellingen vallen niet onder de directe verantwoordelijkheidvan de rijksoverheid en vallen ook niet onder de reikwijdte van deArchiefwet. Hun medewerking aan het overbrengen van dossiers vindtplaats op basis van vrijwilligheid. Ik kan die juridisch niet afdwingen. Welben ik in gesprek met private partijen zoals Fiom over het overbrengenvan hun dossiers naar het Nationaal Archief. Ik moet concluderen datFiom zich constructief opstelt. Wij zijn gewoon continu goed in gesprekom dit te laten slagen. Het is een flinke exercitie, kan ik u melden.De voorzitter:Ik wilde een vraag stellen in het kader van de toezeggingen. Wij willen ditook zorgvuldig noteren. De Minister zegt: in mei of in juni kan ik meerinformatie geven over wanneer dit gerealiseerd zal zijn. Als ik het goedbegrijp, gaat dat over de 70 archieven van de private partijen die naar hetNationaal Archief zullen moeten worden overgebracht.Minister Weerwind:40.000 dossiers van een publieke partij, van de overheid.De voorzitter:Wilt u uw microfoon gebruiken, Minister? Dan maakt u het precies.Minister Weerwind:Excuus. Ik vertelde dat de eerste tranche dossiers betreffen tot 1970. Datzijn de 15.000 dossiers die al zijn overgebracht. De volgende en laatstetranche – dat zijn circa 40.000 dossiers – verwacht ik in mei/juni.De voorzitter:We krijgen dan in mei of juni te horen wanneer dat naar verwachtinggerealiseerd zal zijn?Minister Weerwind:Daadwerkelijk is gebeurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9733 De voorzitter:Wanneer dat daadwerkelijk is gebeurd. Dan gebruik ik mijn laatsteinterruptie hiervoor. Welke mogelijkheden ziet de Minister om daar meerdruk op te zetten? Het lijkt mij nogal onbevredigend als we hier zeggen «inmei of juni horen we meer», terwijl dit voor mensen ongelofelijkbelangrijk is. Het zijn private partijen, dus de Minister kan dat moeilijkafdwingen, maar omdat dit zo belangrijk is, doe ik toch een beroep op decreativiteit van de Minister, opdat dit wel met spoed gebeurt. Het liefsthebben we dat in mei of juni ook echt gerealiseerd, want als we dan horendat het nog niet zo goed lukt met de private partijen, zou dat uiterstonbevredigend zijn.Minister Weerwind:Voorzitter, u vraagt van mij iets onmogelijks. Ik moet op hun medewerkingkunnen rekenen. Ik heb geen instrumenten om iets af te dwingen. Dat isbelangrijk. Het maatschappelijk debat helpt mij om juist de private partijenduidelijk te laten weten: ga hier zorgvuldig mee om en werk mee. Uhoorde mij net aangeven dat de private partijen daartoe bereid lijken tezijn. Dat is nu de praktijk.Ik sprak over de dossiers die de Raad voor de Kinderbescherming heeft.Dat is publiek. Daar heb ik wel invloed op, en daarover hoorde u mijzeggen dat wij dat in mei/juni gerealiseerd hebben.Maar nu vraagt u mij iets waarop ik geen harde toezegging kan doen. Diekan ik niet waarmaken. Het spreekt voor zich dat ik mij daarvoor inspan,maar ik ga geen harde toezegging doen die ik niet kan waarmaken. Wantdan ga ik iets beloven wat onzin is.Voorzitter, mag ik continueren?De voorzitter:Ja. Gaat u verder.Minister Weerwind:U heeft mij gevraagd naar de verjaring inzake de binnenlandse afstand enadoptie en gerefereerd aan de aangenomen motie. In september 2023 hebik in de schriftelijke reactie toegelicht waarom bij binnenlandse afstandeen beroep moeten kunnen worden gedaan op verjaring. De Nederlandseoverheid wil niet weglopen van haar verantwoordelijkheid voor wat er inhet verleden is gebeurd. Integendeel, daarom laat ik de onafhankelijkecommissie onderzoek doen naar de geschiedenis van binnenlandseafstand en adoptie, inclusief de rol van de overheid daarbij. Ik verwachtvan dit kabinet en van ieder goed landsbestuur dat het bereid is ompassende gevolgen te verbinden aan de uitkomsten van dat onderzoek.Laten we dat onderzoek afwachten en dan hierover met elkaar het debatvoeren.Voorzitter, aan uw gezicht zie ik dat dit ernstig onbevredigend is. Ik begrijpdat, maar tegelijkertijd vraag ik u om eerst te wachten op de feiten enconclusies. En dan kun je het gesprek met elkaar voeren. Tot zoverbinnenlandse afstand en adoptie.Dan ga ik over naar het draagmoederschap. Mevrouw Van Vroonhovendeed een duidelijke uitspraak over de commercie en het draagmoeder-schap en de adoptie, en het zorgvuldig omgaan met een kinderwens. Kijk,dat zorgvuldig omgaan met de kinderwens ... Ik volg eigenlijk de lijn vanhet Kamerlid Van Nispen hierin. Die twee onderwerpen trek ik echt uitelkaar, maar ik begrijp ook wat u zegt over de kinderwens. Hetwetsvoorstel over draagmoederschap wil juist bevorderen dat draagmoe-derschap zorgvuldig plaatsvindt. Het bevat daarom ook een reguleringvan de mogelijke betalingen bij draagmoederschap en strafbepalingenvoor onverantwoorde betalingen bij draagmoederschap. Nu is er níétsgeregeld. En als er niets is geregeld, sluiten wij onze ogen er dan voor dathet kán plaatsvinden en, zo zeg ik, zelfs plaatsvindt? Daar wil je gewoonTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9734 verandering in brengen. Ik ben het ook met u eens dat je wil voorkomendat financiële prikkels een rol spelen in de keuze voor draagmoederschap.En daar komt hij weer: als er een wetsvoorstel ligt, onderbouwd en wel,dan kunnen wij daar met elkaar het debat over voeren. Alle inzet is eropgericht om marktwerking, in welke vorm dan ook, te weren met extrawaarborgen in het nieuwe systeem. Over wat de Kamer extra wil en nietextra wil moeten we van gedachten wisselen. Dit is een buitengewoonprecair onderwerp. Punt.