KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het The Hague Centre of Strategic Studies (HCSS) Rapport ‘het Com-netwerk’

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 9ee0f41019a53fee · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 754Terrorismebestrijding26 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 781 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026Op 10 maart jl. publiceerde het The Hague Centre of Strategic Studies(HCSS) het rapport «Het Com-netwerk».1 Tijdens de procedurevergaderingvan de Vaste Kamercommissie van Justitie en Veiligheid van 19 maart jl. isverzocht om voorafgaand aan het Commissiedebat Terrorisme/Extremisme van 27 mei 2026 een kabinetsreactie op dit rapport te mogenontvangen. Met deze brief geef ik invulling aan dit verzoek.Het rapport schetst een dreiging die van het Com-netwerk uitgaat en doetmeerdere aanbevelingen voor (een verbetering van) de aanpak. In dezebrief ga ik allereerst in op het fenomeen en de dreiging die hier vanuitgaat. Vervolgens ga ik nader in op de aanbevelingen die wordengedaan in het rapport en geef ik mijn reactie hierop. Uw Kamer wordt opkorte termijn ook nader geïnformeerd over de bredere aanpak en inzet tenaanzien van online radicalisering middels de Voortgangsbrief VersterkteAanpak Online (Kamerstuk 29 754, nr. 780).Het Com-netwerkHet HCSS beschrijft dat het Com-netwerk bestaat uit overlappendedomeinen (Cyber Com, Sextortion Com met groepen als 764 en OfflineCom waaronder No Lives Matter). Het rapport schetst een drievoudigedreiging: kans op aanslagen, jeugdbeschermingsrisico’s en de brederezorgwekkende ontwikkeling van online normvervaging en geweldsver-heerlijking. De groepen, met veelal (zeer) jonge leden, houden zich bezigmet sextortion, het maken en verspreiden van kinderpornografischmateriaal, het mishandelen van dieren, moord, aanslagen, en hetaanzetten tot automutilatie, geweldpleging of zelfdoding. In het rapportkomt naar voren dat dader- en slachtofferrollen regelmatig door elkaarlopen. Zo raken slachtoffers, eenmaal diep verstrikt in de groepsdy-namiek, soms zelf ook betrokken bij misbruik. Volgens het HCSS is hetCom-netwerk een lastig te karakteriseren fenomeen dat in veel gevallen1HCSS Rapport Het Com Netwerk, maart 2026. kst-29754-781ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7811 niet als extremisme bestempeld kan worden. Slechts een klein deel vanhet Com-netwerk zou ideologische kenmerken van onder andereterroristisch nihilisme vertonen. Dit deel is bewust gericht op hetontketenen van geweld en chaos in de maatschappij.De bevindingen in het rapport over de terroristische dreiging die uitgaatvan nihilistisch extremisme, passen in het dreigingsbeeld van deNationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). In hetmeest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) staatbeschreven dat die dreiging zich manifesteert in een transnationaal onlineecosysteem van cybercriminaliteit, (seksueel) misbruik en op geweldgerichte groepen, individuen en kanalen. Sadisme, misantropie en eendestructief wereldbeeld spelen hierbij een voorname rol.De appreciatie van het HCSS dat het Com-netwerk een lastig te karakteri-seren fenomeen betreft deel ik deels, omdat ik de ingewikkeldheidonderschrijf, maar het is niet zozeer een fenomeen. Het HCSS rapport gaatuitsluitend in op The Com. The Com is geen fenomeen an sich, maarmaakt onderdeel uit van een breder pallet van extreme en grensover-schrijdende online netwerken en groepen waarin het fenomeen nihilis-tisch extremisme zich manifesteert.2 Binnen deze groepen is ook geregeldaandacht voor rechts-extremistische ideologie en met name de esthetiekvan het nazisme en satanisme. Voor extremisme of terrorisme moet ersprake zijn van een ideologisch motief, terwijl binnen de in de rapportagebeschreven groepen de rol van ideologie vaak onduidelijk is.3 Daarommoet steeds per casus bekeken worden of en