KamerkringInloggen
Kamerbrief

De volgende stap in de verbetering van passend onderwijs

24 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6b981ed69cd58916 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 497Passend onderwijsNr. 497 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 april 2025Ieder kind verdient passend onderwijs. Dit kabinet heeft daar aandachtvoor en werkt aan het verder versterken van passend onderwijs en hetverstevigen van de samenwerking tussen onderwijs en zorg. We werkentoe naar goede ondersteuning op alle scholen en maatwerk voor deleerling die dat nodig heeft. Zodat ook deze leerlingen goed mee kunnendoen en zich optimaal kunnen ontplooien, kunnen werken aan beheersingvan basisvaardigheden1 en worden voorbereid op deelname aan desamenleving, doorstroom naar vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt.In bijlage 1 van deze brief vindt uw Kamer de voortgangsrapportage vande verbeteraanpak passend onderwijs, een aanpak met 25 verbetermaat-regelen die met partners is opgesteld om passend onderwijs te verbe-teren.2 Ook informeren we uw Kamer in bijlage 2 van deze brief over devoortgang op enkele moties, toezeggingen en actuele onderwerpen metbetrekking tot passend onderwijs.We boeken stevige vooruitgang met de uitvoering van de verbeteraanpakpassend onderwijs. Zo hebben samenwerkingsverbanden ouder- enjeugdsteunpunten ingericht, hebben leerlingen vanaf 1 augustus 2025hoorrecht over hun eigen ontwikkelingsperspectief, zijn er 16 coalities vanscholen en samenwerkingsverbanden verspreid over het land aan de slagmet een gespecialiseerde regionale voorziening voor digitaal afstandson-derwijs, is voor ruim 2.200 leerlingen een plek gevonden binnen hetexperiment onderwijszorgarrangementen en zijn er meer voorzieningenvoor (hoog)begaafde leerlingen. Daarnaast werken we aan eenwetsvoorstel waarmee we de mogelijkheden voor maatwerk in de klas en1Ook voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben is verbetering van de kwaliteit vanonderwijs essentieel. De maatregelen die we uitwerken in het herstelplan kwaliteit zijn daaromook bedoeld om leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte (zowel op regulier als(voortgezet) speciaal onderwijs) te helpen.2Kamerstukken II, 2020–2021, 31 497, nr. 371. kst-31497-497ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4971 daarbuiten verruimen. Het wetsvoorstel Terugdringen schoolverzuim leidttot een beter zicht op verzuim en tot eerdere signalering van (zorgelijk)verzuim waardoor sneller ingegrepen kan worden en we thuiszitteneffectiever kunnen voorkomen. We zien dat deze maatregelen leiden totbeweging bij scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden.Samenwerkingsverbanden zetten samen met scholen in op maatwerkmo-gelijkheden waardoor er meer leerlingen geholpen kunnen worden. Ookzien we dat scholen en samenwerkingsverbanden elkaar inspireren enstimuleren om stappen te zetten richting inclusief onderwijs, zodat iedereleerling thuis nabij de ondersteuning krijgt die nodig is.Tegelijkertijd constateren we dat er nog te veel leerlingen zijn die niet deondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Dat is onwenselijk. Het aantalleerlingen dat thuiszit is de afgelopen jaren gegroeid. De jeugdzorgketenstaat bovendien onder druk omdat steeds meer jongeren worstelen metmulti-problematiek: een combinatie van psychische factoren en socialefactoren. Bijvoorbeeld leerlingen met depressies of prikkelgevoeligheidgecombineerd met gezinsproblematiek zoals armoede. Steeds meerkinderen en jongeren hebben extra ondersteuning nodig en voor steedsmeer kinderen, jongeren én leraren blijkt de geboden ondersteuningonvoldoende effectief.3 Leraren geven aan dat gemiddeld een kwart toteen derde van de leerlingen in de klas iets extra’s nodig heeft als het gaatom ondersteuning en dat leraren zonder aanvullende ondersteuningnauwelijks toekomen aan de kern van hun taken zoals het bieden vanextra instructie, maatwerk en differentiatie. Dit vraagt veel van leraren,terwijl er al sprake is van een lerarentekort, en verhoogt de werkdruk. UwKamer ontvangt tegelijkertijd met deze brief de aanpak over hoe wijleraren beter willen toerusten en ondersteunen. Bijvoorbeeld door dit eenstevigere plek te geven in de lerarenopleiding en dit onderdeel uit te latenmaken van de inductie en professionalisering van leraren. Ook pak ik deadministratieve lasten voor professionals in het kader van passendonderwijs aan.Daarbij zien we dat het regulier onderwijs regelmatig niet in staat is omleerlingen passende ondersteuning te bieden waardoor meer leerlingennaar het gespecialiseerd onderwijs gaan. Deze twee ontwikkelingenversterken elkaar waardoor de druk zowel op het regulier als op hetgespecialiseerd onderwijs toeneemt. De groei van het gespecialiseerdonderwijs zet druk op de budgetten van samenwerkingsverbanden,waardoor er minder geld is voor goede ondersteuning in het regulieronderwijs. Er is meer inzicht nodig in de oorzaken van de groei van hetgespecialiseerd onderwijs.Tot slot zien we te grote verschillen tussen het aanbod van ondersteuningdat leerlingen in verschillende samenwerkingsverbanden krijgen. Dat erverschillen zijn is logisch maar het mag niet zo zijn dat goede onder-steuning afhankelijk is van de plek waar je woont.Het onderwijs alleen kan niet alle problemen die spelen bij leerlingen enhun gezinnen oplossen. Daar is een brede samenwerking in het sociaaldomein voor nodig. Wel kan het onderwijs werken aan het verbeteren vanhet deel waar het onderwijs invloed op heeft. We blijven daarom met deverbeteraanpak onverminderd inzetten op het versterken van passendonderwijs voor alle leerlingen. Het kost tijd voordat maatregelen effecthebben in de dagelijkse praktijk van leerlingen en leraren en er zal altijdhet gevoel zijn dat elke dag wachten op de nodige ondersteuning er één te3Behoeften bij leraren en docenten aan ondersteuning en professionalisering bij passend enmeer inclusief onderwijs. ResearchNed, KBA Nijmegen, Expertisecentrum Nederlands(augustus 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4972 veel is. Het blijft noodzakelijk om dieperliggende problemen en dilemma’sbinnen passend onderwijs te identificeren en aan te pakken om er zo voorte zorgen dat de leerlingen en leraren de ondersteuning krijgen die zenodig hebben. Daarbij kan er soms een spanning zijn tussen wat eenindividuele leerling en de ouders als de ideale oplossing zien en wat er terealiseren is binnen de mogelijkheden die het onderwijssysteem kanbieden voor alle leerlingen.Mijn inzet daarbij is in de eerste plaats het versterken van de onder-steuning in en om de klas. We stimuleren en versterken multidisciplinaireteams op school,4 waarmee we de nu al aanwezige expertise vanspecialisten en begeleiders in de school benutten en de expertise vanuithet gespecialiseerd onderwijs, jongerenwerk, jeugdhulp en (jeugdgezond-heids)zorg in de school brengen, zodat de pedagogische basis binnenschool wordt verstevigd. Hierdoor worden leraren beter ondersteund enontlast, en worden leerlingen die iets extra’s nodig hebben eerder gezienen adequater geholpen.Deze inzet past in de beweging naar inclusief onderwijs en sluit aan bij deontwikkelingen die voortkomen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Met deHervormingsagenda wordt gewerkt aan de omslag van individuele naarmeer groepsgerichte ondersteuning en het versterken van lokale teams.Deze teams beschikken over de expertise die scholen kunnen helpen enondersteunen. Daarom werk ik samen met de Staatssecretaris van Jeugd,Preventie en Sport, gemeenten (VNG) en onderwijspartijen aan hetversterken van de pedagogische basis, waaronder op school. Afsprakenhierover worden op landelijk niveau gevat in het convenant over stevigelokale teams dat op dit moment in voorbereiding is. Zo kijken we hoe de(ook eventuele fysieke) aansluiting tussen lokale teams en de school goedgeorganiseerd kan worden, om een belangrijke stap te zetten in hetversterken van de ondersteuning op scholen. Tegelijkertijd brengen wehiermee de jeugdhulp en het onderwijs letterlijk dichter bij elkaar. Hetuitgangspunt hierbij is te komen tot een effectieve samenwerkings- enondersteuningsstructuur op en om scholen met als doel kinderen zonormaal mogelijk op te laten groeien en naar school te laten gaan. Lokaalmoet dit leiden tot het maken van stevigere en bindende afspraken tussenonderwijs en (jeugd)hulp – bijvoorbeeld in het op overeenstemminggericht overleg (OOGO).5 Daarbij staat centraal dat dit scholen ook vooralmoet