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Absoluut. Ik ben heel blij dat de Minister deze woorden kiest. Ik ben hethelemaal met hem eens dat we hier absoluut geen grijs gebied moetenlaten bestaan. Wat dat betreft is wetgeving een vereiste. Maar in die zinzie ik toch echt wel de parallel met adoptie, en dan gooi ik het niet alleenmaar over de boeg van de kinderwens, want het is een feit dat we met z’nallen willen voorkomen dat hiervoor iets van een markt ontstaat. Ik vraagde Minister daarom heel concreet wanneer hij denkt met wetgeving tekomen. Weet wel dat wij op dit terrein echt zullen tegenhangen. U zegtzelf dat u niet weet of het hele adoptiesysteem iets is wat duurzaam is, endan zouden we dat bij het draagmoederschap eigenlijk helemaal moetendenken. Wij zullen hier dus goed op tegenhangen. Mijn vraag aan u is:wanneer denkt u dat we hierover uitgebreid met elkaar kunnen spreken?Minister Weerwind:De Tweede Kamer heeft mij hierover heel veel schriftelijke vragen gesteld.Die gaan we eerst beantwoorden. Vervolgens kunnen we op gronddaarvan bekijken wanneer ik daarmee zou komen. Ik verwacht echt dat ditaan een volgend, missionair kabinet zal zijn. Dat kan daarmee komen endie in de planning opnemen.Omgang en partnerdoding. De heer Ellian en ik zijn het niet altijd metelkaar eens, maar ik kan goed begrijpen dat het Kamerlid Ellian moeiteheeft met de situatie waarin een vader de moeder heeft gedood endesondanks omgang kan eisen met een kind. Tegelijkertijd – ik benMinister voor Rechtsbescherming – is het recht op contact of omgangtussen kind en ouder een fundamenteel recht van zowel het kind als deouder. Juist om te voorkomen dat kinderen ongewenste druk ervaren omcontact of omgang te hebben met de ouder is op 1 januari 2018 de Wetclausulering recht op contact of omgang na partnerdoding ingevoerd. Diewet bepaalt dat in geval van partnerdoding of vermoedelijke partner-doding de kinderrechter altijd moet beoordelen of contact of omgang inhet belang is van het kind. De kinderrechter doet dit op basis van eenverzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Onderzoekers hebbenop basis van de wetsevaluatie geconstateerd dat bij het handelen van deRaad voor de Kinderbescherming de nadruk op de ontwikkeling van hetkind duidelijk naar voren komt. De wet beoogt primair de positie van hetkind te versterken. Maar ik hecht wel belang aan meer transparantie overde manier waarop hieraan uitvoering wordt gegeven. Dat is de reden datik de Raad voor de Kinderbescherming heb gevraagd om duidelijker temotiveren wanneer van de wet wordt afgeweken. Dat is mijn antwoord opde vraag van de heer Ellian.Voorzitter. De Transgenderwet.De voorzitter:Een interruptie van mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Nou ja, het was iets waar ik zelf over na zat te denken. Ik weet dat hetstrafrechtelijk niet kan, hoor. Zo’n uitspraak kan niet, maar eigenlijk is hetvreemd dat het in het belang van het kind niet zo is dat de ene ouder diede andere ouder doodt, daarmee automatisch het gezag zou verliezen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9735 Dan zou je eigenlijk pas echt vanuit het kind kunnen redeneren, in plaatsvan nu omgekeerd. Maar dat is een exercitie die spontaan in mijnopkwam. Misschien wil ik de Minister meegeven om daar een keer overna te denken, want ik weet dat het nu niet kan. Je kunt niet meteen bijstrafrechtelijk vonnis uit de ouderlijke macht ontzet worden, maar dit iszoiets vreemds. De ene ouder brengt de andere ouder om en het kindmoet eigenlijk zelf weer de juridische gang bewaken.Minister Weerwind:Ik hoor de gedachtegang van mevrouw Helder. Tegelijkertijd is het, denkik, ook weer maatwerk: wat heeft zich in dat gezin voorgedaan, wat heeftzich daar afgespeeld, hoe moeten we het wegen, hoe moeten we daarnaarkijken? Ik vind ’m lastig. Ik vind ’m moeilijk. Ik vind niet dat ik daarover eenabsolute uitspraak kan doen. Ik ben zo blij dat de rechtspraak dan eencompleet dossier wil hebben en dan een oordeel velt. En daar houd ik meaan vast. Voordat mijn woorden verkeerd worden begrepen: laat