KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 april 2025, over Strategische keuzes bereikbaarheid

14 mei 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1630f1582868b4e2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 60 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 14 mei 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 2 april2025 overleg gevoerd met de heer Jansen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, en de heer Madlener, Minister van Infrastructuur enWaterstaat, over:−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 19 november 2024 inzake vijfde voortgangsbrief over destand van zaken van de invoering van de vrachtwagenheffing(Kamerstuk 31 305, nr. 478);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 december 2024 inzake opleveringstoetsen Theemsweg-tracé (Kamerstuk 33 118, nr. 284);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 15 januari 2025 inzake risicobeschouwing en hande-lingsperspectief voor verdachte tunnels naar aanleiding van decalamiteit bij de Prinses Margriettunnel A7 (Kamerstuk29 296, nr. 55);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 19 december 2024 inzake aanpak spitsspreiden en -mijden(Kamerstuk 31 305, nr. 483);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 23 januari 2025 inzake eerste halfjaarrapportage 2024Zuidasdok (Kamerstuk 32 668, nr. 24);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 21 januari 2025 inzake nalevingsverslagen geluidproduc-tieplafonds langs rijkswegen en spoorwegen 2023 (Kamerstuk32 252, nr. 68);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 26 februari 2025 inzake besluit omtrent de verbredingwestelijke Houtensebrug binnen het project A27 Houten-Hooipolder (Kamerstuk 36 600-A, nr. 52);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 28 februari 2025 inzake voortgangsrapportage Tracéwet-plichtige projecten tweede helft 2024 (Kamerstuk 32 404,nr. 126); kst-36600-A-60ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 601 −de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 19 februari 2025 inzake rapport Werkwijzer MKBA bijMIRT (Kamerstuk 36 600-A, nr. 50);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 21 maart 2025 inzake commissiedebat Strategischekeuzes bereikbaarheid (Kamerstuk 36 600-A, nr. 53);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 14 maart 2025 inzake kabinetsstandpunt Bereikbaarheidop Peil (Kamerstuk 31 305, nr. 489);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 1 april 2025 inzake onderzoek naar bruggen en viaductenin verband met waterstofverbrossing (Kamerstuk 36 600-A,nr. 56);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 1 april 2025 inzake correctie op commissiedebat Strategi-sche keuzes bereikbaarheid (Kamerstuk 36 600-A, nr. 57);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 1 april 2025 inzake gevolgen lagere vergoeding studentenov-reisproduct (SOV) en taakstelling op de Brede DoeluitkeringVerkeer en Vervoer (BDU), en de (financiële) situatie NS(Kamerstuk 23 645, nr. 837);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 31 maart 2025 inzake overwogen vervolgstappen Lelylijnen Nedersaksenlijn en masterplan Lelylijn (Kamerstuk36 600-A, nr. 54).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 602 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: MeedendorpAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Olger van Dijk, Grinwis,Peter de Groot, De Hoop, Pierik en Veltman,en de heer Jansen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, en deheer Madlener, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 14.03 uur.De voorzitter:Dames en heren, ik wil u hartelijk welkom heten bij dit commissiedebatvan de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat over strate-gische bereikbaarheid. Hartelijk welkom. Fijn dat u er bent. Ook hartelijkwelkom aan de mensen die dit vanuit een ander zaaltje of op afstand viade livestream volgen. Welkom aan de leden van het kabinet en de ledenvan de Kamer. We gaan dit debat beginnen met de inbreng van derapporteur Woningbouw en Mobiliteit. Dat is mevrouw Veltman en ik wilhaar graag het woord geven. Gaat uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u wel, voorzitter. In dit debat over strategische keuzes voorbereikbaarheid wil ik als rapporteur van het programma Woningbouw enMobiliteit namens de commissie ingaan op de verdeling van de2,5 miljard voor de ontsluiting van woningbouwlocaties uit het huidigeregeerprogramma. Daarvoor is het nu een goed moment, voorafgaandaan het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving, waarin opties voor deverdeling van deze middelen besproken zullen worden.Voorzitter. In de brief van 21 maart jongstleden schetst de Minister hetproces van de inzet van de 2,5 miljard. Vorige week hebben ambtenarenvan het ministerie mij hier een toelichting op gegeven, waarvoor mijndank. De 2,5 miljard zal via het bestaande programma Woningbouw enMobiliteit binnen het MIRT worden verdeeld over decentrale overheden.Het budget zal gescheiden blijven van het eerdere budget van 7,5 miljard,maar de aansturing en programmabeheersing zullen identiek zijn. Voor devoortgangsrapportages en -evaluaties kan aansluiting gevonden wordenbij de bestaande trajecten. Een vraag: betekent dit dat de voortgangsrap-portages voor het programma Woningbouw en Mobiliteit voortaan zienop het totale programmabudget voor beide budgetten, dus de oorspron-kelijke 7,5 miljard en de 2,5 miljard samen?De Minister schrijft dat de opzet van de verdeling van de middelen hieronder voorbehoud van de voorjaarsbesluitvorming is. Welke discussieverwacht de Minister in het kader van deze voorjaarsbesluitvorming?Verwacht de Minister een discussie over de hoogte van het budget van2,5 miljard, of zou dit eerder kunnen gaan over het kasritme waarin demiddelen uitgegeven kunnen worden?Voorzitter. Voor de verdeling van de 2,5 miljard wordt een andere indelinggehanteerd dan voor de eerdere 7,5 miljard. Er worden nu twee soortenbestemmingen gehanteerd in plaats van vier. Dat zijn grootschaligewoningbouwlocaties, voor 60% van het budget en dus voor 1,5 miljard, enlocaties daarbuiten die op korte termijn ontwikkeld kunnen worden voor40% van het budget en dus voor circa 1 miljard. Ambtelijk is toegelicht dater een muur tussen deze budgetten staat, en dat deze gescheiden blijven,zodat deze ook daadwerkelijk beschikbaar blijven voor de genoemdelocaties. Dit zou een antwoord kunnen zijn op mijn vraag, bij hetnotaoverleg MIRT, hoe kan worden voorkomen dat de inzet van demiddelen op de korte termijn leidt tot verdringing van cruciale investe-ringen op de lange termijn. Kan de Minister bevestigen dat er inderdaadTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 603 sprake is van strikt gescheiden budgetten voor grootschalige en klein-schalige locaties?Bij de grootschalige woningbouwlocaties wordt gesproken over zowelbestaande als nieuwe locaties. De bestaande zijn de eerder aangewezenzeventien grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties. Aan welke nieuwegrootschalige woningbouwlocaties wordt er momenteel gedacht? Welkdeel van de 1,5 miljard is hiervoor bestemd?Voor de selectie van maatregelen worden andere afwegingscriteriagebruikt dan voorheen. Bij de kleinere locaties benoemt de Ministerenkele, maar niet alle criteria, zoals de snelheid van de woningbouw, hetaantal nieuwe woningen en een bijdrage per woning. Ook wordt hardergetoetst op realisme en maakbaarheid op korte termijn, en op samenhangmet de plannen van Rijkswaterstaat en ProRail. Een compleet overzichtvan de afwegings- en toetsingscriteria ontbreekt echter nog. Voor degrootschalige woningbouwlocaties en schaalsprong- en netwerkinveste-ringen wordt een geactualiseerd afwegingskader gebruikt gebaseerd ophet eerdere afwegingskader voor de 7,5 miljard. Waaruit deze actualisatiebestaat, wordt echter niet duidelijk. Kan de Kamer de nieuwe criteria engeactualiseerde afwegingskaders voor de selectie van maatregelenontvangen, zoals dat ook is gebeurd voor het eerdere budget?De precieze inzet van de 2,5 miljard hangt samen met een aantal factoren:het aantal kansrijke aanvragen, analyse binnen IenW, Rijkswaterstaat enProRail, en de politieke weging daarvan. Kan de Minister toelichtenwaarop de politieke weging ziet? Welk soort afwegingen verwacht deMinister te moeten maken en hoe wordt de Kamer daarover geïnfor-meerd?Voorzitter. Tot slot wil ik de Minister namens de commissie verzoeken omde Kamer in de junibrief over de voortgang van het MIRT te informerenover de opbrengsten van de bestuurlijke overleggen over deze middelenvoor woningbouw en mobiliteit. Dat lijkt ook een goed moment om deKamer uitgebreider te informeren over de nieuwe en geactualiseerdeafwegingskaders voor de selectie van maatregelen, over de koppeling metwoningbouw en over de verwachte effecten voor de doelstellingen voorregionale bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, bedrijvigheid, gezondheiden circulariteit.Voorzitter. Tot zover mijn inbreng als rapporteur Woningbouw enMobiliteit.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Veltman. Ik kijk naar de Minister om te zien of debeantwoording direct kan plaatsvinden. Dat is het geval. Aan u het woord.Gaat uw gang.Minister Madlener:Dank u wel. Dank aan de rapporteur voor haar inbreng en voor de rol diezij vervult in deze commissie. De Staatssecretaris en ik zullen allebeiingaan op haar vragen. Ik zal zeker ook ingaan op de vragen over decriteria en het afwegingskader. Dat is inderdaad belangrijk en daar zullenook heel veel mensen op de tribune interesse in hebben. De Staatssecre-taris zal ingaan op de voortgangsrapportage en de financiën.Allereerst was de vraag of ik kan bevestigen dat er inderdaad sprake isvan strikt gescheiden budgetten voor grootschalige en kleinschaligelocaties. Ja, voorlopig gaan we uit van die scheiding van de budgettenvan de grootschalige en kleinschalige locaties om ervoor te zorgen datalle gemeenten kans maken op een rijksbijdrage. Hierdoor is er voor degrootschalige woningbouwlocaties een ander afwegingskader, maar ookruimte om een bredere afweging te maken, bijvoorbeeld ten aanzien vande effecten op de hoofdnetwerken. De precieze verdeling zal afhankelijkzijn van het precieze aantal aanvragen dat we krijgen en de kwaliteit vande plannen. Ik kan u zeggen dat er ontzettend veel interesse wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 604 getoond. Ik krijg heel veel vragen van gemeenten, die zeggen: wij zijn erklaar voor en wij willen graag bouwen. Dat vind ik dus zeer hoopvollesignalen.Aan welke nieuwe grootschalige woningbouwlocaties wordt momenteelgedacht en welk deel van die 1,5 miljard is hiervoor bestemd? Daar kan ikhelaas nog niet op vooruitlopen. Dat wordt bepaald in de Nota Ruimte,waaraan we op dit moment de laatste hand leggen. Waarschijnlijk zal ertegen de zomer een aantal locaties worden aangewezen. We reserverenop voorhand nog geen apart deel voor nieuwe locaties. We willen eerstweten om welke het locaties het kan gaan en wat de plannen van allelocaties zijn, voordat we kunnen gaan toedelen.Het antwoord op de vraag of we de nieuwe criteria en geactualiseerdeafwegingskaders naar de Kamer kunnen sturen, is ja. Bij de MIRT-briefjuni 2025 zal de Kamer dit afwegingskader krijgen. Dat is na hetBO Leefomgeving, in de MIRT-brief van juni 2025 dus.Dan was er de vraag of ik kan toelichten waarop de politieke weging ziet,hoe er afgewogen gaat worden en hoe de Kamer geïnformeerd wordt. Ikverwacht dus dat er veel goede plannen komen, maar het budget isnatuurlijk ook wel beperkt, dus er zullen zeker keuzes gemaakt moetenworden. Dat zou bijvoorbeeld spreiding over Nederland kunnen zijn. Datvindt het kabinet belangrijk. Alle regio’s tellen mee. Ik krijg ook echtvragen uit het hele land, van grote en kleine gemeenten, zo van: kunnenwij aanspraak maken op die budgetten? Ik zie dat heel veel gemeentesecht goed bezig zijn om de behoefte aan woningen te vervullen. Dat stemtmij dus heel vrolijk. Als er, mochten we toch komen tot die keuzes,politieke weging nodig is voor uiteindelijke afspraken, dan zal ik de Kamerdaarover informeren in de MIRT-brief van het najaar. Maar ik ben zomaargeneigd te zeggen dat ik straks al eerder vragen zal ontvangen vanKamerleden, want het is natuurlijk heel spannend als we veel aanvragenkrijgen. We zullen moeten gaan kiezen en de Kamer is daar natuurlijk zeerbij betrokken.Ik dank de rapporteur voor haar inbreng en voor de rol die zij vervult. Ikheb hier niet de goede tekst. Die is voor de Staatssecretaris.De voorzitter:Het is wel aardig dat u de rapporteur bedankt, hoor. Daar hebben we geenprobleem mee.Minister Madlener:Dank.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Ik zal het overnemen van mijn collega, de Minister. Ookvan mijn zijde natuurlijk dank aan de rapporteur voor haar inbreng en derol die zij vervult voor de commissie.De Minister heeft aangegeven op welk deel van de vragen ik zal ingaan.Dat betreft allereerst de voortgangsrapportage. De vraag was of ditbetekent dat de voortgangsrapportages voor het programma Woning-bouw en Mobiliteit voortaan zien op het totale programmabudget voorbeide budgetten, dus de oorspronkelijke 7,5 miljard en de 2,5 miljard. Hetantwoord is ja; wij zijn inderdaad voornemens om jaarlijks één voort-gangsrapportage naar de Kamer te sturen die zowel over de 7,5 miljardals over de 2,5 miljard gaat. De eerstvolgende rapportage gaat over 2024.Deze zal dus alleen over de 7,5 miljard gaan, omdat er nog geen afsprakenzijn gemaakt over de 2,5 miljard. Beide budgetten zullen wel afzonderlijkherkenbaar blijven in de latere rapportages waarin informatie over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 605 7,5 miljard en de 2,5 miljard staat, maar de eerste zal dus alleen de7,5 miljard behelzen.De tweede vraag van de rapporteur was: welke discussie verwacht deStaatssecretaris? Verwacht ik in het kader van deze voorjaarsbesluit-vorming een discussie over de hoogte van het budget van 2,5 miljard ofzou dit eerder kunnen gaan over het kasritme waarin de middelenuitgegeven kunnen worden? Ook hier kan ik helaas nog niet op vooruit-lopen. Het kabinet staat namelijk voor een financiële puzzel. Wel kan ikaangeven dat woningbouw natuurlijk een topprioriteit is voor dit kabinet.Het kabinet is het eens over de criteria voor de 2,5 miljard. Wat hetkasritme betreft zullen we na het maken van de afspraken met demedeoverheden kijken of het ritme misschien nog realistischer kan.De laatste vraag betreft het verzoek namens de commissie om de Kamerin de junibrief over de voortgang van het MIRT te informeren over deopbrengsten van de bestuurlijke overleggen over deze middelen voor dewoningbouw en de mobiliteit. Zoals elk jaar zullen wij de Kamer na debestuurlijke overleggen weer informeren voorafgaand aan het volgendecommissiedebat MIRT. Daarbij zal ik ook nader ingaan op de criteria enhet afweegkader voor de 2,5 miljard.Dat is het, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Dank voor uw beider beantwoording. Ik kijk even naar derapporteur om te zien of daar nog een reactie op gewenst is.Mevrouw Veltman (VVD):Nee, voorzitter. Dank aan de bewindslieden voor hun antwoorden. Ik zieuit naar de uitvoering van de gedane toezeggingen om ons te informeren.Het is fijn dat er rekening gehouden kan worden met de zaken die wijhebben aangegeven. Het is goed om hier op die manier vervolg aan tegeven.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is de eer aan mij om u namens de commissie hartelijk tedanken voor uw inbreng als rapporteur en het rapporteurschap voorwoningbouw en mobiliteit.Dan zijn wij nu aangekomen bij de eerste termijn aan de kant van deKamer. De leden hebben vier minuten spreektijd. Ik wil voorstellen omdrie interrupties toe te staan. We hebben drie uur voor dit debat. We gaankijken of we dit debat netjes op tijd kunnen afronden. Ik kijk naar de heerOlger van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Hartelijk dank, voorzitter. Vandaag hebben we het over de grote keuzesover hoe we Nederland bereikbaar houden. Er is nogal een opgave.Nederland loopt vast. De files groeien weer enorm en we staan opdinsdag en donderdag met z’n allen in de trein. Het is positief dat dezeMinister echt werk maakt van gedragsverandering als deel van deoplossing. De anti-DiDo-spitsmotie van Nieuw Sociaal Contract isuitgewerkt in een volwaardige aanpak met budget. De campagne Rijspitsvrij is losgegaan. Kan de Minister misschien al de eerste resultatenmet de Kamer delen? Heeft de campagne het gewenste bereik en effect?Een belangrijk onderdeel van de aanpak betreft innovaties. Wat onsbetreft hoeft de Minister het wiel niet opnieuw uit te vinden. Nederlandwerkt al langer aan spitsmijden en heeft daarmee eerder successengeboekt. Hoe kijkt de Minister naar het verder uitrollen van het projectSpitsScoren?Voorzitter. Een succesvolle aanpak kan niet zonder bedrijfsleven enonderwijs. KPN is al heel goed bezig en heeft zelfs een AI-systeem omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 606 filerijden te verminderen. De hogeschool en de universiteit van Nijmegenbeginnen later met hun colleges. Hoe kijkt de Minister naar deze initia-tieven en kan hij de toepassing van die best practices verder stimuleren?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Wat betreft het punt van het spitsmijden ben ik het helemaal eens met deheer Van Dijk. Ik ben blij dat die motie is aangenomen en dat de Ministerermee aan de slag gaat. Toch voelt dit nog steeds een beetje alssymptoombestrijding. We weten dat er heel veel maatregelen zijn. Er iseen heel mooi rapport geschreven door het Kennisinstituut voor Mobili-teitsbeleid; dat dateert van april 2024. Het zijn 236 pagina’s. Het is echt eenprachtig rapport. Daarin staat eigenlijk: als je spitsmijden veel effectieverwil maken, zijn er andere maatregelen die je moet nemen. Die hebben temaken met parkeernormen, met investeren in het openbaar vervoer, maarook met rekeningrijden. Dat is natuurlijk iets waar dit kabinet niet aan wil.Als de heer Olger van Dijk zegt «we willen er echt voor zorgen dat de spitsminder druk wordt», staat hij daar dan ook voor open? Kijk naar ultra-fijnstof en allerlei andere zaken; daar kan het ook een oplossing voorbieden. Is de heer Van Dijk het dan met mij eens dat het goed zou zijn omook naar dat soort maatregelen te kijken?De heer Olger van Dijk (NSC):Om meteen antwoord te geven op de vraag: Nieuw Sociaal Contractverwacht niet alle heil van het beprijzen van de automobiliteit. We hebbenoverigens vorige week wel gesproken over de nieuwe vrachtwagen-heffing; daar staan wij als Nieuw Sociaal Contract achter. Het is natuurlijkwel zo dat de problematiek zoals ik die net beschreef, niet alleen aan tepakken is met gedragsverandering. Daarom noem ik het ook eendeeloplossing. Het is nodig dat we investeren in de bereikbaarheid vanNederland met het openbaar vervoer. Het is nodig dat we investeren ineen aantal knelpunten om de wegbereikbaarheid te verbeteren; daar komik zo dadelijk ook nog op. Het gaat dus om een heel palet aan maatre-gelen.Tegelijkertijd moeten we een aantal dingen constateren: er is beperktbudget, er is beperkt personeel, en we hebben te maken met stikstofpro-blematiek. Dan is het heel verstandig om niet te wachten totdat je dathelemaal hebt opgelost, maar te kijken wat je nu op korte termijn al kandoen. Dan is zo’n gedragsaanpak juist een hele goede route.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben het met heel veel eens. Maar toch mis ik de openheid van NieuwSociaal Contract en dit kabinet om toch te kijken naar de mogelijkheid vanrekeningrijden. Ik weet hoe gevoelig het ligt. Ik heb in een vorige periodezelf, met de SP, een motie ingediend om te kijken of je qua tijd en plaatskunt differentiëren. Maar als je hier daadwerkelijk iets aan wil doen en erook daadwerkelijk voor wil zorgen dat de stikstofproblematiek minderwordt – ik durf te wedden dat dit ook in het pakketje van deze Minister zitmet stikstofmaatregelen die je kunt nemen – dan denk ik dat het in dezetijd goed zou zijn als ook partijen als Nieuw Sociaal Contract daar tochvoor open zouden staan. Ik miste dat nog wel in de beantwoording van deheer Olger van Dijk. Ik zou daar dus toch nog een iets scherper antwoordop willen.