helpen om zich te kunnen focussen op hun kerntaak, het bieden vangoed onderwijs.Daarbij gaan we werken aan het verkleinen van de verschillen tussen hetondersteuningsaanbod van samenwerkingsverbanden. Ik neem regie doorsamenwerkingsverbanden een duidelijke opdracht te geven, eenduidigekaders te stellen en te zorgen voor uniformering tussen samenwerkings-verbanden. Het moet duidelijker worden wat we van samenwerkingsver-banden verwachten en wat van schoolbesturen. Daarnaast gaan wesamen met de samenwerkingsverbanden en de Inspectie van hetOnderwijs (hierna: inspectie) inzetten op het vergroten van het lerendvermogen van de sector en het evidence-informed werken, door hetinzichtelijk maken van gegevens van de samenwerkingsverbanden. Wegaan kritisch kijken naar bijvoorbeeld de wijze waarop we sturen op4Een multidisciplinair schoolteam bestaat uit de schoolleider, de leraren en het ondersteunendpersoneel (onderwijspersoneel, jeugdhulp personeel en zo nodig zorgpersoneel). Elk teamliddraagt bij, leert, ontwikkelt zich en beschikt over de attitude, kennis en vaardigheden die nodigzijn het creëren van een inclusieve leeromgeving.5Samenwerkingsverbanden en gemeenten voeren Op Overeenstemming Gericht Overleg(OOGO) over het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband en over de voor hetonderwijs relevante onderdelen van het beleidsplan jeugd van de gemeente(n).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4973 scholen en samenwerkingsverbanden en hoe de bijbehorendegeldstromen lopen en middelen worden ingezet, zoals ook het lidSoepboer met zijn motie (NSC)6 heeft gevraagd. Deze inzet moet ervoorzorgen dat elke leerling de ondersteuning krijgt die nodig is, waar je ookwoont. Dit kan ertoe leiden dat wetgeving moet worden aangepast ommogelijke onevenwichtigheden of verkeerde prikkels aan te pakken. Datwillen we samen met scholen, samenwerkingsverbanden, leerlingen enouders doen.LeeswijzerDeze brief is als volgt opgebouwd:IPassend onderwijs en de beweging naar inclusief onderwijsIIAanpak schoolverzuimIIIMaatwerk en verbinding onderwijs-zorgIVWat is er extra nodig om knelpunten aan te pakken?I Passend onderwijs en de beweging naar inclusief onderwijs Dit kabinet werkt, samen met alle partijen in het veld, aan passendonderwijs voor ieder kind. Dit betekent dat er voor elke leerling eenpassende plek moet zijn in het onderwijs, met de benodigde onder-steuning. Met de uitvoering van en in het verlengde van de verbete-raanpak passend onderwijs wordt toegewerkt naar inclusief onderwijs.Het streven is dat alle scholen in het funderend onderwijs in 2035 werkenaan inclusief onderwijs, en dat een belangrijk deel van deze scholen in2035 ook daadwerkelijk inclusief onderwijs biedt.7 Voor kinderen waarvoordat voor korte of langere tijd nodig is, blijft gespecialiseerd onderwijsbeschikbaar.Er is de afgelopen tijd door alle partijen hard gewerkt om ervoor te zorgendat elke leerling passend onderwijs krijgt. Ook dit jaar zijn daarin flinkestappen gezet. Het gaat om een veelheid en diversiteit aan maatregelenen initiatieven, zoals:•Het Programma van Eisen, waarin de wettelijke taken van samenwer-kingsverbanden en schoolbesturen staan, is herzien.8 We horen vanhet veld dat dit document erg behulpzaam is en dat samenwerkings-verbanden dit document gebruiken om het gesprek te voeren over water van hen verwacht wordt.•Met de inwerkingtreding van de Wet versterking positie ouders enleerling in het passend onderwijs hebben leerlingen vanaf 1 augustus2025 hoorrecht. Dit houdt in dat de inbreng van de leerling wordtmeegenomen in de vormgeving van de extra ondersteuning. Oudersen leerlingen zijn positief over de invoering van het hoorrecht. Scholenzijn druk bezig met de praktische uitwerking, waarbij zij hulp krijgenvan het Steunpunt Passend Onderwijs. Verder hebben alle samenwer-kingsverbanden vanaf 1 januari 2025 verplicht een ouder- en jeugd-steunpunt beschikbaar. Vanaf 1 augustus 2025 is alle informatie overde ondersteuning die de school biedt in de schoolgids te vinden.•In 2023 zijn de vertegenwoordigers van leraren en ouders/leerlingendoor voormalig Minister Wiersma gevraagd om te komen tot eenvoorstel voor een landelijke norm voor basisondersteuning voor de6Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 4847Onder inclusief onderwijs verstaan we een leeromgeving waarbij alle kinderen dicht bij huis,ook als zij een beperking of aanvullende ondersteuningsbehoefte hebben, volwaardig engelijkwaardig toegang hebben tot onderwijs waarin zij zich samen kunnen ontwikkelen enkunnen leren en participeren. Alle kinderen zijn dan welkom op een school dichtbij huis.8https://www.steunpuntpassendonderwijs-povo.nl/document/programma-van-eisen-voor-schoolbesturen-en-samenwerkingsverbanden/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4974 eerste drie ondersteuningsgebieden (lees- en spellingsproblemen/dyslexie, (hoog)begaafdheid en taak/werkgedrag). Dit omdat na velejaren en meerdere pogingen om te komen tot een landelijke norm voorbasisondersteuning sinds het indienen van de motie van voormaligleden Kwint (SP) en Van den Hul (PvdA) en het lid Westerveld(GL-PvdA),9 er nog steeds geen gedragen voorstel voor een landelijknorm lag. Een landelijke norm moet verschillen in ondersteuningtussen samenwerkingsverbanden verminderen en duidelijkheid gevenaan scholen, ouders en leerlingen over welke basisondersteuningiedere school ten minste moet bieden. De Algemene Onderwijsbond(hierna: AOb) en Ouders & Onderwijs hebben in november 2024 eenadvies opgeleverd over hoe de landelijke norm voor de eerste drieondersteuningsgebieden eruit moet zien. Er is veel draagvlak voor hetadvies in het veld. Wij willen de AOb, Ouders & Onderwijs en anderepartijen die hier hard aan hebben gewerkt enorm bedanken voor alhun inspanningen. Hierbij bied ik de landelijke norm voor deze drieondersteuningsgebieden aan uw Kamer aan (bijlage 3) en stuur ik uhet bijbehorende rapport toe (bijlage 4). In dit rapport beschrijven deAOb en Ouders & Onderwijs hoe zij tot dit advies zijn gekomen.Daarnaast doen zij aanbevelingen aan het Ministerie van OCW als hetgaat om de implementatie van de beoogde wet, en aan partijen in hetveld hoe zij (nu al) met een landelijke norm voor basisondersteuningaan de slag kunnen gaan in de eigen regio en in de eigen school,samen met de onderwijsprofessionals. Een dergelijke norm is eenlanggekoesterde wens, zowel van het kabinet als van uw Kamer. Hetstreven is om het wetsvoorstel en de bijbehorende algemenemaatregel van bestuur in het eerste kwartaal van 2026 in internetcon-sultatie te brengen. Om te komen tot een volledige landelijke normbasisondersteuning, zijn de AOb en Ouders & Onderwijs opnieuwgevraagd ondersteuningsgebieden uit te werken op basis van eenmeerjarige aanpak, om uiteindelijk in 2027 een voorstel voor eenvolledige landelijke norm voor basisondersteuning klaar te hebben. Zijpakken dit graag op, samen met nauwe betrokkenheid van de velepartijen in het veld. Ze starten met het uitwerken van de ondersteu-ningsgebieden autisme, rekenproblemen en dyscalculie, moeilijklerenden en taal- en spraakontwikkeling. We maken de komendeperiode nadere afspraken met AOb en Ouders & Onderwijs over deinvulling van het voorstel en de aanpak. De norm voor de nieuweondersteuningsgebieden leggen we daarna ook vast in wet- enregelgeving.•Met het plan van aanpak hoogbegaafdheid10, waaronder de subsidie-regeling Begaafde leerlingen 2023–2025, wordt hard verder gewerktaan het onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor (hoog)begaafdeleerlingen. Dit heeft o.a. geleid tot meer samenwerking, kennis enprofessionalisering, een meer divers aanbod voor (hoog)begaafdeleerlingen en ook is de basisondersteuning toegenomen. Samenwer-kingsverbanden en scholen blijven inzetten op het creëren vanoptimale ontwikkelkansen voor (hoog)begaafde leerlingen, ook metbehulp van de ondersteuning en expertise van het KenniscentrumHoogbegaafdheid.11 In bijlage 5 van deze brief vindt uw Kamer heteindrapport van de monitor subsidieregeling Begaafde leerlingenprimair en voortgezet onderwijs (2019–2024). De Tweede Kamer wordtin de loop van 2025 verder geïnformeerd over het eindrapport van demonitor subsidieregeling Begaafde leerlingen 2023–2025 en hoe we inde toekomst structureel blijven investeren in het onderwijs aan(hoog)begaafde leerlingen. Ook informeren we uw Kamer dan over de9Kamerstukken II 2022/23, 31 497, nr. 328.10Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 445.11Kenniscentrum HoogbegaafdheidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4975 uitvoering van het amendement van de leden Ergin (DENK) enKisteman (VVD)12 over het signaleren van hoogbegaafdheid.