in hoeverre ideologie een rolspeelt in het nihilistisch geweld. In sommige gevallen kan wel degelijksprake zijn van extremisme of terrorisme; zo kunnen er bijvoorbeeldraakvlakken zijn met accelerationistisch gedachtegoed.4 In die gevallenwordt vanuit een nihilistisch wereldbeeld geweld instrumenteel toegepastom uiteindelijk de samenleving te laten instorten.5 In andere gevallen lijktechter geen sprake te zijn van een achterliggende ideologie. De verheer-lijking van extreem geweld en seksueel misbruik is vaak een doel op zich.Sommige personen in deze netwerken delen beelden van door henzelfgepleegde geweldsdaden om online status te verwerven en om machtover hun slachtoffers en andere leden te krijgen. Hoe extremer hetgeweld, hoe meer status en macht. Het veelvuldig bekijken van zeergewelddadige beelden, zeker bij minderjarige jongeren, leidt tot geeste-lijke afstomping en geweldsfantasieën. Dit kan de drempel voor geweldverlagen, waardoor deze jongeren gerekruteerd kunnen worden doorterroristische groeperingen.Hoewel er dus niet altijd sprake is van een achterliggende ideologie, kaniemand door de dynamiek van deze online groepen snel radicaliseren. Een2Een ander voorbeeld is de True Crime Community (TCC). Dit netwerk kenmerkt zich doorfandoms die aanslagplegers en massamoordenaars verheerlijken. Ook is TCC een inspira-tiebron voor diverse school shooters in het buitenland gebleken.3De AIVD en NCTV definiëren extremisme als het uit ideologische motieven bereid zijn omniet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratischerechtsorde ondermijnen. Terrorisme is het uit ideologische motieven (voorbereiden van het)plegen van op mensenlevens gericht geweld, of het veroorzaken van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen,maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen en/of politieke besluitvorming tebeïnvloeden.4Het rechts-extremistische gedachtegoed waarbij het creëren of versnellen van chaos wordtnagestreefd, om zo een rassenoorlog en de vervanging van de democratie door een witteetnostaat te bespoedigen.5Ook zijn in het buitenland enkele aanslagen gepleegd door personen die actief waren innihilistische online subculturen en loopt in Nederland een strafzaak tegen de oprichter van eengroep uit dit milieu die door het Openbaar Ministerie (OM) wordt gezien als (rechts)terroris-tische organisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7812 individu kan bijvoorbeeld in aanraking komen met Com-groepen die zichrichten sextortion of vandalisme en van daaruit actief worden innetwerken die zich richten op fysiek geweld of zelfs in het uiterste gevalhet plannen en het plegen van aanslagen.De precieze aantallen binnen het Com-netwerk zijn lastig vast te stellen, zoonderschrijft ook het HCSS in het rapport. De politie spreekt van enkeletientallen Nederlanders, zowel slachtoffers als daders. Dit komt qua ordevan grootte overeen met de 70 Nederlanders (van wie 20 meisjes) die indit HCSS-onderzoek naar voren komen. Daarnaast lopen op dit fenomeen,onder gezag van het Openbaar Ministerie, een aantal opsporingsonder-zoeken. Ook zijn er twee strafzaken afgerond die hebben geleid tot eenveroordeling van de verdachten.BeleidsreactieAl met al is het ingewikkeld om het fenomeen van nihilistisch extremismete detecteren en binnen een bepaalde ideologie te plaatsen. Het is vanbelang om te benadrukken dat de gevaren die uitgaan van het nihilistisch(extremistisch) geweld in netwerken zoals The Com breder zijn dan alleende dreiging van een terroristische aanslag. Naast deze mogelijke dreiging,is er een veelvoud aan andere risico’s op mentale en fysieke schade bijmet name jongeren die deze groepen teweegbrengen. Het is dan ook vangroot belang om deze problematiek breed aan te pakken, ongeacht declassificatie van het geweld dat deze groepen onherroepelijk veroorzaken.Daarbij dient oog te worden gehouden voor de mogelijkheden voor eenpreventieve