KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over ontwikkelingen en knelpunten in het praktijkonderwijs

30 aug 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 34f2a04df860fd20 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 293Primair OnderwijsNr. 743 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 augustus 2024Graag informeer ik u mede namens de Staatssecretaris Participatie enIntegratie over de ontwikkelingen en knelpunten in het praktijkonderwijszoals u mij heeft verzocht in uw brief van 8 februari1. Ik ga hierbij ookspecifiek in op de schooladvisering voor praktijkonderwijs.Wat is praktijkonderwijs? (pro)Praktijkonderwijs is voor leerlingen van 12 tot 18 jaar die beter lerenin de praktijk dan via theorie. Leerlingen krijgen er de (extra)ondersteuning die ze nodig hebben. Gemiddeld zitten leerlingen vijfjaar op een pro-school. Ze volgen daar een eigen ontwikkelplan metvakken als Nederlands, rekenen/wiskunde, Engels, maar ookpraktijkvakken die aansluiten bij de richting die ze kiezen. Bijvoor-beeld op het gebied van techniek, horeca en voeding of groen- endierverzorging. Tijdens hun opleiding behalen leerlingen vaakpraktijkverklaringen, branche-certificaten, een getuigschrift en eenschooldiploma.Er zitten landelijk circa 30.000 leerlingen in het pro, verdeeld overongeveer 180 scholen. Een aanzienlijk deel van de leerlingenpopu-latie – zo’n 40 tot 45 procent – gaat door naar het mbo. Jaarlijks zijndat zo’n 2.500 leerlingen. Circa een derde van deze groep heeft ophet pro een entreediploma behaald.Om ervoor te zorgen dat de juiste leerlingen in het pro komen, zijn ercriteria opgesteld voor toelating. Zo moet een leerling een IQ hebbenbinnen de bandbreedte van 55 – 80 en een leerachterstand vanminstens drie jaar. Het samenwerkingsverband passend onderwijsbepaalt of een leerling aan de criteria voldoet en geeft vervolgenseen toelaatbaarheidsverklaring af.1Kamerstukken II, 2023 – 2024, 2024D04614 kst-31293-743ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7431 Het praktijkonderwijs (hierna: pro) is het regulier voortgezet onderwijs(vo). Leerlingen volgen een eigen ontwikkelplan waarbij leren, werken,burgerschap en zelfredzaamheid belangrijke aspecten zijn. Zo worden deleerlingen voorbereid op deelname aan de samenleving, een stap naar hetvervolgonderwijs (in het mbo) of een stap naar de arbeidsmarkt. Zeworden opgeleid voor beroepen waar in Nederland grote vraag naar is,zoals metselaar, heftruckchauffeur of fietsenmaker. Of ze stromen doornaar een opleiding op entree of mbo-niveau 2. Zo draagt het pro eraan bijdat alle jongeren mee kunnen doen en speelt het een belangrijke rol in hetzorgen voor voldoende personeel op de arbeidsmarkt.Om de volwaardige positie van het pro verder te versterken, heb ik reedsingezet op een aantal structurele verbeteringen. Het gaat daarbij onderandere om:•Erkenning en zichtbaarheid voor de prestaties van pro-leerlingen. Zokrijgen leerlingen sinds 2021 een schooldiploma als zij hun opleidinghebben afgerond, zodat ook zij een tastbaar bewijs hebben van wat zehebben gedaan. En heb ik vorig jaar de 10.000ste praktijkverklaringmogen uitreiken aan een leerling in het pro. Dit betekent dat inmiddelsmeer dan 10.000 leerlingen uit het pro (en vso) een praktijkverklaringbehaald hebben bij een erkend leerbedrijf en in de praktijk hebbenkunnen laten zien welke werkprocessen ze beheersen.•Meer bekendheid voor het praktijkonderwijs zodat de leerling op debest passende plek terecht komt. Ik zet me samen met de SectorraadPraktijkonderwijs in voor het vergroten van bekendheid van hetpraktijkonderwijs en de doelgroep onder leerkrachten en intern-begeleiders in het primair onderwijs.