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Olger van Dijk (NSC):Nog scherper: wij maken een andere keuze dan GroenLinks-Partij van deArbeid op dit punt, ook omdat we, als we de problematiek echt willenaanpakken, volgens ons niet nu moeten gaan investeren in het ontwik-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 607 kelen van een toch vrij ingewikkeld systeem. Dat laat die vrachtwagen-heffing op zichzelf ook zien: je moet daar heel lang over nadenken om datgoed in te kunnen voeren. Over automobiliteit is eerder natuurlijk ook welnagedacht. Wij denken dat je de energie nu niet daaraan moet verliezen.We constateren ook dat dit idee geen breed draagvlak heeft in Nederland.We kunnen op een andere manier een keuze maken om Nederlandbereikbaar te houden.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Olger van Dijk (NSC):Op de weg schiet het inderdaad niet echt op met het oplossen van eenaantal van die knelpunten. De Tweede Kamer is heel duidelijk geweest:knooppunt nummer één is Hoevelaken. Daar is ook een motie overaangenomen. Onlangs stond ik daar zelf ook weer eens vast, in hetweekend nota bene. Hoe gaat de Minister deze motie nou uitvoeren?Geld, stikstof en personeel – dat is de bekende riedel die we steeds horen– zijn de redenen waarom het niet opschiet. Personeel lijkt me dan in iedergeval nog het makkelijkste om op te sturen. Hoe kan het dan zo zijn dat wijsignalen krijgen dat Rijkswaterstaat geen apart team op Hoevelaken heeftgezet? Kan de Minister toezeggen hierop qua personeel snel te gaanleveren? Nieuw Sociaal Contract verwacht namelijk echt iets rondHoevelaken.Voorzitter. Dan het openbaar vervoer: de Lelylijn en de Nedersaksenlijnzijn onze topprioriteiten. Die staan niet voor niets prominent in hethoofdlijnenakkoord. De brief die we maandag van de Staatssecretarisontvingen over de vervolgstappen heeft helaas veel weg van eenprocessie van Echternach: drie stappen vooruit en dan weer twee naarachteren. Eerlijk gezegd voelt dit voor mij als drie stappen naar achteren,als een standstill. Het feit dat deze brief weer begint met een jij-bak naardeze Kamer is ook allesbehalve behulpzaam. Feit is dat deze Staatssecre-taris nog geen euro extra heeft geregeld voor deze spoorprojecten, laatstaan voor het openbaar vervoer. Het geduld raakt wel een beetje op.De voorzitter:Meneer Grinwis, de heer Olger van Dijk stopt zijn betoog voor u. Gaat udus uw gang. Of even kijken ... Wilt u dit stukje even afmaken, meneerVan Dijk? Dan kan de heer Grinwis daarna interrumperen.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik wil daar inderdaad nog het een en ander over zeggen. Er zijn weldegelijk opties voor aanvullend budget voor de Nedersaksenlijn. Wijvinden dat de Staatssecretaris daar vol voor moet gaan. Kan hij dezeKamer het vertrouwen geven dat hij dat ook gaat doen en vervolgens metde regio tot een deal gaat komen op het Bestuurlijk Overleg Leefom-geving, zodat de MIRT-verkenning gewoon kan gaan starten? Kan deStaatssecretaris aangeven of en, zo ja, hoe hij de financiering van deNedersaksenlijn en Lelylijn op tafel heeft gelegd bij de onderhandelingenrond de Voorjaarsnota? Naar aanleiding van de woorden van derapporteur vraag ik in hoeverre er uit die 40% van de 2,5 miljard – dat isook een vraag aan de Minister – kan worden geput voor de Nedersak-senlijn. Als we namelijk naar aanvullend budget kijken, blijkt datNederland heel moeilijk aan Europees geld weet te komen voor investe-ringen in dat spoor. Wat gaat de Staatssecretaris doen om dat ook teveranderen? Heel concreet: een extra medewerker op de PV in Brusselverdient zich volgens ons snel terug. Wil de Staatssecretaris zich tot hetuiterste inspannen om aanspraak te maken op Europese defensiemid-delen voor de Nedersaksenlijn? Dat is namelijk een logische militairtrans-portlijn voor de Eemshaven, de haven naar het Duitse achterland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 608 Voorzitter. Tot slot toch ook nog iets over het openbaar vervoer. We kregengisteravond een brief. Daarbij zat ook een beslisnota die heel duidelijkzegt dat door de stapeling van financiële maatregelen de inzet van hetkabinet, die we met z’n allen hebben afgesproken, op toekomstigbetaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer onder druk staat. Dat isnogal wat. Wat gaat deze Staatssecretaris doen? Kan hij aangeven wat zijnbrede inzet is, ook richting de Voorjaarsnota? Is hij het eens met NieuwSociaal Contract dat een stijging van de ticketprijzen, of dat nou bij de NSis of in het regionaal openbaar vervoer, van 10% of meer – ik las 12% hier– onacceptabel is? Ik hoor dat graag van de Staatssecretaris. Wijverwachten actie.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Grinwis, gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het is helder wat collega Olger van Dijk van NSC wil, namelijk dat deNedersaksenlijn wordt aangelegd. Het heeft er inderdaad veel van wegdat er naar elkaar wordt gewezen. Het kabinet zei iets uit de Lelylijnreser-veringen te willen pakken om daarmee de MIRT-verkenning naar deNedersaksenlijn te starten. Daar heeft deze Kamer onder leiding vancollega Olger van Dijk een stokje voor gestoken. Maar hoe dan nu wél?Moeten we hier niet gewoon leiderschap tonen? Ik heb eerder desuggestie gedaan: haal die 800 miljoen bij die reserveringen vandaan. Diekunnen toch niet meer gebruikt worden omdat je voor 800 miljoen geenNoord/Zuidlijn kunt aanleggen. Haal daarnaast 500 miljoen uit de2,5 miljard die je hebt voor woningbouw en infra. Ziedaar: dan heb je1,3 miljard en kun je de MIRT-verkenning vandaag nog starten. Ik heb deindruk dat we eindeloos kunnen vragen «neem leiderschap en kom meteen dekking», maar als wij als Kamer die dekking niet nu zelf op tafelleggen, start die MIRT-verkenning niet dit jaar nog maar pas volgend jaar,of over twee jaar of over drie jaar. Dan komen we er niet.De heer Olger van Dijk (NSC):En dat moeten we gewoon niet hebben; die MIRT-verkenning moet zo snelmogelijk worden gestart. Dat is een heel helder signaal, ook van NieuwSociaal Contract. Dat doe je wel in gesprek met partners. Dat doe je ook ingesprekken met de regio. We begrijpen dat dat gesprek wel degelijk weerheeft plaatsgevonden, maar nog niet echt bestuurlijk heeft plaatsge-vonden. Het lijkt mij heel belangrijk om dat snel te doen. De regio is ookmet een nieuw initiatief gekomen, met een spaarvariant. Het lijkt mij goedom dat in ieder geval ook te onderzoeken.Als ik kijk naar wat er beschikbaar is en op welke potjes je aanspraak zoukunnen maken, zie ik een aantal mogelijkheden. Een daarvan is net algenoemd door de heer Grinwis. Vandaar ook dat ik vroeg in hoeverre weeen deel van die 2,5 miljard daarvoor zouden kunnen benutten, dan heb jein ieder geval een eerste stap gezet. Daarnaast is er nog het volgende. Elkjaar bekijken de Minister en de Staatssecretaris het Mobiliteitsfonds, eenbudget waar alle grote investeringen in zitten. Elk jaar wordt daar iets aantoegevoegd, volgens mij zitten we inmiddels aan 38 of 39. Ik vind het heellogisch dat je in het volgende jaar dat volledige bedrag – volgens mij ishet 700 of 800 miljoen – bestemt, misschien wel integraal, voor deNedersaksenlijn. Dan ben je al een heel eind op streek. Ik vind ook dat jemet de regio het gesprek moet voeren of er nog iets mogelijk is. Ik denkdat als je daar komt met een karretje dat vol zit met in ieder geval1 miljard, de regio echt wel bereid is om nog eens te kijken in allerleifondsen of er linksom of rechtsom nog iets bij kan worden gepast, zodatje die MIRT-verkenning inderdaad kunt starten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 609 Mijn vraag nu aan de Staatssecretaris is wat hij onderneemt richtingVoorjaarsnota en richting het BOL. Het lijkt mij dat toch alles erop gerichtmoet zijn om daar die MRT-verkenning te starten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor dit antwoord. Concluderend. Mag ik het zo samenvatten datNieuw Sociaal Contract alleen genoegen neemt met een voorjaarsbesluit-vorming waarbij de Staatssecretaris terugkomt met zicht op een zodanigedekking dat een MIRT-verkenning naar de aanleg van het ontbrekendestuk van de Nedersaksenlijn nog dit jaar kan starten? Er is dan dusongeveer 1,3 miljard nodig. Mag ik de heer Van Dijk zo verstaan dat hij hetniet over zijn kant zal laten gaan en er geen genoegen mee zal nemen alsde Staatssecretaris na deze Voorjaarsnota weer met lege handen naar deKamer komt?De heer Olger van Dijk (NSC):Waar Nieuw Sociaal Contract deze Staatssecretaris op aan zal spreken, isdat hij al het mogelijke doet om te kijken hoe het wél kan, hoe je finan-ciering kunt vinden. Dat begint nu bij de Voorjaarsnota. Dat begint meteen gesprek met de regio. Wij verwachten dan een duidelijk signaal terugte krijgen over hoe dat gesprek is verlopen en wat het oplevert. Daar moetin ieder geval uit blijken dat al het mogelijke is gedaan. We kunnen niethet onmogelijke vragen, maar net als de heer Grinwis zien wij heel veelmogelijkheden. Die moeten allemaal worden afgelopen. Dat moetgeloofwaardig zijn. Dan hopen wij, en dat verwachten we eigenlijk ookwel, dat die MIRT-verkenning kan worden gestart, of dat er in ieder gevalduidelijk zicht op is dat die stap snel gezet kan worden. Als dat niet hetgeval is, gaan we hier in de Kamer het gesprek weer verder voeren met deStaatssecretaris. Maar daar ga ik niet van uit.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Die zoektocht voer ik graag samen met de heer Van Dijk, de heer Grinwisen de andere collega’s, maar ik heb ook een andere vraag. We hebben hetnu over nieuwe infrastructuur, zoals de Nedersaksenlijn, de Lelylijn etcetera. Maar hoe voorkomen we dat het ov nog verder verschraalt? Deheer Van Dijk van NSC refereert daar zelf ook aan. Die bezuiniging van110 miljoen op de BDU-gelden gaat grote consequenties hebben in degrote steden, maar ook in de omliggende dorpen, die gewoon eenbushalte verliezen. We kunnen met de Kamer toch zeggen dat we dat nietwillen laten gebeuren? Mijn vraag aan NSC is vooral of zij het met mijeens zijn dat die bezuiniging van 110 miljoen van tafel moet. Is de heerVan Dijk dan ook bereid om een voorstel daarvoor te steunen als dat uitde Kamer komt? Dan voorkomen we in ieder geval dat het komend jaarerger wordt.De heer Olger van Dijk (NSC):We hebben nu het debat met de Minister over de informatie die op tafelligt. Die brief van gisteravond valt inderdaad niet mee. Die geeft heelduidelijk aan dat we ons zorgen moeten maken over betaalbaarheid enover verbindingen die misschien weg zullen vallen. Ik wil daarom juistvandaag graag de reactie van de Staatssecretaris horen op de vraag wathij gaat doen om dat te keren. Hij heeft ons toegezegd zich daarvoor in tespannen. Ik ben heel benieuwd of hij iets kan delen over wat zijn inzet isrichting de Voorjaarsnota om die effecten zo veel mogelijk tegen te gaan.Die vallen inderdaad niet mee. Overigens zit er nog wel verschil tussen degebieden, viel mij op in de brief. Het lijkt erop dat de MRDH nog harderwordt geraakt dan de regio Amsterdam. Misschien kan de Staatssecretarisdaar ook nog op reflecteren. Maar ik hoor van hem ook graag wat voorhem de ondergrens is. Hoeveel lijnen mogen er wegvallen? Hoe duurmogen die kaartjes worden? Ik heb vanuit Nieuw Sociaal Contract helderTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6010 gesteld dat een verhoging van 10% of meer van de ticketprijzen onaccep-tabel is.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer De Hoop voor zijn inbrengnamens GroenLinks-PvdA.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank voorzitter en ook dank aan collega Veltman voor haar rapporteur-schap.Voorzitter. Gisteren zagen we weer een zeer zorgelijk bericht overkwetsbare bruggen. Door gebrekkig onderhoud lopen we steeds vakerrisico’s die vermijdbaar moeten zijn. Dat is korte termijn, maar dat is ookte voorkomen. Vandaag hebben we het debat Strategische keuzesbereikbaarheid. Dat zou bij uitstek niet moeten gaan over een file hier ofeen kapotte brug daar, ook al maak ik me grote zorgen om de situatie inbijvoorbeeld Sneek en Uitwellingerga. Dit debat zou vooral moeten gaanover een grotere visie op mobiliteit in relatie tot ruimtelijk beleid,duurzaamheid, economie en de vraag hoe we ervoor zorgen dat iedereenmee kan blijven doen. Dat is nadrukkelijk iets anders dan op korte termijnfiles bestrijden of autokosten verlagen.Mijn fractie moet helaas constateren dat we beide bewindspersonen nogniet echt hebben kunnen betrappen op dit soort strategische keuzes.Strategische bereikbaarheid zou moeten gaan over ruimtelijk beleid. Waaren hoe organiseren we wonen en werken? Hoe voorkomen we dat devraag naar automobiliteit verder groeit? Want naarmate Nederland vollerwordt, de steden drukker worden en de klimaatproblemen urgenterworden, kunnen we ons steeds minder automobiliteit veroorloven. Als ikde stukken lees, dan is duidelijk dat veel kundige mensen hier echt overnadenken op het ministerie. In de Kamer komt dat helaas nauwelijksterug. Ik ben in geen van de brieven een verwijzing tegengekomen naarbijvoorbeeld de KNMI-scenario’s die in 2023 zijn gepresenteerd. Waaromniet? Waarom is dat niet een uitganspunt geworden voor al onzeruimtelijke ordening en infrastructuur? Rekening houden met welke delenvan Nederland straks nog goed bewoonbaar zijn, zou toch ook uit moetenmaken? Graag een reactie.Regionaal wordt er vaak wel over nagedacht. Het Deltaplan NoordelijkNederland bijvoorbeeld, met onder andere de Lelylijn en de Nedersak-senlijn, gaat echt uit van een visie over hoe de regio zich moet ontwik-kelen en welke infrastructuur daarbij nodig is. Het Rijk was hier partner in,maar de Minister noemt het niet eens. Gaan we strategische keuzes op delange termijn voor Noord-Nederland terugzien bij de Voorjaarsnota, maarbijvoorbeeld ook voor Utrecht, Den Bosch en Eindhoven, waar echt eenov-hub moet komen, ook voor de lange termijn?Ruimtelijk beleid zit natuurlijk vooral ook in de woningbouwplannen. Wehebben grote ruimtelijke plannen die echt impact hebben en zorgvuldigmoeten worden ingepast. Maar wat lazen we gisteravond in een brief vande Staatssecretaris? Er wordt zo veel op de BDU-middelen bezuinigd datwoningbouwprojecten in en rond de grote steden in gevaar dreigen tekomen. Als iets een niet-strategische keuze is, dan is het wel deze. Dezekortetermijnbezuiniging is zeer onverstandig. Graag een reactie.Dan de keuzes die niet zijn gemaakt. Op twintig plekken kunnen we lezendat niet alles kan. Er is een forse budgetspanning, zonder oplossingen. Eris nog steeds een stikstofprobleem, zonder oplossingen. Nieuw asfalt kandus niet, maar spoortrajecten kunnen wel. Dat schrijft de Minister zelf.Maar hij doet er vervolgens betrekkelijk weinig mee met zijn Staatssecre-taris. We zien echt een totaal gebrek aan ambitie als het gaat ominvesteringen in het openbaar vervoer. Hoezo, doen wat kan? Dit kan!Graag een reactie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6011 Dan is er nog een groot programma: spitsmijden. Goed dat we dat doen.Toch blijft het wel symptoombestrijding. Hoe voorkom je nou echt datNederland vastloopt? Wij weten het wel, maar de Minister duikt toch echtop dat punt. Het KiM – ik heb het al genoemd – heeft in 236 pagina’ssamengevat wat werkt en wat niet werkt en wat korte- en langetermijnge-dragseffecten zijn. Wat echt werkt, met miljarden autokilometers tegelijk,is een kilometerheffing met een spitsheffing. Wat echt werkt, is investerenin betrouwbaar en betaalbaar ov en effectief parkeerbeleid. Al die anderemaatregelen moeten dan als flankerend beleid worden ingezet, zodatmensen de spitsheffing kunnen ontlopen. Het staat hierin echt allemaalkeurig opgesomd. In de tabellen zie je per maatregel de bereikbaarheidverbeteren, de files verdwijnen, maar ook CO2, fijnstof en het aantalverkeersdoden afnemen. Het ligt allemaal al onder in uw bureaula. Gaermee aan de slag. Ze wachten op een Minister met lef en visie.Ten slotte de verbeterde MKBA-modellen. Ik ben daar heel blij mee. Doorgoed te kijken naar wat een investering op de lange termijn doet voor debereikbaarheid, de maatschappij, de regio en toekomstige generaties,kunnen we goede keuzes maken. Het PBL adviseerde wel om terug tekijken hoe eerdere adviezen zijn uitgepakt en welke lessen we daaruitkunnen trekken. Ik zou graag zien dat we dit advies volgen, want voor mijnfractie geldt in ieder geval nog wél steeds dat elke regio telt.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. Mevrouw Veltman, gaat uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Ik had nog een vraag aan de heer De Hoop. Ik hoor hem zeggen dat erheel veel maatregelen beschreven zijn. Maar daarin moet natuurlijk eenkeuze gemaakt worden. Een maatregel waar hij heel enthousiast opreageert, is spitsheffing. Maar er zijn natuurlijk heel veel mensen die meteen auto van A naar B gaan omdat dit voor hen gewoon het handigst enhet snelst is of omdat het makkelijk te combineren is met sport, werk ofhet afleveren van de kinderen. Zij combineren dingen om vlot op hunwerk te komen. Maar met een spitsheffing straf je die mensen eigenlijk,terwijl we ook elke dag spreken over het moeten nemen van maatregelenomdat het niet zo goed gaat met de portemonnee van mensen. Ik zoueigenlijk zeggen dat je dit dan juist niet moet doen, maar kunt u daar eensop reageren?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik begrijp die vraag heel goed. Tegelijkertijd zien we dat Nederlandvastloopt. We weten ook precies op welke momenten dat gebeurt,namelijk in de spits. Dan kun je verschillende maatregelen nemen. Ik zouhet heel goed vinden als het openbaar vervoer een stuk goedkoper zouworden en dat we daar meer in investeren, zodat minder mensen per semet die auto hoeven. Maar mevrouw Veltman heeft gelijk: voor een aantalmensen is de auto echt een noodzakelijk vervoermiddel om naar het werkte gaan. Toch vind ik ook dat je af en toe als politiek moet zeggen: daarmoeten we op sturen als we zien dat het vastloopt. Dan is rekeningrijden –ik weet dat het niet altijd even populair is – wel de meest effectievemaatregel. De heer Van Dijk zei het ook: het is niet per se heel populair.Maar tussen 2017 en 2024 was een meerderheid van de mensen wel vooreen spitsheffing, blijkt uit peilingen. De vorige Minister, Mark Harbers, washier ook voor. De VVD heeft in het vorige coalitieakkoord ook haarhandtekening hieronder gezet. Dat ging niet alleen over bereikbaarheid,maar was ook een oplossing als het om stikstof gaat. Ik weet zeker dat ditin het mandje van de Minister zit, in de ministeriële commissie, en dat ditheel veel effect heeft. Maar men wil er niet aan omdat het politiekgevoelig is. Maar ik vind dat het aan de politiek is om af en toe keuzes teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6012 maken die nodig zijn. Ik denk dat wij er niet aan ontkomen en dat hetvroeg of laat toch moet, dus laten we zelf die keuze gewoon maken.De voorzitter:Mevrouw Veltman, hebt u nog een interruptie? Nee? Dan de heer Pierik.Gaat uw gang.De heer Pierik (BBB):De heer De Hoop houdt een redelijk fel betoog voor rekeningrijden.Tegelijkertijd zegt hij ook dat elke regio telt. Maar hoe is rekeningrijden tecombineren met het op peil houden van de mobiliteit in de regio?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Er spelen een aantal dingen. Er zijn verschillende regio’s waar de spits eenveel minder groot probleem is. Ik heb in de vorige periode met MahirAlkaya van de SP een motie ingediend om te kijken hoe je kunt differen-tiëren naar tijd en plaats. Ik zou het goed vinden als we dat doen. Ik weettegelijkertijd ook dat het in de praktijk best moeilijk is. Volgens mij moet jeeen aantal dingen doen. Ik noem meer investeren in het openbaarvervoer, zodat mensen in de regio daadwerkelijk een alternatief hebben.Dat is in ieder geval iets wat dit kabinet niet doet. Ik noem ook dat je moetbekijken of je kunt differentiëren, zodat het op de plekken waar het hetminst nodig is ook het minst duur wordt. Maar ik vind wel dat we dezekeuze op een gegeven moment moeten maken. Helaas is rekeningrijdenpolitiek te spannend om het in te voeren, maar eigenlijk weten heel veelMinisters al heel lang dat het toch wel heel effectief zou zijn.De heer Pierik (BBB):Begrijp ik de heer De Hoop dan goed dat hij zegt dat een integraleinvoering van rekeningrijden onbespreekbaar is en dat het alleen kan alshet op bepaalde plaatsen in Nederland zou moeten?