Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over internationale AI Strategie (Kamerstuk 26643-1543)
Brontekst
Versie d9604ae307eb238c · officiële bronINBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben de onderstaande fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Buitenlandse Zaken over de Internationale AI Strategie (Kamerstuk 26643, nr. 1543). De voorzitter van de commissie, Klaver Adjunct-griffier van de commissie, Muller Inhoudsopgave I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie II Antwoord / Reactie van de minister III Volledige agenda I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nederlandse Internationale AI-Strategie. Deze leden onderschrijven de ambitie om AI te benutten voor welvaart, veiligheid en maatschappelijke vooruitgang, en om Nederland en Europa minder afhankelijk te maken van anderen. Zij hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen. Afhankelijkheid en democratische betrouwbaarheid De leden van de D66-fractie lezen dat het kabinet erkent dat technologiebedrijven een nieuwe geopolitieke speler zijn geworden en dat hun machtsconcentratie vragen oproept over democratische controle. Deze leden delen die zorg, in het bijzonder over de richting die enkele grote Amerikaanse techbedrijven en hun bestuurders inslaan. Tegelijk lezen deze leden dat het kabinet, waar Europa zelf tekortschiet, toegang tot niet-Europese AI-capaciteiten wil veiligstellen met waarborgen voor veiligheid, betrouwbaarheid en de bescherming van fundamentele rechten. Welke criteria hanteert het kabinet om te bepalen of een aanbieder betrouwbaar is? Weegt daarin ook mee of een bedrijf en zijn bestuurders zich openlijk afkeren van democratische instituties en de rechtsstaat, zo vragen deze leden. Een Europees alternatief De leden van de D66-fractie steunen de inzet van het kabinet om de ontwikkeling en het gebruik van open en Europese AI-taalmodellen te stimuleren. Zij zien in GPT-NL een waardevolle Nederlandse bijdrage aan een Europees alternatief. Wordt GPT-NL actief meegenomen in het versterken van het AI-ecosysteem op Europees niveau, en bij het versterken van internationale partnerschappen? Deze leden lezen bovendien dat de Nederlandse AI-sector nog relatief klein is en een internationale afzetmarkt nodig heeft om op te schalen. Deze leden zijn van mening dat de overheid zelf de grootste klant van Europese AI kan zijn. Is het kabinet bereid zich in Brussel in te zetten voor een Europese voorkeur bij publieke aanbesteding van AI- en cloudtoepassingen, zodat Europese aanbieders de markt krijgen die ze nodig hebben om op te schalen? Partners en internationale afspraken Zij lezen dat het kabinet inzet op samenwerking met gelijkgezinde middle powers. De leden van de D66-fractie zien daar veel in. Met welke landen buiten de EU wil het kabinet concreet optrekken om een op democratische waarden gebaseerd alternatief te bouwen voor het Amerikaanse en Chinese aanbod? Denkt het kabinet daarbij ook aan landen als Canada, Japan, Zuid-Korea of het Verenigd Koninkrijk? Deze leden lezen verder dat Nederland samen met gelijkgezinde landen aanvullende vormen van internationale governance verkent, gericht op verantwoord gebruik van en toezicht op krachtige AI-infrastructuur. Zij verwelkomen deze verkenning. Wanneer kan de Kamer de uitkomsten van deze verkenning verwachten? Het kabinet wil het EU-voorzitterschap in 2029 actief benutten om de externe AI-agenda van de EU te versterken en te verankeren. Deze leden vragen wat de concrete ambitie van het kabinet voor dit voorzitterschap is. Waar wil Nederland aan het eind van dat halfjaar concreet op kunnen terugkijken, zo vragen deze leden. Zij merken daarbij op dat 2029, gezien het tempo waarin AI zich ontwikkelt, nog ver weg is. Welke stappen zet het kabinet in de tussentijd om de externe AI-agenda van de EU te versterken? En hoe zorgt het kabinet ervoor dat de inzet voor het voorzitterschap blijft aansluiten bij de technologische ontwikkelingen? Voortgang en monitoring De leden van de