Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Polisaanbod 2024 en verzekerdeninvloed (Kamerstuk 29689-1235)
Brontekst
Versie 17a786bfc21b49ab · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1242 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 28 maart 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de volgende brieven:•zorgverzekeringstelsel Polisaanbod 2024 en verzekerdeninvloed1,•stand van zaken contractering 20242•verzekerdenmonitor 20233.De vragen en opmerkingen zijn op 1 februari 2024 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 28 maart 2024zijn de vragen door de Minister voor Medische Zorg, mede namens deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, beantwoord.De fungerend-voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Heller1Kamerstuk 29 689-12352Kamerstuk 29 689-12333Kamerstuk 29689-1234 kst-29689-1242ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12421 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie9II.Reactie van de Minister11 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van een drietalbrieven met betrekking tot het zorgverzekeringsstelsel. Zij hebben deindruk dat de Minister vooral positieve ontwikkelingen naar voren brengten geen oog heeft voor negatieve ontwikkelingen. Deze leden hebbendaarom nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie begrijpen uit de evaluatie dat de WetVerzekerdeninvloed Zvw nog weinig positiefs heeft gebracht voor deindividuele verzekerden. Om te beginnen is er veel onbekendheid overzowel de inspraakregeling als de verzekerdenraad. Wat gaat de Ministerhieraan doen? De verzekerdenraad bemoeit zich (nog) niet met hetinkoopbeleid van de zorgverzekeraar, dat was toch een belangrijkedoelstelling van deze wet. Als dit niet tot stand komt is de hele wet eenbureaucratische exercitie geweest, aldus genoemde leden. Zij ontvangengraag een reactie van de Minister op dit ontbreken van invloed op dezorginkoop. Genoemde leden verbazen zich dat blijkbaar meer onderzoeknodig is naar wat er in de praktijk nodig is om individuele verzekerdenmeer te betrekken bij de beleidsvorming van zorgverzekeraars. Datbetekent eigenlijk dat de wet voorbarig en gehaast is ingevoerd zonderaandacht voor de praktijk. Is de Minister het met deze leden eens?De leden van de PVV-fractie verbazen zich over de positieve woorden vande Minister ten aanzien van de zorgcontractering. Elk jaar duurt hetonderhandelen tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders langer, er zitwerkelijk geen verbetering in de contractering. Hierdoor weten verze-kerden niet op tijd welke zorg ze vergoed krijgen van zorgverzekeraars.Hoe kunnen ze dan een adequate keuze maken voor hun zorgpolis, zovragen de leden de Minister.De contracteringsgraad blijft met name achter bij de zelfstandigebehandelcentra (ZBC) en de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Maakt deMinister zich daar net als deze leden ernstige zorgen over? De Ministerschrijft verder onder andere het volgende: «Er zijn geen brede signalendie erop duiden dat de zorgcontractering met het oog op 2024 moeizaamverloopt.» De Minister negeert daarmee dus totaal de zorgen van deConsumentenbond die twee weken daarvoor nog een brandbrief naar deMinister stuurde en een handhavingsverzoek bij de NederlandseZorgautoriteit (NZa) indiende, omdat de contractering van zorgaanbiedersdit jaar weer niet rond is bij de start van het overstapseizoen. Wil deMinister hierop reflecteren, zo vragen genoemde leden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12422 De leden van de PVV-fractie lezen in de Verzekerdenmonitor dat het aantalwanbetalers van de zorgpremie in 2022 ongeveer gelijk is met het jaardaarvoor. Waarom neemt dat aantal niet af, zo vragen zij de Minister. Kande Minister toelichten wat de voornaamste redenen zijn die leiden totbetalingsachterstand en zijn daarin bepaalde groepen te onderscheiden?Genoemde leden lezen ook dat het aantal wanbetalers dat de totale schuldheeft voldaan afneemt en dat het aantal heraanmeldingen toeneemt. Datlijkt de leden van de PVV-fractie geen gunstige ontwikkeling. Kan deMinister dit duiden?Tot slot willen zij weten wat de totale premieschuld is van de ongeveer170.000 wanbetalers van de zorgpremie en graag een overzicht ontvangenvan de totale premieschuld van de afgelopen tien jaar.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de verschillende brieven. Dit heeft tot enkele vragen geleid bijhen. Genoemde leden zien dat de restitutiepolis steeds minder wordtaangeboden, van 25 polissen in 2014 naar 4 in 2024. Welke risico’s ziet deMinister in de afname van restitutiepolissen? Genoemde leden vinden datdeze trend een grote verantwoordelijkheid plaatst bij de verzekerden. Deverzekerden moeten dan elk jaar bij het afsluiten van een verzekering eengoede inschatting maken of de zorgaanbieder aan wie zij de voorkeurgeven voldoende zorg heeft ingekocht bij hun preferente zorgaanbieder.Dit is op zichzelf al ingewikkeld, maar deze leden zien hierbij tweecomplicerende factoren. In de eerste plaats is contractering vaak nog nietrond als de overstapperiode begint en ten tweede zorgen omzetplafondservoor dat verzekerden soms niet terecht kunnen bij zorgaanbieders diede zorgverzekeraar wel heeft gecontracteerd. Hoe realistisch is het om vanverzekerden te vragen om dit allemaal te overzien in hun beslissing vooreen zorgverzekeraar? Kan de Minister meer zeggen over de contracteer-graad op de vier peilmomenten (12 november, 8 december, 22 decemberen midden januari)? In hoeverre acht de Minister het haalbaar dat dezorgverzekeraars daadwerkelijk met alle gewenste zorgaanbieders decontractering rond hebben voor de start van het overstapseizoen? Deleden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het zeer onwenselijk datverzekerden nu op extra kosten kunnen worden gejaagd omdat ze nietoverzien welke zorgaanbieders gecontracteerd zijn. Daarom vinden zij hetbelangrijk dat een offerteplicht wordt ingevoerd als een stap om deinformatievoorziening voor verzekerden te verbeteren.Genoemde leden zijn benieuwd op welke datum de verkenning van deNZa voor het invoeren van deze informatieverplichting wordt verwacht enof deze verkenning met de Kamer gedeeld kan worden? Daarnaast horenzij graag of de uitkomsten van het gesprek aan de thematafel contrac-tering met de IZA-partijen over de offerteplicht ook gedeeld kunnenworden met de Kamer.Ook over de omzetplafonds die zorgverzekeraars met zorgaanbiedersafspreken, hebben deze leden enkele vragen. Kan de Minister inzichtelijkmaken hoe vaak er in het afgelopen jaar een omzetplafond is bereikt voorzorgaanbieders? In welke gevallen was er bij het bereiken van omzetpla-fonds ook sprake van een wachtlijst voor de behandelingen die niet langerbij deze zorgaanbieder konden worden uitgevoerd? Kan de Minister in debeantwoording van de twee bovenstaande vragen een uitsplitsing makenvan het aantal gevallen per sector? Hoe verhouden omzetplafonds zich totde zorgplicht van zorgverzekeraars als er wachtlijsten zijn? Wat zou ergebeuren als zorgverzekeraars geen omzetplafonds meer zoudenbedingen? Welke nadelen kleven hier volgens de Minister aan? Vindt deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12423 Minister het reëel om van verzekerden te vragen om niet alleen tecontroleren of een gewenste zorgaanbieder een contract heeft bij eenzorgverzekeraar, maar ook nog een inschatting te maken of eenafgesproken omzetplafond gehaald zal worden dat jaar, om te weten of zetoegang zullen hebben tot de gewenste zorg? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie snappen dat er in het huidige oerwoud vanpolissen veel gebruik gemaakt wordt van vergelijkingssites. Ze zijnbenieuwd hoe deze vergelijkingssites gefinancierd worden. Hoeveel vanhet geld, bestemd voor Zvw-gefinancierde zorg, gaat naar vergelijkings-sites?Ook zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd of de Ministermeer inzicht kan geven in andere vormen van contractering in het veld. Zoweten deze leden dat sommige ziekenhuizen en zorgverzekeraars samenkiezen voor waardegedreven contractering van zorg. Het idee is dat defocus zo verschuift van productie van zorg, naar de beste oplossing voorde patiënt. Zorgaanbieders spreken dan een vaste vergoeding af metzorgverzekeraars, onafhankelijk van zorgproductie, met een prestatiebe-loning op basis van KPI’s. Vindt de Minister deze ontwikkeling gewenst?Welke voor- en nadelen ziet de Minister aan deze ontwikkeling? Kan deMinister uitleggen hoe de huidige vereveningssystematiek tussenzorgverzekeraars op basis van Diagnose Behandel Combinaties (DBC)»swerkt? Om te experimenteren met nieuwe vormen van contractering zouhet voor zorgaanbieders die dat willen doen, helpen als ze dit soortafspraken met één zorgverzekeraar kunnen maken en niet met allezorgverzekeraars aparte afspraken hierover hoeven te maken. Hoe kijkt deMinister naar het aanstellen van een preferente zorgverzekeraar in eenregio, waarbij andere zorgverzekeraars deze preferente zorgverzekeraarvolgen in de contractering. Welke voor- en nadelen ziet de Minister aandeze mogelijkheid?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben samen met deChristenUnie een voorstel ingediend om de opslag van de wanbetalersregeling te verlagen van twintig naar tien procent. Hoe beoordeelt deMinister dit voorstel? Uit het onderzoek wat de Minister recent met deKamer deelde, blijkt dat er geen preventieve prikkel uitgaat van de opslag.Dat verbaast genoemde leden niet. Het spreekt naar hun idee voor zichdat de voornaamste reden dat mensen hun zorgverzekering niet betalen isdat ze dit niet kunnen betalen. Een boete schikt in dit geval niet af, maarhelpt deze mensen verder in de problemen.Is de Minister bereid om stappen te zetten om de premieopslag helemaalaf te schaffen? En zo niet, waarom is de Minister hier niet toe bereid?Afsluitend zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd inhoeverre de zorgtoeslag in 2024 kostendekkend is voor de zorgverzekeringvan verzekerden en hoe de maximale hoogte van de zorgtoeslag wordtvastgesteld? Is er een vuistregel voor hoe een stijging in zorgpremiedoorwerkt in de hoogte van de zorgtoeslag?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brieven vande Minister. Zij zijn blij te lezen dat het polisaanbod niet is toegenomen endat de premiestijging minder groot is dan verwacht in de begroting.Genoemde leden hebben nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie zijn positief over de samenwerking tussenzorgverzekeraars en vergelijkingssites en vinden het goed te zien dat ditverzekerden in staat stelt om een goede vergelijking tussen polissen temaken. Genoemde leden kijken dan ook uit naar de brief over het verloopvan het overstapseizoen 2023–2024. Kan aangegeven worden hoeveelmensen gebruik hebben gemaakt van een vergelijkingswebsite? Dezeleden vinden het goed dat er afspraken zijn gemaakt over welke infor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12424 matie over polissen en contractering wordt getoond. Zij vragen hierbij aande Minister hoe voor verzekerden beter inzichtelijk wordt wanneer (binneneen concern) de polis vergelijkbaar is. Hoe staat het met het voornemenvan de NZa om de informatieverplichting voor zorgverzekeraars hieroveraan te scherpen? Welke definitie van «nagenoeg gelijk» wordt gehan-teerd?Het Nivel trekt een aantal positieve conclusies uit het onderzoek naar deWet Verzekerdeninvloed Zvw, maar doet ook aanbevelingen. Deelt deMinister deze conclusies en wat gaat zij doen met de aanbevelingen?Met betrekking tot de contractering zijn de leden van de VVD-fractiepositief over de constatering dat het zorgcontracteerproces voor 2024beter is verlopen dan vorig jaar en dat zorgverzekeraars en zorgaan-bieders zich gezamenlijk inzetten om de beweging naar passende zorg temaken. Kan de Minister aangeven hoe zij uitvoering gaat geven aan demotie-Tielen/Daniëlle Jansen over het in kaart brengen van knelpunten bijde contractering van passende zorg?4 Wanneer wordt de Kamer over devoortgang geïnformeerd?De leden van de VVD-fractie hebben al eerder aandacht gevraagd voorparamedici in de uitvoering en ontwikkelingen van het IZA. Kan deMinister toelichten in hoeverre zij wordt betrokken in het proces vanmonitoring van de IZA-afspraken over het contracteerproces?Eerder hebben de leden van de VVD-fractie opgeroepen tot het in kaartbrengen in hoeverre cowboygedrag in de zorg een halt kan wordentoegeroepen.5 Zij zijn benieuwd naar de stand van zaken. Kan de Ministerin dit verslag of in de toegezegde brief over de aanpassingen van hetzorgspecifieke markttoezicht een toelichting geven?Met betrekking tot de Verzekerdenmonitor lezen genoemde leden dat hetsteeds lastiger wordt om wanbetalers uit te laten stromen door alleen hetaanbieden van een betalingsregeling. Er is bij veel wanbetalers bredereschuldenproblematiek en daarom schuldhulpverlening nodig. Zij vragenof het klopt dat zorgverzekeraars een signaal aan gemeenten kunnenafgeven op het moment dat de zorgpremie niet meer betaald wordt, of erbetalingsregelingen worden aangevraagd, zodat gemeenten vroegtijdigactie kunnen ondernemen om mensen te helpen en een verergering vande situatie te voorkomen? Is er een beeld van het aantal signalen datgemeenten jaarlijks van zorgverzekeraars krijgen en de opvolgingdaarvan? Hoe staat het met de aanpak van niet-gebruik van bestaandesociale en betalingsregelingen?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de Nieuw Sociaal Contract (NSC)-fractie hebben devolgende vragen aan de Minister over de brieven die zij hebbenontvangen. Zo hebben zij een vraag over de enquête die door het Nivel isgehouden onder verzekerden. In hoeverre was de groep met een lageopleiding vertegenwoordigd in deze enquête? Indien onvoldoende: watkan dat betekenen voor de resultaten en conclusie?Aangegeven wordt dat de Wet Verzekerdeninvloed Zvw meer structuurgeeft aan de inspraak van verzekerden. Kan de Minister dit verduidelijken?Wat betekent dit en wat merkt de verzekerde hiervan, zo vragen dezeleden aan haar.Hoewel zorgverzekeraars aangeven dat het een uitdaging kan zijn om eengoede afspiegeling van de verzekerdenportefeuille plaats te laten nemenin de verzekerdenraad, laat het rapport ook zien dat zij hier de nodigeinspanningen toe verrichten. Welke aanvullende inspanningen kunnengedaan worden om een betere afspiegeling te krijgen? Hoe hard werktmen hieraan? Kan de Minister hier nader op ingaan?4Kamerstuk 36 410-XVI-485Kamerstuk 29 689-1231Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12425 Het Nivel beveelt aan om de zichtbaarheid van de verzekerdenraden teversterken. Dit kan onder andere door individuele verzekerden teinformeren over wat er in de verzekerdenraad wordt besproken enbesloten. Kan de Minister aangeven hoe ervoor wordt gezorgd dat dit bijalle verzekerden (ook met lage sociaaleconomische status) terechtkomt?Het valt de leden van de NSC-fractie op dat er niet wordt ingegaan op deeventuele nadelen van de afname van restitutiepolissen. Welke zijn dit? Enhoe worden deze nadelen meegenomen in het vervolg?De Minister geeft aan dat er nog geen inzicht is in de ontwikkeling van hetaantal nagenoeg gelijke polissen. Welk inzicht wenst zij precies enwanneer verwacht men dit inzicht wel te hebben?Uit het vragenlijstonderzoek onder zorgverzekeraars kwam naar voren datzij verschillend denken over het toevoegen van meer beleidsterreinen aanhun inspraakregeling.De geïnterviewde zorgverzekeraars en verzekerdenraden gaven aan dathet niet nodig is om meer beleidsterreinen toe te voegen aan de wet. Dezeleden vragen de Minister of er zicht is op alle beleidsterreinen en dus waarze wel of geen inspraak over kunnen hebben. Dus wat is mogelijk om toete voegen?Zorgverzekeraars zijn niet op de hoogte van het opleidingsniveau van hunverzekerdenportefeuille. Is het wenselijk dit te veranderen en hoe komtmen hiervan wel op de hoogte?De leden van de NSC-fractie stellen vast dat het tijdig afronden van decontractering een stevige inspanning vraagt van zowel zorgaanbieders alszorgverzekeraars. In het IZA is afgesproken om de komende jaren hetcontracteerproces zodanig te verbeteren dat er ruim voor het einde vanhet jaar duidelijkheid is voor verzekerden welke zorg wel en niet gecon-tracteerd is. Partijen zetten hier met een breed verbetertraject volop op in.Kan de Minister garanderen dat dit eind dit jaar gebeurt? En zo ja, welkeinspanningen worden gedaan om dit te kunnen garanderen?Op dit moment zijn er landelijk gezien een zeer beperkt aantal signalen dieerop wijzen dat er sprake is van een moeizame contractering, waarbijpartijen er niet goed samen uitkomen. Hoe krijgt men zicht op dezesignalen? Hoe actief wordt (moeizame) contractering uitgevraagd? En watwordt concreet gedaan met deze signalen? Hoe wordt in deze periode enbij deze partijen met de verzekerde omgegaan?De Minister wil de verwachting temperen dat de contractering voor 2025al voor 12 november in zijn geheel is afgerond. Waarom is het een jaarvan tevoren toch niet mogelijk om wel naar contractering op 12 novemberte streven? Hoe groot is de kans dat contractering voor 12 november welmogelijk is wat betreft de contractering voor het jaar daarop (2026)?Buitenlandse studenten met een bijbaan en seizoensarbeiders zijnvaak/vaker onverzekerd. Is er inzicht in hun zorggebruik? Door wie wordthun zorg betaald? Wat wordt eraan gedaan om dit grote aantal onverze-kerde buitenlandse studenten met een bijbaan en seizoensarbeiders teverminderen?Kan de Minister aangeven hoe in de contractering samengewerkt wordtmet de afzonderlijke beroepsgroepen? Zit hier verschil tussen? Wordt metde ene beroepsgroep meer samengewerkt dan met andere beroeps-groepen? Is er zicht op de tevredenheid over samenwerking overcontractering? Hoe zorgen zorgverzekeraars dat beroepsgroepenvoldoende gehoord worden?Voorts vragen deze leden hoe er in de contractering wordt samengewerktmet kleine zorgaanbieders, bijvoorbeeld in de eerste lijn? Is er zicht op detevredenheid over samenwerking over kleine zorgaanbieders? Hoe zorgenzorgverzekeraars dat ook kleine zorgaanbieders voldoende gehoordworden?Kan de Minister bevestigen dat op het moment van contracteringonduidelijk is welke polisvoorwaarden de zorgverzekeraar voor deaanvullende verzekering in het nieuwe jaar gaat hanteren. IndienTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12426 bevestigd, erkent de Minister dat het vooral voor fysiotherapeuten vanbelang is om de polisvoorwaarden wel duidelijk te hebben, omdatfysiotherapeutische zorg voor het grootste deel onder de aanvullendeverzekering valt? Welke oplossing ziet de Minister hiervoor?Welke mogelijkheden ziet de Minister om de opslag op de premie voorwanbetalers te schrappen en op welke termijn? En welke mogelijkheid iser volgens de Minister om hierbij onderscheid te maken tussen wanbe-talers (die wel/niet kunnen betalen)?Op dit moment is het onduidelijk voor mensen met een natura- ofcombinatiepolis welke zorg gecontracteerd is. Op welke manier kan deMinister realiseren dat zorgverzekeraars voor 1 december voorafgaandaan het verzekeringsjaar naar (potentiële) verzekerden bekent maakt welkezorgaanbieders gecontracteerd zijn en hoeveel de verzekerde zelf moetbetalen voor een niet-gecontracteerde zorgaanbieder?Hoe controleert de Minister dat bij een natura- of combinatiepolis ervoldoende zorg gecontracteerd is? Hoe controleert de Minister dat er inelke regio voldoende zorg gecontracteerd is, zo vragen genoemde ledentot slot.