ikvooropstellen dat ik een pertinent tegenstander ben van het doden vaneen ander mens. U zegt, mevrouw Helder, dat dat heel normaal is, maarsommigen vinden dat de Staat, de overheid, dat zou mogen doen. Insommige landen gebeurt dat. Ik heb daar mijn eigen gedachten over. DeStaat legaliseert dan de doodstraf, het doden van een mens. Dat is mijnopvatting. Ik ben dus uitermate voorzichtig in zo’n discussie. Ik vind dat diteen ethische discussie is die veel doordenken vergt en kost. Maar wezitten in een commissiedebat om ideeën, suggesties en standpunten tehoren.Voorzitter. Ik wil ingaan op de Transgenderwet. Daarmee kom ik bij hetkopje overig. Dit wetsvoorstel is in uw Kamer aanhangig. De Kamer heefthet controversieel verklaard. U kent mijn standpunt, en als dat niet zo is,dan zeg ik volmondig: als Minister sta ik achter dit wetsvoorstel. Naar mijnoordeel is het in het belang van de betrokken transgender personen, maardit is niet meer aan mij als demissionair Minister. Het is aan het nieuwekabinet om te beslissen over de voortzetting van dit voorstel.Voorzitter. Ik ga in op een verkenning naar het fundamenteel herzien vanhet stelsel van erf- en schenkrecht. Ik heb begrip voor de wens omalleenstaanden ook tegen lagere tarieven en hogere vrijstellingen te latenschenken en nalaten, maar een herziening van de tariefstructuur in hetschenk- en erfrecht maakt het systeem, zo zeg ik via u, voorzitter, tegen deheer Sneller, echter niet eenvoudiger. Het blijkt ook te stuiten op allerleiuitvoeringsvraagstukken. Het is complex. Daarom heeft het huidigekabinet geen plannen om de tariefstructuur in de schenk- en erfbelastingte wijzigen. Dat heeft de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst uwKamer eerder laten weten. Ik wil niet op de stoel van de heer Van Rij gaanzitten. Voor een eventuele verdere verkenning moet ik u dan ook naar hemverwijzen. Dit valt nadrukkelijk onder zijn beleidsverantwoordelijkheid.Voorzitter. Ik ben ingegaan op de overige punten. Ik heb wat bewaard voorde tweede termijn.De voorzitter:Zo is dat. Wie wat bewaart, heeft wat. Dat geldt, denk ik, ook voor deTweede Kamer. Ongetwijfeld heeft die ook wat punten voor de tweedetermijn. Daar gaan we nu een aanvang mee nemen. Ik stel voor eenspreektijd te hanteren van 1 minuut 20. Dat is een derde van de spreektijddie we in eerste termijn hadden. Beperkt u alstublieft het aantal onder-linge interrupties, want dan kunnen we daarna nog het debat met deMinister voeren. Dat zou mijn oproep zijn. Het is geen dwingendeafspraak.De heer Ellian.De heer Ellian (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9736 Dank, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ten aanzien van deinterlandelijke adoptie blijf ik worstelen met de stip op de horizon. Je wilteigenlijk toegaan naar een totale afbouw in de toekomst, maar de stappendie we zetten, zijn daar toch een beetje tegenstrijdig aan. Daar worstel ikdus mee. Dat geldt met name voor de positie van de stichting Wereldkin-deren. Maar goed, er loopt een voorhangprocedure bij de Kamer, dus wekunnen hier eventueel nog een schriftelijk overleg of wat dan ook overvoeren. Dat volgt dus, want ik heb nog wel de nodige vragen over dezestichting. Ik vind het echt een opmerkelijke gang van zaken. Daarmee wilik niet de mensen diskwalificeren, maar deze stichting was in het verledenook betrokken bij misstanden. Dus ik vind dat gek.Voorzitter. De afgestane kinderen. Ik vond dat collega Van Nispen het echtmooi formuleerde. Ik heb ook met enkelen mogen spreken. Het gaat welergens over. Ik begrijp nog steeds niet waarom deze mensen nietonverkort inzage mogen hebben in hun dossier. Het gaat over hen. Ik snapecht niet dat belangen van anderen zwaarder kunnen wegen dan het rechtom te weten waar je vandaan komt en wie je bent. Ik voel veel voor deroep van deze mensen. Ik hoop dus dat we dat hier gewoon met elkaarkunnen regelen.Voorzitter, dan tot slot de partnerdoding. Ik worstel met hetzelfde dilemmaals collega Helder. Iemand zit dan langdurig vast, want het gaat omdoodslag of moord. Ik vind het gek dat een minderjarige in veel gevallendan toch wordt gedwongen om contact te hebben met de vader, die ooknog in detentie verblijft. Dat druist in tegen mijn rechtsgevoel. Ik moet ereven over nadenken hoe we dit anders zouden kunnen regelen, wantvolgens mij worden nu ook de nabestaanden vergeten. Zij worden continugeconfronteerd met de dader omdat het kind in contact moet wordengebracht met, veelal, de vader.Dat was ’m, voorzitter. Ik heb geen behoefte aan een tweeminutendebat,maar iemand anders misschien wel.De voorzitter:Dat gaan wij zo horen. Mevrouw Van Vroonhoven.