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voor mij is helemaal niks onbespreekbaar. Als het in de uitvoerbaarheidmogelijk is, zou ik wel willen kijken of het op bepaalde plekken minderduur uit kan pakken door te differentiëren qua tijd en plaats. Dan zou ikhet een goed idee vinden. Bij de vrachtwagenheffing kennen we natuurlijkook een bepaalde vorm van differentiatie. Ik zie dus niet in waarom datmet het autoverkeer niet ook zou kunnen. Ik vind dat rekeningrijdeneigenlijk toch wel zo snel mogelijk ingevoerd moet worden, niet alleenomdat het zorgt voor minder automobiliteit en daarmee ook minder files,maar ook omdat het goed is voor het klimaat en helpt bij het oplossen vanhet stikstofprobleem. We willen volgens mij ook allemaal dat er nogwoningen worden gebouwd. De heer Pierik wil ook heel graag dat er noggenoeg boeren zijn, en dat wil ikzelf ook als boerenzoon. Maar dan moetje ergens toch ook maatregelen nemen – en rekeningrijden is dan tochbest wel effectief. Dus laten we daar met elkaar voor openstaan.Dank u wel.De voorzitter:Dan is het woord aan mevrouw Veltman voor haar inbreng namens deVVD.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter. De VVD wil dat mensen vrij kunnen kiezen voor de manierwaarop zij het beste van A naar B kunnen komen. Dat dat vaak niet lukt,omdat de trein niet of laat rijdt of omdat je vaststaat met de auto, wetenwe maar al te goed. We weten ook dat er schaarste is van middelen, endat vraagt om het maken van strategische keuzes. We lazen dat deMinister een gat van 5 miljard in zijn begroting heeft. Hij deed daarbij eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6013 oproep aan het kabinet en de Kamer om de jaarlijkse uitgaven op tehogen. Dat is wat mij betreft iets te makkelijk. Daarom wil ik graag wetenwelk voorstel hij zelf aan de Kamer wil voorleggen. Wat is zijn inzet, watzijn wat de Minister betreft de prioriteiten en hoe maakt hij eenzorgvuldige afweging?Voorzitter. Wat de VVD betreft heeft het renoveren en vervangen vanviaducten, bruggen en wegen prioriteit. Gisteren werden we weer verrastmet een extra onderhoudsprobleem, waardoor dertien bruggen snelvervangen moeten worden. In de adviesmemo aan de Minister is te lezendat niet met zekerheid is vast te stellen of de constructies veilig zijn en datwe voor kennis over deze constructies deels afhankelijk zijn van Duitsland.In de memo wordt geadviseerd niet te monitoren, omdat het inrichten enonderhouden van zo’n monitoringssysteem ingewikkeld is en omdat deopvolging van een alarm uit zo’n systeem niet structureel is georgani-seerd. Wat gaat de Minister doen om dit aan te passen, om er zo voor tezorgen dat die monitoring wél wordt uitgevoerd en dat we ons inNederland zelf een goed beeld vormen van ons areaal?Voorzitter. We hebben als Kamer nog geen concreet meerjarenplan gezienvoor het onderhoud. Dit is al medio 2024 beloofd. Wanneer komt dit? Enhoe is de Minister aan de slag met het verbeteren van de aanbestedingen,zodat er meer en sneller gewerkt kan worden?De VVD wil bovendien dat er bij de aanleg van wegen rekening kanworden gehouden met waar de nood het hoogst is. De Minister heeftaangegeven nu zeventien projecten op pauze zijn gezet, ieder jaar éénproject van de pauzeknop te halen. Over Hoevelaken, een enorm centraalknelpunt, hebben we gezegd: dat heeft topprioriteit, faseer het dan. Maarde Minister is vooral aan het werk gegaan met de A27 Eemnes-Zeewolde.Begrijp me goed, ieder aangepakt wegproject is mooi, maar dit komt opgeen enkel filelijstje voor. De Minister gaat straks waarschijnlijk zeggen: ikheb ernaar gekeken, we hebben het geld niet. Maar met alleen ergensnaar kijken los je niets op. Begin ermee, maak een plan; of wil de Ministereigenlijk zeggen dat hij de motie-Veltman c.s. niet uitvoert? En mag ikervan uitgaan dat de Minister zo spoedig mogelijk aan de slag gaat metnog zo’n enorm dichtgeslibde slagader, de A2 Deil–Vught, de belangrijkstenoord-zuidverbinding van het land? De regio’s hieromheen kennenenorme economische verlieskosten.Voorzitter. Wat is eigenlijk de inzet van de Minister in de MinisteriëleCommissie Economie en Natuurherstel als het gaat om stikstof? Als destikstofruime er weer is, hoe gaat hij dan keuzes maken en zorgen dat ervoldoende personeel en financiële ruimte is voor de eerstvolgendeprioriteiten? Wat is het stappenplan om de gepauzeerde projecten weervan het slot te halen?Voorzitter. In de twaalf pagina’s lange brief van de Minister die we kregenter voorbereiding van dit debat, is één zin gewijd aan militair transport.Alle NAVO-landen hebben een taak als host nation support. Nederlandspeelt hierin, van west naar oost, een belangrijke rol. Kunnen de bewinds-personen aangeven hoe zij dit met prioriteit willen gaan inpassen en hoezij ervoor gaan zorgen dat juridische procedures, bestemmingsplannen enmilieuwetten geen belemmering vormen?Voorzitter. Ik wil toch ook stilstaan bij de successen die sommigeprovincies hebben geboekt of aan het boeken zijn rondom het openbaarvervoer. Soms is weloverwogen ingezet op hoofdroutes van bussen enminder op de kleine kernen, waardoor buslijnen sneller en betrouw-baarder werden en het aantal reizigers is toegenomen. Dat vraagt somsom een stukje fietsen, wat langer lopen of met elkaar carpoolen naar debushalte. Dat is dus anders, maar niet per se slechter. Slim combinerenvan onder andere doelgroepenvervoer, deelmobiliteit en flexvervoer opafroep maakt de bereikbaarheid van de kernen, waar vroeger niet eens ovkwam, juist mogelijk. Wat gaat de Staatssecretaris doen om dit meermogelijk te maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6014 Voorzitter. Ik ben blij met de initiatieven voor de nachttreinen Maastricht–Amsterdam en Zwolle–Amsterdam, naast de treinen die de NS overdagrijdt op het hoofdrailnet. Is de Staatssecretaris het met de VVD eens datwe dit moeten toejuichen en dat de rode loper uit moet voor dit soortopentoegangstreinen? En is hij het met mij eens dat het eigenlijkongewenst is dat de NS hiertegen bezwaar maakt? Het gaat er toch omdat reizigers het beste bediend worden?Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Pierik namens BBB.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Op het gebied van infrastructuur en bereikbaarheid is eraltijd meer werk dan geld. Een ruime meerderheid van de projecten isgepauzeerd. Dit betekent dat de verkeersproblemen tussen Eindhoven enTilburg, tussen ’s-Hertogenbosch en Vught en tussen Nijverdal en Wierdenvoorlopig zullen blijven bestaan. Door vertraging zijn de kosten flinkgestegen, onder andere door inflatie. Wachten lost het probleem dus nietop. Kan de Minister ervoor zorgen dat de vele gepauzeerde projectenweer worden opgestart? Wat is het stappenplan daarvoor? Wat zou devertraging opleveren in financieel opzicht, vraag ik aan de Minister. Verdersluit ik mij ook aan bij de vragen van Olger van Dijk over knooppuntHoevelaken.Voorzitter. Projecten worden niet alleen duurder; soms zijn ze ookgevaarlijk. Zo kwam in december 2022 een deel van het asfalt van dePrinses Margriettunnel omhoog als gevolg van een constructiefout. Alsgevolg hiervan is de tunnel maanden dicht geweest. Vervolgens is detunnel nog vele maanden langer slecht en gedeeltelijk open geweest.Nederland telt nog zes andere tunnels met exact hetzelfde probleem.Daarnaast staan er nog dertien bruggen en viaducten op de wachtlijstvoor herstel vanwege haarscheurtjes in de constructie. Ligt er al een planom deze herstelmaatregelen uit te voeren, vraag ik aan de Minister.Wanneer kan hiermee worden gestart?Voorzitter. Twee weken geleden ontving de Kamer het kabinetsstandpuntBereikbaarheid op Peil, waarin de focus is verlegd van mobiliteit naarbereikbaarheid. Wat de BBB betreft is dat een positieve ontwikkeling, wantiedereen heeft recht op basisvoorzieningen in de buurt, zoals eensupermarkt, een ziekenhuis en een school. Dat geldt zowel voor deRandstad als in de regio. Het is goed om te lezen dat het kabinet lessentrekt uit het rapport Elke regio telt! De BBB complimenteert de Ministerermee dat hij erkent dat de bereikbaarheid van voorzieningen per regioverschilt en er geen uniforme oplossing of norm is die voor elke regiowerkt. De BBB is blij te lezen dat gebieden waarin de bereikbaarheid numinder goed is geregeld, meer aandacht krijgen. Een belangrijkaandachtspunt blijft echter onderbelicht, namelijk de bereikbaarheidson-gelijkheid. Een supermarkt op 5 kilometer afstand is voor een mobieletwintiger bijvoorbeeld beter bereikbaar dan voor een oudere die 5 kilo-meter al als een bijna onoverbrugbare afstand kan ervaren. Ook tussenregio’s bestaan grote verschillen. Kan de Minister aangeven hoe erconcreet invulling gegeven wordt aan het principe regionaal maatwerk?Hoe wordt Bereikbaarheid op Peil vertaald naar een effectieve regionaleontwikkelstrategie die rekening houdt met lokale omstandigheden?Voorzitter. In het overzicht van de aanvullende MIRT-investeringen over delaatste vijf jaar per provincie lijken de investeringen per inwoner tussen deRandstedelijke provincies en de overige provincies redelijk in balans. Tochroept dit overzicht veel vragen op. Zo is voor Groningen in 2021 eeninvesteringsbedrag van 3 miljard meegenomen voor het MIRT-onderzoekLelylijn. Voor Gelderland stond er een bedrag van 834 miljoen euro voorde A1/A30 bij Barneveld. Mijn eerste vraag is: kloppen deze bedragen enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6015 wat is er feitelijk geïnvesteerd; welk geld is feitelijk terechtgekomen in hetgebied?Vervolgens heb ik voor een paar provincies nog even uitgerekend wat deaanvullende MIRT-investeringen per inwoner bedragen. Dit levert toch ookeen beeld op dat vragen oproept. Zo komen deze investeringsbedragenper inwoner in Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland, Utrecht enZeeland gemiddeld uit op € 436 per inwoner. In de overige provincies isdat ruimschoots drie keer zoveel, namelijk € 1.555. Heeft de Minister eenverklaring voor deze grote verschillen? Is de Minister het met deBBB-fractie eens dat het aanleggen van de Nedersaksenlijn helpt om debereikbaarheid en de leefbaarheid in Drenthe en Overijssel sterk teverbeteren? Onderschrijft de Minister dat er de laatste jaren relatief weiniginvesteringen hebben plaatsgevonden in deze provincies? Drenthe enOverijssel bungelen namelijk ongeveer aan de onderkant van de lijst vaninvesteringen in de MIRT-projecten in de laatste vijf jaar.Dat was het, voorzitter. Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Grinwis. MeneerGrinwis, gaat uw gang. Dit is uw laatste interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):En dan gaan we Zeeland ook nog verblijden – maar niet heus – metERTMS-proeven. Ze krijgen al zo weinig en het weinige ov dat ze noghebben, pakken we ook nog een tijdje van hen af. Maar oké, dat terzijde;mijn vraag is een andere. Ik vind dat collega Pierik hier een zeer terechtpunt maakt, maar hoe wil hij dit oplossen? Want het Mobiliteitsfonds vande Minister ... Hij krijgt zijn zeventien gepauzeerde projecten nietlosgetrokken. Hij kan maar geen geld vinden voor de Nedersaksenlijn.Over de Lelylijn zullen we het maar helemaal niet hebben, want dat is zoveel dat we daarmee voorbij de horizon van 2040 gaan. We hebben eenov-brief gekregen met gigantische verschralingen en prijsverhogingen:volgend jaar 12% extra boven op de normale inflatiecorrectie. Waar nietsis, verliest zelfs de keizer zijn recht. Wat gaat BBB dan doen en aan dezebewindspersonen meegeven en welke keuzes gaat BBB zelf maken om dietaart uiteindelijk groter te maken? Want de financiële taart is gewoon teklein. Anders hebben we hier vandaag niet een debat over strategischebereikbaarheid, maar over strategische onbereikbaarheid.De heer Pierik (BBB):De heer Grinwis weet ook dat je nooit verder kan springen dan je polsstoklang is. Op een bepaald moment heb je een bepaald budget. Dan moet jekeuzes maken binnen die budgettaire kaders. Daar word je niet vrolijk van.Daar hebben we natuurlijk in verschillende dossiers mee te kampen. Ikben blij met de gestelde vragen. Wat betreft het alloceren van meergelden voor de Nedersaksenlijn: laten we in ieder geval zo breed mogelijkkijken naar alle bestaande potjes, zoals de 2,5 miljard, het Mobiliteitsfondsen wat de regio kan doen. Als we dit dossier allemaal constructief in gaanen als we er in de Voorjaarsnota vol voor gaan om voldoende geld bijelkaar te harken om dat MIRT-project te kunnen starten, denk ik dat weheel goed bezig zijn. Die zekerheid kan ik in ieder geval niet geven, maarhet mag duidelijk zijn dat we ons daar vol voor inzetten.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank aan de heer Pierik van de BBB, want ik ben heel blij met zijn vragen,antwoorden en pleidooi. Ook voor Nieuw Sociaal Contract is een goedeverdeling tussen de regio en de Randstad belangrijk. Ook ik zit een beetjein de richting van die oplossingssfeer. We hebben vorig jaar geprobeerdmeer bredewelvaartsindicatoren op te nemen in het afweegkader, zodat jeook eerder de keuze kan maken vanwege de bereikbaarheid van voorzie-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6016 ningen of minimale bereikbaarheidsnormen voor projecten in de regio,zodat die eerder op die zeef blijven liggen. We zien inderdaad – dat ismooi werk van de heer Pierik – dat een aantal provincies toch achter-blijven. Zou de heer Pierik dan ook willen sturen op provinciaal niveau ofop landsdeelniveau en zou hij de Staatssecretaris daar ook op willenbevragen?De heer Pierik (BBB):Op zich was het een keurig overzicht, maar wel een overzicht waar nogwat op aan te merken valt, omdat er van de onderzoeksfase tot derealisatiefase gelden in staan die verder niet geoormerkt zijn. Er staatbijvoorbeeld 3 miljard in voor de Lelylijn, maar dat geld is nog nietuitgegeven. Het zwaartepunt van een dergelijke investering wordt ooktoegewezen aan een provincie. Ook voor de Nedersaksenlijn wordteigenlijk geld gereserveerd voor Groningen, terwijl de Nedersaksenlijnvoor het belangrijkste deel in de provincie Drenthe komt te liggen. Ik denkdus dat het oormerken op provincieniveau geen goed idee is, maar ikdenk dat het wel heel goed is om op gebiedsniveau te kijken hoe je tot eenevenwichtigere verdeling van de budgetten kan komen.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Grinwis, u bent aan de beurt. Bent u klaar met devoorbereiding?De heer Grinwis (ChristenUnie):Zeker.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zat net nog bij het commissiedebat over stikstof en ik zit nu eventjeshier, want dit is een belangrijk onderwerp.Voorzitter. De eerste vraag is eigenlijk wat we vandaag aan het doen zijn.We spreken over strategische keuzes over bereikbaarheid met eenregering die geen strategische keuze over bereikbaarheid maakt ofeigenlijk met een regering die strategische keuzes tégen bereikbaarheidmaakt, want dat is de realiteit. Het hoofdlijnenakkoord ronkte nog wel vande beloftes over instandhouding van de minimaal benodigde basiskwa-liteit van de bestaande weg-, waterweg- en ov-infrastructuur. De realiteit isdat we met de onderhoudsopgave te maken hebben met een koekoeks-jong in het Mobiliteitsfonds. Was de verhouding tussen aanleg eninstandhouding in 2010 nog zo’n beetje één op één, in 2025 ligt dit al opcirca één op twee, dus € 1 naar aanleg en € 2 naar onderhoud. HetMobiliteitsfonds is in de tussentijd niet navenant meegegroeid. Dit wordtde komende jaren alleen maar erger. Dit kabinet trok geen cent extra uitvoor deze enorme opgave, terwijl dit gewoon bekend was aan deformatietafel. Het overkomt ons niet, het is een keuze. De Minister isdaarbij onderwijl te strak in het pak genaaid.Voorzitter. Laten we wel zijn ... Ik doe deze bijdrage trouwens medenamens de CDA-fractie. Dat vergeet ik helemaal te melden.De voorzitter:Ik dacht het al aan de toon te horen.(Hilariteit)De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben de nuance zelve!Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6017 De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Laten we wel zijn: het tekort aan investeringen in nieuwespoorlijnen en stations, ruimere sluizen en veiligere wegen op dit momentvertaalt zich over vijftien à twintig jaar in maatschappelijke en econo-mische schade. Dan staan we dankzij Barry in de file en dankzij Chriswachtend bij een halte op een bus die nooit komt. Dat is toch de eer vandeze bewindspersonen te na? Graag een reactie op deze vraag naarstrategische bereikbaarheid.«De bereikbaarheid van het landelijk gebied wordt verbeterd door hetbusvervoer tussen dorpskernen op het platteland te versterken.» Ik citeerhiermee het hoofdlijnenakkoord. De realiteit is dat er 335 miljoen eurowordt gekort op busbedrijven. Als je in Rockanje, Ilpendam, Schipluidenof Ankeveen woont, is het tevergeefs wachten op een bus. De buskaartjesworden 15% tot 20% duurder, 12% boven op de reguliere inflatiecorrectie.’s Avonds, buiten de spits of in het weekend op pad? Je zoekt het maar uit.Iedere regio telde ooit, maar nu niet meer. Woningbouwprojecten staanonder druk, omdat er geen bus of tram meer voor de deur komt. Is dat eenstrategische keuze, vraag ik de Minister en de Staatssecretaris. Hoe denktde Staatssecretaris mijn immer constructieve fractie komend jaar nogzover te krijgen om voor de begroting van IenW te stemmen?«De Nedersaksenlijn is een prioritair knelpunt», lezen we. De realiteit isdat er nog geen begin van een antwoord is op de vraag hoe we dezeeenvoudige en relatief goedkope spoorlijn gaan aanleggen, want zeker alsje een aantal geplande tunnels vervangt door spoorwegovergangen – ikheb daar eerder met collega Veldman aandacht voor gevraagd – valt dieminder duur uit. Durft de Staatssecretaris dat inmiddels aan? Als je deNoord/Zuidlijn-reservering aanspreekt – sorry, Amsterdam – die sowiesonog moet worden aangevuld met zo’n 2 miljard, dan kan de ontwikkelingnog vóór 2030 starten. Heeft de Staatssecretaris dat lef en hebben wij datlef?«De aanleg van de Lelylijn wordt voortgezet.» De realiteit is dat deStaatssecretaris voorstelde de pot met geld te plunderen, de regio teschofferen en uit elkaar te spelen om er de Nedersaksenlijn mee aan teleggen. Over hoe het nu verder moet, is het compleet stil. We horen nietsover een structuurfonds, gebruik van woningbouwgelden of Europesefondsen. Heeft de Staatssecretaris deze lijn stiekem al opgegeven?Mijn oproep aan de regering is kortom: regering, regeer of stap op. Ik hebhet met genoeg projecten onderbouwd, denk ik. Ik sluit me aan bij deoproep van mijn collega Olger van Dijk over Hoevelaken.Ik sluit me ook aan bij het punt over verkeersveiligheid: financier nou deaanpak van de dodenwegen als de N36, de N34 en de N57, de Ministerwelbekend.Regeren is faseren. Knip projecten in behapbare brokken om met mindergeld toch zaken te verwezenlijken. Ga maar aan de slag met het eerstedeel van de A2, zodat de Bommelerwaard en de Betuwe eindelijk van datmassale sluipverkeer af zijn. Ziet de Minister er heil in om door de noodgedwongen projecten op te knippen om wél nog daden te stellen?Ten slotte. Beknibbel niet op het spoor.Ik ben door mijn vier minuutjes heen, denk ik.De voorzitter:Ja. U heeft de spreektijd van het CDA er niet bij gekregen, helaas. U benterdoorheen. Maar u krijgt nog meer spreektijd, want u heeft interrupties.Dat scheelt.De heer Olger van Dijk (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6018 Dat gun ik de heer Grinwis van harte. Hij heeft een mooie inbrenggeleverd. De ChristenUnie staat voor infrastructuur en het openbaarvervoer; dat hebben ze laten zien. Dat waarderen wij vanuit Nieuw SociaalContract. Tegelijkertijd spreekt hij stevige woorden. Hij spreekt zich er nual, namens een hele constructieve middenpartij, over uit dat zij wellicht debegroting niet gaan steunen. Het voorjaar is net begonnen. De heerGrinwis weet vanuit zijn financiële kennis dat de bomen niet tot in dehemel groeien. Collega Heutink is helaas afwezig vandaag. Hij zei: ergroeit hier geen geldboom. Er moeten keuzes worden gemaakt. Ook omde Staatssecretaris en de Minister te helpen, welke drie dingen wil hijgewoon geregeld zien in de begroting zodat de ChristenUnie de begrotingwél kan steunen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Bij deze voorjaarsbesluitvorming zou ik de lat helemaal niet zo hoogwillen leggen. Dat de SPUK-bezuiniging, de specifieke-uitkerings-bezuiniging, in het hoofdlijnenakkoord ook de BDU includeert, is gewooneen fout die niet voorzien is aan de formatietafel. Die moet wordenhersteld. De bezuiniging op de BDU moet gewoon worden teruggedraaid.Als die bezuiniging van 120 miljoen, om te beginnen, wordt teruggedraaid– dat staat in begrotingshoofdstuk XII – dan is het met ons veel minderkwaad kersen eten dan nu.Dan de aanleg van de Nedersaksenlijn. Als je de MIRT-verkenning gewoondit jaar van start kunt laten gaan omdat je die 1,3 miljard reserveert, danheb je een heel ander gesprek over het Mobiliteitsfonds. Onze eisen voordit jaar zijn dus echt niet zo extreem hoog. Ik kan nog veel meer dingennoemen, want mijn wensen zijn veel groter. Ons ov staat namelijk zwaaronder druk en je hebt hiermee nog geen 335 miljoen gevonden. Maardeze twee dingen zetten ons totaal anders in de wedstrijd. Ik heb ookreserveringen binnen IenW aangewezen waar het uit kan komen. Maar ja,ook in de voorjaarsbesluitvorming zal er geld bij moeten. Ik snap dat u inde coalitie zit, collega Van Dijk, maar wij stellen als partij andere priori-teiten. Wij hadden namelijk minder gestopt in het eigen risico en meer innoodzakelijke investeringsuitgaven voor ons land. Of het nu gaat overwoningbouw en bereikbaarheid, defensie of whatever, wij hadden anderekeuzes gemaakt. Daar zit dus ook een deel van het antwoord.De voorzitter:De heer Olger van Dijk. Graag een kortere reactie, meneer Grinwis.De heer Olger van Dijk (NSC):Een financiële vraag, laat ik het toch een beetje spannend maken. DeEuropese Commissie wil eventueel wat meer ruimte geven aan debegroting, namelijk 1,5% extra op het tekort. Dat leent zich vooral voorprojecten. Hoe staat de ChristenUnie daarin? Is zij bereid om van een deelvan die 1,5% gebruik te maken? Het is extra begrotingsruimte om teinvesteren in zogenaamde infraprojecten die je ook voor defensie kangebruiken, zoals de Nedersaksenlijn. Is zij daarvoor?