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie danken de Minister voor de brieven metbetrekking tot het zorgverzekeringstelsel en hebben nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat 2024 het tweede jaar is dat decollectiviteitskorting is afgeschaft en zijn benieuwd in hoeverre dit invloedheeft gehad op het maken van een keuze voor een zorgverzekering doorde consument. Voorts vragen deze leden of de Minister kan toelichtenwelke andere effecten kunnen worden waargenomen.De leden van de D66-fractie vinden het belangrijk dat patiënten enconsumenten inspraak hebben op hun zorgverzekering, zoals georgani-seerd in de Wet Verzekerdeninvloed Zvw. Het Nivel-onderzoek EvaluatieWet Verzekerdeninvloed geeft aan dat patiënten en consumentenorgani-saties zich de vraag stellen in welke mate de wetswijziging heeft geleid totmeer invloed van verzekerden. Deze leden vragen de Minister om in tegaan op de aanbevelingen uit het onderzoek, zoals de aanbeveling om dezichtbaarheid van de verzekerdenraden te versterken. Kan de Ministeraangeven op welke wijze zij voornemens is hier navolging aan te geven?De leden van de D66-fractie hebben ook met veel interesse kennisge-nomen van de onderzoeken over de premieopslag, mede gezien het feitdat deze leden afgelopen jaren meermaals hebben gevraagd om meerinformatie over de effecten van de wanbetalersregeling (bijvoorbeeld inde motie-Ceder/Kat d.d. 31 mei 2022, Kamerstuk 24 515, nr. 641). Dezeleden vragen de Minister te reflecteren op het in het schriftelijk overleg«evaluatie van de wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverze-kering» genoemde onderzoeksresultaat dat de wanbetalers over hetalgemeen in de lagere inkomensklassen zitten. Hoe verhoudt zich dit totde in het onderzoek gestelde randvoorwaarde dat iemand voldoendeinkomen dient te hebben om de opslag te laten werken? Deze ledenvragen of de Minister kan aangeven welke beleidsopties er zijn om hetaantal wanbetalers af te laten nemen, zonder de negatieve effecten voormensen die hun premie niet kunnen betalen vanwege de in het onderzoekgestelde randvoorwaarden. Kan de Minister aangeven welke stappen ergemaakt zijn om mensen met beginnende betalingsachterstandenvroegtijdig te benaderen. Hoeveel mensen zijn er op deze manierbehandeld en welke stappen zijn er vervolgens ondernomen, zo vragendeze leden haar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12427 Ten slotte, vragen de leden van de D66-fractie of de Minister kantoelichten op welke wijze er volledig gebruik wordt gemaakt van decapaciteit van klinieken. Deze leden begrijpen dat de treeknorm in deziekenhuizen vaak wordt overschreden, terwijl er bij de klinieken nogvoldoende capaciteit is om zorg te verlenen. Kan de Minister aangevenwelke knelpunten hierin meespelen – bijvoorbeeld bij contractering doorzorgverzekeraars – en op welke wijze dit in verhouding staat tot hetnakomen van de zorgplicht door zorgverzekeraars?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben de brieven van Minister ontvangenover het zorgverzekeringsstelsel en hebben nog enkele vragen aan haar.Uit het onderzoek van Nivel blijkt dat alle zorgverzekeraars in Nederlandeen inspraakregeling hebben en bijna allemaal een verzekerdenraadhebben opgericht. De veranderingen in de wet hebben echter maarbeperkt invloed gehad op de manier waarop verzekerden invloed hebbenop het beleid van de zorgverzekeraars. De adviezen van de verzekerden-raden lijken voornamelijk te leiden tot aanpassingen in het klantcommuni-catiebeleid en niet zozeer op het beleid rondom de inkoop van zorg. Deleden van de BBB-fractie willen graag meer inzicht krijgen in wat deverzekerdenraden nodig hebben om concrete beleidsadviezen te kunnengeven over de inkoop van zorg. Is de Minister bereid om hier onderzoeknaar te doen?Daarnaast is het een aandachtspunt dat de verzekerdenraad niet bekendgenoeg is bij individuele verzekerden. Veel mensen weten niet eens dat deverzekerdenraad bestaat. Het is belangrijk om de zichtbaarheid van deverzekerdenraad te vergroten, zodat individuele verzekerden contactkunnen opnemen met hun zorgverzekeraar via de verzekerdenraad. Hoewil de Minister ervoor zorgen dat de zichtbaarheid wordt vergroot?Verder is er volgens het onderzoek behoefte aan vervolgonderzoek om tekijken naar wat er in de praktijk nodig is om individuele verzekerden meerte betrekken bij het vormen van het beleid van zorgverzekeraars. Is deMinister bereid om dit vervolgonderzoek mogelijk te maken?Zorgverzekeraars hebben een belangrijke rol bij het inkopen van zorg. Zijhebben ook de verantwoordelijkheid om de beschikbare zorgcapaciteitoptimaal te benutten en de wachttijden te verkorten tot minimaal dewettelijk vastgestelde norm. De leden van de BBB-fractie constateren datniet alle klinieken die graag gecontracteerd willen worden en een bijdragekunnen leveren aan het verkorten van de wachttijden, worden gecontrac-teerd voor 2024.Zij willen daarom weten of de Minister op de hoogte is van het feit dat detoegankelijkheid van zorg steeds meer onder druk staat. Dit komt doordatde wachttijden in ziekenhuizen de treeknorm ruimschoots overschrijden,terwijl er onbenutte capaciteit is bij niet-gecontracteerde klinieken.Daarnaast willen zij ook weten of de Minister op de hoogte is van het feitdat er capaciteit beschikbaar is bij klinieken, maar dat deze niet benut kanworden omdat zorgverzekeraars niet genoeg contracteren. Dit is jammer,omdat deze capaciteit juist kan helpen bij het verminderen van wacht-tijden. Wat gaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat zorgverzeke-raars hun wettelijke verplichtingen nakomen? Zorgverzekeraars hebbennamelijk de verantwoordelijkheid om de beschikbare zorgcapaciteit in tekopen en ervoor te zorgen dat zorg toegankelijk is voor iedereen.Daarnaast willen de leden van de BBB-fractie nog een paar andere puntenaankaarten. Ze willen graag dat er onderzoek wordt gedaan naar deimpact van groeiende commerciële huisartsenketens op de kwaliteit enbereikbaarheid van zorg. Hierbij kan gekeken worden naar hun waardebinnen het zorgstelsel en hoe we het praktijkhouderschap voor huisartsenaantrekkelijker kunnen maken. Ook kan de fusietoets van de zorgautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12428 worden uitgebreid naar de mogelijke gevolgen van overnames voor dekwaliteit van zorg. Het bestaande verbod op winstuitkering in de zorg kanindien nodig worden uitgebreid. Wat vindt de Minister hiervan?De leden van de BBB-fractie constateren dat de marktwerking in de zorg tever is doorgeslagen en dat het zorgstelsel vrijwel vastgelopen is. Een ideeom dit op te lossen is om de marktwerking te beperken door éénverplichte basisverzekeringspolis in te voeren en de premieverschillen temaximeren. Ook het verminderen van het aantal verschillende labels enpolissen kan bijdragen aan het vereenvoudigen van het verzekerings-stelsel. Is de Minister positief over deze ideeën en zo ja, hoe kunnen dezemaatregelen worden uitgevoerd?Tot slot vinden de leden van de BBB-fractie dat zorgverzekeraars temachtig zijn geworden. Daarom willen zij dat zorgverzekeraars voortaanafspraken maken met collectieven, zoals brancheverenigingen, en nietmet individuele zorgaanbieders. Zorgaanbieders mogen zich organiserenen hoeven niet meer individueel in gesprek te gaan. Dit bespaart veel tijden frustratie en zorgt bovendien voor een gelijkwaardiger onderhande-lingsniveau. Wil de Minister dit meenemen in haar overwegingen om hetzorgstelsel te vereenvoudigen?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brieven van hetkabinet en hebben nog een aantal vragen over deze brieven en hetzorgverzekeringsstelsel.De leden van de SP-fractie constateren dat de zorgpremie ook dit jaarweer is gestegen naar gemiddeld € 146 per maand. Zij benadrukken datdit voor veel mensen een zware last is, ook in de groep mensen die geenrecht heeft op zorgtoeslag. Tegelijkertijd is er wel voldoende geld inNederland om de zorg te financieren. De zorg is dus niet onbetaalbaar,maar de zorgpremie wordt dat wel voor veel mensen.Wat gaat de Minister doen om te voorkomen dat de zorgpremie voor nogmeer mensen een te zware last wordt? Hoe kijkt zij bijvoorbeeld naarmogelijke maatregelen om de kosten eerlijker te verdelen, door de zorgmeer uit de belastingen te betalen of de premie inkomensafhankelijk temaken?Daarnaast benadrukken de leden van de SP-fractie dat er ook genoegmaatregelen te nemen zijn om de zorguitgaven te beperken, zonder in televeren op de kwaliteit en de toegankelijkheid. Daarvoor is het echter welnoodzakelijk om fundamenteler in te grijpen in het stelsel. Zo stelde deCNV recent voor om de bewijslast voortaan om te draaien en de zorgver-zekeraars verantwoordelijk te maken om het te bewijzen als zorg niet isgeleverd, om zo te kunnen stoppen met overbodige administratieve lastvoor zorgaanbieders.6 Is de Minister bereid naar dit soort mogelijkhedente kijken?De leden van de SP-fractie stellen dat er snel iets moet gebeuren ommondzorgmijding tegen te gaan. Uit onderzoek onder het EenVandaagopiniepanel bleek immers dat ruim één op de vijf mensen mondzorg mijdtvanwege de kosten.7 Om die reden zijn deze leden van mening datmondzorg zo snel mogelijk in het basispakket zou moeten wordenopgenomen. In de tussentijd moet er echter ook zo snel mogelijk ietsgebeuren om de mondzorg voor mensen die kampen met ernstigegebitsproblemen door mondzorgmijding. Welke stappen is de Minister6AD, 4 januari 2024, «Administratie in de zorg? Doe dat maar lekker zelf!» (https://www.ad.nl/opinie/administratie-doen-in-de-zorg-doe-dat-lekker-zelf-maar~ad481622/)7EenVandaag, 13 juni 2023, «Lagere inkomens gaan niet meer naar de tandarts vanwege dekosten: «Ibuprofen tegen de pijn goedkoper dan de tandartsrekening» (Lagere inkomens gaanniet meer naar tandarts vanwege de kosten: «Ibuprofen tegen de pijn goedkoper dan detandartsrekening» – EenVandaag (avrotros.nl))Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12429 bereid daar nu voor te zetten? Hoe kijkt zij aan tegen het voorstel vanDokters van de Wereld en de FNV voor «eenmalige triage en behandelingvan deze groepen om hun gebit weer in orde te brengen, op basis van deminimumeisen (pijn- en ontstekingsvrij, functioneel gebit en represen-tatief)»?8 Hoe staat het daarnaast met de uitvoering van de motie-Dijk/Drost over met concrete voorstellen komen om mondzorg voor bepaaldegroepen te verbeteren?9De leden van de SP-fractie stellen daarnaast dat fysiotherapie zo snelmogelijk in het basispakket zou moeten worden opgenomen. Dit verbetertnamelijk de toegankelijkheid van deze noodzakelijke zorg voor mensen enkan ook nog besparen op zwaardere zorg. In hoeverre verwacht deMinister dat fysiotherapie in 2025 voor meer gevallen vergoed zal wordenuit het basispakket?De leden van de SP-fractie zijn van mening dat het eigen risico eenonrechtvaardige boete is op ziek zijn, die zo snel mogelijk zou moetenworden afgeschaft. Zij vragen de Minister daarom wat het laatste momentis dat het eigen risico aangepast of afgeschaft zou kunnen worden voorhet jaar 2025?De leden van de SP-fractie zijn ten slotte van mening dat het huidigezorgverzekeringsstelsel gebaseerd op marktwerking niet werkt en deoplossing van de problemen in de zorg in de weg zit.Zij zijn zich ervan bewust dat het huidige kabinet niet meer met eenvoorstel zal komen om dit stelsel grondig te herzien, gezien de demissio-naire status. Echter benadrukken zij wel dat zo’n herziening onvermijdelijkis en vragen daarom wat de huidige Minister doet om aanpassing van ditstelsel te onderzoeken en voor te bereiden.De leden van de SP-fractie constateren dat het aantal restitutiepolissenweer verder is gedaald van zeven naar vier. Zij vragen de Minister inhoeverre zij verwacht dat dit aantal verder af zal nemen. Daarnaast vragenzij de Minister of zij zich bewust is van de risico’s van het verdwijnen vanrestitutiepolissen voor mensen die afhankelijk zijn van ongecontracteerdezorg, bijvoorbeeld bij transzorg of in de ggz. Wat gaat zij doen om tevoorkomen dat die mensen te maken krijgen met veel extra kosten of eenminder toegankelijke zorg?De leden van de SP-fractie blijven kritisch op de gang van zaken bij decontractering van de zorg. Nog steeds moeten mensen vaak een verze-kering afsluiten, voordat zij weten welke zorgaanbieders door hunzorgverzekeraar gecontracteerd worden. Zij vragen de Minister inhoeverre het is gelukt om dit te verbeteren. Welk percentage van decontracten was dit jaar voor 1 januari afgesloten? Gaat het met hetverbetertraject lukken om dit percentage aankomend jaar honderd procentte maken?Daarnaast wijzen zij op de ongelijke positie tussen kleine zorgaanbiedersen de zorgverzekeraars, die er vaak toe leidt dat deze aanbieders onderdruk komen te staan door niet-dekkende tarieven. Hoe kan de ongelijkepositie tussen zorgverzekeraars en kleine zorgaanbieders wordenverbeterd?De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het nog altijd voorkomt datzorgaanbieders onverzekerden weigeren, waardoor zij veel lastigertoegang kunnen krijgen tot de zorg die zij nodig hebben.10 Er zijn nu welsubsidiepotjes voor, maar die volstaan niet om ervoor te zorgen datonverzekerden een gelijke toegang hebben tot noodzakelijke zorg. Wat8Dokters van de Wereld en FNV, 14 juni 2023, «Zwartboek Mondzorg» (https://doktersvandewereld.org/rapporten-publicaties/zwartboek-mondzorg/)9Kamerstuk 33 578-10510Medisch Contact, 14 september 2023, «Elke dag dat ik hier ben, ben ik nodig» (https://www.medischcontact.nl/actueel/laatste-nieuws/artikel/elke-dag-dat-ik-hier-ben-ben-ik-nodig)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124210 gaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat ook onverzekerden altijdtoegang krijgen tot de zorg die zij nodig hebben?De leden van de SP-fractie vragen ten slotte hoe de Minister kijkt naar devraag vanuit diabetespatiënten naar een ruimere vergoeding vanglucosemonitoren. Daarvan wordt nu een deel niet vergoed, terwijl dezevoor patiënten wel een duidelijke meerwaarde hebben. Is de Ministerbereid om te kijken of het mogelijk zou zijn deze monitoren ook tevergoeden?II Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van een drietalbrieven met betrekking tot het zorgverzekeringsstelsel. Zij hebben deindruk dat de Minister vooral positieve ontwikkelingen naar voren brengten geen oog heeft voor negatieve ontwikkelingen. Deze leden hebbendaarom nog een aantal vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie begrijpen uit de evaluatie dat de WetVerzekerdeninvloed Zorgverzekeringswet (Zvw) nog weinig positiefs heeftgebracht voor de individuele verzekerden. Om te beginnen is er veelonbekendheid over zowel de inspraakregeling als de verzekerdenraad.Wat gaat de Minister hieraan doen? De verzekerdenraad bemoeit zich(nog) niet met het inkoopbeleid van de zorgverzekeraar, dat was toch eenbelangrijke doelstelling van deze wet. Als dit niet tot stand komt is de helewet een bureaucratische exercitie geweest, aldus genoemde leden. Zijontvangen graag een reactie van de Minister op dit ontbreken van invloedop de zorginkoop. Genoemde leden verbazen zich dat blijkbaar meeronderzoek nodig is naar wat er in de praktijk nodig is om individueleverzekerden meer te betrekken bij de beleidsvorming van zorgverzeke-raars. Dat betekent eigenlijk dat de wet voorbarig en gehaast is ingevoerdzonder aandacht voor de praktijk. Is de Minister het met deze leden eens?De resultaten van het evaluatieonderzoek heb ik onder de aandachtgebracht van alle zorgverzekeraars. Daarbij heb ik hen gewezen op deaanbevelingen die in het rapport staan, waaronder de aanbeveling dat dezichtbaarheid van verzekerdenraden versterkt kan worden. De komendeperiode houd ik een vinger aan de pols welke stappen worden gezet omde zichtbaarheid te versterken. Ik ben niet voornemens te bekijken wat ernodig is om de invloed van verzekerden op het inkoopbeleid te vergroten.Uit de evaluatie volgt immers (paragraaf 6.2, p. 37) dat de betrokkenheidvan verzekerden bij het zorginkoopbeleid is vergroot door de wetswij-ziging. Zowel zorgverzekeraars als verzekerden geven daarover aan datbetrokkenheid op dit onderwerp lastig kan zijn, omdat het inkoopprocescomplex is en dit afhankelijk is van verschillende factoren. Verder deel ikde afrondende conclusie van deze leden niet, omdat ik het vooralbelangrijk vind dat de conclusie van het rapport is, dat er meer betrok-kenheid is ontstaan en er wel degelijk mogelijkheid tot inspraak is. Nogbelangrijker vind ik de conclusie uit de evaluatie dat verzekerdenradenzich gehoord voelen door zorgverzekeraars en dat zij fungeren als eenklankbord.De leden van de PVV-fractie verbazen zich over de positieve woorden vande