D66-fractie lezen tot slot dat de Kamer elke twee jaar een schriftelijke voortgangsrapportage over de uitvoering van de strategie ontvangt. Deze leden hechten eraan dat daaruit blijkt of de strategie werkt. Is het kabinet bereid in deze rapportage concrete indicatoren op te nemen, bijvoorbeeld het aandeel Europese rekenkracht en Europese modellen dat de Nederlandse overheid gebruikt, zodat zichtbaar wordt of de afhankelijkheid van niet-Europese aanbieders daadwerkelijk afneemt? Deze leden vinden een termijn van twee jaar bovendien lang, gezien de snelheid van de ontwikkelingen. Is het kabinet bereid de Kamer vaker te informeren? En hoe houdt het kabinet de strategie zelf actueel in de tussentijd? Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister van Buitenlandse Zaken over de Nederlandse Internationale AI-Strategie (IAIS). Deze leden delen de analyse dat artificiële intelligentie (AI) een ingrijpende systeemtechnologie is die in toenemende mate bepalend is voor economische productiviteit, veiligheid en mondiale machtsverhoudingen. Juist in een geopolitiek instabiele wereld waarin technologische dominantie direct samenhangt met strategische soevereiniteit, is een doordachte internationale inzet noodzakelijk die naadloos aansluit op wat er in Nederland gebeurt. Tegelijkertijd constateren deze leden een zorgwekkende asymmetrie in de internationale verhoudingen. Terwijl grootmachten als de Verenigde Staten en China met ongekende snelheid en substantiële investeringen hun capaciteit op het gebied van AI-modellen en rekenkracht op commerciële schaal uitbouwen, lijkt de Europese en Nederlandse focus primair uit te gaan naar regelgeving, risicocategorisering en normatieve kaders. Zij maken zich zorgen dat Europa tracht standaarden te dicteren voor technologieën die grotendeels elders worden uitgevonden en beheerst. Zonder substantiële eigen technologische slagkracht en schaal verliest ook de diplomatieke en normatieve invloed van Nederland en Europa zijn geloofwaardigheid en haar invloed om ethische standaarden op te leggen. Hoe beoordeelt de minister deze internationale dynamiek, en op welke wijze zorgt hij ervoor dat het buitenland- en Europabeleid dat gericht is op ethische standaarden, in balans is met het veiligstellen van onze technologische en economische positie en het voorkomen van onnodige regeldruk waar alleen onze ondernemers en wetenschappers last van gaan hebben? Ten aanzien van de Europese onderhandelingsagenda en de externe werking van wet- en regelgeving lezen de leden van de VVD-fractie dat het kabinet de Europese AI-verordening (AI Act) internationaal profileert als een belangrijk exportproduct en referentiekader. Deze leden wijzen erop dat strenge en complexe regelgeving het risico in zich draagt dat Europese start-ups en scale-ups op achterstand worden gezet ten opzichte van concurrenten in de Verenigde Staten en Azië, waar aanzienlijk meer durfkapitaal en rekenkracht voorhanden zijn en minder administratieve belemmeringen gelden. Zij pleiten er dan ook voor om in Europees verband in te zetten op het versoepelen en dereguleren van de AI Act voor het innovatieve midden- en kleinbedrijf. Kan de minister toelichten hoe hij zich in de Raad Buitenlandse Zaken en in de afstemming met Europese partners inzet om te voorkomen dat de implementatie van de AI Act onze eigen concurrentiekracht en innovatieruimte belemmert? En is hij bereid hierbij ook mee te wegen dat er werkbare en technisch proportionele regels komen voor het daadwerkelijk onbedoeld verwerken van bijzondere categorieën persoonsgegevens in het kader van AI in plaats van incidenteel gebruikte persoonsgegevens? Is de minister daarnaast bereid om in EU-onderhandelingen over digitale partnerschappen en regelgevende dialogen met derde landen prioriteit te geven aan marktoegang en lastenverlichting, zodat Europese technologiebedrijven daadwerkelijk kunnen opschalen en concurreren met Amerikaanse en Chinese aanbieders? Hoe voorkomt het kabinet dat een nadruk op Europese normen in internationale