Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Brontekst
Versie 5c0be3e3b6f7b0aa · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Economische Zaken (XIII) voorhet jaar 2025Nr. 46 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 22 november 2024 De vaste commissie voor Digitale Zaken, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen inde vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 7 oktober 2024 voorgelegd aan de Minister vanEconomische Zaken. Bij brief van 24 oktober 2024 zijn ze door de Ministervan Economische Zaken beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,PalmenAdjunct-griffier van de commissie,Muller kst-36600-XIII-46ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 461 26Kunt u een overzicht geven van acties, subsidies en incidentele uitgavendie bijdragen aan het ontwikkelen van een nationale cloudinfrastructuuren het stimuleren van nationale cloudleveranciers?AntwoordZoals eerder ook met uw Kamer gewisseld zet het kabinet in opversterking van de markt voor Europese cloudinfrastructuur waarin onzenationale cloudleveranciers een goede positie kunnen verkrijgen. Dereden hiervoor is dat de Europese markt voor clouddiensten nog nietgoed functioneert (ACM Marktstudie) en te afhankelijk is van aanbiedersuit derde landen (Digitale Open Strategische Autonomie). Er zijnmomenteel verschillende acties en investeringen die bijdragen aan deontwikkeling hiervan, zoals:•13 Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen hebben in totaal ruim71 miljoen euro toegekend gekregen voor de deelname aan hetImportant Project of Common European Interest Cloud Infrastructureand Services (IPCEI CIS)1. In dit project wordt een nieuwe generatieEuropese clouddiensten ontwikkeld met kansen voor Nederlandsebedrijven. De mogelijkheden voor een vervolg op IPCEI CIS wordenmomenteel Europees verkend.•EZ is sinds de start betrokken bij het private GAIA-X initiatief en neemtplaats in de «Governmental Advisory Board» dat het initiatief gevraagden ongevraagd adviseert. Het initiatief ontwikkelt o.a. een gemeen-schappelijke set van regels en afspraken voor cloudinfrastructuur. Dezeregels en afspraken zijn gepubliceerd door Gaia-X en kunnen dusgebruikt worden.•Het Centre of Excellence voor Data en Cloud (bij TNO) helpt organisa-ties bij uitdagingen omtrent onder andere clouddiensten. Dit centrumfungeert ook als zgn. Nederlandse GAIA-X hub en informeert in diehoedanigheid Nederlandse bedrijven over de voortgang van hetinitiatief, en helpt bij deelname/lidmaatschap en organiseert samen-werkingsprojecten voor Nederlandse leden.•Een investering in het toezicht van ACM, AP en RDI voor nieuwedigitale regelgeving, zoals de Dataverordening en Digitale Marktenver-ordening. In deze nieuwe wetgeving staan o.a. nieuwe eisen voorclouddiensten om de markt beter te laten werken. Standaarden zijnzeer belangrijk voor Nederlandse- en Europese partijen voor samen-werking en een goed werkende markt. In het kader van verschillendewetgevingen, zoals de Dataverordening en de Cyberveiligheidsveror-dening, zet Nederland samen met bedrijven en standaardisatieorgani-saties in op de ontwikkeling van Europese standaarden die bijdragenaan de ontwikkeling en positionering van onze cloudsector.