aanpak, het opsporen en aanpakken van daders, maar ook ophet beschermen en ondersteunen van (potentiële) slachtoffers. In hetkader daarvan ga ik hieronder in op de tien aanbevelingen die in hetHCSS-rapport zijn gedaan en houd ik deze langs de lijnen van de brederepreventie en aanpak van online veiligheid.1. Weten wat er speelt De eerste aanbeveling benadrukt dat het belangrijkste instrument voorpreventie bij jongeren is dat volwassenen die betrokken zijn bij deopvoeding – zoals ouders en onderwijzers – weten wat er speelt in hundigitale leefwereld. Binnen het kabinet lopen hier meerdere initiatievenop. Zo wordt vanuit het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat(EZK) ingezet op het ondersteunen van ouders in de digitale opvoeding. Inseptember 2025 startte de meerjarige publiekscampagne Blijf in Beeld endeze campagne krijgt in de zomer van 2026 een vervolg. De campagnehelpt ouders van kinderen tussen de 7 en 12 jaar in gesprek te gaan overhun smartphonegebruik.6 Via jouwkindonline.nl worden informatie overmediaopvoeding en praktische handvatten voor ouders geboden,waaronder de richtlijn voor gezond schermgebruik. Daarnaast zet hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in op depreventie van (online) radicalisering.7 Deze inzet houdt rekening metnieuwe online fenomenen en ontwikkelingen. Onderdeel van de aanpak ishet vergroten van bewustwording, kennis en handelingsperspectief vande omgeving van jongeren, zoals opvoeders, jongerenwerkers enonderwijsprofessionals.86Naast een reclamespot, wordt er ook een afsprakenkaart aangeboden die ouders en kinderensamen kunnen invullen.7Kamerstukken II 2024/2025, 32 824, nr. 448; Kamerstukken II 2025/26, 32 824, nr. 456.8Dit gebeurt onder meer via webinars, lokale bewustwording campagnes en regionale kennis-ennetwerkbijeenkomsten met gemeenten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7813 2. Maak Nederlandse kinderen digitaal weerbaar Wat betreft de aanbeveling om preventieprogramma’s en de digitaleweerbaarheid van jongeren te versterken, kan ik uw Kamer melden dat hetkabinet werkt aan een brede, integrale aanpak voor kinderrechten in dedigitale wereld. In dit kader heeft het Ministerie van BZK op 4 septemberjl. de rijksbrede strategie «Kinderrechten in de digitale wereld» met uwKamer gedeeld.9 In deze strategie wordt uiteengezet hoe kinderrechtenbeter moeten worden beschermd in een digitale wereld. Er wordenconcrete acties benoemd voor kinderen, ouders, opvoeders en hetonderwijs. Het doel hiervan is dat kinderen online dezelfde beschermingen kansen krijgen als offline. In pijler drie van de strategie kinderrechtenonline ligt de aandacht op onderwijs als fundament voor digitaleweerbaarheid. Ook de gedane aanbeveling onderstreept de cruciale rolvan het onderwijs bij de digitale weerbaarheid.Tevens kan ik uw Kamer melden dat reeds meerdere geëvalueerdelesprogramma’s beschikbaar zijn, die breder kunnen worden ingezet omde online weerbaarheid en mediawijsheid van met name jongeren tevergroten. Hierover heb ik u nader geïnformeerd in de Kamerbrieven dieingaan op de Versterkte Aanpak Online.103. Leeftijdsverificatie Deze aanbeveling ziet op het beperken van de blootstelling van jongerenaan risicovolle online content, bijvoorbeeld via privacyvriendelijkeleeftijdsverificatie en leeftijdsgrenzen op sociale media.Een belangrijk uitgangspunt van het kabinet is dat digitale diensten veiligworden voor kinderen en jongeren, omdat zij ook het recht hebben omgebruik te maken van digitale diensten. De afgelopen jaren is ingezet ophet tegengaan van onveiligheid via onder andere de digitaledienstenver-ordening (hierna: DSA). Het kabinet kijkt of het proportioneel is om eenleeftijdsgrens te stellen en leeftijdsverificatie in te zetten als handhavings-middel om kinderen en jongeren te beschermen als sociale media nietveilig zijn voor hen. Ook wordt gekeken naar de gevolgen voor degrondrechten. Bij