Voortgang waterkwaliteitsbeleid en KRW
Brontekst
Versie c02cba11d7fff8f9 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202427 625WaterbeleidNr. 672 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 juni 2024Een goede waterkwaliteit is essentieel voor mens en natuur: voor onsdrinkwater, onze landbouw en industrie, onze recreatie en als leefgebiedvoor dieren en planten. De Rijksoverheid, waterschappen, provincies,gemeenten, drinkwaterbedrijven, kennisinstituten, landbouw, industrie ennatuurorganisaties werken hard aan het verbeteren van de kwaliteit vanhet water. Het voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in2027 is een belangrijke graadmeter voor onze waterkwaliteit. Hierop wordtextra inzet gepleegd met het KRW-impulsprogramma.De kwaliteit van ons oppervlaktewater hebben we de afgelopen decenniagestaag verbeterd. Er zijn veel voorbeelden in het land die dat laten zien.Het zeegras in de Waddenzee was bijna verdwenen, maar dat brengen weweer terug: door zaaien en aanplanten is tussen 2022 en 2023 bijna eenverdubbeling van de zeegrasoppervlakte gerealiseerd. Door hetaanbrengen van een luwte in het Groningse Hondshalstermeer bloeit hetonderwaterleven daar weer op. In het glastuinbouwgebied Zuidpolder vanDelfgauw is door extra toezicht en handhaving de hoeveelheid bestrij-dingsmiddelen in het water met 75% gedaald. In Twente meandert deDinkel weer en het omliggende beekdal is voor 25 hectare heringericht. Dewaterloop het Merkske, op de grens van Midden-Brabant met Vlaanderen,is met nature based solutions aangepakt en heeft nu een zeer goedeecologische toestand voor waterdieren. Sinds de aanleg van eenvispassage trekken steeds meer vissen de polder in bij het Veerse Meer.Ten noorden van Bergen op Zoom is de nutriëntenbelasting van hetRietkreek-Langewater vanuit de rioolwaterzuiveringsinstallatie bijnagehalveerd door de introductie van extra nazuivering. In het waterschapScheldestromen is 600 kilometer aan natuurvriendelijke oevers gereali-seerd en de aanwezigheid van waterdieren ligt daar nu significant hoger.En zo zijn er tal van andere voorbeelden die zichtbaar maken dat hetoveral in het land loont om hard te werken aan een betere waterkwaliteit. kst-27625-672ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6721 Dat is ook terug te zien in een verbetering van de kwaliteit van de natuurin zoet oppervlaktewater.1Op dit moment wordt ruim driekwart van het totaal aan KRW-doelen inalle waterlichamen in Nederland gehaald (in totaal ongeveer 100.000doelen2). In oppervlaktewater wordt bijna 80% van de KRW-doelen voorstoffen3 gehaald. Voor de biologie in oppervlaktewater (vissen, water-planten en andere waterorganismen) is dat nog iets minder dan de helft.4In het grondwater wordt ruim 70% van de doelen gehaald.De waterkwaliteit gaat vooruit, maar het tempo ligt nu nog te laag. Hetvorig voorjaar gestarte interbestuurlijke KRW-impulsprogramma heeft oponderdelen al geresulteerd in versnelling en intensivering van maatre-gelen. Dit programma krijgt inmiddels ook positieve navolging in de vormvan KRW-impulsprogramma’s van decentrale overheden. Ondanks dezeontwikkelingen is er echter nog een substantieel gat tot volledigKRW-doelbereik; de afname in normoverschrijdingen van gewasbescher-mingsmiddelen is bijvoorbeeld gestagneerd, de kwaliteit van hetgrondwater verbetert niet, en veel maatregelen lopen vertraging op. Het iserg spannend of de huidige aanpak voldoende is om in 2027 aan de KRWte kunnen voldoen. Daarvoor is het nodig dat voor die tijd alleafgesproken maatregelen zijn uitgevoerd en de transitie in het landelijkgebied is doorgezet. Dit is mede afhankelijk van de inzet van het nieuwekabinet, met name op het vlak van de aanpak van nutriënten en stoffen.In de aanloop naar het wetgevingsoverleg Water eind dit jaar ontvangt deKamer, zoals al eerder aangekondigd, de uitkomsten van deKRW-tussenevaluatie en zal meer precies blijken wat de prognose is voorhet KRW-doelbereik in 2027.Naast deze KRW-doelen zijn er uitdagingen met nieuwe, opkomendestoffen. Zo zien we steeds beter hoezeer ons water (net als onze bodem)verontreinigd is met bijvoorbeeld PFAS, hoe moeilijk het is dat weer wegte krijgen en welke gevolgen dit kan hebben voor onze gezondheid. Op30 april jl. heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) eenSignaalrapportage5 gestuurd over de noodzaak om te blijven werken aaneen betere bescherming van de waterkwaliteit. Daarin wordt aangegevendat het in Nederland vooralsnog niet lukt om de waterkwaliteit voldoendete verbeteren en wordt gewezen op het gevaar van schade aan drinkwater,voedselvoorziening, gezondheid en natuur. Ook wordt gewezen op hetgevaar van economische schade door stagnatie bij activiteiten die in strijdkomen met de waterkwaliteitsdoelen.Dit laat nogmaals zien dat het van groot belang is om hard te blijvenwerken aan schoner water. Ook resultaten die na 2027 worden bereikt zijnvan belang. Uiteindelijk doen we het voor onszelf en niet alleen omdat hetjuridisch moet. Het werken aan een goede waterkwaliteit gaat dus door endaarvoor zijn alle partijen nodig, over de volle breedte van de proble-matiek: van het klassieke waterkwaliteitsbeheer tot de ruimtelijkeinrichting en de gehele productieketen. Dat geldt ook voor het buitenland,waar we deels van afhankelijk zijn. Nederland is dan ook gebaat bijgrensoverschrijdende afspraken en Europese regelgeving.1https://www.clo.nl/indicatoren/nl205209-trends-in-kwaliteit-van-landnatuur-en-water-1990-2022.2Zo zijn er 745 oppervlaktewaterlichamen met elk rond de 140 doelen. Daarnaast zijn er doelenvoor de 23 grondwaterlichamen.3Prioritaire stoffen, specifieke verontreinigende stoffen en nutriënten samen.4Deze cijfers betekenen niet dat de overige doelen allemaal niet gehaald worden. Een deel vande doelen is niet toetsbaar (bijna 12% van alle doelen), of daarvan is geen oordeel bekend(ongeveer 2% van alle doelen, bijvoorbeeld omdat monitoring ontbreekt).5Als bijlage 5 opgenomen bij de verzamelbrief actualiteiten water, Kamerstuk 27 625, nr. 670.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6722 In deze brief, die de Kamer ontvangt mede namens de Minister vanLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Minister voor Natuuren Stikstof (NenS), wordt een overzicht gegeven van de voortgang van hetwaterkwaliteitsbeleid sinds het wetgevingsoverleg Water van 29 januarijl., met name met betrekking tot de KRW. Eerst wordt ingegaan op deKRW en de actielijnen van het KRW-impulsprogramma. Vervolgensworden enkele thema’s apart besproken: nutriënten, bestrijdingsmiddelen,lozingen door bedrijven en rioolwaterzuiveringsinstallaties, en Europeseontwikkelingen.Op 18 juni jl. heeft de Kamer ook een algemene verzamelbrief actualiteitenwater ontvangen6 waarin is ingegaan op andere onderwerpen die rakenaan waterkwaliteit en de KRW, zoals de ontwikkelingen met betrekking totPFAS en enkele grondwateraspecten. Ook is daarin een reactie gegevenop voornoemde Signaalrapportage van de ILT.KRW-impulsprogrammaAlgemeenIn het KRW-impulsprogramma werken Rijk, provincies, waterschappen enstakeholders samen om in 2027 aan de KRW te kunnen voldoen.Tweemaandelijks vindt een Bestuurlijk Overleg KRW (BO KRW) plaats omhet programma aan te sturen. Daarin is geconstateerd dat het helaas nogniet snel genoeg gaat. Er zijn veel goede plannen en bestuurlijkeafspraken, maar ze komen nog onvoldoende snel tot uitvoering. Voorbijna alle opgaven is inmiddels wel helder wie precies waarvoor wat moetdoen, met uitzondering van de onderwerpen indirecte lozingen en devermindering