KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de Jaarrapportage Belastingdienst 2024 (Kamerstuk 31066-1504)

13 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d91d7e87b084f39c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 066BelastingdienstNr. 1519 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 november 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van22 mei 2025 over de Jaarrapportage Belastingdienst 2024 (Kamerstuk31 066, nr. 1504).De vragen en opmerkingen zijn op 26 juni 2025 aan de Staatssecretarisvan Financiën voorgelegd. Bij brief van 13 november 2025 zijn de vragenbeantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der LeeAdjunct-griffier van de commissie,Lips kst-31066-1519ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15191 Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van debewindspersoon1. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de loon- eninkomensheffingen verreweg het meeste opbrengen van de Nederlandsebelastingen; meer dan vier keer zoveel als de vennootschapsbelasting.Tegelijkertijd signaleren de leden dat de vennootschapsbelasting veelmeer van de Belastingdienst aan personele inzet vraagt. Zij vragen of deStaatssecretaris hierop te reflecteren en aan te geven of de oorzaakhiervan vooral ligt in complexiteit, in het tegengaan van fraude, of nogiets anders. Daarnaast vragen zij of er mogelijkheden zijn om hetbenodigde aantal medewerkers voor de uitvoering van de vennootschaps-belasting en andere heffingen voor het bedrijfsleven terug te dringen.Antwoord vraag 1: Het klopt dat de loon- en inkomensheffingen meeropbrengen dan de vennootschapsbelasting (vpb). Er wordt binnen deBelastingdienst geen exacte verdeling van personeel en kosten perbelastingmiddel gemaakt. In grote lijnen kan gesteld worden dat de loon-en inkomstenheffingen (inclusief premies) minder capaciteit vergen dande vpb. Dit komt door de heffingssystematiek en verregaande automati-sering binnen de loonheffingen (inclusief premies). Binnen de loon- eninkomensheffingen is de inkomensheffing arbeidsintensiever dan deloonheffingen vanwege de populatie, dienstverlening, controles én de box3-situatie die complexiteit toevoegt.De vpb-wetgeving kent meer complexiteit dan de loon- en inkomensbe-lasting. De vpb is namelijk gericht op het zo goed mogelijk aansluiten bijde economische realiteit. Daarom zijn «open normen» opgenomen: dezezijn contextueel en daarmee complex.1 Zo zijn er keuzemogelijkheden infaciliteiten. Ook versterkt de internationale dimensie de complexiteit.Mogelijkheden om het benodigde aantal medewerkers voor uitvoeringvan de vpb en andere heffingen voor het bedrijfsleven terug te dringenzijn:–Het reduceren van complexiteit van wetgeving, het rationaliseren(vereenvoudigen en stroomlijnen) van waarderingssystematieken enhet kiezen voor scherpe digitaliseerbare normen boven open normen.De hoge mate van complexiteit van wet- en regelgeving en handmatigwerk drijft kosten omhoog.–Het versterken van de automatisering. Verdere integratie van softwareen samenwerking met softwareleveranciers kan werk voorkomen, hierwordt met Tax Administration 3.02 al op ingezet. Daarnaast kangeautomatiseerde ondersteuning van de handhaving ook bijdragen.Op die manier kunnen fouten beter gedetecteerd worden en kanhistorische fiscale informatie vooraf op maat beschikbaar wordengesteld. Gegeven de druk van modernisering en wetswijzigingen is deICT-capaciteit voor betere ondersteuning van de handhaving echterbeperkt.–Terughoudendheid betrachten met het doorvoeren van wijzigingen endaarmee de rechtszekerheid versterken. Gegeven de internationalecontext is die keuzeruimte hierin voor de vpb echter doorgaansbeperkt, omdat Nederland gehouden is aan wijzigingen die ininternationaal verband worden afgesproken.1Verbondenheid in het belastingrecht (Fiscale Monografieën nr. 128), 12.7 Open normen ofscherpe normen | InView2https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2020/12/tax-administration-3-0-the-digital-transformation-of-tax-administration_886337a7/ca274cc5-en.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15192 2. Voorts lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de bereik-baarheid van de BelastingTelefoon vorig jaar verbeterd is. Deze ledenvragen de Staatssecretaris welke doelstelling hij hanteert op dit gebied enook op het gebied van de bereikbaarheid van de webcare.Antwoord vraag 2: De streefwaarde voor bereikbaarheid van deBelastingTelefoon is 90% en voor bereikbaarheid van de Webcare 80%. Zievoor de realisatie pagina’s 6, 13 en 17 van de jaarrapportage 2024.3. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn verheugd over het feit datde bezettingsgraad toegenomen is tot ongeveer 100 procent. Ze zijn welbenieuwd wat de vooruitzichten op dit gebied zijn en of de Staatssecre-taris verwacht dat er een nieuw tekort aan medewerkers ontstaat als deWet tegenbewijsregeling box 3 en de Wet werkelijk rendement box 3worden aangenomen.Antwoord vraag 3: In 2025 zijn tot en met juni 1.615 fte aanmedewerkers bij de Belastingdienst ingestroomd. Verrekend met deuitstroom heeft dit geleid tot een netto toename in bezetting van 489 fte.De totale bezetting komt daarmee op 28.844 fte. Afgezet tegen het huidigeformatieve kader, resulteert dat in een bezettingsgraad van 100,5%.Ondanks deze instroom van medewerkers, blijft de personele bezetting enhet werven en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel bij deBelastingdienst ook in de toekomst een aandachtspunt.De extra capaciteit die in het kader van de wet tegenbewijsregeling en dewet werkelijk rendement box 3 moet worden aangetrokken, is al meege-nomen in de jaarlijkse wervingsplanning. Daarmee wordt in die behoeftevoorzien en past die bezetting binnen het personeelsbudget van deBelastingdienst. De tegenbewijsregeling box 3 vereist de werving enopleiding van veel medewerkers in korte tijd. Daarom blijft een risicobestaan dat dit niet volledig lukt. Op het moment dat er te weinigpersoneel geworven wordt, kan dit leiden tot minder toezicht, vertragingin de hersteloperatie of minder dienstverlening.4. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tot slot of deverhoging van de capaciteit in IV-dagen betekent dat er ook meer mogelijkis qua nieuwe heffingen of structuurwijzigingen. Daarnaast vragen zij hoehet nu staat met de modernisering van de ICT bij de Belastingdienst,welke systemen nog niet zijn gemoderniseerd en wanneer de Staatssecre-taris verwacht dat de modernisering volledig voltooid is.Antwoord vraag 4: De beschikbare IV-capaciteit is op dit momentpassend voor de essentiële modernisering en de politieke toezeggingen.De beleidsvoorstellen die zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 zijngeborgd. Ook blijft het mogelijk om jaarlijks (parameter-)aanpassingenmet beperkte impact uit te voeren.Met betrekking tot modernisering van het ICT-landschap verwijs ik u naarde stand-van-zakenbrief, die uw Kamer gelijktijdig met deze beant-woording. Daarnaast heeft uw Kamer op Prinsjesdag het «OverzichtUitvoerbaarheid» ontvangen waarin een stand van zaken per keten isopgenomen.5. De leden van de VVD-fractie lezen dat een aanzienlijke uitstroom tot enmet 2028 verwacht wordt, waarbij veel medewerkers (9.000 fte) deorganisatie zullen verlaten. Deze leden zien graag een overzicht hoeveelmedewerkers de Belastingdienst