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Voorzitter. Als ik het debat zo hoor, dan voel ik mij een hele voorzichtigehier aan deze tafel. Dat had ik mij niet gerealiseerd. Maar alles is natuurlijkrelatief. Misschien is de rest van de tafel wat progressiever. Ik wil er evendrie dingen uitlichten.Het meerouderschap. U heeft gezegd: ik zit er redelijk voortvarend in; erkomt nieuwe wetgeving en er moet wat gebeuren. Ik zeg: maak alsjebliefteen pas op de plaats, maak het alsjeblieft niet ingewikkelder dan nodig.Over de Transgenderwet zegt de Minister volmondig: ik ben er een grootvoorstander van, we moeten ervoor gaan, wat mij betreft gaan wedaarmee door. Ook hierbij zeg ik: maak alsjeblieft een pas op de plaats.Trek die wet alsjeblieft in.Dan over het draagmoederschap. Nu we de kans hebben om het grijzegebied kleiner te maken, zou ik zeggen: zorg er alsjeblieft in ieder gevalvoor dat je het commerciële eruit haalt. In die zin zie ik ook de parallel metde adoptie. Val niet in de kuil waar wij bij de adoptie ook in zijn gevallen.Tuig niet een heel systeem op. Dat moeten we met elkaar niet willen.Voorzitter. Dit alles constaterende, denk ik dat ik absoluut behoefte hebaan een tweeminutendebat. Bij dezen wil ik de collega’s dan ook echtvragen om dit te agenderen.De voorzitter:Dat agenderen gaan wij doen, inderdaad, maar eerst nog een interruptievan de heer Sneller.De heer Sneller (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9737 Ik maak er echt bezwaar tegen dat mevrouw Van Vroonhoven hier eentegenstelling creëert tussen zorgvuldigheid en progressieve ...Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Dat doe ik helemaal niet.De heer Sneller (D66):Ja, dat doet mevrouw Van Vroonhoven wel. Ze kan buiten de microfoonzeggen wat ze wil, maar dat zei ze in de microfoon: ik voel me dezorgvuldige en anderen zijn hier progressief. Dat is wat mevrouw VanVroonhoven doet. En vervolgens roept ze de Minister op een wetsvoorstelin te trekken dat gewoon aanhangig is in deze Kamer en waarvan determijn van de Kamer al is geweest. En dat noemt ze dan wel zorgvuldig.Ik maak daar bezwaar tegen. Ik geef mevrouw Van Vroonhoven graag degelegenheid om haar eigen woorden recht te zetten.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Ik heb nooit de bedoeling gehad om het woord «zorgvuldig» tegenover«progressief» te zetten. Laat ik zeggen: terughoudender. Mag dat?De voorzitter:U gaat over uw eigen woorden, dus dit is uw reactie op de heer Sneller.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Als de heer Sneller dit zo opvat ... Dat was echt niet mijn bedoeling, hoor.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Vondeling.Mevrouw Vondeling (PVV):Dank u wel, voorzitter. Er is nog één punt blijven liggen en dat is deoproep om te stoppen met doorprocederen tegen geadopteerden. Ookcollega Van Nispen had daar een punt over, maar dat is niet echtbeantwoord.Als laatste. Ik wil u er wel toe oproepen om in de zaak van Insiyaerbovenop te blijven zitten en er alles aan te doen om haar terug te krijgenbij haar moeder, die haar al acht jaar moet missen. Pleeg een telefoontjemet India. Probeer gewoon van alles om haar terug te krijgen.Verder wacht ik de brieven en de toezeggingen van de Minister af.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Helder.Mevrouw Helder (BBB):Dank u wel, voorzitter. U zei zo mooi «wie wat bewaart, heeft wat», maarik heb niks, want ik zit nog op drie antwoorden te wachten. Dat is duslastig tegen de tweede termijn. Daarom maak ik maar van de gelegenheidgebruik om het nogmaals te benadrukken: mensen reizen in de regel viade plek waar de minste controle is en nemen dan daar het vliegtuig. Wijkunnen hier dan wel het beste jongetje van de klas zijn, maar dan red jehet nog niet. Een Europese controleaanpak en een Europees digitaalreisformulier dat niet fraudegevoelig is, zijn naar mijn mening dusgewoon absoluut noodzakelijk.Dan nog even een puntje over de partnerdoding. Ik vind dat de ouder diedaarvoor veroordeeld wordt, automatisch het gezag zou moeten verliezen.Jawel, want die ontneemt het eigen kind de andere ouder, en ook nog metgeweld. En dan zou het nog zo mogen zijn dat die ouder in het eigenbelang omgang met het eigen kind kan eisen, met alle praktischegevolgen van dien. Ouders die hun kind zijn kwijtgeraakt, zouden dan metTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9738 hun kleinkind in de gevangenis op bezoek moeten. Dat vind ik zouitermate stuitend dat ik die denkexercitie toch voort wil zetten. Maar dateven terzijde.De voorzitter:De heer Sneller.De heer Sneller (D66):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording van mijnvragen en de andere vragen. Ik heb ook in dit debat weer veel opgestoken.Ik hoor nog graag een datum voor het onderzoek naar de scheidings-vraag, zodat die genoteerd kan worden. Ik dank de Minister voor detoezegging om de wettelijk termijn bij de rechtspraak onder de aandachtte