handelsbesprekingen leidt tot een afname van investeringen in het Europese innovatieklimaat? Wat betreft strategische afhankelijkheden en de internationale waardeketen constateren de leden van de VVD-fractie dat de strategie enerzijds wijst op de grote kwetsbaarheid van Europa door de afhankelijkheid van niet-Europese partijen voor geavanceerde modellen, cloudinfrastructuren en AI-chips, terwijl anderzijds wordt erkend dat Nederland met zijn hoogwaardige halfgeleiderindustrie een troefkaart in handen heeft. Deze leden vragen de minister hoe deze Nederlandse sleutelpositie in de halfgeleiderketen wordt benut in bilaterale en multilaterale onderhandelingen met bondgenoten, in het bijzonder de Verenigde Staten. Daarnaast hechten deze leden aan heldere afspraken over exportcontroles op dual-use technologie en investeringstoetsing. Hoe waarborgt de minister dat exportbeperkingen in nauw bondgenootschappelijk overleg tot stand komen, zodat een gelijk internationaal speelveld gewaarborgd blijft en Nederlandse bedrijven niet eenzijdig worden benadeeld ten opzichte van concurrenten? Welke resultaten beoogt het kabinet te boeken in partnerschappen met gelijkgezinde landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Japan en Zuid-Korea om de toeleveringsketens van kritieke materialen en strategische componenten veilig te stellen? Voorts hebben zij vragen bij de multilaterale inzet en de institutionele ambities in de strategie. In actielijn 3.1 zet het kabinet in op een breed scala aan multilaterale fora, zoals de Verenigde Naties, de Raad van Europa en UNESCO. Autocratische rivalen als China benutten dergelijke platforms om hun staatsgerichte technologiemodel te bevorderen. Deelt de minister de opvatting dat Nederland zijn diplomatieke capaciteit selectiever zou moeten inzetten en primair moet focussen op coalities met gelijkgezinde westerse partners en strategische middle powers, in plaats van processen in brede multilaterale gremia waar consensus dikwijls leidt tot tandeloze verklaringen? Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie aandacht voor de wisselwerking tussen duurzaamheidsambities en het aantrekken van AI-infrastructuur. In actielijn 1.4 formuleert het kabinet het doel om Nederland als duurzame AI-koploper te positioneren via het stimuleren van groene datacentra en deelname aan de Sustainable AI Coalition. Deze leden benadrukken dat toegang tot betrouwbare energie en grootschalige datacenterinfrastructuur basisvoorwaarden vormen voor het draaien van moderne AI-faciliteiten. Hoe weegt de minister in zijn internationale onderhandelingen de ambitie om aanvullende duurzaamheidseisen te stellen af tegen het risico dat investeringen in AI-rekenfaciliteiten uitwijken naar landen buiten Europa waar minder stringente randvoorwaarden gelden? Op welke wijze gaat het ministerie van Buitenlandse Zaken via economische diplomatie en het postennetwerk actief optreden om internationaal kapitaal aan te trekken voor Nederlandse hightechclusters, en welke afspraken zijn hierover gemaakt met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat? Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de Nederlandse Internationale AI Strategie. Op grote lijnen kunnen deze leden zich vinden in de strategie van het kabinet, echter hebben deze leden enkele vragen en opmerkingen over de concrete uitwerking hiervan. De leden van de PRO-fractie steunen de Internationale AI Strategie. In het bijzonder onderstrepen zij het belang van strategische autonomie in de digitale sector; zij constateren een groeiende afhankelijkheid van niet-Europese AI-modellen waar wij geen zeggenschap over hebben. Volgens het kabinet moeten AI-toepassingen in lijn zijn met “onze waarden, mensenrechten en veiligheid.” De leden van de PRO-fractie vragen het kabinet om te expliciteren wat zij met deze punten bedoelt. Deze leden lezen in de probleemschets dat andere landen en bedrijven, die eerder “AI vroeg prioriteit hebben gegeven,” nu een voorsprong hebben. Welke landen en bedrijven worden hier in