deze verkenning wordt rekening gehouden met deEuropese kaders – zoals de DSA – en publieke waarden als toeganke-lijkheid, proportionaliteit, transparantie en handhaafbaarheid. Het kabinetverwacht deze verkenning voor de zomer van 2026 afgerond te hebben enzal uw Kamer hierover informeren.4. Investeren in kennis en onderzoek Het rapport onderstreept dat het investeren in kennis en onderzoekessentieel is voor een effectieve en evenwichtige aanpak van nihilistischextremisme. Het kabinet onderschrijft dit principe. Zo heeft het Rijksoplei-dingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) een workshop ontwikkelddie ingaat op het fenomeen en het herkennen van signalen, om overheids-professionals beter te ondersteunen. Ook bij het Landelijk SteunpuntExtremisme (LSE) kunnen professionals en burgers terecht met vragenover dit fenomeen.9Kamerstukken II 2025/2025, 26 643, nr. 1392.10Kamerstukken II 2023/2024, 29 754 nr. 708; Kamerstukken II 2024/2025, 29 754, nr. 735;Kamerstukken II 2024/2025, 29 754, nr. 751; Kamerstukken II 2025/2026, 29 754, nr. 774.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7814 5. Verbreed het mandaat van het ATKM van terroristische naar geweld-dadige content Er wordt aandacht gevraagd voor het toenemende «vloeibare» karaktervan online extremisme, waarbij niet alle content direct als terroristisch kanworden aangemerkt, maar wel schadelijk kan zijn. Voor een effectievereen preventieve aanpak wordt voorgesteld het mandaat van de Autoriteitonline Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) uit tebreiden van expliciet terroristische content naar gewelddadig extremis-tische content, bijvoorbeeld door de ATKM ook de mogelijkheid te biedenverwijderverzoeken te versturen.De ATKM is in Nederland aangewezen als bevoegde autoriteit op grondvan de verordening Terroristische Online Inhoud (hierna: TOI-verordening)en nationale wetgeving voor beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik(ook wel «kinderpornografisch materiaal»). In deze rol detecteert enbeoordeelt zij online terroristisch materiaal en beeldmateriaal vanseksueel kindermisbruik, en kan zij verwijderingsbevelen uitvaardigen.Hostingdiensten of aanbieders van communicatiediensten die terroristischmateriaal aanbieden, moeten dit na ontvangst van een verwijderbevelbinnen één uur verwijderen of ontoegankelijk maken. De evaluatie van desinds 1 september 2023 geldende Uitvoeringswet TOI is inmiddels gestart,met als doel de doeltreffendheid en praktische effecten van de wet tebeoordelen en binnen drie jaar een evaluatie aan de Kamer aan tebieden.11 Hierbij wordt ook gekeken naar de juridische reikwijdte vanverwijderbevelen en de mogelijkheden voor verwijderverzoeken voorgewelddadige extremistische content. Ik verwacht de evaluatie en deverkenning in het najaar van 2026 aan uw Kamer te kunnen verzenden.6. Verken wettelijke grondslag voor geautomatiseerde contentanalyse Het HCSS stelt in dit rapport dat politie-eenheden met terughoudendheidkampen vanwege juridische onduidelijkheid over de toelaatbaarheid enreikwijdte van de inzet van geautomatiseerde contentanalyse. Er wordtdan ook gesteld dat verkenning van wettelijke grondslag voor geautomati-seerde contentanalyse nodig is.Vanuit de politie en het Openbaar Ministerie heb ik geen signalenontvangen dat huidige wetgeving en de mogelijkheden die zullenontstaan met de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering(Sv) onvoldoende wettelijke grondslag bieden voor geautomatiseerdecontentanalyse. In het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt de inzetvan automatische data-analyse en digitale opsporing expliciet geregeld(artikel 2.8.8 Sv (nieuw) en artikel 2.9.1 Sv (nieuw)).12 Ook wordt debevoegdheid voor de officier van justitie toegevoegd om derden (zoalsbijvoorbeeld bedrijven) te bevelen data te analyseren, te bewerken en11Toezegging gedaan aan het lid van der Werf (D66) tijdens het