van emissies vanaf agrarische percelen.7Veel van de constateringen waarom het nog niet hard genoeg gaat,hangen samen met de wijze waarop bestuurders met elkaar en richting deeigen organisaties sturen: de governance. Daarin zijn aanpassingen nodigom meer versnelling en daadkracht te bewerkstelligen. Er is een scherpeanalyse door bureau Berenschot verricht welke verbeteringen nodig enmogelijk zijn, mede op basis van een interviewronde gericht op deervaringen en ideeën van ongeveer vijftig bestuurlijke (enhoog-ambtelijke) sleutelspelers.Hieruit komt het beeld naar voren dat partijen weinig aanvullendhandelingsperspectief zien voor zichzelf maar wel voor anderen, dat menonvoldoende weet wat de effecten zijn van maatregelen en hoe belangrijkdie zijn om doelen te halen, dat de makkelijke maatregelen al genomenzijn en de resterende maatregelen lastige bestuurlijke keuzes vergenwaarover nu onvoldoende scherp het gesprek wordt gevoerd. Ook moetde governance verbeterd worden.De analyse en de mogelijke verbetervoorstellen voor de governance zijnbesproken in het BO KRW en dit zal in het BO Water van 10 juli leiden totbesluitvorming. Het resultaat wordt daarna verder uitgewerkt en deKamer zal in aanloop naar het wetgevingsoverleg Water hierover nadergeïnformeerd worden.Parallel daaraan wordt intussen doorgewerkt aan verbetering van dewaterkwaliteit. Hieronder wordt de voortgang geschetst van de zevenactielijnen onder het KRW-impulsprogramma.6Kamerstuk 27 625, nr. 670.7Voor deze onderwerpen zijn verschillende overheden met verschillende bevoegdheden aan zet.Er zijn nadere afspraken nodig over de onderlinge coördinatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6723 Actielijn 1: bewaken van de uitvoering van eerder afgesprokenmaatregelenDashboardIn zesjaarlijkse planperioden wordt aan de KRW-opgaven gewerkt. Voor dehuidige planperiode (2022–2027) is afgesproken om nog 1725KRW-maatregelen uit te voeren.8 Met het Landelijk dashboardKRW-maatregelen wordt de voortgang van deze KRW-maatregelenbijgehouden, om tijdig risico’s op vertraging te inventariseren en dievervolgens te adresseren.Op 19 december jl. ontving de Kamer de vorige versie van dit dashboard.9Momenteel vindt een update van het dashboard plaats. Dit ontvangt deKamer in het najaar, na overleg in de RBO’s en vaststelling in het BOWater. Hieronder volgt een eerste indicatie van de bevindingen uit dezeupdate.10Eind 2023 was in totaal ongeveer 10% van de voor huidigeKRW-planperiode (2022–2027) afgesproken maatregelen vollediguitgevoerd.11 Uit de voorlopige cijfers van het dashboard blijkt dat tot enmet 2023 bijna de helft van de gebiedsgerichte maatregelen nog invoorbereiding was en dat een deel van de maatregelen zeker niet eind2027 volledig zal zijn uitgevoerd. Momenteel wordt uitgezocht om hoeveelen welke maatregelen het precies gaat. Met nu nog drie en een half jaar tegaan tot het moeten halen van de doelen eind 2027 zijn dit zorgwekkendeindicaties.Beheersing van risico’sEr is de afgelopen periode ingezet op beheersing van de in het vorigedashboard geïnventariseerde risico’s. Daarbij is onder meer gekeken naarvertraging die optreedt bij KRW-maatregelen die onderdeel uitmaken vanintegrale projecten met meerdere beleidsdoelen zoals het Hoogwaterbe-schermingsprogramma, Natura 2000, of lokale initiatieven. Er is middelseen stappenplan geanalyseerd of deze KRW-maatregelen versneld kondenworden uitgevoerd. Zodoende is een aantal maatregelen, bijvoorbeeldvoor het verbeteren van de vispasseerbaarheid, «losgeknipt» uit dieintegrale projecten. In veel gevallen biedt losknippen echter geen soelaas,omdat dit zou leiden tot andere risico’s op vertraging, zoals verlies aandraagvlak en verminderde grondbeschikbaarheid.Daarnaast wordt ingezet op de aanpak van het risico van grondbeschik-baarheid voor ruimtelijke inrichtingsmaatregelen, zoals natuurvriendelijkeoevers. Het is voor overheden niet in alle gevallen nodig om gronden ineigendom te verkrijgen voor inrichtingsmaatregelen. Het streven is om teversnellen door meer maatwerkafspraken met grondeigenaren te maken.Daarbij kan gedacht worden aan grondruil, herverkaveling, beheeraf-spraken, initiatieven van grondeigenaren faciliteren, andere locatiekeuzes,etc. De voorbereidingen zijn gestart voor een werkconferentie metprofessionals uit de uitvoeringspraktijk, met als doel om met elkaar teleren van succesvolle trajecten om tot tijdige grondbeschikbaarheid tekomen.8Die maatregelen zijn vastgelegd in de waterprogramma’s van Rijk, provincies en water-schappen.9Bijlage bij Kamerstuk 27 625, nr. 661.10De update vindt plaats op basis van een inventarisatie in de eerste twee maanden van dit jaar.11Het gaat om 14% van de generieke beleidsmaatregelen en 11% van de gebiedsgerichtemaatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6724 Voortgang maatregelen rijkswaterenElke partij binnen het impulsprogramma is verantwoordelijk voor detijdige uitvoering van zijn eigen maatregelen. Voor de maatregelen in derijkswateren is dat Rijkswaterstaat. In januari 2024 is de Kamer geïnfor-meerd over de gesignaleerde risico’s rond uitvoering van deKRW-maatregelen door Rijkswaterstaat.12 In de afgelopen maanden isbijgestuurd op het uitvoeringsprogramma om de uitvoering van maatre-gelen te versnellen. Dit betekent dat er kritisch wordt gekeken naar deplanningen, de ramingen en de omvang van de maatregelen, en dat extrafocus is aangebracht op snellere realisatie. Dit is een doorlopend proces.Een aantal mijlpalen is behaald, waaronder de openstelling van deherinrichting beekmonding Groote Molenbeek in de Zandmaas en de startvan de realisatie van vispassages bij gemaal Haarrijn en bij gemaalOudenhoorn.13 Om te kunnen versnellen zijn bijvoorbeeld bepaaldeprojecten per riviertak gebundeld en wordt gekeken naar een gebundeldeaanbesteding van de projecten. Daarnaast blijft een aantal exogenefactoren van grote invloed op de planning en de budgetten, waarondergrondbeschikbaarheid en stikstof. De eerder vermelde budgetspanningvan 133 miljoen euro met een bandbreedte van 109 miljoen euro wordt inhet lopende proces steeds nader geduid. Dit betekent dat alle ramingenworden geactualiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de wijziging in kostengezien de benodigde versnelling van planfase naar realisatie en naarmogelijke besparingsopties. De verwachtte budgettaire spanning moetworden ingepast in het Deltafonds. In aanloop naar het wetgevings-overleg Water eind dit jaar wordt de Kamer geïnformeerd over de actuelestand van zaken.Actielijn 2: verdere uitwerking van ruimtelijke maatregelenKRW in Provinciale Programma’s Landelijk Gebied (PPLG)Het Rijk heeft de provincies in de Handreiking gebiedsprogramma’s vanhet NPLG gevraagd om in de PPLG’s de aanpak voor water, natuur enklimaat voor het landelijk gebied uit te werken. Vanwege de urgentie vande opgaven vanuit het NPLG zullen in het veenweidegebied, in deovergangsgebieden rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en inde beekdalen op korte termijn maatregelen moeten worden getroffen. HetRijk vraagt de provincies hierbij ook om in het PPLG de gebiedsgerichte,ruimtelijke restopgave van de KRW voor nutriënten en gewasbescher-mingsmiddelen uit te werken in samenhang met het generieke beleid. Hetgaat daarbij onder meer om maatregelen met het oog op de grondwater-kwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden.In de integrale toetsing door het Rijk van de conceptversie van de PPLG’svan juli 2023 is aangegeven op welke onderdelen de PPLG’s verdermoeten worden geconcretiseerd; afgesproken is dat de volgende versiesvan de PPLG’s in september 2024 worden aangeleverd. Voor de uitvoeringvan de PPLG’s zijn maatregelpakketten en maatregelen geformuleerd,inclusief watermaatregelen. In het BO KRW van 11 januari jl. is de standvan zaken van de PPLG’s besproken om invulling te geven aan de afspraakdat de RBO’s helpen de ruimtelijke verankering van de KRW te verbeteren.Het wetsvoorstel Transitiefonds is eerder in de Eerste Kamer controver-sieel verklaard. Beide Kamers hebben inmiddels wel de LNV-begroting12Kamerstuk 27 625, nr. 663.13Meer informatie hierover staat in de jaarrapportage van Rijkswaterstaat over de KRW:https://open.rijkswaterstaat.nl/zoeken/@271792/jaarrapportage-kaderrichtlijn-water-2023/#highlight=Kaderrichtlijn%20water.