•Naar aanleiding van de initiatiefnota «Wolken aan de horizon» wordteen kabinetsreactie opgesteld, waarin ook verkend wordt hoe onzecloudsector verder gestimuleerd kan worden. De verwachte publicatieis het einde van dit jaar. De ambitie is begin december.27Kunt u een actueel overzicht geven van alle budgetten, subsidies enverwachte uitgaven die bijdragen aan het doel om één miljoen ICT’ers opte leiden per 2030? Kunt u duidelijk maken hoe de 450 miljoen euro vanhet Actieplan Groene en Digitale Banen verdeeld zijn in dit overzicht?AntwoordDe 450 miljoen euro van het Actieplan Groene en Digitale Banen zijn demiddelen van het Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent (ookbekend als de «Beethoven»-middelen). De middelen worden verdeeld1Informatie- en communicatietechnologie (ICT) | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 462 over vier regio’s en zijn bedoeld voor het vergroten van het aanbod vantechnisch talent voor de microchipindustrie. De middelen zullen wordeningezet om extra opleidingsactiviteiten vorm te geven binnen deonderwijssectoren mbo, hbo en wo, en voor activiteiten op het gebied vanleven lang ontwikkelen. Voor de zomer heb ik uw Kamer over dezemiddelen geïnformeerd2. De vier betrokken regio’s hebben inmiddelsbijgestelde plannen ingediend bij de speciaal gezant, Hans de Jong. Deuitgaven van deze middelen kennen een eigen dynamiek en zijn afhan-kelijk van de ingediende plannen. Er is een sterke verbinding met dedoelstellingen en activiteiten van het Actieplan Groene en Digitale Banenen waar mogelijk zal synergie gezocht worden met het Actieplan. Ikverwacht uw Kamer voor het einde van het jaar over het NationaalVersterkingsplan van Microchip-talent te informeren.Het Actieplan Groene en Digitale Banen bevat maatregelen om de krapteop de arbeidsmarkt in sectoren die belangrijk zijn voor de klimaat- endigitale transitie aan te pakken, met onder andere als doel één miljoendigitale professionals. Voor een volledig overzicht van budgetten,subsidies en verwachte uitgaven verwijs ik u naar de bijlage3 en devoortgangsrapportage4 van dit actieplan. Ter indicatie licht ik enkelepunten uit:•Voor de bèta-technische arbeidsmarkt heeft het Nationaal Groeifonds(NGF) 210 miljoen euro toegekend voor het opschalen van 15 coalitiesvan publiek-private samenwerkingen gericht op de klimaat- en digitaletransitie.5•De Human Capital Agenda ICT ontvangt 5 miljoen euro subsidie voorde periode 2024–2027 om de samenwerking tussen onderwijs,bedrijfsleven en overheid te versterken, specifiek om de tekorten aanICT-professionals op de arbeidsmarkt aan te pakken.•Via het NGF-voorstel «investeren in het talent van de toekomst»(Techkwadraat) is ruim 350 miljoen euro toegekend om technologieon-derwijs voor elk kind toegankelijk te maken.6•Via het Regionaal Investeringsfonds MBO is 120 miljoen eurobeschikbaar gesteld om de samenwerking tussen scholen, de publiekesector en het bedrijfsleven te stimuleren.•Via de SLIM-regeling wordt bijscholing van werknemers gestimuleerd,hiervoor wordt 86,7 miljoen euro beschikbaar gesteld.28Kunt u toelichten hoe de afname van financiële middelen voor het DigitalTrust Center (DTC) zich verhouden tot de toegenomen taken en verant-woordelijkheden van het DTC, zoals beschreven in de Strategie DigitaleEconomie?AntwoordOp de EZ-begroting is met versterking cybersecurity uit het coalitieak-koord van het kabinet Rutte III 8,1 miljoen euro per jaar beschikbaar in deperiode 2024–2026 en vanaf 2027 structureel 9,0 miljoen euro per jaar.Hiermee is het totaal structureel beschikbare bedrag voor het Digital TrustCenter (DTC) momenteel voldoende voor de uitvoering van ditwetsvoorstel en is er in de basis financiële dekking voor zowel depersoneelsuitgaven als de materiële uitgaven voor wat betreft hetverstrekken van algemene en specifieke dreigingsinformatie aan dedoelgroep en het stimuleren van samenwerking en samenwerkingsver-2Kamerstuk 29 338, nr. 276.3Kamerstuk 29 544, nr. 1173.4Kamerstuk 29 544, nr. 