KamerkringInloggen
Kamerstuk

Amendement van het lid Koops over het meteen motiveren in het eindvonnis als is afgeweken van een uitdrukkelijk voorgedragen standpunt

5 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 68fd68ffde76a201 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 327Vaststelling van het nieuwe Wetboek vanStrafvordering (Wetboek van Strafvordering)Nr. 49 AMENDEMENT VAN HET LID KOOPSOntvangen 5 maart 2025 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:IArtikel 4.2.69, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het slot van onderdeel a wordt de puntkomma vervangen door «;of».2. Aan het slot van onderdeel b wordt de «; of» vervangen door eenpunt.3. Onderdeel c vervalt.IIArtikel 4.3.22, vierde lid, vervalt.IIIArtikel 4.3.23 wordt als volgt gewijzigd:1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Heteindvonnis vermeldt tevens een weergave van de uit de bewijsmiddelenblijkende redengevende feiten of omstandigheden dan wel een opgavevan de bewijsmiddelen die tot afwijken van uitdrukkelijk voorgedragenstandpunten hebben geleid.2. Het derde tot en met vijfde lid vervallen.IVIn artikel 4.3.24, aanhef, vervalt «dan wel de aanvulling, bedoeld inartikel 4.3.23, derde lid,». kst-36327-49ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 491 VArtikel 4.3.30, achtste lid, vervalt.VIArtikel 4.4.8, tweede lid, vervalt, alsmede de aanduiding «1.» voor heteerste lid.VIIIn artikel 4.4.18, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In de aanhef vervalt «en derde».2. In onderdeel b vervalt «dan wel de aanvulling in afwijking van artikel4.3.23».VIIIArtikel 5.4.7, derde lid, vervalt.IXArtikel 5.4.10, derde lid, onderdeel d, vervalt.XArtikel 5.4.33 vervalt.XIArtikel 5.4.42 wordt als volgt gewijzigd:1. In het derde lid vervalt «, eerste lid,».2. In het vierde lid vervalt de tweede zin.Toelichting Met dit amendement beoogt indiener ervoor te zorgen dat de straf-rechter, indien in afwijking van een uitdrukkelijk voorgedragen standpunttot een bewezenverklaring wordt gekomen, dit moet motiveren in hetoorspronkelijke vonnis en niet in de aanvulling op het vonnis. Het huidigewetsvoorstel geeft de strafrechter de ruimte deze motivering pas te gevenin de aanvulling op het vonnis, zoals bedoeld in voorgesteld artikel 4.3.23,derde lid.Indiener wijst erop dat deze aanvulling pas en alleen wordt opgemaaktindien een gewoon rechtsmiddel, in dit geval hoger beroep, tegen hetvonnis wordt ingesteld. Dat betekent dus dat pas na het instellen vanhoger beroep voor de verdachte bekend wordt waarom een door hem ofhaar gevoerd uitdrukkelijk onderbouwd verweer is verworpen en waaromde strafrechter tot een bewezenverklaring is gekomen. Indiener isprincipieel van oordeel dat dit vanaf het begin aan de veroordeeldebekend moet zijn.In de visie van indiener worden veel hoger beroepen vanuit de kant vande verdachte ingesteld juist omdat niet duidelijk is waarom een bepaaldverweer is verworpen. Dit zou voorkomen kunnen worden door deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 492 strafrechter te verplichten hier meteen in het oorspronkelijke vonnisdeugdelijk op te reageren, mits het een uitdrukkelijk voorgedragenstandpunt betreft.Het wetsvoorstel is op zo’n manier ingericht dat deze ruimte voor destrafrechter om de motivering later pas te geven slechts bestaat indienaan de verdachte niet een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of totvrijheidsbeneming strekkende maatregel van meer dan een jaar wordtopgelegd. Indiener is van oordeel dat ook vonnissen waarin dergelijkestraffen niet aan de orde zijn, zeer ingrijpend kunnen zijn en dat ook in diezaken in het oorspronkelijke vonnis aan de veroordeelde bekend moetworden gemaakt waarom uitdrukkelijk voorgedragen standpunten wordenverworpen. Onder het huidige wetsvoorstel kan de strafrechter er in zakenwaarin een rechtspersoon terechtstaat bovendien altijd voor kiezen om demotivering over uitdrukkelijk voorgedragen standpunten later pas tegeven. Deze kunnen immers geen vrijheidsstraf opgelegd krijgen.Volgens indiener kan het instellen van een deel van de hoger beroepenvoorkomen worden door de strafrechter te verplichten in het oorspronke-lijke vonnis te reageren op uitdrukkelijk voorgedragen standpunten en nietalleen in de zaken zoals bedoeld in artikel 4.3.23, derde lid.KoopsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 327, nr. 493

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a52bbec2a260ffbe

14 okt 2026 · 455f50b4c211014c

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.