•De afgelopen twee jaar is er € 2 miljoen per jaar beschikbaar gesteldvoor de inzet van netwerkcoördinatoren, vooruitlopend op hetstructureel borgen van dit budget.2 Zij zetten zich onder meer in voorde samenwerking tussen de schoolsoorten onderling. Ook bevorderenze de afstemming met gemeenten en de dienstverlening die in dearbeidsmarktregio geboden wordt aan werkgevers voor jongeren dieuit zullen stromen naar werk en met het mbo.•Is er vanaf 2026 structureel geld beschikbaar voor een vergoeding aanreiskosten voor leerlingen die entreeopleiding binnen het pro volgen.Daarmee zijn we er nog niet. Er blijven immers nog ontwikkelingen enknelpunten over die onze aandacht vragen, en waar uw Kamer een briefover heeft gevraagd. In deze brief ga ik eerst in op verdere verbeteringenvan de huidige situatie op de korte termijn, vervolgens benoem ikvoorgenomen structurele verbeteringen in het huidige stelsel.1. Verbeteringen op de korte termijn Het onderwijs in Nederland staat voor een hoop uitdagingen. Met hetHoofdlijnenakkoord wordt vol ingezet op het verbeteren van de basisvaar-digheden, en is er ook aandacht voor het praktijkgericht onderwijs.3 Ookin het pro moet op korte termijn hard aan deze ambities worden gewerkt.1.1 Het pro werkt hard aan basisvaardigheden . Op dit moment geldt er voor het praktijkonderwijs een inspanningsver-plichting om leerlingen het referentieniveau 1F te laten behalen.4 Voorleerlingen die door kunnen stromen naar een vervolgopleiding is het goed2In 2023 zijn de middelen ter beschikking gekomen middels het amendement De Hoop enWesterveld, Kamerstukken II, 2022 – 2023, 36 200 VIII, nr. 383Bijlage bij Kamerstukken II, 2023 – 2024, 36 471, nr. 374Kamerstukken II, 2022–2023, 31 293, nr. 670Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7432 om ook onderdelen op niveau 2F te behalen. Stichting Leerplan Ontwik-keling (SLO) heeft specifiek voor de scholen voor praktijkonderwijsleerroutes «Passende Perspectieven» opgesteld.Hierbij is het mooi om te noemen dat diverse scholen voor praktijkon-derwijs op dit moment voortvarend aan de slag zijn met het verbeterenvan basisvaardigheden en in het bijzonder taal en rekenen. Zo is de Brêgein Leeuwarden druk met het versterken van de expertise van het onder-wijspersoneel en verbreden van de didactiek, zodat leerlingen steedsmeer geïnspireerd worden om te gaan lezen. En is het Stede Broec inWest-Friesland bezig om het mogelijk te maken om de leerroutesPassende Perspectieven in het leerlingvolgsysteem te kunnen zetten. Zokunnen de competenties en vaardigheden van de leerlingen beterinzichtelijk gemaakt worden.1.2 De curriculumvernieuwing en het praktijkonderwijs Momenteel wordt er aan een curriculumvernieuwing voor het funderendonderwijs gewerkt.5 Bij de start van deze vernieuwing is met deSectorraad Praktijkonderwijs afgesproken dat dit binnen de huidige wet-en regelgeving plaatsvindt. Voor het praktijkonderwijs betekent dit dus dater geen aparte (functionele) kerndoelen of eindtermen komen, omdat dieer nu ook niet zijn in wet- en regelgeving. Praktijkonderwijs wordt zoveelmogelijk verzorgd op basis van de kerndoelen voor het voortgezetonderwijs. De voorloper van de Sectorraad Praktijkonderwijs heeft in 2013wel een eigen curriculum voor het pro vormgegeven met beheersings- enstreefdoelen. Het staat de scholen voor praktijkonderwijs vrij om ditcurriculum te blijven gebruiken, of te bezien welke elementen uit denieuwe kerndoelen ter inspiratie kunnen worden gebruikt. Daartoe is metSLO en de Sectorraad Praktijkonderwijs afgesproken dat de in de wetvastgestelde kerndoelen worden uitgewerkt