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6725 2024 vastgesteld met daarin een reservering van € 1,28 miljard vooruitvoering van provinciale maatregelpakketten. In de eerste suppletoirebegroting 2024 is aanvullend een bedrag opgenomen van € 434 miljoen.De provincies hebben op basis van het tussentijds beeld van het Rijk,14 deonafhankelijke wetenschappelijke beoordeling van Wageningen EconomicResearch en – indien van toepassing – adviezen van de EcologischeAutoriteit rond 1 april verbeterde maatregelpakketten ingediend. Op basisvan de integrale beoordeling wordt in totaal € 1,54 miljard beschikbaargesteld aan de provincies, onder voorbehoud van instemming van deTweede en Eerste Kamer met de eerste suppletoire LNV-begroting.Globaal is 17% van deze maatregelen (deels) watergerelateerd. Er zijn ookveel maatregelen die, hoewel niet primair gericht op de waterdoelen,bijdragen aan de waterkwaliteit, zoals bijvoorbeeld maatregelen gerichtop extensivering van de landbouw, aanleg van nieuwe natuur engroenblauwe dooradering.BeekdalenNederland heeft in het addendum bij het 7e actieprogramma Nitraat-richtlijn opgenomen dat de restopgave van de KRW via een integrale,gebiedsgerichte aanpak zal worden opgepakt. Grootschalig beekdalherstelop zandgronden is hierbij een belangrijke, effectieve maatregel teneindede KRW-doelen in deze beken te halen, met name voor nutriënten. In hetaddendum bij het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn is dan ookafgesproken dat de realisatie van brede bufferstroken in de beekdalenonderdeel wordt van de gebiedsgerichte aanpak in de PPLG’s. In dezebeekdalen ligt overigens een bredere opgave (ook voor gewasbescher-mingsmiddelen, droogte en de andere doelen), die met de in het gebiedgekozen maatregelen integraal moet worden aangepakt. Daarbij liggenvervolgens ook kansen om met de maatregelen die genomen worden,tevens een bijdrage te leveren aan andere doelen van het NPLG.In het BO KRW van 25 april is de voortgang op de uitvoering vanmaatregelen binnen de beekdalen besproken, op basis van het overzichtmet de actuele stand van zaken bij de beekdalprovincies en-waterschappen. Uit dit overzicht blijkt dat de opgestarte aanpak met dehuidige inzet maar zeer beperkt leidt tot maatregelen die eind 2027 zijnuitgevoerd. Er zijn wel al enkele pilots gestart in de regio omtrent debeekdalenaanpak, zoals het project Proeftuin Beekdalen15 in Overijssel enhet project Beekdalbrede aanpak Groote Molenbeek16 in Limburg. Deervaringen hieruit kunnen worden benut bij de verdere uitwerking.Als knelpunten voor de verdere uitwerking worden genoemd: deonzekerheid over (generiek) mestbeleid, het ontbreken van een langeter-mijnperspectief voor de landbouw in relatie tot de benodigde impactvollemaatregelen, en onzekerheid over beschikbare middelen.De aanpak van beekdalen is van groot belang om de waterkwaliteitvoldoende te verbeteren. Nederland is juridisch verplicht de KRW-doelenin 2027 te halen en daartoe alle nodige maatregelen te nemen; dat geldtook voor de aanpak en het systeemherstel van beekdalen. Niets doenomdat nog niet alles duidelijk is, is geen optie richting Brussel. Wel is demate waarin de aanpak nodig is, afhankelijk van de opgaven in de14Kamerstuk 34 682, nr. 179.15https://www.overijssel.nl/onderwerpen/omgeving/provinciaal-programma-landelijk-gebied-pplg.16https://www.waterschaplimburg.nl/@6477/beekdalbrede-aanpak/#:~:text=Projectdoel,volgen%20wat%20de%20effecten%20zijn..Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6726 verschillende gebieden. Er moeten binnen de bestaande onzekerhedendus keuzes gemaakt worden.Een deel van de beekdalenaanpak is no regret omdat daar de gebiedsge-richte opgave overduidelijk is. Het is dus van belang om de analyses voorde beekdalen door te zetten daar waar bekend is dat er met gebiedsge-richt maatwerk goede stappen kunnen worden gezet om de genoemdeopgaven aan te pakken. Veel provincies doen dit ook al. Het is begrijpelijkdat – mede gezien de beperkte capaciteit (zowel bij overheden als op demarkt) – niet alles tegelijk kan worden aangepakt, maar de insteek is omaan de slag te gaan waar dat kan en zinvol is.Emissiereductie vanuit grondgebruikIn 2023 is op verzoek van decentrale overheden een overzicht gemaaktvan de juridische instrumenten in de Omgevingswet die de verschillendeoverheden beschikbaar hebben om emissies vanaf agrarische percelen teverminderen. Aanleiding hiervoor was de behoefte om meer te kunnensturen op diffuse emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmid-delen en de onbekendheid met de mogelijkheden hiertoe onder deOmgevingswet bij decentrale overheden. Op basis van dit overzichtherkennen overheden dat zij voldoende juridische instrumenten tot hunbeschikking hebben, maar geven zij aan verschillende dilemma’s teervaren om deze daadwerkelijk in de praktijk in te zetten. Momenteelwordt gezamenlijk een kader uitgewerkt voor de inzet van deze instru-menten, dat naar verwachting voor het zomerreces wordt opgeleverd.Ten slotte is in het BO KRW van 25 april 2024, conform toezegging aan hetlid Gabriëls,17 aan de provincies de zorg overgebracht dat voorkomenmoet worden dat ongewenste veranderingen in landgebruik plaatsvindenvanuit het oogpunt van waterkwaliteit (zoals de omzetting van permanentgrasland naar lelieteelt). Ook is gewezen op het juridisch instrumentariumdat overheden hiertoe ter beschikking staat onder de Omgevingswet.Actielijn 3: intensivering van maatregelen voor stoffenVan de 122 stoffen die onder de KRW genormeerd zijn in oppervlakte-water, zijn er 42 stoffen die in veel oppervlaktewaterlichamen de normoverschrijden en waarvoor de kans reëel is dat in 2027 nog niet aan denorm wordt voldaan; 30 daarvan moeten uiterlijk in 2027 aan dieKRW-normen voldoen.18 Per stof wordt in kaart gebracht wat de belang-rijkste bronnen zijn van deze stoffen en vervolgens wordt systematischuitgewerkt welke maatregelen mogelijk zijn om emissies naar water teverminderen. De stoffen waar het om gaat zijn gewasbeschermings-middelen, biociden, diergeneesmiddelen, zware metalen en industrieche-micaliën.Na het zomerreces liggen er voorstellen waarover eind 2024 kan wordenbesloten. De acties met een positief besluit worden opgenomen in hetgezamenlijke uitvoeringsplan «Chemische stoffen uit water». De mogelijkemaatregelen betreffen de toelating van stoffen tot de markt, het nemenvan productverantwoordelijkheid (bijvoorbeeld bij de bouw), hetintensiveren van vergunningverlening, toezicht en handhaving, eneventueel aanpassingen in regelgeving waar dat nodig is (bijvoorbeeld inde vorm van aanvullende gebruiksvoorschriften).17TZ202402–052.18De normen voor de 12 andere stoffen zijn later aan de KRW toegevoegd en kennen een lateredeadline.