plenair debat inzake deUitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud op 21 december 2022.12Op grond van art. 2.8.8 Sv (Nieuw) kan de officier van justitie (OvJ), bij verdenking van eenmisdrijf, een opsporingsambtenaar bevelen om stelselmatig en op geautomatiseerde wijzepersoonsgegevens uit publiek toegankelijke bronnen over te nemen. Art. 2.9.1 Sv (Nieuw)biedt de mogelijkheid tot een verkennend onderzoek in bepaalde gevallen. Het moet dan gaanom een misdrijf waar een gevangenisstraf van vier jaar of meer op staat en er moetsamenhang zijn met andere misdrijven die een ernstige inbreuk op de rechtsorde vormen ofkunnen vormen. Als het noodzakelijk is kan de OvJ, na toestemming van de rechter-commissaris, bevelen dat stelselmatig en op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uitpubliek toegankelijke bronnen worden overgenomen in het kader van dit verkennendonderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7815 vervolgens te verstrekken (artikel 2.7.59 Sv (nieuw)).13 Bovendien is deinschatting dat ook met het huidige Wetboek van Strafvordering dewettelijke grondslag bestaat om in geval van een fenomeen als The Comen de verdenkingen die daarbij bestaan, een zogeheten Titel V onderzoek(een brede focus op een criminogeen netwerk) op te starten.7. Wettelijke ruimte voor digitale observatie Het rapport stelt dat de politie zicht moet hebben op extremistischedigitale netwerken, zoals The Com, zonder actieve beïnvloeding, maar datobservatie in deze context al snel een heimelijk karakter krijgt. Artikel 3Politiewet 2012 geeft een generieke grondslag voor kortdurende,niet-stelselmatige observaties.In geval van een concrete verdenking van een misdrijf kan de officier vanjustitie op grond van de artikelen 126g en 126j van het huidige Wetboekvan Strafvordering bevelen tot stelselmatige observatie of het stelsel-matig inwinnen van informatie. De keuze tussen deze twee bevoegdhedenis afhankelijk van wat de officier verlangt van de opsporingsambtenaren.De bevoegdheid van stelselmatige inwinning van informatie geeft deopsporingsambtenaren meer mogelijkheden om actief te interveniëren inde omgeving van de verdachten. Bij stelselmatige observatie stelt deopsporingsambtenaar zich passief op.Als netwerken zoals The Com of een soortelijke groepering wordenaangemerkt als een georganiseerd verband, dan geeft Titel V uit hethuidige Wetboek van Strafvordering de officier van justitie dezelfdemogelijkheden, maar dan ook al bij het bestaan van een redelijkvermoeden dat binnen dat georganiseerd verband misdrijven wordenberaamd (artikelen 126o en 126qa). Zodoende beschikt de politie overvoldoende wettelijke ruimte voor digitale observatie.8. Doorbreek de beschermde Nederlandse hosting-infrastructuur Een ander door HCSS benoemd aandachtspunt is de juridischebescherming van hostingdiensten. Op grond van de DSA zijn zij inbeginsel niet aansprakelijk voor content die zij voor hun gebruikershosten. Zodra zij er echter kennis van hebben dat ze illegale contenthosten, dan zijn ze verplicht om die te verwijderen of ontoegankelijk temaken. Doen ze dat niet, dan kunnen ze er mogelijk zelf aansprakelijk voorworden gesteld. De onderzoekers van dit rapport stellen dat dezebeperking van aansprakelijkheid ertoe leidt dat illegale en schadelijkecontent soms langdurig online blijft. Er wordt voorgesteld om dezebeperking van aansprakelijkheid te herzien. Dat zou de balans tussenbedrijfsbelang en maatschappelijk belang beter waarborgen enlangdurige hosting van schadelijke content helpen voorkomen.Met het aansprakelijkheidskader voor aanbieders van tussenhandel-diensten in de DSA heeft de Uniewetgever een evenwicht tot stand willenbrengen tussen verschillende betrokken belangen en grondrechten. Naasthet feit dat hostingdiensten op grond van dit kader verplicht zijn omillegale content te verwijderen of ontoegankelijk te maken zodra zij daarkennis van hebben, legt de DSA