brengen.Ik zal mij met mijn progressieve voornemens op het gebied van het erf- enschenkrecht bij collega Van Rij vervoegen.De voorzitter:Mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Er was éénpunt waarover ik geen interruptie meer kon plegen, namelijk de naamswij-ziging. Als ik het goed heb begrepen, zei de Minister: ik ga het hele procesopnieuw doorlichten en daarin de positie van geadopteerden meenemen.Ik vroeg mij af of hij dan ook de optie voor de gratis naamswijziging voorgeadopteerden meeneemt, wanneer hij klaar is met het doorlichten vandit systeem en of hij op dit specifieke punt de Kamer eventueel voor dezomer kan informeren.Dank u wel, voorzitter.Voorzitter: EllianDe heer Van Nispen (SP):Dan heb ik zelf nog een tweede termijn. Allereerst over het doorproce-deren. Het komt kort ter sprake, maar als je met die mensen spreekt overwat voor leed en ellende ze meemaken... Mensen hebben zich sufgeproce-deerd en hebben gelijk gekregen in de procedure tegen de Staat; dat isniet niks. Je moet het opnemen tegen de Staat. Dan krijg je gelijk van derechter of van de rechter in hoger beroep, en wat doet de Staat? Die gaatin hoger beroep en in cassatie. Die mensen worden gewoon kapotge-maakt; dát is er aan de hand. En het is een keuze. De Minister hoeft datniet te doen. Die kan ook zeggen: ik ga niet in hoger beroep of in cassatie.En áls het dan moet op principiële gronden, vanwege precedentwerkingof wat dan ook, zorg dan dat die mensen daar in ieder geval niet de dupevan zijn en dat zij gecompenseerd worden. De Minister hoeft hier nietmeer op te reageren, maar ik wil gewoon dat hij dit dóét. En anders moeter ook een motie komen, omdat hij niet over individuele zaken kanspreken – en dat respecteer ik – ook al geven die mensen daar zelftrouwens toestemming voor. Laat hierover geen misverstand bestaan.Ik zal in ieder geval een motie indienen over meer hulp en ondersteuningaan geadopteerden in hun zoektocht. Ik zal me verhouden tot collega’s diedaar ook belangstelling voor hebben.Dan over interlandelijke adoptie. Het is niet houdbaar om daarmee door tegaan. De Minister zegt zelf ook dat het geen duurzame oplossing is om debelangen van kinderen te beschermen. Interlandelijke adoptie moeteigenlijk overbodig worden gemaakt. De SP vindt het dan ook niet logischom nu een nieuw systeem op te gaan bouwen, want wat is dan devolgorde? Ga je dan pas als de opvang op orde is stoppen met adoptie?Of zeg je nu: het is geen duurzame oplossing; we moeten als de wiede-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9739 weerga werk maken van betere opvang en bescherming en die prikkel duswegnemen zodat adoptie geen optie meer is? Ik snap de denklijn van deMinister ook niet, wat dan de logische volgorde is en vanaf wanneer danadoptie niet meer houdbaar is of geen duurzame oplossing wordt geacht.Want de Minister zegt eigenlijk het een, maar hij doet het ander. Dat vindik niet duidelijk. De SP kan dit dan ook niet steunen.Dan, tot slot, nog drie vragen over binnenlandse adoptie. Ik verzoek echteen uiterste inspanning van de Minister om al die archieven naar hetNationaal Archief over te brengen. Dat is in het belang van die mensen dieal zo getroffen zijn.Ook eisen wij onbeperkte toegang – ik zeg het collega’s na. Nu istoestemming van de biologische moeder en de adoptieouders nodig,maar dat kan niet. En ook de Raad voor de Kinderbescherming werkthierbij belemmerend. Dat is echt ingewikkeld. Die mensen hebbenonbeperkte toegang tot die dossiers nodig.En ten slotte een beroep op de verjaringstermijn in dit dossier: kom opzeg! Echt, no way. Doe dat die mensen niet aan. Bovendien ligt er hier eenaangenomen Kamermotie op, van mij en de heer Van der Staaij, die zegt:«De Staat zou zich niet moeten beroepen op verjaring. Dat kunnen we nietmaken naar deze mensen toe.» Dat heeft de Minister net nog niet gezegd.De Minister heeft gezegd: «Dat zal af en toe moeten en we wachten hetonderzoek af.» Nee, er ligt een aangenomen Kamermotie, dus dat is watde Kamer in meerderheid van de Minister heeft gevraagd.Daar laat ik het bij.Voorzitter: Van NispenDe voorzitter:Dat gezegd hebbende, geef ik het woord weer aan de Minister voor zijnbeantwoording in de tweede termijn.Minister Weerwind:Dan vraag ik toch een schorsing van vijf minuten.De voorzitter:We gaan vijf minuten schorsen. Dat is sowieso gezond, want we hebbenweer lang gezeten. We gaan verder om 12.40 uur.