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6727 Besluitvorming over de te nemen maatregelen ligt deels buiten hetbeleidsterrein van de waterbeheerders, zoals bij de toelating van stoffentot de markt en de voorschriften om stoffen te gebruiken in bepaaldeproducten (bijvoorbeeld bouwvoorschriften). In die gevallen zullen debetreffende bestuurders worden betrokken bij hetKRW-impulsprogramma.Actielijn 4: inzet op verdere verankering van afspraken in regelgevingOp 11 mei 2023 is een advies ontvangen van de Raad voor de Leefom-geving en infrastructuur over de KRW.19 Daarin wordt op specifiekeonderdelen opgeroepen tot een verdere verankering van afspraken in deregelgeving, om zo beter aan de KRW-verplichtingen te kunnen voldoen.Ook met enkele moties heeft de Kamer opgeroepen tot aanpassingen inregelgeving met betrekking tot KRW-verplichtingen. Hieronder wordt voorenkele acties de voortgang geschetst.Wat betreft de aanbeveling om de wet- en regelgeving voor productenmet prioritaire en opkomende stoffen aan te passen, geldt dat dit hetgevolg kan zijn van de hierboven geschetste aanpak in actielijn 3. Pernormoverschrijdende stof wordt bekeken wat er nodig en mogelijk is.Wat betreft aanvullende regulering van grondwateronttrekkingen, zoalsgeadviseerd door de Rli en gevraagd door de Kamer (motie VanGinneken/De Groot20) geldt dat dit is opgepakt. Op dit moment wordt eenonderzoek uitgevoerd naar de uitvoerbaarheid van een uniformevergunning/meldingsplicht en naar het invoeren van een verplichting tothet periodiek bezien van onttrekkingsvergunningen. Meer informatiehierover staat in de verzamelbrief waterbeleid die de Kamer ook zalontvangen in aanloop naar het commissiedebat.Wat betreft de aanbeveling van de Rli ten aanzien van gewasbescher-mingsmiddelen wordt verwezen naar het kopje «Bestrijdingsmiddelen»verderop in deze brief. Voor de aanbeveling van de Rli om lozingsvergun-ningen tijdelijk te maken wordt verwezen naar het kopje «Tijdelijkelozingsvergunningen» verderop in deze brief.Actielijn 5: bepalen toestand, prognose en resterend handelingsper-spectiefMet de tussenevaluatie KRW 2024 evalueren alle waterbeheerders of wemet het huidige beleid op koers zitten om eind 2027 aan de KRW tevoldoen en welk resterend handelingsperspectief er is. Hiertoe wordenenkele gezamenlijke onderzoeken uitgevoerd.Het overzicht van de huidige toestand is inmiddels gereed. Voor zowelgrondwater als oppervlaktewater zijn figuren gemaakt van de waterkwali-teitstoestand (op basis van de metingen tot 2022) voor alle parametersvan de KRW. Hierbij is uitgegaan van het in de KRW geldende «one out, allout»-principe. Deze figuren zijn opgenomen in een dashboard21 waargemakkelijk een selectie kan worden gemaakt. Het dashboard bevestigthet beeld dat voor veel deeltoetsen de doelen wel worden gehaald, maardat op dit moment nog geen van onze KRW-oppervlaktewaterlichamenaan alle KRW-doelen voldoet.19https://www.rli.nl/publicaties/2023/advies/goed-water-goed-geregeld. De kabinetsreactiedaarop ontving de Kamer op 30 juni 2023: Kamerstuk 27 625, nr. 635.20Kamerstuk 27 625, nr. 636.21https://royalhaskoningdhv.shinyapps.io/Dashboard-KRW-tussenevaluatie/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6728 Daarnaast wordt gewerkt aan een prognose van de toestand in 2027. Ditgebeurt op basis van het huidige vastgestelde beleid in relatie tot degestelde doelen. Voor nutriënten en de biologische parameters (vis,planten, waterdieren en algen) wordt ook een prognose gegeven voorlatere planperioden. Ook wordt een prognose gegeven voor de impactvan bovenwettelijke maatregelen zoals die vanuit het Deltaplan AgrarischWaterbeheer en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Het mogelijkeeffect van toekomstige maatregelen voor de landbouw wordt niet in detussenevaluatie doorgerekend, omdat deze maatregelen onderdeelvormen van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn (zie ook onder«Mestbeleid» hieronder). Wel worden aan de hand van resultaten vaneerdere onderzoeken en rapporten22 de mogelijke effecten van maatre-gelen voor de landbouw zo veel mogelijk beschreven. Voor andere stoffenis geen modelmatige kwantitatieve analyse mogelijk. Daarom wordtonderzoek gedaan naar de trends van deze stoffen.Uit deze informatie volgt voor welke parameters de KRW-doelen naarverwachting gehaald zullen zijn in 2027. Hiermee wordt ook invullinggegeven aan de motie van het lid Minhas c.s.23 Daarnaast wordt – voor degevallen waar de prognose uitwijst dat de doelen niet gehaald worden –geïnventariseerd welke mogelijke handelingsperspectieven en inter-venties er nog zijn om de KRW-doelen te halen in 2027.Uiteindelijk worden de resultaten van de onderzoeken in een koepel-rapport gebundeld. Dit koepelrapport wordt uiterlijk 1 november 2024opgeleverd en daarna met de Kamer gedeeld. Op basis hiervan kunnen in2025 in overleg met de regionale partijen bestuurlijke keuzes gemaaktworden over de vervolgstappen, zoals eventueel aanvullend beleid, hetnemen van aanvullende maatregelen of welke legitieme uitzondering vande KRW toegepast kan worden.Actielijn 6: voorbereiding op de verantwoording en motivering vanuitzonderingenOp grond van de KRW moeten eind 2027 alle doelen bereikt zijn. Dit geldtjuridisch als een resultaatsverplichting, wat betekent dat de enigelegitieme redenen om een KRW-doel niet te halen, te vinden zijn in eenaantal expliciete bepalingen van de richtlijn: de «uitzonderingsmogelijk-heden». Het is dus onvoldoende om aan te voeren dat een maximaleinspanning heeft plaatsgevonden om al het mogelijke te doen (inspan-ningsverplichting). Voor elke parameter die op 22 december 2027 in eenwaterlichaam niet voldoet aan het KRW-doel moet daarom bekekenworden of een uitzonderingsmogelijkheid kan worden ingeroepen. Alseen uitzonderingsgrond terecht wordt ingeroepen dan wordt aan de KRWvoldaan, ook al is het KRW-doel niet gehaald.Voor elk van deze uitzonderingsmogelijkheden geldt dat ze alleen inspecifieke gevallen kunnen worden gebruikt, en dat een beroep alleenslaagt als onderbouwd kan worden dat in het betreffende geval waarineen KRW-doel in een waterlichaam niet wordt gehaald, aan bepaalde,strikte randvoorwaarden is voldaan. Zo zal meestal vereist zijn dat alleafgesproken maatregelen zijn uitgevoerd, om een geldig beroep op eenuitzondering te kunnen doen.De KRW onderscheidt de volgende uitzonderingsmogelijkheden:22Bijvoorbeeld opgesteld ten behoeve van het (niet gesloten) Landbouwakkoord.23Kamerstuk 27 625, nr. 603.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 6729 1.Een fasering van een KRW-doel in de tijd (doelfasering)242.Het bereiken van een vastgesteld, lager doel (doelverlaging)253.Het tijdelijk achteruit laten gaan van een stof/kwaliteitselement bijovermacht264.Het toestaan dat bepaalde, nieuwe activiteiten het tijdig bereiken vaneen KRW-doel belemmeren27Het zijn de provincies (voor de regionale wateren) en de Minister vanIenW (voor de rijkswateren) die in 2027 uitzonderingsmogelijkhedenmoeten inroepen en onderbouwen, waar dat nodig en mogelijk is. Zijgebruiken daarbij de gegevens van de waterschappen en Rijkswaterstaat.Het KRW-impulsprogramma ondersteunt deze overheden hierbij, doorgedetailleerd uit te werken wanneer welke uitzonderingsmogelijkheid kanworden ingezet en wat daarvoor nodig is. Een juridische analyse hieroveris inmiddels afgerond. Op dit moment wordt per uitzonderingsmoge-lijkheid een handreiking opgesteld. Deze handreikingen beschrijven wathet juridische gevolg is van de inzet van een uitzonderingsmogelijkheid,aan welke juridische randvoorwaarden moet zijn voldaan en wat praktischgezien nodig is voor een