KamerkringInloggen
Kamerstuk

Nota van wijziging

27 mrt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 63f77c03e64fa9a1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 377Regels over een bestuursrechtelijke aanpak vanonline kinderpornografisch materiaal (Wetbestuursrechtelijke aanpak onlinekinderpornografisch materiaal)Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGINGOntvangen 27 maart 2024 Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 2 komt als volgt te luiden:Artikel 2. De Autoriteit1. De Autoriteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringswetverordening terroristische online-inhoud, heeft mede tot taak:a. de ontoegankelijkmaking van online kinderpornografisch materiaal afte dwingen, enb. onderzoek te doen naar, en informatie te verstrekken over, deaanwezigheid van online kinderpornografisch materiaal teneinde deverspreiding daarvan onder het publiek te beperken, waar mogelijk insamenwerking met private en publieke partijen.2. De leden van de Autoriteit en de bij besluit van de Autoriteitaangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving vanhet bepaalde bij of krachtens deze wet.BDe artikelen 2a, 2b en 2c vervallen.CIn artikel 6, vierde lid, onder a, vervalt het woord «kennelijk».DArtikel 7 vervalt. kst-36377-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 377, nr. 71 EIn artikel 8 wordt «de in artikel 6, derde lid, en de in artikel 7, eerste entweede lid, opgenomen verplichtingen» vervangen door «de in artikel 6,derde lid, opgenomen verplichting».FArtikel 9, tweede lid, vervalt onder vernummering van het derde tot hettweede lid.GArtikel 14 komt als volgt te luiden:Artikel 14. VervolgingsuitsluitingsgrondIn artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht wordt na «of eenbeslissing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU)2021/784 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 inzakehet tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud (PbEU2021, L 172)» ingevoegd: of een aanwijzing als bedoeld in artikel 6, eerstelid, van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografischmateriaal.HArtikel 15 komt als volgt te luiden:Artikel 15. Samenloop met de Wet seksuele misdrijvenIndien het bij koninklijke boodschap van 10 oktober 2022 ingediendevoorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en anderewetten in verband met de modernisering van de strafbaarstelling vanverschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (Wetseksuele misdrijven) (36 222) tot wet is of wordt verheven en artikel I vandie wet:a. eerder in werking treedt of is getreden dan deze wet, wordt deze wetals volgt gewijzigd:1. In artikel 1 wordt in de alfabetische rangschikking «kinderpornogra-fisch materiaal: afbeeldingen als bedoeld in artikel 240b van het Wetboekvan Strafrecht;» vervangen door «kinderpornografisch materiaal: visueleweergaven als bedoeld in artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht;».2. In artikel 3 wordt «Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht»vervangen door «Artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht».3. Artikel 14 komt als volgt te luiden:Artikel 14. Wijziging van het Wetboek van StrafrechtHet Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:1. In artikel 54a wordt na «of een beslissing als bedoeld in artikel 3,eerste lid, van verordening (EU) 2021/784 van het Europees Parlement ende Raad van 29 april 2021 inzake het tegengaan van de verspreiding vanterroristische online-inhoud (PbEU 2021, L 172)» ingevoegd «of eenaanwijzing als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet bestuursrechte-lijke aanpak online kinderpornografisch materiaal».Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 377, nr. 72 2. In artikel 252 wordt «een kind dat» vervangen door «een persoondie».3. In artikel 253 wordt «een kind» vervangen door «een persoon».b. later in werking treedt dan deze wet, wordt die wet als volgtgewijzigd:1. In artikel I, onderdeel K, wordt in artikel 252 «een kind dat» vervangendoor «een persoon die».2. In artikel 253 wordt «een kind» vervangen door «een persoon».3. Na artikel XV wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:ARTIKEL XVaDe Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaalwordt als volgt gewijzigd:1. In artikel 1 wordt in de alfabetische rangschikking «kinderpornogra-fisch materiaal: afbeeldingen als bedoeld in artikel 240b van het Wetboekvan Strafrecht;» vervangen door «kinderpornografisch materiaal: visueleweergaven als bedoeld in artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht;».2. In artikel 3 wordt «Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht»vervangen door «Artikel 252 van het Wetboek van Strafrecht».TOELICHTING I. ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding Deze nota van wijziging wijzigt het wetsvoorstel voor een bestuursrech-telijke aanpak van online kinderpornografisch materiaal (Kamerstukken II2022/23, 36 377, nr. 2). Dat wetsvoorstel is op 13 juni 2022 bij de TweedeKamer ingediend. Het is noodzakelijk om daarin een aantal hoofdzakelijktechnische wijzigingen aan te brengen. Deze wijzigingen wordenhieronder kort toegelicht.2. Artikel 7 wetsvoorstel vervalt Ten eerste is artikel 7 waarin de zorgplicht was vervat uit hetwetsvoorstel geschrapt. De reden daarvoor is gelegen in het feit dat deDigitaledienstenverordening op 17 februari 2024 van toepassing isgeworden. Deze verordening voorziet in volledige harmonisatie van deregels die van toepassing zijn op tussenhandeldiensten op de internemarkt. Dit betekent dat lidstaten deze verordening moeten uitvoeren, geenafwijkingen mogen toestaan en geen beleidsvrijheid meer hebben omaanvullende nationale eisten te stellen of in stand te houden die verbandhouden met aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van deDigitaledienstenverordening vallen (zie artikel 1, tweede lid, enoverweging 9 van de Digitaledienstenverordening). Dit zou ten koste gaanvan de rechtstreekse en uniforme toepassing van de volledig geharmoni-seerde regels. Het doel van de Digitaledienstenverordening is om tezorgen voor een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving,waarin de verspreiding van illegale online-inhoud en de maatschappelijkerisico’s die de verspreiding van desinformatie of andere inhoud met zichkunnen brengen, worden aangepakt, en waarin de in het HandvestTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 377, nr. 73 verankerde grondrechten doeltreffend worden beschermd en innovatiewordt vergemakkelijkt. Online kinderpornografisch materiaal is illegaleonline-inhoud als bedoeld in artikel 3, onder h, van de Digitaledienstenver-ordening.De Digitaledienstenverordening regelt onder meer dat aan aanbiedersvan tussenhandeldiensten, waaronder aanbieders van hostingdienstenvallen, zorgvuldigheidsverplichtingen worden opgelegd. De aanvankelijkin artikel 7 van het wetsvoorstel opgenomen zorgplicht om op te tredentegen online kinderpornografisch materiaal was een zorgvuldigheidsver-plichting in de vorm van een open norm. In het artikel was gespecificeerddat aanbieders passende en evenredige maatregelen dienden te treffenom de opslag en doorgifte van online kinderpornografisch materiaalmiddels hun diensten te beperken. Dit zijn maatregelen waartoeaanbieders op grond van de Digitaledienstenverordening ook verplichtzijn. Omdat de Digitaledienstenverordening volledige harmonisatie betreften zorgvuldigheidsverplichtingen bevat voor aanbieders van hosting-diensten om op te treden tegen illegale inhoud, is er geen ruimte omnationaal nog in een aanvullende verplichting te voorzien. Om die reden isdit artikel met deze nota van wijziging dan ook uit het wetsvoorstelgeschrapt.Als gevolg van de schrapping van artikel 7 diende ook de verwijzingnaar dat artikel in artikel 8 te vervallen. Tevens diende artikel 9, tweede lid,te vervallen. Deze wijzigingen zijn opgenomen in onderdeel D, E en F vandeze nota van wijziging.3. Schrapping kennelijkheidsvereiste in dit wetsvoorstel Kinderpornografisch materiaal is in het onderhavige wetsvoorstelgedefinieerd als afbeeldingen als bedoeld in artikel 240b van het Wetboekvan Strafrecht. Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht spreekt vaneen seksuele gedraging waarbij iemand die «kennelijk» de leeftijd vanachttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken.In het woord «kennelijk» is tot uitdrukking gebracht dat de echte leeftijdniet behoeft te worden bewezen. Het gaat om een verantwoordeschatting, op grond van kenmerken die in het algemeen in de beoordelingkunnen en plegen te worden betrokken bij de schatting van de leeftijd vaneen bepaalde persoon, waarbij onder meer gedacht kan worden aan delengte en de lichamelijke ontwikkeling. Door de verwijzing naarartikel 240b Wetboek van Strafrecht, die blijft gehandhaafd, moet opgrond van dit wetsvoorstel bij de beoordeling van de vraag of sprake isvan kinderpornografisch materiaal sprake zijn van een persoon die«kennelijk» de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt.Op grond van artikel 6, vierde lid, onder a, van dit wetsvoorstel was hetvoor de ATKM mogelijk een aanwijzing te geven indien zou blijken dat«kennelijk» sprake was van online kinderpornografisch materiaal.Daarmee was feitelijk sprake van een dubbel kennelijkheidsvereiste. Ditdubbele kennelijkheidsvereiste zou ertoe kunnen leiden dat in hetbestuursrecht op dit punt een andere norm wordt gehanteerd dan in hetstrafrecht, waardoor het in de praktijk erg lastig wordt om op te tredentegen de verspreiding van dit materiaal. Met deze nota van wijziging is erdaarom voor gekozen het woord «kennelijk» te schrappen uit artikel 6,vierde lid, onder a, van dit wetsvoorstel. Dit is opgenomen in onderdeel Cvan deze nota van wijziging.De schrapping van het dubbele kennelijkheidsvereiste neemt niet wegdat het nog steeds aan de ATKM is om deugdelijke te motiveren enonderbouwen waarom er naar haar oordeel sprake is van kinderpornogra-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 377, nr. 74 fisch materiaal als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.Het ontoegankelijk maken van gegevens op internet, louter vanwege deinhoud daarvan, is immers naar zijn aard een beperking van de vrijheidvan meningsuiting. Het is vaste rechtspraak dat met (legitieme ennoodzakelijke) beperkingen op dit grondrecht terughoudend moet wordenomgegaan. Dit geldt ook als het om uitingen gaat die strafbaar zijn, zoalskinderpornografisch materiaal. Daarin brengt deze wijziging geenverandering.4. Schrappen samenloopbepaling met de Uitvoeringswet TOI-ver-ordening Artikel 15 van het wetsvoorstel voorzag in een samenloopbepaling voorhet geval de Uitvoeringswet TOI-verordening eerder in werking zou tredendan het wetsvoorstel voor een bestuursrechtelijke aanpak van onlinekinderpornografisch materiaal. Op het moment dat dit wetsvoorstel bij deKamer werd ingediend was nog niet duidelijk wanneer de UitvoeringswetTOI-verordening in werking zou treden. Inmiddels is dat wel het geval; deUitvoeringswet TOI-verordening is per 1 september 2023 in werkinggetreden (Stb. 2023, 281). Om die reden is ervoor gekozen de samenloop-bepaling met de Uitvoeringswet TOI-verordening opgenomen in artikel 15van het wetsvoorstel te schrappen. De inhoud van de samenloopbepalingwordt met deze nota van wijziging onderdeel van de reguliere artikelenvan het wetsvoorstel.Gelet hierop is artikel 2 van het wetsvoorstel aangepast. Dit isopgenomen in onderdeel A van deze nota van wijziging. Artikel 2 verwijstnu naar het reeds bestaande artikel 2 in de UitvoeringswetTOI-verordening waarmee de ATKM is opgericht. De artikelen 2a, 2b en 2cuit het wetsvoorstel konden gelet hierop worden geschrapt. Dit isopgenomen in onderdeel B van deze nota van wijziging. De inhoud vandeze artikelen die betrekking hebben op de ATKM is immers alopgenomen in de Uitvoeringswet TOI-verordening, zie artikel 3, 4 en 5 vande Uitvoeringswet TOI-verordening.Tot slot is artikel 14 van dit wetsvoorstel waarin de aanwijzing alsbedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze wet is toegevoegd aan artikel 54avan het Wetboek van Strafrecht gewijzigd. Deze wijziging is opgenomen inonderdeel G van deze nota van wijziging.5. Samenloopbepaling met de Wet seksuele misdrijven In de definitie van kinderpornografisch materiaal opgenomen in artikel 1van het wetsvoorstel wordt verwezen naar artikel 240b van het Wetboekvan Strafrecht. Met het wetsvoorstel seksuele misdrijven wordtartikel 240b Wetboek van Strafrecht vervangen door artikel 252 Wetboekvan Strafrecht. Dat wetsvoorstel is momenteel aanhangig bij de EersteKamer. De reikwijdte van de strafbaarstelling van kinderpornografiewijzigt daarmee niet. Wel wordt de strafbaarstelling beter toegesneden opmoderne verschijningsvormen van kinderpornografisch materiaal, ondermeer door vervanging van de term «afbeelding» door de term «visueleweergave».Onderdeel H van deze nota van wijziging regelt de samenloop met hetwetsvoorstel seksuele misdrijven. Na inwerkingtreding van het nieuweartikel 252 van het Wetboek van Strafrecht wordt online kinderpornogra-fisch materiaal in artikel 1 van het onderhavige wetsvoorstel als volgtgedefinieerd: visuele weergaven als bedoeld in artikel 252 van hetWetboek van Strafrecht. De verwijzing in artikel 3 naar artikel 240bWetboek van Strafrecht wordt eveneens aangepast.