in handreikingen envoorbeeldmaterialen.1.3 Pro-leerlingen krijgen tegemoetkoming reiskosten: uitwerkingamendement Westerveld c.s.6 Via het amendement van het Kamerlid Westerveld c.s. is voor de jaren2024 en 2025 in totaal € 2,0 miljoen beschikbaar gemaakt voor eenoverbruggingsregeling om leerlingen die de entreeopleiding volgenbinnen het praktijkonderwijs tegemoet te komen in de reiskosten die zedaarvoor maken. Dit amendement wordt uitgewerkt in de Subsidiere-geling tegemoetkoming reiskosten entreeleerlingen praktijkonderwijs diebinnenkort wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Via deze regelingontvangen alle scholen voor praktijkonderwijs in Nederland voor deschooljaren 2024/2025 en 2025/2026 een bedrag om de leerlingentegemoet te komen in de gemaakte reiskosten. Dit kunnen zowel dereiskosten richting het mbo als de stageplek zijn. Hoe de scholen demiddelen inzetten is – ook vanuit perspectief van uitvoerbaarheid –overgelaten aan het eigen inzicht en de voorkeur van de scholen. Er wordtniet landelijk geregistreerd hoeveel leerlingen aan scholen voor praktijk-onderwijs een entree-opleiding volgen. Daarom is er met instemming vanuw Kamer7 voor gekozen om het beschikbare budget te verdelen op basisvan het aantal ingeschreven leerlingen die praktijkonderwijs volgen in devoorlopige leerlingentelling van 1 oktober 2023.5Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293, nr. 7326Kamerstukken II, 2023 – 2024, 36 410-VIII, nr. 39.7Handelingen II, 2023–2024, nr. 43, item 18Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7433 Omdat de verwachting is dat alle scholen voor praktijkonderwijs eensubsidieaanvraag zullen doen, is besloten om de subsidie ambtshalve toete kennen. Dat betekent dat de scholen geen aanvraag meer hoeven tedoen, maar nog dit jaar automatisch het eerste deel van het subsidie-bedrag ontvangen. Zo beperken we de administratieve lasten van descholen tot een minimum. De subsidie wordt uitbetaald in twee gelijkedelen. Uitbetaling van het eerste deel vindt plaats in het derde of vierdekwartaal van 2024 en het tweede deel in het tweede kwartaal van 2025zodat de scholen dit budget voorafgaand aan het schooljaar 2025/2026ontvangen. Vanaf 2026 is er structureel geld beschikbaar voor detegemoetkoming van de reiskosten. Het is de bedoeling om dit nader teregelen als onderdeel van het voorgenomen wetsvoorstel pro/entree,waarop ik later in deze brief terugkom.1.4 Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt: benutten van werkkansen De Ministeries van SZW en OCW werken samen met (maatschappelijke)tekortsectoren om het gemakkelijker te maken voor mensen om viabijscholing in te stromen in een sector, door te stromen of brederinzetbaar te worden of over te stappen naar een andere sector. Dat doenwe door zogenaamde sectorale Ontwikkelpaden. In een sectoraalOntwikkelpad worden (delen) van opleidingen gekoppeld aan specifiekefuncties op de arbeidsmarkt. Waaronder laagdrempelige in- of opstap-functies, bestaand of nieuw te creëren. Zoals de functie van groepshulp inde kinderopvang, die de pedagogisch medewerker ondersteunt. Dezefuncties, waaraan geen kwalificatie-eisen zijn verbonden, zijn ookuitermate geschikt voor jongeren afkomstig uit het praktijkonderwijs omop in te stromen en zich stapsgewijs te ontwikkelen om een zo duurzaammogelijke plek op de arbeidsmarkt te verwerven. De jongeren worden inhet onderwijs al voorbereid op instroom op deze functies, onder anderevia oriëntatie en stages bij werkgevers. Deze werkwijze willen we borgenin het kader van de nieuwe wet- en regelgeving van school naar duurzaamwerk (zie hierna).2. Structurele verbeteringen in