beroep op de uitzonderingsmogelijkheid. Dehandreikingen worden aan de hand van praktijkervaringen (onder anderedoor de waterbeheerders aangedragen cases) getoetst op toepasbaarheid.In het KRW-werkprogramma (zie hieronder onder «Op weg naar nieuwestroomgebiedbeheerplannen») dat eind dit jaar ter inzage wordt gelegd,zal een koppeling met deze handreikingen worden gelegd.Actielijn 7: voorkomen van en voorbereiden op rechtszaken in NederlandNederlandse overheden moeten aan de wettelijke verplichtingen voldoenmet betrekking tot de KRW. Waar gemeend wordt dat dit niet het geval is,kunnen rechtsmiddelen worden aangewend, bijvoorbeeld door belangen-organisaties. Het KRW-impulsprogramma kan daarbij op onderdelenfaciliterend optreden bij het voorkomen van rechtszaken, het voorbe-reiden op rechtszaken, en het omgaan met rechtszaken.Het voorkomen van rechtszaken houdt in dat individuen of organisatiesniet meer de noodzaak voelen om juridische actie te ondernemen. Datvergt in de eerste plaats dat besluitvorming KRW-bestendig plaatsvindt,wat bijvoorbeeld betekent dat de juiste toetsingskaders op de juiste wijzeworden toegepast bij vergunningverlening. Het KRW-impulsprogrammafaciliteert hierin, bijvoorbeeld door toetsingskaders als het HandboekImmissietoets – dat borgt dat lozingen voldoen aan de KRW-normen –nogmaals helemaal door te lichten op mogelijke verbeterpunten. Ookwordt in opdracht van de STOWA en enkele waterschappen gewerkt aaneen nieuw toetsingskader voor de beoordeling van ingrepen in regionale24Deze uitzonderingsmogelijkheid is nog maar beperkt toepasbaar in 2027 en geldt alleen ingevallen waarin alle nodige maatregelen al zijn uitgevoerd die op langere termijn wel totdoelbereik zullen leiden.25Dit is alleen mogelijk als het oorspronkelijke doel onhaalbaarheid of onevenredig kostbaar is,vanwege de natuurlijke gesteldheid van het waterlichaam, of door een aantasting van hetwaterlichaam door menselijke activiteiten die voorzien in ecologische en/of sociaalecono-mische behoeften, en waarvoor geen alternatieven bestaan.26Bijvoorbeeld bij plotselinge hevige droogte of overstroming.27Dat geldt alleen voor activiteiten van hoger openbaar belang (bijvoorbeeld in het kader van deenergietransitie of de hoogwaterveiligheid) en alleen als het gaat om nieuwe wijzigingen vande fysieke kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam (zoals het bouwen van een nieuwestuw, of een dijkverhoging) of wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen (bijvoorbeeldeen peilverhoging om meer water vast te houden in het kader van de droogtebestrijding).Bovendien is vereist dat voor die activiteiten geen alternatieven bestaan en dat de negatieveeffecten zo klein mogelijk zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67210 wateren in het licht van de ecologische KRW-doelen. Dat moet dewaterschappen helpen om hun vergunningverlening KRW-bestendig temaken.Het voorbereiden op rechtszaken houdt in dat elk overheidsorgaan zichbewust is of en hoe het kan worden aangesproken op basis van de KRWen wat daarvan de mogelijke gevolgen zijn. Hiertoe brengt het impulspro-gramma in kaart in welkegevallen men zich tot de rechter zou kunnen wenden en wordt kennisvanuit de verschillende partijen samengebracht voor een efficiënteomgang met eventuele procedures.Wat betreft het omgaan met rechtszaken is dat in de eerste plaats aan debetreffende overheden zelf; het impulsprogramma zorgt waar mogelijkvoor een overzicht van lopende procedures en draagt bij aan eenafstemming tussen partijen waar soortgelijke procedures spelen.Op weg naar nieuwe stroomgebiedbeheerplannenEind 2027 moeten op grond van de KRW de nieuwe stroomgebiedbeheer-plannen worden vastgesteld voor de volgende planperiode (2028–2033).Hierin wordt verantwoording afgelegd over het halen van de KRW-doelenper 2027. Voor de doelen die niet per 2027 worden gehaald, moet hierinworden aangegeven welke legitieme uitzonderingsmogelijkheid wordttoegepast. Ook wordt hierin het KRW-beleid voor de periode 2028–2033vastgelegd. Het gaat dan om de nieuwe ambities, doelen en maatregelenvoor de volgende planperiode. Ook ná 2027 zal het bereiken en behoudenvan een goede waterkwaliteit en voldoende (grond)waterbeschikbaarheidblijvende inzet vragen. Naast de huidige opgave zien we ook nieuweuitdagingen op ons afkomen. Zo zijn normen voor bepaalde stoffen paslater aan de KRW toegevoegd, waardoor ze een latere deadline hebbendan 2027. Naar verwachting zullen in de nabije toekomst ook voor nognieuwere stoffen weer aanvullende KRW-doelen worden vastgesteld,waaraan we in de toekomst zullen moeten voldoen. Ook ervaren we intoenemende mate de gevolgen van klimaatverandering, zoals verdereopwarming en langere periodes van droogte, met nadelige gevolgen voorde waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Hierop moet nu al geantici-peerd worden, zodat er voldoende tijd is om ons hier goed op voor tebereiden.Dit jaar zijn we gestart met de voorbereiding op de totstandkoming vandeze nieuwe stroomgebiedbeheerplannen. Dat gebeurt aan de hand vaneen gezamenlijk werkprogramma dat Rijk, provincies en waterschappenzullen vaststellen in het BO Water eind 2024. Het werkprogrammabeschrijft het proces voor de totstandkoming van de nieuwe plannen, ende rollen en betrokkenheid van alle partijen daarbij. Ook wordt eenoverzicht gegeven van de belangrijkste resterende en nieuwe opgaven diemet het beleid en de maatregelen in deze planperiode geadresseerdmoeten gaan worden (de «waterbeheerkwesties»). De uitkomsten van deKRW-tussenevaluatie zullen hiervoor de basis vormen. Het werkpro-gramma en het overzicht van belangrijke waterbeheerkwesties zullenbeide ter inzage wordt gelegd, waarbij iedereen gelegenheid heeft omhierop zienswijzen in te dienen en aandachtspunten voor het trajectrichting de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen mee te geven.Mestbeleid terugdringen nutriëntenbelasting waterNutriënten komen vanuit verschillende bronnen in het oppervlaktewaterterecht. Landbouw heeft hierbij een belangrijke rol. Het mestbeleid,Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67211 waarvoor de Minister van LNV het voortouw neemt, heeft mede tot doelhet terugdringen van deze nutriëntenbelasting. Op dit moment zijn het 7eactieprogramma Nitraatrichtlijn, het bijbehorend addendum en dederogatiebeschikking van toepassing.Voor de derogatiebeschikking moeten voor 2025 nog enkele maatregelenworden ingevoerd. Per 2025 moeten in de met nutriënten verontreinigdegebieden (NV-gebieden) de totale stikstofgebruiksnorm nog verderworden verlaagd met 20%. Medio 2024 wordt besloten over aanvullende(gebiedsgerichte) maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden enten slotte wordt bezien of specifieke maatregelen getroffen kunnenworden in NV-gebieden die alleen zijn aangewezen vanuit een fosforver-ontreiniging voor oppervlaktewater als alternatief voor de verlaging vande stikstofgebruiksnorm met 20%. De Minister van LNV heeft de TweedeKamer hierover in december 2023 geïnformeerd.28Daarnaast wordt gewerkt aan het opstellen van het 8e actieprogrammaNitraatrichtlijn. Als voorbereiding hierop zijn onderzoeken uitgezet voorde Evaluatie van de Meststoffenwet.29 Onder andere is gestart met eentraject om voor heel Nederland een actualisatie van de bronnenanalyse uitte voeren, waarmee ook de landbouwbijdrage voor de nutriëntenveront-reiniging wordt geactualiseerd zodat een geactualiseerde bronnenanalysekan worden benut in het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn.30 Ook is eeneerste afstemmingsronde