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik vind dat de heer Van Dijk nu misschien wel iets te snel zijn toevluchtzoekt in allerlei uitwegen. Er groeit hier geen geldboom in de zaal en ergroeit ook geen geldboom in de kantoortuin bij het Ministerie vanFinanciën. In eerste instantie ben ik dus voor handhaving van eentrendmatig begrotingsbeleid waarbinnen je gewoon herprioriteert. Steldat deze coalitie er niet uitkomt, omdat ze dat eigen risico niet iets minderwillen verlagen. De Nedersaksenlijn is voor mij uiteindelijk belangrijkerdan het principe om niets extra te lenen ten laste van de staatsschuld.Uiteindelijk gaat de inhoud voor mij voor het boekhouden, maar ik vindeigenlijk dat het helemaal niet nodig is. Ik ben een groot fan van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6019 trendmatig begrotingsbeleid en ik vind dat we ons niet nu al rijk moetenrekenen met allemaal meevallende ramingen. Dat is niet mijn stijl en daarhebben we maandag een uitgebreid debat over gehad. Ik ben daar duseigenlijk vrij conservatief in.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoorde de heer Grinwis net zeggen dat er bij de Noord/Zuidlijn toch alveel is weggehaald, dus dat je er dan ook nog wel een stuk weg kunthalen voor de Nedersaksenlijn. Volgens mij heb ik dat zo gehoord envolgens mij hebben we dat al eerder gehoord. Ze zijn me allemaal evenlief, maar wat je dan eigenlijk doet, is in Amsterdam projectbudgetweghalen bij een project dat heel veel ruimte biedt voor het bestaandespoor en voor ov-verbindingen, een project waarbij heel veel mensenerbij gebaat zouden zijn als we daar eens een keer met elkaar stappen opzouden zetten. Het is al spijtig genoeg dat daar al weggehaald is, waaromzou je daar dan nog meer weghalen? Net als dat we bij andere projectenop zoek zijn naar financiering ... Ik hoor de heer Van Dijk zich net ookafvragen welke opties er allemaal zijn en wat er Europees mogelijk is. Watje nu doet, is eigenlijk verdere schade toebrengen aan een ander heelgroot project, dat ook heel relevant is voor een groot deel van Nederland.Misschien kunt u daar nog even op reageren.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nou breekt toch wel een beetje mijn klomp. Want het is de VVD-fractie dieaan de formatietafel als enige precies wist – de andere hadden het kunnenweten hoor, dus het was schuldige onwetendheid – hoe de vlag erbij hingbij IenW, zowel wat betreft onderhoudsopgaven als wat betreft budget-spanningen op investeringen, alsmede de zeventien gepauzeerdeprojecten en wat het zou betekenen om die weer vlot te trekken. De VVDwist dat drommels goed. De VVD, van oudsher een partij die fan is vaninfrastructuur, van autorijden en van een spoor waarop je niet stilstaatmaar beweegt in een trein die goed en betrouwbaar rijdt, díé VVD heefthet tijdens de formatie af laten weten. Ik snap dat ik erop aangesprokenword als ik het lef heb om binnen de schaarste die er is in het Mobiliteits-fonds te zeggen: «Minister Harbers heeft het Noord/Zuidlijnprojectgepauzeerd en daar bij mijn weten 1,6 miljard euro uit gehaald. Er zit nunog 800 miljoen in, die daar ligt te verstoffen, omdat je voor 800 miljoendie Noord/Zuidlijn niet door kunt trekken. We kunnen dat geldverschuiven, nu met prioriteit de MIRT-verkenning voor de Nedersak-senlijn starten en die lijn gewoon gaan aanleggen.» Ik snap dat ikdaarmee geen vrienden maak in Amsterdam. Maar mijn primaireantwoord zou zijn: reserveer nou eens genoeg voor de investeringsuit-gaven van dit land, in plaats van het te verjubelen aan een eigen risico. Ikvind dat echt een ongekende keuze. Maar dit gezegd zijnde, heb ik wel hetlef om binnen dat Mobiliteitsfonds een keuze te maken. Er ligt 800 miljoente verstoffen waar je op dit moment niet zo veel mee kunt, tenzij je hetfonds weer helemaal aanvult.De voorzitter:Dank u wel.De heer Grinwis (ChristenUnie):Stop het dan in de Nedersaksenlijn, waarmee je het oosten van het landeen broodnodige verbinding geeft. Dát is mijn antwoord.Mevrouw Veltman (VVD):Nou, ik raak blijkbaar een gevoelige snaar. Ik begrijp dat iemand zo wilreageren als ik gewoon een vraag stel. Wat we met elkaar als Kamerhebben afgesproken, de 3,4 miljard die er staat voor de Lelylijn, daarkomen wij niet aan, terwijl we weten dat het lang niet genoeg is. WaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6020 doen we dat? Omdat we het belangrijk vinden om die uiteindelijk toch terealiseren. Dat is het enige wat ik zeg over de Noord/Zuidlijn. Volgens mijmoet je daar ook niet aankomen, zo min mogelijk, omdat je ook wil datdaar beweging blijft.De voorzitter:Heel kort, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zal het nu korter doen. Dat is op zich een respectabel standpunt. Maardan moet je dus accepteren in dit huis dat er stilstand is. Dan roepen wijtig keer tegen de bewindspersionen «maak een keuze en leg ’m aan» enuiteindelijk zijn de potjes die resteren te klein. Bij de Voorjaarsnota slaanze geen deuk in een pakje boter en dan komen ze hier weer terug met eenbriefje, van: jaja, het is allemaal niet gelukt; we stellen het besluit nog eenjaar uit. De houding van mevrouw Veltman is echt respectabel en ik snapdat ze eigenlijk niet één project over de reling wil duwen. Dat wil ik ookniet. Maar als we geen keuzes maken, blijven we stilstaan en het ergstevoor strategische bereikbaarheid is stilstaan.De voorzitter:We zijn aan het einde gekomen aan de eerste termijn van de kant van deKamer. Ik schors tot 15.20 uur. Dan vervolgen we dit debat met debeantwoording door de bewindslieden.De vergadering wordt van 15.03 uur tot 15.23 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren. Fijn dat u allemaal weer terug bent. Fijn dat u allemaalweer bent gaan zitten en, net als de Kamer, met belangstelling uitkijkt naarde beantwoording door de bewindslieden uit het kabinet. Dus daar gaanwe nu mee starten. Ik zou de Minister het woord willen geven. Gaat uwgang.Minister Madlener:Dank u wel, voorzitter. Wat goed om nu al voor de derde keer met uwKamer het commissiedebat Strategische keuzes bereikbaarheid te voeren.Het is een aanvulling op de normale MIRT-debatten. Waar de MIRT-debatten zich richten op projecten, focust ditdebat zich op bereikbaarheidsbeleid. Vandaag maken we dus ook geenrondje Nederland, hoewel een aantal projecten wel genoemd is, Hoeve-laken niet te vergeten. Een goede bereikbaarheid is essentieel voor onsland. Mensen en goederen moeten hun bestemmingen kunnen bereiken.Dat geldt zowel op grote schaal als op kleine schaal: Nederland Distribu-tieland is een belangrijk voorbeeld, maar ook «is de supermarkt nog tebereiken?»; het is natuurlijk allemaal belangrijk.We hebben als land een goede infrastructuur en daar zijn we trots op.Maar het systeem staat onder druk. We hebben inmiddels ruim 18 miljoenmensen in Nederland. Die willen allemaal mobiel zijn. Ook is de infra-structuur toe aan vernieuwing. Dat heeft de laatste jaren natuurlijk veelaandacht gehad. Dat zien we trouwens in heel veel landen optreden: ookin Duitsland en België. Ik was gisteren nog in België. Daar hebben wegesproken met de Minister van Infrastructuur van België. Ook daar zie je:er is heel veel gebouwd in de jaren zestig, zeventig. Ook in Duitsland enBelgië zie je toch langzaamaan echt achterstallig onderhoud optreden. Wijworden nu ook geconfronteerd met een grote onderhoudsopgave.Gisteren heb ik nog een brief verzonden aan uw Kamer over de staat vandertien bruggen en viaducten. Die ging over «stikstofverbrossing»; zo heethet geloof ik. Dat is een probleem in een aantal soorten bruggen enviaducten. In Duitsland en België hebben we daarvan de gevolgen gezien,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6021 zelfs een instorting. Dat moeten we hier natuurlijk absoluut niet hebben.Dus dat komt er allemaal bovenop. We houden echt actief vinger aan depols. We zijn ons heel bewust van de risico’s, want we willen Nederlandveilig houden.We doen ook echt veel op het gebied van bereikbaarheid, specifiek metbetrekking tot infrastructuur. We hebben het basisniveau voor deonderhoudskwaliteit intussen vastgesteld. Dat is dus een belangrijkeconstatering. Maar al die bruggen die ik net noemde, komen daarnatuurlijk nog wel bovenop. We zitten dan ook midden in de grootsteonderhoudsopgave ooit. Dit jaar geven we 4,5 miljard euro uit aan hetonderhoud. Dat is ongekend, dat is nodig, maar het geeft ook overlast. Ikprobeer in goed overleg met de regio te kijken hoe we met zo minmogelijk overlast kunnen werken, maar het zal helaas niet zonder overlastgaan. Ik probeer dus echt met de regio goed te overleggen en te zorgendat er zo veel mogelijk omleidingswegen of alternatieven zijn, maar hetkan niet altijd. Ook investeren we nog steeds heel veel in nieuweinfrastructuur. Denk aan de A16 bij Rotterdam en het Julianakanaal.Verder heeft dit kabinet 2,5 miljard extra beschikbaar gesteld voor deontsluiting van nieuwe woningen. Dit jaar gaan we hierover afsprakenmaken.Ook naast infrastructuur doen we veel. Ik noem een paar dingen. Metmedeoverheden en de sector werkt mijn ministerie aan efficiënterelogistiek in de goederencorridors. De logistiek wordt ook efficiënter doormeer digitalisering en informatie-uitwisseling. Zo treedt volgend jaar devrachtwagenheffing in werking. De netto-opbrengsten daarvan wordenteruggesluisd naar de sector. Tegelijkertijd – en daar heeft de Kamer ookeen punt – moeten de Staatssecretaris en ik roeien met de riemen die wehebben. We hebben een enorme dekkingsopgave van 5 miljard. Naast definanciële schaarste worden we ook gehinderd door stikstofbelemme-ringen. Ik heb ook vragen gekregen over hoe het zit in de stikstofcom-missie, waar ik deel van uitmaak. Daar zal ik u ook zo over vertellen.Daarnaast hebben we arbeidsmarktkrapte. Dat geldt ook voor België enDuitsland, of in ieder geval voor België. Die zorgt voor een minder goedepositie bij het aanbesteden en zorgt voor prijsopdrijving, wat weer detekorten vergroot. Zo zitten we dus ook in die klem. We zitten op ditmoment als kabinet midden in de voorjaarsbesluitvorming. Ik zeg er maarbij dat ik daarop niet vooruit kan lopen, want ik begrijp dat er natuurlijkheel veel vragen en wensen zijn. We zullen dat ook af moeten wachten.We zitten nu midden in dat proces, maar binnenkort komen we naar uwKamer. Dat zal met de Voorjaarsnota zijn en het streven is 25 april, dus hetkomt eraan.Daarnaast zal ik u meenemen in de uitkomsten van de besluitvormingover het Mobiliteitsfonds. Daarin focussen we ons op wat we wel kunnen.Dat is ook de wens van de Kamer en dat is natuurlijk prima. We er doen eralles aan om noodzakelijk onderhoud uit te kunnen voeren en om tevoorkomen dat er projecten stil komen te liggen. Dan gaat het niet alleenom exploitatie en onderhoud van infrastructuur, waaronder onder-houdswerk aan wegen, spoor en vaarwegen, maar bijvoorbeeld ook omgladheidsbestrijding op de weg en de vervanging van het bedienings-systeem en de renovatie van sluizen. Ook gaat het om aanlegprojecten diede realisatie naderen en te maken hebben met tegenvallers. Dan noem ikde ViA15 bij Arnhem en de A27 Houten–Hooipolder. Bij verschillendeprojecten bij zowel wegen, spoor als vaarwegen hebben we dus te makenmet die prijsstijgingen. Die komen niet alleen door personeelsschaarste,maar ook door stijgende materiaalkosten. Ook dat is een internationaalfenomeen en dat maakt het niet beter.We hebben ook het kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op Peil naar uwKamer gestuurd. Daarmee kunnen we per regio een beeld geven van debereikbaarheid van de belangrijkste voorzieningen; of je nu met de auto,bus of trein gaat. Dat doen we weer samen met de medeoverheden enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6022 andere departementen. De inzet is natuurlijk het op peil houden van debereikbaarheid. Dit kabinet doet wat het kan om Nederland in beweging tehouden. Het in stand houden van onze infrastructuur vraagt natuurlijk eenenorme inspanning. Naast de huidige plannen is er helaas geen ruimtevoor nieuwe investeringen. Dat moet ik ook gewoon eerlijk zeggen. Ik hadhet graag anders gezien. Tegelijk kijken we wat we wel kunnen doen. Zogaan we natuurlijk kijken hoe we die zeventien projecten die we gepau-zeerd hebben, van het slot kunnen halen. We hebben gezegd dat hetstreven is om dat elk jaar in ieder geval bij één project te doen.Dat was mijn inleiding.De voorzitter:U heeft een drietal interrupties. Wilt u uw eerste besteden, meneerGrinwis?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Naar aanleiding van de inleiding zeg ik dat het lostrekken van diegepauzeerde projecten een loffelijk streven vind. Dat is een financiëleuitdaging, maar het is eerst en vooral een vergunningen- en stikstofuit-daging. Welke inzet pleegt de Minister in die stikstofcommissie, de MCEN,om doorbraken te forceren? Laat dit kabinet-Schoof het kabinet-Doorpakken worden in plaats van het kabinet-Doorschuiven. Ik ben heelbang dat de essentiële keuzes om vergunningverlening weer los tekunnen trekken, te lang op zich laten wachten en dan komt er niks terechtvan die hele doelstelling van één project per jaar van het slot halen.Minister Madlener:Dit is natuurlijk een uiterst belangrijke vraag. Zie wat ik allemaal niet kandoen door stikstofproblemen. En dat al zeven jaar lang, hè. Nederland zital zeven jaar op een stikstofslot en de recente uitspraken van de rechterhebben dat nog erger gemaakt. Het kabinet-Schoof heeft gelukkiggeconcludeerd dat dit zo’n belangrijk onderdeel is dat de heer Schoofbereid is geweest om zelf die commissie voor te zitten. We beseffen deernst van de situatie en hoe belangrijk het is dat we tot een oplossingkomen. Maar ja, het is al zeven jaar eerder geprobeerd om hieruit tekomen en het is nog niet gelukt. Ik zit zelf in die commissie. U kent mij, ikzit daar echt wel ferm in. Dit is namelijk gewoon een gigantisch probleemdat ook heel moeilijk uit leggen is. Het is natuurlijk te gek voor woordendat soms een halve gram stikstof op een hectare 25 kilometer verderop aleen project tegen kan houden. Dat is ook niet meer uit te leggen. Ik kan uzeggen dat de stikstofcommissie binnen enkele weken met een pakketkomt. Ik heb toch wel de hoop dat dat echt iets gaat doen. Daar zitbijvoorbeeld ook die ondergrens in en dat zou ons ook al helpen, ook voorde woningbouw. Ik had een aantal gemeentes op bezoek die zeiden dat zevanwege stikstof niet eens meer een braderie kunnen organiseren op deVeluwe. Zo heb ik talloze voorbeelden. Het is niet meer uit te leggen. Ikdenk dat het succes van dit kabinet er ook deels afhankelijk van is of wijmet goede antwoorden komen. De druk is dus uiterst hoog. We komenbinnen enkele weken naar uw Kamer met een pakket. Ik kan er verder nogniet over uitweiden, maar de verwachtingen zijn hoog. We moetenleveren, maar we gaan het zien. Er moeten ook nog pijnlijke keuzesgemaakt worden, dus het is nog niet zo dat alle fracties in die commissiehet eens zijn. We zijn nu op het punt gekomen dat we hele scherpe keuzesmoeten gaan maken, dus het is ook wel weer spannend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6023 De voorzitter:Ik begrijp dat de heer Pierik ook een interruptie heeft. Gaat uw gang.De heer Pierik (BBB):Ik snap de uitdaging op het gebied van stikstof natuurlijk enorm. DeMinister geeft aan dat hij hoop heeft dat hij over twee weken met ietskomt wat ons verder kan helpen, maar heeft hij daar ook vertrouwen in?Minister Madlener:Ja, ik heb nog wel vertrouwen. Anders zou ik niet meer in die commissiezitten, zeg ik u erbij. Ik vind namelijk dat hier heel veel van afhangt. Erstaat nu zo veel stil; het is echt dramatisch. Dit kan niet veel langer duren,dus we moeten hieruit komen. Je ziet trouwens dat dit in andere landenook speelt, en ook dat de Europese Unie toch ook wel met geluiden komtdat er daar misschien iets verandert. Dus we moeten ook dat interna-tionale spoor via Europa bewandelen. We zijn eigenlijk bezig een pakket temaken van vier sporen, zowel in de regelgeving als in de maatregelen. Wewillen dus eigenlijk met een pakket komen waarmee we zowel op kortetermijn iets bereiken als in de regelgeving iets kunnen versoepelen. Dieondergrens, die ik al genoemd had, zou ons daarbij helpen. Dus ja, ik hebnog steeds goede hoop dat we eruit komen, maar we zijn nu aangelandop de scherpe keuzes. Ik heb nog een aantal afspraken staan de komendedagen met de stikstofcommissie. Je gaat daarmee naar een soorthoogtepunt van besluitvorming. Er zal veel afhangen van de komendeweek. Maar mijn hoop is er nog steeds, ja.De voorzitter:De Minister heeft vertrouwen, hoor ik.Minister Madlener:Je hebt vertrouwen tot je het niet meer hebt, hè.De voorzitter:Minister, u heeft nog een interruptie van de heer Olger van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik ga er toch eentje verbranden, want het is te belangrijk om dit te latenlopen; de Minister geeft dat heel duidelijk aan. Het is natuurlijk mooi dater gewerkt wordt aan dat pakket en aan de verschillende sporen en dat erwordt geïnvesteerd. Nou, er zal ook geleverd moeten worden. Dat is dediscussie over de Voorjaarsnota: hoeveel middelen gaan daarnaartoe?Maar uiteindelijk willen we Nederland natuurlijk weer in beweging krijgen,willen we die gepauzeerde projecten vlottrekken, willen we al die andereprojecten verder krijgen. Heeft de Minister er ook vertrouwen in dat we opbasis van dat pakket die vooruitgang snel kunnen krijgen, dat we dievergunning binnen een paar maanden weer kunnen gaan leveren? Dat isimmers wat nodig is.Minister Madlener:Het zal een pakket zijn van vele maatregelen, inclusief de gang naarBrussel en noem maar op. Geld speelt natuurlijk ook een rol, een grote rolzelfs. Al die maatregelen kosten vaak ook geld. Die discussie moeten weook nog aan. Kijk, in een paar maanden zal niet de wereld veranderen. Datis niet mijn verwachting. Maar dit pakket moet in ieder geval wel zorgendat we laten we zeggen in het komende jaar, de komende paar jaren echtin beweging zijn. Dat klinkt voor u misschien tergend langzaam, maar alsje al ziet dat we al zeven jaar zo’n beetje stilstaan, zou ik het een enormedoorbraak vinden als we dat kunnen bereiken. Maar ik wil ook niet hierroepen dat vanaf morgen alles anders is, want dat is ook gewoon nietreëel. De maatregelen die je afspreekt, hebben ook tijd nodig om teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6024 werken. Je kunt wel zeggen «we gaan iets anders doen» of «we gaan daarmet geld tegenaan», maar eer dat dit geborgd is en uitgevoerd is enjuridisch helemaal verankerd is, ook in nog wetgeving ... Dat gaat niet ineen paar maanden, maar wel is er het uitzicht dat we in de loop van ditjaar echt zien: kijk, hier hebben we perspectief; dit kunnen we gaan doen.Het moet ook weer niet zo zijn dat we over vijf jaar nog niks gemerkthebben. We moeten echt in de komende jaren forse stappen zetten.De voorzitter:Mevrouw Veltman nog op dit punt.Mevrouw Veltman (VVD):Ik dacht: misschien komt dit later nog, maar dan is het misschien mosterdna de maaltijd, omdat we er nu even op doorgaan. Net heb ik in mijnbijdrage gevraagd naar de inbreng in de commissie over stikstof. Heeft deMinister dan ook een plan, op het moment dat het vertrouwen wordtverzilverd en er beweging kan komen, hoe hij die zeventien projecten quaprioriteiten, qua financiële uitdaging, qua arbeidsmarktuitdaging weer vlotin beweging kan krijgen?Minister Madlener:Dat is natuurlijk een goede vraag. We zien dat verschillende factoren onsop dit moment hinderen. De eerste is natuurlijk stikstof. Bij een aantalprojecten is stikstof gewoon hét probleem, maar we zien ook dat definanciën krap zijn. Het te krappe pak waar ik in ben genaaid, zoals de heerGrinwis zei: ik kan niet anders zeggen dan dat ik dat ook zo voel. Ik denkdat Nederland er verstandig aan zou doen om in de komende jaren echtstructureel meer geld uit te trekken voor onze infrastructuur. Dat zie jetrouwens ook in de landen om ons heen. Er wordt weleens gezegd: wegenstaken niet en zitten altijd onderaan bij de verdeling van geld. Dat gaat opeen gegeven moment natuurlijk echt knellen. Geld is een probleem maarook capaciteit. Je ziet ook de enorme opgave die ons wacht in de energie,waar het elektriciteitsnet moet worden versterkt. Die aannemers zijneigenlijk dezelfde aannemers die ook de wegenprojecten doen.Er is een enorme druk op die middelen, ook wat het personeel betreft, endan heb ik het nog niet eens over de stikstofdeskundigen of de mensen inons eigen ministerie. Wij hebben heel veel mensen voor ons werken. Datis dan het laatste probleempje, maar ik denk dat geld ... Stel dat stikstofvan de baan is en er geen stikstofprobleem meer is, dan kunnen we zekermeer doen. We hebben ook heel veel reserves. We hebben een mooifonds, het Mobiliteitsfonds, maar kunnen toch niet alles uitvoeren. Maarstikstof is een van de belangrijkste problemen. Daarna komt geld endaarna capaciteit, zou ik zeggen.