1229.5Van het totale bedrag is € 152,4 mln. definitief toegekend en € 57,6 mln. voorwaardelijk.6Van het totale bedrag is € 145,8 mln. definitief toegekend en € 205,8 mln. voorwaardelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 463 banden. De bedragen in de begroting 2025 zijn deels lager als gevolg vaninterne overboekingen. Dit zorgt niet voor een afname van de financiëlemiddelen voor het DTC. Echter, doordat de generieke subsidietaakstellinguit het Hoofdlijnenakkoord ook deels is ingevuld met middelen van hetDTC, heeft dit als gevolg dat in de jaren 2026, 2027 en 2028 het budgetmet ongeveer 200.000 euro afneemt. Door de beperkte omvang van dezeafname worden er geen significante negatieve gevolgen verwacht op deuitvoering van de taken en verantwoordelijkheden van het DTC. Tenslotteis het belangrijk om te vermelden dat het DTC en NCSC vanaf 2026 samenopgaan in het vernieuwde NCSC. Deze nieuwe organisatie heeft als doelalle organisaties in Nederland bij te staan in het verhogen van hun digitaleweerbaarheid.29Kunt u een overzicht geven welke succesvolle initiatieven en/of publiek-private samenwerkingen op het gebied van ICT-onderwijs en -werving dievoortvloeien uit het Nationaal Groeifonds u wilt opschalen? Vanuit welkebudgetten wordt dit gefinancierd?AntwoordHet NGF zet met verschillende projecten specifiek in op digitalisering inhet onderwijs. In de eerste drie investeringsrondes heeft het kabinet, opadvies van de Adviescommissie, aan ondergenoemde projecten middelentoegekend. Of en in welke omvang deze projecten worden opgeschaaldhangt af van de resultaten die blijken uit voortgang en evaluaties.Voor de meeste projecten geldt dat deze nog tot ten minste 2030 lopen.Het is aan de verantwoordelijk Minister om in overleg met uw Kamer tebepalen of en hoe een vervolg moet worden gegeven aan deze projecten.Hier zijn geen middelen voor gereserveerd. De projecten DUTCH enNOLAI vormen daarin een uitzondering. Aan het DUTCH is 84 miljoeneuro aan NGF-middelen voorwaardelijk toegekend waarmee het projectkan opschalen als de tussentijdse resultaten goed zijn en de Adviescom-missie positief oordeelt. Voor de opschaling van het project NOLAI is dit51,9 miljoen euro. Uiteraard monitort het kabinet de voortgang en hetsucces van alle projecten. Onder andere in het jaarverslag NGF wordthierop ingegaan.•Digitaal Onderwijs Goed Geregeld/Edu-V bouwt, lanceert encontroleert keurmerken voor digitale gegevensuitwisseling in hetfunderend onderwijs en het mbo zodat scholen met minder inspanningen risico gebruik kunnen maken van digitale toepassingen in hetonderwijs.•Impuls open leermateriaal heeft als belangrijkste doel het bereikenvan een doorbraak in het gebruik van open leermateriaal in hetprimair, gespecialiseerd en voortgezet onderwijs om daarmee dekwaliteit van het onderwijs te versterken. En geeft leraren meereigenaarschap en mogelijkheden om te variëren met leermateriaal, ophet niveau van de leerling, de actualiteit en omgeving.•Npuls (voorheen Digitaliseringsimpuls onderwijs NL) is het samen-werkingsprogramma van het (publieke) mbo-, hbo- en wo-onderwijs inNederland en SURF, dat zich richt op het beter inzetten van ICT in hetonderwijs.•Nationaal Onderwijslab AI (hierna: NOLAI) richt zich op hetontwikkelen van nieuwe digitale intelligente onderwijsinnovatiesgericht op (het verbeteren van) de kwaliteit van het primair envoortgezet onderwijs en worden de pedagogische, maatschappelijkeen sociale consequenties van deze digitale onderwijsinnovatiesinzichtelijk gemaakt.