langs een brede groep stakeholders georgani-seerd, om input te verzamelen voor het 8e actieprogramma. Het 8eactieprogramma zal per 1 januari 2026 in moeten gaan.BestrijdingsmiddelenDe KRW-opgave ten aanzien van bestrijdingsmiddelen (gewasbescher-mingsmiddelen en biociden) is groot. Van de 42 normoverschrijdendestoffen die met het KRW-impulsprogramma worden aangepakt, zijn ertwaalf die voorkomen als werkzame stof in toegelaten gewasbescher-mingsmiddelen en vier in biociden. De Bestrijdingsmiddelen Atlas31 laatover 2022 zien dat op meer dan de helft van de 631 meetlocaties in deKRW-waterlichamen sprake is van overschrijdingen van de KRW-normvoor één of meer werkzame stoffen die in Nederland een toelating alsgewasbeschermingsmiddel hebben.32 De normen die het College voor detoelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) hanteertvoor toelating, worden op 30% van de meetlocaties voor een of meerderestoffen overschreden.33 Deze toelatingsnormen zijn veelal, maar nietaltijd, soepeler dan de KRW-normen. Na een jarenlange teruggang in hetaantal normoverschrijdingen, is die daling sinds 2018 gestagneerd. Demeeste normoverschrijdingen komen voort uit de bollenteelt, deglastuinbouw, de akkerbouw en de boomkwekerijen.34Verder is er een aantal zogeheten niet-toetsbare stoffen. Dit zijn stoffenwaarvan de KRW-norm lager is dan de standaard detectiemethode. Deze28Kamerstuk 33 037, nr. 521.29Kamerstuk 33 037, nr. 520.30Kamerstuk 33 037, nr. 526.31www.bestrijdingsmiddelenatlas.nl.32Dit gaat dus over alle gemeten middelen die in de Bestrijdingsmiddelen Atlas wordenmeegenomen.33Het Ctgb werkt momenteel aan een aanscherping van de wijze waarop monitoringsgegevensover normoverschrijdingen van het toelatingscriterium in oppervlaktewater betrokken wordenbij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en wanneer deze gegevens aanleidinggeven tot het intrekken of aanpassen van een bestaande toelating. Het Ctgb stelt dit kaderbinnenkort open voor een publieke consultatie.34Cijfers over 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67212 stoffen zijn namelijk zeer giftig en daarmee is heel moeilijk te meten ofdeze stoffen normoverschrijdend voorkomen. Tegelijk zijn deze stoffenzeer relevant voor de biologische waterkwaliteit en voor KRW-doelbereik,omdat ze 90% van de totale berekende milieubelasting van het oppervlak-tewater door gewasbeschermingsmiddelen omvatten.35 In januari 2023 isde Kamer door de Minister van LNV geïnformeerd36 over oplossingsrich-tingen, waaronder een onderzoek dat in opdracht van IenW door Deltaresis uitgevoerd.37 Op basis hiervan hebben enkele waterkwaliteitslabora-toria hun analysemethoden aangepast, waardoor er meer normoverschrij-dingen kunnen worden vastgesteld. De meetresultaten over 2023 zullenlaten zien welk beeld dit oplevert.Het generieke beleid is erop gericht de normoverschrijdingen terug tedringen en daarmee aan de KRW te voldoen. Dit beleid kent – aanvullendop het gebiedsgerichte beleid – drie sporen: toelating, gebruik, en toezichten handhaving. Het is belangrijk om op alle drie sporen voortgang teboeken en acties in gang te zetten; voor de korte termijn (voor 2027) is hetmeeste effect te verwachten op de sporen «gebruik» en «toezicht/handhaving». Hieronder is naast deze drie sporen specifieke aandachtvoor de glastuinbouw.ToelatingEen gewasbeschermingsmiddel mag pas gebruikt worden als het alszodanig door het Ctgb is toegelaten tot de markt. Het toelatingscriteriumvoor oppervlaktewater, zoals het Ctgb dat op basis van de huidigeregelgeving gebruikt voor het beoordelen van toelatingsaanvragen vangewasbeschermingsmiddelen, verschilt van de KRW-normen voorwaterlichamen. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli)adviseert de regering dan ook de KRW-doelen te laten doorwerken in dewetgeving voor gewasbeschermingsmiddelen.38 De Kamer heeftinmiddels een motie aangenomen met dezelfde strekking als hetRli-advies.39In reactie op het Rli-advies is aangegeven te verkennen hoe de toelatingvan gewasbeschermingsmiddelen in overeenstemming gebracht kanworden met de normen voor de KRW.40 De uitkomsten van dat onderzoekzijn inmiddels bekend en de Minister van LNV heeft – mede namens deMinister van IenW – de Kamer hierover op 25 juni jl. geïnformeerd.41Hierbij is aangegeven dat het voornemen is om een wijziging van deRegeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor te bereiden,zodat het Ctgb een nationaalrechtelijke juridische grondslag krijgt voor hetvooraf toetsen aan de KRW-normen bij de toelating van gewasbescher-mingsmiddelen en voor het herzien van bestaande toelatingen met hetoog op het voldoen aan de KRW-normen.Als vervolg op dit onderzoek zal ook bekeken worden hoe de toelating vanbiociden tot de markt in overeenstemming gebracht kan worden met deKRW-normen.35Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd: Tussenevaluatie van de nota GezondeGroei, Duurzame Oogst.36Kamerstuk 27 858, nrs. 604 en 644.37https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/onderzoeksrapporten/@155193/toetsbare-gewasbeschermingsmiddelen.38https://www.rli.nl/publicaties/2023/advies/goed-water-goed-geregeld.39Motie Grinwis c.s. van 23 mei 2024, Kamerstuk 27 858, nr. 663.40Kamerstuk 27 625, nr. 635.41Kamerstuk 27 858, nr. 671.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67213 GebruikNaast een aanpassing in het toelatingsbeleid, adviseert de Rli ook dealgemene regels voor gewasbeschermingsmiddelen onder deOmgevingswet aan te scherpen, zodat overal wordt voldaan aan deKRW-normen. Het gebruik van toegelaten gewasbeschermingsmiddelen isper middel geregeld in het wettelijk gebruiksvoorschrift dat bij detoelating wordt gesteld, en daarnaast in het algemeen in het Besluitactiviteiten leefomgeving. Momenteel is een aanpassing van dit besluit invoorbereiding voor onder andere gesloten vulsystemen. Overigebenodigde aanpassingen om aan de KRW te kunnen voldoen, wordenonderzocht.Op 26 april hebben de Ministers van LNV en IenW gesproken met de LTOen het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) over eensectorplan om normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen inoppervlaktewater tot aan 2027 terug te dringen. De komende maandenwordt dit plan verder geconcretiseerd en de Kamer zal in het najaarhierover worden geïnformeerd.Toezicht en handhavingHet gebruik van toegelaten middelen leidt nog steeds tot normoverschrij-dingen. Hierbij is van belang dat dit gebruik moet plaatsvinden conformde daarvoor geldende regels. Hierop moet toegezien worden en zo nodigmoet handhaving plaatsvinden. Ter uitvoering van de motie Grinwis42 isoverleg gaande met de waterbeheerders en de georganiseerde land- entuinbouw om de snelheid en frequentie van het delen van monitoringsre-sultaten van oppervlaktewater te verhogen. Overschrijdingen wordenhiermee snel teruggekoppeld naar de sector en telers zodat het bevoegdgezag de sector en de telers direct kan aanspreken, de oorzaak achter-haald kan worden en waar nodig aanpassingen in de bedrijfsvoeringopgepakt worden.IenW is samen met LNV in gesprek met de NVWA, UvW en VNG over desamenwerking van de toezichthouders om het huidige risico-gebaseerdetoezicht te versterken. De Kamer zal in het najaar van 2024 nader wordengeïnformeerd over concrete afspraken.GlastuinbouwVoor het lozen van afvalwater met gewasbeschermingsmiddelen vanuitde glastuinbouw geldt een zuiveringsplicht. Gewasbeschermingsmiddelenmoeten voor het lozen op oppervlaktewater en/of riolering met minimaal95%43 worden verwijderd. Nieuwe typen zuiveringsinstallaties wordenhierop getest, waarbij een selectie van elf, representatieve werkzamestoffen wordt gebruikt. Onlangs is de selectie van deze stoffen aangepasten bleek één van de nieuwe stoffen slecht afbreekbaar. Er is daaromverkennend onderzoek uitgevoerd of er meer werkzame stoffen in deglastuinbouw worden gebruikt die ook slecht afbreken.44 De bevindingwas dat het overgrote deel van de stoffen voldoende wordt gezuiverd. Vande stoffen met een slechter zuiveringspercentage worden weinignormoverschrijdingen in het oppervlaktewater geconstateerd. Naaraanleiding van het verkennende onderzoek zijn verschillende oplossings-42Kamerstukken 32 627 en 21 501-32, nr. 57 (herdruk).43Per werkzame stof.44Wageningen Universiteit, rapport WPR-1324 (beschikbaar via https://doi.org/10.18174/659782)en Wageningen Universiteit, rapport WPR-1325 (beschikbaar via https://doi.org/10.18174/659783).