KamerkringInloggen
Kamerbrief

Aandachtspunten bij de ontwerpbegroting 2025 begrotingshoofdstuk XXIII Klimaat en Groene Groei

24 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7cb18ff5e25bf676 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXIIIVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Klimaat en Groene Groei (XXIII)voor het jaar 202536 600 MVaststelling van de begrotingsstaat van hetKlimaatfonds voor het jaar 2025Nr. 5 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 september 2024Ieder jaar stuurt de Algemene Rekenkamer uw Kamer enkele aandachts-punten bij de ontwerpbegrotingen van de ministeries ten behoeve van debegrotingsbehandeling. Deze brief gaat in op de ontwerpbegroting 2025(begrotingshoofdstuk XXIII) van het Ministerie van Klimaat en GroeneGroei (KGG) en het Klimaatfonds.De onderwerpen in deze begrotingsbrief zijn:1.Stand van zaken aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer2.Doelen en kengetallen3.Financiële risico’s en onzekerheden4.Strategische Evaluatie Agenda5.Recent gepubliceerd en/of aankomend onderzoek AlgemeneRekenkamer1. Stand van zaken aanbevelingen AR De Algemene Rekenkamer brengt de volgende aanbevelingen uit eerderonderzoek onder uw aandacht:Opslag van CO2 onder de Noordzee, maart 2024De Algemene Rekenkamer signaleerde dat het Rijk in het Porthos-CO2-oplagproject te weinig meedeelt in de baten gezien de risico’s die hetloopt. Wij hebben de betrokken bewindspersonen aanbevolen om voortoekomstige CCS-projecten, zoals Aramis, te onderzoeken welke mogelijk-heden er zijn om meer baten naar het Rijk te laten vloeien en in debesluitvorming het belang van de schatkist nadrukkelijk mee te wegen. Zokan bijvoorbeeld de Minister van KGG in de opslagvergunning eenjaarlijkse afdracht opnemen op grond van de Mijnbouwwet. kst-36600-XXIII-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXIII, nr. 51 Verantwoordingsonderzoek EZK 2021: Verzwaring elektriciteitsnetKeuzes bij de verdeling van schaarse netcapaciteit zijn onvermijdelijk,totdat het elektriciteitsnet voldoende is versterkt. Daarom deden wij in onsVerantwoordingsonderzoek 2021 de aanbeveling dat het kabinet duidelijkekeuzes moet maken gebaseerd op een navolgbare afweging van publiekebelangen, en deze tijdig communiceert naar het parlement. Het ministeriegeeft aan dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een maatschap-pelijk prioriteringskader heeft opgesteld voor transportverzoeken bijschaarse netcapaciteit1 en dat de Minister geplande energie-infrastruc-tuurprojecten die van groot maatschappelijk belang zijn voor de transitienaar een duurzaam energiesysteem prioriteert in het Meerjarenpro-gramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Inzicht in de wijzewaarop de Minister keuzes maakt ondersteunt de controlerende taak vanuw Kamer.2. Doelen en kengetallen In de Staat van de rijksverantwoording 2023 (mei 2024, Kamerstuk 36 560,nr. 3) deden we de aanbeveling om bij een nieuw regeerakkoord deintensiveringen, ombuigingen en doelstellingen zodanig vast te leggendat het parlement de voortgang en resultaten kan monitoren. De door deTweede Kamer aangenomen motie Van der Lee (29 mei 2024, Kamerstuk36 560, nr. 5) laat zien dat de Tweede Kamer het belang van concretedoelstellingen onderschrijft. We verwachten dat de Minister de doelenduidelijk en vindbaar in haar begroting formuleert.Bij elke begroting wordt ook een factsheet Brede Welvaart van het CBSgepubliceerd (dit keer nog gebaseerd op de «oude» indeling van deministeries). Deze bevat een selectie van de indicatoren passend bij debetreffende begroting. Wij hebben in de ontwerpbegroting verwijzingnaar doelstellingen brede welvaart gevonden. Hierbij wordt er aandachtbesteed aan de bijdrage van het beleid aan de brede welvaart door eenaantal relevante indicatoren uit te lichten uit de CBS factsheet bredewelvaart voor het beleidsterrein van de Minister van KGG, zoals dereductie van broeikasgasemissies en afhankelijkheid van de energie-invoer.De ontwerpbegroting bevat zoals voorgeschreven per begrotingsartikeldoelstellingen van het beleid van de Minister. Ook de beleidsagenda in debegroting bevat prioriteiten en/of doelstellingen. Wij wijzen de TweedeKamer ter illustratie op een voorbeeld van een duidelijk omschrevendoelstelling en/of kengetal in de begroting en op een voorbeeld met eenminder duidelijk omschreven doelstelling.