Minister ten aanzien van de zorgcontractering. Elk jaar duurt hetonderhandelen tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders langer, er zitwerkelijk geen verbetering in de contractering. Hierdoor weten verze-kerden niet op tijd welke zorg ze vergoed krijgen van verzekeraars. Hoekunnen ze dan een adequate keuze maken voor hun zorgpolis, zo vragende leden de Minister. De contracteringsgraad blijft met name achter bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124211 zelfstandige behandelcentra (ZBC) en de geestelijke gezondheidszorg(ggz). Maakt de Minister zich daar net als deze leden ernstige zorgen over?De Minister schrijft verder onder andere het volgende: «Er zijn geen bredesignalen die erop duiden dat de zorgcontractering met het oog op 2024moeizaam verloopt.» De Minister negeert daarmee dus totaal de zorgenvan de Consumentenbond die twee weken daarvoor nog een brandbriefnaar de Minister stuurde en een handhavingsverzoek bij de NederlandseZorgautoriteit (NZa) indiende, omdat de contractering van zorgaanbiedersdit jaar weer niet rond is bij de start van het overstapseizoen. Wil deMinister hierop reflecteren, zo vragen genoemde leden.Zoals eerder aangegeven is mijn beeld dat de contractering in hetalgemeen vlotter is verlopen dan vorig jaar. In april ontvangt u een briefwaarin ik de uitkomsten van de contractering terugkoppel, evenals destand van zaken ten aanzien van het verbeteren van het contracteerprocesen de verbetering van de informatievoorziening richting verzekerden.Ik vind het belangrijk dat verzekerden weten welke zorgaanbieders ergecontracteerd zijn en dat zij een bewuste keuze kunnen maken voor eenzorgverzekeraar en een polis. In het Integraal Zorgakkoord (IZA) hebbenpartijen met elkaar aan aantal afspraken gemaakt om zowel het contrac-teerproces te verbeteren als de informatievoorziening aan de verzekerden.Op grond van deze afspraken hebben zorgverzekeraars afgelopenoverstapseizoen op hun website vermeld in welke fase de onderhandelingmet de zorgaanbieder zich bevonden en hebben zij afgesproken omallemaal dezelfde kwalificaties daarvoor te gebruiken. Ook wordtaangegeven wat de mogelijke consequenties zijn voor het recht opvergoeding van de kosten van de geleverde zorg.In de brief van 7 december 202311 heeft mijn ambtsvoorganger uitgebreidantwoord gegeven en gereflecteerd op een aantal vragen van het lid VanDijk (fractie SP) over de brief van de Consumentenbond waar de ledenvan de fractie PVV naar verwijzen. Mijn voorganger schreef daar o.a. datzorgverzekeraars en zorgaanbieders jaarlijks via de contracteringafspraken maken over de te leveren zorg en de budgetten daarvoor. Deinspanningen daarbij zijn erop gericht dat de zorgverzekeraar aan dezorgplicht kan voldoen en dat de zorg die geleverd wordt kwalitatief goedis en doelmatig geleverd wordt. Mijn ambtsvoorganger betreurde het feitdat in de media het beeld naar voren kwam dat er sprake was vangetreuzel. Zijn ervaring was dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars juistheel hard aan het werk waren om gezamenlijk tot goede afspraken tekomen in het belang van de patiënt.Het tijdig afronden van de contractering vraagt echter stevige inspanningvan zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars. In IZA is afgesproken omde komende jaren het contracteerproces zodanig te verbeteren dat er ruimvoor het einde van het jaar duidelijkheid is voor verzekerden welke zorgwel en niet gecontracteerd is. Partijen zetten hier met een breed verbeter-traject volop op in. Het doel van partijen is het steeds meer binnen decontouren van 12 november (start van het overstapseizoen) organiserenvan het contracteerproces.Dit vraagt echter een verandering van de contractering, het proces en decontracteercultuur en daarmee veel inspanning van zowel zorgverzeke-raars als zorgaanbieders.De leden van de PVV-fractie lezen in de Verzekerdenmonitor dat het aantalwanbetalers van de zorgpremie in 2022 ongeveer gelijk is met het jaardaarvoor. Waarom neemt dat aantal niet af, zo vragen zij de Minister. Kande Minister toelichten wat de voornaamste redenen zijn die leiden tot11Aanhangsel Handelingen II Vergaderjaar 2023–2024, nr. 566Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124212 betalingsachterstand en zijn daarin bepaalde groepen te onderscheiden?Genoemde leden lezen tevens dat het aantal wanbetalers dat de totaleschuld heeft voldaan afneemt en dat het aantal heraanmeldingentoeneemt. Dat lijkt de leden van de PVV-fractie geen gunstige ontwik-keling. Kan de Minister dit duiden? Tot slot willen zij weten wat de totalepremieschuld is van de circa 170.000 wanbetalers van de zorgpremie engraag een overzicht ontvangen van de totale premieschuld van deafgelopen tien jaar.Het aantal wanbetalers is afgenomen van 325.000 in 2014 tot ongeveer170.000. Dit betreft de stand van het aantal wanbetalers medio 2022. Dezedaling is veroorzaakt door inspanningen van zorgverzekeraars (met namedoor het aanbieden van betalingsregelingen), in combinatie met eenwijziging in het beleid (opschorting wanbetalersregeling bij het treffen vaneen betalingsregeling). Een verdere grote daling van het aantal wordt nietverwacht. Er blijft altijd een groep verzekerden in- en uitstromen. Ondankshet aanbod van een betalingsregeling door de zorgverzekeraar en vroegsignalering door gemeenten, zijn er altijd verzekerden die te makenkrijgen met problematische schulden en intensievere hulp nodig hebben.In 2022 stroomde ongeveer 135.000 verzekerden in en uit de wanbetalers-regeling.We zien dat een relatief groter deel van de verzekerden in de wanbetalers-regeling te maken heeft met bredere schulden en vaak multiproblematiek.Het aanbieden van een betalingsregeling is dan niet voldoende. Bij dezegroep is (schuld)hulpverlening nodig. Om die reden kunnen gemeentenbij het Centraal Administratie Kantoor (CAK) een lijst opvragen metwanbetalers in hun gemeenten. Ongeveer 150 (vooral grote en middel-grote) gemeenten ontvangen regelmatig de CAK-lijst. Het CAK promootdeze lijst actief.Het jaarlijkse onderzoek door het CBS laat zien dat meer dan 75% van deverzekerden in de wanbetalersregeling een inkomen heeft van minder dan€ 30.000, – per jaar. Verder zien we dat, zoals hierboven al toegelicht, veelwanbetalers bredere schulden hebben. Onderzoek door het CBS12 (2022)laat zien dat 60.000 van de destijds 170.000 wanbetalers ook schuldenhadden bij andere publieke uitvoeringsorganisaties. Er is geen zicht opeventuele schulden bij andere (private) schuldeisers. Door bredereschulden ontstaat de situatie dat de zorgtoeslag die wanbetalers mogelijkontvangen, niet altijd wordt uitgegeven aan het betalen van dezorgpremie. Daardoor ontstaan dan weer schulden bij de zorgverzekeraar.In de jaarlijkse verzekerdenmonitor zijn verschillende kenmerkenopgenomen van de groep verzekerden in de wanbetalersregeling, zoalsleeftijd, geslacht, inkomen en uitkeringen. Meer in het algemeen zijn erniet bepaalde groepen te onderscheiden.Het aantal heraanmeldingen is toegenomen, doordat sinds 2015 meerbetalingsregelingen zijn getroffen hetgeen voor die tijd niet mogelijk was.Op het moment dat de wanbetaler een betalingsregeling treft volgt eenopschorting voor de wanbetalersregeling. Een deel van de betalingsrege-lingen mislukt waarna heraanmelding volgt.Het is niet bekend wat de totale premieschuld is van de ongeveer 170 000verzekerden die op dit moment in de wanbetalersregeling zitten, omdatdit geen statische groep betreft. In de onderstaande tabel treft u onderandere het totaal te incasseren premies eind 2022 en in de jaren daarvoor.Tabel Opgelegde bestuursrechtelijke premie en status (bron: CAK)X € 1.0002009 tm 202020212022TotaalTe incasseren premies5.035.536299.039303.1955.637.770Netto betaald2.933.782279.224385.4703.598.47612Betalingsachterstanden bij uitvoeringsorganisaties | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124213 X € 1.0002009 tm 202020212022TotaalAfgeboekt752.74492.964164.3081.010.016Naar eindafrekening514.09300514.093In betalingsregeling2.462002.462Openstaande premie832.454– 73.149– 246.583512.723 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de verschillende brieven. Dit heeft tot enkele vragen geleid bijhen.Genoemde leden zien dat de restitutiepolis steeds minder wordt aange-boden, van 25 polissen in 2014 naar 4 in 2024. Welke risico’s ziet deMinister in de afname van restitutiepolissen?Er is sprake van een ruim polisaanbod op de zorgverzekeringsmarkt. Vooriedere polis is sprake van een ruime keuze aan zorgaanbieders, waarvoorde kosten van zorg in de basisverzekering volledig wordt vergoed. Derestitutiepolissen die de laatste jaren zijn omgezet naar combinatiepo-lissen bieden voor de meeste vormen van zorg nog een vergoeding opbasis van restitutie, behalve voor de wijkverpleging en ggz. Dus ook alneemt het aantal restitutiepolissen af, er blijven nog voldoende natura- encombinatiepolissen over met een ruime keuze voor zorgaanbieders. Deverzekerde heeft bij natura- en combinatiepolissen daarmee nog steeds demogelijkheid om te kiezen voor de zorgverlener die bij hem of haar past.Wel heeft de NZa recentelijk de vier grootste zorgverzekeraars formeelaangesproken; zij moeten zich in het kader van hun wettelijke zorgplicht,meer inspannen om met name het aanbod van voldoende ggz-zorg beterte borgen.Bovendien is in art. 13 Zvw bepaald dat zorgverzekeraars ook voor eennaturapolis een deel van de kosten voor niet-gecontracteerde zorg moetvergoeden.Daarnaast kunnen zorgverzekeraars via de contractering voor hunverzekerden kwalitatief goede en doelmatige zorg inkopen en sturen ophet vermijden van niet-passende en ondoelmatige zorg. Goede contrac-tering kan zich dus vertalen naar goede, passende zorg tegen een scherpepremie. Daarom kan een natura- of combinatiepolis voor veel verzekerdeneen goede keuze zijn. Kortom: ik zie niet direct risico’s in de afname vanhet aantal restitutiepolissen.Genoemde leden vinden dat deze trend een grote verantwoordelijkheidplaatst bij de verzekerden. De verzekerden moeten dan elk jaar bij hetafsluiten van een verzekering een goede inschatting maken of dezorgaanbieder aan wie zij de voorkeur geven voldoende zorg heeftingekocht bij hun preferente aanbieder. Dit is op zichzelf al ingewikkeld,maar deze leden zien hierbij twee complicerende factoren. In de eersteplaats is contractering vaak nog niet rond als de overstapperiode beginten ten tweede zorgen omzetplafonds ervoor dat verzekerden soms nietterecht kunnen bij aanbieders die de verzekeraar wel heeft gecontracteerd.Hoe realistisch is het om van verzekerden te vragen om dit allemaal teoverzien in hun beslissing voor een zorgverzekeraar?Ik vind het belangrijk dat verzekerden (tijdens het overstapseizoen) wetenwelke zorgaanbieders er gecontracteerd zijn en een bewuste keuzekunnen maken voor een zorgverzekeraar en een polis. Om te realiserendat verzekerden dit kunnen overzien heb ik in het IZA afspraken gemaaktover het verbeteren van de informatievoorziening aan verzekerden.Zorgverzekeraars hebben hiertoe, zoals eerder is toegelicht, tijdens hetafgelopen overstapseizoen vijf kernboodschappen gehanteerd dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124214 gedurende de onderhandelingsfase duidelijk maken in hoeverre er al eencontract is afgesloten met een zorgaanbieder en wat de mogelijkefinanciële consequenties zijn voor de verzekerden. Als een verzekerde meteen omzetplafond wordt geconfronteerd en daardoor geen zorg kankrijgen bij de zorgaanbieder van voorkeur, kan hij zich melden bij dezorgverzekeraar. Deze kan dan besluiten om het zorgplafond van debetreffende zorgaanbieder te verruimen zodat de verzekerde alsnog bijzijn zorgaanbieder van voorkeur terecht kan of de zorgverzekeraarbemiddelt de verzekerde naar een andere zorgaanbieder. Daarmeevoldoet de zorgverzekeraar aan zijn wettelijke zorgplicht. De verzekerdeheeft namelijk recht op zorg en geen recht op zorg bij een specifiekezorgaanbieder.Kan de Minister meer zeggen over de contracteergraad op de vierpeilmomenten (12 november, 8 december, 22 december en middenjanuari)? In hoeverre acht de Minister het haalbaar dat de verzekeraarsdaadwerkelijk met alle gewenste zorgaanbieders de contractering rondhebben voor de start van het overstapseizoen? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vinden het zeer onwenselijk dat verzekerden nuop extra kosten kunnen worden gejaagd omdat ze niet overzien welkeaanbieders gecontracteerd zijn.De NZa bekijkt op dit moment hoe het contracteerseizoen 2024 isverlopen. Zij hebben samen met Zorgverzekeraars Nederland (ZN) op vierpeilmomenten (12 november, 8 december, 22 december en middenjanuari) in kaart gebracht wat de contracteerstatus is binnen de medischspecialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg en wijkverpleging. Ditgeeft een indicatie over de contracteergraad binnen deze sectoren. Deuitkomst van deze evaluatie zal ik in april met uw Kamer delen. Dezeevaluatie is onderdeel van een breed traject dat de IZA-partijen hebbenafgesproken om het contracteerproces te verbeteren. De verandering vanhet contracteerproces vraagt echter een verandering van vorm, proces encultuur en daarmee ook de nodige inspanning van zowel zorgverzekeraarsals zorgaanbieders. Deze verandering is weliswaar in volle gang, maarneemt ook zeker nog de nodig tijd in beslag.Daarbij wil ik ook opmerken dat het weliswaar belangrijk is dat hetcontractering snel wordt afgerond, maar dat het ministens zo belangrijk isdat er betere inhoudelijke afspraken over passende zorg in de contractenworden gemaakt. Om zo de bewegingen uit het IZA van de grond tekrijgen. Het gaat naar mijn mening dus niet alleen om snelheid maar ookom de kwaliteit van de inhoud van het contract. Ik kan niet garanderen datde contractering rond is voor de start van het volgende overstapseizoen.Daarom vinden zij het belangrijk dat een offerteplicht wordt ingevoerd alseen stap om de informatievoorziening voor verzekerden te verbeteren.Genoemde leden zijn benieuwd op welke datum de verkenning van deNZa voor het invoeren van deze informatieverplichting wordt verwacht enof deze verkenning met de Kamer gedeeld kan worden? Daarnaast horenzij graag of de uitkomsten van het gesprek aan de thematafel contrac-tering met de Integraal Zorgakkoord (IZA)-partijen over de offerteplichtook gedeeld kunnen worden met de Kamer.De NZa heeft de verkenning naar de offerteplicht uitgevoerd en ook deIZA-partijen meegenomen in deze verkenning. Op 12 maart 2024 is deverkenning met de partijen besproken. Ik zal uw Kamer in april informerenover de uitkomsten van deze bespreking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124215 Ook over de omzetplafonds die verzekeraars met aanbieders afspreken,hebben deze leden enkele vragen. Kan de Minister inzichtelijk maken hoevaak er in het afgelopen jaar een omzetplafond is bereikt voor zorgaan-bieders? In welke gevallen was er bij het bereiken van omzetplafonds ooksprake van een wachtlijst voor de behandelingen die niet langer bij dezeaanbieder konden worden uitgevoerd? Kan de Minister in de beant-woording van de twee bovenstaande vragen een uitsplitsing maken vanhet aantal gevallen per sector? Hoe verhouden omzetplafonds zich tot dezorgplicht van verzekeraars als er wachtlijsten zijn? Wat zou er gebeurenals zorgverzekeraars geen omzetplafonds meer zouden bedingen? Welkenadelen kleven hier volgens de Minister aan?Zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben de gezamenlijke verantwoor-delijkheid om de zorg in Nederland van een kwalitatief hoog niveau,duurzaam betaalbaar en toegankelijk te houden. Het al dan niet afsprekenvan een omzetplafond is de uitkomst van onderhandelingen door tweeprivate partijen, de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder.Ik weet niet hoe vaak er in het afgelopen jaar een omzetplafond is bereiktvoor zorgaanbieders. Wat voor mij echter van belang is, is dat eenverzekerde de zorg krijgt waar hij of zij recht op heeft. Als een omzet-plafond bereikt is dan blijft de zorgplicht van zorgverzekeraars gelden. Deverzekerde die zorg nodig heeft, heeft recht op zorg. Dat houdt in dat dezorgverzekeraar zorg moet leveren die tijdig en bereikbaar is. Dan voldoetde zorgverzekeraar aan zijn wettelijke zorgplicht. Als verzekerden niet(tijdig) terecht kunnen bij de zorgverlener van hun voorkeur (bijvoorbeelddoor een omzetplafond of door een wachtlijst), dan moet de zorgverze-keraar ervoor zorgen dat deze zorg elders – tijdig en bereikbaar –beschikbaar is. Daarbij moet worden opgemerkt dat een zorgverzekeraarte maken kan hebben met overmacht, bijvoorbeeld bij een algeheelgebrek aan personele capaciteit.Er moet dan wel door de zorgverzekeraar kunnen worden aangetoond dater serieuze inspanningen zijn gepleegd. De NZa ziet toe op de nalevingvan de zorgplicht.Zorgverzekeraars en zorgaanbieders maken jaarlijks via de contracteringafspraken over de te leveren zorg en de budgetten daarvoor. De inspan-ningen daarbij zijn erop gericht dat de zorgverzekeraar aan de zorgplichtkan voldoen en dat de zorg die geleverd wordt kwalitatief goed is endoelmatig geleverd wordt. Onder andere budgetplafonds zijn voorzorgverzekeraars een belangrijk instrument om de uitgaven te beheersen.Als de zorgverzekeraar voldoet aan zijn zorgplicht door de patiënt tebemiddelen naar zorg bij een andere zorgaanbieder waar nog ruimte isbinnen het afgesproken plafond, kan dit bijdragen aan de betaalbaarheidvan de zorg en blijft de patiënt nog steeds verzekerd van kwalitatieve enpassende zorg die tijdig en bereikbaar is.Als zorgverzekeraars geen omzetplafonds meer zouden afspreken, danzou dit ten koste kunnen gaan van de kostenbeheersing. Maar ook zou dittot gevolg kunnen hebben dat er te veel zorg wordt geleverd door eenzorgaanbieder, waarvan de zorgverzekeraar meent dat dit niet gewenst is,bijvoorbeeld omdat de zorgverzekeraar weet dat andere zorgaanbiederspassendere zorg leveren dan deze zorgaanbieder.Vindt de Minister het reëel om van verzekerden te vragen om niet alleente controleren of een gewenste zorgaanbieder een contract heeft bij eenverzekeraar, maar ook nog een inschatting te maken of een afgesprokenomzetplafond gehaald zal worden dat jaar, om te weten of ze toegangzullen hebben tot de gewenste zorg?