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67214 richtingen beoordeeld. De conclusie hiervan is dat de huidige werkwijzeom zuiveringsinstallaties te testen nog steeds voldoet, maar dat hiernaastmaatwerk nodig is voor de stoffen die lastiger te zuiveren zijn. Er is hierbijallereerst aandacht voor het voorkomen van gebruik en lozing van destoffen die slechter afbreken, voor nader onderzoek naar zuiveringsren-dement voor dergelijke stoffen in de praktijk en voor verbetering van dewerking van zuiveringsinstallaties. Waar nodig zal ook worden gekekennaar mogelijkheden om het specifieke zuiveringspercentage mee tewegen in de toelatingsprocedure van nieuwe stoffen. Overigens isgeconstateerd dat normoverschrijdingen in glastuinbouwgebieden maarin beperkte mate te relateren zijn aan minder volledige afbraak in dezuiveringsinstallaties en dat er onverminderd aandacht nodig is voorandere emissieroutes, zoals directe lozingen en lekstromen. Er wordendaarom maatregelen getroffen in verschillende schakels van de keten,zoals verbetering van de dataverzameling over lozingen, snellereterugkoppeling van monitoringsgegevens, aanscherping van wetgeving(o.a. strengere stikstofnormen gericht op minder lozing) en vergroting vande glastuinbouwexpertise van toezichthouders.Lozingen vanuit bedrijven en rioolwaterzuiveringsinstallatiesEffectiviteit regulering afvalwaterketenHet is van groot belang dat de overheid voortdurend streeft naar eeneffectief en sterk stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving(VTH) om een gezonde, schone en veilige leefomgeving te waarborgen.Onderdeel hiervan is de regulering van afvalwaterlozingen via deafvalwaterketen. In verband hiermee is tijdens het wetgevingsoverlegwater op 29 januari jl. aan het lid Kostic toegezegd nader onderzoek tedoen naar de effectiviteit van het VTH-stelsel binnen de afvalwaterketen.45Dit onderzoek is gericht op de volgende onderdelen:1.Impact afvalwaterketenEr is onvoldoende zicht op de impact die de afvalwaterketen heeft ophet behalen van de KRW-doelen en waterkwaliteitsdoelstellingen voorde overige stoffen. Daarom zal in samenwerking met de waterbeheer-ders een traject worden opgezet waarbij voor alle RWZI’s wordt bezienof en zo ja welke opgave hier ligt, door het uitvoeren van immissietoet-sen op het effluent.2.Verantwoordelijkheidsverdeling afvalwaterketenBij de afvalwaterketen is de bevoegdheidsverdeling over verschillendebestuurslagen verdeeld. Het Ministerie van IenW zal samen met dewaterschappen, provincies, gemeenten en Rijkswaterstaat deeffectiviteit van het huidige VTH-stelsel voor indirecte lozingenbeschouwen en tevens kijken waar de verbetermogelijkheden liggen.3.Vervolg pilot indirecte lozingenRecent is de pilot indirecte lozingen afgerond46. Het betreft eenproefproject met de focus op toezicht en handhaving bij lozingen vanbedrijfsafvalwater binnen de afvalwaterketen. Deze pilot is een van detry-outs onder het Interbestuurlijk Programma VergunningverleningToezicht en Handhaving. Samen met de betrokken partijen wordtbekeken hoe een vervolg kan worden gegeven aan de pilot.In aanloop naar het wetgevingsoverleg Water dit najaar zal de Kamergeïnformeerd worden over de aanpak van bovenstaande punten.45TZ202402–062.46https://www.hhnk.nl/pilot-indirecte-lozingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67215 Actualisatie van bestaande lozingsvergunningenVeel lozingsvergunningen zijn jaren geleden verleend. Het is van belangom daarvan regelmatig vast te stellen of ze nog actueel zijn in het lichtvan de vereiste bescherming van de waterkwaliteit, ook met het oog ophet tijdig bereiken van de KRW-doelen. De waterbeheerders zetten zich invoor het actualiseren van deze vergunningen. Daarnaast wordt onderactielijn 3 ook door het bedrijfsleven zelf gewerkt aan vergunningen dieKRW-proof zijn, als onderdeel van het actieprogramma KRW bedrijfs-leven.47Stand van zaken rijkswaterenRijkswaterstaat is het bevoegde gezag voor in totaal circa 727 vergun-ningen voor lozingen die plaatsvinden op de rijkswateren.48 Rijkswater-staat beziet al deze vergunningen om te kunnen beoordelen of ze nogvoldoen aan de eisen. Is dat niet het geval, dan moeten vergunningenworden herzien en in het uiterste geval worden ingetrokken.Veel aandacht gaat uit naar lozingen van de zogenoemde «IPPC-bedrijven»: dit zijn de bedrijven die vallen onder de Europese RichtlijnIndustriële Emissies en het betreft veelal de grote, industriële lozingen. Erzijn in totaal 211 lozingsvergunningen door Rijkswaterstaat verleend voorIPPC-bedrijven, waarvan er op dit moment 172 zijn bezien (meer dan80%). Van die 172 zijn er tot nu toe 60 actueel bevonden of is hetherzieningsproces afgerond. Voor de overige 516 vergunningen zijn er intotaal 94 bezien. Van die 94 vergunningen zijn er tot nu toe 61 actueelbevonden of inmiddels herzien.Rijkswaterstaat kampt – net zoals veel andere overheden en de marktpar-tijen – nog steeds met een capaciteitsgebrek voor het bezien en herzienvan lozingsvergunningen. Dit is een arbeidsintensief en langlopendtraject, waarvoor specialistische kennis en kunde benodigd is, en die isschaars. Het gaat in de regel om omvangrijike vergunningen (tientallen tothonderden pagina’s), die technisch en juridisch complex zijn. Daaromwordt extra ingezet op werving en behoud van medewerkers. Er wordt ditjaar gestart met een nieuw opleidingsprogramma en met een specifiekewervingscampagne voor vergunningverleners op het gebied vanwaterkwaliteit.Gezien de beperkte capaciteit is prioritering noodzakelijk. Hierbij geeftRijkswaterstaat prioriteit aan de lozingsvergunningen die naarverwachting het meest relevant zijn voor het behalen van de KRW-doelenin 2027. De vergunningen die aan tijdig doelbereik in de weg kunnenstaan, worden vóór eind 2027 bezien en indien nodig herzien. Voor deoverige vergunningen geldt dat deze eind 2029 bezien zullen zijn en –waar nodig – in 2033 herzien zullen zijn.De identificatie van vergunningen die relevant zijn voor het behalen vande KRW-doelen vindt plaats op basis van expertsessies met vergunning-verleners en toezichthouders. Dit zijn de lozingsvergunningen vanIPPC-bedrijven en de vergunningen van kleinere afvalverwerkers. Tevens47De Kamer is hierover geïnformeerd in de vorige KRW-voortgangsbrief. Kamerstuk 27 625, nr.661.48Het eerder aan de Kamer gemelde aantal van 800 lozingsvergunningen is hiermee bijgesteld.Bij het bezien van de vergunningen wordt soms geconstateerd dat sommige vergunde lozersniet langer actief zijn, of dat activiteiten niet meer vergunningplichtig zijn (en onder algemeneregels vallen). De overzichten met aantallen lozingsvergunningen voor rijkswateren kennendaarmee altijd een zekere