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoop niet dat dit wordt gezien als mijn tweede interruptie. Ik vroeg of ereen plan is om dat gestructureerd te gaan afwegen en oppakken.De voorzitter:Kan de Minister daar nog even op ingaan?Minister Madlener:Aan plannen hebben we geen gebrek. We hebben dat prachtige MIRT-boek, waarover we met elkaar en de regio’s al gezegd hebben: dit vindenwij belangrijk. We zijn natuurlijk nu bezig met de uitvoering van tal vanprojecten. Aan ons ligt het niet. Wij staan in de startblokken met veleplannen, maar die hebben allemaal wel uitvoering nodig, ook juridisch.We hebben geen gebrek aan plannen. Ik geloof niet dat dat gaat spelen.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6025 En die afweging?Minister Madlener:Die afweging? Als wij de luxe hebben om te zeggen: we hebben ruimtevoor tien plannen en kunnen er maar negen starten, dan kom ik graagnaar uw Kamer toe en mag u daarover meedenken. Hoevelaken hebbenwe net al breed gehoord. Ook op het gebied van het spoor zie je veelwensen. Dat luxeprobleem zou ik graag met u komen bespreken, maardaar ben ik zelf niet bang voor.De voorzitter:Kunt u misschien aangeven welke blokjes u toepast in de beantwoording?Minister Madlener:Ik begin met algemeen, dan hebben we MIRT, dan een blokje bereikbaar-heidspeil, instandhouding en overig. Daarna zal de Staatssecretaris devragen op het gebied van het ov en het spoor beantwoorden. Ik begin dusmet het blokje algemeen.De voorzitter:Ik stel voor dat we met eventuele interrupties wachten tot het blokjeafgerond is. Dan kunnen we een beetje tempo maken.Minister Madlener:Die 2,5 miljard voor projecten. Even kijken, het gaat om de criteria. Die2,5 miljard heeft het kabinet uitgetrokken om snel woningbouw terealiseren. Ik ben heel druk bezig om daar met Minister Keijzer heel snelstappen in te zetten, ook met de Nota Ruimte waar nu de laatste hand aanwordt gelegd. Het woningbouwprobleem in Nederland is natuurlijknijpend. Er zijn zo veel mensen die nu geen woning kunnen vinden en deinfrastructuur is daar heel belangrijk bij. Ik krijg ook heel veel vragen uitde regio, van heel veel gemeenten: wanneer kunnen wij een aanvraagindienen en hoe gaat u dat doen?We hebben dus criteria opgesteld. Daarbij kijken we ten eerste hoe snelmen kan starten met een project. Dat is een van de criteria. Dan hebbenwe een minimaal aantal woningen per project, want een heel kleinprojectje zou niet zinvol zijn. 2,5 miljard is natuurlijk wel heel veel geld,maar ook weer niet zo veel dat we hier ... Nou ja, het is ook snel op. Daneen maximaal bedrag per woning vanuit het Rijk, zodat we echt zorgendat het gaat om genoeg woningen.Er komt dus geen hele dure spoorlijn van 2,5 miljard, waardoor we maaréén grote woonwijk kunnen aanleggen en dan is het geld op. We willenhet echt verdelen over het land. We hebben ook een maximaal percentagerijksbijdrage per project en binnen de grootschalige woningbouwlocatieswerken we dat ook nog verder uit. Maar er komt dus echt een duidelijkcriteriapakket, waardoor de gemeenten kunnen zien of hun project kansmaakt of niet. Zo proberen we er echt het maximale uit te halen, in eencofinanciering ook nog. Ik denk dat dit voor heel veel gemeenten muziekin de oren is.Wat is de inzet voor het gat van 5 miljard in de begroting van IenW? Datwas ook een vraag. Het klopt dat ik 5 miljard moet oplossen en in diedekkingsopgave hebben we ook echt keuzes te maken. De prioriteit ligt bijwat we moeten doen en waar we echt mee voort kunnen. Ik kan nog nietvooruitlopen op de uitkomsten van de voorjaarsbesluitvorming. Ook deafwegingen en keuzes die gemaakt worden in de voorjaarsbesluitvormingzullen via het Mobiliteitsfonds aan de Kamer worden medegedeeld. Ik kannu nog niet ingaan op hoe we daar precies mee omgaan.De voorzitter:Geen interrupties. Vervolgt u uw beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6026 Minister Madlener:Dan gaan we naar het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte enTransport, MIRT. De verwachting, welke projecten stilliggen. Het is mijnambitie om elk jaar een van die zeventien gepauzeerde projecten op testarten. Ik informeer u over de strategie hiervoor en over welk project weals eerste zullen opstarten voorafgaand aan het commissiedebat MIRT. Bijhet opstarten van de projecten zal ook de raming worden geactualiseerd.Voor dit jaar hebben we dus gekozen voor de A27 Eemnes als eersteMIRT-project om op te starten, maar dat is al bekend bij uw Kamer.De voorzitter:Dit is het einde van het blokje. Spaart u uw interrupties op.Minister Madlener:Dan een aantal knelpunten. Hoevelaken: topprioriteit. We hebben daarvele fracties over gehoord. Hoe ga ik die motie uitvoeren? Dat is demotie-Veltman c.s. geloof ik. Het MIRT-project A1/A28 knooppuntHoevelaken is op dit moment gepauzeerd, vanwege – u kent de redenen al– stikstofruimte, financiële middelen en capaciteit. Ik ben in samenspraakmet de regio aan het onderzoeken of het mogelijk is om dit project op teknippen of te faseren. Ik zal de Kamer voor de zomer de stand van zakenmelden. Voor een gefaseerde aanpak is op dit moment onvoldoendebudget- en stikstofruimte beschikbaar. Dat blijft dus een probleem. Maar ikzal de Kamer voor de zomer een stand-van-zakenbrief hierover sturen.Dan signalen ... Dat gaat ook weer over Hoevelaken. NSC vroeg erom daarapart personele capaciteit op los te laten. Dit project is dus gepauzeerd.Als je iets niet doet, kun je daardoor iets anders wel doen. Dat doen wedus ook. We kijken wat we wel kunnen doen en Hoevelaken is gepauzeerd.Het is dus niet zo dat er helemaal niets gebeurt met dat project. We gaankijken of we het kunnen opknippen en daarover zal ik u voor de zomerinformeren.Grinwis vraagt ook om projecten op te knippen en te kijken of we dan tocheen stukje kunnen doen. A2 Bommelerwaard–Betuwe bijvoorbeeld. Aande herstartstrategie voor de gepauzeerde projecten wordt nu gewerkt. Ikinformeer u over de strategie en welk project als eerste op zal startenvoorafgaand aan het commissiedebat MIRT. Maar het opknippen vanprojecten wordt wel degelijk gezien als een stukje van de oplossing. Als jeiets opknipt, wordt het behapbaarder en kun je het misschien ook quastikstof makkelijker plaatsen. Het is dus gewoon slim om na te denkenover opknippen en dat doen we ook. Daar wordt u over geïnformeerdvoor het commissiedebat MIRT. U weet waarschijnlijk beter wanneer datplaatsvindt dan ik.Dan ook Grinwis: N37, N57, N34, verkeersongevallentrend. Voor deRijks-N-wegen investeren we in verkeersveiligheid met 200 miljoen noguit het vorige regeerakkoord en in het programma Meer Veilig. Met deInvesteringsimpuls Verkeersveiligheid investeren we in N-wegen inbeheer van medeoverheden. Op de Rijks-N-wegen wordt geïnvesteerd inde N36 en de N57. Dit jaar wordt moeilijk overrijdbare rijrichtings-scheiding – gewoon rijbaanscheiding – gerealiseerd op de N57. De N34 isin beheer van de provincie Drenthe. Momenteel kunnen medeoverhedeneen aanvraag indienen voor de derde tranche van de InvesteringsimpulsVerkeersveiligheid.Dan de MIRT-investeringen de afgelopen vijf jaar per regio. Daar zijnmooie sommetjes over gemaakt door de heer Pierik. Er blijken verschillenuit de sommen van de heer Pierik. Ik wil niets afdoen aan de rekenkundigecapaciteiten van de heer Pierik; die zullen op een goed niveau zijn. Ik vindhet überhaupt al heel goed dat je het zo bekijkt. Maar het is natuurlijk ookmaar net welke tijd je neemt en welke projecten er zijn. Het geeft meereen indicatie dan dat je zegt: nou, het moet allemaal precies gelijk zijn. Datiedere regio telt, is natuurlijk voor dit kabinet een van de uitgangspunten;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6027 dat staat echt helemaal bovenaan en is ook echt iets waar we op letten.Maar we kunnen niet zeggen dat we het rekenkundig of wiskundig gaanbenaderen, want dat zou niet verstandig zijn. Neem bijvoorbeeld die3 miljard voor de Lelylijn. Ja, die telt mee, maar die staat ook wel degelijkgereserveerd. Dus tja, zo kun je natuurlijk heel veel debatteren over hoe jehet precies berekent. Maar goed, wij hebben in ieder geval oog voor alleregio’s. Als de heer Pierik meent dat we een regio tekortdoen, zou ik hemwillen vragen om met een concreet voorstel te komen. Ik ben altijd bereidom daarnaar te kijken, natuurlijk binnen de mogelijkheden die er zijn.Dan het verbeteren van aanbestedingen. Ook hier zal ik voor hetMIRT-debat op terugkomen. Het is een belangrijk punt: hoe gaan weaanbesteden en hoe kan dat beter? Dat blijft altijd een interessantonderwerp en dan vooral ook de beheersbaarheid van de kosten, want jeziet enorme overschrijdingen. Die komen voor een deel voort uit dekostenstijging die in de marktsector zichtbaar is, maar soms worden zeook veroorzaakt door te veel willen opplussen of door het toevoegen vanallerlei franje aan een project, waardoor je uiteindelijk niet meer aan definanciering komt. We zijn hiermee bezig en voor het volgende MIRT-debatzal ik de Kamer er met een brief over informeren.De voorzitter:Dank u wel. Het MIRT-debat waarnaar verwezen wordt, staat vooralsnoggepland op 2 juli aanstaande. Dat ter informatie. Ik geef graag mevrouwVeltman het woord voor een interruptie.Mevrouw Veltman (VVD):Ik hoor goed wat de Minister zegt en ben eigenlijk wel verbaasd over hetstille automatisme dat er geweest is om knooppunt Hoevelaken niethelemaal voorop te zetten bij alle plannen en alle actie betreffende deuitvoering, zoals projectteams erop zetten. Ik heb een vraag over dereactie dat dat te groot en te duur zou zijn en dat opknippen weliswaareen optie is, maar niet kan bij de A1. Maar om dan toch aan een andereweg te beginnen, terwijl die A1 en Hoevelaken ... De ruit Barneveld–Hoevelaken–Hoevelaken–Barneveld is als je die twee richtingen bij elkaaroptelt veruit het allergrootste knelpunt midden in het centrum vanNederland. Hoe kan het dat deze Minister zich niet het vuur uit de sloffengelopen heeft om dat knelpunt als eerste aan te pakken, hoe dan ookgefaseerd, met die 200 miljoen euro die in ieder geval beschikbaar wasom iets te doen aan dat punt?De voorzitter:Het is even stil. De Minister is zich het vuur uit de schoenen aan het lopen;ik zie het.Minister Madlener:Ik snap de vraag en ik ken de wens. Ik kom hier graag in tweede termijnop terug, zodat ik een gedegen antwoord kan geven.De heer Pierik (BBB):Ik wil toch even terugkomen op de sommetjes die ik gemaakt heb. Ik wilook niet dat er bij iedere provincie precies hetzelfde bedrag uitrolt ofzoiets; het gaat inderdaad om de bereikbaarheid in de regio en zo. Maar ikzie wel dat er bij de bedragen voor Drenthe en Overijssel echt niet eenklein beetje ... Het gaat niet over één jaar maar over een tijdspanne vanvijf jaar waarin ik heb gekeken hoeveel geld ernaartoe is gegaan. Ik ziedaar best veel omissies. De 3 miljard voor de Lelylijn is natuurlijk geld datin de onderzoeksfase zit; dat is nog niet uitgegeven. Ik heb dus tweevragen. Ik zou het het mooiste vinden als we daadwerkelijk een beeldkrijgen van het geld dat geïnvesteerd is in die infrastructuurprojecten. Dusgeen monopoliegeld, geen gereserveerd geld, maar echt het daadwer-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6028 kelijk in die regio geïnvesteerde geld. Als we dat dan bekijken, lijkt het me,voor zover ik dat kan inschatten, dat Drenthe en Overijsel echt tekort-komen. De Minister vroeg: kom met een project van een regio die tekortwordt gedaan. Ik denk: dan hebben we de Nedersaksenlijn te pakken. Datis volgens mij een prachtig project om die regio verder te versterken ophet gebied van bereikbaarheid. Dat kan ook nog heel goed gecombineerdworden met de woningopgave.Minister Madlener:In die zin kan ik dat volgen. We hebben het veel gehad over de Nedersak-senlijn. De Staatssecretaris zal daar straks uitgebreid op ingaan. Het is ookecht wel een wens dat wij daar heel snel iets mee kunnen. Maar goed. Ikben ook blij dat de heer Pierik het sommetje gemaakt heeft. Hij zegt datwe het niet wiskundig moeten benaderen, maar dat het wel een beeldgeeft van waar we misschien meer te doen hebben. Ik zal dat ook nietnaast me neerleggen. We gunnen de regio de Nedersaksenlijn natuurlijkvan harte. Maar ik vind wel dat als je heel veel geld reserveert voor eenregio, we er ook niet omheen kunnen. Dat geld is gereserveerd en legt duseen heel groot beslag op de fondsen die we hebben. Dat kunnen we ookniet uit het oog verliezen, denk ik, want dat lijkt me ook niet juist.De voorzitter:Dank u wel. Vervolgt u uw beantwoording. Gaat uw gang.Minister Madlener:Bereikbaarheidspeil lange termijn: daar ga ik het nu over hebben. Wat zijnwe aan het doen, vroeg de ChristenUnie. In Bereikbaarheid op Peil heefthet kabinet het bereikbaarheidspeil geïntroduceerd. Daarmee hebben weeen instrument voor nu en de toekomst geïntroduceerd om de staat vanbereikbaarheid van werk en voorzieningen te monitoren. Uit dat bereik-baarheidspeil blijkt overigens dat niet alles kommer en kwel is. Heel veelmensen kunnen relevante voorzieningen en banen binnen een voor henacceptabele reistijd bereiken. Dat is op zich waar. Nederland heeft nogsteeds een goede infrastructuur, ben ik van mening. We hebben inderdaadte maken met toenemende files, maar we hebben er ook mee te makendat in sommige gebieden voorzieningen als een supermarkt, waar we hetnet over hadden, uiteindelijk verdwijnen als een gebied vergrijst of als debevolking krimpt. Dat zijn weer andere uitdagingen. Dat heeft niet altijdalles met bereikbaarheid te maken. Maar goed, het glas is halfvol ofhalfleeg; het is maar hoe je het bekijkt. Ik denk dat het belangrijk is datNederland meer gaat investeren in onze eigen infrastructuur. Ik denk datdat belangrijk is voor een land. Je ziet ook dat we door de manier vaninflatie berekenen langzaam achteruitlopen. Wat wij uitgeven aaninfrastructuur, zeker aan de aanleg, gaat elk jaar eigenlijk een klein beetjenaar beneden. Als dat maar lang genoeg duurt, kom je vanzelf in deproblemen. Dat zie je trouwens ook in Duitsland. Ik denk dat we daarvangeleerd hebben, maar het is een opgave voor ons allemaal. De Kamerheeft natuurlijk ook de bevoegdheid om die budgetten vast te stellen.Voorlopig doen we het maximale wat we kunnen.Dan regionaal maatwerk. Voor de regionale bereikbaarheidsanalyse enregionale bereikbaarheidsprofielen wordt richting dit najaar een plan vanaanpak gemaakt, samen met de regio’s. Daarover zijn we het gesprekinmiddels gestart met de regio’s.Dan de regionale ontwikkelingsstrategieën. De regionale bereikbaarheids-analyses vormen de basis om die profielen vast te stellen. Daarbij moetenook andere opgaven in de regio worden meegenomen op het vlak vanveiligheid of gezondheid.Dan de nieuwe MKBA-modellen. De Kamer is er blij mee. Het Planbureauvoor de Leefomgeving adviseert terug te kijken op eerdere adviezen.Neem ik dat advies over? Het antwoord is ja, zeg ik tegen de heer DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6029 Hoop. We zijn voornemens om bij een lopend project te kijken hoe deervaringen zijn met de nieuwe werkwijze voor MKBA’s bij de MIRT-verkenningen. Dan kunnen we in een grotere inventarisatie gelijkmeenemen hoe de MKBA in de praktijk wordt toegepast in het MIRT.Dan de vraag hoe delen van Nederland goed bewoonbaar blijven. Wordtdaarover nagedacht? Dit thema is het kernelement van het kabinets-standpunt Bereikbaarheid op Peil. Daarin is het Nationaal Bereikbaar-heidspeil geïntroduceerd, dat de bereikbaarheid van voorzieningen inNederland in kaart brengt. We zijn met de regio’s bezig om een kwaliteits-profiel regionale bereikbaarheid vast te stellen.Dan als laatste in dit blokje de vraag die De Hoop had gesteld: waarom iser geen verwijzing naar het KNMI-scenario? In de Nota Ruimte bekijkenwe de ruimtelijke ordening in samenhang en zetten we in op goedebereikbaarheid voor wonen, werken en de voorzieningen. Daarbij houdenwe rekening met water en bodem. Het is niet zo dat we zeggen dat je opheel veel plekken niet meer kunt bouwen. We proberen in kaart te brengenwat de risico’s zijn als je ergens bouwt. «Risico’s» is niet eens het goedewoord. Het gaat om: wat is er nodig om op lange termijn veilig te kunnenwonen in dat gebied? Dat geldt ook voor de infrastructuur, want we ziendat het langer droog kan zijn in Nederland, maar ook weleens langer nat.Dat betekent dat je je daarop moet aanpassen. Daar is zeker oog voor. Alseen weg onder water staat, kun je er ook niet overheen rijden. We zijn duszowel voor de infrastructuur als in de woningen aan het kijken hoe werekening kunnen houden met water en bodem en daarbij is het niet debedoeling dat we heel grote delen van Nederland op slot zetten. MevrouwKeijzer zou dat ook zeker niet accepteren, dus dat gaan we niet doen.Binnenkort kunt u de Nota Ruimte zelf bewonderen.Dan het volgende kopje: instandhouding. Wanneer komt het meerja-renplan instandhouding? Ik heb uw Kamer 17 maart 2023 en 24 juni 2024geïnformeerd over de meerjarige en planmatige aanpak van instand-houding. De essentie is dat we langjarige zekerheid bieden in budget enhet werk meer combineren in een portfolioaanpak. Hiermee moet deproductie groeien van 2 miljard naar 3 miljard in 2028. Verder wil ikdaarbij zeggen dat we natuurlijk bezig zijn om ons hele areaal beter inkaart te brengen om te zien wat er op ons afkomt, dus met een beteremeerjarenplanning onderhoud. Dat hebben we met de basiskwaliteitnatuurlijk ook gedaan.Wat gaan we doen om die monitoring toe te passen op die dertienbruggen? Die zijn van het type met die waterstofverbrossing van devoorgespannen bewapening. We hebben in het buitenland, in Duitslanden in België, een instorting van zo’n brug gezien. We zijn dus aan hetmonitoren hoe dat in Nederland staat. Op basis van het monitoren metonder andere akoestische emissie, dus met een soort geluidstest, kun jede veiligheid waarborgen tot het moment van vervanging. Het is dusessentieel dat we daar nu heel snel mee aan de slag gaan en dat doen weook.Dan de trekankerfundering in de tunnels. Dat is in de Vollenhoventunnel.Dat was ook een vraag van de heer Pierik, hoe het daarmee staat. Op15 januari bent u geïnformeerd over het handelingsperspectief bij tunnelsmet die