•We werken aan het verminderen van de administratieve belasting vanonderwijsprofessionals, waarover uw Kamer binnenkort wordtgeïnformeerd in de beleidsreactie over de wetsevaluatie kwaliteit (v)soen administratieve belasting tlv’s (toelaatbaarheidsverklaringen). Wezien dat het ontwikkelingsperspectief in veel gevallen niet wordtgebruikt zoals het is bedoeld, onder meer om de samenwerking metouders te ondersteunen. Dit leidt ook tot onnodig werk voor onderwijs-personeel. We zijn vanuit het Ministerie van OCW samen met ouders,leerlingen, het Steunpunt Passend Onderwijs, de sectorraden ensamenwerkingsverbanden een Verbetertraject Ontwikkelingsperspec-tief (OPP) gestart. Als onderdeel van het traject is een handreikinggemaakt, worden trainingen gegeven aan onderwijsprofessionals enworden ouders en leerlingen geïnformeerd over het OPP.•Rond de zomer wordt het wetsvoorstel om onafhankelijk interntoezicht te verplichten voor samenwerkingsverbanden in internetcon-sultatie gebracht. Met het wetsvoorstel zorgen we ervoor dat schoolbe-stuurders niet langer kunnen deelnemen in het intern toezicht van hetsamenwerkingsverband waar zij toe behoren. Hiermee brengen we degovernance verder op orde en stimuleren we kritische tegenspraakbinnen het samenwerkingsverband. U wordt hier verder overgeïnformeerd op p. 16.•Uw Kamer heeft meerdere moties ingediend over het regelen vandoorzettingsmacht, waarvan de meeste recente van het voormalig lidBeertema (PVV).13 Bij doorzettingsmacht gaat het erom wie wanneerknopen mag doorhakken over de plaatsing van een leerling. Over deprecieze inrichting is verdeeldheid in het veld, en aan alle opties klevenvoor- en nadelen. Toch is het belangrijk om hier verdere stappen op tezetten. Daarom verkennen we via sessies met het veld of en hoe wedoorzettingsmacht het beste kunnen beleggen. Hier blijkt onder anderedat goede uitvoering van de zorgplicht passend onderwijs een crucialerol speelt om te voorkomen dat doorzettingsmacht nodig is. Dezorgplicht functioneert nog niet in alle gevallen voldoende. Inaanvulling op de eerdere genomen maatregelen, zoals het sturen vaneen brief aan alle schoolbesturen waarin aandacht is gevraagd overhet naleven van de zorgplicht, gaan we onderzoeken hoe we dezorgplicht verder kunnen aanscherpen. Ondertussen werken we verderuit hoe we doorzettingsmacht willen vormgeven. We informeren uwKamer hier naar verwachting eind 2025 opnieuw over.•Het wetsvoorstel voor het terugdringen schoolverzuim is aangebodenaan de Tweede Kamer. Doel van het wetsvoorstel is om scholen eensteviger opdracht te geven om schoolverzuim te voorkomen en om alhet verzuim op school beter te registreren. Ook geeft het gemeentenen samenwerkingsverbanden beter inzicht in verzuim, met als doel omdeze partijen samen beter in positie te brengen verzuim te voorkomenen aan te pakken. Herhaald geoorloofd kort verzuim kan een signaalzijn van problematiek die uiteindelijk leidt tot uitval op school. Met ditwetsvoorstel zetten we sterker in op preventie. Voor het Commissiede-bat Passend onderwijs op 21 mei ontvangt uw Kamer de Nota naaraanleiding van het verslag, zoals toegezegd in het debat Onderwijskan-sen van 26 maart jl.•Het is belangrijk dat scholen een melding maken bij Veilig Thuis(VT-melding) op het moment dat er een vermoeden is van kindermis-handeling en/of huiselijk geweld. Helaas komt het soms ook voor dater meldingen door de school worden gedaan alleen vanwege eengeschil met ouders om het passend onderwijsaanbod. Dat is onge-12Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 13.13Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 452.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4976 wenst. Oudervereniging Balans heeft in opdracht van het Ministerievan OCW, in samenwerking met Landelijk Netwerk Veilig Thuis enOuders & Onderwijs, een brochure ontwikkeld om ouders te informe-ren over een VT-melding bij onenigheid over passend onderwijs. Dezebrochure is onlangs gepubliceerd op de website van de Rijksover-heid.14 Dit geeft ouders handvatten over wat zij kunnen verwachten endoen in een dergelijke situatie. Zoals toegezegd in het debat over hetonderzoek naar de pleegzorg van een mishandeld meisje in Vlaar-dingen wordt dit jaar geïnvesteerd in scholing voor samenwerkings-verbanden, specifiek over de rol van Veilig Thuis en de meldcode.•Onder regie van de Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg werkt het kabinet aan het verbeteren van het doelgroepen-vervoer en leerlingenvervoer. Over de voortgang hiervan wordt uwKamer voor het Commissiedebat passend onderwijs geïnformeerd. Dedruk op het leerlingenvervoer is groot. Dit blijkt onder meer uit depeilingen die vorig jaar onder scholen zijn gedaan en met uw Kamerzijn gedeeld; leerlingen en scholen ervaren dagelijks de consequentiesvan onvoldoende goed vervoer.15 Het is van groot belang datleerlingen goed en op tijd op school komen en aan het onderwijskunnen deelnemen zoals ieder ander.In de beweging naar inclusief onderwijs zijn ook verdere stappen gezet:•Via de beleidsregel Inclusieve leeromgeving krijgen scholen uit hetregulier en gespecialiseerd onderwijs met ingang van het schooljaar2024–2025 meer ruimte om samen te werken. Met de beleidsregelkunnen alle (of een deel van de) leerlingen van een school voor(voortgezet) speciaal onderwijs of speciaal basisonderwijs volledigonderwijs volgen op een reguliere school. De leerlingen krijgen extraondersteuning uit het gespecialiseerd onderwijs. Zo kan bijvoorbeeldop een reguliere school vanuit het speciaal onderwijs een ondersteu-ningsklas ingericht worden. Zo wordt ook bijgedragen aan hetverkleinen van de druk op het gespecialiseerd onderwijs.•Op 1 oktober 2024 heeft onderzoeksbureau Oberon het rapport«Bouwstenen voor inclusievere scholen» opgeleverd. Wij bieden uhierbij het rapport aan (bijlage 6). Het onderzoek heeft een ontwerpka-der opgeleverd, aan de hand waarvan gemeenten en schoolbesturenafwegingen kunnen maken bij het inclusief bouwen en maken van hunschoolgebouw. Dit rapport vormt onder andere ook input voor hetleerlab Inclusieve huisvesting uit het Innovatieprogramma Onderwijs-huisvesting van het Nationaal Groeifonds.•Kinderen en jongeren hebben een belangrijke rol in de beweging naarinclusief onderwijs. In januari van dit jaar organiseerden we daaromeen inspirerend jongerenevent: «Denk en doe mee, samen aan de slagmet inclusief onderwijs». Kinderen en jongeren uit het regulier engespecialiseerd onderwijs hebben elkaar ontmoet en zijn samen aande slag gegaan met concrete plannen om het onderwijs op hun schoolen daarbuiten inclusiever te maken. Ik hoop dat dit anderen inspireertom op meerdere plekken in het land regionale jongerenevents teorganiseren. Er is informatie beschikbaar die de initiatiefnemers hierbijkan ondersteunen.16•We werken samen met voorlopers uit het po en vo aan de beleidsont-wikkeling op het gebied van inclusief onderwijs. Aan de hand van de14Brochure Veilig Thuis-meldingen en passend onderwijs | Brochure | Rijksoverheid.nl15Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293, nr. 777.16Het Steunpunt Passend Onderwijs heeft een inclusie-toolkit, die zich onder andere richt opleerlingbetrokkenheid (zie https://www.steunpuntpassendonderwijs-povo.nl/thema/de-inclusie-toolkit). Daarnaast komt binnenkort op Rijksoverheid.nl een speciale jongerenpagina overjongerenbetrokkenheid bij inclusief onderwijs, waar onder andere een document metsuccesfactoren voor het organiseren van een jongerenevent te vinden is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4977 ervaringen van deze scholen de succesfactoren en knelpunten tenaanzien onder andere de wetgeving en de ondersteuning in en om deschool in kaart gebracht. We gebruiken deze input om de verschillendethema’s verder te concretiseren en tot gerichte maatregelen te komen.We hebben voorlopers samengebracht in leernetwerken waarin zijervaringen uitwisselen en van en met elkaar leren.•De inspectie laat met het themaonderzoek Samenwerking regulier enspeciaal onderwijs zien hoe op sommige plekken invulling wordtgegeven aan inclusief onderwijs.17 Dit rapport laat zien dat leerlingentevreden zijn over het onderwijs zoals dat door beide scholengezamenlijk wordt gegeven. Zij voelen zich op hun gemak wanneerleerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoeften samen leskrijgen. Ook hebben onderwijsprofessionals het idee dat leerlingenbetere resultaten behalen en zich sneller ontwikkelen op sociaal-emotioneel gebied.