dynamiek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67216 vindt onderzoek plaats naar KRW-probleemstoffen in KRW-oppervlakte-waterlichamen. Daaruit kunnen later dit jaar mogelijk nog vergunningenin beeld komen die ook relevant zijn voor het behalen van de KRW-doelenin 2027. Deze vergunningen krijgen dan – naast de vergunningen vanIPPC-bedrijven en kleinere afvalverwerkers – ook prioriteit bij het bezienen – indien nodig – herzien.Stand van zaken regionale wateren en indirecte lozingenOok de waterschappen (voor lozingen op de regionale wateren) enomgevingsdiensten (voor indirecte lozingen, namens provincies engemeenten) hebben een forse opgave voor het actualiseren van in hetverleden verleende lozingsvergunningen.De waterschappen hebben in beeld gebracht welke opgave er ligt enhoever ze daarmee staan. De doelstelling is ook hier om vóór eind 2027 demeest kritische vergunningen te hebben geactualiseerd. Verschillendewaterschappen hebben de ambitie uitgesproken om de vergunningenvoor de meest kritische lozingen in 2025 geactualiseerd te hebben. Dit isechter niet voor alle waterschappen mogelijk, onder andere dooronvoldoende beschikbare capaciteit en expertise. De provincies benutten2024 voor het completeren van het overzicht van te actualiseren vergun-ningen en bepalen daaromtrent de prioritering, mede met het oog optijdig KRW-doelbereik. In een enkele provincie wordt de actualiserings-opgave al opgepakt. Het Ministerie van IenW is in gesprek met zowel dewaterschappen als provincies om ze bij hun opgave te ondersteunen.Tijdelijke lozingsvergunningenBij het actualiseren van verleende vergunningen ligt de verantwoorde-lijkheid steeds bij het bevoegd gezag. Gezien de bestaande achterstandenbij bevoegde gezagen heeft de Rli geadviseerd om alleen nog vergun-ningen voor bepaalde tijd te verlenen en bestaande vergunningen dievoor onbepaalde tijd zijn verleend, uit te faseren. Dit zou de bewijslast vanactualisatie bij de lozer zelf leggen in plaats van bij het bevoegd gezag enkan in de toekomst bijdragen aan het voorkomen van niet-actuelevergunningen.Binnen het huidige wettelijke stelsel kan het bevoegd gezag lozingsver-gunningen al tijdelijk maken. De vraag is of het nodig en mogelijk isbevoegde gezagen hiertoe ook nader te instrueren. Deze vraag wordtopgepakt binnen het hierboven genoemde onderzoek naar de effectiviteitvan de regulering van de afvalwaterketen. Daarbij worden de ervaringenbetrokken die Rijkswaterstaat heeft opgedaan met betrekking tot hetambtshalve actualiseren van vergunningen, om zo te bezien op welkewijze vergunningen het beste actueel gehouden kunnen worden. Deconsequenties voor de benodigde inzet, uitvoerbaarheid en handhaaf-baarheid worden ook in beeld gebracht.Overzicht lozingen op de WaddenzeeTijdens het tweeminutendebat Wadden van 26 maart 2024 kwam de lijstmet vergunningen voor lozingen op de Waddenzee aan de orde die op8 mei 2023 aan de Kamer is gestuurd49 naar aanleiding van de motie vanhet lid Beckerman50. Aan het lid Kostic´ werd toegezegd dat zou wordenbekeken hoe inzage kan worden gegeven in de vergunningen die op delijst zijn genoemd en in de bijhorende inspectierapporten.49Kamerstuk 29 684, nr. 246.50Kamerstuk 33 576, nr. 334.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67217 Aan deze toezegging wordt uitvoering gegeven door erop te wijzen dat op12 maart 2024 door Rijkswaterstaat is beslist op een verzoek op grond vande Wet open overheid waarbij de vergunningen openbaar werdengemaakt.51 Over openbaarheid van de overige vergunningen van de lijsten van alle inspectierapporten is inmiddels ook beslist.52 Ten aanzien vanéén bedrijf is daarbij, vanwege een ingediende zienswijze, een uitgesteldebekendmaking toegepast zodat tegen de voorgenomen openbaarmakingnog een voorlopige voorziening bij de rechter kan worden gevraagd. Detoegezegde informatie is te vinden via de links in de voetnoten onderaandeze pagina.Europese ontwikkelingenMomenteel ligt een wetsvoorstel van de Europese Commissie voor totwijziging van de Richtlijn Prioritaire Stoffen, de Grondwaterrichtlijn en deKRW. Op 22 februari 2024 is de Kamer geïnformeerd over tweenon-papers die Nederland, met steun van diverse lidstaten, heeftingediend ten behoeve van de behandeling van dit wetsvoorstel.53Hiermee zet Nederland in op een alternatieve rapportagemethode, naasthet «one out, all out»-principe, om zo de verbetering van de waterkwaliteitbeter inzichtelijk te maken, en op enkele specifieke uitzonderingen op hetachteruitgangsverbod van de KRW.54Inmiddels hebben de lidstaten, na onderhandelingen in de Raadswerk-groepen, op 12 juni jl. een akkoord bereikt over een onderhandelings-mandaat voor de trilogen met het Europees Parlement.55 Hierin zijn dedoor Nederland gewenste uitzonderingen op het achteruitgangsverbodvan de KRW opgenomen, en is aangegeven dat de Commissie naderewetgeving zal maken met betrekking tot een alternatieve rapportageme-thode naast het «one out, all out»-principe. Mede op aandringen vanNederland zijn er daarnaast realistischer termijnen verbonden aan devoorgestelde nieuwe normen, met de mogelijkheid tot toepassing vanuitzonderingsmogelijkheden, en wordt het mogelijk om nieuwe meetme-thoden toe te passen waardoor de reguliere monitoringsinspanning kanverminderen.Hiermee hebben de non-papers hun effect gehad en is ook de overigeactieve inzet van Nederland in het onderhandelingstraject tot dusver zeersuccesvol geweest. Met het voorgaande is voldaan aan de motie Krulc.s.56, de motie Minhas en Stoffer57, de motie Minhas c.s.58, en hetverzoek van de Kamer om een voorafgaand aan het commissiedebatWater van 25 juni geïnformeerd te worden over de reactie van deEuropese Commissie op de non-papers en over de stand van zaken van deEuropese onderhandelingen.5951zie https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/woo-verzoeken/woo-besluit-lozingsvergunningen-1e/52Raadpleegbaar via https://open.rijkswaterstaat.nl/open-overheid/woo-verzoeken/woo-besluit-lozingsvergunningen-2e/53Kamerstuk 27 625, nr. 664.54Het gaat om het tijdelijke effecten zonder langetermijngevolgen en om projecten die enkelbestaande verontreinigingen verplaatsen en geen nieuwe verontreiniging toevoegen.55Het akkoord is (in het Engels) beschikbaar via https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11383-2024-INIT/en/pdf/.56Kamerstuk 27 625, nr. 611.57Kamerstuk 27 625, nr. 580.58Kamerstuk 27 625, nr. 603.592024Z03255.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67218 Tot slotAlle betrokken partijen streven naar schoon en gezond water in het heleland. De kwaliteit van ons oppervlaktewater is de afgelopen jarenverbeterd, maar er moet nog meer gebeuren. Niet alleen om in 2027 tevoldoen aan de eisen van de KRW, maar vooral ook voor water datgeschikt is voor drinkwater, landbouw, industrie, planten en dieren, enzodat wij allemaal veilig kunnen vertoeven in en op het mooie water datons land zo kenmerkt.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,M.G.J. HarbersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 27 625, nr. 67219
Gerelateerde bronnen
- De minister zegt toe om het intrekkingsbeleid van vergunningen met de provincies te bespreken, om de zorgen over onder andere de lelieteelt en graszodenbedrijve
De minister zegt toe om het intrekkingsbeleid van vergunningen met de provincies te bespreken, om de zorgen over onder andere de lelieteelt en graszodenbedrijven over te brengen en om de commissie hierover voor het commissiedebat Water in juni te informeren.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.