KamerkringInloggen
Kamervragen

Een mogelijke onjuiste uitvoering door Nederland van de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE)

6 mrt 2017 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 46fb2ea0c2c3b23b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–2017 Vragen gesteld door de leden der Kamer 2017Z03515 Vragen van het lid Smaling (SP) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over een mogelijke onjuiste uitvoering door Nederland van de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) (ingezonden 6 maart 2017). Vraag 1Bent u bekend met de bepalingen uit de Europese en nationale regelgeving die inrichtingen welke vallen onder de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) verplichten om de kwaliteit van de in de schoorsteen voorgeschreven meetsystemen (die per aangewezen schadelijke stof de emissie continu monitoren) periodiek te controleren en te kalibreren? Vraag 2Weet u dat dit gebeurt in de vorm van een KBN-2 toetsing1 waarbij aan de hand van parallelmetingen de grootte wordt vastgesteld van de zogenoemde variabiliteit waaruit vervolgens het 95%-betrouwbaarheidsinterval, dat de nauwkeurigheid aangeeft van het meetsysteem, kan worden afgeleid? Vraag 3Klopt het vervolgens dat de RIE voor iedere continu gemeten stof eisen stelt aan de waarde die het aldus bepaalde 95%-betrouwbaarheidsinterval maximaal mag hebben, en dat als deze waarde wordt overschreden het meetsysteem niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en afgekeurd behoort te worden?2 Vraag 4Bent u er ook mee bekend dat de exploitant van de inrichting – als vastge-steld is dat het meetsysteem voldoet aan de hiervoor beschreven onzeker-heidseis – de bij de KBN-2 toets vastgestelde waarde van het 95%-1In het kader van een vigerende vergunning en het Activiteitenbesluit afgenomen emissieon-derzoek naar afgassen van een verbrandingsinstallatie. KBN-2 is de procedure voor het kalibreren van automatische meetsystemen (AMS) aan de hand van metingen die uitgevoerd worden volgens de standaard referentie methode (SRM). De procedure is beschreven in de NEN-EN 14181: 2004.2Zie onderdeel 1.3 van deel 6 van Bijlage VI van de RIE, waarin per stof de bovengrens is aange-geven die de bij de KBN-2 toets vastgestelde waarde van het 95%-betrouwbaarheidsinterval mag hebben kv-tk-2017Z03515’s-Gravenhage 2017Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, Vragen1 betrouwbaarheidsinterval als meetonzekerheid in zijn voordeel mag aftrekken van de door het meetsysteem gemeten waarde?3 Vraag 5Bent u op de hoogte van het feit dat de rijksdienst InfoMil – ondanks de heldere tekst van de regels van de RIE en de evenzeer heldere wijze waarop de onzekerheidscorrectie richtlijnconform in de Nederlandse regelgeving is geïmplementeerd (aanvankelijk in artikel 2.9 Besluit Verbranden Afvalstoffen4, thans in artikel 5.19 derde lid van de Activiteitenregeling) – bedrijven is gaan adviseren om van de in de schoorsteen gemeten emissies niet de werkelijke, periodiek in de KBN-2 toetsing berekende waarde van het 95%-betrouw-baarheidsinterval af te trekken, maar de waarde die de wetgever als maximaal af te trekken waarde heeft toegestaan voor díe meetsystemen die wat betreft de meetonzekerheid nog net functioneren op de rand van het toelaatbare? Vraag 6Erkent u dat dit advies van InfoMil5 – wegens de ten gevolge van de BBT-eis (Best Beschikbare Techniek) steeds beter wordende meetsystemen – tot gevolg heeft dat in de praktijk een te grote correctie plaatsvindt in verband met meetonzekerheid? Kunt u uw antwoord toelichten? Vraag 7Bent u ermee bekend dat de Nederlandse rechter deze door InfoMil geadvi-seerde rekenpraktijk in een zaak over een afvalverbrander heeft goedgekeurd6 en dat naar aanleiding daarvan door de Europese Commissie aan Nederland vragen zijn gesteld? Vraag 8Heeft u inmiddels uw antwoord in dezen bepaald en hoe luidt dat? Zo nee, op welke termijn verwacht u de nodige duidelijkheid te verschaffen?3Zie onderdeel 1.2 van deel 8 van Bijlage VI van de RIE. het artikel 1.2. uit de Europese richtlijn industriële emissies (staat in deel 8 van bijlage VI bij de RIE) waarin aan exploitanten van afval-verbranders de bevoegdheid is gegeven om in verband met meetonzekerheid een aftrek in hun voordeel te mogen toepassen op de door het meetsysteem gemeten waarden4Het artikel 2.9 uit het inmiddels niet meer geldende BVA (waarmee de RIE bepaling destijds in de Nederlandse regelgeving werd geïmplementeerd). Let ook op de duidelijke toelichting die duidelijk spreekt over een concreet in de inrichting per meetsysteem te berekenen waarde van het betrouwbaarheidsinterval die de maximumwaarde genoemd in artikel 2.9 niet mag overschrijden.5De passage uit het Handboek van InfoMil over het BVA waarin destijds de brug is geslagen naar de bizarre uitleg dat, ook al is er sprake van een hypermodern zeer nauwkeurig gebleken meetsysteem, voor de onnauwkeurigheid het maximum mag worden afgetrokken zoals dat nog net is toegestaan voor een (oud) minder nauwkeurig meetsysteem6Raad van State afdeling Bestuursrechtspraak 201407361/1/A4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, Vragen2

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.