het stelsel Er wordt op korte termijn door veel organisaties hard gewerkt om elkpro-leerling de benodigde kennis en vaardigheden mee te geven. Dezeinzet moet ook een structurele plek krijgen in het stelsel.2.1 Het praktijkonderwijs wordt rechtstreeks bekostigd Uw Kamer is eerder geïnformeerd over rechtstreekse bekostiging voor hetpraktijkonderwijs.8 De planning is dat er vanaf 2027 voor het aanvullende(ondersteunings)deel van de bekostiging van het pro geen tussenkomstmeer is van het samenwerkingsverband passend onderwijs. De samen-werkingsverbanden blijven wel verantwoordelijk voor de toelaatbaarheidtot het pro, zodat er een integrale afweging gemaakt kan worden waar eenleerling het beste tot zijn of haar recht komt. Een eventuele stijging vanhet aantal pro-leerlingen wordt niet meer betaald uit het budget van desamenwerkingsverbanden. Om te garanderen dat het aanvullende(ondersteunings)deel voor een pro-leerling gelijk zal blijven bij stijgendeleerlingenaantallen is hierover met betrokken partijen afgesproken datdeze extra kosten worden gedekt uit de basisbekostiging van alle reguliereschoolsoorten in het voortgezet onderwijs, dus inclusief pro.8Kamerstukken II, Vergaderjaar 2022 – 2023, 31 497, nr. 443Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7434 De afgelopen maanden is in samenspraak met het veld een overgangsre-geling over de verdeling van het budget voor leerwegondersteunendonderwijs tot stand gekomen waarmee geregeld wordt dat we zorgvuldigin vijf jaar toewerken naar de nieuwe situatie voor de samenwerkingsver-banden. De komende periode worden deze afspraken verwerkt in hetvoorgenomen wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting in 2025aan uw Kamer worden aangeboden.2.2 Stapeling van effecten rondom schooladvisering, de doorstroomtoetsen de centrale aanmeldweek Voor alle leerlingen geldt dat zij een passend schooladvies verdienen. Deleerlingen van wie vermoed wordt dat zij het best tot hun recht komen inhet praktijkonderwijs, vormen daarin een bijzondere doelgroep. In deafgelopen jaren kregen zo’n 6.000 leerlingen een voorlopig schooladviespro.9 Sommige van deze leerlingen maken geen doorstroomtoets,bijvoorbeeld omdat ze op basis van hun IQ hiervan zijn vrijgesteld10. Zijmelden zich op basis van een voorlopig schooladvies pro aan bij eenschool voor praktijkonderwijs. Leerlingen met een voorlopig schooladviespro maken de doorstroomtoets wel, als de vrijstelling niet geldt, ofwanneer ouders/verzorgers in overleg met de school er toch voor kiezende leerling de toets te laten maken. Afgelopen jaar heeft twee derde (ca.4.000 leerlingen) van de leerlingen met voorlopig schooladvies pro dedoorstroomtoets gemaakt.In de praktijk wordt een aantal knelpunten ervaren in de overgang van hetprimair naar het voortgezet onderwijs voor de doelgroep van het pro:•Er is behoefte aan meer duidelijkheid rond de bijstelling van hetschooladvies in relatie tot het toetsadvies. Scholen in het po stellen inprincipe het voorlopige schooladvies bij in het geval van een hogertoetsadvies, tenzij dit niet in het belang van de leerling is. Dezemaatregel geldt vanaf schooljaar 2023–2024, omdat er groepenleerlingen zijn die structureel onderschat worden en die daardoor nietof alleen met lange omwegen op de voor hen best passende plek inhet vo terechtkomen.11 Daarnaast weten we dat hoge verwachtingen inveel gevallen worden waargemaakt.12 De regel rondom de bijstellingvan het schooladvies geldt niet wanneer er sprake is van een voorlopigschooladvies pro in combinatie met het toetsadvies pro/vmbo-bb. Daaris een uitzondering voor gemaakt omdat er geen apart toetsadvies prois (zie