hebben verlaten in 2021, 2022, 2023 en2024 en inzicht in de reden van vertrek: vanwege het behalen van depensioengerechtigde leeftijd of vanwege andere redenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15193 Antwoord vraag 5: Voor een actueel beeld is in onderstaande tabel deuitstroom in fte van de jaren 2021 t/m heden van de Belastingdienstweergegeven. De leeftijdsuitstroom in 2021 en 2022 kan door gebrek aandata niet worden weergeven.JaarTotaleuitstroom infte’sTotaleuitstroom alspercentage vanbezettingWaarvan > 65jaar(percentagevan totaal)Waarvan < 65jaar (percentagevan totaal)20211.203–––20221.491–––20231.8847,4%747 (40%)1.137 (60%)20242.0607,6%769 (37%)1.291 (63%)2025 (prognose)2.1367,5%730 (34%)1.406 (66%) Te zien is dat de externe uitstroom in absolute aantallen toeneemt. Maaruitgedrukt als percentage van de bezetting aan het begin van het jaar blijftde uitstroom nagenoeg gelijk: 7,4% in 2023, 7,6% in 2024 en 7,5% in 2025.Landelijk ligt dit cijfer op een gemiddelde van 10%.6. Ook lezen de leden van de VVD-fractie dat de Belastingdienst in 2024geslaagd is de capaciteit te verhogen naar 668.000 IV-dagen. Zij vragennaar de verdeling van deze IV-dagen in 2019, 2020, 2021, 2022 en 2023 alshet gaat om regulier onderhoud, modernisering en beleidswensen.Antwoord vraag 6: Het aantal IV-dagen laat zien hoeveel tijd er bij deBelastingdienst besteed wordt aan ICT. Van 2019 tot en met 2023 zag deverdeling van de IV-dagen er als volgt uit:20192020202120222023Beheer & onderhoud325.600337.600341.900358.900324.913ProjectenWetgeving33.90031.60047.00045.50031.756Modernise-ring61.80064.60080.40074.80080.102Vernieuwing157.30072.10093.30081.50078.846Subtotaal153.000168.300220.700201.800190.705Jaaraanpassingen55.50041.40032.60029.70028.1311 Het verschil tussen modernisering en vernieuwing, is dat modernisering wordt ingegeven doorverouderde techniek of applicaties die de continuïteit van processen in gevaar brengen. Somsvolstaat het om de techniek te vervangen (refactoring), maar vaak wordt ook het proces heront-worpen. Vernieuwing komt voort uit de wens om processen te verbeteren of uit te breiden metnieuwe functionaliteit. Beide leiden vaak tot een nieuwe applicatie, maar modernisering draaitom technische noodzaak en continuïteit, terwijl vernieuwing voortkomt uit veranderende proces-behoeften In IV-dagen7. De leden van de VVD-fractie lezen dat de aanbesteding van het nieuweomzetbelastingsysteem na een juridische procedure begin 2025 isgegund. Zij vragen naar de planning voor de implementatie en welkerisico’s er zijn die de beoogde implementatiedatum bedreigen.Antwoord vraag 7: De planning voor de implementatie van deOB-processen in het pakket Gentax dat door de leverancier wordt gebruiktis als volgt:–juli 2026 VAT-refund;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15194 –juli 2027 de binnenlandse omzetbelasting, intracommunautaireprocessen en de NL-KOR (kleine ondernemersregeling);–juli 2028 EU btw e-commerce/ One Stop Shop en EU-KOR.Om deze planning tot uitvoering te brengen is het belangrijk omvoldoende medewerkers met kennis en expertise voor deze veran-deropgave beschikbaar te hebben en te behouden.8. Ook lezen de VVD-leden dat er nu acties lopen op de acht onvolkomen-heden en aandachtspunten van het verantwoordingsonderzoek over 2024van de Algemene Rekenkamer. De leden vragen om een naderetoelichting op deze acties, wat de inzet is van mensen en middelen enwaar deze acties afhankelijk van zijn.Antwoord vraag 8: Zoals de Algemene Rekenkamer ook in haar rapportvermeldt, de Belastingdienst neemt deze onvolkomenheden enaandachtspunten serieus. Op alle dossiers laat de Belastingdienstverbeteringen zien.Een aantal van de geconstateerde onvolkomenheden en aandachtspuntenis niet nieuw en hierop liepen al verbeteracties. In onderstaande tabelstaan de belangrijkste verbeteracties voor de onvolkomenheden enaandachtspunten waar de Belastingdienst in 2025 (en verder) aan werkt.44Zie ook: Kamerstukken II 2024/2025, 36 740, nr. IX - 9Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15195 Onvolkomenheid (OVK)/Aandachtspunt (AP)SindsVerbeteractiesM&O (misbruik en oneigenlijkgebruik)-beleid Belastingdienst MKBen UHB (OVK)2021– De Belastingdienst heeft in 2024veel voortgang geboekt bij het oporde brengen van de plan-do-check-act-cyclus (PDCA-cyclus)– Daarnaast heeft de Belastingdienstin 2024 de laatste belangrijkebeleidskaders (Keuzeproces enInzicht) in gebruik genomen.– In het Verantwoordingsonderzoek2024 heeft de AR geconcludeerd datde Belastingdienst nog stappenmoet zetten bij het binnen dePDCA-cyclus aantonen van opzet,bestaan en werking van hetM&O-beleid bij de directie MKB.– In 2025 worden het Handhavings-plan MKB en de operationelehandhavingsplannen verderdoorontwikkeld, waarbij degemaakte keuzes meer inzichtelijkworden gemaakt.– De Belastingdienst past deuitgangspunten van de Uitvoerings-en Handhavingsstrategie (UHS) zotoe dat er sprake is van een optimaleinzet van de handhavingsinstrumen-ten waaronder toezicht. Dat de UHSwerkt is in de «Evaluatie Toezicht»door Panteia vastgesteld. DeBelastingdienst heeft een door PwCaangereikte methodiek verkend ominzicht in een acceptabel niveau vantoezicht te krijgen. De verkenning isafgerond. De conclusie van deverkenning is dat de methodiek niettoepasbaar is binnen de Belasting-dienst. De opgedane inzichtenworden wel verder meegenomen inde doorontwikkeling van dehandhaving.IT-legacy grote belastingmiddelen(OVK)2023– Het oplossen van deze onvolko-menheid kent een doorlooptijd tot enmet 2027, parallel aan het uitfaserenvan verouderde systemen zoalsCool:gen. Hierbij kunnen onvoor-ziene ontwikkelingen tot een andertijdpad leiden.– Deze moderniseringstrajectenkrijgen binnen de Belastingdienst dehoogste prioriteit binnen hetmeerjarenportfolio en op derealisatie wordt nauwlettendtoegezien en waar nodig bijgestuurd.– In het overzicht uitvoerbaarheid bijhet Belastingplan 20261 en de bijlageActuele ontwikkelingen, moties entoezeggingen van de stand-van-zakenbrief Belastingdienst wordt uwKamer specifieker geïnformeerd overde voortgang met betrekking tot demodernisering Omzetbelasting en deuitfasering van Cool:Gen in deketens Inkomensheffingen enLoonheffingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15196 Onvolkomenheid (OVK)/Aandachtspunt (AP)SindsVerbeteractiesBetalingsregelingen Belastingdienst(OVK)2023– De Belastingdienst participeert indiverse interdepartementaletrajecten, zoals het ProgrammaDoorontwikkeling ClusteringRijksincasso en de WerkgroepUniformeren bestaansminimum.Hierin onderzoeken verschillendeoverheidsorganisaties de wenselijk-heid en de mogelijkheden voor hetuniformeren van de diverse normendie schuldeisers hanteren voor hetvaststellen van het bestaansmini-mum in betalingsregelingen (zoalsde beslagvrije voet en het vrij telaten bedrag). De planning is dat hetonderzoek in de tweede helft van2025 is afgerond.– Op 1 juni jl. is het experimentVroegsignalering WGS1 gestart,waarbij 10 gemeenten, de Belasting-dienst en Dienst Toeslagen samen-werken om mogelijke problemati-sche schulden eerder te signalerenen om burgers tijdig passende hulpte bieden. De eerste resultatenworden eind 2025 verwacht. Zo heeftde Belastingdienst een contractafgesloten met Geldfit voor de duurvan vier jaar. De ingekochtedienstverlening is bedoeld voor hulpaan burgers en ondernemers diefinanciële zorgen hebben.