•Op de website Ruimte in Regels van het Steunpunt Passend Onderwijsstaat informatie over wat er binnen de huidige wetgeving al mogelijkis, zodat alle scholen en samenwerkingsverbanden die dat willen aaninclusief onderwijs kunnen werken.Inclusief onderwijs in de praktijkDe basisschool CBS De Grondtoon in Bunschoten-Spakenburg biedtinclusief onderwijs. Het team werkt samen met ouders en professi-onals om een inclusieve leeromgeving te creëren. De Grondtoon isvan het leerstofjaarklassensysteem overgegaan op ontwikkelings- enleerdoelgericht onderwijs. In de praktijk betekent dit dat deleerlingen ondergebracht zijn in stamgroepen van twee of drieleerjaren. De stamgroepen bestaan gemiddeld uit 30 leerlingen.Vanaf groep 4 volgen leerlingen naast het thematisch onderwijs inhun stamgroep taal, rekenen, lezen, spelling en Engels inniveaugroepen.De leraren op De Grondtoon zijn (mede)verantwoordelijk voor hetalgemene leerproces van de leerling en voeren gesprekken over hetpersoonlijke leerdoelenplan met het kind en de ouders. Daarnaastzijn ze als vakspecialist verantwoordelijk voor lessen in deniveaugroepen op een vakgebied. Het team bestaat uit leraren,gedragsspecialisten, leerkrachtondersteuners, een pedagogischmedewerker en een speltherapeut. Er is teambreed geschoold op hetgebied van TOS, ADHD, autisme en traumasensitief onderwijs. DeGrondtoon kan, voor bijvoorbeeld een orthopedagoog of eenspeltherapeut, een beroep doen op het ondersteuningsteam vanScholengroep Wijzer waartoe zij behoren. De Grondtoon biedtinmiddels onderwijs aan 46 leerlingen die eerder naar het sbo inAmersfoort gingen of zouden gaan. Alle leerlingen krijgen op DeGrondtoon krijgen nu thuis nabij de ondersteuning die ze nodighebben.II Aanpak schoolverzuim Uit de Leerplichttelling schooljaar 2023–2024 blijkt dat het verzuim nogaltijd hoog is, maar dat de stijging van langdurig verzuim afzwakt. We zienbovendien dat gedurende het schooljaar 2023–2024 meer uitgevallenkinderen worden teruggeleid naar school. Dit betekent dat meer kinderenweer onderwijs gaan volgen. Toch zien we een stijging van het aantalkinderen dat langdurig (langer dan 4 weken) geen onderwijs volgt. Dezestijging zien we met name sinds Covid-19, mede door de instroom van17Inclusiever onderwijs in de praktijk: samenwerking regulier en speciaal onderwijs. Inspectievan het Onderwijs (april 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4978 nieuwkomers in het onderwijs (onder wie de Oekraïense ontheemdeleerlingen) en door de wachtlijsten voor het gespecialiseerd onderwijs ende jeugdzorg. We informeren uw Kamer binnenkort nader over devoorgenomen maatregelen om het onderwijsaanbod aan nieuwkomersbeter te regelen, te stimuleren dat er voldoende onderwijscapaciteitbeschikbaar is en de invulling van de ondersteuning op de korte termijn.In bijlage 7 van de brief vindt uw Kamer de Leerplichttelling overschooljaar 2023–2024 en in bijlage 8 een duiding van Ingrado bij detellingen.Leerplichttelling 2023–2024 op hoofdlijnen•Het aantal leer- en kwalificatie plichtige kinderen zonderschoolinschrijving aan het einde van het schooljaar 2023–2024 islager dan in schooljaar 2022–2023. Dit komt doordat gedurendehet schooljaar meer kinderen teruggeleid zijn naar school,ondanks dat het totaal aantal kinderen dat absoluut verzuimt(leer- of kwalificatieplichtige jongeren zonder vrijstelling die nietstaat ingeschreven op school) nog wel stijgt.•Er is een lichte stijging van het aantal kinderen dat tenminste vieraaneengesloten weken continu verzuimt, maar nog wel inge-schreven staat op een school. Deze groei is met name te zien inhet verzuim langer dan drie maanden. Positief is dat bijna de helftvan deze leerlingen gedurende het lopende schooljaar weer naarschool gaat of voor wie een andere oplossing gevonden is.•De stijgende trend van het aantal vrijstellingen op basis van eenlichamelijke of psychische gronden zet zich voort.Definitie en verzuimcijfersOp dit moment ontbreekt een gedragen definiëring van leerlingen diethuiszitten. Dit leidt tot uiteenlopende verzuimcijfers en onvoldoende zichtop de (aantallen) thuiszittende kinderen. Oudervereniging Balans heefteen rapport opgesteld waarin ze terecht aandacht vraagt voor dethuiszittersproblematiek en welke kinderen we niet in beeld hebben.18 Hieris recent nog met Balans over gesproken. Het rapport bevestigt het beelddat het aantal leerlingen dat thuiszit op dit moment niet precies is teachterhalen, ook omdat het afhangt van de definitie die gebruikt wordt.KBA Nijmegen doet – zoals toegezegd aan uw Kamer – momenteelonderzoek dat moet leiden tot beter inzicht in de groep die langdurigverzuimt en tot een gedragen invulling van de definitie van «thuiszitter».19Ingrado sluit hierbij aan en komt dit kalenderjaar met een definitie die allebetrokken organisaties onderschrijven.20 Totdat we alles beter in beeldhebben ga ik uit van de cijfers uit de Leerplichttelling, waaruit blijkt dat ergedurende het schooljaar 2023–2024 19.273 thuiszittende kinderen enjongeren waren, waarvan ongeveer 8.123 gedurende hetzelfde schooljaarweer teruggeleid zijn naar onderwijs of voor wie een andere oplossing isgevonden.21 Deze cijfers, en de hierboven genoemde duiding van Ingrado,wijzen er op dat er nog veel werk is te verrichten, maar ook dat het in veel18Thuiszitters tellen, een ander licht op passend onderwijs, Landelijke oudervereniging Balans(2024).19Kamerstukken II, 2024–2025, 31 497, nr. 492 (TZ202405-067). Het tussenrapport vindt uw Kamerin bijlage 9, het eindrapport ontvangt uw Kamer in het najaar.20Met betrokkenen worden in elk geval de volgende organisaties bedoeld: de PO-Raad, deVO-raad, Sectorraad GO, MBO Raad, Balans, ONSwv, Nederlands Jeugdinstituut,Gedragswerk, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, AJN Jeugdartsen Nederland, Onder-wijsconsulenten, Adviesraad Éigenwijsheid, Steunpunt Passend Onderwijs.21Op basis van langdurig relatief verzuim langer dan vier weken en absoluut verzuim. Leerlingendie langdurig geoorloofd verzuimen zitten niet in deze groep.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 4979 gevallen lukt om kinderen en jongeren weer terug te leiden naar hetonderwijs.Ruimte en flexibiliteit voor scholen en samenwerkingsverbandenScholen spelen een cruciale rol bij het voorkomen en tegengaan vanverzuim. Uit onderzoek22 en de praktijk blijkt dat als scholen preventiege-richt en effectief beleid voeren op verzuim zij het ook daadwerkelijkkunnen terugdringen. Scholen en samenwerkingsverbanden vragen mijom meer ruimte en flexibiliteit hiervoor. We bieden hun nu al op verschil-lende manieren meer mogelijkheden om het onderwijs in te richten naarwat de leerling nodig heeft (zie kader Verzuimaanpak). Onlangs is deregeling Ondersteuning en preventie thuiszittende jeugdigen gepubli-ceerd, waarmee invulling wordt gegeven aan de toezegging aan hetvoormalig lid Kwint, om ook niet-bekostigde initiatieven een rol te gevenin ontwikkeling voor deze groep kinderen.23, 24 De aanvraagperiode van desubsidieregeling is gesloten, en nagenoeg alle samenwerkingsverbanden(149 van de 151) nemen deel aan een coalitie die een aanvraag heeftingediend.Verzuimaanpak in het kortWe werken aan:•Wetsvoorstel Terugdringen schoolverzuim: we versterken depreventieve en evidence-informed verzuimaanpak van scholen,verbeteren de samenwerking met de gemeenten en het samen-werkingsverband en maken actueel en volledig inzicht in verzuimmogelijk. Daarnaast verbeteren we de procedure van devrijstelling, zodat onnodige en langdurige vrijstellingen wordenvoorkomen.•Meer ruimte voor flexibiliteit en maatwerk: met digitaal afstands-onderwijs en onderwijszorgarrangementen is meer maatwerkmogelijk voor leerlingen. Met een wetsvoorstel willen wedaarnaast ruimte voor maatwerk structureel maken.