•Leeroverzicht & Skills bouwt aan een digitale infrastructuur om eenop skills gebaseerde arbeidsmarkt mogelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 464 •DUTCH ontwikkelt oplossingen om opleidingen tot operatieassistent,anesthesiemedewerker en radiodiagnostisch laborant deels aan tebieden via fysieke en virtuele simulatie.30Welke criteria hanteert het Ministerie van Economische Zaken (EZ) om tebeoordelen of digitale markten en diensten «goed werken»? En wat zijndan de bijpassende randvoorwaarden?AntwoordHet Ministerie van EZ heeft een extern onderzoeksbureau de opdrachtgegeven om in samenwerking met stakeholders een marktordeningskadervoor digitale markten te ontwikkelen. Dit kader heeft als doel meer inzichtte geven wanneer digitale markten goed werken. In dit kader wordtuitgewerkt welke kenmerken aanwezig moeten zijn om van goedwerkende digitale markten te kunnen spreken, zoals een bepaalde matevan innovatie en keuzevrijheid voor ondernemers en consumenten.Met behulp van het kader kan EZ digitale markten sneller en beteranalyseren. Ook maakt het kader beter inzichtelijk waarom een bepaaldemarkt niet goed functioneert. Naar aanleiding hiervan kan gericht wordeningegrepen om de werking van digitale markten te verbeteren.Het marktordeningskader wordt begin 2025 opgeleverd en zal dan ookmet uw Kamer gedeeld worden.31Welke instrumenten gebruikt het Ministerie van EZ om het verdienver-mogen en de digitale open strategische autonomie te realiseren?AntwoordTen behoeve van de digitale transitie beschikt het kabinet over een breedpalet aan instrumenten, waarbij in de inzet van deze instrumenten hetbelang van verdienvermogen en digitale open strategische autonomienadrukkelijk worden meegewogen. Voorbeelden van instrumenten zijn:•wetgeving, zoals de Digitale Marktenverordening die ziet op hettegengaan van marktfalen en ongewenste dominantie van grotetechnologiebedrijven en de Richtlijn Netwerk en Informatiebescher-ming (NIS2) ter bevordering van de digitale weerbaarheid vanbelangrijke en essentiële entiteiten,•investeringen in innovatie en digitale infrastructuur via o.a. hetNationaal Groeifonds (zoals het AiNed programma en het programmaFuture Network Services), maar ook de Important Projects of CommonEuropean Interest (IPCEI’s) gericht op o.a. Micro electronics en CloudInfrastructuur en Services,•investeringstoetsingen, op grond van de Wet veiligheidstoetsinvesteringen, fusies en overnames en de Wet ongewenste zeggen-schap Telecom,•bevorderen van ecosysteemvorming en publiek private samenwerkingrond kritieke digitale sleuteltechnologieën (zoals de Nederlandse AICoalitie en dcypher),•bevorderen van maatschappelijke opgaven die bijzondere relevantiehebben voor digitalisering, zoals bijdragen aan het aantal digitaalgeschoolden (Actieplan Groene en Digitale Banen) en de adoptie vandigitale technologie (zoals de programma’s Versnelling digitaliseringmkb en Smart Industry),•internationale samenwerking (zoals het Innovatie en Technologiepactmet Duitsland en Frankrijk), en•het monitoren van risico’s voor de economische veiligheid (o.a. viaanalyses over risicovolle strategische afhankelijkheden) en hetbeschermen van de digitale infrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 465 •Tot slot is ook flankerend EZ-instrumentarium van belang, zoals metbetrekking tot het vestigingsklimaat, de interne markt, startups enscale-ups en de beschikbaarheid van privaat kapitaal voor opschalendebedrijven.Deze beleidsinstrumenten staan beschreven in de Strategie DigitaleEconomie (2022), de Voortgangsrapportage Strategie Digitale Economie(2023) en de Agenda Digitale Open Strategische Autonomie (2023). Innavolging van het regeerprogramma worden verder actieagenda’sontwikkeld