hen verschillende zorgvuldigheidsver-plichtingen op. Die zien onder meer op de inrichting van hun diensten ende voorwaarden waaronder ze die ter beschikking stellen. Het kabinet zet13Artikel 2.7.50 Sv (nieuw) regelt dat de officier van justitie in geval van verdenking van eenmisdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van vier jaar of meer isgesteld, een derden kan bevelen gegevens te bewerken en de daardoor verkregen gegevens teverstrekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7816 er, samen met andere EU-lidstaten, actief op in dat deze regels in depraktijk worden uitgevoerd, nageleefd, en gehandhaafd. Een eventueleaanpassing van deze regels moet op EU-niveau plaatsvinden in verbandmet de maximumharmonisatie van de DSA. In 2027 vindt de Europeseevaluatie van het effect en doeltreffendheid van de DSA plaats. Nederlandzal een actieve rol spelen in deze evaluatie en zich inzetten voor verdereaanscherping van regels waar dat wenselijk en mogelijk is.Daarnaast houdt het kabinet in de gaten hoe de bestuursrechtelijkeaanpak via de ATKM uitwerkt. Door als enige EU-lidstaat een autoriteit inte stellen met specifieke bevoegdheden om hiertegen op te treden, neemtNederland haar verantwoordelijkheid in de bestrijding van onlinekinderpornografisch materiaal en vervult het een voortrekkersrol binnende EU. Ten aanzien van zogenoemde «bad hosters» loopt momenteel eenverkenning naar de aanpak hiervan.14 De Kamer zal vóór het zomerrecesover de voortgang van de verkenning worden geïnformeerd.9. OSINT-capabilities HCSS wijst in deze aanbeveling op de noodzaak om de OSINT-capaciteitstructureel te versterken ten aanzien van het fenomeen. The Com is eenrelatief nieuw fenomeen en voor nieuwe fenomenen is kennisontwikkelingvanzelfsprekend wenselijk. Tegelijkertijd geeft de politie aan dat hetkennisniveau van dit fenomeen onder de OSINT-medewerkers robuust isen ook actief wordt gedeeld tussen de eenheden. Hoewel The Comgrotendeels in gesloten groeperingen speelt, waarbij OSINT dus niet vantoepassing lijkt te zijn, is het rapport opgesteld op basis vanuit OSINTverkregen informatie. Dit onderstreept dat op de openbare bronnen veelsignalen, uitingen en sporen van de The Com aanwezig zijn. Dezeaanbeveling interpreteer ik als het streven om blijvend aandacht tebesteden aan het vergroten van kennis en expertise onder politieper-soneel zodat dit soort signalen vroegtijdig kunnen worden opgepikt.Technische monitoring alleen is onvoldoende; het herkennen vanextremistische en criminele dynamieken vraagt van uitvoeringspartnerszoals de ATKM diepgaande kennis van online subculturen, inclusief taal,symboliek en impliciete codes. De ATKM versterkt deze inzet, door zowelinhoudelijke trainingen van organisaties zoals het ROR, als het actueelhouden van kennis op het operationele gebied door kennisuitwisselingmet relevante partijen zoals Europol en de politie.10. Zorg en ondersteuning In deze aanbeveling wordt het belang benadrukt van gerichte hulp enondersteuning voor zowel daders als slachtoffers binnen nihilistischeextremistische online netwerken, aangezien deze rollen in de praktijk vaakoverlappen. Dit sluit aan bij het pedagogische uitgangspunt van hetjeugdstrafrecht, waarbij het belang van het kind te allen tijde een eersteoverweging dient te zijn (artikel 40 IVRK) en het primaire doel resociali-satie is.15Daarnaast onderstrepen de onderzoekers in dit rapport de inzet opvroegtijdige signalering, het aangaan van contact, het doorbreken vanschadelijke patronen, de behandeling van onderliggend trauma, hettegengaan van desensitisering en het herstellen van sociale en morele14Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1357.15In strafzaken tegen jeugdigen zal heel goed een risico inschatting moeten worden gemaakt enzal -mede op basis van een adviesrapport van de raad van de Kinderbescherming- de juistezorg en/of straf opgelegd