•We stellen vast dat de doelstelling voor het klimaatbeleid in artikel 31duidelijk is geformuleerd in de ontwerpbegroting. Voor het klimaatbe-leid, ook in internationaal verband, betreft dit de bijdrage aan hetrealiseren van de doelen van de klimaatovereenkomst van Parijs en, opbasis van de Europese en Nederlandse Klimaatwet, het realiseren vaneen netto-reductie van broeikasgassen in 2030 van ten minste 55% tenopzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050. Deze doelstelling isspecifiek, meetbaar en tijdgebonden en daardoor goed navolgbaarvoor de Tweede Kamer.•We stellen vast dat de doelstelling voor het energiebeleid in artikel 31niet duidelijk is geformuleerd. Met het energiebeleid werkt hetMinisterie van Klimaat en Groene Groei toe naar een CO2-armeenergievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en schoon is,op zodanige wijze dat economische kansen worden verzilverd en de1Codebesluit prioriteringsruimte bij transportverzoeken | ACM.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXIII, nr. 52 benodigde energie-infrastructuur op een evenwichtige manier in hetruimtelijk beleid is geïntegreerd. Daarnaast zet het kabinet in op meereigen duurzame energieproductie om de afhankelijkheid van minderbetrouwbare regimes te verkleinen. Deze doelstelling is niet specifiek,niet meetbaar en niet tijdgebonden en daardoor niet goed navolgbaarvoor de Tweede Kamer.3. Financiële risico’s en onzekerheden In de Staat van de rijksverantwoording 2023 stelden we vast dat deTweede Kamer regelmatig verrast wordt door berichten over uitgaven,inkomsten of resultaten die in de praktijk substantieel anders uitpakkendan was verwacht. We deden de aanbeveling om risico’s pro-actiever inbeeld te brengen en om aandacht te vragen voor de kwaliteit vanramingen. In deze begroting vinden wij die aandacht voor financiëlerisico’s niet expliciet terug.•Bij artikel 31 wijst de Minister er op dat in lijn met het Hoofdlijnenak-koord de prijsrisicobuffer van de Stimulering Duurzame Energiepro-ductie (SDE) naar 10% wordt bijgesteld. Dit zorgt ervoor dat het budgetvoor de SDE-regelingen vanaf 2026 jaarlijks met 1 miljard euro wordtverlaagd. De Minister gaat niet verder in op de bijbehorende financiëlerisico’s op tegenvallers van deze bijstelling. De uitgaven van deverschillende SDE regelingen hangen samen met de energie- enCO2-prijzen, omdat de SDE de onrendabele top subsidieert. Dit is hetverschil tussen de kostprijs van een techniek en de gemiddeldemarktvergoeding die deze techniek oplevert. De ontwikkeling van dezeprijzen zijn onzeker.Wanneer de prijzen in de toekomst lager zijn dan waar de Minister nurekening mee houdt (op basis van de KEV 2023) worden de uitgavenhoger dan begroot. Dit komt omdat de onrendabele top van deprojecten dan groter wordt. Dit heeft effect op de budgettaire ruimteom nieuwe subsidies te verstrekken en de mate waarin de hogereuitgaven opgevangen kunnen worden. Wij zouden aandacht in debegroting voor deze (of andere) risico’s passend vinden, zodat deTweede Kamer in staat wordt gesteld hierover met de Minister in debatte gaan.