in het kader van de Nationale Technologiestrategie (2024) voorverschillende sleuteltechnologieën, w.o.: AI en data, cybersecurity,halfgeleiders, fotonica en quantum-technologie.32Kunt u aangeven welke bijdrage uw ministerie en haar innovatiebud-getten leveren aan de beleidsdomeinen Digitale Inclusie, Data,Algoritmen, AI en Publieke Waarden, zoals geformuleerd door hetMinisterie van BZK? Kunt u een aantal specifieke projecten benoemenwaar u gezamenlijk met het Ministerie van BZK in investeert?AntwoordBinnen verschillende innovatieprogramma’s van EZ wordt ook gewerktaan bijdragen aan mensgerichte en verantwoorde AI. Zo zijn via het AiNedprogramma (NGF) beurzen aan talentvolle onderzoekers verleend op hetgebied van regulering en verantwoorde AI. Ook worden zogenaamdeELSA-labs mogelijk gemaakt. ELSA-labs richten zich op verdieping vanethische, juridische, sociale en economische aspecten van AI. Er zijnverschillende ELSA-labs gestart, bijvoorbeeld op het gebied desinformatieen media. Op 10 oktober jl. is een nieuwe ronde voor nieuweELSA-voorstellen gesloten voor in totaal € 6,8 mln. via NWO. Daarnaasthebben EZ en BZK het samenwerkingsverband van de Nederlandse AICoalitie mogelijk gemaakt. Via die coalitie heeft BZK het mogelijk gemaaktdat burgers via bibliotheken voorlichting konden krijgen over AI. Opverzoek van EZ organiseert de coalitie regionale bijeenkomsten voorMKB-ondernemers over de AI Act.33Kunnen de beleidsmatige budgetten waarover het Ministerie van EZmomenteel in gesprek is met interne en externe organisaties naderworden toegelicht?AntwoordHet beleidsmatig gereserveerde budget op artikel 1 betreft een deel vanhet onderzoek- en opdrachtenbudget ter hoogte van € 1,3 mln. Hiervoorzijn wij o.a. in gesprek met onderzoeksbureaus over een gedragson-derzoek naar AI en in gesprek met Financiën en KGG over een onderzoeknaar handhaving klimaatmaatregelen.34Kunt u een overzicht geven van de extra taken voor het Nationaal CyberSecurity Centrum (NCSC), het Digital Trust Center (DTC) en de Rijksin-spectie Digitale Infrastructuur (RDI) die volgen uit nieuwe Europeseregelgeving? Welke middelen zijn er per organisatie gereserveerd voor hetuitvoeren van dit takenpakket? Voor welke taken is er nog geen finan-ciering voorzien?AntwoordHet Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) voert reeds taken uit opgrond van de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni),waarin de netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn (NIB-richtlijn) isgeïmplementeerd. Deze taken worden uitgebreid met de inwerkingtredingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 466 van de herziene versie van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging(NIS2-richtlijn) op 17 oktober 2024 en de implementatie hiervan innationale wetgeving in 2025. Voor de uitvoering van de ComputerSecurity Incident Response Team (CSIRT) taken die voortvloeien uit deNIS2-richtlijn is in 2025 4,3 miljoen euro op de EZ-begroting gereserveerd.Voor de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) geldt het volgende:•Ook de RDI voert reeds toezicht uit op taken op grond van de Wbni. Nade implementatie van de NIS2-richtlijn en de richtlijn weerbaarheidkritieke entiteiten (CER-richtlijn) worden deze toezichtstaken uitgebreiden wordt er toezicht gehouden op een groter aantal sectoren enentiteiten. Voor de uitvoering van de taken in het kader van deNIS2-richtlijn is in 2025 totaal 3,2 miljoen euro gereserveerd. Voortoezicht op de CER-richtlijn is op de begroting van EZ 413.000 eurogereserveerd.