Evaluatie van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) 2020 - 2024
Brontekst
Versie f22a0c17bde92711 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 694 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 mei 2026Met deze brief ontvangt u de evaluatie van de SamenwerkingsorganisatieBeroepsonderwijs Bedrijfsleven (hierna: SBB), uitgevoerd door KWINKGroep en Oberon. In deze brief geef ik mijn reactie op de conclusies enaanbevelingen van de onderzoekers.SBB is een privaatrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo) die deaansluiting tussen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en hetbedrijfsleven bevordert. SBB draagt onder andere zorg voor het erkennenen begeleiden van leerbedrijven voor stages en leerbanen, ontwikkelt enonderhoudt de kwalificatiestructuur en levert stage- en arbeidsmarktinfor-matie. De taken die SBB uitvoert zijn vastgelegd in de Wet EducatieBeroepsonderwijs (WEB). SBB voert deze taken uit in opdracht van hetMinisterie van OCW. Binnen deze wettelijke taken voert SBB ookactiviteiten uit voor andere departementen, zoals SZW.Binnen SBB werken het beroepsonderwijs en (georganiseerd) bedrijfs-leven samen in de bestuurlijke organisatie. Hier maken vertegenwoor-digers van het beroepsonderwijs en bedrijfsleven afspraken om deaansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te bevorderen. Dewerkorganisatie van SBB voert de taken van SBB uit.Evaluatie conform Kaderwet zbo’sMet de overgang van de taken van de verschillende kenniscentra naarSBB in 2015, werd SBB aangewezen als een zbo en valt ze onder deKaderwet zbo’s. In artikel 39 van deze wet is bepaald dat een zbo elke vijfjaar wordt geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid. Hetonderzoek dat is uitgevoerd heeft betrekking op de periode 2020 tot enmet 2024. De onderzoekers hebben de opdracht gekregen de doelma-tigheid en doeltreffendheid te onderzoeken en aanbevelingen te doen terverbetering. Naast algemene vragen zijn gerichte aandachtspunten kst-31524-694ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6941 meegegeven aan de onderzoekers, zoals rondom de interne en externegovernance.1Context SBB – coronacrisis en Klaar voor de ToekomstTijdens de evaluatieperiode waren er enkele ontwikkelingen. Zo speelde inde periode 2020 – 2022 de coronacrisis een grote rol, met een tekort aanstageplekken en leerbanen als gevolg. Er zijn verschillende incidentelemiddelen beschikbaar gesteld om ontstane problemen op te vangen.Daarnaast heeft SBB tijdens de evaluatieperiode (2020 – 2024) – in nauwoverleg met OCW – een plan opgesteld om zich gereed te maken voor detoekomst. De komende jaren daalt het budget van SBB, onder anderedoor het aflopen van incidentele middelen voor tijdelijke taken. SBB pastop basis van het plan «klaar voor de toekomst» haar organisatiestructuur,dienstverlening en personele omvang aan. Het plan bestaat onder andereuit efficiëntiemaatregelen door digitalisering van de uitvoering. Deconclusies en aanbevelingen uit het evaluatierapport moeten bezien enopgepakt worden binnen deze organisatiecontext.Algemene appreciatie van de evaluatieHet evaluatierapport schetst een positief beeld van SBB. De onderzoekersconcluderen dat op basis van activiteiten en resultaten over 2020–2024SBB in de uitvoering van haar taken grotendeels doeltreffend is. SBB geeftinvulling aan haar wettelijke taken en de activiteiten die zij uitvoert dragenbij aan beoogde doelen. Ik onderschrijf dit beeld: SBB vervult eenbelangrijke rol voor de aansluiting van het beroepsonderwijs op dearbeidsmarkt.Aandachtspunten en aanbevelingenDe onderzoekers benoemen