•Initiatieven voor thuiszittende jongeren: via de regelingen WEL inontwikkeling (tot augustus 2025) en Ondersteuning en preventiethuiszittende jeugdigen (tot augustus 2028) is er meer ruimtevoor onderwijsaanbod aan niet-ingeschreven kinderen enjongeren zodat zij zich beter kunnen ontwikkelen.Het wetsvoorstel Terugdringen schoolverzuim is op 26 novemberaangeboden aan uw Kamer. Zoals hierboven al gezegd, ontvangt uwKamer voorafgaand aan het Commissiedebat passend onderwijs van21 mei de nota naar aanleiding van het verslag. De beoogde inwerking-treding van het wetsvoorstel verschuift naar 1 januari 2026, mede wegenshet verwerken van het advies van de Raad van State bij het wetsvoorstel.Dit neemt niet weg dat scholen en samenwerkingsverbanden nu al binnende huidige wettelijke kader kunnen beginnen met de geschetste mogelijk-heden.25 We weten dat er op veel plekken al mooie initiatieven zijn dielaten zien dat het tegengaan van verzuim en het bieden van passendeoplossingen wel kan (zie kader Voorbeelden). Ik roep andere scholen en22Zie bijvoorbeeld Roelofs et al (2021), Ziekteverzuim en kortdurend ongeoorloofd verzuim inhet onderwijs: Kwantitatief en kwalitatief onderzoek in primair, voortgezet en (voortgezet)speciaal onderwijs, KBA Nijmegen en Sleeuwen, W. van en D. Heyne (2020), Schoolverzuimaanpakken: een wetenschappelijke onderbouwing.23Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 463.24https://www.dus-i.nl/subsidies/ondersteuning-en-preventie-thuiszittende-kinderen25Zie ook de pagina «Ruimte voor regels» op de website van het Steunpunt Passend Onderwijsvoor maatwerkmogelijkheden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49710 samenwerkingsverbanden op dit ook te doen en zal goede voorbeeldenblijvend onder de aandacht brengen.Voorbeelden uit de praktijkA.Wat Werkt: zo’n vijftig samenwerkingsverbanden hebben hetafgelopen jaar onder leiding van Gedragswerk onderzocht hoe deruimte in de actuele wet- en regelgeving maximaal wordt benuten in welke situaties nieuwe of andere ruimte nodig is ompassend te kunnen voorzien in de ontwikkelingsbehoefte van eenjeugdige. Deze sessies bevorderen voor samenwerkingsverban-den kennis over wat wel kan en werkt. In een rapportage wordende lessen van de bijeenkomsten gedeeld met het veld.B.Twentse Belofte: in de Twentse regio werken scholen, de viersamenwerkingsverbanden, gemeenten en de jeugdgezondheids-zorg samen in de aanpak van aan- en afwezigheid van (groepen)leerlingen. Met behulp van een datagerichte werkwijze enmeerlaagse aanpak is vroegtijdig interveniëren mogelijk en wordtde aandacht meer gericht op preventie van schoolverzuim en opcontextuele factoren die de aanwezigheid negatief beïnvloeden,zoals de sfeer in de klas, vervoer, armoede of uitval van docenten.C.Leraar op de fiets: verschillende samenwerkingsverbandenorganiseren een «leraar op de fiets». Dit is een maatwerktrajectwaarin onderwijs wordt toegevoegd aan de context van het kind:op locatie van de dagbesteding, kinderdagcentrum, thuis of in debibliotheek. De ondersteuning kan plaatsvinden in kleine groepjesof individueel voor kinderen met afstand tot onderwijs.26D.Maatschappelijke Diensttijd (MDT): vele maatschappelijkeorganisaties, gemeenten, scholen en werkgevers bundelen hunkrachten om jongeren middels MDT terug te leiden naar school ofwerk. Hierdoor krijgen jongeren een positiever zelfbeeld enblijven ze maatschappelijk betrokken door het doen van vrijwilli-gerswerk.E.MAZL-aanpak: met de effectief bewezen methodiek «MeerAandacht voor Zieke Leerlingen» (MAZL) hebben scholen,jeugdartsen en leerplichtambtenaren samen aandacht en zorgvoor leerlingen die verzuimen vanwege ziekte, zodat de ziektepro-blematiek vroegtijdig in beeld komt en snel kan wordenopgepakt.Aanvullende inzetDe stappen die we hebben gezet en gaan zetten zijn noodzakelijk omverzuim terug te dringen en te voorkomen. Dat betekent niet dat we erzijn. Ik wil verkennen hoe we beter kunnen aansluiten op de beweging inhet veld van schoolaanwezigheid. In deze benadering focussen scholenzich niet uitsluitend op ongeoorloofd verzuim bij individuele leerlingen,maar op alle vormen van verzuim en het bredere patroon van aan- enafwezigheid van (een groep) leerlingen. Het doel daarbij is om tehandelen, voordat afwezigheid zorgelijk wordt.27Aansluitend op deze stappen op het gebied van schoolaanwezigheidstarten we een traject om de taken en rol van de leerplichtambtenaartegen het licht te houden, zodat deze beter aansluit op wat leerlingen,ouders en scholen nodig hebben. Een leerplichtambtenaar wordt nunamelijk meestal (pas) betrokken als er sprake is van verzuim van een26Zie ook de notitie «Leerkracht op de fiets» van WEL in ontwikkeling.27Zie ook de pagina «Aan de slag met schoolaanwezigheid» van het Steunpunt PassendOnderwijs en de pagina «Schoolaanwezigheid en schoolverzuim» van het NJi.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49711 leerling. Ik zie echter in de praktijk dat dit eerder kan. Leerplichtambte-naren spelen immers, net als jeugdartsen, een belangrijke rol bij hetvoorkomen van verzuim. Omdat ik het belangrijk vind dat er breeddraagvlak is onder ouders voor het beleid rondom schoolaanwezigheid,ga ik met ouderverenigingen in gesprek. Uw Kamer wordt hierovervolgend jaar nader geïnformeerd.III Maatwerk en verbinding onderwijs-zorg Het is voor scholen en samenwerkingsverbanden uitdagend om eenpassend onderwijsaanbod te bieden voor kinderen die langdurigthuiszitten of dreigen uit te vallen van school, omdat het onderwijsaanbodniet altijd goed aansluit bij hun lichamelijke en/of psychische problemen.Er is behoefte aan meer (individuele) ruimte voor maatwerk voor dezegroep, daarom stimuleren wij de onderwijspraktijk hier ten volle gebruikvan te maken door:•Meer ruimte voor onderwijszorgarrangementenOm scholen en samenwerkingsverbanden meer ruimte te geven ombeter passend maatwerk te kunnen bieden, is begin 2023 gestart meteen wetgevingsexperiment onderwijszorgarrangementen, als opmaatnaar een wetswijziging. Sinds de start hebben ruim 2.200 leerlingengebruik gemaakt van deze experimenteerregeling. Met dit experimenthebben deelnemende partijen meer mogelijkheden om zorg enonderwijs te combineren voor kinderen met een (complexe) onder-steuningsbehoefte, door meer ruimte te bieden als het gaat omonderwijsbekostiging, onderwijstijd, onderwijslocatie en onderwijsin-houd. In de tweede helft van dit jaar worden de eerste onderzoeksre-sultaten verwacht, die worden meegenomen in het wetstraject gerichtop meer maatwerk.•Meer ruimte voor digitaal afstandsonderwijsMet het Actieprogramma Digitale School stimuleren we sindsdecember 2023 dat scholen de mogelijkheden van digitaal afstandson-derwijs – binnen de huidige wettelijke kaders – ten volle benutten voorleerlingen die door lichamelijke en/of psychische oorzaken niet of nietvolledig naar school kunnen. Verspreid over het land zijn er 16 coalitiesvan scholen en samenwerkingsverbanden aan de slag om eenregionale voorziening tot stand te brengen voor digitaal afstandson-derwijs.28 Het gaat bij de digitale schoolvoorzieningen nadrukkelijk nietalleen om (digitaal) leren op afstand, maar ook om persoonlijkebegeleiding en onderdeel zijn van een groep leeftijdsgenoten. Viapraktijkonderzoek wordt ook de effectiviteit van maatwerk met digitaalafstandsonderwijs voor deze groep leerlingen onderzocht. Er zijn voorouders en scholen twee brochures uitgebracht over digitaal afstands-onderwijs. Daarnaast kunnen scholen voor advies terecht bij het loketvan Kennisnet29 en wordt kennis gedeeld via een leernetwerk enthemabijeenkomsten voor deze coalities.•Wetsvoorstel meer ruimte voor maatwerkOp basis van de geleerde lessen en ervaringen uit het experimentonderwijszorgarrangementen, het Actieprogramma Digitale School ende subsidieregeling WEL in Ontwikkeling, wordt meer ruimte voormaatwerk mogelijk gemaakt in wet- en regelgeving. Zodat allekinderen naar eigen potentieel kunnen meedoen in het onderwijs. Hetstreven is om het wetsvoorstel voor het einde van het jaar in internet-consultatie te laten gaan. Met het Actieprogramma en het experimentzijn nu overigens al veel mogelijkheden voor scholen en samenwer-kingsverbanden om maatwerk te bieden aan leerlingen.28De coalities zijn landelijk goed gespreid; minimaal één per provincie en 117 van de 150 samen-werkingsverbanden doen mee in een coalitie.29Via www.lesopafstand.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49712 Wetsvoorstel waarmee meer ruimte voor maatwerk wordtgeregeld:Het wetsvoorstel geeft meer (individuele) ruimte aan scholen ensamenwerkingsverbanden zodat ook leerlingen met een ondersteu-ningsbehoefte door lichamelijke of psychische oorzaken in hetonderwijs kunnen meedoen. Het wetsvoorstel:•biedt meer ruimte op het gebied van onderwijstijd, onderwijslo-catie en onderwijsbekostiging;•wordt gemaakt mede op basis van de ervaringen uit hetexperiment onderwijszorgarrangementen, het ActieprogrammaDigitale School en de subsidieregeling WEL in Ontwikkeling;•is gericht op ingeschreven leerlingen én leerlingen die op ditmoment niet ingeschreven staan in het onderwijs.