•Met de inwerkingtreding van het eerste Europese cyberbeveiligingscer-tificeringsschema op grond van de Cyberbeveiligingsverordening(CSA) per januari 2025 vangen de activiteiten van RDI als nationalecyberbeveiligingscertificeringsautoriteit aan. Voor de CSA-taken isstructureel 3,1 miljoen euro gereserveerd.•Op grond van de gedelegeerde handeling onder de radioapparaten-richtlijn (RED) zullen er vanaf 1 augustus 2025 cybersecurityeisen voordraadloos verbonden apparatuur gelden, vanaf die datum vangt ookhet toezicht van RDI op de naleving hiervan aan.•De RDI bereidt in 2025 het toezicht voor op de Cyber Resilience Act(CRA) (gefaseerde inwerkingtreding in 2026 en 2027), die voortbor-duurt op de RED. Tevens draagt de RDI in 2025 bij aan het opstellenvan de Europese normen die de cybersecurityeisen uit de CRA vertalennaar technische maatregelen waarmee aan deze eisen kan wordenvoldaan. Voor de RED- en CRA-taken is in 2025 4 miljoen eurogereserveerd.•Tot slot is de RDI de aangewezen toezichthouder, samen met deAutoriteit Persoonsgegevens, voor de Europese AI-verordening. Dezeverordening reguleert AI-systemen in het private en publieke domeinop basis van het risico dat deze technologie met zich meebrengt. Voor2025 zijn middelen gereserveerd voor de voorbereiding op enuitvoering van het toezicht op de AI-verordening. Hiervoor is voor deRDI in 2025 3,8 miljoen euro en structureel 1,6 miljoen euro gereser-veerd. EZ is met de toezichthouders in gesprek over de structureelbenodigde middelen na 2025.Het Digital Trust Center krijgt geen (extra) taken opgelegd vanuit nieuweEuropese regelgeving.35Welke nieuwe taken volgen er uit digitale EU-regelgeving (onder anderede Verordening Kunstmatige Intelligentie (AI Act), Datagovernanceveror-dening (DGA), Digitaledienstenverordening (DSA), en Digitalemarktenver-ordening (DMA) voor de Autoriteit Consument & Markt (ACM)? Hoeveelmiddelen stelt uw ministerie beschikbaar voor het uitvoeren van dezeafzonderlijke taken? Zijn er taken die nog niet voorzien zijn vanfinanciering?AntwoordNieuwe taken voor de ACM per verordening:•Digitaledienstenverordening (DSA): De nieuwe taken voor ACM inhet kader van de DSA zijn beschreven in het wetsvoorstel Uitvoerings-wet digitaledienstenverordening dat op 3 april 2024 aan uw Kamer isverstuurd (Kamerstuk 36 531). Het is dinsdag 15 oktober door deTweede Kamer besproken. De ACM wordt hierin onder meer alsdigitalediensten coördinator aangewezen. De ACM is tot afronding vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 467 de wetsbehandeling nog niet definitief aangewezen als bevoegdeautoriteit.CMiddelen: structureel 6,5 miljoen euro. Goed voor ca. 49 fte. Er zijnvoor wat betreft de DSA geen taken bij de ACM die nog niet vanfinanciering zijn voorzien.•Datagovernanceverordening (DGA): De nieuwe taken voor ACM inhet kader van de DGA zijn beschreven in het wetsvoorstel Uitvoerings-wet datagovernanceverordening dat op 17 oktober 2023 aan uw Kameris verstuurd (Kamerstuk 36 451). De Tweede Kamer heeft dit 25 sep-tember 2024 behandeld. UDGA is op 1 oktober 2024 in de TK aangeno-men en ligt nu in de EK, waar de Commissie Digitalisering 16 oktober2024 over heeft geadviseerd om het als hamerstuk af te doen. De ACMis tot afronding van de wetsbehandeling nog niet definitief aangewe-zen als bevoegde autoriteit.CMiddelen: Structureel 332.000 euro voor 2,5 fte. Hiervan wordt dehelft (1,25 fte) door het Ministerie van EZ voor rekening genomenen de andere 1,25 fte door BZK. Er zijn voor wat betreft de DGAgeen taken bij de ACM die nog niet van financiering zijn voorzien.