– Sinds 1 juli jl. is de Leidraadbepa-ling – die ziet op aflossingen aanderden – aangepast, waardoor deruimte in het recht beter totuitdrukking komt. Als het niet-betalen van aflossingen aan derdentot ongewenste effecten kan leiden,kan met die aflossingen rekeningworden gehouden bij het bepalenvan de betalingscapaciteit voor eenbetalingsregeling.– Verschillende maatregelen uit deherijking van de invorderingsstrate-gie van de Belastingdienst zijn ofworden geïmplementeerd. Bijvoor-beeld het verlengde uitstel vanbetaling (met eventueel eenkwijtscheldingsmogelijkheid) bijilliquide vermogen, dat op 1 juli jl. inwerking is getreden. Door dezemaatregel hoeft (onder voorwaar-den) een burger met een schuld zijnwoning (met overwaarde) niet teverkopen om zijn schuld bij deBelastingdienst te voldoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15197 Onvolkomenheid (OVK)/Aandachtspunt (AP)SindsVerbeteractiesInkoopbeheer: onduidelijkeverlengingsopties inhuur (AP)2023– De Algemene Rekenkamerbestempelt de door de Belasting-dienst ingeroepen verlengingsoptiesop oude nadere overeenkomstenonrechtmatig, omdat zij van meningis dat de verlengingsopties in dezenadere overeenkomsten onvol-doende zijn gespecificeerd.– De Belastingdienst heeft maatrege-len getroffen om er voor te zorgendat er betere specificering vanverlengingsopties plaatsvindt innieuwe nadere overeenkomsten,opgesteld in 2024 of later. Omdat despecificering alleen oude nadereovereenkomsten betreft, lost ditprobleem zich vanzelf op, nadat delooptijd van deze contracten isverstreken.Inkoopbeheer: dossiersIT-aanbestedingen niet op orde (AP)2024– Bij drie contracten werd in 2024niet volledig voldaan aan devoorgeschreven processtappen bijde onderhandelingsprocedurezonder aankondiging.– De Belastingdienst heeft actiesgenomen om herhaling hiervan tevoorkomen. Er is een verbeterdkader opgesteld waarin de minimalevereisten voor dossiervorming zijnopgenomen. Er wordt toegezien opde naleving van dit kader doormiddel van monitoring en (verbijzon-derde) interne controle.Informatiebeveiliging: kwetsbaarhe-den (AP)2023– Hoewel de geconstateerde risico’sen kwetsbaarheden geen directenegatieve gevolgen hebben,onderneemt de Belastingdienstacties om deze kwetsbaarheden zosnel mogelijk op te lossen.– De Belastingdienst richt eengeautomatiseerd «VulnerabilityManagement»-proces in. Dit zorgtvoor een actueel en volledigoverzicht van de eventuele kwets-baarheden in de software, zodathierop tijdig en adequaat kanworden gereageerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15198 Onvolkomenheid (OVK)/Aandachtspunt (AP)SindsVerbeteractiesInformatiebeveiliging: sturing enbeheersing (AP)2024– Er is binnen de Belastingdienst eenplan-do-check-act-cyclus voorinformatiebeveiliging aanwezig,maar deze is nog niet toereikend.Om die reden onderneemt deBelastingdienst een aantal aanvul-lende acties om de beveiligingsrisi-co’s zo goed mogelijk te mitigeren.– Ten eerste wordt de mate vanrisicobereidheid, in relatie totinformatiebeveiliging, verderuitgewerkt. Dit zal het nemen vanbeslissingen, het bepalen van dejuiste beheersmaatregelen en hetrichten van de organisatie op heteffectief omgaan met risico’s, verderverbeteren.– Daarnaast wordt er gewerkt aanhet versterken van de governancevan informatiebeveiliging waardoorverantwoordelijkheden duidelijkerworden en transparantie toeneemt.Dit maakt beslissingen, prioriteitenen prestaties beter inzichtelijk vooralle betrokkenen.Algoritme: btw-carrouselfraude (AP)2024– Prioriteit ligt bij het opstellen vaneen Data Protection ImpactAssessment (DPIA) in 2025 waarinhet algoritme wordt gebruikt.– Daarnaast werkt de Belastingdienstaan het vergroten van de transparan-tie2, zodat het algoritme voldoet aande eisen van de Algemene Verorde-ning Gegevensbescherming (AVG).1 Bijlage bij Kamerstukken II 2025/2026, 36 812, nr. 32 In het kader van verbetering van de transparantie is recentelijk het OBCF-algoritme in hetalgoritmeregister van de Belastingdienst gepubliceerd. De leden van de VVD-fractie vragen ook naar de inzet van mensen enmiddelen bij deze acties. De inzet van mensen en middelen is helaas nietkwantificeerbaar. De verbeteracties maken deel uit van lopende acties omde processen te verbeteren. Voor het realiseren van de verbeteracties zijnafhankelijkheden onderkend. Voor de onvolkomenheid IT-legacy kunnenrechterlijke uitspraken of politieke wensen leiden tot systeemaanpas-singen. Over de voortgang bij het oplossen van de onvolkomenheden enaandachtspunten wordt de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd in destand-van-zakenbrieven.9. De leden van de VVD-fractie lezen dat er 920.000 gerealiseerdeopsporingsuren zijn in 2024 en vragen tot hoeveel (extra) belastingop-brengsten dit heeft geleid.Antwoord vraag 9: Opsporingsuren zijn uren die bij de FIOD zijn ingezetvoor het uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken. In 2024 is in totaal€ 82,4 miljoen aan waarde in beslag genomen bij strafrechtelijkeonderzoeken. Het gaat hierbij niet om (extra) belastingopbrengsten.Wordt er bij een strafrechtelijk voor gekozen afdoening via het bestuurs-recht af te wikkelen, dan is het aan de Belastingdienst om na te heffenen/of een boete op te leggen. De Belastingdienst heeft geen informatieover de via deze route verkregen (extra) belastingopbrengsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 15199 10. De leden van de VVD-fractie lezen bij tussendoelen dat het percentageafgehandelde bezwaren binnen de Awb-termijn 82 procent is en vragenwat de cijfers hiervan zijn van 2019 tot 2024. Zij vragen ook welke actieszijn er ondernomen om naar (bijna) 100 procent te gaan en wat deresultaten hiervan zijn.Antwoord vraag 10: Het percentage afgehandelde bezwaarschriftenbinnen de Awb-termijn tussen 2019 en 2024 is als volgt:201968%202079%202185%202286%202376%202482% De voornaamste oorzaak van het lage Awb-percentage over de afgelopenjaren is de grote instroom van box 3-bezwaren, ook vóór de HogeRaad-uitspraak in december 2021. Dit heeft geleid tot procesverstoringenbij de classificatie, ook bij de reguliere (niet-box 3-)bezwaren. Veel box3-bezwaren zijn al buiten de termijn en worden apart gemonitord. Om dereguliere bezwaren weer beheersbaar te houden, is voor 2024 een planopgesteld. Dit was erop gericht om de voorraad reguliere bezwaren IH vanruim 25.000 terug te dringen naar 10.000. Het resultaat van deze actie isdat de voorraad is teruggebracht tot ca. 12.500 reguliere bezwaren en datvanaf 1 januari 2025 90% van de nieuw binnengekomen bezwarenAwb-conform wordt behandeld. Vanwege de box 3-bezwaren eninmiddels ook de forse instroom van bezwaren rond belastingrente is deverwachting dat het overall Awb-percentage van de Belastingdienst dekomende jaren onder de 90% zal blijven.11. De leden van de VVD-fractie lezen dat er in 2024 909 ondernemersdoorverwezen zijn naar Stella-teams. Er is daarnaast een pilot uitgevoerdop het gebied van schuldhulpverlening. Voor het vervolg van de pilot iseen marktconsultatie gestart. Zij vragen wat de status is van dezemarktconsultatie.Antwoord vraag 11: Die marktconsultatie heeft inderdaad plaatsge-vonden en is inmiddels afgerond. De Belastingdienst heeft een contractafgesloten met Geldfit voor de duur van vier jaar. De ingekochte dienstver-lening is bedoeld voor hulp aan burgers en ondernemers die financiëlezorgen