kunnen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7817 oriëntatie. Effectieve ondersteuning vraagt daarbij om nauwe samen-werking tussen politie, veiligheidsdiensten en zorginstellingen, evenalsom laagdrempelige toegang tot gespecialiseerde professionele hulp.Het kabinet onderstreept het belang van het herkennen van signalen alsgedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Voorbeelden vanzorgwekkende signalen zijn: een kind dat plotseling geheimzinniger doetover online activiteiten; nieuwe online «vrienden» die opvallend veelinvloed lijken te hebben; onverklaarbare stress, angst of somberheid nagebruik van games of sociale media; plotseling en frequent wisselen vanonline platform; het gebruik van verontrustende symbolen of namen; eneen opvallende toename van zelfbeschadigend gedrag. Ouders,verzorgers, docenten en hulpverleners worden aangemoedigd om scherpte zijn op deze signalen.Het Com-netwerk raakt aan vele vormen van slachtofferschap zoals onlineseksueel geweld, sextortion, gedwongen tot zelfbeschadiging en inuitzonderlijke gevallen machtsuitoefening die neigt naar mensenhandel.Slachtoffers van strafbare feiten, dus ook binnen nihilistische extremis-tische online netwerken, kunnen onder andere terecht bij SlachtofferhulpNederland (SHN) voor emotionele ondersteuning, praktische hulp enjuridische ondersteuning in het strafproces. De hulp is altijd maatwerk ende behoefte van het slachtoffer is leidend. SHN verwijst waar nodig doornaar specialistische organisaties (bijv. Offlimits, LSE, Centrum SeksueelGeweld). Het HCSS constateert in het rapport dat de slachtoffer- endaderrollen regelmatig door elkaar lopen bij deze netwerken. SHNondersteunt primair bij slachtofferschap en verwijst door voor hulpvragengerelateerd aan daderschap zoals de huisarts, GGZ, maatschappelijk werken Stichting Exodus Nederland (voor ondersteuning biedt aan (ex)gedeti-neerden en hun familieleden). Slachtoffers van het Com-netwerk kunnenzich ook direct melden bij Centrum Seksueel Geweld, Offlimits of Fier.Deze organisaties staan in goed onderling contact en verwijzen naarelkaar door wanneer een hulpvraag ziet op de expertise van één van deandere organisaties. Bij vermoedens van strafbare feiten is aangifte bij depolitie belangrijk.Ook onderstreep ik graag het belang van goede samenwerking tussenzorg- en veiligheidspartners binnen de radicaliseringsaanpak. Binnen eenradicaliseringsproces vindt vaak een wisselwerking plaats tussenpsychopathologie, psychologische behoeftes en triggerfactoren.16 Omradicalisering te voorkomen of tegen te gaan, hebben zorgpartners eenbelangrijke rol in de duiding, het bepalen van de juiste bejegening en/ofde inzet van interventies om de eventuele risico’s te verminderen. Mededaarom wordt ingezet op het verder versterken van de samenwerkingtussen zorg- en veiligheidsprofessionals binnen de lokale aanpak. Ditgebeurt door de organisatie van netwerkbijeenkomsten, het opstellen vanpraktische handvatten voor signalering en samenwerking, en verbredingvan kennis en trainingsmogelijkheden.Tot slotHet HCSS rapport biedt inzicht in de uitdagingen en mogelijkheden vooreen toekomstbestendig meersporenbeleid. Hiervoor ben ik de onder-zoekers erkentelijk. Het kabinet blijft zich onverminderd inspannen vooreen veilige online omgeving – in het bijzonder waar het jongeren betreft.16Allard Feddes et al., «Radicalisering en psychosociale problematiek: Beter begrijpen, beteringrijpen», WODC, 5 juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7818 Er is doorlopende aandacht of de huidige wet- en regelgeving voldoendehandvatten biedt en er wordt stevig ingezet op preventie, bewustwordingen samenwerking met zowel lokale, nationale en internationale partners.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 754, nr. 7819

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 37d68635c3866290

14 okt 2026 · c2ca64386a4037a9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.