•beschrijft en biedt het kader waarbinnen scholen en samenwer-kingsverbanden deze ruimte zorgvuldig kunnen invullen, voor dieleerlingen waarvoor zij dit passend achten.Werkgroep neurodivergente leerlingenDe afgelopen periode zijn er gesprekken geweest met de NVA en LBVSO,naar aanleiding van hun zorgen over leerlingen met autisme. Omdat wehun lessen willen betrekken in de bredere borging van goed onderwijsvoor alle groepen leerlingen, wordt er gewerkt aan het opzetten van eenwerkgroep die kan adviseren over hoe scholen het onderwijs aanneurodivergente leerlingen30 het beste kunnen vormgeven. Ook heb ik,conform de motie van het lid Van Zanten (BBB)31 en de toezegging die ikheb gedaan tijdens de afgelopen begrotingsbehandeling van hetMinisterie van OCW, er bij het Overkoepelend Netwerk Samenwerkings-verbanden (ONSwv)32 per brief op aangedrongen om onbenutte reservesbij samenwerkingsverbanden in te zetten voor alle vormen van onder-steuning, of het nu gaat om autisme of andere vormen van onder-steuning, zodat ook die middelen bij leerlingen terechtkomen. In mijnvervolggesprekken zullen we nagaan in hoeverre er aan deze oproepgehoor is gegeven.Verbeteraanpak Zorg in OnderwijstijdDe Verbeteraanpak Zorg in Onderwijstijd (ZiO) richt zich op een vereen-voudiging van de organisatie en financiering van ZiO voor jeugdigen die,aanvullend op de onderwijsondersteuning, in het speciaal onderwijs(cluster 3 en 4) ook jeugdhulp of zorg nodig hebben om onderwijs tekunnen volgen. Het doel van de verbeteraanpak is om meer rust in de klaste krijgen door een beperkt aantal zorgaanbieders per school, een afnamevan administratieve lasten, meer duidelijkheid over taken en verantwoor-delijkheden en een verbeterde samenwerking tussen gemeenten,zorgkantoren, scholen en samenwerkingsverbanden. Zoals eerder aan uwKamer gecommuniceerd, zijn (onder andere) wijzigingen in wet- enregelgeving nodig om dit complexe vraagstuk aan te pakken. Deze zomerwordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd. Ter ondersteuning van hetveld, wordt in de tussentijd door het NJi, VNG, Sectorraad GO, VGN en deOnderwijsconsulenten gewerkt aan een leidraad met praktischehandvatten en voorbeelden om, binnen de huidige wet- en regelgeving, te30Neurodivergentie wordt gebruikt voor alle manieren waarop een individueel brein anders isdan gemiddeld. Denk bijvoorbeeld aan: ADHD, autisme, dyslexie en dyscalculie.31Kamerstukken II, 2024–2025, 36 600 VIII, nr. 133.32Recent hebben alle samenwerkingsverbanden passend onderwijs zich verenigd in hetOverkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbanden voor het funderend onderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49713 komen tot een gezamenlijke en collectieve inzet van ZiO. Naarverwachting wordt deze leidraad ook deze zomer afgerond.IV Wat is er extra nodig om knelpunten aan te pakken? De problematiek die we zien is breder dan het onderwijs. Factoren zoalsde fysieke en mentale gezondheid van kinderen en jongeren, de veiligheidthuis, de sociaal-economische status van het gezin, de stabiliteit van dewoon- of opvangsituatie en de buurt waarin de leerling opgroeit, speleneen belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Hetkabinet is zich bewust van deze complexiteit – die ook beschreven is in deHervormingsagenda jeugd – en werkt daarom in den brede aan verbete-ringen in het sociaal domein, die ook een bijdrage leveren aan goedpassend onderwijs zoals (vanuit het onderwijs) de programma’s School &Omgeving en Schoolmaaltijden. Ook de brugfunctionaris draagt daaraanbij door de verbinding te leggen tussen het gezin thuis, het kind op schoolen – waar nodig – met instanties, zoals maatschappelijk werk, schuldhulp-verlening of de wijkagent. Op ten minste 1.100 scholen wordt gewerkt meteen brugfunctionaris.Het onderwijs kan het niet alleen, maar speelt uiteraard wel een belang-rijke rol. Naast de blijvende inzet op de maatregelen uit de verbeteraanpakis er meer nodig. Om voor alle leerlingen nu en in de toekomst passendeondersteuning mogelijk te maken is het van groot belang dat we scherpekeuzes maken. We zetten daarom de komende jaren extra in op hetverminderen van de verschillen tussen samenwerkingsverbanden en hetterugdringen van de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs. En weblijven toewerken naar inclusief onderwijs.SamenwerkingsverbandenSamenwerkingsverbanden hebben een belangrijke taak in het behalenvan de doelen van passend en inclusief onderwijs. Zij zorgen samen metde aangesloten schoolbesturen voor een dekkend netwerk van voorzie-ningen, zodat er voor alle kinderen en jongeren zo passend mogelijkonderwijs en ondersteuning is. Samenwerkingsverbanden hebben ookeen belangrijke regierol in de samenwerking met gemeenten en partnersom een doorgaande ontwikkeling voor kinderen en jongeren te realiserenen verbinden de scholen in de regio aan elkaar. Het grootste deel van deondersteuning aan kinderen en jongeren vindt plaats in de school en in deklas. Scholen hebben daardoor een belangrijk aandeel in het realiserenvan een dekkend aanbod.We horen regelmatig vanuit het veld dat de rollen en taken van verschil-lende actoren nog niet altijd duidelijk of stevig genoeg zijn. Daarom zettenwe vanuit het kabinet in op sterke, duidelijke en consistente sturing oppartijen in het onderwijs.33 We kijken daarbij kritisch naar wat er goedgaat en wat er beter kan en moet en waar het eenvoudiger kan, mede naaraanleiding van de motie van het lid Soepboer (NSC).34 Deze motie vraagtom de werking en positie van samenwerkingsverbanden te herzien, testuren op één ondersteunings- en financieringsmodel voor samenwer-kingsverbanden met heldere kaders en duidelijke wettelijke taken en tekomen tot een minder gefragmenteerde spreiding van samenwerkingsver-banden over het land.33Kamerstukken II, 2023–2024, 31 293 en 31 289, nr. 727.34Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 484Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49714 We willen meer uniformering in de werking en positie van samenwer-kingsverbanden, met oog voor regionale verschillen.35 Een goede balanstussen beide is nodig om ondersteuning voor kinderen en jongeren teorganiseren en de kwaliteit daarvan verder te verbeteren.36 Daaromwerken we samen met ONSwv, de vertegenwoordigers van schoolbe-sturen (PO-Raad, VO-raad, Sectorraad Gespecialiseerd Onderwijs enSectorraad Praktijkonderwijs), en andere partners, aan een overkoepe-lende visie met een aantal uitgangspunten voor de werking en positie vansamenwerkingsverbanden. Daarbij houden we ook rekening met destappen richting inclusief onderwijs. Het gaat om de uitgangspunten datsamenwerkingsverbanden:•werken vanuit het belang van kinderen en jongeren met een (extra)ondersteuningsbehoefte om dichtbij huis onderwijs te volgen;•samen met schoolbesturen in hun regio verantwoordelijk zijn voor hetrealiseren van een dekkend netwerk van ondersteuningsvoorzieningenen de bestuurs- en slagkracht hebben om hiervoor te zorgen;•een verbindende, regisserende en stimulerende rol hebben in hetnetwerk rond kinderen en jongeren. En samen met betrokken partners,waaronder schoolbesturen en gemeenten, komen tot bindendesamenwerkingsafspraken over combinaties van onderwijs en(jeugd)zorg om passend en inclusief onderwijs vanuit een regionaalnetwerk te realiseren;•om de wettelijke taken van het samenwerkingsverband uit te kunnenvoeren zijn dit zelfstandige en professionele organisaties met gedegenpersoneelsbeleid, een deugdelijke bedrijfsvoering en een code goedbestuur. Het interne toezicht is onafhankelijk georganiseerd.Op basis van deze uitgangspunten willen wij gezamenlijk een aantalstappen zetten, om de werking van samenwerkingsverbanden teverbeteren en te zorgen voor meer eenduidigheid in de ondersteuningvan leerlingen, zoals:•Governance van samenwerkingsverbandenWe willen de governance van samenwerkingsverbanden verderverstevigen. Zoals eerder aangekondigd zijn wij bezig met hetwetsvoorstel om het intern toezicht van samenwerkingsverbandenonafhankelijk te maken. Wij voegen dit wetsvoorstel samen met hetwetstraject Eisen aan bestuur en intern toezicht, dat nu wordtontworpen en waar uw Kamer onder meer over is geïnformeerd in deKamerbrief «Voortgang versterking toezicht in het funderendeonderwijs 2024».37 Dit zorgt ervoor dat we ook strakkere eisen gaanstellen aan de bestuurders van samenwerkingsverbanden, passend bijhun maatschappelijke opdracht en de zelfstandige organisaties diesamenwerkingsverbanden zijn. Ik informeer uw Kamer hier dit najaarnader over. Daarnaast gaat ONSwv kijken naar de huidige codes voorgoed bestuur, om te beoordelen of deze geschikt zijn voor samenwer-kingsverbanden of wat er nodig is om deze geschikt te maken. Eensterke code is belangrijk zodat duidelijk is wat schoolbesturen,samenwerkingsverbanden en intern toezichthouders samen doen omgoed bestuur te versterken en (de schijn van) belangenverstrengelingte voorkomen.