trekankerfundering. Het gaat om vier tunnels. Bij de Vollenhoven-tunnel is dus dat wegdek omhooggekomen. Dat wil niet zeggen dat dat bijalle tunnels gebeurt natuurlijk. Het is wel een risico dat die tunnels lopen,omdat die fundering op die manier is vormgegeven. Dus we monitorendit. Op dit moment is er nog niets aan de hand, is er geen actie nodig,maar we blijven dit natuurlijk monitoren, omdat het risico gewoon welbestaat.Mevrouw Veltman vraagt of we kunnen aangeven hoe we omgaan metmilitaire mobiliteit. Militaire mobiliteit is ineens een groot thema. Er vindtveel overleg plaats tussen mijn ministerie en het Ministerie van Defensieom onze netwerken gereed te maken voor een eventueel snel militairTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6030 transport. Daarbij zijn er aandachtspunten en knelpunten. Dat gaat overgewicht en over afmetingen. Het gaat ook over spoor trouwens. Er kannatuurlijk al heel veel – dat moet ook gezegd worden, want er gaatdagelijks gigantisch veel over onze wegen – maar we zijn dus in kaart aanhet brengen wat er nog nodig is waar eventueel aanvullende maatregelennodig zijn. Dat gesprek is nog niet afgrond. We zullen uw Kamer infor-meren als we hier meer over weten.Dan ga ik naar het kopje overig.De voorzitter:Mevrouw Veltman, had u een interruptie over het vorige blokje?Mevrouw Veltman (VVD):Ja, als dit het einde van het blokje is.De voorzitter:Ja. Gaat uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Daarnet ging het even over een concreet plan, meerjarenplan, vooronderhoud. In vorige debatten is ernaar verwezen dat dat er zou komen,maar een concreet meerjarenplan hebben wij als Kamer nog niet gezien.Ik vind dat we daar wel over geïnformeerd moeten worden, want andersblijft het elke keer vaag. We zien hoe ontzettend belangrijk dat onderhoudis. We zien nu dat bij heel veel bruggen telkens wordt geconstateerd dat erproblemen mee zijn en we hebben een beperkt budget, dus de keuzes, deafwegingen en het meerjarenplan naar de toekomst zijn voor mij, voor deKamer hoop ik, maar voor mij ook, zeer relevant.Minister Madlener:Dit heeft onze volle aandacht. We zijn dus ons areaal beter in kaart aan hetbrengen. Als je dat doet, ontdek je natuurlijk ook weer nieuwe dingen. Datis goed, want dat kan voorkomen dat er iets misgaat en het geeft ons ookinzicht in wat ons te doen staat de komende jaren. Het is ook een opdrachtdie we hebben gekregen van de Rekenkamer om beter om te gaan met diemeerjarenplanning. Ik geef mevrouw Veltman dus helemaal gelijk. Dat isook hoe ik erin zit. We doen dat op tal van bruggen, trajecten enconstructies, zoals u heeft gehoord. Ik heb dat niet in één plan gevat. Ik zalhier in de tweede termijn even op terugkomen, als u het goedvindt. Ofhebben we het hier wel? Ik zal hier het antwoord geven dat eerder isbedacht en kijken of dat u geruststelt: «In essentie is het bieden vanlangjarige zekerheid in budget en het slimmer combineren van werkzaam-heden een portfolioaanpak en daarmee moet de productie groeien van2 naar 3 miljard. Over de dealflow richting markt informeer ik u voor dezomer via de MIRT-brief.» Maar goed, dat is een dealflow richting markt. Ikweet niet of dat het plan is zoals mevrouw Veltkamp dat voor zich ziet. Hetgaat er natuurlijk om dat wij precies in beeld hebben hoe ons areaaleruitziet en wat er aan onderhoud te verwachten valt. Op dit moment zijnwe bezig met de inventarisatie daarvan. Mijn indruk is dat dat plan, als jehet zo wilt bekijken, of die administratie nog niet helemaal compleet is.Als u het goedvindt, ga ik daar in tweede termijn nog wat dieper op in. Ikwil eerst nog even overleggen met Rijkswaterstaat over hoe dat zit.De voorzitter:Ja. Vervolgt u uw beantwoording.Minister Madlener:Dan kom ik bij het kopje overig. Het verder uitrollen van het SpitsScoren-project. Dat is een goed punt. We passen de lessen uit het verleden toe.We kijken samen met regionale overheden naar de lessen uit de werkge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6031 versaanpak. Ook onderwijs speelt natuurlijk een belangrijke rol en wat weaanvullend kunnen doen om de drukte in spits te verminderen. Het isinderdaad de effectiefste weg naar een snelle vermindering van files. Ikheb ook diverse malen een oproep gedaan aan ons allen. We moetenechter nooit vergeten dat heel veel mensen die keuze niet hebben om uitde spits te gaan of buiten de spits te reizen. Dat zeg ik er altijd bij: probeerhet als het kan of praat je werkgever. Wij doen dat ook met het onderwijs.Hoe kunnen we die spits mijden? Ik doe dat in Rotterdam trouwens ook. Ikrij dagelijks over de A15. Nou, die is gewoon ramvol met vrachtverkeer enals je dan ’s avonds na zevenen rijdt, is die bijna leeg. Dan denk je: ja, eenvrachtwagen zou nu toch ook heel snel ... Maar goed, dan praat je ookover werkuren en niet iedereen wil in de avond of nacht werken. Het isdus makkelijk gezegd, maar niet altijd makkelijk gedaan. Maar het heeftnog veel potentie. Ook corona heeft ons dat laten zien. Dus we werkeneraan en het is aan ons allen om die afweging te maken. Thuiswerken isnatuurlijk ook geweldig. Dat kan ook digitaal. Dus laten we de lessen uithet verleden koesteren. Heel veel mensen vinden het ook heel prettig ombijvoorbeeld in die ochtenduren, in die spits, thuis te werken en daarnanaar hun werk te gaan. Dat helpt enorm.Even kijken. Dat is eigenlijk dezelfde vraag. Rij spitsvrij. Dat sluit daareigenlijk ook bij aan.Dit was het.De heer Olger van Dijk (NSC):Op zich dank. Ik ben blij dat de Minister hier inderdaad ook heil in zietvoor de korte termijn, want dat is ook onze overtuiging. Tegelijkertijd zijnwe natuurlijk wel benieuwd naar de effecten die er nu zijn. Ons wastoegezegd dat we in Q1 – het is inmiddels Q2 – de eerste resultatenzouden krijgen. Ik heb die vraag zojuist gesteld in eerste termijn en ikhoop wel dat de Minister al kan aangeven of de aanpak die we bij deMinister hebben bepleit, dus met die campagne, die we ook op tv allemaalhebben kunnen zien, Rij spitsvrij, en met die afspraken met onderwijs-instellingen en bedrijven, effect sorteert. Wat kan de Minister daar nu overzeggen? Kan hij anders toezeggen om dat snel aan de Kamer te sturen?Minister Madlener:We verwachten daar beiden veel van. Ik kan de evaluatie van decampagne nog voor de zomer naar de Kamer sturen.De voorzitter:Oke, dank u wel. U was klaar met uw beantwoording, hè?Minister Madlener:Ja.De voorzitter:Dan wil ik graag het woord geven aan de Staatssecretaris. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:Dank u wel, voorzitter. En ook dank aan commissie voor de gesteldevragen en ook voor de discussie die onderling is gevoerd in de eerstetermijn. Ik heb vier kopjes: een stukje algemeen, dan de Lelylijn en deNedersaksenlijn, de financiële situatie in het ov en een kopje overig. Ik zalze ook in die volgorde behandelen.De voorzitter:Heel fijn. Dank u wel.Staatssecretaris Jansen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6032 Voorzitter. De afgelopen periode zijn er met de vervoersregio’s, provincies,vervoerders en consumentenorganisaties intensieve gesprekken gevoerdover de impact van alle maatregelen op het openbaar vervoer. Dat heb ikzelf gedaan en dat hebben ook mijn ambtenaren gedaan. De lijnen zijnkort. Maar er komt ook heel veel op ons af, zeg ik heel eerlijk. Deinspanning van IenW was met name om goed zicht te krijgen op degevolgen van bijvoorbeeld de korting op de BDU en de lagere vergoedingvoor het gebruik van de ov-studentenkaart. Daarover heb ik u gisteren perbrief geïnformeerd. De heer Van Dijk stelde daar net ook vragen over. Ik gaer zo nog wat uitgebreider op in.Inzet van het kabinet is een toekomstbestendig, betrouwbaar, veilig,betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer, waarmee belangrijkevoorzieningen natuurlijk bereikbaar blijven. Dat was ook een deel van dediscussie die net onderling werd gevoerd in de Kamer. De komende jarenzal het nodig zijn dat er gezocht wordt naar slimme combinaties van hetopenbaar vervoer, bijvoorbeeld een combinatie van regiotaxi, doelgroe-penvervoer, deelmobiliteit. Ook de VVD noemde net al een aantalvoorbeelden in haar bijdrage in eerste termijn. Laten we niet vergeten: hetopenbaar vervoer is voor heel veel mensen belangrijk. Het zorgt datmensen naar school, werk, sport, zorg, familie, winkels kunnen komen. Erzijn zorgen – die deel ik ook met de Kamer – over zowel de betaalbaarheidals de beschikbaarheid van het openbaar vervoer, die al jarenlang zwaaronder druk staan. Deze zorgen bespreek ik waar mogelijk iedere keeropnieuw in het kabinet. Daarbij zullen ook ingewikkelde keuzes gemaaktmoeten worden. Als dit onverhoopt niet lukt, kunt u van mij verwachtendat ik me als systeemverantwoordelijke voor het openbaar vervoer ingesprek met de sector en de Kamer zal inspannen om regie hierop tepakken. Er is ook een aantal keren vanuit de Kamer gezegd dat bereik-baarheid een basisvoorziening is. Dat is ook de manier waarop deMinister en ik het beiden aanvliegen. Maar goed, wij worden met elkaarvoor lastige keuzes gesteld, want de druk op alle componenten is groot ende middelen zijn bijzonder beperkt. Dat was mijn algemene inleiding.Ik zal doorgaan naar de Lelylijn en de Nedersaksenlijn. Dan kom ik bij deheer Van Dijk van NSC, die daar een aantal vragen over heeft gesteld.Eigenlijk was de vraag in de basis of ik de Kamer het vertrouwen kangeven dat ik extra budget ga regelen, zodat het project Lelylijn dan welNedersaksenlijn verder kan gaan, en daarnaast hoe deze projecten op tafelzijn gelegd bij de Voorjaarsnota. Dat waren in essentie de vragen die deheer Van Dijk stelde. Ik ben hierover in gesprek, zowel binnen het kabinetals met de regio. Ik heb de afgelopen periode veel bestuurlijke gesprekkengevoerd met de regio, zowel apart met de bestuurders alsook in groeps-verband. De laatste keer in groepsverband was volgens mij ongeveertweeënhalve week geleden. Daarbij hebben we ook weer met elkaargesproken. Volgens mij heeft de regio u ook een mededeling gestuurd,een brief, waarin men refereert aan de overleggen die er zijn geweest. Inhet kabinet wordt nog gesproken over de Voorjaarsnota. Hierbij heb ik deNedersaksenlijn en de Lelylijn op de agenda gezet. De uitkomsten van degesprekken over de Voorjaarsnota worden door de Minister van Financiënuiteindelijk naar de Kamer gestuurd, maar ik kan er niet op vooruitlopenanders dan dat ik kan melden dat ik de onderwerpen ter sprake hebgebracht en dat deze belangrijk zijn.Dan kom ik bij een vraag van de heer Grinwis van de ChristenUnie over deNedersaksenlijn. Hij zei dat deze lijn goedkoper zou kunnen uitvallen,zeker als je bijvoorbeeld een aantal geplande tunnels zou vervangen doorspoorwegovergangen, en hij vroeg of ik dat inmiddels aandurf. Ik hebnatuurlijk ook in het debat over spoorveiligheid hier al met de heerGrinwis over gesproken. Het beleid is erop gericht om het aantaloverwegen juist terug te dringen om de spoorveiligheid te vergroten.Daarom is ook in het huidige ontwerp de aanname gedaan dat er geengelijkvloerse overwegen zullen zijn. Maar in de verkenning kunnen dezeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6033 uitgangspunten nog een keer bekeken worden en kan er mogelijk welbespaard worden. Ik zeg niet bij voorbaat nee, maar in het huidigeontwerp is wel met name gekeken naar de spoorveiligheid en zijn er geengelijkvloerse overwegen.Dan heb ik een vraag van de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van deArbeid over het Deltaplan Noordelijk Nederland: welke infra is hierbijnodig en gaan we dit terugzien in de Voorjaarsnota? Het deltaplan bestaateigenlijk uit meerdere onderdelen, waaraan vanuit zowel Rijk als regiohard wordt gewerkt. Over de Nedersaksenlijn heb ik het net gehad inantwoord op de vraag van de heer Van Dijk. Bij de Lelylijn wordt ergewerkt aan een masterplan, ook naar aanleiding van een aangenomenmotie van de Kamer. Daarbij wordt er gekeken naar de financiering.Bestaand spoor is ook onderdeel van het deltaplan. Daar werken we aanmet onder andere de aanpassingen bij Meppel. Hierover hebben weafspraken gemaakt in het afgelopen BO MIRT. Binnenkort krijgt u eenKamerbrief met een nadere toelichting daarop.Dan heb ik een vraag van de heer Pierik van BBB: ben ik het met de heerPierik eens dat het aanleggen van de Nedersaksenlijn zou helpen om debereikbaarheid en leefbaarheid in Drenthe en Overijssel sterk te verbe-teren? In essentie ben ik dat natuurlijk met de heer Pierik eens. Debereikbaarheid en de leefbaarheid zullen zeker verbeteren bij eenNedersaksenlijn. Dat heb ik trouwens zelf al in meerdere Kamerbrievenaangegeven. In essentie onderschrijf ik de stelling van de heer Pierik dus.Dan kom ik bij een vraag van de heer Van Dijk van NSC: kan er uit de 40%van de 2,5 miljard voor de woningbouwgelden geld beschikbaar wordengesteld voor de Nedersaksenlijn? Zoals ik in het commissiedebat Spoor alheb aangeven, zijn de woningbouwmiddelen – de Minister heeft dat netook betoogd – een andere prioriteit van het kabinet. Er is een beoorde-lingskader voor de besteding van deze middelen gemaakt. Naarverwachting sluit dit hooguit beperkt aan bij de doelen van de Nedersak-senlijn. Het is vooral de bedoeling dat woningen snel gerealiseerdworden. Bij de middelen voor de woningbouwmobiliteit wordt een bredeafweging gemaakt. Deze middelen zijn bedoeld voor het lostrekken vanwoningbouw in heel Nederland.Dan heb ik de een-na-laatste, van de heer Grinwis van de ChristenUnie,over de Lelylijn. We horen niks over het structuurfonds, het gebruik vande woningbouwgelden en Europese fondsen, zegt hij. Heb ik deze lijn alstiekem opgegeven, is de vraag. Nou, ik kan de heer Grinwis verzekerendat ik nog niks heb opgegeven. Ik ben geen opgever, zeg ik richting deheer Grinwis. We werken heel hard aan financieringsmogelijkheden voorde Lelylijn. Ik heb vorige week voor de tweede keer met EurocommissarisTzitzikostas gesproken en half april staat er weer een overleg in deplanning. We zijn dus ook langs die route aan het kijken naar wat ermogelijk is, zeg ik ook tegen de heer Van Dijk. Het is dus niet zo dat ikdingen opgeef. Over de Europese mogelijkheden, het CEF, hebben we deKamer op 24 maart nadere informatie gestuurd. Die kunt u terugvinden. Ikmerk daarbij wel op dat andere Europese structuurfondsen beperktebedragen, tot maximaal enkele tientallen miljoenen, opleveren. Dat is duswel een kanttekening die ik hier plaats. Ik heb dat ook al eens eerder ineen debat gezegd. Het is dus niet reëel om te veronderstellen dat hiermeein één keer honderden miljoenen vrijkomen. Het is in een bepaalde ordevan grootte.Dan de laatste vraag, van de heer Van Dijk van NSC: kunnen we aanspraakmaken op Europees defensiegeld voor de Nedersaksenlijn? Zoals ik ook inantwoord op de Kamervragen van de heer Van Dijk heb laten weten, is hetbudget voor Europees defensiegeld ook beperkt. Bovendien kan er nietvoorafgaand aan het project een akkoord door de Europese Commissieworden gegeven. De Nedersaksenlijn is geen onderdeel van de trans-Europese transportcorridor TEN-T. Dus ook voor geld uit dit deel van hetConnecting Europe Facility-fonds is vooralsnog de voorwaarde dat hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6034 daaronder moet vallen. Dat neemt niet weg dat ik het wel ter sprake hebgebracht. Ik heb dat bijvoorbeeld gedaan in het gesprek met de Eurocom-missaris vorige week.Dat is het, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Heeft de Minister nu alle antwoorden over de Nedersaksenlijn gegeven?Ja. Oké. Mijn vraag is ten eerste of de Minister bereid is in de briefvoorafgaand aan het volgende commissiedebat MIRT in te gaan op degevoeligheidsanalyse, in de zin van wat het zou schelen als je ’m watsoberder aanlegt, dus met wat meer spoorwegovergangen en mindertunnels. In de startbeslissing voor een MIRT-verkenning maakt het immersnogal uit of je uitgaat van een Nedersaksenlijn full swing van 1,7 miljardof van een lijn met wat minder tunnels en wat meer spoorwegover-gangen. Dat kan net het verschil zijn tussen wel of niet een MIRT-verkenning starten, als de Staatssecretaris überhaupt geld gaat vindenvoor deze lijn, die we allemaal heel graag willen, maar waar we nu al veelte lang over praten zonder een startbeslissing te hebben genomen.Staatssecretaris Jansen:Ik snap de vraag van heer Grinwis heel goed. Ik zei net dat er in hetontwerp geen rekening mee is gehouden. Dat neemt niet weg dat we weldegelijk kijken naar wat er mogelijk is. Spoorveiligheid is echter welessentieel. Maar nogmaals, ik sluit mijn ogen er niet voor. Ik moet evenoverleggen of ik het antwoord nu kan verstrekken. Daar kom ik in tweedetermijn op terug.De voorzitter:De heer Olger van Dijk voor zijn laatste interruptie.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat hij het niet heeft opgegeven omEuropese gelden binnen te harken. Nou, op zich is dat een begin, maar datis toch niet de houding waarnaar ik op zoek ben. De afgelopen periodeheeft Nederland 44 miljoen gehad van de 1,7 miljard aan Europesemiddelen. Dat is 2,5%. Gemiddeld hebben we recht op 5% à 6% vanuitEuropa, maar dat halen we niet. Alle reden dus om echt meer ons best tegaan doen om die budgetten binnen te halen. Ik hoop dat de Staatssecre-taris daar een extra poging toe wil doen, ook omdat we zien dat depanelen schuiven in Europa. Er mag meer geld worden besteed aandefensie. Allerlei plannen zijn in ontwikkeling. Ik geef nog een concreetvoorbeeld en krijg graag een reactie van de Staatssecretaris. Cohesie-fondsen kunnen ook worden ingezet voor andere projecten, die onderandere defensie helpen. Is de Staatssecretaris het met ons eens dat deNedersaksenlijn die dubbele rol zou kunnen vervullen, dus ook voordefensietransport kan dienen, en dus in aanmerking kan komen voor dienieuwe fondsen?Staatssecretaris Jansen:In essentie heb ik het er met de Eurocommissaris vorige week over gehad.Ik deel dus die mening. We hebben vorige week ook een bezoek gebrachtaan Noordrijn-Westfalen. Daar hebben we gesproken over grensover-schrijdend vervoer en over de mogelijkheden die daar liggen. Ook daarwas een zeer goede voedingsbodem voor het gesprek. Alleen lopen zeook in Duitsland tegen bepaalde knelpunten aan, niet in de laatste plaatsfinanciële knelpunten. Dat zei de Minister net ook al. Ook daar worden duskeuzes gemaakt. Als je in Duitsland vraagt waar hun prioriteit dan ligt, zijnTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6035 zij eerder genegen om flink in de noord-zuidverbinding te investeren danin de west-oostverbinding, maar strategisch gezien is de west-oost-verbinding ook van belang. Er zijn dus meerdere belangen. Wij weddenop heel veel paarden. Dat is ook de reden waarom ik recentelijk wat vakerin Brussel ben, om er juist voor te zorgen dat wij met iedereen het gesprekkunnen voeren die ons kan helpen bij het zoeken naar meer middelen.De voorzitter:Als eerste kijk ik even naar de heer Pierik. Ik kom zo bij u, meneerDe Hoop.De heer Pierik (BBB):Ik ben eigenlijk best wel onder de indruk van het feit dat de Staatssecre-taris zowel in de regio als in Europa behoorlijk trekt aan fondsen omuiteindelijk die MIRT-verkenning te kunnen gaan starten voor de Neder-saksenlijn. Als ik de brieven lees, word ik wel weer een beetje pessimis-tisch, want dan denk ik: er zit eigenlijk weinig schot in. Mijn vraag: kan deStaatssecretaris aangeven of er wel een beetje schot in zit? Of in dewoorden van zojuist: heeft u er nog vertrouwen in dat het goed komt?Staatssecretaris Jansen:De essentie van de vraag van de heer Pierik is of ik er vertrouwen in hebdat we er bij de Voorjaarsnota met elkaar uit komen. Ik kan u geen enkelegarantie geven dat we eruit gaan komen. Ik kan u alleen de garantie gevendat het op de agenda is geplaatst en dat we het gesprek met elkaarvoeren. Alleen liggen er hele lastige keuzes voor. Je kunt een euro helaasmaar één keer uitgeven. Er werd net gesproken over geldbomen hier of bijFinanciën. Ik ben ook geen tovenaar. Ik kan ook geen geld bij elkaarkrijgen. Ik ben dus wel aan het kijken naar alle mogelijke opties die er zijn,maar dan zullen er nog steeds lastige keuzes gemaakt moeten worden bijde Voorjaarsnota.