•Digitalemarktenverordening (DMA): De nieuwe taken voor ACM inhet kader van de DMA zijn beschreven in het wetsvoorstel Uitvoerings-wet digitalemarktenverordening dat op dit moment door de EersteKamer behandeld wordt (Kamerstuk 36 495). Het wetsvoorstel DMA isop 4 september al in de Tweede Kamer behandeld en op 10 septemberaangenomen. Op 16 oktober hebben Kamerleden hun schriftelijkevragen gedeeld. Deze worden momenteel beantwoord. De ACM is totafronding van de wetsbehandeling nog niet definitief aangewezen alsbevoegde autoriteit.CMiddelen: Structureel 929.000 euro voor 7 fte. Er zijn voor watbetreft de DMA geen taken bij de ACM die nog niet van financieringzijn voorzien.•Platform-to-Business verordening (P2B): De nieuwe taken voorACM in het kader van de P2B zijn beschreven in de wet handhavingvan de platform-to-business (P2B) verordening. De ACM krijgt hierinonder meer de bevoegdheid om de P2B-verordening bestuursrechtelijkte handhaven.CMiddelen: Structureel 620.000 euro voor 5 fte. Er zijn voor watbetreft de P2B geen taken bij de ACM die nog niet van financieringzijn voorzien. De Eerste Kamer heeft in september 2024 ingestemdmet de wet. De wet treedt daarom naar verwachting op zeer kortetermijn in werking.•Dataverordening (DA): De nieuwe taken voor ACM in het kader vande DA zullen worden beschreven in het wetsvoorstel UitvoeringswetDataverordening, dat naar verwachting begin 2025 naar uw Kamer zalworden gestuurd. Op basis van de UHT van de ACM zal het Ministerievan EZ structureel middelen ter beschikking te stellen voor de takendie de ACM in het kader van deze wet krijgt. De eerste mogelijkheidhiervoor is in de Voorjaarsnota van 2025. Ondertussen krijgt de ACMwel in 2024 en 2025 al op incidentele basis middelen om zich voor tekunnen bereiden op haar taken als bevoegde autoriteit.•AI-verordening: Indien de ACM wordt aangewezen als één van de(betrokken) toezichthouders voor onderdelen van de AI-verordening,worden de nieuwe taken beschreven in het wetsvoorstel Uitvoerings-wet AI-verordening. Deze wordt naar verwachting in de loop van 2026naar uw Kamer gestuurd. Als de ACM deze in het kader van deze wettaken krijgt, zal het Ministerie van EZ middelen ter beschikking stellenop basis van de UHT van de ACM.36Hoe draagt het wegvallen van de laatste twee tranches van het NationaalGroeifonds bij aan de ambitie om per 2030 drie procent van het bbp teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 468 investeren in onderzoek en innovatie? Hoe verklaart u dat er niet eerderaan deze norm voldaan kan worden?AntwoordIn het regeerprogramma is als doel opgenomen om in 2030 drie procentvan het BBP in R&D te investeren. In 2022 betrof het aandeel van totaleR&D uitgaven 2,3% van het BBP. Volgens de laatste ramingen nemen depublieke R&D-investeringen over 2024 nog toe. Vanaf 2025 wordt eendaling in de publieke R&D-investeringen verwacht, met name omdat devierde en vijfde ronde van het Groeifonds niet doorgaan. Hiermee zullende totale R&D-uitgaven vanaf 2025 afnemen.Het Ministerie van EZ is voornemens verder inzicht te creëren in deverwachte publieke en totale R&D uitgaven op basis van het regeerpro-gramma, maar dit overzicht is voor de begrotingsbehandelingen nog nietbeschikbaar. Deze informatie zal onderdeel uitmaken van een brederbeleidsplan om aan de 3 procent doelstelling te werken. Dit beleidsplanzal waarschijnlijk Q3 van 2025 met de Tweede Kamer worden gedeeld.37Kunt u nader toelichten welke uitwisselingen en verbindingen er vanuithet budget Samenwerking regio zijn en worden gerealiseerd op hetterrein van digitalisering?AntwoordDit (onderzoeks)budget heeft als doel de uitwisseling van ervaringen enverdieping in kennis tussen R(k en regio te stimuleren en verbindingen