•Samenwerking met gemeenten, jeugdhulp en/of zorgGemeenten en samenwerkingsverbanden zijn al wettelijk verplicht metelkaar OOGO te voeren over het beleidsplan Jeugd, de uitvoering van35Met deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de toezegging om de Tweede Kamer inaanloop van het Commissiedebat passend onderwijs te informeren over de samenwerkings-verbanden (TZ202502-086) (Kamerstuk 31 293, nr. 790).36Kwaliteit van de extra ondersteuning in het funderend onderwijs, Inspectie van het Onderwijs2024. Bijlage bij Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 47537Kamerstukken II, 2024–2025, 31 293 en 31 289, nr. 780.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49715 de Jeugdwet van de gemeente en het ondersteuningsplan van hetsamenwerkingsverband. Toch zien we in de praktijk dat het OOGO opte veel plekken op de huidige manier weinig meerwaarde heeft. Wewillen toewerken naar bindende afspraken tussen onderwijs enjeugdhulp en/of zorg, door met het Ministerie van VWS, ONSwv en deVNG te verkennen hoe de samenwerking tussen onderwijs enjeugdhulp kan worden versterkt en hoe we het OOGO kunnenaanscherpen. Zodat onderwijs en jeugdhulp en/of zorg meer insamenhang worden georganiseerd en er afspraken zijn over detoegankelijkheid en beschikbaarheid daarvan.•Versterken van de informatiepositie van samenwerkingsverbandenOm de kracht van samenwerkingsverbanden te versterken, is meerinzicht en gebruik nodig van de data die er al is. Zo vergroten we hetlerend vermogen van de samenwerkingsverbanden. Daarnaast willenwe schoolbesturen en samenwerkingsverbanden stimuleren om meerevidence-informed te werken door het gebruik van data te vergroten,bijvoorbeeld over verzuim, afwijking onderwijstijd en het deelname-percentage in het gespecialiseerd onderwijs. Data moeten te vergelij-ken zijn zodat alle actoren in het onderwijs gezamenlijk kunnen lerenvan overeenkomsten en verschillen om zo de ondersteuning vanleerlingen te verbeteren. Ook de inspectie heeft belang bij gerichtedataverzameling, omdat daaruit signalen voor nader onderzoekkunnen volgen. ONSwv is op dit moment al in gesprek met deinspectie over actuele data. Het Ministerie van OCW ondersteunt dezeontwikkeling waar nodig. Uw Kamer wordt dit najaar geïnformeerdover de vervolgstappen.•Landelijk format tlvBinnenkort ontvangt uw Kamer de beleidsreactie op de evaluatie vande wet kwaliteit (v)so. Daarin zal ook worden gemeld dat er eenlandelijke geldend format voor tlv-aanvragen komt. Nu is het zo dat elksamenwerkingsverband zelf de procedure voor het aanvragen van eentlv bepaalt. Het doel is om het aanvragen van een tlv verder teuniformeren.Daarnaast wil het kabinet minder fragmentatie en meer uniformiteit inregio-indeling en de inrichting van samenwerkingsverbanden. Zoals ookde motie van het lid Soepboer (NSC) constateert, is de huidige regionaleindeling van samenwerkingsverbanden te gefragmenteerd. Daarom willenwe komen tot een voorstel voor een betere indeling die bij moet dragenaan nog betere ondersteuning van kinderen en jongeren. Verandering vande regio-indeling kan echter grote gevolgen hebben, dus het is belangrijkdat we dit zorgvuldig doen. Bij het uitwerken van een voorstel voor denieuwe indeling, zijn leidende principes:1.Een samenwerkingsverband is er voor alle leerlingen in het funde-rend onderwijs in de regio. Het feit dat er nu aparte samenwerkings-verbanden voor po en vo zijn, is niet logisch gezien de doorlopendeleerlijn van leerlingen en gezien de vergelijkbare vraagstukken. Eensamenwerkingsverband voor het gehele funderend onderwijs is eenmiddel om tot meer uniformiteit te komen. We zien in de praktijk alsamenwerkingsverbanden po en vo die intensief samenwerken ompassend onderwijs voor het gehele funderend onderwijs in hun regiovorm te geven (zoals de samenwerkingsverbanden Goeree-Overflakkee, Zoetermeer en West-Friesland). Op dit soort voorbeel-den willen we voortbouwen. Daarbij is het belangrijk om goed tekijken naar mogelijke ongewenste effecten van samenvoegen.Schaalvergroting mag niet leiden tot grotere reisafstanden en wemoeten rekening houden met mogelijke gevolgen voor de organisatievan de samenwerkingsverbanden zelf en daarmee voor de ondersteu-ning van kinderen en jongeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49716 2.Een samenwerkingsverband zorgt met de betrokken schoolbesturenin de eigen regio voor een dekkend netwerk van ondersteuningsvoor-zieningen. Met het uitgangspunt van thuis nabij naar school en eenacceptabele reisafstand voor als dat niet zo thuis nabij mogelijk is.Onderwijs dichtbij huis draagt sterk bij aan het zo normaal mogelijkkunnen opgroeien van kinderen en jongeren met een hulpvraag.3.De samenwerking met gemeenten en jeugdhulp moet niet meerafhangen van vrijblijvendheden. Daarbij is het streven dat eensamenwerkingsverband binnen de grenzen van één jeugdzorgregiovalt, zodat de aansluiting met de jeugdzorg verder kan wordenverbeterd.Met ONSwv hebben we afgesproken om op basis van deze principes toteen voorstel te komen voor een hernieuwde indeling van de samenwer-kingsverbanden voor het funderend onderwijs. Zij werken aan verschil-lende scenario’s en inzicht in de consequenties hiervan en voeren metgemeenten en schoolbesturen gesprekken over de uitwerking. Dezeopdracht reikt verder dan alleen de samenwerkingsverbanden en heeftbetrekking op het gehele onderwijsveld. Daarom worden op landelijkniveau ook andere partijen zoals de vertegenwoordigers van schoolbe-sturen, de VNG en een vertegenwoordiging van leraren, leerlingen enouders bij de uitwerking betrokken. Dit moet leiden tot breder inzicht in deconsequenties en de samenhang met andere regionale samenwerkings-vormen. Op basis van de uitkomsten van dit traject komen we samen metde betrokken partijen begin 2026 tot een voorstel. Wij leggen een herzieneindeling daarna vast in regelgeving.De motie van het lid Soepboer (NSC) bepleit een eenduidig inrichtings- enfinancieringsmodel. Ik herken de noodzaak tot vereenvoudiging enreductie van complexiteit. Bij de start van passend onderwijs zijnsamenwerkingsverbanden vrij geweest in de keuze voor een inrichtings-en financieringsmodel. De verschillen die hierdoor zijn ontstaan mogenniet nadelig zijn voor kinderen, jongeren en ouders. De komende periodegebruiken we om samen met betrokken partijen meer inzicht te krijgen inde voor- en nadelen van de nu gebruikte modellen. We werken – op basisvan de eerder genoemde visie – toe naar een voorstel voor ééninrichtings- en financieringsmodel, waarover we uw Kamer in het voorjaarvan 2026 informeren.Wachtlijsten gespecialiseerd onderwijsVan 2024 tot 2027 loopt er, mede op verzoek van uw Kamer,38 een monitorom de wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijs beter in beeld tekrijgen, uitgevoerd door Oberon en Kohnstamm Instituut. Bij deze briefbieden wij u de meest recente tussenrapportage aan (bijlage 10). Uit devoorlopige conclusies blijkt dat een vijfde van de vestigingen in hetgespecialiseerd onderwijs een wachtlijst heeft. Het grootste deel van devestigingen met een wachtlijst betreft een school voor het vso, met namevoor cluster 4. Voor de meeste vestigingen met een plaatsingslijst geldtdat hier tussen de 1 en 5 leerlingen op staan.39Door de groei van het gespecialiseerd onderwijs komen leerlingen somsop een wachtlijst en moeten ze daardoor langer wachten op een plaatsing.Voor slechts 5% van de leerlingen op een wachtlijst wordt verwacht dat ze38Kamerstukken II, 2020–2021, 31 497, nr. 377.39Op basis van dit onderzoek is het niet mogelijk om uitspraken te doen over het totaal aantalleerlingen dat in Nederland op een wachtlijst staat. Dit komt onder andere omdat een leerlingsoms op meerdere plekken wordt aangemeld en daarmee op meerdere plekken op eenwachtlijst kan staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49717 binnen een maand kunnen worden geplaatst. Voor meer dan de helft vande leerlingen wordt door de betreffende school verwacht dat zij pas overzes maanden of later een plek kunnen krijgen op hun school, waarvanvoor een deel zelfs geldt dat er helemaal nog geen zicht op een plek is.Omdat leerlingen soms bij meerdere scholen op de wachtlijst staan, lukthet soms om wel sneller een plek te vinden.Het percentage vestigingen in het gespecialiseerd onderwijs