hieronder) en het toetsadvies dus altijd hoger uitvalt.13 Inafnamejaar 2023/2024 bleek dat de bovengenoemde uitzonderingsre-gel om het schooladvies niet bij te hoeven stellen niet in alle gevallendoor de school overgenomen was.14•Er is geen aparte toetsadviescategorie pro. In de toets kan namelijkgeen goed onderscheid worden gemaakt tussen pro en vmbo-bb. Ditkomt doordat de kenmerken op grond waarvan een pro-adviesgegeven wordt, niet door de toets worden gemeten. De toets meet9In schooljaar 2023–2024 ging het in bo, sbo en so samen om ca. 6.000 leerlingen, waarvan ca.2.200 leerlingen in het bo. In schooljaar 2022–2023 ging het in bo, sbo en so samen om ca.5.800 leerlingen, waarvan ca. 2.000 in het bo. Voor meer cijfers over pro en het schooladvies zieKamerstuk 31 293, nr. 741 inclusief bijlage 2.10Sinds 2017 zijn leerlingen met een IQ lager dan 75 niet verplicht om de doorstroomtoets temaken11Kamerstukken II, Vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 720.12Staat van het Onderwijs 2023, pagina 59.13Handreiking schooladvisering, pagina 10.14In totaal kregen ongeveer 150 leerlingen, van wie het schooladvies niet had hoeven wordenbijgesteld, toch een bijgesteld advies. Zij scoorden op de toets pro/vmbo bb, maar kregenondanks de uitzondering toch een definitief schooladvies vmbo bb. Zie Kamerstuk 31 293, nr.729.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7435 alleen de vaardigheden op taal en rekenen. Momenteel ontvangenleerlingen met een voorlopig schooladvies pro die deelnemen aan dedoorstroomtoets daarom meestal het toetsadvies pro/vmbo-bb, ookals geen enkele vraag op de toets goed is beantwoord. Dit kan bijouders en leerlingen onterecht de verwachting wekken dat eenbijstelling van het schooladvies verplicht is of dat ze een keuze hebbentussen beide schoolsoorten.•Te krappe aanmelddatum voor het praktijkonderwijs. Vanwege deaanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) is het tijdpad vooraanmelding te krap. Het samenwerkingsverband heeft genoeg tijdnodig om te toetsen of een leerling aan de criteria voor pro voldoet.Door de overlap van deze termijn met de beslisprocedure voortoelating in het vervolgonderwijs (beide zes weken), kan het voorko-men dat leerlingen uiteindelijk geen plek vinden op de pro-school vanvoorkeur.•Het signaal dat leerlingen later alsnog doorstromen naar het praktijk-onderwijs. De Sectorraad Praktijkonderwijs liet in een evaluatie van denieuwe regels rond de overgang po-vo weten zich zorgen te maken dat«hoger» plaatsen vaak beter lijkt te zijn in de maatschappelijkeperceptie, terwijl het voor deze doelgroep vaak gunstiger is om testarten in het praktijkonderwijs. De scholen voor praktijkonderwijservaren dat leerlingen na een of twee jaar ergens anders te hebbengeprobeerd later alsnog vaak doorstromen naar het praktijkonderwijs;vaak een extra faalervaring rijker.Hoe is de doorstroomtoets gemaakt door leerlingen met eenvoorlopige schooladvies pro?In de meest recente afname van de doorstroomtoetsen ontving meerdan 60 procent van de leerlingen met een voorlopig schooladviespro (in het bo, sbo en so) het toetsadvies pro/vmbo bb. In dit gevalhoeft een school het schooladvies niet bij te stellen. Bij bijna 40procent van de leerlingen met een voorlopig schooladvies pro bleekvolgens de doorstroomtoets een ander advies dan pro/vmbo bb hetbeste te passen: bijna altijd ging dat om vmbo bb/kb, in sommigegevallen om meer theoretischer schoolsoorten. Voor meer dan dehelft van de leerlingen die een toetsadvies vmbo bb/kb of meertheoretisch kregen, is het voorlopig schooladvies uiteindelijkbijgesteld.Om te zorgen dat leerlingen op de schoolsoort terecht komen die hetbeste bij hen past wil ik samen met onder andere de Sectorraad Praktijk-onderwijs en Ouders & Onderwijs een aantal acties uitvoeren:•Aanscherpen communicatie voor correcte naleving van schooladvise-ring, ook in de handreiking schooladvisering. Specifiek over de tweeuitzonderingsregels die gelden voor het pro.