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Wij hervatten het commissiedebat Personen- en familierecht. We gevenhet woord aan de Minister voor Rechtsbescherming. Hij heeft nog vijftienminuten voor de beantwoording van de vele vragen die aan hem zijngesteld. Daarom verzoek ik u het aantal interrupties te beperken tot hethoogstnoodzakelijke, dus alleen als het gaat om termijnen of dat soortzaken. Aan het einde van de beantwoording kijken we of er nog ruimte isvoor politieke interrupties. De Minister.Minister Weerwind:Voorzitter, dank. Laat ik beginnen met mevrouw Helder. In december 2022is aan de Tweede Kamer schriftelijk toegezegd te verkennen in hoeverrehet mogelijk is de controle binnen Schengen te intensiveren. Sinds8 maart 2023 geeft de verordening rond het Schengen Informatie Systeem– u kent het – de mogelijkheid tot het preventief strafrechtelijk signalerenvan kinderen die gevaar lopen te worden ontvoerd. Bij grenscontrolesbinnen het Schengengebied kunnen kinderen die worden onttrokken aanhet gezag van de achtergebleven ouder beter worden gesignaleerd en kanin voorkomend geval worden ingegrepen. Dit gebeurt ook regelmatig. Wehebben allen, mag ik gerust stellen, de ervaring dat als je de grens naarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9740 België of Duitsland overgaat, je vaker niet dan wel wordt gecontroleerd.Een digitaal toestemmingsformulier is een hulpmiddel om de controlesneller te laten verlopen. De beoogde financiering voor de digitalisering isrond. De realisatie kan hiermee dan ook van start gaan, maar ik wijs er welop dat het een omvangrijke klus is. Deze klus is pas eind 2025 gereali-seerd. Naast de controle in de luchtvaart wordt ook verkend of hetmogelijk is de controle aan te scherpen bij internationale bus-, trein- enbootreizen. Ik geef u een stand van zaken. Ik kan het niet mooier makendan u wenst.U vroeg mij om samen met Defensie te kijken of we soldaten kunneninzetten. Volgende week voer ik vier debatten met deze Kamercommissie.Daarin komt ook de schaarste van de capaciteiten van DJI aan de orde. Zokijk ik ook naar Defensie en andere onderdelen. Dus ook hier stuiten weop problemen. Ik wijs u erop.Voorzitter. Ik ga door. Er was een vraag van mevrouw Tseggai over deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Die houdt gedurende de transitietoezicht op de bemiddeling, zoals dat op dit moment ook gebeurt. Webevinden ons vanzelfsprekend in een transitiefase. De vraag is in hoeverredat van invloed is op het toezicht door de inspectie. Ik ben daarovercontinu met hen in gesprek. Ik ben ook in gesprek over het tijdig betrekkenvan de Inspectie Justitie en Veiligheid, die deze toezichthoudende rol gaatovernemen in het nieuwe stelsel. Een warme overdracht vind ik nu vanhet allergrootste belang, zodat de inspecties goed samenwerken en wetenwaar ze naar moeten kijken.Dan kijk ik nog even of ik meer moet zeggen over de internationalekinderontvoeringen. Ik denk zelf van niet. Ik ben erop ingegaan. Ik heb uaangegeven wat we doen.Dan kijk ik naar de vraag over de termijnen en het onderzoek naarscheiden zonder rechter. Ik verwacht eerlijk gezegd dat het onderzoek paseind 2025 gerealiseerd zal zijn en beschikbaar zal zijn voor u.Voorzitter, ik kijk even welke vragen mij verder nog gesteld zijn. Ik loop departijen even langs. Ik begrijp dat er op verzoek van NSC een tweeminu-tendebat komt over het draagmoederschap. Ik kijk uit naar dat debat.Mevrouw Van Vroonhoven (NSC):Het gaat niet alleen over het draagmoederschap. Het gaat ook over deTransgenderwet.Minister Weerwind:Oké, het gaat over meerdere onderwerpen. Voorzitter, ik hoor dat ik nogeen extra tweeminutendebat krijg.De voorzitter:U krijgt één tweeminutendebat. Daarin staat het de partijen vrij omverschillende onderwerpen aan te dragen voor moties. Dat gaan weinplannen en dat gaan we zien. Gaat u verder.Minister Weerwind:Dan zal ik mij een beetje in de Tweede Kamer plaatsen voor de komendeperiode. Ik kijk nog even naar het verzoek over de inspanningsverplichtingin de richting van India. Dit verzoek kwam van de PVV. Laat ik daar ookheel helder over zijn: die inspanningsverplichting heb ik toegezegd in mijneerste termijn. Dat doen wij niet alleen bij India, maar ook bij landen diegeen verdragspartij zijn. Ik zal in herhaling vallen.Over doorprocederen heb ik een uitgebreid exposé gehouden in de eerstetermijn. Ik ben hierbij ook ingegaan op individuele gevallen, waarbij ik hetadvies heb overgenomen om met sommige individuele gevallen hetgesprek aan te gaan. Ik breng het even in herinnering. Ik heb dat ook somsaangeboden en daar is men soms op ingegaan. Soms is men daar ookniet op ingegaan. Ik benoem de casuïstiek niet. Dat vind ik gelet opTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9741 privacy niet juist. Laat ik dit vooropstellen: ik heb erop gewezen dat hetgrote rechtsgevolgen kan hebben. Ik wil weten wat mijn handelingsper-spectief als Staat is, vandaar dat ik dat doe en zal blijven doen.Dan kijk ik naar de BBB. Ik loop mijn lijstje even af. Ik hoor de denkexer-citie ten aanzien van partnerdoding heel nadrukkelijk van mevrouwHelder. Ik begrijp dat de heer Ellian zich daarbij aansluit. Ik