ook een aantal punten ter verbetering van dedoelmatigheid en doeltreffendheid, en doen verschillende aanbevelingengericht aan zowel SBB als aan mijn ministerie. Recent is er in de driehoekvan opdrachtgever, opdrachtnemer en eigenaar afgesproken gezamenlijkeen concreet plan te maken om uitvoering te geven aan de aanbeve-lingen. Onderstaande reactie is mijn eerste reflectie op de door deonderzoekers genoemde aanbevelingen.1. Kwalificatiestructuur De onderzoekers hebben zorgen over langdurige en arbeidsintensieveprocedures en daarmee lage ontwikkelsnelheid van (nieuwe) kwalificaties.Zij zien dat snelle ontwikkelingen in het werkveld de kwaliteit en responsi-viteit van de kwalificatiestructuur onder druk zet.Zij doen de aanbevelingen aan OCW en SBB om te zorgen voor meereigenaarschap in de keten van de kwalificatiestructuur, en het vergrotenvan de flexibiliteit in het onderhouds- en ontwikkelproces van dekwalificatiestructuur.Het proces om komen tot nieuwe of herziene kwalificatiedossiers, is doorSBB zorgvuldig ingericht. SBB is in de uitvoering hiervan mede afhankelijkvan onderwijsinstellingen en bedrijfsleven. Dit leidt tot hogere kwaliteit enhet vergroten van draagvlak, maar ik herken ook dat dit soms tot langedoorlooptijden leidt. Het is van belang dat de kwalificatiestructuurbestendig is en daarmee een goede basis vormt voor de opleidingen in1In het onderzoeksrapport in de bijlage zijn de onderzoeksvragen terug te vinden die door deonderzoekers in de evaluatie zijn behandeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6942 het mbo, maar ook dat het onderwijs flexibel kan meebewegen metontwikkelingen op de snel veranderende arbeidsmarkt.Om dit te verbeteren wordt er door SBB en OCW al samengewerkt aaneen toekomstbestendige kwalificatiestructuur, onder andere op basis vanhet eerdere advies van SBB2 hierover. SBB werkt aan maatregelen omprocessen te optimaliseren, om inhoud te harmoniseren en om passendeondersteuning te leveren. Het gaat dan bijvoorbeeld om een dynamischeonderhoudsagenda, waardoor op meerdere momenten in het jaarkwalificaties aangepast kunnen worden. Dit zorgt ervoor dat kwalificatiessneller en beter aansluiten bij actuele ontwikkelingen. Dit jaar zullen wehier de eerste uitkomsten van gaan zien. Ik zal deze inspanningen goedvolgen en waar nodig aanvullende maatregelen bespreken met SBB.2. Beroepspraktijkvorming De onderzoekers constateren dat de grip van SBB op de kwaliteit vanleerbedrijven die de beroepspraktijkvorming (bpv) aanbieden, beter kan.SBB is naast de eigen waarneming ook afhankelijk van onder andere deafstemming met scholen en de bereidheid van studenten om melding temaken van een kwaliteitsprobleem tijdens de stage. De onderzoekersdoen de aanbeveling aan SBB om de condities om te komen tot risicoge-richt toezicht bij leerbedrijven te verbeteren. Ook adviseren ze om dekwaliteit van bpv te versterken door met name in te zetten op de plekkenwaar winst te behalen valt. Dit kan door het gerichter inzetten vanbezoeken en gesprekken van SBB aan leerbedrijven waar de kwaliteit kanworden verbeterd. De BPV Monitor is volgens de onderzoekers eenkrachtig instrument om de kwaliteit te monitoren. Om de respons enrepresentativiteit te verhogen bevelen de onderzoekers aan om studentenrechtstreeks te bevragen in plaats van via de praktijkbegeleiders.De bpv is een belangrijk onderdeel van de opleiding van elkembo-student. Het is daarom essentieel dat de begeleiding van de studentop orde is en van goede kwaliteit. Helaas blijkt uit de midterm review vanhet Stagepact dat op teveel plekken de stagebegeleiding, vanuit school enleerbedrijf, beter