•Verkenning verruiming tijdpad voor aanmelding voor leerlingen voorwie op basis van het voorlopig schooladvies een TLV wordt aange-vraagd. Dit met als doel dat deze leerlingen op tijd een passende plekin het pro vinden.•Verkenning van een aparte toetsadviescategorie pro. In 2022 werd eenapart toetsadvies pro om technische redenen door de ExpertgroepToetsen po als niet uitvoerbaar beschouwd: het onderscheid tussenpraktijkonderwijs enerzijds en vmbo bb anderzijds was niet nauwkeu-rig vast te stellen op grond van een cognitieve toets. Inmiddels zijn deregels rondom de doorstroomtoetsen (waaronder de normering)veranderd.15 Ik wil daarom opnieuw laten onderzoeken of een apartetoetsadviescategorie voor het pro mogelijk is, en onder welke15Kamerstuk 31 293, nr. 729.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7436 voorwaarden. Stichting Cito zal deze verkenning uitvoeren. Ikinformeer uw Kamer in het voorjaar van 2025 over de uitkomstenhiervan.Ik sta in nauw contact met de Sectorraad Praktijkonderwijs om in de gatente houden hoe het de leerlingen vergaat en of de hierboven genoemdemaatregelen de gewenste impact hebben. Als dit niet het geval is, verkenik met hen verder hoe we de schooladvisering voor het praktijkonderwijsgoed kunnen inrichten. Een verruiming van de ontheffingsregel om opbasis van IQ de doorstroomtoets niet te maken kan dan bijvoorbeeld ookonderwerp van gesprek zijn.2.3 De pilot pro/vmbo wordt structureel mogelijk gemaakt Zoals de bovenstaande passage laat zien, bevindt een deel van deleerlingen zich bij de start van het voortgezet onderwijs op de grenstussen pro en vmbo. Daarom is in 2019 de pilot pro/vmbo gestart. Viadeze pilot werd het mogelijk dat scholen voor praktijkonderwijs eensamenwerking met een vmbo-school aan konden gaan om een pro/vmbo-onderbouwklas te starten. Deze klas wordt aangeboden op het praktijkon-derwijs. Leerlingen worden in maximaal drie jaar voorbereid op hetvolgen van onderwijs in een van de leerwegen van het vmbo. De pilotmaakt het mogelijk dat deze leerlingen ook les mogen volgen op devmbo-locatie.16 De leerlingen voor wie dat passend is vervolgen hunloopbaan op het vmbo en anderen blijven praktijkonderwijs volgen. Hetdoel van de pilot was om maatwerk te kunnen bieden aan deze groepleerlingen en om te voorkomen dat de groep die het niet redt in het vmbomet een stevige faalervaring naar het praktijkonderwijs zou moeten.SEO heeft de afgelopen periode de pilot gemonitord. De definitieverapportage stuur ik als bijlage bij deze brief mee. Uit dit onderzoekconcludeer ik dat de pilot op verschillende punten meerwaarde heeft.•Leerlingen krijgen de kans om rustig te ontdekken welk niveau bij henpast. Gemiddeld is rond de 40 procent van de leerlingen twee jaar nade instroom in de onderbouwklas doorgestroomd naar het vmbo en zitruim 40 procent nog op het pro. De overige leerlingen zijn naar eenandere school gegaan vanwege bijvoorbeeld een verhuizing of eenoverstap naar het gespecialiseerd onderwijs.•Ook heeft de pilot effect op de motivatie en eigenwaarde en hetzelfvertrouwen van de leerlingen. Voor leerlingen die de overstap naarhet vmbo niet maken, is er winst omdat ze hebben ervaren dat het prode juiste plek voor hen is.