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124216 Informatie over omzetplafonds is beschikbaar voor verzekerden.Daarnaast is het zo dat ook bij een omzetplafond de noodzakelijke zorgaltijd geleverd moet worden, ofwel als gevolg van een doorleverplichtofwel via een doorverwijzing. Zorgverzekeraars zijn verplicht hunverzekerden te informeren met welke zorgaanbieder zij een contracthebben. Ook zorgaanbieders zijn daartoe verplicht. Ook hebben zorgverze-keraars de plicht om hun verzekerden te informeren over volumeaf-spraken of omzetplafonds die zij hanteren in de contracten. Dezeinformatie is daarom toegankelijk voor verzekerden via de informatieka-nalen van de zorgverzekeraars. Als er een omzetplafond is afgesproken ende geleverde zorg komt boven dat plafond, dan staat in het contract vande zorgaanbieder met de zorgverzekeraar dat de zorgaanbieder ofwel zorgmoet blijven leveren (doorleverplicht), ofwel dat de zorgaanbieder debetreffende patiënt mag verwijzen naar de zorgverzekeraar of een anderezorgaanbieder waar de noodzakelijke zorg wel te verkrijgen is (geendoorleverplicht). De verzekerde heeft dus altijd de garantie dat denoodzakelijke zorg voldoende tijdig geleverd zal worden. Als eenverzekerde tijdens het overstapseizoen meer inzicht wil in de gevolgenvan het omzetplafond, dan hij daarover contact op te nemen met dezorgverzekeraar. De verzekerde kan ook kiezen voor een polis waar geenomzetplafond aan de orde is voor de betreffende zorgaanbieder, als dezepolis beschikbaar is.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie snappen dat er in het huidigeoerwoud van polissen veel gebruik gemaakt wordt van vergelijkingssites.Ze zijn benieuwd hoe deze vergelijkingssites gefinancierd worden.Hoeveel van het geld, bestemd voor Zvw-gefinancierde zorg, gaat naarvergelijkingssites?Zorgverzekeraars en vergelijkingssites maken onderling afspraken over dehoogte van de provisie die vergelijkingssites ontvangen. De hoogte envormgeving van deze provisie kan per vergelijkingssite verschillen. Zo ishet bijvoorbeeld mogelijk dat een zorgverzekeraar een eenmalige provisieverstrekt, maar ook doorlopende provisies zijn mogelijk. Ik heb geen zichtop de totale inkomsten van vergelijkingssites. Wel hebben de vergelij-kingssites die verbonden zijn aan het «Keurmerk Objectief Vergelijken»afgesproken dat zij de gemiddelde provisie die zij ontvangen op hunwebsite tonen. Betalingen aan vergelijkingssites vallen overigens nietonder de kosten van Zvw-verzekerde zorg, maar onder de bedrijfskostenvan zorgverzekeraars.Ook zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd of de Ministermeer inzicht kan geven in andere vormen van contractering in het veld. Zoweten deze leden dat sommige ziekenhuizen en verzekeraars samenkiezen voor waardegedreven contractering van zorg. Het idee is dat defocus zo verschuift van productie van zorg, naar de beste oplossing voorde patiënt. Aanbieders spreken dan een vaste vergoeding af metverzekeraars, onafhankelijk van zorgproductie, met een prestatiebeloningop basis van KPI’s. Vindt de Minister deze ontwikkeling gewenst? Welkevoor- en nadelen ziet de Minister aan deze ontwikkeling? Om te experi-menteren met nieuwe vormen van contractering zou het voor zorgaan-bieders die dat willen doen, helpen als ze dit soort afspraken met éénverzekeraar kunnen maken en niet met alle verzekeraars aparte afsprakenhierover hoeven te maken. Hoe kijkt de Minister naar het aanstellen vaneen preferente zorgverzekeraar in een regio, waarbij andere verzekeraarsdeze preferente zorgverzekeraar volgen in de contractering. Welke voor-en nadelen ziet de Minister aan deze mogelijkheid?Ik ben een voorstander van elke contractsvorm die een positieve bijdragelevert aan kwaliteit, betaalbaarheid, toegankelijkheid en organiseer-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124217 baarheid van de zorg. Waardegedreven contractering kan zo’ncontractsvorm zijn, omdat de focus daarbij ligt op de beste oplossing voorde patiënt. Dat is een voordeel. Een nadeel kan zijn dat zorgverzekeraarsen zorgaanbieders echter wel goede afspraken moeten maken over de«key performance indicators» (kpi’s) die gebruikt worden om de waardevoor de patiënt te meten en te normeren. En dat blijkt in de praktijk op ditmoment nog lastig. Het is dus aan de contracterende partijen om hetcontract zodanig in te vullen en uit te voeren dat de meerwaarde voor depatiënt ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Het uitgangspunt binnenhet stelsel is dat het grootste deel van de zorg binnen de Zvw concurren-tieel wordt ingekocht en individueel wordt gecontracteerd. Wel isvolgbeleid mogelijk, waarbij de zorgaanbieder een verzoek doet aan deoverige zorgverzekeraars om het contract van de preferente zorgverze-keraar te volgen. Dat is in de praktijk ook al op verschillende plekken aande orde, zoals bij de inkoop van huisartsenzorg. Verder hebben partijen inhet IZA afgesproken dat dit ook wordt nagestreefd met betrekking tot derelevante regioplannen. Tot slot zijn specifiek voor impactvolle transfor-maties bestuurlijke afspraken gemaakt over gelijkgerichte inkoop om degoedgekeurde transformaties te realiseren.Ik vind dat gelijkgerichtheid een goed instrument is dat kan bijdragen eensnellere transformatie van de zorg. Uiteraard moet wel geborgd wordendat de Mededingingswet niet in het gedrag komt en dat er voldoendeconcurrentie overblijft zodat de zorgverzekeraars geprikkeld blijven omeen optimale bijdrage te leveren aan het behalen van de doelen van hetIZA.Kan de Minister uitleggen hoe de huidige vereveningssystematiek tussenverzekeraars op basis van Diagnose Behandel Combinaties (DBC)»swerkt?Zorgverzekeraars worden via de risicoverevening financieel gecompen-seerd voor een aantal voorspelbare gezondheidsrisico’s van hunverzekerdenpopulatie. Dit om een gelijkspeelveld te borgen zodat ersprake kan zijn van eerlijke concurrentie tussen hen. Er bestaat immerseen wettelijke acceptatieplicht voor zorgverzekeraars en een verbod oppremiedifferentiatie (elke verzekerde moet voor dezelfde verzekeringspolisdezelfde premie betalen). En zonder verevening van deze risico’s zoudenzorgverzekeraars met een verzekerdenpopulatie met hoge zorgkosten, nietkunnen concurreren. Een van de kenmerken van de verzekerdenpopulatiedie worden verevend is de zogenaamde diagnosekostengroepen. Anderezijn bijvoorbeeld, leeftijd en geslacht, de woonplaats en sociaalecono-mische status (SES). De diagnosekostengroepen zijn groepen vanchronische aandoeningen die kostenhomogeen zijn en waarvan verwachtwordt dat die in het komende jaar relatief hoge kosten met zichmeebrengen. Diagnose-informatie (gebaseerd op gedeclareerde diagnosebehandelcombinaties (dbc’s)) uit het jaar voorafgaand aan het vereve-ningsjaar is hiervoor beslissend. Mocht een verzekerde uit de verzeker-denpopulatie van de zorgverzekeraar in een diagnosekostengroep vallen,dan krijgt de zorgverzekeraar daarvoor een (financiële) vereveningsbij-drage.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben samen met deChristenUnie een voorstel ingediend om de opslag van de wanbetalersregeling te verlagen van twintig naar tien procent. Hoe beoordeelt deMinister dit voorstel? Uit het onderzoek wat de Minister recent met deKamer deelde, blijkt dat er geen preventieve prikkel uitgaat van de opslag.Dat verbaast genoemde leden niet. Het spreekt naar hun idee voor zichdat de voornaamste reden dat mensen hun zorgverzekering niet betalen isdat ze dit niet kunnen betalen. Een boete schikt in dit geval niet af, maarhelpt deze mensen verder in de problemen. Is de Minister bereid omTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124218 stappen te zetten om de premieopslag helemaal af te schaffen? En zo niet,waarom is de Minister hier niet toe bereid?Het onderzoek door de bureaus AEF en Zorgvuldigadvies waaraan wordtgerefereerd, geeft een genuanceerd beeld bij de motiverende werking vande bestuursrechtelijke opslag. Bij een deel van de verzekerden heeft dezeopslag een negatief effect en wordt de financiële problematiek verergerd.Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat we de positieve ontwikkelingmet betrekking tot het aantal verzekerden in de wanbetalersregelingvasthouden.In lijn met het aangenomen amendement13 van de leden Bikker en Klaverwordt het uitgavenbedrag van artikel 2 Curatieve zorg van de departe-mentale begrotingsstaat verlaagd, zodat de opslag op korte termijnverlaagd kan worden naar 110%. Door het verlagen van de opslag zou hetaantal wanbetalers weer kunnen stijgen. Het effect van deze verlaging ophet aantal wanbetalers wordt daarom zorgvuldig gemonitord.Afsluitend zijn de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie benieuwd inhoeverre de zorgtoeslag in 2024 kostendekkend is voor de zorgverzekeringvan verzekerden en hoe de maximale hoogte van de zorgtoeslag wordtvastgesteld? Is er een vuistregel voor hoe een stijging in zorgpremiedoorwerkt in de hoogte van de zorgtoeslag?Voor de zorgtoeslag is bepaald welk deel van het inkomen maximaalafgedragen hoeft te worden aan de Zvw (normpercentages). Voor allekosten boven dit maximum ontvangt een verzekerde zorgtoeslag. Het doelis dus niet om kostendekkend te zijn. Verder is de hoogte van dezorgtoeslag afhankelijk van het inkomen en de geraamde gemiddeldenominale premie en het geraamde gemiddelde eigen risico (standaard-premie).De maximale hoogte van de zorgtoeslag is € 1.483 voor éénpersoonshuis-houdens en € 2.833 voor meerpersoonshuishoudens per jaar in 2024. Degeraamde standaardpremie is gelijk aan € 1.987 (€ 3.974 voormeerpersoonshuishoudens). Een stijging van de zorgpremie vertaalt zichin een stijging van de standaardpremie. Een stijging van de standaard-premie leidt tot een 1-op-1 stijging van de zorgtoeslag, ceteris paribus.Ondanks dat de zorgtoeslag meestijgt met de ontwikkeling van dezorgpremie, daalt de zorgtoeslag in 2024 ten opzichte van 2023 omdat deéénmalige verhoging in 2023 ter compensatie van de hogere energie-kosten niet wordt verlengd.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brieven vande Minister. Zij zijn blij te lezen dat het polisaanbod niet is toegenomen endat de premiestijging minder groot is dan verwacht in de begroting.Genoemde leden hebben nog enkele vragen.De leden van de VVD-fractie zijn positief over de samenwerking tussenzorgverzekeraars en vergelijkingssites en vinden het goed te zien dat ditverzekerden in staat stelt om een goede vergelijking tussen polissen temaken. Genoemde leden kijken dan ook uit naar de brief over het verloopvan het overstapseizoen 2023–2024. Kan aangegeven worden hoeveelmensen gebruik hebben gemaakt van een vergelijkingswebsite?Onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) laat zien dat in2023 (overstapseizoen 2022–2023) meer dan de helft van de respondenten(58 procent) een vergelijkingssite heeft geraadpleegd bij het oriënteren opeen zorgverzekering. Er zijn mij nog geen cijfers bekend rondom hetgebruik van vergelijkingssites tijdens het afgelopen overstapseizoen.13Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124219 Deze leden vinden het goed dat er afspraken zijn gemaakt over welkeinformatie over polissen en contractering wordt getoond. Zij vragenhierbij aan de Minister hoe voor verzekerden beter inzichtelijk wordtwanneer (binnen een concern) de polis vergelijkbaar is. Hoe staat het methet voornemen van de NZa om de informatieverplichting voor verzeke-raars hierover aan te scherpen? Welke definitie van «nagenoeg gelijk»wordt gehanteerd?De NZa heeft per 1 november 2023 de «Regeling informatieverstrekkingziektekostenverzekeraars aan consumenten» aangescherpt (zie TH/NR-027). Artikel 7 beschrijft de transparantieverplichtingen voor zorgverzeke-raars ten aanzien van op elkaar lijkende polissen. In de toelichtingbeschrijft de NZa dat zij in ieder geval polissen gelijk of erg op elkaarvinden lijken als er bijvoorbeeld bij die polissen een beperkt verschil is inhet gecontracteerde aanbod en/of er maar weinig verschillen zijn in dehoogte van de vergoeding voor niet gecontracteerde zorg. Het gaatdaarbij om de mate waarin polissen in zijn geheel van elkaar verschillen.De NZa beschrijft in de regeling (zie blz. 15–19) aan de hand van concretevoorbeelden het afwegingskader dat zij hiervoor gebruikt.Het Nivel trekt een aantal positieve conclusies uit het onderzoek naar deWet Verzekerdeninvloed Zorgverzekeringswet, maar doet ook aanbeve-lingen. Deelt de Minister deze conclusies en wat gaat zij doen met deaanbevelingen?De resultaten van het evaluatieonderzoek heb ik gedeeld met allezorgverzekeraars. Daarbij heb ik hen gewezen op de aanbevelingen die inhet rapport staan, waaronder de aanbeveling dat de zichtbaarheid vanverzekerdenraden versterkt kan worden. De komende periode houd ik eenvinger aan de pols welke stappen worden gezet om de zichtbaarheid teversterken.Met betrekking tot de contractering zijn de leden van de VVD-fractiepositief over de constatering dat het zorgcontracteerproces voor 2024beter is verlopen dan vorig jaar en dat zorgverzekeraars en zorgaan-bieders zich gezamenlijk inzetten om de beweging naar passende zorg temaken. Kan de Minister aangeven hoe zij uitvoering gaat geven aan demotie-Tielen/Daniëlle Jansen over het in kaart brengen van knelpunten bijde contractering van passende zorg?14 Wanneer wordt de Kamer over devoortgang geïnformeerd?IZA-partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt over het verbeterenvan het contracteerproces en het bevorderen van de contractering,inclusief de beweging naar passende zorg. Zij hebben samen een aantalknelpunten in kaart gebracht die worden meegenomen in de structurelegesprekken die zij hebben over onder andere deze onderwerpen. Tenaanzien van passende zorg en contractering heeft het ZorginstituutNederland (ZiNL) in de eerste helft van 2023 een «werkplaats contracterenvan Passende zorg» georganiseerd. Dit heeft ertoe geleid dat in deHandvatten Contractering en Transparantie Gecontracteerde zorg van deNZa, een richtsnoer is opgenomen over het bereiken van overeen-stemming tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar over de transitie naarpassende zorg. Dit zou gebruikt moeten worden als uitgangspunt bijcontractvoorstellen. ZiNL, NZa en VWS-plannen op korte termijn eenafspraak in om te bezien hoe dit nog een stap verder te brengen.14Kamerstuk 36 410-XVI-48Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124220 Met de brief over het verloop van het contracteerseizoen 2024 zal ik eentoelichting geven op de stand van zaken met betrekking tot de uitvoeringvan de motie.De leden van de VVD-fractie hebben al eerder aandacht gevraagd voorparamedici in de uitvoering en ontwikkelingen van het IZA. Kan deMinister toelichten in hoeverre zij wordt betrokken in het proces vanmonitoring van de IZA-afspraken over het contracteerproces?Ook de partijen die het IZA niet hebben getekend worden betrokken bij deafspraken die op deze partijen van toepassing zijn of waar dit hen raakt.Periodiek vindt (vrijblijvend) overleg met deze partijen plaats, om hen meete nemen in de stand van zaken op alle thematafels van het IZA. Daarnaastis recentelijk een sessie georganiseerd met brancheorganisaties vanparamedische beroepen en zorginkopers van zorgverzekeraars, waarbijexpliciet aandacht is besteed aan de rol van paramedische beroeps-groepen bij het IZA. Daarbij is ingegaan op de mogelijkheden om alskleinere zorgaanbieders gezamenlijk op te trekken in de onderhandelingenmet zorgverzekeraars. De ACM heeft daarbij nadere duiding gegeven aansamenwerking in relatie tot de mededingingsregels.In het IZA zijn verschillende afspraken gemaakt om het contracteerproceste verbeteren. Deze zijn ook van belang voor de paramedische beroeps-groepen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over de betere bereikbaarheid vanzorgverzekeraars voor kleinere zorgaanbieders. De NZa heeft in die lijn hetdocument «Handvatten Contractering en Transparantie gecontracteerdezorg»15 opgesteld met daarin een aantal richtsnoeren voor contracterendepartijen. Ook bekijkt de NZa voor 2025 de noodzaak om de regelgevingaan te passen waarbij ook de paramedici zullen worden geconsulteerd.Eerder hebben de leden van de VVD-fractie opgeroepen tot het in kaartbrengen in hoeverre cowboygedrag in de zorg een halt kan wordentoegeroepen.16 Zij zijn benieuwd naar de stand van zaken. Kan de Ministerin dit verslag of in de toegezegde brief over de aanpassingen van hetzorgspecifieke markttoezicht een toelichting geven?Ik zal uw Kamer in april in de toegezegde brief met een terugblik op hetafgelopen contracteerseizoen en een vooruitblik naar het komendecontracteerseizoen, informeren over «het cowboygedrag in de zorg».Ook zal ik, zoals toegezegd, dit voorjaar in de brief over het zorgspecifiekemarkttoezicht ingaan op het tweede gedeelte van de motie van de ledenBevers en Tielen om in navolging van de uitvoering van de motie Van denBerg en Tielen17 met een voorstel te komen over hoe de positie vankleinere zorgaanbieders in de contractonderhandelingen verbeterd kanworden.Met betrekking tot de Verzekerdenmonitor lezen genoemde leden dat hetsteeds lastiger wordt om wanbetalers uit te laten stromen door alleen hetaanbieden van een betalingsregeling.Er is bij veel wanbetalers bredere schuldenproblematiek en daaromschuldhulpverlening nodig. Zij vragen of het klopt dat zorgverzekeraarseen signaal aan gemeenten kunnen afgeven op het moment dat dezorgpremie niet meer betaald wordt, of er betalingsregelingen wordenaangevraagd, zodat gemeenten vroegtijdig actie kunnen ondernemen ommensen te helpen en een verergering van de situatie te voorkomen? Is ereen beeld van het aantal signalen dat gemeenten jaarlijks van zorgverze-15Https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_745492_22/1/16Kamerstuk 29 689-123117Kamerstuk 29 689-1207Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124221 keraars krijgen en de opvolging daarvan? Hoe