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris voor het eerste deel van de beantwoording.Ik ben toch nog iets meer op zoek naar wat de Staatssecretaris precies optafel heeft gelegd. Want het enige serieuze voorstel van de Staatssecre-taris, dat we vorig jaar gezien hebben, was geld van de Lelylijn weghalenen dat inzetten voor de Nedersaksenlijn. Toen heeft de Kamer aan de remgetrokken en gezegd: dat is voor ons niet acceptabel. Heeft de Staatsse-cretaris binnen het kabinet, dan wel in de onderraad of in de ministerraad,een ander serieus financieel voorstel neergelegd dat geen geld bij deLelylijn weghaalt, is mijn vraag aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Wat ik in de ministerraad heb neergelegd, ga ik niet aan de Kamermelden. Dat lijkt me niet verstandig. Ik heb wel breed gekeken naar allemogelijkheden die er zijn. Ik heb u vorig jaar de informatie toegezegd – dieheeft u inmiddels gekregen – over het verhaal waarover wij eind vorigjaar, in december, het gesprek hadden willen voeren met de regio. Datwaren die tien opties, waar we het over hebben gehad. Die heeft uinmiddels gezien. Dat was de situatie toen. Er rust ook een aangenomenKamermotie. 150 stemmen zeiden: niet doen. Die motie heb ik heel goedin mijn oren geknoopt, dus wat mij betreft is die motie daarin leidend,maar dat betekent niet dat ik onderwijl niet kijk welke mogelijkheden erzijn. Met de regio’s hebben wij ook gesproken over welke beweegruimteer eventueel is als wij kijken naar het totaalplaatje. Soms kun je ookzekerheid bieden door bijvoorbeeld in tijd te gaan faseren, of door op eenandere manier zekerheid te bieden. Maar ik heb de motie heel goed gezienen ik weet wat de Kamer mij heeft gevraagd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6036 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Op zichzelf is dit best een helder antwoord. Toch hoop ik even in het kadervan verwachtingsmanagement dat we van de Staatssecretaris iets meerbeeld krijgen. Ik hoop dat het hem lukt om meer geld vrij te krijgen voorde Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Ik proef ook dat dat lastig is. Is deStaatssecretaris het met mijn fractie eens dat het wel heel belangrijk is dater in ieder geval snel een oplossing komt voor het knooppunt Meppel?Dat is op korte termijn namelijk echt heel belangrijk is om de bereik-baarheid van Noord-Nederland op peil te houden.Staatssecretaris Jansen:Ik denk dat de prioriteit van een oplossing voor Meppel voor iedereen heelduidelijk is, ook voor mij. Zeker bij de regio’s wordt daar regelmatigaandacht voor gevraagd. Volgens mij heb ik net in mijn inleidingaangegeven dat er binnenkort een brief naar de Kamer komt over Meppel.Dan kunt u dus precies beoordelen hoever we daarmee zijn. Met het oogop toekomstige ontwikkelingen ben ik ervan overtuigd dat Meppelessentieel is.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Dat is de map financieel.Er was een vraag van de heer Grinwis van de ChristenUnie. Hij zei heelveel dingen: «Buskaartjes worden 15% tot 20% duurder. Als je ’s avondsbuiten de spits of in het weekend op pad moet, moet je het maaruitzoeken. Iedere regio telde ooit, maar nu niet meer.» Ik zeg tegen deheer Grinwis: natuurlijk telt iedere regio; iedere regio telt nog steeds. Ikkom zelf ook uit de regio. Ik herken dat beeld niet. Maar ik snap ook dat uwat chargeerde wat dit betreft.U vroeg mij op een gegeven moment of het een strategische keuze wasdat wij hierop zijn uitgekomen. Laat ik heel duidelijk zijn: dat is geenstrategische keuze. De afgelopen periode hebben we aan verschillendetafels ook ongelofelijk intensief overleg gevoerd met alle regio’s,vervoerders en provincies. Dat geeft ons ook een beter beeld van degevolgen van verschillende financiële maatregelen die in de huidigesituatie het ov uiteindelijk treffen. We hebben met elkaar ook geconclu-deerd dat het openbaar vervoer heel belangrijk is voor mensen. Denkdaarbij aan school, werk, zorg, winkels, sport et cetera. Betaalbaarheid enbeschikbaarheid is volgens mij iets wat al jarenlang, sinds 2019, geloof ik,echt steeds lastiger wordt. In de coronaperiode is dat allemaal, in dezeextremis, begonnen. Die zorgen spreek ik ook iedere keer uit in hetkabinet. Wij zullen daar uiteindelijk keuze in moeten maken. Maar zoals ik,net als de Minister, al een paar keer zei: die keuzes zijn verrekte lastig,maar moeten wel gemaakt worden.Dan was er een vraag van de heer De Hoop van Partij van de Arbeid-GroenLinks: «Er wordt veel bezuinigd op de BDU, waardoor de bouw vannieuwe woningen in gevaar komt. Wat vindt de Minister daarvan en hoekijkt hij naar het gebrek aan ambitie en investeringen als het gaat om hetov?» Ik ga in herhalingen vervallen: er zijn heel veel gesprekken gevoerd.Ik heb ook specifiek aan de regio’s gevraagd om voor mij in kaart tebrengen hoe dit gaat landen. In het geval van de vervoerregio Amsterdambetekent dat bijvoorbeeld dat de lijn van en naar Purmerend getroffen zoukunnen worden. Maar ik heb die vraag ook bij de andere regio’s gesteld.Daar is meer duidelijkheid over. Wij hebben de volgende zaken voorop-staan: toekomstbestendig, betrouwbaar, veilig, betaalbaar en toegankelijk.Voorzieningen moeten namelijk bereikbaar blijven. Wij zien de essentiedaarvan. Ik zeg echter ook heel eerlijk dat er geen middelen beschikbaarzijn op de IenW-begroting om de korting ongedaan te kunnen maken. DatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6037 is ook de reden waarom wij hier rond de voorjaarsbesluitvorminggesprekken over voeren binnen het kabinet. Ik ben aan het bekijken hoewe dit kunnen terugdraaien. Ik denk namelijk dat dit voor beide betrokkenregio’s desastreus zou kunnen uitpakken. Dat kan nooit de bedoeling zijn.De laatste vraag is van de heer Van Dijk van NSC: klopt het dat deBDU-bezuiniging voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag groter isdan die voor de Vervoerregio Amsterdam? Dat klopt, maar dat heeft temaken met het percentage. Kijk naar het budget: 55% van de BDU-middelen gaat naar de regio Rotterdam–Den Haag, terwijl 45% naarVervoerregio Amsterdam gaat. Dat heeft te maken met het aantalinwoners van die regio’s. In diezelfde verhouding wordt de bezuinigingverdeeld. Dan zou je kunnen concluderen dat het gaat om 55% voor deregio Rotterdam–Den Haag en 45% voor de regio Amsterdam.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dit deel baart mij toch echt wel grote zorgen. Ik vraag mij steeds vaker afof deze Staatssecretaris in staat is om zijn eigen coalitieakkoord uit tevoeren. In zijn akkoord staat namelijk dat elke regio telt. Ik heb net nogeven gekeken. Er staat ook in: de bereikbaarheid van het landelijk gebiedwordt verbeterd. Ik heb nog niet gezien dat er een euro bij is gekomen. Ikzie wel dat er alleen al bij de BDU-gelden een verminderd aanbod van20% gaat zijn en dat de tickets 12% duurder gaan worden. Dan hebben wehet nog niet eens over de SOV-gelden: die zijn er ook nog. Dit gaat alleenover de BDU. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dus: heeft hij zelf hetgevoel dat hij hiermee het coalitieakkoord überhaupt nog op een goedemanier kan uitvoeren? Als dat niet het geval is – hij neemt zelf de woordendesastreus in de mond – wat moeten wij dan nog extra doen om deStaatssecretaris in beweging te krijgen om dit te voorkomen? Het voeltnamelijk een beetje alsof we hier zitten te kijken naar een toeschouwervan iets wat we allemaal desastreus vinden, terwijl er niet ingegrepenwordt. Dat vind ik wel steeds ingewikkelder worden. Graag een reactievan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:De heer De Hoop suggereert nu dat ik helemaal niks doe. Dat werp ikverre van mij, want dat is gewoon niet waar. Mijn ambtenaar, maar ookikzelf, zijn continu in gesprek en aan het kijken wat we kunnen doen. DeBDU-korting is in mijn optiek een wezenlijk onderdeel van het totaledilemma waarvoor wij staan. Ik ben me er keihard voor aan het maken omdie 110 miljoen te vinden, zodat ik die terug kan draaien. Maar ik ben ookafhankelijk van anderen. Ik kan dus niet vooruitlopen op de voorjaarsbe-sluitvorming en zeggen: ik weet honderd procent zeker dat ik dit gaoplossen. Maar dit is wel een van de dingen waar ik me heel sterk voormaak. Ik heb namelijk het gevolg goed voor ogen. Dat gevolg willen weniet. Dat was ook de reden waarom ik het woord desastreus in de mondnam. Ik denk dat we alles op alles moeten zetten om dit te voorkomen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Heel kort. Mijn vraag was of de Staatssecretaris zelf het gevoel heeft dathij hiermee nog in staat is om het coalitieakkoord uit te voeren; dat wasmijn vraag. Die is niet beantwoord.De voorzitter:Helder.Staatssecretaris Jansen:In het coalitieakkoord staan heel veel goede dingen, zoals de Lelylijn en deNedersaksenlijn, maar bijvoorbeeld ook de Noord/Zuidlijn. Die discussie isook net door de Kamer onderling gevoerd. Met alle respect: de Ministeren ik zijn juist ook binnen het kabinet aan het bekijken welke dingen weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6038 binnen het hoofdlijnenakkoord kunnen uitvoeren, gelet op de situatiewaar we voor staan. De heer Grinwis maakt bepaalde keuzes rond devraag hoe je bijvoorbeeld geld zou kunnen vinden voor een Nedersak-senlijn. Het voorbeeld van de Noord/Zuidlijn werd genoemd. Ook deNoord/Zuidlijn staat genoemd in het hoofdlijnenakkoord als een van dedrie infrastructuurprojecten. In het verleden is daar 1,6 miljard uitgehaald.Tegelijkertijd is toen de afspraak gemaakt dat er in deze periode weer geldterug zou gaan. Dit zijn dus allemaal hele lastige dilemma’s. Maar ik ga nuniet de heer Grinwis volgen en zeggen: laat de Noord/Zuidlijn dan maarzitten. Dat heeft dan namelijk ook weer invloed op het project Zuidasdok;dat is ook heel belangrijk. Alles hangt dus met elkaar samen. Kan ik hethoofdlijnenakkoord dan nog uitvoeren? Ik doe mijn stinkende best om tebekijken welke dingen we nog kunnen uitvoeren, gelet op de gegevensituatie en de middelen die beschikbaar zijn.De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Staatssecretaris Jansen:Ik was klaar, voorzitter!De voorzitter:Sorry, Staatssecretaris, de heer Grinwis heeft zich bedacht.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik had nog een vraag over de BDU.De voorzitter:Misschien is dit ook een vraag vanuit het CDA, geen idee. Ik heb begrependat u nog steeds namens het CDA spreekt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Klopt. Deze vragen stel ik nog steeds mede namens collega Vedder. Ik bennog steeds de nuance zelve, omdat ik mede namens het CDA spreek.De voorzitter:Gaat uw gang. Dit is uw laatste interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dit is de laatste interruptie, over de BDU. Ik heb in de eerste termijn welduidelijk gemaakt hoe ik erin zit. Ik ben blij dat de Staatssecretaris dit ookecht als zijn missie ziet. Ik zou zeggen: ga met de vuist op tafel dievoorjaarsbesluitvorming in. Mijn vraag heeft te maken met die aanvanke-lijke ombuiging wat betreft het hoofdlijnenakkoord, die gekoppeld wasaan het afromen van die 10%; dat zou gebeuren door de SPUK’s, diespecifieke uitkeringen, af te schaffen en over te hevelen naar het Gemeen-tefonds. Financiën heeft bij de nadere uitwerking geconcludeerd dat hetbedrag in het hoofdlijnenakkoord eigenlijk te hoog was. Dat bedrag isvolgens mij met een paar honderd miljoen omlaaggegaan, omdat diegrondslag toch niet helemaal goed was gezien aan de formatietafel.Waarom is het in die operatie niet gelukt om ook de BDU uit die bezui-niging te halen? Het is namelijk volstrekt evident dat je niet via administra-tieve besparingen daadwerkelijk 110 miljoen kunt bezuinigen in dietwee metropoolregio’s. Zit daar nog een kans om Financiën mee te krijgenin het afschalen van die grondslag? Want eigenlijk hoort de BDU daarhelemaal niet bij, omdat überhaupt de redenering niet klopt ...De voorzitter:Helder.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6039 De heer Grinwis (ChristenUnie):... van besparen op administratieve lasten.De voorzitter:Ik ga een beetje tempo maken, want we moeten dit debat om 17.00 uurafronden en we moeten nog een tweede termijn doen. Dit was uw laatsteinterruptie, meneer Grinwis, dat klopt.Staatssecretaris Jansen:Ik wil daar graag in tweede termijn op terugkomen. Ik moet even een paardingen verifiëren, zodat ik een goed antwoord kan geven aan de heerGrinwis.De voorzitter:Helemaal goed. Dan zou ik u willen uitnodigen om uw beantwoordingvolledig af te maken, dus de blokjes die nog resteren. De leden hebbengeen interrupties meer over. Gaat uw gang.Staatssecretaris Jansen:U heeft helemaal gelijk, voorzitter. Ik dacht dat ik mijn laatste mapje algehad had, maar ik heb inderdaad nog het mapje overig.Een vraag van mevrouw Veltman van de VVD. Wat gaat de Staatssecre-taris doen om de combinaties van vervoersoorten – ov, doelgroepen-vervoer, deelmobiliteit, flexvervoer – meer mogelijk te maken? Ik heb daarnet in mijn inleiding al iets over gezegd. Wij proberen regio’s die hiermeeaan de slag willen te ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan Zeeland. Welaten momenteel ook een brede verkenning uitvoeren naar hoe we deintegratie van ov, doelgroepenvervoer, flexvervoer en regiotaxi tot éénpubliek mobiliteitssysteem verder kunnen ondersteunen. Medio 2025verwachten we de Kamer hierover te kunnen informeren.Dan heb ik nog een tweede vraag van mevrouw Veltman. Die ging over deopentoegangstreinen, zoals de nachttrein Maastricht–Amsterdam enZwolle–Amsterdam. De vraag was eigenlijk: ben ik het eens met mevrouwVeltman dat het ongewenst is dat de NS hier bezwaar tegen maakt? Denachttrein is denk ik een hele goede aanvulling op de bestaandeconcessies. Ik denk dat het hartstikke mooi nieuws is voor reizigers uitAlmere en Lelystad dat er onlangs een nieuwe nachttrein van Amsterdamnaar Schiphol is gaan rijden. Het staat de NS natuurlijk vrij om bezwaar temaken tegen subsidies die de gemeente Almere en de gemeente Lelystadverstrekken voor die extra nachttrein, maar de NS kan geen bezwaarmaken tegen de opentoegangtrein zelf.Dan de laatste vraag, voorzitter, van de heer Grinwis van de ChristenUnie.Kan ik het restant van de dekking van de Noord/Zuidlijn inzetten voor deNedersaksenlijn? Volgens mij heb ik daar net een antwoord op gegeven.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee denk ik dat u antwoord heeft gegeven. Dank u weldaarvoor. Dan zijn we aangekomen bij de tweede termijn aan de kant vande Kamer. 1 minuut en 20 seconden per fractie. Ik zou de interruptiesgraag willen beperken, zodat we dit rond een uur of 17.00 uur kunnenafronden. De heer Olger van Dijk, gaat uw gang.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik dank de beide bewindspersonen voor de beant-woording. Ik heb nog een enkele vraag liggen. Toch nog even overknooppunt Hoevelaken. Als die motie is aangenomen, krijgen we daarvoor de zomer iets over te horen. Mijn vraag was: je kunt dat personeeltoch wel gewoon inzetten? Dat is er. Daar kun je gewoon een prioriteit vanmaken. Dus ik stel nogmaals de vraag – ik vraag ook om een toezeggingvan de Minister – om daar nu wel die teams op te gaan inzetten en allesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6040 voor te bereiden, zodat het knelpunt echt zo snel mogelijk kan wordenaangepakt.Over de Nedersaksenlijn heb ik nog één concrete vraag, die ik niet directhad gesteld in een interruptie. Hoe bekijkt de Staatssecretaris dezogenaamde spaarvariant van de regio?En tot slot een verduidelijkende vraag. Ik kreeg een antwoord op hetverschil bij de brief ten aanzien van MRDH en VRA. Ik snap de verhouding.Die is 58 miljoen/51 miljoen qua korting BDU. Maar het compensatietariefis juist veel hoger geweest bij de regio Amsterdam, waardoor de MRDHdus nu al in het negatieve eindigt en Amsterdam nog wel een redelijkeplus houdt. Graag nog een reactie op dat punt. Leidt dat niet tot eenverschil in de aanpak als men toch tot compensatie kan komen, waar wijde Staatssecretaris van harte toe aansporen?Dank u wel.De voorzitter:Ik zie dat de Staatssecretaris ook alle afkortingen heeft opgeschreven. Danga ik nu naar de heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Ik heb eigenlijk nog drie korte vragen. De eerste vraag isvoor de Minister. De Minister wil nog niet te veel loslaten over deministeriële commissie. Ik snap dat die gesprekken plaatsvinden, maar hijis eigenlijk niet echt ingegaan op het onderdeel rekeningrijden en inhoeverre dat iets met de spits kan doen. Ik zou toch graag van de Ministerhoren of dat misschien wel bespreekbaar is. Ik ken deze Minister. Dat isvoor hem best wel lastig geweest. Maar de vorige Minister heeft dat welnadrukkelijk op de agenda gezet. Is dat voor hem bespreekbaar? Daar zouik graag een helder antwoord op krijgen.Dan had ik nog twee andere vragen. Die gaan over dat bereikbaar-heidspeil. Daar is de Minister voor een deel op ingegaan. Hij zei: dat is inorde. Ik heb daar toch wel wat meer vraagtekens bij, bijvoorbeeld als hetgaat om het ov en de fiets, want het gaat niet alleen over de auto. Ik zoudaar nog graag iets meer over horen van de Minister. Ik zou ook graaghoren hoe die adviezen daadwerkelijk verwerkt gaan worden. Ik verwachteigenlijk dat we voor het commissiedebat MIRT een brief van de Ministerkrijgen over in hoeverre die adviezen worden verwerkt, en dat er dan ookmeer gekeken wordt naar bijvoorbeeld het ov en de fiets, en niet alleennaar de auto. Zou hij dat kunnen toezeggen?Dat was het.De voorzitter:Mevrouw Veltman, gaat uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Over knooppunt Hoevelaken hebben we het net gehad. Daar komt deMinister nog op terug. Wat mij betreft is het verzoek echt om de motie uitte voeren en daarvoor het vuur uit de sloffen te lopen, zoals ik zei, ook almoet het anders dan je misschien idealiter zou willen.Het tweede. Ik zie heel graag een samenhangend beeld en meerjarig planvoor de opgave van het onderhoud, de planning, de realisatie, definanciën en de risico’s. Daar komt de Minister zo ook nog op terug.Tot slot. We hebben het even kort gehad over spitsmijden. Ik benbenieuwd per wanneer – dat hoeft geen jaar te duren; dat kan sneller –deze Minister zijn eigen ministerie verplicht om niet meer voor 10.00 uurop het werk te komen. Dat is een voorbeeld; het mag ook 09.30 uur zijn.Maar ik zou zeggen: geef het goede voorbeeld en gun iedereen bij hetministerie om te kijken hoe dat kan. Graag zo snel mogelijk.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6041 De heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik ben blij met de inzet van de Staatssecretaris als hetgaat om de Nedersaksenlijn. Ik hoop dat er echt stapjes gezet worden endat hij ons daar in ieder geval goed van op de hoogte houdt.Ik was niet helemaal tevreden met Elke regio telt!, want eigenlijk wil jedan ook weten wat er daadwerkelijk geïnvesteerd wordt in allerleiinfrastructuurprojecten en zo. Het was een prachtig overzicht, maar daarzitten natuurlijk allemaal cijfers in voor onderzoek, verkenning, planuit-werking en realisatie. Ik wil heel graag een beeld hebben van wat er noudaadwerkelijk in materiële zin is geïnvesteerd in de twaalf provincies. Ikzou dus eigenlijk graag een toezegging van de Minister willen hebben dathij diezelfde sessie doet, maar dan alleen de cijfers van de daadwerkelijkgeïnvesteerde bedragen in die regio over de laatste vijf jaar.De voorzitter:De heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, ik dank de bewindspersonen voor de beantwoording, en ookvoor hun eerlijkheid. Ik steun hun intenties. Tegelijkertijd moet ik natuurlijkook zeggen: uiteindelijk kan ik ze niet alleen maar beoordelen op hunintenties, maar beoordeel ik ze ook op hun resultaten. Laat tijdens deVoorjaarsnota en daarna zien dat dit land niet geregeerd wordt doortabellen, maar door mensen met een hart voor de regio die daadwerkelijkwat voor elkaar boksen. Daar moedig ik ze zeer in aan. Ik ben het namelijkzeer met de Minister eens: we hebben gewoon structureel te weinig geldvoor onze investeringsuitgaven. Ik denk dat we ons in politiek Den Haagmoeten aantrekken dat we misschien iets te veel consumptief doen en ietste weinig investeren. Dan hoef ik ook niet zoiets impopulairs te zeggenover de Noord/Zuidlijn, want ik ben het helemaal met mevrouw Veltmaneens dat die moet worden doorgetrokken, met prio. Maar binnenschaarste ben ik nooit te beroerd om een keuze te maken die sommigenblij maakt en anderen boos.Voorzitter. Ik heb nog een vervolgvraag over de A2, over de toezeggingvan de Minister om naar die fasering te kijken en daar hopelijk op terug tekomen in de brief in aanloop naar het volgende MIRT-debat. Mijn oproepis: betrek alsjeblieft de regio daarbij. Ik noemde de Bommelerwaard en deBetuwe. Deze regio’s zitten helemaal klem tussen twee prachtige rivieren.Die mensen kunnen geen kant uit, dus die regio loopt natuurlijk hartstikkevast. Dus betrek bij het nadenken over faseren ook de regio die het betreft,in het bijzonder bij de A2, in dat prachtige rivierengebied.Tot zover in deze tweede termijn. Een tweeminutendebat was al aange-vraagd, toch?De voorzitter:Nee.