•De klas bevordert bovendien wederzijds leren door docenten en eenintensievere samenwerking tussen het pro en het vmbo.Daarom borg ik de ruimte die de pilot biedt structureel in het stelsel. In detussentijd is het voor de scholen die al deelnamen aan de pilot mogelijkgemaakt om tot en met schooljaar 2025/2026 opnieuw een gemengdeonderbouwklas te starten zonder daarvoor een nieuwe aanvraag in tedienen.2.4 Knelpunten in de bevoegdheden in het praktijkonderwijs wordenaangepakt Elke leerling moet les kunnen krijgen van een bevoegd docent. Hethuidige bevoegdhedenstelsel knelt echter met name bij het praktijkon-derwijs (en het vmbo en vso), doordat het praktische curriculum van deze16Dit is mogelijk op grond van artikel 9.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Beleids-regel pilot pro/vbo.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7437 schoolsoorten voortdurend ontwikkelt en het bevoegdhedenstelsel niet ingelijke tred meebeweegt.17 De Landelijke Werkgroep Bevoegd (LWB),waar de Sectorraad Praktijkonderwijs onderdeel van uitmaakt, werkt aanverschillende concrete oplossingen van deze knelpunten.In het praktijkonderwijs gelden in principe dezelfde bevoegdheidseisen alsin het vmbo. Dit betekent dat een leraar met een vo-bevoegdheid bevoegdis om onderwijs te geven, waarbij deze bevoegdheid altijd gekoppeld isaan een specifiek vak. Echter, voor een aanzienlijk deel van het onderwijs-programma in het pro geldt een uitzondering. Ook een groepsleerkrachtmet een pabo-opleiding is bevoegd om algemeen vormend onderwijs teverzorgen in de vakken Nederlands, Engels, rekenen/wiskunde, geschie-denis, aardrijkskunde en biologie. Voor de praktijkvakken zijn zij bevoegdom onderwijs te geven in tekenen, handarbeid en de praktijkoriënterendevakken. De uitdaging hierbij is dat de pabo-opleiding primair gericht is ophet onderwijzen van kinderen, en minder op adolescenten. Leraren inopleiding en zij-instromers ervaren de pabo daardoor vaak als een minderpassende opleiding voor de pro-doelgroep.De beroepsgroep is momenteel bezig met de herijking van de bekwaam-heidseisen, waarbij zij streven naar bekwaamheidseisen voor eengroepsleraar 12+, en het ontwikkelen van maatwerktrajecten voorvakmensen. Hierdoor kunnen zij-instromers uit de beroepspraktijk snelleren met een meer passende opleiding aan de slag in het vmbo enpraktijkonderwijs. U wordt in het najaar 2024 geïnformeerd over devoortgang van deze maatregelen met de voorgangsbrief over delerarenstrategie.2.5 Van school naar duurzaam werk Voor pro-leerlingen kan de stap van school naar werk erg groot zijn.Pro-scholen doen hun uiterste best om jongeren goed te begeleiden, maargaan hier nog te verschillend mee om. Het wetsvoorstel van OCW en SZWVan school naar duurzaam werk18 heeft als doel leerlingen en studentenbeter te begeleiden in de stap van school naar werk, wat hun kansen in desamenleving en het verdere leven vergroot. Op één van de vier maatre-gelen van dit wetsvoorstel ga ik hier specifiek in: het bieden vanloopbaanbegeleiding (voorheen bekend als nazorg) door het praktijkon-derwijs. Pro-scholen krijgen de taak om tot één jaar na het verlaten van deschool een vorm van begeleiding te bieden aan oud-leerlingen die datnodig hebben. Voor deze nieuwe taak in pro (en vso) wordt structureel€ 1,5 miljoen beschikbaar gesteld, wat neer komt op gemiddeld vijf uurloopbaanbegeleiding per jongere. Vaak wordt deze taak ingevuld doorstage-coördinatoren van de school.Over de benodigde duur van de loopbaanbegeleiding bestaan verschil-lende beelden, variërend van één tot langer dan twee jaar. De redenatieom net als in het mbo voor één jaar begeleiding te kiezen is dat jongerenvaak binnen één jaar werk hebben gevonden. Mochten jongeren na datjaar toch weer