kan en moet. Dit is een opgave voor mbo-instellingen,het bedrijfsleven én SBB. SBB is al aan de slag met aanpassingen aan deBPV Monitor, door onder andere na te gaan hoe ze de student beterkunnen betrekken en de respons daarmee te verhogen. In het kader vanKlaar voor de Toekomst is SBB ook aan het kijken hoe eigen data eninformatie van samenwerkingspartners gebruikt kan worden voor meerrisicogericht toezicht. De verbeteringen ten aanzien van de BPV Monitoren de beweging naar meer risicogericht toezicht zijn belangrijke eerstestappen. Ik blijf dit volgen, en blijf met SBB in gesprek om te bezien watverder nodig.3. Onderzoek en aanvullende taken De onderzoekers constateren dat SBB het onderwijs en bedrijfslevenondersteunt met eenduidige en gevalideerde cijfers, maar er onvoldoendeinzicht is op welke onderzoeken het meest worden gebruikt of gewaar-deerd door stakeholders. Ook omdat een prioritering van onderzoekenontbreekt. Zij bevelen daarom aan om te werken met een meerjarenonder-zoeksagenda, te zorgen voor prioritering van onderzoeken en ruimte tehouden voor maatwerkvragen. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling vande Atlas mbo en arbeidsmarkt.2Kamerstukken II, 31 524, nr. 592.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6943 Ik vind het van groot belang dat feiten en cijfers ten aanzien vanaansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt op één centrale plekvindbaar zijn. SBB ondersteunt het onderwijs en bedrijfsleven hiermee.Voor een doelmatige besteding van overheidsmiddelen roep ik SBB werkte maken van deze aanbeveling en een meerjarenonderzoeksagenda op testellen, en om goed te (blijven) kijken naar de bruikbaarheid enwaardering van bepaalde databronnen en onderzoeken.4. Governance De onderzoekers schrijven dat de samenstelling van de bestuurlijkeorganisatie met onderwijs en bedrijfsleven de kracht van SBB is, maar ookvoor uitdagingen zorgt als het gaat om de flexibiliteit en adaptievebesluitvorming. SBB had dit zelf ook geconstateerd en heeft daarom in2025 een evaluatie van de bestuurlijke organisatie laten uitvoeren om nate gaan of deze aansluit bij de strategische opgaven van de komendejaren. Daar zijn aanbevelingen uit gekomen waar SBB mee aan de slag is.De aanbevelingen uit de evaluatie die SBB zelf heeft laten uitvoeren gaanonder andere over het optimaliseren van de samenwerking en uitvoering,het prioriteren en afbakenen van strategische opgaven en het beterorganiseren van evaluatiemomenten.De onderzoekers van de zbo-evaluatie vinden de uitkomsten van deevaluatie van SBB ook belangrijke aandachtspunten. Zij adviseren dan ookom de aanbevelingen uit de evaluatie van de bestuurlijke organisatieprioriteit te geven en te voorkomen dat de bestuurlijke inrichting van SBBbij de volgende evaluatie opnieuw onderwerp van gesprek is. Ik onder-schrijf het belang van deze aanbeveling. De afgelopen jaren is debestuurlijke inrichting (en de voor- en nadelen ervan) regelmatig aan deorde geweest. De unieke inrichting van SBB mag geen belemmeringvormen voor flexibele en adaptieve besluitvorming. Ik zie dat SBBvoortvarend aan de slag is met de aanbevelingen uit de eigen evaluatieomtrent dit punt en OCW wordt hier regelmatig over geïnformeerd. Ikverwacht dat dit tot verbetering gaat leiden.Periodiek stelt SBB een meerjarenbeleidsagenda op, waarin zij haarstrategie, doelen en aanpak van haar wettelijke taken voor een aantaljaren vaststelt. Jaarlijks stelt SBB ook een strategisch plan op, waarin zijuitwerkt wat er in de uitvoering wijzigt op basis van de meerjarenbeleidsa-genda. De onderzoekers stellen vast dat de meerjarenbeleidsagenda