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 377, nr. 75 Van de gelegenheid wordt tevens gebruik gemaakt om een wijzigingaan te brengen in de formulering van de strafbaarstelling van kinderpor-nografie die is opgenomen in het wetsvoorstel seksuele misdrijven. In hetvoorgaande is genoemd dat de formulering van deze strafbaarstellingdoor dat wetsvoorstel op onderdelen wordt aangepast. Een wijziging isdat het bestanddeel «waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttienjaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken» (huidigartikel 240b van het Wetboek van Strafrecht) wordt vervangen door«waarbij een kind dat kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeftbereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken» (voorgesteld artikel 252).Met het vervangen van het woord «iemand» door «een kind» is nietbedoeld om wijziging aan te brengen in de categorieën van visueelweergegeven personen die onder het bereik van het delict kinderporno-grafie vallen – waarmee de reikwijdte van dit delict zou veranderen – zoalsook kan worden afgeleid uit de memorie van toelichting bij ditwetsvoorstel (Kamerstukken II 2022/23, 36 222, nr. 3, p. 103–104). Beoogdis dat de strafbaarstelling van kinderpornografie zich net als nu blijftuitstrekken tot (1) een visuele weergave van een bestaand persoonbeneden de leeftijd van achttien jaar, (2) een visuele weergave van eenbestaand persoon van achttien jaar of ouder die eruit ziet als persoonbeneden de leeftijd van achttien jaar, (3) een realistische visuele weergavevan een niet bestaand persoon beneden de leeftijd van achttien jaar(virtueel kinderpornografisch materiaal). De in het wetsvoorstel seksuelemisdrijven opgenomen formulering «waarbij een kind dat kennelijk deleeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaaris betrokken» kan naar haar bewoordingen ten onrechte de indruk wekkendat de wetgever heeft beoogd de strafbaarstelling van kinderpornografieeen beperkter bereik te geven, namelijk beperkt tot visuele weergaven vanbestaande personen beneden de leeftijd van achttien jaar. Tegen dieachtergrond wordt in deze nota van wijziging voorgesteld om in destrafbaarstelling van kinderpornografie die is opgenomen in hetwetsvoorstel seksuele misdrijven, de term «een kind dat» te vervangendoor «een persoon die». Vooruitlopend op deze wijziging kan hetopenbaar ministerie in concrete zaken bij de tenlastelegging vankinderpornografie de term «iemand die» of «een persoon die» opnemen,zodat die standaardtenlastelegging ook kan worden gebruikt nadat dewettelijke term «een kind dat» in «een persoon die» is gewijzigd. Degenoemde bestanddelen zijn inwisselbaar. De manier van ten laste leggensluit daarbij aan. Die werkwijze is dus volledig in lijn met de beoogde,onveranderde reikwijdte van de strafbaarstelling van kinderpornografie.Indien de rechter een tenlastelegging bewezen verklaart waarin de term«een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeftbereikt» is opgenomen, dan zal hij die bewezenverklaring – zowel voor alsna de wijziging van het bestanddeel «een kind dat» in «een persoon die» –kunnen kwalificeren onder de delictsomschrijving van kinderpornografie.Artikel 253 – waarin het bijwonen van een kinderpornografischevoorstelling is strafbaar gesteld – wordt met het gewijzigde artikel 252 inovereenstemming gebracht. Wat hiervoor ten aanzien van de wijze vanten laste leggen van kinderpornografie is opgemerkt, geldt mutatismutandis ook in de context van artikel 253.De Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yes¸ilgöz-ZegeriusTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 377, nr. 76

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 008911253ee9a3be

14 okt 2026 · 09fd3cddd2f95d51

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.