met eenwachtlijst en het gemiddeld aantal leerlingen op een wachtlijst, is in hetnajaar ten opzichte van het voorjaar van 2024 afgenomen. Ook zaten errelatief minder leerlingen op een wachtlijst thuis in vergelijking met demeting in het voorjaar. Tegelijkertijd verwachten vestigingen voor relatiefmeer leerlingen op de lijst dat ze lang, namelijk meer dan zes maanden,moeten wachten op een plek. Het is onduidelijk of deze bevindingen temaken hebben met het moment in het schooljaar ten tijde van de peilingdoor Oberon of met andere zaken. De volgende peiling moet hier meerduidelijkheid over geven.Zoals vorig jaar ook aan uw Kamer gecommuniceerd zijn er geen «quickfixes» om de druk op het gespecialiseerd onderwijs te verminderen, ookgezien het lerarentekort. Het voorkomen of verminderen van de instroomin het gespecialiseerd onderwijs vraagt allereerst om het versterken vande ondersteuningsstructuur in het regulier onderwijs. Zoals eerderaangegeven liggen hierbij kansen in het versterken van de samenwerkingtussen regulier en gespecialiseerd onderwijs, waardoor meer maatwerkmogelijk wordt en de expertise van het gespecialiseerd onderwijs beterwordt verbonden met reguliere scholen. Daarnaast is het belangrijk om teweten waar de toename van instroom vandaan komt. Daarom laten weonderzoek doen naar de oorzaken van de stijging van het aantal leerlingenin het gespecialiseerd onderwijs en in hoeverre de middelen voorondersteuning in het regulier en gespecialiseerd onderwijs op de juisteplek terechtkomen, zodat we de negatieve spiraal kunnen doorbreken.Daarnaast blijven we inzetten op het plan van aanpak dat in de vorigeKamerbrief over passend onderwijs40 is aangekondigd. In het kort werkenwe aan:•Kortetermijnoplossingen: verspreiden van goede voorbeelden (vantussenvoorzieningen) om regulier en gespecialiseerd onderwijs beterop elkaar aan te laten sluiten.•Middellange termijnoplossingen: onderzoek naar het beter stroomlij-nen van de aanmeldprocedure en tlv-afgifte zodat scholen beterkunnen anticiperen op de instroom. Hierover wordt uw Kamerbinnenkort geïnformeerd middels de beleidsreactie op de evaluatieWet Kwaliteit (v)so en het onderzoek van Sardes dat zich richtte op deervaren administratieve lasten rondom de tlv-systematiek.•Lange termijnoplossingen: we onderzoeken hoe we de aanpak voorhet terugdringen van wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijskunnen verbinden aan het plan voor het verkorten van de wachttijdenbinnen de jeugdhulp, zoals de motie van het voormalig lid Hagen(D66)41 van ons vraagt.In de tussentijd kunnen scholen en samenwerkingsverbanden werken aankennisuitwisseling tussen scholen in het gespecialiseerd onderwijs enregulier onderwijs, en het vergroten van de mogelijkheden om leerlingenuit het gespecialiseerd onderwijs waar mogelijk terug te laten stromennaar het reguliere onderwijs. Dit stimuleren we middels de beleidsregelinclusieve leeromgeving waarbij de samenwerking tussen gespecialiseerd40Kamerstukken II, 2023–2024, 31 497, nr. 475.41Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 21.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49718 en regulier onderwijs gemakkelijker wordt om de overgang te verkleinen.Daarnaast hebben samenwerkingsverbanden die op korte termijn hundekkend aanbod willen uitbreiden daartoe de mogelijkheid via tijdelijketussenvoorzieningen (bijvoorbeeld met orthopedagogisch-didactischcentra).De transitie naar inclusief onderwijsDe transitie naar inclusief onderwijs vraagt veel van alle betrokkenen.Daarom is het belangrijk dat de Ministeries van OCW en VWS hierinsamen optrekken met het onderwijs- en zorgveld, zodat de taken enverantwoordelijkheden van elke partij helder en gedragen zijn.Inclusief onderwijs vraagt om aanpassing van het onderwijsstelsel en depraktijk. Samen met het onderwijs- en zorgveld en experts vanuit dewetenschap wordt verkend hoe inclusief onderwijs geborgd kan wordenin wet- en regelgeving op een manier die recht doet aan internationaleverdragen, zoals verzocht in de motie van voormalig lid Van Meenen(D66).42 Daarnaast worden de benodigde financiële middelen voor detransitie naar inclusief onderwijs in kaart gebracht (motie van de ledenWesterveld en De Hoop (GL-PvdA).43Met een werkgroep ontwikkelen we het beleid op het gebied van inclusiefonderwijs de komende periode verder. In deze werkgroep nemen naast debeide ministeries de belangrijkste stakeholders deel. Onder de werkgroepzijn themagroepen geformeerd die in het najaar advies uitbrengen aan hetMinisterie van OCW en het Ministerie van VWS. De themagroepenbestaan uit vertegenwoordigers van het onderwijs- en zorgveld, weten-schappelijke experts en voorlopers van scholen, samenwerkingsver-banden en gemeentes. De volgende thema’s worden verkend engeconcretiseerd:•Mindset en een inclusieve cultuur•Wetgeving in het kader van inclusief onderwijs•Toezicht in het kader van inclusief onderwijs•Ondersteuning in en om de school•Het toerusten van de leraarMet de publicatie van de beleidsregel Inclusieve leeromgeving krijgenscholen uit het regulier en gespecialiseerd onderwijs meer ruimte omsamen te werken. Scholen kunnen gezamenlijk werken aan het formerenvan een multidisciplinair schoolteam en inclusief onderwijs. Zo wordt hetbijvoorbeeld laagdrempelig mogelijk om vanuit het gespecialiseerdonderwijs een ondersteuningsklas in te richten op een reguliere school.Uit onderzoek van de inspectie blijkt dat voor een deel van de leerlingenuit het gespecialiseerd onderwijs de kansen groeien als ze naar hetreguliere onderwijs kunnen gaan.44 Ik moedig scholen dan ook aan omgezamenlijk deel te nemen aan de beleidsregel. Ook zijn we bezig met hetinrichten van een monitor Inclusief onderwijs waarmee we nauwgezetkunnen gaan volgen in welke mate de gestelde doelen bereikt worden.Goede samenwerking met de onderwijs- en zorgpartners in en om deschool is van cruciaal belang voor de ondersteuning van leraren enleerlingen. Ik roep samenwerkingsverbanden, gemeenten en partners dieop school actief zijn zoals jeugdgezondheidszorg dan ook op om scholendie een stap willen zetten richting inclusief onderwijs te ondersteunen ente stimuleren door de ruimte binnen de huidige wetgeving te benutten.42Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 460.43Kamerstukken II, 2022–2023, 31 497, nr. 462.44Inspectie van het Onderwijs: Naar het gespecialiseerd onderwijs of niet? (maart 2024)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49719 Gedacht kan worden aan het toekennen van een schoolarrangement doorhet samenwerkingsverband, samenwerking met het wijkteam of hetcollectief inzetten van jeugdhulpmiddelen in de school door de gemeente.Tot slotWe blijven de komende jaren keihard werken aan het versterken van deondersteuning in en om de klas, betere samenwerking met de jeugdhulpen jeugdzorg, het doorbreken van de negatieve spiraal van toename vande instroom in het gespecialiseerd onderwijs en strakkere sturing opscholen en samenwerkingsverbanden.Ik zie een duidelijke opdracht om passend onderwijs verder te brengen,waarbij soms meer en soms iets anders nodig is dan de maatregelen vande lopende verbeteraanpak passend onderwijs. Het is aan ons om ditgezamenlijk te doen: het kabinet, schoolleiders, schoolbesturen ensamenwerkingsverbanden hebben allen een rol om leraren, onderwijson-dersteunend personeel, kwaliteitscoördinatoren, zorgverleners, ouders enandere betrokkenen in staat te stellen passend onderwijs te bieden aanalle leerlingen. Zodat kinderen en jongeren nu en in de toekomst deondersteuning krijgen die zij nodig hebben en welkom zijn op een schooldichtbij huis.Mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en SportDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49720 Lijst met bijlagen:1.Voortgangsrapportage passend onderwijs2.Overzicht moties, toezeggingen en actuele onderwerpen3.Advies over de landelijke norm voor basisondersteuning van deAOb en Ouders & Onderwijs4.Rapport over de landelijke norm voor basisondersteuning5.Eindrapport monitor subsidieregeling Begaafde leerlingen primairen voortgezet onderwijs (2019–2024)6.Bouwstenen voor inclusievere scholen7.Leerplichttelling8.Duiding leerplichttelling9.Tussenrapport onderzoek «Beter zicht op absoluut verzuim»10.Wachtlijsten in het gespecialiseerd onderwijsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 497, nr. 49721

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 607a5988d1918689

14 okt 2026 · 8fdf99304abb8c4d

13 okt 2026 · eaeccb5332d08ba5

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.