maarbeperkt richting geeft aan concrete activiteiten van de werkorganisatie ofvoor een verantwoording over doelbereik. Zij stellen dat de agendarichtinggevender kan worden wanneer de koppeling tussen wettelijketaken, doelen en hoe welke activiteiten daaraan bij dragen wordt versterkt.Ik merk op dat er verschillende documenten zijn (visies, plannen,agenda’s) die SBB periodiek opstelt. Elk van die documenten dient eenander doel. Sommige van deze documenten dienen goed afgestemd teworden met OCW en/of met andere stakeholders, terwijl andere voorintern gebruik zijn. Het is van belang dat SBB zorgt voor voldoendeduidelijkheid hierover, en de verschillende documenten goed op elkaar ende wettelijke taken afstemt. De documenten moeten SBB helpen om ophaar doeltreffendheid te sturen en haar doelbereik te vergroten. Ik roepSBB op om hier de komende periode mee aan de slag te gaan, en daarstakeholders en mijzelf bij te betrekken.Verder constateren de onderzoekers dat sturing op doeltreffendheid endoelmatigheid door de opdrachtgever en eigenaar een aandachtspunt is.Zij roepen OCW op om te zorgen voor meer zicht en grip door sturingsin-formatie door het opstellen van een beleidstheorie en samen met SBBverder te werken aan de KPI’s. Daarvoor staat al een goede basis: SBBTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6944 heeft een KPI-dashboard gemaakt dat continue wordt doorontwikkeld.Daar is ook regelmatig met OCW het gesprek over. Ik neem de aanbe-veling over het opstellen van een beleidstheorie ter harte en werk graagmet SBB verder aan het uitwerken van de KPI’s. Op deze manier verkrijg ikrelevante sturingsinformatie die mij meer zicht en grip geven.Ook zal ik SBB met de kaderbrief vragen om via haar meerjarenbeleidsa-genda en strategisch plan haar organisatie bij te sturen op actueleactiviteiten en thema’s. Tevens zal ik met SBB een gezamenlijk documentuitwerken over de invulling van onze samenwerking. Bij deze afsprakenzal er oog zijn voor de scheiding van de rollen van opdrachtnemer,opdrachtgever en eigenaar.5. Financiën De onderzoekers benoemen dat de financiële context van SBB verderesturing op doelmatigheid noodzakelijk maakt. Ze benoemen het scherperprioriteren binnen het beschikbare budget en het maken van explicietekeuzes over welke activiteiten het belangrijkst zijn. Dat vereist ook dat SBBkritisch is op de ontwikkeling van haar personeelskosten, waarbij deonderzoekers aangeven dat met name ten aanzien van externe inhuur enuitbesteed werk besparingen mogelijk zijn.In mijn gesprekken met SBB in de afgelopen jaren is de financiële contextregelmatig onderwerp van gesprek. Het is goed om te zien dat SBB daarinstappen zet met haar plan klaar voor de toekomst. Met deze afspraken gaik ervanuit dat SBB haar taken kan uitvoeren binnen de huidige financiëlecontext, en daar met OCW over in gesprek blijft.Tot slotSBB en haar medewerkers spelen een belangrijke rol in de aansluiting vanhet mbo onderwijs op de arbeidsmarkt. Zij dragen er aan bij dat studentengoede stages kunnen lopen, en onderwijs krijgen dat afgestemd is op dearbeidsmarkt. Gelet op de krapte op de arbeidsmarkt en grote maatschap-pelijke opgaven neemt de relevantie hiervan alleen maar toe. Dat vereistdat SBB in gesprek blijft met haar samenwerkingspartners en OCW overhaar taakuitoefening. De evaluatie bevat daartoe belangrijke aanbeve-lingen, voor SBB en voor OCW. Zowel SBB als ik zal hiermee aan de slaggaan, waarbij ik erop zal toezien dat de uitvoering voortvarend wordtopgepakt.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6945
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.