ben alingegaan op de vragen van de heer Sneller.Ik ben mevrouw Tseggai nog een antwoord schuldig over de naamswij-ziging. Ja, ik neem dat mee. In de tijd geplaatst kom ik daar begin 2025mee.Ik kijk even rechts van mij om te zien of ik iets over het hoofd heb gezienin deze tweede termijn van de Kamer. Naar mijn idee niet. Nee, volgensmij ben ik overal op ingegaan. Ik kijk nog even naar u, voorzitter.Toch nog. Binnenlandse adoptie en onbeperkte toegang tot dossiers voorbetrokkenen. Binnen de grenzen van de AVG vind ik dat ze onbeperkttoegang moeten krijgen. Er zal dus altijd een screening zijn. We voerenaltijd een discussie over de verjaringstermijn. Dat doe ik altijd metKamerlid Van Nispen. Die discussie komt eigenlijk continu terug. U weethoe ik daarnaar kijk. Eigenlijk hebben we het over de Staat als proces-partij; dat is de grote discussie. U weet dat u rond de zomer een Kamer-brief tegemoet kan zien waarin we dieper ingaan op de aangenomenmotie, hoe we daarnaar kijken en hoe we dat doen. Ik stel dus voor om erin die brief op terug te komen.Voorzitter, volgens mij ben ik hiermee ingegaan op alle vragen uit detweede termijn van de Kamerleden.De voorzitter:Allereerst de vraag of er nog vragen zijn blijven liggen. Nee, dat is niet hetgeval. Dan is er nog ruimte voor een enkele interruptie.De heer Ellian (VVD):Dank, voorzitter, dat u dit toestaat. Dit betreft namelijk ook echt iets wat ikbelangrijk vind. Het gaat over de grote groep afgestane kinderen. Naar dehuidige maatstaven is dat... De voorzitter, collega Van Nispen, verwoorddehet mooi: het is eigenlijk een schande, zeker met de kennis van nu. Maarnu zegt de Minister: onverkorte inzage kan op grond van de AVG. Maar dieAVG is precies het argument dat gebruikt wordt, want dan kan het nodigzijn dat iemand anders toestemming moet geven. Ik begrijp gewoon echtniet waarom de toestemming van een andere betrokkene zou prevalerenboven het recht van jouzelf om te weten wie, wat en hoe. Waarom zeg ikdit met nadruk? Ik weet enigszins hoe het voelt, omdat ik zelf ook niethelemaal weet waar ik vandaan kom, om andere redenen. Ik begrijp dievraag dus heel goed. Ik wil dus graag van de Minister weten of de AVGeen belemmering is, want dan moeten we gaan proberen om diebelemmering weg te nemen. Ik vind dit namelijk echt... De tijd dringt vooreen grote groep mensen. Zij hebben geen tijd meer, want de ouders die zewillen ontmoeten, leven straks misschien niet meer.Minister Weerwind:Ja, de Algemene verordening gegevensbescherming ís een belemmering.Maar die is ook door deze Kamer aangenomen. Laten we daar nietomheen draaien. Als de Kamer mij daarin dus kan helpen en met name degroep mensen waarover we het hebben... Ik wil namelijk juist hun kordateen goede inzage in dossiers geven, net zoals deze hele Kamercommissiedat wil. Punt.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9742 Dat is helder. Dan is er een einde gekomen aan de tweede termijn van dekant van de Minister. Ik ga de toezeggingen nog met u doornemen. Let uallen goed op voor eventuele aanscherpingen, termijnen en dat soortzaken.–Allereerst zegt de Minister voor Rechtsbescherming toe een onderzoekte doen naar de mogelijkheden voor een gemeentelijke echtscheiding,en de Kamer eind 2025 over de uitkomsten hiervan te informeren.–De Minister voor Rechtsbescherming zegt toe om samen met deMinister van Buitenlandse Zaken te onderzoeken of het mogelijk is deKamer een geanonimiseerd overzicht te verstrekken van inspanningeninzake internationale kinderontvoeringen en daarbij ook de voortgangvan de motie-Van Nispen c.s. te betrekken over hulp aan slachtoffersen het aanspreken van landen.–De Minister voor Rechtsbescherming zegt toe de Kamer rond de zomerte informeren over hoeveel aangiftes tegen kinderontvoering wordenonderzocht en vervolgd, en in hoeveel gevallen daarvan een straf tenuitvoer wordt gelegd.–De Minister voor Rechtsbescherming zegt toe de Kamer schriftelijk teinformeren over het strafbaar stellen van de voorbereidingen vankinderontvoering waarbij het kinderen van 12 jaar en ouder betreft.Is dat goed geformuleerd? En wat is daarbij de termijn die we zoudenkunnen noteren?Minister Weerwind:Laten we trachten om dat voor de zomer te realiseren. Zeg: rond dezomer.De voorzitter:Rond de zomer. Dan staat ook dat genoteerd.Er is een tweeminutendebat aangevraagd met als eerste spreker mevrouwVan Vroonhoven. Dat wordt dus aangemeld voor plenaire behandeling.Daarmee is ook de voorhang gestuit van het voornemen tot oprichtingvan de stichting Interlandelijke Adoptiebemiddeling Nederland tot na destemmingen over de moties ingediend bij dit tweeminutendebat. Datbetreft dus het stuiten van die brief over het voornemen, zoals we die op15 maart 2024 toegezonden hebben gekregen. Dat is de procedureleafspraak die ik