hebben.12. De leden van de VVD-fractie lezen dat eind 2024 een taskforce inningvan start is gegaan om de opgelopen voorraad van verzoeken vanondernemers te behandelen en vragen wat hiervan de resultaten zijn.Antwoord vraag 12: De taskforce heeft tot nu toe goede resultatengeboekt bij het behandelen van verzoeken van ondernemers die gebruikmaken van de coronabetalingsregeling. Alle uitstelverzoeken metbetrekking tot de coronabetalingsregeling die dateren van vóór1 november 2024 zijn inmiddels behandeld. De taskforce is zo effectiefgebleken, dat is besloten om deze langer in te zetten en bovendien dewerkzaamheden van de taskforce uit te breiden. Zo wordt de taskforce nuook ingezet voor de behandeling van verzoeken om uitstel van betalingvan zowel belastingen als toeslagen. De geleerde succesfactoren wordenwaar mogelijk structureel ingebed in de organisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151910 13. De leden van VVD-fractie lezen ook dat in 2024 80 fte is ingezet op dehandhaving in het kader van het Handhavingsplan Arbeidsrelaties. Zijvragen wat deze inzet inhield en wat de resultaten hiervan waren.Antwoord vraag 13: De Belastingdienst rapporteert periodiek over deuitvoering van deze handhaving. In bijlage 1 bij de Voortgangsbriefwerken met en als zelfstandige(n) van 27 maart 20257 is de voortgang vande handhaving op arbeidsrelaties door de Belastingdienst in de vorm vaningezette uren en gerealiseerde producten over 2024 weergegeven.14. De leden van de VVD-fractie lezen dat het niet gelukt is om allegetrokken steekproefcontroles op middelgrote bedrijven tijdig af teronden. Dit komt door onder andere de omvang van de onderzoeken ende complexiteit van de fiscale vraagstukken. Zij vragen om een toelichtingop deze complexe fiscale vraagstukken en of er meer voorkomende fiscalevraagstukken zijn.Antwoord vraag 14: Het uitvoeren van een steekproef is eengezamenlijk proces tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige.Afhankelijk van de casus en de noodzakelijke afstemming met allepartijen, kan dit proces een langere doorlooptijd met zich meebrengen. Inveel gevallen komt de complexiteit voort uit de problematiek rondomverrekenprijzen. Dit leidt doorgaans tot langlopende trajecten waarinintensief onderzoek nodig is.15. De leden van de VVD-fractie vragen hoeveel zaken er vanuit hettoezicht van de Belastingdienst zijn aangemeld in een gezamenlijk overlegmet het OM en de FIOD tussen 2019 en 2024 en wat de onderverdeling istussen bestuurs- en strafrechtszaken.Antwoord vraag 15: De cijfers zijn in onderstaande tabel weergegeven:201920202021202220232024Strafrecht132122155176157119Bestuursrecht877780395168Totaal219199235215208187 16. De leden van de VVD-fractie lezen dat met partners overleg plaatsvindtover hoe de inzet van betrokken medewerkers en de samenwerking instrijd tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit zo goed mogelijkkan worden voorgezet en vragen welke inzet het meest effectief is.Antwoord vraag 16: De Belastingdienst streeft samen met keten-partners naar een inzet met het grootste effect en impact. Hierbij wordt deUitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) als uitgangspunt genomenom de compliance van burgers en bedrijven te bevorderen. Afhankelijkvan een specifieke casus, wordt gekozen voor de meest effectieve enproportionele afdoening via het bestuursrecht, het strafrecht, fiscaal rechtof het civielrecht. De Belastingdienst draagt daarnaast – binnen dewettelijke kaders – bij aan de aanpak van fraude en georganiseerdeondermijnende criminaliteit door het verstrekken van fiscale informatieaan ketenpartners. De Belastingdienst stelt ook boekenonderzoeken in,voert kantoortoetsen uit en vordert verschuldigde belastingen omondermijnende criminaliteit te bestrijden. Dit doet de Belastingdienst7Kamerstukken II 2024/2025, 31 311, nr. 281Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151911 primair binnen de LIEC/RIEC-samenwerkingsverbanden8, maar ook via«bilaterale» samenwerkingen, zoals met de Politie, het OM en de Douane.De FIOD – de opsporingsdienst van de Belastingdienst – opereert juist ophet grensvlak waar onder- en bovenwereld samenkomen. De FIOD heefteen belangrijke taak in de aanpak van facilitators. Denk hierbij onder meeraan notarissen, accountants en «brokers» (dienstverleners met «crime-as-a-service»). Deze facilitators maken het voor criminele organisatiesmogelijk om criminele gelden wit te wassen en deze gelden te investerenin legitieme zaken in de bovenwereld, waaronder vastgoed, voetbalclubs,hotels en investeringsmaatschappijen. Daarmee bieden zij aan criminelende mogelijkheid tot het verkrijgen van een machts- en invloedpositie in debovenwereld.17. De leden van de VVD-fractie lezen dat per 31 december 2024 de totaleopenstaande belastingschuld in de coronabetalingsregeling volgens hetJaarverslag 2024 nog 6,8 miljard euro is. Per 26 maart 2025 constateren zijdat dit 5,9 miljard euro is, volgens de online cijfers van de Belastingdienst.Deze leden vragen naar de huidige tussenstand en hoeveel van hetverschil van 900 miljoen euro oninbaar was. Daarnaast vragen zijn naar deverwachting ten aanzien van het resterende bedrag en of er een updateworden gegeven over de werkzaamheden van de taskforce inning.Antwoord vraag 17: Op peildatum 20 augustus 2025 is de totale schuld€ 4,7 miljard, € 2,1 miljard minder dan op 31 december 2024. Tot nu toeblijkt totaal € 951 miljoen oninbaar, een stijging van € 296 miljoen sinds31 december. In de Voorjaarsnota 2025 is een nieuwe raming opgenomenwaarin verwacht wordt dat € 3,5 miljard waarschijnlijk niet geïnd gaatworden. In de bijlage Actuele onderwerpen, moties en toezeggingen – dieik met deze beantwoording naar uw Kamer stuur – vindt u een uitge-breider overzicht van de coronaschulden en -betaalregelingen. Ik verwijsnaar het antwoord onder vraag 12 voor de stand van zaken omtrent dewerkzaamheden van de taskforce Inning.18. De leden van de VVD-fractie lezen dat de Belastingdienst dedoelstelling van maximaal 5,5 procent ziekteverzuim niet heeft behaald.Het ziekteverzuim was in 2024 7,3 procent. De leden vragen hoe datverhoudt zich tot de rest van de rijksoverheid en het bedrijfsleven. Zijvragen ook welke stappen worden ondernomen om het ziekteverzuim(significant) te verlagen en of er bepaalde processen zijn waar hetziekteverzuim zich concentreert. Daarnaast vragen zij wat de gevolgen zijnvan het ziekteverzuim voor de werkzaamheden van de Belastingdienst. Totslot vragen deze leden of het ziekteverzuim slechts gevallen omvatwaarbij er een officiële ziekmelding is of dat er ook gevallen zijn waarbij ergeen officiële ziekmelding is, maar medewerkers van de Belastingdienstniet actief of maar beperkt meedraaien.Antwoord vraag 18: Het voortschrijdend verzuimpercentage van deBelastingdienst is hoger dan het gemiddelde van de rijksoverheid (6,4% in2024) en het gemiddelde dat het CBS rapporteerde over 2024 (5,2%). Hetis bekend dat het verzuimpercentage in de uitvoeringsinstantiesgemiddeld hoger ligt dan binnen de beleidsdepartementen. We hebbengeen inzicht in specifieke werkprocessen. Over het algemeen hebben dedirecties in het primaire proces en burgerinteractie een hogerverzuimpercentage.8Tien Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie- en Expertise-centrum (LIEC) richten zich op de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. Ze verbindeninformatie, expertise en krachten van de verschillende overheidsinstanties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151912 Het verzuim is een belangrijk aandachtspunt van de Belastingdienst. Omde vitaliteit te vergroten en het verzuim terug te brengen is de Belasting-dienst dit jaar gestart met een aanpak langs drie sporen:–De vernieuwingslijn Vitaliteit, om versnelling te brengen op het gebiedvan vitaliteit en veerkracht. Met deze vernieuwingslijn wordt gewerktaan het operationaliseren en implementeren van het vitaliteitskader;waarbij vanuit data van onder andere het medewerkersonderzoekinterventies gedaan worden.