extra ondersteuning nodig hebben bij het vinden van anderwerk of het behouden van werk, dan ligt de verantwoordelijkheid hiervoorbij de gemeente, net zoals voor andere groepen werkzoekenden. Deloopbaanbegeleiding van één jaar biedt daarmee voldoende ruimte om tezorgen dat de gemeente de ondersteuning en begeleiding voortzet nadeze periode. Hiermee is er een duidelijke afbakening van de taak van het17Kamerstukken II, vergaderjaar 2022–2023, 27 923, nummer 449, bijlage: Werkplan samen voorhet beste onderwijs (13 december 2022) (2022D53608).18Zie Raad van State advies met Kenmerk W05.24.00027/I van 6 juni 2024: https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@141941/w05-24-00027/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7438 onderwijs. Het is de planning om dit wetsvoorstel in het najaar van dit jaarnaar uw Kamer te verzenden.2.6 Verbeteren samenwerking praktijkonderwijs en entree-onderwijs Al een aantal jaar wordt er gewerkt aan een traject om het mogelijk temaken dat leerlingen in het praktijkonderwijs, voor wie de overstap naarhet mbo (nog) te groot is, binnen het pro ook de entreeopleiding geheel ofgedeeltelijk kunnen volgen en afronden. Hiermee betreden ze betervoorbereid de arbeidsmarkt, of kunnen zij doorstromen naar een mbo-2opleiding. Voorop staat dat in het belang van de leerling moet wordengeborgd dat in elke regio waar daar behoefte aan is, een dekkend entoegankelijk aanbod voor een entreeopleiding in het pro tot stand komt.Daarbij is met alle betrokken raden afgesproken dat de samenwerkingtussen praktijkonderwijs en mbo ingericht zal worden langs tweebasisprincipes:191.Het aanbieden van de entreeopleiding gebeurt altijd in samenwerkingen onder verantwoordelijkheid van het mbo; én2.De samenwerking tussen bekostigde scholen en instellingen is destandaard.In de praktijk lukt het scholen voor praktijkonderwijs niet altijd om eengoede samenwerkingspartner te vinden in het mbo. Het gaat regelmatigmaar om een beperkt aantal pro-leerlingen en dit vergt soms veel van dembo-instelling. Zo kan het ingewikkeld zijn om voor deze groepmaatwerktrajecten in het leven te roepen. Mooi om te zien dat instellingenelkaar op blijven zoeken. Zo is in de regio Rijnland in juni 2024 eenconvenant gesloten tussen mbo-Rijnland en vijftien scholen voorpraktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs om de instroom vanleerlingen naar de entreeopleidingen te verbeteren.Bij het tweeminuten-debat in februari 2024 is de motie van het lidWesterveld c.s.20 aangenomen waarin wordt verzocht om in het voorge-nomen wetsvoorstel ook op te nemen dat een bekostigde school voorpraktijkonderwijs in uitzonderingsgevallen en onder bepaaldevoorwaarden voor de examinering en diplomering mag samenwerkenmet een niet-bekostigde mbo-instelling. De komende periode worden devoorwaarden waaronder dit kan uitgewerkt. Zowel aan de uitvoering vande motie, als de voorgenomen wetswijziging werk ik in goed overlegsamen met betrokken veldpartijen.Tot slotDe komende jaren zet ik in op het bewaken van de mooie onderdelen vanhet praktijkonderwijs en het verder ontwikkelen van de voorgenomenstructurele verbeteringen. Zodat de scholen kunnen doen waar ze goed inzijn: onderwijs van goede kwaliteit geven waarbij de leerling centraalstaat.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. Paul19Kamerstukken II, 2018 – 2019, 31 524, nr. 43720Kamerstukken II, 2023 – 2024, 31 524, nr. 598Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 293, nr. 7439

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 30137d527e115f29

14 okt 2026 · c2a185eb135e4418

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.