hierbij aan u wil voorleggen. Dat is dan bij dezen alszodanig afgesproken.Mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik miste nog een toezegging in het rijtje: die over de naamswijzigingen, endat de Minister daar in 2025 op terugkomt.De voorzitter:Dat klopt. Daar heeft u helemaal gelijk in. Die noteren we bij dezen alsnog.Dank. Dan is er nu een einde gekomen aan...Minister Weerwind:Voorzitter?De voorzitter:De Minister nog, op de valreep.Minister Weerwind:Toch even over het bureau voor interlandelijke adoptie. U zegt: laten weeerst het debat doen en het hele proces even stilleggen. Ik wil hier tochuitgesproken hebben dat ik dat zeer betreur, gelet op de zorgvuldigheid enop alle stappen. Die hebben we weliswaar met een andere Kamer gezet,maar... Ik weet dat enkelen onder u zeggen dat de huidige situatie nietTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9743 gewenst is. Dat heeft de commissie-Joustra ook gesteld. We willen dusnaar een nieuwe situatie toe. Daarvoor heb ik een instantie nodig die datwerk kan verrichten. Ik hoor nu dat u het uitstelt, dus ik wil de Kamer danheel nadrukkelijk het volgende verzoeken. Het is prima dat u dat debateerst wil afwachten en dan pas wil zeggen: we gaan door, ja of nee. Maarik wijs u erop dat we voor die zorgvuldigheid en dergelijke voortgangnodig hebben. Stilstand is achteruitgang.De voorzitter:Ik heb u die opmerking toegestaan, maar dat is een opmerking diethuishoort in het tweeminutendebat dat we gaan hebben. Het betreftnamelijk de inhoud, zeg ik omdat ik de heer Sneller zie fronsen. Maar hetis heel normaal dat als er een voorhang ligt bij de Kamer, we het debateerst afronden. Ik heb het de Minister toegestaan om dit nu alvast aan deKamer mee te geven, maar ik denk ook dat ik de opmerking van deMinister zo moet verstaan dat het niet heel lang zou moeten durenvoordat het tweeminutendebat wordt gepland. In die zin is dat dus alleenmaar een aanmaning tot spoed.De heer Sneller?De heer Sneller (D66):U sprak mij aan, voorzitter. Een van de Kamerleden zei namelijk: ik hebnog een aantal schriftelijke vragen te stellen. Dan is het een andereprocedure, want dan doen we eerst nog een schriftelijk overleg over hetvoorstel. Dan komt er bij het tweeminutendebat en de stemmingendaarna nog geen duidelijkheid. Daarom ben ik dus confuus over deconclusie die u nu trekt.De voorzitter:Ik dacht dat de heer Ellian had gezegd dat hij voornemens was watschriftelijke vragen te stellen. Dat was ikzelf dus niet. Maar als ik het goedbegrijp, sluit de heer Ellian zich ook aan bij de conclusie van de voorzitterdat wij met het tweeminutendebat deze procedure gaan afronden. Zo niet,dan hoor ik het nu van hem en komt hij daarop terug.De heer Ellian (VVD):Mijn waardering voor het feit dat u er op deze manier bij stilstaat,voorzitter. Voor de zorgvuldigheid is het goed om dit nog te zeggen. Westellen nu vast: de voorhang is gestuit. Daar zijn wij voor, dus dat kunnenwe nu doen. Dan moeten we volgens mij nog even kijken wanneer dievoorhang niet meer gestuit is. Is dat dan na de stemmingen of eventueelnog op een ander moment? Maar volgens mij is de vaststelling nu dat devoorhang is gestuit, punt. Dat is voor nu het meest relevante, denk ik.De voorzitter:Ik heb als voorzitter toch getracht om daar meteen een procedureleafspraak over te maken, omdat het besluit over het voornemen totoprichting van die stichting nu op de agenda staat. Als we dat nu stuiten,moet er ook een perspectief zijn: tot wanneer dan, en wat gebeurt daardan mee? Daarom is dit mijn voorstel. Maar als u het anders wilt zien, dankunt u dat aangeven. Ik stel voor om het te stuiten tot het tweeminuten-debat. Dat is mijn voorstel. Ik hoop dat u daarmee akkoord gaat. Als u hetanders wilt zien, dan kan het nog terugkomen in de procedureverga-dering. Maar het lijkt mij goed om dit debat af te ronden met dezeconclusie. U gaat daarmee akkoord? Ik begrijp van wel. Dan is hetvoornemen tot oprichting van die stichting gestuit tot het tweeminuten-debat en de stemmingen over de eventueel ingediende moties aldaar.Dank aan de Minister en zijn ondersteuning. Dank aan alle mensen die onsweer hebben geholpen om dit debat mogelijk te maken. Dank aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9744 mensen die dit debat hebben gevolgd op de publieke tribune of op anderewijze. Dank aan alle Kamerleden. Dank jullie wel.Sluiting 12.59 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 836, nr. 9745

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 83780b9134ea9509

14 okt 2026 · 8248553a0edb7b45

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingPersonen- en familierecht
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 3 april 2024, over Personen- en familierecht

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.