–De introductie van een aangepast arbodienstverleningsmodel omlangdurig verzuim en niet-medisch verzuim te voorkomen. Centraal indeze aanpak staat dat medewerkers en leidinggevenden eerderbegeleid worden bij lang verzuim en passende begeleiding krijgen bijverzuim met een niet-medische oorzaak.–De taskforce aanpak langdurig verzuim. Deze richt zich op het omlaagbrengen van het aantal extra lange verzuimcasussen. Voorbeeldenhiervan zijn casemanagers die de lijnmanager gaan ondersteunen enhet bieden van integratieplekken voor medewerkers in complexesituaties.Het ziekteverzuim betreft alleen de medewerkers die een ziekmeldinghebben gedaan. Het is niet bekend hoeveel medewerkers niet actief ofbeperkt meedraaien. Het ziekteverzuim heeft nu geen substantiële impactop de werkzaamheden van de Belastingdienst. Maar ziekteverzuim leidtertoe dat minder medewerkers aan het werk zijn dan waarmee in deformatie is gerekend. Dit veroorzaakt extra werkdruk bij collega’s en eenlangere doorlooptijd voor bepaalde werkzaamheden. Vanuit goedwerkgeverschap vinden wij het belangrijk dat wij zieke medewerkers goedondersteunen in spoedige re-integratie maar ook voorkomen dat zijuitvallen.19. De leden van de VVD-fractie lezen dat blijkens de cijfers rondomboekenonderzoeken, het aantal bestede toezichturen en de opbrengst vancorrecties blijkt dat toezicht op bestaande wet- en regelgeving eeneffectieve manier is om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk materieelverschuldigde belasting daadwerkelijk geïnd wordt. Blijkens de cijfersleveren met name toezichturen bij MKB en ZZP (1.031 euro per uur), GroteOndernemingen (1.969 euro per uur) en de FIOD (1.578 euro per uur) veelop. De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de wet van deverminderende meeropbrengst hier van toepassing is. Daarnaast vragendeze leden tot welk punt (uuropbrengst) is het «rendabel» om het aantaltoezichturen te verhogen en in hoeverre het aantal toezichturen eenindirect effect heeft op het nalevingsgedrag van belastingplichtigen.Antwoord vraag 19: In de context van toezicht kan de wet van deverminderde meeropbrengst betekenen dat het vergroten van detoezichtsinspanningen (bijvoorbeeld door meer inspecteurs in te zetten)niet perse leidt tot een evenredige verbetering van de naleving van fiscaleregels. Op dit moment ontbreekt echter het inzicht om te bepalen of diteffect inderdaad optreedt. Omdat ik meer wil weten van het effect van hettoezicht op de compliance, ga ik aan de slag met de aanbevelingen van deeindrapportage «Evaluatie Toezicht» die zien op het verbeteren van hetinzicht in het effect van het toezicht achteraf. Voor nadere toelichtingverwijs ik naar mijn brief van 6 maart 2025 over de Onderzoeken ToezichtBelastingdienst.9De doelen waarvoor boekenonderzoeken worden ingezet zien overigensniet alleen toe op het corrigeren van fouten in aangiften. De Belasting-9Kamerstukken II 2024/2025, 31 066, nr. 1464Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151913 dienst voert onder andere steekproefsgewijs boekenonderzoeken ominzicht te krijgen in de naleving.Rulings met een internationaal karakter Jaarverslag 202420. De leden van de VVD-fractie lezen op het punt van rulings met eeninternationaal karakter dat in bepaalde specifiek omschreven situaties,naar aanleiding van de laatste wijzigingen van het Besluit vooroverlegrulings, wel vooroverleg kan worden gevoerd als niet wordt voldaan aan«Eisen aan verzoeken». Zij vragen hoe vaak aan welke eisen niet voldaanwerd en toch vooroverleg werd gevoerd.Antwoord 20: Om knelpunten in het toezicht door de Belastingdienstweg te nemen is het Besluit vooroverleg rulings met een internationaalkarakter (hierna: Rulingbesluit) eind 2023 aangepast. Aan het Rulingbe-sluit zijn per december 2023 uitzonderingen toegevoegd die het mogelijkmaken om onder strikte voorwaarden toch vooroverleg te voeren terwijlniet aan alle vereisten uit paragraaf 3 onderdeel a en b wordt voldaan. In2024 zijn hiermee de eerste ervaringen opgedaan, die in het jaarverslagnader zijn toegelicht. In twee gevallen werd niet voldaan aan de vereistenuit paragraaf 3 onderdeel a en b van het Rulingbesluit, maar is op grondvan de geformuleerde uitzonderingen vooroverleg gevoerd. In één gevalis zekerheid vooraf verleend en in één geval is het verzoek afgewezen.21. De leden van de VVD-fractie lezen dat in het kader van internationaleafspraken informatie over rulings met een internationaal karakter metbuitenlandse belastingdiensten in zowel Europees- als OESO-verbandwordt uitgewisseld. Zij vragen met welke landen er informatie uitge-wisseld is, over welk type ruling deze informatie-uitwisseling gaat en water gebeurt met de ontvangen informatie.Antwoord vraag 21: In beginsel worden met alle OESO-landen in hetkader van internationale afspraken informatie over rulings met eeninternationaal karakter met buitenlandse belastingdiensten uitgewisseld.Uitgebreide informatie over aantallen, betrokken landen en soortenrulings waarover informatie binnen de OESO wordt uitgewisseld kanworden gevonden in peer review rapportages van de OESO.10 Bovendienis informatie over (alle categorieën) rulings van EU lidstaten opgenomenin de daartoe ontwikkelde EU-database. Volledigheidshalve wordt nogopgemerkt dat informatie over één ruling met meerdere landen kanworden uitgewisseld, als meerdere landen bij de transacties betrokkenzijn. Het is aan het ontvangende land om te beoordelen wat er met deontvangen informatie wordt gedaan. De betrokken landen kunnen deontvangen informatie gebruiken voor een risicoanalyse en kunnen hierbijook om aanvullende informatie vragen.22. De leden van de VVD-fractie merken op dat Nederland een langegeschiedenis kent van het geven van zekerheid vooraf over de fiscalegevolgen van voorgenomen (ondernemings-)activiteiten. Zij vragen inhoeverre de rulingpraktijk bijdraagt aan vertrouwen van het bedrijfslevenin de Belastingdienst en in de overheid in meer brede zin. Daarnaastvragen deze leden of het aantal aangevraagde en afgegeven rulingsjaarlijks lijkt te dalen sinds 2019 en waar dit aan ligt.23. De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast of het feit dat er minderrulings worden aangevraagd betekent dat de Belastingdienst minder10Zie voor de OESO-rapportage over het jaar 2023: https://www.oecd.org/en/publications/harmful-tax-practices-2023-peer-review-reports-on-the-exchange-of-information-on-tax-rulings_efbad00d-en/support-materials.html. De OESO-rapportage over het jaar 2024 is tentijde van de beantwoording van deze vragen nog niet gepubliceerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151914 informatie van belastingplichtigen aan de voorkant ontvangt en daarmeemeer toezichtcapaciteit