KamerkringInloggen
Kamerbrief

Visserij met krabbenkorven in Westerschelde, Voordelta en Waddenzee

8 mei 2013 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b1de48a264ee04e4 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2012–2013 29 664Binnenvisserij Nr. 109 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 mei 2013 De laatste jaren wordt met name in de Westerschelde en de Voordelta steeds meer Noordzeekrab (Cancer pagurus) gevangen. Ook in de Waddenzee wordt de laatste tijd steeds meer op krab gevist, hier betreft het met name de strandkrab (Carcinus maenas), die zich tegoed doet aan op percelen uitgezaaid mosselzaad, afkomstig van mosselzaadinvangin-stallaties (MZI’s). Momenteel wordt de krabbenvisserij op mosselpercelen in de Waddenzee in het kader van een experiment uitgevoerd met korven. De resultaten van de dit experiment laten zien dat korven zeer efficiënt zijn in het vangen van de strandkrab en dat er nauwelijks bijvangst plaatsvindt van andere soorten. Vanuit de sector bestaat daarom sterk de behoefte om zowel de Noord-zeekrab in de Westerschelde en Voordelta als de strandkrab in de Waddenzee te vangen met ander vistuigen dan de gebruikelijke fuiken en kubben, te weten korven. Korven zijn namelijk steviger en daardoor minder gevoelig voor beschadiging. Op grond van het vigerende beleid voor de visserij met vaste vistuigen is het niet gewenst dat de huidige visserij-intensiteit wordt uitgebreid. In het Beleidsbesluit vaste vistuigen «Vast en Zeker!» van december 2002 (Kamerstuk 28 752, nr. 1) wordt de rechthebbenden voor de visserij met vaste vistuigen op de vrije gronden (dat wil zeggen niet-verhuurde gebieden) een standaardvergunning verleend. Op grond van deze standaardvergunning mogen de betreffende vergunninghouders ieder een maximaal aantal van 180 vistuigen inzetten, bestaande uit fuiken en/of kubben. Gelet hierop zal de «standaardvergunning» voor enerzijds de Wester-schelde en de Voordelta en anderzijds de Waddenzee binnenkort worden kst-29664-109ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 29 664, nr. 1091 uitgebreid met het vistuig «korven», waarbij het maximum aantal in te zetten vistuigen van 180 gehandhaafd zal blijven. Hierdoor kan worden gewaarborgd dat de visserij-intensiteit niet wordt uitgebreid. De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. DijksmaTweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 29 664, nr. 1092

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 69194a696d22848e

14 okt 2026 · 15ddeea093480743

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.