terealiseren door partijen samen te brengen rondom EZ-thema’s, zoalsinnovatie, ondernemerschap en mkb, digitalisering, ruimtelijke ordeningen verduurzaming van de economie. Voor de start van het begrotingsjaardoen de Regio ambassadeurs van EZ voorstellen op basis van hunregulier overleg met de regio.Op gebied van digitalisering is bijvoorbeeld uit dit budget een bijdragegeleverd aan CBS om samen met Duitse en Belgische statistiekbureaus opduurzame wijze de verzameling van grensdata te organiseren enbeschikbaar te stellen.38Kunt u aangeven of het hoge aantal externen bij de Dienst ICT Uitvoering(DICTU), veroorzaakt door de behoefte aan specifieke ICT-expertise, kanworden opgelost door de uitbreiding van het aantal interne formatie-plaatsen?AntwoordDICTU zet meerjarig in op verambtelijking van het personeelsbestand, watin de praktijk lastig is vanwege de krappe arbeidsmarkt, met name op hetgebied van specifieke ICT-specialisten.DICTU spant zich maximaal in om het interne personeelsbestand tevergroten door naast reguliere werving ook actief in te zetten oprecruitment, trajecten met zij-instromers en afspraken met hogescholen.Een uitbreiding van het aantal formatieplaatsen zal daarom op kortetermijn niet leiden tot oplossing van het hoge aantal externen.39Kunt u aangeven of DICTU op korte termijn wel aan de Roemer-norm van10 procent zal gaan voldoen?AntwoordDe bedrijfsstrategie van DICTU en de daarvan deel uitmakende sourcings-trategie werkt toe naar een samenwerking met Rijkspartners, meer doenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 469 door en met marktpartijen en op termijn minder zelf doen. Dit leidt optermijn tot een verschuiving van inhuur naar inkoop van diensten bijRijkspartners dan wel marktpartijen. De komende jaren zal DICTU echterniet kunnen voldoen aan de Roemernorm van 10 procent.40Wat is het voornaamste argument dat DICTU als uitvoeringsorganisatieondergebracht is bij het Ministerie van EZ en niet bij het Ministerie vanBZK?AntwoordDICTU ondersteunt vooral de primaire processen van de ministeries vanEZ, KGG en LVVN en hun uitvoeringsorganisaties, vandaar dat DICTU alsuitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij het Ministerie van EZ. Dit isvergelijkbaar met de ICT-organisaties van J&V en de Belastingdienst dieook bij genoemde organisaties zijn ondergebracht.DICTU is op 1 januari 2005 opgericht als de centrale ICT-dienst van hettoenmalige Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).Toen de ministeries van Economische Zaken (EZ) en LNV in 2010fuseerden tot EL&I, werden alle ICT-activiteiten van deze ministeries bijDICTU ondergebracht. Ook na de herinrichting van EL&I tot LNV en EZ in2017 bleef DICTU ICT-diensten en -producten aan EZ en LNV leveren.DICTU maakte vanaf toen organisatorisch onderdeel uit van deEZ(K)-organisatie.De reden dat SSC-ICT wel onder BZK valt, is omdat SSC-ICT een meerRijksbrede taak vervult (niet uitsluitend BZK). Daardoor is het logisch datSSC-ICT onder het verantwoordelijke Ministerie van digitalisering valt.41Kunt u al aangeven hoeveel ondernemingen meedoen aan de derdeAI-call voor nieuwe R&D-samenwerkingsprojecten van midden- enkleinbedr(ven (mkb) binnen de Mkb-innovatiestimulering Regio enTopsectoren (MIT-regeling)?AntwoordIn 2024 is de derde AI-call opengesteld binnen de MIT-regeling voornieuwe R&D samenwerkingsprojecten voor het innovatieve mkb. 141mkb’ers hebben een aanvraag ingediend voor de derde AI-call, waarvan30 mkb’ers een toekenning krijgen voor hun aanvraag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XIII, nr. 4610
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.