moet inzetten voor controle achteraf. En als dathet geval is, of de Staatssecretaris kan reflecteren op de wenselijkheiddaarvan. Zij vragen ook of er beleidsopties zijn voor een eventueleverruiming van het rulingbeleid om dit op te vangen, zonder dat rulingsworden afgegeven voor activiteiten waarvoor deze niet bedoeld zijn.Antwoord vraag 22 en 23: Een toegankelijke, goed bereikbare entransparante overheid draagt bij aan het vertrouwen van het bedrijfsleven.Dit geldt ook voor de Belastingdienst. De mogelijkheid tot het geven vanzekerheid vooraf draagt daaraan bij. Het bieden van zekerheid voorafvervult een belangrijke functie in het toezicht van de Belastingdienst. Hetachteraf beoordelen van de aangiften is voor de Belastingdienst bewerke-lijker en vraagt meer capaciteit dan beoordeling vooraf (vooroverleg). Ditis mede ingegeven door het feit dat in vooroverleg de belastingplichtigealle relevante informatie spontaan aanlevert. Het proactief delen vaninformatie door belastingplichtigen geniet om die reden voor de Belas-tingdienst de voorkeur.Na de aanscherping van de rulingpraktijk per 1 juli 2019, werd in detweede helft van 2019 een daling van het aantal verzoeken tot internati-onaal vooroverleg geconstateerd. Dit was ook voorzien met de beleidswij-ziging. De aanscherping heeft ertoe geleid dat vanaf dat moment geenzekerheid vooraf meer werd gegeven op bepaalde structuren. In hetjaarverslag rulings 2019 staat daarnaast vermeld: «Zowel binnen deBelastingdienst als daarbuiten was sprake van een gewenningsfase. Denieuwe werkwijze om al dan niet tot een vaststellingsovereenkomst tekomen is met meer (procedurele) waarborgen omkleed. Bovendien issprake van meer transparantie omdat een samenvatting van de rulingwordt gepubliceerd. Daarmee is het proces bewerkelijker dan voorheen.De administratieve lasten in verband met het verkrijgen van een vaststel-lingsovereenkomst wordt door de praktijk soms als belastend ervaren.Ook de invulling van de vereisten geeft als gevolg van open normenminder zekerheid dan voorheen.» Op grond van voorgaande was er van2020 tot 2023 sprake van een daling van het aantal ontvangen verzoeken,maar sinds 2023 zien we dat er sprake is van een lichte stijging in hetaantal ontvangen verzoeken.24. De leden van de VVD-fractie vragen of er momenteel knelpunten zijnbinnen de rulingpraktijk, wat deze knelpunten zijn en of er voornemenszijn om deze knelpunten op te lossen.Antwoord vraag 24: Bekend is dat het bedrijfsleven de aanscherpingvan de rulingpraktijk in 2019 ervaart als een toename van de administra-tieve lasten. Daarnaast zijn er bij de Belastingdienst geen andereknelpunten bekend. Op dit moment wordt ervaring opgedaan met deaanpassing van het rulingbeleid die eind 2023 heeft plaatsgevonden. DeBelastingdienst, en in dit verband in het bijzonder het College Interna-tionale Fiscale Zekerheid, is voortdurend in gesprek met beleidsdirectiesover signalen die opkomen vanuit de uitvoering.25. De leden van de VVD-fractie lezen in het jaarverslag dat er ookbilaterale APA’s opgenomen zijn. In een brief aan de Eerste Kamer (nr.2025–0000125272) is aangegeven dat ook bilaterale zekerheid vooraf kanworden gegeven voor andere zaken dan verrekenprijzen. Deze ledenvragen of dit breder zou kunnen worden geïmplementeerd zodat ookbilaterale ATR’s mogelijk zijn, of er ook (buur)landen zijn waar zoietsmogelijk is en wat de Nederlandse inzet is op internationaal vlak op ditpunt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151915 Antwoord vraag 25: Vanuit Nederland zijn er geen bezwaren tegen hetsluiten van een bilaterale Advance Tax Ruling (ATR). Volledigheidshalvemoet daarbij wel worden opgemerkt dat veel onderwerpen waar een ATRvoor wordt gesloten niet in aanmerking komen voor het sluiten van eenbilaterale ATR. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan rulings dieworden afgegeven voor de kwalificatie van een entiteit naar Nederlandsemaatstaven of het kunnen toepassen van de deelnemingsvrijstelling opdividenden die worden ontvangen in Nederland van een buitenlandsedochtervennootschap. Zaken zoals de aan- of afwezigheid van een vasteinrichting zijn daarentegen juist wel onderwerpen die zich kunnen lenenvoor het sluiten van een bilaterale ATR. In Duitsland is het mogelijk ombilaterale ATR’s te sluiten. Tevens wordt in OESO-verband, waarNederland onderdeel van is, nagedacht over bilaterale ATR’s.26. De leden van de VVD-fractie constateren dat rulings op dit momentgeanonimiseerd worden gepubliceerd. Dit draagt bij aan de transparantierondom het proces en die transparantie juichen de leden van deVVD-fractie toe. Wel hebben ze zorgen rondom de juridische basishiervoor (dit geldt ook voor kennisgroepstandpunten). Zij vragen of hetklopt dat de Landsadvocaat concludeert dat niet-herleidbare (geanonimi-seerde) gegevens wél onder de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel67 van de AWR vallen (Advies van 29 november 2023, blz. 9–10) en of hetklopt het dat dit ook volgt uit het proefschrift «Fiscale geheimhoudings-plicht: art. 67 AWR ontrafeld» van dr. B.M. van der Sar. Indienniet-herleidbare gegevens wél onder artikel 67 van de AWR vallen, vragendeze leden of het klopt het dan dat de publicatie van geanonimiseerdesamenvattingen van rulings en kennisgroepstandpunten voor zover daarniet-herleidbare gegevens in staan in strijd is met artikel 67 van de AWR.Daarnaast vragen deze leden wat het gevolg is van schending van artikel67 van de AWR en of dit eenvoudig kan worden opgelost zonder de fiscalegeheimhoudingsplicht inhoudelijk aan te tasten.Antwoord vraag 26: De leden van de fractie van de VVD hebben zorgenover de juridische basis voor het geanonimiseerd publiceren van rulingsen kennisgroepstandpunten. De leden vragen of het klopt dat ookniet-herleidbare (geanonimiseerde) gegevens onder de fiscale geheim-houdingsplicht van artikel 67 AWR vallen, of de publicatie van geanonimi-seerde samenvattingen van rulings en kennisgroepstandpunten, voorzover daar niet-herleidbare gegevens in staan, hierdoor in strijd is metartikel 67 AWR en, zo ja, of dit eenvoudig kan worden opgelost zonder defiscale geheimhoudingsplicht inhoudelijk aan te tasten.De fiscale geheimhoudingsplicht ziet op alle gegevens die in het kader vande uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van eenander zijn verkregen. Deze is strikt vormgegeven: alle fiscale informatieover en van een individuele belastingplichtige valt hieronder. Dit kan inbeginsel ook geanonimiseerde gegevens betreffen. De fiscale geheimhou-dingsplicht beschermt de privacy van belastingplichtigen, maar zorgt erook voor dat belastingplichtigen niet terughoudend zijn in het delen vanvertrouwelijke informatie met de Belastingdienst, wat de compliance enbelastingheffing als geheel ten goede komt. In die zin dient de fiscalegeheimhoudingsplicht het belang van de staat.De fiscale geheimhouding staat naar mijn mening echter niet in de wegaan het openbaar maken van een in een individueel geval ingenomenfiscaal standpunt, zolang de gegevens daarin niet te herleiden zijn tot hetindividu. De Belastingdienst neemt in voorkomende gevallen beslissingenin of op basis van een individueel geval die ook breder van belang kunnenzijn, zoals in een ruling of kennisgroepstandpunt. Met het oog op eentransparante belastingheffing en een gelijke behandeling van belasting-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151916 plichtigen is het naar mijn mening terecht dat dergelijke standpunten, ende omstandigheden waaronder deze zijn genomen en gelden, openbaarworden gemaakt. Informatieverstrekking aan derden, zoals de media ofwetenschap, kan ook van belang zijn als daarmee maatschappelijke onrustweggenomen kan worden, of als transparantie over overheidshandelenhet vertrouwen in de overheid kan versterken. Specifiek voor rulings geldthierbij verder dat het voor belastingplichtigen die om een rulingverzoeken op basis van het gepubliceerde rulingbeleid, vooraf kenbaar isdat van elke ruling met een internationaal karakter een samenvatting zalworden gepubliceerdDoel en strekking van artikel 67 AWR verzetten zich naar mijn mening niettegen een dergelijke openbaarmaking van een (samenvatting van een)ingenomen standpunt en de daaraan ten grondslag liggende omstandig-heden, mits deze niet herleidbaar zijn tot een individuele belasting-plichtige.