het bijzonder mee bedoeld? Zij zijn benieuwd naar de analyse van het kabinet over waarom Europa er niet in geslaagd is om AI prioriteit te geven. Daarnaast constateert het kabinet bij niet-Europese mogendheden “een samenspel van invloedrijke technologiebedrijven en gerichte overheidssteun” – impliceert het kabinet daarmee dat deze strategie ook door Europa gevolgd moet worden? Verwacht het kabinet dat de Europese Unie betekenisvol haar koers kan bijsturen om volwaardig tegenwicht te bieden aan mogendheden als China en de VS? De leden van de PRO-fractie snappen dat AI-ontwikkelingen in een heel onzekere context plaatsvinden. Echter menen deze leden dat AI de onzekerheid zelf ook aanwakkert, met de enorme hoeveelheid kapitaal die hierin wordt gestoken en de samenkomst van geopolitieke- en economische belangen van grote AI-mogendheden in de wereld. Baseert het kabinet haar Internationale AI Strategie op verschillende toekomstscenario’s voor AI-ontwikkelingen? Zo ja, hoe actueel zijn deze scenario’s en wat voor beeld geven zij van de ontwikkelingen op korte, middellange en lange termijn? De leden van de PRO-fractie erkennen, net als het kabinet, de unieke positie van Nederland op het gebied van de halfgeleiderindustrie. Deze leden zien dit als een groot strategisch voordeel. Daarom vragen zij aan het kabinet om nader in te gaan op deze unieke positie en hoe Nederland deze optimaal benut om internationale AI-ontwikkelingen te beïnvloeden. De leden van de PRO-fractie lezen dat Europa aanzienlijk minder investeert in de ontwikkeling van eigen geavanceerde AI-modellen, -applicaties en -infrastructuur. Er zijn echter, onder andere in de Tech Sovereignty Package (TSP) en de Cloud & AI Development Act (CADA), nieuwe initiatieven gelanceerd om dit verschil te verkleinen. Kan het kabinet duidelijk beschrijven hoe AI-investeringen in Europa achterlopen ten opzichte van China en de VS? Kan dit worden uitgedrukt in concrete getallen? Wat gaan de aangekondigde EU-initiatieven doen om dit verschil recht te trekken? Waar staan we over een paar jaar als de TSP en CADA van de grond zijn gekomen? Is dat volgens het kabinet voldoende? De leden van de PRO-fractie onderschrijven de drie gestelde doelen van de Internationale AI Strategie. Zij vragen op welke manier wordt gemeten of de doelen door de ingezette koers worden behaald. Kan het kabinet schematisch uiteenzetten welke acties er per doel worden genomen, wanneer deze acties plaatsvinden, en welke middelen hiervoor beschikbaar zijn? De leden van de PRO-fractie zijn benieuwd naar de Nederlandse AI-sector, die door het kabinet “relatief klein” wordt genoemd. Uit welke marktanalyse blijkt dit en wat zijn de unieke sterke en zwakke punten van de nationale sector? Hoe staat de nationale sector ervoor in vergelijking met de markt in andere EU-lidstaten? Deze leden onderschrijven dat Nederland uitblinkt in een aantal industriesectoren; zij vragen welke rol de Nationale Technologiestrategie (NTS) speelt in het bepalen van deze focusgebieden. Kan het kabinet ook specifiek ingaan op de positie van Nederland op het gebied van quantumtechnologie als vooruitstrevende en invloedrijke digitale ontwikkeling? De leden van de PRO-fractie moedigen aan dat Nederland zijn expertise inzet om AI-beleid en internationale AI-afspraken te beïnvloeden. Deze leden lezen dat Nederland in een groot aantal samenwerkingen betrokken is, zoals de Sustainable AI Coalition, de Semicon Coalition, en andere partnerschappen zowel binnen als buiten de EU. De leden vragen het kabinet om een overzicht van de consortia, partnerschappen en coalities die zien op AI waar Nederland bij betrokken is, met een beschrijving van de doelen van elk van deze samenwerkingsverbanden. Met welke middle powers werkt Nederland samen? Ook prijzen de leden van de PRO-fractie de bereidheid van het kabinet om AI te agenderen tijdens het aanstaande EU-voorzitterschap in 2029. De motie-Kathmann/El Boujdaini (Kamerstuk 21501-33-1196) vraagt bovendien om ethische AI ook als onderwerp te agenderen tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Raad van Europa in 2027. Hoe voert het kabinet deze motie uit en welke kansen zijn er tijdens deze periode om invloed uit te oefenen? Bovendien vragen de leden hoe de Europese AI-verordening, het AI-kaderverdrag en de UNESCO Recommendation on the Ethics of AI met elkaar samenhangen. Wat kan Nederland doen om deze drie initiatieven zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten? Tot slot steunen de leden van de PRO-fractie om AI-gedreven dreigingen, samen met andere landen, beter te voorkomen. Hiertoe kan de nog op te richten Nederlandse AI-raad, zoals verzocht in de motie-Kathmann/Six Dijkstra (Kamerstuk 26643-1403), een rol spelen. Op welke manier werkt Nederland met andere landen samen op dit gebied? Welke rol spelen onafhankelijke AI-raden en -veiligheidsinstituten in het uitwisselen van dit soort informatie en het opstellen van actuele dreigingsbeelden? Welke rol hebben de AIVD, MIVD en de NCTV hierin? Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie bedanken de minister van Buitenlandse Zaken voor de Nederlandse Internationale AI-Strategie. Deze leden hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen. De leden van de PVV-fractie zien veel kansen en risico’s bij de snelle toename van het gebruik van AI. Wat betreft de kansen staat in de AI-strategie dat we onder meer onze welvaart, concurrentiekracht en weerbaarheid kunnen vergroten als we de kansen benutten. Iets wat op papier natuurlijk goed klinkt. En deze leden geloven wel degelijk dat die kansen er ook zijn. Maar helpt Nederland met deze strategie zijn eigen kansen niet om zeep? Die vraag blijft toch een beetje hangen na het lezen van de Internationale AI-strategie. Dit bijvoorbeeld vanwege de in de strategie uitgesproken ambitie om Nederland op de kaart te zetten als duurzame AI-koploper. Hoe gaat een voortrekkersrol op duurzaamheid ons verder helpen ten opzichte van China en de Verenigde Staten, de twee landen waarop we al een enorme achterstand hebben? De leden van de PVV-fractie zien duurzaamheid op andere gebieden eerder functioneren als een rem dan als een gaspedaal vanwege de eisen (wet- en regelgeving) die verbonden zijn met de duurzaamheidsagenda. Waarom zou dat op het thema van AI anders zijn? Vergroot het inzetten op duurzaamheid onze achterstand op China en de Verenigde Staten juist niet verder? Wordt het bouwen van een eigen (Nederlandse of Europese) AI-infrastructuur niet gehinderd door de politieke ambitie om duurzaamheidskoploper te worden? Zo nee, waarom niet? Deze leden willen op dit punt een uitgebreide toelichting. Waar de leden van de PVV-fractie zich verder zorgen over maken, is de Nederlandse ambitie om standaarden te bevorderen en mensenrechten te beschermen in AI-toepassingen. In de basis vinden deze leden dit geen verkeerde ambitie, maar hoe krijg je China en de Verenigde Staten mee om daar mondiaal afspraken over te maken? In de strategie wordt een aantal keer vermeld dat Nederland zaken gaat oppakken in EU-verband. Nu is de EU heel goed in het maken van wet- en regelgeving, maar veel minder goed in het bouwen van AI-infrastructuur en datacentra. Daarom willen deze leden weten of het in EU-verband bevorderen van standaarden, beschermen van mensenrechten, etc., onze nationale ontwikkeling op AI-gebied niet te veel afremt? Als laatste: leveren we specifiek op het gebied van veiligheid ook niet in aan bewegingsvrijheid als we onszelf (in Nederland en Europa) aan nieuwe afspraken en regels gaan verbinden, terwijl kwaadwillende statelijke actoren en terroristen AI vrijwel ongehinderd als wapen tegen ons kunnen inzetten? Deze leden ontvangen graag een wat bredere analyse op dit punt. Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Nederlandse Internationale AI-Strategie. Deze leden steunen de drie hoofddoelen van de strategie, namelijk het versterken van het Nederlandse en Europese concurrentievermogen, het versterken van Nederlandse en Europese soevereiniteit op AI en het bevorderen van een veilige en verantwoorde inzet van AI. Zij hebben hierbij nog wel enkele vragen. Algemeen De leden van de CDA-fractie vragen hoe de Internationale AI-Strategie zich verhoudt tot het bredere Nederlandse AI-beleid. Kan het kabinet aangeven hoe deze strategie samenhangt met onder andere het AI-Rekenkrachtplan, de Nederlandse AI-fabriek, de Nationale Technologiestrategie (NTS), de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en het bredere beleid voor economische veiligheid? Deze leden vragen daarnaast wie binnen het kabinet eindverantwoordelijk is voor de samenhang tussen deze verschillende trajecten. De leden van de CDA-fractie delen de zorgen dat het Europa onvoldoende lukt om de in theorie sterke uitgangspositie om te zetten in bedrijven en technologie van wereldformaat. Deze zorg is eerder dit jaar ook uitgesproken door de CEO's van onder meer ASML, Airbus, Ericsson, Mistral AI, Nokia, SAP en Siemens.[voetnoot 1] Deze bedrijven waarschuwen dat Europa terrein verliest door een gefragmenteerde markt, onnodig complexe en overlappende regelgeving, een gebrek aan schaal en onvoldoende investeringsmogelijkheden. Zij vragen of het kabinet de analyse van dit European Tech Creators'-initiatief deelt. Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen worden ondernomen om samen met onder andere de bedrijven van dit initiatief deze problemen aan te pakken? Is het kabinet bereid in kaart te brengen waar Europese AI- en digitale regels overlappen of onnodige regeldruk veroorzaken? Hoe gaat Nederland zich ervoor inzetten dat regels worden vereenvoudigd zonder noodzakelijke bescherming van burgers, consumenten en fundamentele rechten af te zwakken? Actielijn 1.1 – Versterken van het AI-ecosysteem via gezamenlijke investeringen De leden van de CDA-fractie vragen welke Europese technologieprojecten op het gebied van AI het kabinet de komende jaren gerealiseerd zou willen zien. Welke rol kunnen en moeten Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen daarin spelen? In de eerdergenoemde oproep van het European Tech Creators'-initiatief wordt onder andere gepleit voor aanpassing van het mededingings- en fusiebeleid, zodat Europese ondernemingen voldoende schaal kunnen bereiken om wereldwijd te concurreren. Deze leden vragen of het kabinet deze oproep ondersteunt. Is het kabinet van mening dat bij Europees mededingingsbeleid op dit moment voldoende rekening wordt gehouden met mondiale concurrentie vanuit grote Amerikaanse en Chinese technologiebedrijven? Waar ligt wat het kabinet betreft de juiste balans tussen het mogelijk maken van Europese schaalvergroting en het voorkomen van ongewenste marktmacht? Zij vragen daarnaast welke rol het kabinet ziet voor de overheid als launching customer om via publieke aanbestedingen de ontwikkeling en toepassing van Europese AI-oplossingen te stimuleren. Welke concrete doelstellingen heeft het kabinet hiervoor geformuleerd? Actielijn 1.3 – Versterken van internationale partnerschappen voor AI-innovatie, capaciteit en adoptie De leden van de CDA-fractie ondersteunen samenwerking met strategische partners binnen en buiten Europa. Volledige technologische onafhankelijkheid is naar de mening van deze leden namelijk niet realistisch. Welke landen beschouwt het kabinet als de belangrijkste strategische AI-partners van Nederland en Europa? Deze leden vragen daarnaast hoe de Nederlandse deelname aan het IPCEI-AI concreet bijdraagt aan de versterking van het Europese AI-ecosysteem. Welke andere lidstaten zijn, naast Duitsland, bij dit initiatief betrokken? Hoe verhoudt de IPCEI-AI zich tot deze internationale AI-strategie en hoe versterken deze initiatieven elkaar? Actielijn 2.1 – Strategisch beheersen van afhankelijkheden in de AI-waardeketen De leden van de CDA-fractie vragen of het kabinet een volledig overzicht kan geven van de belangrijkste Europese afhankelijkheden binnen de AI-waardeketen, waaronder kritieke grondstoffen, halfgeleiders, chipontwerp, rekenkracht, cloudinfrastructuur, data, modellen en toepassingen? Actielijn 2.2 – Strategische partnerschappen aangaan in de AI-waardeketen Het kabinet schrijft dat Nederland de partnerschappen met landen die sleutelposities innemen in de AI-waardeketen wil versterken. De leden van de CDA-fractie vragen in dat verband of het kabinet kan toelichten welke plaats Pax Silica krijgt binnen de uitvoering van de voorliggende Internationale AI-Strategie. Welke concrete doelen wil Nederland met zijn deelname aan Pax Silica bereiken? Welke concrete projecten en/of investeringen verwacht het kabinet die uit de Nederlandse deelname aan Pax Silica kunnen voortkomen? Welke kansen biedt dit specifiek voor Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen, waaronder bedrijven in de Nederlandse halfgeleider- en hightechsector? Deze leden constateren dat inmiddels ook de Europese Unie zich bij Pax Silica heeft aangesloten. Hoe verhoudt de Nederlandse deelname zich tot die van de EU? Welke onderwerpen worden nationaal opgepakt en welke via de Europese Unie? Zij vragen of het kabinet kan garanderen dat Nederland en de Europese Unie zelfstandig kunnen blijven bepalen met welke derde landen zij economische en technologische betrekkingen onderhouden, ondanks de deelname aan Pax Silica. Welke afspraken zijn er binnen Pax Silica over exportcontroles en het beperken van strategische afhankelijkheden van landen die als veiligheidsrisico worden beschouwd? In hoeverre zijn deze afspraken bindend? Actielijn 2.3 – Europa extern positioneren en strategisch communiceren Het kabinet noemt het Nederlandse EU-voorzitterschap in 2029 als belangrijk moment. De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete AI-doelen het kabinet tegen die tijd Europees wil hebben bereikt. Actielijn 2.4 – Mitigeren van risico's rond strategische AI-capaciteiten Deze leden vragen welke risico's het kabinet ziet bij de opkomst van autonome AI-agenten die zelfstandig handelingen kunnen verrichten en daarbij mogelijk buiten menselijke controle raken. Zie bijvoorbeeld de recente hack van een Australische overheidswebsite door een AI-agent van OpenAI. Hoe zet Nederland zich internationaal in om de risico's van dergelijke autonome AI-systemen te beheersen en welke concrete internationale afspraken worden hierover nagestreefd? Acht het kabinet de bestaande Europese en internationale kaders voor verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid toereikend voor autonoom handelende AI-agenten, ook wanneer ontwikkelaars, aanbieders en gebruikers in verschillende landen gevestigd zijn? Actielijn 3.1 – Versterken en internationaliseren van normen en rechtsstatelijke principes voor AI Zij vragen of het kabinet van mening is dat er beslissingen zijn die principieel nooit volledig aan een AI-systeem mogen worden overgelaten? Zo ja, welke zijn dat? De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete resultaten het Nederlandse voorzitterschap van de Group of Governmental Experts on Lethal Autonomous Weapons Systems in de periode 2024–2026 heeft opgeleverd. Actielijn 3.3 – Beschermen van mensenrechten, democratische waarden en weerbaarheid in AI-toepassingen Deze leden vragen hoe Nederland zich er internationaal voor inzet dat AI niet wordt gebruikt voor grootschalige repressie en massasurveillance door autoritaire regimes. Het kabinet geeft aan de wenselijkheid en haalbaarheid van de oprichting van een Nederlands AI Veiligheidsinstituut te verkennen. De leden van de CDA-fractie vragen welke concrete lacune een dergelijk instituut zou moeten vullen. Hoe zou een Nederlands instituut zich verhouden tot Europese en/of internationale AI-safety-instituten? Zij vragen of het klopt dat het AI-instituut in het Verenigd Koninkrijk al ver ontwikkeld is en onder andere Amerikaanse AI-modellen traint. Hoe denkt het kabinet erover de krachten daarmee te bundelen? Actielijn 3.4 – Versterken van internationale respons op AI-gedreven dreigingen De leden van de CDA-fractie vragen hoe de EU en de NAVO samenwerken aan gezamenlijke detectie en attributie van AI-gedreven digitale aanvallen. Zijn er internationale