staat het met de aanpakvan niet-gebruik van bestaande sociale en betalingsregelingen?Per 1 januari 2021 is de wetswijzing op de Wet gemeentelijke schuldhulp-verlening (Wgs) van kracht. Met deze wijziging is vroegsignalering vanschulden op basis van signalen door derden een wettelijk taak voorgemeenten geworden. Op basis van signalen van zorgverzekeraars, maarook (in combinatie met) energiebedrijven, woningverhuurders endrinkwaterbedrijven, benaderen gemeenten bewoners met betaalachter-standen proactief om hen hulp aan te bieden. Gemeenten moeten binnenvier weken actie ondernemen (bijvoorbeeld het versturen van een brief,telefonisch contact of een huisbezoek) als zij een signaal ontvangen. Het isaan een inwoner om deze hulp van de gemeente wel of niet teaanvaarden. De afgelopen jaren hebben gemeenten de volgendeaantallen signalen ontvangen van zorgverzekeraars:2021: 218.8002022: 242.4392023: 228.902 (t/m Q3)Hier is een duidelijk stijgende lijn van signalen van de zorgverzekeraarsrichting gemeenten zichtbaar, waarbij steeds meer gemeenten actief hulpaan inwoners aanbieden. Dit kabinet heeft in 2023 en 2024 incidentelemiddelen van 50 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld voor extrainzet op vroegsignalering en bijzondere bijstand. Het Ministerie vanSociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is voornemens in 2024 de Wetgemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en daarmee ook de vroegsigna-lering te gaan evalueren.Het aantal wanbetalers (verzekerden in de wanbetalersregeling met eenschuld van zes of meer maanden zorgpremie) is afgenomen van 325.000in 2014 tot 170.000 sinds de zomer van 2022. Deze daling is met nameveroorzaakt doordat zorgverzekeraars op grote schaal betalingsregelingenzijn gaan aanbieden in combinatie met een wijziging van het beleid,namelijk de opschorting van de wanbetalersregeling bij het treffen vaneen betalingsregeling. Veel wanbetalers met een bijstandsuitkering makendaarbij gebruik van een speciale uitstroomregeling voor bijstandsgerech-tigden met een gunstige betalingsregeling en directe instroom in degemeentelijke zorgverzekeringspolis. Het aanbieden van een betalingsre-geling bij de resterende groep wanbetalers heeft minder effect, omdatdeze verzekerden relatief vaker te maken hebben met bredere schulden enmultiproblematiek. Bij deze groep is (schuld)hulpverlening nodig. Om diereden kunnen gemeenten bij het CAK een lijst opvragen met wanbetalersin hun gemeenten. Gemeenten kunnen dan samen met de inwoner metschuldenproblematiek een passend schuldhulptraject starten, zoals hetinzetten van een traject Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen(MSNP)- of een traject Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen(WSNP).Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de Nieuw Sociaal Contract (NSC)-fractie hebben devolgende vragen aan de Minister over de brieven die zij hebbenontvangen. Zo hebben zij een vraag over de enquête die door het Nivel isgehouden onder verzekerden. In hoeverre was de groep met een lageopleiding vertegenwoordigd in deze enquête? Indien onvoldoende: watkan dat betekenen voor de resultaten en conclusie?Het Nivel heeft in de evaluatie een vragenlijst uitgezet aan de leden vanhet Consumentenpanel Gezondheidszorg. Dit consumentenpanel bevateen zo goed mogelijk representatieve afspiegeling van personen van 18jaar of ouder. In totaal zijn reacties van 857 respondenten gebruikt voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124222 analyse in deze evaluatie. Voor wat betreft de representativiteit vanopleidingsniveau van verzekerden heeft het Nivel laten weten dat degroep laagopgeleiden (dat wil zeggen: de groep respondenten tot en metlager beroepsonderwijs) is ondervertegenwoordigd ten opzichte van dealgemene bevolking, maar dat dit niet van invloed is geweest op deresultaten. Zo hebben bijvoorbeeld verzekerden met een laag opleidings-niveau niet vaker nog nooit van de inspraakregeling of ledenraad gehoorddan verzekerden met een hoog opleidingsniveau.Aangegeven wordt dat de Wet Verzekerdeninvloed Zvw meer structuurgeeft aan de inspraak van verzekerden. Kan de Minister dit verduidelijken?Wat betekent dit en wat merkt de verzekerde hiervan, zo vragen dezeleden aan haar.Uit de evaluatie volgt dat zorgverzekeraars proberen verzekerdenraden zogoed mogelijk te ondersteunen in hun rol en hun input mee te nemen bijde besluitvorming. Verzekerdenraden voelen zich gehoord door zorgverze-keraars en fungeren als klankbord. Voor de verzekerden betekent dit datde beoogde structuur van verzekerdenraden bij (bijna) alle zorgverzeke-raars werkend is. Met vragen of ideeën kunnen zij zich desgewenst tot deverzekerdenraad wenden. Daarbij komt wel dat de evaluatie alsaandachtspunt meegeeft dat de zichtbaarheid van de mogelijkheden totinvloed voor individueel verzekerden verbeterd kan worden. Dit punt hebik onder de aandacht van zorgverzekeraars gebracht.Hoewel verzekeraars aangeven dat het een uitdaging kan zijn om eengoede afspiegeling van de verzekerdenportefeuille plaats te laten nemenin de verzekerdenraad, laat het rapport ook zien dat zij hier de nodigeinspanningen toe verrichten. Welke aanvullende inspanningen kunnengedaan worden om een betere afspiegeling te krijgen? Hoe hard werktmen hieraan? Kan de Minister hier nader op ingaan?Het onderzoeksrapport vermeldt dat voor sommige karakteristieken vande verzekerdenportefeuille geldt dat zij extra lastig te betrekken zijn bij deverzekerdenraad. De evaluatie laat echter ook zien dat zorgverzekeraars denodige inspanning verrichten om te komen tot een zo goed mogelijkeafspiegeling van hun verzekerdenportefeuille. Zo laten meerderezorgverzekeraars weten dat zij een goede afspiegeling nastreven voor watbetreft geslacht, zorggebruik, etniciteit of culturele achtergrond.Om een zo breed mogelijke groep aan te spreken stellen sommigezorgverzekeraars in samenspraak met de verzekerdenraad een wervings-tekst op en worden daartoe in sommige gevallen ook profielen opgesteld.Het verdere wervingsproces ligt in de handen van de verzekerdenradenzelf.Het Nivel beveelt aan om de zichtbaarheid van de verzekerdenraden teversterken. Dit kan onder andere door individuele verzekerden teinformeren over wat er in de verzekerdenraad wordt besproken enbesloten. Kan de Minister aangeven hoe ervoor wordt gezorgd dat dit bijalle verzekerden (ook met lage sociaaleconomische status) terechtkomt?De resultaten van het evaluatieonderzoek zijn gedeeld met alle zorgverze-keraars. Daarbij heb ik hen gewezen op de aanbevelingen die in hetrapport staan, waaronder de aanbeveling dat de zichtbaarheid vanverzekerdenraden versterkt kan worden. De komende periode hou ik eenvinger aan de pols en hou ik de gaten welke stappen worden gezet om dezichtbaarheid te versterken. Hoe daarop wordt ingezet, is aan zorgverzeke-raars zelf. De evaluatie laat zien dat een persoonlijke brief of e-mail doorverzekerden wordt aangewezen als favoriete middel om te wordengeïnformeerd over zowel de inspraakregeling als de verzekerdenraad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124223 Het valt de leden van de NSC-fractie op dat er niet wordt ingegaan op deeventuele nadelen van de afname van restitutiepolissen. Welke zijn dit? Enhoe worden deze nadelen meegenomen in het vervolg?De trend van het afnemen van het aantal restitutiepolissen is al een aantaljaren geleden ingezet. De oorzaak daarvoor is dat bij de restitutiepolissenzeer hoge kosten gedeclareerd worden, met name in de wijkverpleging ende ggz. Zorgverzekeraars hebben dan de keuze om ofwel de premie sterkte verhogen, ofwel de vergoeding voor deze zorg om te zetten naarnatura. Zorgverzekeraars geven aan dat zij een forse premiestijging nieteerlijk vinden voor de verzekerden die deze hoge kosten niet declareren;daarom kiezen zij voor omzetten naar vergoedingen in natura.Er is sprake van een ruim polisaanbod op de zorgverzekeringsmarkt. Vooriedere polis is sprake van een ruime keuze aan zorgaanbieders, waarvoorde kosten van zorg in de basisverzekering volledig wordt vergoed. Derestitutiepolissen die de laatste jaren zijn omgezet naar combinatiepo-lissen bieden voor de meeste vormen van zorg nog een vergoeding opbasis van restitutie, behalve voor de wijkverpleging en ggz. Dus ook alneemt het aantal restitutiepolissen af, er blijven nog voldoende natura- encombinatiepolissen over met een ruime keuze voor zorgaanbieders. Deverzekerde heeft bij natura- en combinatiepolissen daarmee nog steeds demogelijkheid om te kiezen voor de zorgverlener die bij hem of haar past.Wel heeft de NZa recentelijk de vier grootste zorgverzekeraars formeelaangesproken; zij moeten zich in het kader van hun wettelijke zorgplicht,meer inspannen om met name het aanbod van voldoende ggz-zorg beterte borgen.Bovendien is in art. 13 Zvw bepaald dat zorgverzekeraars ook voor eennaturapolis een deel van de kosten voor niet-gecontracteerde zorg moetvergoeden.Daarnaast kunnen zorgverzekeraars via de contractering voor hunverzekerden kwalitatief goede en doelmatige zorg inkopen en sturen ophet vermijden van niet-passende en ondoelmatige zorg. Goede contrac-tering kan zich dus vertalen naar goede, passende zorg tegen een scherpepremie. Daarom kan een natura- of combinatiepolis voor veel verzekerdeneen goede keuze zijn. Kortom: ik zie niet direct risico’s in de afname vanhet aantal restitutiepolissen.Daarbij kunnen zorgverzekeraars via de contractering voor hun verze-kerden kwalitatief goede en doelmatige zorg inkopen en sturen op hetvermijden van niet-passende en ondoelmatige zorg. Goede contracteringkan zich dus vertalen naar goede, passende zorg tegen een scherpepremie.Daarom kan een natura- of combinatiepolis voor veel verzekerden eengoede keuze zijn. Kortom: ik zie geen direct risico in de afname van hetaantal restitutiepolissen.De Minister geeft aan dat er nog geen inzicht is in de ontwikkeling van hetaantal nagenoeg gelijke polissen. Welk inzicht wenst zij precies enwanneer verwacht men dit inzicht wel te hebben?Nagenoeg gelijke polissen dragen niet bij aan een overzichtelijk polis-aanbod. Dit maakt het voor verzekerden lastiger om een passendezorgverzekering te kiezen. De NZa voert momenteel een analyse uit naarde vraag in hoeverre polissen daadwerkelijk van elkaar verschillen en zaldaarover rapporteren. Deze rapportage wordt vóór de zomer verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124224 Uit het vragenlijstonderzoek onder zorgverzekeraars kwam naar voren datzij verschillend denken over het toevoegen van meer beleidsterreinen aanhun inspraakregeling. De geïnterviewde zorgverzekeraars en verzekerden-raden gaven aan dat het niet nodig is om meer beleidsterreinen toe tevoegen aan de wet. Deze leden vragen de Minister of er zicht is op allebeleidsterreinen en dus waar ze wel of geen inspraak over kunnenhebben. Dus wat is mogelijk om toe te voegen?Uit de evaluatie volgt dat zowel verzekerdenraden als zorgverzekeraarshet op dit moment niet nodig vinden het aantal (beleids-)onderwerpenmet verzekerdeninvloed uit te breiden. Het staat de zorgverzekeraarsoverigens vrij om dit naar eigen inzicht te doen. In de antwoorden op devragenlijst hebben drie zorgverzekeraars aangegeven dat zij overigeonderwerpen hebben opgenomen in de regeling. Voor twee van dezezorgverzekeraars betreft het geen concrete beleidsterreinen, maar biedt deregeling inspraakmogelijkheid voor andere onderwerpen. Voor de derdezorgverzekeraar betreft het de wijze van werving van leden van deverzekerdenraad. De reacties van zorgverzekeraars en verzekerden(-raden)in deze evaluatie bieden daarom geen aanleiding voor het (wettelijk)verplicht toevoegen van onderwerpen aan de verzekerdeninvloed.Zorgverzekeraars zijn niet op de hoogte van het opleidingsniveau van hunverzekerdenportefeuille. Is het wenselijk dit te veranderen en hoe komtmen hiervan wel op de hoogte?Het is belangrijk dat de verzekerdenraad een goede afspiegeling is van deverzekerdenportefeuille. Zorgverzekeraars streven dit na via diversiteit vande leden in leeftijd, geslacht, opleiding en achtergrond. Op deze manierworden zoveel mogelijk verzekerden vertegenwoordigd. Uit de evaluatievolgt dat zorgverzekeraars hiertoe de nodige inspanningen verrichten.Inzicht in het opleidingsniveau van alle individuele verzekerden lijkt nietnoodzakelijk voor of wezenlijk bij te dragen aan de beoogde afspiegeling.Ik zie dan ook geen aanleiding voor hiertoe maatregelen te overwegen.De leden van de NSC-fractie stellen vast dat het tijdig afronden van decontractering een stevige inspanning vraagt van zowel zorgaanbieders alszorgverzekeraars. In het IZA is afgesproken om de komende jaren hetcontracteerproces zodanig te verbeteren dat er ruim voor het einde vanhet jaar duidelijkheid is voor verzekerden welke zorg wel en niet gecon-tracteerd is. Partijen zetten hier met een breed verbetertraject volop op in.Kan de Minister garanderen dat dit eind dit jaar gebeurt? En zo ja, welkeinspanningen worden gedaan om dit te kunnen garanderen?Ik kan niet garanderen dat ruim voor het einde van het jaar voor verze-kerden duidelijk is welke zorg een zorgverzekeraar wel en niet gecontrac-teerd heeft. Afgesproken is dat zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraarser zich voor inzetten dat de contractering voor 12 november wordtafgerond. Voor verzekerden is het van belang dat zij weten wat definanciële consequenties zijn als er geen contract is afgesloten. Naast hetverbeteren van het contracteerproces om ervoor te zorgen dat decontracten zoveel mogelijk in het overstapseizoen worden afgesloten, hebik ingezet op het verbeteren van de informatievoorziening. Hiertoe zijn,zoals eerder aangegeven, de nodige stappen gezet.De IZA-partijen zijn bezig om samen met de NZa het contracteerseizoen2024 te evalueren. Indien nodig worden naar aanleiding hiervan aanvul-lende afspraken gemaakt voor het contracteerseizoen 2025. Ik zal uwTweede Kamer hierover in april van dit jaar informeren. Deze evaluatie isonderdeel van een breed traject om het contracteerproces te verbeterendat de IZA-partijen hebben afgesproken. Dit vraagt echter een veranderingvan vorm, proces en cultuur en daarmee veel inspanning van zowelzorgverzekeraars als zorgaanbieders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124225 Op dit moment zijn er landelijk gezien een zeer beperkt aantal signalen dieerop wijzen dat er sprake is van een moeizame contractering, waarbijpartijen er niet goed samen uitkomen. Hoe krijgt men zicht op dezesignalen? Hoe actief wordt (moeizame) contractering uitgevraagd? En watwordt concreet gedaan met deze signalen? Hoe wordt in deze periode enbij deze partijen met de verzekerde omgegaan?De NZa houdt toezicht op de zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Dit doetzij onder meer aan de hand van meldingen en signalen die zij heeftontvangen op haar algemene meldpunt. Daarnaast heeft de NZa hetcontracteerseizoen 2024 geëvalueerd via een consultatie bij brancheorga-nisaties in de zorg. Ook heeft de NZa verdiepende gesprekken gevoerdmet de brancheorganisaties die het IZA ondertekend hebben. Verder heeftde NZa op verschillende momenten tijdens het contracteerproces ookzogenoemde «vinger-aan-de-pols-gesprekken» gevoerd met een aantalzorgverzekeraars en zorgaanbieders uit diverse sectoren over deervaringen van deze partijen met de contractering. Ook heeft de NZa opvier peilmomenten tijdens het contracteerseizoen voor meerdere sectorende contracteergraad gemeten onder zorgverzekeraars. Dit geeft eenindicatie over de mate van gecontracteerd aanbod. Deze totale evaluatie-inzichten worden door de IZA-partijen in een bestuurlijk overleg over decontractering op 12 maart 2024 besproken. Indien nodig worden dan naaraanleiding hiervan aanvullende afspraken met het oog op het contracteer-seizoen 2025 gemaakt. Ik zal uw Kamer hierover in het voorjaar infor-meren.De Minister wil de verwachting temperen dat de contractering voor 2025al voor 12 november in zijn geheel is afgerond. Waarom is het een jaarvan tevoren toch niet mogelijk om wel naar contractering op 12 novemberte streven? Hoe groot is de kans dat contractering voor 12 november welmogelijk is wat betreft de contractering voor het jaar daarop (2026)?Het is aan de bilaterale partijen om een contract af te sluiten. Er isafgesproken dat zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars zich ertoeinzetten om de contractering zoveel mogelijk voor 12 november af teronden. Er kunnen allerlei redenen zijn, waardoor dit in een individueelgeval niet lukt. Ik zet me er wel voor in om ervoor te zorgen dat hetmerendeel van de contracten tijdens het overstapseizoen wordenafgesloten. Op dit moment wordt het contracteerseizoen 2024 door deIZA- partijen geëvalueerd. Hieruit moet naar voren komen in hoeverre deafspraken die met elkaar zijn gemaakt hebben bijgedragen aan hetverbeteren van het contracteerproces en in hoeverre er aanvullendeafspraken gemaakt moeten worden.De benodigde cultuurverandering bij de IZA-partijen is in volle gang, maarneemt ook tijd in beslag.Buitenlandse studenten met een bijbaan en seizoensarbeiders zijnvaak/vaker onverzekerd. Is er inzicht in hun zorggebruik? Door wie wordthun zorg betaald? Wat wordt eraan gedaan om dit grote aantal onverze-kerde buitenlandse studenten met een bijbaan en seizoensarbeiders teverminderen?Seizoensarbeiders (arbeidsmigranten) die in Nederland arbeid verrichtenen buitenlandse studenten met een bijbaan zijn -zolang zij arbeidverrichten- verzekeringsplichtig en zijn verplicht een zorgverzekering af tesluiten. Arbeidsmigranten worden over de noodzaak om zich te verze-keren veelal door hun werkgever geïnformeerd en er is een specialewebsite volledig gericht op arbeidsmigranten. Studenten kunnen zichhierover via Nuffic informeren. Wanneer zij geen arbeid meer verrichtenkan het voorkomen dat zij onverzekerd raken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124226 Indien onverzekerde seizoensarbeiders en onverzekerde studenten zorgnodig hebben, dient de zorg in beginsel door henzelf betaald te worden.Als zij daar financieel niet toe in