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieJaarrapportage Belastingdienst 202427. De leden van de NSC-fractie constateren dat de doelstelling om 90procent van de bezwaren binnen de Awb-termijn af te handelen opnieuwniet is gehaald. In 2024 is 80 procent van de bezwaarschriften van alledoelgroepen binnen de termijn afgehandeld. Dit wijkt af van dedoelstelling. Bij IH-bezwaarschriften is slechts 55,4 procent tijdigafgehandeld. Deze leden vragen of de Staatssecretaris kan toelichten hoedeze achterstanden zich verhouden tot de rechtsbescherming vanburgers. Zij vragen wat de structurele strategie is om de bezwaarlast (inhet bijzonder bij IH-bezwaar) te beheersen en of en hoe wordt gepriori-teerd bij het afhandelen van bezwaarschriften en of er bezwaarschriftenzijn die hoger worden geprioriteerd. Deze leden vragen ook wat de redenis dat ook bij de autobelastingen en overige middelen niet alle bezwaar-schriften tijdig zijn afgehandeld en wat allemaal binnen deze categorieoverige middelen valt.Antwoord vraag 27: De doelstelling is dat de Belastingdienst burgerstijdig een antwoord geeft op het bezwaarschrift. De structurele strategiewas (en is) om de voorraad reguliere bezwaren zo veel als mogelijk in deactualiteit te brengen en te houden, door de bezwaren zo snel mogelijk nabinnenkomst te classificeren, selecteren en behandelen. Het percentageAwb-conform afgehandelde bezwaarschriften in de IH wordt voor eengroot deel bepaald door de bezwaren die in het kader van box 3 zijningediend. Veel box 3-bezwaren zijn reeds buiten de termijn en wordenapart gemonitord. Om de reguliere bezwaren weer beheersbaar tehouden, was voor 2024 een plan opgesteld. Dit was erop gericht om devoorraad reguliere bezwaren IH van ruim 25.000 terug te dringen naar10.000. Het resultaat van deze actie is dat de voorraad is teruggebracht totca. 12.500 reguliere bezwaren en dat vanaf 1 januari 2025 90% van denieuw binnengekomen bezwaren Awb-conform wordt behandeld.Vanwege de box 3-bezwaren en inmiddels ook de forse instroom vanbezwaren rond belastingrente is de verwachting dat het totaleAwb-percentage van de Belastingdienst de komende jaren onder de 90%zal blijven.Het is niet mogelijk een eenduidige oorzaak aan te wijzen voor het feit datbij de overige middelen – inclusief autobelastingen – niet alle bezwaar-schriften Awb-conform zijn afgehandeld. Dit heeft te maken met het aantalmiddelen en de soms beperkte volumes afgehandelde bezwaren permiddel. In het algemeen zijn de oorzaken terug te voeren op procesversto-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151917 ringen, tekort aan behandelcapaciteit, automatiseringsperikelen, eenveelheid aan processtappen en (administratieve) vastleggingen bij debezwaarprocedure en/of de burger die niet bereikbaar is wanneeraanvullende informatie nodig is. Doorgaans speelt bij de bezwaarbehan-deling een combinatie van de hiervoor genoemde oorzaken.Onder de categorie «overige middelen» vallen de volgende belastingmid-delen: afvalstoffenbelasting, algemene klantbehandeling, algemene wetinkomensafhankelijke regelingen (AWIR), basisregistratie inkomen (BRI),belasting op leidingwater, belasting op personenauto’s en motorrijwielen(BPM), belasting zware motorrijtuigen, grondwaterbelasting, invordering,kolenbelasting, mijnbouwwet/cijns, motorrijtuigenbelasting, schenkbe-lasting, schenkingsrecht, successierecht, tijdelijke tegemoetkomingblokaansluitingen en verhuurderheffing.28. De leden van de NSC-fractie lezen dat de tevredenheid is toegenomenen stellen dit op prijs. Deze leden vragen wel of inzicht kan worden gevenin de waardering omtrent de bejegening.Antwoord vraag 28: De toename van de tevredenheid zoals beschrevenin de jaarrapportage 2024 gaat over de tevredenheid over de BelastingTe-lefoon. De waardering omtrent de bejegening wordt niet als zodanig ofspecifiek in de context van de BelastingTelefoon gemeten, maar is eenelement van de belevingsindicator adequate behandeling, die breder vanscope is. Aan de hand van tien stellingen onderzoekt de Belastingdienst inde jaarlijkse «Fiscale Monitor» in hoeverre burgers en bedrijven zichadequaat behandeld voelen.11 Stellingen die zijn voorgelegd aan dedoelgroepen particuliere belastingplichtigen, ondernemers, fiscaaldienstverleners en grote ondernemingen zijn onder andere «de Belasting-dienst behandelt mensen/bedrijven met respect» en «wie het niet eens ismet de Belastingdienst, krijgt voldoende kans om zijn standpunt toe telichten». Stellingen worden beantwoord op een vijfpuntsschaal (met 1«helemaal oneens» en 5 «helemaal eens»). In 2024 was de gemiddeldescore over alle doelgroepen heen 3,3. De laagste score is met 2,9 te zienbij de doelgroep particulieren en de hoogste bij grote ondernemingen,met 3,6. De scores laten een vrij stabiel beeld zien in de vier jaar dat ze nugemeten worden.29. De leden van de NSC-fractie zijn blij dat de Stella-teams meer mensenmet dringende en complexe problematiek hebben kunnen helpen in 2024.Ze vragen of zij een inzicht kunnen krijgen in de problematiek waarmeedeze Stella-teams zich bezighouden.Antwoord vraag 29: Medewerkers van de Belastingdienst, maar ookmaatschappelijk dienstverleners zoals schuldhulpverleners, sociaalraadslieden, seniorenorganisaties en welzijnsorganisaties kunnen burgersmet dringende en complexe problemen aanmelden voor hulp van hetStella-team. Bij de meeste Stella-casussen is sprake van een combinatievan problemen met de inkomstenbelasting, omzetbelasting, toeslagen ofinvordering. Hierbij kan er sprake zijn van een urgente of schrijnendesituatie (bijvoorbeeld een dreigende uithuiszetting, of geen leefgeld). Defiscale problemen zijn te complex om door een medewerker van deBelastingdienst of van Dienst Toeslagen aan de telefoon of aan een balieafgehandeld te worden. Burgers met een Stella-casus krijgen één vastecontactpersoon die voor hen als casemanager optreedt. Waar nodigschakelt de behandelaar met collega’s binnen andere afdelingen van deBelastingdienst of Dienst Toeslagen of verwijst de behandelaar de burger11Zie voor de gehele Fiscale Monitor 2024: Kamerstukken II 2024/2025, 31 066, nr. 1446Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151918 door naar andere instanties (Geldfit, UWV, etc.) om tot een juisteoplossing te komen.30. De leden van de NSC-fractie merken op dat de bezettingsgraad van hetpersoneel in 2024 is toegenomen tot 100 