afspraken met betrekking tot de reactie op grootschalige AI-gedreven cyberaanvallen? Kennisopbouw en monitoring Het kabinet erkent dat technologische ontwikkelingen zo snel gaan dat beleid voortdurend moet kunnen worden aangepast. De leden van de CDA-fractie onderschrijven in dit verband het belang van kennisopbouw binnen het Rijk en het Nederlandse postennetwerk. Hoeveel specialistische AI-expertise is momenteel aanwezig bij Buitenlandse Zaken en de Nederlandse posten? Welke extra kennis en capaciteit worden hiervoor opgebouwd? Het kabinet stelt voor de Kamer tweejaarlijks schriftelijk over de voortgang van de Internationale AI-strategie te informeren. Deze leden vragen of het kabinet kan toezeggen daarbij per actielijn te rapporteren met concrete en meetbare indicatoren. Kan het kabinet daarnaast per actielijn aangeven welke bewindspersoon (eind-)verantwoordelijk is en welke middelen beschikbaar zijn? Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van de Nederlandse Internationale AI-Strategie en hebben hierover enkele vragen. Deze leden vinden dat kunstmatige intelligentie onder publieke en democratische controle moet staan en dienstbaar moet zijn aan mens, dier, natuur en democratie, in plaats van aan de winstbelangen van grote technologiebedrijven. Ecologische impact van AI Zij lezen dat het kabinet Nederland internationaal wil positioneren als duurzame AI-koploper (actielijn 1.4). Welke concrete doelen stelt het kabinet daarbij voor het terugdringen van het energie- en waterverbruik van AI-systemen en de bijbehorende infrastructuur? Gaat het kabinet zich internationaal inzetten voor verplichte transparantie over en normering van het energie- en waterverbruik van AI-systemen? Zo nee, waarom niet? Is het kabinet bereid zich ervoor in te zetten dat AI-toepassingen van overheden vooraf worden getoetst op hun ecologische impact? Hoe wordt bij internationale investeringen in AI-infrastructuur rekening gehouden met ecologische grenzen? De leden van de PvdD-fractie wijzen op onderzoek van Leitmotiv[voetnoot 2] dat aantoont dat datacenters enorme reserveringen maken op het stroomnet, maar deze capaciteit naar schatting slechts voor de helft wordt benut. Exacte berekeningen zijn hierbij niet te maken, omdat bedrijven niet verplicht zijn om te rapporteren over hun daadwerkelijke capaciteit en verbruik. Is het kabinet bereid om internationaal te pleiten voor verplichte transparantie rondom de daadwerkelijke elektrische capaciteit van datacenters (ten opzichte van de gereserveerde netcapaciteit), en om geen nieuwe capaciteit te reserveren voor datacenters totdat duidelijk is hoeveel elektrische capaciteit datacenters daadwerkelijk gebruiken en hoeveel datacentercapaciteit er nodig is om te komen tot digitale autonomie? Zo nee, waarom niet? Digitale soevereiniteit en publieke regie Deze leden merken op dat het kabinet risicovolle strategische afhankelijkheden in de AI-waardeketen wil terugdringen (actielijn 2.1). Hoe gaat het kabinet voorkomen dat publieke investeringen in AI-infrastructuur leiden tot nieuwe afhankelijkheden van grote commerciële technologiebedrijven? Is het kabinet bereid zich in Europees verband in te zetten voor AI-infrastructuur onder publieke zeggenschap en structurele investeringen in open-source- en publieke AI-alternatieven? II Antwoord/ Reactie van de minister III Volledige agenda - Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen, d.d. 03-07-2026, Internationale AI Strategie (Kamerstuk 26643, nr. 1543) ASML. (z.d.). ASML CEO Christophe Fouquet co-signed opinion piece on European technology companies. https://investor.asml.com/news-releases/news-release-details/asml-ceo-christophe-fouquet-co-signed-opinion-piece-european-technology-companies. Schulze, M. (2025, November 21). Four key conclusions about data center environmental transparency in the Netherlands. Leitmotiv. https://leitmotiv.digital/publications/four-key-conclusions-data-center-environmental-transparency-neth.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.