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dan bij dezen.De voorzitter:Kijk eens aan. We dachten hier zonder tweeminutendebat weg te komen,maar de heer Grinwis vraagt die aan namens de ChristenUnie en het CDA.Zo zullen we het ook noteren.Dank voor de inbreng in de tweede termijn. We gaan vijf minutenschorsen. O, de heer De Hoop heeft nog een interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6042 Ik had nog één vraag aan de heer Grinwis. Ik ben het heel erg eens metzijn analyse over de verschraling van het openbaar vervoer, met name inde regio, maar wat ik nog een beetje miste in zijn bijdrage, waren nietalleen de BDU-gelden, maar ook de SOV-gelden. De heer Grinwisrefereerde wel aan die 335 miljoen. Bij de Onderwijsbegroting is er toenook discussie geweest over de SOV-gelden. Is de ChristenUnie het metGroenLinks-Partij van de Arbeid eens dat we ook voor die SOV-gelden eenoplossing moeten vinden, omdat dat ook consequenties heeft voor hetopenbaar vervoer in de regio? Of ligt de focus alleen op de BDU-gelden?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat is een terechte vraag. Dank voor deze vraag. Nee, de ChristenUniestaat voor het standpunt om voor de hele ov-bezuiniging van 335 miljoeneen antwoord te vinden. Maar daarbij moet wel gezegd worden dat destudentenaantallen en het gebruik van studenten een objectieve analyseis. Die is bevestigd. Dat er bij de Onderwijsbegroting niet gebruikgemaaktkon worden van de 75 miljoen die nog op de aanvullende post bijFinanciën stond voor deze studentenaantallen met deze aanvliegroute, isook een feit. Als je dit wil oplossen, moet je ons regionaal ov en hetopenbaar vervoer in Nederland dus gewoon structureel via de BDU en hetProvinciefonds en misschien ook via andere afspraken met NS metpubliek geld funden. Maar dat moet je niet doen via de band vanstudentenaantallen die er niet zijn of studenten die minder gebruikmakenvan het ov, want dan proberen we een beetje met een kromme stok eenrechte slag te slaan. Laten we het dan gewoon echt doen via de primaireroute voor ov. Die is via bijvoorbeeld de BDU. Daarbij sta ik aan de zijdevan collega De Hoop. Wat mij betreft gaan we ons inderdaad inspannenom de volledige 335 miljoen weer bij het ov te krijgen, want ik heb onsland niet over voor minder buslijnen en hogere treinkaartjes enbuskaartprijzen.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb ook nog een vraag aan de heer Grinwis. We hadden het net al evenover de Noord/Zuidlijn. De heer Grinwis geeft aan dat we daar misschienverder wat budget kunnen weghalen. Ik ben benieuwd of de heer Grinwiservan op de hoogte is dat de hele regio daar ook 1,4 miljard aan cofinan-ciering heeft opgehoest en dat dat klaarligt. Dat is volgens mij toch ookwel iets waar je rekening mee moet houden en wat je moet waarderen.Daar moet je naar de toekomst toe dus ook rekening mee houden.De voorzitter:Ik hoor de heer Grinwis al ja zeggen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter, inderdaad. Ik heb het natuurlijk zelf over me afgeroependoor te zeggen: «We hebben zeventien gepauzeerde projecten. Inéén gepauzeerd project zit volgens mij nu nog een sloot geld. Dat is deNoord/Zuidlijn – namelijk 800 miljoen – dus betrek die in de afweging enkijk of je daarmee de MIRT-verkenning naar de Nedersaksenlijn kanstarten.» Dat neemt niet weg dat mijn primaire inzet gewoon is: extra geldvoor infra en extra geld voor ov, en dus de Noord/Zuidlijn aanleggen. Enja, je moet eigenlijk rekening houden met de hele context. Natuurlijk, datben ik graag met mevrouw Veltman eens. Ik doe ze natuurlijk tekort doordaar geld weg te halen. Maar dat heeft de Minister hiervoor, toenmaligMinister Harbers, door die 1,6 miljard eruit te halen natuurlijk ook gedaan.De voorzitter:Meneer Grinwis, ik ga u beknotten, want het zijn een beetje dezelfdeantwoorden. Volgens mij is uw uitleg helder. Ik heb het nu een paar keerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6043 gehoord. We gaan vijf minuutjes schorsen om de beantwoording klaar temaken. Dan gaan we dit debat afronden. Ik schors het debat.De vergadering wordt van 16.44 uur tot 16.53 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen het commissiedebat Strategische keuzes bereikbaarheid. Wehebben zojuist de tweede termijn van de kant van de Kamer afgerond. Wehebben even kort geschorst, zodat de leden van het kabinet zich kondenvoorbereiden op de beantwoording in de tweede termijn. Er stond ooknog een tweetal vragen open voor in de tweede termijn. Die zullen dusook worden beantwoord. Ik zou de Minister willen vragen om alleantwoorden in één keer te geven. Dan kijken we of alles beantwoord is.Daarna zal de Staatssecretaris antwoorden. Gaat uw gang.Minister Madlener:Ik ga mijn best doen. Ik begin met de heer De Hoop, die vroeg naar het oven de fiets als het gaat om het bereikbaarheidspeil. Hij vroeg mij om meerte bekijken wat dit nou doet. Er is een nulmeting gedaan voor allemodaliteiten. «De bereikbaarheid per ov en fiets is minder goed dan perauto in niet-stedelijke gebieden.» Ja, dat snappen we. «We gaan ...» Ja,sorry, ik kan niet lezen wat er op mijn briefje staat. Oké, ik hoor dat we perregio analyses gaan maken. Ik vraag even aan mijn ondersteuningwanneer we dat dan naar de Kamer gaan sturen. O, in het najaar komt datplan van aanpak naar uw Kamer toe.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Kunnen we er dan op rekenen dat we die brief vóór het MIRT-debatkrijgen?De voorzitter:Het najaar is niet vóór het MIRT-debat.Minister Madlener:Nee.De voorzitter:Het najaar begint in juli. Dat zal dus lastig worden, denk ik. We zullen «ditnajaar» noteren. Er komt daarna ook weer een notaoverleg MIRT. We gaanervan uit dat die er voor die tijd is.Minister Madlener:Ja, ja.Dan: het meerjarenplan instandhouding. Mevrouw Veltman vroeg daarnatuurlijk naar. Ze gaf aan: zorg er nou voor dat je weet wat je te doenstaat de komende jaren. Ik begrijp die vraag heel goed. Rijkswaterstaatwerkt ook continu aan die instandhoudingsopgave. We maken daar eenmeerjarige programmering voor. De opgave is wel groter dan het budgeten de maakcapaciteit, zeg ik daarbij. Vandaar dat er steeds moet wordengekeken wat we eerst gaan doen en wat we daarna gaan doen. Daar zitdus wel heel veel spanning op. Voor de zomer zal ik u informeren over demeerjarige opgave. Aanvullend zou ik de commissie zelfs het aanbodkunnen doen van een technische briefing over de vraag hoe we hiermeeomgaan. Dat is dus het plan waar mevrouw Veltman naar vraagt.Dan Hoevelaken. We zijn daarmee aan de slag. We zijn verschillendeonderzoeken gestart om te bekijken wat er wel kan. Gezien de kosten washet daarbij van belang of er een oplossing mogelijk is waarbij zo minmogelijk kunstwerken worden aangepakt. Dat zijn namelijk de durewerkzaamheden. Daarbij was het natuurlijk ook belangrijk dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6044 doorstroming zou verbeteren. De onderzoeken zijn bijna gereed en erwordt nu afgestemd met de regionale partijen.Dan de A27 Eemnes. Die verkenning starten we nu. Dat gaat maar om eenvijfde van het budget dat voor Hoevelaken nodig is, vandaar dat we nietdenken dat dit een oplossing zou kunnen zijn; we kunnen die twee nieteenvoudigweg omdraaien en zeggen dat we met Hoevelaken beginnen,want die komen qua budget gewoon absoluut niet overeen. Vandaar datwe dat niet kunnen doen.Dan de vraag of wij het goede voorbeeld willen geven als ministerie dooraan spitsmijden te doen, bijvoorbeeld door pas te beginnen met verga-deren na 10.00 uur. Ik denk eerlijk gezegd dat mijn ministerie, maar ookandere ministeries, wel het goede voorbeeld geven. Maar een echteplicht, zo van «u zult pas om 10.00 uur beginnen» vind ik toch nietwerkbaar. Er zijn natuurlijk altijd situaties onder druk, of situaties waarin jetijdnood hebt; dat is in ieder bedrijf zo. Dan moet je een vergadering weleerder kunnen plannen. Maar dat kan ook via Webex of Teams, zo’nonlinevergadering. Eigenlijk wordt dat heel veel gedaan op het ministerie.Ik zie dat dat heel veel oplevert. Bij een vergadering met tien ambtenarenzit volgens mij zo ongeveer de helft thuis. Dat zijn voorbeelden waaruitblijkt dat dit kan. Zo kunnen ze toch om 9.00 uur of nog eerder beginnen,zonder dat ze in die spits moeten staan. Ik vind dus dat wij wel het goedevoorbeeld geven. Ik zou dus niet met een plicht willen werken.De voorzitter:Mevrouw Veltman heeft nog een vraag.Mevrouw Veltman (VVD):Ik wil natuurlijk niet dat mensen überhaupt pas om 10.00 uur beginnenmet werken. Dat leek me wel logisch.De voorzitter:Dat was wel helder, hoor.Mevrouw Veltman (VVD):Het liefst zo vroeg mogelijk, want er is volgens mij heel veel werk aan dewinkel wat betreft bereikbaarheid.Minister Madlener:Nee, dat klopt. Als je later begint, moet je natuurlijk ook later klaar zijn. Jemoet je werk ook kunnen afmaken. Het is niet zo dat we later beginnen endan vroeger naar huis gaan en denken: nou, het is wel goed. Ik hoor veleblije mensen nu.De voorzitter:We zijn aan het commissiedebat wel een paar minuten later begonnen,dus we kunnen een paar minuten later afronden.Minister Madlener:Zo werkt het niet, maar het is echt zo dat het veel oplevert. Het aanleggenvan nieuwe wegen verloopt al moeizaam met budget en stikstof. Het isnatuurlijk zo dat dit echt snel zoden aan de dijk zet. Daarom heb ik me erzo voor ingezet om dit voor elkaar te krijgen. We geven dus het goedevoorbeeld.Dan de regio bij de A2 betrekken. We zijn in gesprek met de regio over deA2. Er is een rijksbijdrage van 50 miljoen voor mitigerende maatregelen.Daarnaast kunnen regio’s vast voorstellen doen voor kleinere maatre-gelen. Het totale landelijke budget hiervoor is 250 miljoen. Opknippen vande A2 is lastig omdat de bruggen het knelpunt zijn, en die zullen in éénkeer moeten worden aangepakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6045 Dan had ik ook nog een vraag van de heer De Hoop over het rekening-rijden. Het ging om de stikstofcommissie. Ik heb dit gesprek ook in diecommissie gevoerd. Rekeningrijden is op zich een systeem dat nog nietszegt over hoe vaak je de auto gebruikt, want dat hangt ook van de tarievenaf. Het is inderdaad zo dat als je de tarieven maar ver genoeg opschroeft,mensen op een gegeven moment de auto zullen laten staan, gedwongendoor hun financiën. Je kunt je afvragen of de sociale gevolgen dan welacceptabel zijn, want als je met financiën een schaarste gaat verdelen, danzijn het de armere mensen die als eersten moeten afhaken. Ik vind dat zelfniet sociaal. Dat zeg ik als eerste aan de woordvoerder van de PvdA.Daarbij is het zo dat een systeem van rekeningrijden per tijd en plaats nognergens ter wereld zo is gedaan. Dan moet je dus iedere auto volgen enheb je een enorme administratie. Het is in mijn ogen technisch onmogelijkom dat goed te doen. Daarom heeft de vorige regering ook gezegd: wegaan gewoon een kilometeropgave doen. Maar ja, dan ben je niet van detijd afhankelijk en krijg je ook allerlei hele rare effecten met buitenland-reizen. Dat is ook een heel oneerlijk systeem. Ik geloof dus absoluut niet inhet rekeningrijden als oplossing, ook niet voor stikstof. De theorie begrijpik wel. Als je dat zou kunnen doen, dan zou je kunnen zeggen: mensenmet weinig geld dwingen we de auto uit. Ik vind het zelf niet acceptabel,ook niet voor mensen die gewoon voor hun werk op tijd ergens moetenzijn. Daarom ben ik totaal niet enthousiast over het rekeningrijden.De voorzitter:U heeft al uw vragen beantwoord? Maakt u het rijtje even af.Minister Madlener:Ik heb er hier nog één. De heer Pierik vraagt een nieuw overzicht vaninvesteringen per regio. De informatie die de Kamer heeft, is op basis vanhet MIRT-boek. Nieuw onderzoek heeft volgens mijn ambtenaren geenmeerwaarde. Het kost ook ambtelijke capaciteit, dus aan deze kant van detafel wordt gedacht: wat levert dit nu op? Ik begrijp natuurlijk de wens omte kijken wat er per regio de afgelopen vijf jaar is geïnvesteerd. Ik wilkijken wat we kunnen doen. Het is eigenlijk heel simpel wat de heer Pierikvraagt: ga per provincie kijken wat er de afgelopen vijf jaar is geïnves-teerd. Ik denk dat het weinig oplevert. Het levert wel verschillen op, maarje kan ook kijken naar tien of twintig jaar. Maar goed, ik wil best kijken ofwe even een overzichtje kunnen maken.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden of er vragen niet beantwoord zijn. Ik wil ditdebat gaan afronden, dus we gaan niet verder debatteren. Dat kan in hettweeminutendebat. Ik kijk even of alle vragen beantwoord zijn door deMinister.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik vroeg heel concreet waarom dat personeelsteam nu niet gewoon tochingezet kan worden op Hoevelaken.De voorzitter:Meneer Grinwis, had u alle vragen beantwoord gekregen?De heer Grinwis (ChristenUnie):De Staatssecretaris zou in tweede termijn nog op iets terugkomen, en ikdacht de Minister ook.De voorzitter:Dat heeft hij gedaan.De heer Grinwis (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6046 O, oké. De discussie over alternatieven voor rekeningrijden zal ik nu nietaanvangen, maar er is meer over te zeggen dan alleen maar een platteheffing ...De voorzitter:De heer De Hoop wilde dat volgens mij ook zeggen, maar dat is eenpolitiek statement. De Minister.Minister Madlener:Over het rekeningrijden: ik denk dat daar heel veel over gewisseld is. Ditkabinet gaat het niet doen. Er is ook een motie aangenomen in de Kamertegen het rekeningrijden. Het staat ook niet in het hoofdlijnenakkoord. Ikvind het altijd een heel leuke discussie, hoor, dus ik ga die graag aan; datweet u. Ik zal te vuur en te zwaard proberen u te overtuigen dat het eenslecht idee is, maar ik begrijp uw wens. Ik denk dat het voor nu niet veelzin heeft om deze discussie te voeren. Wij gaan het in ieder geval nietdoen.Dan had ik nog een vraag gekregen over de personele bezetting.Rijkswaterstaat zit toch met beperkingen als het gaat om inzet. Daaromlijkt het me niet zinvol om nu personele inzet te plegen op een project datwe niet kunnen starten, want dat gaat ten koste van andere projecten. Ikdenk dat dit niet verstandig is.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris.Staatssecretaris Jansen:Dank, voorzitter. Ik heb de antwoorden op twee nieuwe vragen en eenopenstaande vraag. De nieuwe vragen kwamen van de heer Van Dijk vanNSC. Hij vroeg hoe ik kijk naar de spaarvariant die door de regio wordtgenoemd. U heeft van mij een brief gekregen. Daarin stonden een aantalopties van eind vorig jaar. Als u goed naar de brief gekeken heeft, danheeft u gezien dat een van de opties – dat was ik meen 2b of 2c – gingover een spaarvariant. Dus ook dat is een van de denkrichtingen die toenal is meegenomen en die wat mij betreft nog steeds actueel is. Volgensmij is dat een duidelijk antwoord.De tweede vraag van de heer Van Dijk van NSC: hoe zit het precies met deverdeling van de Bikkermiddelen richting de MRDH en de VRA, ook metBDU-korting? Ik kom daar schriftelijk op terug. De reden is dat ik een heleleuke tabel heb, maar dat ik die nu echt niet aan u ga uitleggen, omdat datheel veel vragen gaat opleveren. Ik kom daar dus schriftelijk op terug. Wehebben op 15 mei een nieuw debat, het CD Spoor. Dan kunt u daareventueel vragen over stellen, maar ik kom er schriftelijk op terug.De voorzitter:En we hebben nog een tweeminutendebat.Staatssecretaris Jansen:Dan de laatste vraag. Dat was er eentje van de ChristenUnie waarop iknog terug zou komen en die gaat over grondslagmaatregelen van deSPUK’s. Waarom zijn die niet gecorrigeerd voor de BDU? Uiteraard heb ikdat met Financiën besproken en ook direct aangekaart. Vraag me nietwaarom, maar om technische redenen is dit niet gehonoreerd. Daarmee ishet wat mij betreft een politiek vraagstuk geworden dat opnieuw wordtmeegenomen bij de Voorjaarsnota. Dat heb ik ook aangekaart bij deMinister van Financiën.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk nog even één keer rond: zijn alle vragen beantwoord?Ja. Dan gaan we de tweede termijn van de kant van het kabinet beëin-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6047 digen. Dank voor de beantwoording. We hebben dan alleen nog watadministratie te doen. Dat zijn de toezeggingen. Dat zijn er niet veel, maarhet zijn er wel zeven. We gaan ze even checken. Allereerst wil ik evenbenoemen dat het lid Grinwis van de ChristenUnie mede namens het CDAeen tweeminutendebat aanvraagt. Ik hoor hier de vraag of dat wel kan, enik weet niet of het zo werkt, maar ik vond het wel leuk om te zeggen. Hierstaat: het lid Grinwis van de ChristenUnie vraagt een tweeminutendebataan. Met mevrouw Vedder als eerste spreker, begrijp ik dus.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, als ik geen motie-ideeën heb, gooi ik mevrouw Vedder voor debus.De voorzitter:Heel goed. Dan de toezeggingen.−Eén. De Minister en Staatssecretaris zeggen aan de rapporteurWoningbouw en Mobiliteit toe de Kamer in de MIRT-brief voor hetvolgende commissiedebat MIRT – dat is op woensdag 2 juli – teinformeren over de nieuwe criteria en geactualiseerde afwegingska-ders, en over de extra 2,5 miljard voor de ontsluiting van nieuwewoningbouw. Dat is een toezegging aan de rapporteur Woningbouwen Mobiliteit, mevrouw Veltman.−Twee. De Minister zal de Kamer voor de zomer schriftelijk informerenover de stand van zaken van het gepauzeerde MIRT-project knooppuntHoevelaken. Dat is een toezegging aan meerdere leden.−Drie. De Minister zal de Kamer voor het commissiedebat MIRTinformeren over de stand van zaken van de gepauzeerde MIRT-projecten en daarbij ingaan op de mogelijkheden tot het faseren ofopknippen van projecten. Dat is een toezegging aan meerdere leden.−Vier. De Minister en Staatssecretaris zullen de Kamer voor de zomer deevaluatie van de campagne Spitsvrij toesturen. Dat is een toezeggingaan het lid Olger van Dijk van NSC.−Vijf. De Kamer ontvangt in het najaar het plan van aanpak voor deregionale analyses met betrekking tot het bereikbaarheidspeil. Dat iseen toezegging aan de heer De Hoop van GroenLinks-Partij van deArbeid.−Zes. De Kamer zal van de Minister een overzicht ontvangen van dedaadwerkelijk geïnvesteerde bedragen per regio. Dat is een toezeg-ging ...O, ik hoor: per provincie. Dan zullen we dat aanpassen. Hier staat nog«per regio». Het is een toezegging aan de heer Pierik. De vraag is alleennog welke termijn we daaraan kunnen hangen. Dat komt ook voor hetMIRT-debat op 2 juli, hoor ik. Dat voegen we er dan aan toe. Dan delaatste toezegging.−De Staatssecretaris zal voor het commissiedebat Spoor nader ingaanop de BDU.Is dat het tabelletje dat de Staatssecretaris had?Staatssecretaris Jansen:Dat is een brief met uitleg over de tabel. Het streven is om dat voor hetmeireces te doen en anders doe ik het in de verzamelbrief voorafgaandaan het CD Spoor van 15 mei. Maar het streven is om dat voor hetmeireces te doen.De voorzitter:Dat is een toezegging aan de heer Olger van Dijk. We noteren «voor hetmeireces». Dan hebben we alle toezeggingen gehad en zijn we aan heteinde gekomen van dit commissiedebat Strategische keuzes bereik-baarheid. Ik dank in ieder geval de Minister, de Staatssecretaris en deambtelijke ondersteuning voor de aanwezigheid en het beantwoorden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6048 de vragen. Uiteraard dank ik ook alle belanghebbenden en belangstel-lenden op de publieke tribune, en ook de mensen die het debat op afstandhebben gevolgd. Dank aan de leden voor het debat. Als laatste ook dankaan de ondersteuning voor de mogelijkheid om dit debat überhaupt tekunnen voeren. Hartelijk dank.Sluiting 17.08 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6049

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 841b7e392e192800

14 okt 2026 · f22fb217e38279a1

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingStrategische keuzes bereikbaarheid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 april 2025, over Strategische keuzes bereikbaarheid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.