procent. Hiermee zou een eindzijn gekomen aan de onderbezetting. Ze vragen echter wel hoe dezebezettingsgraad zich verhoudt tot het ziekteverzuim van 7,3 procent en ofhet kabinet hier een toelichting op kan geven.Antwoord vraag 30: Het voortschrijdende ziekteverzuim in juni 2025bedraagt 7,3%. De overschrijding ten opzichte van de norm (5,5%) isdaarmee ook dit jaar hoog. Een verzuimpercentage van 7,3% betekent dater gemiddeld dagelijks ruim 2.000 fte aan capaciteit geheel of gedeeltelijkniet aanwezig is. Een hoog verzuim wordt niet opgevangen met eenoverschrijding van de bezettingsgraad omdat het personele budget datniet toestaat. Op dit moment wordt het tekort aan capaciteit door verzuimbinnen de organisatieonderdelen decentraal opgevangen en gecompen-seerd.31. Daarnaast vragen de leden van de NSC-fractie hoe deze bezettings-graad zich verhoudt tot het hoge percentage aan inhuur (16,2 procent). Zijvragen of deze inhuur onderdeel uitmaakt van de bezettingsgraad en ofhet kabinet kan aangeven hoe de inhuur van personeel zich ontwikkeldheeft over de afgelopen jaren (graag in absolute en relatieve cijfers).Antwoord vraag 31: Nee, de inhuur maakt geen deel uit van debezettingsgraad. De mate waarin inhuur deel uitmaakt van de personelecapaciteit wordt uitgedrukt in het percentage inhuurkosten ten opzichtevan de totale personele kosten. In april 2024 kende dat percentage met19,2% (3.710 fte) de hoogste waarde sinds jaren. Door bewust beleid ophet terugdringen van de inhuur daalde het percentage naar 16,2% (3.290fte) eind 2024. In juni 2025 is de daling zover doorgezet dat we eeninhuurpercentage van 13,7% (2.767 fte) hebben bereikt. Het doel voor ditjaar is om het percentage inhuur te verlagen tot een gemiddelde van 13%over geheel 2025. Het streven is in 2026 uit te komen op 10% en zodoendete voldoen aan de Roemernorm. De ontwikkeling van de totale inhuur bijde Belastingdienst over de afgelopen jaren is weergegeven in onder-staande tabel:Dec ’22Jun ’23Dec ’23Jun ’24Dec ’24Jun ’25Aug ’25Fte per maand3.5743.9133.8793.6563.2902.7672.744deel van loonkosten17,9%18,1%17,4%18%16,2%13,7%13,3% 32. De leden van de NSC-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van het In Control Statement (ICS) van de Belastingdienst over2024. Ze constateren dat in het statement staat dat de Belastingdienst opalle onderdelen van de bedrijfsvoering in control wordt geacht. Dezeleden verzoeken om inzicht te krijgen in de onderliggende risicoanalyses,toetsingskaders en beheersmaatregelen waarop het oordeel van in controlis gebaseerd. Ze vinden het van belang dat dit oordeel controleerbaar isen vragen of deze documentatie openbaar kan worden gemaakt.Antwoord vraag 32: De Belastingdienst geeft sinds drie jaar opvrijwillige basis een In control statement (ICS) af. Het ICS omvat een in hetdocument omschreven reikwijdte en deze reikwijdte wordt jaarlijksvastgesteld. Het ICS 2024 is onder meer gericht op de beschrevenfinanciële doelstellingen en geeft ook de hoofdrisico’s weer op dezedoelstellingen. Het ICS 2024 bevat twee bevindingen en drie overigeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151919 opmerkingen waar de beheersing nog onvoldoende is. De Belastingdienstvolgt deze bevindingen en overige opmerkingen op.Het ICS steunt op meerdere gespecialiseerde control frameworks; het isdaarom een omvangrijk stelsel van risicoanalyses, procesbeschrijvingen,beheersingsmaatregelen en controleplannen. Het gaat om een zeer grotehoeveelheid en uiterst gedetailleerde informatie. Deels gaat het daarbijook om AVG-gevoelige informatie. De Belastingdienst kan daaromdesgewenst een technische briefing aanbieden aan uw Kamer over detotstandkoming van de ICS en de onderliggende control frameworks.Daarmee kan op een efficiënte manier inzicht gegeven worden in decontext van het ICS en het stelsel van controls.De ADR heeft daarnaast op verzoek van de Belastingdienst in het voorjaar2025 een onderzoek gedaan naar de totstandkoming van het ICS 2024. Ditrapport is op 22 mei 2025 gepubliceerd.1233. De leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van hetjaarverslag over rulings met een internationaal karakter. Deze ledenerkennen het belang van transparante en rechtszekere afspraken metbelastingplichtigen, maar blijven kritisch op de mate van toetsbaarheid enevenwicht in de rulingpraktijk. Ze vragen het kabinet of het bereid is meerinzicht te geven in de verhouding tussen goedgekeurde en afgewezenaanvragen en welke criteria doorslaggevend zijn bij een negatievebeoordeling.Antwoord vraag 33: In 2024 zijn in totaal 608 verzoeken om vooroverlegter verkrijging van zekerheid vooraf met een internationaal karakterafgedaan. Van deze verzoeken zijn 486 verzoeken (deels) toegekend. Inbijlage 2 van het jaarverslag is opgenomen waarom verzoeken zijnafgewezen, ingetrokken of buiten behandeling zijn gesteld. Er kunnenmeerdere oorzaken zijn waardoor een verzoek niet leidt tot een ruling. Ditis bijvoorbeeld het geval indien een verzoek niet past binnen wet- enregelgeving, beleid en jurisprudentie, er niet voldaan is aan de eis vaneconomische nexus, of belastingbesparing de enige dan wel doorslagge-vende beweegreden is. In grafiek 2 en bijlage 2 van het jaarverslag rulingsis een verdere specificatie opgenomen. Van alle verzoeken wordtbovendien een samenvatting gepubliceerd met de overwegingen diehebben geleid tot de toewijzing, afwijzing, intrekking of buiten behan-deling stelling van het verzoek.34. De leden van de BBB-fractie constateren dat de externe inhuur nu 16procent bedraagt. Zij vragen of de Staatssecretaris het terugdringen vande externe inhuur nog reëel acht en of dit het hoogste percentage tot nutoe is.Antwoord vraag 34: Ik acht het terugdringen van de externe inhuur nogwel reëel, zie voor verdere toelichting hierop vraag 31. Het hoogstegemeten percentage inhuur was 19,2% en gold voor april 2024. Sinds datmoment is het percentage inhuur dalend en zit thans op 13,7%.35. De leden van de BBB-fractie vragen waarom het ziekteverzuim bij deBelastingdienst hoger ligt dan gemiddeld en of hier een of meerdereconcrete oorzaken voor aan te wijzen zijn.Antwoord vraag 35: Het grootste deel van het verzuimpercentagewordt verklaard door langdurig verzuim (langer dan zes weken). Het zovroeg mogelijk de juiste ondersteuning bieden is belangrijk om herstel te12Onderzoeksrapport Belastingdienst totstandkoming ICS 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151920 bespoedigen. Hier zet de Belastingdienst een nieuw arbodienstverlenings-model op in (zie ook vraag 18).36. De leden van de BBB-fractie zijn blij met het feit dat de dienstverleningvia de BelastingTelefoon fors is verbeterd. Zij vragen waar de stijging vande bereikbaarheid van zes procentpunt vooral aan te danken is.Antwoord vraag 36: Deze stijging is mede te danken aan de ruimepersonele capaciteit die in de eerste helft van 2025 beschikbaar was. Doordeze ook beter af te stemmen op piekmomenten konden we meer burgersvan dienst zijn. Deze verbetering heeft echter geleid tot hogere kosten danoorspronkelijk begroot. In de tweede helft van 2025 streven we ernaar omhet financiële evenwicht te herstellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 066, nr. 151921

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6f09b21df4574879

14 okt 2026 · da3377ce2bef6133

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.