staat zijn, dan kan een zorgaanbieder dekosten voor medisch noodzakelijke zorg declareren op grond van deSubsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden.De omvang van gedeclareerde zorgkosten is inzichtelijk op basis van hetkenmerk van de nationaliteit, die wordt geregistreerd als zorg op grondvan bovengenoemde subsidieregeling wordt gedeclareerd. Of eenpersoon met een Duitse nationaliteit student, seizoenarbeider of toerist is,is geen gegeven dat een zorgaanbieder bij de declaratie moet vermeldenen is bij het CAK, dat de subsidieregeling uitvoert, daarom ook nietbekend. Hoeveel studenten gebruik maken van de genoemde subsidiere-geling is ook onbekend. Op basis van de nationaliteit van de landen waarveel seizoensarbeiders (arbeidsmigranten) vandaan komen, is wel eniginzicht in het gebruik van de genoemde subsidieregeling.Uit de tien door de Commissie Roemer genoemde herkomstlanden,waaronder Polen, Bulgarije en Roemenië, is in 2023 voor ruim € 25miljoen kosten gedeclareerd (11.754 declaraties).De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wil met hetwetsvoorstel Wet internationalisering in balans (WIB) de internationali-sering in het hoger onderwijs duurzaam in balans brengen, waarbij ook demaatschappelijke voor- en nadelen worden meegewogen.Met de WIB wordt daarom ingezet op het behoud van het Nederlands alsonderwijs- en wetenschapstaal en het kunnen beheersen en sturen vaninternationale studenten die in Nederland willen komen studeren. Hiertoeworden er in het wetsvoorstel taal-, numerus fixus- en regiemaatregelengeïntroduceerd. Het streven is om het wetsvoorstel zo vroeg mogelijk inhet tweede kwartaal van 2024 naar uw Kamer te sturen. De maatregelenuit het wetsvoorstel worden aangevuld door zelfregieplannen van deinstellingen en bestuurlijke afspraken. De maatregelen daaruit kunnen ookde tijd tot inwerkingtreding van het wetsvoorstel overbruggen.De toegang tot laagbetaalde arbeidsmigratie kan in sommige gevallen deprikkel bij werkgevers verkleinen om zich in te zetten voor verbetering vanarbeidsvoorwaarden en te investeren in innovatie. Daarnaast kanarbeidsmigratie gevolgen hebben voor de leefbaarheid van wijken en dedruk kan verhogen op voorzieningen zoals de zorg, de woningmarkt enhet onderwijs.Met de hervorming van de arbeidsmarkt krijgen mensen in flexibelecontracten meer zekerheid over hun inkomen en hun rooster, en wordtschijnzelfstandigheid teruggedrongen. Daarnaast kan de positie vanarbeidsmigranten verbeteren door de aanbevelingen van hetAanjaagteam bescherming arbeidsmigranten uit te voeren. Met dezemaatregelen wordt Nederland minder aantrekkelijk voor laagbetaaldearbeid en zullen (malafide) werkgevers minder inzetten op de werving vanlaagbetaalde arbeidsmigranten.De oorzaken van geconstateerde misstanden liggen daarnaast dieper enraken zoals hierboven geschetst aan de algehele inrichting van dearbeidsmarkt en economie. Uw Kamer heeft de StaatscommissieDemografische Ontwikkelingen 2050 gevraagd om de consequenties vanverschillende demografische ontwikkelingen in kaart te brengen en adviesover uit te brengen. Het kabinet werkt aan een reactie waarin hierop wordtteruggekomen.Kan de Minister aangeven hoe in de contractering samengewerkt wordtmet de afzonderlijke beroepsgroepen? Zit hier verschil tussen? Wordt metde ene beroepsgroep meer samengewerkt dan met andere beroeps-groepen? Is er zicht op de tevredenheid over samenwerking overTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124227 contractering? Hoe zorgen zorgverzekeraars dat beroepsgroepenvoldoende gehoord worden?Een zorgverzekeraar onderhandelt met een individuele zorgaanbieder, enniet met een beroepsgroep. Maar een beroepsvereniging kan zijn ledenwel helpen bij de voorbereiding van de onderhandelingen. Mits dit allesbinnen de Mededingingswet gebeurt en daarmee een correct contracteer-proces niet wordt verstoord. Ook is er regelmatig contact tussen ZN alskoepelvereniging van de zorgverzekeraars en de verenigingen van dediverse beroepsgroepen, bijvoorbeeld over de verbetering van hetcontracteerproces. In die contacten kan een breed scala van onderwerpenaan de orde komen die de beroepsgroep aangaan. En deze contractenbeperken zich niet alleen tot de periode van contractonderhandeling, maarvinden gedurende het hele jaar plaats.Voorts vragen deze leden hoe er in de contractering wordt samengewerktmet kleine zorgaanbieders, bijvoorbeeld in de eerste lijn? Is er zicht op detevredenheid over samenwerking over kleine zorgaanbieders? Hoe zorgenzorgverzekeraars dat ook kleine zorgaanbieders voldoende gehoordworden?Een zorgverzekeraar en een zorgaanbieder sluiten een contract waarin zijafspraken maken over prijs en kwaliteit van de geleverde zorg, maareventueel ook over andere aspecten zoals de onderlinge samenwerking.Idealiter is dit maatwerk waarbij er voldoende aandacht is voor de wensenvan iedere zorgaanbieder. In de praktijk is het echter onmogelijk voor eenzorgverzekeraar om met iedere individuele zorgaanbieder maatwerkaf-spraken te maken. Daarvoor is het aantal relatief kleinere zorgaanbiedersvaak te groot. Ik hoor geluiden dat sommige zorgaanbieders dit betreurenen hier graag verandering in brengen. Het kan in dergelijke gevallen nuttigzijn om als kleinere zorgaanbieders meer gezamenlijk op te trekken ofondersteund te worden door bijvoorbeeld hun brancheorganisatie. In deleidraad Brancheorganisaties en zorgcontractering licht de ACM toe opwelke wijze brancheorganisaties wel en niet hun leden mogen onder-steunen bij contractonderhandelingen in relatie tot de mededingings-regels18. Daarnaast vind ik het van belang dat de organisatiegraad vankleinere zorgaanbieders wordt vergroot. Zo zetten de Minister van VWSen ik met het veld vanuit de Visie op de eerstelijnszorg in op het verbe-teren van de organisatie van de eerstelijnszorg, met onder meer als doelom betere samenwerking binnen de eerstelijnszorg en tussen deeerstelijnszorg en andere partijen (waaronder zorgverzekeraars) terealiseren.Kan de Minister bevestigen dat op het moment van contracteringonduidelijk is welke polisvoorwaarden de zorgverzekeraar voor deaanvullende verzekering in het nieuwe jaar gaat hanteren. Indienbevestigd, erkent de Minister dat het vooral voor fysiotherapeuten vanbelang is om de polisvoorwaarden wel duidelijk te hebben, omdatfysiotherapeutische zorg voor het grootste deel onder de aanvullendeverzekering valt? Welke oplossing ziet de Minister hiervoor?De aanvullende verzekering valt niet onder de Zorgverzekeringswet. Datbetekent dat zorgverzekeraars zelf mogen bepalen welke aanvullendeverzekeringen zij aanbieden en onder welke voorwaarden. Voor aanvul-lende verzekering gelden de gebruikelijke regels voor verzekeringspro-ducten.18Leidraad Brancheorganisaties en zorgcontractering (acm.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124228 Voor de aanvullende zorgverzekering zijn dus geen specifieke wettelijketermijnen vastgesteld voor het bekendmaken van de polisvoorwaarden.De polisvoorwaarden waarnaar verwezen wordt, bepalen de relatie tussende zorgverzekeraar en de verzekerden, terwijl het contract vormgeeft aande relatie tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder. Dit zijn daarmeetwee verschillende trajecten die elkaar weliswaar kunnen beïnvloeden,maar niet afhankelijk zijn van elkaar zijn. Het is voor de zorgaanbieder dusniet noodzakelijk om te weten hoe de voorwaarden van de aanvullendepolis er uit zien. Ook zonder deze kennis kan de zorgaanbieder eenevenwichtig contract afsluiten.Welke mogelijkheden ziet de Minister om de opslag op de premie voorwanbetalers te schrappen en op welke termijn? En welke mogelijkheid iser volgens de Minister om hierbij onderscheid te maken tussen wanbe-talers (die wel/niet kunnen betalen)?De opslag kent een wettelijke bandbreedte van 110% tot 130%. Hetverlagen van de opslag tot 110% kan met een wijziging van de Regelingzorgverzekering per 1 januari of per 1 juli van enig jaar. Het afschaffen vande opslag vraagt om een wijziging van de Zvw en daarmee om een trajectvan wetswijziging dat ongeveer 1,5 jaar duurt om te doorlopen.In lijn met het aangenomen amendement19 van de leden Bikker en Klaverwordt het uitgavenbedrag van artikel 2 Curatieve zorg van de departe-mentale begrotingsstaat verlaagd, zodat de opslag op korte termijnverlaagd kan worden naar 110%.Door het verlagen en afschaffen van de opslag zou het aantal wanbetalersweer kunnen stijgen. Het effect van deze verlaging op het aantal wanbe-talers wordt daarom zorgvuldig gemonitord.Een onderscheid tussen verzekerden die de zorgpremie wel/niet kunnenbetalen is niet mogelijk. Het CAK kan niet bij elke verzekerde in dewanbetalersregeling toetsen of deze verzekerde wel of niet in staat is dezorgpremie te betalen. Dit hangt van veel factoren af. Een verzekerde kanbijvoorbeeld zorgtoeslag ontvangen, maar deze zorgtoeslag in verbandmet schuldenproblematiek voor andere kosten gebruiken.Op dit moment is het onduidelijk voor mensen met een natura- ofcombinatiepolis welke zorg gecontracteerd is. Op welke manier kan deMinister realiseren dat verzekeraars voor 1 december voorafgaand aan hetverzekeringsjaar naar (potentiële) verzekerden bekent maakt welkezorgaanbieders gecontracteerd zijn en hoeveel de verzekerde zelf moetbetalen voor een niet-gecontracteerde aanbieder?Ik vind het belangrijk dat verzekerden (tijdens het overstapseizoen) wetenwelke zorgaanbieders er gecontracteerd zijn en een bewuste keuzekunnen maken voor een zorgverzekeraar en een polis. In het IZA hebbenpartijen met elkaar aan aantal afspraken gemaakt om zowel het contrac-teerproces te verbeteren als de informatievoorziening aan de verzekerden.Op grond van deze afspraken hebben zorgverzekeraars afgelopencontracteerseizoen op hun website vermeld in welke fase de onderhan-deling met de zorgaanbieder zich bevindt en hebben zij afgesproken omallemaal dezelfde kwalificaties daarvoor te gebruiken. Ook wordtaangegeven welke consequenties een bepaalde kwalificatie heeft voor hetrecht op vergoeding van de kosten van de geleverde zorg.Op dit moment maart wordt het contracteerseizoen 2024 geëvalueerd,waarbij zowel het contracteerproces als de informatievoorzieningbesproken wordt. Ik zal uw Kamer hierover in april van dit jaar verderinformeren.19Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124229 Hoe controleert de Minister dat bij een natura- of combinatiepolis ervoldoende zorg gecontracteerd is? Hoe controleert de Minister dat er inelke regio voldoende zorg gecontracteerd is, zo vragen genoemde ledentot slot.Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht die in de wet is verankerd. DeNZa ziet erop toe dat de zorgverzekeraars zich aan deze plicht houden enziet dus ook toe op voldoende aanbod in de regio. Zorgverzekeraarsmoeten ervoor zorgen dat hun verzekerden binnen een redelijke tijd enreisafstand toegang hebben tot alle zorg uit het basispakket.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie danken de Minister voor de brieven metbetrekking tot het zorgverzekeringstelsel en hebben nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat 2024 het tweede jaar is dat decollectiviteitskorting is afgeschaft en zijn benieuwd in hoeverre dit invloedheeft gehad op het maken van een keuze voor een zorgverzekering doorde consument. Voorts vragen deze leden of de Minister kan toelichtenwelke andere effecten kunnen worden waargenomen.Bij de wetsbehandeling van de afschaffing van de collectiviteitskorting istoegezegd om in 2024 onderzoek te doen naar de ontwikkeling vancollectiviteiten na de afschaffing van de korting en bijvoorbeeld te kijkennaar de deelnamegraad20. Dit onderzoekt loopt nu en neemt ook de motievan het lid Paulusma c.s. 21 mee, die de regering verzocht om dezorginhoudelijke afspraken in collectiviteiten te monitoren en hierbij tebetrekken in hoeverre bewezen effectieve preventie- en leefstijlpro-gramma’s onderdeel uitmaken van collectieve zorgverzekeringen. Ikverwacht uw Kamer eind 2024 te kunnen informeren over de uitkomstenvan het onderzoek.De leden van de D66-fractie vinden het belangrijk dat patiënten enconsumenten inspraak hebben op hun zorgverzekering, zoals georgani-seerd in de Wet Verzekerdeninvloed Zvw. Het Nivel-onderzoek EvaluatieWet Verzekerdeninvloed geeft aan dat patiënten en consumentenorgani-saties zich de vraag stellen in welke mate de wetswijziging heeft geleid totmeer invloed van verzekerden. Deze leden vragen de Minister om in tegaan op de aanbevelingen uit het onderzoek, zoals de aanbeveling om dezichtbaarheid van de verzekerdenraden te versterken. Kan de Ministeraangeven op welke wijze zij voornemens is hier navolging aan te geven?De resultaten van het evaluatieonderzoek zijn gedeeld met alle zorgverze-keraars. Daarbij heb ik hen gewezen op de aanbevelingen die in hetrapport staan, waaronder de aanbeveling dat de zichtbaarheid vanverzekerdenraden versterkt kan worden. De komende periode houd ik eenvinger aan de pols welke stappen worden gezet om de zichtbaarheid teversterken. Ik ben niet voornemens te bekijken wat er nodig is om deinvloed van verzekerden op het inkoopbeleid te vergroten.Uit de evaluatie volgt immers (paragraaf 6.2) dat de betrokkenheid vanverzekerden bij het zorginkoopbeleid is vergroot door de wetswijziging.Zowel zorgverzekeraars als verzekerden geven daarover aan dat hetcomplexe materie betreft. Belangrijk is dat er meer betrokkenheid isontstaan en dat er een mogelijkheid tot inspraak is. Verzekerdenradenvoelen zich gehoord door de zorgverzekeraars.20Kamerstuk 35 872, nummer 621Kamerstuk 35 872, nummer 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124230 De leden van de D66-fractie hebben tevens met veel interesse kennisge-nomen van de onderzoeken inzake de premieopslag, mede gezien het feitdat deze leden afgelopen jaren meermaals hebben gevraagd om meerinformatie inzake de effecten van de wanbetalersregeling (bijvoorbeeld inde motie-Ceder/Kat d.d. 31 mei 2022). Deze leden vragen de Minister tereflecteren op het in het schriftelijk overleg «evaluatie van de wetstructurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering» genoemdeonderzoeksresultaat dat de wanbetalers over het algemeen in de lagereinkomensklassen zitten. Hoe verhoudt zich dit tot de in het onderzoekgestelde randvoorwaarde dat iemand voldoende inkomen dient te hebbenom de opslag te laten werken?In beginsel heeft iedere verzekerde dankzij de zorgtoeslag en anderesociale voorzieningen voldoende inkomen om de zorgpremie te kunnenbetalen. Door bijvoorbeeld geen gebruik te maken van sociale voorzie-ningen of door terugvorderingen van sociale voorzieningen en/of hetgebruik van zorgtoeslag voor andere kosten (met name in de situatie vanschuldenproblematiek) kunnen er betalingsachterstanden op dezorgpremie ontstaan. In die situatie is er ook weinig ruimte om debestuursrechtelijke premie te betalen. Als de bestuursrechtelijke premieniet wordt betaald, dan blijven verzekerden in de wanbetalersregelingverzekerd voor de polis die zij hebben afgesloten. Als de inkomenssituatieverbetert (al dan niet met hulp van de gemeente) dan kunnen zij eenbetalingsregeling treffen met de zorgverzekeraar en betalen zij direct weerde normale premie van hun polis. Als deze betalingsregeling is voldaandan wordt de eventuele openstaande bestuursrechtelijke premie bij hetCAK niet meer geïncasseerd. In de situatie dat er (weer) financiële ruimteis, dan kan de bestuursrechtelijke premie dus een motiverende werkinghebben om een betalingsregeling te treffen met de zorgverzekeraar,waardoor direct weer de normale premie wordt betaald. De mate waarinde opslag hierin een motiverende werking heeft wordt in het onderzoekdoor AEF en Zorgvuldigadvies (dat uw Kamer op 18 januari 2024 heeftontvangen) genuanceerd, maar kan niet worden vastgesteld.In lijn met het aangenomen amendement22 van de leden Bikker en Klaverwordt het uitgavenbedrag van artikel 2 Curatieve zorg van de departe-mentale begrotingsstaat verlaagd, zodat de opslag op korte termijnverlaagd kan worden naar 110%. Door het verlagen en afschaffen van deopslag zou het aantal wanbetalers ook weer kunnen stijgen. Het effect vandeze verlaging op het aantal wanbetalers wordt daarom zorgvuldiggemonitord.Deze leden vragen of de Minister kan aangeven welke beleidsopties er zijnom het aantal wanbetalers af te laten nemen, zonder de negatieveeffecten voor mensen die hun premie niet kunnen betalen vanwege de inhet onderzoek gestelde randvoorwaarden.Kan de Minister aangeven welke stappen er gemaakt zijn om mensen metbeginnende betalingsachterstanden vroegtijdig te benaderen. Hoeveelmensen zijn er op deze manier behandeld en welke stappen zijn ervervolgens ondernomen, zo vragen deze leden haar.Het aantal wanbetalers is afgenomen van 325.000 in 2014 tot ongeveer170.000, dit betreft de stand van het aantal wanbetalers medio 2022. Dezedaling is veroorzaakt door inspanningen van zorgverzekeraars (met namedoor het aanbieden van betalingsregelingen), in combinatie met eenwijziging van beleid (opschorting wanbetalersregeling bij het treffen vaneen betalingsregeling). Een verdere grote daling wordt niet verwacht. Erblijft altijd een groep verzekerden in- en uitstromen, omdat – ondanks hetaanbod van een betalingsregeling door de zorgverzekeraar en vroegsigna-lering door gemeenten – er altijd verzekerden zijn die te maken krijgen22Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124231 met problematische schulden en intensievere hulp nodig hebben. In 2022stroomde ongeveer 135.000 verzekerden in en uit de wanbetalersregeling.We zien dat een relatief groter deel van de verzekerden in de wanbetalers-regeling te maken heeft met bredere schulden en vaak multiproblematiek.Het aanbieden van een betalingsregeling is dan niet voldoende. Bij dezegroep is (schuld)hulpverlening nodig. Om die reden kunnen gemeentenbij het CAK een lijst opvragen met wanbetalers in hun gemeenten, zodatzij gericht hulp kunnen bieden. Ongeveer 150 (vooral grote en middel-grote) gemeenten ontvangen regelmatig de CAK-lijst. Het CAK promootdeze lijst actief.Het is uiteraard wenselijk om deze situatie