KamerkringInloggen
Kamerbrief

Evaluatierapport proefprojecten kwaliteitsborging bouw

30 nov 2018 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 18205f3670a85586 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 28 325Bouwregelgeving Nr. 181 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 30 november 2018 Hierbij bied ik u het evaluatierapport aan van de proefprojecten1 zoals deze de afgelopen jaren zijn georganiseerd in het kader van het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen. Het rapport geeft een beeld van de ervaringen van 72 respondenten – gemeenten, aannemers, kwaliteitsborgers en opdrachtgevers – met de in de afgelopen jaren uitgevoerde proefprojecten. In aanvulling op deze ervaringen zijn de deelnemers aan 19 projecten bevraagd over de concrete resultaten van hun projecten. De rapporteurs geven aan dat hiermee een representatief beeld gegeven kan worden van de ervaringen die met kwaliteitsborging zijn opgedaan in de proefprojecten. De belangrijkste conclusies in het rapport zijn: •Kwaliteitsborging vraagt om een andere manier van werken •De kosten nemen niet of nauwelijks toe en zullen waarschijnlijk dalen •Er is sprake van een duidelijk leereffect bij de deelnemers •De kwaliteit neemt toe •De positie van gemeenten is complex •Het oordeel over de samenwerking is divers •Meer duidelijkheid is nodig over de wettelijke eisen De rapporteurs geven aan dat het beeld dat hieruit naar voren komt op hoofdlijnen positief is. De samenwerking tussen kwaliteitsborgers en aannemers in de proefprojecten is in bijna alle projecten inhoudelijk goed verlopen. Deelnemers zijn inhoudelijk tevreden over de leerpunten en de kwaliteit van het eindresultaat. Naar de mening van de meeste deelnemers is dan ook sprake van «meer waar voor je geld» voor de opdrachtgever. De rapporteurs merken op dat de resultaten van de proefprojecten evenwel niet een-op-een kunnen worden vertaald naar conclusies over de 1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl. kst-28325-181ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 28 325, nr. 1811 werking van het beoogde wettelijke stelsel. Dit omdat belangrijke elementen uit dit stelsel in de proefprojecten niet van kracht zijn. Het gaat dan onder andere om de toelatingsorganisatie, het sanctie-instrumen-tarium en de aangescherpte aansprakelijkheid. Ook zijn de instrumenten voor kwaliteitsborging niet aan de – op dit moment nog niet bekende – eisen voor toelating in het beoogde stelsel getoetst. De leerervaringen en conclusies kunnen wel worden gebruikt voor de verdere invulling en implementatie van kwaliteitsborging in de bouw. Een punt van aandacht is de positie van de gemeenten en de onderlinge samenwerking. Ik herken dat goede afspraken hierover cruciaal zijn. Ten aanzien van de rol van het bevoegd gezag werk ik daarom aan afspraken met de gemeenten in het kader van een breder bestuursakkoord. De belangrijkste aanbevelingen van de rapporteurs hebben betrekking op betere afspraken bij het opzetten van nieuwe proefprojecten. Aandachts-punten daarbij zijn heldere afspraken over de regels binnen een proef-project vooraf en een duidelijke afbakening van de rollen van deelnemers. Een onafhankelijke partij, die in geval van discussie kan interveniëren, bevelen de rapporteurs hierbij aan. Voordat met nieuwe projecten kan worden gestart is volgens hen ook meer duidelijkheid nodig over de invoering van de Wet kwaliteitsborging, de inhoudelijke eisen die aan toetsingsinstrumenten zullen worden en de financiering van proefpro-jecten. Ik deel de opvatting van de rapporteurs dat het voor de start van nieuwe proefprojecten van groot belang is dat er op korte termijn helderheid komt over de invoering van de Wet kwaliteitsborging. Aan de genoemde randvoorwaarden van financiële ondersteuning en meer duidelijkheid over de eisen die worden gesteld aan de toetsingsinstrumenten, kan door mij worden voldaan. Ik zal samen met de betrokken partijen afspraken maken over hoe de leerervaringen in de proeftuinen tot nu toe en de aanbevelingen van de rapporteurs hierbij het beste kunnen worden betrokken. Zowel particuliere als zakelijke consumenten moeten erop kunnen vertrouwen dat de invoering van het nieuwe stelsel tot verbetering gaat leiden. Tot aan de inwerkingtreding wil ik samen met marktpartijen lopende en nieuwe proefprojecten benutten om voldoende zekerheid te verkrijgen dat het stelsel leidt tot een betere bouwkwaliteit tegen aanvaardbare kosten. Zoals ik ook eerder heb aangegeven is dit voor mij een belangrijke voorwaarde voor invoering. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H. OllongrenTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 28 325, nr. 1812

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 79ab4945de5452a4

14 okt 2026 · ba6e0210fddf5d11

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.