•In de begroting 2025 zijn er veel kasschuiven doorgevoerd, met hetoog om de uitgaven in een realistischer ritme te zetten. Dat hetmoment van uitgaven onzeker is, is gebleken in het verleden. HetKlimaatfonds had afgelopen begrotingsjaar onderbesteding. In hetVerantwoordingsonderzoek EZK 2023 constateerde de AlgemeneRekenkamer dat meer dan de helft van de gereserveerde € 700 miljoenin 2023 niet is uitgegeven. Wij vragen aandacht voor het opstellen vaneen zo realistisch mogelijke raming en uw Kamer zo snel mogelijk overgrote wijzigingen te informeren, zowel budgettair als het effect hiervanop de doelstellingen.4. Strategische Evaluatie Agenda (SEA) De Minister is verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van dedoelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid dat aan haar begrotingten grondslag ligt. Zo kan een Minister beleid op een onderbouwdemanier inrichten en bijsturen en zich goed verantwoorden over behaalderesultaten. De SEA laat zien welke evaluaties zijn uitgevoerd en geplandop de belangrijke beleidsthema’s van het departement. Eén keer per 4 tot7 jaar vindt er per beleidsthema een periodieke rapportage plaats die – alshet goed is – een compleet beeld geeft van de doelmatigheid en doeltref-fendheid van het beleid per thema. Alle (terugkerende) uitgaven van deMinister worden zo op deze wijze afgedekt met evaluaties. De AlgemeneTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXIII, nr. 53 Rekenkamer heeft de SEA van het Ministerie van Klimaat en Groene Groeiop 3 aspecten beoordeeld:a. Afdekking van de uitgaven door evaluatieonderzoek De SEA is er op gericht om de beleidsthema’s en de daarbij behorendeuitgaven met onderzoek af te dekken. Uit de SEA blijkt dat voor allebegrotingsartikelen evaluaties worden uitgevoerd. De Minister maakt nietinzichtelijk in hoeverre begrotingsmiddelen met evaluaties zijn afgedekt.Daartoe is er geen formele verplichting, maar zo heeft de Tweede Kamerniet een duidelijk beeld van de afdekking van de financiële middelen metevaluaties en welke evaluatieopgave er voor de komende periode nog ligt.Op deze wijze heeft de Tweede Kamer geen inzicht in de mate waaringeplande en uitgevoerde evaluaties in de SEA de uitgaven afdekken.b. Geplande evaluaties in de SEA die wij van bijzonder belang achten In februari 2025 wordt het IBO bekostiging elektriciteitsinfrastructuurverwacht. Gezien de grote noodzaak voor de verzwaring van het elektrici-teitsnet, en de lopende gesprekken over de hoogte en de verdeling van dekosten voor de netaansluitingen voor wind op zee tussen TenneT en deRijksoverheid, vinden we dit evaluatieonderzoek uit de SEA van bijzonderbelang voor de Tweede Kamer commissie Klimaat en Groene Groei.c. Evidente witte vlekken in de SEA Het onderwerp Maatwerkaanpak Industrie is niet geagendeerd voorevaluatieonderzoek. We achten het onderwerp wel relevant voor deinformatiepositie van de Tweede Kamer over het betreffende beleids-terrein. Met de maatwerkaanpak worden afspraken over verduurzaminggemaakt met de top 20 uitstoters in de industrie. Ook door het nieuwekabinet wordt deze aanpak doorgezet en mogelijk uitgebreid naar nieuweof regionale bedrijven en technologieën. Een tijdige (tussen)evaluatie vandeze beleidsaanpak kan relevante inzichten opleveren. Ook kan dithandvatten aan uw Kamer geven om het debat over deze maatwerkaf-spraken aan te gaan.5. Recent gepubliceerd en/of aankomend onderzoek AR De Algemene Rekenkamer brengt onder uw aandacht dat momenteel eenonderzoek wordt uitgevoerd naar de energiebesparingsplicht. Deverwachte publicatiedatum van het eerste deel van dit onderzoek is eind2024. De reden dat we hier op wijzen is dat energiebesparing eenbelangrijk onderdeel is van het energiebeleid. Verder wordt er momenteeleen onderzoek uitgevoerd naar de warmtetransitie. De verwachtepublicatiedatum is in februari 2025. De reden dat we hierop wijzen is dehoge maatschappelijke relevantie gezien de onrust over de haalbaarheiden betaalbaarheid van de geplande warmtenetten. Daarnaast zal denieuwe Wet Collectieve Warmte begin volgend jaar in behandelingworden genomen door uw Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXIII, nr. 54 Wij vertrouwen erop dat deze brief behulpzaam is bij de begrotingsbehan-deling in uw Kamer.Algemene Rekenkamerdrs. P.J. (Pieter) Duisenberg,presidentdrs. C. (Cornelis) van der Werf,secretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XXIII, nr. 55

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d51db02c4af3a2a3

14 okt 2026 · 6f70dcd95e99ae50

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.