van gevorderde schuldenpro-blematiek te voorkomen. Om die reden heeft dit kabinet samen metgemeenten geïnvesteerd in vroegsignalering. Per 1 januari 2021 is dewetswijzing op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) vankracht. Met deze wijziging is vroegsignalering van schulden op basis vansignalen door derden een wettelijk taak voor gemeenten geworden. Opbasis van signalen van zorgverzekeraars, maar ook (in combinatie met)energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven benaderengemeenten bewoners met betaalachterstanden proactief om hen hulp aante bieden. Gemeenten moeten binnen vier weken actie ondernemen als zijeen signaal ontvangen (bijvoorbeeld het versturen van een brief,telefonisch contact of een huisbezoek). Het is aan een inwoner om dezehulp van de gemeente wel of niet te aanvaarden. De afgelopen jarenhebben gemeenten de volgende aantallen signalen ontvangen vanzorgverzekeraars:2021: 218.8002022: 242.4392023: 228.902 (t/m Q3)Hier is een duidelijk stijgende lijn zichtbaar, waarbij steeds meergemeenten actief hulp aan inwoners aanbieden. Dit kabinet heeft in 2023en 2024 incidentelemiddelen van 50 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld voor extrainzet op vroegsignalering en bijzondere bijstand. Het Ministerie van SZWis voornemens in 2024 de Wgs en daarmee ook de vroegsignalering tegaan evalueren.Ten slotte, vragen de leden van de D66-fractie of de Minister kantoelichten op welke wijze er volledig gebruik wordt gemaakt van decapaciteit van klinieken. Deze leden begrijpen dat de treeknorm in deziekenhuizen vaak wordt overschreden, terwijl er bij de klinieken nogvoldoende capaciteit is om zorg te verlenen.Kan de Minister aangeven welke knelpunten hierin meespelen – bijvoor-beeld bij contractering door zorgverzekeraars – en op welke wijze dit inverhouding staat tot het nakomen van de zorgplicht door zorgverzeke-raars?Er bestaat een wettelijke zorgplicht voor zorgverzekeraars. Bij een naturaverzekering realiseren zorgverzekeraars dit door zorg in te kopen. Welkehoeveelheid zorg zij bij welke zorgaanbieders inkopen mogen zij zelfbeslissen. Als er een te lange wachtlijst is bij een zorgaanbieder dan is een(natura-) zorgverzekeraar verplicht om op grond van zijn zorgplichtdesgevraagd in actie te komen om voor de verzekerde te bemiddelen bijhet verkrijgen van die zorg bij een andere gecontracteerde of bij eenniet-gecontracteerde zorgaanbieder. Dat kan bij een kliniek zijn, maarhoeft niet. Daarmee maakt de zorgverzekeraar gebruik van de capaciteitbij andere zorgaanbieders. De zorgplicht garandeert de beschikbaarheidvan zorg, niet de beschikbaarheid van zorg bij een bepaalde (soort)zorgaanbieder. De NZa ziet erop toe dat de zorgverzekeraar voldoet aan dezorgplicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124232 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben de brieven van Minister ontvangenover het zorgverzekeringsstelsel en hebben nog enkele vragen aan haar.Uit het onderzoek van Nivel blijkt dat alle zorgverzekeraars in Nederlandeen inspraakregeling hebben en bijna allemaal een verzekerdenraadhebben opgericht. De veranderingen in de wet hebben echter maarbeperkt invloed gehad op de manier waarop verzekerden invloed hebbenop het beleid van de zorgverzekeraars. De adviezen van de verzekerden-raden lijken voornamelijk te leiden tot aanpassingen in het klantcommuni-catiebeleid en niet zozeer op het beleid rondom de inkoop van zorg. Deleden van de BBB-fractie willen graag meer inzicht krijgen in wat deverzekerdenraden nodig hebben om concrete beleidsadviezen te kunnengeven over de inkoop van zorg. Is de Minister bereid om hier onderzoeknaar te doen?Uit de evaluatie van het Nivel volgt (zie paragraaf 6.2 van het onderzoek)dat de betrokkenheid van verzekerden bij het zorginkoopbeleid is vergrootdoor de wetswijziging. Zowel zorgverzekeraars als verzekerden gevenechter aan dat inkoopbeleid complexe materie is. Belangrijk is dat er meerbetrokkenheid is ontstaan en er mogelijkheid tot inspraak is. Daarom benik niet voornemens om vervolgstappen te ondernemen.Daarnaast is het een aandachtspunt dat de verzekerdenraad niet bekendgenoeg is bij individuele verzekerden. Veel mensen weten niet eens dat deverzekerdenraad bestaat. Het is belangrijk om de zichtbaarheid van deverzekerdenraad te vergroten, zodat individuele verzekerden contactkunnen opnemen met hun zorgverzekeraar via de verzekerdenraad. Hoewil de Minister ervoor zorgen dat de zichtbaarheid wordt vergroot?De resultaten van het evaluatieonderzoek zijn gedeeld met alle zorgverze-keraars. Daarbij heb ik hen gewezen op de aanbevelingen die in hetrapport staan, waaronder de aanbeveling dat de zichtbaarheid vanverzekerdenraden versterkt kan worden. De komende periode houd ik eenvinger aan de pols welke stappen worden gezet om de zichtbaarheid teversterken.Verder is er volgens het onderzoek behoefte aan vervolgonderzoek om tekijken naar wat er in de praktijk nodig is om individuele verzekerden meerte betrekken bij het vormen van het beleid van zorgverzekeraars. Is deMinister bereid om dit vervolgonderzoek mogelijk te maken?Naar aanleiding van het Nivel-onderzoek vind ik het belangrijk datzorgverzekeraars sterker inzetten op de bekendheid van de mogelijkhedenvan verzekerdeninvloed. Daarnaast ga ik met zorgverzekeraars in gesprekom te bekijken welke stappen zij nog kunnen zetten om de verzekerdenin-vloed te kunnen vergroten en wat zij daarbij nodig hebben. Vervolgon-derzoek acht ik niet nodig.Zorgverzekeraars hebben een belangrijke rol bij het inkopen van zorg. Zijhebben ook de verantwoordelijkheid om de beschikbare zorgcapaciteitoptimaal te benutten en de wachttijden te verkorten tot minimaal dewettelijk vastgestelde norm. De leden van de BBB-fractie constateren datniet alle klinieken die graag gecontracteerd willen worden en een bijdragekunnen leveren aan het verkorten van de wachttijden, worden gecontrac-teerd voor 2024. Zij willen daarom weten of de Minister op de hoogte isvan het feit dat de toegankelijkheid van zorg steeds meer onder druk staat.Dit komt doordat de wachttijden in ziekenhuizen de treeknormruimschoots overschrijden, terwijl er onbenutte capaciteit is bijniet-gecontracteerde klinieken. Daarnaast willen zij ook weten of deMinister op de hoogte is van het feit dat er capaciteit beschikbaar is bijklinieken, maar dat deze niet benut kan worden omdat zorgverzekeraarsniet genoeg contracteren. Dit is jammer, omdat deze capaciteit juist kanhelpen bij het verminderen van wachttijden. Wat gaat de Minister doenom ervoor te zorgen dat zorgverzekeraars hun wettelijke verplichtingenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124233 nakomen? Zorgverzekeraars hebben namelijk de verantwoordelijkheid omde beschikbare zorgcapaciteit in te kopen en ervoor te zorgen dat zorgtoegankelijk is voor iedereen.Ik ben ervan op de hoogte van het feit dat de toegankelijkheid vansommige zorgsoorten in de gevarenzone terecht kan komen of al isgekomen. Het is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de zorgverze-keraars en de zorgaanbieders om dit gevaar het hoofd te bieden. En decapaciteit beter te benutten en daar waar nodig uit te breiden. Dezorgverzekeraars hebben daartoe een wettelijke zorgplicht. Bij eennaturaverzekering realiseren zorgverzekeraars dit door zorg in te kopenom aan deze plicht te voldoen. Welke hoeveelheid zorg zij bij welkezorgaanbieders inkopen mogen zij zelf beslissen. Als er een te langewachtlijst is bij een zorgaanbieder dan is een (natura-) zorgverzekeraarverplicht om op grond van zijn zorgplicht desgevraagd in actie te komenom voor de verzekerde te bemiddelen bij het verkrijgen van die zorg bijeen andere gecontracteerde of bij een niet-gecontracteerde zorgaan-bieder. Dat kan bij een kliniek zijn, maar hoeft niet. Daarmee maakt dezorgverzekeraar gebruik van de capaciteit bij andere zorgaanbieders.De zorgplicht garandeert de beschikbaarheid van zorg, niet de beschik-baarheid van zorg bij een bepaalde (soort) zorgaanbieder. De NZa zieterop toe dat de zorgverzekeraar voldoet aan de zorgplicht.Daarnaast willen de leden van de BBB-fractie nog een paar andere puntenaankaarten. Ze willen graag dat er onderzoek wordt gedaan naar deimpact van groeiende commerciële huisartsenketens op de kwaliteit enbereikbaarheid van zorg. Hierbij kan gekeken worden naar hun waardebinnen het zorgstelsel en hoe we het praktijkhouderschap voor huisartsenaantrekkelijker kunnen maken. Ook kan de fusietoets van de zorgautoriteitworden uitgebreid naar de mogelijke gevolgen van overnames voor dekwaliteit van zorg. Het bestaande verbod op winstuitkering in de zorg kanindien nodig worden uitgebreid. Wat vindt de Minister hiervan?Op dit moment laten de Minister van VWS en ik onderzoek doen naar deomvang van private equity in de Nederlandse zorg en de effecten vanprivate equity op de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid vanzorg. De resultaten van dit onderzoek worden binnenkort verwacht. Medeaan de hand van dit onderzoek zullen we bezien of, en zo ja welke, naderemaatregelen gewenst zijn om eventuele negatieve gevolgen van privateequity te mitigeren. Het eventueel uitbreiden van het winstuitkerings-verbod zou daarbij een optie kunnen zijn.Daarnaast verkent de Minister van VWS op dit moment de mogelijkheidom de NZa de bevoegdheid te geven om een voorgenomen fusie tijdelijktegen te kunnen houden als er signalen zijn dat er kwaliteits- en/oftoegankelijkheidsproblemen zijn bij een betrokken zorgaanbieder. Zij zaluw Kamer hierover dit voorjaar verder informeren.Om het praktijkhouderschap en het werken met een vaste patiëntenpopu-latie aantrekkelijker te maken, zijn er het afgelopen jaar verschillendeacties ondernomen. De komende tijd worden er ambtelijk samen met hetveld aanvullende beleidsopties verkend voor het stimuleren van hetwerken met een vaste patiëntenpopulatie. Besluitvorming hierover is aaneen nieuw kabinet. De brief aan uw Kamer over stand van zakenversterking huisartsenzorg van afgelopen december is hier uitgebreid opingegaan.De leden van de BBB-fractie constateren dat de marktwerking in de zorg tever is doorgeslagen en dat het zorgstelsel vrijwel vastgelopen is. Een ideeom dit op te lossen is om de marktwerking te beperken door éénverplichte basisverzekeringspolis in te voeren en de premieverschillen temaximeren. Ook het verminderen van het aantal verschillende labels enTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124234 polissen kan bijdragen aan het vereenvoudigen van het verzekerings-stelsel. Is de Minister positief over deze ideeën en zo ja, hoe kunnen dezemaatregelen worden uitgevoerd?Op grond van de Zvw is geregeld wat de zorgverzekering aan zorg moetdekken. In die zin lijken de verschillende zorgverzekeringen al behoorlijkop elkaar. Met als belangrijkste voorbeeld dat alle zorgverzekeringen hetbasispakket verzekeren.Ik vind een stelsel waarbij zorgverzekeraars, binnen voorbedoelde kadersvan de Zvw, vrijheid hebben in hun polisaanbod waardevol. Zij kunnendan immers met hun polisaanbod inspelen op verschillen in wensen vanverzekerden. Bijvoorbeeld ten aanzien van de mate van service en demate waarin een relatief selectief aanbod aan zorgaanbieders wordtgecontracteerd of juist een relatief breed aanbod.Dit zorgt ervoor dat verzekerden kunnen kiezen voor een polis(type) dat bijhen past en dat zorgverzekeraars scherp blijven ten aanzien van klantge-richtheid, inkoop van zorg en premie. De mogelijkheid van overstappen isdaarbij een stimulans voor zorgverzekeraars om zich in te spannen voorkwalitatieve, betaalbare en toegankelijke zorg. Ik ben daarom geenvoorstander van het invoeren van één verplichte basisverzekeringspolisen acht de bestaande voorwaarden die de Zvw aan polissen stelt,afdoende. Ook ben ik geen voorstander van het maximeren van premie-verschillen; dat zou de prikkel verzwakken om een scherpe premie tevragen evenals de prikkel om passende zorg in te kopen om een scherpepremie te kunnen vragen. Dit zijn bovendien verregaande maatregelen diein het huidige privaatrechtelijke stelsel (Europees) juridisch niet of nietzonder meer mogelijk zijn. Wel vind ik het belangrijk dat het polisaanbodoverzichtelijk en onderscheidend is. Daarom blijf ik zorgverzekeraarsvoortdurend oproepen om hun polisaanbod kritisch tegen het licht te(blijven) houden. Ook is het goed dat de NZa haar regelgeving ten aanzienvan de informatieverplichtingen voor zorgverzekeraars voor nagenoeggelijke polissen heeft aangepast. Hierdoor is het voor verzekerden beterinzichtelijk of er een vergelijkbaar, en wellicht goedkoper, alternatief is.Tot slot vinden de leden van de BBB-fractie dat zorgverzekeraars temachtig zijn geworden. Daarom willen zij dat zorgverzekeraars voortaanafspraken maken met collectieven, zoals brancheverenigingen, en nietmet individuele zorgverleners. Zorgverleners mogen zich organiseren enhoeven niet meer individueel in gesprek te gaan. Dit bespaart veel tijd enfrustratie en zorgt bovendien voor een gelijkwaardiger onderhandelings-niveau. Wil de Minister dit meenemen in haar overwegingen om hetzorgstelsel te vereenvoudigen?De mogelijkheid om individuele contractafspraken te maken tussenzorgverzekeraars en zorgaanbieders is een belangrijke basis van onszorgverzekeringsstelsel. Het stelt zorgverzekeraars en zorgaanbieders instaat om gerichte afspraken te maken over de kwaliteit, omvang en prijsvan zorg om te komen tot een passend zorgaanbod en voldoendekeuzemogelijkheden voor patiënten en verzekerden. Tegelijkertijd realiseerik me dat individuele contractonderhandelingen in sommige gevallenhoge transactiekosten met zich mee kunnen brengen, met name wanneerbij de onderhandelingen relatief kleinere zorgaanbieders zijn betrokken.Denk bijvoorbeeld aan kosten gerelateerd aan afstemming over kwaliteits-normen en registraties. Het kan op die momenten nuttig zijn om alsbrancheorganisatie in gesprek te gaan met zorgverzekeraars en daarmeeindividuele leden te ondersteunen bij de contractonderhandelingen. Datgebeurt in veel gevallen ook al. Daarbij is wel van belang dat degesprekken tussen brancheorganisaties en zorgverzekeraars gericht zijnop het verbeteren van de toegang tot kwalitatief, goede zorg voorTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124235 patiënten en verzekerden. Gesprekken mogen niet gericht te zijn op puurcommerciële aspecten als prijzen en volume.Dat is meestal ook niet in het belang van de patiënt/verzekerde. In deleidraad Brancheorganisaties en zorgcontractering licht de ACM toe opwelke wijze brancheorganisaties wel en niet hun leden mogen onder-steunen bij contractonderhandelingen in relatie tot de mededingings-regels.Dat neemt niet weg dat ik uw zorgen deel dat in specifieke situaties kanblijken dat bovengenoemde mogelijkheden onvoldoende steun bieden eneen ongelijke machtsverhouding tussen kleinere zorgaanbieders enzorgverzekeraars negatieve effecten heeft op de toegang tot kwalitatiefgoede zorg. Zoals toegezegd zal ik uw Kamer in het voorjaar een briefsturen in reactie op de motie van de leden Van den Berg en Tielen23,waarbij ik meer uitgebreid zal ingaan op de voor- en nadelen vanverbreding van de mogelijkheden voor collectief onderhandelen doorzorgaanbieders door verhoging van de bagatelbepaling in de Mededin-gingswet.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brieven van hetkabinet en hebben nog een aantal vragen over deze brieven en hetzorgverzekeringsstelsel.De leden van de SP-fractie constateren dat de zorgpremie ook dit jaarweer is gestegen naar gemiddeld € 146 per maand. Zij benadrukken datdit voor veel mensen een zware last is, ook in de groep mensen die geenrecht heeft op zorgtoeslag. Tegelijkertijd is er wel voldoende geld inNederland om de zorg te financieren. De zorg is dus niet onbetaalbaar,maar de zorgpremie wordt dat wel voor veel mensen. Wat gaat deMinister doen om te voorkomen dat de zorgpremie voor nog meermensen een te zware last wordt? Hoe kijkt zij bijvoorbeeld naar mogelijkemaatregelen om de kosten eerlijker te verdelen, door de zorg meer uit debelastingen te betalen of de premie inkomensafhankelijk te maken?De Zvw kent al een grote mate van inkomenssolidariteit dankzij deinkomensafhankelijke bijdrage en zorgtoeslag voor huishoudens met eenlaag- en middeninkomen. De helft van alle Zvw-uitgaven wordenbekostigd via de inkomensafhankelijke bijdrage. De andere helft via denominale premie, het eigen risico en de rijksbijdrage kinderen samen. Ditis de zogenaamde 50/50-verdeling. Daarnaast ontvangen huishoudensmet een laag- of middelhoog inkomen zorgtoeslag. Dat betekent niet datik mij niet inzet om zorgkosten en de zorgpremie in de toekomst houdbaarte houden. In tegendeel: met het IZA zetten we samen met alle partijen inen rond de zorg belangrijke stappen in het betaalbaar houden van de zorgen daarmee de zorgverzekeringspremie. Het versterken van de inzet oppassende zorg en het verbeteren en verbreden van de toets op hetpakketpakket zijn hiervoor cruciale instrumenten.Daarnaast benadrukken de leden van de SP-fractie dat er ook genoegmaatregelen te nemen zijn om de zorguitgaven te beperken, zonder in televeren op de kwaliteit en de toegankelijkheid. Daarvoor is het echter welnoodzakelijk om fundamenteler in te grijpen in het stelsel. Zo stelde deCNV recent voor om de bewijslast voortaan om te draaien en de verzeke-raars verantwoordelijk te maken om het te bewijzen als zorg niet is23Kamerstuk 29 689-1207Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124236 geleverd, om zo te kunnen stoppen met overbodige administratieve lastvoor zorgverleners.24 Is de Minister bereid naar dit soort mogelijkheden tekijken?De Minister van VWS en ik delen met de leden dat het belangrijk is om testoppen met onnodige administratieve lasten voor zorgaanbieders. Ditvoorbeeld sluit goed aan bij de lijn die de Raad voor Volksgezondheid enSamenleving (RVS) heeft geschetst in haar recente rapport «Is dit welverantwoord?» Hoe de zorg betekenisvol rekenschap kan afleggen intransitie». De RVS pleit namelijk voor meer vertrouwen in de zorgsector,en gaat in hun probleemstelling ook expliciet in op rechtmatigheidscon-troles die doordat ze zijn gestoeld op wantrouwen en risicobeheersing,zorgen voor administratieve lasten voor zorgaanbieders. In de RegiegroepAanpak Regeldruk bespreken de speciaal gezanten regeldruk met allebetrokken partijen de mogelijkheden voor significante vermindering vande administratieve last voor zorgaanbieders, het voorstel van ChristelijkNationaal Vakverbond (CNV) kan dienen als concreet voorbeeld.De leden van de SP-fractie stellen dat er snel iets moet gebeuren ommondzorgmijding tegen te gaan. Uit onderzoek onder het EenVandaagopiniepanel bleek immers dat ruim één op de vijf mensen mondzorg mijdtvanwege de kosten.25 Om die reden zijn deze leden van mening datmondzorg zo snel mogelijk in het basispakket zou moeten wordenopgenomen. In de tussentijd moet er echter ook zo snel mogelijk ietsgebeuren om de mondzorg voor mensen die kampen met ernstigegebitsproblemen door mondzorgmijding. Welke stappen is de Ministerbereid daar nu voor te zetten? Hoe kijkt zij aan tegen het voorstel vanDokters van de Wereld en de FNV voor «eenmalige triage en behandelingvan deze groepen om hun gebit weer in orde te brengen, op basis van deminimumeisen (pijn- en ontstekingsvrij, functioneel gebit en represen-tatief)»?26 Hoe staat het daarnaast met de uitvoering van de motie-Dijk/Drost over met concrete voorstellen komen om mondzorg voor bepaaldegroepen te verbeteren?27In mijn brief van 29 juni 2023 over Stand van zaken project «Verminderingmijding van mondzorg om financiële redenen»28 heb ik uw Kamergerapporteerd over de literatuurstudie door Academisch CentrumTandheelkunde Amsterdam (ACTA) waaruit zou blijken dat ongeveer 0,5miljoen Nederlanders de mondzorg om financiële redenen mijden.Financiële regelingen om mensen te helpen bereiken hen niet altijd. Ditleidt er soms toe dat mensen onnodig met mondziekten te maken krijgen.Ik ben daarom blij dat er veel aandacht is voor bestaanszekerheid. Hetverhogen van de koopkracht van minima betekent ook meer financiëleruimte om naar de tandarts te gaan.In de tweede voortgangsrapportages van het project die uw Kamer op21 december 202329 heeft ontvangen, zijn oplossingsrichtingenopgenomen die een volgend kabinet kan nemen. Het gaat om: landelijkemaatregelen, zoals een herziening van het basispakket en investeringen inde publieke gezondheid, en lokale maatregelen, zoals een betere inzet van24AD, 4 januari 2024, «Administratie in de zorg? Doe dat maar lekker zelf!» (https://www.ad.nl/opinie/administratie-doen-in-de-zorg-doe-dat-lekker-zelf-maar~ad481622/)25EenVandaag, 13 juni 2023, «Lagere inkomens gaan niet meer naar de tandarts vanwege dekosten: «Ibuprofen tegen de pijn goedkoper dan de tandartsrekening» (Lagere inkomens gaanniet meer naar tandarts vanwege de kosten: «Ibuprofen tegen de pijn goedkoper dan detandartsrekening» – EenVandaag (avrotros.nl))26Dokters van de Wereld en FNV, 14 juni 2023, «Zwartboek Mondzorg» (https://doktersvandewereld.org/rapporten-publicaties/zwartboek-mondzorg/)27Kamerstuk 33 578-10528Kamerstuk 32 620-28729Kamerstuk 32 620-290Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124237 gemeentelijke regelingen en het versterken van het maatschappelijkvangnet. Het is echter niet duidelijk wat de exacte kosten en baten zijn vandeze maatregelen. Alle maatregelen kennen ook een keerzijde. Deuitbreiding van het basispakket kan bijdragen aan het tegengaan vanongewenste mijding van mondzorg, maar is een vrij grove maatregel dieertoe kan leiden de totale zorgkosten sterk zullen stijgen (het effect opondoelmatige zorg is onduidelijk en lastig te onderzoeken, evenals debredere kosten en baten). Tegelijk kent ook lokaal maatwerk doorgemeenten een keerzijde. Gemeentelijke regelingen zijn niet altijd goedtoegankelijk en de verschillen tussen gemeenten zijn groot.Ik zal voor de zomer het eindverslag van het bovengenoemde project metuw Kamer delen. Het is aan het volgende kabinet om een besluit te nemenover de richting van de te nemen maatregelen (en het eventuele verdereonderzoek naar de kosten en baten hiervan) en hiervoor financiëlemiddelen beschikbaar te stellen.De leden van de SP-fractie stellen daarnaast dat fysiotherapie zo snelmogelijk in het basispakket zou moeten worden opgenomen. Dit verbetertnamelijk de toegankelijkheid van deze noodzakelijke zorg voor mensen enkan ook nog besparen op zwaardere zorg. In hoeverre verwacht deMinister dat fysiotherapie in 2025 voor meer gevallen vergoed zal wordenuit het basispakket?Zoals eerder gemeld aan uw Kamer verken ik samen met relevanteberoepsgroepen (Koninklijk Nederland Genootschap voor Fysiotherapie(KNGF), Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck(VvOCM) en Stichting Keurmerk Fysiotherapie (SKF), de Patiëntenfede-ratie, ZN, de NZa en het ZiNL via het traject «Naar een passendeaanspraak fysio- en oefentherapie» (PAFOZ) de mogelijkheid om meerfysio- en oefentherapeutische zorg vanuit het basispakket te gaanvergoeden. Op 18 januari 2024 meldde ik uw Kamer dat het ZiNl eenaantal kansrijke bouwstenen voor een versnelde verbetering van deaanspraak op passende fysio- en oefentherapie ziet. Hierover ben ik ingesprek met betrokken partijen. Dit voorjaar zal ik uw Kamer, zoals ik ueerder heb toegezegd, in ieder geval informeren over (het vervolg) vanhet PAFOZ-traject.De leden van de SP-fractie zijn van mening dat het eigen risico eenonrechtvaardige boete is op ziek zijn, die zo snel mogelijk zou moetenworden afgeschaft. Zij vragen de Minister daarom wat het laatste momentis dat het eigen risico aangepast of afgeschaft zou kunnen worden voorhet jaar 2025?Het eigen risico is een belangrijk en waardevol instrument in ons stelsel.Het eigen risico zorgt voor betaalbaarheid, bewustwording van de kostenvan de zorg en voor solidariteit in het stelsel. Afschaffen kost structureelzo’n € 6 miljard en kan daardoor de betaalbaarheid, en daarmee ook detoegankelijkheid en kwaliteit van zorg op langere termijn onder drukzetten. Ik ben daarom geen voorstander van het afschaffen van het eigenrisico.Het afschaffen of verlagen van het eigen risico vergt een wijziging van deZvw. Hiervoor staat normaal gesproken minimaal 1,5 jaar. Daarnaast moeteen wijziging vóór begin september van een jaar t door beide Kamersaangenomen zijn, als de wijziging op 1 januari t+1 in dient te gaan. Alsdeze deadline niet gehaald wordt, kan er geen rekening meer gehoudenworden met de wijziging van het eigen risico bij de vaststelling van definanciering van de zorgverzekeraars.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124238 Als de afschaffing van het verplicht eigen risico gepaard gaat met eenhogere risicovereveningsbijdrage zoals in het amendement dat deSP-fractie heeft ingediend bij het wetsvoorstel Verzamelwet VWS 202330dient er bovendien vooraf goedkeuring van de Europese Commissie tezijn. Dat komt omdat de risicovereveningsbijdragen die de zorgverzeke-raars van de overheid krijgen, staatssteunmaatregelen zijn. Wijzigingen instaatsteun moeten vooraf ter goedkeuring aan de Europese Commissievoorgelegd worden. Die zal een toets uitvoeren. Pas nadat de EuropeseCommissie een positief oordeel heeft gegeven, zal afschaffing van heteigen risico onder gelijktijdige invoering van een hogere risicovereve-ningsbijdrage daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. De ervaring isdat het doorlopen van deze toetsing minstens twee jaar duurt.In het verleden hebben we weleens gezien dat een wijziging van hetverplicht eigen risico bij wet sneller kan gaan als er een breed politiekdraagvlak is. De eerdere bevriezingen van het eigen risico zijn hier eenvoorbeeld van. Deze bevriezingen zijn met spoed behandeld en zijn in hetgunstigste geval in slechts vier weken door beide Kamers behandeld. Ditis echter niet goed vergelijkbaar met een forse verlaging of afschaffingvan het eigen risico. Zulke wijzigingen van het verplicht eigen risico zijngroter dan een bevriezing. Een dergelijke wijziging heeft forse financiëleconsequenties en heeft ook impact op de uitvoering van de Zvw doorzorgverzekeraars, die genoeg tijd moeten krijgen om die uitvoering aan tepassen voordat de wijziging van kracht gaat.Kortom: het afschaffen of een forse verlaging of afschaffing van het eigenrisico per 1 januari 2025 acht ik niet haalbaar. Daarnaast geldt: alsafschaffing van het verplicht eigen risico gepaard gaat met een verhogingvan de risicovereveningsbijdrage zoals in het hierboven genoemdeamendement van de SP, zal de afschaffing op zijn vroegst op 1 januari2027 in werking kunnen treden.De leden van de SP-fractie zijn ten slotte van mening dat het huidigezorgverzekeringsstelsel gebaseerd op marktwerking niet werkt en deoplossing van de problemen in de zorg in de weg zit. Zij zijn zich ervanbewust dat het huidige kabinet niet meer met een voorstel zal komen omdit stelsel grondig te herzien, gezien de demissionaire status. Echterbenadrukken zij wel dat zo’n herziening onvermijdelijk is en vragendaarom wat de huidige Minister doet om aanpassing van dit stelsel teonderzoeken en voor te bereiden.Alle partijen in het zorgstelsel zijn van mening dat het huidige zorgstelselop een groot aantal vlakken nog verbeterd kan worden. Met het IZAhebben partijen hierover verschillende afspraken gemaakt om de zorg nuen in de toekomst toegankelijk te houden. Tegelijkertijd is ook afgesprokendat individuele contractering het uitgangspunt van het zorgstelsel blijft.In het Rapport Technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven31 datmijn voorganger op 12 december 2023 aan uw Kamer heeft aangebodenis een breed scala aan mogelijke beleidsopties en uitvoeringvariantenvoor een volgend kabinet opgenomen.De leden van de SP-fractie constateren dat het aantal restitutiepolissenweer verder is gedaald van zeven naar vier. Zij vragen de Minister inhoeverre zij verwacht dat dit aantal verder af zal nemen. Daarnaast vragenzij de Minister of zij zich bewust is van de risico’s van het verdwijnen vanrestitutiepolissen voor mensen die afhankelijk zijn van ongecontracteerdezorg, bijvoorbeeld bij transzorg of in de ggz. Wat gaat zij doen om te30Kamerstukken II 2023/24, 36 357, nr. 1331Kamerstuk 32 620-289Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124239 voorkomen dat die mensen te maken krijgen met veel extra kosten of eenminder toegankelijke zorg?De trend van het afnemen van het aantal restitutiepolissen is al een aantaljaren geleden ingezet. De oorzaak daarvoor is dat bij de restitutiepolissenzeer hoge kosten gedeclareerd worden, met name in de wijkverpleging ende ggz. Zorgverzekeraars hebben dan de keuze om ofwel de premie sterkte verhogen, ofwel de vergoeding voor deze zorg om te zetten naarnatura. Zorgverzekeraars geven aan dat zij een forse premiestijging nieteerlijk vinden voor de verzekerden op deze polissen die deze hoge kostenniet declareren; daarom kiezen zij voor het omzetten naar een naturaver-goeding. Het is niet duidelijk of het aantal restitutiepolissen de komendejaren verder zal afnemen.Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht. Dit betekent dat verzekerdenbinnen een redelijke tijd en reisafstand toegang moeten hebben tot allezorg uit het basispakket. Zorgverzekeraars moeten daarom ofwelvoldoende zorg inkopen of vergoeden en bemiddelen als iemand niet snelgenoeg bij een zorgaanbieder terecht kan. Als een zorgverzekeraaronvoldoende zorg heeft ingekocht, kan een zorgverzekeraar ook richtingverzekerden aangeven dat de zorg van (bepaalde) ongecontracteerdeaanbieders wordt vergoed alsof er een contract is en daarmee aan zijnzorgplicht voldoen. De NZa ziet erop toe dat zorgverzekeraars aan hunzorgplicht voldoen.De leden van de SP-fractie blijven kritisch op de gang van zaken bij decontractering van de zorg. Nog steeds moeten mensen vaak een verze-kering afsluiten, voordat zij weten welke zorgaanbieders door hunverzekeraar gecontracteerd worden. Zij vragen de Minister in hoeverre hetis gelukt om dit te verbeteren. Welk percentage van de contracten was ditjaar voor 1 januari afgesloten? Gaat het met het verbetertraject lukken omdit percentage aankomend jaar honderd procent te maken?De NZa bekijkt op dit moment hoe het contracteerseizoen 2024 isverlopen. Zij hebben samen met ZN op vier peilmomenten (12 november,8 december, 22 december en midden januari) in kaart gebracht wat decontracteerstatus is binnen de medisch specialistische zorg, geestelijkegezondheidszorg en wijkverpleging. Dit geeft een indicatie over decontracteergraad binnen deze sectoren. De uitkomst van deze evaluatiedoor de NZa zal ik dit voorjaar met uw Kamer delen. Deze evaluatie isonderdeel van een breed traject dat de IZA-partijen hebben afgesprokenom het contracteerproces te verbeteren.Dit vraagt echter een verandering van vorm, proces en cultuur endaarmee veel inspanning van zowel zorgverzekeraars als zorgaanbieders.Dit is weliswaar in volle gang, maar neemt ook zeker nog de nodig tijd inbeslag.Het is aan de bilaterale partijen om een contract af te sluiten, waarbijafgesproken is dat zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars zich ertoeinzetten om de contractering zoveel mogelijk voor 12 november af teronden. Er kunnen allerlei redenen zijn, waardoor dit in een individueelgeval niet lukt. Ik zet me er wel voor in om ervoor te zorgen dat hetmerendeel van de contracten tijdens het overstapseizoen wordenafgesloten.Daarnaast wijzen zij op de ongelijke positie tussen kleine zorgaanbiedersen de zorgverzekeraars, die er vaak toe leidt dat deze aanbieders onderdruk komen te staan door niet-dekkende tarieven. Hoe kan de ongelijkepositie tussen zorgverzekeraars en kleine zorgaanbieders wordenverbeterd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124240 Individuele contractering is een belangrijke basis van ons zorgstelsel. Eenevenwichtig proces van contractering zorgt voor de optimale mix vanbetaalbaarheid, toegankelijkheid, kwaliteit en organiseerbaarheid.Zorgaanbieders kiezen vaak bewust voor een bepaalde «grootte» waarbijallerlei (persoonlijke en (bedrijfs)economische) overwegingen een rolkunnen spelen, maar dat kan ook van invloed zijn op de ruimte die ervervolgens bestaat om in de onderhandelingen maatwerkafspraken temaken. Bij kleinere zorgaanbieders is die ruimte doorgaans beperkter. Hetkan dan helpen als zorgaanbieders meer samenwerken en gezamenlijkoptrekken in de onderhandeling met zorgverzekeraars. In relatie tot demededingingsregels dient daarbij altijd het belang van de patiënt vooropte staan. Gezamenlijk optrekken dient niet gericht te zijn op puur commer-ciële aspecten als prijzen en volumes. Ik zet daarnaast actief in op hetvergroten van de organisatiegraad van kleinere zorgaanbieders. In reactieop de motie van de leden Van den Berg en Tielen32, zal ik dit voorjaar inde toegezegde brief over het zorgspecifieke markttoezicht meer uitgebreidingaan op de verschillende beleidsopties als bovengenoemde mogelijk-heden onvoldoende steun bieden.De leden van de SP-fractie wijzen erop dat het nog altijd voorkomt datzorgaanbieders onverzekerden weigeren, waardoor zij veel lastigertoegang kunnen krijgen tot de zorg die zij nodig hebben.33 Er zijn nu welsubsidiepotjes voor, maar die volstaan niet om ervoor te zorgen datonverzekerden een gelijke toegang hebben tot noodzakelijke zorg. Watgaat de Minister doen om ervoor te zorgen dat ook onverzekerden altijdtoegang krijgen tot de zorg die zij nodig hebben?Nederland is op basis van internationale verdragen en Nederlandsewetgeving gehouden iedereen die zich op Nederlands grondgebiedbevindt medisch noodzakelijke zorg te bieden. Ik ontvang geen signalendat acuut noodzakelijke zorg wordt geweigerd. Er worden wel signalenontvangen dat de druk bij sommige huisartsenpraktijken hoog is. Metname op die plekken waar veel onverzekerden en onverzekerbarevreemdelingen verblijven. Het kan daarom voorkomen dat patiënten diezorg nodig hebben bij drukte worden doorverwezen naar een anderezorgaanbieder.Er zijn geen financiële belemmeringen voor het verlenen van medischnoodzakelijke zorg. Zorgaanbieders kunnen voor zorg aan onverzekerdenen onverzekerbare vreemdelingen een beroep doen op de Subsidiere-geling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) en deFinancieringsregeling medisch noodzakelijke zorg aan illegalen enonverzekerbare vreemdelingen (OVV). De laatste jaren zijn de zorguit-gaven ten laste van deze regeling sterk gestegen; de uitgaven voor deSOV van € 34 miljoen in 2020 tot ca. € 75 miljoen in 2023. Dit is inclusiefde zorg aan ontheemde Oekraïners, die niet of nog niet staaningeschreven bij de Basisregistratie personen. De uitgaven voor de OVVzijn gestegen van ca. € 48 miljoen in 2020 tot meer dan € 60 miljoen in2023. Op basis van deze kostenontwikkeling kan gesteld worden datzorgaanbieders de weg naar deze regelingen steeds beter weten tevinden. Toch verken ik met Zorgverzekeringslijn of en hoe de voorlichtingrichting zorgaanbieders over deze financiële regelingen nog verder kanworden verbeterd.32Kamerstuk 29 689-120733Medisch Contact, 14 september 2023, «Elke dag dat ik hier ben, ben ik nodig» (https://www.medischcontact.nl/actueel/laatste-nieuws/artikel/elke-dag-dat-ik-hier-ben-ben-ik-nodig)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124241 De leden van de SP-fractie vragen ten slotte hoe de Minister kijkt naar devraag vanuit diabetespatiënten naar een ruimere vergoeding vanglucosemonitoren. Daarvan wordt nu een deel niet vergoed, terwijl dezevoor patiënten wel een duidelijke meerwaarde hebben. Is de Ministerbereid om te kijken of het mogelijk zou zijn deze monitoren ook tevergoeden?Nee, hiertoe ben ik niet bereid. Het ZiNL heeft in 2022 opnieuw eenscreening gedaan op basis van de door Diabetes Vereniging Nederlandaangedragen studies om te beoordelen of er voldoende passendwetenschappelijk bewijs is om opnieuw een duiding te kunnen doen overde vergoeding van glucosemonitoren. Het ZiNL heeft geconcludeerd datde aangedragen studies onvoldoende relevant zijn om het huidigestandpunt te heroverwegen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 124242
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.